Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
Bijlage XIXa. bij de artikelen 8.10, onder c, 8.16, onder b, 12.50, onder c, en 12.53, onder b, van deze regeling (softwaremodellen luchtkwaliteit)
Bijlage XX. bij de artikelen 8.12, eerste lid, onder a, 8.18, eerste lid, onder a, 12.52, eerste lid, onder a, en 12.55, eerste lid, onder a, van deze regeling (grootschalige concentratiegegevens, meteorologische gegevens en ruwheidskaart)
Grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid zijn te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/vraag-en-antwoord/hoe-kan-ik-luchtvervuiling-berekenen
Bijlage XXI. bij de artikelen 8.12, eerste lid, onder b, en 12.52, eerste lid, onder b, van deze regeling (emissiefactoren voertuigen luchtkwaliteit)
Inleiding
Buitenweg. Typisch buitenwegverkeer, een gemiddelde snelheid van ongeveer 60 km/u, gemiddeld ongeveer 0,2 stops per afgelegde kilometer.
B. Emissiefactoren voor snelwegen
Het gaat hierbij om de isolerende werking van de organische stofrijke minerale lagen en de werking van een geohydrologisch isolatiesysteem op de betreffende locatie.
Bijlage XXIII. bij de artikelen 8.13, 12.27 en 12.56 van deze regeling (zeezoutcorrectie)
Bijlage XXVII
[Vervallen]
Op het voorbehandelen van het inzendmonster is NEN-EN 16179 van toepassing.
1. Inleiding
5.2.3. Een overzicht van de te treffen voorzieningen
1.1. Wettelijk kader: systematiek monitoring en beoordeling primaire waterkeringen
7 Overige bepalingen
7.2 Omgaan met nieuwe kennis
1.3. Leeswijzer
De resultaten van de beoordeling legt de keringbeheerder van de primaire waterkering vast in de beoordelingsrapportage. Het bepalen van de impact van veranderingen is onderdeel van de taken die de keringbeheerder volgens de algemene zorgplicht heeft onder de Omgevingswet. Voor de invulling hiervan hebben de keringbeheerders en het Rijk afspraken gemaakt en vastgelegd in het Kader Zorgplicht primaire waterkeringen2Kader Zorgplicht Primaire Waterkeringen – iplo.nl. (hierna: Kader Zorgplicht).
2.2. De beoordeling van een dijktraject op hoofdlijnen
2.1. Planning van de beoordeling
2.2.1. Voorbereiding
1.3. Leeswijzer
2.2.1. Voorbereiding
2.2.3. Rapportage
3.4. Het opstellen van het plan van aanpak
Het rekenkundig bepalen van de overstromings- of faalkans van een dijktraject wordt de beoordeling genoemd. Om deze reden wordt naast het begrip ‘monitoring’ ook het begrip ‘beoordeling’ gebruikt, als het gaat om primaire waterkeringen. Deze beoordeling wordt ten minste eenmaal per twaalf jaar uitgevoerd volgens de regels die worden gesteld in de Omgevingsregeling en de bijlagen XXXIIA en XXXIIB bij die regeling. De beoordeling – of delen daarvan – wordt vaker uitgevoerd als de waargenomen veranderingen daartoe aanleiding geven.
3.3. Het selecteren van de relevante faalmechanismen
4.4. Selectie dominante faalpaden en aanpak nadere analyse
1.3. Leeswijzer
4.3. Het inrichten van een werkatelier
4. Uitvoering
2.1. Planning van de beoordeling
4.3. Het inrichten van een werkatelier
4.4. Selectie dominante faalpaden en aanpak nadere analyse
4.6. De bepaling van de overstromings- of faalkans
4.6. De bepaling van de overstromings- of faalkans
3.4. Het opstellen van het plan van aanpak
4.7. Het opstellen van het veiligheidsoordeel
4. Uitvoering
5.2.1. Het resultaat: de overstromings- of faalkans en het veiligheidsoordeel
5.3. Logboek
5.3. Logboek
6. Kwaliteitsborging
De relevante aspecten voor de kwaliteitsborging van de beoordeling zijn gebaseerd op de kwaliteitsdimensies8Greefhorst, D. (2018). Gegevenskwaliteit in de Omgevingswet – Een raamwerk voor gegevens en informatieproducten (https://www.noraonline.nl/images/noraonline/9/98/Gegevenskwaliteit_in_de_Omgevingswet_1.0.pdf). in tabel 6.1. De borging van de kwaliteitsdimensies vindt plaats op basis van de bij de kwaliteitsdimensies behorende indicatoren, beschreven in tabel 6.1. De keringbeheerder maakt in het plan van aanpak een onderbouwde keuze voor de te gebruiken kwaliteitsdimensies en beschrijft de wijze waarop deze worden bepaald.
6.3. Kennis en instrumenten
Vanwege de inhoudelijke kenmerken van de bepaling van de overstromingskans is kwantificering van de kwaliteitsindicatoren slechts zeer beperkt mogelijk. Ook is de bepaling van de waarde van de indicatoren context-afhankelijk, omdat de specifieke kenmerken van het dijktraject en de organisatiekenmerken van de beheerder mede bepalen hoe de kwaliteitsborging plaatsvindt.
6. Kwaliteitsborging
Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)
Het moment van beoordelen van dijktrajecten met een voorlopig oordeel in LBO1 wordt opgenomen in de planning van de beoordeling, overeenkomstig de bepaling in paragraaf 2.1. Als de beoordeling plaatsvindt na 1 januari 2029, neemt de keringbeheerder de onderbouwing van deze keuze expliciet op in de planning.
Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen van de beoordelingsrapportage.
Inhoud
1.2 De Omgevingsregeling
1. Inleiding
6.2. Relevante aspecten: kwaliteitsdimensies
4 Analyse faalmechanismen
4.5 Indirecte mechanismen
7.4. Recent opgeleverde projecten
1.1. Wettelijk kader: systematiek monitoring en beoordeling primaire waterkeringen
1.3. Het Basisinstrumentarium
Naast de in de bijlagen bij de Omgevingsregeling opgenomen bepalingen, stelt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: minister) ook een Basisinstrumentarium11Basisinstrumentarium – Iplo.nl. beschikbaar ter ondersteuning van de keringbeheerder bij de uitvoering van de beoordeling. Het Basisinstrumentarium voor het beoordelen en ontwerpen van primaire waterkeringen bevat onder andere handleidingen, technische leidraden, databases en applicaties (software).
2. Duiding overstromings- of faalkansen
2.3. Peildatum
Bij de bepaling van de verwachte situatie wordt:
3.4. Bodemligging watersysteem
1.2. De Omgevingsregeling
2. Duiding overstromings- of faalkansen
3.5. Grenzen van het winterbed
2.3. Peildatum
4.1. Faalmechanisme
3.10. Diefdijk
3.12. Klimaat
4. Analyse faalmechanismen
4.2. Lijst van initiële mechanismen
Het (constructief) falen van een langs- en overgangsconstructies wordt als een specifiek mechanisme beschouwd.
