Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
1 Bal: Besluit activiteiten leefomgeving; Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving; Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving.
Bijlage IVe. bij de artikelen 3.8, eerste lid, onder a, 3.9, eerste lid, aanhef en onder a en b, 3.11, onder a en b, 3.14, eerste lid, onder a, en vierde lid, 3.18, onder a en b en 12.71d, tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid wegen)
2. Overdracht
2.3. Reflecties
1. Regels voor het berekenen van de geluidemissie in Lden
1.3. Geluidemissie lokale spoorwegen geen onderdeel van de weg
2.1. Begrippen
2.5.2. Obstakeltoeslag ΔLobstakel
2.4. Het geluidemissiegetal LE
2.8. De bodemdemping ΔLB
2.4.4. Stalen kunstwerken
2.5.1. De kruispunttoeslag ΔLkruispunt
2.11. De niveaureductie ΔLR bij reflecties
2.12. Het octaafbandspectrum van het equivalente geluidniveau
3.1. Voorwaarden eenvoudige methode
3.2. Werkwijze eenvoudige methode
3.2. Werkwijze eenvoudige methode
4.3.2
4.1.2
4.5.1
4.2.4
4.3.2
5. Rekenregel schermtop
4.5.1
7.4.1. Algemeen
7.4.2. Meetopstelling en omstandigheden
8.1. Begrippen
7.4.1. Algemeen
7.4.4. Akoestisch rapport
8.2.8. De schermwerking ΔLSW
8.6. Rekenregel diffractor
Bijlage IVf. bij de artikelen 3.8, eerste lid, onder b, 3.12, onder a en d, 3.14, eerste lid, onder c, en vijfde lid, en 3.19, onder a en d, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid spoorwegen)
8.2.8. De schermwerking ΔLSW
8.2.10. De meteocorrectieterm
2.4. Berekeningswijze
3.3.6. Tunnelbakken
2.5.1. Betonnen kunstwerken
3.3.10. Geluidsabsorberende uitvoering
2.6. Snelheden
3.3. Modellering van de situatie
3.3.2. Bodemgesteldheid
3.5.2. De bodemdemping DB
3.3.8. Perrons
3.4. De geometrische uitbreidingsterm ∆LGU
3.8. Bepaling spoorspecifieke geluidisolatie
3.5.3. De meteocorrectieterm CM
4.1.1. Voorwaarden eenvoudige meetmethode
4.1.2. Werkwijze eenvoudige meetmethode
4.2.3. Splitsing in rolgeluidtoename en kunstwerkgeluid
4.3.4. Bepaling conditie tramspoor
6.1. Algemeen
4.3. Meetmethode emissies en spoorconstructies trams
4.3.2. Bepaling emissiekentallen trammaterieel, procedure B
Bijlage IVg. bij de artikelen 3.14, eerste lid, onder b en d, en 3.21, eerste lid, onder b van deze regeling (rekenmethode geluid op een geluidreferentiepunt)
2.3.1. Voor wegen
6.6.3. Metingen in afwijkende situaties
2. Beschrijving van de bron
Bijlage IVh. bij de artikelen 3.21, eerste lid, onder a, en 3.23, eerste lid, onder a en e, 6.6, eerste en tweede lid en 8.22, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid industrie)
3.5.2. Voor spoorwegen
2.1.2. Weeromstandigheden en meteoraam
1.2. Toepassingsgebied methode I en II
2.2. Directe immisiemetingen
2.2.5.3. Uitvoering van de geluidmetingen
2.2.5.1. Meetapparatuur
2.2. Directe immisiemetingen
2.2.2. Weersomstandigheden (meteoraam)
2.2.6.6. Bepaling gestandaardiseerd immissieniveau Li
2.3.1. Algemeen
2.2.6.4. Uitvoering van de geluidmetingen
2.3.2.2. Meetapparatuur
2.3.2.3. Geconcentreerde bronmethode (methode I.2)
2.2.7.1. Meting binnengeluidniveaus
2.3.3.1. Geconcentreerde bronmethode (methode II.2)
2.3.3.2. Aangepaste meetvlakmethode (methode II.3)
2.3.3.2. Aangepaste meetvlakmethode (methode II.3)
2.3.3.5. Snelheidsmetingen (trillingsmetingen, methode II.6)
2.3.3.6. Uitstraling gebouwen (methode II.7)
2.3.3.6. Uitstraling gebouwen (methode II.7)
3.2.2.2. Splitsen van bronnen
3.2.3. Basisformule
3.2.3.3. Drefl
3.1.2. Versterking door reflectie(s)
3.2.3.2. Dlucht
3.2.3.1. Dgeo
3.2.3.2. Dlucht
3.2.3.4. Dscherm
3.3. Methode II: Substitutiemethode (II.9)
4.2. Te beschouwen bedrijfssituatie
3.2.3.7. Dbodem
