Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds
De Partijen komen overeen dat bij de toewijzing van middelen prioriteit moet worden gegeven aan de meest behoeftige landen, waar deze middelen het meeste effect kunnen hebben, met name de minst ontwikkelde landen, lage-inkomenslanden, landen in een crisis- of conflictsituatie, in een zwakke of kwetsbare situatie na een crisis en/of conflict, met inbegrip van kleine eilandstaten in ontwikkeling en niet aan zee gelegen ontwikkelingslanden. Daarnaast wordt de nodige aandacht besteed aan de specifieke problemen waarmee middeninkomenslanden worden geconfronteerd, met name in verband met ongelijkheid, sociale uitsluiting en hun toegang tot hulpbronnen.
De EU mobiliseert middelen voor de ondersteuning van programma’s in staten in Afrika, het Caribisch gebied en het gebied van de Stille Oceaan en draagt bij aan regionale, interregionale en intercontinentale samenwerking en initiatieven die tot doel hebben de samenwerking tussen de Partijen op onderwerpen van wederzijds en gemeenschappelijk belang te versterken.
De Partijen komen overeen dat de samenwerking verschillende vormen kan aannemen, zoals programma’s ter ondersteuning van het sectoraal beleid, maatregelen voor administratieve en technische samenwerking, capaciteitsopbouw en driehoeksregelingen, en dat zij kan worden verleend via verschillende soorten financiering en procedures, waaronder begrotingssteun, begrotingsgaranties en blendingverrichtingen.
De EU en de verder gevorderde OACPS-leden verbinden zich ertoe nieuwe vormen van samenwerking te ontwikkelen, waaronder innovatieve financiële instrumenten en cofinanciering.
De Partijen werken samen en bevorderen het gebruik van financiële middelen om het mobiliseren van binnenlandse middelen te bevorderen, humanitaire en noodhulp te verlenen, onvoorziene omstandigheden, nieuwe behoeften of nieuwe problemen aan te pakken, de handel te vergemakkelijken en internationale initiatieven of prioriteiten te bevorderen.
De Partijen komen overeen dat elk besluit om begrotingssteun te verlenen:
- a. op een duidelijke reeks subsidiabiliteitscriteria en een zorgvuldige beoordeling van de risico’s en voordelen gebaseerd moet zijn;
- b. op de eigen verantwoordelijkheid van het land, wederzijdse verantwoordingsplicht en de gezamenlijke gehechtheid aan universele waarden en beginselen gebaseerd moet zijn;
- c. een versterkte beleidsdialoog en beter bestuur en aanvullende inspanningen om meer te innen en beter te besteden moet omvatten; en
- d. zodanig gedifferentieerd moet zijn dat beter wordt ingespeeld op de politieke, economische en sociale context van het begunstigde land.
De Partijen komen overeen de voorspelbaarheid en veiligheid van de middelenstromen te bevorderen en hun inspanningen op te voeren om de wijze waarop zij ontwikkelingssamenwerking beheren en uitvoeren, verder te verbeteren, met name aan de hand van meer coördinatie en samenhang en door rekening te houden met hun respectieve comparatieve voordelen, waaronder ervaringen op het gebied van transitie.
De Partijen komen overeen de programmering te baseren op een vroegtijdige, continue en inclusieve dialoog tussen de EU en de OACPS-leden, met inbegrip van nationale en lokale autoriteiten, regionale, continentale en internationale organisaties, parlementen, het maatschappelijk middenveld, de private sector en andere belanghebbenden, om de democratische betrokkenheid bij het proces te vergroten en steun voor nationale en regionale strategieën aan te moedigen. Zij komen overeen de programmering in voorkomend geval af te stemmen op de strategische cycli van de begunstigden en verbinden zich ertoe gebruik te maken van hun instellingen, systemen en procedures. Zij komen tevens overeen dat de programmering een specifiek, op maat gesneden meerjarenkader voor samenwerking moet bieden, met inbegrip van gediversifieerde middelen voor samenwerking.
De Partijen komen overeen dat samenwerking met derde landen en andere actoren, met inbegrip van Zuid-Zuid- en trilaterale samenwerking, moet worden aangemoedigd in geval van duidelijke meerwaarde en een bewezen comparatief voordeel.
De Partijen kunnen besluiten om op een voor beide Partijen aanvaardbaar tijdstip een evaluatie uit te voeren van het beheer en de impact van de financiële middelen om de doeltreffendheid van de programmering en de toewijzing van de steun te verbeteren.
De Partijen versterken de dialoog en de samenwerking voor een goed gebruik van de financiële middelen, onder meer door middel van samenwerking met het Europees Bureau voor fraudebestrijding waar nodig.
Artikel 83. Binnenlandse overheidsmiddelen
De OACPS-leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst, bevestigen opnieuw dat zij zich inzetten om de mobilisatie van binnenlandse middelen te bevorderen. Zij bevorderen een klimaat dat meer binnenlandse private stromen genereert en stimuleren de handel als motor voor ontwikkeling.
De OACPS-leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst, streven ernaar de inning van inkomsten te verbeteren door middel van gemoderniseerde belastingstelsels, een beter belastingbeleid, efficiëntere belastinginning en een versterkte en hervormde belastingadministratie. Zij streven ernaar de billijkheid, transparantie, efficiëntie en doeltreffendheid van hun belastingstelsels te verbeteren, onder meer door de belastinggrondslag te verbreden en zich te blijven inspannen om de informele sector in de formele economie te integreren, in overeenstemming met de omstandigheden in het land. Zij versterken de fiscale legitimiteit door de efficiëntie en doeltreffendheid van hun overheidsuitgaven te verbeteren.
De Partijen komen overeen hun inspanningen op het gebied van de bestrijding van illegale geldstromen op te voeren om dergelijke geldstromen uit te bannen, samen te werken voor de terugvordering van verloren activa en kapitaal en goede praktijken inzake de teruggave van activa te versterken voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling. Zij bevorderen maatregelen voor de bestrijding van corruptie, fraude en witwassen en nemen maatregelen om belastingontwijking, belastingontduiking en andere schadelijke belastingpraktijken aan te pakken, door middel van meer internationale samenwerking, verbeterde interne regelgeving en versterkte capaciteit en uitwisseling van informatie.
De Partijen bevorderen goed financieel en fiscaal bestuur, transparantie en verantwoordingsplicht en werken samen om deze te versterken. Zij verbinden zich ertoe de internationale samenwerking op belastinggebied op inclusieve, billijke en transparante wijze op te voeren en komen, in dat verband, overeen om in het kader van internationale fora samen te werken op het gebied van belastingaangelegenheden.
Artikel 84. Binnenlandse en internationale private middelen
De Partijen erkennen dat kapitaalstromen uit de private sector een cruciale aanvulling vormen op de nationale ontwikkelingsinspanningen. Zij ontwikkelen beleid en versterken, waar nodig, de regelgevingskaders en -instrumenten om stimulansen voor de private sector beter af te stemmen op de doelstellingen van algemeen belang. Zij werken samen om duurzame en verantwoorde investeringen te mobiliseren, de private sector aan te moedigen om als partner aan het ontwikkelingsproces deel te nemen, en te investeren in gebieden die van cruciaal belang zijn voor duurzame ontwikkeling.
De Partijen streven ernaar gebruik te maken van een combinatie van subsidies en leningen en van garanties als hefbomen om private financiering aan te trekken en marktfalen aan te pakken, en tegelijkertijd marktverstoringen te beperken.
De Partijen erkennen dat geldovermakingen cruciaal zijn als private bronnen van financiering voor duurzame ontwikkeling. Zij voeren toepasselijke wetgeving en regelgevingskaders in om een concurrerende en transparante markt tot stand te brengen voor goedkopere, snellere en veiligere overmakingen van geld via legale en officiële kanalen in zowel de landen van herkomst als de ontvangende landen, en om te komen tot innovatieve en betaalbare oplossingen voor de overmakingen. Zij moedigen de productie van innovatieve financiële producten aan en creëren stimulansen om de bijdrage van hun diaspora’s aan ontwikkeling te versterken. Zij bevorderen de dialoog tussen alle betrokken publieke en private belanghebbenden om geldovermakingen te vergemakkelijken, met als doel de impact ervan op ontwikkeling te vergroten.
