Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
| Onderwerp | Binnenverlichting |
|---|---|
| Nummer maatregel | GF1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt. Door gebruik van een regeling wordt het onnodig branden van verlichting buiten gebruikstijden voorkomen. Er zijn diverse regelingen die hiervoor kunnen worden toegepast, zoals aanwezigheidsdetectie per ruimte, een tijdgestuurde veegschakeling, een centrale regeling met overwerktimers of een regelbord bij de ingang van het gebouw. |
| Huidige situatie | De verlichting brandt onnodig buiten gebruikstijden. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer dagelijks bij het verlaten van het pand of alle verlichting die uit kan ook is uitgezet. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF2 |
| Toe te passen maatregel | Vervang TL8-buizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL-buizen (TL8) in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. Soms moet ook de starter worden vervangen. |
| Huidige situatie | Armaturen met TL8-buizen, met of zonder starter zijn aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor toepassing van LED-buizen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL5-buizen in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met TL5-buizen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 6.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor de toepassing van LED-buizen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen. Door gloei-, halogeen- en spaarlampen in de bestaande armaturen te vervangen door LED-lampen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Armaturen met gloei-, halogeen- of spaarlampen zijn aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF5 |
| Toe te passen maatregel | Vervang gasontladingslampen door LED-lampen. Vervang gasontladingslampen in de armaturen door LED-lampen. Dit beperkt het energiegebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF6 |
| Toe te passen maatregel | Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door bij montagebalken en lichtlijnen de armaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn montagebalken of lichtlijnen met TL8-armaturen aanwezig. Dit kunnen zowel opbouwarmaturen als zwevende armaturen zijn. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF7 |
| Toe te passen maatregel | Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots. Door plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF8 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met spaarlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF9 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF10 |
| Toe te passen maatregel | Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots. Door spots met halogeenlampen te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn spots met halogeenlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.400 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF11 |
| Toe te passen maatregel | Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots. Door railspotarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard. |
| Huidige situatie | Er zijn railspotarmaturen met halogeenlampen op een spannings/contactrail aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.200 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF12 |
| Toe te passen maatregel | Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots. Door railspots met gasontladingslampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard. |
| Huidige situatie | Er zijn railspots met een van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 2.000 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF13 |
| Toe te passen maatregel | Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door pendelarmaturen en opbouwarmaturen ("high bay") met gasontladingslampen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn pendelarmaturen en opbouwarmaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF14 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door de ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen, met of zonder starter aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF15 |