4.5. Indirecte mechanismen
4.5. Indirecte mechanismen
3.9. Voorliggende waterkeringen
3.6. Vegetatie
5.1. Toepassing Basisinstrumentarium
Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)
4.2. Lijst van initiële mechanismen
5. Onderbouwing overstromings- of faalkans
5.3. Resultaat analyse dominante faalpaden
4.2. Lijst van initiële mechanismen
4.4. Technische innovaties
2.1.2. Kwaliteitskader
2.2.2. Referentieomstandigheden
5.3. Resultaat analyse dominante faalpaden
2.2.1a. Geluidsvermogensemissie
2.2.3. Rolgeluid
2.2.7. Emissiekentallen wegverkeer
2.1.2. Kwaliteitskader
2.2.4. Aandrijfgeluid
2.3. Spoorweglawaai
2.3.3. Aanvullende effecten
2.3.4. Emissies
2.3.2. Geluidsvermogensemissie
2.3.3. Aanvullende effecten
2.3.3. Aanvullende effecten
2.3.4. Emissies
2.4. Industrielawaai
2.5.3. Geometrische overwegingen
2.3.3. Aanvullende effecten
2.5.5. Berekeningsproces
2.5.6. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen
Met diffractie, raadpleeg de sectie over diffractie voor de definities van Ḡw en Ḡm.
Als aan deze twee voorwaarden is voldaan, wordt de bronkant door rand D van de waarneemkant gescheiden, worden twee afzonderlijke gemiddelde grondvlakken berekend en wordt Adif berekend zoals beschreven in de rest van deze paragraaf. Anders wordt voor dit pad geen demping door diffractie overwogen, wordt een gemeenschappelijk gemiddeld grondvlak voor het pad S -> R berekend en wordt Aground zonder diffractie (Adif = 0 dB) berekend. Deze regel geldt zowel in homogene als in gunstige omstandigheden.
Het volgende wordt berekend:
2: Waarneemkant
waarbij:
S de bron is;
R het waarneempunt is;
S' de spiegelbron is in verhouding tot het gemiddelde grondvlak aan de bronkant;
R' de spiegelontvanger is in verhouding tot het gemiddelde grondvlak aan de waarneemkant;
O het diffractiepunt is;
zs de equivalente hoogte is van de bron Sin verhouding tot het gemiddelde vlak aan de bronkant;
zo,s de equivalente hoogte is van het diffractiepunt Oin verhouding tot het gemiddelde grondvlak aan de bronkant;
zr de equivalente hoogte is van het waarneempunt Rin verhouding tot het gemiddelde vlak aan de waarneemkant;
zo,r de equivalente hoogte is van het diffractiepunt Oin verhouding tot het gemiddelde grondvlak aan de waarneemkant.
De onregelmatigheid van de grond tussen de bron en het diffractiepunt en tussen het diffractiepunt en het waarneempunt wordt in aanmerking genomen door middel van equivalente hoogten berekend in verhouding tot het gemiddelde grondvlak, eerst de bronkant en vervolgens de waarneemkant (twee gemiddelde grondvlakken), volgens de methode beschreven in de subsectie over aanmerkelijke hoogten boven de grond (figuur 2.5.a).
Voor zuivere diffractie, zonder grondeffecten, wordt de demping verkregen door:
λ de golflengte is op de nominale middenfrequentie van de frequentieband in kwestie;
δ het padverschil is tussen het gebogen pad en het rechtstreekse pad (zie de volgende subsectie over de berekening van het padverschil);
C″ een coëfficiënt is die wordt gebruikt om rekening te houden met meervoudige diffracties:
C″ = 1 voor een enkele diffractie.
Voor meervoudige diffractie, als e de totale afstand langs het pad is tussen het eerste en het laatste diffractiepunt (gebruik bij gunstige omstandigheden gebogen stralen) en als ehoger is dan 0,3 m (anders geldt C″ = 1), wordt deze coëfficiënt gedefinieerd door:
De waarden van Δdif worden vastgelegd:
Het padverschil δ wordt berekend in een verticaal vlak dat de bron en het waarneempunt bevat. Dit is een benadering met betrekking tot het beginsel van Fermat. De benadering blijft hier van toepassing (bronlijnen). Het padverschil δ wordt zoals in de volgende figuren berekend, op basis van de aangetroffen situaties.
Figuur 2.5.d, Berekening van het padverschil in homogene omstandigheden. O, O1, O2 en O3 zijn de diffractiepunten
Opmerking: voor elke configuratie wordt de uitdrukking van δ gegeven.
Figuur 2.5.e, Berekening van het padverschil in gunstige omstandigheden (enkele diffractie)
In gunstige omstandigheden hebben de drie gebogen geluidsstralen SO, OR en SR een identieke kromtestraal Γ, gedefinieerd door:
Waarbij d wordt gedefinieerd door de 3D-afstand tussen de bron en het waarneempunt van het opengevouwen pad.
De lengte van de kromming van een geluidsstraal MN wordt in gunstige omstandigheden aangeduid als
. Deze lengte is gelijk aan:
In beginsel dienen drie scenario's in aanmerking te worden genomen in de berekening van het padverschil in gunstige omstandigheden δF (zie figuur 2.5.e). In de praktijk volstaan twee vergelijkingen:
waarbij Ahet snijpunt van de rechte geluidstraal SRen het verlengde van het diffractie veroorzakende obstakel is.
Voor de meervoudige diffracties in gunstige omstandigheden:
Onder gunstige omstandigheden bestaat het voortplantingspad in het verticale voortplantingsvlak altijd uit segmenten van een cirkel waarvan de straal wordt verkregen door de 3D-afstand tussen de bron en het waarneempunt, dat wil zeggen alle segmenten van een voortplantingspad hebben dezelfde kromtestraal. Als de directe-boogverbinding tussen de bron en het waarneempunt is geblokkeerd, wordt het voortplantingspad gedefinieerd als de kortste convexe combinatie van bogen die alle obstakels omhult. Convex betekent in dit verband dat op elk diffractiepunt het uitgaande straalsegment naar beneden wordt afgebogen ten opzichte van het inkomende straalsegment.
In het scenario dat in figuur 2.5.f wordt afgebeeld is het padverschil:
De demping door diffractie, waarbij de grondeffecten aan de bronkant en waarneemkant in aanmerking worden genomen, wordt berekend op basis van de volgende algemene vergelijkingen:
waarbij:
waarbij:
In het bijzondere geval dat de bron onder het gemiddelde grondvlak ligt: ∆dif(S',R) = ∆dif(S,R) en ∆ground(S,O) = Aground(S,O).
waarbij:
De correctie G'path hoeft hier niet in aanmerking te worden genomen omdat de bron in kwestie het diffractiepunt is. Daarom wordt Gpath wel in de berekening van grondeffecten gebruikt, inclusief voor de ondergrensterm van de vergelijking die dan –3(1 – Gpath) wordt.
