Wijzigingsgeschiedenis
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, inzake persistente organische verontreinigende stoffen
4 versions
· 2023-02-26
2022-01-20
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luch
Wijzigingen op 2022-01-20
@@ -46,7 +46,7 @@
- 2. „EMEP”: het programma voor samenwerking inzake de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa;
- 3. „Uitvoerend orgaan”: het uitvoerend orgaan voor het Verdrag, opgericht ingevolge artikel 10, eerste lid, van het Verdrag;
- 3. „Uitvoerend orgaan”: het uitvoerend orgaan voor het [Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003681), opgericht ingevolge [artikel 10, eerste lid, van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003681&artikel=10);
- 4. „Commissie”: de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;
@@ -64,7 +64,11 @@
- 11. „Belangrijke categorie van stationaire bronnen”: een in bijlage VIII vermelde categorie van stationaire bronnen;
- 12. „Nieuwe stationaire bron”: een stationaire bron met de bouw of ingrijpende wijziging waarvan een aanvang is gemaakt na het verstrijken van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van: i. dit Protocol of ii. een amendement op bijlage III of VIII, waarbij de stationaire bron enkel en alleen krachtens dat amendement aan de bepalingen van dit Protocol wordt onderworpen. Het is aan de bevoegde nationale autoriteiten om te beslissen of een wijziging al dan niet ingrijpend is, rekening houdend met factoren als de voordelen van de wijziging in milieuopzicht.
- 12. „Nieuwe stationaire bron”: een stationaire bron met de bouw of ingrijpende wijziging waarvan een aanvang is gemaakt na het verstrijken van twee jaar na de datum van inwerkingtreding voor een Partij van: Het is aan de bevoegde nationale autoriteiten om te beslissen of een wijziging al dan niet ingrijpend is, rekening houdend met factoren als de voordelen van de wijziging in milieu-opzicht.
- a. dit Protocol; of
- b. een wijziging van dit Protocol, waarbij ter zake van een stationaire bron in Deel II van bijlage IV nieuwe grenswaarden worden geïntroduceerd of in bijlage VIII de categorie wordt geïntroduceerd waartoe die bron behoort.
##### Artikel 2. Doel
@@ -90,7 +94,7 @@
3. Voor in bijlage I, II of III vermelde stoffen ontwikkelen de Partijen passende strategieën ter bepaling van nog in gebruik zijnde artikelen en van afvalstoffen die dergelijke stoffen bevatten, en nemen zij geschikte maatregelen om ervoor te zorgen dat die afvalstoffen en die artikelen, wanneer ze afval worden, op een milieuvriendelijke manier worden vernietigd of verwijderd.
4. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 worden de termen afval, verwijdering en milieuvriendelijk uitgelegd op een wijze die consistent is met het gebruik van die termen in het [Verdrag van Basel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0002081).
4. Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 worden de termen afval, verwijdering en milieuvriendelijk uitgelegd op een wijze die consistent is met het gebruik van die termen in het Verdrag van Basel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan.
