Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 9 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg (Besluit langdurige zorg)
32 versions
· 2015-01-01 — 2026-04-01
2026-04-01
Besluit langdurige zorg
2026-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 4 más
2025-07-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2025-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2024-01-01
Besluit langdurige zorg
2023-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2022-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-09-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-07-15
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2020-10-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2020-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 27 más
2019-11-27
Besluit langdurige zorg
2019-10-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 37 más
2019-03-30
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 37 más
2019-01-01
Besluit langdurige zorg
2018-07-28
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2018-06-18
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2018-05-25
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2018-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2017-12-16
Besluit langdurige zorg
2017-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 22 más
2016-12-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 36 más
2016-11-09
Besluit langdurige zorg
2016-08-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 49 más
2016-02-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 62 más
2016-01-26
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 49 más
2016-01-04
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 62 más
2016-01-01
Besluit langdurige zorg
2015-05-30
Besluit langdurige zorg — arts. 1, 1, 1 y 89 más
2015-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 1, 1, 1 y 222 más
2015-01-01
Besluit langdurige zorg
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2024-01-01
@@ -28,7 +28,7 @@
- **budgetplan:** overzicht van de door de verzekerde of diens wettelijk vertegenwoordiger voorgenomen besteding van een aan te vragen persoonsgebonden budget;
- **compensatie vervallen ouderentoeslag:** een aftrek in de berekening van het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2023-01-01&g=2023-01-01);
- **compensatie vervallen ouderentoeslag:** een aftrek in de berekening van het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- **dag:** kalenderdag;
@@ -58,9 +58,9 @@
- **standaardpremie:** bedrag, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451&artikel=1);
- **vermogen:** vermogen, bedoeld in [artikel 3.3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01);
- **vermogensinkomensbijtelling:** bijtelling van het vermogen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2023-01-01&g=2023-01-01);
- **vermogen:** vermogen, bedoeld in [artikel 3.3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- **vermogensinkomensbijtelling:** bijtelling van het vermogen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- **volledig pakket thuis:** integraal en volledig pakket thuis als bedoeld in [artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.2);
@@ -174,13 +174,13 @@
Indien de verzekerde is aangewezen op zorg, vermeldt het indicatiebesluit:
- a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in [artikel 3.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01);
- a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in [artikel 3.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- b. aandoeningen, beperkingen, stoornissen of handicaps als gevolg waarvan hij op de zorg is aangewezen;
- c. het zorgprofiel waarop hij is aangewezen;
- d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01);
- d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- e. voorwaarden en beperkingen die aan het geïndiceerde recht op zorg verbonden zijn;
@@ -212,17 +212,17 @@
- a. op aanvraag van de verzekerde, het bedrag ter grootte van door de verzekerde in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die bij ministeriële regeling van Onze Minister of Onze Minister van Financiën krachtens [artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=47) zijn aangewezen;
- b. voor de toepassing van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), een bedrag van € 10.710 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.710 voor zijn echtgenoot die:
- b. voor de toepassing van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), een bedrag van € 10.850 voor de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en van € 10.850 voor zijn echtgenoot die:
- 1°. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of
- 2°. de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt en geen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), dan wel [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11), of [artikel 3.12, eerste of tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.12) verschuldigd is,
- 2°. de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt en geen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), dan wel [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11), of [artikel 3.12, eerste of tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.12) verschuldigd is,
met dien verstande dat het vermogen ten minste nihil bedraagt.
2. De vermogensgrondslag van een persoon is zijn rendementsgrondslag aan het begin van het peiljaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het voor dat jaar van toepassing zijnde bedrag in [artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4).
3. In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon in geval [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [artikel 3.3.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [artikel 3.3.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2023-01-01&g=2023-01-01) van toepassing is, de te verwachten rendementsgrondslag over het lopende jaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag in [artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4).
3. In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon in geval [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [artikel 3.3.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of [artikel 3.3.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2024-01-01&g=2024-01-01) van toepassing is, de te verwachten rendementsgrondslag over het lopende jaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag in [artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4).
4. Het deel van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dat de vermogensgrondslag van de persoon overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast.
@@ -244,13 +244,13 @@
##### Artikel 3.3.1.4
1. Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herberekening, bedoeld in [artikel 3.3.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.8&z=2023-01-01&g=2023-01-01), een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herberekening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
1. Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herberekening, bedoeld in [artikel 3.3.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herberekening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
2. De verzekerde meldt aan het CAK wijzigingen als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.3.1.5
1. De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in [artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), door het CAK zijn ontvangen.
1. De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in [artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), door het CAK zijn ontvangen.
2. De eigen bijdrage is verschuldigd met ingang van de maand waarin de verzekerde zorg is verleend of, indien het een persoonsgebonden budget betreft, met ingang van de eerste maand waarover dat is verleend, doch ten hoogste over de 12 maanden die voorafgaan aan de maand waarin het besluit, waarmee de eigen bijdrage is vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden.
@@ -290,17 +290,17 @@
##### Artikel 3.3.1.7
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.3.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [3.3.2.2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
2. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en [3.3.2.4a, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4a&z=2023-01-01&g=2023-01-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in [artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.5), jaarlijks wordt gewijzigd.
3. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bedragen voor de toepassing van de [artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [3.3.2.4, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [artikel 3.3.2.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en [3.3.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.6&z=2023-01-01&g=2023-01-01), afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar.
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.3.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [3.3.2.2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
2. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [3.3.2.4a, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in [artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.5), jaarlijks wordt gewijzigd.
3. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bedragen voor de toepassing van de [artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [3.3.2.4, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [artikel 3.3.2.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [3.3.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
##### Artikel 3.3.2.1
1. De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voor:
1. De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor:
- a. de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft,
@@ -308,13 +308,13 @@
- c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen of een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen is verleend.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.652,40 per maand.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.887,40 per maand.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen slechts eenmaal de eigen bijdrage, berekend overeenkomstig het eerste en tweede lid, verschuldigd.
##### Artikel 3.3.2.2
1. In afwijking van [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) voor:
1. In afwijking van [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) voor:
- a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste vier maanden van verblijf in een instelling;
@@ -326,7 +326,7 @@
- e. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvoerder aan elk van hen deeltijdverblijf in een instelling heeft toegekend.
2. De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) voor:
2. De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) voor:
- a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt;
@@ -336,9 +336,9 @@
- d. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt dan wel deeltijd in een instelling verblijft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen dan wel daarvoor een persoonsgebonden budget is verleend, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn.
3. De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 184,00 en niet meer dan € 966,60 per maand.
4. De eigen bijdrage wordt verminderd met € 158,00 per maand voor:
3. De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 200,40 en niet meer dan € 1.052,20 per maand.
4. De eigen bijdrage wordt verminderd met € 171,80 per maand voor:
- a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget of een modulair pakket thuis ontvangt;
@@ -362,7 +362,7 @@
- a. het een verzekerde betreft van wie het recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg in verband met een psychische stoornis krachtens zijn zorgverzekering is geëindigd omdat de krachtens de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, of
- b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) verschuldigd was of waren, of
- b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) verschuldigd was of waren, of
- c. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling voor beschermd wonen waarvoor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen een bijdrage als bedoeld in [artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11) verschuldigd was of waren.
