Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a). Wanneer de aanvrager heeft voldaan aan Regel 17.1 a, b of b-bis verstrekt het Internationale Bureau, op het daartoe strekkende verzoek van het aangewezen bureau, onverwijld maar niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, een afschrift van het voorrangsbewijs aan dat bureau. Dat bureau mag de aanvrager niet zelf om een afschrift vragen. De aanvrager is niet verplicht vóór het verstrijken van de desbetreffende termijn krachtens artikel 22 een vertaling te verstrekken aan het aangewezen bureau. Indien de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek krachtens artikel 23, tweede lid, doet aan het aangewezen bureau, verstrekt het Internationale Bureau na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek van het aangewezen bureau onverwijld een afschrift van het voorrangsbewijs aan dat bureau.
  • b). Het Internationale Bureau stelt geen afschriften van het voorrangsbewijs ter beschikking van het publiek voor de internationale publikatie van de internationale aanvrage.
  • c). Wanneer de internationale aanvrage is gepubliceerd ingevolge artikel 21, verstrekt het Internationaal Bureau een ieder, op diens verzoek, een afschrift van het voorrangsbewijs tegen vergoeding van de kosten, tenzij, vóór die publicatie:
  • i. de internationale aanvrage werd ingetrokken,
  • ii. het desbetreffende beroep op een recht van voorrang werd ingetrokken of, ingevolge Regel 26bis 2 b, als niet gedaan werd beschouwd.

Regel 18. De aanvrager

18.1. Woonplaats en nationaliteit

  • a. Onverminderd het in de paragrafen b en c bepaalde, is de vraag of een aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn, afhankelijk van de nationale wetgeving van die Staat en wordt hierover beslist door het ontvangende bureau.
  • b. In elk geval,
  • i. wordt het hebben van een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel in een Verdragsluitende Staat als bewijs van woonplaats in die Staat beschouwd, en
  • ii. wordt een rechtspersoon, opgericht volgens de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, als onderdaan van die Staat beschouwd.
  • c. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat als ontvangend bureau fungeert, verzoekt het Internationale Bureau, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de in paragraaf a bedoelde vraag. Het Internationale Bureau stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het nationale bureau argumenten voor te leggen. Het nationale bureau beslist onverwijld over deze vraag.

18.2. Vervallen.

18.3. Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is, bestaat het recht tot het indienen van een internationale aanvrage indien ten minste één van hen ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.

18.4. Gegevens over voorwaarden met betrekking tot aanvragers op grond van nationale wetgeving

  • a). De internationale aanvrage kan verschillende aanvragers vermelden voor verschillende aangewezen Staten mits ten aanzien van elke aangewezen Staat ten minste één van de voor die Staat vermelde aanvragers ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.
  • b). Indien aan het vereiste van paragraaf a) niet is voldaan ten aanzien van een aangewezen Staat, wordt de aanwijzing van die Staat als niet gedaan beschouwd.
  • c). Het internationale Bureau publiceert van tijd tot tijd gegevens over de verschillende nationale wetgevingen met betrekking tot de vraag wie bevoegd is (uitvinder, rechtsopvolger van de uitvinder, rechthebbende op de uitvinding of anderen) een nationale aanvrage in te dienen en voegt aan deze gegevens een waarschuwing toe dat de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in een aangewezen Staat kunnen afhangen van het feit of de in de internationale aanvrage voor die Staat als aanvrager vermelde persoon een persoon is die, ingevolge de nationale wetgeving van die Staat, bevoegd is een nationale aanvrage in te dienen.

Regel 19. Het bevoegde ontvangende bureau

19.1. Waar in te dienen

  • a). Behoudens het in paragraaf b bepaalde, wordt de internationale aanvrage, naar keuze van de aanvrager, ingediend,
  • i. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner is,
  • ii. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager onderdaan is, of
  • iii. ongeacht de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is, bij het Internationale Bureau.
  • b). Een Verdragsluitende Staat kan met een andere Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie overeenkomen, dat het nationale bureau van laatstgenoemde Staat of de intergouvernementele organisatie voor alle of enkele aangelegenheden in plaats van het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat optreedt als ontvangend bureau voor aanvragers die inwoner of onderdaan van die eerstgenoemde Staat zijn. Niettegenstaande een zodanige overeenkomst wordt het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat beschouwd als het bevoegde ontvangende bureau voor de toepassing van artikel 15, vijfde lid.
  • c). In verband met besluiten genomen ingevolge artikel 9, tweede lid, wijst de Algemene Vergadering aan het nationale bureau dat, of de intergouvernementele organisatie die zal optreden als ontvangend bureau voor aanvragen van inwoners of onderdanen van door de Algemene Vergadering aangegeven Staten. Voor een zodanige aanwijzing is de voorafgaande toestemming van het genoemde nationaal bureau of de genoemde intergouvernementele organisatie vereist.

19.2. Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is:

  • i. wordt aan de vereisten van Regel 19.1 geacht te zijn voldaan indien het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage is ingediend, het nationale bureau is van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat waarvan ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is;
  • ii. kan de internationale aanvrage worden ingediend bij het Internationale Bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, indien ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat.

19.3. Bekendmaking van delegatie van de taken van het ontvangende bureau

  • a). Van een overeenkomst zoals bedoeld in Regel 19.1b) wordt door de Verdragsluitende Staat die de taken van het ontvangende bureau delegeert aan het nationale bureau van of optredend voor een andere gsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie, onverwijld kennis gegeven aan het Internationale Bureau.
  • b). Het Internationale Bureau maakt de kennisgeving onverwijld na ontvangst bekend in het mededelingenblad.

