Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
| Onderwerp | Warm tapwater |
|---|---|
| Nummer maatregel | GE1 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer warmwaterleidingen en appendages. Met het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W rondom de circulatieleidingen en appendages van het warme tapwater wordt warmteverlies tegengegaan. Isoleer alleen de circulatieleidingen. De uittapleidingen van het tapwater mogen vanwege de kans op legionella niet worden geïsoleerd. |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages voor transport van warm tapwater aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De leidingen zijn goed bereikbaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages en herstel deze bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Warm tapwater |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GE2 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik waterbesparende douchekoppen. Door in douches waterbesparende douchekoppen toe te passen wordt er minder warm tapwater gebruikt. |
| Huidige situatie | De douches hebben geen waterbesparende douchekop. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week. |
| Technische randvoorwaarden | Door toepassing van de waterbesparende douchekop komt het tapdebiet bij systemen zonder voorraadvat niet onder de tapdrempel van het tapwatertoestel. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties. |
| Onderwerp | Warm tapwater |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GE3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang bij een indirect verwarmd voorraadvat de bestaande ketel door een HR-ketel. Door in een warm tapwatersysteem met een indirect verwarmd voorraadvat een hoogrendementsketel (HR) toe te passen in plaats van een verbeterd rendementsketel of conventionele ketel wordt het warm tapwater energiezuiniger opgewekt. |
| Huidige situatie | Er is een hoge tapwatervraag voor onder meer douchen en dit warm tapwater wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en opgeslagen in een buffervat. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties. |
Categorie: Binnenverlichting
| Onderwerp | Binnenverlichting |
|---|---|
| Nummer maatregel | GF1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt. Door gebruik van een regeling wordt het onnodig branden van verlichting buiten gebruikstijden voorkomen. Er zijn diverse regelingen die hiervoor kunnen worden toegepast, zoals aanwezigheidsdetectie per ruimte, een tijdgestuurde veegschakeling, een centrale regeling met overwerktimers of een regelbord bij de ingang van het gebouw. |
| Huidige situatie | De verlichting brandt onnodig buiten gebruikstijden. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer dagelijks bij het verlaten van het pand of alle verlichting die uit kan ook is uitgezet. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF2 |
| Toe te passen maatregel | Vervang TL8-buizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL-buizen (TL8) in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. Soms moet ook de starter worden vervangen. |
| Huidige situatie | Armaturen met TL8-buizen, met of zonder starter zijn aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor toepassing van LED-buizen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL5-buizen in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met TL5-buizen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 6.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor de toepassing van LED-buizen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen. Door gloei-, halogeen- en spaarlampen in de bestaande armaturen te vervangen door LED-lampen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Armaturen met gloei-, halogeen- of spaarlampen zijn aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF5 |
| Toe te passen maatregel | Vervang gasontladingslampen door LED-lampen. Vervang gasontladingslampen in de armaturen door LED-lampen. Dit beperkt het energiegebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF6 |
| Toe te passen maatregel | Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door bij montagebalken en lichtlijnen de armaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn montagebalken of lichtlijnen met TL8-armaturen aanwezig. Dit kunnen zowel opbouwarmaturen als zwevende armaturen zijn. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF7 |
| Toe te passen maatregel | Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots. Door plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF8 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met spaarlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF9 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF10 |
| Toe te passen maatregel | Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots. Door spots met halogeenlampen te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn spots met halogeenlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.400 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF11 |
| Toe te passen maatregel | Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots. Door railspotarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard. |
| Huidige situatie | Er zijn railspotarmaturen met halogeenlampen op een spannings/contactrail aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.200 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF12 |
| Toe te passen maatregel | Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots. Door railspots met gasontladingslampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard. |
| Huidige situatie | Er zijn railspots met een van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 2.000 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF13 |
| Toe te passen maatregel | Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door pendelarmaturen en opbouwarmaturen ("high bay") met gasontladingslampen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn pendelarmaturen en opbouwarmaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF14 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door de ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen, met of zonder starter aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF15 |
| Toe te passen maatregel | Vervang vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen. Door vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen te vervangen door vluchtwegsignaleringsarmaturen met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Buitenverlichting
| Onderwerp | Buitenverlichting |
