Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
| Onderwerp | Natlakspuitcabines |
|---|---|
| Nummer maatregel | PA1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een omschakelmodule toe om de ventilatiestand van de spuitcabine automatisch van ventilatie- naar circulatie te schakelen. Tijdens het spuitproces moet er voldoende ventilatie met verse buitenlucht zijn. Na de nadraaitijd kan de spuitcabine daarom worden geschakeld naar circulatiestand, zodat er minder koude buitenlucht opgewarmd hoeft te worden. Dit kan door het toepassen van een omschakelmodule gekoppeld aan het persluchtsysteem van de spuitcabine. De recirculerende lucht wordt weer opgewarmd in de luchtbehandelingskast. Tijdens het drogen is er niemand aanwezig in de spuitcabine. |
| Huidige situatie | Er is een spuitcabine van 10 m2 of groter aanwezig voorzien van mechanische ventilatie inclusief luchtbehandeling. De verwarming van de lucht gebeurt door een gasgestookte ketel. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 600 gebruiksuren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het luchtbehandelingssysteem kan worden omgebouwd voor recirculatie (kanaalwerk van de afvoerlucht koppelen aan luchtbehandelingskast, aanbrengen recirculatiekleppen, et cetera). |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Natlakspuitcabines |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PA2 |
| Toe te passen maatregel | Win de warmte terug uit de ventilatielucht van de spuitcabine. Bij warmteterugwinning uit ventilatielucht bij een spuitcabine wordt de verse buitenlucht voorverwarmd met restwarmte uit de afgezogen ventilatielucht. Door warmte terug te winnen is er minder energie nodig om buitenlucht te verwarmen. Er zijn verschillende systemen op de markt zoals een kruisstroomwisselaar of een twincoilsysteem. Welk systeem het beste kan worden toegepast is afhankelijk het aanwezige ventilatiesysteem en de beschikbare ruimte. |
| Huidige situatie | Er wordt geen warmte teruggewonnen uit de ventilatielucht van de spuitcabine. Er is een spuitcabine van 10 m2 of groter aanwezig voorzien van mechanische ventilatie met luchtbehandeling. De verwarming van de lucht gebeurt door een gasgestookte ketel. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 800 uur droogtijd door de spuitcabine per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. Controleer de filters regelmatig en vervang deze tijdig. |
| Onderwerp | Natlakspuitcabines |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PA3 |
| Toe te passen maatregel | Pas een openbrandersysteem toe voor de verwarming van de spuitcabine. Door het toepassen van een openbrandersysteem bij spuitcabines worden de rookgassen van de brander(s) gemengd met de ventilatielucht en worden deze niet eerst naar buiten afgevoerd. Hierdoor wordt het warmteverlies van het systeem beperkt, doordat er geen warmte-overdracht hoeft plaats te vinden. |
| Huidige situatie | Er is een conventioneel brandersysteem aanwezig bij de spuitcabine, waarbij de rookgassen en de warmte daaruit direct naar buiten worden afgevoerd. Er is een spuitcabine van 10 m2 of groter aanwezig voorzien van mechanische ventilatie inclusief luchtbehandeling. De verwarming van de lucht gebeurt door een gasgestookte ketel. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 800 uur droogtijd in de spuitcabine per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 600 uur droogtijd in de spuitcabine per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De huidige schakelkast is geschikt voor de ombouwing. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Natlakspuitcabines |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PA4 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik hangschakelaars voor het spuitpistool om de afzuiging van de spuitcabine te beperken. Tijdens spuitwerkzaamheden is een grote hoeveelheid verse lucht van ten minste 20 °C nodig. Door gebruik te maken van hangschakelaars wordt de afzuiging automatisch in debiet verminderd wanneer het handspuitpistool wordt opgehangen aan deze schakelaar. Zo wordt er alleen op hoog debiet afgezogen wanneer er daadwerkelijk wordt gespoten. Hiermee wordt het energiegebruik van de ventilatoren en de luchtverwarming verminderd. De afzuiging moet zodanig worden teruggeregeld dat de over- of onderdruk van de spuitcabine behouden blijft. |
| Huidige situatie | De spuitcabine beschikt over debietregeling, maar is niet voorzien van automatische (hang)schakelingen. Er is een spuitcabine van 10 m2 of groter aanwezig voorzien van mechanische ventilatie inclusief luchtbehandeling. De verwarming van de lucht gebeurt door een gasgestookte ketel. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 bedrijfsuren van de spuitcabine per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 700 bedrijfsuren van de spuitcabine per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Natlakspuitcabines |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PA5 |
| Toe te passen maatregel | Pas infrarooddrogers toe als droogsysteem voor spotreparaties. spotreparaties (zoals een kleine deuk, kras of buts) is het toepassen van infrarooddrogers een energiezuiniger alternatief voor het gebruik van de spuitcabine, doordat hiermee niet de gehele cabine hoeft te worden verwarmd. |
| Huidige situatie | Er is een spuitcabine van 10m2 of groter aanwezig en bij het uitvoeren van spotreparaties wordt de droogfunctie van deze cabine gebruikt. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Drogen
| Onderwerp | Drogen |
|---|---|
| Nummer maatregel | PB1 |
