Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 17 juni 2015, nr. 0000336120, houdende nieuwe nadere regels betreffende toegelaten instellingen volkshuisvesting ter uitvoering van hoofdstuk IV van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015)
- (i). The terms of Paragraph 4(a)(4)(i)(B) are amended in their entirety as follows: ‘(B) calculating that part of the Exposure attributable to the Transactions in dispute by seeking four actual quotations at mid-market from third parties for purposes of calculating the relevant Close-out Amount, and taking the arithmetic average of those obtained; provided that if four quotations are not available for a particular Transaction, then fewer than four quotations may be used for that Transaction, and if no quotations are available for a particular Transaction, then the Valuation Agent's original calculations will be used for the Transaction; and’
- (ii). The terms of Paragraph 6 are amended to read in their entirety as follows: ‘If an Early Termination Date is designated or deemed to occur as a result of an Event of Default in relation to a party, an amount equal to the Value of the Credit Support Balance, determined as though the Early Termination Date were a Valuation Date, will be deemed to be an Unpaid Amount due to the Transferor (which may or may not be the Defaulting Party) for purposes of Section 6(e). For the avoidance of doubt, the Close-out Amount determined under Section 6(e) in relation to the Transaction constituted by this Annex will be deemed to be zero. For purposes of this Paragraph 6, the Value of the Credit Support Balance shall be determined on the basis that the Valuation Percentage applicable to each item of Eligible Credit Support is 100%.’
- (iii). The term ‘Exposure’ in Paragraph 10 of the Annex is hereby amended to read in its entirety as follows: ‘Exposure’ means, with respect to a party on a Valuation Date and subject to Paragraph 4 in the case of a dispute, the amount, if any, that would be payable to that party by the other party (expressed as a positive number) or by that party to the other party (expressed as a negative number) pursuant to Section 6(e)(ii)(1) of this Agreement if all Transactions (other than the Transaction constituted by this Annex) were being terminated as of the relevant Valuation Time, on the basis that (i) that party is not the Affected Party and (ii) the Base Currency is the Termination Currency; provided that the Close-out Amount will be determined by the Valuation Agent on behalf of that party using its estimates at mid-market of the amounts that would be paid for transactions providing the economic equivalent of (x) the material terms of the Transactions, including the payments and deliveries by the parties under Section 2(a)(i) in respect of the Transactions that would, but for the occurrence of the relevant Early Termination Date, have been required after that date (assuming satisfaction of the conditions precedent in Section 2(a)(iii)); and (y) the option rights of the parties in respect of the Transactions.
- (i). Other Provisions
- (i). [All references in this annex to the ‘Transferee’ shall be read as references to Party B, and all corresponding references to the ‘Transferor’ shall be read as references to Party A.]9Will apply when Paragraph 11(b)(ii)(B) and (C) are elected.
- (ii). Minimum Transfer Amount. Notwithstanding the provisions of Paragraph 11(b)(iii)(C), when the Credit Support Amount with respect to both parties on a Valuation Date is zero or provided, that if an Event of Default or Termination Event has occurred and is continuing, the Minimum Transfer Amount with respect to both parties will be zero.
- (iii). [‘Euro-zone’ means the region comprised of members states of the European Union that adopt the single currency in accordance to the EC Treaty (Treaty establishing the European Community (signed in Rome on 25th March, 1957), as amended by the Treaty on European Union (signed in Maastricht on 7th February, 1992).]10Will apply when Paragraph 11(b)(ii)(B) and (C) are elected.
- (iv). ‘Local Business Day’ means TARGET Settlement Day.
- (v). ‘Local Delivery Day’ means TARGET Settlement Day.
- (vi). [‘Approved Clearing System’ means the securities clearing system operated by Clearstream Banking S.A. or Euroclear System.]11Will apply when Paragraph 11(b)(ii)(B) and (C) are elected.
- (vii). Demands and Notices. Paragraph 9(c) of this Annex shall be deleted in its entirety and replaced with the following: All demands and notices given by a party under this Annex will be given as specified hereunder with regard to: Party A: please complete Party B: please complete
IN WITNESS WHEREOF the parties have executed this document on the respective dates specified below with effect from the date specified on the first page of this document.
| Party A | Party B |
|---|---|
| Date | Date |
| Signature | Signature |
| Name | Name |
| Function | Function |
Bijlage 8. bij artikel 22e Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij het verhuren van minder dan 50% van de verhuureenheden aan vergunninghouders
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Het ervan op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, of de met deze toegelaten instelling verbonden onderneming, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’ minder dan 50% van de aanwezige verhuureenheden te verhuren aan vergunninghouders;
- •. Het college het voor het voldoen aan de taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014, niet nodig acht dat ten minste 50% van de verhuureenheden wordt verhuurd aan vergunninghouders.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 9. bij artikel 22f, onder a, Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Zij op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Zij ermee instemt dat de toegelaten instelling de werkzaamheden zoals opgenomen in de ontwerpovereenkomst tussen toegelaten instelling en de pandeigenaar van het betreffende gebouw, verricht;
- •. Het gebouw gebruikt zal worden voor het huisvesten van vergunninghouders, ten minste voor de helft van de woongelegenheden, zolang dit nodig is op grond van de taakstelling zoals geldend op basis van de Huisvestingswet 2014;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende twee weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 10. bij artikel 22f, onder b, Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een met een toegelaten instelling verbonden onderneming
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Zij op de hoogte is dat een met toegelaten instelling ___ verbonden onderneming, verder genoemd ‘verbonden onderneming’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Zij ermee instemt dat de verbonden onderneming de werkzaamheden zoals opgenomen in de ontwerpovereenkomst tussen verbonden onderneming en de pandeigenaar van het betreffende gebouw, verricht;
- •. Het gebouw gebruikt zal worden voor het huisvesten van vergunninghouders, ten minste voor de helft van de woongelegenheden, zolang dit nodig is op grond van de taakstelling zoals geldend op basis van de Huisvestingswet 2014.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 11. bij artikel 22c, onderdeel a, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het college van B&W van de gemeente ________, verklaart dat:
- •. Het op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende vier weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 3. bij artikel 16 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Bijlage 4. bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2022)
D. Mutatieleegstand
De som van alle contante waarden levert de eindwaarde VON ultimo jaar 15 op. Voor de DCF geldt dat de eindwaarde k.k. moet worden genomen. Dit is immers wat een koper kan opbrengen gegeven het feit dat deze de overdrachtskosten aanvullend nog moet betalen. De kasstroom eind jaar 15 is gelijk aan de eindwaarde k.k.
Ook hier geldt dat de huurinkomsten in jaar 15 gelijk zijn aan de helft van de contracthuur vóór en de helft ná mutatie. Daarbij verandert medio jaar zowel het aantal woningen als de contracthuur.
