Wijzigingsgeschiedenis

Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, inzake persistente organische verontreinigende stoffen

4 versions · 2023-02-26
2022-01-20
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luch
2010-12-13
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luch

Wijzigingen op 2010-12-13

@@ -374,7 +374,7 @@
##### 1
Deze bijlage is bedoeld om de Partijen bij het verdrag richtsnoeren te geven bij de bepaling van de beste beschikbare technieken zodat ze kunnen voldoen aan de verplichtingen in artikel 3, lid 5, van het Protocol.
Het doel van deze bijlage is de Partijen bij het Verdrag richtlijnen te verschaffen voor het identificeren van de beste beschikbare technieken teneinde te kunnen voldoen aan de verplichtingen in artikel 3, vijfde lid, van het Protocol. Een door de Partijen tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan aangenomen leidraad bevat een nadere beschrijving van en richtlijnen voor dergelijke beste beschikbare technieken. Deze leiddraad kan wanneer nodig bij consensus van de Partijen bijeen in het uitvoerend orgaan worden geactualiseerd.
##### 2
@@ -416,11 +416,11 @@
##### 4
Er wordt voortdurend nieuwe ervaring opgedaan met nieuwe installaties waar technieken met een geringe emissie worden gebruikt en de aanpassing van bestaande installaties. De bijlage zal dan ook periodiek moeten worden geëvalueerd en aangepast. De beste beschikbare technieken voor nieuwe installaties kunnen meestal ook voor bestaande installaties worden gebruikt, mits er een adequate overgangsperiode is en de technieken worden aangepast.
Er wordt voortdurend nieuwe ervaring opgedaan met nieuwe installaties waar technieken met een geringe emissie worden gebruikt alsook met de aanpassing van bestaande installaties. Daarom zal regelmatige bewerking en aanpassing van de leidraad bedoeld in paragraaf 1 noodzakelijk zijn. De beste beschikbare technieken voor nieuwe installaties kunnen meestal ook voor bestaande installaties worden gebruikt, mits er een adequate overgangsperiode is en de technieken worden aangepast.
##### 5
In de bijlage is een aantal beperkende maatregelen met uiteenlopende kosten en efficiëntie opgenomen. Bij de keuze van maatregelen voor een specifiek geval zal rekening worden gehouden met een aantal factoren, zoals de economische situatie, de technologische infrastructuur en capaciteit, en eventuele reeds genomen maatregelen om de luchtverontreiniging te beperken.
In de leidraad bedoeld in het eerste lid is een aantal beperkende maatregelen met uiteenlopende kosten en efficiency opgenomen. Bij de keuze van maatregelen voor een specifiek geval zal rekening worden gehouden met een aantal factoren, zoals de economische situatie, de technologische infrastructuur en capaciteit en eventuele reeds genomen maatregelen om de luchtverontreiniging te beperken.
##### 6
@@ -478,25 +478,15 @@
##### 10
Er zijn verschillende manieren waarop de beperking of preventie van de emissie van POP's door stationaire bronnen kan worden aangepakt. Voorbeelden zijn de vervanging van de gebruikte materialen, wijzigingen in het procédé (waaronder onderhoud en bedrijfsvoering) en aanpassing van bestaande installaties. In de volgende lijst wordt een algemene indicatie gegeven van de beschikbare maatregelen, die afzonderlijk of gecombineerd kunnen worden toegepast:
- a. Vervanging van de gebruikte materialen wanneer dit POP's zijn of wanneer er een direct verband is tussen de materialen en de uitstoot van POP's door de bron;
- b. Een optimale milieuzorg zoals een goed beheer, preventieve onderhoudsprogramma's of wijzigingen in het procédé zoals gesloten systemen (b.v. in kooksfabrieken) of het gebruik van inerte elektrodes voor elektrolyse;
- c. Wijziging van het procédé om voor volledige verbranding te zorgen, zodat de vorming van POP's wordt voorkomen, via de aanpassing van parameters als de verbrandingstemperatuur of de verblijftijd;
- d. Methoden voor de reiniging van rookgassen zoals thermische of katalytische verbranding of oxidatie, stofvangers of adsorptie;
- e. Behandeling van restmaterialen, afval en zuiveringsslib, bijvoorbeeld door verhitting of door ze inert te maken.
Vervallen
##### 11
De voor de verschillende maatregelen in de tabellen 1, 2, 4, 5, 6, 8 en 9 vermelde emissieniveaus zijn meestal specifiek voor het desbetreffende geval. De emissieniveaus worden vermeld als percentage van de emissiegrenswaarden met conventionele technieken.
Vervallen
##### 12
Kosten-batenoverwegingen kunnen worden gebaseerd op de totale kosten per jaar per eenheid emissiebeperking (inclusief investeringen en bedrijfskosten). De kosten van de beperking van de POP-emissie moeten ook worden bezien binnen het kader van de algehele economische aspecten van het proces, zoals de effecten van de beperkende maatregelen en de productiekosten. Gezien de vele factoren die een rol spelen, zijn de cijfers voor de investeringen en de bedrijfskosten voor elk geval zeer specifiek.
Vervallen
### IV. TECHNIEKEN VOOR DE BEPERKING VAN DE PCDD/F-EMISSIE
@@ -504,314 +494,163 @@
##### 13
Afvalverbranding omvat de verbranding van stedelijk afval, gevaarlijk afval, medisch afval en zuiveringsslib.
Vervallen
##### 14
De belangrijkste maatregelen om de emissie van PCDD/F door afvalverbrandingsinstallaties te beperken zijn:
- a. Primaire maatregelen ten aanzien van het verbrande afval;
- b. Primaire maatregelen ten aanzien van de procestechnieken;
- c. Maatregelen voor de regulering van fysische parameters van het verbrandingsproces en de rookgassen (temperatuur, koelsnelheid, zuurstofgehalte enz.);
- d. Rookgasreiniging;
- e. Behandeling van de restproducten van het reinigingsproces.
Vervallen
##### 15
De **primaire maatregelen ten aanzien van het verbrande afval**, waarbij de materiaaltoevoer wordt aangepast door gehalogeneerde stoffen te vervangen door niet-gehalogeneerde stoffen, zijn niet geschikt voor de verbranding van stedelijk of gevaarlijk afval. In dat geval is het effectiever het verbrandingsproces aan te passen en secundaire maatregelen voor rookgasreiniging te nemen. De aanpassing van de materiaaltoevoer is een nuttige primaire maatregel om de hoeveelheid afval te beperken en heeft daarnaast als voordeel dat recycling mogelijk is. Dit kan leiden tot een indirecte beperking van de PCDD/F-uitstoot doordat er minder afval wordt verbrand.
Vervallen
##### 16
De **wijziging van procestechnieken** om de verbrandingsomstandigheden te optimaliseren is een belangrijke en effectieve maatregel om de PCDD/F-uitstoot te beperken (meestal 850°C of hoger, regulering van de zuurstoftoevoer afhankelijk van de verbrandingswaarde en de consistentie van het afval, een voldoende verblijftijd – 850°C gedurende ongeveer 2 seconden – en turbulentie van het gas, voorkomen van gedeelten met koud gas in de verbrandingsoven enz.). Wervelbedverbranders leveren bij een lagere temperatuur dan 850°C afdoende emissieresultaten op. Voor bestaande verbrandingsinstallaties houdt dit meestal in dat de installatie een nieuw ontwerp moet krijgen en/of moet worden vervangen, hetgeen niet in alle landen economisch verantwoord zal zijn. Het koolstofgehalte van de as moet tot een minimum worden beperkt.
Vervallen
##### 17
**Rookgasmaatregelen**. De volgende maatregelen kunnen worden genomen om tot een redelijk effectieve daling van het PCDD/F-gehalte in de rookgassen te komen. De **de novo**-synthese gebeurt bij ongeveer 250 tot 450°C. Deze maatregelen moeten eerst worden genomen voordat verder beperkingen mogelijk zijn om aan het eind van de schoorsteen tot de gewenste niveaus te komen:
- a. Snelle afkoeling van de rookgassen (zeer effectief en betrekkelijk goedkoop);
- b. Toevoeging van remmers als triethanolamine of triethylamine (kan ook zorgen voor reductie van stikstofoxiden), waarbij echter om veiligheidsredenen rekening moet worden gehouden met nevenreacties;
- c. Gebruik van systemen om stof op te vangen voor temperaturen tussen 800 en 1000°C, bijvoorbeeld keramische filters en cyclonen;
- d. Gebruik van elektrische ontladingssystemen bij lage temperatuur;
- e. Preventie van de afzetting van vliegas in het afvoersysteem voor de rookgassen.
Vervallen
##### 18
Methoden voor **reiniging van de rookgassen** zijn:
- a. Klassieke stofvangers om de hoeveelheid aan deeltjes gebonden PCDD/F te beperken;
- b. Selectieve katalytische reductie of selectieve niet-katalytische reductie;
- c. Adsorptie met actieve kool of kooks in vaste of wervelbedsystemen;
- d. Verschillende soorten adsorptiemethoden en geoptimaliseerde gaswassystemen met mengsels van actieve kool, martinovenkool, kalk en kalksteenoplossingen in reactoren met een vast bed, een bewegend bed en een wervelbed. De opvangefficiëntie voor gasvormig PCDD/F kan worden verbeterd door op het oppervlak van een doekfilter een afdoende laag actieve kool aan te brengen.
