Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • ii. kan het verzoekschrift in voorkomend geval een verklaring bevatten dat de internationale aanvrage gelijk is aan, of in hoofdzaak gelijk is aan, de aanvrage ter zake waarvan het eerdere nieuwheidsonderzoek werd verricht, of dat de internationale aanvrage gelijk is aan, of in hoofdzaak gelijk is aan, die eerdere aanvrage, met dien verstande dat zij wordt ingediend in een andere taal.

4.13. Vervallen.

4.14. Vervallen.

4.14bis. Keuze van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

Indien er meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is die bevoegd is het nieuwheidsonderzoek betreffende de internationale aanvrage te verrichten, dient de aanvrager de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van zijn keuze in het verzoekschrift te vermelden.

4.15. Ondertekening

Het verzoekschrift dient door de aanvrager of, indien er meer dan een aanvrager is, door alle aanvragers te worden ondertekend.

4.16. Transcriptie of vertaling van bepaalde woorden

  • a). Wanneer een naam of adres in andere lettertekens is geschreven dan die van het Latijnse alfabet, dienen beide ook te worden vermeld in lettertekens van het Latijnse alfabet, hetzij alleen in transcriptie, hetzij door vertaling in het Engels. De aanvrager beslist welke woorden alleen zullen worden getranscribeerd en welke woorden zullen worden vertaald.
  • b). De naam van een land, geschreven in andere lettertekens dan die van het Latijnse alfabet, dient ook te worden aangegeven in het Engels.

4.17. Verklaringen betreffende nationale vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met v.

Het verzoekschrift kan, ten behoeve van de in een of meer aangewezen Staten toegepaste wetgeving, een of meer van de volgende verklaringen bevatten, in de bewoordingen als voorgeschreven in de Administratieve Instructies:

  • i. een verklaring betreffende de identiteit van de uitvinder, zoals bedoeld in regel 51bis.1 a i;
  • ii. een verklaring betreffende het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een octrooi aan te vragen en verleend te krijgen, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a ii;
  • iii. een verklaring betreffende het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van de eerdere aanvrage, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a iii;
  • iv. een verklaring van uitvinderschap, zoals bedoeld in Regel 51bis.1 a iv, die dient te worden ondertekend zoals voorgeschreven in de Administratieve Instructies;
  • v. een verklaring betreffende onschadelijke openbaarmaking of een op gebrek aan nieuwheid te maken uitzondering, zoals bedoeld in regel 51bis.1 a v.

4.18. Verklaring betreffende opneming door middel van verwijzing

Indien in de internationale aanvrage op de datum waarop een of meer elementen van de internationale aanvrage bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau een beroep op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage wordt gedaan, kan het verzoekschrift een verklaring bevatten dat, indien een element van de internationale aanvrage bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, of een deel van de beschrijving, de conclusies of tekeningen bedoeld in Regel 20.5 a, of een element of onderdeel van de beschrijving, conclusies of tekeningen bedoeld in Regel 20.5bis a,niet anderszins vervat is in de internationale aanvrage, maar volledig vervat is in de eerdere aanvrage, dat element of onderdeel, op voorwaarde van bevestiging ingevolge Regel 20.6, voor de toepassing van Regel 20.6 door middel van verwijzing opgenomen is in de internationale aanvrage. Indien deze verklaring op die datum niet vervat is in het verzoekschrift, kan zij er uitsluitend aan worden toegevoegd indien zij op die datum anderszins was opgenomen in of ingediend met de internationale aanvrage.

4.19. Andere vermeldingen

  • a. Het verzoekschrift dient geen andere vermeldingen te bevatten dan die omschreven in de Regels 4.1 tot en met 4.18, met dien verstande dat de Administratieve Instructies het opnemen in het verzoekschrift van andere vermeldingen, omschreven in de Administratieve Instructies kunnen toestaan maar niet verplicht stellen.
  • b. Indien het verzoekschrift andere vermeldingen bevat dan die aangegeven in de Regels 4.1 tot en met 4.18 of toegestaan door de Administratieve Instructies ingevolge paragraaf a, schrapt het ontvangende bureau deze ambtshalve.

Regel 5. De beschrijving

5.1. Indeling van de beschrijving

  • a). De beschrijving dient eerst de titel van de uitvinding aan te geven zoals vermeld in het verzoekschrift en dient:
  • (i). het technische gebied aan te geven waarop de uitvinding betrekking heeft;
  • (ii). de technologische achtergrond aan te geven die, voor zover de aanvrager bekend, als nuttig kan worden beschouwd voor het begrip, het nieuwheidsonderzoek en de beoordeling van de uitvinding, en bij voorkeur de literatuurplaatsen waarin deze technologische kennis is vermeld, aan te halen;
  • (iii). de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd, uiteen te zetten in zodanige bewoordingen dat het technische vraagstuk (zelfs indien het als zodanig niet uitdrukkelijk is uiteengezet) en de oplossing ervan kunnen worden begrepen, en de mogelijke voordelige gevolgen van de uitvinding tegen de technologische achtergrond aan te geven;
  • (iv). een korte beschrijving van de figuren in de mogelijke tekeningen te geven;
  • (v). tenminste een uiteenzetting te geven van de beste wijze die door de aanvrager wordt overwogen om de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd in praktijk te brengen; dit moet, waar dienstig, worden gedaan aan de hand van voorbeelden en met verwijzing naar de mogelijke tekeningen; wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat niet de beschrijving van de beste wijze vereist, maar genoegen neemt met de beschrijving van een wijze (ongeacht of het al of niet de beste is die wordt overwogen), heeft het nalaten van een beschrijving van de overwogen beste wijze in die Staat geen rechtsgevolgen;
  • (vi). wanneer dit niet duidelijk uit de beschrijving of de aard van de uitvinding blijkt, uitdrukkelijk de manier aan te geven waarop de uitvinding in de nijverheid kan worden geëxploiteerd en de manier waarop zij kan worden vervaardigd en toegepast, of indien zij alleen kan worden toegepast, de manier waarop zij kan worden toegepast; de uitdrukking „nijverheid” dient te worden verstaan in de ruimste zin zoals in het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom.
  • b). De indeling en volgorde aangegeven onder paragraaf a) dienen te worden aangehouden behalve wanneer, wegens de aard van de uitvinding, een andere indeling of volgorde zou leiden tot een beter begrip en een grotere beknoptheid.
  • c). Onverminderd het bepaalde onder paragraaf b) dient elk van de delen bedoeld onder paragraaf d) bij voorkeur te worden voorafgegaan door een passend opschrift zoals voorgesteld in de Administratieve Instructies.

5.2. Openbaarmaking van een nucleotide- en/of aminozuur-sequentie

  • a. Wanneer de internationale aanvrage een openbaarmaking van nucleotide- en/of aminozuur-sequenties bevat die, ingevolge de Administratieve Instructies, opgenomen dienen te worden in een sequentie-opsomming, dient de beschrijving een sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving te bevatten dat voldoet aan de norm voorzien in de Administratieve Instructies.
  • b. Taalafhankelijke vrije tekst die is opgenomen in het sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving hoeft niet opgenomen te worden in het hoofddeel van de beschrijving.

Regel 6. De conclusies

6.1. Aantal en nummering van de conclusies

  • a). Het aantal conclusies dient redelijk te zijn, gezien de aard van de uitvinding, waarvoor bescherming wordt gevraagd.
  • b). Indien er meer dan één conclusie is, dienen zij doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers.
  • c). De wijze van nummering in geval van wijziging van de conclusies wordt geregeld in de Administratieve Instructies.

