Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 9 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg (Besluit langdurige zorg)
32 versions
· 2015-01-01 — 2026-04-01
2026-04-01
Besluit langdurige zorg
2026-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 4 más
2025-07-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2025-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2024-01-01
Besluit langdurige zorg
2023-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2022-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-09-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-07-15
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2020-10-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2020-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 27 más
2019-11-27
Besluit langdurige zorg
2019-10-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 37 más
2019-03-30
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 37 más
2019-01-01
Besluit langdurige zorg
2018-07-28
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2018-06-18
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2018-05-25
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2018-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2017-12-16
Besluit langdurige zorg
2017-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 22 más
2016-12-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 36 más
2016-11-09
Besluit langdurige zorg
2016-08-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 49 más
2016-02-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 62 más
2016-01-26
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 49 más
2016-01-04
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 62 más
2016-01-01
Besluit langdurige zorg
2015-05-30
Besluit langdurige zorg — arts. 1, 1, 1 y 89 más
2015-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 1, 1, 1 y 222 más
2015-01-01
Besluit langdurige zorg
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2019-11-27
@@ -28,7 +28,7 @@
- **budgetplan:** overzicht van de door de verzekerde of diens wettelijk vertegenwoordiger voorgenomen besteding van een aan te vragen persoonsgebonden budget;
- **compensatie vervallen ouderentoeslag:** een aftrek in de berekening van het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2019-10-01&g=2019-10-01);
- **compensatie vervallen ouderentoeslag:** een aftrek in de berekening van het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2019-11-27&g=2019-11-27);
- **dag:** kalenderdag;
@@ -54,9 +54,9 @@
- **standaardpremie:** bedrag, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451&artikel=1);
- **vermogen:** vermogen, bedoeld in [artikel 3.3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01);
- **vermogensinkomensbijtelling:** bijtelling van het vermogen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2019-10-01&g=2019-10-01);
- **vermogen:** vermogen, bedoeld in [artikel 3.3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27);
- **vermogensinkomensbijtelling:** bijtelling van het vermogen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2019-11-27&g=2019-11-27);
- **volledig pakket thuis:** integraal en volledig pakket thuis als bedoeld in [artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.2);
@@ -170,13 +170,13 @@
Indien de verzekerde is aangewezen op zorg, vermeldt het indicatiebesluit:
- a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in [artikel 3.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3.2.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01);
- a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in [artikel 3.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3.2.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27);
- b. aandoeningen, beperkingen, stoornissen of handicaps als gevolg waarvan hij op de zorg is aangewezen;
- c. het zorgprofiel waarop hij is aangewezen;
- d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01);
- d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27);
- e. voorwaarden en beperkingen die aan het geïndiceerde recht op zorg verbonden zijn;
@@ -208,17 +208,17 @@
- a. op aanvraag van de verzekerde, het bedrag ter grootte van door de verzekerde in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die bij ministeriële regeling van Onze Minister of Onze Minister van Financiën krachtens [artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=47) zijn aangewezen;
- b. voor de toepassing van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), en [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), een bedrag van € 10.171 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.171 voor zijn echtgenoot die:
- b. voor de toepassing van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), en [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), een bedrag van € 10.171 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.171 voor zijn echtgenoot die:
- 1°. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of
- 2°. de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt en geen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01), of [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01), dan wel [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11), of [artikel 3.12, eerste of tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.12) verschuldigd is,
- 2°. de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt en geen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27), of [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27), dan wel [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11), of [artikel 3.12, eerste of tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.12) verschuldigd is,
met dien verstande dat het vermogen ten minste nihil bedraagt.
2. De vermogensgrondslag van een persoon is zijn grondslag sparen en beleggen, over het peiljaar, of indien over het peiljaar [artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.2) op de persoon van toepassing is, het aan hem toegerekende gedeelte van de toepasselijke gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in dat lid.