Vergelijking (2.5.21) kan worden gebruikt voor de berekening van de diffracties op verticale randen (laterale diffracties) in het geval van industrielawaai. In dit geval wordt Adif = ∆dif(S,R) weggenomen en blijft de term Aground behouden. Bovendien worden Aatm en Aground berekend op basis van de totale lengte van het voortplantingspad. Adiv wordt nog steeds berekend vanaf de rechtstreekse afstand d. De vergelijkingen (2.5.8) en (2.5.6) worden respectievelijk:
Laterale diffractie wordt alleen in aanmerking genomen in gevallen waarin aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Als aan al deze voorwaarden is voldaan, wordt naast het gebogen voortplantingspad in het verticale vlak met de bron en het waarneempunt rekening gehouden met ten hoogste twee lateraal gebogen voortplantingspaden. Het laterale vlak is gedefinieerd als het vlak dat loodrecht staat op het verticale vlak en ook de bron en het waarneempunt bevat. De snijvlakken met dit laterale vlak zijn opgebouwd uit alle obstakels die door de rechtstreekse straal van de bron naar het waarneempunt worden doorsneden. In het laterale vlak bepaalt de kortste convexe verbinding tussen de bron en het waarneempunt, bestaande uit rechtlijnige segmenten en die deze snijvlakken omvat, de verticale randen die in aanmerking worden genomen bij de constructie van het lateraal gebogen voortplantingspad.
Om de demping door het grondeffect voor een lateraal gebogen voortplantingspad te berekenen, wordt het gemiddelde grondvlak tussen de bron en het waarneempunt berekend, rekening houdend met het grondprofiel dat verticaal onder het voortplantingspad ligt. Als in de projectie op een horizontaal vlak een lateraal voortplantingspad de projectie van een gebouw doorsnijdt, wordt dit in aanmerking genomen in de berekening van Gpath (meestal met G = 0) en in de berekening van het gemiddelde grondvlak met de verticale hoogte van het gebouw.
De reflecties op verticale obstakels worden door middel van spiegelbronnen behandeld. Reflecties op gevels van gebouwen en geluidweringen worden dus op deze wijze behandeld.
Oppervlakken van objecten worden alleen als reflecterend beschouwd als ze minder dan 15° aflopen in verhouding tot de verticaal. Reflecties worden alleen in aanmerking genomen voor paden in het verticale voortplantingsvlak, dus niet voor lateraal gebogen paden. Voor de invallende en gereflecteerde paden, en in de veronderstelling dat het reflecterend oppervlak verticaal is, wordt het punt van reflectie (dat op het reflecterende object ligt) geconstrueerd met behulp van rechte lijnen onder homogene, en gebogen lijnen onder gunstige voortplantingscondities. De hoogte van het reflecterende object moet, gemeten door het punt van reflectie en gezien vanuit de richting van de invallende straal, ten minste 0,5 m bedragen. Na projectie op een horizontaal vlak moet de breedte van het reflecterend object, gemeten door het punt van reflectie en gezien vanuit de richting van de invallende straal, ten minste 0,5 m bedragen.
NB:reflecties op de grond worden hier niet behandeld. Deze worden bij de berekeningen van demping door de grens (grond, diffractie) in aanmerking genomen.
Als LWS het vermogensniveau van de bron Sis, en αrde absorptiecoëfficiënt van het oppervlak van het obstakel is zoals gedefinieerd door EN1793-1:2013, dan is het vermogensniveau van de spiegelbron S' gelijk aan:
waarbij 0 ≤ αr < 1
De hierboven beschreven voortplantingsdempingen worden dan op dit pad (spiegelbron, waarneempunt) als voor een rechtstreeks pad toegepast.
In het geometrische onderzoek van geluidspaden hangt het aandeel van de energie dat door een verticaal obstakel (muur, gebouw) wordt gereflecteerd af van de afstand van het punt waar de straal aankomt tot de bovenste rand van het obstakel. Dit verlies van akoestische energie wanneer de straal wordt gereflecteerd, wordt demping door retro-diffractie genoemd.
In het geval van mogelijk meerdere reflecties tussen twee verticale wanden wordt ten minste de eerste reflectie in aanmerking genomen.
Bij een open tunnelbak (zie bijvoorbeeld figuur 2.5.h) wordt de demping door retro-diffractie toegepast op elke reflectie op de steunmuren.
In deze afbeelding bereikt de geluidsstraal het waarneempunt ‘door achtereenvolgens door de steunmuren van de open tunnelbak te gaan’, die daarom met openingen kunnen worden vergeleken.
Bij de berekening van voortplanting door een opening is het geluidsveld op het waarneempunt de som van het directe veld en het door de randen van de opening gediffracteerde veld. Dit gediffracteerde veld zorgt voor de continuïteit van de overgang tussen het gebied met direct zicht en het schaduw gebied. Wanneer de straal de rand van de opening nadert, wordt het directe veld gedempt. De berekening is identiek aan die van de demping door een geluidscherm in het vrije gebied.
Het padverschil δ′ in verband met elke retro-diffractie is het tegenovergestelde van het padverschil tussen S en R relatief op elke bovenrand O, en dit in een weergave volgens een ingezette dwarsdoorsnede (zie figuur 2.5.i).
Het ‘min’-teken van vergelijking (2.5.35) betekent dat het waarneempunt hier in het gebied met direct zicht in aanmerking wordt genomen.
2.6. Blootstelling aan lawaai
Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied
In complexe voortplantingsconfiguraties kunnen diffracties tussen reflecties of tussen het waarneempunt en de reflecties bestaan. In dit geval wordt de retro-diffractie door de wanden geschat door het pad tussen de bron en het eerste diffractiepunt R' (dat derhalve in vergelijking (2.5.35) als het waarneempunt wordt beschouwd) in aanmerking te nemen. Dit beginsel wordt weergegeven in figuur 2.5.j.
In het geval van meerdere reflecties worden de reflecties door elke individuele reflectie toegevoegd.
Wanneer er een reflecterend geluidscherm of een reflecterend obstakel in de buurt van het spoor is, worden de geluidsstralen van de bron achtereenvolgens gereflecteerd door dit obstakel en door het zijvlak van het spoorvoertuig. Onder deze omstandigheden gaan de geluidsstralen tussen het obstakel en de carrosserie van het spoorvoertuig door voordat ze van de bovenrand van het obstakel worden afgebogen.
Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan gebouwen die geen woningen bevatten
Voor het afleiden van het geluidsvermogen van de equivalente bron gelden de volgende definities:
De binnenzijde van het obstakel heeft absorptiecoëfficiënten α(f) per octaafband. De carrosserie van het spoorvoertuig heeft een equivalente reflectiecoëfficiënt Cref. Normaal gesproken is Cref gelijk aan 1. Alleen in het geval van open, platte goederenwagons kan een waarde van 0 worden gebruikt. Als dB > 5hB of α(f) > 0,8 is, wordt er geen rekening gehouden met de interactie van de trein en het scherm.