6.2. Verwijzingen naar andere delen van de internationale aanvrage

  • a). Behalve wanneer dit absoluut noodzakelijk is, dienen de conclusies ten aanzien van de technische kenmerken van de uitvinding niet te steunen op verwijzingen naar de beschrijving of de tekeningen. In het bijzonder dienen zij niet te steunen op verwijzingen zoals: „zoals beschreven in deel.... van de beschrijving” of „zoals geïllustreerd in figuur .... van de tekeningen.”
  • b). Wanneer de internationale aanvrage tekeningen bevat dienen de in de conclusies genoemde technische kenmerken bij voorkeur te worden gevolgd door de op deze kenmerken betrekking hebbende verwijzingstekens. Wanneer zij gebruikt worden dienen de verwijzingstekens bij voorkeur tussen haakjes te worden geplaatst. Indien de opneming van verwijzingstekens een sneller begrip van een conclusie niet speciaal vergemakkelijkt, dient zij achterwege te worden gelaten. Een aangewezen bureau kan de verwijzingstekens verwijderen ten behoeve van publikatie door dit bureau.

6.3. Wijze van opstellen van de conclusies

  • a). De omschrijving van het onderwerp waarvoor bescherming wordt gevraagd, dient te worden gegeven aan de hand van de technische kenmerken van de uitvinding.
  • b). Wanneer het ter zake dienende is moeten de conclusies bevatten:
  • (i). een uiteenzetting van die technische kenmerken van de uitvinding die nodig zijn voor de omschrijving van het onderwerp waarop de conclusies betrekking hebben maar die, te zamen, behoren tot de bekende stand van de techniek,
  • (ii). een beschrijving van de kenmerken - voorafgegaan door de woorden „daardoor gekenmerkt dat”, „gekenmerkt door”, „waarin de verbetering omvat” of andere woorden met dezelfde strekking - waarin de technische kenmerken beknopt worden uiteengezet waarvoor, te zamen met de kenmerken uiteengezet onder (i), bescherming wordt gewenst.
  • c). Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de wijze van opstellen van de conclusies, bepaald onder paragraaf b), niet vereist, heeft het niet volgen van die wijze van opstellen geen rechtsgevolgen in die Staat, mits de feitelijk gevolgde wijze van opstellen van de conclusies voldoet aan de nationale wetgeving van die Staat.

6.4. Afhankelijke conclusies

  • a). Een conclusie die alle kenmerken van een of meer andere conclusies omvat (conclusie in afhankelijke vorm, hierna te noemen „afhankelijke conclusie”) dient zulks te doen door een verwijzing, indien mogelijk aan het begin, naar de andere conclusie of conclusies en vervolgens de bijkomende kenmerken te vermelden waarop de conclusie betrekking heeft. Afhankelijke conclusies die verwijzen naar meer dan één andere conclusie („meervoudig afhankelijke conclusies”), dienen alleen in de vorm van een alternatief naar zodanige conclusies te verwijzen. Meervoudig afhankelijke conclusies mogen geen grondslag vormen voor een andere meervoudig afhankelijke conclusie. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de voorafgaande twee zinnen, kan het niet-volgen van die wijze van opstellen uitlopen op een vermelding ingevolge artikel 17, tweede lid, onder b), in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek. Het niet-volgen van genoemde wijze van opstellen heeft geen rechtsgevolgen in een aangewezen Staat indien de feitelijk gevolgde wijze van opstellen van de conclusies voldoet aan de nationale wetgeving van die Staat.
  • b). Onder een afhankelijke conclusie dient te worden verstaan een conclusie die alle beperkingen omvat welke zijn neergelegd in de conclusie waarnaar zij verwijst of, indien de afhankelijke conclusie een meervoudig afhankelijke conclusie is, alle beperkingen, opgenomen in de conclusie in samenhang waarmee zij wordt beschouwd.
  • c). Alle afhankelijke conclusies die terugverwijzen naar een enkele voorgaande conclusie en alle afhankelijke conclusies die terugverwijzen naar meer dan één voorgaande conclusie, dienen voor zover mogelijk en op de meest praktische wijze te worden ondergebracht in één groep.

6.5. Gebruiksmodellen

Een aangewezen Staat waar de verlening van een gebruiksmodel wordt gevraagd op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 6.1 tot en met 6.4, ten aanzien van de in die Regels geregelde aangelegenheden, de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden na het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn zal worden toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen in de nationale wetgeving.

Regel 7. De tekeningen

7.1. Vloeischema's en diagrammen

Vloeischema's en diagrammen worden als tekeningen beschouwd.

7.2. Termijnen

De termijn genoemd in artikel 7, tweede lid, onder (ii), dient in de gegeven omstandigheden redelijk te zijn en in elk geval niet korter te zijn dan 2 maanden vanaf de datum van het schriftelijke verzoek waarbij de indiening van tekeningen of bijkomende tekeningen ingevolge genoemde bepaling wordt verlangd.

Regel 8. Het uittreksel

8.1. Inhoud en vorm van het uittreksel

  • a). Het uittreksel dient te bestaan uit:
  • (i). een samenvatting van de uiteenzetting zoals neergelegd in de beschrijving, de conclusies en mogelijke tekeningen; de samenvatting dient het technische gebied aan te geven waarop de uitvinding ligt en te worden opgesteld op een wijze die een duidelijk begrip van het technische probleem, de kern van de oplossing van dat probleem door de uitvinding en de voornaamste toepassing(en) van de uitvinding mogelijk maakt;
  • (ii). wanneer van toepassing, de chemische formule die, van alle in de internationale aanvrage opgenomen formules, de uitvinding het beste kenmerkt.
  • b). Het uittreksel dient zo beknopt te zijn als de uiteenzetting toelaat (bij voorkeur 50 tot 150 woorden, indien zij in het Engels is gesteld of vertaald).
  • c). Het uittreksel dient geen verklaringen te bevatten over de beweerde verdiensten of de waarde van de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd of over de vermoedelijke toepassing.
  • d). Elk technisch hoofdkenmerk vermeld in het uittreksel en geïllustreerd door een tekening in de internationale aanvrage dient te worden gevolgd door een tussen haakjes geplaatst verwijzingsteken.

8.2. Figuur

  • a). Indien de aanvrager niet de opgave genoemd in Regel 3.3 a) (iii) verstrekt of indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek vaststelt dat (een) andere figu(u)r(en) dan door de aanvrager voorgesteld uit alle figuren van alle tekeningen de uitvinding beter zou(den) kenschetsen, dient zij, onverminderd het bepaalde onder paragraaf b), de figu(u)r(en) aan te geven die het uittreksel moet(en) vergezellen wanneer dit wordt gepubliceerd door het Internationale Bureau. In zo'n geval gaat het uittreksel vergezeld van de aldus door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aangegeven figu(u)r(en). Anders gaat het uittreksel, onverminderd het bepaalde onder paragraaf b), vergezeld van de door de aanvrager voorgestelde figu(u)r(en).
  • b). Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bemerkt dat geen van de figuren van de tekeningen nuttig is voor het begrijpen van het uittreksel, stelt zij het Internationale Bureau daarvan in kennis. In zo'n geval gaat het uittreksel, wanneer het wordt gepubliceerd door het Internationale Bureau, niet vergezeld van enige figuur van de tekeningen, zelfs wanneer de aanvrager een voorstel heeft gedaan ingevolge Regel 3.3 a) (iii).

8.3. Leidende beginselen bij de opstelling

Het uittreksel dient zo te zijn opgesteld dat het doeltreffend kan dienen als een uitgangspunt voor een nauwkeurig nieuwheidsonderzoek op het bepaalde technische gebied, vooral door de wetenschapsman, ingenieur of onderzoeker te helpen bij het vormen van een oordeel over de vraag of het nodig is de internationale aanvrage zelf te raadplegen.