5. De Partijen:
@@ -98,16 +102,14 @@
- b. Passen uiterlijk op de in bijlage VI vermelde tijdstippen het volgende toe:
- i. De beste beschikbare technieken, rekening houdend met bijlage V, op elke nieuwe stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen waarvoor de beste beschikbare technieken in bijlage V zijn bepaald;
- i. De beste beschikbare technieken, rekening houdend met bijlage V, op elke nieuwe stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen waarvoor in richtlijnen die door de Partijen, tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan door de Partijen zijn aangenomen, de beste beschikbare technieken zijn bepaald;
- ii. Tenminste even strenge als de in bijlage IV vermelde grenswaarden op elke nieuwe stationaire bron binnen een in die bijlage vermelde categorie, rekening houdend met bijlage V. Bij wijze van alternatief kan een partij andere strategieën voor emissievermindering toepassen die in totaal gelijkwaardige emissieniveaus opleveren;
- iii. De beste beschikbare technieken, rekening houdend met bijlage V, op elke bestaande stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen waarvoor in bijlage V de beste beschikbare technieken zijn bepaald, voor zover dit technisch uitvoerbaar en economisch verantwoord is. Bij wijze van alternatief kan een partij andere strategieën voor emissievermindering toepassen die in totaal tot een gelijkwaardige emissievermindering leiden;
- iii. De beste beschikbare technieken, rekening houdend met bijlage V, op elke bestaande stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen waarvoor in richtlijnen die door de Partijen, tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan door de Partijen zijn aangenomen, de beste beschikbare technieken zijn bepaald, voor zover dit technisch uitvoerbaar en economisch verantwoord is. Bij wijze van alternatief kan een partij andere strategieën voor emissievermindering toepassen die in totaal tot een gelijkwaardige emissievermindering leiden;
- iv. Tenminste even strenge als de in bijlage IV vermelde grenswaarden op elke bestaande stationaire bron binnen een in die bijlage vermelde categorie, voor zover dit technisch uitvoerbaar en economisch verantwoord is, rekening houdend met bijlage V. Bij wijze van alternatief kan een partij andere strategieën voor emissievermindering toepassen die in totaal tot een gelijkwaardige emissievermindering leiden.
- v. Effectieve maatregelen ter beheersing van emissies van mobiele bronnen, rekening houdend met bijlage VII.
6. In het geval van huisverwarmingsinstallaties hebben de in lid 5, onder b, i en iii, vermelde verplichtingen betrekking op de gezamenlijke stationaire bronnen in die categorie.
7. Een partij die na toepassing van lid 5, onder b, voor een in bijlage III vermelde stof niet aan het in lid 5, onder a, vereiste kan voldoen, wordt vrijgesteld van de in lid 5, onder a, bedoelde verplichtingen voor die stof.
@@ -280,7 +282,7 @@
##### Artikel 13. Bijlagen
De bijlagen bij dit Protocol vormen een integrerend deel van het Protocol. De bijlagen V en VII dragen het karakter van een aanbeveling.
De bijlagen bij dit Protocol vormen een integrerend deel van het Protocol. De bijlage V draagt het karakter van een aanbeveling.
##### Artikel 14. Wijzigingen
@@ -288,11 +290,23 @@
2. Voorgestelde wijzigingen worden schriftelijk ingediend bij de uitvoerend secretaris van de Commissie, die ze aan alle Partijen bekendmaakt. De Partijen bespreken de voorgestelde wijzigingen op de eerstvolgende zitting van het uitvoerend orgaan, op voorwaarde dat deze voorstellen ten minste 90 dagen van tevoren door de uitvoerend secretaris aan de Partijen zijn toegezonden.
3. Wijzigingen in dit Protocol en in de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII worden bij consensus aangenomen door de Partijen die aanwezig zijn op een zitting van het uitvoerend orgaan, en worden voor de Partijen die ze hebben aanvaard van kracht op de negentigste dag na de datum waarop twee derde van de Partijen hun akte van aanvaarding daarvan heeft nedergelegd bij de depositaris. Voor elke andere partij worden wijzigingen van kracht op de negentigste dag na de datum waarop die partij haar akte van aanvaarding daarvan heeft nedergelegd.
4. Wijzigingen in de bijlagen V en VII worden bij consensus aangenomen door de Partijen die aanwezig zijn op een zitting van het uitvoerend orgaan. Na het verstrijken van 90 dagen na de datum van bekendmaking daarvan aan alle Partijen door de uitvoerend secretaris van de Commissie wordt een wijziging in bedoelde bijlagen van kracht voor de Partijen die geen kennisgeving als bedoeld in lid 5 van dit artikel bij de depositaris hebben ingediend, op voorwaarde dat ten minste 16 Partijen niet een dergelijke kennisgeving hebben ingediend.
