Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 1926
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Dijktraject Beginpunt Beginpunt Eindpunt Eindpunt
X Y X Y
301 128792 483775 129611 482978
302 129659 482881 129864 481920
303 129864 481920 130159 479715
304 130174 479697 130148 476448
305 130019 476392 129169 471663
306 129169 471663 128359 466968
307 128359 466968 128201 464837
308 128202 464829 128486 463324
309 128486 463324 132167 459958
310 153134 440639 159707 434675
311 159638 434592 152869 440528
312 239151 487160 239837 487926
313 241307 473450 239087 487004
314 239865 487952 238939 486082
315 238926 485490 241348 473498
316 243077 473933 244573 474647
317 246046 474659 246275 474658
318 246462 474651 248987 474537
319 251738 474078 253409 473445
320 243120 473866 244569 474599
321 248381 474520 245533 474608
322 253378 473406 251771 474001
323 213092 463941 223927 464804
324 223933 464723 213013 463788
325 186884 420282 184823 429349
326 184955 429400 184620 428639
327 184521 428420 185598 422919
328 185598 422919 187066 420376
329 112030 404672 116488 406747
330 116496 406697 112058 404544
331 117295 405488 117054 406167
332 120168 404499 127579 400982
333 127647 400929 129615 399718
334 129768 399584 121134 404177
335 130618 399305 131310 399189
336 131205 399168 130614 399221
337 134460 398854 134977 398267
338 135866 396697 136850 393973
339 136824 393797 136104 395932
340 139625 391290 141644 390190
341 141538 390205 139608 391259
342 142541 389961 148695 390121
343 148698 390093 142457 389866
344 159968 390603 161584 390684
345 161385 390641 159970 390560
346 162495 390729 167449 391501
347 167449 391501 168620 391628
348 167828 391501 162097 390673
349 169637 391670 170527 391699
350 170828 391677 170429 391657
351 150940 409367 149590 408825
352 151375 416698 154157 410165
353 153921 410335 151260 416645
354 151409 410786 153921 410335
355 154157 410165 154611 409664
356 156121 408035 151299 410760
357 154611 409664 156177 408090
358 159020 406636 163991 403088
359 163971 403065 159003 406566
360 165060 402175 168817 398761
361 168771 398743 165041 402155
362 168895 398658 171341 395359
363 170683 396187 168852 398636
364 171314 395339 170683 396187
365 172151 394255 175432 389212
366 172983 392466 172117 394234
367 171497 391884 172943 392366
368 173416 390588 171603 391880
369 175295 389374 173447 390592
370 176341 386361 176863 380897
371 175941 383990 176281 386350
372 176664 381605 175911 383970
373 176878 380802 178613 378627
374 178599 378588 176840 380798
375 178705 378537 179811 373544
376 179607 375209 178691 378502
377 179799 373543 179674 374611
378 179835 373451 180063 371335
379 180040 371333 179802 373449
380 180080 371231 180390 368448
381 180408 367943 180047 371227
382 191070 370900 193614 372279
383 190871 370791 191053 370894
384 189706 370139 190837 370777
385 193614 372279 189706 370139
386 181122 365499 189636 370083
387 189636 370083 181110 365406
388 181066 365179 181143 365048
389 181021 364977 180804 365012
390 174664 361849 180317 364908
391 180322 364897 177181 363247
392 168677 358598 174572 361798
393 174580 361785 168709 358585
394 183167 361613 188117 354091
395 188066 354010 183113 361586
396 189260 350012 184840 341596
397 182474 335555 189057 350009
398 183939 338580 182526 335527
399 180540 330392 181548 333206
400 179309 325211 180912 328765
401 178666 324029 178801 324304
402 180966 328729 177982 322507
403 177812 322133 177151 320611
404 45856 372704 49373 365467
405 46671 368308 45480 371927
406 44147 359119 46671 368308
407 49374 365468 44422 359397
408 149547 408913 150894 409506
409 125661 486553 125680 486422
410 125680 486422 128487 483809
411 128487 483809 128584 483724
412 128584 483724 129911 479711
413 129911 479711 129906 479689
414 129906 479689 128445 468143
415 128445 468143 128439 468129
416 128439 468129 128081 464855
417 128081 464855 128083 464844
418 128083 464844 130818 460898
419 133679 456818 136131 448171
420 133361 413838 135436 409642
421 74724 385149 77269 376894

Bijlage I. bij artikel 1.1 van deze regeling (begripsbepalingen)

Bijlage IVa. bij artikel 2.29a van deze regeling (rijkswegen voorbeheersing van geluid)