| Toe te passen maatregel | Pas vermogensregeling toe op de ventilatietoevoer naar de droogkamer. Door het toepassen van toerenregeling of andere vermogensregeling op de ventilatietoevoer naar de droogkamer kan het ventileren worden beperkt. Hierdoor neemt het energiegebruik van de ventilatie af. |
| Huidige situatie | Er is een droogkamer aanwezig, waarbij een toerenregeling of andere vermogensregeling ontbreekt op de ventilatietoevoer naar de droogkamer. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.500 bedrijfsuren van de droogkamer per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De ventilatoren zijn geschikt voor toepassing van een vermogensregeling. De bestaande besturing beschikt over een analoge uitgang. In de bestaande regelkast is voldoende ruimte voor het plaatsen van een frequentieregelaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Drogen |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PB2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een vochtsensor inclusief regeling toe in de uittredelucht van droogprocessen. Door toepassing van een vochtsensor, inclusief regeling op basis van het vochtgehalte van de uittredelucht, kan het recirculatiedebiet van de drooglucht worden verhoogd. Dat zorgt voor energiebesparing door de vermindering van verse luchttoevoer op lage temperatuur. Door toepassing van de vochtsensor kan tot 95 % van de uittredelucht worden gerecycled. |
| Huidige situatie | Er is een droogproces aanwezig zonder vochtsensor en bijbehorende regeling voor het recirculeren van drooglucht. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 2.000 gebruiksuren van het droogproces. |
| Technische randvoorwaarden | Het thermisch vermogen van de luchtverhitter is ten minste 50 kWth. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Procesbaden
| Onderwerp | Procesbaden |
|---|---|
| Nummer maatregel | PC1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een warmtepomp toe voor de verwarming van een procesbad. De bestaande externe elektrische verwarming (heater) van een procesbad wordt vervangen door een externe hoge temperatuur (HT) warmtepomp. Het toepassen van een warmtepomp is energie-efficiënter. |
| Huidige situatie | Er is een procesbad aanwezig dat wordt verwarmd met een extern elektrisch verwarmingselement bij een aanvoertemperatuur tot 80 °C en met een minimaal thermisch vermogen van 25 kW. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 5.000 bedrijfsuren van het procesbad per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Er is een warmtebron beschikbaar op minimaal 35 °C vloeistoftemperatuur (bijvoorbeeld koelwater). De warmtebron heeft een voldoende hoge flow om te voorzien in de warmtevraag wanneer deze circa 5 graden wordt afgekoeld. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor plaatsing van de warmtepomp. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer minimaal jaarlijks de effectieve en efficiënte werking van de warmtepomp. |
| Onderwerp | Procesbaden |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PC2 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer de wanden van een verwarmd procesbad. Door het toepassen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van tenminste 1,5 m2 K/W en kunststof of roestvrijstalen (RVS) beplating wordt warmteverlies door de badwanden verminderd bij verwarmde procesbaden. |
| Huidige situatie | Er is een procesbad aanwezig waarvan de wanden niet zijn geïsoleerd. Het procesbad wordt verwarmd tot een temperatuurverschil van ten minste 20 °C ten opzichte van de omgeving. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Voer jaarlijks een (visuele) controle uit naar de staat van de isolatie. |
| Onderwerp | Procesbaden |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PC3 |
| Toe te passen maatregel | Dek warme procesbaden af om het warmteverlies te beperken. Door het afdekken van warme procesbaden buiten bedrijfstijden wordt verdampingsverlies tegengegaan. |
| Huidige situatie | Het procesbad, gevuld met warm (ongeveer 80 °C) water of waterige vloeistof voor reinigen, spoelen of fluxen, wordt niet afgedekt buiten bedrijfstijden. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het is mogelijk om het verwarmde procesbad meer dan 900 uur per jaar af te dekken. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer minimaal jaarlijks of de afdekking nog van goede kwaliteit is en of deze beschadigd is. |
Categorie: Procesapparatuur
| Onderwerp | Procesapparatuur |
|---|---|
| Nummer maatregel | PD1 |
| Toe te passen maatregel | Optimaliseer de procesparameters van procesapparatuur. Bepaal de optimale procesparameters zoals opwarmtijd, koeltijd, draaiuren, druk en temperatuur van de procesapparatuur en regel deze in, zodat er minimaal energiegebruik is met een gelijkblijvende productkwaliteit. |
| Huidige situatie | Er is procesapparatuur met een vermogen van ten minste 100 kW aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 3.800 gebruiksuren van de procesapparatuur per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De apparatuur is al voorzien van aansturingssoftware met energiemonitoringsfunctionaliteit, maar deze is nog niet ingeregeld. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD2 |
| Toe te passen maatregel | Zuig warme lucht af bij grote warmteproducerende apparaten zodat de ruimte minder hoeft te worden gekoeld. Door de warme afblaaslucht van de warmteproducerende installaties naar buiten af te voeren blijft de warmte niet in de geconditioneerde ruimte. Dit vermindert de vraag naar koude, waardoor de koelmachine minder hard hoeft te werken. Dit bespaart op het gebruik van elektriciteit. |
