Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-10-01
Laatst bijgewerkt 2026-10-07
State In force
Source BWB
artikelen 1089
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;
  • b. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken;
  • c. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
  • d. een kaart met de locatie van de mijnbouwinstallatie, het beperkingengebied met betrekking tot die installatie en de bijzonderheden van het omliggende gebied.
2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een andere installatie dan een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.47, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, onder a tot en met c en e tot en met i, verstrekt.

3.

Bij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden ook de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht verstrekt.

§ 7.2.5.5. Lozen van huishoudelijk afvalwater

Artikel 7.181. (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor lozen huishoudelijk afvalwater)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het lozen van huishoudelijk afvalwater in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.49 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

§ 7.2.5.6. Telen en kweken in een oppervlaktewaterlichaam

Artikel 7.182. (beperkingengebiedactiviteit: telen en kweken)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis, het kweken of houden van ongewervelde waterdieren, het telen van waterplanten en het invangen van mosselzaad in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.55 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

2.

Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

§ 7.2.5.7. Andere lozingen

Artikel 7.183. (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.184. (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g, h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.185. (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i, verstrekt.

2.

Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving en een toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening;
  • b. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening;
  • c. een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en
  • d. de coördinaten van de uitstroomvoorziening.
Artikel 7.186. (lozingsactiviteit: lozen van water door een uitstroomvoorziening)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, f tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

§ 7.2.5.8. Stortingsactiviteiten op zee

Artikel 7.187. (stortingsactiviteit: Noordzee)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een stortingsactiviteit op zee als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d, van de wet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de aard, samenstelling, eigenschappen en herkomst van de stoffen die worden gestort;
  • b. een aanduiding van de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gestort;
  • c. een beschrijving van de methode van storten;
  • d. een beschrijving van de gevolgen voor het mariene milieu van de stoffen die worden gestort; en
  • e. het onderzoeksprotocol en de onderzoeksstrategie, bedoeld in NEN 5720.

§ 7.2.5.9. Mijnbouwlocatieactiviteiten

Artikel 7.188. (mijnbouwlocatieactiviteit: gebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie voor het opsporen of winnen van delfstoffen, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en
  • b. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie die geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;
  • b. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
  • c. als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een in bijlage III aangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid;
  • d. als de mijnbouwinstallatie met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een in bijlage III aangewezen gebied dat druk wordt bevaren: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en
  • e. als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit bevaren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk, artikel 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de elektriciteitsopwekking en de veiligheid.
3.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;
  • b. de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt;
  • c. de coördinaten van de locatie waarop het verkenningsonderzoek wordt verricht;
  • d. als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid;
  • e. als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen aanloopgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en
  • f. als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen ankergebied in de buurt van een aanloophaven: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid.

§ 7.2.6. Activiteiten rond rijkswegen

§ 7.2.6.1. Algemeen

Artikel 7.189. (beperkingengebiedactiviteit: weg in beheer bij het Rijk)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een situatietekening waarop de locatie is aangegeven waarop de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, rijkswegnummer, kilometrering en aanduiding van het beperkingengebied;
  • b. een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein;
  • c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;
  • d. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;
  • e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; en
  • f. als gevolgen voor het wegennet zijn te verwachten: een verkeersplan en een risico-inventarisatie met beheersmaatregelen.

§ 7.2.6.2. Te verstrekken gegevens en bescheiden voor specifieke beperkingengebiedactiviteiten

Artikel 7.190. (beperkingengebiedactiviteit: overige werkzaamheden)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden relevante gegevens en bescheiden verstrekt over de voorgenomen werkzaamheden.