3. In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon bij toepassing jegens hem van [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01),[artikel 3.3.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), of [artikel 3.3.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-10-01&g=2019-10-01), de te verwachten grondslag sparen en beleggen over het lopende jaar, of indien [artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.2) vermoedelijk op de persoon van toepassing zal zijn, het te verwachten aan hem toe te rekenen deel van de toepasselijke te verwachten gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
3. In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon bij toepassing jegens hem van [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27),[artikel 3.3.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), of [artikel 3.3.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-11-27&g=2019-11-27), de te verwachten grondslag sparen en beleggen over het lopende jaar, of indien [artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.2) vermoedelijk op de persoon van toepassing zal zijn, het te verwachten aan hem toe te rekenen deel van de toepasselijke te verwachten gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
4. Het deel van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dat de vermogensgrondslag van de persoon overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast.
@@ -238,13 +238,13 @@
##### Artikel 3.3.1.4
1. Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herberekening, bedoeld in [artikel 3.3.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.8&z=2019-10-01&g=2019-10-01), een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herberekening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
1. Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herberekening, bedoeld in [artikel 3.3.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.8&z=2019-11-27&g=2019-11-27), een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herberekening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
2. De verzekerde meldt aan het CAK wijzigingen als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.3.1.5
1. De eigen bijdrage wordt onmiddellijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in [artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), door het CAK zijn ontvangen.
1. De eigen bijdrage wordt onmiddellijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in [artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), door het CAK zijn ontvangen.
2. De eigen bijdrage is verschuldigd met ingang van de maand waarin de verzekerde zorg is verleend doch ten hoogste over de 12 maanden die voorafgaan aan de maand waarin het besluit, waarmee de eigen bijdrage is vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden.
@@ -260,17 +260,17 @@
##### Artikel 3.3.1.7
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.3.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01), [3.3.2.2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01) en [3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
2. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01), [3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), en [3.3.2.4a, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4a&z=2019-10-01&g=2019-10-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in [artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.5), jaarlijks wordt gewijzigd.
3. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bedragen voor de toepassing van de [artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), [3.3.2.4, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), [artikel 3.3.2.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-10-01&g=2019-10-01), en [3.3.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.6&z=2019-10-01&g=2019-10-01), afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar voor de toepassing.
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.3.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27), [3.3.2.2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27) en [3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
2. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27), [3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), en [3.3.2.4a, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4a&z=2019-11-27&g=2019-11-27), jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in [artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.5), jaarlijks wordt gewijzigd.
3. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bedragen voor de toepassing van de [artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), [3.3.2.4, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), [artikel 3.3.2.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-11-27&g=2019-11-27), en [3.3.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.6&z=2019-11-27&g=2019-11-27), afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar voor de toepassing.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
##### Artikel 3.3.2.1
1. De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), voor:
1. De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), voor:
- a. de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft,
@@ -284,7 +284,7 @@
##### Artikel 3.3.2.2
1. In afwijking van [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01) bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01) voor:
1. In afwijking van [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27) bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27) voor:
- a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste vier maanden van verblijf in een instelling;
@@ -294,7 +294,7 @@
- d. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvoerder het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van beide gehuwde verzekerden binnen vier maanden kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd.
2. De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01) voor:
2. De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27) voor:
- a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt;
@@ -328,7 +328,7 @@
- a. het een verzekerde betreft van wie het recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg in verband met een psychische stoornis krachtens zijn zorgverzekering is geëindigd omdat de krachtens de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, of
- b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01) verschuldigd was of waren, of
- b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27) verschuldigd was of waren, of
- c. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling voor beschermd wonen waarvoor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen een bijdrage als bedoeld in [artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11) verschuldigd was of waren.
@@ -340,7 +340,7 @@
##### Artikel 3.3.2.3
1. Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01), wordt als volgt berekend:
1. Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27), wordt als volgt berekend:
- a. het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk de gehuwde verzekerden tezamen wordt verminderd met de door die verzekerde onderscheidenlijk die verzekerden verschuldigde of ingehouden belasting;
@@ -352,9 +352,9 @@
- 3°. op aanvraag van de verzekerde, de in het peiljaar geldende uitkering op grond van [artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002844&artikel=14) of op grond van [artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003664&artikel=20);
- 4°. de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt;
- 5°. de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt;
- 4°. de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.136 bedraagt;
- 5°. de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 20.136 bedraagt;
- c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling over het peiljaar.