2.6. Blootstelling aan lawaai
Het geluidsvermogen van de equivalente bron wordt uitgedrukt door:
Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld
Met:
2.6. Blootstelling aan lawaai
∆Lgeo,n een correctieterm voor geometrische uitbreiding
∆Ldif,n een correctieterm voor diffractie door de bovenkant van het obstakel
∆Labs,n een correctieterm voor de absorptie aan de binnenzijde van het obstakel
∆Lref,n een correctieterm voor de reflectie van de carrosserie van het spoorvoertuig
Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan gebouwen die geen woningen bevatten
De correctie voor geometrische uitbreiding wordt verkregen door:
De correctie voor diffractie door de bovenkant van het obstakel wordt verkregen door (2.5.42):
Waarbij Dn de demping door diffractie is, berekend met formule (2.5.21) waarin C’ = 1 voor het pad dat de bron Sn verbindt met het waarneempunt R, rekening houdend met diffractie aan de bovenkant van het obstakel B:
De correctie voor absorptie aan de binnenzijde van het obstakel wordt verkregen door:
De correctie voor de reflectie van de carrosserie van het spoorvoertuig wordt verkregen door:
Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners
Waarbij ∆Lretrodif,n,i wordt berekend voor een bron op positie Sn, de bovenkant van een obstakel op Pi en een waarneempunt op positie R'. De positie van het equivalente waarneempunt R' wordt verkregen door R' = R als het waarneempunt zich boven de zichtlijn van Sn van naar B bevindt; anders wordt de positie van het equivalente waarneempunt ingenomen op de zichtlijn verticaal boven het echte waarneempunt; dat zijn
Bijlage XXXIV. bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.5, tweede en derde lid, 13.8, tweede lid, en 13.9, eerste lid, van deze regeling (kostenverhaal met tijdvak)
| Product of activiteit | Onderdeel | Berekeningswijze (hoeveelheid x prijs) | Berekeningswijze (hoeveelheid x prijs) | Berekeningswijze (hoeveelheid x prijs) | Nadere bepalingen | Complexiteitsfactor kostenverhaal van toepassing? (tabellen 4 en 5) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Product of activiteit | Onderdeel | Aantallen eenheden en werkuren per kostenverhaalsgebied | Aantallen eenheden en werkuren per kostenverhaalsgebied | Tariefgroep die van toepassing is (uurtarieven in tabel 3) of vaste prijs exclusief BTW | Nadere bepalingen | Complexiteitsfactor kostenverhaal van toepassing? (tabellen 4 en 5) | |
| 1. | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied | Omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor het kostenverhaalsgebied |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen en vaststellen omgevingsplan | Uitwerken omgevingsplan, met inbegrip van digitalisering en kaartmateriaal | 100% van het aantal werkuren volgens tabel 2, tweede kolom | Tariefgroep 3: Omgevingsrecht | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen en vaststellen omgevingsplan | Projectmanagement | 7,5% van het aantal werkuren volgens tabel 2, tweede kolom | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen en vaststellen omgevingsplan | Stedenbouw | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, tweede kolom | Tariefgroep 2: Stedenbouw | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen en vaststellen omgevingsplan | Planeconomie | 1% van het aantal werkuren volgens tabel 2, tweede kolom | Tariefgroep 8: Planeconomie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen en vaststellen omgevingsplan | Beleidsafdelingen | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, tweede kolom | Tariefgroep 4: Beleidsafdelingen | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen en vaststellen omgevingsplan | Communicatie | 5% van het aantal werkuren volgens tabel 2, tweede kolom | Tariefgroep 6: Communicatie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen regels kostenverhaal | Grondzaken en Planeconomie | 100% van het aantal werkuren volgens tabel 2, derde kolom | Tariefgroepen 1 en 8: Grondzaken en Planeconomie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1a | Opstellen en vaststellen gedetailleerd omgevingsplan | Opstellen regels kostenverhaal | Projectmanagement | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, derde kolom | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Uitwerken projectbesluit of omgevingsvergunning, met inbegrip van digitalisering en kaartmateriaal | 100% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vierde kolom | Tariefgroep 3: Omgevingsrecht | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Projectmanagement | 7,5% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vierde kolom | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Stedenbouw | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vierde kolom | Tariefgroep 2: Stedenbouw | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Planeconomie | 1% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vierde kolom | Tariefgroep 8: Planeconomie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Beleidsafdelingen | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vierde kolom | Tariefgroep 4: Beleidsafdelingen | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Communicatie | 5% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vierde kolom | Tariefgroep 6: Communicatie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen regels kostenverhaal | Grondzaken en Planeconomie | 100% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vijfde kolom | Tariefgroepen 1 en 8: Grondzaken en Planeconomie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen regels kostenverhaal | Projectmanagement | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vijfde kolom | Tariefgroepen 1 en 8: Grondzaken en Planeconomie | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.1b | Opstellen en vaststellen projectbesluit of verlenen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | Opstellen regels kostenverhaal | Projectmanagement | 10% van het aantal werkuren volgens tabel 2, vijfde kolom | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | De plankosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging aantal x percentage x uurtarief. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Per woonfunctie | 2,5 uur | Tariefgroep 2: Stedenbouw | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Per 100 m2 uitgeefbare grond met een lichte industriefunctie en per 100 m2 bruto vloeropppervlak voor andere kostenverhaalsplichtige bouwactiviteiten dan woningbouw | 0,5 uur | Tariefgroep 2: Stedenbouw | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Opslag bij kostenverhaalsgebied met maatschappelijke functies | 40 uur | Tariefgroep 2: Stedenbouw | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Projectmanagement | 15% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Planeconomie | 10% van het aantal op basis van het bouwprogramma berekende uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 8: Planeconomie | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Communicatie | 7,5% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 6: Communicatie | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Civiele techniek | 10% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 9: Civieltechnisch projectleiden | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.2 | Stedenbouwkundig plan | Opstellen stedenbouwkundig plan | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Ja, complexiteitsfactor Stedenbouw | |