Regel 9. Uitdrukkingen, enz. die niet moeten worden gebruikt

9.1. Begripsomschrijving

De internationale aanvrage dient niet te bevatten:

  • (i). uitdrukkingen of tekeningen die in strijd zijn met de goede zeden;
  • (ii). uitdrukkingen of tekeningen die in strijd zijn met de openbare orde;
  • (iii). kleinerende opmerkingen over de produkten of werkwijzen van een bepaalde andere persoon dan de aanvrager of de verdiensten of geldigheid van aanvragen of octrooien van zodanige personen (het louter vergelijken met de bestaande techniek wordt op zichzelf niet als kleinerend beschouwd);
  • (iv). een verklaring of andere inhoud die onder de omstandigheden kennelijk niet ter zake of onnodig is.

9.2. Vaststelling van niet-naleving

Het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie en het Internationaal Bureau kunnen niet-naleving van de voorschriften van Regel 9.1 vaststellen en de aanvrager voorstellen dat hij zijn internationale aanvrage dienovereenkomstig vrijwillig verbetert. In dat geval worden het ontvangende bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de bevoegde voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie en het Internationaal Bureau, naargelang van toepassing, van het voorstel in kennis gesteld.

9.3. Verwijzing naar artikel 21, zesde lid

De „kleinerende opmerkingen” genoemd in artikel 21, zesde lid, hebben de betekenis zoals omschreven in Regel 9.1 (iii).

Regel 10. Terminologie en tekens

10.1. Terminologie en tekens

  • a). Gewichten en maten dienen volgens het metrieke stelsel te worden aangegeven of, indien zij eerst worden aangegeven volgens een ander stelsel, ook in het metrieke stelsel te worden aangegeven.
  • b). Temperaturen dienen te worden aangegeven in graden Celsius, of, indien zij eerst worden aangegeven op een andere wijze, ook in graden Celsius te worden aangegeven.
  • c). Vervallen.
  • d). Voor aanduidingen van warmte, energie, licht, geluid en magnetisme, evenals voor wiskundige formules en elektrische eenheden dienen de regels van de internationale praktijk te worden gevolgd; voor chemische formules dienen de symbolen, atoomgewichten en moleculaire formules die algemeen gebruikelijk zijn, te worden gebruikt.
  • e). In het algemeen dienen alleen die technische termen, tekens en symbolen te worden gebruikt die in de techniek algemeen zijn aanvaard.
  • f). Wanneer de internationale aanvrage of de vertaling daarvan in het Chinees, het Engels of het Japans is gesteld, dient het begin van een decimale breuk te worden aangegeven door een punt, terwijl, wanneer de internationale aanvrage of de vertaling daarvan in een andere taal dan het Chinees, het Engels of het Japans is gesteld, dit dient te worden aangegeven door een komma.

10.2. Eenvormigheid

In een bepaalde internationale aanvrage dienen overal dezelfde terminologie en dezelfde tekens te worden gebruikt.

Regel 11. Vormvoorschriften voor de internationale aanvrage

11.1. Aantal exemplaren

  • a). Onverminderd het bepaalde onder paragraaf b) dienen de internationale aanvrage en elk in de controlelijst (Regel 3.3 (ii)) genoemd document in een enkel exemplaar te worden ingediend.
  • b). Een ontvangend bureau kan verlangen dat de internationale aanvrage en elk in de controlelijst (Regel 3.3a) (ii)) genoemd document, behalve het ontvangstbewijs voor de betaalde taksen of de cheque voor betaling van de taksen, in twee of drie exemplaren worden ingediend. In dat geval is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het nagaan van de gelijkluidendheid van het tweede en derde exemplaar met het oorspronkelijke exemplaar.

11.2. Geschiktheid voor reproduktie

  • a). Alle onderdelen van de internationale aanvrage (d.w.z. de aanvrage, de beschrijving, de conclusies, de tekeningen en het uittreksel) dienen zo te worden overgelegd dat zij in elk gewenst aantal exemplaren rechtstreeks kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm.
  • b). Alle bladen dienen ongekreukt en ongescheurd te zijn; zij mogen niet gevouwen zijn.
  • c). Elk blad dient slechts aan één kant te zijn gebruikt.
  • d). Onverminderd Regel 11.10 d) en 11.13 j) dient elk blad in rechtopstaande stand te worden gebruikt (d.w.z. de korte zijden bovenaan en onderaan).

11.3. Te gebruiken materiaal

Alle onderdelen van de internationale aanvrage dienen op buigzaam, sterk, wit, glad, niet glanzend en duurzaam papier te zijn gesteld.

11.4. Afzonderlijke bladen, enz.

  • a). Elk onderdeel (aanvrage, beschrijving, conclusies, tekeningen, uittreksel) van de internationale aanvrage dient te beginnen op een nieuw blad.
  • b). Alle bladen van de internationale aanvrage dienen zo aan elkaar te zijn gehecht, dat zij gemakkelijk kunnen worden omgeslagen bij de raadpleging en gemakkelijk gescheiden en weer samengevoegd kunnen worden, indien zij losgemaakt zijn voor reproduktie.

11.5. Formaat van de bladen

Het formaat van de bladen dient A4 (29,7 cm x 21 cm) te zijn. Een ontvangend bureau kan evenwel internationale aanvragen op bladen van andere afmetingen aanvaarden, mits het oorspronkelijke exemplaar, zoals toegezonden aan het Internationale Bureau en, indien de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zulks verlangt, het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, volgens formaat A4 zijn.

11.6. Marges

  • a). De minimum marges van de bladen waarop de beschrijving, de conclusies en het uittreksel zijn gesteld, dienen als volgt te zijn:
  • –. bovenaan: 2 cm
  • –. links: 2,5 cm
  • –. rechts: 2,5 cm
  • –. onderaan: 2 cm
  • b). Het aanbevolen maximum voor de onder paragraaf a) genoemde marges is als volgt:
  • -. bovenaan: 4 cm
  • -. links: 4 cm
  • -. rechts: 3 cm
  • -. onderaan: 3 cm
  • c). Op bladen met tekeningen dient de te gebruiken bladspiegel niet groter te zijn dan 26,2 x 17,0 cm. De bladen mogen geen rand rond de te gebruiken of gebruikte bladspiegel hebben. De minimum marges dienen als volgt te zijn:
  • -. bovenaan: 2,5 cm
  • -. links: 2,5 cm
  • -. rechts: 1,5 cm
  • -. onderaan: 1,0 cm
  • d). De marges genoemd onder de paragrafen a) tot en met c) zijn van toepassing op bladen van formaat A 4, zodat, zelfs indien het ontvangend bureau andere formaten aanvaardt, het oorspronkelijke exemplaar op formaat A 4 en, wanneer verlangd, het exemplaar voor nieuwheidsonderzoek op formaat A 4, bovengenoemde marges zullen hebben.
  • e). Behoudens het in paragraaf f en in Regel 11.8 b bepaalde, moeten de marges van de internationale aanvrage bij de indiening geheel onbeschreven zijn.
  • f). De bovenmarge mag in de linkerhoek een vermelding van de dossieraanduiding van de aanvrager bevatten, mits deze dossieraanduiding binnen 1,5 cm van de bovenkant van het blad is vermeld. Het aantal tekens van de dossieraanduiding van de aanvrager mag niet groter zijn dan het in de Administratieve Instructies vastgelegde maximum.

11.7. Nummering van de bladen

  • a). Alle bladen van de internationale aanvrage dienen doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers.
  • b). De nummers dienen in het midden bovenaan of onderaan de bladzijde te worden geplaatst, maar niet in de marge.

11.8. Nummering van regels

  • a). Sterk aanbevolen wordt, elke vijfde regel van elk blad van de beschrijving en van elk blad van de conclusies te nummeren.
  • b). De nummers dienen in de rechterhelft van de linkermarge te staan.