19.4. Toezending aan het Internationaal Bureau als ontvangend bureau

  • a. Wanneer een internationale aanvrage wordt ingediend bij een nationaal bureau dat ingevolge het Verdrag optreedt als ontvangend bureau, maar
  • i. dat nationale bureau ingevolge Regel 19.1 of 19.2 niet bevoegd is om die internationale aanvrage te ontvangen, of
  • ii. die internationale aanvrage niet in een taal is gesteld die ingevolge Regel 12.1 a door dat nationale bureau wordt geaccepteerd, maar in een taal die ingevolge die Regel door het Internationaal Bureau als ontvangende bureau wordt geaccepteerd, of
  • iii. dat nationale bureau en het Internationaal Bureau, om redenen anders dan die welke in i en ii zijn genoemd en met toestemming van de aanvrager, overeenkomen dat de procedure ingevolge deze Regel van toepassing is, dan wordt die internationale aanvrage, met inachtneming van paragraaf b, geacht te zijn ontvangen door dat bureau namens het Internationaal Bureau als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
  • b. Wanneer ingevolge paragraaf a een internationale aanvrage door een nationaal bureau wordt ontvangen namens het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, zendt dat nationale bureau de internationale aanvrage onverwijld toe aan het Internationale Bureau, tenzij voorschriften inzake de nationale veiligheid zulks beletten. Deze toezending kan door het nationale bureau afhankelijk worden gesteld van de betaling van een taks, ten gunste van dat bureau, die gelijk is aan de toezendingstaks die dat bureau int ingevolge Regel 14. De aldus toegezonden internationale aanvrage wordt geacht te zijn ontvangen door het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, op de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door dat nationale bureau.
  • c. Voor de toepassing van de Regels 14.1 c., 15.4 en 16.1 f. wordt, wanneer de internationale aanvrage ingevolge paragraaf b. is verzonden aan het Internationaal Bureau, de datum waarop de internationale aanvrage daadwerkelijk door het Internationaal Bureau werd ontvangen beschouwd als de datum van ontvangst van de internationale aanvrage. Voor de toepassing van deze paragraaf is de laatste zin van paragraaf b. niet van toepassing.

Regel 20. Datum van internationale indiening

20.1. Vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

  • a. Onverwijld na de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage, stelt het ontvangende bureau vast of deze voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid.
  • b. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, iii, onder c, kan volstaan worden met het vermelden van de naam van de aanvrager op een wijze die het mogelijk maakt de identiteit van de aanvrager vast te stellen, zelfs wanneer de naam verkeerd is gespeld, de voornamen niet volledig zijn vermeld, of, in het geval van rechtspersonen, de naamsaanduiding afgekort of onvolledig is.
  • c. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onder ii, is het voldoende dat het deel dat een beschrijving lijkt te zijn (niet zijnde een sequentie-opsommingsdeel daarvan) en het deel dat een conclusie of conclusies lijkt te zijn, zijn gesteld in een door het ontvangende bureau ingevolge Regel 12.1 a geaccepteerde taal.
  • d. Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

20.2. Positieve vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

  • a. Indien het ontvangende bureau op het tijdstip van de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage vaststelt dat aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan, kent het ontvangende bureau de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe als de datum van internationale indiening.
  • b. Het ontvangende bureau stempelt het verzoekschrift van de internationale aanvrage waaraan het een datum van internationale indiening heeft toegekend zoals voorgeschreven in de Administratieve Instructies. Het aldus gestempelde exemplaar van het verzoekschrift is het oorspronkelijke exemplaar van de internationale aanvrage.
  • c. Het ontvangende bureau stelt de aanvrager onverwijld in kennis van het nummer van de internationale aanvrage en datum van internationale indiening. Op hetzelfde tijdstip zendt het het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving toe die aan de aanvrager is gezonden, tenzij het het oorspronkelijke exemplaar ingevolge Regel 22.1 a reeds aan het Internationale Bureau heeft gezonden of dat op hetzelfde tijdstip verzendt.

20.3. Gebreken ingevolge artikel 11, eerste lid

  • a. Indien bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, het ontvangende bureau vaststelt dat niet aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is of lijkt te zijn voldaan, nodigt het de aanvrager uit om, naar keuze van de aanvrager:
  • i. de benodigde verbetering ingevolge artikel 11, tweede lid, te verstrekken; of
  • ii. indien de desbetreffende vereisten een element als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, betreffen, in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het element is opgenomen door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18; en eventueel bezwaar te maken binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7. Indien deze termijn verstrijkt na afloop van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dit onder de aandacht van de aanvrager.
  • b. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins:
  • i. de aanvrager het ontvangende bureau de vereiste verbetering verstrekt overeenkomstig artikel 11, tweede lid, na de datum van ontvangst van de beoogde internationale aanvrage maar op een latere datum binnen de van toepassing zijnde termijn overeenkomstig Regel 20.7, kent het ontvangende bureau die latere datum toe als de datum van internationale indiening en handelt het zoals voorzien in Regel 20.2, b en c;
  • ii. een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, ingevolge Regel 20.6 b wordt beschouwd als zijnde vervat in de internationale aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan toe als datum van internationale indiening en handelt het zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.
  • c. Indien het ontvangende bureau later ontdekt of op grond van het antwoord van de aanvrager vaststelt dat het ten onrechte een uitnodiging ingevolge paragraaf a heeft gedaan, aangezien voldaan was aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, toen de bescheiden werden ontvangen, dient het te handelen zoals voorzien in Regel 20.2.

20.4. Negatieve vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

Indien het ontvangende bureau niet binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7, een verbetering of bevestiging heeft ontvangen zoals bedoeld in Regel 20.3 a of indien een verbetering of bevestiging ontvangen is, maar de aanvrage nog niet voldoet aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, dient het ontvangende bureau:

  • i. de aanvrager er onverwijld van in kennis te stellen dat de aanvrage niet wordt en niet zal worden behandeld als een internationale aanvrage en de redenen daarvoor te vermelden;
  • ii. het Internationale Bureau ervan in kennis te stellen dat het nummer dat het op de bescheiden heeft aangetekend niet als een nummer van een internationale aanvrage zal worden gebruikt;
  • iii. de bescheiden die de als internationaal bedoelde aanvrage vormen en daarop betrekking hebbende correspondentie te bewaren zoals voorzien in Regel 93.1; en
  • iv. een afschrift van de genoemde bescheiden te zenden aan het Internationale Bureau, naar aanleiding van een verzoek door de aanvrager ingevolge artikel 25, eerste lid, wanneer het Internationale Bureau een dergelijk afschrift nodig heeft en daar speciaal om verzoekt.