| Huidige situatie | Er zijn warmteproducerende installaties aanwezig, bestaande uit een apparaat of een cluster van apparaten met een totaal vermogen van ten minste 10 kW, waarvan de warme afblaaslucht met één installatie is af te zuigen. De ruimte waarin de warmteproducerende apparaten staan opgesteld wordt actief gekoeld. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.200 gebruiksuren van het apparaat per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van het buisrooster voor afzuiging bij de apparatuur. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Verplaats warmteproducerende apparatuur naar buiten de gekoelde ruimte. |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD3 |
| Toe te passen maatregel | Regel het luchtafzuigdebiet bij droog- en moffelovens op basis van de bezettingsgraad. Door een droog- of moffeloven uit te rusten met een bezettingsgraadmeter en een frequentieregelaar kan de hoeveelheid ventilatie worden geminimaliseerd bij een lagere bezetting. Hierdoor hoeft er minder buitenlucht te worden opgewarmd. |
| Huidige situatie | Er is een droog- of moffeloven aanwezig, waarbij de ventilator van de droogoven niet wordt geregeld en bij gebruik altijd op een vaste capaciteit draait. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De ventilator is geschikt voor toepassing van een frequentieregelaar. In de bestaande regelkast is voldoende ruimte voor het plaatsen van een frequentieregelaar. De bestaande besturing beschikt over een analoge uitgang. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD4 |
| Toe te passen maatregel | Pas een hoogfrequente HR-lader toe voor het opladen van tractiebatterijen. Door de toepassing van een hoogfrequente HR-lader voor het opladen van tractiebatterijen neemt de efficiëntie van het oplaadproces fors toe. Tractiebatterijen worden gebruikt in voertuigen voor intern transport zoals vorkheftrucks. |
| Huidige situatie | Er is een lader voor tractiebatterijen aanwezig die niet als hoogfrequente HR-lader is uitgevoerd. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 400 laadcycli per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De huidige accu's zijn geschikt voor hoogfrequent laden. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD5 |
| Toe te passen maatregel | Plaats een filter op de afvoerlucht van de snipperafzuiger en blaas de afgezogen lucht terug de ruimte in. Door het plaatsen van een filterinstallatie op de snipperafzuiger kan de afgezogen lucht worden teruggeblazen in de verwarmde ruimte. Daardoor wordt de afvoer van warme lucht beperkt. |
| Huidige situatie | Er is een snipperafzuiger aanwezig die staat opgesteld in een verwarmde ruimte. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 draaiuren van de snipperafzuiger per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De gefilterde lucht mag geen vervuiling in schadelijke concentraties bevatten. Houd geldende wetgeving voor de desbetreffende locatie aan. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer en vervang de filters voordat deze verzadigd zijn. Verminder luchtvervuilingsbronnen waardoor het ventilatievoud lager kan zijn. |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD6 |
| Toe te passen maatregel | Pas een frequentieregelaar toe op de ventilator van de centrale stofafzuiging. Door het toepassen van een frequentieregeling op de ventilatoren van de centrale stofafzuiging, kan het debiet beter worden geregeld op basis van de vraag. |
| Huidige situatie | Er is een centrale stofafzuiging aanwezig die meerdere werkplekken bedient, maar waarvan de ventilator niet frequentiegeregeld is. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.600 gebruiksuren van de centrale stofafzuiging per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 1.000 gebruiksuren van de centrale stofafzuiging per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Er mag geen stof neerslaan in het systeem als gevolg van de verlaging van de motorsnelheid. De frequentieregelaar kan in de bestaande regelkasten, óf nabij de elektromotor geplaatst worden. De ventilator van de centrale stofafzuiging heeft een efficiencyklasse IE2 of hoger. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer het afzuigsysteem regelmatig op vervuiling. |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD7 |
| Toe te passen maatregel | Plaats een stopknop om het onnodig aanstaan van het centraal stofzuigersysteem te voorkomen. Door het installeren van een stopknop binnen handbereik zal de tijd dat het centrale stofzuigersysteem in bedrijf is afnemen. Hiermee wordt het energiegebruik verminderd. |
| Huidige situatie | Er is een centraal stofzuigersysteem aanwezig voor bijvoorbeeld reiniging, handschuren of afstoffing van producten, waarbij geen stopknop is geïnstalleerd. Op het centraal stofzuigersysteem is geen automatische uitschakeling of uitschakeling door een timer aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.900 gebruiksuren van de centrale stofafzuiging per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 1.300 gebruiksuren van de centrale stofafzuiging per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De stopknop moet geplaatst kunnen worden binnen 3 m afstand van de plek waar stof wordt afgezogen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD8 |