Artikel 85. Schulden en schuldhoudbaarheid
De Partijen verbinden zich ertoe de schuld op lange termijn houdbaar te maken door een gecoördineerd beleid te voeren dat gericht is op de financiering, matiging, herstructurering of het beheer van de schuld, naargelang het geval. Zij komen overeen landen te helpen bij de opbouw van capaciteit op het gebied van schuldbeheer en de ontwikkeling van schuldstrategieën voor de middellange en lange termijn.
De Partijen onderstrepen het belang van samenwerking tussen debiteuren en crediteuren om schuldencrises te voorkomen en op te lossen. Zij zijn het erover eens dat de dialoog, de uitwisseling van informatie en de transparantie moeten worden versterkt, zodat beoordelingen en analysen van de houdbaarheid van de schuldpositie gebaseerd worden op uitgebreide, objectieve en betrouwbare gegevens.
Rekening houdend met het verband tussen schuld en economische groei verbinden de Partijen zich ertoe een dialoog aan te gaan en samenwerking aan te gaan in het kader van internationale besprekingen over het algemene schuldenprobleem, onverminderd specifieke besprekingen die plaatsvinden in de betrokken fora.
De Partijen komen overeen om waar passend een bijdrage te leveren aan internationaal goedgekeurde initiatieven inzake schuldverlichting om de renteaflossingslast van de OACPS-leden te verlichten.
DEEL V. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 86. Gezamenlijke instellingen
De Partijen stellen de volgende gezamenlijke instellingen in op het niveau van de OACPS-leden en de EU: de OACPS-EU-Raad van Ministers, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc) en de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU. De Partijen stellen ook een Raad van Ministers, een Gemengd Comité en een Parlementaire Vergadering in als gezamenlijke instellingen voor elk van de Regionale Protocollen.
De Partijen streven naar coördinatie en complementariteit tussen de gezamenlijke instellingen en de gezamenlijke instellingen van andere kaders of overeenkomsten waarbij zij partij zijn, waaronder de EPO’s, onverminderd de desbetreffende bepalingen daarin.
Artikel 87. Toppen van de staatshoofden en regeringsleiders
De Partijen kunnen gezamenlijk overeenkomen bijeen te komen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, in een passende vorm, op basis van een onderling overeengekomen kalender en agenda.
Artikel 88. OACPS-EU-Raad van Ministers
De OACPS-EU-Raad van Ministers bestaat uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op ministerieel niveau, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds. Hij wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de OACPS-leden is benoemd, enerzijds, en de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds.
De OACPS-EU-Raad van Ministers komt in beginsel om de drie jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen onderwerpen. Waarnemers kunnen in voorkomend geval aan bijeenkomsten deelnemen.
De OACPS-EU-Raad van Ministers kan comités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties doeltreffender en efficiënter te behandelen, zoals kwesties op het gebied van handel en ontwikkelingsfinanciering. Hij kan ook bevoegdheden delegeren aan het OACPS-EU-Alsoc.
De OACPS-EU-Raad van Ministers heeft de volgende taken:
- a. strategische politieke sturing geven;
- b. toezien op de effectieve en consistente uitvoering van deze Overeenkomst;
- c. beleidsrichtsnoeren vaststellen en besluiten nemen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst, en
- d. gemeenschappelijke standpunten vaststellen en overeenstemming bereiken over gezamenlijke acties inzake internationale samenwerking, en de coördinatie in internationale organisaties en fora vergemakkelijken.
De OACPS-EU-Raad van Ministers stelt in onderlinge overeenstemming besluiten vast die bindend zijn voor alle Partijen, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn in lid 4 genoemde functies. Zijn werkzaamheden zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden die de regeringen van de OACPS-leden vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Ieder lid van de OACPS-EU-Raad van Ministers kan zich bij verhindering laten vertegenwoordigen. Het plaatsvervangend lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit. De OACPS-EU-Raad van Ministers zal de Paritaire Parlementaire Vergadering een verslag over de uitvoering van deze Overeenkomst doen toekomen. Hij bestudeert resoluties en aanbevelingen van de Paritaire Parlementaire Vergadering en neemt die in overweging.
De OACPS-EU-Raad van Ministers kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de Partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters. Het bepaalde in lid 5 is van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure.
De OACPS-EU-Raad van Ministers stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 89. OACPS-EU-Comité op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren
Het OACPS-EU-Comité op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren (OCAPS-EU-Alsoc) bestaat uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren en de secretaris-generaal van de OACPS, ambtshalve, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds. Het OACPS-EU-Alsoc komt jaarlijks en in bijzondere zittingen bijeen op verzoek van de medevoorzitters, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de OACPS-EU-Raad van Ministers. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde Partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de OACPS-EU-Raad van Ministers. Het neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen. Waarnemers kunnen in voorkomend geval aan bijeenkomsten deelnemen.
Het OACPS-EU-Alsoc bereidt de bijeenkomsten van de OACPS-EU-Raad van Ministers voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de OACPS-EU-Raad van Ministers is belast.
Het OACPS-EU-Alsoc stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 90. Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU
Elk lid van de drie Regionale Parlementaire Vergaderingen is lid van de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU. De Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU komt eenmaal per jaar bijeen, zoals nader bepaald in haar in lid 3 bedoelde reglement van orde. Zij wordt gezamenlijk voorgezeten door een lid van het Europees Parlement en een parlementslid van de OACPS-leden, die volgens hun respectieve procedures worden benoemd.
De Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU heeft de volgende taken als raadgevend lichaam:
- a. resoluties aannemen en aanbevelingen doen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, en
- b. democratische processen bevorderen, de samenwerking tussen parlementen stimuleren en het begrip tussen de volkeren van de OACPS-leden en die van de Europese Unie bevorderen.
De Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU stelt tijdens haar eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst haar reglement van orde vast.
Artikel 91. Regionale top
De Partijen bij elk Regionaal Protocol kunnen besluiten bijeen te komen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, op door de respectieve Partijen overeengekomen tijdstippen, op basis van een onderling overeengekomen kalender en agenda.
Artikel 92. Regionale Raden van Ministers
De Partijen stellen voor elk van de drie Regionale Protocollen een Raad van Ministers in:
- a. de Raad van Ministers Afrika-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in Afrika die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds;
- b. de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in het Caribisch gebied die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds, en
- c. de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in de Stille Oceaan die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds.
Elke Regionale Raad van Ministers wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die respectievelijk door de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die Partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds, overeenkomstig hun eigen procedures.
Elke Regionale Raad van Ministers komt op door de respectieve Partijen overeen te komen tijdstippen bijeen, in een samenstelling die passend is voor de te behandelen onderwerpen en op initiatief van de medevoorzitters, en neemt besluiten in onderlinge overeenstemming.
Elke Regionale Raad van Ministers heeft de volgende taken:
- a. prioriteiten stellen en, in voorkomend geval, actieplannen opstellen met betrekking tot de doelstellingen van zijn respectieve Regionale Protocol;
- b. besluiten nemen en aanbevelingen doen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten van zijn respectieve Regionale Protocol, met inbegrip van besluiten betreffende de herziening of wijziging daarvan, overeenkomstig artikel 99, lid 5; de besluiten zijn bindend voor alle Partijen bij het respectieve Regionale Protocol, tenzij anders bepaald, en
- c. dialoog voeren en van gedachten wisselen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang.
Elke Regionale Raad van Ministers stelt besluiten vast of doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming. Zijn werkzaamheden zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden die de respectieve regio Afrika, Caribisch gebied en Stille Oceaan vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Ieder lid van elke Regionale Raad van Ministers kan zich bij verhindering laten vertegenwoordigen. Het plaatsvervangend lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.
Elke Regionale Raad van Ministers:
- a. kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure; het bepaalde in artikel 88 is van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure van de Regionale Raad van Ministers;
- b. kan subcomités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen en kan bevoegdheden delegeren aan het respectieve Regionale Gemengd Comité;
- c. legt de OACPS-EU-Raad van Ministers een verslag over de uitvoering van zijn respectieve Protocol over, en
- d. stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 93. Regionale Gemengde Comités
Elk Regionaal Gemengd Comité bestaat uit een vertegenwoordiger van elk Afrikaans OACPS-lid voor het Protocol Afrika-EU, elk Caribisch OACPS-lid voor het Protocol Caribisch gebied-EU, en elk OACPS-lid uit de Stille Oceaan voor het Protocol Stille Oceaan-EU, op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.