- e. Oxidatie met H2O2;
- f. Katalytische verbrandingsmethoden met verschillende soorten katalysatoren (Pt/Al2O3 of koper-chromietkatalysatoren met verschillende promotors om het oppervlak te stabiliseren en veroudering van de katalysator tegen te gaan).
Vervallen
##### 19
Met bovengenoemde methoden kan een PCDD/F-emissieniveau van 0,1 ng TE/m³ rookgas worden gehaald. Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van adsorbers/filters met actieve kool of kooks moet ervoor worden gezorgd dat vrijkomende koolstofdeeltjes niet zorgen voor een stijging van de PCDD/F-uitstoot in een later stadium. Tevens moet worden opgemerkt dat adsorbers en stofvangers vóór katalysatoren (SCR-techniek) residuen met PCDD/F opleveren, die moeten worden opgewerkt of op correcte wijze moeten worden verwijderd.
Vervallen
##### 20
Een vergelijking tussen de verschillende maatregelen om PCDD/F in rookgassen terug te dringen is een zeer gecompliceerde zaak die leidt tot een matrix met een breed scala van industriële installaties met uiteenlopende capaciteit en configuratie. Bij een vergelijking van de kosten moet ook rekening worden gehouden met de maatregelen om de uitstoot van andere verontreinigingen, zoals zware metalen (al dan niet aan deeltjes gebonden), tot een minimum te beperken. In de meeste gevallen is het dan ook niet mogelijk een direct verband te leggen met alleen de beperking van de PCDD/F-uitstoot. Tabel 1 bevat een overzicht met de beschikbare gegevens voor de verschillende maatregelen.
Vervallen
##### 21
Verbrandingsinstallaties van medisch afval kunnen in veel landen een belangrijke bron van PCDD/F vormen. Bepaalde soorten medisch afval zoals delen van het menselijk lichaam, besmet afval, naalden, bloed, plasma en cytostatica worden als een speciaal soort gevaarlijk afval behandeld, terwijl ander medisch afval vaak ladingsgewijs ter plaatse wordt verbrand. Verbrandingsinstallaties die ladingsgewijs werken kunnen aan dezelfde eisen inzake de beperking van PCDD/F voldoen als andere afvalverbranders.
Vervallen
##### 22
De Partijen zullen wellicht willen overwegen of een beleid ter stimulering van de verbranding van stedelijk en medisch afval in grote regionale installaties in plaats van kleinere installaties wenselijk is. Deze aanpak kan het gebruik van BBT rendabeler maken.
Vervallen
##### 23
**De behandeling van residuen van het rookgasreinigingsproces**. In tegenstelling tot as van verbrandingsinstallaties bevatten deze residuen relatief hoge concentraties zware metalen, organische verontreinigingen (met inbegrip van PCDD/F), chloriden en sulfiden. De verwijdering daarvan moet dan ook op een gecontroleerde manier gebeuren. Met name bij natte gaswassers ontstaan grote hoeveelheden zuur verontreinigd vloeibaar afval. Er bestaan enkele speciale behandelingsmethoden zoals:
- a. De katalytische behandeling van doekfilterstof bij lage temperatuur en in zuurstofarm milieu;
- b. Reiniging van doekfilterstof met het 3-R-procédé (extractie van zware metalen met zuur en verbranding om organisch materiaal te vernietigen);
- c. Verglazing van doekfilterstof;
- d. Andere immobilisatiemethoden; en
- e. Het gebruik van plasmatechnologie.
Vervallen
#### B. Thermische processen in de metallurgische industrie
##### 24
Specifieke processen in de metallurgische industrie kunnen belangrijke resterende bronnen van PCDD/F-uitstoot zijn, zoals:
- a. De primaire ijzer- en staalindustrie (b.v. hoogovens, sinterfabrieken en ijzerertspelletisering);
- b. De secundaire ijzer- en staalindustrie; en
- c. De primaire en secundaire non-ferrometaalindustrie (koperproductie).
Tabel 2 bevat een overzicht van de maatregelen ter beperking van de PCDD/F-uitstoot voor de metallurgische industrie.
Vervallen
##### 25
Installaties voor metaalproductie en -bewerking met PCDD/F-emissie kunnen voldoen aan een maximale emissieconcentratie van 0,1 ng TE/m³ (bij een rookgasdebiet van meer dan 5.000 m³ /uur) indien zij beperkende maatregelen gebruiken.
Vervallen
#### **Sinterfabrieken**
##### 26
Uit metingen bij sinterfabrieken in de ijzer- en staalindustrie is gebleken dat de PCDD/F-emissie meestal tussen 0,4 en 4 ng TE/m³ ligt. Eén meting bij één installatie zonder beperkende maatregelen leverde een concentratie van 43 ng TE/m³ op.
Vervallen
##### 27
Gehalogeneerde verbindingen kunnen leiden tot de vorming van PCDD/F als zij in sinterfabrieken terechtkomen via de materiaaltoevoer (kooksbries, zoutgehalte in erts) of toegevoegd gerecycleerd materiaal (zoals walshuid, stof uit hoogovengas, stof uit filters of zuiveringsslib). Net als bij de verbranding van afval is er echter geen duidelijk verband tussen het chloorgehalte van de materiaaltoevoer en de emissie van PCDD/F. Het zal wellicht afdoende zijn het gebruik van verontreinigd restmateriaal te vermijden en de walshuid te ontoliën of te ontvetten voordat deze in de sinterfabriek wordt gebracht.
Vervallen
##### 28
De meest effectieve manier om de emissie van PCDD/F te beperken is door de toepassing van een combinatie van de volgende secundaire maatregelen:
- a. Recirculatie van de rookgassen zorgt voor een significante beperking van de PCDD/F-emissie. Dit zorgt bovendien voor een significante daling van het rookgasdebiet, zodat ook de installatie van eventuele extra emissiebeperkende maatregelen goedkoper wordt;
- b. Installatie van doekfilters (in sommige gevallen gecombineerd met elektrostatische stofvangers) of elektrostatische stofvangers met injectie van actieve kool/martinovenkool/kalksteenmengsels in de rookgassen;
- c. Er zijn gasreinigingsmethoden ontwikkeld waarbij de rookgassen eerst worden gekoeld en vervolgens uitgeloogd met hogedruk gaswassers met scheiding door druppeldepositie. Een emissie van 0,2 tot 0,4 ng TE/m³ is haalbaar. Door toevoeging van een geschikt adsorbeermiddel zoals bruinkoolkooks/steenkoolgruis kan een concentratie van 0,1 ng TE/m³ worden gehaald.
| Mogelijkheden | Emissie-niveau (%)1Restemissie in vergelijking met emissie zonder maatregelen. | Geraamde kosten | Risico's |
| --- | --- | --- | --- |
| Primaire maatregelen door wijziging van het toegevoerde materiaal: – Verwijdering van precursors en chloorhoudend materiaal; en – Beheer van de afvalstromen. | Resultaat voor emissie-niveau niet gekwantificeerd; lijkt niet lineair afhankelijk te zijn van de omvang van de materiaal-toevoer. | | Sortering vooraf van materiaaltoevoer niet effectief; inzameling slechts gedeeltelijk mogelijk; ander chloorhoudend materiaal, zoals keukenzout of papier, kan niet worden vermeden. Voor gevaarlijk chemisch afval is dit niet wenselijk. Nuttige primaire maatregel en geschikt voor speciale gevallen (b.v. afgewerkte olie of elektrische onderdelen) met recycling van materialen als mogelijk extra voordeel. |
| Wijziging van de procestechnologie: – Optimale omstandigheden bij verbranding; – Voorkomen van temperaturen onder 850°C en koele gebieden in de rookgassen; – Voldoende zuurstofgehalte; regulering van de zuurstoftoevoer afhankelijk van de verbrandingswaarde en de consistentie van de materiaaltoevoer; en – Voldoende verblijftijd en turbulentie. | | | Het hele procédé moet achteraf worden aangepast. |
| Maatregelen voor rookgassen: | | | |
| Preventie van deeltjesdepositie door: | | | |
| – roetreinigers, mechanische kloppers, akoestische of stoomroetblazers. | | | Door stoomroetblazen kan de vorming van PCDD/F toenemen. |
| Stofverwijdering, meestal in afvalverbranders | < 10 | Middelhoog | Verwijdering van aan deeltjes geadsorbeerde PCDD/F. Methoden voor verwijdering van deeltjes in hete rookgasstromen uitsluitend in proefinstallaties gebruikt. |
| – Doekfilters; | 1 - 0,1 | Hoog | Gebruik bij temperaturen < 150°C. |
| – Keramische filters; | Lage efficiëntie | | Gebruik bij temperaturen tussen 800 en 1.000°C. |
| – Cyclonen; en | Lage efficiëntie | Middelhoog | |
| – Elektrostatische filters | Middelhoge efficiëntie | | Gebruik bij een temperatuur van 450°C; bevordering van **de novo**-synthese van PCDD/F mogelijk, hogere emissie van NOx, minder terugwinning van warmte. |
