Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 1926
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Code Omschrijving aanvullende techniek Nummer systeembeschrijving Omgevingswet Toepasbaar bij code Reductiepercentage Reductiepercentage Reductiepercentage Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving Omgevingswet
Code Omschrijving aanvullende techniek Nummer systeembeschrijving Omgevingswet Toepasbaar bij code Ammoniak Geur PM10 Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving Omgevingswet
LW Luchtwassystemen
LW1 Enkelvoudige biologische luchtwassystemen
LW1.1 Biologisch luchtwassysteem OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 70% 45% 75%
LW1.1 Biologisch luchtwassysteem OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 HC 67% 43% 71% OW 2017.07
LW1.1 Biologisch luchtwassysteem OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 HK 70% - -
LW1.2 Biologisch luchtwassysteem OW 2008.05.V1, OW 2011.12.V1 HA3, HD 70% 45% 75%
LW1.2 Biologisch luchtwassysteem OW 2008.05.V1, OW 2011.12.V1 HC 67% 43% 71% OW 2017.07
LW1.3 Biologisch luchtwassysteem OW 2004.01.V1, OW 2008.01.V1, OW 2008.02.V1, OW 2008.03.V1, OW 2008.04.V1, OW 2008.12.V1, OW 2009.20.V1, OW 2009.21.V1 HA3, HD 70% 45% 60%
LW1.3 Biologisch luchtwassysteem OW 2004.01.V1, OW 2008.01.V1, OW 2008.02.V1, OW 2008.03.V1, OW 2008.04.V1, OW 2008.12.V1, OW 2009.20.V1, OW 2009.21.V1 HC 67% 43% 57% OW 2017.07
LW1.4 Biologisch luchtwassysteem OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 70% 45% 60%
LW1.4 Biologisch luchtwassysteem OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 HC 67% 43% 57% OW 2017.07
LW1.4 Biologisch luchtwassysteem OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 HK 70% - -
LW1.5 Biologisch luchtwassysteem OW 2012.07.V1 HA3, HD 85% 45% 60%
LW1.5 Biologisch luchtwassysteem OW 2012.07.V1 HC 81% 43% 57% OW 2017.07
LW1.6 Biofilter OW 2011.03.V1 HE, HF, HG, HH1, HH2.1 70% 45% 80%
LW1.7 Biofilter waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 20 juli 2025 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 20 juli 2025. OW 2020.06.V1 HD 70% 45% 80%
LW2 Enkelvoudige chemische luchtwassystemen
LW2.1 Chemisch luchtwassysteem OW 2001.31.V1, OW 2007.06.V1 HE1.1.2.1 90% 30% 35%
LW2.2 Chemisch luchtwassysteem OW 2001.32.V1, OW 2007.07.V1 HE1.1.2.2 90% 30% 35%
LW2.3 Chemisch luchtwassysteem OW 2004.02.V1, OW 2006.04.V1, OW 2006.05.V1, OW 2008.07.V1, OW 2009.01.V1, OW 2010.25.V1, OW 2011.14.V1 HA3, HD 70% 30% 35%
LW2.3 Chemisch luchtwassysteem OW 2004.02.V1, OW 2006.04.V1, OW 2006.05.V1, OW 2008.07.V1, OW 2009.01.V1, OW 2010.25.V1, OW 2011.14.V1 HC 67% 29% 33% OW 2017.07
LW2.4 Chemisch luchtwassysteem OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 70% 30% 35%
LW2.4 Chemisch luchtwassysteem OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 HC 67% 29% 33% OW 2017.07
LW2.4 Chemisch luchtwassysteem OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 HK 70% - -
LW2.5 Chemisch luchtwassysteem OW 2007.05.V1 HA3, HD 95% 30% 35%
LW2.5 Chemisch luchtwassysteem OW 2007.05.V1 HC 90% 29% 33% OW 2017.07
LW2.5 Chemisch luchtwassysteem OW 2007.05.V1 HE1, HF, HG, HH1, HH2.1 90% 40% 35%
LW2.5 Chemisch luchtwassysteem OW 2007.05.V1 HK 90% - -
LW2.6 Chemisch luchtwassysteem OW 2008.08.V1 HA3, HD 95% 30% 35%
LW2.6 Chemisch luchtwassysteem OW 2008.08.V1 HC 90% 29% 33% OW 2017.07
LW2.6 Chemisch luchtwassysteem OW 2008.08.V1 HE1, HF, HG, HH1, HH2.1 90% 30% 35%
LW2.6 Chemisch luchtwassysteem OW 2008.08.V1 HK 90% - -
LW2.7 Chemisch luchtwassysteem OW 2008.09.V1, OW 2010.26.V1 HA3, HD 95% 30% 35%
LW2.7 Chemisch luchtwassysteem OW 2008.09.V1, OW 2010.26.V1 HC 90% 29% 33% OW 2017.07
LW2.8 Chemisch luchtwassysteem OW 2013.08.V1 HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 90% 30% 35%
LW2.8 Chemisch luchtwassysteem OW 2013.08.V1 HC 86% 29% 33% OW 2017.07
LW2.8 Chemisch luchtwassysteem OW 2013.08.V1 HK 90% - -
LW2.9 Chemisch luchtwassysteem OW 2021.03.V1 HE1, HE2, HE3, HE4, HG1, HG2, HG3, HH1 70% 30% 70%
LW2.10 Chemisch luchtwassysteem OW 2021.04.V1 HE5, HF1, HG4, HH2.1 70% 30% 70%
LW3 Water luchtwassystemen
LW3.1 Water luchtwassysteem OW 2009.19.V1 HE1, HE2, HE3, HE4, HE5, HF1, HG1, HG2, HG3, HG4, HH1, HH2.1 0% 0% 33%
LW4 Meervoudige luchtwassystemen
LW4.1 Biologische luchtwassysteem met watergordijn OW 2007.02.V1, OW 2009.12.V1, OW 2010.02.V1 HA3, HD 85% 45% 80%