| Toe te passen maatregel | Vervang vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen. Door vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen te vervangen door vluchtwegsignaleringsarmaturen met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Buitenverlichting
| Onderwerp | Buitenverlichting |
|---|---|
| Nummer maatregel | GG1 |
| Toe te passen maatregel | Vervang armaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen met TL8-buizen (die niet op een mast zitten) te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik verlaagd. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met TL8-buizen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG2 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met spaarlampen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang armaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen (die niet op een mast zitten) met gasontladingslampen (Kwiklampenkwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) door LED-armaturen te vervangen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
Categorie: Zonnepanelen
| Onderwerp | Zonnepanelen |
|---|---|
| Nummer maatregel | GH1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats zonnepanelen op het dak. Door de plaatsing van zonnepanelen wordt duurzame elektriciteit opgewekt. Daarmee wordt bespaard op de inkoop van elektriciteit via het elektriciteitsnet. |
| Huidige situatie | Er is ten minste 2.000 m2 aan geschikt dakoppervlak beschikbaar voor het plaatsen van minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Er is sprake van een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A). |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het dak heeft voldoende vrije draagkracht voor de plaatsing van zonnepanelen en bijbehorende ballast. De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Het dak hoeft de komende 10 jaar niet te worden gerenoveerd. De verzekeraar gaat akkoord met plaatsen van de zonnepanelen zonder dat dit tot een significante prijsstijging van de verzekeringspremie leidt. Bij een installatie van 300 kWp kan alle opgewekte energie direct in het gebouw worden gebruikt. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en ondeoud | Maak de zonnepanelen jaarlijks schoon. Controleer regelmatig of de verwachte productie gehaald wordt of laat dit monitoren. |
Uitgangspunten keuring en inspectielijst
6. Lucht toe- en afvoer (ventilatiesysteem)
Bijlage XI
[Vervallen]
Categorie : Tuinbouwkassen
1. Algemeen
Bijlage XVa. behorende bij de artikelen 4.14a, tweede lid, en 5.30, tweede lid, van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik voor de glastuinbouwsector)
2. Methode voor het bepalen van het CO2-reducerend effect
2.2. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in niet-standaardsituaties
3. Formule terugverdientijd
Bijlage XVb. behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
5.2. Weergave energiegebruik inclusief energiebalans
5.2. Weergave energiegebruik inclusief energiebalans
5.4. Analyse en conclusie energie- en warmtegebruik
1. Inleiding
6.4. Analyse van aandrijfsystemen
5.2. Weergave energiegebruik inclusief energiebalans
9. Overzicht van de maatregelen die nog niet zijn getroffen en het moment waarop die maatregelen alsnog worden getroffen (artikel 5.15b, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
Bijlage XVc. bij de artikelen 4.14b en 9.7 van deze regeling (kosteneffectiviteit)
8. Basischeck structurele energiezorg (artikel 5.15b, tweede lid, onder e, onder 3, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
Methodiek en afwegingsgebied
2.2. Vloeroppervlak van de computerruimte in m2
2.2. Vloeroppervlak van de computerruimte in m2
3.1. Informatie over het type datacentrum
4.4. Gemiddelde batterijcapaciteit in kW
4.3. Functies in het elektriciteitsnet
4.4. Gemiddelde batterijcapaciteit in kW
5. Waterverbruik in kubieke meters
6. Restwarmtegebruik
8. Gebruik van hernieuwbare energie in kilowattuur
9. De hoeveelheid in het rekencentrum of datacentrum opgeslagen en verwerkte data
