Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2019, nr. 2019-0000139944, tot het verstrekken van subsidies in het kader van leren en ontwikkelen in het mkb en in het grootbedrijf in de sectoren landbouw, horeca en recreatie (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector)

23 versions · 2020-01-01 — 2026-04-04
2026-04-04
SLIM-regeling — arts. 2, 2, 3 y 7 más
2026-01-01
SLIM-regeling — arts. 2, 2, 2 y 8 más
2025-07-05
2025-02-28
2024-12-21
2024-06-27
SLIM-regeling — arts. 14, 21, 23
2024-01-01
SLIM-regeling — arts. 14, 21, 23
2023-09-01
SLIM-regeling — arts. 14, 21, 23
2023-07-21
SLIM-regeling — arts. 14, 21, 23
2023-07-10
SLIM-regeling — arts. 14, 14, 21 y 3 más
2023-03-01
SLIM-regeling — arts. 14, 21, 23
2023-01-01
SLIM-regeling — arts. 01131, 0124, 01253 y 61 más
2022-06-01
SLIM-regeling — arts. 011, 0111, 0113 y 86 más
2022-03-01
SLIM-regeling — arts. 011, 0111, 0113 y 85 más
2022-01-01
SLIM-regeling — arts. 8, 14, 21 y 2 más
2021-09-01
SLIM-regeling — arts. 8, 14, 21 y 2 más
2021-05-04
SLIM-regeling — arts. 8, 8, 14 y 7 más
2021-05-01
SLIM-regeling — arts. 8, 8, 8 y 15 más
2021-01-01
SLIM-regeling — arts. 8, 8, 14 y 9 más
2020-09-01
SLIM-regeling — arts. 8, 8, 14 y 9 más
2020-03-02
SLIM-regeling — arts. 5, 5, 5 y 48 más
2020-01-01
SLIM-regeling — arts. 3, 1, 1 y 51 más
2020-01-01
SLIM-regeling
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2020-09-01

@@ -26,6 +26,8 @@
- **initiatief:** een activiteit of reeks van activiteiten die leidt tot het stimuleren van leren en ontwikkelen in een mkb-onderneming of in een grootbedrijf in de landbouw-, horeca- of recreatiesector en dat gesubsidieerd wordt door deze regeling;
- **initiatiefperiode:** periode tussen het tijdstip waarop een initiatief start en wordt beëindigd;
- **kaderregeling:** de [Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603);
- **kleine onderneming:** een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal € 10 miljoen niet overschrijdt, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag;
@@ -48,8 +50,6 @@
- **praktijkleerovereenkomst:** een overeenkomst als bedoeld in [artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.8), [artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.7) of [artikel 10b3 van de Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b3), dan wel stage-overeenkomst als bedoeld in [artikel 9 van het Onderwijskundig besluit WEC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003848&artikel=9), respectievelijk [artikel 35 van het Inrichtingsbesluit WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005946&artikel=35);
- **initiatiefperiode:** periode tussen het tijdstip waarop een initiatief start en wordt beëindigd;
- **samenwerkingsverband:** een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking tussen ten minste twee mkb-ondernemingen eventueel aangevuld met een of meer organisaties waarbij iedere partij van het samenwerkingsverband een activiteit, vastgelegd in het activiteitenplan, uitvoert en geen van de partijen meer dan 80% van de kosten van de samenwerking draagt;
- **subsidieaanvrager:** de aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
@@ -88,23 +88,23 @@
Een subsidieaanvraag kan jaarlijks bij de minister worden ingediend in de volgende tijdvakken:
- a. voor aanvragen op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=2&z=2020-01-01&g=2020-03-02), van 2 maart 12:00 uur tot en met 31 maart 17:00 uur en van 1 september 09:00 uur tot en met 30 september 17:00 uur;
- b. voor aanvragen op grond van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&z=2020-01-01&g=2020-03-02) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), van 1 april 09:00 uur tot en met 30 juni 17:00 uur.
- a. voor aanvragen op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01), van 2 maart 12:00 uur tot en met 31 maart 17:00 uur en van 1 september 09:00 uur tot en met 30 september 17:00 uur;
- b. voor aanvragen op grond van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), van 1 juni 09:00 uur tot en met 30 juni 17:00 uur.
##### Artikel 6. Subsidieplafond
1. Het subsidieplafond voor subsidies op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=2&z=2020-01-01&g=2020-03-02) bedraagt voor het jaar 2020:
1. Het subsidieplafond voor subsidies op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01) bedraagt voor zowel het jaar 2020 als het jaar 2021:
- a. € 15 miljoen voor het tijdvak van 2 maart 12:00 uur tot en met 31 maart 17:00 uur;
- b. € 14,5 miljoen voor het tijdvak van 1 september 09:00 uur tot en met 30 september 17:00 uur.