LW4.1 Biologische luchtwassysteem met watergordijn OW 2007.02.V1, OW 2009.12.V1, OW 2010.02.V1 HC 81% 43% 76% OW 2017.07.V1
LW4.2 Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie OW 2011.07.V1 HA3, HD 85% 45% 80%
LW4.2 Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie OW 2011.07.V1 HC 81% 43% 76% OW 2017.07.V1
LW4.3 Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter OW 2011.08.V1 HA3, HD 90% 45% 80%
LW4.3 Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter OW 2011.08.V1 HC 86% 43% 76% OW 2017.07.V1
LW4.4 Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem OW 2006.14.V1 HA3, HD 85% 30% 80%
LW4.4 Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem OW 2006.14.V1 HC 81% 29% 76% OW 2017.07.V1
LW4.5 Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter OW 2006.15.V1 HA3, HD 70% 30% 80%
LW4.5 Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter OW 2006.15.V1 HC 67% 29% 76% OW 2017.07.V1
LW4.6 Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter OW 2007.01.V1 HA3, HD 85% 30% 80%
LW4.6 Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter OW 2007.01.V1 HC 81% 29% 76% OW 2017.07.V1
AR Aanvullende technieken rundvee
AR1 Beweiden
AR1.1 Beweiden HA1 0% 0% 20%
AV Aanvullende technieken varkens
AV1 Schuine wanden in mestkanaal
AV1.1 Schuine wanden in mestkanaal OW 2016.01.V1 HD1.100 40% 0% 0%
AV1.2 Schuine wanden in mestkanaal OW 2016.02.V1 HD2.100, HD5.100 15% 0% 0%
AV1.3 Schuine wanden in mestkanaal OW 2016.03.V1 HD3.100, HD3.101 20% 0% 0%
AV100 Overige technieken varkens
AV100.1 Drijvende ballen in mest OW 2010.01.V1 HD 29% 0% 0%
AP Aanvullende technieken pluimvee
AP1 Oliefilm
AP1.1 Oliefilm met drukleidingen OW 2009.17.V1 HE3, HE5, HF1, HG4 0% 0% 54%
AP1.2 Oliefilm met sproeikoppen OW 2015.01.V1 HE1.3, HE2.3, HE4.2 0% 0% 15%
AP1.3 Oliefilm met robot OW 2015.02.V1 HE1.2.1, HE1.100, HE2.2, HE2.100, HE4.3, HE4.4, HE4.5, HE4.100 0% 0% 30%
AP2 Ionisatie
AP2.1 Ionisatie met negatieve coronadraden OW 2009.18.V1 HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 0% 0% 49%
AP2.2 Ionisatiefilter OW 2011.01.V1 HE1, HE2, HE3, HE4, HE5, HF1, HG1, HG2, HG3, HG4, HH1, HH2.1 0% 0% 57%
AP2.3 Ionisatie met koolstofborsteltjes OW 2020.03.V1 HE, HF, HG 0% 0% 31%
AP2.4 Ionisatie met negatieve coronadraden (prikkeldraad) OW 2020.04.V1 HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 0% 0% 52%
AP2.5 Ionisatie-units met ingebouwde coronadraden en ingebouwd collectoroppervlak OW 2020.05.V1 HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 0% 0% 16%
AP3 Mestdrogen
AP3.1 Droogtunnel met geperforeerde banden OW 2005.06.V1 HE1, HE2 0% 0% 30%
AP3.2 Droogtunnel met geperforeerde metalen platen OW 2007.09.V1 HE1, HE2 0% 0% 55%
AP3.3 Mestdroogsysteem met geperforeerde doek OW 2001.36.V1 HE1, HE2, HE4, HE5 0% 0% 55%
AP4 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2009.02.V1 HE5.4 10% 10% 10%
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2009.03.V1 HE5.5 10% 10% 10%
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2009.04.V1 HE5.6 10% 10% 10%
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2009.15.V1 HE5.7 10% 10% 10%
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2017.08.V1 HE5.8 10% 10% 10%
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2017.09.V1 HE5.10 0% 10% 10%
AP4.1 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen OW 2009.08.V1 HE5.100 10% 10% 10%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2009.05.V1 HE5.4 15% 20% 23%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2009.06.V1 HE5.5 10% 20% 23%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2009.07.V1 HE5.6 25% 20% 23%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2009.16.V1 HE5.7 15% 20% 23%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2017.10.V1 HE5.8 10% 20% 23%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2017.11.V1 HE5.10 0% 20% 23%
AP4.2 Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen OW 2009.09.V1 HE5.100 25% 20% 23%
AP100 Overige technieken pluimvee
AP100.1 Droogfilterwand OW 2010.29.V1 HE, HF, HG, HH1, HH2.1 0% 0% 40%
AP100.2 Strooiselschuif OW 2017.02.V1 HE2.3 20% 0% 20%
AP100.3 Luchtconditioneringsunit OW 2020.01.V1 HE, HF, HG, HH1, HH2.1 0% 0% 80%
AP100.4 Warmtewisselaar; 1–95% reductie PM10 OW 2021.01.V1 HE, HF, HG, HH1, HH2.1 0% 0% 1–95%
AP100.5 Stoffilter met 99% verwijdering PM10 OW 2021.02.V1 HE, HF, HG, HH1, HH2.1 0% 0% 1–95%