| Toe te passen maatregel | Plaats een frequentieregelaar om het opgenomen vermogen van het centrale vacuümsysteem te beperken. Als het centrale vacuümsysteem continu op onderdruk wordt gehouden, zorgt dit bij lage belasting (weinig afzuigvolume) dat het vacuüm lager is dan nodig. Door toepassing van frequentieregeling kan het vacuümsetpoint ook in deellast beter worden gehandhaafd en kan de vacuümmotor gemiddeld op een lager toerental draaien. |
| Huidige situatie | Er is een industrieel centraal vacuümsysteem aanwezig. De centrale motor is niet toerengeregeld en houdt continu het centrale vacuümsysteem op onderdruk. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 700 gebruiksuren van het centrale vacuümsysteem per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vacuümsysteem is voorzien van afsluitbare aansluitpunten. De centrale vacuümmotor heeft een efficiencyklasse IE2 of hoger. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig het vacuümsysteem op lekkages. Controleer regelmatig het vacuümsetpoint en pas dit zo nodig aan. |
| Onderwerp | Procesapparatuur |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PD9 |
| Toe te passen maatregel | Vervang aanwezige verlichting op of nabij procesapparatuur door LED-verlichting. Door het vervangen van TL-buizen (TL8), spaar-, halogeen- of gasontladingslampen door LED-lampen wordt het energiegebruik van de verlichting beperkt. |
| Huidige situatie | Er is verlichting aanwezig op of nabij procesapparatuur die niet is voorzien van LED-lampen. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.300 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande lampen zijn eenvoudig bereikbaar en kunnen één-op-één worden vervangen door LED-lampen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
Categorie: Proceswarmte
| Onderwerp | Proceswarmte |
|---|---|
| Nummer maatregel | PE1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats aanvullende platen in de platenwarmtewisselaar om de warmteoverdracht te vergroten. Door uitbreiding van de warmtewisselaar met meerdere platen wordt het warmteuitwisselend oppervlak van vloeistof-vloeistof platenwarmtewisselaars vergroot en kan meer warmte worden overgedragen. De toevoerstroom hoeft daardoor minder te worden verwarmd en de afvoerstroom minder te worden gekoeld. |
| Huidige situatie | Er is een vloeistof-vloeistof warmtewisselaar aanwezig waarbij het huidige temperatuurverschil tussen de beide kanten van de warmtewisselaar 6 °C of meer is. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De warmtewisselaar is door het toevoegen van platen uit te breiden met ten minste 20% extra warmtewisselend oppervlak. De extra onttrokken warmte in de uitgebreide platenwarmtewisselaar kan zonder extra aanpassingen in het proces nuttig worden toegepast. Het thermisch vermogen van de huidige platenwarmtewisselaar is ten minste 100 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE2 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer warme productleidingen en appendages. Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van minimaal 1,5 m2K/W om leidingen en appendages waarin warme producten worden verplaatst wordt het warmteverlies beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn warme productleidingen en appendages zonder isolatie aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De leidingen en appendages zijn goed bereikbaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE3 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer de wanden van hoge temperatuur procesvaten om warmteverlies te beperken. Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 0,7 m2K/W op de wanden van hoge temperatuur procesvaten wordt warmteverlies naar de omgeving beperkt. Een voorbeeld hiervan is het isoleren van een autoclaaf met een temperatuur van ten minste 60 °C. |
| Huidige situatie | Het procesvat is niet of beperkt geïsoleerd (minder dan 5 mm isolatie). |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.200 gebruiksuren van het vat per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De wanden van het hoge temperatuur procesvat zijn goed bereikbaar voor het aanbrengen van isolatiemateriaal. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE4 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer de wanden van verwarmde opslagtanks. Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van minimaal 1,5 m2K/W rondom verwarmde tanks wordt het warmteverlies beperkt. Bij gesloten tanks moet, indien de constructie dat toestaat, ook het dak van de tank worden geïsoleerd. |
| Huidige situatie | Er zijn niet of onvoldoende geïsoleerde enkelwandige opslagtanks in buitenopstelling aanwezig, die worden verwarmd tot ten minste 20 °C. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: de tank wordt meer dan 500 uur per jaar verwarmd. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE5 |
| Toe te passen maatregel | Pas een elektrische verwarmingsmantel toe voor IBC-containers. Door het toepassen van een elektrische verwarmingsmantel voor het vorstvrij houden van een IBC-container (Intermediate Bulk Container) gedurende vorstperiodes hoeft niet de hele ruimte waarin de containers zijn opgesteld te worden verwarmd en is minder energie nodig. |
| Huidige situatie | Er zijn IBC-containers aanwezig die met straalkachels op de gewenste temperatuur worden gehouden. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.300 gebruiksuren van de straalkachel per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE6 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik het warme en koude water uit de sterilisatiecyclus van producten of goederen voor verwarming en koeling van het sterilisatiewater. Na het steriliseren wordt het warme water in de warme buffer gepompt en na het koelen wordt het koude water naar de koudebuffer gepompt. In een nieuwe sterilisatiebatch kan het nog relatief warme water opnieuw worden gebruikt voor de verwarming en het relatief koude water opnieuw voor de koeling. Zo is voor elke sterilisatiecyclus niet de gehele opwarming en afkoeling van het sproeiwater nodig. Dit zorgt voor een besparing op het gasgebruik van de stoominstallatie en op het elektriciteitsgebruik van de elektrische koelmachine. |