| 1.3 | Beeldkwaliteitsplan | Opstellen beeldkwaliteitsplan | Per gebouw met een woonfunctie | 1 uur | Tariefgroep 2: Stedenbouw | Nee | |
| 1.3 | Beeldkwaliteitsplan | Opstellen beeldkwaliteitsplan | Per 100 m2 uitgeefbare grond met een lichte industriefunctie en per 100 m2 bruto vloeropppervlak voor andere kostenverhaalsplichtige bouwactiviteiten dan woningbouw | 0,25 uur | Tariefgroep 2: Stedenbouw | Nee | |
| 1.3 | Beeldkwaliteitsplan | Opstellen beeldkwaliteitsplan | Opslag bij maatschappelijk programma | 40 uur | Tariefgroep 2: Stedenbouw | Nee | |
| 1.3 | Beeldkwaliteitsplan | Opstellen beeldkwaliteitsplan | Projectmanagement | 10% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Nee | |
| 1.3 | Beeldkwaliteitsplan | Opstellen beeldkwaliteitsplan | Planeconomie | 2,5% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 8: Planeconomie | Nee | |
| 1.3 | Beeldkwaliteitsplan | Opstellen beeldkwaliteitsplan | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het op basis van het bouwprogramma berekende aantal uren, met inbegrip van de eventuele opslag voor maatschappelijke functies | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Nee | |
| 2 | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan | Werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van het omgevingsplan |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via onafhankelijke taxatie | Per onbebouwd perceel | 1 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Ambtelijke begeleiding meetellen. In het totaal minimaal 20 uren. | Nee |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via onafhankelijke taxatie | Per bebouwd perceel | 2 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Ambtelijke begeleiding meetellen. In het totaal minimaal 20 uren. | Nee |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via onafhankelijke taxatie | Begeleiding planeconoom | 16 uur | Tariefgroep 8: Planeconomie | Ambtelijke begeleiding meetellen. In het totaal minimaal 20 uren. | Nee |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via onafhankelijke taxatie | Begeleiding projectmanager | 5% van het berekende aantal uren, met inbegrip van de uren van de planeconoom | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Ambtelijke begeleiding meetellen. In het totaal minimaal 20 uren. | Nee |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via onafhankelijke taxatie | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het berekende aantal uren, met inbegrip van de uren van de planeconoom | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Ambtelijke begeleiding meetellen. In het totaal minimaal 20 uren. | Nee |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via Wet waardering onroerende zaken | Per onbebouwd perceel | 0,25 uur | Tariefgroepen 1 en 8: Grondzaken en Planeconomie | Nee | |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via Wet waardering onroerende zaken | Per bebouwd perceel | 0,25 uur | Tariefgroepen 1 en 8: Grondzaken en Planeconomie | Nee | |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via Wet waardering onroerende zaken | Projectmanagement | 5% van het berekende aantal uren, met inbegrip van de uren van de planeconoom | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Nee | |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Eerste taxatie inbrengwaarde via Wet waardering onroerende zaken | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het totaal aantal uren, met inbegrip van de uren van de planeconoom | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Nee | |
| 2.1 | Taxatie inbrengwaarde percelen | Hertaxatie inbrengwaarde | 100% van de werkuren van de eerste taxatie; bij onafhankelijke taxatie inclusief de ambtelijke begeleidingsuren, projectmanagement, planeconomie en landmeten/vastgoedinformatie | 100% van de werkuren van de eerste taxatie; bij onafhankelijke taxatie inclusief de ambtelijke begeleidingsuren, projectmanagement, planeconomie en landmeten/vastgoedinformatie | n.v.t. | Uitgangspunt is dat gedurende de looptijd één maal per 5 jaar een hertaxatie plaatsvindt. | Nee |
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Per onbebouwd perceel | 24 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Per gebouw met een woonfunctie | 48 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Per te ontbinden huur of pachtovereenkomst | 48 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Per gebouw met een industriefunctie, winkelfunctie of kantoorfunctie | 80 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Per bijzonder object | 80 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Per gebouw met een industriefunctie, winkelfunctie of kantoorfunctie of een bijzonder object in een herstructureringsgebied | 100 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Begeleiding projectmanager | 10% van het totaal berekende aantal uren | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Begeleiding planeconoom | 5% van het totaal berekende aantal uren | Tariefgroep 8: Planeconomie | Nee | ||
| 2.2 | Taxatie en aankopen onroerende zaken | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het totaal berekende aantal uren | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Nee | ||
| 2.3 | Onteigening van onroerende zaken | Onteigening | Per administratieve procedure | 134 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | |
| 2.3 | Onteigening van onroerende zaken | Onteigening | Per gerechtelijke procedure | 50 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | |
| 2.3 | Onteigening van onroerende zaken | Onteigening | Advocaatkosten | Vaste prijs van € 38.056 per gerechtelijke procedure | Nee | ||
| 2.3 | Onteigening van onroerende zaken | Onteigening | Begeleiding projectmanager | 10% van het aantal berekende werkuren voor de administratieve en gerechtelijke procedure | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Nee | |
| 2.3 | Onteigening van onroerende zaken | Onteigening | Begeleiding planeconoom | 5% van het berekende aantal werkuren voor de administratieve en gerechtelijke procedure | Tariefgroep 8: Planeconomie | Nee | |
| 2.3 | Onteigening van onroerende zaken | Onteigening | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het berekende aantal werkuren voor de administratieve en gerechtelijke procedure | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Nee | |
| 2.4 | Vestigen voorkeursrecht | Vestigen voorkeursrecht | Per kostenverhaalsgebied met één of meer voorkeursrechten | 60 uur | Tariefgroep 1: Grondzaken | Nee | |
| 2.4 | Vestigen voorkeursrecht | Vestigen voorkeursrecht | Begeleiding projectmanager | 10% van het totaal aantal berekende uren | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Nee | |
