Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
Zonder afbreuk te doen aan hun capaciteit om hun eigen cultureel beleid op te stellen en uit te voeren en ernaar strevend deze capaciteit verder te ontwikkelen, teneinde de culturele diversiteit te beschermen en te bevorderen, spannen de partijen zich in samen te werken om de voorwaarden voor de uitwisseling van culturele activiteiten, goederen en diensten te verbeteren en eventuele structurele onevenwichtigheden en asymmetrieën bij die uitwisseling te verhelpen.
Voor de toepassing van dit protocol:
gelden voor culturele diversiteit, culturele inhoud, cultuuruitingen, culturele activiteiten, goederen en diensten en cultuurindustrie de definities van het Unesco-Verdrag, en wordt verstaan onder kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars: natuurlijke personen die culturele activiteiten uitvoeren, culturele goederen produceren of in de rechtstreekse verlening van culturele diensten participeren.
AFDELING A. HORIZONTALE BEPALINGEN
Artikel 2. Culturele uitwisseling en dialoog
De partijen streven ernaar hun capaciteit voor de vaststelling en ontwikkeling van hun cultuurbeleid te cultiveren, hun cultuurindustrie te ontwikkelen en meer mogelijkheden te bieden voor de uitwisseling van culturele goederen en diensten van de partijen, onder meer door ervoor te zorgen dat aanspraak kan worden gemaakt op regelingen ter bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud.
De partijen werken samen bij de bevordering van de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering en een ruimere uitwisseling van informatie, zowel op het gebied van culturele en audiovisuele aangelegenheden door middel van een dialoog, als op het gebied van goede praktijken bij de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten. Deze dialoog vindt plaats in het Comité voor culturele samenwerking en, waar en wanneer nodig, in andere relevante fora.
Artikel 3. Comité voor culturele samenwerking
Uiterlijk zes maanden na de toepassing van dit protocol wordt een Comité voor culturele samenwerking opgericht. Dit comité bestaat uit hoge ambtenaren uit de overheidsdiensten van elk van beide partijen, die over deskundigheid en ervaring op het gebied van culturele aangelegenheden en praktijken beschikken.
Het Comité voor culturele samenwerking komt binnen een jaar na de toepassing van dit protocol bijeen, en vervolgens wanneer nodig en ten minste een keer per jaar, teneinde toezicht te houden op de uitvoering van dit protocol.
In afwijking van de institutionele bepalingen van hoofdstuk vijftien (Institutionele, algemene en slotbepalingen) is het Handelscomité niet bevoegd voor dit protocol en vervult het Comité voor culturele samenwerking ten aanzien van dit protocol alle taken van het Handelscomité, voor zover deze van belang zijn voor de uitvoering van dit protocol.
Elk van beide partijen wijst binnen zijn diensten een bureau aan dat voor de andere partij als contactpunt voor de uitvoering van dit protocol dient.
Elk van beide partijen richt (een) interne adviesgroep(en) voor culturele samenwerking op, bestaande uit vertegenwoordigers van de culturele en audiovisuele sector, die actief zijn op de door dit protocol bestreken gebieden; deze groep of groepen worden geraadpleegd over kwesties betreffende de uitvoering van dit protocol.
Een partij kan om overleg met de andere partij in het Comité voor culturele samenwerking verzoeken over aangelegenheden van wederzijds belang die zich in verband met dit protocol voordoen. Het comité komt in dat geval onverwijld bijeen en stelt alles in het werk om een voor beide partijen bevredigende oplossing te vinden. Het kan daarbij aan de interne adviesgroep(en) van een van de partijen of van beide partijen advies vragen en elk van beide partijen kan zijn eigen interne adviesgroep(en) om advies vragen.