9.1. ICT-capaciteit voor servers
3.2. Informatie over redundantie:
Bijlage XVII. bij artikel 5.59 van deze regeling (bepaling geluid installaties warmte- en koudeopwekking)
Bijlage XVII. bij artikel 5.59 van deze regeling (bepaling geluid installaties warmte- en koudeopwekking)
Bijlage XVIII. bij artikel 5.53, eerste lid, van deze regeling (beeldmerk certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties)
4. Correctie tonaal geluid
Infiltratie en ventilatie
5. Plaats waar wordt gemeten op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie (artikel 4.107, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving)
Bijlage XVIII. bij artikel 5.53, eerste lid, van deze regeling (beeldmerk certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties)
6. Plaats waar wordt gemeten bij een te openen raam of deur (artikel 4.108, derde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving)
Grondtemperatuur
Bijlage XVIIIc. bij de artikelen 6.9, eerste lid, en 8.26, eerste lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)
2.2. Akoestische grootheden
2.5. Bodemparameters
2.6. Kogelparameters
2.6. Kogelparameters
2.8. Militaire oefenterreinen
3. Beoordelingsgrootheid
3.2. Geluidbelasting
4.1. Inleiding
4.4. Toe te passen gegevensbestanden
4.2. Toepassingsbereik
4.4.3. Gegevensbestand met statistische gewichten
4.4.1. Gegevensbestanden van bronnen
4.5. Invoergrootheden rekenmethode
4.5.3. Afschermende objecten
4.5.3. Afschermende objecten
4.4.3. Gegevensbestand met statistische gewichten
4.6. Berekening van het geluidexpositieniveau
4.6.2. Geometrische demping
4.6.3. Luchtdemping
4.6.5. Afscherming
4.6.7. Spiegelreflecties
5.1. Schietbaan
Bijlage XVIIId. bij de artikelen 6.9, tweede lid, en 8.26, tweede lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen)
6. Methode voor de berekening van LEs,periode bij een geluidbelasting kleiner dan 50 dB(A)
4.6.8. Diffuse reflectie
Bijlage XVIIIe. bij de artikelen 6.13, derde lid, en 8.30, tweede en derde lid, van deze regeling (geuremissiefactoren zuiveringtechnische werken)
| Onderdeel | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Eenheid |
|---|---|---|---|---|---|
| Onderdeel | 0–25% | 26–50% | 51–75% | 76–100% | 76–100% |
| Ontvangwerk (put, vijzels etc.) | 65 | 46,5 | 28 | 9,5 | ou/s per m2 |
| Roostergoedverwijdering | 65 | 46,5 | 28 | 9,5 | ou/s per m2 |
| Roostergoedcontainers | 65 | 46,5 | 28 | 9,5 | ou/s per m2 |
| Zandvanger: | |||||
| – oppervlakte | 7,5 | 7 | 6 | 5,5 | ou/s per m2 |
| – overstort | 135 | 48 | 17 | 6 | ou/s per m2 |
| Zandwasser | 135 | 48 | 17 | 6 | ou/s per m2 |
| Verdeelwerk | 135 | 48 | 17 | 6 | ou/s per m2 |
| Voorbezinktank: | |||||
| – oppervlakte | 8,5 | 7,5 | 7 | 6 | ou/s per m2 |
| – overstort | 18,5 | 16,5 | 15 | 13,5 | ou/s per m2 |
| Anaërobe tank | 5,5 | 5 | 4,6 | 4,2 | ou/s per m2 |
| Selector: | |||||
| – belucht | 6 | 5,5 | 5 | 4,5 | ou/s per m2 |
| – onbelucht | 5,5 | 5 | 4,6 | 4,2 | ou/s per m2 |
| Voordenitrificatietank | 2,2 | 1,9 | 1,7 | 1,6 | ou/s per m2 |
| Onderdeel | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Onderdeel | <0,05 | 0,05–0,10 | 0,11–0,20 | 0,21–0,30 | >0,30 |
| Beluchtingstank | |||||
| – aërobe zone: | |||||
| * bellenbeluchting | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| * puntbeluchting | |||||
| met omkapping | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| * borstelbeluchting | |||||
| met omkapping | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| * puntbeluchting | |||||
| zonder omkapping | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| – anoxische zone: | |||||
| * bellenbeluchting | 0,18 | 0,32 | 0,6 | 0,95 | 1,5 |
| * borstelbeluchting | 0,18 | 0,32 | 0,6 | 0,95 | 1,5 |
| * puntbeluchting | 0,18 | 0,32 | 0,6 | 0,95 | 1,5 |
| Retourslibgemaal | 0,6 | 1,1 | 2,0 | 3,2 | 5 |
| Nabezinktank | |||||
| – invoerzone | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| – oppervlakte | 0,16 | 0,28 | 0,5 | 0,85 | 1,3 |
| Na-nitrificatie | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 |
| Na-denitrificatie | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 |