| 2.4 | Vestigen voorkeursrecht | Vestigen voorkeursrecht | Begeleiding planeconoom | 5% van het totaal aantal berekende uren | Tariefgroep 8: Planeconomie | Nee | |
| 2.4 | Vestigen voorkeursrecht | Vestigen voorkeursrecht | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het totaal aantal berekende werkuren | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Nee | |
| 2.5 | Inrichtingsplan openbare ruimte | Ontwerpen inrichtingsplan | Per 100 m2 verharding | 1,5 uur | Tariefgroepen 2 en 9: Stedenbouw en Civieltechnisch projectleiden | Nee | |
| 2.5 | Inrichtingsplan openbare ruimte | Ontwerpen inrichtingsplan | Per 100 m2 groenvoorzieningen of water | 1 uur | Tariefgroepen 2 en 9: Stedenbouw en Civieltechnisch projectleiden | Nee | |
| 2.5 | Inrichtingsplan openbare ruimte | Ontwerpen inrichtingsplan | Begeleiding projectmanager | 5% van het totaal aantal uren voor verharding, groenvoorzieningen of water | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | Nee | |
| 2.5 | Inrichtingsplan openbare ruimte | Ontwerpen inrichtingsplan | Begeleiding planeconoom | 2,5% van het totaal aantal uren voor verharding, groenvoorzieningen of water | Tariefgroep 8: Planeconomie | Nee | |
| 2.5 | Inrichtingsplan openbare ruimte | Ontwerpen inrichtingsplan | Landmeten en vastgoedinformatie | 1% van het totaal aantal uren voor verharding, groenvoorzieningen of water | Tariefgroep 5: Landmeten/vastgoedinformatie | Nee | |
| 2.5 | Inrichtingsplan openbare ruimte | Ontwerpen inrichtingsplan | Communicatie | 5% van het totaal aantal uren voor verharding, groenvoorzieningen of water | Tariefgroep 6: Communicatie | Nee | |
| 2.6 | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken | Voorbereiding, toezicht en directievoering bij civieltechnische werken |
| 2.6a | Slopen | Voorbereiding, aanbesteding en gunning | Per bestek | 12 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroep 11: Bestek schrijven/calculeren | Het bevoegd gezag bepaalt hoeveel bestekken nodig zijn. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6a | Slopen | Directievoeren | Per week uitvoeringstijd | 1 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactoren aanbestedingsvorm, type te slopen onroerende zaak en aanwezigheid van asbest uit tabel 6 | Tariefgroep 13: Directievoeren | De uitvoeringstijd is 8 uur per 300 m3 te slopen vastgoed. Een werkweek heeft 40 uren. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6a | Slopen | Toezichthouden | Per week uitvoeringstijd | 4 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactoren aanbestedingsvorm, type te slopen onroerende zaak en aanwezigheid asbest uit tabel 6 | Tariefgroep 14: Toezichthouden | De uitvoeringstijd is 8 uur per 300 m3 te slopen vastgoed. Een werkweek heeft 40 uren. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6a | Slopen | Projectleiding: aanbesteding | Per bestek | 4 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroep 9: Civieltechnisch projectleiden | Het bevoegd gezag bepaalt hoeveel bestekken nodig zijn. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6a | Slopen | Projectleiding: begeleiding werkzaamheden tijdens de uitvoering | Per week gedurende uitvoeringstijd | 0,25 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactor en type te slopen onroerende zaak en aanwezigheid asbest uit tabel 6 | Tariefgroep 9: Civieltechnisch projectleiden | De uitvoeringstijd is 8 uur per 300 m3 te slopen vastgoed. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Bestek schrijven | Zie tabel 7 | Zie tabel 7 | Zie tabel 7 | Het minimumbedrag is vermeld in tabel 7. | Nee |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Rapportage | Zie tabel 7 | Zie tabel 7 | Zie tabel 7 | Het minimumbedrag is vermeld in tabel 7. | Nee |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Veldonderzoek | Per hectare | Per hectare | € 2537 | Het minimumbedrag is € 5074,- per omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan-activiteit. | Nee |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Inmeten | Per hectare | Per hectare | € 634 | Het minimumbedrag is € 1269,- per omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan-activiteit. | Nee |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Directievoeren | Per week gedurende de aanbreng- en verwijdertijd | 4 uur | Tariefgroep 13: Directievoeren | Het aantal weken aanbreng- en verwijdertijd bedraagt 1/5.000 van het aantal m3 grond dat wordt opgebracht of verwijderd. | Nee |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Toezichthouden | Per week aanbreng- en verwijdertijd | 4 uur | Tariefgroep 14: Toezichthouden | Het aantal weken aanbreng- en verwijdertijd bedraagt 1/5.000 van het aantal m3 grond dat wordt opgebracht of verwijderd. | Nee |
| 2.6b | Integraal ophogen en voorbelasten | Monitoren | Per jaar zettingstijd per hectare | Per jaar zettingstijd per hectare | € 1586 | Het minimumbedrag is € 3171,- per omgevingsplan, projectbesluit of omgevings-vergunning. | Nee |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Bestek schrijven | 150% van de kosten van bestek bij integraal ophogen en voorbelasten | 150% van de kosten van bestek bij integraal ophogen en voorbelasten | 150% van de kosten van bestek bij integraal ophogen en voorbelasten | Het minimumbedrag is 150% van het minimum dat is vermeld in tabel 7. | Nee |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Rapportage | 100% van de kosten van rapportage bij integraal ophogen en voorbelasten | 100% van de kosten van rapportage bij integraal ophogen en voorbelasten | 100% van de kosten van rapportage bij integraal ophogen en voorbelasten | Het minimumbedrag is 100% van het minimum dat is vermeld in tabel 7. | Nee |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Veldonderzoek | 35% van de kosten van veldonderzoek bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van veldonderzoek bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van veldonderzoek bij integraal ophogen en voorbelasten | Het minimumbedrag is 35% van het minimum bij integraal ophogen en voorbelasten. | Nee |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Inmeten | 35% van de kosten van inmeten bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van inmeten bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van inmeten bij integraal ophogen en voorbelasten | Het minimumbedrag is 35% van het minimum bij integraal ophogen en voorbelasten. | Nee |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Directievoeren | 35% van de kosten van directievoeren bij integraal ophogen | 35% van de kosten van directievoeren bij integraal ophogen | 35% van de kosten van directievoeren bij integraal ophogen | Nee | |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Toezichthouden | 35% van de kosten van toezichthouden bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van toezichthouden bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van toezichthouden bij integraal ophogen en voorbelasten | Nee | |