Amsterdam – Amersfoort – Apeldoorn – Oldenzaal – Duitsland
A1 knooppunt Watergraafsmeer – knooppunt Diemen – knooppunt Muiderberg – knooppunt Eemnes – knooppunt Hoevelaken – Barneveld – knooppunt Beekbergen – knooppunt Azelo
Het wegdeel tussen knooppunt Azelo en knooppunt Buren is aangegeven als A35 (zie Rijksweg 35)
A1 knooppunt Buren – Duitse grens
Amsterdam – Utrecht – Eindhoven – Weert – Maastricht – België
A2 knooppunt Amstel – knooppunt Holendrecht – knooppunt Oudenrijn – knooppunt Everdingen – knooppunt Deil – knooppunt Empel – knooppunt Hintham – knooppunt Vught – knooppunt Ekkersweijer
A2/N2 knooppunt Ekkersweijer – knooppunt Batadorp – knooppunt De Hogt – knooppunt Leenderheide
A2 knooppunt Leenderheide – knooppunt Het Vonderen – knooppunt Kerensheide – knooppunt Kruisdonk – aansluiting Maastricht-Centrum Noord
N2 aansluiting Maastricht-Centrum Noord – aansluiting Maastricht-Centrum Zuid
A2 aansluiting Maastricht-Centrum Zuid – Belgische grens
Papendrecht – Dordrecht
N3 aansluiting Papendrecht – aansluiting ’s-Gravendeel
Amsterdam – ’s-Gravenhage – Rotterdam – Bergen op Zoom – België
A4 knooppunt De Nieuwe Meer – knooppunt Badhoevedorp – knooppunt De Hoek – knooppunt Burgerveen – aansluiting Zoeterwoude-Rijndijk – knooppunt Prins Clausplein – knooppunt Ypenburg – knooppunt Kethelplein – knooppunt Benelux
A29 knooppunt Vaanplein – knooppunt Hellegatsplein
A29/A59 knooppunt Hellegatsplein – knooppunt Sabina
A4/A29 knooppunt Sabina – knooppunt Zoomland
A4/A58 knooppunt Zoomland – knooppunt Markiezaat
A4 knooppunt Markiezaat – Belgische grens
Hoofddorp – Zwanenburg
A5 knooppunt De Hoek – knooppunt Raasdorp – knooppunt Coenplein
Muiderberg – Lelystad – Emmeloord – Joure
A6 knooppunt Muiderberg – knooppunt Almere – knooppunt Emmeloord – knooppunt Joure
Zaanstad – Purmerend – Den Oever – Zurich – Groningen – Duitsland
A7 Zaandam (vanaf kilometer 4,0) – knooppunt Zaandam – aansluiting Den Oever – knooppunt Zurich – aansluiting IJlst
N7 aansluiting IJlst – aansluiting Sneek-Oost
A7 aansluiting Sneek-Oost – knooppunt Joure
A7 knooppunt Joure – knooppunt Heerenveen – aansluiting Drachten – knooppunt Julianaplein
N7 knooppunt Julianaplein – knooppunt Euvelgunne – aansluiting Westerbroek
A7 aansluiting Westerbroek – knooppunt Zuidbroek – Duitse grens
Amsterdam – Zaanstad – Beverwijk
A8 knooppunt Coenplein – knooppunt Zaandam – aansluiting Zaanstad-Noord
Diemen – Badhoevedorp – Haarlem – Alkmaar – Den Helder
A9 knooppunt Diemen – knooppunt Holendrecht – knooppunt Badhoevedorp – knooppunt Raasdorp – knooppunt Rottepolderplein – knooppunt Velsen – knooppunt Beverwijk – knooppunt Kooimeer
N9 knooppunt Kooimeer – aansluiting N99
Ringweg Amsterdam
A10 knooppunt Coenplein – knooppunt Watergraafsmeer – knooppunt Nieuwe Meer
Leiden – Alphen a/d Rijn – Bodegraven
N11 aansluiting Zoeterwoude-Rijndijk – knooppunt Bodegraven
’s-Gravenhage – Utrecht – Arnhem – Duitsland
A12 ’s-Gravenhage (vanaf kilometer 3,3) – knooppunt Prins Clausplein – knooppunt Gouwe – knooppunt Bodegraven – knooppunt Oudenrijn – knooppunt Lunetten – knooppunt Maanderbroek – knooppunt Grijsoord
A12/A50 knooppunt Grijsoord – knooppunt Waterberg
A12 knooppunt Waterberg – knooppunt Velperbroek – knooppunt Oud-Dijk – Duitse grens
’s-Gravenhage – Rotterdam
A13 knooppunt Ypenburg – knooppunt Doenkade – knooppunt Kleinpolderplein
Wassenaar – Leidschendam – ’s-Gravenhage
N14 Wittenburgerweg – aansluiting N44 – aansluiting Leidschendam
Oostvoorne – Rotterdam – Rijksweg 12 – Babberich – Doetinchem – Enschede
A15 aansluiting Oostvoorne (vanaf kilometer 25,1) – aansluiting Brielle – knooppunt Benelux – knooppunt Vaanplein – knooppunt Ridderkerk-Noord
A15/A16 knooppunt Ridderkerk-Noord – knooppunt Ridderkerk-Zuid
A15 knooppunt Ridderkerk-Zuid – aansluiting Papendrecht – knooppunt Gorinchem – knooppunt Deil – knooppunt Valburg – knooppunt Ressen – Rijksweg 12
A18 knooppunt Oud-Dijk – Varsseveld
N18 Varsseveld – aansluiting A35
Rotterdam – Dordrecht – Breda – België
A16 knooppunt Doenkade – knooppunt Terbregseplein – knooppunt Ridderkerk-Noord
A16/A15 knooppunt Ridderkerk-Noord – knooppunt Ridderkerk-Zuid
A16 knooppunt Ridderkerk-Zuid – aansluiting N3 – knooppunt Klaverpolder
A16/A59 knooppunt Klaverpolder – knooppunt Zonzeel
A16 knooppunt Zonzeel – knooppunt Princeville
A16/A58 knooppunt Princeville – knooppunt Galder
A16 knooppunt Galder – Belgische grens
Moerdijk – Roosendaal
A17/A59 knooppunt Klaverpolder – knooppunt Noordhoek
A17 knooppunt Noordhoek – knooppunt De Stok
Maasdijk – Rotterdam – Gouda
A20 aansluiting Westerlee - knooppunt Kethelplein – knooppunt Kleinpolderplein – knooppunt Terbregseplein - knooppunt Gouwe
Velsen – Beverwijk
A22 knooppunt Velsen – knooppunt Beverwijk
Rotterdam – Vlaardingen
A24 aansluiting A15 – aansluiting A20
Breda – Gorinchem – Utrecht – Almere
A27 knooppunt Sint-Annabosch – knooppunt Hooipolder – knooppunt Gorinchem – knooppunt Everdingen – knooppunt Lunetten – knooppunt Rijnsweerd – knooppunt Eemnes – knooppunt Almere
Utrecht – Amersfoort – Zwolle – Assen – Groningen
A28 knooppunt Rijnsweerd – knooppunt Hoevelaken – knooppunt Hattemerbroek – knooppunt Lankhorst – knooppunt Hoogeveen – knooppunt Assen – knooppunt Julianaplein
Rotterdam – Klaaswaal
A29 knooppunt Vaanplein – Klaaswaal
Het wegdeel tussen Klaaswaal en knooppunt Sabina valt onder A4 (zie Rijksweg 4).
Ede – Barneveld
A30 knooppunt Maanderbroek – aansluiting Barneveld
Zurich – Leeuwarden – Drachten
N31 knooppunt Zurich – aansluiting Midlum
A31 aansluiting Midlum – aansluiting Marssum
N31 aansluiting Marssum – knooppunt Werpsterhoek – aansluiting Drachten
Meppel – Heerenveen – Leeuwarden
A32 knooppunt Lankhorst – knooppunt Heerenveen – aansluiting Wirdum
N32 aansluiting Wirdum – knooppunt Werpsterhoek
Assen – Zuidbroek – Eemshaven
N33 knooppunt Assen – knooppunt Zuidbroek – Eemshaven (tot kilometer 77,2)
Wierden – Enschede – Duitse grens
N35 de N35 van Zwolle tot Wierden valt onder de administratieve noemer Rijksweg 835, zie verder aldaar.
A35 aansluiting Wierden – aansluiting Almelo-West – knooppunt Azelo
A35/A1 knooppunt Azelo – knooppunt Buren
A35 knooppunt Buren – aansluiting Enschede-West – Enschede
N35 Enschede – Duitse grens
Almelo – Dedemsvaart
N36 aansluiting Almelo-West – aansluiting N48
Hoogeveen – Duitse grens
A37 knooppunt Hoogeveen – knooppunt Holsloot – Duitse grens
Ridderkerk – Rotterdam
Ridderkerk Rotterdamseweg – knooppunt Ridderkerk
Burgerveen – Wassenaar – ’s-Gravenhage
A44 knooppunt Burgerveen – Wassenaar
N44 Wassenaar – ’s-Gravenhage (tot kilometer 27,4)
Groningen
N46 knooppunt Euvelgunne – aansluiting Driebond
Ommen – Hoogeveen
N48 aansluiting N36 – knooppunt Hoogeveen
Eindhoven – Oss – Ravenstein – Arnhem – Apeldoorn – Kampen – Ens
A50 John F. Kennedylaan Eindhoven (tot Tempellaan) – aansluiting Ekkersrijt
A50 knooppunt Ekkersweijer – aansluiting Ekkersrijt – knooppunt Paalgraven – knooppunt Bankhoef – knooppunt Ewijk – knooppunt Valburg – knooppunt Grijsoord
Het wegdeel van knooppunt Grijsoord tot knooppunt Waterberg valt onder A12 (zie Rijksweg 12).
A50 knooppunt Waterberg – knooppunt Beekbergen – knooppunt Hattemerbroek
N50 knooppunt Hattemerbroek – aansluiting Ens
N50 Het wegdeel van aansluiting Ens tot knooppunt Emmeloord valt onder de administratieve noemer Rijksweg 838, zie verder aldaar.
Brielle – Haamstede – Middelburg
N57 aansluiting Brielle – aansluiting N59 – aansluiting Middelburg-Oost
N652 aansluiting N57 – Haamstede
Eindhoven – Breda – Vlissingen
A58 knooppunt Batadorp – knooppunt De Baars – knooppunt St.Annabosch
A58 knooppunt St.Annabosch – knooppunt Galder
Het wegdeel tussen knooppunt Galder en knooppunt Princeville is aangegeven als A16 (zie Rijksweg 16).
A58 knooppunt Princeville – knooppunt de Stok – knooppunt Zoomland
Het wegdeel tussen knooppunt Zoomland en knooppunt Markiezaat is aangegeven als A4 (zie Rijksweg 4).
A58 knooppunt Markiezaat – Vlissingen (tot kilometer 171,3)
Serooskerke – Zierikzee – Willemstad – Den Bosch – Oss
N59 aansluiting N57 – knooppunt Hellegatsplein
Het wegdeel tussen knooppunt Hellegatsplein en knooppunt Sabina is aangegeven als A4 (zie Rijksweg 4).
A59 knooppunt Sabina – knooppunt Noordhoek
Het wegdeel tussen knooppunt Noordhoek en knooppunt Zonzeel is aangegeven als A16 (zie Rijksweg 16).
A59 knooppunt Zonzeel – knooppunt Hooipolder – knooppunt Empel
Het wegdeel tussen knooppunt Empel en knooppunt Hintham is aangegeven als A2 (zie Rijksweg 2).
A59 knooppunt Hintham – knooppunt Paalgraven
Schoondijke – Terneuzen
N61 Schoondijke (vanaf kilometer 1,2) – aansluiting N290 Terneuzen
’s-Hertogenbosch – Tilburg
A65 knooppunt Vught – Vught
N65 Vught – aansluiting Berkel-Enschot
A65 aansluiting Berkel-Enschot – knooppunt De Baars
België – Eindhoven – Venlo – Duitsland
A67 Belgische grens – knooppunt De Hogt
Het wegdeel tussen knooppunt De Hogt en knooppunt Leenderheide is aangegeven als A2 (zie Rijksweg 2).
A67 knooppunt Leenderheide – knooppunt Zaarderheiken – Duitse grens
Echt – Susteren – Maasbracht – Boxmeer – Nijmegen
A73 knooppunt Het Vonderen – knooppunt Tiglia – knooppunt Zaarderheiken – knooppunt Rijkevoort – knooppunt Neerbosch – knooppunt Ewijk
Duitsland – Venlo
A74 Duitse grens- knooppunt Tiglia
België – Geleen – Heerlen – Duitsland
A76 Belgische grens – knooppunt Kerensheide – knooppunt Kunderberg – Duitse grens
Boxmeer – Duitsland
A77 knooppunt Rijkevoort – Duitse grens
Maastricht – Heerlen
A79 knooppunt Kruisdonk – knooppunt Kunderberg
Den Helder – Den Oever
N99 aansluiting Rijksweg 9 – aansluiting Den Oever
Amsterdam – Haarlem
N200 aansluiting Westerpark – aansluiting Halfweg
A200 aansluiting Halfweg – knooppunt Rottepolderplein – aansluiting Haarlem-Centrum (tot kilometer 11,8)
Haarlem-Zuid
A205 aansluiting Haarlem – knooppunt Rottepolderplein
Santpoort – IJmuiden
A208 aansluiting Velserbroek (vanaf kilometer 7,3) – knooppunt IJmuiden
knooppunt Neerbosch – Nijmegen
A73 knooppunt Neerbosch – Nijmegen (tot kilometer 108,6)
Zwolle – Wierden
N35 Wijthmen (vanaf kilometer 4,8) – aansluiting Wierden
Ens – Emmeloord
N50 aansluiting Ens – knooppunt Emmeloord
Ridderkerk – Alblasserdam
N915 aansluiting Hendrik-Ido-Ambacht – aansluiting Alblasserdam