@@ -368,7 +368,7 @@
##### Artikel 3.3.2.4
1. Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 6.103, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
1. Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27), bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 6.103, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
2. Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.600 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) ontvangt.
@@ -380,21 +380,21 @@
##### Artikel 3.3.2.5
1. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
2. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het dan lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
1. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
2. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het dan lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
3. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het tweede jaar volgend op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt uitgegaan van de in het tweede lid bedoelde bedragen.
##### Artikel 3.3.2.6
1. Indien[artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), of [artikel 3.3.2.5, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-10-01&g=2019-10-01), voor zover het betreft de afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
2. Indien [artikel 3.3.2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-10-01&g=2019-10-01), voor zover het betreft de afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01), van toepassing is en de werkzaamheden in de loop van het kalenderjaar aanvangen, worden de bedragen, bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het deel van het kalenderjaar waarover de inkomsten worden verworven, in mindering gebracht.
1. Indien[artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), of [artikel 3.3.2.5, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-11-27&g=2019-11-27), voor zover het betreft de afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
2. Indien [artikel 3.3.2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2019-11-27&g=2019-11-27), voor zover het betreft de afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27), van toepassing is en de werkzaamheden in de loop van het kalenderjaar aanvangen, worden de bedragen, bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het deel van het kalenderjaar waarover de inkomsten worden verworven, in mindering gebracht.
##### Artikel 3.3.2.7
1. Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in [artikel 3.3.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
1. Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in [artikel 3.3.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27).
2. Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de grondslag sparen en beleggen of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging.
@@ -402,7 +402,7 @@
1. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december.
2. In afwijking van [artikel 3.3.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.7&z=2019-10-01&g=2019-10-01), geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
2. In afwijking van [artikel 3.3.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.7&z=2019-11-27&g=2019-11-27), geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
##### Artikel 3.3.2.9
@@ -438,13 +438,13 @@
##### Artikel 3.4.2
1. In afwijking van [artikel 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01) bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de wet of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen recht op de in artikel 3.4.1 bedoelde zorg heeft, een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
1. In afwijking van [artikel 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27) bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de wet of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen recht op de in artikel 3.4.1 bedoelde zorg heeft, een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
2. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, in die periode van twaalf jaar ten laste van Nederland recht heeft gehad op verstrekkingen met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese gemeenschappen of van een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, wordt het aantal volle jaren gedurende welke hij dat recht ten laste van Nederland had, in mindering gebracht op de periode, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.4.3
De [artikelen 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01) en [3.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01) zijn niet van toepassing op:
De [artikelen 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27) en [3.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27) zijn niet van toepassing op:
- a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in [artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8);
@@ -492,7 +492,7 @@
- a. vermindering van het bedrag voor de bestanddelen behandeling, kapitaallasten, kosten voor verblijf of andere bestanddelen,
- b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01),
- b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27),
- c. de hoogte van het bedrag indien de verzekerde naast het persoonsgebonden budget ook een modulair pakket thuis ontvangt of wenst te ontvangen.
@@ -532,7 +532,7 @@
- a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in [artikel 3.3.3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.3);
- b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in [artikel 3.6.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=3.6.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01);
- b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in [artikel 3.6.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=3.6.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27);
- c. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen op grond van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450);