Artikel 3 bis. Beslechting van geschillen
Tenzij de partijen anders overeenkomen, en alleen wanneer een in artikel 3, lid 6, van dit protocol bedoelde aangelegenheid niet op bevredigende wijze kon worden opgelost door middel van de in dat artikel beschreven overlegprocedure, is hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) op dit protocol van toepassing, met inachtneming van de volgende wijzigingen:
- a. alle verwijzingen in hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) naar het Handelscomité zijn als verwijzingen naar het Comité voor culturele samenwerking te beschouwen;
- b. voor de toepassing van artikel 14.5 (Instelling van het arbitragepanel) trachten de partijen overeenstemming te bereiken over scheidsrechters met de nodige kennis en ervaring op de gebieden die onder dit protocol vallen. Wanneer de partijen geen overeenstemming over de samenstelling van het arbitragepanel bereiken, worden de scheidsrechters volgens de procedure van artikel 14.5, lid 3, door loting aangewezen uit de overeenkomstig c) opgestelde lijst en niet uit de in artikel 14.18 (Lijst van scheidsrechters) bedoelde lijst.
- c. het Comité voor culturele samenwerking stelt onmiddellijk na zijn oprichting een lijst van vijftien personen op die bereid en in staat zijn om als scheidsrechter op te treden. Elk van beide partijen stelt vijf personen voor die als scheidsrechter kunnen optreden. De partijen kiezen in onderling overleg bovendien vijf personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen fungeren. Het Comité voor culturele samenwerking ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan. De scheidsrechters moeten kennis en ervaring op het onder dit protocol vallende gebied hebben. Als scheidsrechters zijn zij onafhankelijk, treden zij op persoonlijke titel op, nemen zij geen instructies aan van enige organisatie of regering ten aanzien van het geschil betreffende aangelegenheden en nemen zij bijlage 14-C (Gedragscode voor leden van arbitragepanels en voor bemiddelaars) in acht;
- d. bij het kiezen van verplichtingen die ingevolge lid 2 van artikel 14.11 (Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving) bij een geschil in verband met dit protocol worden opgeschort, beperkt de klagende partij zich tot verplichtingen die uit dit protocol voortvloeien; en
- e. onverminderd artikel 14.11, lid 2, mag de klagende partij geen uit dit protocol voortvloeiende verplichtingen opschorten bij geschillen die zich niet in verband met dit protocol voordoen.
Artikel 4. Kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars
De partijen streven naar vergemakkelijking, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, van de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars uit de andere partij, die niet in aanmerking komen voor voordelen uit ingevolge hoofdstuk zeven (Handel in diensten, vestiging en elektronische handel) aangegane verbintenissen en die:
- a. als kunstenaar, acteur, technicus of als andere professional uit de cultuursector of als cultuurbeoefenaar uit de andere partij betrokken zijn bij de opname van speelfilms of televisieprogramma’s, of die
- b. als kunstenaar of andere professional uit de cultuursector of als cultuurbeoefenaar, bijvoorbeeld als beeldend of uitvoerend kunstenaar, kunstleraar, componist, auteur, aanbieder van amusement e.d. van de andere partij betrokken zijn bij culturele activiteiten, zoals bijvoorbeeld de opname van muziek, of een actieve rol spelen bij culturele evenementen zoals, onder meer, boekenbeurzen en festivals,
mits zij hun diensten niet aan het grote publiek verkopen of deze niet zelf verlenen, niet op eigen naam een beloning ontvangen uit een bron binnen de partij waar zij tijdelijk verblijven, en geen diensten verlenen in het kader van een contract tussen een rechtspersoon zonder commerciële aanwezigheid in de partij waar de kunstenaar of andere professional uit de cultuursector of cultuurbeoefenaar tijdelijk verblijft, enerzijds, en een consument in die partij, anderzijds.
Wanneer de toegang tot en het tijdelijk verblijf op het grondgebied van de partijen, zoals bedoeld in lid 1, worden toegestaan, geldt deze toestemming voor niet meer dan 90 dagen in een periode van twaalf maanden.
De partijen streven ernaar om in overeenstemming met hun respectieve wetgeving de opleiding van en betere contacten tussen kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars te bevorderen; daarbij gaat het om:
- a. theaterproducenten, zanggroepen en leden van bands en orkesten;
- b. auteurs, componisten, beeldhouwers, entertainers en andere individuele artiesten;
- c. kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars die in de rechtstreekse verlening van diensten door circussen, pretparken en dergelijke attracties participeren; en
- d. kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars die in de rechtstreekse verlening van diensten door ballrooms, discotheken en dansscholen participeren.