Bijlage IVj. bij artikel 3.29 van deze regeling (maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen rijksinfrastructuur)

In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidgevoelig gebouw naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.

Omschrijving bronmaatregel Randvoorwaarden Maatregelpunten
Weg Weg Weg
2-laags zeer open asfaltbeton – Voldoende verkeersintensiteit. – Geen wringend of remmend verkeer – Snelheid meer dan 70 km/u. 22 per 10 m2
Dunne deklaag – Niet op kruisingen met afslaand verkeer, rotondes of verkeerspleinen 9 per 10 m2
Spoorweg Spoorweg Spoorweg
Raildemper – Niet tegen wissels of voegen – Bij houten dwarsliggers als instemming is verkregen van de beheerder – De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 m per spoor – Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het geluidgevoelige cluster, bedoeld in artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidgevoelige gebouw dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze eis kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken 29 per m enkel spoor
Omschrijving overdrachtsmaatregel Randvoorwaarden Maatregelpunten
--- --- ---
Weg Weg Weg
Geluidscherm Per strekkende meter bij een hoogte van:
Geluidscherm 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m
Geluidwal – Ruimtebeslag – Grondgesteldheid Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm
Middenbermscherm Per strekkende meter bij een hoogte van:
Middenbermscherm 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m
Schermtop (T-top) – Op bestaand scherm passend – Passend in het profiel Per strekkende meter:
Spoorweg Spoorweg Spoorweg
Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) Per strekkende meter bij een hoogte van:
Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m
Geluidwal – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm
Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) – Niet bij wissels Per strekkende meter bij een hoogte van:
Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) – Niet bij wissels 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m
Aanpassen en vervangen van een spoorbrug

EHeatingSystem = (EH – EH;WKK) / QH;nd;

De waarde voor de energieprestatie wordt voor ieder verwarmingssysteem bepaald volgens de volgende formule:

waarin:

Bijlage IX. bij artikel 5.11, vierde lid van deze regeling (klassenindeling energielabel woningen)

Letter of lettercombinatie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
A++++ Kleiner of gelijk aan 0,00
A+++ 0,01 t/m 50,00
A++ 50,01 t/m 75,00
A+ 75,01 t/m 105,00
A 105,01 t/m 160,00
B 160,01 t/m 190,00
C 190,01 t/m 250,00
D 250,01 t/m 290,00
E 290,01 t/m 335,00
F 335,01 t/m 380,00
G Groter dan 380,00

Bijlage X. bij artikel 5.12, vierde lid, van deze regeling (klassenindeling energielabel utiliteitsgebouwen