5. Een partij die een wijziging in bijlage V of VII niet kan goedkeuren, stelt de depositaris daarvan schriftelijk in kennis binnen 90 dagen na de datum van bekendmaking van de aanneming. De depositaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van de ontvangst van dergelijke kennisgevingen. Een partij kan te allen tijde een aanvaarding in de plaats stellen van haar eerdere kennisgeving en na nederlegging van een akte van aanvaarding bij de depositaris wordt de wijziging in die bijlage dan terstond van kracht voor die partij.
3. Wijzigingen van dit Protocol en van de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII worden bij consensus aangenomen door de Partijen die aanwezig zijn bij een zitting van het uitvoerend orgaan en worden voor de Partijen die ze hebben aanvaard van kracht op de negentigste dag na de datum waarop twee derde van de Partijen die op het tijdstip van de aanneming ervan Partij waren en hun akten van aanvaarding bij de depositaris hebben nedergelegd. Voor elke andere Partij worden de wijzigingen van kracht op de negentigste dag na de datum waarop die Partij haar akte van aanvaarding daarvan heeft nedergelegd. Op dit lid zijn de onderstaande leden 5bis en 5ter van toepassing.
4. Wijzigingen in de bijlage V worden bij consensus aangenomen door de Partijen die aanwezig zijn op een zitting van het uitvoerend orgaan. Na het verstrijken van 90 dagen na de datum van bekendmaking daarvan aan alle Partijen door de uitvoerend secretaris van de Commissie wordt een wijziging in bijlage V van kracht voor de Partijen die geen kennisgeving als bedoeld in lid 5 van dit artikel bij de depositaris hebben ingediend, op voorwaarde dat ten minste 16 Partijen niet een dergelijke kennisgeving hebben ingediend.
5. Een partij die een wijziging in bijlage V niet kan goedkeuren, stelt de depositaris daarvan schriftelijk in kennis binnen 90 dagen na de datum van bekendmaking van de aanneming. De depositaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van de ontvangst van dergelijke kennisgevingen. Een partij kan te allen tijde een aanvaarding in de plaats stellen van haar eerdere kennisgeving en na nederlegging van een akte van aanvaarding bij de depositaris wordt de wijziging in bijlage V dan terstond van kracht voor die partij.
5bis. Voor de Partijen die haar hebben aanvaard, treedt de procedure vervat in lid 5ter in de plaats van de procedure vervat in lid 3 ter zake van wijzigingen van de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII.
- a. Wijzigingen van de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII worden bij consensus aangenomen door de Partijen die aanwezig zijn bij een zitting van het uitvoerend orgaan. Na het verstrijken van een jaar na de datum van de toezending ervan aan alle Partijen door de uitvoerend secretaris van de Commissie, wordt een wijziging van een dergelijke bijlage van kracht voor de Partijen die geen kennisgeving in overeenstemming met de bepalingen onder b bij de depositaris hebben ingediend;
- b. Een Partij die een wijziging van de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII niet kan goedkeuren stelt de depositaris daarvan binnen een jaar na de datum van mededeling omtrent de aanneming ervan schriftelijk in kennis. De depositaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van elke ontvangen kennisgeving. Een Partij kan haar eerdere kennisgeving te allen tijde vervangen door een aanvaarding en bij de nederlegging bij de depositaris van een akte van aanvaarding wordt de wijziging van die bijlage voor die Partij van kracht;
- c. Een wijziging van de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII wordt niet van kracht indien in totaal 16 Partijen of meer:
- i. een kennisgeving in overeenstemming met de bepalingen onder b hebben ingediend; of
- ii. de procedure vervat in dit lid niet hebben aanvaard of nog geen akte van aanvaarding in overeenstemming met de bepalingen van lid 3 hebben ingediend.
6. Indien een voorstel tot wijziging van bijlage I, II of III betrekking heeft op de toevoeging van een stof aan dit Protocol:
@@ -314,6 +328,8 @@
2. Dit Protocol staat met ingang van 21 december 1998 open voor toetreding door de Staten en organisaties die aan de eisen van artikel 15, lid 1, voldoen.
