Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
| Onderwerp | Proceswarmte |
|---|---|
| Nummer maatregel | PE1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats aanvullende platen in de platenwarmtewisselaar om de warmteoverdracht te vergroten. Door uitbreiding van de warmtewisselaar met meerdere platen wordt het warmteuitwisselend oppervlak van vloeistof-vloeistof platenwarmtewisselaars vergroot en kan meer warmte worden overgedragen. De toevoerstroom hoeft daardoor minder te worden verwarmd en de afvoerstroom minder te worden gekoeld. |
| Huidige situatie | Er is een vloeistof-vloeistof warmtewisselaar aanwezig waarbij het huidige temperatuurverschil tussen de beide kanten van de warmtewisselaar 6 °C of meer is. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De warmtewisselaar is door het toevoegen van platen uit te breiden met ten minste 20% extra warmtewisselend oppervlak. De extra onttrokken warmte in de uitgebreide platenwarmtewisselaar kan zonder extra aanpassingen in het proces nuttig worden toegepast. Het thermisch vermogen van de huidige platenwarmtewisselaar is ten minste 100 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE2 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer warme productleidingen en appendages. Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van minimaal 1,5 m2K/W om leidingen en appendages waarin warme producten worden verplaatst wordt het warmteverlies beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn warme productleidingen en appendages zonder isolatie aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De leidingen en appendages zijn goed bereikbaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE3 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer de wanden van hoge temperatuur procesvaten om warmteverlies te beperken. Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 0,7 m2K/W op de wanden van hoge temperatuur procesvaten wordt warmteverlies naar de omgeving beperkt. Een voorbeeld hiervan is het isoleren van een autoclaaf met een temperatuur van ten minste 60 °C. |
| Huidige situatie | Het procesvat is niet of beperkt geïsoleerd (minder dan 5 mm isolatie). |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.200 gebruiksuren van het vat per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De wanden van het hoge temperatuur procesvat zijn goed bereikbaar voor het aanbrengen van isolatiemateriaal. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE4 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer de wanden van verwarmde opslagtanks. Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van minimaal 1,5 m2K/W rondom verwarmde tanks wordt het warmteverlies beperkt. Bij gesloten tanks moet, indien de constructie dat toestaat, ook het dak van de tank worden geïsoleerd. |
| Huidige situatie | Er zijn niet of onvoldoende geïsoleerde enkelwandige opslagtanks in buitenopstelling aanwezig, die worden verwarmd tot ten minste 20 °C. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: de tank wordt meer dan 500 uur per jaar verwarmd. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE5 |
| Toe te passen maatregel | Pas een elektrische verwarmingsmantel toe voor IBC-containers. Door het toepassen van een elektrische verwarmingsmantel voor het vorstvrij houden van een IBC-container (Intermediate Bulk Container) gedurende vorstperiodes hoeft niet de hele ruimte waarin de containers zijn opgesteld te worden verwarmd en is minder energie nodig. |
| Huidige situatie | Er zijn IBC-containers aanwezig die met straalkachels op de gewenste temperatuur worden gehouden. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.300 gebruiksuren van de straalkachel per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE6 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik het warme en koude water uit de sterilisatiecyclus van producten of goederen voor verwarming en koeling van het sterilisatiewater. Na het steriliseren wordt het warme water in de warme buffer gepompt en na het koelen wordt het koude water naar de koudebuffer gepompt. In een nieuwe sterilisatiebatch kan het nog relatief warme water opnieuw worden gebruikt voor de verwarming en het relatief koude water opnieuw voor de koeling. Zo is voor elke sterilisatiecyclus niet de gehele opwarming en afkoeling van het sproeiwater nodig. Dit zorgt voor een besparing op het gasgebruik van de stoominstallatie en op het elektriciteitsgebruik van de elektrische koelmachine. |
| Huidige situatie | Er vindt een sterilisatieproces plaats, waarbij het warme en koude water uit de sterilisatiecyclus niet wordt ingezet voor verwarming en koeling. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 3.500 batches per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De inhoud van het sterilisatievat is ten minste 100 liter. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE7 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik de restwarmte uit het blancheerproces door het plaatsen van een warmtewisselaar. Door het plaatsen van een warmtewisselaar bij de uitgaande stroom van de blancheur kan het suppletiewater worden voorverwarmd met spuiwater tot 60 °C. |
| Huidige situatie | Er is een blancheur aanwezig waarvan het spuiwater wordt geloosd zonder dat hieruit warmte wordt teruggewonnen. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 500 gebruiksuren van de blancheerder per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het reservoir met de warmtewisselaar (coil) kan eenvoudig worden aangesloten op het spui- en suppletiewater van de blancheur. Er is voldoende opstellingsruimte nabij de blancheur. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE8 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik de warmte van folieblazen nuttig voor de verwarming van een dichtbijgelegen ruimte. Warme lucht van de folieblaasinstallatie kan nuttig worden gebruikt voor ruimteverwarming van een aangrenzende productieruimte of een aangrenzend magazijn. Hierdoor hoeft minder energie te worden opgewekt voor verwarming van die ruimte. Het warmeluchttransport gebeurt door middel van een mechanische ventilator met flexibel kanaalwerk en een aantal meters vast leidingwerk. |