Artikel 7.191. (beperkingengebiedactiviteit: weginfrastructuur)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van weginfrastructuur in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;
  • b. als een bemaling plaatsvindt: een bemalingsplan; en
  • c. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.
Artikel 7.192. (beperkingengebiedactiviteit: informatieborden)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van informatieborden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een ontwerp van de opschriften;
  • b. de maten van het informatiebord en de bijbehorende constructie;
  • c. een beschrijving van de materialen die worden toegepast;
  • d. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast en verlichting;
  • e. de wijze van verankering; en
  • f. als sprake is van grondverankering: de diepte in meters.
Artikel 7.193. (beperkingengebiedactiviteit: technische installatie)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een technische installatie voor een nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het wegverkeer of het reguleren van het wegverkeer in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de technische installatie, de maatvoering en de materialen die worden toegepast;
  • b. een tekening van de nieuwe situatie;
  • c. de wijze van verankering; en
  • d. als sprake is van grondverankering: de diepte in meters.
Artikel 7.194. (beperkingengebiedactiviteit: overige bouwwerken, werken, en objecten)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van andere bouwwerken, het aanleggen, plaatsen of in stand houden van andere werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 4°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;
  • b. als sprake is van een tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan;
  • c. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en
  • d. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.
Artikel 7.195. (beperkingengebiedactiviteit: gebouw op een verzorgingsplaats)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een gebouw in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;
  • b. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en
  • c. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.
Artikel 7.196. (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerk voor leveren van energie aan voertuigen)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een bouwwerk voor het leveren van energie aan voertuigen in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; en
  • b. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan.
Artikel 7.197. (beperkingengebiedactiviteit: herinrichten van verzorgingsplaats)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het herinrichten van een verzorgingsplaats dat nadelige gevolgen kan hebben voor de staat of werking van de weg in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;
  • b. als sprake is van tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan;
  • c. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en
  • d. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

§ 7.2.7. Activiteiten rond spoorwegen

§ 7.2.7.1. Algemeen

Artikel 7.197a. (beperkingengebiedactiviteit: spoorwegen)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg, een bijzondere spoorweg of een lokale spoorweg als bedoeld in artikel 9.20, 9.31, 9.38, 9.44, eerste lid, of 9.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een situatietekening op een schaal van ten minste 1:1000 waarop de locatie is aangegeven waar de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, kilometrering en aanduiding van de spoorweg en het bijbehorende beperkingengebied;
  • b. een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein waarbij in elk geval is aangegeven de locatie van bouwketen, werkmaterieel inclusief draaicirkels, opslagtanks en aan- en afvoerwegen;
  • c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan;
  • d. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;
  • e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteiten zijn betrokken; en
  • f. een beschrijving van de gevolgen van de werkzaamheden voor de toegankelijkheid, de veiligheid en het doelmatig gebruik van de spoorweginfrastructuur.

§ 7.2.7.2. Activiteiten rond hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen

Artikel 7.197b. (beperkingengebiedactiviteit: kabels en leidingen bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van elektriciteitskabels en beschermbuizen voor kabels en leidingen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in artikel 7:197a, onder a, van de ligging van de kabel, leiding of objecten die daarmee samenhangen met coördinaten;
  • b. bij een kabel of een beschermbuis voor een kabel: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de kabel of beschermbuis met de volgende informatie:
  • 1°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil;
  • 2°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf;
  • 3°. een aanduiding van de inwendige- en uitwendige diameter in centimeters;
  • 4°. de materiaalsoort;
  • 5°. het type kabel;
  • 6°. het aantal kabels; en
  • 7°. het doel van de kabel;
  • c. bij een beschermbuis voor een leiding: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de beschermbuisleiding met de volgende informatie:
  • 1°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil;
  • 2°. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf;
  • 3°. een aanduiding van de inwendige en uitwendige diameter in centimeters;
  • 4°. de materiaalsoort;
  • 5°. de soort door te voeren stof; en
  • 6°. de te onderhouden maximum werkdruk in bar;
  • d. bij een beschermbuis voor een leiding onder druk: een erosiekraterberekening;
  • e. bij een beschermbuis voor een transportleiding: een slijtageberekening;
  • f. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een boorplan; en
  • g. als de activiteit plaatsvindt bij de fundering van een brug of viaduct: een stabiliteitsberekening.
Artikel 7.197c. (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen of in stand houden van andere objecten in de kernzone, overwegzone of beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in artikel 7.197a, onder a, van de ligging van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van de spoorweginfrastructuur met coördinaten;
  • b. een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf, en het aantal bouwlagen;
  • c. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen; en
  • d. als er sprake is van bemaling: een bemalingsplan.
Artikel 7.197d. (beperkingengebiedactiviteit: activiteiten op perrons en stations bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen en veranderen van werken die geen bouwwerken zijn, het plaatsen van andere objecten of het verrichten van werkzaamheden, waarbij de opzet van het perron of station wezenlijk verandert, in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197c, verstrekt.