3. Een Staat of een regionale organisatie voor economische integratie verklaart zulks in zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding wanneer hij of zij niet wenst te worden gebonden door de procedures vervat in artikel 14, lid 5ter, ter zake van de wijziging van de bijlagen I tot en met IV, VI en VIII.
##### Artikel 17. Depositaris
De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de taken van depositaris verricht.
@@ -340,15 +356,15 @@
##### 2
De grenswaarden worden uitgedrukt in ng/m³ of mg/m³ onder standaardomstandigheden (273,15 K, 101,3 kPa, droog gas).
De grenswaarden worden uitgedrukt in ng/m³ of mg/m³ onder standaardomstandigheden (273,15 K, 101,3 kPa, droog gas en voor een gegeven zuurstofgehalte).
##### 3
De grenswaarden gelden voor de normale bedrijfsomstandigheden, met inbegrip van de procedures voor opstarten en stilleggen, tenzij voor deze situaties specifieke grenswaarden zijn vastgesteld.
De grenswaarden gelden voor de normale bedrijfsomstandigheden. Bij batchprocessen hebben de grenswaarden betrekking op de gemiddelde niveaus die gedurende het volledige batchproces zijn vastgelegd, met inbegrip van bijvoorbeeld het voorverwarmen, verwarmen en afkoelen.
##### 4
Bemonstering en analyse van alle verontreinigende stoffen gebeurt volgens de normen die zijn vastgesteld door de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN), de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) of de dienovereenkomstige referentiemethoden van de Verenigde Staten of Canada. In afwachting van de ontwikkeling van CEN- of ISO-normen worden nationale normen gebruikt.
Bemonstering en analyse van alle verontreinigende stoffen gebeurt volgens de toepasselijke normen die zijn vastgesteld door bijvoorbeeld de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN), de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) of de dienovereenkomstige referentiemethoden van de Verenigde Staten of Canada. In afwachting van de ontwikkeling van CEN- of ISO-normen worden nationale normen gebruikt.
##### 5
@@ -356,19 +372,19 @@
##### 6
De emissie van de verschillende congeneren van PCDD/F wordt vermeld in toxiciteitequivalenten (TE), in vergelijking met 2,3,7,8-TCDD, waarbij gebruik wordt gemaakt van het systeem dat in 1988 is voorgesteld door het Committee on the Challenges of Modern Society van de NAVO (NATO-CCMS).
Emissies van PCDD/F worden uitgedrukt in totale toxiciteitsequivalent (TEQ)1/De totale toxiciteitsequivalent (TEQ) wordt operationeel gedefinieerd door de som van de producten van de concentratie van elke verbinding vermenigvuldigd met de waarde van de toxische-equivalentiefactor (TEF) van die verbinding en is een schatting van de totale 2,3,7,8-TCDD–achtige activiteit van het mengsel. De totale toxiciteitsequivalent werd voorheen afgekort tot TE.. De voor de toepassing van dit Protocol te hanteren toxische-equivalentiefactoren moeten overeenkomen met de toepasselijke internationale normen, met inbegrip van de toxische-equivalentiefactoren van PCDD/F voor zoogdieren zoals vastgelegd door de Wereldgezondheidsorganisatie in 2005.