20.5. Ontbrekende onderdelen

  • a. Indien het ontvangende bureau bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, vaststelt dat een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen ontbreekt of lijkt te ontbreken, met inbegrip van de gevallen waarin alle tekeningen ontbreken of lijken te ontbreken, evenwel met uitzondering van de gevallen waarin een volledig element zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, ontbreekt of lijkt te ontbreken, nodigt het de aanvrager onverwijld uit, naar keuze van de aanvrager: en eventueel binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 bezwaar te maken. Indien deze termijn verstrijkt na het verstrijken van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dat onder de aandacht van de aanvrager.
  • i. de als internationaal bedoelde aanvrage te voltooien door het ontbrekende onderdeel te verstrekken; of
  • ii. in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het onderdeel overeenkomstig Regel 4.18 was opgenomen door middel van verwijzing;
  • b. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau op of voor de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een ontbrekend onderdeel zoals bedoeld in paragraaf a verstrekt teneinde de internationale aanvrage te voltooien, wordt dat onderdeel opgenomen in de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.
  • c. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau na de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een ontbrekend onderdeel zoals bedoeld in paragraaf a verstrekt teneinde de internationale aanvrage te voltooien, wordt dat onderdeel opgenomen in de aanvrage en wijzigt het ontvangende bureau de datum van internationale indiening in de datum waarop het dat onderdeel heeft ontvangen, stelt de aanvrager dienovereenkomstig in kennis en handelt zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
  • d. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins een onderdeel bedoeld in paragraaf a, ingevolge Regel 20.6 b wordt beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan toe als datum van internationale indiening en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.
  • e. Indien de datum van internationale indiening verbeterd is ingevolge paragraaf c, kan de aanvrager in een kennisgeving aan het ontvangende bureau binnen een maand na de datum van de kennisgeving ingevolge paragraaf c, het ontvangende bureau verzoeken het ontbrekende onderdeel te negeren, in welk geval het ontbrekende onderdeel geacht wordt niet te zijn verstrekt en de datum van internationale indiening uit hoofde van die paragraaf niet te zijn verbeterd en handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

20.6. Bevestiging van opneming van elementen en onderdelen door middel van verwijzing

  • a. De aanvrager kan bij het ontvangende bureau binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een schriftelijke kennisgeving indienen teneinde te bevestigen dat een element of onderdeel door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18 is opgenomen in de internationale aanvrage, vergezeld van:
  • i. een blad dat of bladen die het volledige element belichamen zoals vervat in de eerdere aanvrage of het desbetreffende deel vertegenwoordigen;
  • ii. indien de aanvrager niet reeds heeft voldaan aan Regel 17.1 a of b-bis met betrekking tot het voorrangsbewijs, een afschrift van de eerdere aanvrage zoals ingediend;
  • iii. indien de eerdere aanvrage niet in de taal gesteld is waarin de internationale aanvrage is ingediend, een vertaling van de eerdere aanvrage in die taal of, indien een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a of 12.4 a, een vertaling van de eerdere aanvrage in zowel de taal waarin de internationale aanvrage is ingediend als de taal van die vertaling; en
  • iv. in het geval van een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen, een aanduiding waar dat onderdeel is opgenomen in de eerdere aanvrage en, indien van toepassing, in een eventuele vertaling zoals bedoeld onder iii.
  • b. Indien het ontvangende bureau vaststelt dat voldaan is aan de vereisten van Regel 4.18 en paragraaf a en dat het element of onderdeel bedoeld in paragraaf a volledig opgenomen is in de desbetreffende eerdere aanvrage, wordt dat element of onderdeel beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau.
  • c. Indien het ontvangende bureau vaststelt dat niet voldaan is aan een vereiste uit hoofde van Regel 4.18 of paragraaf a of dat het element of onderdeel bedoeld in paragraaf a niet volledig vervat is in de desbetreffende eerdere aanvrage, handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5 c, al naargelang van het geval.

20.7. Termijn

  • a. De van toepassing zijnde termijn bedoeld in de Regels 20.3 a en b, 20.4, 20.5 a, b en c en 20.6 a is:
  • i. indien een uitnodiging ingevolge Regel 20.3 a of 20.5 a, indien van toepassing, aan de aanvrager is verzonden, twee maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging;
  • ii. indien een dergelijke uitnodiging niet aan de aanvrager is verzonden, twee maanden vanaf de datum waarop een of meer elementen zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau.
  • b. Indien een verbetering uit hoofde van artikel 11, tweede lid, of een kennisgeving ingevolge Regel 20.6 a ter bevestiging van de opneming door verwijzing van een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, wordt ontvangen door het ontvangende bureau na het verstrijken van de van toepassing zijnde termijn ingevolge paragraaf a maar voordat het bureau de aanvrager ingevolge Regel 20.4 i een kennisgeving toezendt, wordt die verbetering of kennisgeving geacht binnen die termijn te zijn ontvangen.

20.8. Onverenigbaarheid met de nationale wetgeving

  • a. Indien een van de Regels 20.3 a ii en b ii, 20.5 a ii en d en 20.6 op 5 oktober 2005 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op een internationale aanvrage die bij dat ontvangende bureau is ingediend zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • a-bis. Wanneer een ontbrekend element of deel niet ingevolge Regel 4.18 en 20.6 door middel van verwijzing in de internationale aanvrage kan worden opgenomen vanwege de toepassing van paragraaf a van deze Regel, handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5 c, al naargelang van het geval. Wanneer het ontvangende bureau handelt zoals voorzien in Regel 20.5 c, mag de aanvrager handelen zoals voorzien in Regel 20.5 e.
  • b. Indien een van de Regels 20.3 a ii en b ii, 20.5 a ii en d en 20.6 op 5 oktober 2005 niet verenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op dat bureau ter zake van een internationale aanvrage waarvoor de in artikel 22 bedoelde handelingen zijn verricht voor dat bureau, zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • c. Wanneer een element of deel door middel van verwijzing geacht wordt te zijn opgenomen in de internationale aanvrage uit hoofde van een vaststelling van het ontvangende bureau ingevolge Regel 20.6 b, maar deze opneming door verwijzing niet van toepassing is op de internationale aanvrage ten behoeve van een procedure voor een aangewezen bureau vanwege de toepassing van paragraaf b van deze Regel, kan het aangewezen bureau de aanvrage behandelen als was de datum van internationale indiening toegekend ingevolge Regel 20.3 b i of 20.5 b, of verbeterd ingevolge Regel 20.5 c, al naargelang van het geval, met dien verstande dat Regel 82ter.1 c en d van overeenkomstige toepassing zijn.

Regel 21. Het maken van afschriften

21.1. Verantwoordelijkheid van het ontvangende bureau

  • a). Wanneer de internationale aanvrage in één exemplaar moet worden ingediend, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het maken van het ingevolge artikel 12, eerste lid, vereiste archiefexemplaar en het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.
  • b). Wanneer de internationale aanvrage in twee exemplaren moet worden ingediend, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het maken van het archiefexemplaar.
  • c). Indien de internationale aanvrage in minder exemplaren is ingediend dan het ingevolge Regel 11.1 b) vereiste aantal is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor de onverwijlde vervaardiging van het aantal exemplaren en heeft het het recht voor het verrichten van deze taak een taks vast te stellen en deze van de aanvrager te innen.