Artikel 7.197e. (beperkingengebiedactiviteit: andere activiteiten bij hoofdspoorwegen of een bijzondere spoorweg)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden, het storten van stoffen of het opslaan van licht ontvlambare stoffen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.44, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. als werkzaamheden worden verricht: een omschrijving van de werkzaamheden en het te gebruiken materieel;
  • b. als stoffen worden gestort: een omschrijving van de stoffen; en
  • c. als licht ontvlambare stoffen worden opgeslagen: de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse aanwezig is.

§ 7.2.7.3. Activiteiten rond lokale spoorwegen

Artikel 7.197f. (beperkingengebiedactiviteit: lokale spoorwegen)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden of het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een lokale spoorweg, bedoeld in artikel 9.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering en materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf en het aantal bouwlagen;
  • b. als er sprake is van het boren in of persen van grond: werktekeningen van de persaannemer en erosiekraterberekeningen;
  • c. als graaf-, hei- of bronneringswerkzaamheden plaatsvinden: een monitoringsplan; en
  • d. bij een mogelijke belemmering van het zicht van de bestuurder: een zichtlijnenanalyse.

§ 7.2.8. Activiteiten rond luchthavens

Artikel 7.197g. (beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een luchthaven)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen of aanleggen van objecten in strijd met een regel in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol of een luchthavenbesluit over de maximale hoogte van objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een luchthaven, bedoeld in artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van het object;
  • b. een tekening van het object met de afmetingen van het object;
  • c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan;
  • d. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;
  • e. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken;
  • f. de hoogte van het object ten opzichte van het maaiveld;
  • g. de ligging van het maaiveld ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;
  • h. de hoogte van het object ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;
  • i. de locatie van het object, uitgedrukt in coördinaten;
  • j. een werktuigenplan; en
  • k. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de luchthaven Schiphol: een uitdraai van de LIB-tool.

§ 7.2.8a. Activiteiten die de natuur betreffen

§ 7.2.8a.1. Natura 2000-activiteit

Artikel 7.197h. (Natura 2000-activiteit)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een aanduiding van de Natura 2000-gebieden waarop een significant effect is te verwachten als gevolg van de voorgenomen activiteiten;
  • b. de gewenste geldigheidsduur van de aangevraagde omgevingsvergunning;
  • c. een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn;
  • d. als uit de passende beoordeling volgt dat niet de zekerheid kan worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast als gevolg van de voorgenomen activiteiten: een ADC-toets als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn waaruit in ieder geval duidelijk wordt dat:
  • 1°. er geen alternatieve oplossingen zijn;
  • 2°. het project nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en
  • 3°. compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft; en
  • e. als sprake is van stikstofdepositie: een met AERIUS Calculator uitgevoerde berekening van de stikstofdepositie.
2.

Als de activiteit significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, gegevens waaruit blijkt dat, in afwijking van het eerste lid, onder d, onder 2°, dat het project nodig is vanwege:

  • a. argumenten die verband houden met de gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; of

§ 7.2.8a.2. Algemeen flora- en fauna-activiteiten: modules

Artikel 7.197i. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is alleen van toepassing voor zover dat in paragraaf 7.2.8a.3, 7.2.8a.4, 7.2.8a.5 en 7.2.8a.6 is bepaald.