Bijlage I. bij artikel 1.1 van deze regeling (begripsbepalingen)

Bijlage IVc. bij artikel 3.5 van deze regeling (rekenmethode geluidaandachtsgebied)

1. Algemeen

A. Begrippen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Gebieden waar op voorhand aannemelijk is dat deze onderdeel van het geluidaandachtsgebied zijn kunnen buiten het te berekenen gebied vallen. Deze gebieden worden dan onderdeel van het geluidaandachtsgebied. Wegen of spoorwegen die binnen die gebieden liggen en die invloed kunnen hebben op het geluidaandachtsgebied buiten deze gebieden worden meegenomen bij het berekenen van het geluidaandachtsgebied.

1.2. Modellering Omgeving

In de berekening van een geluidaandachtsgebied wordt geen rekening gehouden met bestaande bebouwing of afschermende objecten, met uitzondering van bebouwing en objecten die als geluidbrongegeven voor die geluidbronsoort voor de bepaling van geluidproductieplafonds zijn opgenomen in het geluidregister.

1.3. Contourberekening

Geluidaandachtsgebieden worden berekend door middel van een berekening van geluidniveaus op een regelmatig grid. Op basis van lineaire algebraïsche interpolatie wordt de contour bepaald van de standaardwaarde voor die geluidbronsoort, waarbij geen afronding wordt gehanteerd. Dit houdt in dat bij een standaardwaarde van bijvoorbeeld 53 dB, de 53,00 contour de grootte van het geluidaandachtsgebied bepaalt.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Er kan op aanvullende gridhoogtes worden gerekend. De hoogste waarde op een gridpunt wordt gebruikt voor het bepalen van de contour. Met de onderlinge afstand van gridpunten wordt de afstand bedoeld tussen punten op een regelmatig raster die op een horizontale of verticale lijn liggen. Deze afstand mag niet groter zijn dan de afstand in de tabel. Een kleinere afstand dan de afstand in de tabel is wel toegestaan.

Voor het bepalen van geluidaandachtsgebieden worden berekeningen uitgevoerd volgens bijlage IVe voor wegen, bijlage IVf voor spoorwegen en bijlage IVh (methode II) voor industrieterreinen. Aanvullend op deze bijlagen gelden de volgende regels voor het berekenen van geluidaandachtsgebieden.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Gebieden waar op voorhand aannemelijk is dat deze onderdeel van het geluidaandachtsgebied zijn kunnen buiten het te berekenen gebied vallen. Deze gebieden worden dan onderdeel van het geluidaandachtsgebied. Wegen of spoorwegen die binnen die gebieden liggen en die invloed kunnen hebben op het geluidaandachtsgebied buiten deze gebieden worden meegenomen bij het berekenen van het geluidaandachtsgebied.

1.2. Modellering Omgeving

Gebieden waar op voorhand aannemelijk is dat deze onderdeel van het geluidaandachtsgebied zijn kunnen buiten het te berekenen gebied vallen. Deze gebieden worden dan onderdeel van het geluidaandachtsgebied. Wegen of spoorwegen die binnen die gebieden liggen en die invloed kunnen hebben op het geluidaandachtsgebied buiten deze gebieden worden meegenomen bij het berekenen van het geluidaandachtsgebied.

1.2. Modellering Omgeving

In de berekening van een geluidaandachtsgebied wordt geen rekening gehouden met bestaande bebouwing of afschermende objecten, met uitzondering van bebouwing en objecten die als geluidbrongegeven voor die geluidbronsoort voor de bepaling van geluidproductieplafonds zijn opgenomen in het geluidregister.

1. Algemeen

1.1. Rekenmethode

Voor het bepalen van geluidaandachtsgebieden worden berekeningen uitgevoerd volgens bijlage IVe voor wegen, bijlage IVf voor spoorwegen en bijlage IVh (methode II) voor industrieterreinen. Aanvullend op deze bijlagen gelden de volgende regels voor het berekenen van geluidaandachtsgebieden.

1. Algemeen

Als de waarde van een geluidproductieplafond lager is dan de standaardwaarde voor die geluidbronsoort en er zijn geen afschermende voorzieningen aanwezig, dan wordt een aanvullende gridberekening uitgevoerd. Dit grid kent de eigenschappen gelijk aan die voor een grid bij geluidbronsoorten zonder geluidproductieplafonds. De minimale afmeting van het grid wordt begrensd door:

1.1. Rekenmethode

Voor het bepalen van geluidaandachtsgebieden worden berekeningen uitgevoerd volgens bijlage IVe voor wegen, bijlage IVf voor spoorwegen en bijlage IVh (methode II) voor industrieterreinen. Aanvullend op deze bijlagen gelden de volgende regels voor het berekenen van geluidaandachtsgebieden.

1.2. Modellering Omgeving

1.2. Modellering Omgeving

In de berekening van een geluidaandachtsgebied wordt geen rekening gehouden met bestaande bebouwing of afschermende objecten, met uitzondering van bebouwing en objecten die als geluidbrongegeven voor die geluidbronsoort voor de bepaling van geluidproductieplafonds zijn opgenomen in het geluidregister.

1.3. Contourberekening

Geluidaandachtsgebieden worden berekend door middel van een berekening van geluidniveaus op een regelmatig grid. Op basis van lineaire algebraïsche interpolatie wordt de contour bepaald van de standaardwaarde voor die geluidbronsoort, waarbij geen afronding wordt gehanteerd. Dit houdt in dat bij een standaardwaarde van bijvoorbeeld 53 dB, de 53,00 contour de grootte van het geluidaandachtsgebied bepaalt.

2. Overdracht

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en internationale verdragen

Als de waarde van een geluidproductieplafond lager is dan de standaardwaarde voor die geluidbronsoort en er zijn geen afschermende voorzieningen aanwezig, dan wordt een aanvullende gridberekening uitgevoerd. Dit grid kent de eigenschappen gelijk aan die voor een grid bij geluidbronsoorten zonder geluidproductieplafonds. De minimale afmeting van het grid wordt begrensd door:

Als er geen naastgelegen referentiepunten zijn wordt de minimale afmeting van het grid begrensd door:

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

De bijdrage van het geluid van stilstaande spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen wordt op hetzelfde grid uitgevoerd als de berekening van het hoofdspoor. Na energetische optelling van de resultaten van de individuele gridpunten vindt de interpolatie plaats voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied.

Wanneer voor lokale wegen waarvan een geluidaandachtsgebied moet worden bepaald geen verkeersgegevens bekend zijn en van die wegen de verkeersintensiteit hoger kan zijn dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, worden contouren bepaald met de volgende afstanden van de rand van de contour tot de weg:

Wanneer voor lokale wegen waarvan een geluidaandachtsgebied moet worden bepaald geen verkeersgegevens bekend zijn en van die wegen de verkeersintensiteit hoger kan zijn dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, worden contouren bepaald met de volgende afstanden van de rand van de contour tot de weg:

Het totale geluidaandachtsgebied van een geluidbronsoort is het gebied bepaald door de contourberekening en de gebieden waar niet gerekend is omdat op voorhand aannemelijk was dat deze gebieden onderdeel zijn van het geluidaandachtsgebied, dat voor wegen wordt aangevuld met de gebieden uit de contouren van wegen zonder verkeersgegevens.

Het totale geluidaandachtsgebied van een geluidbronsoort is het gebied bepaald door de contourberekening en de gebieden waar niet gerekend is omdat op voorhand aannemelijk was dat deze gebieden onderdeel zijn van het geluidaandachtsgebied, dat voor wegen wordt aangevuld met de gebieden uit de contouren van wegen zonder verkeersgegevens.

1. Algemeen

Voor de indeling van de sectoren wordt uitgegaan van een vaste openingshoek van 2°.

2.2. Reflecties

2.2. Reflecties

Bij de berekeningen wordt uitgegaan van niet meer dan één reflectie per overdrachtspad.