3.2.3.8. Dhuis
4.4.1. Bepaling langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT
4. Geluid van activiteiten
4.3. Bijzondere geluiden (tonaal karakter/impulsgeluid/muziekgeluid)
4.3.4. Laagfrequent geluid
5.4.2. Bepaling jaargemiddeld beoordelingsniveau LAr,JM
6.4. Nadere toelichting hoofdstuk 2
Bijlage IVi. bij de artikelen 3.28, onder a, 6.8, eerste lid, en 8.25, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid windturbines)
1.3.2. Windsnelheid op ashoogte
6.6. Nadere toelichting hoofdstuk 4
1.4.3. Bepalen windsnelheidsafhankelijk geluidvermogen
1.4.3. Bepalen windsnelheidsafhankelijk geluidvermogen
1.4.4. Bepalen van de correctiefactor voor de richtwerking (optioneel)
2. Standaardrekenmethode
1.6. Handhaving
Als Dscherm ≥20 dB dan wordt Dscherm = 20 dB
Bijlage VIIaa. bij artikel 4.14, tweede lid, van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot milieubelastende activiteiten specifiek voor de glastuinbouwsector)
2.11.2. Aard van de bodem
Bijlage VIII. bij artikel 5.2 van deze regeling (energieprestatie technisch bouwsysteem)
Bijlage VIII. bij artikel 5.2 van deze regeling (energieprestatie technisch bouwsysteem)
EHeatingSystem = (EH – EH;WKK) / QH;nd;
Bijlage XII. bij de artikelen 5.21, eerste lid, en 5.22, eerste lid, van deze regeling (exameneisen inspectie airconditioningsystemen)
EDomesticHotWater = (EW – EW;WKK) / QW;nd
Inhoudsopgave
Bijlage XII
[Vervallen]
Categorie : Energiebeheersysteem
Categorie : Ruimteverwarming
2. Methode voor het bepalen van het CO2-reducerend effect
Advieslijst
Bijlage XVa. behorende bij de artikelen 4.14a, tweede lid, en 5.30, tweede lid, van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik voor de glastuinbouwsector)
2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties
1. Algemeen
3. Formule terugverdientijd
Bijlage XVb. behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
1. Inleiding
2. Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden (artikel 2.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving) en een onderbouwing van het onderzoek (artikel 5.15b, tweede lid, onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
4. Overzicht getroffen maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik (artikel 5.15b, tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
5.3. Opgave van onbenutte warmtestromen
6. Analyse productieapparatuur en -installaties (artikel 5.15b, tweede lid, onder e, onder 2, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
Bijlage XVc. bij de artikelen 4.14b en 9.7 van deze regeling (kosteneffectiviteit)
6.6. Conclusie analyse productieapparatuur en -installaties
Bijlage XVd. bij artikel 4.14c, tweede lid, van deze regeling (openbaarmaking gegevens energie-efficiëntie datacentra)
9. Overzicht van de maatregelen die nog niet zijn getroffen en het moment waarop die maatregelen alsnog worden getroffen (artikel 5.15b, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
Berekening annuïteit
4.2. Totaal energiegebruik van informatietechnologieapparatuur in kWh
Berekening annuïteit
6.3. Soorten koelmiddelen
6.4. Koeldagen in graaddagen
Bijlage XVI. bij artikel 5.31c van deze regeling (beperking oververhitting)
10.3. Inkomende dataverkeer in exabytes
6. Restwarmtegebruik
Weegfactor uren
6.4. Koeldagen in graaddagen
7. Temperatuurinstelpunten
Zonwering
Bouwkundige eigenschappen
Spuiventilatie
Uitgangspunten dynamische rekenmethodiek oververhitting in de zomerperiode
Bijlage XVII. bij artikel 5.59 van deze regeling (bepaling geluid installaties warmte- en koudeopwekking)
10.3. Inkomende dataverkeer in exabytes
Uitgangspunten dynamische rekenmethodiek oververhitting in de zomerperiode
Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van deze regeling (risicomatrix)
Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van deze regeling (risicomatrix)
Bepaling van beoordelingsgrootheden
Meten van de geluidimmissie
Bijlage XVIIIc. bij de artikelen 6.9, eerste lid, en 8.26, eerste lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)
1. Inleiding
2.5. Bodemparameters
2.6. Kogelparameters
2.5. Bodemparameters
2.8. Militaire oefenterreinen
2.9. Achtergronden bij de fysische modellering van schietgeluid
4.1. Inleiding
3. Beoordelingsgrootheid
4.4.1. Gegevensbestanden van bronnen
4. Rekenmethode
4.5. Invoergrootheden rekenmethode
4.6.1. Bronniveau
4.5.3. Afschermende objecten
4.6.4. Bodemdemping
4.6.6. Niet-lineaire demping
4.6.7. Spiegelreflecties
5.3. Berekeningsresultaten
Bijlage XVIIId. bij de artikelen 6.9, tweede lid, en 8.26, tweede lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen)
5.3. Berekeningsresultaten
5.3. Berekeningsresultaten
Principe van de rekenmethode
Bijlage XVIIIf. bij de artikelen 7.77 en 9.27 van deze regeling (bepalingen over het verbinden van voorschriften aan omgevingsvergunningen over het voorkomen van overschrijding standaardwaarden)
5.2. Rekenmodel
1.2. Zware metalen
2.2. Berekening
Toepassingsgebied
2. De uit de stortplaats tredende flux (stoftransport) van verontreinigingen
2.2. Berekening
3.1. Berekenen
Bijlage XIX. bij artikel 8.2 van deze regeling (dosis-effectrelaties voor actieplannen geluid)
3. Het door de stortplaats beïnvloede gebied
Bijlage XIXa. bij de artikelen 8.10, onder c, 8.16, onder b, 12.50, onder c, en 12.53, onder b, van deze regeling (softwaremodellen luchtkwaliteit)
B. Aftrek van kalenderjaargemiddelde concentratie PM10
Bijlage XXI. bij de artikelen 8.12, eerste lid, onder b, en 12.52, eerste lid, onder b, van deze regeling (emissiefactoren voertuigen luchtkwaliteit)
Bijlage XXVII
[Vervallen]
1.3. Leeswijzer
1.3. Leeswijzer
2. De beoordeling op hoofdlijnen
4.4. Selectie dominante faalpaden en aanpak nadere analyse
4.5. De analyse van de dominante faalpaden
4.2. De analyse van de relevante faalmechanismen
6. Kwaliteitsborging
5.2.1. Het resultaat: de overstromings- of faalkans en het veiligheidsoordeel
6.3. Kennis en instrumenten
5. Rapportage
Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)
1.4. Leeswijzer
2. Duiding overstromings- of faalkansen
2.4. Menselijk ingrijpen
2.4. Menselijk ingrijpen
3.1. Afvoerverdeling Rijntakken
3.6. Vegetatie
1.4. Leeswijzer
3. Randvoorwaarden watersysteem
3.1. Afvoerverdeling Rijntakken
3.4. Bodemligging watersysteem
4.2. Lijst van initiële mechanismen
4.8. Lengte-effect
5.1. Toepassing Basisinstrumentarium
Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)
5.3. Resultaat analyse dominante faalpaden
4.6. Vakindeling
2.1.2. Kwaliteitskader
2.1. Algemene bepalingen
2.2.5. Effect van de versnelling en vertraging van voertuigen
2.3.4. Emissies
2.4.1. Bronbeschrijving
2.5.1. Omvang en toepasselijkheid methode
2.5.2. Gebruikte definities
2.5.1. Omvang en toepasselijkheid methode
2.5.4. Model voor geluidsvoortplanting
2.4.1. Bronbeschrijving
2.5.6. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen
Bepaling van het aantal inwoners van een gebouw
Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners
Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied
Voor de beoordeling van de geluidsbelasting van de bevolking worden alleen woongebouwen in aanmerking genomen. Er worden geen personen toegewezen aan andere gebouwen die niet als woning worden gebruikt, zoals scholen, ziekenhuizen, kantoorgebouwen of fabrieken.