@@ -380,7 +380,7 @@
##### Artikel 3.3.2.3
1. Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01), wordt als volgt berekend:
1. Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01), wordt als volgt berekend:
- a. het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk de gehuwde verzekerden tezamen wordt verminderd met de door die verzekerde onderscheidenlijk die verzekerden verschuldigde of ingehouden belasting;
@@ -392,9 +392,9 @@
- 3°. op aanvraag van de verzekerde, de in het peiljaar geldende uitkering op grond van [artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002844&artikel=14) of op grond van [artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003664&artikel=20);
- 4°. de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van de grondslag sparen en beleggen, verminderd met, voor zover van toepassing, de vermogensbestanddelen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), minder dan € 21.203 bedraagt;
- 5°. de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn grondslag sparen en beleggen, verminderd met, voor zover van toepassing, de vermogensbestanddelen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), minder dan € 21.203 bedraagt;
- 4°. de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van de grondslag sparen en beleggen, verminderd met, voor zover van toepassing, de vermogensbestanddelen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), minder dan € 21.479 bedraagt;
- 5°. de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn grondslag sparen en beleggen, verminderd met, voor zover van toepassing, de vermogensbestanddelen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), minder dan € 21.479 bedraagt;
- c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling over het peiljaar.
@@ -408,33 +408,33 @@
##### Artikel 3.3.2.4
1. Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 6.695, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
2. Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.853 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) ontvangt.
1. Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 7.287,20, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
2. Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 3.105,80 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) ontvangt.
3. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk vier maanden na de datum waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
4. Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.853 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
4. Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 3.105,80 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
5. Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht.
##### Artikel 3.3.2.5
1. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
2. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het dan lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
1. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
2. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt, in afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of [artikel 3.3.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het dan lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, alsmede van het te verwachten vermogen van dat kalenderjaar, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
3. Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het tweede jaar volgend op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt uitgegaan van de in het tweede lid bedoelde bedragen.
##### Artikel 3.3.2.6
1. Indien[artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [artikel 3.3.2.5, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voor zover het betreft de afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
2. Indien [artikel 3.3.2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voor zover het betreft de afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), van toepassing is en de werkzaamheden in de loop van het kalenderjaar aanvangen, worden de bedragen, bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het deel van het kalenderjaar waarover de inkomsten worden verworven, in mindering gebracht.
1. Indien[artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of [artikel 3.3.2.5, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover het betreft de afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
2. Indien [artikel 3.3.2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover het betreft de afwijking van [artikel 3.3.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), van toepassing is en de werkzaamheden in de loop van het kalenderjaar aanvangen, worden de bedragen, bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het deel van het kalenderjaar waarover de inkomsten worden verworven, in mindering gebracht.
##### Artikel 3.3.2.7
1. Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de rendementsgrondslag beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in [artikel 3.3.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
1. Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen gegevens inzake het inkomen of de rendementsgrondslag beschikbaar zijn, wordt de eigen bijdrage vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in [artikel 3.3.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
2. Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de rendementsgrondslag of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging.
@@ -442,7 +442,7 @@
1. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december.
2. In afwijking van [artikel 3.3.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.7&z=2023-01-01&g=2023-01-01), geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
2. In afwijking van [artikel 3.3.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
##### Artikel 3.3.2.9
@@ -478,13 +478,13 @@
##### Artikel 3.4.2
1. In afwijking van [artikel 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de wet of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen recht op de in artikel 3.4.1 bedoelde zorg heeft, een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
1. In afwijking van [artikel 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de wet of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen recht op de in artikel 3.4.1 bedoelde zorg heeft, een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
2. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, in die periode van twaalf jaar ten laste van Nederland recht heeft gehad op verstrekkingen met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese gemeenschappen of van een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, wordt het aantal volle jaren gedurende welke hij dat recht ten laste van Nederland had, in mindering gebracht op de periode, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.4.3
De [artikelen 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [3.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01) zijn niet van toepassing op:
De [artikelen 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=3.4.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn niet van toepassing op:
- a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in [artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8);
@@ -492,808 +492,848 @@
- c. personen die tot de dag voorafgaand aan het tijdstip waarop zij verzekerd zijn geworden in de zin van de wet dan wel de [Algemene wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614), vergoeding ter zake van de kosten van zorg ontvingen op grond van [artikel 3.1.2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018830&artikel=3.1.2) of [artikel 1.22 van het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019289&artikel=1.22).
#### § 4. Wachttijd
##### Artikel 3.5.1
In een besluit tot het verlenen van een modulair pakket thuis, drukt de Wlz-uitvoerder het recht op zorg van de verzekerde uit in modules, die bij ministeriële regeling per zorgprofiel worden vastgesteld.
##### Artikel 3.5.2
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de berekening van de maximumkosten van een modulair pakket thuis, bedoeld in [artikel 3.3.2, vierde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.2) en over de bestanddelen van de kosten die daarbij buiten beschouwing dienen te blijven.
##### Artikel 3.5.3
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag, de verlening of de weigering van een modulair pakket thuis of een volledig pakket thuis.
#### § 5. Zorg in natura
##### Artikel 3.5.1
In een besluit tot het verlenen van een modulair pakket thuis, drukt de Wlz-uitvoerder het recht op zorg van de verzekerde uit in modules, die bij ministeriële regeling per zorgprofiel worden vastgesteld.
##### Artikel 3.5.2
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de berekening van de maximumkosten van een modulair pakket thuis, bedoeld in [artikel 3.3.2, vierde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.2) en over de bestanddelen van de kosten die daarbij buiten beschouwing dienen te blijven.
##### Artikel 3.5.3
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag, de verlening of de weigering van een modulair pakket thuis of een volledig pakket thuis.
##### Artikel 3.6.1
Een persoonsgebonden budget wordt per kalenderjaar verstrekt.
##### Artikel 3.6.2
1. Het zorgkantoor verleent geen persoonsgebonden budget indien:
- a. de verzekerde krachtens een indicatiebesluit is aangewezen op een bij ministeriële regeling genoemd zorgprofiel;
- b. de verzekerde weigert om het budgetplan met het zorgkantoor te bespreken of, na daartoe door het zorgkantoor te zijn opgeroepen, niet verschijnt;
- c. de verzekerde het door het zorgkantoor vastgestelde aanvraagformulier niet volledig en juist heeft ingevuld;
- d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij zorgaanbieders die gecontracteerd zijn door de Wlz-uitvoerder.
2. Het zorgkantoor kan besluiten de verleningsbeschikking niet in te trekken indien de verzekerde het persoonsgebonden budget geheel besteedt aan de inkoop van zorg bij een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), dat nadat het kleinschalig wooninitiatief aan betreffende verzekerde zorg heeft verleend ten laste van een persoonsgebonden budget op grond van deze wet, inmiddels gecontracteerd is door de Wlz-uitvoerder.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verlening of weigering van een persoonsgebonden budget.
##### Artikel 3.6.3
Een persoonsgebonden budget bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. Bij deze regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de:
- a. vermindering van het bedrag voor de bestanddelen behandeling, kapitaallasten, kosten voor verblijf of andere bestanddelen,
- b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01),
- c. de hoogte van het bedrag indien de verzekerde naast het persoonsgebonden budget ook een modulair pakket thuis ontvangt of wenst te ontvangen.