| Huidige situatie | Er is een folieblazer aanwezig die is voorzien van Internal Bubble Cooling, waarbij de warme lucht naar buiten wordt afgevoerd. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De lengte van het aan te leggen kanaalwerk is minder dan 50 m. De naastgelegen ruimtes hebben ten minste gedurende 2.400 uur per jaar een warmtevraag. Er zijn geen additieve geuren of gevaarlijke stoffen aanwezig in de afgezogen warme lucht. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Proceskoeling
| Onderwerp | Proceskoeling |
|---|---|
| Nummer maatregel | PF1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats een warmtewisselaar om de restwarmte in koelwater te benutten. Door de restwarmte uit het koelwater met een warmtewisselaar terug te winnen, kan deze ergens anders worden ingezet en wordt energie bespaard. |
| Huidige situatie | Warm koelwater wordt aan de buitenlucht gekoeld in een open koeltoren, waarbij geen warmte wordt teruggewonnen uit het koelwater. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: de restwarmte is meer dan 2.800 uur per jaar nuttig inzetbaar. Natuurlijk moment: de restwarmte is meer dan 2.200 uur per jaar nuttig inzetbaar. |
| Technische randvoorwaarden | De teruggewonnen warmte uit het koelwater kan worden ingezet in een proces of toepassing met een gelijkmatige warmtevraag. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Proceskoeling |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PF2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een drycooler toe voor de koeling van procesapparatuur. Door het toepassen van een drycooler voor de koeling van procesapparatuur kan gebruik worden gemaakt van vrij beschikbare koeling uit de buitenlucht als aanvulling op de koelmachine. De efficiëntie van een drycooler is hoger dan van een compressiekoelmachine. |
| Huidige situatie | De procesapparatuur vereist continu koeling (7 dagen per week), die wordt geleverd door een compressiekoelmachine met een water/glycolsysteem met een elektrisch vermogen van ten minste 10 kW en zonder vrije koelingfunctie. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.300 bedrijfsuren van de procesapparatuur per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De warmte van de compressiekoelmachine wordt niet teruggewonnen. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van de drycoolers. Bij plaatsing op het dak moet het dak beschikken over voldoende vrije draagkracht. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Regelmatig onderhouden van de drycoolers volgens leveranciersvoorschriften. |
| Onderwerp | Proceskoeling |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PF3 |
| Toe te passen maatregel | Pas voorkoeling met (leiding)water toe in een proces met ijswaterkoeling. Door in het koelproces een voorkoelstap met leidingwater toe te passen, kan het ijswatergebruik worden beperkt. IJswater wordt dan alleen nog gebruikt voor de laatste koelstap. |
| Huidige situatie | Het volledige koeltraject wordt uitgevoerd met ijswater, waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale ijswaterkoelers. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 3.400 bedrijfsuren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Er is voldoende ruimte voor een extra koeler. Het opgewarmde (leiding)water moet nuttig kunnen worden gebruikt. Het koelproces kan in twee stappen worden uitgevoerd, met een voor- en een nakoelproces, die direct na elkaar plaatsvinden. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Veehouderijen
| Onderwerp | Veehouderijen |
|---|---|
| Nummer maatregel | PG1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een voorkoeler met koud (leiding)water toe bij het koelen van melk. Door het voorkoelen van melk met koud (leiding)water zal de koelmachine minder energie gebruiken voor het afkoelen van de melk. Daarnaast wordt het water dat gebruikt wordt voor het schoonmaken van onder andere de melkrobot voorverwarmd, waardoor de proceswaterboiler minder energie gebruikt. |
| Huidige situatie | Er is een koelinstallatie aanwezig waarbij de melk niet wordt voorgekoeld en rechtstreeks naar de koelmachine wordt geleid. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het opgewarmde (leiding)water moet nuttig kunnen worden gebruikt. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Veehouderijen |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PG2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een frequentieregelaar toe om het vermogen van de vacuümpomp van de melkinstallatie te beperken. Door het plaatsen van een frequentieregelaar op de vacuümpomp kan het toerental van de vacuümpomp worden geregeld op basis van de (onder)druk. Daarmee wordt het opgenomen vermogen van de vacuümpomp beperkt. |
| Huidige situatie | Er is een melkinstallatie aanwezig waarvan de vacuümpomp niet is voorzien van een frequentieregelaar en die draait op een vast vermogen wanneer de vacuüminstallatie in bedrijf is. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.900 bedrijfsuren van de vacuümpomp van de melkinstallatie per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De huidige vacuümpomp is geschikt voor de toepassing van een frequentieregelaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Veehouderijen |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PG3 |
| Toe te passen maatregel | Pas een energiezuinige regeling toe op infrarood warmtelampen. Door het toepassen van een halveringsschakelaar of een dimmer op de infrarood warmtelampen voor het warm houden van jonge dieren, kan de brandsterkte van de lampen worden aangepast. |
| Huidige situatie | Er zijn infrarood warmtelampen aanwezig voor het verwarmen van jonge dieren die niet zijn voorzien van een regeling om de brandsterkte aan te passen. |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: bij meer dan 800 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Datacentrum
| Onderwerp | Datacentrum |
|---|---|
| Nummer maatregel | PH1 |