| Katalytische oxidatie | | | Gebruik bij temperaturen tussen 800 en 1000°C. Aparte bestrijdingsmaatregelen voor gasfase nodig. |
| Snel afkoelen van rookgassen | | | |
| Hoogwaardige adsorptie-eenheid met toegevoegde actieve kooldeeltjes (elektrodynamische venturi) | | | |
| Selectieve katalytische reductie (SCR) | | Hoge investeringen en lage bedrijfskosten | Reductie van NOx bij toevoeging van NH3; hoog ruimtebeslag, gebruikte katalysatoren en residuen van actieve kool of kooks van bruinkool kunnen worden verwijderd, katalysatoren kunnen meestal door de fabrikant worden opgewerkt, actieve kool en kooks van bruinkool kunnen onder streng gereguleerde omstandigheden worden verbrand. |
| Verschillende soorten natte en droge adsorptiemethoden met mengsels van actieve kool, kooks van martinovens, kalk en kalksteenoplossingen in reactoren met vast bed, bewegend bed en wervelbed: | | | |
| – Reactor met vast bed, adsorptie met actieve kool of kooks van martinovens; en | < 2 (0,1 ng TE/m³ ) | Hoge investeringen, middelhoge bedrijfskosten | Verwijdering van residuen; hoog ruimtebeslag. |
| – Meesleepreactor of circulerende wervelbedreactor met toevoeging van actieve kooks/kalk of kalksteenoplossingen, gevolgd door doekfilter. | < 10 (0,1 ng TE/m³ ) | Lage investeringen, middelhoge bedrijfskosten | Verwijdering van residuen. |
| Toevoeging van H2O2. | 2 - 5 (0,1 ng TE/m³ ) | Lage investeringen, lage bedrijfskosten | |
| Mogelijkheden | Emissieniveau (%)1Restemissie in vergelijking met emissie zonder maatregelen. | Geraamde kosten | Risico's |
| --- | --- | --- | --- |
| Sinterfabrieken | | | |
| **Primaire maatregelen**: | | | |
| – Optimalisering/inkapseling van sintertransportbanden; | | Laag | Niet 100% haalbaar |
| – Recirculatie van rookgassen, b.v. „Emission Optimised Sintering", waarbij het rookgasdebiet met ongeveer 35% daalt (lagere kosten van verdere secundaire maatregelen door het lagere rookgasdebiet), capaciteit 1 miljoen Nm³ /uur; | 40 | Laag | |
| **Secundaire maatregelen:** | | | |
| – Elektrostatische stofvanger + moleculaire zeef; | Middelhoge efficiëntie | Middelhoog | |
| – Toevoeging van mengsels van kalksteen/actieve kool; | Hoge efficiëntie (0,1 ng TE/m³ ) | Middelhoog | |
| – Hogedruk gaswassers - bestaande installatie: AIRFINE (Voest Alpine Stahl Linz) sinds 1993 voor 600.000 Nm³ /uur; tweede installatie gepland in Nederland (Hoogovens) voor 1998. | Hoge efficiëntie emissiebeperking tot 0,2-0,4 ng TE/m³ | Middelhoog | 0,1 ng TE/m³ haalbaar met hoger energieverbruik; geen bestaande installatie |
| Productie van non-ferrometalen (b.v. koper) | | | |
| **Primaire maatregelen**: | | | |
| – Voorsorteren van schroot, vermijden van bijvoorbeeld kunststoffen en met PVC verontreinigd schroot, verwijdering van coatings en gebruik van chloorvrij isolerend materiaal; | | Laag | |
| **Secundaire maatregelen**: | | | |
| – Het snel afkoelen van de hete rookgassen; | Hoge efficiëntie | Laag | |
| – Gebruik van zuurstof of met zuurstof verrijkte lucht in ovens, zuurstofinjectie in ventilatieoven (zorgt voor volledige verbranding en een minimaal rookgasvolume); | 5 - 7 (1,5-2 TE/m³ ) | Hoog | |
| – Reactor met vast bed of straalstroomwervelbedreactor door adsorptie met actieve kool of kolenstof uit martinoven; | (0,1 ng TE/m³ ) | Hoog | |
| – Katalytische oxidatie; en | (0,1 ng TE/m³ ) | Hoog | |
| – Beperking van de verblijfstijd in het kritische temperatuurgebied in het rookgassysteem. | | | |
| Productie van ijzer en staal | | | |
| **Primaire maatregelen**: | | | |
| – Verwijdering van olie uit het schroot voordat de productievaten worden geladen; | | Laag | Voor reiniging moeten oplosmiddelen worden gebruikt |
| – Verwijdering van organisch spoormateriaal zoals olie, emulsies, vet, verf en kunststoffen uit grondstoffen; | | Laag | |
| – Verlaging van de specifieke hoge rookgasvolumes; | | Middelhoog | |
| – Aparte opvang en behandeling van de emissie bij laden en lossen; | | Laag | |
| **Secundaire maatregelen**: | | | |
| – Aparte opvang en behandeling van de emissie bij laden en lossen; en | | Laag | |
| – Doekfilter in combinatie met kooksinjectie. | < 1 | Middelhoog | |
| Secundaire aluminiumproductie | | | |
| **Primaire maatregelen**: | | | |
| – Vermijding van gehalogeneerd materiaal (hexachloorethaan); | | Laag | |
| – Vermijding van chloorhoudende smeermiddelen (zoals gechloreerde koolwaterstoffen); en | | Laag | |
| – Reiniging en sortering van vuile schrootladingen, bijvoorbeeld door spanen van de coating te ontdoen en te drogen, zink/drijfscheidingstechnieken en wervelstroomdepositie; | | | |
| **Secundaire maatregelen**: | | | |
| – Eén- en meerfasendoekfilter met toevoeging van kalksteen/geactiveerde kool vóór het filter; | < 1 (0,1 ng TE/m³ ) | Middelhoog/hoog | |
| – Minimalisering en aparte verwijdering en zuivering van anders verontreinigde rookgasstromen; | | Middelhoog/hoog | |
| – Vermijding van deeltjesdepositie uit de rookgassen en bevordering van snelle passage van het kritisch temperatuurtraject; en | | Middelhoog/hoog | |
| – Verbeterde voorbehandeling van aluminiumschroot uit shredders met zink/drijfscheidingstechnieken en scheiding door wervelstroomdepositie. | | Middelhoog/hoog | |
Vervallen
#### **Primaire en secundaire productie van koper**
##### 29
In bestaande installaties voor de primaire en secundaire koperproductie is na rookgasreiniging een PCDD/F-emissieconcentratie van enkele picogrammen tot 2 ng TE/m³ haalbaar. Bij één koperschachtoven is vóór optimalisering van de aggregaten een PCDD/F-emissie tot 29 ng TE/m³ gemeten. In het algemeen is er een grote variatie in de PCDD/F-emissiewaarden van deze installaties vanwege de grote verschillen in de grondstoffen die in verschillende aggregaten en processen worden gebruikt.
Vervallen
##### 30
In het algemeen zijn de volgende maatregelen geschikt om de PCDD/F-emissie te beperken:
- a. Voorsorteren van schroot;
- b. Voorbehandeling van schroot, bijvoorbeeld door verwijdering van kunststof of PVC-coatings, voorbehandeling van kabelschroot met uitsluitend koude/mechanische methoden;
- c. Koeling van de hete rookgassen (met hergebruik van warmte) om de verblijfstijd in het kritische temperatuurgebied in het rookgassysteem te beperken;
- d. Gebruik van zuurstof of met zuurstof verrijkte lucht in ovens of zuurstofinjectie in ventilatieovens (zorgt voor volledige verbranding en een minimaal rookgasvolume);
- e. Adsorptie in een reactor met vast bed of straalstroomwervelbed met actieve kool of kolenstof uit martinoven; en
- f. Katalytische oxidatie.
Vervallen
#### **Staalproductie**
##### 31
De PCDD/F-emissie bij oxystaalfabrieken voor de prìoductie van staal en bij hoogovens met een koepeloven, elektro-oven of vlamboogoven voor het smelten van gietijzer liggen significant onder 0,1 ng TE/m³. Bij een koudeluchtoven en een draaitrommeloven (smelten van gietijzer) ligt de PCDD/F-emissie hoger.
Vervallen
##### 32
Vlamboogovens die bij de secundaire staalproductie worden gebruikt, kunnen een emissieconcentratie van 0,1 ng TE/m³ halen als de volgende maatregelen worden toegepast:
- a. Aparte opvang van de emissie bij laden en lossen; en
- b. Gebruik van een doekfilter of een elektrostatische stofvanger in combinatie met kooksinjectie.
Vervallen
##### 33
De materiaaltoevoer voor vlamboogovens bevat vaak olie, emulsies of vet. Algemene primaire maatregelen voor de beperking van PCDD/F kunnen zijn: sorteren, ontoliën en verwijdering van de coating van schroot dat kunststoffen, rubber, verf, pigmenten en vulkaniseeradditieven kan bevatten.
Vervallen
#### **Smelterijen in de secundaire aluminiumindustrie**
##### 34
De PCDD/F-emissie van smelterijen in de secundaire aluminiumindustrie liggen ongeveer tussen 0,1 en 14 ng TE/m³ . De concentratie is afhankelijk van de aard van het smeltaggregaat, de gebruikte materialen en de gehanteerde technieken voor rookgaszuivering.
Vervallen
##### 35
In het algemeen zorgen één- en meerfasendoekfilters, aangevuld met kalksteen/actieve kool/kool uit martinovens vóór het filter, voor een concentratie van maximaal 0,1 ng TE/m³ met een reductie-efficiëntie van 99%.3 met een reductie-efficiëntie van 99%.