##### Artikel 3.6.4
1. De verzekerde sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere zorgaanbieder of mantelzorger die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget zorg wenst te laten verlenen.
2. De verzekerde laat de betalingen verrichten door de Sociale verzekeringsbank.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
4. In afwijking van het eerste en het tweede lid kan de verzekerde zelf betalingen verrichten ten laste van zijn persoonsgebonden budget indien het gaat om kosten verbonden aan vervoer als bedoeld in [artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.1.1) waarvoor de verzekerde geen schriftelijke overeenkomst heeft gesloten.
##### Artikel 3.6.5
1. Bij ministeriële regeling worden maximumtarieven vastgesteld voor de verlening van zorg die vanuit het persoonsgebonden budget kan worden bekostigd.
2. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden vastgesteld voor zorg die geleverd wordt door:
- a. een zorgaanbieder, voor zover deze voldoet aan in ieder geval één van de in het derde lid gestelde eisen, of
- b. een andere zorgaanbieder dan een zorgaanbieder als bedoeld in onderdeel a of een mantelzorger.
3. Van het tweede lid, onder a, is sprake indien de zorg is verleend door:
- 1°. een onderneming als bedoeld in [artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5) waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2), geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg;
- 2°. een onderneming als bedoeld in [artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5) waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2), geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel;
- 3°. een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006251&artikel=3), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van zorg.
4. Indien onderdeel a en onderdeel b, van het tweede lid, gelijktijdig van toepassing zijn op een mantelzorger, dan geldt het tarief voor mantelzorgers bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
##### Artikel 3.6.6
1. De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer uit:
- a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in [artikel 3.3.3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.3);
- b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in [artikel 3.6.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=3.6.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- c. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen op grond van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450);
- d. ter verkrijging door de verzekerde van gelden voor het verrichten van betalingen vanuit een bij ministeriële regeling te bepalen verantwoordingsvrij bedrag.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het staken van betaling door de Sociale verzekeringsbank. Deze regels zullen in ieder geval betrekking hebben op betalingen in strijd met wettelijke voorschriften, in strijd met beschikkingen omtrent het persoonsgebonden budget of in strijd met overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.6.7
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het persoonsgebonden budget. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op:
- a. de hulp van een vertegenwoordiger en beperkingen aan de kring van vertegenwoordigers,
- b. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget,
- c. de verantwoording en de controle,
- d. het budgetplan,
- e. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen;
- f. de betaling van bijkomende zorgkosten voor zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.1.1).
#### § 7. Levering buiten Nederland
##### Artikel 3.7.1
1. Aan een verzekerde wordt een vergoeding verstrekt voor kosten van zorg, indien die zorg buiten Nederland is verleend en anders dan op de in [artikel 3.3.1, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.1) omschreven wijze is verkregen als gevolg van de navolgende omstandigheden:
- a. **voortzetting van reeds in Nederland aangevangen zorg bij verblijf buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland:** een verzekerde aan wie zorg wordt verleend, behoudt dit recht buiten een van de staten van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gedurende ten hoogste dertien weken per kalenderjaar;
- b. **voortzetting van palliatief terminale zorg:** in afwijking van onderdeel a geldt bij voortzetting van palliatief terminale zorg een periode van in totaal ten hoogste één jaar;
- c. **onvoldoende binnenlands zorgaanbod:** een verzekerde kan met voorafgaande toestemming van de Wlz-uitvoerder gedurende een periode van ten hoogste één jaar zorg buiten Nederland inroepen, indien, gezien de gezondheidstoestand van betrokkene en het te verwachten verloop daarvan, de noodzakelijke zorg binnen Nederland niet of niet tijdig kan worden verkregen, in welk geval de in rekening gebrachte kosten vergoed, met dien verstande dat voor zover deze kosten die welke in de Nederlandse marktomstandigheden passend zijn te achten overschrijden, wordt het meerdere vergoed voor zover dit naar het oordeel van de Wlz-uitvoerder in redelijkheid in rekening is gebracht;
- d. **verblijf buiten Nederland wegens uitoefening van bedrijf of beroep of uitsluitend wegens studieredenen:** een verzekerde die in verband met de uitoefening van bedrijf of beroep al dan niet in dienstbetrekking of uitsluitend wegens studieredenen buiten Nederland verblijft, kan zolang deze omstandigheid voortduurt en de betrokkene ingevolge de wet verzekerd blijft, buiten Nederland zorg inroepen;
- e. **gezinsleden:** onderdeel d is van overeenkomstige toepassing op een verzekerde die met de verzekerde, bedoeld in dat onderdeel, deel uitmaakt van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de wet;
- f. **spoedeisende zorg bij tijdelijk verblijf:** een verzekerde die gedurende een tijdelijk verblijf buiten Nederland onvoorzien en onmiddellijk noodzakelijke zorg moet inroepen die gelet op de gezondheidstoestand van betrokkene en het te verwachten verloop daarvan, niet kan worden uitgesteld tot de verzekerde is teruggekeerd in Nederland, kan deze zorg gedurende ten hoogste dertien weken ontvangen, welke termijn door de Wlz-uitvoerder kan worden verlengd indien de verzekerde om medische redenen niet gerepatrieerd kan worden.
2. De in rekening gebrachte kosten worden vergoed tot ten hoogste de kosten die in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend zijn te achten, met dien verstande dat de vergoeding in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, hoger kan zijn.
3. Indien de verzekerde krachtens [artikel 3.2.5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.2.5), voor de verleende zorg een bijdrage in de kosten is verschuldigd, wordt deze bijdrage door de Wlz-uitvoerder vastgesteld zoveel mogelijk overeenkomstig dit besluit, en in mindering gebracht op de in het eerste of tweede lid bedoelde vergoeding.
4. Het eerste lid is slechts van toepassing indien door een onafhankelijke arts is vastgesteld dat en in welke omvang de verzekerde op de desbetreffende zorg is aangewezen.
5. De verzekerde heeft gedurende het reizen of het tijdelijk verblijven buiten Nederland geen recht op zorg of op een vergoeding van de kosten daarvan, indien de zorg aan de verzekerde wordt verleend door een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel 1°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=1.1.1) die tevens zorg verleent in het Europese deel van Nederland.
##### Artikel 3.7.2
1. De verzekerde kan een aan hem verleend persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar tijdens verblijf buiten een van de staten van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gebruiken voor betaling van zorg, indien die zorg is verkregen als voortzetting van reeds binnen Nederland aangevangen zorg.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde voor ten hoogste een jaar tijdens verblijf buiten een van de staten van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of Zwitserland een persoonsgebonden budget gebruiken voor betaling van voortzetting van palliatief terminale zorg.