| Huidige situatie | Er vindt een sterilisatieproces plaats, waarbij het warme en koude water uit de sterilisatiecyclus niet wordt ingezet voor verwarming en koeling. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 3.500 batches per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De inhoud van het sterilisatievat is ten minste 100 liter. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE7 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik de restwarmte uit het blancheerproces door het plaatsen van een warmtewisselaar. Door het plaatsen van een warmtewisselaar bij de uitgaande stroom van de blancheur kan het suppletiewater worden voorverwarmd met spuiwater tot 60 °C. |
| Huidige situatie | Er is een blancheur aanwezig waarvan het spuiwater wordt geloosd zonder dat hieruit warmte wordt teruggewonnen. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 500 gebruiksuren van de blancheerder per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het reservoir met de warmtewisselaar (coil) kan eenvoudig worden aangesloten op het spui- en suppletiewater van de blancheur. Er is voldoende opstellingsruimte nabij de blancheur. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Proceswarmte |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PE8 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik de warmte van folieblazen nuttig voor de verwarming van een dichtbijgelegen ruimte. Warme lucht van de folieblaasinstallatie kan nuttig worden gebruikt voor ruimteverwarming van een aangrenzende productieruimte of een aangrenzend magazijn. Hierdoor hoeft minder energie te worden opgewekt voor verwarming van die ruimte. Het warmeluchttransport gebeurt door middel van een mechanische ventilator met flexibel kanaalwerk en een aantal meters vast leidingwerk. |
| Huidige situatie | Er is een folieblazer aanwezig die is voorzien van Internal Bubble Cooling, waarbij de warme lucht naar buiten wordt afgevoerd. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De lengte van het aan te leggen kanaalwerk is minder dan 50 m. De naastgelegen ruimtes hebben ten minste gedurende 2.400 uur per jaar een warmtevraag. Er zijn geen additieve geuren of gevaarlijke stoffen aanwezig in de afgezogen warme lucht. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Proceskoeling
| Onderwerp | Proceskoeling |
|---|---|
| Nummer maatregel | PF1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats een warmtewisselaar om de restwarmte in koelwater te benutten. Door de restwarmte uit het koelwater met een warmtewisselaar terug te winnen, kan deze ergens anders worden ingezet en wordt energie bespaard. |
| Huidige situatie | Warm koelwater wordt aan de buitenlucht gekoeld in een open koeltoren, waarbij geen warmte wordt teruggewonnen uit het koelwater. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: de restwarmte is meer dan 2.800 uur per jaar nuttig inzetbaar. Natuurlijk moment: de restwarmte is meer dan 2.200 uur per jaar nuttig inzetbaar. |
| Technische randvoorwaarden | De teruggewonnen warmte uit het koelwater kan worden ingezet in een proces of toepassing met een gelijkmatige warmtevraag. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Proceskoeling |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PF2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een drycooler toe voor de koeling van procesapparatuur. Door het toepassen van een drycooler voor de koeling van procesapparatuur kan gebruik worden gemaakt van vrij beschikbare koeling uit de buitenlucht als aanvulling op de koelmachine. De efficiëntie van een drycooler is hoger dan van een compressiekoelmachine. |
| Huidige situatie | De procesapparatuur vereist continu koeling (7 dagen per week), die wordt geleverd door een compressiekoelmachine met een water/glycolsysteem met een elektrisch vermogen van ten minste 10 kW en zonder vrije koelingfunctie. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.300 bedrijfsuren van de procesapparatuur per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De warmte van de compressiekoelmachine wordt niet teruggewonnen. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van de drycoolers. Bij plaatsing op het dak moet het dak beschikken over voldoende vrije draagkracht. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Regelmatig onderhouden van de drycoolers volgens leveranciersvoorschriften. |
| Onderwerp | Proceskoeling |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PF3 |
| Toe te passen maatregel | Pas voorkoeling met (leiding)water toe in een proces met ijswaterkoeling. Door in het koelproces een voorkoelstap met leidingwater toe te passen, kan het ijswatergebruik worden beperkt. IJswater wordt dan alleen nog gebruikt voor de laatste koelstap. |
| Huidige situatie | Het volledige koeltraject wordt uitgevoerd met ijswater, waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale ijswaterkoelers. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 3.400 bedrijfsuren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Er is voldoende ruimte voor een extra koeler. Het opgewarmde (leiding)water moet nuttig kunnen worden gebruikt. Het koelproces kan in twee stappen worden uitgevoerd, met een voor- en een nakoelproces, die direct na elkaar plaatsvinden. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Veehouderijen