1 Voor de overstort van de nabezinktank wordt de emissie van geur niet apart berekend.
| Onderdeel | Slibkwaliteit | Slibkwaliteit | Slibkwaliteit | Slibkwaliteit | Eenheid |
|---|---|---|---|---|---|
| Onderdeel | vers | aëroob | anaëroob | gemengd | |
| Voorindikker | 8 | 3,95 | 8 | ou/s per m2 | |
| Naindikker | 3,05 | ou/s per m2 | |||
| Uitgegist slibbuffer | 3,05 | ou/s per m2 | |||
| Slibindiklagune | 4,05 | 1,75 | 4,35 | ou/s per m2 | |
| Filterpers | – | – | – | ||
| Zeefbandpers | 4,05 | 1,75 | 4,35 | ou/s per m2 | |
| Centrifuge | – | – | – | ||
| Afvoer en opslag | 4,05 | 1,75 | 4,35 | ou/s per m2 | |
| Fosfaatbezinktank | 3,95 | ou/s per m2 | |||
| Strippertank | 3,95 | ou/s per m2 | |||
| Slibindikker | 3,95 | ou/s per m2 | |||
| Flocculatietank | 3,95 | ou/s per m2 |
Bijlage XVIIIe. bij de artikelen 6.13, derde lid, en 8.30, tweede en derde lid, van deze regeling (geuremissiefactoren zuiveringtechnische werken)
| Onderdeel | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Percentage aanvoer via vrij verval riool | Eenheid |
|---|---|---|---|---|---|
| Onderdeel | 0–25% | 26–50% | 51–75% | 76–100% | 76–100% |
| Ontvangwerk (put, vijzels etc.) | 65 | 46,5 | 28 | 9,5 | ou/s per m2 |
| Roostergoedverwijdering | 65 | 46,5 | 28 | 9,5 | ou/s per m2 |
| Roostergoedcontainers | 65 | 46,5 | 28 | 9,5 | ou/s per m2 |
| Zandvanger: | |||||
| – oppervlakte | 7,5 | 7 | 6 | 5,5 | ou/s per m2 |
| – overstort | 135 | 48 | 17 | 6 | ou/s per m2 |
| Zandwasser | 135 | 48 | 17 | 6 | ou/s per m2 |
| Verdeelwerk | 135 | 48 | 17 | 6 | ou/s per m2 |
| Voorbezinktank: | |||||
| – oppervlakte | 8,5 | 7,5 | 7 | 6 | ou/s per m2 |
| – overstort | 18,5 | 16,5 | 15 | 13,5 | ou/s per m2 |
| Anaërobe tank | 5,5 | 5 | 4,6 | 4,2 | ou/s per m2 |
| Selector: | |||||
| – belucht | 6 | 5,5 | 5 | 4,5 | ou/s per m2 |
| – onbelucht | 5,5 | 5 | 4,6 | 4,2 | ou/s per m2 |
| Voordenitrificatietank | 2,2 | 1,9 | 1,7 | 1,6 | ou/s per m2 |
| Onderdeel | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) | Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Onderdeel | <0,05 | 0,05–0,10 | 0,11–0,20 | 0,21–0,30 | >0,30 |
| Beluchtingstank | |||||
| – aërobe zone: | |||||
| * bellenbeluchting | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| * puntbeluchting | |||||
| met omkapping | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| * borstelbeluchting | |||||
| met omkapping | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| * puntbeluchting | |||||
| zonder omkapping | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| – anoxische zone: | |||||
| * bellenbeluchting | 0,18 | 0,32 | 0,6 | 0,95 | 1,5 |
| * borstelbeluchting | 0,18 | 0,32 | 0,6 | 0,95 | 1,5 |
| * puntbeluchting | 0,18 | 0,32 | 0,6 | 0,95 | 1,5 |
| Retourslibgemaal | 0,6 | 1,1 | 2,0 | 3,2 | 5 |
| Nabezinktank | |||||
| – invoerzone | 0,2 | 0,35 | 0,65 | 1,05 | 1,65 |
| – oppervlakte | 0,16 | 0,28 | 0,5 | 0,85 | 1,3 |
| Na-nitrificatie | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 |
| Na-denitrificatie | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 | 0,16 |
1 Voor de overstort van de nabezinktank wordt de emissie van geur niet apart berekend.
| Onderdeel | Slibkwaliteit | Slibkwaliteit | Slibkwaliteit | Slibkwaliteit | Eenheid |
|---|---|---|---|---|---|
| Onderdeel | vers | aëroob | anaëroob | gemengd | |
| Voorindikker | 8 | 3,95 | 8 | ou/s per m2 | |
| Naindikker | 3,05 | ou/s per m2 | |||
| Uitgegist slibbuffer | 3,05 | ou/s per m2 | |||
| Slibindiklagune | 4,05 | 1,75 | 4,35 | ou/s per m2 | |
| Filterpers | – | – | – | ||
| Zeefbandpers | 4,05 | 1,75 | 4,35 | ou/s per m2 | |
| Centrifuge | – | – | – | ||
| Afvoer en opslag | 4,05 | 1,75 | 4,35 | ou/s per m2 | |
| Fosfaatbezinktank | 3,95 | ou/s per m2 | |||
| Strippertank | 3,95 | ou/s per m2 | |||
| Slibindikker | 3,95 | ou/s per m2 | |||
| Flocculatietank | 3,95 | ou/s per m2 |
5. Beschrijving invoergegevens
1. Bepalen van de kwaliteit van de poriënwaterconcentraties
1. Bepalen van de kwaliteit van de poriënwaterconcentraties
1.2. Zware metalen
2.1. Eisen aan de modellen