21.2. Gewaarmerkt afschrift voor de aanvrager

Tegen betaling van een taks verstrekt het ontvangende bureau de aanvrager op verzoek gewaarmerkte afschriften van de internationale aanvrage zoals ingediend en van eventuele verbeteringen daarvan.

Regel 22. Toezending van het oorspronkelijke exemplaar en de vertaling

22.1. Procedure

  • a). Indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, positief uitvalt en tenzij voorschriften betreffende de nationale veiligheid beletten, dat de internationale aanvrage als zodanig wordt behandeld, zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar toe aan het Internationale Bureau. Deze toezending geschiedt onverwijld na ontvangst van de internationale aanvrage of, indien een controle voor de bescherming van de nationale veiligheid moet worden verricht, zodra de vereiste toestemming is verkregen. In elk geval zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar zo tijdig toe dat het het Internationale Bureau bereikt bij het verstrijken van de 13de maand vanaf de datum van voorrang. Indien de toezending per post geschiedt, dient het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar uiterlijk 5 dagen voor het verstrijken van de 13de maand vanaf de datum van voorrang te verzenden.
  • b). Indien het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving ingevolge Regel 20.2 c heeft ontvangen, maar na het verstrijken van 13 maanden na de datum van voorrang niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, herinnert het het ontvangende bureau eraan dat het het oorspronkelijke exemplaar onverwijld naar het Internationale Bureau dient te zenden.
  • c). Indien het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving ingevolge Regel 20.2 c heeft ontvangen, maar na het verstrijken van 14 maanden na de datum van voorrang niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, stelt het de aanvrager en het ontvangende bureau daarvan in kennis.
  • d). Na het verstrijken van 14 maanden, te rekenen van de datum van voorrang, kan de aanvrager het ontvangende bureau verzoeken een afschrift van zijn internationale aanvrage te waarmerken als zijnde gelijkluidend aan de ingediende internationale aanvrage en kan hij een dergelijk gewaarmerkt afschrift toezenden aan het Internationale Bureau.
  • e). Een waarmerking ingevolge paragraaf d) is kosteloos en kan slechts op een van de volgende gronden worden geweigerd:
  • (i). het afschrift welke het ontvangende bureau is verzocht te waarmerken, is niet gelijkluidend aan de ingediende internationale aanvrage;
  • (ii). voorschriften betreffende de nationale veiligheid beletten, dat de internationale aanvrage als zodanig wordt behandeld;
  • (iii). het ontvangende bureau heeft reeds het oorspronkelijke exemplaar toegezonden aan het Internationale Bureau en dit Bureau heeft het ontvangende bureau ervan in kennis gesteld dat het het oorspronkelijke exemplaar heeft ontvangen.
  • f). Tenzij het Internationale Bureau het oorspronkelijke exemplaar heeft ontvangen, of tot het het oorspronkelijke exemplaar ontvangt, wordt het ingevolge paragraaf e) gewaarmerkte en door het Internationale Bureau ontvangen afschrift beschouwd als zijnde het oorspronkelijke exemplaar.
  • g). Indien, bij het aflopen van de termijn van toepassing ingevolge artikel 22, de aanvrager de handelingen als bedoeld in dat artikel heeft verricht, maar het aangewezen bureau niet in kennis is gesteld door het Internationale Bureau van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar, brengt het aangewezen bureau het Internationale Bureau daarvan op de hoogte. Indien het Internationale Bureau niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, stelt het onverwijld de aanvrager en het ontvangende bureau daarvan in kennis, tenzij het deze ingevolge paragraaf c) daarvan reeds op de hoogte heeft gesteld.
  • h). Wanneer de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd in de taal van een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling, wordt die vertaling door het ontvangende bureau aan het Internationaal Bureau toegezonden, tezamen met het oorspronkelijke exemplaar ingevolge paragraaf a of, indien het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar reeds ingevolge die paragraaf aan het Internationaal Bureau heeft verzonden, zo spoedig mogelijk na ontvangst van de vertaling.

22.2. Vervallen.

22.3. Termijn ingevolge artikel 12, derde lid

De termijn genoemd in artikel 12, derde lid, beloopt 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving gezonden door het Internationale Bureau aan de aanvrager ingevolge Regel 22.1 c) of g).

Regel 23. Toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, de vertaling en de sequentie-opsomming

23.1. Procedure

  • a. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage niet vereist is ingevolge Regel 12.3 a, dient het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek uiterlijk op de dag waarop het oorspronkelijke exemplaar wordt toegezonden aan het Internationaal Bureau, door het ontvangende bureau te worden toegezonden aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij er geen taks voor het nieuwheidsonderzoek is betaald. In laatstbedoeld geval wordt het zo spoedig mogelijk na de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek toegezonden.
  • b. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage ingevolge Regel 12.3 wordt verstrekt, dient een exemplaar van die vertaling en van het verzoekschrift, die tezamen worden beschouwd als het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 12, eerste lid, door het ontvangende bureau te worden toegezonden aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij er geen taks voor het nieuwheidsonderzoek is betaald. In laatstbedoeld geval wordt een exemplaar van de genoemde vertaling en van het verzoekschrift zo spoedig mogelijk na de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek toegezonden.
  • c. Een sequentie-opsomming in elektronische vorm die voor de toepassing van Regel 13ter is verstrekt, maar ingediend is bij het ontvangende bureau in plaats van bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek wordt door dat bureau onverwijld doorgezonden naar die Instantie.

Regel 24. Ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar door het Internationaal Bureau

24.1. Vervallen.

24.2. Kennisgeving van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar

  • a. Het Internationaal Bureau stelt onverwijld: in kennis van de ontvangst alsmede de datum van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar. De kennisgeving duidt de internationale aanvrage aan met haar nummer, de datum van internationale indiening en de naam van de aanvrager en vermeldt de datum van indiening van elke eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen. De kennisgeving aan de aanvrager omvat tevens een lijst van de aangewezen bureaus, en in het geval van een aangewezen bureau dat verantwoordelijk is voor het verlenen van regionale octrooien, van de Verdragsluitende Staten die voor een dergelijk regionaal octrooi zijn aangewezen.
  • i. de aanvrager,
  • ii. het ontvangende bureau, en
  • iii. de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek (tenzij deze het Internationale Bureau heeft laten weten dat zij geen kennisgeving wenst te ontvangen)
  • b. Vervallen.
  • c. Indien het oorspronkelijke exemplaar is ontvangen na het verstrijken van de in Regel 22.3 bepaalde termijn, stelt het Internationale Bureau de aanvrager, het ontvangende bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek hiervan onverwijld in kennis.