3. Indien de verzekerde langer dan zes weken aaneengesloten buiten Nederland verblijft en daar zorgverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het persoonsgebonden budget berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
- A:. het aantal weken dat de verzekerde binnen Nederland verblijft;
- B:. het getal 52;
- C:. het aan de verzekerde verleende persoonsgebonden budget;
- D:. het aantal weken dat de verzekerde buiten Nederland verblijft;
- E:. het voor het desbetreffende land bij ministeriële regeling vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 7. Levering buiten Nederland
##### Artikel 4.1.1
1. Ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in [artikel 4.1.1, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1), gaat de zorgautoriteit ten minste na of de rechtspersoon die de wet wenst te gaan uitvoeren voldoet aan de volgende eisen:
- a. de rechtspersoon behoort tot een groep als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) waarvan ten minste één zorgverzekeraar deel uitmaakt;
- b. de statuten van de rechtspersoon voldoen aan het bij en krachtens [artikel 4.1.2 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.2) gestelde;
- c. de rechtspersoon heeft een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;
- d. de rechtspersoon heeft een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- e. de rechten en verplichtingen binnen de rechtspersoon zijn adequaat vastgelegd;
- f. de rechtspersoon beschikt over adequate rapportagelijnen en over een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie;
- g. de bedrijfsvoering van de rechtspersoon is op een inzichtelijke wijze vastgelegd en is afgestemd op de werkzaamheden die de rechtspersoon als Wlz-uitvoerder zal uitvoeren of laten uitvoeren;
- h. gegeven de verwachte beheerskosten die de rechtspersoon als Wlz-uitvoerder zal maken, zal kunnen worden voorzien in een recht- en doelmatige uitvoering van de wet.
2. Ter beoordeling van de vragen, bedoeld in het eerste lid, laat de zorgautoriteit zich door de rechtspersoon zijn statuten alsmede een programma van werkzaamheden overleggen.
3. Het programma van werkzaamheden omvat ten minste een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere kosten van beheer.
4. De zorgautoriteit is bevoegd nadere regels te stellen omtrent de inhoud van het programma van werkzaamheden.
##### Artikel 4.1.2
1. De zorgautoriteit stelt vast of de Wlz-uitvoerder er zorg voor heeft gedragen dat de geschiktheid en de betrouwbaarheid van personen als bedoeld in [artikel 4.1.1, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1) buiten twijfel staat, op basis van de voornemens, handelingen en antecedenten van deze personen.
2. De Wlz-uitvoerder neemt voor de beoordeling van de geschiktheid van een persoon als bedoeld in [artikel 4.1.1, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1) in ieder geval in aanmerking de opleiding, werkervaring en competenties van deze persoon, alsmede zijn kennis van de financiële sector in het algemeen en van de maatschappelijke functies van de Wlz-uitvoerder en de risico’s die daarbij gelopen worden in het bijzonder, aan de hand van ten minste:
- a. het curriculum vitae van deze persoon;
- b. de relevante geldige diploma’s van deze persoon.
3. De Wlz-uitvoerder neemt voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in [artikel 4.1.1, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1) in ieder geval in aanmerking:
- a. strafrechtelijke antecedenten;
- b. financiële antecedenten;
- c. toezichtantecedenten;
- d. fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
- e. overige antecedenten als bedoeld in [artikel 6 van het Besluit prudentiële regels Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020420&artikel=6).
4. De Wlz-uitvoerder verkrijgt inzicht in de in het eerste lid bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
- a. de door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
- b. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties;
- c. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 28 en volgende van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=28);
- d. gegevens uit openbare bronnen;
- e. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene;
- f. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn, of
- g. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen, waarbij de in het eerste lid bedoelde persoon betrokken is geweest.
5. Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het vierde lid, de Wlz-uitvoerder aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Wlz-uitvoerder ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Wlz-uitvoerder stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van:
- a. de reden van het nadere onderzoek;
- b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en
- c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
6. De Wlz-uitvoerder neemt bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking:
- a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
- b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
- c. de overige belangen van de Wlz-uitvoerder en de betrokkene.
7. De zorgautoriteit maakt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles.
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
##### Artikel 4.2.1
1. De regio’s, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) zijn:
- –. Groningen
- –. Friesland
- –. Drenthe
- –. Zwolle
- –. Twente
- –. Apeldoorn, Zutphen, en omstreken
- –. Arnhem
- –. Nijmegen
- –. Utrecht
- –. Flevoland
- –. ’t Gooi
- –. Noord-Holland Noord
- –. Kennemerland
- –. Zaanstreek/Waterland
- –. Amsterdam
- –. Amstelland en de Meerlanden
- –. Zuid-Holland Noord
- –. Haaglanden
- –. Westland Schieland Delfland
- –. Midden-Holland
- –. Rotterdam
- –. Zuid-Hollandse Eilanden
- –. Waardenland
- –. Zeeland
- –. West-Brabant
- –. Midden-Brabant
- –. Noordoost Brabant
- –. Zuidoost Brabant
- –. Noord- en Midden-Limburg
- –. Zuid-Limburg
- –. Midden IJssel.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gemeenten tot welke regio behoren.
##### Artikel 4.2.2
1. De administratieve werkzaamheden die een op grond van [artikel 4.2.4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) aangewezen Wlz-uitvoerder verricht, betreffen:
- a. het verzorgen van de administratie ten aanzien van de zorg, verleend aan de verzekerden die wonen in de regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen;
- b. het bevorderen van het administratieve contact tussen de zorgaanbieders in die regio enerzijds en het CAK anderzijds.
2. Ten behoeve van het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden beschikt de aangewezen Wlz-uitvoerder over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie, waarin een verband kan worden gelegd tussen de indicatiebesluiten van de Wlz-verzekerden, de in opdracht van Wlz-uitvoerders geleverde zorg en de betalingen van zorgaanbieders die deze zorg geleverd hebben.
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
##### Artikel 4.3.1
Een Wlz-uitvoerder besteedt de uitvoering van [artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a, en b, onder 2° en 3°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.1), middellijk noch onmiddellijk uit aan een zorgaanbieder.
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 3. Uitbestedingsverbod
##### Artikel 5.1.1
1. Het Zorginstituut voert ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van het elektronisch gegevensverkeer, bedoeld in [artikel 9.1.6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=9.1.6), de volgende beheertaken uit:
- a. de vaststelling van standaarden die in het elektronisch gegevensverkeer worden gebruikt, en
- b. het beheer van de standaarden, bedoeld in onderdeel a.
2. Het Zorginstituut bevordert de samenwerking tussen de Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, het CAK en het CIZ op het terrein van het elektronisch gegevensverkeer.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de functionele beveiligingseisen voor het bewerken en vaststellen van gegevens en over de werkzaamheden van het Zorginstituut voor de instandhouding van het elektronische gegevensverkeer.
#### § 1. Zorginstituut
##### Artikel 5.2.1
1. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde op grond van [artikel 10.1.4, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=10.1.4), in aanmerking komt voor ADL-assistentie.
2. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor de vormen van zorg, bedoeld in [artikel 11.1.5, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
3. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor medisch noodzakelijk kortdurend verblijf als bedoeld in [artikel 11.1.5, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
4. Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.
5. Het besluit, bedoeld in het vierde lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
6. Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het vierde lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.