Elk Regionaal Gemengd Comité wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde Partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de respectieve Regionale Raad van Ministers. In voorkomend geval kan het, op voorstel van een van de Partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen.
Elk Regionaal Gemengd Comité bereidt de bijeenkomsten van de respectieve Regionale Raad van Ministers voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de respectieve Regionale Raad van Ministers is belast.
Elk Regionaal Gemengd Comité stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 94. Regionale Parlementaire Vergaderingen
De Partijen richten voor elk van de drie Regionale Parlementaire Protocollen een Regionale Parlementaire Vergadering op, die gezamenlijk wordt voorgezeten door een lid van het Europees Parlement, enerzijds, en een lid van het Parlement van de respectieve Partijen in Afrika, het Caribisch gebied of de Stille Oceaan, anderzijds, die overeenkomstig hun eigen procedures tot voorzitter zijn benoemd:
- a. de Parlementaire Vergadering Afrika-EU bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van elke staat in Afrika die Partij is, anderzijds, in gelijke aantallen;
- b. de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van elke staat in het Caribisch gebied die Partij is, anderzijds, in gelijke aantallen;
- c. de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van elke staat in de Stille Oceaan die Partij is, anderzijds, in gelijke aantallen.
Als raadgevend lichaam komt elke Regionale Parlementaire Vergadering met name bijeen voorafgaand aan de bijeenkomsten van de betrokken Regionale Raad van Ministers. In dit verband wordt de agenda van de betrokken Regionale Raad van Ministers tijdig ter kennis gebracht van elke Regionale Parlementaire Vergadering, op basis waarvan zij aanbevelingen kan doen aan die Raad van Ministers, en wordt elke Regionale Parlementaire Vergadering in kennis gesteld van de besluiten en aanbevelingen van de betrokken Regionale Raad van Ministers.
Elke Regionale Parlementaire Vergadering:
- a. kan resoluties aannemen en onderwerpen bespreken die verband houden met haar respectieve Regionale Protocol;
- b. kan democratische processen bevorderen door middel van dialoog en overleg alsook meer begrip tussen de volkeren van de Europese Unie en die van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan;
- c. onderhoudt contacten met de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU over onderwerpen die verband houden met deze Overeenkomst, om te zorgen voor coördinatie en samenhang, en
- d. stelt tijdens haar eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst haar reglement van orde vast.
Artikel 95. Betrekkingen met belanghebbenden
De Partijen zijn het erover eens dat overleg met belanghebbenden, met name lokale autoriteiten, het maatschappelijk middenveld en vertegenwoordigers van de private sector, een wezenlijk onderdeel is van goed geïnformeerde besluitvorming en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit partnerschap.
De belanghebbenden worden tijdig geïnformeerd en kunnen hun inbreng leveren aan het brede proces van de dialoog, met name met het oog op de bijeenkomsten van de respectieve Raad van Ministers.
Om een dergelijke betrokkenheid te bevorderen, worden waar passend open en transparante mechanismen voor gestructureerd overleg met de belanghebbenden opgezet.
De resultaten van het overleg met de belanghebbenden worden naargelang het geval meegedeeld aan de betrokken Raad van Ministers, het betrokken Gemengd Comité of de betrokken Parlementaire Vergadering.
DEEL VI. SLOTBEPALINGEN
Artikel 96. Territoriale toepassing
Deze Overeenkomst is van toepassing op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, enerzijds, en op het grondgebied van de OACPS-leden, anderzijds.
Artikel 97. Andere overeenkomsten of regelingen
Verdragen, overeenkomsten, akkoorden of regelingen van ongeacht welke vorm of aard tussen een of meer lidstaten van de Europese Unie en een of meer OACPS-leden mogen geen beletsel vormen voor de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 98. Instemming om door de Overeenkomst gebonden te zijn, inwerkingtreding en voorlopige toepassing
De Partijen verklaren dat zij zich gebonden achten door de Overeenkomst overeenkomstig hun respectieve interne regels en procedures.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Europese Unie en haar lidstaten en ten minste twee derde van de OACPS-leden hun daartoe vereiste respectieve interne procedures hebben voltooid en de akten waarin zij verklaren zich gebonden te achten, hebben neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie (de „depositaris”), die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.
Het ondertekenende OACPS-lid dat de in lid 2 bedoelde procedures op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst overeenkomstig lid 2 niet heeft voltooid, kan zulks slechts doen binnen twaalf maanden na die datum. Voor die OACPS-leden wordt deze overeenkomst van toepassing op de eerste dag van de tweede maand na de neerlegging van de akten waarin zij verklaren zich gebonden te achten bij de depositaris, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS. Die OACPS-leden erkennen de geldigheid van elke maatregel die na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst overeenkomstig lid 2 met het oog op de uitvoering ervan is genomen.
Onverminderd de leden 2 en 3 kunnen de Europese Unie en de OACPS-leden de Overeenkomst, in afwachting van de inwerkingtreding ervan en in overeenstemming met hun respectieve interne procedures, op voorlopige basis geheel of gedeeltelijk toepassen. Voorlopige toepassing vangt aan op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst. Voor het begin van de voorlopige toepassing heeft de Europese Unie de OACPS-leden kennis van de delen van deze Overeenkomst die voorlopig worden toegepast.
Artikel 99. Geldigheidsduur en herziening
De Overeenkomst wordt gesloten voor een initiële periode van twintig jaar. Drie jaar voor het einde van die initiële periode beginnen de Partijen een dialoog met het oog op een herziening van de bepalingen waardoor hun betrekkingen nadien zullen worden geregeld. De Overeenkomst wordt stilzwijgend met een periode van vijf jaar verlengd, tenzij de Partijen vóór het einde van de initiële periode van twintig jaar een besluit tot opzegging of verlenging ervan overeenkomen.
De Partijen kunnen uiterlijk zes maanden voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst van de OACPS-EU-Raad van Ministers voorstellen tot wijziging van de Overeenkomst indienen bij de OACPS-EU-Raad van Ministers. Wijzigingen worden goedgekeurd door de OACPS-EU-Raad van Ministers en zijn onderworpen aan de procedures die in artikel 98 zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding en voorlopige toepassing van deze Overeenkomst.
Binnen zes maanden na het verstrijken van de Agenda 2030 gaan de Partijen onderhandelingen aan met het oog op de evaluatie en herziening van de strategische prioriteiten van deze Overeenkomst, met inbegrip van het Regionale Protocol voor Afrika, het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied en het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan, en over het aanbrengen van eventuele andere noodzakelijke wijzigingen. De gewijzigde Overeenkomst treedt in werking overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding en de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst.
De Partijen kunnen uiterlijk zes maanden voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst van de OACPS-EU-Raad van Ministers voorstellen tot wijziging van de bijlagen bij de Overeenkomst indienen bij de OACPS-EU-Raad van Ministers. Wijzigingen worden goedgekeurd door de OACPS-EU-Raad van Ministers.
De Partijen bij het respectieve Regionale Protocol kunnen voorstellen tot wijziging van hun protocol indienen bij de respectieve Regionale Raad van Ministers en bij de OACPS-EU-Raad van Ministers, uiterlijk 120 dagen voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst van de respectieve Regionale Raad van Ministers. Wijzigingen worden door de respectieve Regionale Raad van Ministers aangenomen en onmiddellijk ter kennis gebracht van de OACPS-EU-Raad van Ministers, die binnen 120 dagen na de datum van kennisgeving zijn goedkeuring kan verlenen, onder meer door middel van een schriftelijke procedure of delegatie van bevoegdheden aan het OACPS-EU-Alsoc. De OACPS-EU-Raad van Ministers kan weigeren zijn goedkeuring te hechten aan een wijziging die niet in overeenstemming met deze Overeenkomst wordt geacht, en stelt de betrokken Regionale Raad van Ministers in kennis van de redenen voor de weigering. Het ontbreken van een weigering van goedkeuring binnen 120 dagen na de datum van kennisgeving wordt beschouwd als goedkeuring. Het gewijzigde Regionale Protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van goedkeuring.
De OACPS-EU-Raad van Ministers kan de overgangsmaatregelen die nodig zijn vaststellen indien een nieuwe overeenkomst tussen de Partijen wordt overwogen en totdat die overeenkomst in werking treedt of voorlopig wordt toegepast.