Regel 25. Ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

25.1. Kennisgeving van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek

De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek stelt onverwijld het Internationale Bureau, de aanvrager en - tenzij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dezelfde is als het ontvangende bureau - het ontvangende bureau, in kennis van het feit en de datum van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.

Regel 26. Controle en verbetering van bepaalde elementen van de internationale aanvrage bij het ontvangende bureau

26.1. Uitnodiging tot verbetering uit hoofde van artikel 14, eerste lid, onder b

Het ontvangende bureau doet de uitnodiging tot verbetering voorzien in artikel 14, eerste lid, onder b, zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een maand na ontvangst van de internationale aanvrage. In de uitnodiging nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit de vereiste verbetering te verstrekken en stelt het de aanvrager binnen de termijn ingevolge Regel 26.2 in de gelegenheid bezwaar te maken.

26.2. Termijn voor verbetering

De termijn bedoeld in Regel 26.1 is twee maanden vanaf de datum van de uitnodiging tot verbetering. Het ontvangende bureau kan deze te allen tijde voordat een beslissing is genomen verlengen.

26.2bis. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a., sub i. en ii.

26.3. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a, sub v

  • a. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal van publicatie, controleert het ontvangende bureau:
  • i. of de internationale aanvrage voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften alleen voor zover dat noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publicatie;
  • ii. of een ingevolge Regel 12.3 verstrekte vertaling voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een bevredigende reproductie;
  • b. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal waarin zij niet wordt gepubliceerd, controleert het ontvangende bureau:
  • i. of de internationale aanvrage voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een bevredigende reproductie;
  • ii. of een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling en de tekeningen voldoen aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publicatie.

26.3bis. Uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot herstel van gebreken ingevolge Regel 11

Het ontvangende bureau behoeft de uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot verbetering van het gebrek ingevolge Regel 11 niet te doen wanneer aan de in die Regel genoemde vormvoorschriften is voldaan in de ingevolge Regel 26.3 vereiste mate.

26.3ter. Uitnodiging tot herstel van gebreken genoemd in artikel 3, vierde lid, onder i

  • a. Wanneer het uittreksel of de tekst bij de tekeningen wordt ingediend in een taal anders dan de taal van de beschrijving en de conclusies, zal het ontvangende bureau, tenzij de aanvrager uitnodigen een vertaling van het uittreksel of de tekst bij de tekeningen te verstrekken in de taal waarin de internationale aanvrage dient te worden gepubliceerd. De Regels 26.1, 26.2, 26.3, 26.3bis, 26.5 en 29.1 zijn van overeenkomstige toepassing.
  • i. een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a, of
  • ii. het uittreksel of de tekst bij de tekeningen is gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd,
  • b. Indien paragraaf a op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf a niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • c. Wanneer het verzoekschrift niet voldoet aan Regel 12.1 c, nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit een vertaling in te dienen om aan die Regel te voldoen. De Regels 3, 26.1, 26.2, 26.5 en 29.1 zijn van overeenkomstige toepassing.
  • d. Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.

26.4. Procedure

Een verbetering van het verzoekschrift die aan het ontvangende bureau wordt voorgelegd kan in een aan dat bureau gerichte brief vervat worden indien de verbetering van dien aard is dat zij van de brief in het verzoekschrift kan worden overgenomen zonder de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van het blad waarop de verbetering wordt aangebracht nadelig te beïnvloeden. Indien dit niet mogelijk is, en in het geval van een verbetering van een element van de internationale aanvrage anders dan het verzoekschrift, wordt van de aanvrager verlangd dat hij een vervangend blad indient dat de verbetering bevat en dient de begeleidende brief bij het vervangende blad de aandacht te vestigen op de verschillen tussen het vervangen en het vervangende blad.

26.5. Beslissing van het ontvangende bureau

Het ontvangende bureau beslist of de aanvrager de verbetering binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 26.2 heeft ingediend en, indien de verbetering binnen die termijn is ingediend, of de aldus verbeterde internationale aanvrage al dan niet wordt aangemerkt als zijnde ingetrokken, met dien verstande dat internationale aanvragen niet worden aangemerkt als zijnde ingetrokken, met dien verstande dat een internationale aanvrage niet wordt aangemerkt als zijnde ingetrokken wegens niet-voldoen aan de vormvereisten bedoeld in Regel 11, indien zij aan die vereisten voldoet in die mate die nodig is voor een redelijk uniforme internationale publicatie.

Regel 26bis. Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang

26bis 1. Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang

  • a. De aanvrager kan een beroep op een recht van voorrang verbeteren of een beroep op een recht van voorgang aan het verzoekschrift toevoegen door middel van een kennisgeving aan het ontvangende bureau of het Internationale Bureau binnen een termijn van 16 maanden na de datum van voorrang of, wanneer de verbetering of toevoeging een wijziging van de datum van voorrang tot gevolg zou hebben, een tijdvak van 16 maanden vanaf de gewijzigde datum van voorrang, naargelang welk tijdvak van 16 maanden het eerst verstreken is, met dien verstande dat die kennisgeving kan worden gedaan tot het verstrijken van een tijdvak van vier maanden na de internationale datum van indiening. De verbetering van een beroep op een recht van voorrang kan het toevoegen van een in Regel 4.10 genoemde vermelding inhouden.
  • b. Een in paragraaf a bedoelde kennisgeving die het ontvangende Bureau of het Internationaal Bureau ontvangt nadat de aanvrager een verzoek om vroegtijdige publicatie ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b, heeft ingediend, wordt geacht niet te zijn overgelegd, tenzij dat verzoek wordt ingetrokken voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond.
  • c. Wanneer de verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang een wijziging in de datum van voorrang met zich meebrengt, wordt een termijn die wordt berekend vanaf de eerder geldende datum van voorrang en die nog niet is verstreken, berekend vanaf de gewijzigde datum van voorrang.