### II. GRENSWAARDEN VOOR BELANGRIJKE STATIONAIRE BRONNEN
##### 7
Voor de verschillende soorten verbrandingsovens gelden, uitgaande van een zuurstofconcentratie in de rookgassen van 11%, de volgende grenswaarden:
- Vast stedelijk afval (verbranding van meer dan 3 ton per uur) 0,1 ng TE/m³
- Vast medisch afval (verbranding van meer dan 1 ton per uur) 0,5 ng TE/m³
- Gevaarlijk afval (verbranding van meer dan 1 ton per uur) 0,2 ng TE/m³
De volgende grenswaarden, die uitgaan van een zuurstofconcentratie in rookgassen van 11%, zijn van toepassing op de volgende typen verbrandingsovens:
- Vast stedelijk afval (bestaande stationaire bronnen die meer dan 3 ton per uur verbranden en elke nieuwe stationaire bron) 0,1 ng TEQ/m3
- Vast medisch afval (bestaande stationaire bronnen die meer dan 1 ton per uur verbranden en elke nieuwe stationaire bron) Nieuwe stationaire bron: 0,1 ng TEQ/m3 Bestaande stationaire bron: 0,5 ng TEQ/m3
- Gevaarlijk afval (bestaande stationaire bronnen die meer dan 1 ton per uur verbranden en elke nieuwe stationaire bron) Nieuwe stationaire bron: 0,1 ng TEQ/m3 Bestaande stationaire bron: 0,2 ng TEQ/m3 Niet-gevaarlijk industrieel afval1/Met inbegrip van verbrandingsovens voor biomassa-afval dat gehalogeneerde organische verbindingen of zware metalen kan bevatten als gevolg van de behandeling met houtverduurzamingsmiddelen of beschermingslagen, en in het bijzonder met inbegrip van biomassa-afval afkomstig van bouw- en sloopafval, maar met uitzondering van verbrandingsovens die uitsluitend overig biomassa-afval verwerken.2/Landen met een economie in overgang kunnen bijstoken van niet-gevaarlijk industrieel afval bij industriële processen, waar dergelijk afval als aanvullende brandstof wordt gebruikt en maximaal 10% van de energie levert, uitsluiten. Nieuwe stationaire bron: 0,1 ng TEQ/m3 Bestaande stationaire bron: 0,5 ng TEQ/m3
### I. INLEIDING
@@ -842,12 +858,316 @@
Vervallen
#### 1. Algemene aspecten van de gebruikte technologie
##### 13
Vervallen
#### 2. Technische maatregelen ter beperking van de emissie
##### 14
Vervallen
##### 15
Vervallen
##### 16
Vervallen
##### 17
Vervallen
#### b. **Benzinemotoren**
##### 18
Vervallen
##### 19
Vervallen
##### 20
Vervallen
### I. INLEIDING
### II. OVERZICHT VAN DE CATEGORIEËN
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed the present Protocol.
DONE at Aarhus (Denmark), this twenty-fourth day of June, one thousand nine hundred and ninety-eight.
##### 8
De volgende grenswaarde, die uitgaat van een zuurstofconcentratie in rookgassen van 16%, is van toepassing op sinterinstallaties:
- 0,5 ng TEQ/m3
##### 9
De volgende grenswaarde, die uitgaat van de feitelijke zuurstofconcentratie in rookgassen, is van toepassing op de volgende bron:
Secundaire staalproductie – elektrische boogovens met een productiecapaciteit van meer dan 2,5 ton gesmolten staal per uur voor verdere bewerking:
- 0,5 ng TEQ/m3
### I. INLEIDING
##### 1
Het doel van deze bijlage is de Partijen bij het Verdrag richtlijnen te verschaffen voor het identificeren van de beste beschikbare technieken teneinde te kunnen voldoen aan de verplichtingen in artikel 3, vijfde lid, van het Protocol. Een door de Partijen tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan aangenomen leidraad bevat een nadere beschrijving van en richtlijnen voor dergelijke beste beschikbare technieken. Deze leiddraad kan wanneer nodig bij consensus van de Partijen bijeen in het uitvoerend orgaan worden geactualiseerd.
##### 2
Onder „beste beschikbare technieken" (BBT) wordt verstaan: het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden, waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om in beginsel het uitgangspunt voor de emissiegrenswaarden te vormen is aangetoond, met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen, of wanneer dat niet mogelijk blijkt algemeen te beperken:
- –. Onder „technieken" wordt verstaan: zowel de toegepaste technieken als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld;
- –. Onder „beschikbare" technieken wordt verstaan: op zodanige schaal ontwikkeld dat de betrokken technieken, kosten en baten in aanmerking genomen, economisch en technisch haalbaar in de betrokken industriële context kunnen worden toegepast, onafhankelijk van de vraag of die technieken al dan niet op het grondgebied van de betrokken Lid-Staat worden toegepast of geproduceerd, mits zij voor de exploitant op redelijke voorwaarden toegankelijk zijn;
- –. Onder „beste" wordt verstaan: het meest doeltreffend voor het bereiken van een hoog algemeen niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel.