Bepaling van het aantal inwoners van een gebouw
Het aantal inwoners per wooneenheid is gelijk aan de ‘gemiddelde huishoudensgrootte’ volgens de meest recente publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal inwoners per gebouw is de som van het aantal inwoners van alle wooneenheden in het gebouw.
Bijlage XXXIX. bij artikel 17.6 van deze regeling (gewijzigde actuele ligging of configuratie van een spoorweg)
Rekening houden met de actuele ligging of configuratie van een spoorweg bij wijziging van geluidproductieplafonds op grond van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (eerste geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen)
-
- Als de ligging of configuratie van een spoorweg, zoals deze blijkt uit de geluidbrongegevens die zijn opgenomen in het geluidregister, afwijkt van de daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van die spoorweg, kan bij berekening van geluidproductieplafonds met toepassing van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gebruik worden gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg.
-
- Als gebruik wordt gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, worden op nieuwe of veranderde geluidbronregisterlijnen de overige relevante geluidbrongegevens op de hieronder beschreven wijze aangepast of toegevoegd.
-
- Er zijn drie situaties waarin deze werkwijze van toepassing kan zijn:
- a. verwijdering van geluidbronregisterlijnen;
- b. toevoeging van geluidbronregisterlijnen; en
- c. gewijzigde ligging van geluidbronregisterlijnen.
-
- In de hierboven genoemde situaties worden de volgende te wijzigen geluidbrongegevens in het akoestisch onderzoek meegenomen: Hierbij geldt dat de intensiteitsgegevens bij de bestaande geluidproductieplafonds worden herverdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen.
- a. de geluidbrongegevens, bedoeld in artikel 3.19, onder a, c, f en i;
- b. de geluidbrongegevens, bedoeld in artikel 3.19, onder a, b, c, d, e, f en i;
- c. de geluidbrongegevens, bedoeld in artikel 3.19, onder c en i.
-
- Als de gebruikmaking van gewijzigde geluidbrongegevens, die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, leidt tot een toename van de geluidproductie op een of meer referentiepunten ten opzichte van het geldende geluidproductieplafond, wordt deze toename gecompenseerd door de plafondcorrectiewaarde zodanig naar beneden bij te stellen dat niet langer sprake is van een dergelijke toename op de betreffende referentiepunten.
-
- Nadat de plafondcorrectiewaarde is bepaald, worden de intensiteitsgegevens die horen bij het toegestane geluid door spoorvoertuigen op het emplacement, verdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen, en worden de geluidproductieplafonds berekend.
-
- Het rapport van het akoestisch onderzoek voor het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bevat tenminste de geluidbrongegevens uit stap 4, 5 en 6 die op grond van deze bijlage zijn toegepast bij het berekenen van de geluidproductieplafonds.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Afdeling 3.7. AERIUS Register
Artikel 3.57. (compartimenten AERIUS Register)
Voor de volgende categorieën van projecten bevat AERIUS Register compartimenten als bedoeld in artikel 10.25, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en is de stikstofdepositieruimte beschikbaar die is opgenomen in dat compartiment:
- a. Natura 2000-activiteiten die betrekking hebben op de bouw van niet op een distributienet voor aardgas aangesloten woningen, inclusief het realiseren van noodzakelijke en direct met het project samenhangende nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige maatregelen en infrastructuur en noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat;
- b. op wegen in beheer bij het Rijk betrekking hebbende renovatieprojecten en projecten ter vergroting van de veiligheid van weggebruikers en anderen op die wegen;
- c. gemelde PAS-projecten;
- d. rijksvastgoedprojecten;
- e. projecten van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- f. projecten die bijdragen aan het terugdringen van emissies van broeikasgassen of aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie en samenleving;
- g. projecten van de Minister van Defensie; en
- h. projecten waarvoor gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn voor de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of waarvoor de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een dergelijke vergunning op grond van artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit instemming van gedeputeerde staten behoeft.
De compartimenten voor de categorieën projecten, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, gelden als een gezamenlijk compartiment waarvan de stikstofdepositieruimte beschikbaar wordt gesteld als bepaald in artikel 3.61.