| Toe te passen maatregel | Stel een hogere koeltemperatuur in voor de koeling van servers. De setpoint van de zaalkoelers is minimaal gelijk aan de bovengrens van de door ASHRAE aanbevolen temperatuur van 27 °C bij gebruik van compressiekoeling of natte koeling. Door het verhogen van de koeltemperatuur kan meer gebruik worden gemaakt van vrije koeling en werkt de koeling efficiënter. Bij gebruik van 100% droge vrije koeling zijn lagere setpoints dan 27 °C toegestaan. |
| Huidige situatie | De zaalkoelers van het datacentrum werken met een lagere ruimtetemperatuur dan de maximaal aanbevolen bedrijfstemperatuur voor elektronische apparatuur. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig het ingestelde setpoint. |
| Onderwerp | Datacentrum |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PH2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een frequentieregelaar toe om het vermogen van de zaalkoelers te beperken. De zaalkoelers (CRAH's) worden voorzien van een frequentieregelaar waardoor het toerental van de zaalkoelers op temperatuur kan worden geregeld. De ventilatoren draaien daardoor gemiddeld op een lager vermogen, waardoor energie wordt bespaard. |
| Huidige situatie | Er zijn zaalkoelers aanwezig die niet zijn voorzien van een frequentieregelaar. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De zaalkoelers kunnen frequentiegeregeld worden. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Datacentrum |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PH3 |
| Toe te passen maatregel | Pas vrije koeling toe bij de koelinstallatie in het datacentrum. Door vrije koeling te integreren in de koelvoorziening van het datacentrum, kan het gebruik van de compressiekoelinstallatie worden beperkt. Er bestaan verschillende systemen voor vrije koeling zoals directe vrije luchtkoeling, indirecte vrije luchtkoeling of koudwaterproductie met vrije koeling ondersteuning. Welk systeem het beste past hangt af van de specifieke situatie. |
| Huidige situatie | Er is een compressiekoelinstallatie aanwezig waarbij geen vrije koeling wordt toegepast. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Bij plaatsing op het dak moet het dak beschikken over voldoende vrije draagkracht. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het koelsysteem en optimaliseer de koelingsetpoints voor een hogere koeltemperatuur. |
2.11.3. Berekening van Dbodem
Onderdeel 2 : Processen
Bijlage VIa. bij artikel 4.12g van deze regeling (vroege teelten)
- –. Aardappelen
- –. Aardbeien, vermeerdering
- –. Andijvie
- –. Anijs
- –. Asperge
- –. Blauwmaanzaad
- –. Bloemkool, productie-
- –. Boerenkool
- –. Bonen, tuin-
- –. Bonen, veld-
- –. Boomkwekerijgewassen
- –. Bol- en knolgewassen in de sierteelt, met uitzondering van tulp
- –. Bospeen
- –. Bosui, zomer-
- –. Broccoli
- –. Chinese kool, productie-
- –. Dille
- –. Echinacea
- –. Erwten
- –. Fruitteelt
- –. Granen, winter-
- –. Granen, zomer-
- –. Gras-klaver
- –. Grasland, blijvend
- –. Grasland, tijdelijk
- –. Grasland, natuurlijk
- –. Graszaad
- –. Graszoden
- –. Haver
- –. Kapucijners (en grauwe erwten)
- –. Kervel
- –. Knoflook
- –. Komijn
- –. Koolrabi
- –. Koolzaad, winter-
- –. Koolzaad, zomer-
- –. Linzen
- –. Lupine
- –. Luzerne
- –. Maïs, geteeld overeenkomstig de biologische productiemethode
- –. Meerjarige bloemisterijgewassen
- –. Paksoi
- –. Peterselie
- –. Peulen
- –. Plantuien
- –. Prei, zaai- en productie-
- –. Pronkbonen
- –. Raapstelen
- –. Rabarber
- –. Radijs
- –. Rode kool, productie-
- –. Rode bieten/ kroten
- –. Savooiekool, productie-
- –. Schorseneren
- –. Selderij, productie-
- –. Sjalotten
- –. Sla, productie-
- –. Snij- en trekheesters
- –. Snijrogge
- –. Spinazie, productie-
- –. Spitskool, productie-
- –. Suikerbieten
- –. Suikermaïs onder folie
- –. Valeriaan
- –. Vaste planten
- –. Venkel
- –. Vlas, vezel- en olie-
- –. Voederbieten
- –. Waspeen, productie-
- –. Witte kool, productie-
- –. Zaaiuien
2.11.3. Berekening van Dbodem
Bijlage VI. bij de artikelen 4.5, 4.6, tweede lid, 4.7, tweede lid, 6.14, vijfde lid, 8.31, vijfde lid, en 9.3, vierde lid, van deze regeling (aanvullende technieken en reductiepercentages)
| Code | Omschrijving aanvullende techniek | Nummer systeembeschrijving Omgevingswet | Toepasbaar bij code | Reductiepercentage | Reductiepercentage | Reductiepercentage | Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving Omgevingswet |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Code | Omschrijving aanvullende techniek | Nummer systeembeschrijving Omgevingswet | Toepasbaar bij code | Ammoniak | Geur | PM10 | Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving Omgevingswet |
| LW | Luchtwassystemen | ||||||
| LW1 | Enkelvoudige biologische luchtwassystemen | ||||||
| LW1.1 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 45% | 75% | |
| LW1.1 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 | HC | 67% | 43% | 71% | OW 2017.07 |
| LW1.1 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 | HK | 70% | - | - | |
| LW1.2 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2008.05.V1, OW 2011.12.V1 | HA3, HD | 70% | 45% | 75% | |
| LW1.2 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2008.05.V1, OW 2011.12.V1 | HC | 67% | 43% | 71% | OW 2017.07 |
| LW1.3 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2004.01.V1, OW 2008.01.V1, OW 2008.02.V1, OW 2008.03.V1, OW 2008.04.V1, OW 2008.12.V1, OW 2009.20.V1, OW 2009.21.V1 | HA3, HD | 70% | 45% | 60% | |
| LW1.3 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2004.01.V1, OW 2008.01.V1, OW 2008.02.V1, OW 2008.03.V1, OW 2008.04.V1, OW 2008.12.V1, OW 2009.20.V1, OW 2009.21.V1 | HC | 67% | 43% | 57% | OW 2017.07 |
| LW1.4 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 45% | 60% | |
| LW1.4 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 | HC | 67% | 43% | 57% | OW 2017.07 |
| LW1.4 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 | HK | 70% | - | - | |
| LW1.5 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2012.07.V1 | HA3, HD | 85% | 45% | 60% | |
| LW1.5 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2012.07.V1 | HC | 81% | 43% | 57% | OW 2017.07 |
| LW1.6 | Biofilter | OW 2011.03.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 45% | 80% | |