2. Het subsidieplafond voor subsidies op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&z=2020-01-01&g=2020-03-02) bedraagt voor het jaar 2020 € 17,5 miljoen.
3. Het subsidieplafond voor subsidies op grond van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02) bedraagt voor het jaar 2020 € 1,2 miljoen.
4. Voor latere jaren stelt de minister telkens voor 1 januari het subsidieplafond vast.
2. Het subsidieplafond voor subsidies op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01) bedraagt voor het jaar 2020 € 17,5 miljoen.
3. Het subsidieplafond voor subsidies op grond van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01) bedraagt voor het jaar 2020 € 1,2 miljoen.
4. Voor latere jaren stelt de minister telkens voor 1 januari van het jaar waarin het desbetreffende aanvraagtijdvak wordt opengesteld het subsidieplafond vast.
##### Artikel 7. Subsidieaanvraag
@@ -122,15 +122,13 @@
4. Voor de opzet van het activiteitenplan wordt in het daarvoor geldende format, onverminderd [artikel 3.4 van de kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4), in ieder geval opgenomen:
- a. op welke wijze het initiatief bijdraagt aan het in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-01-01&g=2020-03-02) omschreven doel;
- b. of en in hoeverre andere partijen betrokken en geconsulteerd zijn;
- c. op welke wijze het initiatief wordt geëvalueerd;
- d. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid in de gevraagde omvang noodzakelijk is.
5. Per aanvraagtijdvak kan er één subsidieaanvraag worden ingediend door dezelfde subsidieaanvrager.
- a. op welke wijze het initiatief bijdraagt aan het in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01) omschreven doel;
- b. op welke wijze het initiatief wordt geëvalueerd;
- c. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid in de gevraagde omvang noodzakelijk is.
5. Per aanvraagtijdvak wordt per subsidieaanvrager, of partij in een samenwerkingsverband, maximaal één subsidieaanvraag in behandeling genomen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werknemers- of werkgeversverenigingen kunnen binnen een aanvraagtijdvak deelnemen in meerdere samenwerkingsverbanden en daardoor partij zijn bij meerdere subsidieaanvragen binnen hetzelfde aanvraagtijdvak.
6. Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere activiteiten.
@@ -140,7 +138,7 @@
##### Artikel 8. Rangschikking behandeling subsidieaanvragen
1. Bij overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-03-02), wordt na afloop van het aanvraagtijdvak door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden afgehandeld.
1. Bij overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-09-01&g=2020-09-01), wordt na afloop van het aanvraagtijdvak door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden afgehandeld.
2. Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen.
@@ -148,7 +146,7 @@
##### Artikel 9. Beschikking tot subsidieverlening
1. Op een subsidieaanvraag wordt binnen 18 weken beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-03-02), en voor zover sprake is van een samenwerkingsverband de eisen, bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-03-02).
1. Op een subsidieaanvraag wordt binnen 18 weken na afloop van het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2020-09-01&g=2020-09-01) beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-09-01&g=2020-09-01), en voor zover sprake is van een samenwerkingsverband de eisen, bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&artikel=21&z=2020-09-01&g=2020-09-01).
2. De minister kan zich voor de beoordeling van de aanvraag laten adviseren door externe partijen.
@@ -174,27 +172,27 @@
- g. onvoldoende is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- h. op grond van deze regeling binnen een aanvraagtijdvak reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar initiatief ten behoeve van dezelfde onderneming of hetzelfde samenwerkingsverband;
- h. op grond van deze regeling binnen hetzelfde aanvraagtijdvak reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar initiatief ten behoeve van dezelfde onderneming of hetzelfde samenwerkingsverband;
- i. er geen de-minimisverklaring is afgegeven;
- j. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-03-02) wordt overschreden; of
- j. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2020-09-01&g=2020-09-01) wordt overschreden; of
- k. de subsidieaanvraag ziet op het ontwikkelen van een initiatief niet bedoeld voor werkenden in de onderneming maar voor commerciële doeleinden.
##### Artikel 11. Looptijd
1. Een initiatief voor subsidies op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=2&z=2020-01-01&g=2020-03-02) wordt afgerond binnen een periode van 12 maanden.
2. Een initiatief voor subsidies op grond van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&z=2020-01-01&g=2020-03-02) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02) wordt afgerond binnen een periode van 24 maanden.
1. Een initiatief voor subsidies op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=2&z=2020-09-01&g=2020-09-01) wordt afgerond binnen een periode van 12 maanden.