Artikel 7.197j. (module: flora- en fauna-activiteit)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit, bedoeld in hoofdstuk 11, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de Nederlandse en wetenschappelijke naam van de soort waarom het gaat;
  • b. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan, inclusief een onderbouwing en planning van de werkzaamheden die in het kader van de activiteit worden verricht;
  • c. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de activiteit en een onderbouwing waarom er geen andere bevredigende oplossing is dan het verrichten van de activiteit;
  • d. een beschrijving van:
  • 1°. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
  • 2°. de verspreiding van soorten en hun functies in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is;
  • 3°. de functies van de nesten of rustplaatsen van soorten en hoe essentieel deze zijn voor de staat van instandhouding van betreffende soorten;
  • 4°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
  • 5°. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de soort te voorkomen;
  • 6°. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de soort te herstellen; en
  • 7°. bij een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen, de verspreiding van de soorten en de locatie van de mitigerende en compenserende maatregelen;
  • e. de resultaten van een verricht natuurwaardenonderzoek met ten minste de volgende gegevens:
  • 1°. een aanduiding van de aan- of afwezigheid van soorten;
  • 2°. de omvang van de aanwezige populatie soorten;
  • 3°. een aanduiding van de gevolgen van de activiteit in het werkgebied op de staat van instandhouding van de aanwezige soorten; en
  • 4°. een beschrijving voor elke fase van de activiteit met ten minste de gevolgen van de daaraan voorafgaande fase en de gevolgen van mitigerende maatregelen als bedoeld onder d, onder 5°, of compenserende maatregelen als bedoeld onder d, onder 6°; en
  • f. als de activiteit nodig is voor onderzoek aan of naar soorten: gegevens over:
  • 1°. de achtergrond en de aanleiding van het onderzoek;
  • 2°. de doelstellingen van het onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen;
  • 3°. de methoden en technieken die worden toegepast om de onderzoeksvragen te beantwoorden en de wijze waarop wordt omgegaan met de vogels;
  • 4°. de beschikbare protocollen, richtlijnen of standaarden die worden toegepast;
  • 5°. de onderzoekshandelingen;
  • 6°. de relatie met eerder verricht onderzoek en de resultaten daarvan;
  • 7°. de samenwerking met andere instituten of onderzoekers;
  • 8°. de wijze waarop de voortgang van het onderzoek wordt gemonitord;
  • 9°. de deskundigheid van de onderzoekers;
  • 10°. de planning van het onderzoek, uitgesplitst naar onderzoeksfases, beslis- en interventiemomenten en werkzaamheden; en
  • 11°. de geraadpleegde literatuur.
2.

Het natuurwaardenonderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder e:

  • a. is verricht door een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring, die ecologisch advies versterkt of werkzaamheden begeleidt op het gebied van situaties, habitats en soorten; en
  • b. bevat gegevens waarvan de jongste gegevens niet ouder zijn dan drie jaar, of korter als in de periode tussen het onderzoek en de aanvraag de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht ingrijpend zijn gewijzigd.

§ 7.2.8a.3. Flora- en fauna-activiteit: vogelrichtlijnsoorten

Artikel 7.197k. (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen vogelrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of opzettelijk vangen, opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren, of het opzettelijk wegnemen van nesten, het rapen en onder zich hebben van eieren of het opzettelijk storen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

  • a. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
  • b. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
  • c. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
  • d. ter bescherming van flora en fauna;
  • e. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of
  • f. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
3.

Het tweede lid, onder e en f, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels.

4.

Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels en het bestrijden van schadeveroorzakende vogels door grondgebruikers van vogels:

  • b. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de vogelrichtlijnsoorten verstrekt.
Artikel 7.197l. (flora- en fauna-activiteit: commercieel bezit vogelrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of aanbieden voor verkoop van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
  • 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
  • 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
  • 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
  • 4°. ter bescherming van flora en fauna;
  • 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of
  • 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
  • b. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en
  • c. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.
Artikel 7.197m. (flora- en fauna-activiteit: niet-commercieel bezit vogelrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
  • 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
  • 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
  • 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
  • 4°. ter bescherming van flora en fauna;
  • 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of
  • 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
  • b. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en
  • c. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.
Artikel 7.197n. (flora- en fauna-activiteit: wijze vangen of doden vogelrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen, doden of achtervolgen van van nature in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de volgelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.40, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
  • 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
  • 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
  • 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; of
  • 4°. ter bescherming van flora en fauna; en
  • b. een beschrijving van:
  • 1°. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
  • 2°. de verspreiding van vogelrichtlijnsoorten in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar wordt verricht;
  • 3°. de functies van de nesten of rustplaatsen van vogelrichtlijnsoorten;
  • 4°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
  • 5°. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de vogelrichtlijnsoort te voorkomen;
  • 6°. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de vogelrichtlijnsoort te herstellen; en