##### Artikel 5.2.2
Vervallen
##### Artikel 5.2.3
Het verbod op mandaatverlening, bedoeld in [artikel 7.1.2, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=7.1.2), geldt niet voor door Onze Minister aangewezen organisaties die voor 1 januari 2015 experimenten uitvoerden met regelarme indicatiestelling.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 6.1.1
Bij de bespreking, bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=8.1.1), tussen de zorgaanbieder en de verzekerde die zijn zorg geleverd wenst te krijgen in natura over de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
- a. zeggenschap van de verzekerde over de inrichting van zijn leven, waaronder de betrokkenheid van mantelzorgers en vrijwilligers;
- b. de mogelijkheid om dagelijks te douchen, tijdige hulp bij toiletgang en het tijdig verwisselen van incontinentiemateriaal;
- c. voldoende en gezonde voeding en drinken;
- d. een schone en verzorgde leefruimte;
- e. een respectvolle bejegening, passend bij de eigenheid van de verzekerde, en een veilige en aangename leefsfeer;
- f. mogelijkheden voor de verzekerde tot het beleven van en leven overeenkomstig zijn godsdienst of levensovertuiging;
- g. een zinvolle daginvulling en beweging;
- h. de mogelijkheid om dagelijks in de buitenlucht te verkeren; en
- i. ontwikkeling en ontplooiing van de verzekerde waaronder, in geval van deelname aan onderwijs, afstemming met de school waar verzekerde is aangemeld of toegelaten.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 7.1.1
1. Het Zorginstituut verstrekt aan organisaties subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie voor zover die organisaties de ADL-assistentie verlenen aan verzekerden die woonachtig zijn in ADL-woningen.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in [artikel 5.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=5.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
3. In de ADL-woningen wordt zorg geleverd aan verzekerden:
- a. met een lichamelijke handicap of een somatische aandoening of beperking;
- b. die zijn aangewezen op een rolstoeldoorgankelijke woning;
- c. die zijn aangewezen op ten minste vijf uur oproepbare ADL-assistentie per week, en
- d. die voldoende sociaal zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen en om zelfstandig zorg op te roepen en aanwijzingen te geven.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de subsidieverlening voor ADL-assistentie, met inbegrip van de uitvoering daarvan, van wat onder ADL-woningen kan worden verstaan en de controle.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
##### Artikel 8.1.1
Wijzigt het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.
##### Artikel 8.1.2
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
##### Artikel 8.1.3
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8.1.4
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
##### Artikel 8.1.5
Wijzigt het Besluit zorgverzekering.
##### Artikel 8.1.6
Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.
##### Artikel 8.1.7
Wijzigt het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet.
##### Artikel 8.1.8
Wijzigt het Besluit Jeugdwet.
##### Artikel 8.1.9
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.2.2
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.3.1
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
##### Artikel 8.3.2
Wijzigt het Besluit Wfsv.
##### Artikel 8.3.3
Wijzigt het Besluit SUWI.
##### Artikel 8.3.4
Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
##### Artikel 8.3.5
Wijzigt het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
##### Artikel 8.3.6
Wijzigt het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
#### § 4. Veiligheid en Justitie
##### Artikel 8.4.1
Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.
##### Artikel 8.4.2
Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
##### Artikel 8.4.3
Wijzigt de Penitentiaire maatregel.
##### Artikel 8.4.4
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.5.1
Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.6.1
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
##### Artikel 8.6.2
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
#### § 6. Defensie
##### Artikel 8.7.1
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.8.1
Wijzigt het Besluit Bibob.
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.9.1
Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.
### Hoofdstuk 9. Innovatie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
##### Artikel 10.1
Het [Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003585) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.2
Het [Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005337) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.3
Het [Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.4
Het [Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025521) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.5
Het [Bijdragebesluit zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008253) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.6
Het [Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005335) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.7
Het [Zorgindicatiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008946) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.8
Na de inwerkingtreding van de wet berust het [Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010182) mede op [artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.1.1).
##### Artikel 10.9
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het [derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.10) niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in [artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=4) of voor verpleging als bedoeld in [artikel 5 van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=5).
##### Artikel 10.10
Vervallen
##### Artikel 10.11
Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
##### Artikel 10.12
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=8¶graaf=1&artikel=8.1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01) werkt terug tot en met de datum waarop [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) in werking treedt.
##### Artikel 10.13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 10.10a
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 9. Economische Zaken
##### Artikel 9.1. Begripsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 9.2. Doel van het experiment
Vervallen
##### Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.
Vervallen
##### Artikel 9.4. Ondersteuningsplan
Vervallen
##### Artikel 9.5. Organisatie integraal budget
Vervallen
##### Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht
Vervallen
##### Artikel 9.7. Evaluatie
Vervallen
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.4a
1. Voor de toepassing van [artikel 3.3.2.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), uit het inkomen van de ongehuwde verzekerde, dan wel van de gehuwde verzekerden tezamen, verminderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 21.479 bedraagt.
2. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling.
3. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 21.479 bedraagt.
4. Het op grond van het eerste en tweede lid berekende bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, wordt verminderd met € 7.287,20 indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
##### Artikel 3.6.1
Een persoonsgebonden budget wordt per kalenderjaar verstrekt.
##### Artikel 3.6.2
1. Het zorgkantoor verleent geen persoonsgebonden budget indien:
- a. de verzekerde krachtens een indicatiebesluit is aangewezen op een bij ministeriële regeling genoemd zorgprofiel;
- b. de verzekerde weigert om het budgetplan met het zorgkantoor te bespreken of, na daartoe door het zorgkantoor te zijn opgeroepen, niet verschijnt;
- c. de verzekerde het door het zorgkantoor vastgestelde aanvraagformulier niet volledig en juist heeft ingevuld;
- d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij zorgaanbieders die gecontracteerd zijn door de Wlz-uitvoerder.
2. Het zorgkantoor kan besluiten de verleningsbeschikking niet in te trekken indien de verzekerde het persoonsgebonden budget geheel besteedt aan de inkoop van zorg bij een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), dat nadat het kleinschalig wooninitiatief aan betreffende verzekerde zorg heeft verleend ten laste van een persoonsgebonden budget op grond van deze wet, inmiddels gecontracteerd is door de Wlz-uitvoerder.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verlening of weigering van een persoonsgebonden budget.
##### Artikel 3.6.3
Een persoonsgebonden budget bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. Bij deze regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de:
- a. vermindering van het bedrag voor de bestanddelen behandeling, kapitaallasten, kosten voor verblijf of andere bestanddelen,
- b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=3.1.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
- c. de hoogte van het bedrag indien de verzekerde naast het persoonsgebonden budget ook een modulair pakket thuis ontvangt of wenst te ontvangen.
##### Artikel 3.6.4
1. De verzekerde sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere zorgaanbieder of mantelzorger die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget zorg wenst te laten verlenen.
2. De verzekerde laat de betalingen verrichten door de Sociale verzekeringsbank.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
4. In afwijking van het eerste en het tweede lid kan de verzekerde zelf betalingen verrichten ten laste van zijn persoonsgebonden budget indien het gaat om kosten verbonden aan vervoer als bedoeld in [artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.1.1) waarvoor de verzekerde geen schriftelijke overeenkomst heeft gesloten.
##### Artikel 3.6.5
1. Bij ministeriële regeling worden maximumtarieven vastgesteld voor de verlening van zorg die vanuit het persoonsgebonden budget kan worden bekostigd.
2. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden vastgesteld voor zorg die geleverd wordt door:
- a. een zorgaanbieder, voor zover deze voldoet aan in ieder geval één van de in het derde lid gestelde eisen, of
- b. een andere zorgaanbieder dan een zorgaanbieder als bedoeld in onderdeel a of een mantelzorger.