Artikel 3.58. (maatregelen waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat)
Een maatregel voor het verkrijgen van stikstofdepositie als bedoeld in artikel 10.25, derde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat, is in ieder geval:
- a. de onomkeerbare sluiting van varkenshouderijlocaties op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen;
- b. de blijvende vermindering van de stikstofemissie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden zoals zij luidde tot 1 december 2022;
- c. de blijvende vermindering van stikstofemissie door maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024;
- d. een maatregel waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 10.36dd van het Omgevingsbesluit, getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van:
- 1°. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- 2°. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- 3°. de Minister van Klimaat en Groene Groei;
- 4°. de Minister van Defensie; en
- 5°. provinciale staten of gedeputeerde staten.
Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, die is afgestemd met een van de daar genoemde bestuursorganen kan ook een maatregel van een ander bestuursorgaan zijn die is genomen om stikstofdepositieruimte te verkrijgen.
Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, is kan in ieder geval zijn:
- a. de intrekking of wijziging van een toestemming voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt waardoor de stikstofdepositie door die activiteit vermindert; en
- b. een wettelijk voorschrift of ander besluit dat leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie door een toegestane activiteit.
In het derde lid, onder a, wordt verstaan onder toestemming:
- a. een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
- b. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit voor het nemen waarvan de gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving zijn beoordeeld; en
- c. als een vergunning of besluit als bedoeld onder a of b ontbreekt en als de activiteit rechtmatig werd uitgevoerd op de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied en sindsdien onafgebroken is uitgevoerd: de meest beperkende toestemming volgend uit:
- 1°. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
- 2°. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
- 3°. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.
Artikel 3.59. (verantwoordelijkheid vullen compartimenten in AERIUS Register)
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur draagt zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door:
- a. een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder a, b en c; en
- b. een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, tweede lid, voor zover deze niet door een ander bestuursorgaan is aangemerkt als maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 5°.
De ministers die het aangaat dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 4°.
Gedeputeerde staten dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 5°.
De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten kunnen stikstofdepositieruimte in AERIUS Register opnemen waarvan vervolgens ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar kan worden gebruikt in een besluit waarbij een project wordt toegestaan als bedoeld in artikel 8.74e van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als de stikstofdepositieruimte ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58.
Artikel 3.60. (voorwaarden vullen compartimenten in AERIUS Register)
De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten nemen ten hoogste 70% van de vermindering van stikstofdepositie door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste en tweede lid, als stikstofdepositieruimte in AERIUS Register op. De beperking tot ten hoogste 70% geldt niet voor stikstofdepositieruimte die het gevolg is van een maatregel waarbij al eerder aan deze beperking toepassing is gegeven.
De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten nemen stikstofdepositieruimte alleen in AERIUS Register op:
- a. als voor de maatregel een wettelijk voorschrift of een besluit nodig is: nadat dat voorschrift of besluit in werking is getreden;
- b. voor zover de vermindering van stikstofdepositie met zekerheid en nauwkeurigheid kan worden vastgesteld; en
- c. als handhaving van de wettelijke voorschriften die verband houden met de maatregel voldoende is verzekerd.
Artikel 3.61. (bestemming stikstofdepositieruimte SSRS-bank)
Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in 3.58, eerste lid, onder a of b, is alleen beschikbaar voor:
- a. gemelde PAS-projecten;
- b. woningbouwprojecten als bedoeld in artikel 3.57, eerste lid, onder a; en
- c. projecten ten aanzien van wegen in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 3.57, eerste lid, onder b.
Stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid is gedurende de eerste 17 weken na de datum waarop zij in AERIUS Register is opgenomen, alleen beschikbaar voor gemelde PAS-projecten.
In afwijking van het tweede lid kan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid ook beschikbaar stellen voor een woningbouwproject, als de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening:
- a. hem uiterlijk drie weken voor het opnemen van de stikstofdepositieruimte in AERIUS Register heeft geïnformeerd dat voor het project een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit:
- 1°. is aangevraagd; of
- 2°. naar alle waarschijnlijkheid zal worden aangevraagd voordat in bijlage II een nieuwe versie van AERIUS Register wordt aangewezen; en
- b. daarbij een berekening op hexagoonniveau van de benodigde stikstofdepositieruimte voor het project heeft overgelegd.
Artikel 3.62. (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen voor gemelde PAS-projecten)
Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder c, is alleen beschikbaar voor gemelde PAS-projecten.
Artikel 3.63. (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen Ministers)
Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel die is getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van de volgende ministers, is alleen beschikbaar voor de volgende projecten:
- a. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: rijksvastgoedprojecten en woningbouwprojecten als bedoeld in artikel 3.57, eerste lid, onder a;
- b. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat: projecten van die minister;
- c. de Minister van Klimaat en Groene Groei: projecten die bijdragen aan het terugdringen van emissies van broeikasgassen of aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie en samenleving; en
- d. de Minister van Defensie: projecten van die minister.