1.1. Rekenmethode

Voor het bepalen van geluidaandachtsgebieden worden berekeningen uitgevoerd volgens bijlage IVe voor wegen, bijlage IVf voor spoorwegen en bijlage IVh (methode II) voor industrieterreinen. Aanvullend op deze bijlagen gelden de volgende regels voor het berekenen van geluidaandachtsgebieden.

2.4. Hoogtemodellering

De grideigenschappen zijn afhankelijk van de geluidbronsoort:

2.4.2. Voor industrieterreinen

Als de waarde van een geluidproductieplafond lager is dan de standaardwaarde voor die geluidbronsoort en er zijn geen afschermende voorzieningen aanwezig, dan wordt een aanvullende gridberekening uitgevoerd. Dit grid kent de eigenschappen gelijk aan die voor een grid bij geluidbronsoorten zonder geluidproductieplafonds. De minimale afmeting van het grid wordt begrensd door:

2.5. Afscherming

De grideigenschappen zijn afhankelijk van de geluidbronsoort:

Er kan op aanvullende gridhoogtes worden gerekend. De hoogste waarde op een gridpunt wordt gebruikt voor het bepalen van de contour. Met de onderlinge afstand van gridpunten wordt de afstand bedoeld tussen punten op een regelmatig raster die op een horizontale of verticale lijn liggen. Deze afstand mag niet groter zijn dan de afstand in de tabel. Een kleinere afstand dan de afstand in de tabel is wel toegestaan.

Als de waarde van een geluidproductieplafond lager is dan de standaardwaarde voor die geluidbronsoort en er zijn geen afschermende voorzieningen aanwezig, dan wordt een aanvullende gridberekening uitgevoerd. Dit grid kent de eigenschappen gelijk aan die voor een grid bij geluidbronsoorten zonder geluidproductieplafonds. De minimale afmeting van het grid wordt begrensd door:

Als er geen naastgelegen referentiepunten zijn wordt de minimale afmeting van het grid begrensd door:

Bijlage IVd. bij de artikelen 3.7 en 12.71d van deze regeling (rekenmethode basisgeluidemissie en geluidemissie in lden)

2.6.2. Voor spoorwegen met geluidproductieplafonds

1.4. Vaststellen contouren wegen zonder geluidproductieplafonds: geen verkeersgegevens

2.1. Sectorhoek

A. Begrippen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en internationale verdragen

Geluidschermen en geluidwallen worden bij spoorwegen met de werkelijke hoogte gemodelleerd en er wordt geen reflectiebijdrage in rekening gebracht. Het afschermende effect van een overkapping met dichte zijwanden wordt gemodelleerd identiek aan een tunnel. Van een overkapping zonder dichte zijwanden wordt geen afschermende werking in rekening gebracht.

Voor de indeling van de sectoren wordt uitgegaan van een vaste openingshoek van 2°.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en internationale verdragen

Voor de berekening van geluidsaandachtsgebieden worden alle objecten (wegen, spoorwegen, schermen en grid) met een maaiveldhoogte 0 gemodelleerd. Voor schermen en geluidwallen wordt de constructiehoogte gebruikt. Er wordt dus geen rekening gehouden met taluds, bruggen, maaiveldverloop van de omgeving of andere hoogteverschillen.

2.4.2. Voor industrieterreinen

Voor industrieterreinen wordt als maaiveldhoogte buiten het industrieterrein de gemiddelde maaiveldhoogte van het industrieterrein aangehouden. Voor de gemiddelde maaiveldhoogte op het industrieterrein kan worden uitgegaan van de werkelijke gemiddelde hoogte of 0 m.

Behalve de bodem op het industrieterrein, wordt voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein uitgegaan van een akoestisch absorptiefractie van 0,0.

A. Begrippen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en internationale verdragen

Gebieden waar op voorhand aannemelijk is dat deze onderdeel van het geluidaandachtsgebied zijn kunnen buiten het te berekenen gebied vallen. Deze gebieden worden dan onderdeel van het geluidaandachtsgebied. Wegen of spoorwegen die binnen die gebieden liggen en die invloed kunnen hebben op het geluidaandachtsgebied buiten deze gebieden worden meegenomen bij het berekenen van het geluidaandachtsgebied.

LR,i = –10 lg [0,8 · (1 - (αi= 5 – 0,2) / 0,6)] voor 0,2 < αi= 5 < 0,8

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Voor het bepalen van geluidaandachtsgebieden worden berekeningen uitgevoerd volgens bijlage IVe voor wegen, bijlage IVf voor spoorwegen en bijlage IVh (methode II) voor industrieterreinen. Aanvullend op deze bijlagen gelden de volgende regels voor het berekenen van geluidaandachtsgebieden.

1. Regels voor het berekenen van de geluidemissie in Lden

De grideigenschappen zijn afhankelijk van de geluidbronsoort:

In de berekening van een geluidaandachtsgebied wordt geen rekening gehouden met bestaande bebouwing of afschermende objecten, met uitzondering van bebouwing en objecten die als geluidbrongegeven voor die geluidbronsoort voor de bepaling van geluidproductieplafonds zijn opgenomen in het geluidregister.

Bijlage IIIb. bij artikel 2.5, tweede lid, van deze regeling (rijksdriehoekscoördinaten begrenzingen dijktrajecten van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk)

Dijktraject Beginpunt Beginpunt Eindpunt Eindpunt
X Y X Y
301 128792 483775 129611 482978
302 129659 482881 129864 481920
303 129864 481920 130159 479715
304 130174 479697 130148 476448
305 130019 476392 129169 471663
306 129169 471663 128359 466968
307 128359 466968 128201 464837
308 128202 464829 128486 463324
309 128486 463324 132167 459958
310 153134 440639 159707 434675
311 159638 434592 152869 440528
312 239151 487160 239837 487926
313 241307 473450 239087 487004
314 239865 487952 238939 486082
315 238926 485490 241348 473498
316 243077 473933 244573 474647
317 246046 474659 246275 474658
318 246462 474651 248987 474537
319 251738 474078 253409 473445
320 243120 473866 244569 474599
321 248381 474520 245533 474608
322 253378 473406 251771 474001
323 213092 463941 223927 464804
324 223933 464723 213013 463788
325 186884 420282 184823 429349
326 184955 429400 184620 428639
327 184521 428420 185598 422919
328 185598 422919 187066 420376
329 112030 404672 116488 406747
330 116496 406697 112058 404544
331 117295 405488 117054 406167
332 120168 404499 127579 400982
333 127647 400929 129615 399718
334 129768 399584 121134 404177
335 130618 399305 131310 399189
336 131205 399168 130614 399221
337 134460 398854 134977 398267
338 135866 396697 136850 393973
339 136824 393797 136104 395932
340 139625 391290 141644 390190
341 141538 390205 139608 391259
342 142541 389961 148695 390121
343 148698 390093 142457 389866
344 159968 390603 161584 390684
345 161385 390641 159970 390560
346 162495 390729 167449 391501
347 167449 391501 168620 391628
348 167828 391501 162097 390673
349 169637 391670 170527 391699
350 170828 391677 170429 391657
351 150940 409367 149590 408825
352 151375 416698 154157 410165
353 153921 410335 151260 416645
354 151409 410786 153921 410335
355 154157 410165 154611 409664
356 156121 408035 151299 410760
357 154611 409664 156177 408090
358 159020 406636 163991 403088
359 163971 403065 159003 406566
360 165060 402175 168817 398761
361 168771 398743 165041 402155
362 168895 398658 171341 395359
363 170683 396187 168852 398636
364 171314 395339 170683 396187
365 172151 394255 175432 389212
366 172983 392466 172117 394234
367 171497 391884 172943 392366
368 173416 390588 171603 391880
369 175295 389374 173447 390592
370 176341 386361 176863 380897
371 175941 383990 176281 386350
372 176664 381605 175911 383970
373 176878 380802 178613 378627
374 178599 378588 176840 380798
375 178705 378537 179811 373544
376 179607 375209 178691 378502
377 179799 373543 179674 374611
378 179835 373451 180063 371335
379 180040 371333 179802 373449
380 180080 371231 180390 368448
381 180408 367943 180047 371227
382 191070 370900 193614 372279
383 190871 370791 191053 370894
384 189706 370139 190837 370777
385 193614 372279 189706 370139
386 181122 365499 189636 370083
387 189636 370083 181110 365406
388 181066 365179 181143 365048
389 181021 364977 180804 365012
390 174664 361849 180317 364908
391 180322 364897 177181 363247
392 168677 358598 174572 361798
393 174580 361785 168709 358585
394 183167 361613 188117 354091
395 188066 354010 183113 361586
396 189260 350012 184840 341596
397 182474 335555 189057 350009
398 183939 338580 182526 335527
399 180540 330392 181548 333206
400 179309 325211 180912 328765
401 178666 324029 178801 324304
402 180966 328729 177982 322507
403 177812 322133 177151 320611
404 45856 372704 49373 365467
405 46671 368308 45480 371927
406 44147 359119 46671 368308
407 49374 365468 44422 359397
408 149547 408913 150894 409506
409 125661 486553 125680 486422
410 125680 486422 128487 483809
411 128487 483809 128584 483724
412 128584 483724 129911 479711
413 129911 479711 129906 479689
414 129906 479689 128445 468143
415 128445 468143 128439 468129
416 128439 468129 128081 464855
417 128081 464855 128083 464844
418 128083 464844 130818 460898
419 133679 456818 136131 448171
420 133361 413838 135436 409642
421 74724 385149 77269 376894