26bis 2. Gebreken in beroepen op een recht van voorrang

  • a. Indien het ontvangende bureau, of het Internationale Bureau indien het ontvangende bureau dit nalaat, met betrekking tot een beroep op een recht van voorrang vaststelt dat: nodigt het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, de aanvrager uit het beroep op een recht van voorrang te verbeteren. In het geval bedoeld in i, indien de datum van internationale indiening valt binnen twee maanden na de datum waarop de termijn van voorrang verstreken is, stelt het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, de aanvrager in kennis van de mogelijkheid een verzoek om herstel van het recht van voorrang in overeenstemming met Regel 26bis 3 in te dienen, tenzij het ontvangende bureau het Internationale Bureau ingevolge Regel 26bis 3 j in kennis heeft gesteld van de onverenigbaarheid van Regel 26bis 3 a tot en met i met de door dat bureau toegepaste nationale wetgeving.
  • i. de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die na de datum valt waarop de termijn van voorrang verstreken is en dat geen verzoek om herstel van een recht van voorrang ingevolge Regel 26bis 3 is ingediend;
  • ii. het beroep op een recht van voorrang niet voldoet aan de vereisten van Regel 4.10; of
  • iii. een vermelding in het beroep op een recht van voorrang onverenigbaar is met de overeenkomstige vermelding in het voorrangsbewijs;
  • b. Indien de aanvrager voor het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26bis 1 a geen kennisgeving doet ter verbetering van het beroep op een recht van voorrang, wordt dat beroep op een recht van voorrang, met inachtneming van paragraaf c, ten behoeve van de procedure uit hoofde van het Verdrag aangemerkt als zijnde niet gedaan („aangemerkt als nietig”) en het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, verklaart aldus en stelt de aanvrager daarvan in kennis. Kennisgevingen ter verbetering van het beroep op een recht van voorrang die worden ontvangen voordat het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, zulks verklaart en uiterlijk een maand na het verstrijken van die termijn worden aangemerkt als zijnde ontvangen voor het verstrijken van die termijn.
  • c. Een beroep op een recht van voorrang wordt niet aangemerkt als nietig uitsluitend omdat:
  • i. een vermelding van het nummer van de eerdere aanvrage bedoeld in Regel 4.10 a ii ontbreekt;
  • ii. een vermelding in het beroep op een recht van voorrang onverenigbaar is met de overeenkomstige vermelding in het voorrangsbewijs; of
  • iii. de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, mits de datum van internationale indiening binnen de termijn van twee maanden na die datum valt.
  • d. Indien het ontvangende bureau of het Internationale Bureau een verklaring heeft afgelegd ingevolge paragraaf b of indien het beroep op een recht van voorrang niet als nietig is aangemerkt uitsluitend omdat paragraaf c van toepassing is, publiceert het Internationale Bureau, tezamen met de internationale aanvrage, de informatie betreffende het beroep op een recht van voorrang als voorgeschreven door de Administratieve Instructies, alsmede informatie die de aanvrager heeft overgelegd met betrekking tot een dergelijk beroep op een recht van voorrang die het Internationale Bureau voorafgaand aan de voltooiing van de technische voorbereiding voor internationale publicatie heeft ontvangen. Deze informatie wordt overeenkomstig artikel 20 meegezonden wanneer de internationale aanvrage ingevolge artikel 64, derde lid, niet gepubliceerd wordt.
  • e. Indien de aanvrager een beroep op een recht van voorrang wenst te verbeteren of toe te voegen, maar de termijn ingevolge Regel 26bis 1 verstreken is, kan de aanvrager voor het verstrijken van 30 maanden na de datum van voorrang en op voorwaarde van de betaling van een bijzondere taks waarvan het bedrag is vastgesteld in de Administratieve Instructies, het Internationale Bureau verzoeken informatie over de aangelegenheid te publiceren en het Internationale Bureau publiceert deze informatie onverwijld.

26bis 3. Herstel van een recht van voorrang door het ontvangende bureau

  • a. Indien de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, maar binnen een tijdvak van twee maanden na die datum, herstelt het ontvangende bureau op verzoek van de aanvrager en met inachtneming van de paragrafen b tot en met g van deze Regel, het recht van voorrang indien het bureau vaststelt dat aan een door hem gehanteerd criterium voor herstel is voldaan, namelijk dat het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen: Elk ontvangend bureau hanteert ten minste een van die criteria en kan ook beide hanteren.
  • i. was ontstaan ondanks het feit dat de in de gegeven omstandigheden nodige zorg was betracht; of
  • ii. onopzettelijk was ontstaan.
  • b. Een verzoekschrift op grond van paragraaf a:
  • i. wordt binnen de ingevolge paragraaf e van toepassing zijnde termijn ingediend bij het ontvangende bureau;
  • ii. bevat de redenen voor het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen; en
  • iii. gaat bij voorkeur vergezeld van een verklaring of andere bewijzen die uit hoofde van paragraaf f vereist zijn.
  • c. Indien een beroep op een recht van voorrang ter zake van de eerdere aanvrage niet in de internationale aanvrage opgenomen is, dient de aanvrager binnen de ingevolge paragraaf e van toepassing zijnde termijn een kennisgeving overeenkomstig Regel 26bis 1 a in te dienen waarbij het beroep op een recht van voorrang wordt toegevoegd.
  • d. Het ontvangende bureau kan voor de indiening van een verzoek om herstel uit hoofde van paragraaf a als voorwaarde stellen dat ten gunste van hem binnen de uit hoofde van paragraaf e van toepassing zijnde termijn een taks wordt betaald. Het bedrag van deze eventuele taks wordt vastgesteld door het ontvangende bureau. De termijn voor de betaling van de taks kan naar keuze van het ontvangende bureau worden verlengd tot een termijn van ten hoogste twee maanden na het verstrijken van de termijn die ingevolge paragraaf e van toepassing is.
  • e. De in de paragrafen b onder i, c en d bedoelde termijn is twee maanden vanaf de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, met dien verstande dat, indien de aanvrager verzoekt om vroegtijdige publicatie ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b, een verzoekschrift ingevolge paragraaf a, een kennisgeving zoals bedoeld in paragraaf c of een taks bedoeld in paragraaf d, ingediend of betaald nadat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid, niet geacht wordt tijdig te zijn ingediend of betaald.
  • f. Het ontvangende bureau kan vereisen dat een verklaring of ander bewijs ter staving van de redenen bedoeld in paragraaf b ii bij hem worden ingediend binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn.
  • g. Het ontvangende bureau wijst geen verzoek ingevolge paragraaf a geheel of gedeeltelijk af zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn bezwaar te maken tegen de beoogde afwijzing. Het ontvangende bureau kan de aanvrager een dergelijke kennisgeving inzake de beoogde afwijzing toezenden tezamen met een uitnodiging om een verklaring of andere bewijzen ingevolge paragraaf f in te dienen.
  • h. Onverwijld zal het ontvangende bureau:
  • i. het Internationale Bureau in kennis stellen van de ontvangst van een verzoek ingevolge paragraaf a;
  • ii. beslissen over het verzoek;
  • iii. de aanvrager en het Internationaal Bureau in kennis stellen van zijn beslissing en het criterium voor herstel waarop de beslissing gebaseerd was;
  • iv. onverminderd het bepaalde onder paragraaf h-bis alle documenten die van de aanvrager zijn ontvangen en betrekking hebben op het verzoek op grond van paragraaf a (met inbegrip van een afschrift van het verzoek zelf, de redenen zoals bedoeld in paragraaf b.ii en een verklaring of ander bewijs zoals bedoeld in paragraaf f naar het Internationaal Bureau toezenden.
  • h-bis. Het ontvangende bureau zendt, na een met redenen omkleed verzoek door de aanvrager of na een eigen besluit daartoe, geen documenten of delen daarvan die het heeft ontvangen met betrekking tot het verzoek uit hoofde van paragraaf a, indien het van mening is dat:
  • i. dit document of deel daarvan er duidelijk niet toe dient het publiek te informeren over de internationale aanvrage;
  • ii. publicatie of publieke toegankelijkheid van een dergelijk document of deel daarvan de persoonlijke of economische belangen van een persoon duidelijk zou schaden; en
  • iii. toegang tot dat document of deel daarvan geen zwaarwegend publiek belang dient. Wanneer het ontvangende bureau besluit documenten of delen daarvan niet naar het Internationaal Bureau te zenden, stelt het het Internationaal Bureau hiervan in kennis.
  • i. Elk ontvangend bureau stelt het Internationale Bureau in kennis van welk van de criteria voor herstel het hanteert en van eventuele latere wijzigingen in dat opzicht. Het Internationale Bureau publiceert dergelijke informatie onverwijld in het mededelingenblad.
  • j. Indien de paragrafen a tot en met i op 5 oktober 2005 niet verenigbaar zijn met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, zijn die paragrafen niet van toepassing op dat bureau zolang zij niet verenigbaar zijn met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