@@ -686,530 +686,566 @@
7. De zorgautoriteit maakt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles.
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
##### Artikel 4.2.1
1. De regio’s, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) zijn:
- –. Groningen
- –. Friesland
- –. Drenthe
- –. Zwolle
- –. Twente
- –. Apeldoorn, Zutphen, en omstreken
- –. Arnhem
- –. Nijmegen
- –. Utrecht
- –. Flevoland
- –. ’t Gooi
- –. Noord-Holland Noord
- –. Kennemerland
- –. Zaanstreek/Waterland
- –. Amsterdam
- –. Amstelland en de Meerlanden
- –. Zuid-Holland Noord
- –. Haaglanden
- –. Westland Schieland Delfland
- –. Midden-Holland
- –. Rotterdam
- –. Zuid-Hollandse Eilanden
- –. Waardenland
- –. Zeeland
- –. West-Brabant
- –. Midden-Brabant
- –. Noordoost Brabant
- –. Zuidoost Brabant
- –. Noord- en Midden-Limburg
- –. Zuid-Limburg
- –. Midden IJssel.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gemeenten tot welke regio behoren.
##### Artikel 4.2.2
1. De administratieve werkzaamheden die een op grond van [artikel 4.2.4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) aangewezen Wlz-uitvoerder verricht, betreffen:
- a. het verzorgen van de administratie ten aanzien van de zorg, verleend aan de verzekerden die wonen in de regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen;
- b. het bevorderen van het administratieve contact tussen de zorgaanbieders in die regio enerzijds en het CAK anderzijds.
2. Ten behoeve van het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden beschikt de aangewezen Wlz-uitvoerder over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie, waarin een verband kan worden gelegd tussen de indicatiebesluiten van de Wlz-verzekerden, de in opdracht van Wlz-uitvoerders geleverde zorg en de betalingen van zorgaanbieders die deze zorg geleverd hebben.
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
##### Artikel 4.2.1
1. De regio’s, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) zijn:
- –. Groningen
- –. Friesland
- –. Drenthe
- –. Zwolle
- –. Twente
- –. Apeldoorn, Zutphen, en omstreken
- –. Arnhem
- –. Nijmegen
- –. Utrecht
- –. Flevoland
- –. ’t Gooi
- –. Noord-Holland Noord
- –. Kennemerland
- –. Zaanstreek/Waterland
- –. Amsterdam
- –. Amstelland en de Meerlanden
- –. Zuid-Holland Noord
- –. Haaglanden
- –. Westland Schieland Delfland
- –. Midden-Holland
- –. Rotterdam
- –. Zuid-Hollandse Eilanden
- –. Waardenland
- –. Zeeland
- –. West-Brabant
- –. Midden-Brabant
- –. Noordoost Brabant
- –. Zuidoost Brabant
- –. Noord- en Midden-Limburg
- –. Zuid-Limburg
- –. Midden IJssel.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gemeenten tot welke regio behoren.
##### Artikel 4.2.2
1. De administratieve werkzaamheden die een op grond van [artikel 4.2.4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) aangewezen Wlz-uitvoerder verricht, betreffen:
- a. het verzorgen van de administratie ten aanzien van de zorg, verleend aan de verzekerden die wonen in de regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen;
- b. het bevorderen van het administratieve contact tussen de zorgaanbieders in die regio enerzijds en het CAK anderzijds.
2. Ten behoeve van het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden beschikt de aangewezen Wlz-uitvoerder over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie, waarin een verband kan worden gelegd tussen de indicatiebesluiten van de Wlz-verzekerden, de in opdracht van Wlz-uitvoerders geleverde zorg en de betalingen van zorgaanbieders die deze zorg geleverd hebben.
##### Artikel 4.3.1
Een Wlz-uitvoerder besteedt de uitvoering van [artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a, en b, onder 2° en 3°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.1), middellijk noch onmiddellijk uit aan een zorgaanbieder.
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 3. Uitbestedingsverbod
##### Artikel 4.3.1
Een Wlz-uitvoerder besteedt de uitvoering van [artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a, en b, onder 2° en 3°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.1), middellijk noch onmiddellijk uit aan een zorgaanbieder.
##### Artikel 5.1.1
1. Het Zorginstituut voert ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van het elektronisch gegevensverkeer, bedoeld in [artikel 9.1.6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=9.1.6), de volgende beheertaken uit:
- a. de vaststelling van standaarden die in het elektronisch gegevensverkeer worden gebruikt, en
- b. het beheer van de standaarden, bedoeld in onderdeel a.