| Onderwerp | Veehouderijen |
|---|---|
| Nummer maatregel | PG1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een voorkoeler met koud (leiding)water toe bij het koelen van melk. Door het voorkoelen van melk met koud (leiding)water zal de koelmachine minder energie gebruiken voor het afkoelen van de melk. Daarnaast wordt het water dat gebruikt wordt voor het schoonmaken van onder andere de melkrobot voorverwarmd, waardoor de proceswaterboiler minder energie gebruikt. |
| Huidige situatie | Er is een koelinstallatie aanwezig waarbij de melk niet wordt voorgekoeld en rechtstreeks naar de koelmachine wordt geleid. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het opgewarmde (leiding)water moet nuttig kunnen worden gebruikt. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer de warmtewisselaar regelmatig en maak deze zo nodig schoon. |
| Onderwerp | Veehouderijen |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PG2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een frequentieregelaar toe om het vermogen van de vacuümpomp van de melkinstallatie te beperken. Door het plaatsen van een frequentieregelaar op de vacuümpomp kan het toerental van de vacuümpomp worden geregeld op basis van de (onder)druk. Daarmee wordt het opgenomen vermogen van de vacuümpomp beperkt. |
| Huidige situatie | Er is een melkinstallatie aanwezig waarvan de vacuümpomp niet is voorzien van een frequentieregelaar en die draait op een vast vermogen wanneer de vacuüminstallatie in bedrijf is. |
| Economische randvoorwaarden | Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: bij meer dan 1.900 bedrijfsuren van de vacuümpomp van de melkinstallatie per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De huidige vacuümpomp is geschikt voor de toepassing van een frequentieregelaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Veehouderijen |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PG3 |
| Toe te passen maatregel | Pas een energiezuinige regeling toe op infrarood warmtelampen. Door het toepassen van een halveringsschakelaar of een dimmer op de infrarood warmtelampen voor het warm houden van jonge dieren, kan de brandsterkte van de lampen worden aangepast. |
| Huidige situatie | Er zijn infrarood warmtelampen aanwezig voor het verwarmen van jonge dieren die niet zijn voorzien van een regeling om de brandsterkte aan te passen. |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: bij meer dan 800 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Datacentrum
| Onderwerp | Datacentrum |
|---|---|
| Nummer maatregel | PH1 |
| Toe te passen maatregel | Stel een hogere koeltemperatuur in voor de koeling van servers. De setpoint van de zaalkoelers is minimaal gelijk aan de bovengrens van de door ASHRAE aanbevolen temperatuur van 27 °C bij gebruik van compressiekoeling of natte koeling. Door het verhogen van de koeltemperatuur kan meer gebruik worden gemaakt van vrije koeling en werkt de koeling efficiënter. Bij gebruik van 100% droge vrije koeling zijn lagere setpoints dan 27 °C toegestaan. |
| Huidige situatie | De zaalkoelers van het datacentrum werken met een lagere ruimtetemperatuur dan de maximaal aanbevolen bedrijfstemperatuur voor elektronische apparatuur. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig het ingestelde setpoint. |
| Onderwerp | Datacentrum |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PH2 |
| Toe te passen maatregel | Pas een frequentieregelaar toe om het vermogen van de zaalkoelers te beperken. De zaalkoelers (CRAH's) worden voorzien van een frequentieregelaar waardoor het toerental van de zaalkoelers op temperatuur kan worden geregeld. De ventilatoren draaien daardoor gemiddeld op een lager vermogen, waardoor energie wordt bespaard. |
| Huidige situatie | Er zijn zaalkoelers aanwezig die niet zijn voorzien van een frequentieregelaar. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De zaalkoelers kunnen frequentiegeregeld worden. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
| Onderwerp | Datacentrum |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | PH3 |
| Toe te passen maatregel | Pas vrije koeling toe bij de koelinstallatie in het datacentrum. Door vrije koeling te integreren in de koelvoorziening van het datacentrum, kan het gebruik van de compressiekoelinstallatie worden beperkt. Er bestaan verschillende systemen voor vrije koeling zoals directe vrije luchtkoeling, indirecte vrije luchtkoeling of koudwaterproductie met vrije koeling ondersteuning. Welk systeem het beste past hangt af van de specifieke situatie. |
| Huidige situatie | Er is een compressiekoelinstallatie aanwezig waarbij geen vrije koeling wordt toegepast. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Bij plaatsing op het dak moet het dak beschikken over voldoende vrije draagkracht. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het koelsysteem en optimaliseer de koelingsetpoints voor een hogere koeltemperatuur. |
A
2.11. De bodemdemping Dbodem
3. Definities
2.11.1. Geometrie
2.11. De bodemdemping Dbodem
Bijlage IVk. bij artikel 3.54 van de Omgevingsregeling (formulier verklaring kwaliteitsborger)
2.10. De term Dterrein
Bijlage IVj. bij artikel 3.29 van deze regeling (maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen rijksinfrastructuur)
In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidgevoelig gebouw naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.