Bijlage XVIIIg. bij artikel 7.77 van deze regeling (maximaal toelaatbare flux)
| Stof | Maximaal toelaatbare flux (in g/ha/j) |
|---|---|
| I Metalen | I Metalen |
| Antimoon | 0,39 |
| Arseen | 4,35 |
| Barium | 63 |
| Cadmium | 0,12 |
| Chroom | 15 |
| Kobalt | 3 |
| Koper | 5,4 |
| Kwik | 0,045 |
| Lood | 12,75 |
| Molybdeen | 1,5 |
| Nikkel | 5,25 |
| Zink | 21 |
| II Anorganische verbindingen | II Anorganische verbindingen |
| Cyaniden-vrij | 0,15 |
| Cyaniden-complex (pH<5)1 | 0,75 |
| Cyaniden-complex (pH >5)2 | 0,75 |
| Bromide | 3 |
| Chloride | 300 |
| Fluoride | 140 |
| III Aromatische verbindingen | III Aromatische verbindingen |
| Benzeen | 0,4 |
| Ethylbenzeen | 8 |
| Tolueen | 14 |
| Xylenen | 0,4 |
| Styreen (vinylbenzeen) | 12 |
| Fenol | 0,4 |
| Cresolen (som) | 0,4 |
| Catechol(o-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) | IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) |
| Naftaleen | 0,02 |
| Antraceen | 0,0014 |
| Fenantreen | 0,006 |
| Fluorantheen | 0,006 |
| Benzo(a)antraceen | 0,0002 |
| Chryseen | 0,006 |
| Benzo(a)pyreen | 0,001 |
| Benzo(ghi)peryleen | 0,0006 |
| Benzo(k)fluorantheen | 0,0008 |
| Indeno(1,2,3-cd)pyreen | 0,0008 |
| V Gechloreerde koolwaterstoffen | V Gechloreerde koolwaterstoffen |
| Vinylchloride | 0,02 |
| Dichloormethaan | 0,02 |
| 1,1-dichloorethaan | 14 |
| 1,2-dichloorethaan | 14 |
| 1,1-dichlooretheen | 0,02 |
| 1,2-dichlooretheen (cis en trans) | 0,02 |
| dichloorpropanen | 1,6 |
| trichloormethaan (chloroform) | 12 |
| 1,1,1-trichloorethaan | 0,02 |
| 1,1,2-trichloorethaan | 0,02 |
| trichlooretheen (Tri) | 48 |
| tetrachloormethaan (Tetra) | 0,02 |
| tetrachlooretheen (Per) | 0,02 |
| monochloorbenzeen | 14 |
| dichloorbenzenen | 6 |
| trichloorbenzenen | 0,02 |
| tetrachloorbenzenen | 0,02 |
| pentachloorbenzeen | 0,006 |
| hexachloorbenzeen | 0,00018 |
| monochloorfenolen (som) | 0,6 |
| dichloorfenolen | 0,4 |
| trichloorfenolen | 0,06 |
| tetrachloorfenolen | 0,02 |
| pentachloorfenol | 0,08 |
| polychloorbifenylen (som)3 | 0,02 |
| VI Bestrijdingsmiddelen | VI Bestrijdingsmiddelen |
| DDT/DDE/DDD4 | 0,000008 |
| Aldrin | 0,000018 |
| Dieldrin | 0,0002 |
| Endrin | 0,00008 |
| HCH-verbindingen5 | 0,1 |
| α-HCH | 0,066 |
| ß-HCH | 0,016 |
| γ-HCH | 0,018 |
| atrazine | 0,038 |
| carbaryl | 0,004 |
| carbofuran | 0,018 |
| chloordaan | 0,00004 |
| endosulfan | 0,0004 |
| heptachloor | 0,00001 |
| heptachloor-epoxide | 0,00001 |
| Maneb | 0,0001 |
| MCPA | 0,02 |
| organotinverbindingen | 0,0001 – 0,038 |
| VII Overige verontreinigingen | VII Overige verontreinigingen |
| cyclohexanon | 1 |
| Ftalaten (som)6 | 1 |
| minerale olie7 | 100 |
| pyridine | 1 |
| tetrahydrofuran | 1 |
| tetrahydrothiofeen | 1 |
1 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.
2 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.
3 Onder polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. Onder de som valt PCB 118 niet.
4 Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE.
5 Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH
6 Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan.
7 De definitie van minerale olie wordt beschreven in de Staatscourant 39, 2000. Als er sprake is van verontreiniging van mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan wordt naast het alkaangehalte ook het gehalte van aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald.
Bijlage XVIIIg. bij artikel 7.77 van deze regeling (maximaal toelaatbare flux)
| Stof | Maximaal toelaatbare flux (in g/ha/j) |
|---|---|
| I Metalen | I Metalen |
| Antimoon | 0,39 |
| Arseen | 4,35 |
| Barium | 63 |
| Cadmium | 0,12 |
| Chroom | 15 |
| Kobalt | 3 |
| Koper | 5,4 |
| Kwik | 0,045 |
| Lood | 12,75 |
| Molybdeen | 1,5 |
| Nikkel | 5,25 |
| Zink | 21 |
| II Anorganische verbindingen | II Anorganische verbindingen |
| Cyaniden-vrij | 0,15 |
| Cyaniden-complex (pH<5)1 | 0,75 |
| Cyaniden-complex (pH >5)2 | 0,75 |
| Bromide | 3 |
| Chloride | 300 |
| Fluoride | 140 |
| III Aromatische verbindingen | III Aromatische verbindingen |
| Benzeen | 0,4 |
| Ethylbenzeen | 8 |
| Tolueen | 14 |
| Xylenen | 0,4 |
