Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 1926
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage XVIII. bij artikel 5.53, eerste lid, van deze regeling (beeldmerk certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties)

Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van deze regeling (risicomatrix)

1. Meetgrootheid en meetduur

Bijlage XVIIIb. bij de artikelen 6.6, derde lid, en 8.22, derde lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid binnenschietbanen)

2. Definities en begrippen

Bijlage XVIIIb. bij de artikelen 6.6, derde lid, en 8.22, derde lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid binnenschietbanen)

2.3. Meteorologische grootheden

2.2. Akoestische grootheden

2.4. Beoordelingsgrootheden

1. Inleiding

2.5. Bodemparameters

2.7. Buitenschietbanen

3.2. Geluidbelasting

4.3. Principe van de rekenmethode

4.3. Principe van de rekenmethode

4.1. Inleiding

4.4.1. Gegevensbestanden van bronnen

4.4.2. Gegevensbestand voor bepaling bodemdemping

4.4.3. Gegevensbestand met statistische gewichten

4.5.2. Bodemtype (hardheid/ruwheid)

4.5.4. Reflecterende objecten

4.5.5. Keuze van rekenpunten

4.6. Berekening van het geluidexpositieniveau

4.6.1. Bronniveau

4.6.4. Bodemdemping

4.6.5. Afscherming

4.6.6. Niet-lineaire demping

5.1. Schietbaan

Bijlage XVIIId. bij de artikelen 6.9, tweede lid, en 8.26, tweede lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen)

Bijlage XVIIIe. bij de artikelen 6.13, derde lid, en 8.30, tweede en derde lid, van deze regeling (geuremissiefactoren zuiveringtechnische werken)

Onderdeel Percentage aanvoer via vrij verval riool Percentage aanvoer via vrij verval riool Percentage aanvoer via vrij verval riool Percentage aanvoer via vrij verval riool Eenheid
Onderdeel 0–25% 26–50% 51–75% 76–100% 76–100%
Ontvangwerk (put, vijzels etc.) 65 46,5 28 9,5 ou/s per m2
Roostergoedverwijdering 65 46,5 28 9,5 ou/s per m2
Roostergoedcontainers 65 46,5 28 9,5 ou/s per m2
Zandvanger:
– oppervlakte 7,5 7 6 5,5 ou/s per m2
– overstort 135 48 17 6 ou/s per m2
Zandwasser 135 48 17 6 ou/s per m2
Verdeelwerk 135 48 17 6 ou/s per m2
Voorbezinktank:
– oppervlakte 8,5 7,5 7 6 ou/s per m2
– overstort 18,5 16,5 15 13,5 ou/s per m2
Anaërobe tank 5,5 5 4,6 4,2 ou/s per m2
Selector:
– belucht 6 5,5 5 4,5 ou/s per m2
– onbelucht 5,5 5 4,6 4,2 ou/s per m2
Voordenitrificatietank 2,2 1,9 1,7 1,6 ou/s per m2
Onderdeel Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.)
--- --- --- --- --- ---
Onderdeel <0,05 0,05–0,10 0,11–0,20 0,21–0,30 >0,30
Beluchtingstank
– aërobe zone:
* bellenbeluchting 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
* puntbeluchting
met omkapping 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
* borstelbeluchting
met omkapping 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
* puntbeluchting
zonder omkapping 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
– anoxische zone:
* bellenbeluchting 0,18 0,32 0,6 0,95 1,5
* borstelbeluchting 0,18 0,32 0,6 0,95 1,5
* puntbeluchting 0,18 0,32 0,6 0,95 1,5
Retourslibgemaal 0,6 1,1 2,0 3,2 5
Nabezinktank
– invoerzone 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
– oppervlakte 0,16 0,28 0,5 0,85 1,3
Na-nitrificatie 0,16 0,16 0,16 0,16 0,16
Na-denitrificatie 0,16 0,16 0,16 0,16 0,16