Artikel 100. Opzegging
De Overeenkomst kan door de EU worden opgezegd ten aanzien van elk OACPS-lid en door elk OACPS-lid ten aanzien van de EU. De opzegging gaat van kracht zes maanden na ontvangst door de depositaris van de schriftelijke kennisgeving daarvan, die hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.
Artikel 101. Geschillenbeslechting en nakoming van verplichtingen
De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij pakken meningsverschillen en geschillen over de toepassing van deze tussen hen gesloten Overeenkomst aan en behandelen vragen over de uitlegging van deze Overeenkomst overeenkomstig dit artikel.
Onverminderd de in de leden 3 tot en met 9 van dit artikel en in artikel 74, lid 4, bedoelde procedures kan elke vraag in verband met de uitlegging van deze Overeenkomst worden opgelost aan de hand van overleg in de OACPS-EU-Raad van Ministers of, met instemming van de Partijen, door een speciaal subcomité of een ander passend mechanisme dat verslag uitbrengt aan de OACPS-EU-Raad van Ministers. De Partijen verstrekken de relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de kwestie, zodat deze tijdig en in der minne kan worden behandeld.
Voor de toepassing van de leden 4 tot en met 9 verwijst de term „Partij” naar de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en elk OACPS-lid, anderzijds.
De Partijen behandelen onderlinge meningsverschillen binnen het kader van de partnerschapsdialoog om te voorkomen dat zich situaties voordoen waarbij een Partij het nodig zou achten gebruik te maken van het overleg uit hoofde van de leden 5 en 6.
Indien een van beide Partijen van oordeel is dat de andere Partij heeft nagelaten een verplichting uit hoofde van deze Overeenkomst na te komen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis en verstrekt zij alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om binnen 90 dagen na de datum van kennisgeving tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Indien dit onvoldoende wordt geacht, plegen de Partijen gestructureerd en systematisch overleg. Indien zij binnen 120 dagen na aanvang van het overleg niet tot een wederzijds aanvaardbare oplossing kunnen komen, kan de kennisgevende Partij maatregelen nemen die evenredig zijn met de niet-nakoming van de specifieke verplichting.
Onverminderd lid 5 stelt een Partij, indien zij van mening is dat de andere Partij een van de in artikelen 9 en 18 bedoelde essentiële elementen schendt, behalve in bijzonder dringende gevallen, of in ernstige gevallen van corruptie zoals bedoeld in artikel 12, de andere Partij daarvan in kennis en verstrekt zij alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om binnen 60 dagen na de datum van kennisgeving een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Indien dit onvoldoende wordt geacht, plegen de Partijen gestructureerd en systematisch overleg. Zonder afbreuk te doen aan het bilaterale karakter van het overleg, wordt in de fase van gestructureerd en systematisch overleg, na instemming van de Partijen, een bijzonder Gemengd Comité erbij betrokken. Het Bijzonder Gemengd Comité, bestaande uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de EU en de OACPS-leden, dat de beginselen van echt partnerschap en wederzijdse verantwoordingsplicht eerbiedigt, verleent advies over de nakoming van verplichtingen en verleent in voorkomend geval bijstand, zodat de betrokken Partij de nodige maatregelen neemt om aan de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te voldoen. De betrokken Partij blijft als enige verantwoordelijk voor de naleving van haar verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst. Indien zij binnen 90 dagen na aanvang van het overleg niet tot een wederzijds aanvaardbare oplossing kunnen komen, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen nemen.
Indien een van de Partijen van oordeel is dat een schending van een van de essentiële elementen een bijzonder dringend geval vormt, kan zij met onmiddellijke ingang passende maatregelen nemen, zonder voorafgaand overleg. Bijzonder dringende gevallen hebben betrekking op uitzonderlijke gevallen van een bijzonder ernstige en flagrante schending van een van de in artikel 9 en artikel 18 bedoelde essentiële elementen.
De in de leden 6 en 7 bedoelde „passende maatregelen” worden genomen met volledige inachtneming van het internationaal recht en staan in verhouding tot de niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Passende maatregelen kunnen de volledige of gedeeltelijke opschorting van deze Overeenkomst omvatten. Nadat passende maatregelen zijn genomen, kan op verzoek van een van de Partijen overleg worden gepleegd om de situatie grondig te onderzoeken en oplossingen te vinden die de intrekking van passende maatregelen mogelijk maken.
De Partijen komen overeen dat het overleg moet plaatsvinden op het niveau en in de vorm die het gunstigst worden geacht om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Zij komen overeen dat, zonder afbreuk te doen aan het bilaterale karakter van het overleg, relevante regionale en internationale actoren bij het overlegproces kunnen worden betrokken, met instemming van de betrokken Partijen.
Artikel 102. Toetreding
Elke nieuwe lidstaat van de Europese Unie wordt vanaf de datum van zijn toetreding tot de Europese Unie Partij bij deze Overeenkomst door middel van een daartoe strekkende clausule in de akte van toetreding. Indien de akte van toetreding tot de Unie niet voorziet in een dergelijke automatische toetreding van de lidstaat tot deze Overeenkomst, treedt de betrokken lidstaat toe tot deze Overeenkomst door nederlegging van een akte van toetreding bij de depositaris, dat hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de ACS-staten.
Elk verzoek om toetreding tot deze Overeenkomst dat wordt ingediend door een onafhankelijke staat die lid is van de OACPS of een andere onafhankelijke staat waarvan de structurele kenmerken en economische en sociale situatie vergelijkbaar zijn met die van de leden van de OACPS, wordt voorgelegd aan de OACPS-EU-Raad van Ministers. Indien het verzoek door de OACPS-EU-Raad van Ministers wordt goedgekeurd, treedt de betrokken staat tot de Overeenkomst toe door neerlegging van een akte van toetreding bij de depositaris, die hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.
De Partijen onderzoeken de gevolgen voor deze Overeenkomst van de toetreding van nieuwe staten daartoe.
De OACPS-EU-Raad van Ministers kan de nodige overgangs- of wijzigingsmaatregelen vaststellen.
Artikel 103. Waarnemerstatus
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst kan aan derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, bij besluit van de betrokken gemeenschappelijke instelling de status van waarnemer in de bij deel V van het algemeen deel van deze Overeenkomst opgerichte instellingen worden toegekend.
Artikel 104. Authentieke teksten
Deze Overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
DEEL I. SAMENWERKINGSKADER
HOOFDSTUK 1. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1. Een reëel partnerschap
Voor de toepassing van dit Protocol wordt onder „Partijen” verstaan de betrokken partijen die krachtens artikel 6 van het algemene deel van deze Overeenkomst door dit Protocol gebonden zijn.
Op de betrekkingen tussen de Partijen zijn de bepalingen van toepassing die zijn neergelegd in het algemene deel van deze Overeenkomst en de strategische prioriteiten van dit Protocol, die elkaar aanvullen en versterken, overeenkomstig artikel 6 van het algemene deel van deze Overeenkomst.
De Partijen voeren dit Protocol uit in een geest van gedeelde zeggenschap, wederkerigheid en wederzijdse verantwoordingsplicht, en transparantie, met aanvullende verantwoordelijkheden op nationaal, regionaal en internationaal niveau.
Artikel 2. Strategische prioriteiten
De Partijen nemen specifieke maatregelen op de volgende in deel II van dit Protocol genoemde belangrijke gebieden:
- a. inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling;
- b. menselijke en sociale ontwikkeling;
- c. milieu, beheer van natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering
- d. vrede en veiligheid;
- e. mensenrechten, democratie en goed bestuur;
- f. migratie en mobiliteit.
De Partijen kunnen met wederzijdse instemming andere actieterreinen en samenwerkingsgebieden overeenkomen.
Artikel 3. Regionale en continentale integratie en samenwerking
De Partijen bevorderen de onderlinge verbindingen en strategische banden tussen Afrika en de Europese Unie.
De Partijen ondersteunen de regionale en continentale integratie in Afrika als een doeltreffende manier om vrede en welvaart te bereiken en de prioriteiten van dit Protocol te verwezenlijken en houden hierbij rekening met de doelstellingen van de Agenda 2063 van de Afrikaanse Unie (AU) („Agenda 2063”) en andere relevante regionale kaders.