Vervallen
##### 36
Ook de volgende maatregelen komen in aanmerking:
- a. Minimalisering en aparte verwijdering en zuivering van anders verontreinigde rookgasstromen;
- b. Vermijding van de depositie van deeltjes uit rookgassen;
- c. Een snelle passage van het kritisch temperatuurtraject;
- d. Een betere voorsortering van aluminiumschroot uit shredders met behulp van zink/drijfscheidingstechnieken en scheiding door wervelstroomdepositie; en
- e. Verbetering van de reiniging vooraf van aluminiumschroot door de verwijdering van de coating en het drogen van spanen.
Vervallen
##### 37
De mogelijkheden d en e zijn belangrijk omdat het onwaarschijnlijk is dat bij moderne smelttechnieken zonder toeslag (waarbij geen halogeniden worden gebruikt) het laagwaardige schroot kan worden verwerkt dat in draaitrommelovens kan worden gebruikt.
Vervallen
##### 38
In het kader van het [Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het Noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001119) zijn er besprekingen aan de gang over de herziening van een eerdere aanbeveling om het gebruik van hexachloorethaan in de aluminiumindustrie geleidelijk te staken.
Vervallen
##### 39
De smelt kan met geavanceerde technologie worden behandeld, zoals stikstof/chloormengsels in een verhouding tussen 9:1 en 8:2, gasinjectieapparatuur voor fijne dispersie en stikstofspoeling vooraf en achteraf en vacuümontvetting. Bij stikstof/chloormengsels is een PCDD/F-concentratie van ongeveer 0,03 ng TE/m³ gemeten (vergeleken met meer dan 1 ng TE/m³ bij behandeling met uitsluitend chloor). Chloor is nodig voor de verwijdering van magnesium en andere ongewenste bestanddelen.
Vervallen
#### C. Verbranding van fossiele brandstoffen bij elektriciteitsfabrieken en in de industrie
##### 40
Bij de verbranding van fossiele brandstoffen bij elektriciteitsbedrijven en in de industrie (stookketels met een thermische capaciteit van meer dan 50 MW) zullen een verbeterde energie-efficiëntie en energiebesparing leiden tot een daling van de emissie van alle verontreinigende stoffen omdat er minder brandstof nodig is. Dit zal ook leiden tot een daling van de PCDD/F-emissie. Verwijdering van chloor uit kolen of olie is niet kosteneffectief, maar de tendens in de richting van gasgestookte installaties zorgt toch voor een daling van de PCDD/F-emissie in deze sector.
Vervallen
##### 41
Er dient te worden opgemerkt dat de PCDD/F-emissie significant zou kunnen stijgen als afvalstoffen (zuiveringsslib, afgewerkte olie, rubberafval enz.) aan de brandstof wordt toegevoegd. De verbranding van afval voor de energievoorziening mag uitsluitend gebeuren in installaties met systemen voor rookgaszuivering die voor een zeer efficiënte verwijdering van PCDD/F zorgen (beschreven in deel A).
Vervallen
##### 42
Het gebruik van technieken om de emissie van stikstofoxiden, zwaveldioxide en deeltjes in de rookgassen te beperken kan ook zorgen voor een beperking van de PCDD/F-emissie. Bij het gebruik van deze technieken zal de efficiëntie van de PCDD/F-verwijdering van installatie tot installatie verschillen. Er wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van technieken voor PCDD/F-verwijdering, maar zolang deze technieken nog niet op industriële schaal beschikbaar zijn, wordt er geen beste beschikbare techniek gespecificeerd voor PCDD/F-verwijdering.
Vervallen
#### D. Huisverwarmingsinstallaties
##### 43
De bijdrage van huisverwarmingsinstallaties tot de totale PCDD/F-emissie is minder significant wanneer op een correcte wijze gebruik wordt gemaakt van goedgekeurde brandstoffen. Daarnaast kunnen er grote regionale verschillen in de emissie optreden die veroorzaakt worden door de aard en de kwaliteit van de brandstof en de geografische dichtheid en het gebruik van de installatie.
Vervallen
##### 44
Koolwaterstoffen in brandstoffen en verbrandingsgassen worden in huisverwarmingsinstallaties minder volledig verbrand dan in grote stookinstallaties. Dit is vooral het geval wanneer er gebruik wordt gemaakt van vaste brandstoffen zoals hout of kolen, waarbij de PCDD/F-concentratie in de rookgassen tussen 0,1 en 0,7 ng TE/m³ ligt.
Vervallen
##### 45
Wanneer verpakkingsmateriaal tegelijk met vaste brandstoffen wordt verbrand, stijgt de PCDD/F-emissie. Het komt voor dat er in particuliere woningen afval en verpakkingsmateriaal wordt verbrand, ook al is dit in sommige landen verboden. Het staat wel vast dat huisvuil vanwege de stijgende verwijderingskosten in huisverwarmingsinstallaties wordt verbrand. Wanneer daarbij hout met verpakkingsafval wordt gebruikt, kan de PCDD/F-emissie stijgen van 0,06 ng TE/m³ (uitsluitend hout) tot 8 ng TE/m³ (bij 11 volumeprocent O2). Deze resultaten zijn bevestigd door onderzoek in verschillende landen waar in de verbrandingsgassen van huisverwarmingsinstallaties waar afval wordt verbrand, concentraties tot 114 ng TE/m³ (bij 13 volumeprocent zuurstof) zijn gemeten.
Vervallen
##### 46
De emissie door huisverwarmingsinstallaties kan worden beperkt door uitsluitend brandstof van goede kwaliteit te gebruiken en geen afval, halogeenhoudende kunststoffen en ander materiaal te verbranden. Voorlichtingsprogramma's die gericht zijn op de kopers/gebruikers van huisverwarmingsinstallaties kunnen hierbij goede diensten bewijzen.
Vervallen
#### E. Verbrandingsinstallaties voor hout (capaciteit < 50 MW)
##### 47
Uit metingen bij houtverbrandingsinstallaties blijkt dat PCDD/F-concentraties boven 0,1 ng TE/m³ in de verbrandingsgassen voorkomen, met name bij onvolledige verbranding en/of wanneer de verbrande stoffen een hoger gehalte aan chloorhoudende verbindingen hebben dan normaal onbehandeld hout. De totale koolstofconcentratie in de verbrandingsgassen geeft een indicatie omtrent een eventuele slechte verbranding. Er is een correlatie gevonden tussen de CO-emissie, de volledigheid van de verbranding en de PCDD/F-emissie. Tabel 3 bevat een overzicht met enkele emissieconcentraties en -factoren voor houtverbrandingsinstallaties.
| Brandstof | Emissie-concentratie (ng TE/m³ ) | Emissie-factor (ng TE/kg) | Emissie-factor (ng/GJ) |
| --- | --- | --- | --- |
| Onbewerkt hout (beukenhout) | 0,02 - 0,10 | 0,23 - 1,3 | 12 - 70 |
| Onbewerkte houtsnippers uit bossen | 0,07 - 0,21 | 0,79 - 2,6 | 43 - 140 |
| Spaanplaat | 0,02 - 0,08 | 0,29 - 0,9 | 16 - 50 |
| Stedelijk afvalhout | 2,7 - 14,4 | 26 - 173 | 1400 - 9400 |
| Huisvuil | 114 | 3230 | |
| Houtskool | 0,03 | | |
Vervallen
##### 48
De verbranding van stedelijk afvalhout (sloophout) in bewegende roosters leidt tot een betrekkelijk hoge PCDD/F-emissie in vergelijking met ander hout dat geen afval is. Als primaire maatregel om de emissie te beperken kan ervoor worden gezorgd dat behandeld afvalhout niet in houtverbrandingsinstallaties wordt verbrand. De verbranding van behandeld hout moet uitsluitend in installaties met een adequate rookgasreiniging gebeuren om de PCDD/F-emissie tot een minimum te beperken.
Vervallen
### V. TECHNIEKEN VOOR DE BEPERKING VAN DE PAK-EMISSIE
@@ -819,279 +658,127 @@
##### 49
Bij de productie van kooks komen PAK's met name in de buitenlucht terecht:
- a. Bij het laden van de oven door de vulgaten;
- b. Door lekkage via de ovendeur, de klimpijpen en de deksels van de vulgaten; en
- c. Bij het leegdrukken van de oven en het afkoelen van de kooks.
Vervallen
##### 50
Qua concentratie van benzo(a)pyreen (BaP) lopen de verschillende bronnen in een kooksbatterij sterk uiteen. De hoogste BaP-concentraties worden aan de bovenkant van de batterij en in de directe omgeving van de deuren gemeten.
Vervallen
##### 51
De PAK-emissie bij de kooksproductie kan worden beperkt door de bestaande geïntegreerde ijzer- en staalfabrieken technisch te verbeteren. Dit kan betekenen dat oude kooksbatterijen worden gesloten en vervangen en dat de kooksproductie in zijn algemeenheid afneemt ten gunste van bijvoorbeeld de injectie van hoogwaardige kolen bij de staalproductie.
