Wijzigingsgeschiedenis

Omzetbelasting. Toelichting snelle oplossingen btw

4 versions · 2024-10-11
2024-10-11
Omzetbelasting. Toelichting snelle oplossingen btw — arts. 2, 1, 117 y
2021-01-01
Omzetbelasting. Toelichting snelle oplossingen btw — arts. 117, 8

Wijzigingen op 2021-01-01

@@ -44,9 +44,17 @@
### 5. Regeling inzake ketentransacties
De regeling inzake ketentransacties bepaalt aan welke van de opvolgende leveringen in de keten het intracommunautair vervoer of de intracommunautaire verzending moet worden toegerekend ([artikel 5c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=5c)). Alleen deze levering wordt aangemerkt als de intracommunautaire levering. De overige leveringen binnen de keten (de leveringen vóór en na de intracommunautaire levering) zijn binnenlandse leveringen.13De leveringen in de keten voor de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.
De toepassing van de regeling inzake voorraad op afroep is gebonden aan de in [artikel 3b, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=3b) bedoelde termijn van twaalf maanden.9D.w.z. dat de goederen binnen twaalf maanden na aankomst in de lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd moeten worden geleverd aan de ondernemer bedoeld in artikel 3b, tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, van de wet of worden teruggezonden naar de in artikel 3b, vijfde lid, van de wet bedoelde ondernemer. Hierbij geldt dat geen van de situaties genoemd in artikel 3b, zevende lid, zich hebben voorgedaan. Goederen die onder de regeling iwetnzake voorraad op afroep uiterlijk op 31 december 2020 vanuit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk (hierna: het VK) of vice versa zijn verzonden of vervoerd, kunnen uiterlijk tot en met 31 december 2021 onder deze regeling worden geleverd in het VK of in Nederland of worden teruggezonden naar Nederland of het VK. Hoewel de goederen fysiek vóór de Brexit zijn overgebracht, vindt de intracommunautaire levering of verwerving van deze goederen in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep pas plaats op het moment dat de macht om als eigenaar over de goederen te beschikken overgaat naar de beoogde afnemer op het moment van levering. Ook kan het voorkomen dat die macht niet overgaat binnen de in de regeling inzake voorraad op afroep gestelde termijn van twaalf maanden en de desbetreffende goederen vóór die termijn worden teruggezonden. De richtlijn en de regeling voorraad op afroep blijven van toepassing op deze goederen die vóór de Brexit zijn overgebracht onder toepassing van de regeling inzake voorraad op afroep en nadien binnen twaalf maanden worden geleverd of teruggezonden. Vanwege de Brexit ontstaan wel andere administratieve en douane-technische gevolgen.
### 5.1. Vereenvoudigde A-B-C-levering
De in Nederland gevestigde ondernemer vermeldt de terugzending van de goederen niet in zijn opgaaf ICP, omdat deze terugzending als wederinvoer wordt aangemerkt.
In de Toelichting zijn twee situaties geschetst. De eerste situatie opgenomen in 3.6.17.1 is gelijk aan voorbeeld 5 in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel over de toepassing van de regeling inzake ketentransacties in combinatie met de vereenvoudigde A-B-C-regeling.16Zie Kamerstukken II 2019-2020, 35 307, nr. 3, blz. 21. In bedoeld voorbeeld 5 vindt de vereenvoudigde A-B-C-regeling plaats tussen C-D-E en wordt voldaan aan de voor deze regeling geldende voorwaarden. In de tweede situatie die de Toelichting schetst (onderdeel 3.6.17.2), waar B aan C de intracommunautaire levering verricht vanuit lidstaat 2 naar lidstaat 5, wordt de vereenvoudigde A-B-C-regeling door een ruimere interpretatie feitelijk toepasbaar geacht op B-C-D-E. Ik deel deze opvatting niet. Een gelijktijdige toepassing van de regeling inzake ketentransacties en de vereenvoudigde A-B-C-levering kan alleen plaatsvinden in een keten op drie partijen uit de keten die voldoen aan de voorwaarden van de vereenvoudigde A-B-C-regeling. De in de Toelichting voorgestane bredere toepassing van de vereenvoudigde A-B-C-regeling vindt geen steun in artikel 141 van de richtlijn en evenmin in [artikel 37c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=37c) (waarbij D moet zijn gevestigd in het land waar C intracommunautair verwerft). In de tweede situatie die in de Toelichting wordt beschreven zijn de reguliere btw-regels van toepassing. In deze tweede situatie moet de tussenhandelaar (C) zich dus in Nederland voor de btw laten registreren als Nederland de lidstaat van bestemming is en hier de btw ter zake van de intracommunautaire verwerving aangeven en voldoen.