De Partijen ondersteunen de regionale economische integratie in Afrika, onder meer door de opbouw van grotere markten, betere verbindingen en het vrije verkeer van personen, goederen, diensten, kapitaal, arbeid en technologie in het kader van de uitvoering van het Verdrag tot oprichting van de Afrikaanse Economische Gemeenschap, gedaan te Abuja op 3 juni 1991, en de Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse continentale vrijhandelsruimte, gedaan te Kigali op 21 maart 2018.
De Partijen ondersteunen de AU en regionale organisaties bij het bevorderen van vrede, veiligheid, democratie en bestuur in het kader van regionale en continentale mechanismen zoals de Afrikaanse vredes- en veiligheidsarchitectuur (APSA) en de Afrikaanse bestuursarchitectuur (AGA).
De Partijen komen overeen te zorgen voor samenhang en complementariteit tussen dit Protocol en het partnerschap tussen beide continenten, zoals omschreven in de opeenvolgende topontmoetingen van de AU en de EU en de bijbehorende slotdocumenten. In hun streven om de in de Agenda 2063 geformuleerde continentale prioriteiten te verwezenlijken, erkennen de Partijen de rol van de AU en van regionale economische gemeenschappen op continentaal en transregionaal gebied. In dat verband kunnen zij dialoog en samenwerking op het gebied van regio- overschrijdende en continentale vraagstukken aangaan met Afrikaanse landen die geen partij zijn bij deze Overeenkomst.
De Partijen komen overeen de samenwerking met de regionale economische gemeenschappen aan te gaan en te versterken, met erkenning van hun rol als bouwstenen van de Afrikaanse integratieagenda. Zij komen ook overeen samen te werken met andere relevante regionale en continentale actoren die bereid en in staat zijn gemeenschappelijke doelstellingen te bevorderen.
De Partijen bevorderen regionale samenwerking met de met de EU geassocieerde landen en gebieden overzee (LGO) en de ultraperifere gebieden van de EU op gebieden van gemeenschappelijk belang.
HOOFDSTUK 2. ACTOREN EN PROCESSEN
Artikel 4. Institutionele bepalingen
De gezamenlijke instellingen die bij dit Protocol worden opgericht, waarvan de samenstelling en de functie zijn omschreven in het algemene deel van deze Overeenkomst, zijn als volgt:
- a. de Raad van Ministers Afrika-EU;
- b. het Gemengd Comité Afrika-EU;
- c. de Parlementaire Vergadering Afrika-EU.
De Partijen houden in het kader van hun samenwerking en bij de uitvoering van dit Protocol rekening met de strategische en politieke sturing van de topontmoetingen van de AU en de EU.
Artikel 5. Raadpleging van belanghebbenden
De Partijen zetten mechanismen op voor een open en transparant overleg met alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van lokale autoriteiten, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de private sector, om hen op de hoogte te houden van en input te verzamelen voor de politieke processen en de uitvoering van dit Protocol, overeenkomstig artikel 5, lid 3, van het algemene deel van deze Overeenkomst.
Artikel 6. Uitvoering en monitoring
De Partijen bevorderen voor elk actieterrein doeltreffende samenwerkingsregelingen en voeren de daarmee verband houdende activiteiten uit op het meest geschikte nationaal, regionaal, multinationaal en continentaal niveau. Daartoe erkennen zij de rol van regionale en continentale organisaties bij de uitvoering van dit Protocol en streven zij ernaar de betrokkenheid van de belanghebbenden te versterken.
De Partijen monitoren de uitvoering van dit Protocol, onder meer op basis van een multistakeholderbenadering. Zij kunnen het Protocol op gezette tijden evalueren en, in voorkomend geval, het toepassingsgebied ervan herzien en uitbreiden met betrekking tot bestaande en nieuwe actieterreinen, overeenkomstig de procedure van artikel 99, lid 5, van het algemene deel van deze Overeenkomst.
DEEL II. BELANGRIJKE SAMENWERKINGSGEBIEDEN
TITEL I. INCLUSIEVE DUURZAME ECONOMISCHE GROEI EN ONTWIKKELING
Artikel 7
De Partijen bevorderen inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling voor wederzijds belang en voordeel door in te zetten op een structurele economische transformatie en diversificatie waarbij gefocust wordt op het scheppen van hoogwaardige banen met fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en het aanmoedigen van regionale economische integratie. Zij investeren in menselijk kapitaal en vaardigheden, bevorderen een gezond macro-economisch kader en scheppen een ondernemingsklimaat dat bevorderlijk is voor grotere investeringsstromen en de ontwikkeling van de private sector. Zij nemen maatregelen en werken samen om de capaciteit te versterken om de klimaatverandering tegen te gaan en andere milieurisico’s tot een minimum te beperken, ondersteunen een paradigmaverschuiving in productie en consumptie en bevorderen klimaatbestendige infrastructuur, hernieuwbare energie en schone technologieën, verantwoord beheer van afval- en chemische stoffen, en geïntegreerd waterbeheer, teneinde economische groei los te koppelen van milieuaantasting en een geleidelijke overgang naar een circulaire economie mogelijk te maken. Zij zetten in op sleutelsectoren met een hoge groei en een groot potentieel voor de creatie van fatsoenlijke banen, hetgeen leidt tot integratie in regionale en mondiale waardeketens met een hoge toegevoegde waarde. Zij streven ernaar dat iedereen kan profiteren van nieuwe zakelijke kansen, met bijzondere aandacht voor vrouwen en jongeren, en dat fundamentele arbeidsnormen worden bevorderd en toegepast, onder meer door middel van een doeltreffende sociale dialoog.
HOOFDSTUK 1. ECONOMISCHE TRANSFORMATIE
Artikel 8. Goed economisch bestuur
De Partijen verbeteren de macro-economische stabiliteit en bevorderen zowel structurele hervormingen als een passend economisch, budgettair en monetair beleid waarmee de broodnodige ruimte wordt gecreëerd voor zowel investeringsgroei, het scheppen van werkgelegenheid als de ontwikkeling van de private sector, en dat het vermogen verhoogt om economische schokken beter op te vangen. Zij vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door het gedeelde inzicht in en de gegevensuitwisseling over hun respectieve fundamentele economische parameters en de opstelling en uitvoering van het economisch beleid te verbeteren.
De Partijen komen overeen de beginselen van goed economisch bestuur te steunen, maatregelen te nemen om het beheer van de overheidsfinanciën te verbeteren, te werken aan de houdbaarheid van de overheidsschuld, de nationale en regionale statistische systemen en de regionale en multilaterale toezichtmechanismen te versterken, en een transparante begrotingsuitvoering te bevorderen met toegang van het publiek tot documenten, doeltreffende controlesystemen en een concurrerend, transparant en op verantwoordingsplicht gebaseerd systeem voor overheidsopdrachten.
Artikel 9. Menselijk kapitaal en vaardigheden
De Partijen versterken het menselijk kapitaal door te investeren in onderwijs, de verbetering van vaardigheden en capaciteitsopbouw, met als doel de behoeften van de arbeidsmarkt op elkaar af te stemmen en de arbeidsproductiviteit te verhogen, en besteden daarbij bijzondere aandacht aan de beginselen van gendergelijkheid en non-discriminatie. Zij zorgen ervoor dat de nationale onderwijsstelsels en curricula afgestemd zijn op toekomstige werkgelegenheidsbehoeften en voorzien in de nationale capaciteitsbehoeften.
De Partijen bevorderen vraaggestuurde stelsels voor technisch en beroepsonderwijs en -opleiding, onder meer door middel van partnerschappen met de private sector, die zijn afgestemd op de behoeften van en de kansen op de lokale en regionale arbeidsmarkten, met name in landelijke en afgelegen gebieden.
De Partijen werken samen om beleid te ontwikkelen en uit te voeren dat digitale vaardigheden en geletterdheid verbetert en deze in het onderwijsstelsel integreert.