| LW1.7 | Biofilter waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 20 juli 2025 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 20 juli 2025. | OW 2020.06.V1 | HD | 70% | 45% | 80% | |
| LW2 | Enkelvoudige chemische luchtwassystemen | ||||||
| LW2.1 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2001.31.V1, OW 2007.06.V1 | HE1.1.2.1 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.2 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2001.32.V1, OW 2007.07.V1 | HE1.1.2.2 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.3 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2004.02.V1, OW 2006.04.V1, OW 2006.05.V1, OW 2008.07.V1, OW 2009.01.V1, OW 2010.25.V1, OW 2011.14.V1 | HA3, HD | 70% | 30% | 35% | |
| LW2.3 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2004.02.V1, OW 2006.04.V1, OW 2006.05.V1, OW 2008.07.V1, OW 2009.01.V1, OW 2010.25.V1, OW 2011.14.V1 | HC | 67% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.4 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 30% | 35% | |
| LW2.4 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 | HC | 67% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.4 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 | HK | 70% | - | - | |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HA3, HD | 95% | 30% | 35% | |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HC | 90% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HE1, HF, HG, HH1, HH2.1 | 90% | 40% | 35% | |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HK | 90% | - | - | |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HA3, HD | 95% | 30% | 35% | |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HC | 90% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HE1, HF, HG, HH1, HH2.1 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HK | 90% | - | - | |
| LW2.7 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.09.V1, OW 2010.26.V1 | HA3, HD | 95% | 30% | 35% | |
| LW2.7 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.09.V1, OW 2010.26.V1 | HC | 90% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.8 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2013.08.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.8 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2013.08.V1 | HC | 86% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.8 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2013.08.V1 | HK | 90% | - | - | |
| LW2.9 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2021.03.V1 | HE1, HE2, HE3, HE4, HG1, HG2, HG3, HH1 | 70% | 30% | 70% | |
| LW2.10 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2021.04.V1 | HE5, HF1, HG4, HH2.1 | 70% | 30% | 70% | |
| LW3 | Water luchtwassystemen | ||||||
| LW3.1 | Water luchtwassysteem | OW 2009.19.V1 | HE1, HE2, HE3, HE4, HE5, HF1, HG1, HG2, HG3, HG4, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 33% | |
| LW4 | Meervoudige luchtwassystemen | ||||||
| LW4.1 | Biologische luchtwassysteem met watergordijn | OW 2007.02.V1, OW 2009.12.V1, OW 2010.02.V1 | HA3, HD | 85% | 45% | 80% | |
| LW4.1 | Biologische luchtwassysteem met watergordijn | OW 2007.02.V1, OW 2009.12.V1, OW 2010.02.V1 | HC | 81% | 43% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.2 | Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie | OW 2011.07.V1 | HA3, HD | 85% | 45% | 80% | |
| LW4.2 | Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie | OW 2011.07.V1 | HC | 81% | 43% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.3 | Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter | OW 2011.08.V1 | HA3, HD | 90% | 45% | 80% | |
| LW4.3 | Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter | OW 2011.08.V1 | HC | 86% | 43% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.4 | Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem | OW 2006.14.V1 | HA3, HD | 85% | 30% | 80% | |
| LW4.4 | Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem | OW 2006.14.V1 | HC | 81% | 29% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.5 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2006.15.V1 | HA3, HD | 70% | 30% | 80% | |
| LW4.5 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2006.15.V1 | HC | 67% | 29% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.6 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2007.01.V1 | HA3, HD | 85% | 30% | 80% | |
| LW4.6 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2007.01.V1 | HC | 81% | 29% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| AR | Aanvullende technieken rundvee | ||||||
| AR1 | Beweiden | ||||||
| AR1.1 | Beweiden | HA1 | 0% | 0% | 20% | ||
| AV | Aanvullende technieken varkens | ||||||
| AV1 | Schuine wanden in mestkanaal | ||||||
| AV1.1 | Schuine wanden in mestkanaal | OW 2016.01.V1 | HD1.100 | 40% | 0% | 0% | |
| AV1.2 | Schuine wanden in mestkanaal | OW 2016.02.V1 | HD2.100, HD5.100 | 15% | 0% | 0% | |
| AV1.3 | Schuine wanden in mestkanaal | OW 2016.03.V1 | HD3.100, HD3.101 | 20% | 0% | 0% | |
| AV100 | Overige technieken varkens | ||||||
| AV100.1 | Drijvende ballen in mest | OW 2010.01.V1 | HD | 29% | 0% | 0% | |
| AP | Aanvullende technieken pluimvee | ||||||
| AP1 | Oliefilm | ||||||
| AP1.1 | Oliefilm met drukleidingen | OW 2009.17.V1 | HE3, HE5, HF1, HG4 | 0% | 0% | 54% | |
| AP1.2 | Oliefilm met sproeikoppen | OW 2015.01.V1 | HE1.3, HE2.3, HE4.2 | 0% | 0% | 15% | |
| AP1.3 | Oliefilm met robot | OW 2015.02.V1 | HE1.2.1, HE1.100, HE2.2, HE2.100, HE4.3, HE4.4, HE4.5, HE4.100 | 0% | 0% | 30% | |
| AP2 | Ionisatie | ||||||
| AP2.1 | Ionisatie met negatieve coronadraden | OW 2009.18.V1 | HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 | 0% | 0% | 49% | |
| AP2.2 | Ionisatiefilter | OW 2011.01.V1 | HE1, HE2, HE3, HE4, HE5, HF1, HG1, HG2, HG3, HG4, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 57% | |
| AP2.3 | Ionisatie met koolstofborsteltjes | OW 2020.03.V1 | HE, HF, HG | 0% | 0% | 31% | |
| AP2.4 | Ionisatie met negatieve coronadraden (prikkeldraad) | OW 2020.04.V1 | HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 | 0% | 0% | 52% | |
| AP2.5 | Ionisatie-units met ingebouwde coronadraden en ingebouwd collectoroppervlak | OW 2020.05.V1 | HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 | 0% | 0% | 16% | |
| AP3 | Mestdrogen | ||||||