| 2.6c | Partieel ophogen en voorbelasten | Monitoren | 35% van de kosten van monitoren bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van monitoren bij integraal ophogen en voorbelasten | 35% van de kosten van monitoren bij integraal ophogen en voorbelasten | Het minimumbedrag is 35% van het minimum bij integraal ophogen en voorbelasten. | Nee |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Opstellen voorlopig en definitief ontwerp (VO en DO) | Per ontwerp voor een kostenverhaalsdeelgebied | 160 uur | Tariefgroep 10: Civieltechnisch ontwerpen | Het VO en DO zijn samen een ontwerp.Het aantal kostenverhaalsdeelgebieden is 2,5 per hectare kostenverhaalsgebied. In een kostenverhaalsgebied met meer dan 40% openbaar gebied wordt het aantal kostenverhaalsdeelgebieden verhoogd zoals aangegeven in tabel 8. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Opstellen rioleringsplan | Per hectare kostenverhaalsgebied | 7,5 uur | Tariefgroep 10: Civieltechnisch ontwerpen | Ja, algemene complexiteitsfactor | |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Aanbesteden en gunnen | Per bestek | 40 uur bestek schrijven/calculeren en 24 uur tekenen vermenigvuldigd met de verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroepen 11 en 12: Bestek schrijven/Calculeren en Tekenen | Bij uitleg- en uitbreidingslocaties 2 bestekken per kostenverhaalsdeelgebied en bij overige gebieden 1,5 bestek.Het aantal kostenverhaalsdeelgebieden wordt berekend zoals aangegeven in tabel 8. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Tekenen | Per bestek | 24 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroep 12: Tekenen | Er zijn 2 bestekken per kostenverhaalsdeelgebied openbaar gebied op uitleg- en uitbreidingslocaties en 1,5 bestek per kostenverhaalsdeelgebied openbaar gebied in overige gebieden. Het aantal kostenverhaalsdeelgebieden per ha. openbaar gebied wordt berekend zoals aangegeven in tabel 8 | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Directievoeren | Per week uitvoeringstijd | 5 uur vermenigvuldigd met verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroep 13: Directievoeren | De uitvoeringstijd is 24 weken per bestek. Als bodemsanering nodig is, wordt de uitvoeringstijd maximaal 32 weken per bestek. Het aantal bestekken is 2 bij uitleg- en uitbreidingslocaties en 1,5 bestek bij de overige locaties. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Toezichthouden | Per week uitvoeringstijd | 10 uur vermenigvuldigd met verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroep 14: Toezichthouden | De uitvoeringstijd is 24 weken per bestek. Als bodemsanering nodig is, wordt de uitvoeringstijd maximaal 32 weken per bestek. Het aantal bestekken is 2 bij uitleg- en uitbreidingslocaties en 1,5 bestek bij de overige locaties. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Projectleiding: begeleiding ontwerpwerkzaamheden | Per ontwerp voor een kostenverhaalsdeelgebied | 24 uur | Tariefgroep 9: Civieltechnisch projectleiden | Het VO en DO zijn samen een ontwerp. Het aantal kostenverhaalsdeelgebieden wordt berekend zoals is aangegeven in tabel 8. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Projectleiding: begeleiding aanbesteding | Per bestek | 16 uur vermenigvuldigd met de verrekenfactor aanbestedingsvorm uit tabel 6 | Tariefgroep 9: Civieltechnisch projectleiden | Bij uitbreiding en uitleg 2 bestekken per kostenverhaalsdeelgebied en bij overige gebieden 1,5 bestek.Het aantal kostenverhaalsdeelgebieden wordt berekend zoals is aangegeven in tabel 8. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.6d | Bouw- en woonrijp maken | Projectleiding: begeleiding uitvoeringswerkzaamheden | Per week uitvoeringstijd | 1 uur | Tariefgroep 9: Civieltechnisch projectleiden | De uitvoeringstijd is 24 weken per bestek. Als bodemsanering nodig is, wordt de uitvoeringstijd maximaal 32 weken per bestek. Het aantal bestekken is 2 bij uitleg- en uitbreidingslocaties en 1,5 bestek bij de overige locaties. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.7 | Algemene financiële verantwoording en aansturing van het project, inclusief bestuurlijke besluitvorming | Projectmanager | Per jaar gedurende de looptijd van het project | 30 uur | Tariefgroep 7a: Projectmanagement | De looptijd is het aantal jaren vanaf de vaststelling van het besluit door het bevoegd gezag plus de historische looptijd. De historische looptijd is afhankelijk van de complexiteit van het project, minimaal 2 jaar en maximaal 4 jaar. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.7 | Algemene financiële verantwoording en aansturing van het project, inclusief bestuurlijke besluitvorming | Projectmanagementassistent | Per jaar gedurende de looptijd van het project | 100 uur | Tariefgroep 7b: Projectmanagementassistent | De werkuren voor de projectmanagementassistent zijn alleen van toepassing als de algemene complexiteitsfactor hoger is dan 130%. De looptijd is het aantal jaren vanaf de vaststelling van het besluit door het bevoegd gezag plus de historische looptijd. De historische looptijd is afhankelijk van de complexiteit van het project, minimaal 2 jaar en maximaal 4 jaar. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| 2.7 | Algemene financiële verantwoording en aansturing van het project, inclusief bestuurlijke besluitvorming | Planeconoom | Per jaar gedurende de looptijd van het project | 64 uur | Tariefgroep 8: Planeconomie | De looptijd is het aantal jaren vanaf de vaststelling van het besluit door het bevoegd gezag plus de historische looptijd. De historische looptijd is afhankelijk van de complexiteit van het project, minimaal 2 jaar en maximaal 4 jaar. | Ja, algemene complexiteitsfactor |
| Oppervlakte kostenverhaalsgebied | Aantal werkuren omgevingsplan voor omgevingsrecht, inclusief digitalisering en kaartmateriaal | Aantal werkuren regels kostenverhaal omgevingsplan voor grondzaken en planeconomie | Aantal werkuren projectbesluit en omgevingsvergunning voor jurist omgevingsrecht, inclusief digitalisering en kaartmateriaal | Aantal werkuren regels kostenverhaal omgevingsplan voor planeconoom en Grondzaken bij projectbesluit en omgevingsplanvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit | |||
| --- | --- | --- | --- | --- | |||
| < 0,5 ha | 100 uur | 38 uur | 60 uur | 25 uur | |||
| 0,5 – 1 ha | 200 uur | 75 uur | 120 uur | 50 uur | |||
| 1 – 3 ha | 300 uur | 113 uur | 200 uur | 75 uur | |||
| 3 – 5 ha | 400 uur | 150 uur | 300 uur | 100 uur | |||
| 5 – 10 ha | 450 uur | 173 uur | 350 uur | 115 uur | |||
| 10 – 15 ha | 500 uur | 188 uur | 400 uur | 125 uur | |||
| 15 – 20 ha | 550 uur | 300 uur | 450 uur | 200 uur | |||
| 20 – 50 ha | 600 uur | 375 uur | 500 uur | 250 uur | |||
| > 50 ha | 700 uur | 450 uur | 550 uur | 300 uur | |||
| Tariefgroep | Deskundigheid | € per uur van 1 januari 2024 tot 1 oktober 2024 | Salarisschaal Cao Gemeenten | ||||
| --- | --- | --- | --- | ||||
| 1 | Grondzaken | 149 | 11 | ||||
| 2 | Stedenbouw | 149 | 11 | ||||
| 3 | Omgevingsrecht | 149 | 11 | ||||