1/3e deel (steeds wisselende deel) een volledige taxatie en resterende 2/3e deel door middel van een markttechnische update. Derhalve met betrokkenheid van de externe taxateur bij de gehele vastgoedportefeuille.
Bijlage 2. bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
2.10 Omgaan met indicatieve uitgangspunten
3.6. Doorexploiteer- en uitpondscenario
4. Macro-economische parameters
4.1. Prijsinflatie
5.2.7.4. Huuraanpassing bij mutatie
6.2.2.4. Berekening bij geen contract of ontbrekende ingangs- en einddatum
6.2.3.4. Beheerkosten
6.2.3.5. Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten
6.2.9. Overdrachtskosten
6.2.7. Disconteringsvoet
6.2.9. Overdrachtskosten
6.2.9. Overdrachtskosten
6.2.9. Overdrachtskosten
6.2.10. Overige punten
6.2.11 Nadere toetsing
7.1. Objectgegevens
7.2.5. Exploitatiekosten
8.1.9. Bijzondere uitgangspunten
Let op: Het is de primaire taak van de toegelaten instelling om juiste brongegevens aan te leveren ten behoeve van de full-taxatie.
Benadering eeuwigdurende exploitatie: In het doorexploiteerscenario wordt een exploitatie verondersteld op basis van doorexploiteren met een voortdurende looptijd. Pas de eeuwigdurende benadering toe door de kasstromen vanaf jaar 15 door te laten lopen tot en met jaar 60. Er wordt vervolgens in jaar 60 geen eindwaarde ingerekend.
Mede door het huursombeleid wijkt het eigen beleid van de corporatie veelal af van de ontwikkeling zoals bepaald in de marktwaarde. In deze stap kan daarom in de beleidswaarde een lagere huurontwikkeling worden gekozen dan is opgenomen in bovenstaande door een lagere opslag op te voeren. De in tabel 23, voor laag segment woningen, en tabel 24 voor midden segment woningen, uitgewerkte huurindexen voor de marktwaarde gelden nog wel als maximum van de toegestane huurontwikkeling.
9.2.4.3. Onderhoud in eindwaarde
9.2.4. Stap 3: kwaliteit (onderhoud)
2. Verwerkingswijze in de jaarrekening
17. Bijlage 8: voorbeelden eindwaardeberekening
Bijlage 3. bij artikel 16 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
1. Algemeen
2.1. Ontwikkeling vastgoedportefeuille
16. Bijlage 7: Accountantscontrole
4.1. Specificatie bedrijfswaarde toegelaten instelling
13. Bijlage 4: Waardering studentcomplexen
14. Bijlage 5: Rapportage vereisten vanuit NRVT
11. Bijlage 2: Overzicht Fullregio’s en aardbevingsgebieden
Bijlage 4. bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2018)
12. Bijlage 3: Overzicht toepassing basis of full
1. Inleiding
12. Bijlage 3: Overzicht toepassing basis of full
1. Uit te voeren analyses door woningcorporaties (op te nemen in het jaarrekeningdossier)
19. Bijlage 10: Vereisten interne waardering
17.1. Eindwaarde in doorexploitatiescenario
17.2. Eindwaarde in het uitpondscenario
Ook deze huur is gecorrigeerd voor de huurderving oninbaar.
De drie huurcomponenten zijn hieronder nogmaals schematisch weergegeven.
Omdat vanaf jaar 16 het aantal woningen dat muteert steeds verder afneemt is voor mutatieleegstand ook de kapitalisatiefactor K1 van toepassing.
2.1. Doel
20.2.3. Stap 2: betaalbaarheid (huur)
Voor alle scenario’s moet de corporatie jaarlijks een backtesting uitvoeren. Een structureel significante afwijking tussen de interne waardering / markttechnische update en de reguliere taxatie vereist nadere analyse door de corporatie. De externe taxateur kan enkel een backtest uitvoeren van hetgeen de externe taxateur zelf eerder heeft getaxeerd. De externe taxateur beoordeelt niet de waardeontwikkeling van een door hem of haar uitgevoerde volledige taxatie of markttechnische update ten opzichte van een door de corporatie intern uitgevoerde waardering.
Voor toepassing van scenario 3 gelden een aantal voorwaarden, welke onderstaand zijn toegelicht. Voorafgaand aan de balansdatum stemmen corporaties en accountants in scenario 3 af of de corporatie aan de kwaliteitseisen kan voldoen en of dit een begaanbare route is dan wel dat (nog) moet worden uitgegaan van scenario 1 of 2.
20.2.1. Stap 0: marktwaarde in verhuurde staat
Input bestaat uit datacontroles (verklaren afwijkingen inputdata (brongegevens en taxatieparameters) dit jaar versus vorig jaar), ontwikkeling taxatieparameters (met name leegwaarde, markthuur, mutatiegraad, disconteringsvoet, en exit yield/eindwaarde) en de representativiteit 1/3e deel versus 2/3e deel op complexniveau. Output bestaat uit tenminste een outlier-analyse (bijvoorbeeld huur/leegwaarderatio, kapitalisatiefactor, leegwaarderatio, exploitatiekostenratio en marktwaardeontwikkeling), een vergelijking tussen 1/3e en 2/3e deel wat betreft vergelijking huur/leegwaarderatio versus kapitalisatiefactor en taxatie/leegwaarde en tot slot back-testing.
De onderbouwing leegwaarde, huurwaarde, rendement alsmede de kasstromen per complex worden door softwareleveranciers ook buiten het taxatie management systeem bewaard en zijn voor zowel externe taxateur als accountant toegankelijk.
De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek van de eerste 2 punten weer in een controleverklaring. Daarbij houdt de accountant rekening met de overige bij of volgens de wet gestelde eisen.
Verder zijn door het hele accountantsprotocol tekstuele wijzigingen doorgevoerd en is de presentatie aangepast voor betere leesbaarheid. Waar in het protocol gesproken wordt over woningcorporaties, worden toegelaten instellingen volgens artikel 19 van de Woningwet bedoeld.
Het accountantsprotocol wordt op één punt versoepeld: de controle op meervoudig aanbesteden bij maatschappelijk onroerend goed (MOG) komt te vervallen. Deze aanpassing volgt uit een analyse van de aanbestedingsplicht op dit onderdeel. Uit die analyse blijkt dat de Woningwet weliswaar een aanbestedingsplicht kent, maar geen specifieke verplichting tot meervoudig aanbesteden bij MOG voorschrijft. Op basis daarvan heeft de Aw besloten om de accountantscontrole op dit onderdeel te laten vervallen.