Regel 26ter. Verbetering of aanvulling van verklaringen ingevolge regel 4.17

26ter.1. Verbetering of aanvulling van verklaringen

De aanvrager kan een verklaring zoals bedoeld in Regel 4.17 verbeteren of aan het verzoekschrift toevoegen bij een kennisgeving gericht aan het Internationale Bureau binnen een termijn van zestien maanden na de voorrangsdatum, met dien verstande dat een door het Internationaal Bureau na het verstrijken van die termijn ontvangen kennisgeving geacht wordt te zijn ontvangen op de laatste dag van die termijn indien zij daar binnenkomt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid.

26ter.2. Behandeling van verklaringen

  • a. Wanneer het ontvangende bureau of het Internationale Bureau bemerkt dat een verklaring als bedoeld in Regel 4.17 niet is geformuleerd zoals vereist of, in het geval van de verklaring van uitvinderschap bedoeld in regel 4.17 iv niet is ondertekend zoals vereist, kan het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naar gelang van het geval, de aanvrager uitnodigen de verklaring te verbeteren binnen een termijn van 16 maanden na de voorrangsdatum.
  • b. Wanneer het Internationale Bureau een verklaring of verbetering ingevolge Regel 26ter.1 ontvangt, na het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26 ter.1, stelt het Internationale Bureau de aanvrager daarvan dienovereenkomstig in kennis en handelt het zoals is bepaald in de Administratieve Instructies.

Regel 27. Niet-betaling van taksen

27.1. Taksen

  • a. Voor de toepassing van artikel 14, derde lid, onder a. wordt onder „ingevolge artikel 3, vierde lid, sub iv. voorgeschreven taksen” verstaan: de toezendingstaks (Regel 14), de taks voor internationale indiening (Regel 15.1), de taks voor het nieuwheidsonderzoek (Regel 16) en, indien vereist, de taks wegens te late betaling (Regel 16bis. 2).

Regel 28. Gebreken vastgesteld door het Internationale Bureau

28.1. Vaststelling van bepaalde gebreken

Regel 29. Internationale aanvragen die als ingetrokken worden beschouwd

29.1. Vaststelling door het ontvangende bureau

Indien het ontvangende bureau ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b., en Regel 26.5 (nalaten bepaalde gebreken te herstellen), of ingevolge artikel 14, derde lid, onder a. (niet-betaling van de ingevolge Regel 27.1 a. voorgeschreven taksen), of ingevolge artikel 14, vierde lid (latere vaststelling dat niet voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 11, eerste lid, sub i. tot en met iii.), of ingevolge Regel 12.3 d. of 12.4 d. (niet-verstrekking van een vereiste vertaling of, wanneer van toepassing, niet-betaling van een taks wegens te late verstrekking), of ingevolge Regel 92.4 g. i. (niet-verstrekking van het origineel van een document), verklaart dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd:

  • (i). zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar (tenzij reeds toegezonden) en de door de aanvrager aangeboden verbeteringen toe aan het Internationale Bureau;
  • (ii). stelt het ontvangende bureau de aanvrager en het Internationale Bureau onverwijld in kennis van genoemde verklaring en doet het Internationale Bureau op zijn beurt kennisgeving aan elk aangewezen bureau dat reeds van zijn aanwijzing in kennis is gesteld;
  • (iii). zendt het ontvangende bureau het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek niet toe zoals bepaald in Regel 23, of, indien dit exemplaar reeds werd toegezonden, stelt het de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in kennis van de genoemde verklaring;
  • (iv). wordt van het Internationale Bureau niet verlangd, dat het de aanvrager in kennis stelt van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar

29.2. Vervallen.

29.3. Het brengen van bepaalde feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau

Indien het Internationale Bureau of de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat het ontvangende bureau een vaststelling ingevolge artikel 14, vierde lid, dient te verrichten brengt het of zij de desbetreffende feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau.

29.4. Kennisgeving van het voornemen een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, af te leggen

Voordat het ontvangende bureau een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, aflegt, dient het de aanvrager in kennis te stellen van zijn voornemen een zodanige verklaring af te leggen en van de daartoe strekkende redenen. De aanvrager kan, indien hij niet instemt met de voorlopige vaststelling van het ontvangende bureau, binnen een maand na de kennisgeving zijn argumenten dienaangaande indienen.