AFDELING B. SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN
ONDERAFDELING A. BEPALINGEN BETREFFENDE AUDIOVISUELE WERKEN
Artikel 5. Audiovisuele coproducties
Voor de toepassing van dit protocol wordt onder coproductie verstaan een audiovisueel werk dat door producenten uit Korea en de EU gezamenlijk wordt geproduceerd en waarin die producenten in overeenstemming met dit protocol hebben geïnvesteerd1)In Korea worden coproducties erkend volgens een procedure die voor radio- en televisieprogramma’s door de Koreaanse Communicatiecommissie en voor films door de Koreaanse Filmraad wordt afgewikkeld. Deze erkenningsprocedure bestaat slechts uit een technische controle om te zien of de coproductie aan de criteria van lid 6 voldoet. Alle coproducties die aan die criteria voldoen, worden erkend..
De partijen stimuleren onderhandelingen over nieuwe, en de uitvoering van bestaande, coproductieovereenkomsten tussen een of meer lidstaten van de Europese Unie en Korea. Zij herbevestigen dat de lidstaten van de Europese Unie en Korea financiële voordelen kunnen toekennen aan audiovisuele coproducties, zoals omschreven in bestaande of toekomstige bilaterale coproductieovereenkomsten waarbij een of meer lidstaten van de Europese Unie en Korea partij zijn.
In overeenstemming met hun respectieve wetgeving bevorderen de partijen coproducties tussen producenten uit de EU en uit Korea, onder meer door ervoor te zorgen dat voor coproducties aanspraak kan worden gemaakt op hun respectieve regelingen ter bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud.
Voor audiovisuele coproducties kan aanspraak worden gemaakt op de EU-regeling voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud zoals bedoeld in lid 3, omdat zij beschouwd worden als „Europese productie” in de zin van artikel 1, punt n) i), van Richtlijn 89/552/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2007/65/EG of bij latere wijzigingen, met het oog op de in artikel 4, lid 1, en artikel 3 decies, lid 1, van Richtlijn 89/552/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2007/65/EG of bij latere wijzigingen2)Wijzigingen van de wetgeving laten de toepassing van lid 10 onverlet., bedoelde bevordering van audiovisuele werken.
Voor audiovisuele coproducties kan aanspraak worden gemaakt op Koreaanse regelingen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud zoals bedoeld in lid 3, omdat zij voor de toepassing van artikel 40 van de Wet inzake de bevordering van speelfilms en videoproducties (Wet nr. 9676 van 21 mei 2009) of latere wijzigingen daarvan, artikel 71 van de Omroepwet (Wet nr. 9280 van 31 december 2008) of latere wijzigingen daarvan, en het Bericht betreffende de programmaverhouding (Bericht nr. 2008-135 van de Koreaanse Communicatiecommissie van 31 december 2008) of latere wijzigingen daarvan3)Ibidem.als Koreaans werk worden beschouwd.
Voor coproducties kan aanspraak worden gemaakt op de in de leden 4 en 5 bedoelde regelingen van de partijen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. de audiovisuele coproducties komen tot stand door samenwerking tussen ondernemingen die rechtstreeks of door een meerderheidsaandeel in handen zijn en blijven van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea en/of van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea;
- b. de representatieve directeur(en) of manager(s) van de coproducerende ondernemingen, is (zijn) onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea en kan (kunnen) aantonen dat hij (zij) daar hun wettige verblijfplaats heeft (hebben);
- c. voor alle audiovisuele coproducties andere dan tekenfilms is de participatie van producenten uit twee lidstaten van de Europese Unie vereist. Voor tekenfilms is participatie van producenten uit drie lidstaten van de Europese Unie vereist. De financiële bijdrage van de producent of producenten uit elk van die lidstaten van de Europese Unie bedraagt ten minste 10%;
- d. de respectieve financiële bijdrage van alle producenten uit de EU samen en van alle producenten uit Korea samen aan een audiovisuele coproductie andere dan een tekenfilm moet ten minste 30% van de totale productiekosten van die coproductie bedragen. Voor tekenfilms moet de respectieve bijdrage ten minste 35% van de totale productiekosten bedragen;
- e. de bijdrage van alle producenten samen van elk van de partijen omvat een daadwerkelijke technische en artistieke participatie, waarbij de bijdragen van beide partijen met elkaar in evenwicht zijn. In het bijzonder mag de technische en artistieke bijdrage van alle producenten samen van elk van de partijen bij audiovisuele coproducties andere dan tekenfilms niet meer dan 20 procentpunten afwijken van hun financiële bijdrage en in geen geval meer dan 70% van de totale bijdrage uitmaken. Bij tekenfilms mag de technische en artistieke bijdrage van alle producenten samen van elk van de partijen niet meer dan 10 procentpunten afwijken van hun financiële bijdrage en in geen geval meer dan 65% van de totale bijdrage uitmaken;
- f. producenten uit derde landen die het Unesco-Verdrag hebben geratificeerd, mogen, waar dat mogelijk is, voor maximaal 20% in de totale productiekosten en/of de technische en artistieke bijdrage in de audiovisuele coproductie participeren.