11.9. Schrift van de tekst

  • a). De aanvrage, de beschrijving, de conclusies en het uittreksel dienen in machineschrift of gedrukt te zijn.
  • b). Alleen grafische symbolen en tekens, chemische of wiskundige formules en bepaalde karakters in het Chinees of het Japans kunnen, zo nodig, met de hand worden geschreven of getekend.
  • c). De tekst dient op anderhalve regelafstand te zijn getypt.
  • d). De gehele tekst dient te zijn weergegeven in letters waarvan de hoofdletters ten minste 0,28 cm hoog zijn en een donkere, onuitwisbare kleur hebben, voldoend aan de vereisten neergelegd in Regel 11.2, met dien verstande dat de tekst in het verzoekschrift mag zijn weergegeven in letters waarvan de hoofdletters ten minste 0,21 cm hoog zijn.
  • e). Wat de regelafstand in getypte teksten en het formaat van de letters betreft, is het in de paragrafen c en d bepaalde niet van toepassing op teksten in het Chinees of het Japans.

11.10. In de tekst opgenomen tekeningen, formules en tabellen

  • a). De aanvrage, de beschrijving, de conclusies en het uittreksel dienen geen tekeningen te bevatten.
  • b). De beschrijving, de conclusies en het uittreksel kunnen chemische of wiskundige formules bevatten.
  • c). De beschrijving en het uittreksel kunnen tabellen bevatten; een conclusie kan alleen tabellen bevatten indien het onderwerp van de conclusie het gebruik van tabellen wenselijk maakt.
  • d). Tabellen en chemische of wiskundige formules kunnen overdwars op het blad worden geplaatst indien zij niet op bevredigende wijze rechtopstaand kunnen worden weergegeven; bladen waarop tabellen of chemische of wiskundige formules overdwars worden weergegeven, dienen zo te zijn ingedeeld, dat de bovenkant van de tabellen of formules zich aan de linkerzijde van het blad bevindt.

11.11. Woorden in tekeningen

  • a). De tekeningen dienen geen tekst te bevatten, behalve een enkel woord of woorden, wanneer volstrekt onmisbaar, zoals „water”, „stoom”, „open”, „dicht”, „doorsnede over AB” en, in het geval van elektrische schakelingen en blokschema's of vloeischemadiagrammen, enkele korte trefwoorden die onmisbaar zijn voor het begrijpen van de tekening.
  • b). De gebruikte woorden dienen zo te worden geplaatst, dat zij bij vertaling kunnen worden overgeplakt zonder de lijnen van de tekeningen te raken.

11.12. Veranderingen, enz.

Elk blad dient redelijk vrij te zijn van doorhalingen en vrij van veranderingen en boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden. Niet-naleving van deze Regel kan worden toegestaan, indien er geen sprake is van twijfel aan de rechtsgeldigheid van de inhoud en kan worden voldaan aan de vereisten voor goede reproduktie.

11.13. Bijzondere vereisten voor tekeningen

  • a). Tekeningen dienen te worden uitgevoerd in duurzame, zwarte, voldoende dichte en donkere, gelijkmatig en duidelijk aangegeven lijnen en streepjes zonder kleur.
  • b). Doorsneden dienen te worden aangegeven door schuine arceringen die de duidelijke leesbaarheid van verwijzingstekens en hoofdlijnen niet mogen belemmeren.
  • c). De schaal van de tekeningen en de duidelijkheid van de grafische uitvoering ervan dient zodanig te zijn, dat bij een fotografische reproduktie op twee/derde van de ware grootte alle details zonder moeite kunnen worden onderscheiden.
  • d). Wanneer, in uitzonderlijke gevallen, op een tekening de schaal wordt gegeven, dient deze grafisch te zijn aangegeven.
  • e). Alle cijfers, letters en verwijzingslijnen op de tekeningen moeten eenvoudig en duidelijk zijn. Haakjes, cirkels of aanhalingstekens mogen niet te zamen met cijfers en letters worden gebruikt.
  • f). Alle lijnen in de tekeningen dienen gewoonlijk te worden getrokken met behulp van tekeninstrumenten.
  • g). Elk onderdeel van elke figuur dient in de juiste verhouding te zijn tot elk ander element in de figuur, behalve wanneer het gebruik van een andere verhouding onmisbaar is voor de duidelijkheid van de figuur.
  • h). De hoogte van de cijfers en letters mag niet kleiner zijn dan 0,32 cm. Voor de letters in tekeningen dient het Latijnse en, waar gebruikelijk, het Griekse alfabet te worden gebruikt.
  • i). Hetzelfde blad tekeningen kan meer dan één figuur bevatten. Wanneer figuren op twee of meer bladen in feite één enkele volledige figuur vormen, dienen de figuren op de verschillende bladen zo te zijn geplaatst, dat de volledige figuur kan worden gevormd zonder dat een deel van de op de verschillende bladen voorkomende figuren wordt bedekt.
  • j). De verschillende figuren dienen op een blad of bladen te worden geplaatst zonder ruimteverspilling, bij voorkeur rechtopstaand en duidelijk gescheiden. Wanneer de figuren niet rechtopstaand zijn geplaatst, dienen zij overdwars te worden weergegeven, met het bovenste deel van de figuren gericht naar de linkerzijde van het blad.
  • k). De verschillende figuren dienen doorlopend te worden genummerd in Arabische cijfers, onafhankelijk van de nummering van de bladen.
  • l). In de beschrijving niet vermelde verwijzingstekens mogen niet in de tekeningen voorkomen en omgekeerd.
  • m). Dezelfde kenmerken dienen, wanneer zij worden aangegeven door verwijzingstekens, in de gehele internationale aanvrage door dezelfde tekens te worden aangegeven.
  • n). Indien de tekeningen een groot aantal verwijzingstekens bevatten, wordt sterk aanbevolen er een afzonderlijk blad aan te hechten waarin alle verwijzingstekens en de kenmerken waarop zij betrekking hebben worden opgesomd.

11.14. Latere documenten

De Regels 10 en 11.1 tot en met 11.13 zijn ook van toepassing op documenten – bijvoorbeeld vervangende bladen, gewijzigde conclusies, vertalingen – die worden overgelegd na de indiening van de internationale aanvrage.

Regel 12. Taal van de internationale aanvrage en vertalingen ten behoeve van internationaal nieuwheidsonderzoek en internationale publicatie

12.1. Voor het indienen van internationale aanvragen geaccepteerde talen

  • a. Een internationale aanvrage dient te worden ingediend in een taal die het ontvangende bureau voor dat doel accepteert.
  • b. Elke ontvangend bureau zal voor het indienen van internationale aanvragen ten minste één taal accepteren die zowel:
  • i. wordt geaccepteerd door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of, indien van toepassing, door ten minste een van de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, die bevoegd is het internationale nieuwheidsonderzoek voor de bij dat ontvangende bureau ingediende internationale aanvragen te verrichten; als
  • ii. een taal van publicatie is.
  • c. Niettegenstaande het in paragraaf a bepaalde, dient het verzoekschrift te worden ingediend in een taal van publicatie die het ontvangende bureau voor de toepassing van deze paragraaf accepteert.
  • d. Niettegenstaande het in paragraaf a bepaalde dient taalafhankelijke vrije tekst in het sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving te worden ingediend in een taal die het ontvangende bureau voor dat doel accepteert. Een taal die ingevolge deze paragraaf wel wordt geaccepteerd maar onder paragraaf a niet, dient te voldoen aan de vereisten van paragraaf b. Het ontvangende bureau kan toestaan maar niet vereisen dat de taalafhankelijke vrije tekst wordt ingediend in meer dan een taal in overeenstemming met de Administratieve Instructies.