1. kantoor 2. bijeenkomst zonder kinderdagverblijf 3. bijeenkomst met kinderdagverblijf 4. onderwijs 5. zorg zonder bed
Letter of lettercombinatie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
A+++++ Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00
A++++ 0,01 t/m 40,00 0,01 t/m 50,00 0,01 t/m 55,00 0,01 t/m 50,00 0,01 t/m 45,00
A+++ 40,01 t/m 80,00 50,01 t/m 100,00 55,01 t/m 110,00 50,01 t/m 100,00 45,01 t/m 90,00
A++ 80,01 t/m 120,00 100,01 t/m 150,00 110,01 t/m 165,00 100,01 t/m 150,00 90,01 t/m 135,00
A+ 120,01 t/m 160,00 150,01 t/m 200,00 165,01 t/m 220,00 150,01 t/m 200,00 135,01 t/m 180,00
A 160,01 t/m 180,00 200,01 t/m 230,00 220,01 t/m 265,00 200,01 t/m 235,00 180,01 t/m 210,00
B 180,01 t/m 200,00 230,01 t/m 255,00 265,01 t/m 290,00 235,01 t/m 260,00 210,01 t/m 230,00
C 200,01 t/m 225,00 255,01 t/m 285,00 290,01 t/m 330,00 260,01 t/m 295,00 230,01 t/m 260,00
D 225,01 t/m 250,00 285,01 t/m 320,00 330,01 t/m 365,00 295,01 t/m 330,00 260,01 t/m 295,00
E 250,01 t/m 275,00 320,01 t/m 355,00 365,01 t/m 405,00 330,01 t/m 360,00 295,01 t/m 325,00
F 275,01 t/m 300,00 355,01 t/m 385,00 405,01 t/m 445,00 360,01 t/m 395,00 325,01 t/m 355,00
G Groter dan 300,00 Groter dan 385,00 Groter dan 445,00 Groter dan 395,00 Groter dan 355,00
6. zorg met bed 7. winkel 8. sport 9. logies 10. cel
--- --- --- --- --- ---
Letter of lettercombinatie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
A+++++ Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00
A++++ 0,01 t/m 90,00 0,01 t/m 60,00 0,01 t/m 35,00 0,01 t/m 50,00 0,01 t/m 60,00
A+++ 90,01 t/m 180,00 60,01 t/m 120,00 35,01 t/m 70,00 50,01 t/m 100,00 60,01 t/m 120,00
A++ 180,01 t/m 270,00 120,01 t/m 180,00 70,01 t/m 105,00 100,01 t/m 150,00 120,01 t/m 180,00
A+ 270,01 t/m 360,00 180,01 t/m 240,00 105,01 t/m 140,00 150,01 t/m 200,00 180,01 t/m 240,00
A 360,01 t/m 430,00 240,01 t/m 285,00 140,01 t/m 155,00 200,01 t/m 230,00 240,01 t/m 300,00
B 430,01 t/m 470,00 285,01 t/m 315,00 155,01 t/m 170,00 230,01 t/m 255,00 300,01 t/m 330,00
C 470,01 t/m 530,00 315,01 t/m 355,00 170,01 t/m 195,00 255,01 t/m 285,00 330,01 t/m 370,00
D 530,01 t/m 595,00 355,01 t/m 395,00 195,01 t/m 215,00 285,01 t/m 320,00 370,01 t/m 415,00
E 595,01 t/m 655,00 395,01 t/m 435,00 215,01 t/m 240,00 320,01 t/m 355,00 415,01 t/m 455,00
F 655,01 t/m 715,00 435,01 t/m 475,00 240,01 t/m 260,00 355,01 t/m 385,00 455,01 t/m 500,00
G Groter dan 715,00 Groter dan 475,00 Groter dan 260,00 Groter dan 385,00 Groter dan 500,00

Bijlage XI. bij artikel 5.18, tweede lid, van deze regeling (keuring airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen)

De waarde voor de energieprestatie wordt voor ieder koelsysteem bepaald volgens de volgende formule:

Bijlage IXa. Bij artikel 5.11, vijfde lid van deze regeling (aanduiding a0 woningen)

Gebruiksfunctie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
Woongebouw 45
Woonwagen 54
Drijvend bouwwerk na 2018 45
Drijvend bouwwerk andere ligplaats 63
Andere woonfunctie 27
Logiesfunctie niet in logiesgebouw 36

Categorie : Energiebeheersysteem

Bijlage XIV. bij artikel 5.29 van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen)

Inhoudsopgave

Onderdeel Code Categorie Code Categorie Omschrijving (onderwerp)
G A Energiebeheersysteem
G B Isolatie van de schil
G C Ruimteverwarming
G D Ruimteventilatie
G E Warm tapwater
G F Binnenverlichting
G G Buitenverlichting
G H Zonnepanelen

Onderdeel 3 Gebouwen:

Categorie: Energiebeheersysteem

Onderwerp Energiebeheersysteem
Nummer maatregel GA1
Toe te passen maatregel Pas een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie toe, waarbij gas- en warmte- (per uur) en elektragebruik (per kwartier) van het gebouw wordt geregistreerd. Voor het beheren van het gas-, elektriciteits- en warmtegebruik is een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie (voor inzicht in het energiegebruik per uur, dag, maand en jaar) een belangrijk middel. Door de geregistreerde data minimaal halfjaarlijks te controleren en instellingen zo nodig aan te passen, kan hiermee een optimale energiezuinige in- en afstelling van klimaatinstallaties worden geborgd.
Huidige situatie Er is geen energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie aanwezig, waarmee het gebruik van gas, warmte en elektriciteit wordt gemonitord.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Analyseer de gemonitorde data eenmaal aan het begin van het stookseizoen en eenmaal direct na het stookseizoen en stel de energiegebruikers zo optimaal mogelijk in. Wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor het optimaliseren van de instellingen van de energiegebruikers.