Volgens artikel 37 van de Woningwet geeft een woningcorporatie een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent opdracht tot onderzoek met betrekking tot de volgende 3 objecten:
Volgens artikel 37, lid 4 van de Woningwet, stelt bijlage 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (Rtiv) voorwaarden aan de werkzaamheden van de accountants van de woningcorporaties. Dit accountantsprotocol is de invulling hiervan. Doel van het protocol is om instructies te geven voor de werkzaamheden en rapportages van de accountant.
Bij een fusie (in het verslagjaar) tussen woningcorporaties is er overleg tussen de Aw, de betrokken woningcorporaties en de accountant. Dit overleg gaat over de toepassing van het accountantsprotocol en de tekst van de assurance-rapporten.
De accountantswerkzaamheden met betrekking tot de onderzoeksobjecten leiden tot een aantal accountantsrapportages. Deze vindt u op de website van de NBA. De accountant levert de volgende rapportages:
Eind november 2022 is de Europese richtlijn duurzaamheidsrapportage door de EU aangenomen. Deze richtlijn is ook bekend als de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De CSRD verplicht ondernemingen (waarop Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is) om te rapporteren over niet-financiële informatie, zoals impact op het milieu en het sociale domein. Woningcorporaties zijn vaak georganiseerd als stichting of vereniging. Zij worden (vooralsnog) niet gezien als ‘ondernemingen’ op grond van de richtlijn voor jaarverslaggeving. Daarom is de CSRD vooralsnog niet van toepassing voor woningcorporaties.
Het assurance-rapport strekt zich uit over de genoemde 4 onderdelen. De accountant verstrekt per onderdeel een afzonderlijk oordeel. De accountant omschrijft en onderbouwt een afwijkend oordeel in het assurance-rapport.
20.2.5. Stap 4: beheer
Bij de controle past de accountant de algemene (voor de jaarrekeningcontrole geldende) betrouwbaarheids- en nauwkeurigheidsnormen toe. Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om deze normen te bepalen, met inachtneming van wat hierover in de NV COS is opgenomen. Voor de werkzaamheden die volgen uit de Regeling Controleprotocol WNT, is de materialiteit die in dat protocol is opgenomen van toepassing.
Bijlage 5. bij artikel 19 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
4.2. Specifiek van toepassing zijnde regelgeving
3. Rubriek B: het assurance-rapport met betrekking tot de naleving van specifieke wet- en regelgeving in de dVi over het verslagjaar
3.1. Doel
20.2.9. Nadere toetsing beleidswaarde
De accountant controleert of de verantwoording over de onderwerpen die in paragraaf 3.5 van dit protocol staan nauwkeurig en volledig is. Dit houdt in dat de accountant toetst of aan de relevante onderdelen van de wet- en regelgeving is voldaan. De accountant stelt vast dat de verantwoording in onderdeel 5.1 van de dVi nauwkeurig en volledig is.
3.2. Regelgeving die specifiek van toepassing is
3. Onderdeel dVi 5.1.4 (vervreemding woongelegenheden aan natuurlijke personen voor eigen bewoning en maatschappelijk vastgoed aan huurders)
3.3. Materialiteit
4. Rubriek C: het assurance-rapport met betrekking tot de dVi over het verslagjaar (cijfermatige verantwoording)
4.1. Doel
4. Rubriek C: het assurance-rapport met betrekking tot de dVi over het verslagjaar (cijfermatige verantwoording)
4.2. Specifiek van toepassing zijnde regelgeving
3.4. Oordelen in het assurance-rapport
4.2. Specifiek van toepassing zijnde regelgeving
3.5. Onderdelen assurance-rapport naleving specifieke wet- en regelgeving
4.1. Doel
4.3. Materialiteit
Accountantsprotocol
Accountantsprotocol
1. Algemeen
1. Algemeen
4.4. Oordelen in het assurance-rapport
4.3. Materialiteit
4.5. Onderdelen assurance-rapport cijfermatige verantwoording
10. Onderdeel dVi 5.1.10 (Verhuur van woongelegenheden via derden)
4.5. Onderdelen assurance-rapport cijfermatige verantwoording
4. Rubriek C: het assurance-rapport inzake de dVi over het verslagjaar (cijfermatige verantwoording)
4.4. Oordelen in het assurance-rapport
2. Rubriek A: de controleverklaring met betrekking tot de jaarrekening en het bestuursverslag
2.1. Doel
4. Rubriek C: het assurance-rapport met betrekking tot de dVi over het verslagjaar (cijfermatige verantwoording)
4.1. Doel
4.4. Oordelen in het assurance-rapport
Bijlage 6. bij art. 43 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
4.5. Onderdelen assurance-rapport cijfermatige verantwoording
2.3. Materialiteit (betrouwbaarheid en nauwkeurigheid)
In de sector zijn diverse initiatieven in ontwikkeling om de woningtoewijzing deels of geheel te automatiseren. Zowel de reguliere manier van woningtoewijzing als deze nieuwe initiatieven kunnen naast elkaar bestaan. Dit kan betekenen dat een deel van de woningtoewijzing op de reguliere manier gaat, terwijl een ander deel via een geautomatiseerde toewijzing gebeurt. De reguliere toewijzingen toetst de accountant door de deelwaarneming. De accountant kan voor het geautomatiseerde deel van de toewijzingen kiezen voor een systeemgerichte controle, inclusief gebruik maken van een assurance-rapportage van een accountantsorganisatie bij initiatieven om woningtoewijzingen te automatiseren, waaronder bijvoorbeeld inkomenstoetsing. De accountant kan ook kiezen voor de reguliere gegevensgerichte controle.
Voor 9 onderdelen van de dVi (zie verder de paragraaf ‘Onderdelen assurance-rapport’) wordt per onderdeel een oordeel van de accountant gevraagd. Voor al deze onderdelen geldt een betrouwbaarheidsnorm van 95%.
De door de accountant te hanteren materialiteitsnormen staan voor de dVi-onderdelen 1 tot en met 6 en 9 (per onderdeel) in de paragraaf ‘Onderdelen assurance-rapport’.
Bij de dVi-onderdelen 7 en 8 voert de accountant een deelwaarneming uit. Die geldt mede als basis om een oordeel te formuleren. De tabel ‘Vertaling naar oordeel’ hierna geeft aan hoe de accountant met de bevindingen omgaat in relatie tot het te formuleren oordeel over de betreffende dVi-onderdelen 7 en 8. De percentages hebben bij beide onderdelen betrekking op aantallen (toewijzingen).