Vervallen
##### 52
Een strategie ter beperking van de PAK-emissie door kooksbatterijen moet onder andere de volgende technische maatregelen omvatten:
- a. Vullen van de kooksovens:
- –. Beperking van de deeltjesemissie bij het laden van de kolen uit de bunker in de vulwagens;
- –. Gesloten systemen voor de verplaatsing van kolen wanneer gebruik wordt gemaakt van voorverwarming van kolen;
- –. Afzuiging en daarna behandeling van de vulgassen, hetzij door de gassen in de dichtstbijzijnde oven te brengen, hetzij door ze via een verzamelleiding naar een naverbrander en vervolgens een stofafscheider te transporteren. In sommige gevallen kunnen de opgevangen vulgassen op de vulwagens worden verbrand, maar deze op vulwagens gebaseerde systemen leveren voor het milieu en qua veiligheid minder goede resultaten op. Door stoom- of waterinjectie in de klimpijpen moet voor voldoende zuiging worden gezorgd;
- b. Emissie bij de deksels van de vulgaten tijdens de verkooksing moet worden voorkomen door:
- –. Het gebruik van vulgatdeksels die zeer goed afsluiten;
- –. Afdichting van de vulgatdeksels met klei (of een even effectief materiaal) na iedere vulling;
- –. Reiniging van de vulgatdeksels en -ringen voordat de vulgaten gesloten worden;
- –. Zorgen dat de bovenkant van de oven vrij van kolenresten blijft;
- c. De deksels van de klimpijpen moeten van watersloten worden voorzien om te voorkomen dat gas en teer ontsnapt en de sloten moeten geregeld worden gereinigd om te zorgen dat ze goed blijven functioneren;
- d. De installatie om de kooksovendeuren te bedienen moet worden voorzien van systemen om het oppervlak van de afsluitingen op de deuren en deurramen van de oven te reinigen;
- e. Kooksovendeuren:
- –. Er moet een zeer goede afdichting worden gebruikt (b.v. membraandeuren onder veerdruk);
- –. De afdichting op de ovendeuren en de deurramen moet na ieder gebruik grondig worden gereinigd;
- –. De deuren moeten zodanig worden ontworpen dat er een systeem voor het opvangen van deeltjes kan worden geïnstalleerd dat (via een verzamelleiding) bij het leegdrukken op een stofvanginstallatie kan worden aangesloten;
- f. De kookstransportmachine moet worden voorzien van een vaste afzuigkap, een vaste afvoerleiding en een vast gasreinigingssysteem (bij voorkeur een doekfilter);
- g. Bij het kooksblussen moeten emissiearme procedures worden gevolgd, bijvoorbeeld droge kooksblussing. Het verdient de voorkeur een nat blusprocédé te vervangen door droge kooksblussing, mits er een systeem met een gesloten circulatie wordt gebruikt om te voorkomen dat er afvalwater ontstaat. De hoeveelheid stof die bij de verwerking van droog gebluste kooks ontstaat, moet worden beperkt.
Vervallen
##### 53
Het zogenaamde „non-recovery-cokemaking" proces emitteert aanzienlijk minder PAK dan het gangbaarder procédé met terugwinning van de bijproducten. Dit komt doordat er in dat geval een onderdruk in de oven heerst, zodat lekkage via de kooksovendeuren naar de buitenlucht onmogelijk is. Bij het verkooksen wordt het ruwgas uit de oven verwijderd door een natuurlijke trek, die voor een onderdruk in de oven zorgt. Deze ovens zijn niet geschikt voor de terugwinning van de chemische bijproducten uit ruwgas. In plaats daarvan worden de rookgassen van het verkooksingsproces (met PAK's) efficiënt verbrand bij hoge temperaturen en een lange verblijftijd. De afvalwarmte van deze verbranding wordt gebruikt voor de energievoorziening bij het verkooksen en het warmteoverschot kan worden gebruikt om stoom te maken. Met het oog op het rendement van dit verkooksingsprocédé is wellicht een installatie voor warmtekrachtkoppeling nodig om met de overmaat stoom elektriciteit op te kunnen wekken. Momenteel draait er slechts één kooksfabriek zonder terugwinning in de Verenigde Staten en één in Australië. Het procédé komt neer op een horizontale kameroven zonder terugwinning met een verbrandingskamer tussen twee ovens. De twee ovens worden om en om gevuld en verkookst. Zo is er altijd één oven die de verbrandingskamer van kooksovengas voorziet. De benodigde warmtebron wordt geleverd door de verbranding van kooksovengas in de verbrandingskamer. Het ontwerp van de verbrandingskamer zorgt voor de benodigde verblijfstijd (ongeveer 1 seconde) en hoge temperaturen (minimaal 900°C).
Vervallen
##### 54
Er moet een effectief programma worden gebruikt voor de controle op lekkages uit de afdichting van de kooksovendeuren, de klimpijpen en de vulgatdeksels. Dit betekent controle op en registratie van lekkages met onmiddellijk herstel of onderhoud. Op deze manier kan een significante beperking van de diffuse emissie worden verwezenlijkt.
Vervallen
##### 55
Aanpassing van bestaande kooksbatterijen om de condensatie van rookgassen uit alle bronnen (met warmteterugwinning) te vergemakkelijken zorgt voor een daling van de PAK-emissie in de lucht met 86 tot meer dan 90% (afvalwaterzuivering niet meegerekend). Rekening houdend met de teruggewonnen energie, het verwarmde water, het synthesegas en het bespaarde koelwater kunnen de investeringskosten in vijf jaar worden afgeschreven.
Vervallen
##### 56
Bij een stijging van het volume van de kooksoven daalt het totale aantal ovens, het aantal keren dat de ovendeur wordt geopend (het aantal leeggedrukte ovens per dag), het aantal afdichtingen in een kooksbatterij en derhalve de PAK-emissie. Door een daling van de bedrijfs- en personeelskosten neemt ook de productiviteit toe.
Vervallen
##### 57
Droge kooksblussystemen vereisten hogere investeringen dan natte methoden. De hogere bedrijfskosten kunnen worden gecompenseerd door de terugwinning van warmte die voor de oorverwarming van de kolen kan worden gebruikt. De energie-efficiëntie van een gecombineerd systeem met droge kooksblussing en voorverwarming van de kolen stijgt van 38 tot 65%. Door voorverwarming van de kolen neemt de productiviteit met 30% toe. Dit kan tot 40% worden opgevoerd omdat het verkooksingsproces homogener verloopt.
Vervallen
##### 58
Alle tanks en installaties voor de opslag en behandeling van koolteer en koolteerproducten moeten worden voorzien van een efficiënte dampretourleiding en/of een dampafbraaksysteem. De bedrijfskosten van dampafbraaksystemen kunnen bij een autonoom naverbrandingsprocédé worden beperkt als de concentratie van de koolstofverbindingen in het afval hoog genoeg is.
Vervallen
##### 59
Tabel 4 geeft een overzicht van de maatregelen ter beperking van de PAK-emissie bij de kooksproductie.
| Mogelijkheden | Emissieniveau (%)1Restemissie in vergelijking met emissie zonder maatregelen. | Geraamde kosten | Risico's |
| --- | --- | --- | --- |
| Aanpassing van oude installaties met condensatie van de rookgassen uit alle bronnen omvat de volgende maatregelen: | Totaal < 10 (zonder afvalwater) | Hoog | Zeer hoge emissie in afvalwater bij nat blussen. Deze methode mag alleen worden toegepast als het water in een gesloten systeem opnieuw wordt gebruikt. |
| – Opvanging en naverbranding van de vulgassen bij het vullen van ovens of transport van de gassen naar de dichtstbijzijnde oven, voor zover mogelijk; | 5 | (Rekening houdend met de terugwinning van energie, warm water, synthesegas en besparingen op koelwater kunnen de investeringskosten in 5 jaar worden afgeschreven). | |
| – De emissie bij vulgatdeksels moet zoveel mogelijk worden voorkomen, bijvoorbeeld door een speciale constructie van de deksels en zeer effectieve afdichtingsmethoden. Kooksovendeuren moeten een zeer effectieve afdichting hebben. Vóór het sluiten van de vulgaten moeten de vulgatdeksels en -ringen worden gereinigd; | < 5 | | |
| – Gassen die bij het leegdrukken vrijkomen moeten worden opgevangen en naar een stofafscheider worden getransporteerd; | < 5 | | |
| Kooksblussen uitsluitend met natte methoden als deze op correcte wijze zonder afvalwater worden uitgevoerd. | | | |
| Emissiearme procedures voor het blussen van kooks, bijvoorbeeld droog kooksblussen. | Geen emissie in water | Hogere investeringskosten dan bij nat blussen (maar lagere kosten door het voorverwarmen van kolen en het gebruik van afvalwarmte). | |
| | | | |
| Intensiever gebruik van ovens met een hoog volume om de oven minder vaak te hoeven openen en het oppervlak van de afdichtingen te beperken. | Aanzienlijk | Investeringen ongeveer 10% hoger dan bij klassieke installaties. | Meestal moet de kooksfabriek volledig worden aangepast of moet er een nieuwe kooksfabriek worden gebouwd. |
Vervallen
#### B. Anodeproductie
##### 60
De PAK-emissie bij de productie van anodes moet op een soortgelijke manier worden aangepakt als bij de productie van kooks.
Vervallen
##### 61
Om de emissie van stof dat met PAK's verontreinigd is te beperken worden de volgende secundaire maatregelen gebruikt:
- a. Elektrostatische teerafscheiding;
- b. Combinatie van een klassieke elektrostatische teerafscheider met een natte elektrostatische afscheider om de efficiëntie te verhogen;
- c. Thermische naverbranding van de afvalgassen; en
- d. Droge gasreiniging met kalksteen/petroleumkooks of aluminiumoxide (Al2O3).