Categorie: Isolatie van de schil

Onderwerp Isolatie van de schil
Nummer maatregel GB1
Toe te passen maatregel Isoleer spouwmuren van gebouwen door het aanbrengen van isolatie in spouwmuren wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Voor het aanbrengen van spouwisolatie kunnen beperkingen van toepassing zijn door de aanwezigheid van bijvoorbeeld dampdichte lagen aan de buitenzijde, een waterdoorlatende buitenmuur of de aanwezigheid van niet verwijderbare vervuiling in de spouw. Win voor het aanbrengen van spouwisolatie eerst deskundig advies in over de mogelijkheden in uw situatie.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde spouwmuren aanwezig met een spouwbreedte van ten minste 5 cm en het gebouw wordt verwarmd (tot ten minste 18 °C ).
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden Er is geen steiger nodig voor het aanbrengen van de isolatie. Er is in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving geen nieuw onderzoek naar nestelplaatsen van beschermde diersoorten (zoals vleermuizen) nodig. De maatregel is niet van toepassing in winkels en in andere gebouwen die slechts beperkt bijverwarmd hoeven te worden (bijvoorbeeld omdat er veel warmte vrijkomt van aanwezige processen en/of apparatuur) Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB2
Toe te passen maatregel Isoleer platte daken (bovenop de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 2,1 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Dit kan worden aangebracht bovenop de dakbedekking (omgekeerd dak).
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden Het dak heeft voldoende draagkracht voor het isolatiemateriaal en de benodigde ballast. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB3
Toe te passen maatregel Pas een automatisch sluitmechanisme toe bij overheaddeuren. Door het toepassen van een automatisch sluitmechanisme bij een overheaddeur sluit deze zodra iemand de deur is gepasseerd . Dit voorkomt warmteverlies, doordat de deur een kortere tijd openstaat.
Huidige situatie Er is een overheaddeur aanwezig zonder automatisch sluitmechanisme die gemiddeld ten minste 1 uur per dag open staat. De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. Stel de sensor goed in en zorg er daarbij voor dat de deur niet te snel (automatisch) open gaat.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB4
Toe te passen maatregel Isoleer platte daken (onder de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 3,7 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Breng de isolatie aan onder de dakbedekking en boven de dakconstructie (warm dak) op het moment dat de dakbedekking aan vervanging toe is. Doe dit zo nodig in combinatie met een dampremmende laag.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Niet van toepassing
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB5
Toe te passen maatregel Vervang in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt.
Huidige situatie Er zijn kozijnen of ramen met enkelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB6
Toe te passen maatregel Vervang in bestaande kozijnen en ramen dubbelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het dubbel glas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt.
Huidige situatie Er zijn kozijnen of ramen met dubbelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 18 °C).
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB7
Toe te passen maatregel Gebruik opblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking. Door een afsluitvoorziening met opblaasbare luchtkussens te plaatsen bij een docking voor vrachtwagens wordt het warmteverlies beperkt.
Huidige situatie Er zijn dockings voor vrachtwagens aanwezig met of zonder flappen en zonder opblaasbare luchtkussens.
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: de docking wordt gemiddeld genomen ten minste 10 u/wk gebruikt voor het laden en of lossen.
Technische randvoorwaarden De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB8
Toe te passen maatregel Plaats een loopdeur in overheaddeuren. Door het plaatsen van overheaddeuren met een loopdeur voor personen wordt warmteverlies voorkomen, omdat de gehele deur dan minder vaak open gaat.
Huidige situatie Er is een overheaddeur in een matig verwarmde ruimte (ten minste 15 °C) aanwezig zonder aparte loopdeur of naastgelegen deur en deze wordt gebruikt voor personentoegang.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden De ruimte wordt ten minste matig verwarmd (15°C of hoger).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.