Bijlage 6. bij art. 43 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Bijlage 8. bij artikel 22e Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij het verhuren van minder dan 50% van de verhuureenheden aan vergunninghouders
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Het ervan op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, of de met deze toegelaten instelling verbonden onderneming, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’ minder dan 50% van de aanwezige verhuureenheden te verhuren aan vergunninghouders;
- •. Het college het voor het voldoen aan de taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014, niet nodig acht dat ten minste 50% van de verhuureenheden wordt verhuurd aan vergunninghouders.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 9. bij artikel 22f, onder a, Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Zij op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Zij ermee instemt dat de toegelaten instelling de werkzaamheden zoals opgenomen in de ontwerpovereenkomst tussen toegelaten instelling en de pandeigenaar van het betreffende gebouw, verricht;
- •. Het gebouw gebruikt zal worden voor het huisvesten van vergunninghouders, ten minste voor de helft van de woongelegenheden, zolang dit nodig is op grond van de taakstelling zoals geldend op basis van de Huisvestingswet 2014;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende twee weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 10. bij artikel 22f, onder b, Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een met een toegelaten instelling verbonden onderneming
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Zij op de hoogte is dat een met toegelaten instelling ___ verbonden onderneming, verder genoemd ‘verbonden onderneming’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Zij ermee instemt dat de verbonden onderneming de werkzaamheden zoals opgenomen in de ontwerpovereenkomst tussen verbonden onderneming en de pandeigenaar van het betreffende gebouw, verricht;
- •. Het gebouw gebruikt zal worden voor het huisvesten van vergunninghouders, ten minste voor de helft van de woongelegenheden, zolang dit nodig is op grond van de taakstelling zoals geldend op basis van de Huisvestingswet 2014.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 11. bij artikel 22c, onderdeel a, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het college van B&W van de gemeente ________, verklaart dat:
- •. Het op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende vier weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 12. bij artikel 22c, onderdeel b, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring openbaar lichaam bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het orgaan dat is belast met het dagelijks bestuur in het openbaar lichaam ________, verklaart dat:
- •. Het op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende vier weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: _______
Bijlage 13. bij artikel 40a, onderdeel c, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
2.2. Wet- en regelgeving die specifiek van toepassing is
Bij de controle van de onderdelen a en b geldt een materialiteit van 0%, aangezien het hierbij gaat om het vaststellen van de aansluiting van de dVi-informatie met de gecertificeerde jaarrekening of de onderliggende specificaties.
Bij de controle van de onderdelen a en b geldt een materialiteit van 0%, aangezien het hierbij gaat om het vaststellen van de aansluiting van de dVi-informatie met de marktwaardeberekening en de beleidswaardeberekening met de gecertificeerde jaarrekening, ongeacht of deze berekening op alle gegevens door de accountant bij de jaarrekeningcontrole is gecontroleerd. Hierbij is de uitkomst goed (geen verschil) of fout (wel verschil).
2.4. Controleverklaring
Bij de controle van de onderdelen a, b en c geldt een materialiteit van 0%, aangezien het hierbij gaat om het vaststellen van de aansluiting van de dVi-informatie met de (toelichting bij de) gecertificeerde jaarrekening. In dat geval is de uitkomst goed (geen verschil) of fout (wel verschil).
Bij de controle van de onderdelen a, b en c geldt een materialiteit van 0%, aangezien het hierbij gaat om het vaststellen van de aansluiting van de dVi-informatie met de (toelichting bij de) gecertificeerde jaarrekening. In dat geval is de uitkomst goed (geen verschil) of fout (wel verschil).
3.5. Onderdelen assurance-rapport naleving specifieke wet- en regelgeving
Door het uitvoeren van deze deelwaarneming stelt de accountant vast dat de verantwoording die op dit punt is afgelegd in de dVi nauwkeurig is.
9. Onderdeel dVi 5.2.2 – Aangegane huurovereenkomsten met betrekking tot woongelegenheden met een huurprijs tot en met € 752,33 in de gevallen dat het huishoudinkomen ten hoogste € 40.024 dan wel € 44.655 per jaar is, dan wel op een andere toegestane basis
Bij de hiervoor beschreven deelwaarneming op de woningtoewijzing voldoet de woningcorporatie aan de volgende voorwaarden:
Voor 2025 geldt dat woningcorporaties minimaal 92,5% van hun woningen met een huurprijs tot en met € 900,07 moeten toewijzen aan eenpersoonshuishoudens met een huishoudinkomen tot € 49.669 en meerpersoonshuishoudens met een gezamenlijk huishoudinkomen tot € 54.847. De resterende 7,5% van de woningen tot aan deze huurprijsgrens mag in deze periode vrij worden toegewezen. De woningcorporatie kan in de prestatieafspraken afwijkende normen overeenkomen. Hierbij geldt een minimale norm van 85%.
3.3. Materialiteit
3.3. Materialiteit
Doel van de werkzaamheden van de accountant is het vaststellen of de verantwoording onder 5.2.2 nauwkeurig en volledig is. Dit leidt tot één (1) en niet meer dan 1 oordeel dat betrekking heeft op 5.2.2 als geheel. Als er sprake is van een oordeelsonthouding vanwege het niet kunnen vaststellen van de volledigheid van de verantwoording, voert de accountant wel de werkzaamheden met betrekking de nauwkeurigheid uit. Het oordeel met betrekking tot de nauwkeurigheid van de gegevens die in de dVi zijn verantwoord komt tot uitdrukking in het assurance-rapport.
De accountant betrekt de volgende aspecten bij zijn werkzaamheden:
Model voor de raamovereenkomst inzake het aantrekken van financiële derivaten
Het kan zijn dat de accountant door het aspect van intermediaire verhuur de volledigheid van de verantwoording onder 5.2.2 niet kan vaststellen. Het externe toezicht rekent het de woningcorporatie niet in alle gevallen aan dat het oordeel ‘volledigheid’ ontbreekt. Daarom is het belangrijk dat de accountant in voorkomende gevallen zichtbaar maakt waarom het oordeel ‘volledigheid’ achterwege is gebleven. Het is belangrijk om aan te geven of ontoegankelijkheid van de huuradministratie van de intermediaire verhuurder een doorslaggevende betekenis heeft voor het niet kunnen vaststellen van de volledigheid. Dit betekent dat de accountant de volledigheid van de verantwoording op dit punt wel had kunnen vaststellen als het aspect van intermediaire verhuur buiten beschouwing was gebleven.
3.4. Oordelen in het assurance-rapport
Is er sprake van intermediaire verhuur? Dan kan de controlerend accountant van de woningcorporatie als dat nodig is gebruik maken van de werkzaamheden van de accountant van de intermediair. De controlerend accountant van de woningcorporatie past dan alle relevante bepalingen uit standaard 600 (NV COS) toe.
3.5. Onderdelen assurance-rapport naleving specifieke wet- en regelgeving
De meest recente bestuursverklaring vindt u op de website van de Aw.