| AP3.1 | Droogtunnel met geperforeerde banden | OW 2005.06.V1 | HE1, HE2 | 0% | 0% | 30% | |
| AP3.2 | Droogtunnel met geperforeerde metalen platen | OW 2007.09.V1 | HE1, HE2 | 0% | 0% | 55% | |
| AP3.3 | Mestdroogsysteem met geperforeerde doek | OW 2001.36.V1 | HE1, HE2, HE4, HE5 | 0% | 0% | 55% | |
| AP4 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens | ||||||
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.02.V1 | HE5.4 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.03.V1 | HE5.5 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.04.V1 | HE5.6 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.15.V1 | HE5.7 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2017.08.V1 | HE5.8 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2017.09.V1 | HE5.10 | 0% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.08.V1 | HE5.100 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.05.V1 | HE5.4 | 15% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.06.V1 | HE5.5 | 10% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.07.V1 | HE5.6 | 25% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.16.V1 | HE5.7 | 15% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2017.10.V1 | HE5.8 | 10% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2017.11.V1 | HE5.10 | 0% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.09.V1 | HE5.100 | 25% | 20% | 23% | |
| AP100 | Overige technieken pluimvee | ||||||
| AP100.1 | Droogfilterwand | OW 2010.29.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 40% | |
| AP100.2 | Strooiselschuif | OW 2017.02.V1 | HE2.3 | 20% | 0% | 20% | |
| AP100.3 | Luchtconditioneringsunit | OW 2020.01.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 80% | |
| AP100.4 | Warmtewisselaar; 1–95% reductie PM10 | OW 2021.01.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 1–95% | |
| AP100.5 | Stoffilter met 99% verwijdering PM10 | OW 2021.02.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 1–95% |
Bijlage VIa. bij artikel 4.12g van deze regeling (vroege teelten)
- –. Aardappelen
- –. Aardbeien, vermeerdering
- –. Andijvie
- –. Anijs
- –. Asperge
- –. Blauwmaanzaad
- –. Bloemkool, productie-
- –. Boerenkool
- –. Bonen, tuin-
- –. Bonen, veld-
- –. Boomkwekerijgewassen
- –. Bol- en knolgewassen in de sierteelt, met uitzondering van tulp
- –. Bospeen
- –. Bosui, zomer-
- –. Broccoli
- –. Chinese kool, productie-
- –. Dille
- –. Echinacea
- –. Erwten
- –. Fruitteelt
- –. Granen, winter-
- –. Granen, zomer-
- –. Gras-klaver
- –. Grasland, blijvend
- –. Grasland, tijdelijk
- –. Grasland, natuurlijk
- –. Graszaad
- –. Graszoden
- –. Haver
- –. Kapucijners (en grauwe erwten)
- –. Kervel
- –. Knoflook
- –. Komijn
- –. Koolrabi
- –. Koolzaad, winter-
- –. Koolzaad, zomer-
- –. Linzen
- –. Lupine
- –. Luzerne
- –. Maïs, geteeld overeenkomstig de biologische productiemethode
- –. Meerjarige bloemisterijgewassen
- –. Paksoi
- –. Peterselie
- –. Peulen
- –. Plantuien
- –. Prei, zaai- en productie-
- –. Pronkbonen
- –. Raapstelen
- –. Rabarber
- –. Radijs
- –. Rode kool, productie-
- –. Rode bieten/ kroten
- –. Savooiekool, productie-
- –. Schorseneren
- –. Selderij, productie-
- –. Sjalotten
- –. Sla, productie-
- –. Snij- en trekheesters
- –. Snijrogge
- –. Spinazie, productie-
- –. Spitskool, productie-
- –. Suikerbieten
- –. Suikermaïs onder folie
- –. Valeriaan
- –. Vaste planten
- –. Venkel
- –. Vlas, vezel- en olie-
- –. Voederbieten
- –. Waspeen, productie-
- –. Witte kool, productie-
- –. Zaaiuien
Bijlage VIb. bij artikel 4.12h van deze regeling (rustgewassen)
- –. Afrikaantjes (tagetes)
- –. Beemdlangbloem
- –. Blauwmaanzaad
- –. Bloemmengsel (randen)
- –. Boekweit
- –. Bruine bonen
- –. Korte (groente)teelten, vroeg geoogste gewassen of in voorkomend geval een combinatie van beide, gevolgd door een voor 1 september en na de oogst van de vorige teelt ingezaaid onbemest vanggewas (gewas overeenkomstig tabel 6 van bijlage A bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet) waarbij het vanggewas niet voor 1 februari wordt vernietigd
- –. Dahlia
- –. Droge erwten
- –. Engels raaigras
- –. Festulolium
- –. Gerst, winter-
- –. Gerst, zomer-
- –. Granen, overige
- –. Gras-klaver
- –. Grasland, blijvend
- –. Grasland, natuurlijk
- –. Grasland, tijdelijk
- –. Graszaad
- –. Graszoden
- –. Haver
- –. Italiaans raaigras
- –. Karwijzaad
- –. Klaver, rode
- –. Klaver, witte
- –. Kolen
- –. Koolzaad
- –. Koolzaad, winter- (inclusief boterzaad)
- –. Koolzaad, zomer- (inclusief boterzaad)
- –. Kruiden, zaadgewassen
- –. Lelie (eerste jaar van meerjarige teelt)
- –. Lijnzaad, niet van vezelvlas (olievlas)
- –. Lupinen, niet bittere
- –. Luzerne
- –. Miscanthus (olifantsgras)
- –. Narcis (eerste jaar van meerjarige teelt)
- –. Peterselie, productie-
- –. Pioen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- –. Quinoa
- –. Raapzaad
- –. Raketblad (Solanum sisymbriifolium)
- –. Rietzwenkgras, anders dan voor industriegras
- –. Rietzwenkgras, industriegras
- –. Rode kool
- –. Witte kool
- –. Rogge, met uitzondering van snijrogge
- –. Roodzwenkgras
- –. Rustgewasmengsel, waarbij het mengsel voor ten minste twee derde bestaat uit een of meer rustgewassen uit deze bijlage
- –. Snijrogge
- –. Soedangras/sorghum
- –. Soja
- –. Spelt
- –. Spruitkool
- –. Tarwe, winter-
- –. Tarwe, zomer-
- –. Teelten voor zaaizaad en vermeerdering
- –. Timothee
- –. Triticale
- –. Tuinbonen
- –. Veldbeemdgras
- –. Veldbonen
- –. Vezelhennep
- –. Vezelvlas
- –. Vogelakkers
- –. Westerwolds raaigras
- –. Zonnekroon
Opmerking: voor h = ho = 5 m geldt:
Bijlage VIIaa. bij artikel 4.14, tweede lid, van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot milieubelastende activiteiten specifiek voor de glastuinbouwsector)
Bijlage VIIb. bij artikel 4.30 van deze regeling (vergunningvrije gevallen voor uitzetten van dieren of eieren van dieren)
Bijlage XI. bij artikel 5.18, tweede lid, van deze regeling (keuring airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen)
Deze bijlage legt de inspectiepunten vast die tijdens een keuring van airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen moeten worden beoordeeld.