1 Voor de overstort van de nabezinktank wordt de emissie van geur niet apart berekend.

Onderdeel Slibkwaliteit Slibkwaliteit Slibkwaliteit Slibkwaliteit Eenheid
Onderdeel vers aëroob anaëroob gemengd
Voorindikker 8 3,95 8 ou/s per m2
Naindikker 3,05 ou/s per m2
Uitgegist slibbuffer 3,05 ou/s per m2
Slibindiklagune 4,05 1,75 4,35 ou/s per m2
Filterpers
Zeefbandpers 4,05 1,75 4,35 ou/s per m2
Centrifuge
Afvoer en opslag 4,05 1,75 4,35 ou/s per m2
Fosfaatbezinktank 3,95 ou/s per m2
Strippertank 3,95 ou/s per m2
Slibindikker 3,95 ou/s per m2
Flocculatietank 3,95 ou/s per m2

Bijlage XVIIIg. bij artikel 7.77 van deze regeling (maximaal toelaatbare flux)

Stof Maximaal toelaatbare flux (in g/ha/j)
I Metalen I Metalen
Antimoon 0,39
Arseen 4,35
Barium 63
Cadmium 0,12
Chroom 15
Kobalt 3
Koper 5,4
Kwik 0,045
Lood 12,75
Molybdeen 1,5
Nikkel 5,25
Zink 21
II Anorganische verbindingen II Anorganische verbindingen
Cyaniden-vrij 0,15
Cyaniden-complex (pH<5)1 0,75
Cyaniden-complex (pH >5)2 0,75
Bromide 3
Chloride 300
Fluoride 140
III Aromatische verbindingen III Aromatische verbindingen
Benzeen 0,4
Ethylbenzeen 8
Tolueen 14
Xylenen 0,4
Styreen (vinylbenzeen) 12
Fenol 0,4
Cresolen (som) 0,4
Catechol(o-dihydroxybenzeen) 0,4
Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) 0,4
Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) 0,4
IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)
Naftaleen 0,02
Antraceen 0,0014
Fenantreen 0,006
Fluorantheen 0,006
Benzo(a)antraceen 0,0002
Chryseen 0,006
Benzo(a)pyreen 0,001
Benzo(ghi)peryleen 0,0006
Benzo(k)fluorantheen 0,0008
Indeno(1,2,3-cd)pyreen 0,0008
V Gechloreerde koolwaterstoffen V Gechloreerde koolwaterstoffen
Vinylchloride 0,02
Dichloormethaan 0,02
1,1-dichloorethaan 14
1,2-dichloorethaan 14
1,1-dichlooretheen 0,02
1,2-dichlooretheen (cis en trans) 0,02
dichloorpropanen 1,6
trichloormethaan (chloroform) 12
1,1,1-trichloorethaan 0,02
1,1,2-trichloorethaan 0,02
trichlooretheen (Tri) 48
tetrachloormethaan (Tetra) 0,02
tetrachlooretheen (Per) 0,02
monochloorbenzeen 14
dichloorbenzenen 6
trichloorbenzenen 0,02
tetrachloorbenzenen 0,02
pentachloorbenzeen 0,006
hexachloorbenzeen 0,00018
monochloorfenolen (som) 0,6
dichloorfenolen 0,4
trichloorfenolen 0,06
tetrachloorfenolen 0,02
pentachloorfenol 0,08
polychloorbifenylen (som)3 0,02
VI Bestrijdingsmiddelen VI Bestrijdingsmiddelen
DDT/DDE/DDD4 0,000008
Aldrin 0,000018
Dieldrin 0,0002
Endrin 0,00008
HCH-verbindingen5 0,1
α-HCH 0,066
ß-HCH 0,016
γ-HCH 0,018
atrazine 0,038
carbaryl 0,004
carbofuran 0,018
chloordaan 0,00004
endosulfan 0,0004
heptachloor 0,00001
heptachloor-epoxide 0,00001
Maneb 0,0001
MCPA 0,02
organotinverbindingen 0,0001 – 0,038
VII Overige verontreinigingen VII Overige verontreinigingen
cyclohexanon 1
Ftalaten (som)6 1
minerale olie7 100
pyridine 1
tetrahydrofuran 1
tetrahydrothiofeen 1

1 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.