Vervallen
##### 62
De bedrijfskosten bij thermische naverbranding kunnen worden beperkt door autotherme naverbranding als de concentratie van de koolstofverbindingen in de rookgassen hoog genoeg is. Tabel 5 bevat een overzicht van de maatregelen ter beperking van de PAK-emissie bij de anodeproductie.
| Mogelijkheden | Emissieniveau (%)1Restemissie in vergelijking met emissie zonder maatregelen. | Geraamde kosten | Risico's |
| --- | --- | --- | --- |
| Modernisering van oude installaties door beperking van de diffuse emissie met de volgende maatregelen: | 3 - 10 | Hoog | |
| | | | |
| – Beperking van de lekkage; | | | |
| – Installatie van flexibele afdichtingen bij de ovendeuren; | | | |
| – Opvanging van de vulgassen die vervolgens naar de dichtstbijzijnde oven worden geleid of via een verzamelleiding naar een verbrandingsoven en vervolgens een stofvanger worden geleid; | | | |
| – Koelsystemen voor de kooksoven; en | | | |
| – Opvanging en zuivering van de deeltjesemissie van kooks. | | | |
| | | | |
| Ingeburgerde technologie voor de anodeproductie in Nederland: | 45 - 50 | | In 1990 in Nederland ingevoerd. Gasreiniging met kalksteen of petroleumkooks is een goede manier om de PAK-emissie te beperken; voor aluminium is dit niet bekend. |
| – Nieuwe droogoven met droge gasreiniging (met kalksteen/petroleumkooks of met aluminium); | | | |
| – Recycling van het effluens in de pasta-installatie. | | | |
| | | | |
| BBT: | | | |
| | | | |
| – Elektrostatische stofvangers; en | 2 - 5 | | Periodieke reiniging van teer is nodig. |
| – Thermische naverbranding. | 15 | Lagere bedrijfskosten bij autonome verbranding | Autonome verbranding alleen mogelijk als de PAK-concentratie in de rookgassen hoog is. |
Vervallen
#### C. Aluminiumindustrie
##### 63
Aluminium wordt vervaardigd uit aluminiumoxide (AL2O3) door elektrolyse in elektrisch in serie geschakelde cellen. De cellen worden afhankelijk van de aard van de anode ingedeeld als „Prebake" of Soederberg-cel.
Vervallen
##### 64
„Prebake" cellen hebben anodes die bestaan uit gecalcineerde (gebakken) koolblokken die na gedeeltelijk verbruik worden vervangen. Soederberg-anodes worden in de cel gebakken met een mengsel van petroleumkooks en koolteerpek als bindmiddel.
Vervallen
##### 65
De PAK-emissie is bij het Soederbergprocédé erg hoog. Primaire bestrijdingsmaatregelen zijn bijvoorbeeld modernisering van bestaande installaties en optimalisering van de processen, waardoor de PAK-emissie met 70-90% kan worden teruggedrongen. Een emissieniveau van 0,015 kg B(a)P/ton Al is haalbaar. Vervanging van de bestaande Soederberg-cellen door „Prebake" cellen zou een ingrijpende omschakeling van het huidige procédé vergen, maar zou betekenen dat de PAK-emissie vrijwel verdwijnt. De investeringskosten van een dergelijke vervanging zijn zeer hoog.
Vervallen
##### 66
Tabel 6 bevat een overzicht van de maatregelen ter beperking van de PAK-emissie voor de aluminiumproductie.
| Mogelijkheden | Emissieniveau (%)1Restemissie in vergelijking met emissie zonder maatregelen. | Geraamde kosten | Risico's |
| --- | --- | --- | --- |
| Vervanging van de Soederberg-elektrodes door: | | | |
| – „Prebake" elektrodes (zonder gebruik van pekbindmiddelen); | 3 - 30 | Hogere kosten voor elektrodes ongeveer 800 miljoen USD | Soederberg-elektrodes zijn goedkoper dan „Prebake" elektrodes, omdat er geen installatie nodig is voor het bakken van anodes. |
| – Inerte anodes | | | Het onderzoek vordert, maar de verwachtingen zijn niet hoog gespannen. |
| – Gesloten systemen met „Prebake" elektrodes met centrale toevoer van aluminiumoxide en efficiënte procesbewaking, kappen over de hele cel die een efficiënte opvang van luchtverontreiniging mogelijk maken. | 1-5 | | Een efficiënte bedrijfsvoering en monitoring van de emissie zijn van essentieel belang voor de emissiebeperking. Bij slechte uitvoering kan er een significante diffuse emissie ontstaan. |
| Soederberg-cellen met verticale contactbouten en opvangsystemen voor de afvalgassen. | > 10 | Aanpassing van Soederberg-technolo-gie door inkapseling en gewijzigd toevoerpunt: 50.000 - 10.000 USD per oven. | Diffuse emissie treedt op bij de toevoer, het breken van de korst en het optillen van de ijzeren contactbouten naar een hogere positie. |
| Sumitomo-technologie (anodebriketten voor VSS-proces). | | Laag - middelhoog | |
| | | | |
| Gasreiniging: | | | |
| | | | |
| – Elektrostatische teerafscheiders; | 2 - 5 | Laag | Veel vonken en lichtbogen; |
| – Combinatie van conventionele elektrostatische teerafscheiders met elektrostatische natte gasreiniging; | > 1 | Middelhoog | Bij natte gasreiniging ontstaat afvalwater. |
| – Thermische naverbranding. | | Middelhoog | |
| | | | |
| Gebruik van pek met een hoger smeltpunt (HSS + VSS). | Hoog | Laag - middelhoog | |
| | | | |
| Gebruik van droge gasreiniging in bestaande HSS + VSS-installaties | | Middelhoog - hoog | |
Vervallen
#### D. Huisverwarmingsinstallaties
##### 67
Bij huisverwarmingsinstallaties zoals kachels of open haarden kan PAK-emissie worden waargenomen, vooral wanneer hout of kolen worden gebruikt. Huishoudens kunnen een belangrijke bron van PAK-emissie zijn. Dit komt door het gebruik van open haarden en kleine stookinstallaties waar vaste brandstoffen worden verbrand. In sommige landen worden als brandstof voor kachels meestal kolen gebruikt. Kachels waarin kolen worden verbrand hebben een lagere PAK-emissie dan kachels waarin hout wordt verbrand, omdat de verbrandingstemperatuur hoger is en de brandstofkwaliteit consistenter.
Vervallen
##### 68
Bovendien zijn er verbrandingssystemen met geoptimaliseerde functionele karakteristieken (b.v. de verbrandingssnelheid) die zorgen voor een effectieve beperking van de PAK-emissie door huisverwarmingsinstallaties. Geoptimaliseerde verbrandingsomstandigheden omvatten een geoptimaliseerd ontwerp van de verbrandingskamer en een geoptimaliseerde luchttoevoer. Er zijn verschillende technieken waarmee de verbrandingsomstandigheden worden geoptimaliseerd en de emissie wordt beperkt. Wat de emissie betreft zijn er significante verschillen tussen de verschillende technieken. Een moderne houtverbrandingsketel met een wateropvangtank, hetgeen overeenkomt met de BBT, zorgt voor een emissiebeperking met meer dan 90% in vergelijking met een ouderwetse ketel zonder wateropvangtank. Een moderne ketel heeft drie verschillende zones: een stookzone voor de vergassing van hout, een gasverbrandingszone met keramiek of een ander materiaal dat temperaturen tot zo'n 1000°C mogelijk maakt, en een convectiezone. De convectiezone, waar de warmte door het water wordt geabsorbeerd, moet zo lang en effectief zijn dat de gastemperatuur van 1000°C tot 250°C of minder kan dalen. Er zijn ook verschillende technieken om oude en verouderde ketels te voorzien van bijvoorbeeld wateropvangtanks, keramische bekleding en pellet-branders.
Vervallen
##### 69
Een geoptimaliseerde verbrandingssnelheid gaat gepaard met een lage emissie van koolmonoxide (CO), de totale hoeveelheid koolwaterstoffen (TKW) en PAK's. De vaststelling van grenswaarden (regelingen voor typegoedkeuring) voor de emissie van CO en TKW heeft ook gevolgen voor de PAK-emissie. Bij een lage emissie van CO en TKW is ook de PAK-emissie laag. Aangezien PAK-metingen veel duurder zijn dan CO-metingen, is de vaststelling van een grenswaarde voor CO en TKW kosteneffectiever. Er wordt gewerkt aan een voorstel voor een CEN-norm voor kolen- en houtverbrandingsketels tot 300 kW (zie tabel 7).
| Klasse | | 3 | 2 | 1 | 3 | 2 | 1 | 3 | 2 | 1 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| | Effect (kW) | CO | CO | CO | TKW | TKW | TKW | Deeltjes | Deeltjes | Deeltjes |
| Manueel | < 50 | 5000 | 8000 | 25000 | 150 | 300 | 2000 | 150/ 125 | 180150 | 200/180 |
| | 50-150 | 2500 | 5000 | 12500 | 100 | 200 | 1500 | 150/125 | 180/150 | 200/ 180 |
| | 150-300 | 1200 | 2000 | 12500 | 100 | 200 | 1500 | 150/125 | 180/150 | 200/ 180 |
| Automatisch | < 50 | 3000 | 5000 | 15000 | 100 | 200 | 1750 | 150/ 125 | 180/150 | 200/180 |
| | 50-150 | 2500 | 4500 | 12500 | 80 | 150 | 1250 | 150/125 | 180/150 | 200/ 180 |
| | 150-300 | 1200 | 2000 | 12500 | 80 | 150 | 1250 | 150/125 | 180/150 | 200/ 180 |
NB: De emissieniveaus zijn vermeld in mg/m³ bij 10% O2.