Modelovereenkomst collegiale geldlening toegelaten instellingen
De accountant stelt de nauwkeurigheid van de verantwoording van het aantal aangegane huurovereenkomsten (voor wat betreft de woningen met een huur van € 900,07 of lager) aan de doelgroep vast. De doelgroep heeft een huishoudinkomen van maximaal € 49.669 of 54.847 per jaar, of is op een andere manier toerekenbaar aan de doelgroep.
De accountant stelt vast of de woningcorporatie het inkomen heeft vastgesteld volgens de regelgeving (bijlage 1 van de Rtiv). Uitgangspunt daarbij zijn de inkomensgegevens die door de Belastingdienst zijn vastgesteld en/of verstrekt. Dit is een definitieve of voorlopige aanslag voor de inkomstenbelasting, of een verklaring over het inkomen. De woningcorporatie kan ook, al dan niet rechtstreeks, inkomensgegevens van de (aspirant)huurders verkrijgen via een pdf, schermafbeelding of andere digitale informatie4Ontbreekt bij het digitaal document, waarop minimaal het inkomen, geslachtsnaam en geboortedatum van de (aspirant)huurders staat vermeld, een digitaal waarmerk van de overheid? Dan volstaat, als onderbouwing voor de authenticiteit van de gegevens bij het gehanteerde woonruimteverdeelsysteem, een NV COS 3402 type 2 rapportage of een NV COS 3000A rapportage die toeziet op de authenticiteit van deze gegevens. Het uitgangspunt blijft dat de accountant in dit geheel zijn eigenstandige verantwoordelijkheid behoudt., waaruit blijkt dat deze zijn ontleend aan MijnOverheid.nl of MijnBelastingdienst.nl. Als de corporatie voor haar verantwoording van de toewijzingen gebruik maakt van digitale informatie en de accountant wil daar voor zijn controle op steunen, dan stelt de accountant opzet, bestaan en werking van het onderliggende systeem vast.
Artikel 1
Geeft de Belastingdienst in de inkomensverklaring aan dat het inkomen onbekend is? Dan is deze verklaring niet bruikbaar voor de inkomenstoetsing. In dat geval moet er een inkomenstoetsing plaatsvinden aan de hand van (actuele) inkomensbescheiden, zoals vermeld in schema B van bijlage 1 van de Rtiv.
Artikel 1
De accountant voert een risicogerichte deelwaarneming uit op de toewijzingen. De omvang van de reguliere deelwaarneming is 10% van de toewijzingen met een minimumaantal van 25 en een maximumaantal van 50. Door het uitvoeren van deze deelwaarneming stelt de accountant vast dat de verantwoording die op dit punt is afgelegd in de dVi nauwkeurig is.
10. Onderdeel dVi 5.3 specificatie bezoldiging topfunctionarissen en overige medewerkers (voor zover de WNT dit vereist) verslagjaar
Ten aanzien van toewijzingen uit de deelwaarneming waarvoor digitale informatie is gebruikt, kan de accountant de nauwkeurigheid systeemgericht toetsen door de opzet, het bestaan en de werking van het gebruikte systeem vast te stellen. Dit betekent dat, als een subset van de deelwaarneming wordt gevormd door een aantal toewijzingen op basis van digitale inkomensverklaringen, het in dit geval kan volstaan om slechts één item te toetsen. Als geen bevindingen worden geconstateerd, hoeven de overige items van deze subset niet te worden gecontroleerd.
Als uit de deelwaarneming fouten in de verantwoording blijken, dan worden deze fouten vertaald naar de massa van de genoemde deelgroep. De accountant bepaalt wat de impact is van deze fouten op de totale hoeveelheid aangegane huurovereenkomsten met betrekking tot zodanige woongelegenheden. Dit leidt mogelijk tot een aanvullende deelwaarneming.
Naast de waarschijnlijkheidstoetsen zoals hierboven beschreven, besteedt de accountant ook aandacht aan getoetste inkomens die net onder de grens van € 49.669 en € 54.847 liggen. Afhankelijk van de omvang voert de accountant een gegevensgerichte deelwaarneming uit. De omvang van deze deelwaarneming baseert de accountant op basis van ‘professional judgement’.
Bij de controle geldt een materialiteit van 0%, omdat het gaat om het vaststellen van de aansluiting van de dVi-informatie met de (onderbouwing van de) gecertificeerde jaarrekening.
Alsdan zal het schuldrestant geheel en ineens door Geldnemer worden terugbetaald.
dPi (de Prospectieve informatie) forecast 2026 en prognosejaren 2027-2031
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 4. bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2018)
11. Bijlage 2: Overzicht Fullregio’s en aardbevingsgebieden
15. Bijlage 6: Verklaring opdrachtgever onderzoeks-verplichtingen Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024
13. Bijlage 4: Waardering studentcomplexen
E. Overdrachtskosten
Hieronder is nogmaals schematisch weergegeven wat in een uitpondscenario plaatsvindt.
1/3e deel (steeds wisselende deel) een volledige taxatie door de externe taxateur en het resterende 2/3e deel kan door de corporatie intern worden gewaardeerd, waarbij voor het 2/3e deel wordt voldaan aan kwaliteitseisen, rapportagevereisten en representativiteitsvereisten.
De corporatie heeft een adequaat asset management, waaronder tevens wordt verstaan adequaat planmatig werken, waarborging van de onafhankelijkheid van de interne taxateur, toereikende functiescheiding met duidelijk belegde verantwoordelijkheden en (gedocumenteerde) interne controle. Opzet/bestaan hiervan worden door de corporatie beschreven in een intern waarderingsprotocol, waarin wordt opgenomen wat de overwegingen zijn van de corporatie om te concluderen dat intern adequate kennis/competenties beschikbaar zijn bij betrokken functionarissen om de waardering zelf te verzorgen. Tevens wordt in het interne waarderingsprotocol de interne controle nader uitgewerkt in controle/toetsing basisgegevens en vrijheidsgraden (‘input’) en uitkomst/analyse (‘output’).
De corporatie heeft beschikking over passende informatie qua referenties en onderbouwt op complexniveau de voornaamste vrijheidsgraden (leegwaarde, markthuur, disconteringsvoet) Door middel van externe vergelijkbaarheid/gegevens (qua markthuur/disconteringsvoet) bijvoorbeeld op basis van de uitkomsten van diverse overleggen, waaronder het benchmarkoverleg.
Ten aanzien van scenario 3, interne waardering, kan het volgende stappenplan als richtlijn worden aangehouden:
2. Rubriek A: de controleverklaring met betrekking tot de jaarrekening en het bestuursverslag
De huuraanpassing van geliberaliseerde woningen is in de beleidswaarde gelijk aan de huurindexen in de marktwaarde voor geliberaliseerde woningen zoals opgenomen in tabel 24.