| Styreen (vinylbenzeen) | 12 |
| Fenol | 0,4 |
| Cresolen (som) | 0,4 |
| Catechol(o-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) | 0,4 |
| IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) | IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) |
| Naftaleen | 0,02 |
| Antraceen | 0,0014 |
| Fenantreen | 0,006 |
| Fluorantheen | 0,006 |
| Benzo(a)antraceen | 0,0002 |
| Chryseen | 0,006 |
| Benzo(a)pyreen | 0,001 |
| Benzo(ghi)peryleen | 0,0006 |
| Benzo(k)fluorantheen | 0,0008 |
| Indeno(1,2,3-cd)pyreen | 0,0008 |
| V Gechloreerde koolwaterstoffen | V Gechloreerde koolwaterstoffen |
| Vinylchloride | 0,02 |
| Dichloormethaan | 0,02 |
| 1,1-dichloorethaan | 14 |
| 1,2-dichloorethaan | 14 |
| 1,1-dichlooretheen | 0,02 |
| 1,2-dichlooretheen (cis en trans) | 0,02 |
| dichloorpropanen | 1,6 |
| trichloormethaan (chloroform) | 12 |
| 1,1,1-trichloorethaan | 0,02 |
| 1,1,2-trichloorethaan | 0,02 |
| trichlooretheen (Tri) | 48 |
| tetrachloormethaan (Tetra) | 0,02 |
| tetrachlooretheen (Per) | 0,02 |
| monochloorbenzeen | 14 |
| dichloorbenzenen | 6 |
| trichloorbenzenen | 0,02 |
| tetrachloorbenzenen | 0,02 |
| pentachloorbenzeen | 0,006 |
| hexachloorbenzeen | 0,00018 |
| monochloorfenolen (som) | 0,6 |
| dichloorfenolen | 0,4 |
| trichloorfenolen | 0,06 |
| tetrachloorfenolen | 0,02 |
| pentachloorfenol | 0,08 |
| polychloorbifenylen (som)3 | 0,02 |
| VI Bestrijdingsmiddelen | VI Bestrijdingsmiddelen |
| DDT/DDE/DDD4 | 0,000008 |
| Aldrin | 0,000018 |
| Dieldrin | 0,0002 |
| Endrin | 0,00008 |
| HCH-verbindingen5 | 0,1 |
| α-HCH | 0,066 |
| ß-HCH | 0,016 |
| γ-HCH | 0,018 |
| atrazine | 0,038 |
| carbaryl | 0,004 |
| carbofuran | 0,018 |
| chloordaan | 0,00004 |
| endosulfan | 0,0004 |
| heptachloor | 0,00001 |
| heptachloor-epoxide | 0,00001 |
| Maneb | 0,0001 |
| MCPA | 0,02 |
| organotinverbindingen | 0,0001 – 0,038 |
| VII Overige verontreinigingen | VII Overige verontreinigingen |
| cyclohexanon | 1 |
| Ftalaten (som)6 | 1 |
| minerale olie7 | 100 |
| pyridine | 1 |
| tetrahydrofuran | 1 |
| tetrahydrothiofeen | 1 |
1 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.
2 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.
3 Onder polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. Onder de som valt PCB 118 niet.
4 Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE.
5 Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH
6 Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan.
7 De definitie van minerale olie wordt beschreven in de Staatscourant 39, 2000. Als er sprake is van verontreiniging van mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan wordt naast het alkaangehalte ook het gehalte van aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald.
Afschermende of reflecterende objecten
4. Isolerende maatregelen (artikel 8.62c, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving)
4. Isolerende maatregelen (artikel 8.62c, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving)
1.1. Organische parameters
1. Bepalen van de kwaliteit van de poriënwaterconcentraties
Bijlage XIXa. bij de artikelen 8.10, onder c, 8.16, onder b, 12.50, onder c, en 12.53, onder b, van deze regeling (softwaremodellen luchtkwaliteit)
2.3. Hoge mate van slaapverstoring (HSD)
4. Isolerende maatregelen (artikel 8.62c, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving)
3. Het door de stortplaats beïnvloede gebied
Bijlage XXII
[Vervallen]
Bijlage XXIII. bij de artikelen 8.13, 12.27 en 12.56 van deze regeling (zeezoutcorrectie)
Bijlage XX. bij de artikelen 8.12, eerste lid, onder a, 8.18, eerste lid, onder a, 12.52, eerste lid, onder a, en 12.55, eerste lid, onder a, van deze regeling (grootschalige concentratiegegevens, meteorologische gegevens en ruwheidskaart)
Grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid zijn te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/vraag-en-antwoord/hoe-kan-ik-luchtvervuiling-berekenen
A. Emissiefactoren voor niet-snelwegen
A. Emissiefactoren voor niet-snelwegen
Bijlage XXV
[Vervallen]
Bijlage XXVI
[Vervallen]
1. Inleiding
1.2. De Omgevingsregeling