Vervallen
##### 70
De emissie van houtkachels voor woningen kan worden beperkt:
- a. Voor bestaande kachels door voorlichtings- en bewustmakingsprogramma's om de gebruikers ervan te doordringen dat de kachels goed moeten worden gebruikt, dat uitsluitend onbehandeld hout moet worden gebruikt, dat een goede voorbereiding van de brandstof nodig is en dat het hout voldoende moet worden gedroogd;
- b. Voor nieuwe kachels door de toepassing van productnormen, zoals beschreven in het ontwerp van de CEN-norm (en gelijkwaardige productnormen in de Verenigde Staten en Canada).
Vervallen
##### 71
Voor de beperking van de PAK-emissie kunnen ook meer algemene maatregelen worden genomen, zoals de ontwikkeling van gecentraliseerde systemen voor huishoudens en energiebesparing door bijvoorbeeld verbeterde thermische isolatie om het energieverbruik terug te dringen.
Vervallen
##### 72
Tabel 8 bevat een overzicht van de informatie.
| Mogelijkheden | Emissieniveau (%)1Restemissie in vergelijking met emissie zonder maatregelen. | Geraamde kosten | Risico's |
| --- | --- | --- | --- |
| Gebruik van gedroogde kolen en hout (gedroogd hout is hout dat tenminste 18–24 maanden is bewaard). | Hoge effectiviteit | | |
| Gebruik van gedroogde kolen. | Hoge effectiviteit | | |
| | | | |
| Ontwerp van verwarmingssystemen voor vaste brandstoffen waarin de omstandigheden voor een volledige verbranding geoptimaliseerd zijn: | 55 | Middelhoog | Er moeten besprekingen worden gehouden met de fabrikanten van kachels voor de invoering van een regeling voor de goedkeuring van kachels. |
| – Vergassingszone; | | | |
| – Verbranding met keramiek; | | | |
| – Effectieve convectiezone. | | | |
| Wateropvangtank. | | | |
| | | | |
| Technische instructies voor een efficiënt gebruik. | 30 - 40 | Laag | Kan ook worden verwezenlijkt door een goede voorlichting van het publiek, gecombineerd met praktische instructies en een regeling voor de typegoedkeuring van kachels. |
| | | | |
| Publiekvoorlichtingsprogramma voor het gebruik van houtkachels. | | | |
Vervallen
#### E. Installaties voor houtverduurzaming
##### 73
Houtverduurzaming met PAK-houdende koolteerproducten kan een belangrijke bron van PAK-emissie in de lucht zijn. De emissie kan zich voordoen tijdens het impregneerproces zelf en tijdens de opslag, de bewerking en het gebruik van het geïmpregneerde hout in de open lucht.
Vervallen
##### 74
De meest gebruikte PAK-houdende koolteerproducten zijn carbolineum en creosoot. Dit zijn beide PAK-houdende koolteerdestillaten voor de bescherming van hout tegen biologische aantasting.
Vervallen
##### 75
De PAK-emissie door houtverduurzaming, installaties en opslagplaatsen, kan op verschillende manieren worden beperkt, afzonderlijk of gecombineerd ingevoerd, zoals:
- a. Voorschriften voor de opslagomstandigheden om de verontreiniging van bodem en oppervlaktewater door PAK-uitloging en verontreinigd regenwater te voorkomen (b.v. regendichte opslagplaatsen, dakbedekking, hergebruik van verontreinigd water bij het impregneerproces, kwaliteitseisen voor het vervaardigde materiaal);
- b. Maatregelen om de emissie in de lucht bij impregneerinstallaties te beperken (zo zou het warme hout van 90°C tot maximaal 30°C moeten worden afgekoeld voordat het naar opslagplaatsen wordt overgebracht. Een andere methode waarbij het hout onder vacuümomstandigheden met behulp van stoom onder druk met creosoot wordt geïmpregneerd, moet echter als BBT worden geaccentueerd);
- c. Een optimale dosering van houtverduurzamingsmiddel, waarbij het behandelde houtproduct in situ een adequate bescherming krijgt, kan als BBT worden beschouwd aangezien de behoefte aan vervanging daardoor wordt beperkt, hetgeen leidt tot een daling van de emissie door installaties voor houtverduurzaming;
- d. Gebruik van houtverduurzamingsmiddelen met een lager gehalte aan PAK's die tot de POP's behoren:
- –. Mogelijk gebruik van gewijzigd creosoot, zijnde een destilleerfractie met kookpunt tussen 270°C en 355°C, waardoor de emissie van zowel de vluchtigere PAK's als de zwaardere toxischere PAK's wordt beperkt;
- –. Ontmoediging van het gebruik van carbolineum zorgt ook voor een beperking van de PAK-emissie;
- e. Evaluatie en vervolgens eventueel gebruik van alternatieven, zoals vermeld in tabel 9, waardoor het gebruik van PAK-houdende producten tot een minimum wordt beperkt.
Vervallen
##### 76
Verbranding van geïmpregneerd hout leidt tot de emissie van PAK's en andere schadelijke stoffen. Als dit hout wordt verbrand, moet het in installaties met adequate zuiveringstechnieken gebeuren.
| Mogelijkheden | Risico's |
| --- | --- |
| Gebruik van andere materialen: | andere milieuproblemen moeten worden geëvalueerd, zoals: |
| – duurzaam geproduceerd hardhout (rivieroevers, omheiningen, poorten); | – beschikbaarheid van op de juiste wijze geproduceerd hout; |
| – kunststof (palen voor de tuinbouw); | |
| – beton (dwarsliggers voor de spoorwegen); | |
| – natuurlijke in plaats van kunstmatige constructies (rivieroevers, omheiningen enz.); | – emissie die ontstaat bij de productie en verwijdering van kunststoffen, met name PVC. |
| – onbehandeld hout. | |
| Er zijn verschillende andere houtverduurzamingstechnieken in ontwikkeling waarbij geen impregnering met PAK-houdende producten plaatsvindt. | |
Vervallen
##### 1
Voor de relevante definities wordt verwezen naar bijlage III van dit Protocol.
Vervallen
### I. HAALBARE EMISSIENIVEAUS VOOR NIEUWE VOERTUIGEN EN BRANDSTOF-PARAMETERS
@@ -1099,71 +786,31 @@
##### 2. Personenauto's met dieselmotor
| Jaar | Referentiemassa | Grenswaarden | Grenswaarden |
| --- | --- | --- | --- |
| Massa koolwaterstoffen en NOx | Massa deeltjes | | |
| 01.1.2000 | Alle | 0,56 g/km | 0,05 g/km |
| 01.1.2005 (indicatief) | Alle | 0,3 g/km | 0,025 g/km |
Vervallen
##### 3. Vrachtwagens
| Jaar/proefcyclus | Grenswaarden | Grenswaarden |
| --- | --- | --- |
| Massa koolwaterstoffen | Massa deeltjes | |
| 01.1.2000/ESC-cyclus | 0,66 g/kWh | 0,1 g/kWh |
| 01.1.2000/ETC-cyclus | 0,85 g/kWh | 0,16 g/kWh |
Vervallen
##### 4. Terreinvoertuigen
Stap 1 (referentie: ECE-reglement nr. 96)*“Uniform provisions concerning the approval of compression ignition (C.I.) engines to be installed in agricultural and forestry tractors with regard to the emissions of pollutants by the engine". Het reglement is op 15 december 1995 van kracht geworden en de wijziging is op 5 maart 1997 van kracht geworden.
| Nettovermogen (P) (kW) | Massa koolwaterstoffen | Massa deeltjes |
| --- | --- | --- |
| P ≥ 130 | 1,3 g/kWh | 0,54 g/kWh |
| 75 ≤ P < 130 | 1,3 g/kWh | 0,70 g/kWh |
| 37 ≤ P < 75 | 1,3 g/kWh | 0,85 g/kWh |
Stap 2
| Nettovermogen (P) (kW) | Massa koolwaterstoffen | Massa deeltjes |
| --- | --- | --- |
| 0 ≤ P < 18 | | |
| 18 ≤ P < 37 | 1,5 g/kWh | 0,8 g/kWh |
| 37 ≤ P < 75 | 1,3 g/kWh | 0,4 g/kWh |
| 75 ≤ P < 130 | 1,0 g/kWh | 0,3 g/kWh |
| 130 ≤ P < 560 | 1,0 g/kWh | 0,2 g/kWh |
Vervallen
#### B. Brandstofparameters
##### 5. Dieselbrandstof
| Parameter | Eenheid | Grenswaarden | Grenswaarden | Testmethode |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Minimum (2000/2005)*1 januari van het vermelde jaar. | Maximum (2000/2005)*1 januari van het vermelde jaar. | | | Testmethode |
| Cetaangetal | | 51/n.g. | – | ISO 5165 |
| Dichtheid bij 15°C | kg/m³ | – | 845/n.g. | ISO 3675 |
| Verdamping 95% | °C | – | 360/n.g. | ISO 3405 |
| PAK's | massa % | – | 11/n.g. | prIP 391 |
| Zwavel | ppm | – | 350/50**indicatieve waarde. | ISO 14956 |
n.g.: niet gespecificeerd.