1. Algemeen

De grideigenschappen zijn afhankelijk van de geluidbronsoort:

2.5.2. Voor spoorwegen met geluidproductieplafonds

1.4. Vaststellen contouren wegen zonder geluidproductieplafonds: geen verkeersgegevens

Als er geen naastgelegen referentiepunten zijn wordt de minimale afmeting van het grid begrensd door:

In de berekening van een geluidaandachtsgebied wordt geen rekening gehouden met bestaande bebouwing of afschermende objecten, met uitzondering van bebouwing en objecten die als geluidbrongegeven voor die geluidbronsoort voor de bepaling van geluidproductieplafonds zijn opgenomen in het geluidregister.

Voor het bepalen van geluidaandachtsgebieden worden berekeningen uitgevoerd volgens bijlage IVe voor wegen, bijlage IVf voor spoorwegen en bijlage IVh (methode II) voor industrieterreinen. Aanvullend op deze bijlagen gelden de volgende regels voor het berekenen van geluidaandachtsgebieden.

1.4. Vaststellen contouren wegen zonder geluidproductieplafonds: geen verkeersgegevens

De grideigenschappen zijn afhankelijk van de geluidbronsoort:

In de berekening van een geluidaandachtsgebied wordt geen rekening gehouden met bestaande bebouwing of afschermende objecten, met uitzondering van bebouwing en objecten die als geluidbrongegeven voor die geluidbronsoort voor de bepaling van geluidproductieplafonds zijn opgenomen in het geluidregister.

Als de waarde van een geluidproductieplafond lager is dan de standaardwaarde voor die geluidbronsoort en er zijn geen afschermende voorzieningen aanwezig, dan wordt een aanvullende gridberekening uitgevoerd. Dit grid kent de eigenschappen gelijk aan die voor een grid bij geluidbronsoorten zonder geluidproductieplafonds. De minimale afmeting van het grid wordt begrensd door:

Geluidaandachtsgebieden worden berekend door middel van een berekening van geluidniveaus op een regelmatig grid. Op basis van lineaire algebraïsche interpolatie wordt de contour bepaald van de standaardwaarde voor die geluidbronsoort, waarbij geen afronding wordt gehanteerd. Dit houdt in dat bij een standaardwaarde van bijvoorbeeld 53 dB, de 53,00 contour de grootte van het geluidaandachtsgebied bepaalt.

De grideigenschappen zijn afhankelijk van de geluidbronsoort:

Er kan op aanvullende gridhoogtes worden gerekend. De hoogste waarde op een gridpunt wordt gebruikt voor het bepalen van de contour. Met de onderlinge afstand van gridpunten wordt de afstand bedoeld tussen punten op een regelmatig raster die op een horizontale of verticale lijn liggen. Deze afstand mag niet groter zijn dan de afstand in de tabel. Een kleinere afstand dan de afstand in de tabel is wel toegestaan.

Als de waarde van een geluidproductieplafond lager is dan de standaardwaarde voor die geluidbronsoort en er zijn geen afschermende voorzieningen aanwezig, dan wordt een aanvullende gridberekening uitgevoerd. Dit grid kent de eigenschappen gelijk aan die voor een grid bij geluidbronsoorten zonder geluidproductieplafonds. De minimale afmeting van het grid wordt begrensd door:

Als er geen naastgelegen referentiepunten zijn wordt de minimale afmeting van het grid begrensd door:

Als een lokale spoorweg op grond van artikel 3.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving als onderdeel van de geluidbronsoort gemeentewegen wordt beschouwd, dan worden beide berekeningen op hetzelfde grid uitgevoerd. Na energetische optelling van de resultaten van de individuele gridpunten vindt de interpolatie plaats voor de bepaling van het geluidaandachtsgebied.

De bijdrage van het geluid van stilstaande spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen wordt op hetzelfde grid uitgevoerd als de berekening van het hoofdspoor. Na energetische optelling van de resultaten van de individuele gridpunten vindt de interpolatie plaats voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied.

Voor industrieterreinen wordt als maaiveldhoogte buiten het industrieterrein de gemiddelde maaiveldhoogte van het industrieterrein aangehouden. Voor de gemiddelde maaiveldhoogte op het industrieterrein kan worden uitgegaan van de werkelijke gemiddelde hoogte of 0 m.

2.1. Sectorhoek

Voor de indeling van de sectoren wordt uitgegaan van een vaste openingshoek van 2°.

Het totale geluidaandachtsgebied van een geluidbronsoort is het gebied bepaald door de contourberekening en de gebieden waar niet gerekend is omdat op voorhand aannemelijk was dat deze gebieden onderdeel zijn van het geluidaandachtsgebied, dat voor wegen wordt aangevuld met de gebieden uit de contouren van wegen zonder verkeersgegevens.

Bij de berekeningen wordt uitgegaan van niet meer dan één reflectie per overdrachtspad.

LR,i = –10 lg (1 – αi= 5) voorαi= 5 <= 0,2

Voor de indeling van de sectoren wordt uitgegaan van een vaste openingshoek van 2°.

2.2. Reflecties

Bij de berekeningen wordt uitgegaan van niet meer dan één reflectie per overdrachtspad.

Voor de berekening van geluidsaandachtsgebieden worden alle objecten (wegen, spoorwegen, schermen en grid) met een maaiveldhoogte 0 gemodelleerd. Voor schermen en geluidwallen wordt de constructiehoogte gebruikt. Er wordt dus geen rekening gehouden met taluds, bruggen, maaiveldverloop van de omgeving of andere hoogteverschillen.

In tabel 2.3 zijn maximale rekenafstanden opgenomen. De maximale rekenafstand is de maximale afstand tussen bronpunt en gridpunt dat in de berekening moet worden meegenomen. Alleen als de afstand tussen bronpunt en gridpunt kleiner is dan de maximale rekenafstand, wordt die bron of het bronsegment meegenomen. Deze afstand wordt bepaald aan de hand van het totale overdrachtspad in het horizontale vlak (2D). De te hanteren maximale rekenafstand is voor verschillende geluidbronsoorten in de onderstaande tabel aangegeven.

Voor industrieterreinen wordt als maaiveldhoogte buiten het industrieterrein de gemiddelde maaiveldhoogte van het industrieterrein aangehouden. Voor de gemiddelde maaiveldhoogte op het industrieterrein kan worden uitgegaan van de werkelijke gemiddelde hoogte of 0 m.

Voor reflecterende objecten die zijn opgebouwd uit onderdelen met verschillende absorptie-eigenschappen wordt de waarde αi=5 oppervlakte-gewogen gemiddeld.

Voor de berekening van geluidsaandachtsgebieden worden alle objecten (wegen, spoorwegen, schermen en grid) met een maaiveldhoogte 0 gemodelleerd. Voor schermen en geluidwallen wordt de constructiehoogte gebruikt. Er wordt dus geen rekening gehouden met taluds, bruggen, maaiveldverloop van de omgeving of andere hoogteverschillen.

Voor geluidschermen langs wegen wordt het absorptiespectrum vereenvoudigd tot αi=5, de waarde bij 1.000 Hz.

Voor industrieterreinen wordt als maaiveldhoogte buiten het industrieterrein de gemiddelde maaiveldhoogte van het industrieterrein aangehouden. Voor de gemiddelde maaiveldhoogte op het industrieterrein kan worden uitgegaan van de werkelijke gemiddelde hoogte of 0 m.

LR,i = –10 lg (1 – αi= 5) voorαi= 5 <= 0,2

2.5.1. Voor wegen met geluidproductieplafonds

Voor geluidschermen langs wegen wordt het absorptiespectrum vereenvoudigd tot αi=5, de waarde bij 1.000 Hz.

Bij schermen waarvan het reflecterende oppervlak loodrecht, of onder een helling die kleiner is dan 5°, op het aardoppervlak staat, wordt de niveaureductie ΔLR berekend volgens de formules:

2.6.2. Voor spoorwegen met geluidproductieplafonds

LR,i = –10 lg [0,8 · (1 - (αi= 5 – 0,2) / 0,6)] voor 0,2 < αi= 5 < 0,8

Voor reflecterende objecten waarvoor geldt dat αi=5 >= 0,8 wordt geen reflectiebijdrage in rekening gebracht.