2.2. De beoordeling van een dijktraject op hoofdlijnen
2.1. Planning van de beoordeling
4.1. De uitvoeringsfase
4.4. Selectie dominante faalpaden en aanpak nadere analyse
2.2.2. Uitvoering
2.2. De beoordeling van een dijktraject op hoofdlijnen
4.3. Het inrichten van een werkatelier
7. Overige bepalingen
6.2. Relevante aspecten: kwaliteitsdimensies
4.5. De analyse van de dominante faalpaden
7.1. Voorlopig oordeel
Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)
7.3. Versterkingsprojecten
1.3. Het Basisinstrumentarium
1.4. Leeswijzer
1.3. Het Basisinstrumentarium
1. Inleiding
3.2. Systeemwerking
1.3. Het Basisinstrumentarium
3.10. Diefdijk
3.11. Voorlanden
4.6. Vakindeling
3.11. Voorlanden
Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)
2. Rekenmethode
2.1.1. Indicatoren, frequentiebereik en banddefinities
2.1. Algemene bepalingen
2.1.1. Indicatoren, frequentiebereik en banddefinities
4.9. Belastingmodellen
1. Inleiding
2. Rekenmethode
2.2.4. Aandrijfgeluid
2.2.5. Effect van de versnelling en vertraging van voertuigen
2.2.1a. Geluidsvermogensemissie
2.4. Industrielawaai
2.4. Industrielawaai
2.4.1. Bronbeschrijving
2.5.1. Omvang en toepasselijkheid methode
2.5. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor- en industriebronnen
2.4. Industrielawaai
2.5.6. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen
2.6. Blootstelling aan lawaai
Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied
waarbij:
Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld
De beoordeling van de blootstelling aan lawaai van gebouwen die geen woningen bevatten, zoals scholen en ziekenhuizen, is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in paragraaf 2.5 bepaalde waarneempunten.
De beoordeling van de blootstelling aan geluidsbelasting van woningen en bewoners is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in paragraaf 2.5, gedefinieerde waarneempunten.
3. Meetmethoden
Geval 1: gevels die in regelmatige intervallen zijn verdeeld op elke gevel
Bijlage XXXVI. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard toepasbare regels)
Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/digitaal-stelsel/technisch-aansluiten/koppelvlakken/toepasbare-regels/standaard/
Bijlage XXXVII. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard aanvragen en meldingen)
Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/digitaal-stelsel/technisch-aansluiten/koppelvlakken/vergunningen/standaard/
Bijlage XXXVIII
[Vervallen]
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5.41a. (NEN 1594)
Bij de toepassing van NEN 1594 is de derde alinea van onderdeel 4.2.2.2 van NEN 1594 niet van toepassing op een brandslangaansluiting in de eerste ruimte als bedoeld in artikel 4.221, vijfde en zesde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Afdeling 5.3. Veiligheid
§ 5.1.6. Bepalen milieubelasting en soepelere milieuprestatie-eis
§ 5.4.1. Algemene bepalingen
§ 5.4.2. Bescherming tegen geluid van buiten
§ 5.2.3. Nieuwbouw
§ 5.4.4. Geluidhinder bouw- en sloopwerkzaamheden
Afdeling 5.5. Onderzoek naar de staat van een bouwwerk
Afdeling 5.6. Periodieke beoordeling van de constructieve veiligheid van een bouwwerk
Hoofdstuk 6. Meet- en rekenregels decentraal gereguleerde activiteiten
Afdeling 6.2. Meet- en rekenregels activiteiten waarover in omgevingsplannen regels zijn gesteld
§ 5.4.3. Bescherming tegen geluid van installaties
§ 5.4.2. Bescherming tegen geluid van buiten
Afdeling 5.5. Onderzoek naar de staat van een bouwwerk
Hoofdstuk 7. Gegevens en bescheiden
Afdeling 7.2. Aanvraag omgevingsvergunningen
§ 7.2.2. Bouwactiviteiten
§ 7.2.2.1. Algemeen
§ 6.2.2.1. Meetmethoden afvalwater
§ 7.2.2.3. Tekeningen en berekeningen
§ 7.2.3. Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten
§ 7.2.3.2. Lozen op een zuiveringtechnisch werk
§ 7.2.3.3. Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen
§ 7.2.3.4. Complexe bedrijven
§ 7.2.3.5. Nutssector en industrie
§ 7.2.3.6. Afvalbeheer
§ 7.2.3.8. Dienstverlening, onderwijs en zorg
§ 7.2.3.12. Defensie
§ 7.2.4. Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk
§ 7.2.4.2. Bouwwerken, werken en objecten