3. Van het tweede lid, onder a, is sprake indien de zorg is verleend door:
- 1°. een onderneming als bedoeld in [artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5) waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2), geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg;
- 2°. een onderneming als bedoeld in [artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5) waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2), geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel;
- 3°. een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006251&artikel=3), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van zorg.
4. Indien onderdeel a en onderdeel b, van het tweede lid, gelijktijdig van toepassing zijn op een mantelzorger, dan geldt het tarief voor mantelzorgers bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
##### Artikel 3.6.6
1. De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer uit:
- a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in [artikel 3.3.3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.3);
- b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in [artikel 3.6.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=3.6.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01);
- c. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen op grond van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450);
- d. ter verkrijging door de verzekerde van gelden voor het verrichten van betalingen vanuit een bij ministeriële regeling te bepalen verantwoordingsvrij bedrag.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het staken van betaling door de Sociale verzekeringsbank. Deze regels zullen in ieder geval betrekking hebben op betalingen in strijd met wettelijke voorschriften, in strijd met beschikkingen omtrent het persoonsgebonden budget of in strijd met overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.6.7
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het persoonsgebonden budget. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op:
- a. de hulp van een vertegenwoordiger en beperkingen aan de kring van vertegenwoordigers,
- b. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget,
- c. de verantwoording en de controle,
- d. het budgetplan,
- e. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen;
- f. de betaling van bijkomende zorgkosten voor zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.1.1).
#### § 7. Levering buiten Nederland
##### Artikel 3.7.1
1. Aan een verzekerde wordt een vergoeding verstrekt voor kosten van zorg, indien die zorg buiten Nederland is verleend en anders dan op de in [artikel 3.3.1, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.1) omschreven wijze is verkregen als gevolg van de navolgende omstandigheden:
- a. **voortzetting van reeds in Nederland aangevangen zorg bij verblijf buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland:** een verzekerde aan wie zorg wordt verleend, behoudt dit recht buiten een van de staten van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gedurende ten hoogste dertien weken per kalenderjaar;
- b. **voortzetting van palliatief terminale zorg:** in afwijking van onderdeel a geldt bij voortzetting van palliatief terminale zorg een periode van in totaal ten hoogste één jaar;
- c. **onvoldoende binnenlands zorgaanbod:** een verzekerde kan met voorafgaande toestemming van de Wlz-uitvoerder gedurende een periode van ten hoogste één jaar zorg buiten Nederland inroepen, indien, gezien de gezondheidstoestand van betrokkene en het te verwachten verloop daarvan, de noodzakelijke zorg binnen Nederland niet of niet tijdig kan worden verkregen, in welk geval de in rekening gebrachte kosten vergoed, met dien verstande dat voor zover deze kosten die welke in de Nederlandse marktomstandigheden passend zijn te achten overschrijden, wordt het meerdere vergoed voor zover dit naar het oordeel van de Wlz-uitvoerder in redelijkheid in rekening is gebracht;
- d. **verblijf buiten Nederland wegens uitoefening van bedrijf of beroep of uitsluitend wegens studieredenen:** een verzekerde die in verband met de uitoefening van bedrijf of beroep al dan niet in dienstbetrekking of uitsluitend wegens studieredenen buiten Nederland verblijft, kan zolang deze omstandigheid voortduurt en de betrokkene ingevolge de wet verzekerd blijft, buiten Nederland zorg inroepen;
- e. **gezinsleden:** onderdeel d is van overeenkomstige toepassing op een verzekerde die met de verzekerde, bedoeld in dat onderdeel, deel uitmaakt van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de wet;
- f. **spoedeisende zorg bij tijdelijk verblijf:** een verzekerde die gedurende een tijdelijk verblijf buiten Nederland onvoorzien en onmiddellijk noodzakelijke zorg moet inroepen die gelet op de gezondheidstoestand van betrokkene en het te verwachten verloop daarvan, niet kan worden uitgesteld tot de verzekerde is teruggekeerd in Nederland, kan deze zorg gedurende ten hoogste dertien weken ontvangen, welke termijn door de Wlz-uitvoerder kan worden verlengd indien de verzekerde om medische redenen niet gerepatrieerd kan worden.
2. De in rekening gebrachte kosten worden vergoed tot ten hoogste de kosten die in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend zijn te achten, met dien verstande dat de vergoeding in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, hoger kan zijn.
3. Indien de verzekerde krachtens [artikel 3.2.5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.2.5), voor de verleende zorg een bijdrage in de kosten is verschuldigd, wordt deze bijdrage door de Wlz-uitvoerder vastgesteld zoveel mogelijk overeenkomstig dit besluit, en in mindering gebracht op de in het eerste of tweede lid bedoelde vergoeding.
4. Het eerste lid is slechts van toepassing indien door een onafhankelijke arts is vastgesteld dat en in welke omvang de verzekerde op de desbetreffende zorg is aangewezen.
5. De verzekerde heeft gedurende het reizen of het tijdelijk verblijven buiten Nederland geen recht op zorg of op een vergoeding van de kosten daarvan, indien de zorg aan de verzekerde wordt verleend door een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel 1°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=1.1.1) die tevens zorg verleent in het Europese deel van Nederland.
##### Artikel 3.7.2
1. De verzekerde kan een aan hem verleend persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar tijdens verblijf buiten een van de staten van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gebruiken voor betaling van zorg, indien die zorg is verkregen als voortzetting van reeds binnen Nederland aangevangen zorg.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde voor ten hoogste een jaar tijdens verblijf buiten een van de staten van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of Zwitserland een persoonsgebonden budget gebruiken voor betaling van voortzetting van palliatief terminale zorg.
3. Indien de verzekerde langer dan zes weken aaneengesloten buiten Nederland verblijft en daar zorgverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het persoonsgebonden budget berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
- A:. het aantal weken dat de verzekerde binnen Nederland verblijft;
- B:. het getal 52;
- C:. het aan de verzekerde verleende persoonsgebonden budget;
- D:. het aantal weken dat de verzekerde buiten Nederland verblijft;
- E:. het voor het desbetreffende land bij ministeriële regeling vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
##### Artikel 4.1.1
1. Ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in [artikel 4.1.1, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1), gaat de zorgautoriteit ten minste na of de rechtspersoon die de wet wenst te gaan uitvoeren voldoet aan de volgende eisen:
- a. de rechtspersoon behoort tot een groep als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) waarvan ten minste één zorgverzekeraar deel uitmaakt;
- b. de statuten van de rechtspersoon voldoen aan het bij en krachtens [artikel 4.1.2 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.2) gestelde;
- c. de rechtspersoon heeft een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;
- d. de rechtspersoon heeft een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- e. de rechten en verplichtingen binnen de rechtspersoon zijn adequaat vastgelegd;
- f. de rechtspersoon beschikt over adequate rapportagelijnen en over een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie;
- g. de bedrijfsvoering van de rechtspersoon is op een inzichtelijke wijze vastgelegd en is afgestemd op de werkzaamheden die de rechtspersoon als Wlz-uitvoerder zal uitvoeren of laten uitvoeren;
- h. gegeven de verwachte beheerskosten die de rechtspersoon als Wlz-uitvoerder zal maken, zal kunnen worden voorzien in een recht- en doelmatige uitvoering van de wet.