2. Het Zorginstituut bevordert de samenwerking tussen de Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, het CAK en het CIZ op het terrein van het elektronisch gegevensverkeer.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de functionele beveiligingseisen voor het bewerken en vaststellen van gegevens en over de werkzaamheden van het Zorginstituut voor de instandhouding van het elektronische gegevensverkeer.
#### § 1. Zorginstituut
##### Artikel 5.2.1
1. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde op grond van [artikel 10.1.4, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=10.1.4), in aanmerking komt voor ADL-assistentie.
2. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor de vormen van zorg, bedoeld in [artikel 11.1.5, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
3. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor medisch noodzakelijk kortdurend verblijf als bedoeld in [artikel 11.1.5, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
4. Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.
5. Het besluit, bedoeld in het vierde lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
6. Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het vierde lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.
##### Artikel 5.2.2
1. Het CIZ wordt, voor zover het betreft opneming en verder verblijf in een verpleeg- of zwakzinnigeninrichting als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005700&artikel=1), aangewezen als commisssie als bedoeld in [artikel 60, derde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005700&artikel=60).
2. Voordat het CIZ een besluit neemt waaruit blijkt dat opneming en verder verblijf in een instelling als bedoeld in het eerste lid noodzakelijk is, wordt de zorgvrager, tenzij gebleken is dat hij de nodige bereidheid bezit tot zodanige opneming en verder verblijf, schriftelijk en mondeling medegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen de opneming en het verdere verblijf.
3. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, wordt, tenzij gebleken is dat de zorgvrager de nodige bereidheid bezit tot de daar bedoelde opneming en het verdere verblijf, in dat besluit melding gemaakt van:
- a. de aard van de stoornis van de geestvermogens;
- b. de omstandigheden die meebrengen dat hij zich ten gevolge van die stoornis niet buiten een inrichting als bedoeld in het eerste lid kan handhaven; en
- c. de wijze waarop aan hem is meegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen de opneming en het verdere verblijf en zijn reactie daarop.
##### Artikel 5.2.3
Het verbod op mandaatverlening, bedoeld in [artikel 7.1.2, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=7.1.2), geldt niet voor door Onze Minister aangewezen organisaties die voor 1 januari 2015 experimenten uitvoerden met regelarme indicatiestelling.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 6.1.1
Bij de bespreking, bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=8.1.1), tussen de zorgaanbieder en de verzekerde die zijn zorg geleverd wenst te krijgen in natura over de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
- a. zeggenschap van de verzekerde over de inrichting van zijn leven, waaronder de betrokkenheid van mantelzorgers en vrijwilligers;
- b. de mogelijkheid om dagelijks te douchen, tijdige hulp bij toiletgang en het tijdig verwisselen van incontinentiemateriaal;
- c. voldoende en gezonde voeding en drinken;
- d. een schone en verzorgde leefruimte;
- e. een respectvolle bejegening, passend bij de eigenheid van de verzekerde, en een veilige en aangename leefsfeer;
- f. mogelijkheden voor de verzekerde tot het beleven van en leven overeenkomstig zijn godsdienst of levensovertuiging;
- g. een zinvolle daginvulling en beweging;
- h. de mogelijkheid om dagelijks in de buitenlucht te verkeren; en
- i. ontwikkeling en ontplooiing van de verzekerde waaronder, in geval van deelname aan onderwijs, afstemming met de school waar verzekerde is aangemeld of toegelaten.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 7.1.1
1. Het Zorginstituut verstrekt aan organisaties subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie voor zover die organisaties de ADL-assistentie verlenen aan verzekerden die woonachtig zijn in ADL-woningen.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in [artikel 5.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=5.2.1&z=2019-11-27&g=2019-11-27).