Bij de bepaling van de beste beschikbare technieken moet in het algemeen of in specifieke gevallen bijzondere aandacht worden besteed aan onderstaande factoren, waarbij rekening moet worden gehouden met de te verwachten kosten en baten van een maatregel en het voorzorg- en het preventiebeginsel:
- –. Het gebruik van technologie die weinig afval oplevert;
- –. Het gebruik van minder gevaarlijke stoffen;
- –. De bevordering van terugwinning en hergebruik van stoffen die tijdens het proces ontstaan en worden gebruikt en van afvalstoffen;
- –. Vergelijkbare processen, installaties of exploitatiemethoden die met succes op industriële schaal zijn beproefd;
- –. De vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis; de aard, de effecten en de omvang van de emissie;
- –. De data van ingebruikneming van de nieuwe of bestaande installaties;
- –. De tijd die nodig is voor het omschakelen op een betere beschikbare techniek;
- –. Het verbruik en de aard van de grondstoffen (met inbegrip van water) die bij het proces worden gebruikt en de energie-efficiëntie daarvan;
- –. De noodzaak om de algehele milieueffecten en milieurisico's van de emissie te voorkomen of tot een minimum te beperken;
- –. De noodzaak om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu tot een minimum te beperken.
Het is niet de bedoeling om aan de hand van het begrip beste beschikbare technieken bepaalde technieken of technologie voor te schrijven, maar om rekening te houden met de technische karakteristieken van de desbetreffende installatie, de geografische locatie en de plaatselijke milieusituatie.
##### 3
De informatie over de effectiviteit en de kosten van beperkende maatregelen is gebaseerd op documenten die door de Task force en de Voorbereidende werkgroep voor POP's zijn ontvangen en geëvalueerd. Tenzij anders wordt aangegeven, worden de vermelde technieken op basis van de ervaring in de praktijk als ingeburgerd beschouwd.
##### 4
Er wordt voortdurend nieuwe ervaring opgedaan met nieuwe installaties waar technieken met een geringe emissie worden gebruikt alsook met de aanpassing van bestaande installaties. Daarom zal regelmatige bewerking en aanpassing van de leidraad bedoeld in paragraaf 1 noodzakelijk zijn. De beste beschikbare technieken voor nieuwe installaties kunnen meestal ook voor bestaande installaties worden gebruikt, mits er een adequate overgangsperiode is en de technieken worden aangepast.
##### 5
In de leidraad bedoeld in het eerste lid is een aantal beperkende maatregelen met uiteenlopende kosten en efficiency opgenomen. Bij de keuze van maatregelen voor een specifiek geval zal rekening worden gehouden met een aantal factoren, zoals de economische situatie, de technologische infrastructuur en capaciteit en eventuele reeds genomen maatregelen om de luchtverontreiniging te beperken.
##### 6
De belangrijkste POP's die door stationaire bronnen worden uitgestoten zijn:
- a. polychloordibenzo-p-dioxinen/furanen (PCDD/F);
- b. hexachloorbenzeen (HCB);
- c. polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's).
Definities van deze stoffen zijn opgenomen in bijlage III van dit Protocol.
### II. BELANGRIJKE STATIONAIRE BRONNEN VAN POP-UITSTOOT
##### 7
PCDD/F worden uitgestoten door onvolledige verbranding of chemische reacties bij thermische processen waarbij organisch materiaal en chloor aanwezig zijn. Belangrijke stationaire bronnen van PCDD/F zijn:
- a. Afvalverbranding met inbegrip van bijstoken;
- b. Thermische metallurgische processen zoals de vervaardiging van aluminium en andere non-ferrometalen, ijzer en staal;
- c. Verbrandingsinstallaties die energie leveren;
- d. Huisverwarmingsinstallaties;
- e. Specifieke chemische productieprocessen waarbij tussen- en nevenproducten vrijkomen.