Categorie: Ruimteverwarming

Onderwerp Ruimteverwarming
Nummer maatregel GC1
Toe te passen maatregel Pas een klokregeling toe en regel deze in. Pas voor het centrale verwarmingssysteem een klokregeling of klokthermostaat toe en regel deze zo in dat de werkelijke gebruikstijden zo nauw mogelijk worden gevolgd. Dit voorkomt energiegebruik buiten bedrijfstijd.
Huidige situatie Er is een verwarmingssysteem aanwezig waarbij automatische regeling voor verlaging van de temperatuur in de nacht, het weekend en/of de vakanties ontbreekt.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het verwarmingssysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw. Regel naast de gebruikelijke openingstijden van het pand ook de vakanties in. Voor deze controle kan gebruik worden gemaakt van de data uit het energiebeheersysteem.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC2
Toe te passen maatregel Pas naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp toe. Door naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische lucht/water warmtepomp toe te passen kan een groot gedeelte van het jaar de warmte uit de buitenlucht en/of ventilatielucht worden onttrokken voor de warmteopwekking. De warmteopwekking is met gebruik van deze zogenoemde hybride warmtepomp efficiënter dan met een verwarmingsketel.
Huidige situatie Er is een verwarmingsketel aanwezig met een vermogen van ten minste 70 kW en een afgiftesysteem via radiatoren, convectoren en/of vloerverwarming. Het gebouw wordt verwarmd tot ten minste 18 °C. Het gebouw voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit van 1 oktober 1992. Vanaf dit moment hebben gebouwen dubbelglas en geldt voor de isolatie van vloer, gevel en dak een Rc-waarde van ten minste 2,5 m2K/W.
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van de warmtepomp. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn en het functioneren van de regeling. Controleer minimaal jaarlijks de effectieve en efficiënte werking van de warmtepomp.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC3
Toe te passen maatregel Pas een weersafhankelijke regeling toe. Gebruik voor de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater een automatische regeling op basis van de buitentemperatuur. Hierdoor kan de warmte uit het rookgas teruggewonnen worden en krijgt de verwarmingsketel een hogere efficiëntie. Ook zijn de verliezen in het distributiesysteem kleiner.
Huidige situatie Er is een verwarmingsketel aanwezig in een verwamd gebouw (ten minste 18 °C) en de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater wordt niet geregeld op basis van de buitentemperatuur.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Bij een gecombineerd opweksysteem voor verwarming en warm tapwater is het technisch mogelijk om het tapwater in een aparte groep tot ten minste 65 °C te verwarmen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC4
Toe te passen maatregel Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes. Door het toepassen van buisisolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W om de verwarmingsleidingen en appendages wordt het warmteverlies in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes, beperkt.
Huidige situatie Er ontbreekt isolatie om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes. Zorg dat het isolatiemateriaal goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC5
Toe te passen maatregel Isoleer ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes. Door het toepassen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 0,7 m2K/W om de ventilatiekanalen wordt het warmteverlies in onverwarmde ruimtes beperkt.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes (ten hoogste 14 °C in het stookseizoen) aanwezig. De ventilatiekanalen zijn aangesloten op een luchtbehandelingskast.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond de ventilatiekanalen, zorg dat het goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC6
Toe te passen maatregel Pas een individuele regeling van de temperatuur per ruimte toe. Door per ruimte een individuele (na)regeling van de temperatuur met een thermostatische radiatorkraan of andere temperatuurregeling toe te passen, hoeft deze niet onnodig te worden verwarmd.
Huidige situatie Er zijn radiatoren of convectoren aanwezig in een verwarmde ruimte, maar de temperatuur van de ruimte is niet apart (na) te regelen met een lokale regeling of thermostatische radiatorkranen.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van de individuele regeling en/of de stand van de themostatische radiatorkranen.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC7
Toe te passen maatregel Pas frequentiegeregelde circulatiepompen toe. Door toepassing van frequentiegeregelde circulatiepompen in het verwarmingssysteem kan het debiet worden aangepast aan de warmtevraag, waardoor de pomp efficiënter werkt. Pas de frequentiegeregelde pompen toe op zowel bij de hoofdcirculatiepomp als bij de groepenpompen.
Huidige situatie Er is een centraal verwarmingssysteem aanwezig waarbij de circulatiepompen niet zijn voorzien van een frequentieregeling.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het verwarmingssysteem laat een variabel debiet toe.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer de instellingen van pompen en controleer of het afgiftesysteem nog goed werkt.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC8
Toe te passen maatregel Vervang direct gestookte gasheaters in bedrijfshallen door directgestookte HR-gasheaters. Door in bedrijfshallen een directgestookte conventionele gasheater te vervangen door een directgestookt hoog rendement (HR) toestel wordt energie bespaard.
Huidige situatie De bedrijfshal wordt met een of meer directgestookte gasheaters matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 1.000.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden In de ruimte is een rioolaansluiting aanwezig voor het aansluiten van de condensafvoer(en).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de temperatuurinstellingen van de regeling en onderhoud de gasheater volgens leveranciersvoorschriften.