Artikel 10. Ondernemings- en investeringsklimaat
De Partijen verbeteren de nationale en regionale regelgevingskaders en vereenvoudigen de regelgeving en procedures voor het bedrijfsleven, verminderen en stroomlijnen de administratieve formaliteiten, versterken de samenwerking en bouwen capaciteit op om een doeltreffend mededingingsbeleid uit te voeren. Zij stellen open, transparante en duidelijke regelgevingskaders vast voor ondernemingen en investeringen, met bescherming van eigendomsrechten, landrechten en intellectuele-eigendomsrechten. Zij zorgen voor doeltreffende, transparante en voorspelbare belastingstelsels en verbeteren de rol van de douaneautoriteiten bij handelsfacilitatie en het handhaven van de geldende regels ter bestrijding van fraude en andere inbreuken. Zij bevorderen beleid dat de relevantie, efficiëntie en doeltreffendheid van de arbeidsmarktinstellingen vergroot, waarbij het juiste evenwicht wordt gevonden tussen flexibiliteit en werknemersbescherming.
De Partijen ondersteunen hervormingen van de financiële sector door middel van maatregelen voor de verbetering van de toegang tot financiering en financiële diensten, met name voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, de ontwikkeling en interconnectiviteit van financiële markten en de integratie van kapitaalmarkten om te zorgen voor een efficiënte toewijzing van spaargelden voor productieve investeringen en aan de private sector. Zij streven ernaar de concurrentie tussen aanbieders van financiële diensten te bevorderen, levensvatbare bancaire en niet-bancaire financiële sectoren te ontwikkelen en mobiele en digitale financiële diensten te versterken met het oog op een betere toegang tot financiering, met name voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Zij streven er ook naar hun samenwerking bij de toepassing van internationale normen te versterken en te zorgen voor open markten, de bescherming van consumenten en andere gebruikers en betere toegang tot mobiele diensten.
De Partijen streven ernaar bedrijven en investeerders relevante en gemakkelijk toegankelijke informatie te verstrekken over zakelijke kansen en over de wijze waarop nieuwe ondernemingen in Afrika en de EU kunnen worden opgericht. Zij ondersteunen een gestructureerde publiek-private dialoog, de vorming van netwerken tussen marktdeelnemers en de ontwikkeling van bedrijfspartnerschappen, om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de perspectieven van de private sector bij de inspanningen om investeringsrisico’s te verminderen en bij het aanpakken van belemmeringen voor duurzame investeringen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de agenda’s voor de hervorming van het investeringsklimaat.
De Partijen ondersteunen de capaciteitsopbouw van overheidsinstanties met het oog op beter beleid en hervormingen van de regelgeving met betrekking tot het ondernemings- en investeringsklimaat, onder meer door middel van opleiding en expertise en kennisoverdracht.
De Partijen komen overeen dat in hun dialoog terdege rekening moet worden gehouden met kwesties die verband houden met het ondernemings- en investeringsklimaat.
Artikel 11. Infrastructuur
De Partijen ondersteunen een duurzame en veerkrachtige ontwikkeling van belangrijke infrastructuren zoals energie, vervoer, informatie- en communicatietechnologie (ICT) en digitale connectiviteit om de transformatie van hun economieën te vergemakkelijken, rekening houdend met het Programma voor infrastructurele ontwikkeling in Afrika (PIDA).
De Partijen werken samen bij het identificeren, bevorderen en gezamenlijk financieren van projecten die naar verwachting de transformatie van hun economieën zullen bevorderen. Zij werken samen om doordachte infrastructuur te bouwen en in stand te houden, met inbegrip van industrieparken en exportproductiezones, teneinde concurrerende industrieën en met de wereldmarkten verbonden sectoren te ondersteunen.
De Partijen verbeteren het beheer van de infrastructuursector. Zij trekken investeringen aan, versterken de mobilisering van binnenlandse middelen, moedigen publiek-private partnerschappen aan en zetten in op de vaardigheden van de private sector en innovatie bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur en aanverwante diensten.
De Partijen komen overeen de ontwikkeling en het onderhoud van duurzame en veerkrachtige infrastructuur te bevorderen door middel van versterkte financiële, technologische en technische ondersteuning, met bijzondere aandacht voor de minst ontwikkelde landen, niet aan zee gelegen ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten in ontwikkeling.
Artikel 12. Intellectuele eigendom
De Partijen versterken de samenwerking op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, onder meer bij de formulering van het regelgevingskader voor de bevordering, bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, rekening houdend met de onderliggende beleidsdoelstellingen.
De Partijen werken samen ter versterking van de capaciteit om intellectuele- eigendomsrechten op nationaal, regionaal en continentaal niveau te bevorderen, te beschermen en te handhaven.
De Partijen zorgen ervoor dat hun wetgeving voorziet in handhavingsprocedures om rechthebbenden in staat te stellen doeltreffend op te treden tegen elke inbreuk op intellectuele- eigendomsrechten.
De Partijen bouwen capaciteit op om de registratie en bescherming van geografische aanduidingen voor zowel Afrikaanse als Europese landbouw- en voedingsproducten te bevorderen. Zij ondernemen acties ter ondersteuning van de uitvoering van de continentale strategie van de AU voor geografische aanduidingen in Afrika, en ondersteunen lokale gemeenschappen om ten volle gebruik te maken van geografische aanduidingen om de regionale en mondiale waardeketens te versterken.
Artikel 13. Investeringen
De Partijen verbinden zich ertoe samen te werken om duurzame en verantwoorde investeringen uit binnenlandse en buitenlandse, publieke en private bronnen te ontsluiten. Zij besteden bijzondere aandacht aan sectoren die essentieel zijn voor economische ontwikkeling, een groot potentieel hebben voor het scheppen van duurzame banen, met name in sectoren die meerwaarde creëren, en ecologische duurzaamheid bevorderen.
De Partijen komen overeen investeringen te bevorderen door middel van wetgeving, regelgeving en beleid, die zij op transparante wijze ontwikkelen, de publiek-private dialoog aan te moedigen en alle belanghebbenden de gelegenheid te bieden deel te nemen.
De Partijen stimuleren de inspanningen ter verbetering van het investerings- en ondernemingsklimaat. Zij ondersteunen maatregelen die de kenniskloof bij buitenlandse investeerders over de plaatselijke investeringsvoorwaarden overbruggen. Zij bevorderen zakelijke contacten en informatienetwerken en faciliteren gezamenlijke investeringen en joint ventures.
De Partijen bevorderen een doeltreffend en strategischer gebruik van overheidsinvesteringen om private investeringen aan te trekken door middel van blending, garanties en andere innovatieve financieringsinstrumenten, teneinde extra middelen op de kapitaalmarkten aan te trekken, het risico van investeringen te beperken en de toegang tot financiering te vergemakkelijken. De Partijen houden, met het oog op de samenhang, rekening met andere initiatieven die bijdragen tot de financiering en bevordering van investeringen van de private sector in Afrika.
De Partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en verantwoorde bedrijfsvoering in de gehele waardeketen, door te voorzien in ondersteunende beleidskaders die de toepassing van toepasselijke praktijken door ondernemingen aanmoedigen en door de naleving, uitvoering, opvolging en verspreiding van toepasselijke internationale normen te ondersteunen, zoals de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de OESO- richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de IAO. Zij erkennen de bijdrage aan duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap van andere vrijwillige initiatieven, waaronder zelfregulering door de industrie.
Artikel 14. Industrialisatie
De Partijen bevorderen inclusieve en duurzame industrialisering in Afrika door middel van innovatie en technologische ontwikkeling, met bijzondere aandacht voor sectoren met een hoge toegevoegde waarde en arbeidsintensieve sectoren.
De Partijen bevorderen de transformatie van de Afrikaanse economieën en hun overgang van grondstoffenafhankelijkheid naar gediversifieerde economieën door middel van de behandeling en verwerking van grondstoffen ter plaatse, productie met een toegevoegde waarde en integratie in regionale en mondiale waardeketens, onder meer door rekening te houden met de strategie voor versnelde industriële ontwikkeling in Afrika.
De Partijen streven ernaar de knelpunten weg te werken die de industriële ontwikkeling belemmeren. Zij pakken beperkingen aan de aanbodzijde aan, bevorderen productiviteitsverbetering, moedigen het gebruik van geavanceerde ICT en kunstmatige intelligentie aan, en ondersteunen de digitale transformatie, rekening houdend met sociale, mobiliteits-, analyse- en cloudtechnologieën. Zij bevorderen klimaatslimme en milieuvriendelijke praktijken en het gebruik van schone en betaalbare energie.