Bijlage 5. bij artikel 19 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
20.2.3.2. Huuraanpassing contracthuren gereguleerde woningen in beleidswaarde
2.2. Wet- en regelgeving die specifiek van toepassing is
2.4. Controleverklaring
3. Rubriek B: het assurance-rapport met betrekking tot de naleving van specifieke wet- en regelgeving in de dVi over het verslagjaar
20.2.3.4. Correctie erfpacht
3.2. Regelgeving die specifiek van toepassing is
3.3. Materialiteit
20.2.4.1. Definitie onderhoud
3.4. Oordelen in het assurance-rapport
2. Rubriek A: de controleverklaring met betrekking tot de jaarrekening en het bestuursverslag
3.5. Onderdelen assurance-rapport naleving specifieke wet- en regelgeving
3.5. Onderdelen assurance-rapport naleving specifieke wet- en regelgeving
20.2.6. Stap 5: disconteringsvoet
2.2. Wet- en regelgeving die specifiek van toepassing is
2.3. Materialiteit (betrouwbaarheid en nauwkeurigheid)
20.2.7. Aanvullende objectgegevens voor berekening beleidswaarde
2.4. Controleverklaring
20.2.6. Stap 5: disconteringsvoet
Bijlage 3. bij artikel 16 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
De materialiteit voor de verschillende onderdelen in rubriek B (zie paragraaf 3.5) staat in het onderstaande schema.
1Een materialiteit van 0% geldt, in die zin dat de uitkomst goed (geen afwijking van regelgeving), fout (wel afwijking van regelgeving) of onzeker (onzekerheid over de afwijking van de regelgeving) is.
2De algemene materialiteit die geldt voor de jaarrekeningcontrole.
3Dit betekent dat de accountant alle geconstateerde afwijkingen bij deze onderdelen toelicht in een aparte paragraaf in het assurance-rapport (‘Overige aangelegenheden’). Ook als dit geen invloed heeft op het afgegeven oordeel.
Bijlage 9. bij artikel 22f, onder a, Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Zij op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Zij ermee instemt dat de toegelaten instelling de werkzaamheden zoals opgenomen in de ontwerpovereenkomst tussen toegelaten instelling en de pandeigenaar van het betreffende gebouw, verricht;
- •. Het gebouw gebruikt zal worden voor het huisvesten van vergunninghouders, ten minste voor de helft van de woongelegenheden, zolang dit nodig is op grond van de taakstelling zoals geldend op basis van de Huisvestingswet 2014;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende twee weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 10. bij artikel 22f, onder b, Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een met een toegelaten instelling verbonden onderneming
Het college van B&W van de gemeente ________, verder genoemd ‘college’, verklaart dat:
- •. Zij op de hoogte is dat een met toegelaten instelling ___ verbonden onderneming, verder genoemd ‘verbonden onderneming’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Zij ermee instemt dat de verbonden onderneming de werkzaamheden zoals opgenomen in de ontwerpovereenkomst tussen verbonden onderneming en de pandeigenaar van het betreffende gebouw, verricht;
- •. Het gebouw gebruikt zal worden voor het huisvesten van vergunninghouders, ten minste voor de helft van de woongelegenheden, zolang dit nodig is op grond van de taakstelling zoals geldend op basis van de Huisvestingswet 2014.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 11. bij artikel 22c, onderdeel a, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Verklaring gemeente bij werkzaamheden door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap
Het college van B&W van de gemeente ________, verklaart dat:
- •. Het op de hoogte is dat toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap ___, verder genoemd ‘toegelaten instelling’, voornemens is om werkzaamheden te verrichten in het gebouw aan adres _______, verder genoemd ‘gebouw’, in bezit van pandeigenaar ________, verder genoemd ‘pandeigenaar’;
- •. Via algemene bekendmaking gedurende vier weken langs elektronische weg is nagegaan of anderen dan de toegelaten instelling werkzaamheden in het gebouw wensen te verrichten;
- •. Die algemene bekendmaking in elke vorm en in elk medium dezelfde informatie bevatte, waaronder in elk geval een omschrijving van het bewuste gebouw, het startmoment en duur van de opdracht en de wijze waarop het gebouw na afloop van de opdracht dient te worden opgeleverd.
Datum: ________
Handtekening: __________
Naam: ________
Bijlage 3. bij artikel 16 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Bijlage 3. bij artikel 16 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Bijlage 4. bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2023)
Bijlage 13. bij artikel 40a, onderdeel c, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
De accountant onderzoekt of de woningcorporatie in het verslagjaar heeft voldaan aan de verkoopregels uit de Woningwet, Btiv en Rtiv. Om te bepalen of een vervreemding valt in deze periode, is de datum van het transport van de onroerende zaak bij de notaris bepalend. Voor de werkzaamheden in deze paragraaf geldt dat er geen onderscheid is tussen vervreemding van bestaande woongelegenheden en de vervreemding van nieuwbouw woongelegenheden.
De accountant stelt vast dat de verantwoording in onderdeel 5.1.3 van de dVi nauwkeurig en volledig is. Daartoe stelt de accountant vast dat de woningcorporatie in het verslagjaar voldoet aan de regelgeving voor het vervreemden van woongelegenheden en gebouwen met een maatschappelijke gebruiksbestemming. Dit is beschreven in artikel 45, lid 2, onderdeel d van de Woningwet en bijlage 2 en 3 van het Btiv. En in artikel 27, lid 1, aanhef en onderdeel a, van de Woningwet, artikelen 22 tot en met 25 van het Btiv en artikelen 9 tot en met 12a van de Rtiv.
In Richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving wordt het volgende niet gekwalificeerd als een verkooptransactie volgens Richtlijn 270:
‘Verkoop van een woning door de woningcorporatie met een terugkoopplicht en verkoop met een terugkooprecht tegen een prijs die significant lager is dan de verwachte reële waarde op het terugkoopmoment.’
In het reglement financieel beleid en beheer van de corporatie staan de bepalingen voor derivaten. De Aw heeft vastgesteld dat deze bepalingen in overeenstemming zijn met het gestelde in de artikelen 106 tot en met 108 van het Btiv.
De accountant betrekt bij zijn onderzoek van bovenstaande punten ook de vragen en antwoorden over derivaten (op de website van de Aw).
De accountant stelt vast of er in het verslagjaar nieuwe overeenkomsten zijn gesloten wat betreft verhuur van woongelegenheden via derden (intermediaire verhuur). En zo ja, of in deze overeenkomsten de toegankelijkheid van de verhuuradministratie van de derde partij zo is geregeld dat de nauwkeurigheid en volledigheid van de verhuringen kan worden vastgesteld, zoals bepaald in artikel 58 van het Btiv.