2. Ter beoordeling van de vragen, bedoeld in het eerste lid, laat de zorgautoriteit zich door de rechtspersoon zijn statuten alsmede een programma van werkzaamheden overleggen.
3. Het programma van werkzaamheden omvat ten minste een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere kosten van beheer.
4. De zorgautoriteit is bevoegd nadere regels te stellen omtrent de inhoud van het programma van werkzaamheden.
##### Artikel 4.1.2
1. De zorgautoriteit stelt vast of de Wlz-uitvoerder er zorg voor heeft gedragen dat de geschiktheid en de betrouwbaarheid van personen als bedoeld in [artikel 4.1.1, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1) buiten twijfel staat, op basis van de voornemens, handelingen en antecedenten van deze personen.
2. De Wlz-uitvoerder neemt voor de beoordeling van de geschiktheid van een persoon als bedoeld in [artikel 4.1.1, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1) in ieder geval in aanmerking de opleiding, werkervaring en competenties van deze persoon, alsmede zijn kennis van de financiële sector in het algemeen en van de maatschappelijke functies van de Wlz-uitvoerder en de risico’s die daarbij gelopen worden in het bijzonder, aan de hand van ten minste:
- a. het curriculum vitae van deze persoon;
- b. de relevante geldige diploma’s van deze persoon.
3. De Wlz-uitvoerder neemt voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in [artikel 4.1.1, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.1.1) in ieder geval in aanmerking:
- a. strafrechtelijke antecedenten;
- b. financiële antecedenten;
- c. toezichtantecedenten;
- d. fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
- e. overige antecedenten als bedoeld in [artikel 6 van het Besluit prudentiële regels Wft](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020420&artikel=6).
4. De Wlz-uitvoerder verkrijgt inzicht in de in het eerste lid bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
- a. de door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
- b. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties;
- c. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 28 en volgende van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=28);
- d. gegevens uit openbare bronnen;
- e. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene;
- f. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn, of
- g. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen, waarbij de in het eerste lid bedoelde persoon betrokken is geweest.
5. Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het vierde lid, de Wlz-uitvoerder aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Wlz-uitvoerder ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Wlz-uitvoerder stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van:
- a. de reden van het nadere onderzoek;
- b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en
- c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
6. De Wlz-uitvoerder neemt bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking:
- a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
- b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
- c. de overige belangen van de Wlz-uitvoerder en de betrokkene.
7. De zorgautoriteit maakt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles.
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
##### Artikel 4.2.1
1. De regio’s, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) zijn:
- –. Groningen
- –. Friesland
- –. Drenthe
- –. Zwolle
- –. Twente
- –. Apeldoorn, Zutphen, en omstreken
- –. Arnhem
- –. Nijmegen
- –. Utrecht
- –. Flevoland
- –. ’t Gooi
- –. Noord-Holland Noord
- –. Kennemerland
- –. Zaanstreek/Waterland
- –. Amsterdam
- –. Amstelland en de Meerlanden
- –. Zuid-Holland Noord
- –. Haaglanden
- –. Westland Schieland Delfland
- –. Midden-Holland
- –. Rotterdam
- –. Zuid-Hollandse Eilanden
- –. Waardenland
- –. Zeeland
- –. West-Brabant
- –. Midden-Brabant
- –. Noordoost Brabant
- –. Zuidoost Brabant
- –. Noord- en Midden-Limburg
- –. Zuid-Limburg
- –. Midden IJssel.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gemeenten tot welke regio behoren.
##### Artikel 4.2.2
1. De administratieve werkzaamheden die een op grond van [artikel 4.2.4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) aangewezen Wlz-uitvoerder verricht, betreffen:
- a. het verzorgen van de administratie ten aanzien van de zorg, verleend aan de verzekerden die wonen in de regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen;
- b. het bevorderen van het administratieve contact tussen de zorgaanbieders in die regio enerzijds en het CAK anderzijds.
2. Ten behoeve van het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden beschikt de aangewezen Wlz-uitvoerder over een adequate cliëntvolgende bedrijfsadministratie, waarin een verband kan worden gelegd tussen de indicatiebesluiten van de Wlz-verzekerden, de in opdracht van Wlz-uitvoerders geleverde zorg en de betalingen van zorgaanbieders die deze zorg geleverd hebben.
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
##### Artikel 4.3.1
Een Wlz-uitvoerder besteedt de uitvoering van [artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a, en b, onder 2° en 3°, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.1), middellijk noch onmiddellijk uit aan een zorgaanbieder.
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 3. Uitbestedingsverbod
##### Artikel 5.1.1
1. Het Zorginstituut voert ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van het elektronisch gegevensverkeer, bedoeld in [artikel 9.1.6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=9.1.6), de volgende beheertaken uit:
- a. de vaststelling van standaarden die in het elektronisch gegevensverkeer worden gebruikt, en
- b. het beheer van de standaarden, bedoeld in onderdeel a.
2. Het Zorginstituut bevordert de samenwerking tussen de Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, het CAK en het CIZ op het terrein van het elektronisch gegevensverkeer.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de functionele beveiligingseisen voor het bewerken en vaststellen van gegevens en over de werkzaamheden van het Zorginstituut voor de instandhouding van het elektronische gegevensverkeer.
#### § 1. Zorginstituut
##### Artikel 5.2.1
1. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde op grond van [artikel 10.1.4, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=10.1.4), in aanmerking komt voor ADL-assistentie.
2. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor de vormen van zorg, bedoeld in [artikel 11.1.5, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
3. Het CIZ beoordeelt of een verzekerde in aanmerking komt voor medisch noodzakelijk kortdurend verblijf als bedoeld in [artikel 11.1.5, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=11.1.5).
4. Het CIZ stelt de aanspraak op zorg vast voor in het buitenland wonende personen die verzekerd zijn of met toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels dan wel toepassing daarvan krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid tijdens een verblijf in Nederland recht hebben op verstrekkingen overeenkomst de Nederlandse wetgeving.
5. Het besluit, bedoeld in het vierde lid, houdt rekening met de verwachte verblijfsduur van de zorgvrager in Nederland en heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden, welke eenmalig kan worden verlengd met maximaal zes maanden.
6. Indien daartoe aanleiding bestaat, verzoekt het CIZ de zorgvrager, bedoeld in het vierde lid, zich te behoeve van het onderzoek in persoon te melden. De daaraan verbonden reis- en verblijfskosten zijn voor rekening van de zorgvrager.
##### Artikel 5.2.2
Vervallen
##### Artikel 5.2.3
Het verbod op mandaatverlening, bedoeld in [artikel 7.1.2, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=7.1.2), geldt niet voor door Onze Minister aangewezen organisaties die voor 1 januari 2015 experimenten uitvoerden met regelarme indicatiestelling.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 6.1.1
Bij de bespreking, bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=8.1.1), tussen de zorgaanbieder en de verzekerde die zijn zorg geleverd wenst te krijgen in natura over de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
- a. zeggenschap van de verzekerde over de inrichting van zijn leven, waaronder de betrokkenheid van mantelzorgers en vrijwilligers;
- b. de mogelijkheid om dagelijks te douchen, tijdige hulp bij toiletgang en het tijdig verwisselen van incontinentiemateriaal;
- c. voldoende en gezonde voeding en drinken;
- d. een schone en verzorgde leefruimte;
- e. een respectvolle bejegening, passend bij de eigenheid van de verzekerde, en een veilige en aangename leefsfeer;
- f. mogelijkheden voor de verzekerde tot het beleven van en leven overeenkomstig zijn godsdienst of levensovertuiging;
- g. een zinvolle daginvulling en beweging;
- h. de mogelijkheid om dagelijks in de buitenlucht te verkeren; en
- i. ontwikkeling en ontplooiing van de verzekerde waaronder, in geval van deelname aan onderwijs, afstemming met de school waar verzekerde is aangemeld of toegelaten.