De Partijen streven ernaar industriële banden tot stand te brengen door een grotere toevoeging van meerwaarde voor onder meer de landbouwstaten en grondstoffenrijke landen. Zij bevorderen de betrekkingen tussen kleinere en grotere industrieën in Afrika. Zij ontwikkelen de dienstensector om ervoor te zorgen dat deze efficiënt bijdraagt aan de industrialisering.
De Partijen bevorderen de ontwikkeling van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in Afrika, onder meer door de ontwikkeling van koppelingen binnen Afrika en synergieën met ondernemingen uit de Europese Unie. Zij ondersteunen beleid voor de ontwikkeling van ondernemerschap bij jongeren en vrouwen in de context van hun economische emancipatie en de bevordering van inclusieve ontwikkeling.
Artikel 15. Ontwikkeling van de private sector
De Partijen bevorderen en versterken de rol van de private sector als doeltreffende aanjager van duurzame ontwikkeling op basis van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en verantwoorde bedrijfsvoering. Zij voorzien in een gunstig klimaat om het potentieel van een door kansen gedreven ondernemerschap te ontsluiten en de ondernemingsbasis van Afrika beter uit te rusten door middel van een combinatie van instrumenten zoals financiering, diensten en opleiding, bedrijfscultuur en regelgevingskaders, innovatie en de toepassing van moderne technologieën. Zij besteden bijzondere aandacht aan de informele sector en de formalisering van informele economische activiteiten.
De Partijen stellen het juiste ondernemingskader vast en ondersteunen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemingen om groeikansen te benutten, onder meer door initiatieven voor hun internationalisering te bevorderen. Zij versterken ondersteuningsdiensten voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen door zich te richten op begeleidende maatregelen, markttoegang, capaciteitsopbouw en bedrijfsmodernisering. Zij bevorderen en ondersteunen innovatie en ondernemerschap, met name bij jongeren en vrouwen.
De Partijen ondersteunen een gestructureerde dialoog tussen de private sectoren in Afrika en de EU en de samenwerking tussen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in Afrika en de EU om bij te dragen tot een beter ondernemingsklimaat dat groei in alle economische sectoren mogelijk maakt.
De Partijen bevorderen de inzet en acties van de private sector op het gebied van groene bedrijfsontwikkeling en de circulaire economie, onder meer door de ontwikkeling van sociaal ondernemerschap en het vergemakkelijken van de toegang tot duurzame financiering.
De Partijen stimuleren en vergemakkelijken een breder gebruik van hun respectieve valuta’s bij hun internationale transacties.
Artikel 16. Handelssamenwerking
De Partijen erkennen het belang van handel als een belangrijke factor voor economische groei en ontwikkeling en versterken de handelsmogelijkheden tot wederzijds voordeel. Zij werken samen met het oog op de opbouw van handelscapaciteit en de totstandbrenging van de randvoorwaarden en het beleid om de onderlinge handelsstromen te bevorderen.
De Partijen komen overeen dat de handelssamenwerking moet worden uitgevoerd in volledige overeenstemming met de bepalingen van de WTO, met inbegrip van de bijzondere en gedifferentieerde behandeling.
De Partijen komen overeen de handelssamenwerking in de eerste plaats moet voortbouwen op bestaande preferentiële handelsregelingen en economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s).
De ondertekenaars van de EPO’s steunen de uitvoering ervan, met inbegrip van de mogelijkheid om het toepassingsgebied ervan uit te breiden en, in voorkomend geval, de toetreding van nieuwe leden.
De Partijen werken samen om met hun respectieve middelen de uitvoering van de Afrikaanse continentale vrijhandelszone te ondersteunen.
De Partijen komen overeen dat de uitvoering van de EPO’s, de Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse continentale vrijhandelszone en andere toepasselijke handelsregelingen complementair en wederzijds ondersteunend zijn en bijdragen tot de verdieping van het regionale en continentale integratieproces in het kader van de agenda voor handel en structurele transformatie van de AU.
De Partijen komen overeen op de passende niveaus gezamenlijke regelingen te handhaven of in te voeren om toe te zien op de uitvoering van de EPO’s en andere toepasselijke handelsregelingen te bespreken, en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van de Afrikaanse economieën en voor hun regionale en continentale integratieprocessen te beoordelen.
De Partijen ondersteunen regionale economische integratieprocessen, onder meer door middel van handelsfacilitatie en harmonisatie van de regelgeving, en bevorderen de intra- Afrikaanse handel en de integratie van Afrikaanse landen in regionale en mondiale waardeketens. Zij komen ook overeen de totstandbrenging en consolidatie van regionale markten voor goederen en diensten te vergemakkelijken en te stimuleren.
De Partijen steunen initiatieven die onnodige technische handelsbelemmeringen verminderen en wegnemen binnen het toepassingsgebied van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (de „TBT-overeenkomst”). Zij werken samen om de sanitaire en fytosanitaire voorschriften en praktijken in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen (de „SPS-Overeenkomst”) te versterken. De Partijen werken met name samen bij de ontwikkeling van internationale normen ter ondersteuning van hun desbetreffende beleidskaders. Zij werken samen om de transparantie te vergroten bij de ontwikkeling van regelgevende maatregelen en de uitvoering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures (testen, certificeren en ijken). Zij behandelen onder meer metrologie en accreditering van laboratoria en andere overeenstemmingsbeoordelingsorganen in combinatie met een adequate infrastructuur voor markttoezicht.
De Partijen werken samen op het gebied van handelsfacilitatie, voortbouwend op hun respectieve verbintenissen in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake handelsfacilitatie (TF-overeenkomst). Zij stellen maatregelen, met inbegrip van technische bijstand, vast om de TBT, SPS- en TF-overeenkomsten uit te voeren, en ondersteunen de naleving van internationale normen door middel van passende capaciteitsopbouw.
De Partijen stimuleren de marktontwikkeling door middel van infrastructuurverbindingen en geven prioriteit aan het wegnemen van onnodige belemmeringen en beperkingen voor de uitvoer tussen Afrika en de Europese Unie.
De Partijen verbinden zich ertoe, overeenkomstig hun ontwikkelingsniveau en prioriteiten, de markttoegang voor goederen tot de markten van Afrika en de EU te verbeteren teneinde de voordelen van bestaande handelsovereenkomsten te maximaliseren.
HOOFDSTUK 2. BELANGRIJKE SECTOREN
Artikel 17. Landbouw
De Partijen werken samen om een duurzame en kwaliteitsvolle landbouwproductie, -productiviteit en verwerking van landbouwproducten te verhogen teneinde de voedsel- en voedingszekerheid te vergroten, de bestaansmiddelen te verbeteren, fatsoenlijke banen te scheppen, waardeketens te verbeteren en de inkomens te verhogen. Zij versterken klimaatbestendige praktijken, bevorderen duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten, nemen de prikkels weg die niet-duurzame productiepatronen genereren en maken gebruik van de meest duurzame, energie-efficiënte en koolstofarme technologieën. Zij zorgen voor de transitie naar duurzame voedselsystemen door aandacht te besteden aan alle dimensies van duurzaamheid en versterken de veerkracht van hun agrovoedingssystemen tegen klimaat- en milieurisico’s en exogene schokken.
De Partijen werken samen met het oog op het stimuleren van publieke en private investeringen, een beter samenspel tussen bedrijven uit Afrika en de EU in de agrovoedingssector, het uitwisselen van beste praktijken en het samenbrengen van deskundigheid uit de EU en Afrika op het gebied van landbouwontwikkeling. Zij ondersteunen de uitvoering van het alomvattende programma voor landbouwontwikkeling in Afrika (CAADP).
De Partijen stimuleren investeringen door investeringsvriendelijke regels en voorschriften vast te stellen om verantwoorde private investeringen te bevorderen en deze investeringen in de agrovoedingssector tot bloei te laten komen. Zij ondersteunen de ontwikkeling van duurzame waardeketens in de agrovoedingssector, onder meer door middel van verbeterde infrastructuur op het platteland, betere beroepsopleiding en -onderwijs, landbouwonderzoek en -technologieën, en vergemakkelijken de toegang tot financiering en de markten.