| Omschrijving bronmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten |
|---|---|---|
| Weg | Weg | Weg |
| 2-laags zeer open asfaltbeton | – Voldoende verkeersintensiteit. – Geen wringend of remmend verkeer – Snelheid meer dan 70 km/u. | 22 per 10 m2 |
| Dunne deklaag | – Niet op kruisingen met afslaand verkeer, rotondes of verkeerspleinen | 9 per 10 m2 |
| Spoorweg | Spoorweg | Spoorweg |
| Raildemper | – Niet tegen wissels of voegen – Bij houten dwarsliggers als instemming is verkregen van de beheerder – De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 m per spoor – Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het geluidgevoelige cluster, bedoeld in artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidgevoelige gebouw dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze eis kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken | 29 per m enkel spoor |
| Omschrijving overdrachtsmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten |
| --- | --- | --- |
| Weg | Weg | Weg |
| Geluidscherm | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
| Geluidscherm | 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | |
| Geluidwal | – Ruimtebeslag – Grondgesteldheid | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm |
| Middenbermscherm | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
| Middenbermscherm | 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m | |
| Schermtop (T-top) | – Op bestaand scherm passend – Passend in het profiel | Per strekkende meter: |
| Spoorweg | Spoorweg | Spoorweg |
| Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
| Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | |
| Geluidwal | – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm |
| Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | – Niet bij wissels | Per strekkende meter bij een hoogte van: |
| Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | – Niet bij wissels | 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m |
| Aanpassen en vervangen van een spoorbrug |
|---|
Bijlage IVk. bij artikel 3.54 van de Omgevingsregeling (formulier verklaring kwaliteitsborger)
Bijlage VIIc. bij artikel 4.31 van deze regeling (vergunningvrije gevallen bestendig beheer waarvan LNV bevoegd gezag is)
| Zoogdieren | |
|---|---|
| Aardmuis | Microtus agrestis |
| Bosmuis | Apodemus sylvaticus |
| Bunzing | Mustela putorius |
| Dwergmuis | Micromys minutus |
| Dwergspitsmuis | Sorex minutus |
| Egel | Erinaceus europaeus |
| Gewone bosspitsmuis | Sorex araneus |
| Haas | Lepus europeus |
| Hermelijn | Mustela erminea |
| Huisspitsmuis | Crocidura russula |
| Konijn | Oryctolagus cuniculus |
| Ondergrondse woelmuis | Pitymys subterraneus |
| Ree | Capreolus capreolus |
| Rosse woelmuis | Clethrionomys glareolus |
| Tweekleurige bosspitsmuis | Sorex coronatus |
| Veldmuis | Microtus arvalis |
| Vos | Vulpes vulpes |
| Wezel | Mustela nivalis |
| Woelrat | Arvicola terrestris |
| Amfibieën | |
| Bruine kikker | Rana temporaria |
| Gewone pad | Bufo bufo |
| Kleine watersalamander | Triturus vulgaris |
| Meerkikker | Rana ridibunda |
| Middelste groene kikker | Rana esculenta |
2.11.1. Geometrie
Dit is het gebied tussen bron- en ontvangergebied. Overlappen het bron- en ontvangergebied elkaar dan wordt geen middengebied verondersteld.
D b,br wordt berekend uit de afstand ri tussen bron en immissiepunt, de bodemfactor Bb van het brongebied en de (gecorrigeerde) bronhoogte h. De bodemfactor Bb blijft betrokken op de echte bronhoogte hb.