2. Een initiatief voor subsidies op grond van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=3&z=2020-09-01&g=2020-09-01) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01) wordt afgerond binnen een periode van 24 maanden.
3. Een initiatief kan pas aanvangen na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag en wordt uitgevoerd binnen de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde initiatiefperiode.
4. De looptijd, bedoeld in het eerste of tweede lid, vangt aan 3 maanden na de subsidieverlening, hetgeen is vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening.
4. De looptijd, bedoeld in het eerste of tweede lid, vangt aan uiterlijk 3 maanden na de subsidieverlening, hetgeen is vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening.
##### Artikel 12. Subsidiabele kosten
1. Voor de subsidie van initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), komen de volgende kosten in aanmerking:
1. Voor de subsidie van initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), komen de volgende kosten in aanmerking:
- a. externe kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt ter uitvoering van een subsidiabel initiatief;
@@ -210,7 +208,7 @@
- b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
4. Voor kosten van een externe adviseur met een uurtarief lager dan € 125 per uur exclusief btw is een offerteprocedure als bedoeld in het derde lid niet vereist. Een hoger tarief dient met een offerteprocedure te worden aangetoond, ongeacht de waarde van de opdracht.
4. Wordt gebruik gemaakt van een externe adviseur dan is het subsidiabele uurtarief maximaal € 125 per uur exclusief btw en is een offerteprocedure als bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, niet vereist.
5. In afwijking van het eerste lid zijn kosten gemaakt door verbonden organisaties, samenwerkingspartners in het samenwerkingsverband of organisaties die worden vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een samenwerkingspartner, slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
@@ -232,13 +230,13 @@
##### Artikel 13. Niet subsidiabele kosten
Met betrekking tot de initiatieven, bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), komen niet voor subsidie in aanmerking:
Met betrekking tot de initiatieven, bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), komen niet voor subsidie in aanmerking:
- a. onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het initiatief of een onderdeel daarvan;
- b. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de ondernemer;
- c. kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder begrepen de kosten van administratie en beheer;
- c. kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten;
- d. kosten gemaakt buiten de initiatiefperiode;
@@ -254,7 +252,7 @@
##### Artikel 14. Subsidiabele vergoeding praktijkleerplaatsen
1. De subsidie, bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), is een tegemoetkoming in de kosten die een ondernemer voor dit doel maakt.
1. De subsidie, bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), is een tegemoetkoming in de kosten die een ondernemer voor dit doel maakt.
2. De subsidiabele vergoeding wordt verleend naar rato van het aantal weken dat de leerling, deelnemer of student bij de beroepspraktijkvorming aanwezig is geweest, met een maximum van 40 weken en € 2.700 per jaar.
@@ -272,13 +270,13 @@
6. In aanvulling op het eerste tot en met het vijfde lid, bevat de administratie van de subsidieaanvrager ten minste, indien het betreft een subsidieaanvraag voor een activiteit als bedoeld in:
- a. [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), het opleidings- of ontwikkelplan dat voortkomt uit de doorlichting;
- b. [artikel 4, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), de loopbaanscan of het ontwikkeladvies waarin de uitkomsten van het uitgevoerde traject zijn beschreven, getekend door de adviseur en de deelnemer;
- c. [artikel 4, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), de met de gerealiseerde methode gemoeide producten;
- d. [artikel 4, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02):
- a. [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), het opleidings- of ontwikkelplan dat voortkomt uit de doorlichting;
- b. [artikel 4, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), een prestatieverklaring van de loopbaanscan of het ontwikkeladvies, getekend door de adviseur en de deelnemer. Onder prestatieverklaring wordt verstaan een verklaring, getekend door de loopbaanadviseur en de deelnemer, waarin wordt bevestigd dat de deelnemer aan het ontwikkeltraject heeft deelgenomen, welke onderwerpen daarin aan bod zijn gekomen en welke resultaten hiervoor zijn behaald;
- c. [artikel 4, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), de met de gerealiseerde methode gemoeide producten;
- d. [artikel 4, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01):
- 1°. een praktijkleerovereenkomst, die door alle noodzakelijke partijen is getekend en waaruit onder andere blijkt hoe de begeleiding heeft plaatsgevonden en welk deel van de leerdoelen, de kwaliteiten of kwalificaties in de beroepsvorming bij de ondernemer zijn behaald;
@@ -298,9 +296,9 @@
##### Artikel 18. Subsidiebedrag en subsidiabele kosten
1. De subsidie die wordt verleend voor een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02) genoemde initiatieven bedraagt minder dan € 25.000, met uitzondering van landbouwbedrijven, waarvoor een maximum geldt van € 20.000.