| 4 | Beleidsafdelingen | 149 | 11 | ||||
| 5 | Landmeten/vastgoedinformatie | 118 | 9 | ||||
| 6 | Communicatie | 130 | 10 | ||||
| 7a | Projectmanagement | 169 | 12 | ||||
| 7b | Projectmanagementassistentie | 118 | 9 | ||||
| 8 | Planeconomie | 149 | 11 | ||||
| 9 | Civieltechnisch projectleiden | 149 | 11 | ||||
| 10 | Civieltechnisch ontwerpen | 149 | 11 | ||||
| 11 | Bestek schrijven/Calculeren | 118 | 9 | ||||
| 12 | Tekenen | 106 | 8 | ||||
| 13 | Directievoeren | 130 | 10 | ||||
| 14 | Toezichthouden | 106 | 8 | ||||
| Algemene complexiteitsfactor | Complexiteitsfactor Stedenbouw | ||||||
| --- | --- | ||||||
| Ligging kostenverhaalsgebied | Ligging kostenverhaalsgebied | ||||||
| Type opgave | Type opgave | ||||||
| Verwervingssituatie | Onderzoeken | ||||||
| Type programma | Woon- en werkmilieu | ||||||
| Onderzoeken | |||||||
| Indicator en categorieën | Opslagpercentage | ||||||
| --- | --- | ||||||
| I. Ligging kostenverhaalsgebied | |||||||
| Uitleglocatie (locatie buiten de bebouwde kom, waar ten minste 70% van de grondoppervlakte onbebouwd is, waarbij kassen als onbebouwd gebied worden beschouwd)1 | 0% | ||||||
| Uitbreidingslocatie (locatie buiten de bebouwde kom, waar minder dan 70% van de grondoppervlakte onbebouwd is, waarbij kassen als onbebouwd gebied worden beschouwd)1 | 0% | ||||||
| Inbreidingslocatie (locatie binnen de bebouwde kom, waar ten minste 70% van de grondoppervlakte onbebouwd is)1 | 25% | ||||||
| Binnenstedelijke locatie (locatie binnen de bebouwde kom, waar minder dan 70% van de grondoppervlakte onbebouwd is)1 | 50% | ||||||
| Historische locatie waarvan: a. meer dan 10% van de grondoppervlakte behoort tot monumenten of archeologische monumenten, of b. de grondoppervlakte die ander cultureel erfgoed betreft, voor zover dat is beschermd op grond van artikel 4.2 of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet, tezamen met de grondoppervlakte die behoort tot monumenten of archeologische monumenten, meer dan 50% van de totale grondoppervlakte omvat. | 100% | ||||||
| II. Type opgave | |||||||
| Geen herstructureringsgebied | 0% | ||||||
| Herstructureringsgebied: kostenverhaalsgebied waarin voor meer dan 50% van de grondoppervlakte, waarop kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten worden gerealiseerd, sprake is van functieverandering van de bestaande bebouwing, van sloop met vervangende nieuwbouw of van ingrijpende renovatie van de bebouwing, waarbij ook de verkaveling en de openbare ruimte worden gewijzigd. | 150% | ||||||
| III. Verwervingssituatie | |||||||
| Geen bekrachtigingsprocedure onteigeningsbeschikking | 0% | ||||||
| Bekrachtigingsprocedure onteigeningsbeschikking | 10% per bekrachtigingsprocedure met een maximum van 20%. | ||||||
| IV. Ruimtelijk programma | |||||||
| Alleen bedrijvigheid | -25% | ||||||
| Alleen woningbouw | 0% | ||||||
| Bijeenkomstfunctie/kantoorfunctie/logiesfunctie/sportfunctie/winkelfunctie2 | 10% | ||||||
| Celfunctie/gezondheidszorgfunctie/onderwijsfunctie2 | 25% | ||||||
| Bedrijvigheid of woningbouw samen met een of meer van de voornoemde gebruiksfuncties | 10% plus het percentage van de van de van toepassing zijnde functie(s) | ||||||
| V. Onderzoeken | |||||||
| Geen van de hierna genoemde onderzoeken | 0% | ||||||
| Het hoogste van toepassing zijnde percentage van: | |||||||
| Milieueffectrapportage | 50% | ||||||
| Nader onderzoek luchtkwaliteit | 40% | ||||||
| Nader archeologisch onderzoek | 30% | ||||||
| Bodemsanering | 20% | ||||||
| VI. Woon- werkmilieu3 | |||||||
| 0 - 30 woningen per hectare (suburbaan) | 0% | ||||||
| 30 - 100 woningen per hectare (stedelijk) | -100% | ||||||
| > 100 woningen per hectare (hoogstedelijk) | -150% |
1 Alleen van toepassing als geen sprake is van een historische locatie.
2 Deze percentages worden bij elkaar opgeteld als ze van toepassing zijn op het project.
3 In kostenverhaalsgebieden waar ook andere functies dan wonen voorkomen, wordt het bruto vloeroppervlak daarvan omgerekend in woonequivalenten. Daarbij geldt dat 1 woonequivalent gelijk staat aan 100 vierkante meter bruto vloeroppervlak en 100 m2 uitgeefbare grond.
| Verrekenfactor type te slopen onroerende zaak = 100% - (0,5 x percentage agrarische bedrijfsgebouwen en kassen) | Verrekenfactor type te slopen onroerende zaak = 100% - (0,5 x percentage agrarische bedrijfsgebouwen en kassen) | Verrekenfactor type te slopen onroerende zaak = 100% - (0,5 x percentage agrarische bedrijfsgebouwen en kassen) | Verrekenfactor type te slopen onroerende zaak = 100% - (0,5 x percentage agrarische bedrijfsgebouwen en kassen) |
| Verrekenfactor aanwezigheid asbest = 100% + het percentage asbestvervuiling afgerond op gehele getallen | Verrekenfactor aanwezigheid asbest = 100% + het percentage asbestvervuiling afgerond op gehele getallen | Verrekenfactor aanwezigheid asbest = 100% + het percentage asbestvervuiling afgerond op gehele getallen | Verrekenfactor aanwezigheid asbest = 100% + het percentage asbestvervuiling afgerond op gehele getallen |
| Verrekenfactor slopen = verrekenfactor aanbestedingsvorm x verrekenfactor type te slopen onroerende zaak x verrekenfactor asbest | Verrekenfactor slopen = verrekenfactor aanbestedingsvorm x verrekenfactor type te slopen onroerende zaak x verrekenfactor asbest | Verrekenfactor slopen = verrekenfactor aanbestedingsvorm x verrekenfactor type te slopen onroerende zaak x verrekenfactor asbest | Verrekenfactor slopen = verrekenfactor aanbestedingsvorm x verrekenfactor type te slopen onroerende zaak x verrekenfactor asbest |
| Grootte van het op te hogen of voor te belasten gebied* | Grootte van het op te hogen of voor te belasten gebied* | Bestek | |
| --- | --- | --- | --- |
| Ten minste opp. in ha | Ten hoogste opp. in ha | Percentage | Ten minste |
| Groter dan 0 | 10 | 100 | € 12.685 |
| Groter dan 10 | 15 | 90 | € 12.685 |
| Groter dan 15 | 50 | 75 | € 17.213 |
| Groter dan 50 | 100 | 50 | € 47.813 |
| Groter dan 100 | Geen limiet | Vast bedrag | € 63.750 |
- Als sprake is van kostenverhaalsdeelgebieden, wordt onder de grootte verstaan de gemiddelde grootte van de kostenverhaalsdeelgebieden die wordt berekend door de totale oppervlakte van het kostenverhaalsgebied te delen door het feitelijke aantal kostenverhaalsdeelgebieden.
| Norm: 1 deelgebied per 2,5 hectare kostenverhaalsgebied Als het openbaar gebied meer dan 40% van het oppervlak van het kostenverhaalsgebied omvat:1 procentpunt meer openbaar gebied = 1% meer deelgebieden | Norm: 1 deelgebied per 2,5 hectare kostenverhaalsgebied Als het openbaar gebied meer dan 40% van het oppervlak van het kostenverhaalsgebied omvat:1 procentpunt meer openbaar gebied = 1% meer deelgebieden |
|---|---|
| Percentage openbaar gebied | Verrekenfactor aantal kostenverhaalsdeelgebieden |
| 40% | 1,00 |
| 41% | 1,01 |
| 42% | 1,02 |
| ... | ... |
| ≥ 60% | 1,20 |
Bijlage XXXIVa. bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.4, 13.5, tweede en derde lid, en 13.9, eerste lid, van deze regeling (kostenverhaal zonder tijdvak)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)