|---|---|
| Nummer maatregel | GG1 |
| Toe te passen maatregel | Vervang armaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen met TL8-buizen (die niet op een mast zitten) te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik verlaagd. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met TL8-buizen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG2 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met spaarlampen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang armaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen (die niet op een mast zitten) met gasontladingslampen (Kwiklampenkwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) door LED-armaturen te vervangen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
Categorie: Zonnepanelen
| Onderwerp | Zonnepanelen |
|---|---|
| Nummer maatregel | GH1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats zonnepanelen op het dak. Door de plaatsing van zonnepanelen wordt duurzame elektriciteit opgewekt. Daarmee wordt bespaard op de inkoop van elektriciteit via het elektriciteitsnet. |
| Huidige situatie | Er is ten minste 2.000 m2 aan geschikt dakoppervlak beschikbaar voor het plaatsen van minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Er is sprake van een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A). |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het dak heeft voldoende vrije draagkracht voor de plaatsing van zonnepanelen en bijbehorende ballast. De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Het dak hoeft de komende 10 jaar niet te worden gerenoveerd. De verzekeraar gaat akkoord met plaatsen van de zonnepanelen zonder dat dit tot een significante prijsstijging van de verzekeringspremie leidt. Bij een installatie van 300 kWp kan alle opgewekte energie direct in het gebouw worden gebruikt. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak de zonnepanelen jaarlijks schoon. Controleer regelmatig of de verwachte productie gehaald wordt of laat dit monitoren. |
Bijlage XIVa. bij artikel 5.29, tweede lid, van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen specifiek voor de glastuinbouwsector)
Bijlage XV. bij de artikelen 4.14a, eerste lid, en 5.30, eerste lid van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
Bijlage XVa. behorende bij de artikelen 4.14a, tweede lid, en 5.30, tweede lid, van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik voor de glastuinbouwsector)
2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties
2.2. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in niet-standaardsituaties
3. Formule terugverdientijd
Bijlage XVb. behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
5.2.1. Nadere onderbouwing van het energiegebruik
5.4. Analyse en conclusie energie- en warmtegebruik
8. Basischeck structurele energiezorg (artikel 5.15b, tweede lid, onder e, onder 3, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
Bijlage XVc. bij de artikelen 4.14b en 9.7 van deze regeling (kosteneffectiviteit)
Bijlage XVI. bij artikel 5.31c van deze regeling (beperking oververhitting)
Bijlage XVII. bij artikel 5.59 van deze regeling (bepaling geluid installaties warmte- en koudeopwekking)
2. Voorvragen risicomatrix
Bijlage XVIIIb. bij de artikelen 6.6, derde lid, en 8.22, derde lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid binnenschietbanen)
Apparatuur
Bijlage XVIIIc. bij de artikelen 6.9, eerste lid, en 8.26, eerste lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)
2.6. Kogelparameters
2.7. Buitenschietbanen
2.10. Symbolen
4. Rekenmethode
4.4.3. Gegevensbestand met statistische gewichten
4.5.1. Brongegevens
4.6.3. Luchtdemping
Bijlage XVIIId. bij de artikelen 6.9, tweede lid, en 8.26, tweede lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen)
Bijlage XVIIIg. bij artikel 7.77 van deze regeling (maximaal toelaatbare flux)
| Stof | Maximaal toelaatbare flux (in g/ha/j) |
|---|---|
| I Metalen | I Metalen |
| Antimoon | 0,39 |
| Arseen | 4,35 |
| Barium | 63 |
| Cadmium | 0,12 |
| Chroom | 15 |
| Kobalt | 3 |
| Koper | 5,4 |
| Kwik | 0,045 |
| Lood | 12,75 |
| Molybdeen | 1,5 |
| Nikkel | 5,25 |
| Zink | 21 |
| II Anorganische verbindingen | II Anorganische verbindingen |
| Cyaniden-vrij | 0,15 |
| Cyaniden-complex (pH<5)1 | 0,75 |
| Cyaniden-complex (pH >5)2 | 0,75 |
| Bromide | 3 |
| Chloride | 300 |
| Fluoride | 140 |
| III Aromatische verbindingen | III Aromatische verbindingen |
| Benzeen | 0,4 |
| Ethylbenzeen | 8 |
| Tolueen | 14 |
| Xylenen | 0,4 |
| Styreen (vinylbenzeen) | 12 |
| Fenol | 0,4 |
| Cresolen (som) | 0,4 |
| Catechol(o-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) | IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) |
| Naftaleen | 0,02 |
| Antraceen | 0,0014 |
| Fenantreen | 0,006 |
| Fluorantheen | 0,006 |
| Benzo(a)antraceen | 0,0002 |
| Chryseen | 0,006 |
| Benzo(a)pyreen | 0,001 |
| Benzo(ghi)peryleen | 0,0006 |
| Benzo(k)fluorantheen | 0,0008 |
| Indeno(1,2,3-cd)pyreen | 0,0008 |
| V Gechloreerde koolwaterstoffen | V Gechloreerde koolwaterstoffen |
| Vinylchloride | 0,02 |
| Dichloormethaan | 0,02 |
| 1,1-dichloorethaan | 14 |
| 1,2-dichloorethaan | 14 |
| 1,1-dichlooretheen | 0,02 |
| 1,2-dichlooretheen (cis en trans) | 0,02 |
| dichloorpropanen | 1,6 |
| trichloormethaan (chloroform) | 12 |
| 1,1,1-trichloorethaan | 0,02 |
| 1,1,2-trichloorethaan | 0,02 |
| trichlooretheen (Tri) | 48 |
| tetrachloormethaan (Tetra) | 0,02 |
| tetrachlooretheen (Per) | 0,02 |
| monochloorbenzeen | 14 |
| dichloorbenzenen | 6 |
| trichloorbenzenen | 0,02 |
| tetrachloorbenzenen | 0,02 |
| pentachloorbenzeen | 0,006 |
| hexachloorbenzeen | 0,00018 |
| monochloorfenolen (som) | 0,6 |
| dichloorfenolen | 0,4 |
| trichloorfenolen | 0,06 |
| tetrachloorfenolen | 0,02 |
| pentachloorfenol | 0,08 |
| polychloorbifenylen (som)3 | 0,02 |
| VI Bestrijdingsmiddelen | VI Bestrijdingsmiddelen |
| DDT/DDE/DDD4 | 0,000008 |
| Aldrin | 0,000018 |
| Dieldrin | 0,0002 |
| Endrin | 0,00008 |
| HCH-verbindingen5 | 0,1 |
| α-HCH | 0,066 |
| ß-HCH | 0,016 |
| γ-HCH | 0,018 |
| atrazine | 0,038 |
| carbaryl | 0,004 |
| carbofuran | 0,018 |
| chloordaan | 0,00004 |
| endosulfan | 0,0004 |
| heptachloor | 0,00001 |
| heptachloor-epoxide | 0,00001 |
| Maneb | 0,0001 |
| MCPA | 0,02 |
| organotinverbindingen | 0,0001 – 0,038 |
| VII Overige verontreinigingen | VII Overige verontreinigingen |
| cyclohexanon | 1 |
| Ftalaten (som)6 | 1 |
| minerale olie7 | 100 |
| pyridine | 1 |
| tetrahydrofuran | 1 |
| tetrahydrothiofeen | 1 |
1 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.