12.1 bis. Taal van elementen en onderdelen verstrekt ingevolge Regel 20.3, 20.5, 20.5bis of 20.6

Een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, verstrekt door de aanvrager ingevolge Regel 20.3 b, 20.5bis b, 20.5bisc of 20.6 a en een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen verstrekt door de aanvrager ingevolge Regel 20.5 b, 20.5 c, 20.5bisb, 20.5bisc of 20.6 a dient te zijn gesteld in de taal van de internationale aanvrage zoals ingediend, of, indien een vertaling van de aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a of 12.4 a, in zowel de taal van de aanvrage zoals ingediend als in de taal van die vertaling.

12.1ter. Taal van ingevolge Regel 13bis 4 verstrekte vermeldingen

Vermeldingen met betrekking tot gedeponeerd biologisch materiaal verstrekt ingevolge Regel 13bis 4 dienen in de taal te zijn waarin de internationale aanvrage is ingediend, met dien verstande dat wanneer een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a of 12.4 a, een dergelijke vermelding zowel in de taal waarin de aanvrage is ingediend als in de taal van die vertaling dient te worden verstrekt.

12.2. Taal van veranderingen in de internationale aanvrage

  • a. Elke wijziging van de internationale aanvrage dient, onverminderd het bepaalde in de Regels 46.3 en 55.3, in de taal te zijn gesteld waarin de aanvrage is ingediend.
  • b. Een verbetering ingevolge Regel 91.1 van een kennelijke fout in de internationale aanvrage dient in de taal te zijn gesteld waarin de aanvrage wordt ingediend, met dien verstande dat:
  • i. wanneer een vertaling van de internationale aanvrage ingevolge Regel 12.3 a, 12.4 a of 55.2 a vereist is, de in Regel 91.1 b ii en iii bedoelde verbeteringen zowel in de taal van de aanvrage als in de taal van die vertaling worden ingediend;
  • ii. wanneer een vertaling van het verzoekschrift krachtens Regel 26.3ter c, vereist is, de in Regel 91.1 b i bedoelde verbeteringen alleen in de taal van die vertaling behoeven te worden ingediend.
  • c. Een verbetering ingevolge Regel 26 van een gebrek in de internationale aanvrage dient in de taal te zijn gesteld waarin de aanvrage is ingediend. Een verbetering ingevolge Regel 26 van een gebrek in een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling van de internationale aanvrage, een verbetering ingevolge Regel 55.2 c van een gebrek in een ingevolge Regel 55.2 a verstrekte vertaling, of een verbetering van een gebrek in een ingevolge Regel 26.3ter c verstrekte vertaling van het verzoekschrift, dient in de taal van de vertaling te zijn gesteld.

12.3. Vertaling met het oog op internationaal nieuwheidsonderzoek

  • a. Wanneer de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend niet wordt geaccepteerd door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die het internationale nieuwheidsonderzoek moet verrichten, dient de aanvrager binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door het ontvangende bureau, dat bureau een vertaling te verstrekken van de internationale aanvrage in een taal die zowel:
  • i. door die Instantie wordt geaccepteerd, als
  • ii. taal van publicatie is, als
  • iii. krachtens Regel 12.1 a wordt geaccepteerd door het ontvangende bureau, tenzij de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal van publicatie.
  • a-bis. Voor elk sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving is paragraaf a uitsluitend van toepassing op de taalafhankelijke vrije tekst: een vertaling van de taalafhankelijke vrije tekst wordt verstrekt in overeenstemming met de Administratieve Instructies.
  • b. Paragraaf a is niet van toepassing op het verzoekschrift.
  • c. Wanneer de aanvrager, op het tijdstip waarop het ontvangende bureau hem de kennisgeving stuurt ingevolge Regel 20.2 c, de krachtens paragraaf a vereiste vertaling niet heeft verstrekt, zal het ontvangende bureau de aanvrager, bij voorkeur tegelijk met die kennisgeving, uitnodigen:
  • i. de vereiste vertaling binnen de in paragraaf a gestelde termijn te verstrekken;
  • ii. ingeval de vereiste vertaling niet is verstrekt binnen de in paragraaf a gestelde termijn, deze te verstrekken en, indien van toepassing, de in paragraaf e genoemde taks wegens te late verstrekking te betalen, binnen een maand na de datum van de uitnodiging of binnen twee maanden na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door het ontvangende bureau, naargelang van welke periode het laatst verstrijkt.
  • d. Wanneer het ontvangende bureau een uitnodiging ingevolge paragraaf c tot de aanvrager heeft gericht, en de aanvrager niet binnen de in paragraaf c ii genoemde termijn de vereiste vertaling heeft verstrekt en de eventueel vereiste taks wegens te late verstrekking heeft betaald, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en maakt het ontvangende bureau dat bekend. Een vertaling of betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de bekendmaking krachtens de vorige zin doet en voordat er 15 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van die termijn.
  • e. Het ontvangende bureau kan verstrekking van een vertaling na de termijn genoemd in paragraaf a. afhankelijk stellen van betaling ten gunste van het bureau, van een taks wegens te late verstrekking ter hoogte van 25% van de internationale indieningstaks bedoeld in punt 1 van de Taksenschaal, waarbij de taks voor elk blad boven de dertig bladzijden van de internationale aanvrage buiten beschouwing blijft.

12.4. Vertaling ten behoeve van internationale publicatie

  • a. Wanneer de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend geen taal van publicatie is en krachtens regel 12.3 a geen vertaling vereist is, dient de aanvrager binnen 14 maanden na de datum van voorrang bij het ontvangende bureau een vertaling van de internationale aanvrage in te dienen in een taal van publicatie die het ontvangende bureau voor de toepassing van deze paragraaf accepteert.
  • a-bis. Voor elk sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving is paragraaf a uitsluitend van toepassing op de taalafhankelijke vrije tekst: een vertaling van de taalafhankelijke vrije tekst wordt verstrekt in overeenstemming met de Administratieve Instructies.
  • b. Paragraaf a is niet van toepassing op het verzoekschrift.
  • c. Wanneer de aanvrager niet binnen de in paragraaf a genoemde termijn de krachtens die paragraaf vereiste vertaling heeft verstrekt, nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit de vereiste vertaling te verstrekken en, indien van toepassing, binnen 16 maanden na de datum van voorrang de krachtens paragraaf e vereiste taks wegens te late verstrekking te betalen. Een vertaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de uitnodiging krachtens de vorige volzin verzendt, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van de termijn krachtens paragraaf a.
  • d. Wanneer de aanvrager niet binnen de termijn krachtens paragraaf c de vereiste vertaling heeft verstrekt en geen taks wegens te late verstrekking heeft betaald, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en maakt het ontvangende bureau dat bekend. Een vertaling en betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de bekendmaking krachtens de vorige zin doet en voordat er 17 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, worden beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van die termijn.
  • e. Het ontvangende bureau kan verstrekking van een vertaling na het verstrijken van de termijn genoemd in paragraaf a. afhankelijk stellen van betaling ten gunste van het bureau, van een taks wegens late verstrekking ter hoogte van 25% van de internationale indieningstaks bedoeld in punt 1 van de Taksenschaal, waarbij de taks voor elk blad boven de dertig bladzijden van de internationale aanvrage buiten beschouwing blijft.

Regel 13. Eenheid van uitvinding

13.1. Vereiste

De internationale aanvrage dient betrekking te hebben op slechts één uitvinding of op een groep van uitvindingen die zodanig onderling verbonden zijn dat zij op één enkele algemene uitvindersgedachte berusten („vereiste van eenheid van uitvinding”).

13.2. Omstandigheden waarin wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding

Wanneer in een en dezelfde internationale aanvrage de conclusies zijn gericht op een groep van uitvindingen, wordt slechts aan het in Regel 13.1 bedoelde vereiste van eenheid van uitvinding voldaan wanneer er een technisch verband bestaat tussen die uitvindingen bestaande uit één of meer dezelfde of overeenkomstige bijzondere technische kenmerken. Onder de term „bijzondere technische kenmerken” wordt verstaan de technische kenmerken die bepalend zijn voor een bijdrage die elk van de uitvindingen waarop de conclusies zijn gericht, als een geheel beschouwd, vormt ten opzichte van de stand van de techniek.