Het doel van de werkzaamheden van de accountant, zoals bedoeld in artikel 37 van de Woningwet, die leiden tot een assurance-rapport is om een redelijke mate van zekerheid te verlenen over de nauwkeurige en volledige weergave van een specifiek aantal onderdelen uit het overzicht van de dVi over het verslagjaar. Dit is inclusief verantwoording over woningtoewijzingen.
Blijken uit de deelwaarneming fouten in de verantwoording? Dan worden deze fouten vertaald naar de massa van de genoemde deelgroep. De accountant bepaalt wat de impact van deze fouten is op de totale hoeveelheid woningtoewijzingen. Dit leidt mogelijk tot een aanvullende deelwaarneming.
Bij een aantal onderdelen wordt van de accountant gevraagd om de gegevens in de dVi aan te laten sluiten met de jaarrekening. Tenzij anders opgenomen, worden hierbij geen andere aanvullende werkzaamheden gevraagd.
4.3. Materialiteit
2. Onderdeel dVi 2.1 en 3.4.2 – Grondposities
3.1. Doel
De accountant hanteert de volgende fout- en onzekerheidsdefinities. Van een fout in de verantwoording is sprake als naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat. Saldering van fouten is niet toegestaan.
Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (controle-) informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Kortom: als er onzekerheid is over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert. Wanneer er sprake is van zowel fouten als onzekerheden, dan weegt de accountant deze fouten en onzekerheden bij de oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.
4.4. Oordelen in het assurance-rapport
Het assurance-rapport strekt zich uit over de genoemde 9 onderdelen. De accountant moet per onderdeel een afzonderlijk oordeel formuleren.
4.5. Onderdelen assurance-rapport cijfermatige verantwoording
De accountant geeft een oordeel over de hierna genoemde elementen uit de dVi over het verslagjaar.
Bij de controle van de onderdelen a, b en c geldt een materialiteit van 0%, aangezien het hierbij gaat om het vaststellen van de aansluiting van de dVi-informatie met de (toelichting bij de) gecertificeerde jaarrekening. In dat geval is de uitkomst goed (geen verschil) of fout (wel verschil).
De accountant voert een deelwaarneming uit op het overzicht van 5.2.1a, 1b, 1c en 1d. Hierbij wordt 10% van het aantal toewijzingen beoordeeld met een minimumaantal van 25 en een maximumaantal van 50. De uitwerking van de deelwaarneming staat in onderdeel 9. De accountant zorgt bij de selectie van de posten voor een redelijke spreiding van de selectie over de aspecten huurgrenzen, huishoudsamenstelling (1-, 2-, of 3- en meerpersoonshuishoudens) en over inkomensgrenzen. Verder is het belangrijk dat de toewijzingen aan huurders van onzelfstandige woongelegenheden niet worden verantwoord onder 5.2.1. Uitzondering op deze regel zijn onzelfstandige woongelegenheden waarvoor geldt dat een verzoek van de woningcorporatie of intermediaire verhuurder aan de Belastingdienst is toegekend om deze woningen voor begeleid wonen (bijvoorbeeld Thomashuizen) of groepswonen voor ouderen te laten aanwijzen. Dat geldt ook voor studentenwoningen die in het verleden door de Belastingdienst in dit kader zijn aangewezen. Deze toewijzingen in de aangewezen complexen worden wel onder 5.2.1. verantwoord, omdat ze ook meetellen voor de passendheidsnorm.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 14a
De definities ‘beheer’ en ‘onderhoud’ als opgenomen in bijlage 2 zijn van overeenkomstige toepassing op:
- a. de posten ‘Lasten onderhoudsactiviteiten’, ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatie bezit’ in de jaarrekening, bedoeld in artikel 35 van de wet;
- b. het overzicht, bedoeld in artikel 36a, vierde lid, van de wet;
Het tweede lid is voor het eerst van toepassing op de jaarrekening en het overzicht, bedoeld in artikel 36a, vierde lid, van de wet, over het verslagjaar 2020.
Hoofdstuk III. Werkzaamheden van toegelaten instellingen
Afdeling 1. Relatie met de gemeente
§ 1. Uitvoering van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid
Afdeling 2. Diensten van algemeen economisch belang
Afdeling 2a. Werkzaamheden ten behoeve van derden
Afdeling 3. Administratieve scheiding en vermogensscheiding
§ 4. Goedkeuring van de administratieve scheiding
Afdeling 4. Juridische scheiding
Afdeling 5. Verdere bepalingen
§ 2. Financieel beheer
Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Overgangsbepalingen
§ 2. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de artikelen 11, zesde lid, en 22, tiende lid, van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Handboek modelmatig waarderen marktwaarde
Bijlage 2. bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
3.3. Marktwaarde en markthuur
3.7. Verhuureenheden in exploitatie buiten de landsgrenzen
5.2.7.1. De huurindex van de contracthuur van gereguleerde woningen vóór harmonisatie
5.2.7.6. Huuraanpassing bij aanvang in het geval de contracthuur hoger is dan de markthuur of de maximaal redelijke huur
6.2.2.5. Berekening bij een contract met een ingangsdatum ná 1 januari 2025
6.2.5. Aanvangsleegstand
6.2.8. Eindwaarde
7.2.5.3. Belastingen en verzekeringen
De eindwaarde is de marktwaarde van het waarderingscomplex aan het einde van het 15e jaar. Deze waarde is gelijk aan de contante waarde van de verwachte kasstromen die vanaf het 16e exploitatiejaar worden verwacht verminderd met de overdrachtskosten. Deze eindwaarde wordt vervolgens contant gemaakt met de gehanteerde disconteringsvoet naar de waardepeildatum en is zo onderdeel van de marktwaarde.
15. Bijlage 6: voorbeeldverklaring onderzoeksverplichtingen
11. Bijlage 2: Overzicht krimp- en aardbevingsgebieden
16. Bijlage 7: accountantscontrole
17.2. Eindwaarde in het uitpondscenario
Bijlage 3. bij artikel 16 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Bijlage 4. bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2018)
14. Bijlage 5: Rapportage vereisten vanuit NRVT
B. Huur uit ongeharmoniseerde deel
B. Huur uit ongeharmoniseerde deel
D. Mutatieleegstand
Voor alle overige posten geldt dat deze niet afnemen als gevolg van harmonisatie. De woningen blijven immers in exploitatie. Voor al deze posten is daarmee de kapitalisatiefactor K1 van toepassing toegepast op de kasstroom medio jaar 15 en met een kapitalisatiefactor die mogelijk verschilt als gevolg van de groeifactor g.