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
##### Artikel 7.1.1
1. Het Zorginstituut verstrekt aan organisaties subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie voor zover die organisaties de ADL-assistentie verlenen aan verzekerden die woonachtig zijn in ADL-woningen.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in [artikel 5.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=5.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
3. In de ADL-woningen wordt zorg geleverd aan verzekerden:
- a. met een lichamelijke handicap of een somatische aandoening of beperking;
- b. die zijn aangewezen op een rolstoeldoorgankelijke woning;
- c. die zijn aangewezen op ten minste vijf uur oproepbare ADL-assistentie per week, en
- d. die voldoende sociaal zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen en om zelfstandig zorg op te roepen en aanwijzingen te geven.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de subsidieverlening voor ADL-assistentie, met inbegrip van de uitvoering daarvan, van wat onder ADL-woningen kan worden verstaan en de controle.
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
##### Artikel 8.1.1
Wijzigt het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.
##### Artikel 8.1.2
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
##### Artikel 8.1.3
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WTZi.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8.1.4
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
##### Artikel 8.1.5
Wijzigt het Besluit zorgverzekering.
##### Artikel 8.1.6
Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.
##### Artikel 8.1.7
Wijzigt het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet.
##### Artikel 8.1.8
Wijzigt het Besluit Jeugdwet.
##### Artikel 8.1.9
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.2.2
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
#### § 2. Financiën
##### Artikel 8.3.1
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
##### Artikel 8.3.2
Wijzigt het Besluit Wfsv.
##### Artikel 8.3.3
Wijzigt het Besluit SUWI.
##### Artikel 8.3.4
Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
##### Artikel 8.3.5
Wijzigt het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.
##### Artikel 8.3.6
Wijzigt het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
#### § 4. Veiligheid en Justitie
##### Artikel 8.4.1
Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.
##### Artikel 8.4.2
Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
##### Artikel 8.4.3
Wijzigt de Penitentiaire maatregel.
##### Artikel 8.4.4
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.5.1
Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.6.1
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
##### Artikel 8.6.2
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
#### § 6. Defensie
##### Artikel 8.7.1
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.8.1
Wijzigt het Besluit Bibob.
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
##### Artikel 8.9.1
Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.1.2a
1. De compensatie vervallen ouderentoeslag bedraagt de som van:
- a. 4% van de grondslag sparen en beleggen, verminderd met, voor zover van toepassing, de vermogensbestanddelen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en
- b. de vermogensinkomensbijtelling,
doch ten hoogste € 1.700.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot van de verzekerde.
3. De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 1. Zorginstituut
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.2a
1. In geval aan een verzekerde of gehuwde verzekerden tezamen meerdere leveringsvormen zijn toegekend, wordt met het oog op de samenloop van bijdragen bij de toepassing van de [artikelen 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.3.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2024-01-01&g=2024-01-01) de volgende rangorde in acht genomen bij de verschuldigdheid van bijdragen door de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen:
- 1°. verblijf in een instelling;
- 2°. een volledig pakket thuis;
- 3°. een persoonsgebonden budget; of
- 4°. een modulair pakket thuis.
2. Indien de verzekerde meerdere leveringsvormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 1° tot en met 4°, ontvangt, is telkens enkel de bijdrage voor de bovenstaande leveringsvorm in de rangorde, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
##### Artikel 10.1
Het [Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003585) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.2
Het [Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005337) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.3
Het [Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.4
Het [Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025521) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.5
Het [Bijdragebesluit zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008253) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.6
Het [Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005335) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.7
Het [Zorgindicatiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008946) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.8
Na de inwerkingtreding van de wet berust het [Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010182) mede op [artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.1.1).
##### Artikel 10.9
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het [derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.10) niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in [artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=4) of voor verpleging als bedoeld in [artikel 5 van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=5).
##### Artikel 10.10
Vervallen
##### Artikel 10.11
Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
##### Artikel 10.12
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=8¶graaf=1&artikel=8.1.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01) werkt terug tot en met de datum waarop [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) in werking treedt.
##### Artikel 10.13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 10.10a
Vervallen
##### Artikel 2.1.5
Als regio als bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.2.1) wordt aangewezen Utrecht.
### Hoofdstuk 3. De inhoud van de verzekering
#### § 1. Het verzekerde pakket en het recht op zorg
#### § 2. Bepalingen over indicatiebesluiten
#### § 3.1. Eigen bijdrage algemeen
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 6. Persoonsgebonden budget
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 9. Economische Zaken
##### Artikel 9.1. Begripsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 9.2. Doel van het experiment
Vervallen
##### Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.
Vervallen
##### Artikel 9.4. Ondersteuningsplan
Vervallen
##### Artikel 9.5. Organisatie integraal budget
Vervallen
##### Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht
Vervallen
##### Artikel 9.7. Evaluatie
Vervallen
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.4a
1. Voor de toepassing van [artikel 3.3.2.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), uit het inkomen van de ongehuwde verzekerde, dan wel van de gehuwde verzekerden tezamen, verminderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag, indien het inkomen van de verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verminderd met 4% van dat vermogen, minder dan € 21.203 bedraagt.
2. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling.
3. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de compensatie vervallen ouderentoeslag van de echtgenoot, indien de echtgenoot van de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en het inkomen van de echtgenoot, verminderd met 4% van zijn vermogen, minder dan € 21.203 bedraagt.
4. Het op grond van het eerste en tweede lid berekende bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, wordt verminderd met € 6.695 indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 1. Zorginstituut
#### § 1. Zorginstituut
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.1.2a
1. De compensatie vervallen ouderentoeslag bedraagt de som van:
- a. 4% van de grondslag sparen en beleggen, verminderd met, voor zover van toepassing, de vermogensbestanddelen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en
- b. de vermogensinkomensbijtelling,
doch ten hoogste € 1.700.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot van de verzekerde.
3. De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 6. Defensie
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.2a
1. In geval aan een verzekerde of gehuwde verzekerden tezamen meerdere leveringsvormen zijn toegekend, wordt met het oog op de samenloop van bijdragen bij de toepassing van de [artikelen 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [3.3.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01) de volgende rangorde in acht genomen bij de verschuldigdheid van bijdragen door de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen:
- 1°. verblijf in een instelling;
- 2°. een volledig pakket thuis;
- 3°. een persoonsgebonden budget; of
- 4°. een modulair pakket thuis.
2. Indien de verzekerde meerdere leveringsvormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 1° tot en met 4°, ontvangt, is telkens enkel de bijdrage voor de bovenstaande leveringsvorm in de rangorde, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.