13.3. Wijze van concluderen niet bepalend voor de eenheid van uitvinding

Om te bepalen of een groep van uitvindingen zodanig onderling zijn verbonden dat zij op één enkele algemene uitvindingsgedachte berusten, doet het niet ter zake of de uitvindingen zijn vervat in afzonderlijke conclusies dan wel als varianten zijn opgenomen in één enkele conclusie.

13.4. Afhankelijke conclusies

Onverminderd Regel 13.1 is het toegestaan in dezelfde internationale aanvrage een redelijk aantal afhankelijke conclusies op te nemen, gericht op bijzondere vormen van de uitvinding waarop een onafhankelijke conclusie is gericht, zelfs wanneer de kenmerken van een afhankelijke conclusie op zich zelf als een uitvinding zouden kunnen worden beschouwd.

13.5. Gebruiksmodellen

Een aangewezen Staat waarin de verlening van een gebruiksmodel wordt verzocht op basis van een internationale aanvrage kan, in plaats van de Regels 13.1 tot en met 13.4, ten aanzien van de in deze Regels geregelde aangelegenheden de bepalingen van zijn nationale wetgeving betreffende gebruiksmodellen toepassen, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in die Staat eenmaal is begonnen, met dien verstande dat de aanvrager ten minste 2 maanden vanaf het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn wordt toegestaan om zijn aanvrage aan te passen aan de vereisten van genoemde bepalingen van de nationale wetgeving.

Regel 13bis. Uitvindingen met betrekking tot biologisch materiaal

13bis.1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze regel wordt onder „verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal” verstaan de gegevens die in een internationale aanvrage worden verstrekt met betrekking tot het depot van biologisch materiaal bij een instituut voor bewaarneming of met betrekking tot het aldus gedeponeerde biologisch materiaal.

13bis.2. Verwijzingen (algemeen)

Elke verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal geschiedt overeenkomstig deze regel en indien aldus geschied, wordt zij beschouwd te voldoen aan de vereisten van de nationale wetgeving van elke aangewezen Staat.

13bis.3. Verwijzingen: inhoud; nalaten een verwijzing of vermelding op te nemen

  • a). Een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal dient te vermelden:
  • (i). de naam en het adres van het instituut voor bewaarneming waarbij het depot heeft plaatsgevonden;
  • (ii). de datum van het depot van het biologisch materiaal bij dat instituut;
  • (iii). het inschrijvingsnummer dat door dat instituut aan het depot is toegekend; en
  • (iv). eventuele bijkomende gegevens die het Internationale Bureau ter kennis zijn gebracht ingevolge Regel 13bis.7 a)(i), mits het vereiste deze gegevens te vermelden ten minste twee maanden voor de indiening van de internationale aanvrage in het mededelingenblad is bekendgemaakt overeenkomstig Regel 13bis.7 c).
  • b). Het nalaten een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal op te nemen of het nalaten in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal een vermelding overeenkomstig paragraaf a op te nemen, heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat waarvan de nationale wetgeving een zodanige verwijzing of vermelding in een nationale aanvrage niet vereist.

13bis.4. Verwijzingen: Tijdslimiet voor de verstrekking van vermeldingen

  • a. Met inachtneming van paragraaf b en c, indien een of meer van de in Regel 13bis 3 a genoemde vermeldingen niet zijn opgenomen in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal in de internationale aanvrage zoals ingediend, maar zijn verstrekt aan het Internationaal Bureau:
  • i. binnen 16 maanden na de datum van voorrang wordt deze vermelding door een aangewezen bureau beschouwd als op tijd verstrekt;
  • ii. na het verstrijken van 16 maanden na de datum van voorrang wordt deze vermelding door een aangewezen bureau beschouwd als verstrekt op de laatste dag van die termijn indien het Internationaal Bureau deze vermelding ontvangt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond.
  • b. Indien de nationale wetgeving die van toepassing is op een aangewezen bureau dat voor nationale aanvragen vereist, kan dat bureau eisen dat de in Regel 13bis 3 a genoemde vermeldingen eerder worden verstrekt dan binnen 16 maanden na de datum van voorrang, onder de voorwaarde dat het Internationaal Bureau van dat vereiste in kennis is gesteld ingevolge Regel 13bis 7 a ii en dat vereiste tenminste twee maanden voor de indiening van de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 13bis 7 c heeft gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • c. Wanneer de aanvrager ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b verzoekt om eerdere publicatie, kan een aangewezen bureau een vermelding die niet is verstrekt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond beschouwen als niet op tijd verstrekt.
  • d. Het Internationale Bureau stelt de aanvrager in kennis van de datum waarop het een krachtens paragraaf a verstrekte vermelding heeft ontvangen, en zal
  • i. indien de vermelding voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond is ontvangen, de krachtens paragraaf a ontvangen vermelding publiceren alsmede de datum van ontvangst tezamen met de internationale aanvrage;
  • ii. indien de vermelding werd ontvangen nadat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond, de aangewezen bureaus in kennis stellen van die datum en de relevante gegevens uit de vermelding.

13bis.5. Verwijzingen en vermeldingen met het oog op een of meer aangewezen Staten; verschillende depots voor verschillende aangewezen Staten; depots bij andere instituten voor bewaarneming dan ter kennis zijn gebracht

  • a. Een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal wordt geacht te zijn gedaan met het oog op alle aangewezen Staten, tenzij zij uitdrukkelijk wordt gedaan met het oog op slechts bepaalde aangewezen Staten; hetzelfde geldt voor de in de verwijzing opgenomen vermeldingen.
  • b. Voor verschillende aangewezen Staten kunnen verwijzingen naar verschillende depots van het biologisch materiaal worden gedaan.
  • c. Een aangewezen bureau kan een depot verricht bij een ander instituut voor bewaarneming dan een dat ingevolge Regel 13bis 7 b ter kennis van het bureau is gebracht buiten beschouwing laten.

13bis.6. Verstrekking van monsters

  • a). Vervallen.
  • b). Ingevolge de artikelen 23 en 40 vindt, behalve met machtiging van de aanvrager, geen verstrekking plaats van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal waarnaar in een internationale aanvrage wordt verwezen, vóór het verstrijken van de toepasselijke termijnen na welke ingevolge bedoelde artikelen een nationale behandeling kan aanvangen. Wanneer de aanvrager evenwel de handelingen verricht, bedoeld in de artikelen 22 of 39 na de internationale publicatie doch vóór het verstrijken van bedoelde termijnen, kan het verstrekken van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal plaatsvinden, zodra genoemde handelingen zijn verricht. Niettegenstaande de voorgaande bepaling kan het verstrekken van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal plaatsvinden ingevolge de door een aangewezen bureau toe te passen nationale wetgeving zodra ingevolge die wetgeving de internationale publicatie de werking heeft van de verplichte nationale publicatie van een niet-beoordeelde nationale aanvrage.

13bis.7. Nationale vereisten: Kennisgeving en publicatie

  • a). Een nationaal bureau kan het Internationaal Bureau in kennis stellen van een vereiste in de nationale wetgeving:
  • i. dat in de kennisgeving genoemde gegevens, naast die bedoeld in Regel 13bis 3 a i, ii en iii, dienen te worden opgenomen in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal in een nationale aanvrage;
  • ii. dat een of meer van de vermeldingen, bedoeld in Regel 13bis 3 a dienen te worden opgenomen in een nationale aanvrage zoals ingediend of dienen te worden verstrekt op een in de kennisgeving genoemd tijdstip dat eerder valt dan 16 maanden na de datum van voorrang.
  • b). Elk nationaal bureau stelt het Internationaal Bureau in kennis van de instituten voor bewaarneming bij wie de nationale wetgeving het verrichten van depots van biologisch materiaal ten behoeve van de octrooiprocedure voor dat bureau toestaat, of, indien de nationale wetgeving niet in zodanige depots voorziet of deze niet toestaat, van dat feit.
  • c). Het Internationale Bureau maakt onverwijld in het mededelingenblad bekend de vereisten waarvan het in kennis is gesteld ingevolge paragraaf a) en informatie waarvan het in kennis is gesteld ingevolge paragraaf b).