Voor reflecterende objecten die zijn opgebouwd uit onderdelen met verschillende absorptie-eigenschappen wordt de waarde αi=5 oppervlakte-gewogen gemiddeld.

Bij geluidwallen, en bij schermen die onder een helling van meer dan 5° staan ten opzichte van de verticaal en waarvan uit onderzoek is gebleken dat deze als gevolg van deze hellingshoek een effect hebben dat gelijkwaardig is aan een absorberend scherm, wordt geen reflectiebijdrage in rekening gebracht. De hellingshoek van een scherm wordt bepaald op de plaats waar het scherm het sectorvlak snijdt.

Gekromde schermen of luifels langs wegen worden gemodelleerd door middel van een vervangend verticaal scherm, waarvan de top overeenkomt met de top van het gekromde scherm of het uiteinde van de luifel. Als dit punt, bezien vanuit de voet van de luifel, voorbij de rijlijn ligt, wordt de rijlijn plaatselijk verschoven. De nieuwe positie van de bron is dan halverwege de binnenste wegrand en het vervangende verticale scherm zoals in onderstaande figuren is weergegeven.

Behalve de verharding van de weg wordt, voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied van wegen, uitgegaan van een akoestische absorptiefractie van 0,5. Ook (berm)sloten, pech- en vluchthavens, verzorgingsplaatsen met toe- en afritten en andere wegen, parkeerplaatsen en pleinen worden als gebied met een absorptiefactie van 0,5 beschouwd. De bodemdemping van de verharding van de weg wordt bepaald overeenkomstig de methode in bijlage IVe.

Geluidschermen en geluidwallen worden bij spoorwegen met de werkelijke hoogte gemodelleerd en er wordt geen reflectiebijdrage in rekening gebracht. Het afschermende effect van een overkapping met dichte zijwanden wordt gemodelleerd identiek aan een tunnel. Van een overkapping zonder dichte zijwanden wordt geen afschermende werking in rekening gebracht.

2.6. Bodemdemping

Er is voor gekozen om uit te gaan van een plat model met betrekking tot het maaiveld. Het veranderen van omgeving rond een bron heeft dan geen gevolgen voor het geluidaandachtsgebied. Daarnaast wordt er uitgegaan van twee gridhoogtes. Voor bronnen met geluidproductieplafonds is de gridhoogte dusdanig gekozen dat er voor hoogbouw langs wegen met geluidschermen of nabij industrieterreinen geen risico is van overschrijding van de standaardwaarde buiten het geluidaandachtsgebied. Bij bronnen zonder geluidproductieplafonds worden geluidafschermende objecten niet meegenomen en is het niet noodzakelijk om op grotere hoogte te rekenen. Daarnaast kan de contour bij bronnen met relatief lage emissie op een lagere hoogte groter zijn vergeleken met een contour berekend op hogere hoogte. De bepaling dat aanvullende hoogten kunnen worden berekend is voor het geval er bronnen zijn waar dit specifiek voor noodzakelijk wordt geacht.

Behalve de verharding van de weg wordt, voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied van wegen, uitgegaan van een akoestische absorptiefractie van 0,5. Ook (berm)sloten, pech- en vluchthavens, verzorgingsplaatsen met toe- en afritten en andere wegen, parkeerplaatsen en pleinen worden als gebied met een absorptiefactie van 0,5 beschouwd. De bodemdemping van de verharding van de weg wordt bepaald overeenkomstig de methode in bijlage IVe.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende categorieën motorvoertuigen onderscheiden:

1. Regels voor het berekenen van de geluidemissie in Lden

met:

1.2. Geluidemissie van wegen

Het uitgangspunt van de berekening is een worst case benadering, zodat er niet ten onrechte gedetailleerd onderzoek achterwege wordt gelaten. Dit houdt in dat het mogelijk is dat bij realisatie van een geluidgevoelige bestemming binnen het geluidaandachtsgebied alsnog blijkt dat de standaardwaarde niet wordt overschreden.

Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied wordt uitgegaan van een akoestisch absorptiefractie van 0,0.

Als er geluidproductieplafonds zijn in situaties zonder geluidbeperkende werken of bouwwerken die zijn geplaatst om het geluid door de weg op een geluidgevoelig gebouw te beperken, dan kan uit de waarde op het geluidreferentiepunt al blijken dat een gridhoogte van 30 m te hoog is. In dat geval wordt een aanvullende berekening voorgeschreven met een gridhoogte van 10 m en een hogere puntdichtheid.

Het doel van deze rekenmethode is om een gebied te definiëren waarbinnen er een kans kan zijn dat er een standaardwaarde wordt overschreden. In beginsel wordt er gerekend. Het kan echter zo zijn dat er gebieden zijn waarvan al vooraf duidelijk is dat er een grote kans is dat deze binnen het geluidaandachtsgebied zullen vallen. Een voorbeeld kan de bebouwde kom van een gemeente zijn. In dat geval hoeft er binnen dat gebied niet te worden gerekend. Buiten dat gebied is dat wel noodzakelijk. Geluidbronnen die binnen een dergelijk gebied liggen waar niet gerekend wordt, maar die wel een invloed kunnen hebben op het geluidaandachtsgebied moeten dan gemodelleerd worden. Als vuistregel kan het afstandscriterium uit tabel 2.3 gebruikt worden.

Het uitgangspunt van de berekening is een worst case benadering, zodat er niet ten onrechte gedetailleerd onderzoek achterwege wordt gelaten. Dit houdt in dat het mogelijk is dat bij realisatie van een geluidgevoelige bestemming binnen het geluidaandachtsgebied alsnog blijkt dat de standaardwaarde niet wordt overschreden.

1.1. Begrippen

Als er geluidproductieplafonds zijn in situaties zonder geluidbeperkende werken of bouwwerken die zijn geplaatst om het geluid door de weg op een geluidgevoelig gebouw te beperken, dan kan uit de waarde op het geluidreferentiepunt al blijken dat een gridhoogte van 30 m te hoog is. In dat geval wordt een aanvullende berekening voorgeschreven met een gridhoogte van 10 m en een hogere puntdichtheid.

De geluidemissie van een weg wordt bepaald door de energetische som van de individuele (uurgemiddelde) emissies van rijlijnen of bronlijnen (k) die tot één weg behoren volgens de formule:

Per bronhoogte wordt de emissie bepaald volgens formule 2.1 van bijlage IVf bij deze regeling. De emissie van een bronlijn k voor periode p (dag, avond en nacht) wordt berekend volgens de formule:

Per bronhoogte wordt de emissie bepaald volgens formule 2.1 van bijlage IVf bij deze regeling. De totale emissie van een bronlijn k voor periode p (dag, avond en nacht) wordt berekend volgens de formule:

De emissie per rijlijn k voor periode p (dag, avond of nacht) wordt bepaald volgens formule 2.3 van bijlage IVe bij deze regeling, waarbij

niet in deze berekening wordt meegenomen. De geluidemissie

Per bronhoogte wordt de emissie bepaald volgens formule 2.1 van bijlage IVf bij deze regeling. De emissie van een bronlijn k voor periode p (dag, avond en nacht) wordt berekend volgens de formule:

Er wordt geen gebruik gemaakt van standaard invoerwaarden of veronderstellingen, tenzij de verzameling van werkelijke gegevens met onevenredig hoge kosten gepaard gaat.

De emissie per rijlijn k voor periode p (dag, avond of nacht) wordt bepaald volgens formule 2.3 van bijlage IVe bij deze regeling, waarbij

niet in deze berekening wordt meegenomen. De geluidemissie

voor een rijlijn k wordt berekend volgens de formule:

De totale geluidemissie van een spoorweggedeelte bestaat uit de som van de spoorbaandelen k per periode gewogen naar een Lden waarde en wordt berekend volgens de formule:

De geluidemissie van een weg wordt bepaald door de energetische som van de individuele (uurgemiddelde) emissies van rijlijnen of bronlijnen (k) die tot één weg behoren volgens de formule:

Op grond van artikel 11.47 van het Besluit kwaliteit leefomgeving mag het verschil tussen de geluidemissie in Lden en de basisgeluidemissie in bepaalde gevallen worden geschat in plaats van berekend. In artikel 12.71d van deze regeling is bepaald op welke manier het verschil in dat geval geschat moet worden.

3. Detaillering invoergegevens

De totale geluidemissie van een spoorweggedeelte bestaat uit de som van de spoorbaandelen k per periode gewogen naar een Lden waarde en wordt berekend volgens de formule:

Voor het bepalen van de geluidemissie in Ldenkan een vereenvoudigde modellering van kruisingen en rotondes worden toegepast.