Vervallen
### II. BEPERKING VAN GEHALOGENEERDE LOODVANGERS, ADDITIEVEN IN BRANDSTOFFEN EN SMEERMIDDELEN
##### 6
In sommige landen wordt 1,2-dibroommethaan in combinatie met 1,2-dichloormethaan als loodvanger in gelode benzine gebruikt. Bovendien ontstaat er tijdens het verbrandingsproces in de motor PCDD/F. Voor de toepassing van driewegkatalysatoren in auto's moet er ongelode benzine worden gebruikt. De toevoeging van loodvangers en andere gehalogeneerde verbindingen aan benzine en andere brandstoffen en aan smeermiddelen moet zo veel mogelijk worden vermeden.
Vervallen
##### 7
Tabel 1 bevat een overzicht van de maatregelen ter beperking van de PCDD/F-emissie in de uitlaatgassen van motorvoertuigen voor het wegverkeer.
| Mogelijkheden | Risico's |
| --- | --- |
| Geen toevoeging van gehalogeneerde verbindingen aan brandstoffen – 1,2-dichloormethaan | Het gebruik van gehalogeneerde loodvangers zal geleidelijk worden gestaakt naarmate de markt voor gelode benzine krimpt omdat er voor motoren met elektrische ontsteking steeds meer gebruik wordt gemaakt van driewegkatalysatoren met een gesloten systeem. |
| – 1,2-dichloormethaan en de dienovereenkomstige broomverbindingen als loodvangers in gelode brandstoffen voor motoren met elektrische ontsteking (uit broomverbindingen kunnen broomdioxines of -furanen ontstaan). | |
| | |
| Geen gebruik van gehalogeneerde additieven in brandstoffen en smeermiddelen. | |
Vervallen
### III. MAATREGELEN TER BEPERKING VAN DE EMISSIE VAN POP'S DOOR MOBIELE BRONNEN
@@ -1171,21 +818,21 @@
##### 8
De POP-emissie door motorvoertuigen doet zich voor in de vorm van aan deeltjes gebonden PAK's die door voertuigen met een dieselmotor worden uitgestoten. PAK's worden ook uitgestoten door voertuigen met benzinemotor, maar in mindere mate.
Vervallen
##### 9
Smeerolie en brandstoffen kunnen door het gebruik van additieven of door het productieprocédé gehalogeneerde verbindingen bevatten. Deze verbindingen kunnen tijdens de verbranding in PCDD/F worden omgezet die vervolgens met de uitlaatgassen worden uitgestoten.
Vervallen
#### B. Keuring en onderhoud
##### 10
Voor mobiele bronnen met dieselmotor kan de effectiviteit van de emissiebeperking van PAK's worden gewaarborgd door programma's om de mobiele bronnen periodiek te keuren op de emissie van deeltjes, de opaciteit bij vrije acceleratie of gelijkwaardige methoden.
Vervallen
##### 11
Voor mobiele bronnen met benzinemotor kan de effectiviteit van de emissiebeperking van PAK's (naast andere bestanddelen van de uitlaatgassen) worden gewaarborgd door programma's voor een periodieke keuring van de brandstofregeling en de efficiëntie van de katalysator.
Vervallen
#### C. Technieken voor de beperking van de PAK-emissie door motorvoertuigen met diesel- en benzinemotor
@@ -1193,70 +840,45 @@
##### 12
Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de voertuigen zodanig worden ontworpen dat zij tijdens het gebruik aan de emissienormen voldoen. Dit kan gebeuren door waarborging van de conformiteit van de productie, levenslange duurzaamheid, kwaliteitsgarantie voor onderdelen voor emissieregulering en het terughalen van voertuigen die gebreken vertonen. Bij gebruikte voertuigen kan door een effectief keurings- en onderhoudsprogramma worden gewaarborgd dat zij aan de normen voor emissiebeperking blijven voldoen.
Vervallen
#### 2. Technische maatregelen ter beperking van de emissie
##### 13
De volgende maatregelen ter beperking van de PAK-emissie zijn belangrijk:
- a. Specificaties voor de brandstofkwaliteit en wijzigingen in de motoren om de emissie te beperken voordat deze ontstaat (primaire maatregelen); en
- b. Toevoeging van systemen om de uitlaatgassen te reinigen, zoals oxidatiekatalysatoren of deeltjesvangers (secundaire maatregelen).
Vervallen
#### a. **Dieselmotoren**
##### 14
Wijziging van dieselbrandstof kan twee positieve effecten hebben: door een lager zwavelgehalte worden er minder deeltjes uitgestoten en wordt het omzettingsrendement van oxidatiekatalysatoren opgevoerd en door een beperking van de hoeveelheid di- en tricyclische aromaten worden er minder PAK's gevormd en uitgestoten.
Vervallen
##### 15
Een primaire maatregel om de emissie te beperken is wijziging van de motor om voor een vollediger verbranding te zorgen. Er zijn veel verschillende wijzigingen in gebruik. In het algemeen wordt de samenstelling van de uitlaatgassen beïnvloed door wijzigingen in het ontwerp van de verbrandingskamer en door een hogere druk bij de brandstofinspuiting. Op dit moment worden in de meeste dieselmotoren mechanische regelsystemen gebruikt. In nieuwere motoren worden steeds vaker geautomatiseerde elektronische regelsystemen gebruikt die meer flexibiliteit bij de regulering van de emissie mogelijk maken. Een andere technologie om de emissie te beperken is een combinatie van uitlaatgasturbo en tussenkoeling. Dit systeem leidt tot een beperking van de NOx-emissie, brandstofbesparing en een toename van het afgegeven vermogen. Voor zware en lichte motoren is ook het gebruik van inlaatspruitstukafstelling een mogelijkheid.
Vervallen
##### 16
Smeeroliebeperking is belangrijk om de verontreiniging door zwevende deeltjes terug te dringen, aangezien 10 tot 50% van de deeltjes uit motorolie ontstaat. Het olieverbruik kan worden beperkt door verbetering van de fabricagespecificaties voor motoren en door een betere afdichting van de motoren.
Vervallen
##### 17
Secundaire maatregelen om de emissie te beperken houden in dat er systemen voor de behandeling van uitlaatgassen worden toegevoegd. In het algemeen is gebleken dat het gebruik van een oxidatiekatalysator in combinatie met een deeltjesfilter voor dieselmotoren goede resultaten oplevert bij de beperking van de PAK-emissie. Er wordt momenteel gewerkt aan de evaluatie van een deeltjesvanger-oxidator. Deze wordt aangebracht in het uitlaatsysteem voor het opvangen van zwevende deeltjes en kan tot op zekere hoogte zorgen voor regeneratie van het filter door verbranding van de opgevangen deeltjes met behulp van elektrische verwarming van het systeem of door een andere regeneratiemethode. Voor een echte regeneratie van passieve deeltjesvangers tijdens normaal gebruik is een regeneratiesysteem met een brander nodig of moeten additieven worden gebruikt.
Vervallen
#### b. **Benzinemotoren**
##### 18
PAK-beperkende maatregelen voor benzinemotoren zijn vooral gebaseerd op het gebruik van een driewegkatalysator met gesloten systeem, waardoor de emissie van koolwaterstoffen in het algemeen en dus ook van PAK's wordt beperkt.
Vervallen
##### 19
Door een verbetering van het gedrag bij een koude start wordt de emissie van organische verbindingen in het algemeen en PAK's in het bijzonder beperkt (bijvoorbeeld startkatalysatoren, betere brandstofverdamping/verstuiving, verwarmde katalysatoren).
Vervallen
##### 20
Tabel 2 bevat een overzicht van de maatregelen ter beperking van de PAK-emissie in de uitlaatgassen van motorvoertuigen voor het wegverkeer.
| Mogelijkheden | Emissieniveau (%) | Risico's |
| --- | --- | --- |
| Motoren met elektrische ontsteking: | | |
| – driewegkatalysator met gesloten systeem, | 10-20 | Beschikbaarheid van ongelode benzine |
| – katalysatoren voor de beperking van de emissie bij koude start. | 5-15 | In sommige landen in de handel verkrijgbaar |
| | | |
| Brandstof voor motoren met elektrische ontsteking: | | Beschikbaarheid van raffinagecapaciteit |
| – beperking van aromatische verbindingen, | | |
| – beperking van zwavel. | | |
| | | |
| Dieselmotoren: | | |
| – oxidatiekatalysator, | 20-70 | |
| – vangeroxidator/deeltjesfilter. | | |
| | | |
| Wijziging dieselbrandstof: | | Beschikbaarheid van raffinagecapaciteit. |
| – beperking van de hoeveelheid zwavel om de deeltjesemissie terug te dringen. | | |
| Verbetering van de specificaties voor dieselmotoren: | | Bestaande technologie. |
| – elektronisch regelsysteem, aanpassing inspuitsnelheid en brandstofinspuiting onder hoge druk, | | |
| – uitlaatgasturbo en tussenkoeling, | | |
| – recirculatie van uitlaatgassen. | | |
Vervallen
### I. INLEIDING
2003-10-23
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luch
2003-10-23
Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende l
original version Tekst op deze datum