Regel 13ter. Sequentie-opsommingen van nucleotiden en/of aminozuren

13ter.1. Procedure bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

  • a. Wanneer de internationale aanvrage de openbaarmaking van nucleotide- en/of aminozuursequenties bevat die, ingevolge de Administratieve Instructies, opgenomen dienen te worden in een sequentie-opsomming, kan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek de aanvrager uitnodigen haar ten behoeve van het nieuwheidsonderzoek een sequentie-opsomming te verstrekken die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm, tenzij zij reeds over een dergelijke opsomming kan beschikken in een vorm, taal en op een wijze die voor haar aanvaardbaar is, en haar, indien van toepassing, binnen een in de uitnodiging vastgestelde termijn de in paragraaf c bedoelde taks wegens te late verstrekking te betalen.
  • b. Vervallen.
  • c. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan de verstrekking van een sequentie-opsomming naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a afhankelijk stellen van betaling ten gunste van de Instantie van een taks wegens te late verstrekking waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, hetgeen evenwel niet meer zal bedragen dan 25% van het in punt 1 van de Taksenschaal bedoelde bedrag van de internationale indieningstaks, waarbij de taks voor elk blad van de internationale aanvrage boven de 30 bladen buiten beschouwing blijft.
  • d. Wanneer de aanvrager verzuimt binnen de in de uitnodiging overeenkomstig paragraaf a vastgestelde termijn de verlangde sequentie-opsomming te verstrekken en een eventueel verlangde taks wegens te late verstrekking te betalen, is de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek uitsluitend verplicht een nieuwheidsonderzoek te verrichten met betrekking tot de internationale aanvrage voor zover een zinvol onderzoek mogelijk is zonder de sequentie-opsomming.
  • e. Een sequentie-opsomming die niet is opgenomen in de internationale aanvrage zoals ingediend, ongeacht of deze is verstrekt naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins, maakt geen deel uit van de internationale aanvrage, maar deze paragraaf belet de aanvrager niet de beschrijving met betrekking tot de sequentie-opsomming met inachtneming van artikel 34, tweede lid, onder b, te wijzigen.
  • f. Vervallen.

13ter.2. Procedure bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

Regel 13ter 1 is van overeenkomstige toepassing op de procedure bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

13ter.3. Sequentie-opsomming voor het aangewezen bureau

Een aangewezen bureau mag niet van de aanvrager verlangen hem een sequentie-opsomming te verstrekken anders dan een sequentie-opsomming die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm.

Regel 14. De toezendingstaks

14.1. De toezendingstaks

  • a). Een ontvangend bureau kan verlangen, dat de aanvrager aan en ten behoeve van dat bureau een taks betaalt voor de inontvangstneming van de internationale aanvrage, de toezending van exemplaren aan het Internationale Bureau en de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en het verrichten van alle andere taken die het, in zijn hoedanigheid van ontvangend bureau, moet verrichten in verband met de internationale aanvrage („toezendingstaks”).
  • b). Het bedrag van de eventuele toezendingstaks wordt vastgesteld door het ontvangende bureau.
  • c). De toezendingstaks dient binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage te worden betaald. Het te betalen bedrag is het bedrag dat van toepassing is op die datum van ontvangst.

Regel 15. De internationale indieningstaks

15.1. De internationale indieningstaks

Elke internationale aanvrage is onderworpen aan de betaling van een taks ten gunste van het Internationaal Bureau (“internationale indieningstaks”), te innen door het ontvangende bureau.

15.2. Bedrag

  • a. Het bedrag van de internationale indieningstaks is vermeld in de Taksenschaal.
  • b. De internationale indieningstaks dient te worden betaald in de valuta of een van de valuta's die door het ontvangende bureau zijn voorgeschreven (“voorgeschreven valuta”), met dien verstande dat deze taks, wanneer zij door het ontvangende bureau wordt overgemaakt naar het Internationaal Bureau, vrij inwisselbaar dient te zijn in Zwitserse valuta. Het bedrag van de internationale indieningstaks wordt voor elk ontvangend bureau dat betaling van die taks voorschrijft in een andere valuta dan de Zwitserse valuta, door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het ontvangende bureau van, of ingevolge Regel 19.1 b. optredend voor, de Staat waarvan de officiële valuta dezelfde is als de voorgeschreven valuta. Het op die manier vastgestelde bedrag zal het equivalent in ronde bedragen zijn van het in de Taksenschaal genoemde bedrag in Zwitserse valuta. Het wordt door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elk ontvangend bureau dat betaling in die voorgeschreven valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
  • c. Wanneer het bedrag van de internationale indieningstaks vermeld in de Taksenschaal wordt gewijzigd, wordt het daarmee overeenkomende bedrag in de voorgeschreven valuta vanaf dezelfde datum toegepast als het bedrag vermeld in de gewijzigde Taksenschaal.
  • d. Wanneer de wisselkoers tussen de Zwitserse valuta en een voorgeschreven valuta anders wordt dan de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag vast in de voorgeschreven valuta, conform door de Algemene Vergadering gegeven richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van publicatie in het mededelingenblad van toepassing, met dien verstande dat het in de tweede zin van paragraaf b. genoemde ontvangende bureau en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen binnen de genoemde periode van twee maanden, in welk geval het genoemde bedrag vanaf die datum van toepassing zal zijn.

15.3. Vervallen.

15.4. Termijn voor betaling; te betalen bedrag

De internationale indieningstaks dient binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage te worden betaald. Het te betalen bedrag is het bedrag dat van toepassing is op die datum van ontvangst.

15.5. Vervallen.

15.6. Terugbetaling

Het ontvangende bureau betaalt de internationale indieningstaks aan de aanvrager terug:

  • i. indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, negatief uitvalt,
  • ii. indien de internationale aanvrage wordt ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken vóór de toezending van het oorspronkelijke exemplaar aan het Internationaal Bureau, of
  • iii. indien vanwege voorschriften met betrekking tot nationale veiligheid de internationale aanvrage niet als zodanig wordt behandeld.

Regel 16. De taks voor het nieuwheidsonderzoek

16.1. Het recht een taks te vragen

  • a). Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan verlangen, dat de aanvrager te haren gunste een taks („taks voor het nieuwheidsonderzoek”) betaalt voor het verrichten van het internationale nieuwheidsonderzoek en voor het vervullen van alle andere taken die door het Verdrag en dit Reglement aan Instanties voor Nieuwheidsonderzoek zijn opgedragen.
  • b). De taks voor het nieuwheidsonderzoek wordt geïnd door het ontvangende bureau. Genoemde taks is betaalbaar in de valuta of een van de valuta's die door dat bureau zijn voorgeschreven („ontvangend bureau-valuta”), met dien verstande dat, indien een ontvangend bureau-valuta niet die valuta of een van die valuta's is waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek de genoemde taks heeft vastgesteld („vastgestelde valuta”), deze taks bij overmaking door het ontvangende bureau aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek vrij inwisselbaar dient te zijn in de valuta van de Staat waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek haar zetel heeft („zetel-valuta”). Het bedrag van de taks voor nieuwheidsonderzoek in een ontvangend bureau-valuta, niet zijnde de vastgestelde valuta, wordt door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het ontvangende bureau van, of krachtens Regel 19.1 b optredend voor, de staat waarvan de officiële valuta dezelfde is als de ontvangend bureau-valuta. De op die manier vastgestelde bedragen zijn de equivalenten in ronde bedragen van de door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in de zetel-valuta vastgestelde bedragen. Zij worden door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elk ontvangend bureau dat betaling in die ontvangend bureau-valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
  • c). Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
  • d). Wanneer de wisselkoers tussen de zetel-valuta en een ontvangend bureau-valuta, niet zijnde de vastgestelde valuta of valuta's, anders wordt dan de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag vast in genoemde ontvangend bureau-valuta, conform door de Vergadering gegeven richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van publicatie in het mededelingenblad van toepassing, met dien verstande dat een in de derde zin van paragraaf b genoemd ontvangend bureau en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen binnen de genoemde periode van twee maanden, in welk geval het genoemde bedrag voor dat kantoor vanaf die datum van toepassing zal zijn.
  • e). Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
  • f). Met betrekking tot de termijn voor betaling van de taks voor nieuwheidsonderzoek en het te betalen bedrag zijn de bepalingen van Regel 15.4 inzake de internationale indieningstaks van overeenkomstige toepassing.