Voor de bepaling van de hoeveelheid primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 13 van de NTA8800.
EHeatingSystem = (EH – EH;WKK) / QH;nd;
EDomesticHotWater = (EW – EW;WKK) / QW;nd
Bijlage XIV. bij artikel 5.29 van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen)
Inhoudsopgave
| Onderdeel Code | Categorie Code | Categorie Omschrijving (onderwerp) |
|---|---|---|
| G | A | Energiebeheersysteem |
| G | B | Isolatie van de schil |
| G | C | Ruimteverwarming |
| G | D | Ruimteventilatie |
| G | E | Warm tapwater |
| G | F | Binnenverlichting |
| G | G | Buitenverlichting |
| G | H | Zonnepanelen |
Onderdeel 3 Gebouwen:
Categorie: Energiebeheersysteem
| Onderwerp | Energiebeheersysteem |
|---|---|
| Nummer maatregel | GA1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie toe, waarbij gas- en warmte- (per uur) en elektragebruik (per kwartier) van het gebouw wordt geregistreerd. Voor het beheren van het gas-, elektriciteits- en warmtegebruik is een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie (voor inzicht in het energiegebruik per uur, dag, maand en jaar) een belangrijk middel. Door de geregistreerde data minimaal halfjaarlijks te controleren en instellingen zo nodig aan te passen, kan hiermee een optimale energiezuinige in- en afstelling van klimaatinstallaties worden geborgd. |
| Huidige situatie | Er is geen energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie aanwezig, waarmee het gebruik van gas, warmte en elektriciteit wordt gemonitord. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Analyseer de gemonitorde data eenmaal aan het begin van het stookseizoen en eenmaal direct na het stookseizoen en stel de energiegebruikers zo optimaal mogelijk in. Wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor het optimaliseren van de instellingen van de energiegebruikers. |
Categorie: Isolatie van de schil
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
|---|---|
| Nummer maatregel | GB1 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer spouwmuren van gebouwen.Door het aanbrengen van isolatie in spouwmuren wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Voor het aanbrengen van spouwisolatie kunnen beperkingen van toepassing zijn door de aanwezigheid van bijvoorbeeld dampdichte lagen aan de buitenzijde, een waterdoorlatende buitenmuur of de aanwezigheid van niet verwijderbare vervuiling in de spouw. Win voor het aanbrengen van spouwisolatie eerst deskundig advies in over de mogelijkheden in uw situatie. |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde spouwmuren aanwezig met een spouwbreedte van ten minste 5 cm en het gebouw wordt verwarmd (tot ten minste 18 °C ). |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Er is geen steiger nodig voor het aanbrengen van de isolatie. Er is in het kader van de Wet natuurbescherming geen nieuw onderzoek naar nestelplaatsen van beschermde diersoorten (zoals vleermuizen) nodig. De maatregel is niet van toepassing in winkels en in andere gebouwen die slechts beperkt bijverwarmd hoeven te worden (bijvoorbeeld omdat er veel warmte vrijkomt van aanwezige processen en/of apparatuur) Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB2 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer platte daken (bovenop de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 2,1 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Dit kan worden aangebracht bovenop de dakbedekking (omgekeerd dak). |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger). |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het dak heeft voldoende draagkracht voor het isolatiemateriaal en de benodigde ballast. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB3 |
| Toe te passen maatregel | Pas een automatisch sluitmechanisme toe bij overheaddeuren. Door het toepassen van een automatisch sluitmechanisme bij een overheaddeur sluit deze zodra iemand de deur is gepasseerd . Dit voorkomt warmteverlies, doordat de deur een kortere tijd openstaat. |
| Huidige situatie | Er is een overheaddeur aanwezig zonder automatisch sluitmechanisme die gemiddeld ten minste 1 uur per dag open staat. De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C). |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. Stel de sensor goed in en zorg er daarbij voor dat de deur niet te snel (automatisch) open gaat. |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB4 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer platte daken (onder de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 3,7 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Breng de isolatie aan onder de dakbedekking en boven de dakconstructie (warm dak) op het moment dat de dakbedekking aan vervanging toe is. Doe dit zo nodig in combinatie met een dampremmende laag. |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger). |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB5 |
| Toe te passen maatregel | Vervang in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn kozijnen of ramen met enkelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 15 °C). |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB6 |
| Toe te passen maatregel | Vervang in bestaande kozijnen en ramen dubbelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het dubbel glas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn kozijnen of ramen met dubbelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 18 °C). |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB7 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik opblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking. Door een afsluitvoorziening met opblaasbare luchtkussens te plaatsen bij een docking voor vrachtwagens wordt het warmteverlies beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn dockings voor vrachtwagens aanwezig met of zonder flappen en zonder opblaasbare luchtkussens. |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: de docking wordt gemiddeld genomen ten minste 10 u/wk gebruikt voor het laden en of lossen. |
| Technische randvoorwaarden | De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C). |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. |