3. In de ADL-woningen wordt zorg geleverd aan verzekerden:
- a. met een lichamelijke handicap of een somatische aandoening of beperking;
- b. die zijn aangewezen op een rolstoeldoorgankelijke woning;
- c. die zijn aangewezen op ten minste vijf uur oproepbare ADL-assistentie per week, en
- d. die voldoende sociaal zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen en om zelfstandig zorg op te roepen en aanwijzingen te geven.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de subsidieverlening voor ADL-assistentie, met inbegrip van de uitvoering daarvan, van wat onder ADL-woningen kan worden verstaan en de controle.
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
##### Artikel 8.1.1
Wijzigt het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.
##### Artikel 8.1.2
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
##### Artikel 8.1.3
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8.1.4
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
##### Artikel 8.1.5
Wijzigt het Besluit zorgverzekering.
##### Artikel 8.1.6
Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.
##### Artikel 8.1.7
Wijzigt het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet.
##### Artikel 8.1.8
Wijzigt het Besluit Jeugdwet.
##### Artikel 8.1.9
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.2.2
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.3.1
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
##### Artikel 8.3.2
Wijzigt het Besluit Wfsv.
##### Artikel 8.3.3
Wijzigt het Besluit SUWI.
##### Artikel 8.3.4
Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
##### Artikel 8.3.5
Wijzigt het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
##### Artikel 8.3.6
Wijzigt het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
#### § 4. Veiligheid en Justitie
##### Artikel 8.4.1
Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.
##### Artikel 8.4.2
Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
##### Artikel 8.4.3
Wijzigt de Penitentiaire maatregel.
##### Artikel 8.4.4
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.5.1
Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.6.1
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
##### Artikel 8.6.2
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
#### § 6. Defensie
##### Artikel 8.7.1
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.8.1
Wijzigt het Besluit Bibob.
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
##### Artikel 8.9.1
Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.
### Hoofdstuk 9. Innovatie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
##### Artikel 10.1
Het [Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003585) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.2
Het [Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005337) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.3
Het [Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.4
Het [Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025521) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.5
Het [Bijdragebesluit zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008253) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.6
Het [Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005335) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.7
Het [Zorgindicatiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008946) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.8
Na de inwerkingtreding van de wet berust het [Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010182) mede op [artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.1.1).
##### Artikel 10.9
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het [derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.10) niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in [artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=4) of voor verpleging als bedoeld in [artikel 5 van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=5).
##### Artikel 10.10
Vervallen
##### Artikel 10.11
Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
##### Artikel 10.12
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=8¶graaf=1&artikel=8.1.3&z=2019-11-27&g=2019-11-27) werkt terug tot en met de datum waarop [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) in werking treedt.
##### Artikel 10.13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 10.10a
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 9. Economische Zaken
##### Artikel 9.1. Begripsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 9.2. Doel van het experiment
Vervallen
##### Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.
Vervallen
##### Artikel 9.4. Ondersteuningsplan
Vervallen
##### Artikel 9.5. Organisatie integraal budget
Vervallen
##### Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht
Vervallen
##### Artikel 9.7. Evaluatie
Vervallen
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.4a
1. Voor de toepassing van [artikel 3.3.2.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-11-27&g=2019-11-27), bestaat het bijdrageplichtig inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-11-27&g=2019-11-27), uit het inkomen van de ongehuwde verzekerde, dan wel van de gehuwde verzekerden tezamen, verminderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.136 bedraagt.
2. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling.
3. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 20.136 bedraagt.
4. Het op grond van het eerste en tweede lid berekende bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, wordt verminderd met € 6.103 indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 1. Zorginstituut
##### Artikel 5.1.1
1. Het Zorginstituut voert ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van het elektronisch gegevensverkeer, bedoeld in [artikel 9.1.6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=9.1.6), de volgende beheertaken uit:
- a. de vaststelling van standaarden die in het elektronisch gegevensverkeer worden gebruikt, en
- b. het beheer van de standaarden, bedoeld in onderdeel a.