2 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.

3 Onder polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. Onder de som valt PCB 118 niet.

4 Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE.

5 Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH

6 Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan.

7 De definitie van minerale olie wordt beschreven in de Staatscourant 39, 2000. Als er sprake is van verontreiniging van mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan wordt naast het alkaangehalte ook het gehalte van aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald.

Bijlage XIX. bij artikel 8.2 van deze regeling (dosis-effectrelaties voor actieplannen geluid)

2. Berekening van schadelijke effecten

3.1. Bepaling voor Ischemische hartziekten (IHD)

A. Emissiefactoren voor niet-snelwegen

A. Aftrek van aantal overschrijdingen per kalenderjaar van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10

Bijlage XXVIII

[Vervallen]

Bijlage XXIX

[Vervallen]

Bijlage XXX

Door vernummering vervallen.

Bijlage XIXa. bij de artikelen 8.10, onder c, 8.16, onder b, 12.50, onder c, en 12.53, onder b, van deze regeling (softwaremodellen luchtkwaliteit)

2. Analyse van de bodemmonsters

Inleiding

Bijlage XXXII. bij de artikelen 9.37, tweede lid, en 9.38 van deze regeling (modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit)

Bijlage XXII

[Vervallen]

3.4. Het opstellen van het plan van aanpak

7.1. Voorlopig oordeel

7.5. Waterkeringen in het buitenland

7.5. Waterkeringen in het buitenland

Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)

3.1. Afvoerverdeling Rijntakken

3.12. Klimaat

3.3. Inzet van bergings- of afvoermaatregelen

3.11. Voorlanden

2. Rekenmethode

Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)

2. Rekenmethode

5. Onderbouwing overstromings- of faalkans

5. Onderbouwing overstromings- of faalkans

2. Rekenmethode

2.2. Wegverkeerslawaai

2.2.5. Effect van de versnelling en vertraging van voertuigen

2.3.1. Bronbeschijving

2.2.5. Effect van de versnelling en vertraging van voertuigen

2.4. Industrielawaai

2.4.1. Bronbeschrijving

2.5. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor- en industriebronnen

2.5.3. Geometrische overwegingen

2.5. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor- en industriebronnen

2.5.5. Berekeningsproces

2.5.6. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen

Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners

Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners

De beoordeling van de blootstelling aan geluidsbelasting van woningen en bewoners is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in paragraaf 2.5, gedefinieerde waarneempunten.

Toewijzing van woningen en bewoners aan waarneempunten

Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners

In dit geval wordt de toewijzing van het aantal woningen en bewoners aan waarneempunten gewogen op basis van de lengte van de vertegenwoordigde gevel volgens de procedure van geval 1 of geval 2, zodat de som van alle waarneempunten het totale aantal woningen en bewoners die aan het gebouw zijn toegewezen, vertegenwoordigt.

Toewijzing van woningen en bewoners aan waarneempunten

Wanneer er een reflecterend geluidscherm of een reflecterend obstakel in de buurt van het spoor is, worden de geluidsstralen van de bron achtereenvolgens gereflecteerd door dit obstakel en door het zijvlak van het spoorvoertuig. Onder deze omstandigheden gaan de geluidsstralen tussen het obstakel en de carrosserie van het spoorvoertuig door voordat ze van de bovenrand van het obstakel worden afgebogen.

Voor het afleiden van het geluidsvermogen van de equivalente bron gelden de volgende definities:

De binnenzijde van het obstakel heeft absorptiecoëfficiënten α(f) per octaafband. De carrosserie van het spoorvoertuig heeft een equivalente reflectiecoëfficiënt Cref. Normaal gesproken is Cref gelijk aan 1. Alleen in het geval van open, platte goederenwagons kan een waarde van 0 worden gebruikt. Als dB > 5hB of α(f) > 0,8 is, wordt er geen rekening gehouden met de interactie van de trein en het scherm.