Regel 30. Termijn ingevolge artikel 14, vierde lid

30.1. Termijn

De termijn bedoeld in artikel 14, vierde lid, beloopt 4 maanden, te rekenen van de datum van de internationale indiening.

Regel 31. Afschriften vereist ingevolge artikel 13

31.1. Verzoek om afschriften

  • a). Verzoeken ingevolge artikel 13, eerste lid, kunnen betrekking hebben op alle, enkele soorten, of afzonderlijke internationale aanvragen waarin het nationale bureau dat het verzoek doet is aangewezen. Verzoeken om alle of enkele soorten van deze internationale aanvragen moeten elk jaar worden herhaald door middel van een vóór 30 november van het voorgaande jaar door dat bureau aan het Internationale Bureau gerichte kennisgeving.
  • b). Voor verzoeken ingevolge artikel 13, tweede lid, onder b) is een taks verschuldigd ter dekking van de kosten voor het maken en per post toezenden van het afschrift.

31.2. Vervaardigen van afschriften

Het vervaardigen van de ingevolge artikel 13 vereiste afschriften behoort tot de verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.

Regel 32. Uitbreiding van de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage tot bepaalde opvolgerstaten

32.1. Uitbreiding van de internationale aanvrage tot een opvolgerstaat

  • a. De rechtsgevolgen van een internationale aanvrage waarvan de datum van internationale indiening valt in de in paragraaf b omschreven periode, kunnen worden uitgebreid tot een Staat („de opvolgerstaat”) waarvan het grondgebied vóór de onafhankelijkheid van die Staat deel uitmaakte van het grondgebied van een in de internationale aanvrage aangewezen Verdragsluitende Staat die vervolgens is opgehouden te bestaan (de „voorgangerstaat”), op voorwaarde dat de opvolgerstaat Verdragsluitende Staat is geworden door middel van de nederlegging bij de Directeur-Generaal van een verklaring van voortgezette gebondenheid, ertoe strekkende dat het Verdrag wordt toegepast door de opvolgerstaat.
  • b. Het in paragraaf a bedoelde tijdvak begint op de dag volgend op de laatste dag van het bestaan van de voorgangerstaat en eindigt twee maanden na de datum waarop de in paragraaf a bedoelde verklaring door de Directeur-Generaal ter kennis is gebracht van de Regeringen van de Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de Industriële Eigendom. Wanneer de onafhankelijkheidsdatum van de opvolgerstaat echter eerder valt dan de datum van de dag volgend op de laatste dag van het bestaan van de voorgangerstaat, kan de opvolgerstaat verklaren dat bedoeld tijdvak begint op de datum van haar onafhankelijkheid; deze verklaring dient te worden afgegeven te zamen met de in paragraaf a bedoelde verklaring en de onafhankelijkheidsdatum dient daarin te zijn genoemd.
  • c. Gegevens over internationale aanvragen waarvan de indieningsdatum valt binnen de ingevolge paragraaf b. van toepassing zijnde periode en waarvan de rechtsgevolgen worden uitgebreid tot de opvolgerstaat, worden door het Internationaal Bureau gepubliceerd in het mededelingenblad.

32.2. Rechtsgevolgen van de uitbreiding tot de opvolgerstaat

  • a. Wanneer de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 32.1 worden uitgebreid tot de opvolgerstaat,
  • i. wordt de opvolgerstaat beschouwd als te zijn aangewezen in de internationale aanvrage, en
  • ii. wordt de ingevolge de artikelen 22 of 39, eerste lid, geldende termijn met betrekking tot die Staat verlengd tot het verstrijken van ten minste zes maanden te rekenen vanaf de datum van publicatie van de gegevens ingevolge Regel 32.1 c.
  • b. De opvolgerstaat kan een termijn vaststellen die later verstrijkt dan de in paragraaf a ii voorziene termijn. Het Internationaal Bureau publiceert de informatie inzake dergelijke termijnen in het mededelingenblad.

Regel 33. Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is

33.1. Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is

  • a). Voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, bestaat de van belang zijnde stand van de techniek uit alles wat waar ook ter wereld ter beschikking van het publiek is gesteld door middel van schriftelijke publikatie (met inbegrip van tekeningen en andere illustraties) en dat van belang kan zijn bij de beslissing of de uitvinding waarvoor bescherming wordt gevraagd, al dan niet nieuw is en of zij al dan niet op uitvinderswerkzaamheid berust (d.w.z. al dan niet voor de hand ligt) mits het ter beschikking stellen aan het publiek heeft plaatsgevonden vóór de datum van de internationale indiening.
  • b). Wanneer enige schriftelijke publikatie verwijst naar een mondelinge uiteenzetting, een gebruik, een tentoonstelling of een ander middel waardoor de inhoud van de schriftelijke publikatie ter beschikking van het publiek is gesteld en dit ter beschikking van het publiek stellen heeft plaatsgevonden op een datum voorafgaande aan de internationale indiening, dient het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dit feit en de datum waarop het heeft plaatsgevonden afzonderlijk te vermelden indien de terbeschikkingstelling van de schriftelijke publikatie aan het publiek heeft plaatsgevonden op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de datum van de internationale indiening.
  • c). Een bekendgemaakte aanvrage of een octrooi waarvan de datum van bekendmaking dezelfde is als, of later valt dan, maar waarvan de datum van indiening of, indien van toepassing, de datum van de voorrang waarop men zich beroept, voorafgaat aan de datum van internationale indiening van de aan een nieuwheidsonderzoek onderworpen internationale aanvrage, en die een voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, van belang zijnde stand van de techniek zou vormen indien zij was gepubliceerd vóór de datum van internationale indiening, dient speciaal te worden vermeld in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek.

33.2. Gebieden die het internationale nieuwheidsonderzoek moet bestrijken

  • a). Het internationale nieuwheidsonderzoek bestrijkt al die technische gebieden en dient te worden verricht op de grondslag van al die systematische zoeksystemen die materiaal kunnen bevatten dat voor de uitvinding van belang is.
  • b). Derhalve dient niet alleen de techniek waarbij de uitvinding kan worden ingedeeld te worden bezien, maar ook overeenkomstige technieken, ongeacht waarbij zij zijn ingedeeld.
  • c). De vraag welke technieken in een bepaald geval als overeenkomstig moeten worden beschouwd, dient te worden bezien in het licht van wat de onontbeerlijk wezenlijke functie of het wezenlijke gebruik van de uitvinding lijkt te zijn en niet alleen de specifieke functies die uitdrukkelijk in de internationale aanvrage zijn vermeld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)