16.2. Terugbetaling

Het ontvangende bureau betaalt de taks voor het nieuwheidsonderzoek aan de aanvrager terug:

  • i. indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, negatief uitvalt,
  • ii. indien de internationale aanvrage wordt ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken vóór de toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of
  • iii. indien vanwege voorschriften met betrekking tot nationale veiligheid de internationale aanvrage niet als zodanig wordt behandeld.

16.3. Gedeeltelijke terugbetaling

Indien in de internationale aanvrage een recht van voorrang wordt ingeroepen op grond van een eerdere internationale aanvrage, die het voorwerp is geweest van een internationaal nieuwheidsonderzoek door dezelfde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, betaalt die Instantie de in verband met de latere internationale aanvrage gestorte taks voor het nieuwheidsonderzoek terug in de mate en op de voorwaarden bepaald in de overeenkomst ingevolge artikel 16, derde lid, onder b), indien het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek betreffende de latere internationale aanvrage geheel of gedeeltelijk gebaseerd zou kunnen worden op de resultaten van het internationale nieuwheidsonderzoek dat omtrent de eerdere internationale aanvrage is verricht.

Regel 16bis. Verlenging van de termijnen voor de betaling van taksen

16bis.1. Uitnodiging door het ontvangende bureau

  • a. Wanneer het ontvangende bureau op het tijdstip waarop taksen verschuldigd zijn ingevolge de Regels 14.1 c, 15.3 en 16.1 f, vaststelt dat geen enkele taks is betaald, of dat het betaalde bedrag niet voldoende is voor de toezendingstaks, de internationale indieningstaks en de taks voor het nieuwheidsonderzoek, nodigt het ontvangende bureau met inachtneming van paragraaf d de aanvrager uit het bedrag dat voor deze taksen nodig is alsnog te voldoen, indien van toepassing tezamen met de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 16bis.2, zulks binnen de termijn van een maand na de datum van de uitnodiging.
  • b. Vervallen.
  • c. Wanneer het ontvangende bureau een uitnodiging ingevolge paragraaf a tot de aanvrager heeft gericht, en de aanvrager niet binnen de in die paragraaf genoemde termijn het verschuldigde bedrag volledig heeft voldaan, indien van toepassing met inbegrip van de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 16bis 2, zal het ontvangende bureau, met inachtneming van paragraaf e:
  • ii. handelen zoals voorzien in Regel 29.
  • d. Een betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat het de uitnodiging ingevolge paragraaf a. verzendt, wordt geacht te zijn ontvangen voor het verstrijken van de in Regel 14.1 c, 15.3 of 16.1 f genoemde termijn, naar gelang van het geval.
  • e. Een betaling die het ontvangende bureau ontvangt voordat dat bureau de toepasselijke verklaring ingevolge artikel 14, derde lid, afgeeft, wordt geacht te zijn ontvangen voor het verstrijken van de in paragraaf a. genoemde termijn.

16bis.2. Taks wegens te late betaling

  • a. De betaling van taksen naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge Regel 16bis. 1 a. kan door het ontvangende bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks wegens te late betaling ten gunste van dat bureau. Deze taks bedraagt:
  • i. 50% van het bedrag van de onbetaalde taksen dat in de uitnodiging is genoemd, of,
  • ii. indien het ingevolge i. berekende bedrag lager is dan de toezendingstaks, een bedrag gelijk aan de toezendingstaks.
  • b. Het bedrag van de taks wegens te late betaling mag evenwel niet hoger zijn dan 50% van de internationale indieningstaks bedoeld in punt 1 van de Taksenschaal, waarbij de taks voor elk blad boven de dertig bladzijden van de internationale aanvrage buiten beschouwing blijft.

Regel 17. Het voorrangsbewijs

17.1. Verplichting een afschrift van een eerdere nationale of internationale aanvrage over te leggen

  • a. Wanneer ingevolge artikel 8 de voorrang op grond van een eerdere nationale of internationale aanvrage wordt ingeroepen, dient een afschrift van die eerdere aanvrage, gewaarmerkt door de instantie waarbij zij was ingediend (“het voorrangsbewijs”), tenzij reeds bij het ontvangende bureau ingediend, tezamen met de internationale aanvrage waarin de voorrang wordt ingeroepen, en met inachtneming van de paragrafen b. en b-bis., uiterlijk 16 maanden na de datum van voorrang door de aanvrager aan het Internationaal Bureau of aan het ontvangende bureau te worden overgelegd, met dien verstande dat een afschrift van genoemde eerdere aanvrage dat het Internationaal Bureau ontvangt na het verstrijken van die termijn wordt geacht door dat bureau te zijn ontvangen op de laatste dag van die termijn indien het bureau het ontvangt vóór de datum van internationale publicatie van de internationale aanvrage.
  • b. Wanneer het voorrangsbewijs door het ontvangende bureau wordt afgegeven, kan de aanvrager, in plaats van het voorrangsbewijs over te leggen, het ontvangende bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te stellen en toe te zenden aan het Internationaal Bureau. Een dergelijk verzoek dient niet later te worden gedaan dan 16 maanden na de datum van voorrang en kan door het ontvangende bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks.
  • b-bis. Wanneer het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau, in overeenstemming met de Administratieve Instructies, via een digitale bibliotheek kan beschikken over het voorrangsbewijs, kan de aanvrager, naar gelang van het geval, in plaats van het voorrangsbewijs over te leggen:
  • i. het ontvangende bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te vragen uit een dergelijke digitale bibliotheek en het te verzenden aan het Internationaal Bureau; of
  • ii. het Internationaal Bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te vragen uit een dergelijke digitale bibliotheek. Een dergelijk verzoek dient uiterlijk 16 maanden na de datum van voorrang te worden gedaan en kan door het ontvangende bureau of het Internationaal Bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks.
  • c. Indien aan geen van de vereisten van de drie voorgaande paragrafen is voldaan, kan een aangewezen bureau met inachtneming van paragraaf d, het beroep op het recht van voorrang buiten beschouwing laten, mits een aangewezen bureau het beroep op het recht van voorrang niet buiten beschouwing laat voordat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het voorrangsbewijs binnen een onder de omstandigheden redelijke termijn te verstrekken.
  • d. Een aangewezen bureau mag een beroep op het recht van voorrang ingevolge paragraaf c. niet buiten beschouwing laten, indien de eerdere aanvrage bedoeld in paragraaf a. bij dat bureau in de hoedanigheid van nationaal bureau is ingediend of indien het, in overeenstemming met de Administratieve Instructies, via een digitale bibliotheek over het voorrangsbewijs kan beschikken.

17.2. Beschikbaarheid van afschriften

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)