De partijen herbevestigen dat het recht om voor coproducties aanspraak te maken op de in de leden 4 en 5 bedoelde regelingen van de partijen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud wederzijdse voordelen meebrengt en dat coproducties die aan de criteria van lid 6 voldoen als Europese/Koreaanse producties in de zin van de leden 4 en 5 worden beschouwd zonder dat verdere voorwaarden dan die van lid 6 worden opgelegd.
- a. Het recht om voor coproducties aanspraak te maken op de in de leden 4 en 5 bedoelde regelingen van de partijen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud geldt voor een periode van drie jaar gerekend vanaf de toepassing van dit protocol. Op advies van de interne adviesgroepen zal het Comité voor culturele samenwerking zes maanden voor het verstrijken van die periode in gezamenlijk overleg nagaan of de tenuitvoerlegging van het recht van aanspraak heeft geleid tot een grotere culturele diversiteit en tot een grotere, voor beide partijen voordelige samenwerking inzake coproducties.
- b. Het recht van aanspraak wordt met drie jaar verlengd en daarna automatisch telkens met perioden van dezelfde duur, tenzij een van de partijen het recht van aanspraak ten minste drie maanden voor het verstrijken van de aanvankelijke of verlengingsperiode schriftelijk opzegt. Zes maanden voor het verstrijken van elke verlengingsperiode verricht het Comité voor culturele samenwerking een beoordeling zoals die welke onder a) wordt beschreven.
- c. Tenzij de partijen anders besluiten, belet opzegging van het recht van aanspraak niet dat coproducties onder de voorwaarden van lid 6 in aanmerking komen voor de in de leden 4 en 5 bedoelde regelingen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud, wanneer de datum van eerste uitzending of vertoning van die coproducties op het respectieve grondgebied van de partijen vóór het einde van de betrokken periode plaatsheeft.
Gedurende de tijd dat voor coproducties aanspraak kan worden gemaakt op de in de leden 4 en 5 bedoelde regelingen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud, houden de partijen, met name via de interne adviesgroepen, regelmatig toezicht op de uitvoering van lid 6 en stellen zij het Comité voor culturele samenwerking in kennis van eventuele problemen ter zake. Op verzoek van een partij kan het Comité voor culturele samenwerking het recht van aanspraak op de in de leden 4 en 5 bedoelde regelingen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud en/of de criteria van lid 6 aan een nieuw onderzoek onderwerpen.
Op voorwaarde dat zij ten minste twee maanden van tevoren hiervan kennis geeft, kan een partij het recht van aanspraak op haar in de leden 4 en 5 bedoelde regeling(en) voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud opschorten indien de rechten die op grond van deze leden aan coproducties zijn voorbehouden negatief beïnvloed worden door een wijziging van de in deze leden bedoelde wetgeving door de andere partij. Voordat zij tot opschorting overgaat, bespreekt en onderzoekt de kennisgevende partij in het Comité voor culturele samenwerking samen met de andere partij de aard en gevolgen van de wetswijzigingen.
Artikel 6. Andere audiovisuele samenwerking
De partijen streven ernaar audiovisuele werken van de andere partij door de organisatie van festivals, seminars en dergelijke initiatieven te bevorderen.