2. Het Zorginstituut bevordert de samenwerking tussen de Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, het CAK en het CIZ op het terrein van het elektronisch gegevensverkeer.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de functionele beveiligingseisen voor het bewerken en vaststellen van gegevens en over de werkzaamheden van het Zorginstituut voor de instandhouding van het elektronische gegevensverkeer.
#### § 1. Zorginstituut
##### Artikel 5.2.1
1. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde op grond van [artikel 10.1.4, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=10.1.4), in aanmerking komt voor ADL-assistentie.
2. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor de vormen van zorg, bedoeld in [artikel 11.1.5, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
3. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor medisch noodzakelijk kortdurend verblijf als bedoeld in [artikel 11.1.5, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
4. Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.
5. Het besluit, bedoeld in het vierde lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
6. Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het vierde lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.
##### Artikel 5.2.2
1. Het CIZ wordt, voor zover het betreft opneming en verder verblijf in een verpleeg- of zwakzinnigeninrichting als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005700&artikel=1), aangewezen als commisssie als bedoeld in [artikel 60, derde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005700&artikel=60).
2. Voordat het CIZ een besluit neemt waaruit blijkt dat opneming en verder verblijf in een instelling als bedoeld in het eerste lid noodzakelijk is, wordt de zorgvrager, tenzij gebleken is dat hij de nodige bereidheid bezit tot zodanige opneming en verder verblijf, schriftelijk en mondeling medegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen de opneming en het verdere verblijf.
3. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, wordt, tenzij gebleken is dat de zorgvrager de nodige bereidheid bezit tot de daar bedoelde opneming en het verdere verblijf, in dat besluit melding gemaakt van:
- a. de aard van de stoornis van de geestvermogens;
- b. de omstandigheden die meebrengen dat hij zich ten gevolge van die stoornis niet buiten een inrichting als bedoeld in het eerste lid kan handhaven; en
- c. de wijze waarop aan hem is meegedeeld dat hij bedenkingen kan inbrengen tegen de opneming en het verdere verblijf en zijn reactie daarop.
##### Artikel 5.2.3
Het verbod op mandaatverlening, bedoeld in [artikel 7.1.2, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=7.1.2), geldt niet voor door Onze Minister aangewezen organisaties die voor 1 januari 2015 experimenten uitvoerden met regelarme indicatiestelling.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 6.1.1
Bij de bespreking, bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=8.1.1), tussen de zorgaanbieder en de verzekerde die zijn zorg geleverd wenst te krijgen in natura over de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
- a. zeggenschap van de verzekerde over de inrichting van zijn leven, waaronder de betrokkenheid van mantelzorgers en vrijwilligers;
- b. de mogelijkheid om dagelijks te douchen, tijdige hulp bij toiletgang en het tijdig verwisselen van incontinentiemateriaal;
- c. voldoende en gezonde voeding en drinken;
- d. een schone en verzorgde leefruimte;
- e. een respectvolle bejegening, passend bij de eigenheid van de verzekerde, en een veilige en aangename leefsfeer;
- f. mogelijkheden voor de verzekerde tot het beleven van en leven overeenkomstig zijn godsdienst of levensovertuiging;
- g. een zinvolle daginvulling en beweging;
- h. de mogelijkheid om dagelijks in de buitenlucht te verkeren; en
- i. ontwikkeling en ontplooiing van de verzekerde waaronder, in geval van deelname aan onderwijs, afstemming met de school waar verzekerde is aangemeld of toegelaten.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 7.1.1
1. Het Zorginstituut verstrekt aan organisaties subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie voor zover die organisaties de ADL-assistentie verlenen aan verzekerden die woonachtig zijn in ADL-woningen.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in [artikel 5.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=5.2.1&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
3. In de ADL-woningen wordt zorg geleverd aan verzekerden:
- a. met een lichamelijke handicap of een somatische aandoening of beperking;
- b. die zijn aangewezen op een rolstoeldoorgankelijke woning;
- c. die zijn aangewezen op ten minste vijf uur oproepbare ADL-assistentie per week, en
- d. die voldoende sociaal zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen en om zelfstandig zorg op te roepen en aanwijzingen te geven.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de subsidieverlening voor ADL-assistentie, met inbegrip van de uitvoering daarvan, van wat onder ADL-woningen kan worden verstaan en de controle.