| Onderwerp | Isolatie van de schil |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GB8 |
| Toe te passen maatregel | Plaats een loopdeur in overheaddeuren. Door het plaatsen van overheaddeuren met een loopdeur voor personen wordt warmteverlies voorkomen, omdat de gehele deur dan minder vaak open gaat. |
| Huidige situatie | Er is een overheaddeur in een matig verwarmde ruimte (ten minste 15 °C) aanwezig zonder aparte loopdeur of naastgelegen deur en deze wordt gebruikt voor personentoegang. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De ruimte wordt ten minste matig verwarmd (15°C of hoger). |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. |
Categorie: Ruimteverwarming
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
|---|---|
| Nummer maatregel | GC1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een klokregeling toe en regel deze in. Pas voor het centrale verwarmingssysteem een klokregeling of klokthermostaat toe en regel deze zo in dat de werkelijke gebruikstijden zo nauw mogelijk worden gevolgd. Dit voorkomt energiegebruik buiten bedrijfstijd. |
| Huidige situatie | Er is een verwarmingssysteem aanwezig waarbij automatische regeling voor verlaging van de temperatuur in de nacht, het weekend en/of de vakanties ontbreekt. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het verwarmingssysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw. Regel naast de gebruikelijke openingstijden van het pand ook de vakanties in. Voor deze controle kan gebruik worden gemaakt van de data uit het energiebeheersysteem. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC2 |
| Toe te passen maatregel | Pas naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp toe. Door naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische lucht/water warmtepomp toe te passen kan een groot gedeelte van het jaar de warmte uit de buitenlucht en/of ventilatielucht worden onttrokken voor de warmteopwekking. De warmteopwekking is met gebruik van deze zogenoemde hybride warmtepomp efficiënter dan met een verwarmingsketel. |
| Huidige situatie | Er is een verwarmingsketel aanwezig met een vermogen van ten minste 70 kW en een afgiftesysteem via radiatoren, convectoren en/of vloerverwarming. Het gebouw wordt verwarmd tot ten minste 18 °C. Het gebouw voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit van 1 oktober 1992. Vanaf dit moment hebben gebouwen dubbelglas en geldt voor de isolatie van vloer, gevel en dak een Rc-waarde van ten minste 2,5 m2K/W. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van de warmtepomp. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn en het functioneren van de regeling. Controleer minimaal jaarlijks de effectieve en efficiënte werking van de warmtepomp. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC3 |
| Toe te passen maatregel | Pas een weersafhankelijke regeling toe. Gebruik voor de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater een automatische regeling op basis van de buitentemperatuur. Hierdoor kan de warmte uit het rookgas teruggewonnen worden en krijgt de verwarmingsketel een hogere efficiëntie. Ook zijn de verliezen in het distributiesysteem kleiner. |
| Huidige situatie | Er is een verwarmingsketel aanwezig in een verwamd gebouw (ten minste 18 °C) en de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater wordt niet geregeld op basis van de buitentemperatuur. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Bij een gecombineerd opweksysteem voor verwarming en warm tapwater is het technisch mogelijk om het tapwater in een aparte groep tot ten minste 65 °C te verwarmen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC4 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes. Door het toepassen van buisisolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W om de verwarmingsleidingen en appendages wordt het warmteverlies in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes, beperkt. |
| Huidige situatie | Er ontbreekt isolatie om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes. Zorg dat het isolatiemateriaal goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC5 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes. Door het toepassen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 0,7 m2K/W om de ventilatiekanalen wordt het warmteverlies in onverwarmde ruimtes beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes (ten hoogste 14 °C in het stookseizoen) aanwezig. De ventilatiekanalen zijn aangesloten op een luchtbehandelingskast. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond de ventilatiekanalen, zorg dat het goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC6 |
| Toe te passen maatregel | Pas een individuele regeling van de temperatuur per ruimte toe. Door per ruimte een individuele (na)regeling van de temperatuur met een thermostatische radiatorkraan of andere temperatuurregeling toe te passen, hoeft deze niet onnodig te worden verwarmd. |
| Huidige situatie | Er zijn radiatoren of convectoren aanwezig in een verwarmde ruimte, maar de temperatuur van de ruimte is niet apart (na) te regelen met een lokale regeling of thermostatische radiatorkranen. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van de individuele regeling en/of de stand van de themostatisch radiatorkranen. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC7 |
| Toe te passen maatregel | Pas frequentiegeregelde circulatiepompen toe. Door toepassing van frequentiegeregelde circulatiepompen in het verwarmingssysteem kan het debiet worden aangepast aan de warmtevraag, waardoor de pomp efficienter werkt. Pas de frequentiegeregelde pompen toe op zowel bij de hoofdcirculatiepomp als bij de groepenpompen. |
| Huidige situatie | Er is een centraal verwarmingssysteem aanwezig waarbij de circulatiepompen niet zijn voorzien van een frequentieregeling. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het verwarmingssysteem laat een variabel debiet toe. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de instellingen van pompen en controleer of het afgiftesysteem nog goed werkt. |
| Onderwerp | Ruimteverwarming |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GC8 |