De minister die het aangaat kan de stikstofdepositieruimte op verzoek van een andere minister of gedeputeerde staten ook beschikbaar stellen voor andere projecten als bedoeld in artikel 3.57.
Artikel 3.64. (bestemming stikstofdepositieruimte verkregen door maatregelen gedeputeerde staten)
Stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 5°, is alleen beschikbaar voor projecten waarvoor gedeputeerde staten van de betrokken provincie bevoegd gezag zijn voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of waarvoor de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een dergelijke vergunning op grond van artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit instemming van gedeputeerde staten behoeft.
Gedeputeerde staten kunnen de stikstofdepositieruimte op verzoek van een minister of gedeputeerde staten van een andere provincie ook beschikbaar stellen voor andere projecten als bedoeld in 3.57.
Artikel 3.65. (bestemming stikstofdepositieruimte van ten hoogste 0,05 mol)
In afwijking van de artikelen 3.61 tot en met 3.64 is stikstofdepositieruimte ten aanzien waarvan artikel 3.59, vierde lid, is toegepast, beschikbaar voor alle in artikel 3.57 bedoelde projecten.
Artikel 3.66. (berekening beschikbare stikstofdepositieruimte)
De op het moment van reservering of toedeling beschikbare stikstofdepositieruimte voor een hectare van een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied wordt berekend volgens de volgende formule:
beschikbare stikstofdepositieruimte = AERIUS – reservering/toedeling + doorhaling + omzetting.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
- AERIUS: in AERIUS Register voor die hectare opgenomen stikstofdepositieruimte;
- reservering of toedeling: stikstofdepositieruimte die tot het moment van reservering of toedeling voor andere projecten is gereserveerd of aan andere projecten is toegedeeld;
- doorhaling: stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar is gekomen na het wijzigen, intrekken of vervallen van een reservering of na het wijzigen of intrekken van een aanvraag om een omgevingsvergunning;
- omzetting: stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar is gekomen na het intrekken of vernietigen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, of die weer beschikbaar is gekomen nadat een activiteit is beëindigd.
Artikel 3.67. (reservering stikstofdepositieruimte voor project)
Stikstofdepositieruimte kan worden gereserveerd door:
- a. het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor projecten als bedoeld in artikel 3.57, eerste lid, onder a tot en met g; en
- b. gedeputeerde staten voor andere projecten dan bedoeld in artikel 3.57, eerste lid,onder a, b en c, waarvoor zij het bevoegd gezag zijn voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of waarvoor de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een dergelijke vergunning op grond van artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit instemming van gedeputeerde staten behoeft.
Stikstofdepositieruimte voor projecten als bedoeld in artikel 3.57, eerste lid, onder a, b en c, ten aanzien waarvan artikel 3.69 is toegepast, kan worden gereserveerd nadat 17 weken zijn verstreken na de datum waarop de stikstofdepositieruimte in AERIUS Register is opgenomen.
Gedeputeerde staten reserveren alleen stikstofdepositieruimte voor een woningbouwproject als de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas.
Een reservering als bedoeld in het eerste lid vervalt als het bevoegd gezag een beslissing heeft genomen op de aanvraag om de omgevingsvergunning.
Artikel 3.68. (reservering stikstofdepositieruimte voor woningbouwcluster)
Bij de aanvraag van het college van burgemeester en wethouders om een reservering voor een woningbouwcluster als bedoeld in artikel 10.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een berekening overgelegd waaruit blijkt dat in AERIUS Register binnen de stikstofdepositieruimte die is verkregen door een maatregel als bedoeld in 3.58, eerste lid, onder d, voldoende stikstofdepositieruimte beschikbaar is voor het woningbouwcluster.
Gedeputeerde staten beslissen over de reservering in de volgorde waarin de aanvragen zijn ontvangen.
Gedeputeerde staten reserveren alleen stikstofdepositieruimte voor een woningbouwcluster als de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas.
Een reservering voor een woningbouwcluster vervalt voor zover gedeputeerde staten stikstofdepositieruimte reserveren voor de woningbouwprojecten in dat cluster, maar in ieder geval als sinds de reservering twee jaar zijn verstreken.