3. Meetmethoden

Het geluidsvermogen van de equivalente bron wordt uitgedrukt door:

Bijlage XXXVI. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard toepasbare regels)

Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via:

https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/sttr-imtr/

Bijlage XXXVII. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard aanvragen en meldingen)

Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via:

https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/sttr-imtr/

Bijlage XXXVIII

[Vervallen]

Bijlage XXXIX. bij artikel 17.6 van deze regeling (gewijzigde actuele ligging of configuratie van een spoorweg)

Rekening houden met de actuele ligging of configuratie van een spoorweg bij wijziging van geluidproductieplafonds op grond van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (eerste geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen)

    1. Als de ligging of configuratie van een spoorweg, zoals deze blijkt uit de geluidbrongegevens die zijn opgenomen in het geluidregister, afwijkt van de daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van die spoorweg, kan bij berekening van geluidproductieplafonds met toepassing van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gebruik worden gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg.
    1. Als gebruik wordt gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, worden op nieuwe of veranderde geluidbronregisterlijnen de overige relevante geluidbrongegevens op de hieronder beschreven wijze aangepast of toegevoegd.
    1. Er zijn drie situaties waarin deze werkwijze van toepassing kan zijn:
  • a. verwijdering van geluidbronregisterlijnen;
  • b. toevoeging van geluidbronregisterlijnen; en
  • c. gewijzigde ligging van geluidbronregisterlijnen.
    1. In de hierboven genoemde situaties worden de volgende te wijzigen geluidbrongegevens in het akoestisch onderzoek meegenomen: Hierbij geldt dat de intensiteitsgegevens bij de bestaande geluidproductieplafonds worden herverdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen.
    1. Als de gebruikmaking van gewijzigde geluidbrongegevens, die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, leidt tot een toename van de geluidproductie op een of meer referentiepunten ten opzichte van het geldende geluidproductieplafond, wordt deze toename gecompenseerd door de plafondcorrectiewaarde zodanig naar beneden bij te stellen dat niet langer sprake is van een dergelijke toename op de betreffende referentiepunten.
    1. Nadat de plafondcorrectiewaarde is bepaald, worden de intensiteitsgegevens die horen bij het toegestane geluid door spoorvoertuigen op het emplacement, verdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen, en worden de geluidproductieplafonds berekend.
    1. Het rapport van het akoestisch onderzoek voor het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bevat tenminste de geluidbrongegevens uit stap 4, 5 en 6 die op grond van deze bijlage zijn toegepast bij het berekenen van de geluidproductieplafonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Afdeling 2.11. Bodembeheergebieden

Artikel 2.46. (aanwijzing en geometrische begrenzing van bodembeheergebieden)
1.

De bodembeheergebieden met betrekking tot oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 4.1265, derde lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties Grebbedijk, Dijkversterking Hansweert, Meanderende Maas en Uiterwaarden Oeffelt, bedoeld in de leden 2 tot en met 5.

Hoofdstuk 3. Beheer van de fysieke leefomgeving

Afdeling 3.1. Beheersing van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen

§ 3.1.1. Algemene bepalingen

§ 3.1.2. Geluid door gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen

§ 3.1.3. Geluid door rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen die bij omgevingsverordening zijn aangewezen

§ 3.1.4. Geluid door industrieterreinen

§ 3.1.5. Gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid

§ 3.1.6. Maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen

Afdeling 3.3. Examens voor een jachtgeweeractiviteit, een valkeniersactiviteit en gebruik eendenkooien

§ 3.3.2. Erkenning examens

Afdeling 3.4. Gelijke hoedanigheid en gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden

Afdeling 3.5. Certificering van werkzaamheden aan gasvebrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide

§ 3.5.2. Certificering van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide

Afdeling 3.6. Kwaliteitsborging voor het bouwen

Afdeling 3.7. AERIUS Register

Hoofdstuk 4. Algemene regels over activiteiten geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving

Afdeling 4.2. Dierenverblijven

Afdeling 4.3a. Tijdelijke regels windturbines

Afdeling 4.6. Algemene regels die de natuur betreffen: regels over de uitoefening van de jacht

Afdeling 4.8. Algemene regels die de natuur betreffen: overig

§ 4.8.1. Administratie en merktekens beschermde diersoorten

§ 4.8.2. Cites en invasieve exoten

Hoofdstuk 5. Algemene regels over activiteiten en bouwwerken geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving

Afdeling 5.1. Duurzaamheid

§ 5.1.1. Technische bouwsystemen

§ 5.1.2. Energielabels

§ 5.1.3. Airconditioningsystemen en verwarmingssystemen

§ 5.1.3.1. Algemene bepalingen

§ 5.1.3.2. Keuring van airconditioningsystemen

§ 5.1.3.4. Keuring verwarmingssysteem

§ 5.3.2. Certificering van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide

§ 5.3.3. Veiligheid directe omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden

Artikel 6.3a. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de vuurbelasting van een gebruiksfunctie, voor zover het gaat om het bouwen en in stand houden van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen.

Artikel 6.3b. (bepalen: vuurbelasting)

Als een omgevingsplan met het oog op het waarborgen van de veiligheid regels over het bouwen en in stand houden van een bouwwerk voor het verblijven van personen bevat met betrekking tot de vuurbelasting van een gebruiksfunctie, is op het bepalen van die vuurbelasting NEN 6090 van toepassing.

§ 6.2.2. Waterkwaliteit

§ 6.2.2.1. Meetmethoden afvalwater

Artikel 6.3c. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen of wordt voldaan aan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater, voor zover het gaat om het lozen van huishoudelijk afvalwater of afvalwater bij:

  • a. sanering of ontwatering;
  • b. het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen;
  • c. het maken van betonmortel;
  • d. het uitwassen van beton;
  • e. het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal;
  • f. het wassen van motorvoertuigen; en
  • g. het fokken, houden, of trainen van meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren.
Artikel 6.3d. (meten: afvalwater)
1.

Als een omgevingsplan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater bevat:

  • a. is op het bemonsteren van afvalwater NEN 6600-1 van toepassing, en is een monster niet gefiltreerd;
  • b. is op het conserveren van een monster NEN-EN_ISO 5667-3 van toepassing;
  • c. worden bij het analyseren van een monster onopgeloste stoffen meegenomen, en is op het analyseren daarvan NEN-EN 872 van toepassing.
2.

In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van een monster van afvalwater bij sanering of ontwatering van toepassing:

  • a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680;
  • b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;
  • c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden;
  • d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;
  • e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;
  • f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;
  • g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;
  • h. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682;
  • i. voor cyaniden totaal: NEN-EN-ISO 14403-1 en NEN-EN-ISO 14403-2;
  • j. voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en sulfaat: NEN-ISO 15923-1;
  • k. voor fluoride: NEN 6589 of NEN 6578;
  • l. voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin, hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen: NEN-EN 16693;
  • m. voor dichloorpropeen: NEN-EN-ISO 15680;
  • n. voor mecoprop: NEN-EN-ISO 15913;
  • o. voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol, dichloorfenolen en pentachloorfenol: NEN-EN 12673;
  • p. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;
  • q. voor anthraceen, fenanthreen, chryseen, fluorantheen, benzo(a)anthraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen: NEN-EN-ISO 17993;
  • r. voor trihalomethanen (THM): ISO 11423-1;
  • s. voor adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (AOX): NEN-EN-ISO 9562;
  • t. voor de zuurgraad (pH): NEN-EN-ISO 10523; en
  • u. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.
3.