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
##### Artikel 8.1.1
Wijzigt het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.
##### Artikel 8.1.2
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
##### Artikel 8.1.3
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.
#### § 2. Financiën
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.1.2a
1. De compensatie vervallen ouderentoeslag bedraagt een percentage van het vermogen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dat percentage bestaat uit de som van het percentage van de vermogensinkomensbijtelling en 4%.
2. De compensatie vervallen ouderentoeslag bedraagt ten hoogste de som van het percentage van de vermogensinkomensbijtelling en 2,8%, vermenigvuldigd met 25.000.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot van de verzekerde.
4. De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 6. Defensie
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.2a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8.1.4
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
##### Artikel 8.1.5
Wijzigt het Besluit zorgverzekering.
##### Artikel 8.1.6
Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.
##### Artikel 8.1.7
Wijzigt het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet.
##### Artikel 8.1.8
Wijzigt het Besluit Jeugdwet.
##### Artikel 8.1.9
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.2.2
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.3.1
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
##### Artikel 8.3.2
Wijzigt het Besluit Wfsv.
##### Artikel 8.3.3
Wijzigt het Besluit SUWI.
##### Artikel 8.3.4
Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
##### Artikel 8.3.5
Wijzigt het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
##### Artikel 8.3.6
Wijzigt het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
##### Artikel 8.4.1
Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.
##### Artikel 8.4.2
Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
##### Artikel 8.4.3
Wijzigt de Penitentiaire maatregel.
##### Artikel 8.4.4
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.5.1
Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.6.1
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
##### Artikel 8.6.2
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.7.1
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.8.1
Wijzigt het Besluit Bibob.
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
##### Artikel 8.9.1
Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.
### Hoofdstuk 9. Innovatie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
##### Artikel 10.1
Het [Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003585) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.2
Het [Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005337) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.3
Het [Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.4
Het [Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025521) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.5
Het [Bijdragebesluit zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008253) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.6
Het [Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005335) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.7
Het [Zorgindicatiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008946) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.8
Na de inwerkingtreding van de wet berust het [Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010182) mede op [artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.1.1).
##### Artikel 10.9
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het [derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.10) niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in [artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=4) of voor verpleging als bedoeld in [artikel 5 van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=5).
##### Artikel 10.10
Vervallen
##### Artikel 10.11
Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
##### Artikel 10.12
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=8¶graaf=1&artikel=8.1.3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) werkt terug tot en met de datum waarop [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) in werking treedt.
##### Artikel 10.13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 10.10a
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1. Experiment integraal budget
##### Artikel 9.1. Begripsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 9.2. Doel van het experiment
Vervallen
##### Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.
Vervallen
##### Artikel 9.4. Ondersteuningsplan
Vervallen
##### Artikel 9.5. Organisatie integraal budget
Vervallen
##### Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht
Vervallen
##### Artikel 9.7. Evaluatie
Vervallen
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.4a
1. Voor de toepassing van [artikel 3.3.2.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2019-10-01&g=2019-10-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2019-10-01&g=2019-10-01), uit het inkomen van de ongehuwde verzekerde, dan wel van de gehuwde verzekerden tezamen, verminderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt.
2. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling.
3. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 20.075 bedraagt.
4. Het op grond van het eerste en tweede lid berekende bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, wordt verminderd met € 6.103 indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 1. Zorginstituut
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 6. Defensie
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 9. Economische Zaken
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.1.2a
1. De compensatie vervallen ouderentoeslag bedraagt een percentage van het vermogen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dat percentage bestaat uit de som van het percentage van de vermogensinkomensbijtelling en 4%.
2. De compensatie vervallen ouderentoeslag bedraagt ten hoogste de som van het percentage van de vermogensinkomensbijtelling en 2,8%, vermenigvuldigd met 25.000.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot van de verzekerde.
4. De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 6. Defensie
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.