§ 7.2.5. Activiteiten in de Noordzee
§ 7.2.3.9. Transport, logistiek en ondersteuning daarvan
§ 7.2.4.5a. Mijnbouwlocatieactiviteiten
§ 7.2.3.11. Mijnbouw
§ 7.2.3.10. Sport en recreatie
§ 7.2.6. Activiteiten rond rijkswegen
§ 7.2.8a. Activiteiten die de natuur betreffen
§ 7.2.5.4. Beperkingengebiedactiviteiten bij installaties in zee
§ 7.2.5.6. Telen en kweken in een oppervlaktewaterlichaam
§ 7.2.5.8. Stortingsactiviteiten op zee
§ 7.2.5.9. Mijnbouwlocatieactiviteiten
Afdeling 7.3. Aanvraag gedoogplichtbeschikking
Afdeling 7.4. Aanvraag onteigeningsbeschikking
Afdeling 7.5. Andere gegevensverstrekkingen
§ 7.5.2. Maatwerkvoorschrift en gelijkwaardige maatregel
§ 7.3.3. Gedoogplicht archeologisch onderzoek
§ 7.2.9. Rijksmonumentenactiviteit
Hoofdstuk 8. Instructieregels over programma’s, omgevingsplannen, waterschapsverordeningen en omgevingsverordeningen
Afdeling 8.1. Programma’s
Afdeling 7.4. Aanvraag onteigeningsbeschikking
§ 7.2.9. Rijksmonumentenactiviteit
§ 7.4.2. Onteigeningsbeschikking
§ 7.5.4. Etiketten cites-uitvoeringsverordening
§ 8.2.3.1.1. Luchtkwaliteit: wegen
§ 8.2.3.1.2. Luchtkwaliteit: milieubelastende activiteiten
§ 8.2.3.3. Trillingen
§ 8.2.3.3a. Bodem
§ 8.2.3.1.2. Luchtkwaliteit: milieubelastende activiteiten
Hoofdstuk 9. Omgevingsvergunningen
Afdeling 9.1. Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteit
Afdeling 9.2. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – minder strenge emissiegrenswaarden
Afdeling 9.3. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit - bodembescherming stortplaatsen, anders dan voor alleen baggerspecie op land
Afdeling 9.2. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – minder strenge emissiegrenswaarden
Afdeling 9.5. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – winningsafvalvoorzieningen
Afdeling 9.6. Specifieke voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib
Afdeling 9.7. Modellen omgevingsvergunning
§ 9.7.1. Modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit
Hoofdstuk 9. Omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 12. Monitoring en informatie
Afdeling 12.1. Waarborgen van de veiligheid
§ 9.7.1. Modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit
Afdeling 9.3. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit - bodembescherming stortplaatsen, anders dan voor alleen baggerspecie op land
§ 12.2.1. Kwaliteit van de buitenlucht
§ 12.2.1.1. Monitoring luchtkwaliteit
§ 12.2.1.2. Monitoring door meten
§ 12.2.1.3. Monitoring door berekening
§ 12.2.1.4. Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden
§ 12.2.2. Zwemwaterkwaliteit
§ 12.2.1.2. Monitoring door meten
§ 12.2.3. Geluid
§ 12.2.3.2.2. Geluidbelastingkaarten voor agglomeraties
§ 12.2.3.2.3. Geluidbelastingkaarten voor belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens
Afdeling 12.2a. Natuur
Afdeling 12.3. Evaluatie
Hoofdstuk 14. Financiële bepalingen
Afdeling 14.1. Rijksleges
§ 14.1.1. Algemene bepalingen
§ 14.1.2. Bouwactiviteiten
§ 14.1.3. Omgevingsplanactiviteiten
§ 14.1.4. Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten
§ 14.1.5. Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk
§ 14.1.6. Activiteiten in de Noordzee
§ 14.1.10. Activiteiten die de natuur betreffen
§ 14.1.5. Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk
Hoofdstuk 15. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden
Afdeling 15.3. Alarmeringswaarden
§ 14.1.5. Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk
§ 14.1.6. Activiteiten in de Noordzee
§ 14.1.7. Activiteiten rond rijkswegen
Afdeling 16.1. Inrichting en beheer landelijke voorziening
Afdeling 16.2a. Omgevingsdocumenten
Afdeling 16.3. Standaarden voor informatie-uitwisseling
Afdeling 16.4. Verantwoordelijkheden bij verwerking persoonsgegevens in samenwerkfunctionaliteit
Hoofdstuk 16. Digitaal stelsel Omgevingswet
Hoofdstuk 17a. AERIUS Register
Hoofdstuk 17a. AERIUS Register
Bijlage IVc. bij artikel 3.5 van deze regeling (rekenmethode geluidaandachtsgebied)
Bijlage II. bij artikel 1.4 van deze regeling (uitgaven en verwijzingen)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)