Categorie: Ruimteventilatie

Onderwerp Ruimteventilatie
Nummer maatregel GD1
Toe te passen maatregel Pas een klokregeling toe op het ventilatiesysteem. Door het ventilatiesysteem van een gebouw te voorzien van een klokregeling kan deze buiten bedrijfstijden uit of naar een veel lager debiet worden gezet. Er geldt hier een dubbel besparingseffect. De ventilatoren maken minder draaiuren en doordat er minder luchtverversing is, verdwijnt er ook minder verwarmde, gekoelde en/of bevochtigde lucht uit het gebouw. In de zomerperiode kan de klokregeling worden benut om juist in de nachturen met koele buitenlucht te ventileren, waardoor overdag minder koeling nodig is.
Huidige situatie Er is een ventilatiesysteem aanwezig waarbij geen sturing op basis van ingestelde tijden wordt toegepast.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon. Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het ventilatiesysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD2
Toe te passen maatregel Pas warmteterugwinning toe op een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer. Door in een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer warmteterugwinning met een twincoilsysteem toe te passen worden warmteverliezen door ventilatie beperkt. Er zijn verschillende systemen op de markt zoals een kruisstroomwisselaar, een warmtewiel of een twincoilsysteem. Welk systeem het beste kan worden toegepast is afhankelijk het aanwezige ventilatiesysteem en de beschikbare ruimte.
Huidige situatie Er is een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer aanwezig zonder warmteterugwinning.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het twincoilsysteem is inpasbaar in de luchtbehandelingskast of de luchtkanalen. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD3
Toe te passen maatregel Vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE1-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er is een ventilator met efficiëntieklasse IE1 of lager aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er geen IE-klasse of dat er klasse IE1 op het typeplaatje van de motor staat.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.700 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD4
Toe te passen maatregel Vervang indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) neemt de efficiëntie van de ventilatoren toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 2.900 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD5
Toe te passen maatregel Vervang indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD6
Toe te passen maatregel Vervang indirect gedreven IE3 slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE3-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD7
Toe te passen maatregel Vervang ventilatoren van klasse IE2 of IE3 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE2 of IE3-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er is een ventilator met efficiëntieklasse IE2 of IE3 aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er klasse IE2 of IE3 op het typeplaatje van de motor staat.
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: bij meer dan 1.000 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.

Categorie: Warm tapwater

Onderwerp Warm tapwater
Nummer maatregel GE1
Toe te passen maatregel Isoleer warmwaterleidingen en appendages. Met het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W rondom de circulatieleidingen en appendages van het warme tapwater wordt warmteverlies tegengegaan. Isoleer alleen de circulatieleidingen. De uittapleidingen van het tapwater mogen vanwege de kans op legionella niet worden geïsoleerd.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages voor transport van warm tapwater aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden De leidingen zijn goed bereikbaar.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages en herstel deze bij eventuele schade.
Onderwerp Warm tapwater
--- ---
Nummer maatregel GE2
Toe te passen maatregel Gebruik waterbesparende douchekoppen. Door in douches waterbesparende douchekoppen toe te passen wordt er minder warm tapwater gebruikt.
Huidige situatie De douches hebben geen waterbesparende douchekop.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week.
Technische randvoorwaarden Door toepassing van de waterbesparende douchekop komt het tapdebiet bij systemen zonder voorraadvat niet onder de tapdrempel van het tapwatertoestel.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties.
Onderwerp Warm tapwater
--- ---
Nummer maatregel GE3
Toe te passen maatregel Vervang bij een indirect verwarmd voorraadvat de bestaande ketel door een HR-ketel. Door in een warm tapwatersysteem met een indirect verwarmd voorraadvat een hoogrendementsketel (HR) toe te passen in plaats van een verbeterd rendementsketel of conventionele ketel wordt het warm tapwater energiezuiniger opgewekt.
Huidige situatie Er is een hoge tapwatervraag voor onder meer douchen en dit warm tapwater wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en opgeslagen in een buffervat.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties.