2. Voor initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), bedraagt de subsidie:
1. De subsidie die wordt verleend voor een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01) genoemde initiatieven bedraagt niet meer dan € 25.000, met uitzondering van landbouwbedrijven, waarvoor een maximum geldt van € 20.000.
2. Voor initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), bedraagt de subsidie:
- a. voor een kleine onderneming: 80% van de subsidiabele kosten;
@@ -316,15 +314,15 @@
##### Artikel 20. Subsidiebedrag
1. De subsidie die wordt verleend voor een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02) genoemde initiatieven bedraagt maximaal € 500.000, waarbij geen enkele partij van het samenwerkingsverband aanspraak kan maken op € 200.000 of meer.
1. De subsidie die wordt verleend voor een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01) genoemde initiatieven bedraagt maximaal € 500.000, waarbij geen enkele partij van het samenwerkingsverband aanspraak kan maken op € 200.000 of meer.
2. Landbouwbedrijven die deelnemen aan een samenwerkingsverband kunnen, in afwijking van het eerste lid, aanspraak maken op een subsidie van maximaal € 20.000.
3. Voor initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), bedraagt de subsidie 60% van de subsidiabele kosten.
3. Voor initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), bedraagt de subsidie 60% van de subsidiabele kosten.
##### Artikel 21. Specifieke eisen subsidieaanvraag en administratie samenwerkingsverbanden
1. In aanvulling op [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-01-01&g=2020-03-02) bestaat de subsidieaanvraag voor samenwerkingsverbanden uit:
1. In aanvulling op [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2020-09-01&g=2020-09-01) bestaat de subsidieaanvraag voor samenwerkingsverbanden uit:
- a. de samenwerkingsovereenkomst van het samenwerkingsverband, ondertekend door alle partijen die onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband, vergezeld van een schriftelijke machtiging waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager gemachtigd is de andere partijen in het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen; en
@@ -340,19 +338,19 @@
##### Artikel 23. Subsidiebedrag
1. De subsidie die wordt verleend voor een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02)genoemde initiatieven bedraagt maximaal € 200.000, met uitzondering van landbouwbedrijven, waarvoor een maximum geldt van € 20.000.
2. Voor initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-03-02), bedraagt de subsidie 60% van de subsidiabele kosten.
1. De subsidie die wordt verleend voor een van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01)genoemde initiatieven bedraagt maximaal € 200.000, met uitzondering van landbouwbedrijven, waarvoor een maximum geldt van € 20.000.
2. Voor initiatieven als bedoeld onder [artikel 4, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2020-09-01&g=2020-09-01), bedraagt de subsidie 60% van de subsidiabele kosten.
### Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling
##### Artikel 24. Einddeclaratie en subsidievaststelling
1. De subsidieaanvrager dient middels een elektronisch formulier binnen 22 weken na afloop van de periode van het initiatief, vastgelegd in de subsidieverlening, een verzoek tot vaststelling van subsidie in bij de minister, waarin onder andere is opgenomen een verslag van de uitgevoerde activiteiten en een overzicht van de kosten per activiteitmiddels een voorgeschreven format.
2. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 25.000, bevat het verzoek tot vaststelling, in aanvulling op het eerste lid, een evaluatieverslag als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=5&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-03-02).
3. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000, bevat het verzoek tot vaststelling, in aanvulling op het eerste lid, uit een controleverklaring inclusief een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieaanvrager, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.
1. De subsidieaanvrager dient middels een elektronisch formulier binnen 22 weken na afloop van de initiatiefperiode, vastgelegd in de subsidieverlening, een verzoek tot vaststelling van subsidie in bij de minister, waarin onder andere is opgenomen een verslag van de uitgevoerde activiteiten en een overzicht van de kosten per activiteitmiddels een voorgeschreven format.
2. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 25.000, bevat het verzoek tot vaststelling, in aanvulling op het eerste lid, een evaluatieverslag als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=5&artikel=26&z=2020-09-01&g=2020-09-01).
3. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000, bevat het verzoek tot vaststelling, in aanvulling op het eerste lid, uit een controleverklaring omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieaanvrager, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. Indien bij het indienen, dan wel bij het controleren van de einddeclaratie blijkt, dat minder dan 60% van de totale subsidiabele kosten, genoemd in de laatst afgegeven beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, wordt het subsidiebedrag op nihil vastgesteld.
@@ -406,7 +404,7 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector.
## Bijlage. behorend bij [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2020-01-01&g=2020-03-02), Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector
## Bijlage. behorend bij [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043015&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2020-09-01&g=2020-09-01), Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector
### Lijst met SBI-codes voor landbouw-, horeca- en recreatiesector