Op grond van artikel 11.47 van het Besluit kwaliteit leefomgeving mag het verschil tussen de geluidemissie in Lden en de basisgeluidemissie in bepaalde gevallen worden geschat in plaats van berekend. In artikel 12.71d van deze regeling is bepaald op welke manier het verschil in dat geval geschat moet worden.

Er wordt geen gebruik gemaakt van standaard invoerwaarden of veronderstellingen, tenzij de verzameling van werkelijke gegevens met onevenredig hoge kosten gepaard gaat.

Voor het bepalen van een geluidemissie in Lden wordt voor de modellering van wegdektypen en bovenbouwtype uitgegaan van de representatieve deklaag of bovenbouwconstructie voor dat weg- of spoorgedeelte. Korte onderbrekingen in wegdek of bovenbouw type, zoals een drempel met klinkers in een asfaltweg, worden buiten beschouwing gelaten.

Voor het bepalen van de geluidemissie in Ldenkan een vereenvoudigde modellering van kruisingen en rotondes worden toegepast.

2.5.1. De kruispunttoeslag ΔLkruispunt

Er wordt geen gebruik gemaakt van standaard invoerwaarden of veronderstellingen, tenzij de verzameling van werkelijke gegevens met onevenredig hoge kosten gepaard gaat.

met:

De geluidemissie in Lden wordt gebruikt om het verschil met de basisgeluidemissie te monitoren. Alleen parameters die van invloed zijn op de emissie zijn hierbij van belang. Er geldt één geluidemissie in Lden voor een wegvak. Een wegvak kan bestaan uit een enkele rijlijn of bronlijn, maar ook uit combinaties van meerdere rijlijnen of bronlijnen.

In veel gevallen zal er bij het bepalen van de geluidemissie in Lden alleen een andere verkeersintensiteit zijn ten opzichte van de basisgeluidemissie (voertuigverdeling, snelheden en wegdekverharding blijven gelijk).

Leq,i,j,n,m wordt berekend volgens de formule:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Deze meet- en rekenmethode is bedoeld voor het bepalen van het geluid door wegen.

Als gebruik wordt gemaakt van automatische telapparatuur met een andere dan de hierboven genoemde categorie-indeling, zijn deze tellingen toepasbaar als van deze automatische telapparatuur is aangetoond dat het berekende, op tienden van decibellen afgeronde equivalente geluidniveau niet meer dan 0,5 dB afwijkt bij voor de betreffende wegtype representatieve verkeerssamenstelling.

2.1. Begrippen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende categorieën motorvoertuigen onderscheiden:

Als gebruik wordt gemaakt van automatische telapparatuur met een andere dan de hierboven genoemde categorie-indeling, zijn deze tellingen toepasbaar als van deze automatische telapparatuur is aangetoond dat het berekende, op tienden van decibellen afgeronde equivalente geluidniveau niet meer dan 0,5 dB afwijkt bij voor de betreffende wegtype representatieve verkeerssamenstelling.

met:

2.3. Reflecties

waarbij Leq,i,j,n,m de bijdrage is aan het LAeq in één octaaf (index i), van één sector (index j), van één bronpunt (index n) en van één voertuigcategorie (index m).

Leq,i,j,n,m wordt berekend volgens de formule:

met:

1 Als dat van toepassing is.

2 Als dat van toepassing is.

3 Als dat van toepassing is.

Er wordt gesommeerd over de octaafbanden met indices i = 1 tot en met i = 8 en middenfrequenties respectievelijk 63, 125, 250, 500, 1.000, 2.000, 4.000 en 8.000 Hz.

De sectorindeling is zo dat de geometrie en de verkeerssituatie in een sector goed worden beschreven met de geometrie en de verkeerssituatie in het sectorvlak. Hierbij wordt uitgegaan van een vaste openingshoek. Deze openingshoek is 2°. De hoeken van de sectorvlakken worden bepaald door de even hoeken in een windroos (0°, 2°, 4°, etcetera). Bij bronnen met een afmeting kleiner dan een sectorhoek wordt afgeweken van deze sectorindeling (zie 2.6).

Het aantal bronpunten N binnen één sector wordt bepaald door het aantal keer dat het sectorvlak een rijlijn (segment) snijdt.

De sommatie aangegeven met de index m vindt plaats over de drie onderscheiden voertuigcategorieën, te weten: lichte (m = lv), middelzware (m = mv) en zware (m = zv) motorvoertuigen. Als andere categorieën dan de hiervoor genoemde categorieën akoestisch relevant zijn, dan kan de sommatie worden uitgebreid met deze categorieën.

Nader onderzoek naar de invloed van reflecties op het LAeq is vereist als het reflecterend oppervlak oneffenheden bevat waarvan de afmetingen van dezelfde orde van grootte zijn als de afstand van het vlak tot het waarneempunt of de afstand van het vlak tot het bronpunt.

Als zich binnen een sector objecten met een verticaal, hard oppervlak bevinden, die voldoen aan de hieronder gestelde voorwaarden, dan wordt het LAeq ook bepaald door het geluid dat via reflecties het waarneempunt bereikt. De bijdrage van deze reflecties aan het LAeq wordt in rekening gebracht voor het sectordeel dat zich, gezien vanuit het waarneempunt, achter dat reflecterend oppervlak bevindt, te vervangen door zijn spiegelbeeld ten opzichte van het reflecterend oppervlak. Als het reflecterend oppervlak niet verticaal is, dan wordt:

Om als reflecterend oppervlak te worden aangemerkt doorsnijdt het vlak, of een aaneengesloten samenstel van vlakken, de gehele sectorhoek.

Als het reflecterend oppervlak uit een samenstel van vlakken bestaat wordt het vlak dat wordt doorsneden gebruikt voor de spiegeling van het bronpunt. Als het sectorvlak een object of samenstel van objecten precies op de grens tussen twee vlakken of objecten doorsnijdt wordt het bronpunt gespiegeld in het vlak dat het meest haaks staat op het sectorvlak.

Nader onderzoek naar de invloed van reflecties op het LAeq is vereist als het reflecterend oppervlak oneffenheden bevat waarvan de afmetingen van dezelfde orde van grootte zijn als de afstand van het vlak tot het waarneempunt of de afstand van het vlak tot het bronpunt.

Bij de berekeningen wordt standaard uitgegaan van één reflectie. In geval van berekeningen met meervoudige reflecties wordt de spiegeling herhaald toegepast.

v0: de referentiesnelheid van de voertuigcategorie, deze bedraagt voor lv 80 km/u en voor mv en zv 70 km/u [km/u];

Bij de bepaling van het geluidemissiegetal LE wordt gebruik gemaakt van de indeling in voertuigcategorieën als bedoeld in onderdeel 2.1 van deze bijlage. Voor de berekening van LE zijn de volgende gegevens nodig:

Q: de gemiddelde intensiteit van de voertuigcategorie [h-1];

2.9. De meteocorrectieterm CM

v0: de referentiesnelheid van de voertuigcategorie, deze bedraagt voor lv 80 km/u en voor mv en zv 70 km/u [km/u];

Cwegdek: de wegdekcorrectie [dB(A)];

CH: de hellingcorrectie [dB(A)].

De berekening verloopt volgens de formule:

waarin:

α + β∙ lg(v/v0) het A-gewogen equivalente bronvermogensniveau van de voertuigcategorie is en Cwegdek de emissiecorrectie voor verschillende wegdektypen.

Voor een wegdektype dat afwijkt van het referentiewegdek (dicht asfaltbeton of SMA 0/11) wordt een correctie op het A-gewogen equivalente bronvermogen in rekening gebracht. De wegdekcorrectie Cwegdek is het verschil tussen het geluidemissiegetal dat is gebaseerd op dicht asfaltbeton en het geluidemissiegetal bepaald voor het afwijkende wegdektype. De wegdekcorrectie is in het algemeen afhankelijk van de verkeerssamenstelling en de snelheid en wordt beschreven met de volgende verhouding:

2.9. De meteocorrectieterm CM

Als het in rekening brengen van motorfietsen en bromfietsen noodzakelijk wordt geacht, kan dit gebeuren door het introduceren van extra voertuigcategorieën in de formule 2.1. De emissiekentallen α en β voor motorfietsen en bromfietsen zijn gegeven in tabel 2.2a en kunnen gebruikt worden in formule 2.3. De referentiesnelheid v0 is voor motorfietsen 80 km/u voor bromfietsen is de (fictieve) referentiesnelheid 1 km/u.