Gedeputeerde staten kunnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, eenmaal verlengen met ten hoogste een jaar.
Artikel 3.69. (voorwaarden reservering stikstofdepositieruimte voor gemeld PAS-project)
Het bevoegd gezag reserveert alleen stikstofdepositieruimte voor een gemeld PAS-project als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a. voor het project gold een meldingsplicht op grond van artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals deze regeling luidde tot 1 januari 2017, of op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, zoals deze luidde op 28 mei 2019;
- b. voor het project is in de periode van 1 juli 2015 tot 29 mei 2019 een melding gedaan;
- c. het project is in de periode van 1 juli 2015 tot 29 mei 2019:
- 1°. volledig gerealiseerd, waaronder wordt verstaan dat installaties, gebouwen en infrastructuur waren opgericht;
- 2°. nog niet volledig gerealiseerd, maar de initiatiefnemer heeft in die periode al wel een begin gemaakt met de realisatie, zoals aanleg of bouw van installaties, gebouwen en infrastructuur; of
- 3°. nog niet begonnen, maar in die periode zijn al wel onomkeerbare en significante investeringsverplichtingen voor het project aangegaan;
- d. voor de activiteit waarop de melding betrekking heeft, is geen toereikende en onherroepelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit verleend;
- e. als de melding betrekking heeft op een wijziging van een project dat geheel of gedeeltelijk was gerealiseerd voor 1 februari 2009 maar na de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied, dan is de totale stikstofdepositie die door het gewijzigde project wordt veroorzaakt op een voor stikstof gevoelige habitat in dat gebied niet groter dan de op het moment van de melding geldende grenswaarde, bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming zoals dat besluit luidde op 28 mei 2019;
- f. als het project dat wordt uitgevoerd, substantieel afwijkt van het gemelde project en het gewijzigde project veroorzaakt niet meer stikstofdepositie op een of meer voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden dan het gemelde project; en
- g. de activiteit waarop het project betrekking heeft, wordt nog verricht.
Het eerste lid, onder g, geldt niet als het project voldoet aan het eerste lid, onder c, onder 3°.
Artikel 3.70. (verdeling stikstofdepositieruimte over gemelde PAS-projecten)
Het bevoegd gezag geeft bij het reserveren van stikstofdepositieruimte voor gemelde PAS-projecten voorrang aan projecten ten aanzien waarvan het een verzoek heeft ontvangen tot handhaving van het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming zoals dat luidde op 31 december 2023, of van het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder e, van de wet, om zonder vergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten te realiseren. Als het na toepassing van de eerste zin noodzakelijk is om een keuze te maken tussen projecten, kiest het bevoegd gezag de combinatie van projecten die gezamenlijk voor een optimale benutting van de beschikbare stikstofdepositieruimte zorgt.
Artikel 3.71. (reservering stikstofdepositieruimte voor gemeld PAS-project na verdeling ruimte en ontvangst aanvraag)
Het bevoegd gezag kan voor gemelde PAS-projecten alleen stikstofdepositieruimte reserveren als deze zijn geselecteerd met toepassing van artikel 3.70.
Het bevoegd gezag kan de ruimte reserveren na ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor dat project.
Artikel 3.72. (registratie wijzigingen in AERIUS Register)
Het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit draagt zorg voor:
- a. afschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die aan het project is toegedeeld;
- b. doorhaling van gereserveerde stikstofdepositieruimte als de betrokken vergunningaanvraag is ingetrokken of als een beslissing is genomen op de betrokken aanvraag; en
- c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde stikstofdepositieruimte als de vergunning is vernietigd.
Voor projectbesluiten voor een autoweg, autosnelweg, spoorweg of vaarweg van nationaal belang en voor tracébesluiten als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet zoals deze wet luidde tot 1 januari 2024 en waarop die wet van toepassing is op grond van artikel 4.44, 4.45 of 4.46 van de Invoeringswet Omgevingswet draagt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat zorg voor:
- a. afschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die hij heeft toegedeeld; en
- b. omzetting van toegedeelde in gereserveerde stikstofdepositieruimte als het projectbesluit of tracébesluit is vernietigd.
Voor kavelbesluiten draagt de Minister van Klimaat en Groene Groei zorg voor:
- a. afschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die hij heeft toegedeeld; en
- b. omzetting van toegedeelde in gereserveerde stikstofdepositieruimte als het kavelbesluit is vernietigd.