2 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.
3 Onder polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. Onder de som valt PCB 118 niet.
4 Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE.
5 Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH
6 Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan.
7 De definitie van minerale olie wordt beschreven in de Staatscourant 39, 2000. Als er sprake is van verontreiniging van mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan wordt naast het alkaangehalte ook het gehalte van aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald.
Bijlage XIX. bij artikel 8.2 van deze regeling (dosis-effectrelaties voor actieplannen geluid)
Inleiding
Bijlage XXXII. bij de artikelen 9.37, tweede lid, en 9.38 van deze regeling (modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit)
Bijlage XXXIIa. bij de artikelen 12.2b en 12.2e van deze regeling (Procedure beoordeling primaire waterkeringen)
3.1. De voorbereidingsfase
5.2.3. Een overzicht van de te treffen voorzieningen
Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)
1. Inleiding
1.2. De Omgevingsregeling
3.5. Grenzen van het winterbed
3.8. Meerpeilstatistiek
4.8. Lengte-effect
Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)
2.2.2. Referentieomstandigheden
2.3. Spoorweglawaai
2.3.3. Aanvullende effecten
2.4. Industrielawaai
2.5.1. Omvang en toepasselijkheid methode
2.5.4. Model voor geluidsvoortplanting
2.5.6. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen
Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied
3. Meetmethoden
Bijlage XXXV. bij artikel 15.3 van deze regeling (alarmeringswaarden hoogwaterstanden)
| Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) | Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) | Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) | Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) | Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) | Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) | Kust- en benedenrivierengebied: waterstand (m+NAP) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kleurcode | Vlissingen | Hoek van Holland | Den Helder | Harlingen | Delfzijl | Dordrecht |
| Geel | 3,30 | 2,20 | 1,90 | 2,70 | 3,00 | 2,00 |
| Oranje | 3,70 | 2,80 | 2,60 | 3,30 | 3,80 | 2,50 |
| Rood | 4,10 | 3,65 | 3,45 | 3,90 | 4,75 | 2,75 |
| Rivierengebied: waterstand (m+NAP) en afvoer (m3/s) | Rivierengebied: waterstand (m+NAP) en afvoer (m3/s) | Rivierengebied: waterstand (m+NAP) en afvoer (m3/s) | Rivierengebied: waterstand (m+NAP) en afvoer (m3/s) | Rivierengebied: waterstand (m+NAP) en afvoer (m3/s) | Rivierengebied: waterstand (m+NAP) en afvoer (m3/s) | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | |
| Kleurcode | Rijn, Lek, waal | Rijn, Lek, waal | Benedenmaas | Limburgse Maas | Limburgse Maas | |
| Kleurcode | Lobith | Lobith | Sambeek Beneden | St. Pieter | St. Pieter | |
| Kleurcode | Waterstand | Afvoer | Waterstand | Waterstand | Afvoer | |
| Geel | 12,00 (zomer) 13,00 (winter) | 4.200 (zomer) 5.260 (winter) | 11,70 | 45,00 bereikt*) of 45,25 binnen 12 uur | 1.250 bereikt*) of 1.500 binnen 12 uur | |
| Oranje | 15,00 | 8.073 | 12,65 | 46,15 bereikt*) of 46,60 binnen 12 uur | 2.000 bereikt*) of 2.250 binnen 12 uur | |
| Rood | 16,50 | 11.689 | 13,40 | 47,25 bereikt*) of 47,60 binnen 12 uur | 2.600 bereikt*) of 2.850 binnen 12 uur |
*) en verdere stijging of aanhoudende hoge standen verwacht
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)