σm,i: verschil in dB(A) bij de referentiesnelheid v0;

Voor een wegdektype dat afwijkt van het referentiewegdek (dicht asfaltbeton of SMA 0/11) wordt een correctie op het A-gewogen equivalente bronvermogen in rekening gebracht. De wegdekcorrectie Cwegdek is het verschil tussen het geluidemissiegetal dat is gebaseerd op dicht asfaltbeton en het geluidemissiegetal bepaald voor het afwijkende wegdektype. De wegdekcorrectie is in het algemeen afhankelijk van de verkeerssamenstelling en de snelheid en wordt beschreven met de volgende verhouding:

met:

v0: is de referentiesnelheid in km/u: 80 km/u voor lichte motorvoertuigen (m = lv) en 70 km/u voor middelzware en zware motorvoertuigen (m = mv, resp. m = zv);

σm,i: verschil in dB(A) bij de referentiesnelheid v0;

τm: snelheidsindex in dB(A) per decade snelheidstoename.

De coëfficiënten σm,i en τm zijn gegeven in tabel 2.3.

In hoofdstuk 4 is de procedure voor het vaststellen van een Cwegdek voor een wegdekproduct gegeven. Wegdekproducten worden op basis van deze procedure ingedeeld in één van bovenstaande wegdektypen. Voor het bepalen van nieuwe wegdektypen wordt ook gebruik gemaakt van de procedure in hoofdstuk 4.

Bij ‘modelleringsnelheden’ die afwijken van 50 km/u moet nader onderzoek plaatsvinden naar de hoogte van de optrektoeslag. Bij een modelleringssnelheid van 30 km/u wordt geen optrektoeslag gehanteerd.

Als het stijgend gedeelte van het verkeer een helling van ten minste 3% moet overwinnen over een hoogteverschil van ten minste 6 m, dan wordt de volgende hellingcorrectie CH in rekening gebracht:

waarin:

ph het hellingspercentage van het wegvak is.

met:

Bij stalen kunstwerken, waarbij redelijkerwijs een verhoogde emissie verwacht wordt, wordt de toename van de emissie ten gevolge van de invloed van het kunstwerk in rekening gebracht met een geluidemissietoeslag. Voor de hoogte van deze toeslag is nader onderzoek noodzakelijk.

ΔLobstakel,m: de toeslag door een situatie die de gemiddelde snelheid sterk beperkt.

De optrektoeslag ΔLOP is een correctieterm ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt. De optrektoeslag ten gevolge van deze snelheidsbeperkende maatregelen wordt alleen toegepast als ten gevolge van die obstakels de gemiddelde snelheid van de voertuigen ten minste wordt gehalveerd. De correctieterm geeft een toeslag weer ten opzichte van verkeer dat rijdt met een constante snelheid van 50 km/u. De optrektoeslag is het maximum van twee correctietermen, volgens de formule:

met:

ΔLkruispunt,m: de toeslag door een kruispunt;

ΔLobstakel,m: de toeslag door een situatie die de gemiddelde snelheid sterk beperkt.

Bij ‘modelleringsnelheden’ die afwijken van 50 km/u moet nader onderzoek plaatsvinden naar de hoogte van de optrektoeslag. Bij een modelleringssnelheid van 30 km/u wordt geen optrektoeslag gehanteerd.

a:de afstand van het waarneempunt tot het snijpunt van de betrokken rijlijn met het verlengde van de dichtstbijzijnde wegrand van het kruisende weggedeelte [m];

Bij de berekening van de kruispunttoeslag ΔLkruispunt wordt onderscheid gemaakt naar verschillende typen kruispunt.

Het type van een kruispunt wordt bepaald met behulp van de volgende drie criteria:

Voor de berekening van de kruispunttoeslag ΔLkruispunt zijn de volgende gegevens nodig:

a:de afstand van het waarneempunt tot het snijpunt van de betrokken rijlijn met het verlengde van de dichtstbijzijnde wegrand van het kruisende weggedeelte [m];

q:het type kruispunt (dat wil zeggen de orde, de verkeersregeling en de intensiteitverhouding).

Bij ongeregelde kruispunten wordt geen kruispunttoeslag in rekening gebracht.

De berekening voor geregelde kruispunten gebeurt op de volgende manier.

Voor lichte motorvoertuigen (lv):

Voor middelzware (mv) en zware voertuigen (zv):

waarbij q afhankelijk is van het type kruispunt. De waarde van q volgt uit tabel 2.5.

Voor alle voertuigcategorieën geldt:

Ligt het waarneempunt in de invloedssfeer van meerdere kruispunten, dan wordt alleen de hoogste kruispunttoeslag in rekening gebracht.

1 In geval van een groene golf.

2 Hierin zijn ook met verkeerslichten beveiligde voetgangersoversteekplaatsen begrepen.

met: a = de afstand van het waarneempunt tot het midden van de obstakel [m].

De toeslag voor de aanwezigheid van een situatie die de snelheid sterk beperkt ΔLobstakel wordt toegepast tot 100 m van de oorzaak van de snelheidsbeperking. Deze correctie wordt toegepast als ten gevolge van de obstakel de gemiddelde snelheid van het verkeer ten minste wordt gehalveerd en het verkeer ten gevolge van de obstakel afremt en weer optrekt. Deze toeslag wordt op de volgende manier berekend:

Voor lichte motorvoertuigen (lv):

Voor middelzware (mv) en zware voertuigen (zv):

met: a = de afstand van het waarneempunt tot het midden van de obstakel [m].

Voor alle voertuigcategorieën geldt:

Als meerdere snelheidsbeperkingen in rekening zouden kunnen worden gebracht, wordt alleen de meest dichtstbijzijnde snelheidsbeperking beschouwd.

Φ: de openingshoek van de sector (in graden).

Voor de berekening van de geometrische uitbreidingsterm zijn de volgende gegevens nodig:

R0: de afstand tussen bron- en waarneempunt, gemeten langs de kortste verbindingslijn (in 3D) [m].

Θ: de hoek die het sectorvlak maakt met het rijlijnsegment (in graden).

Φ: de openingshoek van de sector (in graden).

Voor bronnen met een afmeting groter dan een sectorhoek worden de hoeken Θ en Φ bepaald op basis van het vlak gevormd door het waarneempunt en de snijpunten van de sectorgrensvlakken met de bron. Als het eindpunt van een bron binnen een sector valt wordt het eindpunt van de bron genomen als snijpunt om de hoek Φ te bepalen. Als een rijlijn segment doorloopt tot de volgende sectorhoek, maar daar niet dat volgende sectorvlak doorsnijdt wordt het eindpunt van dat segment genomen om de hoeken Φ te bepalen. Bronnen (met een afmeting groter dan een sectorhoek) hebben geen bijdrage in een sectorhoek als er geen snijpunt is tussen sectorvlak en bron.

Voor bronnen met een afmeting kleiner dan een sectorhoek wordt de bijdrage van de bron berekend door uit te gaan van het midden van die bron voor de bepaling van het sectorvlak. Het begin en eindpunt van de bron wordt gebruikt voor de bepaling van de hoek Φ.

De berekening van ΔLGU verloopt volgens de formule:

Als de hoek Θ een waarde aanneemt die gelijk is aan 0 is nader onderzoek vereist ter bepaling van de term ΔLGU.

waarbij δlucht de luchtdempingscoëfficiënt is. De waarde van δlucht wordt gegeven in tabel 2.6.

Voor de berekening van ΔLL is het volgende gegeven nodig:

R0: de afstand tussen bron- en waarneempunt, gemeten langs de kortste verbindingslijn [m].

De berekening verloopt als volgt:

waarbij δlucht de luchtdempingscoëfficiënt is. De waarde van δlucht wordt gegeven in tabel 2.6.

Voor akoestisch hard gebied (water, geasfalteerde vlakken en dergelijke) is de absorptiefractie gelijk aan 0,0. Voor akoestisch zacht gebied zoals grasland, akkerland en bos- en duingrond is de absorptiefractie gelijk aan 1,0. Bij een wegdektype dat significant absorberende eigenschappen heeft (zoals ZOAB en (Fijn) tweelaags ZOAB), wordt een absorptiefractie van 0,5 aangehouden. Een diffractor, niet zijnde een diffractor op scherm, heeft een absorptiefractie van 0,0.

2.11. De niveaureductie ΔLR bij reflecties

Bron- en waarneemgebied hebben elk een lengte van 70 m. Het resterende gedeelte van de afstand R tussen bron- en waarneempunt is het middengebied. Als de afstand R kleiner is dan 140 m, dan is de lengte van het middengebied nihil. Als de afstand R kleiner is dan 70 m, dan zijn de lengtes van bron- en waarneemgebied beide gelijk aan de afstand R.

Voor elk van de drie gebieden wordt de gemiddelde (bodem)absorptiefractie bepaald. De gemiddelde absorptiefractie in een gebied wordt berekend door middeling van de absorptiefracties van de deelgebieden, waarbij een weging wordt toegepast die is gebaseerd op het quotiënt van de lengte van het deelgebied en de lengte van het totale gebied. Als de lengte van het middengebied nihil is, wordt de gemiddelde absorptiefractie van het middengebied op 1,0 gesteld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)