Afgezien van de in artikel 2, lid 2, van dit protocol bedoelde dialoog vergemakkelijken de partijen de samenwerking op omroepgebied teneinde de culturele uitwisseling te stimuleren, onder meer door middel van:
- a. bevordering van de uitwisseling van informatie en van gedachtewisselingen over het omroepbeleid en de omroepregelgeving tussen bevoegde instanties;
- b. stimulering van samenwerking en uitwisseling tussen de omroepen;
- c. stimulering van de uitwisseling van audiovisuele werken; en
- d. stimulering van bezoeken en deelname aan internationale omroepevenementen op het grondgebied van de andere partij.
De partijen streven ernaar de toepassing van internationale en regionale normen te vergemakkelijken, teneinde de compatibiliteit en interoperabiliteit van audiovisuele technologieën te waarborgen en daardoor bij te dragen aan een betere culturele uitwisseling. Zij werken hiertoe samen.
De partijen streven ernaar de verhuur en lease van technisch materiaal en technische uitrusting, zoals radio- en televisieapparatuur, muziekinstrumenten en studio-opnameapparatuur, die nodig zijn om audiovisuele werken tot stand te brengen en op te nemen, te vergemakkelijken.
De partijen streven ernaar de digitalisering van audiovisuele archieven te vergemakkelijken.
Artikel 7. Tijdelijke invoer van materiaal en uitrusting voor de opname van audiovisuele werken
Elk van beide partijen stimuleert waar passend de bevordering van zijn grondgebied als locatie voor de opname van speelfilms en televisieprogramma’s.
In afwijking van de bepalingen over de handel in goederen in deze overeenkomst en in overeenstemming met hun respectieve wetgeving doen de partijen onderzoek naar de tijdelijke invoer uit het grondgebied van de ene partij naar dat van de andere partij van het technische materiaal en de technische uitrusting die door professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars voor de opname van speelfilms en televisieprogramma’s worden benodigd, en geven zij daarvoor toestemming.
ONDERAFDELING B. BEVORDERING VAN CULTURELE SECTOREN ANDERE DAN DE AUDIOVISUELE SECTOR
Artikel 8. Uitvoerende kunsten
De partijen vergemakkelijken door middel van passende programma’s en in overeenstemming met hun respectieve wetgeving de totstandbrenging van nauwere contacten tussen beoefenaren van de uitvoerende kunsten op gebieden als beroepsuitwisselingen en -opleiding, onder meer ten aanzien van de deelname aan audities, de ontwikkeling van netwerken en de bevordering van netwerking.
De partijen stimuleren gezamenlijke producties op het gebied van de uitvoerende kunsten tussen producenten uit een of meer lidstaten van de Europese Unie en Korea.
De partijen stimuleren de ontwikkeling van internationale normen op het gebied van de theatertechnologie en de voor toneeluitvoeringen gebruikte tekens, onder meer via passende normalisatie-instellingen. Zij vergemakkelijken hiertoe de samenwerking.
Artikel 9. Publicaties
De partijen vergemakkelijken, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, de uitwisseling van publicaties met de andere partij en de verspreiding van publicaties van de andere partij door, onder meer:
- a. de organisatie van beurzen, seminars en literaire en dergelijke evenementen in verband met publicaties, met inbegrip van mobiele faciliteiten voor openbare lezingen;
- b. de vergemakkelijking van gezamenlijke uitgaven en vertalingen; en
- c. de vergemakkelijking van beroepsuitwisselingen en -opleiding voor bibliothecarissen, schrijvers, vertalers, boekhandelaren en uitgevers.
Artikel 10. Bescherming van cultureel erfgoed en historische monumenten
De partijen stimuleren, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving en onverminderd de voorbehouden in hun verbintenissen in de andere bepalingen van deze overeenkomst, door middel van passende programma’s de uitwisseling van kennis en goede praktijken betreffende de bescherming van cultureel erfgoed en historische monumenten met het oog op de werelderfgoedlijst van de Unesco; hiertoe bevorderen zij de uitwisseling van deskundigen, werken zij samen op het gebied van beroepsopleiding, organiseren zij bewustmakingscampagnes onder de plaatselijke bevolking en adviseren zij over de bescherming van historische monumenten en beschermde zones en over wetgeving en maatregelen inzake het culturele erfgoed, en met name de integratie van dat erfgoed in het lokale leven.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)