Categorie: Binnenverlichting

Onderwerp Binnenverlichting
Nummer maatregel GF1
Toe te passen maatregel Pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt. Door gebruik van een regeling wordt het onnodig branden van verlichting buiten gebruikstijden voorkomen. Er zijn diverse regelingen die hiervoor kunnen worden toegepast, zoals aanwezigheidsdetectie per ruimte, een tijdgestuurde veegschakeling, een centrale regeling met overwerktimers of een regelbord bij de ingang van het gebouw.
Huidige situatie De verlichting brandt onnodig buiten gebruikstijden.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer dagelijks bij het verlaten van het pand of alle verlichting die uit kan ook is uitgezet.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF2
Toe te passen maatregel Vervang TL8-buizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL-buizen (TL8) in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. Soms moet ook de starter worden vervangen.
Huidige situatie Armaturen met TL8-buizen, met of zonder starter zijn aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 1.600 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor toepassing van LED-buizen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF3
Toe te passen maatregel Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL5-buizen in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende.
Huidige situatie Er zijn armaturen met TL5-buizen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 6.100 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor de toepassing van LED-buizen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF4
Toe te passen maatregel Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen. Door gloei-, halogeen- en spaarlampen in de bestaande armaturen te vervangen door LED-lampen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Armaturen met gloei-, halogeen- of spaarlampen zijn aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 600 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF5
Toe te passen maatregel Vervang gasontladingslampen door LED-lampen. Vervang gasontladingslampen in de armaturen door LED-lampen. Dit beperkt het energiegebruik.
Huidige situatie Er zijn armaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF6
Toe te passen maatregel Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door bij montagebalken en lichtlijnen de armaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn montagebalken of lichtlijnen met TL8-armaturen aanwezig. Dit kunnen zowel opbouwarmaturen als zwevende armaturen zijn.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.100 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF7
Toe te passen maatregel Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots. Door plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF8
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met spaarlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF9
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 1.100 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF10
Toe te passen maatregel Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots. Door spots met halogeenlampen te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn spots met halogeenlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 2.400 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF11
Toe te passen maatregel Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots. Door railspotarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard.
Huidige situatie Er zijn railspotarmaturen met halogeenlampen op een spannings/contactrail aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.200 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF12
Toe te passen maatregel Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots. Door railspots met gasontladingslampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard.
Huidige situatie Er zijn railspots met een van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 2.000 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF13
Toe te passen maatregel Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door pendelarmaturen en opbouwarmaturen ("high bay") met gasontladingslampen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn pendelarmaturen en opbouwarmaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF14
Toe te passen maatregel Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door de ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen, met of zonder starter aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF15
Toe te passen maatregel Vervang vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen. Door vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen te vervangen door vluchtwegsignaleringsarmaturen met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Niet van toepassing

Categorie: Buitenverlichting

Onderwerp Buitenverlichting
Nummer maatregel GG1
Toe te passen maatregel Vervang armaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen met TL8-buizen (die niet op een mast zitten) te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik verlaagd.
Huidige situatie Er zijn armaturen met TL8-buizen voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Buitenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GG2
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Buitenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GG3
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met spaarlampen voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Buitenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GG4
Toe te passen maatregel Vervang armaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen (die niet op een mast zitten) met gasontladingslampen (Kwiklampenkwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) door LED-armaturen te vervangen, wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn armaturen met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.

Categorie: Zonnepanelen

Onderwerp Zonnepanelen
Nummer maatregel GH1
Toe te passen maatregel Plaats zonnepanelen op het dak. Door de plaatsing van zonnepanelen wordt duurzame elektriciteit opgewekt. Daarmee wordt bespaard op de inkoop van elektriciteit via het elektriciteitsnet.
Huidige situatie Er is ten minste 2.000 m2 aan geschikt dakoppervlak beschikbaar voor het plaatsen van minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Er is sprake van een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het dak heeft voldoende vrije draagkracht voor de plaatsing van zonnepanelen en bijbehorende ballast. De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Het dak hoeft de komende 10 jaar niet te worden gerenoveerd. De verzekeraar gaat akkoord met plaatsen van de zonnepanelen zonder dat dit tot een significante prijsstijging van de verzekeringspremie leidt. Bij een installatie van 300 kWp kan alle opgewekte energie direct in het gebouw worden gebruikt. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak de zonnepanelen jaarlijks schoon. Controleer regelmatig of de verwachte productie gehaald wordt of laat dit monitoren.

Bijlage XV. bij de artikelen 4.14a, eerste lid, en 5.30, eerste lid van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)

2. Methode voor het bepalen van het CO2-reducerend effect

4. Afgifte condensorwarmte

2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties

Bijlage XV. bij de artikelen 4.14a, eerste lid, en 5.30, eerste lid van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)

7. Luchtfilters

3. Formule terugverdientijd

13. Alternatieven

2. Koude- en warmteopwekking

4. Afgifte condensorwarmte

Bijlage XVa. behorende bij de artikelen 4.14a, tweede lid, en 5.30, tweede lid, van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik voor de glastuinbouwsector)

3. Formule terugverdientijd

2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties

2.2. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in niet-standaardsituaties

3. Formule terugverdientijd

Bijlage XVb. behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)

5.2. Weergave energiegebruik inclusief energiebalans

5.2.2. Energiebalans

5.2.2. Energiebalans

5.4. Analyse en conclusie energie- en warmtegebruik

9. Overzicht van de maatregelen die nog niet zijn getroffen en het moment waarop die maatregelen alsnog worden getroffen (artikel 5.15b, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving)

Bijlage XVc. bij de artikelen 4.14b en 9.7 van deze regeling (kosteneffectiviteit)

9.2. ICT-capaciteit voor opslagapparatuur in petabytes

4.3. Functies in het elektriciteitsnet

Bijlage XVI. bij artikel 5.31c van deze regeling (beperking oververhitting)

1. Meetgrootheid en meetduur

Spuiventilatie

Zonwering

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)