In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van een monster van huishoudelijk afvalwater van toepassing:

  • a. voor biomedisch zuurstofgebruik: ISO 5815-1/2; en
  • b. voor chemisch zuurstofgebruik: NEN-ISO 15705.
4.

In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van een monster van afvalwater bij het maken van betonmortel van toepassing:

  • a. voor chemisch zuurstofgebruik: NEN-ISO 15705; en
  • b. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.
5.

In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van zilver in een monster van afvalwater bij het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965 van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse en elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2.

6.

In afwijking van het eerste lid, onder c, is op het analyseren van olie in een monster van afvalwater bij het wassen van motorvoertuigen NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.

Artikel 6.3e. (geleiden door septic tank)

Als een omgevingsplan regels bevat over het geleiden van huishoudelijk afvalwater door een septic tank, is op het bepalen van de nominale inhoud NEN-EN 12566-1 van toepassing en op het bepalen van het hydraulisch rendement annex B van NEN-EN 12566-1.

Artikel 6.3f. (geleiden door slibvangput en olieafscheider)

Als een omgevingsplan regels bevat over het geleiden van afvalwater afkomstig van het uitwendig wassen van motorvoertuigen door een slibvangput en olieafscheider, is NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2 van toepassing.

Artikel 6.3g. (geleiden door vetafscheider en slibvangput)
1.

Als een omgevingsplan regels bevat over het geleiden door een vetafscheider en slibvangput van vethoudend afvalwater afkomstig van:

  • a. het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur;
  • b. het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur;
  • c. het bereiden van voedingsmiddelen met een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen;
  • d. het bereiden van voedingsmiddelen met een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW;
  • e. het slachten van ten hoogste 10.000 kg levend gewicht aan dieren per week en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten;
  • f. het uitsnijden van vlees van karkassen of karkasdelen;
  • g. het uitsnijden van vis; of
  • h. het uitsnijden en pekelen van organen,

zijn NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 van toepassing op een vetafscheider en slibvangpunt die zijn geplaatst op of na 14 september 2004.

2.

In afwijking van het eerste lid kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.

§ 6.2.1. Veiligheid

§ 6.2.3. Geluid

Artikel 6.11a. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de kwaliteitseisen van het eindonderzoek bodem en het herstel van de bodemkwaliteit na het beëindigen van:

  • a. het pekelen van dierlijke bijproducten of organen; en
  • b. het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.
Artikel 6.11b. (eindonderzoek bodem)

Als een omgevingsplan regels bevat over het verrichten van een eindonderzoek bodem om de kwaliteit van de bodem vast te stellen, voldoet het bodemonderzoek aan NEN 5725 en NEN 5740 en wordt het veldwerk verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

Artikel 6.11c. (herstel bodemkwaliteit)

Als een omgevingsplan regels bevat over het herstel van de bodemkwaliteit, wordt dat herstel verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

§ 6.2.4. Trillingen

Artikel 6.14a. (meten: reflectiewaarden)

Als het omgevingsplan regels bevat over de lichtschittering van een windturbine, is op het uitvoeren van de meting van reflectiewaarden NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.

Afdeling 6.2a. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in waterschapverordeningen regels zijn gesteld

§ 6.2.5. Bodem

Artikel 6.14b. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen of wordt voldaan aan een emissiegrenswaarde voor het lozen van afvalwater, voor zover het gaat om het lozen van huishoudelijk afvalwater of afvalwater bij:

  • a. sanering of ontwatering;
  • b. bij het opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen; en
  • c. bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen.
Artikel 6.14c. (meten: afvalwater)
1.

Als een waterschapsverordening een emissiegrenswaarde voor het lozen afvalwater bevat:

  • a. is op het bemonsteren van afvalwater NEN 6600-1 van toepassing, en is een monster niet gefiltreerd;
  • b. is op het conserveren van een monster NEN-EN_ISO 5667-3 van toepassing; en
  • c. worden bij het analyseren van een monster onopgeloste stoffen meegenomen.
2.