### 6. Bewijs intracommunautair(e) verzending of vervoer op basis van weerlegbaar vermoeden
Eén van de voorwaarden voor de toepassing van het nultarief in verband met intracommunautaire leveringen van goederen op grond van [post a.6 van tabel II van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II), is dat de goederen vanuit Nederland naar een andere lidstaat zijn verzonden of vervoerd, waar de goederen zijn onderworpen aan de btw-heffing ter zake van de intracommunautaire verwerving van die goederen. In artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening is voor intracommunautair(e) verzending of vervoer een weerlegbaar bewijsvermoeden opgenomen. Deze bepaling biedt een praktische regeling aan **naast** de bestaande Nederlandse praktijk voor het bewijs van intracommunautair(e) verzending of vervoer. Volgens artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening is er sprake van een weerlegbaar bewijsvermoeden van dit intracommunautair vervoer of deze intracommunautaire verzending als twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken17De bewijsstukken zijn opgenomen in artikel 45 bis, derde lid van de uitvoeringsverordening. kunnen worden overgelegd. Deze bewijsstukken moeten afkomstig zijn van partijen die zowel onafhankelijk zijn van elkaar als van de verkoper en de afnemer (artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening). De inspecteur kan het bewijsvermoeden weerleggen.
De regeling inzake ketentransacties is niet van invloed op de werking van de vereenvoudigde A-B-C-levering, bedoeld in [artikel 37c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=37c). Dit komt doordat beide regelingen betrekking hebbende op verschillende aspecten. De regeling inzake ketentransacties bepaalt aan welke levering in de keten het intracommunautaire vervoer wordt toegerekend, terwijl de vereenvoudigde A-B-C-levering betrekking heeft op het wegvallen van de verschuldigdheid van de btw voor de intracommunautaire verwerving door (tussen)schakel B.14Kamerstukken II 2019-2020, 35 307, nr. 3, blz. 16. Het gelijktijdig toepassen van de regeling inzake ketentransacties en de vereenvoudigde A-B-C-regeling is mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden van beide regelingen. De regeling kan alleen worden toegepast op drie partijen in de keten die in drie verschillende lidstaten zijn geregistreerd en daarbij moet het vervoer plaatsvinden in het kader van de levering in de eerste schakel van de keten (A-B).15De vereenvoudigde A-B-C-levering kan dus niet worden toegepast als het vervoer op grond van artikel 5c, tweede lid, van de wet wordt toegerekend aan de levering van goederen door de tussenhandelaar.
@@ -56,9 +64,23 @@
Eén van de voorwaarden voor de toepassing van het nultarief in verband met intracommunautaire leveringen van goederen op grond van [post a.6 van tabel II van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II), is dat de goederen vanuit Nederland naar een andere lidstaat zijn verzonden of vervoerd, waar de goederen zijn onderworpen aan de btw-heffing ter zake van de intracommunautaire verwerving van die goederen. In artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening is voor intracommunautair(e) verzending of vervoer een weerlegbaar bewijsvermoeden opgenomen. Deze bepaling biedt een praktische regeling aan **naast** de bestaande Nederlandse praktijk voor het bewijs van intracommunautair(e) verzending of vervoer. Volgens artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening is er sprake van een weerlegbaar bewijsvermoeden van dit intracommunautair vervoer of deze intracommunautaire verzending als twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken17De bewijsstukken zijn opgenomen in artikel 45 bis, derde lid van de uitvoeringsverordening. kunnen worden overgelegd. Deze bewijsstukken moeten afkomstig zijn van partijen die zowel onafhankelijk zijn van elkaar als van de verkoper en de afnemer (artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening). De inspecteur kan het bewijsvermoeden weerleggen.