§ 7.2.8a.4. Flora- en fauna-activiteit: habitatrichtlijnsoorten

Artikel 7.197o. (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen habitatrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden, vangen of verstoren van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van die dieren, het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten, van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

  • a. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
  • b. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
  • c. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
  • d. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
  • e. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
3.

Het tweede lid, onder d en e, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten.

4.

Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten en het bestrijden van schadeveroorzakende habitatrichtlijnsoorten door grondgebruikers van habitatrichtlijnsoorten:

  • b. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de habitatrichtlijnsoorten verstrekt.
Artikel 7.197p. (flora- en fauna-activiteit: bezit habitatrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van dieren of planten, of het voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dieren of planten, bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
  • 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
  • 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
  • 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
  • 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
  • 5°. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en
  • b. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de habitatrichtlijnsoort.
Artikel 7.197q. (flora- en fauna-activiteit: wijze van vangen of doden habitatrichtlijnsoorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen of doden van dieren of het aan de natuur onttrekken van dieren door het gebruik van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van populaties van soorten tot gevolg kunnen hebben, bedoeld in artikel 11.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
  • 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
  • 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; of
  • 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; en
  • b. een beschrijving van:
  • 1°. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
  • 2°. de verspreiding van habitatrichtlijnsoorten en hun functies in en rondom dat gebied, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is;
  • 3°. de functies van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van habitatrichtlijnsoorten en hoe essentieel deze zijn voor de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten;
  • 4°. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
  • 5°. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de habitatrichtlijnsoort te voorkomen;
  • 6°. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de habitatrichtlijnsoort te herstellen; en

§ 7.2.8a.5. Flora- en fauna-activiteit: andere soorten

Artikel 7.197r. (flora- en fauna-activiteit: schadelijke handelingen andere soorten)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen of kevers, het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

  • a. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
  • b. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
  • c. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
  • d. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten;
  • e. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
  • f. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
  • g. voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
  • h. voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
  • i. voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;
  • j. in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
  • k. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
  • l. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of
  • m. in het algemeen belang.
3.

Het tweede lid, onder d, e, f, h, j en k is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van de soorten als bedoeld in het eerste lid.

4.

Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie en het bestrijden van schadeveroorzakende soorten als bedoeld in het eerste lid door grondgebruikers:

  • b. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de soorten verstrekt.

§ 7.2.8a.6. Flora- en fauna-activiteit: overig

Artikel 7.197s. (flora- en fauna-activiteit: bijvoeren)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bijvoeren van in het wild levende edelherten, damherten, reeën, wilde zwijnen, fazanten, wilde eenden, houtduiven, hazen of konijnen, bedoeld in artikel 11.60, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving waarom er sprake is van:
  • 1°. bijzondere weersomstandigheden; of
  • 2°. een tijdelijk natuurlijk voedseltekort waardoor het welzijn van de dieren in het geding is;
  • b. een beschrijving, bedoeld onder a, die ten minste de volgende gegevens bevat:
  • 1°. de reden tot bijvoeren of oorzaak van het voedseltekort;
  • 2°. een beschrijving van de fysieke conditie van de dieren;
  • 3°. een verklaring van een dierenarts of deskundige; en
  • 4°. de wijze van bijvoeren.

§ 7.2.8a.7. Jachtgeweeractiviteit

Artikel 7.197t. (jachtgeweeractiviteit)
1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. twee pasfoto’s van de aanvrager;
  • b. een bewijs van een met goed gevolg afgelegd jachtexamen; en
  • c. de namen en contactgegevens van ten minste drie referenten.
2.