De Aw stelt geen specifieke eisen aan de controle van de jaarrekening. Rubriek A van het accountantsprotocol is feitelijk een samenvatting van de wet- en regelgeving die van toepassing is op de jaarrekening van woningcorporaties en op de controle door accountants bij woningcorporaties.
Voor de controleverklaring gebruikt de accountant de tekst die is opgenomen op de website van de NBA.
In Richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving wordt het volgende niet gekwalificeerd als een verkooptransactie volgens Richtlijn 270:
Bijlage 5. bij artikel 19 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Bijlage 6. bij art. 43 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Voor zover deze niet al in de betreffende paragraaf van dit protocol specifiek zijn benoemd, is de volgende regelgeving en toelichtingen van toepassing op de werkzaamheden van de accountant:
De accountant stelt vast of er in het verslagjaar nieuwe overeenkomsten zijn gesloten wat betreft verhuur van woongelegenheden via derden (intermediaire verhuur). En zo ja, of in deze overeenkomsten de toegankelijkheid van de verhuuradministratie van de derde partij zo is geregeld dat de nauwkeurigheid en volledigheid van de verhuringen kan worden vastgesteld, zoals bepaald in artikel 58 van het Btiv.
Bijlage 7. bij artikel 43 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Financiële derivaten mogen uitsluitend worden aangetrokken onder de in de bijlage genoemde modelovereenkomst. Niet in de bijlage als zodanig opgenomen onderdeel van deze modelovereenkomst is het ISDA Master Agreement 2002. Deze Master Agreement 2002 is een gestandaardiseerd contract opgesteld door de International Swaps and Derivatives Association (ISDA), een organisatie voor handelaren in onderhandse derivaten wereldwijd en gevestigd in New York. De ISDA (en daarmee het Master Agreement 2002) zijn bereikbaar via website www.isda.org.
Dated as of .....................
between
Please fill in the name laid down by statute (‘Party A’)
and
[toegelaten instelling] (‘Party B’),
As of the date of this Agreement, all Transactions entered into from that date between the parties to this Agreement (and the respective rights and obligations of the parties in respect of those Transactions) shall be governed by, subject to, and determined in accordance with, the terms and conditions set out in this Agreement and the related Confirmations.
Party B is a Dutch housing association (‘toegelaten instelling’) and its main purpose is the stimulation of social housing in the Netherlands by means of public funding. As a result, Party B is supervised by the Dutch government and any supervisory bodies and institutions. In respect of this Agreement, Party B shall be considered as a non-professional investor, in accordance with the Dutch Wet op het financieel toezicht. Regarding these Transactions, Party A shall act as an advisor for Party B. All of the above is incorporated in the independent agreement governed by Dutch law, as referred to in article 6 of the Dutch Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting.
In this Agreement:
- (a). ‘Specified Entity’does not apply.
- (b). ‘Specified Transaction’ will have the meaning specified in Section 14 of the Agreement.
- (c). The ‘Cross-Default’ provisions of Section 5(a)(vi) of the Agreement will apply to Party A and will not apply to Party B provided, however, that notwithstanding the foregoing, an Event of Default shall not occur under either Section 5(a)(vi)(1) or (2) if (a) the event or condition referred to in Section 5(a)(vi)(1) or the failure to pay referred to in Section 5(a)(vi)(2) is a failure to pay caused by an error or omission of an administrative or operational nature; and (b) funds were available to such party to enable it to make the relevant payment when due; and (c) such relevant payment is made within three Local Business Days following receipt of written notice from an interested party of such failure to pay. If such provisions apply:
- −. ‘Specified Indebtedness’ will have the meaning specified in Section 14.
- −. ‘Threshold Amount’ means with respect to Party A, an amount equal to one percent (1%) of its total equity share capital (as specified from time to time in its most recent Annual Report containing consolidated financial statements, prepared in accordance with accounting principles that are generally accepted for institutions of its type in the jurisdiction of its organization and certified by independent public accountants), or its equivalent in any other currency.
- (d). The ‘Credit Event Upon Merger’provisions of Section 5(b)(v) of the Agreement will apply to Party A and will apply to Party B.
- (e). The ‘Automatic Early Termination’ provision of Section 6(a) of the Agreement will apply, provided that Automatic Early Termination shall not apply upon the occurrence of an Event of Default with respect of Party B specified in Section 5(a)(vii) (3), (6) or, to the extend analogous thereto.
- (f). ‘Termination Currency’means Euro or the currency selected by the Non-defaulting Party or the Non-affected Party, or in the circumstance where there are two Affected Parties, agreed by Party A and Party B, and failing such agreement the Termination Currency shall be Euro.
- (g). ‘Additional Termination Event’ will apply. The following will constitute an Additional Termination Event: For any reason the status of Party B as ‘toegelaten instelling’ is withdrawn in accordance with article 70 of the Dutch Housing Act (‘Woningwet’).
- (a). Payer Representations. For the purposes of Section 3(e), Party A and Party B will make the following representation: It is not required by any applicable law, as modified by the practice of any relevant governmental revenue authority, of any Relevant Jurisdiction to make any deduction or withholding for or on account of any Tax from any payment (other than interest under X Section 9(h) of this Agreement) to be made by it to the other party under this Agreement. In making this representation, it may rely on (i) the accuracy of any representations made by the other party pursuant to Section 3(f) of this Agreement, (ii) the satisfaction of the agreement contained in Section 4(a)(i) or 4(a)(iii) of this Agreement and the accuracy and effectiveness of any document provided by the other party pursuant to Section 4(a)(i) or 4(a)(iii) of this Agreement and (iii) the satisfaction of the agreement of the other party contained in Section 4(d) of this Agreement, except that it will not be a breach of this representation where reliance is placed on clause (ii) above and the other party does not deliver a form or document under Section 4(a)(iii) by reason of material prejudice to its legal or commercial position.
- (b). Payee RepresentationsParty A and Party B make no Payee Tax representation.
For the purpose of Section 4(a)(i) and 4(a)(ii) of the Agreement, each party agrees to deliver the following documents, covered by Section 3(d) of this Agreement, as applicable:
- (a). Tax forms, documents or certificates to be delivered are: Each party agrees to complete, accurately and in a manner reasonably satisfactory to the other party, and to execute, arrange for any required certification of, and deliver to the other party (or to such government or taxing authority as the other party reasonably directs), any form or document that may be required or reasonably requested in order to allow the other party to make a payment under this Agreement without any deduction or withholding for or on account of any Tax or with such deduction or withholding at a reduced rate, promptly upon the earlier of (i) reasonably demand by the other party and (ii) learning that the form or document is required.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)