##### 8
Belangrijke stationaire bronnen van PAK-uitstoot zijn:
- a. Woningverwarming met hout en kolen;
- b. Open vuur, bijvoorbeeld bij vuilverbranding, bosbranden en afbranden na de oogst;
- c. Kooks- en anodeproductie;
- d. Aluminiumproductie (via het Soederberg-procédé);
- e. Installaties voor houtverduurzaming, behalve voor een Partij waarvoor deze categorie geen significante bijdrage tot haar totale uitstoot van PAK's (zoals gedefinieerd in bijlage III) levert.
##### 9
De emissie van HCB vindt plaats bij hetzelfde soort thermische en chemische processen als waarbij PCDD/F wordt uitgestoten en HCB ontstaat ook via een vergelijkbaar mechanisme. Belangrijke bronnen van HCB-emissie zijn:
- a. Installaties voor afvalverbranding met inbegrip van bijstoken;
- b. Thermische bronnen in de metallurgische industrie;
- c. Gebruik van gechloreerde brandstof in oveninstallaties.
### III. ALGEMENE AANPAK BIJ DE BEPERKING OF PREVENTIE VAN DE EMISSIE VAN POP'S
##### 10
Vervallen
##### 11
Vervallen
##### 12
Vervallen
### IV. TECHNIEKEN VOOR DE BEPERKING VAN DE PCDD/F-EMISSIE
#### A. Afvalverbranding
##### 13
Vervallen
##### 14
Vervallen
##### 15
Vervallen
##### 16
Vervallen
##### 17
Vervallen
##### 18
Vervallen
##### 19
Vervallen
##### 20
Vervallen
#### B. Thermische processen in de metallurgische industrie
#### **Sinterfabrieken**
#### **Primaire en secundaire productie van koper**
#### **Staalproductie**
#### **Smelterijen in de secundaire aluminiumindustrie**
#### C. Verbranding van fossiele brandstoffen bij elektriciteitsfabrieken en in de industrie
#### D. Huisverwarmingsinstallaties
#### E. Verbrandingsinstallaties voor hout (capaciteit < 50 MW)
### V. TECHNIEKEN VOOR DE BEPERKING VAN DE PAK-EMISSIE
#### A. Kooksproductie
#### B. Anodeproductie
#### C. Aluminiumindustrie
#### D. Huisverwarmingsinstallaties
#### E. Installaties voor houtverduurzaming
##### 1
Vervallen
### I. HAALBARE EMISSIENIVEAUS VOOR NIEUWE VOERTUIGEN EN BRANDSTOF-PARAMETERS
#### A. Haalbare emissieniveaus voor nieuwe voertuigen
##### 2. Personenauto's met dieselmotor
Vervallen
##### 3. Vrachtwagens
Vervallen
##### 4. Terreinvoertuigen
Vervallen
#### B. Brandstofparameters
##### 5. Dieselbrandstof
Vervallen
### II. BEPERKING VAN GEHALOGENEERDE LOODVANGERS, ADDITIEVEN IN BRANDSTOFFEN EN SMEERMIDDELEN
##### 6
Vervallen
##### 7
Vervallen
### III. MAATREGELEN TER BEPERKING VAN DE EMISSIE VAN POP'S DOOR MOBIELE BRONNEN
#### A. Emissie van POP's door motorvoertuigen
##### 8
Vervallen
##### 9
Vervallen
#### B. Keuring en onderhoud
##### 10
Vervallen
##### 11
Vervallen
#### C. Technieken voor de beperking van de PAK-emissie door motorvoertuigen met diesel- en benzinemotor
##### 12
Vervallen
##### 13
Vervallen
#### a. **Dieselmotoren**
##### 14
2010-12-13
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luch
2003-10-23
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luch
2003-10-23
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende l
original version
Tekst op deze datum