Op het analyseren van een monster van afvalwater bij sanering of ontwatering is van toepassing:

  • a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680;
  • b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;
  • c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden;
  • d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;
  • e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;
  • f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en
  • g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.
3.

Op het analyseren van een monster van huishoudelijk afvalwater is van toepassing:

  • a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2;
  • b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705;
  • c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1;
  • d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646;
  • e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en
  • f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.
4.

Op het analyseren van een monster van afvalwater bij het opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen is van toepassing:

  • a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;
  • b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705;
  • c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2;
  • d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;
  • e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;
  • f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1;
  • g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646;
  • h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en
  • i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.
5.

Op het analyseren van een monster van afvalwater bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen is van toepassing:

  • a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682;
  • b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;
  • c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2;
  • d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en
  • e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.

§ 6.2a.2. Geleiden van afvalwater

Artikel 6.14d. (geleiden door septic tank)

Als een waterschapsverordening regels bevat over het geleiden van huishoudelijk afvalwater door een septic tank, is op het bepalen van de nominale inhoud NEN-EN 12566-1 van toepassing en op het bepalen van het hydraulisch rendement annex B van NEN-EN 12566-1.

§ 6.2a.3. Meetmethode stof

Artikel 6.14e. (meten: afvalwater)

Als een waterschapsverordening een emissiegrenswaarde bevat voor stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie voor de opvang van stoffen bij het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken, is op het meten NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Afdeling 6.3. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in omgevingsverordeningen regels zijn gesteld

Hoofdstuk 7. Gegevens en bescheiden

Afdeling 6.2a. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in waterschapverordeningen regels zijn gesteld

Afdeling 6.2a. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in waterschapverordeningen regels zijn gesteld

§ 6.2a.1. Meetmethoden afvalwater

§ 7.2.1. Algemene bepalingen

§ 7.2.2.1. Algemeen

§ 7.2.2.2. Op een later tijdstip te verstrekken gegevens en bescheiden

§ 7.2.2.1. Algemeen

§ 7.2.3. Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten

§ 7.2.3.1. Algemeen: modules

§ 7.2.3.2. Lozen op een zuiveringtechnisch werk

§ 7.2.3.3. Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen

§ 7.2.3.4. Complexe bedrijven

§ 7.2.3.5. Nutssector en industrie

§ 7.2.5. Activiteiten in de Noordzee

§ 7.2.7.2. Activiteiten rond hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen

§ 7.2.7.3. Activiteiten rond lokale spoorwegen

§ 7.2.8. Activiteiten rond luchthavens

§ 7.2.8a.1. Natura 2000-activiteit

§ 7.2.8a.2. Algemeen flora- en fauna-activiteiten: modules

§ 7.2.7.2. Activiteiten rond hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen

§ 7.2.8a.4. Flora- en fauna-activiteit: habitatrichtlijnsoorten

§ 7.2.8a.3. Flora- en fauna-activiteit: vogelrichtlijnsoorten

§ 7.2.8a.5. Flora- en fauna-activiteit: andere soorten

§ 7.2.8a.3. Flora- en fauna-activiteit: vogelrichtlijnsoorten

§ 7.2.8a.4. Flora- en fauna-activiteit: habitatrichtlijnsoorten

§ 7.2.9.3. Monumenten

§ 7.2.8a.8. Valkeniersactiviteit

Afdeling 7.3. Aanvraag gedoogplichtbeschikking

Afdeling 7.4. Aanvraag onteigeningsbeschikking

§ 7.3.3. Gedoogplicht archeologisch onderzoek

Afdeling 7.5. Andere gegevensverstrekkingen

§ 7.5.1. Wijziging normadressaat

§ 7.5.2. Maatwerkvoorschrift en gelijkwaardige maatregel

§ 7.3.5. Gedoogplicht andere werken van algemeen belang

§ 7.4.2. Onteigeningsbeschikking

§ 7.4.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 8. Instructieregels over programma’s, omgevingsplannen, waterschapsverordeningen en omgevingsverordeningen