Het eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing als de aanvrager een nog geldende omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit heeft, tenzij de in dat onderdeel bedoelde gegevens, naar het oordeel van de korpschef noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 8.74t, tweede lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

§ 7.2.8a.8. Valkeniersactiviteit

Artikel 7.197u. (valkeniersactiviteit)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. twee goed gelijkende pasfoto’s van de aanvrager;
  • b. een bewijs van een met goed gevolg afgelegd examen voor het gebruik van jachtvogels; en
  • c. een bewijs dat de leeftijd van achttien jaar is bereikt.

§ 7.2.9. Rijksmonumentenactiviteit

§ 7.2.9.1. Algemeen

Artikel 7.198. (rijksmonumentenactiviteit: algemeen)
1.

Paragraaf 7.2.9 is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de wet.

2.

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. het rijksmonumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument;
  • b. de opgave van het huidige gebruik van het monument of archeologisch monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en
  • c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het monument of het archeologisch monument.

§ 7.2.9.2. Archeologische monumenten

Artikel 7.199. (rijksmonumentenactiviteit: archeologische monumenten)
1.

Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:
  • 1°. de omvang in vierkante meters; en
  • 2°. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;
  • b. een topografische kaart voorzien van noordpijl en ten minste twee coördinatenparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit;
  • c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;
  • d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving;
  • e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;
  • f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en
  • g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.
2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;
  • b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;
  • c. detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:
  • 1°. de exacte locatie;
  • 2°. de omvang; en
  • 3°. de diepte ten opzichte van het maaiveld;
  • d. voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:
  • 1°. een bestek met bijbehorende tekeningen; of
  • 2°. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;
  • e. als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of
  • f. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.
Artikel 7.200. (rijksmonumentenactiviteit: eisen aan tekeningen archeologisch monument)

Tekeningen als bedoeld in artikel 7.199 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

  • a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart;
  • b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en
  • c. 1:50, als het gaat om een detailtekening.

§ 7.2.9.3. Monumenten

Artikel 7.201. (rijksmonumentenactiviteit: slopen van een monument)
1.

Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:
  • 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en
  • 2°. foto’s van de bestaande toestand;
  • b. de volgende tekeningen:
  • 1°. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;
  • 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:
  • i. plattegronden;
  • ii. doorsneden;
  • iii. gevelaanzichten; of
  • iv. een dakaanzicht; en
  • 3°. slooptekeningen; en
  • c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;
  • b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;
  • c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of
  • d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.
Artikel 7.202. (rijksmonumentenactiviteit: verplaatsen van een monument)
1.

Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;
  • b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:
  • 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;
  • 2°. foto’s van de bestaande toestand; en
  • 3°. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie;
  • c. de volgende tekeningen:
  • 1°. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;
  • 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:
  • i. plattegronden;
  • ii. doorsneden;
  • iii. gevelaanzichten; of
  • iv. een dakaanzicht; en
  • 3°. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:
  • i. plattegronden;
  • ii. doorsneden;
  • iii. gevelaanzichten; of
  • iv. een dakaanzicht;
  • d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en
  • e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen: een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische en zijn nieuwe omgeving;
  • b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;
  • c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;
  • d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of
  • e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
Artikel 7.203. (rijksmonumentenactiviteit: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen)
1.

Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:
  • 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en
  • 2°. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht;
  • b. de volgende tekeningen:
  • 1°. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;
  • 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:
  • i. plattegronden;
  • ii. doorsneden;
  • iii. gevelaanzichten; of
  • iv. een dakaanzicht;
  • 3°. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;
  • 4°. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:
  • i. plattegronden;
  • ii. doorsneden;
  • iii. gevelaanzichten; of
  • iv. een dakaanzicht; en
  • 5°. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en
  • c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:
  • 1°. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering of verwerking; en
  • 2°. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;
  • b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;
  • c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;
  • d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;
  • e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;
  • f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of
  • g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
Artikel 7.204. (rijksmonumentenactiviteit: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen)

Bij de aanvraag wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 7.205. (rijksmonumentenactiviteit: eisen aan tekeningen monument)
1.

Tekeningen als bedoeld in de artikelen 7.201 tot en met 7.203 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

  • a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening;
  • b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)