Volgens de Toelichting zijn partijen niet als onafhankelijk aan te merken in situaties waarin sprake is van vervoer verricht met eigen vervoermiddelen (onderdeel 5.3.5, blz. 80), vervoer door personeel van de ondernemer of vervoer door een onderdeel van een fiscale eenheid (onderdeel 5.3.1, kopje Document H enz., sub a, blz. 79). De regeling van het weerlegbare bewijsvermoeden laat echter onverlet dat in die gevallen aan de hand van boeken en bescheiden als bedoeld in [artikel 12 van het uitvoeringsbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002633&artikel=12) het bewijs van de verzending of het vervoer naar de lidstaat van bestemming kan worden aangetoond.
### 8. Inwerkingtreding
Als sprake is van partijen waartussen familiale of andere nauwe persoonlijke, bestuurlijke, eigendoms-, lidmaatschaps-, financiële of juridische banden bestaan als bedoeld in artikel 80 van de richtlijn, veronderstelt de Toelichting dat ook in die situaties geen sprake is van onafhankelijke partijen (onderdeel 5.3.1, kopje Document H enz., sub b, blz. 79). Ik volg deze opvatting niet. Of partijen met dergelijke banden voldoen aan het criterium ‘onafhankelijk’ van artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening moet aan de hand van feiten en omstandigheden worden beoordeeld. Als aan de hand van feiten en omstandigheden blijkt dat in de bedoelde situatie sprake is van onafhankelijke partijen, kan de regeling van het weerlegbaar bewijsvermoeden aan de orde komen. Ook kan in deze situatie als alternatief voor de regeling van het weerlegbaar bewijsvermoeden het bewijs van het vervoer naar de lidstaat van bestemming worden aangetoond aan de hand van boeken en bescheiden als bedoeld in [artikel 12 van het uitvoeringsbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002633&artikel=12).
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
In de 117e vergadering van het btw-comité (d.d. 16 november 2020) zijn de gevolgen besproken die de Brexit heeft voor de toepassing van de regeling inzake voorraad op afroep. Het gaat daarbij om goederen die onder toepassing van deze regeling uiterlijk op 31 december 20208Op 31 december 2020 is de overgangsperiode voor het VK geëindigd (zie artikel 126 van het Terugtrekkingsakkoord (Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 284 I/01)). van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk of vice versa zijn overgebracht en ná 31 december 2020 binnen de in [artikel 3b, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=3b) bedoelde termijn worden geleverd of teruggezonden. Het overleg binnen het btw-comité heeft geresulteerd in de bijna unanieme vaststelling van guideline nr. taxud.c1 (2021) 1757771-1006. Nederland onderschrijft de guideline. Hierna wordt nader ingegaan op de inhoud van de guideline.
Hierna wordt aangegeven welke gevolgen de Brexit voor de Nederlandse btw-verplichtingen heeft voor situaties die zich kunnen voordoen bij de hiervoor bedoelde voorraad op afroep-goederen en hoe daarmee moet worden omgegaan.
### 5. Regeling inzake ketentransacties
De regeling inzake ketentransacties bepaalt aan welke van de opvolgende leveringen in de keten het intracommunautair vervoer of de intracommunautaire verzending moet worden toegerekend ([artikel 5c van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=5c)). Alleen deze levering wordt aangemerkt als de intracommunautaire levering. De overige leveringen binnen de keten (de leveringen vóór en na de intracommunautaire levering) zijn binnenlandse leveringen.13De leveringen in de keten voor de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.
### 5.1. Vereenvoudigde A-B-C-levering
Volgens de Toelichting zijn partijen niet als onafhankelijk aan te merken in situaties waarin sprake is van vervoer verricht met eigen vervoermiddelen (onderdeel 5.3.5, blz. 80), vervoer door personeel van de ondernemer of vervoer door een onderdeel van een fiscale eenheid (onderdeel 5.3.1, kopje Document H enz., sub a, blz. 79). De regeling van het weerlegbare bewijsvermoeden laat echter onverlet dat in die gevallen aan de hand van boeken en bescheiden als bedoeld in [artikel 12 van het uitvoeringsbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002633&artikel=12) het bewijs van de verzending of het vervoer naar de lidstaat van bestemming kan worden aangetoond.
### 7. Ingetrokken regelingen
2020-01-01
Omzetbelasting. Toelichting snelle oplossingen btw — arts. 1, 1, 1 y 11
2020-01-01
Omzetbelasting. Toelichting snelle oplossingen btw — versión origina
original version Tekst op deze datum