De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen kunnen zorg dragen voor de bijschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar komt wanneer:
- a. het besluit waarin stikstofdepositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken voordat het project is begonnen; of
- b. de bouw- en aanlegfase waarvoor stikstofdepositieruimte is toegedeeld, is afgerond.
De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen dragen zorg voor de bijschrijving in AERIUS Register van stikstofdepositieruimte die weer beschikbaar komt, als het besluit waarin stikstofdepositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken of gewijzigd.
Artikel 3.73. (eenheid stikstofdepositie)
Stikstofdepositie in het register wordt uitgedrukt in mol per hectare per jaar.
Hoofdstuk 4. Algemene regels over activiteiten geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving
Afdeling 4.1. Algemene bepalingen
Afdeling 4.3. Berekenen afstanden plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden
Afdeling 4.3b. Geluid
Afdeling 4.3c. Het op of in de bodem brengen van meststoffen of zuiveringsslib: aanwijzing gewassen
Afdeling 4.4. Maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot milieubelastende activiteiten
Afdeling 4.4a. Bepalen methode kosten en rendement vermijdings- en reductieprogramma Zeer Zorgwekkende Stoffen
Afdeling 4.4a. Bepalen methode kosten en rendement vermijdings- en reductieprogramma Zeer Zorgwekkende Stoffen
Afdeling 4.4b. Openbaarmaking gegevens energie-efficiëntie datacentra
§ 4.7.2. Flora- en fauna-activiteiten: aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn
Afdeling 4.8. Algemene regels die de natuur betreffen: overig
§ 4.7.4. Flora- en fauna-activiteiten: erkende maatregel specifieke zorgplicht
§ 4.8.3. Aanwijzing douanekantoren
§ 4.8.2. Cites en invasieve exoten
Hoofdstuk 5. Algemene regels over activiteiten en bouwwerken geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving
Afdeling 5.1. Duurzaamheid
§ 5.1.2. Energielabels
§ 5.1.3.1. Algemene bepalingen
§ 5.1.3.1. Algemene bepalingen
§ 5.1.3.3. Eisen vakbekwaamheid keuring airconditioningsystemen
§ 5.1.3.4. Keuring verwarmingssysteem
§ 5.1.4. Maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen
Afdeling 5.2. Nadere regels over de toepassing van normen
§ 5.2.3. Nieuwbouw
§ 5.2.3. Nieuwbouw
§ 5.3.3. Veiligheid directe omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden
§ 5.3.1. Algemene bepalingen
§ 5.3.3. Veiligheid directe omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden
Afdeling 5.5. Onderzoek naar de staat van een bouwwerk
Hoofdstuk 6. Meet- en rekenregels decentraal gereguleerde activiteiten
Afdeling 6.1. Algemeen
§ 6.2.1. Geluid
Afdeling 6.3. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in omgevingsverordeningen regels zijn gesteld
Hoofdstuk 7. Gegevens en bescheiden
Afdeling 6.2. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in omgevingsplannen regels zijn gesteld
Afdeling 7.2. Aanvraag omgevingsvergunningen
§ 6.2.4. Trillingen
§ 6.2.7. Lichtschittering
§ 7.2.3.1. Algemeen: modules
§ 7.2.3.2. Lozen op een zuiveringtechnisch werk
§ 7.2.3.2. Lozen op een zuiveringtechnisch werk
§ 7.2.3.2. Lozen op een zuiveringtechnisch werk
§ 7.2.3.5. Nutssector en industrie
§ 7.2.3.6. Afvalbeheer
§ 7.2.5. Activiteiten in de Noordzee
§ 7.2.5. Activiteiten in de Noordzee
§ 7.2.8. Activiteiten rond luchthavens
§ 7.2.8a. Activiteiten die de natuur betreffen
§ 7.2.8a.4. Flora- en fauna-activiteit: habitatrichtlijnsoorten
§ 7.2.6.2. Te verstrekken gegevens en bescheiden voor specifieke beperkingengebiedactiviteiten
§ 7.2.7.1. Algemeen
§ 7.2.7.2. Activiteiten rond hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen
§ 7.2.9.3. Monumenten
§ 7.2.8a.1. Natura 2000-activiteit
§ 7.2.7.3. Activiteiten rond lokale spoorwegen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)