Categorie : Zonnepanelen
3.2. Begrippen
1 Indien er geen adres (bekend) is kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie invullen.
Hierbij verklaart ondergetekende dat:
Aldus naar waarheid opgemaakt en ondertekend op .. / .. / …. Te
Inhoudsopgave
Aldus naar waarheid opgemaakt en ondertekend op .. / .. / …. Te
Bijlage VIa. bij artikel 4.12g van deze regeling (vroege teelten)
- –. Aardappelen
- –. Aardbeien, vermeerdering
- –. Andijvie
- –. Anijs
- –. Asperge
- –. Blauwmaanzaad
- –. Bloemkool, productie-
- –. Boerenkool
- –. Bonen, tuin-
- –. Bonen, veld-
- –. Boomkwekerijgewassen
- –. Bol- en knolgewassen in de sierteelt, met uitzondering van tulp
- –. Bospeen
- –. Bosui, zomer-
- –. Broccoli
- –. Chinese kool, productie-
- –. Dille
- –. Echinacea
- –. Erwten
- –. Fruitteelt
- –. Granen, winter-
- –. Granen, zomer-
- –. Gras-klaver
- –. Grasland, blijvend
- –. Grasland, tijdelijk
- –. Grasland, natuurlijk
- –. Graszaad
- –. Graszoden
- –. Haver
- –. Kapucijners (en grauwe erwten)
- –. Kervel
- –. Knoflook
- –. Komijn
- –. Koolrabi
- –. Koolzaad, winter-
- –. Koolzaad, zomer-
- –. Linzen
- –. Lupine
- –. Luzerne
- –. Maïs, geteeld overeenkomstig de biologische productiemethode
- –. Meerjarige bloemisterijgewassen
- –. Paksoi
- –. Peterselie
- –. Peulen
- –. Plantuien
- –. Prei, zaai- en productie-
- –. Pronkbonen
- –. Raapstelen
- –. Rabarber
- –. Radijs
- –. Rode kool, productie-
- –. Rode bieten/ kroten
- –. Savooiekool, productie-
- –. Schorseneren
- –. Selderij, productie-
- –. Sjalotten
- –. Sla, productie-
- –. Snij- en trekheesters
- –. Snijrogge
- –. Spinazie, productie-
- –. Spitskool, productie-
- –. Suikerbieten
- –. Suikermaïs onder folie
- –. Valeriaan
- –. Vaste planten
- –. Venkel
- –. Vlas, vezel- en olie-
- –. Voederbieten
- –. Waspeen, productie-
- –. Witte kool, productie-
- –. Zaaiuien
Bijlage IVl. bij artikel 3.56 van de Omgevingsregeling (aanvraagformulier toelating instrument)
Het aanvraagformulier bevat ten minste onderstaande onderdelen:
| Registratienummer | |
|---|---|
| Instrumentnaam | |
| Uw referentiecode | |
| Ingediend op | |
| Ingediende bijlagen |
-
- Bedrijf
| KvK-nummer | |
|---|---|
| Vestigingsnummer | |
| Statutaire naam | |
| Handelsnaam |
-
- Contactpersoon
| Geslacht | □ Man | □ Vrouw | |
|---|---|---|---|
| Voorletters | |||
| Voorvoegsels | |||
| Achternaam | |||
| Functie |
-
- Vestigingsadres bedrijf
| Postcode | |
|---|---|
| Huisnummer | |
| Huisnummertoevoeging | |
| Huisletter | |
| Straatnaam | |
| Woonplaats | |
| Adres |
-
- Correspondentieadres
| Adres | |
|---|---|
-
- Contactgegevens
| Telefoonnummer |
|---|
| E-mailadres |
| Adres berichtenbox |
-
- Instrument
| Naam instrument | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? |
| □ JA, registratienummer | □ JA, registratienummer | □ JA, registratienummer | □ NEE | □ NEE | □ NEE |
| Gevolgklasse | Gevolgklasse | □ GK1 | □ GK1 | □ GK2 | □ GK3 |
| Type bouwwerken |
Beschrijving van het instrument voor kwaliteitsborging waarin ten minste de onderdelen van afdeling 10.7B en 3.19 van het Besluit bouwwerken leefomgeving aan bod komen.
Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag naar waarheid heb ingevuld en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.
| Datum | |
|---|---|
| Handtekening | Handtekening |
Bijlage V. bij de artikelen 4.5, 4.6, 4.7, eerste en tweede lid, 6.14, vierde en vijfde lid, 7.124, tweede lid, 8.31, vierde en vijfde lid, en 9.3, derde lid, van deze regeling (huisvestingssystemen en emissiefactoren)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)