§ 7.5.2. Maatwerkvoorschrift en gelijkwaardige maatregel

§ 7.5.4. Etiketten cites-uitvoeringsverordening

§ 8.2.3. Beschermen van de gezondheid en van het milieu

§ 8.2.3.1.1. Luchtkwaliteit: wegen

§ 8.2.3.1.2. Luchtkwaliteit: milieubelastende activiteiten

§ 8.2.3.2. Geluid

§ 8.2.3.3. Trillingen

§ 8.2.3.3a. Bodem

§ 8.2.3.4. Geur

Afdeling 8.3. Waterschapsverordeningen

Afdeling 8.4. Omgevingsverordeningen

Afdeling 9.1. Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Afdeling 8.3. Waterschapsverordeningen

Afdeling 9.4. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – bodembescherming stortplaatsen voor alleen baggerspecie op land

Afdeling 9.5. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – winningsafvalvoorzieningen

Afdeling 9.4. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – bodembescherming stortplaatsen voor alleen baggerspecie op land

Hoofdstuk 10. Projectbesluiten

Hoofdstuk 10. Projectbesluiten

Hoofdstuk 12. Monitoring en informatie

Afdeling 9.7. Modellen omgevingsvergunning

§ 9.7.1. Modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit

§ 9.7.1. Modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit

§ 12.1.1. Externe veiligheidsrisico’s

Afdeling 12.2. Milieu en gezondheid

§ 12.2.1. Kwaliteit van de buitenlucht

§ 12.2.1.2. Monitoring door meten

§ 12.2.2. Zwemwaterkwaliteit

§ 12.2.2.1. Monitoring en beoordeling zwemwaterkwaliteit

§ 12.2.2.2. Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden

§ 12.2.3.1. Monitoring en gegevensverzameling geluidbelasting

§ 12.2.3.2. Geluidbelastingkaarten en actieplannen

§ 12.2.2.2. Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden

§ 12.2.2.2. Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden

§ 12.2.3.2.3. Geluidbelastingkaarten voor belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens

Afdeling 12.2a. Natuur

Afdeling 12.3. Evaluatie

Hoofdstuk 13. Kostenverhaal

Hoofdstuk 14. Financiële bepalingen

Afdeling 12.2a. Natuur

§ 14.1.1. Algemene bepalingen

§ 14.1.8. Activiteiten rond spoorwegen

§ 14.1.10. Activiteiten die de natuur betreffen

§ 14.1.12. Certificering gasverbrandingsinstallaties

Hoofdstuk 15. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden

Afdeling 15.2

§ 14.1.11. Activiteiten die het werelderfgoed betreffen

§ 14.1.12. Certificering gasverbrandingsinstallaties

§ 15.3.3. Informatie en waarschuwing bij overschrijding of dreigende overschrijding van alarmeringswaarden voor concentraties van verontreinigende stoffen in de buitenlucht

§ 15.3.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 16. Digitaal stelsel Omgevingswet

Afdeling 16.1. Inrichting en beheer landelijke voorziening

Afdeling 16.2. Instandhouding, werking en beveiliging landelijke voorziening

Afdeling 16.2. Instandhouding, werking en beveiliging landelijke voorziening

Afdeling 16.3. Standaarden voor informatie-uitwisseling

Afdeling 16.2. Instandhouding, werking en beveiliging landelijke voorziening

Hoofdstuk 17. Overgangsrecht

Hoofdstuk 17a. AERIUS Register

Hoofdstuk 18. Slotbepalingen

Bijlage I. bij artikel 1.1 van deze regeling (begripsbepalingen)

Bijlage I. bij artikel 1.1 van deze regeling (begripsbepalingen)

Bijlage IIIa. bij artikel 2.5, eerste lid, van deze regeling (rijksdriehoekscoördinaten begrenzingen dijktrajecten van primaire waterkeringen)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)