| Toe te passen maatregel | Vervang directgestookte gasheaters in bedrijfshallen door directgestookte HR-gasheaters. Door in bedrijfshallen een directgestookte conventionele gasheater te vervangen door een directgestookt hoog rendement (HR) toestel wordt energie bespaard. |
| Huidige situatie | De bedrijfshal wordt met een of meer directgestookte gasheaters matig verwarmd (ten minste 15 °C). |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 1.000.000 m3 per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | In de ruimte is een rioolaansluiting aanwezig voor het aansluiten van de condensafvoer(en). |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de temperatuurinstellingen van de regeling en onderhoud de gasheater volgens leveranciersvoorschriften. |
Categorie: Ruimteventilatie
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
|---|---|
| Nummer maatregel | GD1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een klokregeling toe op het ventilatiesysteem. Door het ventilatiesysteem van een gebouw te voorzien van een klokregeling kan deze buiten bedrijfstijden uit of naar een veel lager debiet worden gezet. Er geldt hier een dubbel besparingseffect. De ventilatoren maken minder draaiuren en doordat er minder luchtverversing is, verdwijnt er ook minder verwarmde, gekoelde en/of bevochtigde lucht uit het gebouw. In de zomerperiode kan de klokregeling worden benut om juist in de nachturen met koele buitenlucht te ventileren, waardoor overdag minder koeling nodig is. |
| Huidige situatie | Er is een ventilatiesysteem aanwezig waarbij geen sturing op basis van ingestelde tijden wordt toegepast. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon. Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het ventilatiesysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD2 |
| Toe te passen maatregel | Pas warmteterugwinning toe op een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer. Door in een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer warmteterugwinning met een twincoilsysteem toe te passen worden warmteverliezen door ventilatie beperkt. Er zijn verschillende systemen op de markt zoals een kruisstroomwisselaar, een warmtewiel of een twincoilsysteem. Welk systeem het beste kan worden toegepast is afhankelijk het aanwezige ventilatiesysteem en de beschikbare ruimte. |
| Huidige situatie | Er is een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer aanwezig zonder warmteterugwinning. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het twincoilsysteem is inpasbaar in de luchtbehandelingskast of de luchtkanalen. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE1-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er is een ventilator met efficientieklasse IE1 of lager aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er geen IE-klasse of dat er klasse IE1 op het typeplaatje van de motor staat. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.700 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) neemt de efficiëntie van de ventilatoren toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.900 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD5 |
| Toe te passen maatregel | Vervang indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD6 |
| Toe te passen maatregel | Vervang indirect gedreven IE3 slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE3-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficientie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD7 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ventilatoren van klasse IE2 of IE3 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE2 of IE3-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er is een ventilator met efficientieklasse IE2 of IE3 aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er er klasse IE2 of IE3 op het typeplaatje van de motor staat. |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: bij meer dan 1.000 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
Categorie: Warm tapwater
| Onderwerp | Warm tapwater |
|---|---|
| Nummer maatregel | GE1 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer warmwaterleidingen en appendages. Met het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W rondom de circulatieleidingen en appendages van het warme tapwater wordt warmteverlies tegengegaan. Isoleer alleen de circulatieleidingen. De uittapleidingen van het tapwater mogen vanwege de kans op legionella niet worden geïsoleerd. |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages voor transport van warm tapwater aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De leidingen zijn goed bereikbaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages en herstel deze bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Warm tapwater |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GE2 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik waterbesparende douchekoppen. Door in douches waterbesparende douchekoppen toe te passen wordt er minder warm tapwater gebruikt. |
| Huidige situatie | De douches hebben geen waterbesparende douchekop. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week. |
| Technische randvoorwaarden | Door toepassing van de waterbesparende douchekop komt het tapdebiet bij systemen zonder voorraadvat niet onder de tapdrempel van het tapwatertoestel. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties. |
| Onderwerp | Warm tapwater |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GE3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang bij een indirect verwarmd voorraadvat de bestaande ketel door een HR-ketel. Door in een warm tapwatersysteem met een indirect verwarmd voorraadvat een hoogrendementsketel (HR) toe te passen in plaats van een verbeterd rendementsketel of conventionele ketel wordt het warm tapwater energiezuiniger opgewekt. |
| Huidige situatie | Er is een hoge tapwatervraag voor onder meer douchen en dit warm tapwater wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en opgeslagen in een buffervat. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties. |
Categorie: Binnenverlichting
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)