De Partijen werken samen ter verbetering van de mogelijkheden voor landbouwproducenten, -verwerkers en -exporteurs om toegang te krijgen tot nationale, regionale en internationale markten. Zij bevorderen capaciteitsopbouw op het gebied van sanitaire en fytosanitaire normen, eerlijke handelsregelingen voor de verwerking van landbouwproducten, toegang tot diensten, landbouwadvies en passende technologieën, met bijzondere aandacht voor de capaciteit van jonge landbouwers, vrouwen, kleine boeren en familiebedrijven. Zij voorzien in capaciteitsopbouw bij organisaties voor agrarische familiebedrijven en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen op het gebied van productie- en verwerkingstechnieken door een beleid te ontwikkelen ter bevordering van de zelfredzaamheid van met name jongeren en vrouwen.
De Partijen werken samen op het gebied van de governance van de landbouwsector, met name via ondersteunende maatregelen voor systemen voor vroegtijdige waarschuwing en informatie om crises te voorkomen, door middel van inclusief beleid, en door de capaciteit van beroepsorganisaties op nationaal, regionaal en continentaal niveau op te bouwen. Zij vergemakkelijken de toegang tot landbouwgrond en erfrechten, ook voor familiebedrijven, jongeren en vrouwen.
Artikel 18. Veestapel en leder
De Partijen werken samen om de duurzame veeteelt, de nomadische veeteelt en de grensoverschrijdende verweiding te verbeteren, om waardeketens voor de veestapel te ontwikkelen, onder meer door de capaciteit van beroepsorganisaties te vergroten, en om de verwerking, instandhouding, handel en ontwikkeling van dierlijke producten zoals leder, melk en vlees te ondersteunen, rekening houdend met ecologische duurzaamheid, klimaatbestendigheid, sociaal- economische ontwikkeling en inclusieve groei. Zij werken ook samen om de infrastructuur voor de verwerking en afzet van vee en dierlijke producten te moderniseren teneinde de toegang tot de markten te vergemakkelijken en de interregionale markten in Afrika te versterken.
De Partijen werken samen om de veeteeltsector te ontwikkelen en te moderniseren in overeenstemming met de doelstellingen van het CAADP, rekening houdend met de strategie voor de ontwikkeling van de veestapel voor Afrika.
De Partijen werken samen om de diergezondheid te verbeteren, de veterinaire diensten te versterken en het duurzame beheer van de landbouw en veeteelt te waarborgen. Zij moedigen de totstandbrenging van passende nationale en regionale regelgevingskaders en de versterking van de veterinaire onderzoekscapaciteit aan. Zij werken samen om de risico’s van grensoverschrijdende dierziekten aan te pakken door de monitoringmechanismen en grensoverschrijdende epidemiologische samenwerking te versterken.
Artikel 19. De blauwe economie en visserij
De Partijen ondersteunen de blauwe economie door duurzame economische groei te verzoenen met een beter inkomen, sociale rechtvaardigheid, de instandhouding van ecosystemen op zee en op land en van de biodiversiteit en klimaatbestendigheid ervan, en door de voedselzekerheid en transparante, betrouwbare en veilige voedselsystemen te versterken.
De Partijen komen overeen duurzame en verantwoorde investeringen in de blauwe economie te bevorderen en gerichte maatregelen te ondersteunen om meer investeringen in de private sector te stimuleren. Zij bevorderen een geïntegreerd beheer van stroomgebieden en mariene ruimtelijke ordening om veelvuldig gebruik en milieubescherming met elkaar in overeenstemming te brengen. Zij blijven de ontwikkeling en overdracht van technologie en de uitwisseling van kennis, innovaties, beste praktijken en opgedane kennis met betrekking tot een duurzame blauwe economie bevorderen.
De Partijen bevorderen duurzame visserij op zee en in de binnenwateren met het oog op werkgelegenheid, het genereren van inkomsten, armoedebestrijding, grotere voedselveiligheid en betere voeding. Zij faciliteren joint ventures, bevorderen de totstandkoming van toegevoegde waarde, streven naar een oplossing voor verliezen na de oogst door middel van passende maatregelen, en bevorderen een betere markttoegang. Zij vergroten de sociale en economische voordelen van de kleinschalige visserij, met inbegrip van de ambachtelijke visserij, door het opbouwen van duurzame waardeketens voor de visserij en het versterken van investeringen en de lokale capaciteit, met aandacht voor de participatie van kwetsbare en gemarginaliseerde personen.
De Partijen zorgen voor de instandhouding en het duurzame beheer en gebruik van de visbestanden in zee en de binnenwateren teneinde de visbestanden op een duurzaam niveau te houden, overbevissing te voorkomen, de uitvoering van klimaatslim beleid te ondersteunen en de negatieve effecten van de visserij op het natuurlijke milieu tot een minimum te beperken. Zij moedigen regionale samenwerking aan en stimuleren beste praktijken op het gebied van visserijbeheer, met inbegrip van de bevordering van het verzamelen en rapporteren van visserijgegevens en -statistieken.
De Partijen werken samen aan de ontwikkeling van duurzame aquacultuur in zee en in de binnenwateren door middel van doeltreffende ruimtelijke ordening, een ecosysteemgerichte aanpak, betere toegang tot financiering en een gelijker speelveld voor investeerders, waarbij er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat hiermee tegemoet wordt gekomen aan de zorgen van lokale gemeenschappen.
De Partijen bevorderen de duurzame ontwikkeling van kust- en maritiem toerisme dat inkomsten genereert en banen schept met inachtneming van de ecologische en sociale dimensie.
De Partijen onderzoeken het potentieel van innovatieve, nieuwe en opkomende duurzame maritieme activiteiten, met inbegrip van getijdenenergie. Zij zetten de nodige regelgevings- en beleidskaders op voor de toekomstige ontwikkeling ervan, ondersteunen onderzoek en nemen technische knelpunten weg om de toegang voor investeerders te vergemakkelijken en tegelijkertijd risico’s voor het mariene milieu te voorkomen.
De Partijen ondersteunen de uitvoering van strategieën en actieplannen voor de blauwe economie. Zij vergemakkelijken de betrokkenheid van de private sector en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling en uitvoering van een duurzame blauwe economie. Zij besteden de nodige aandacht aan de ontwikkeling van kleine eilandstaten in ontwikkeling, waarbij zij erkennen dat deze afhankelijk zijn van de oceaan.
Artikel 20. Winningsindustrieën en verwerking
De Partijen bevorderen de winningsindustrie met het oog op inclusieve en duurzame groei en ontwikkeling en de transformatie van Afrikaanse economieën. De Partijen stimuleren investeringen in winningsindustrieën en verwerking, rekening houdend met het beginsel van de soevereiniteit van landen over natuurlijke hulpbronnen. Zij bevorderen een grotere integratie tussen de waardeketens van Afrika en de EU.
De Partijen bevorderen een eerlijke, verantwoordelijke en onverstoorde toegang tot bodemschatten, met volledige eerbiediging van de soevereiniteit van landen over hun natuurlijke hulpbronnen, bevorderen duurzame handel tussen actoren uit Afrika en de EU en eerbiedigen de rechten van de hierbij betrokken gemeenschappen. Zij ondersteunen de ontwikkeling, harmonisatie en uitvoering van coherent beleid en robuuste regelgevings- en rechtskaders op het gebied van exploratie, exploitatie, behandeling, licentieverlening, aanbesteding, belastingheffing, verwerking en uitvoer van bodemschatten. Zij moedigen de deelname van lokale micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de winningsindustrieën aan door de overdracht van vaardigheden en technologie te faciliteren, teneinde bij te dragen tot hun concurrentievermogen, zodat zij volwaardige actoren in de waardeketens worden.
De Partijen bevorderen goed bestuur in de mijnbouwsector met het oog op sociaal- economische ontwikkeling. Zij versterken de interne wetgeving om ervoor te zorgen dat internationaal erkende beginselen en richtsnoeren worden nageleefd, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met regionale strategieën. Zij bestrijden belastingfraude en belastingontduiking en zorgen ervoor dat alle marktdeelnemers de aan de gastlanden verschuldigde belastingen, heffingen en royalty’s betalen. Zij bestrijden de illegale exploitatie van en handel in delfstoffen met nationale, regionale en internationale wettelijke middelen.
De Partijen ondersteunen nationale, regionale en internationale initiatieven met het oog op meer transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik en het beheer van bodemschatten, onder meer door de bevordering van het Kimberleyproces en het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën (EITI) en andere initiatieven inzake het op een verantwoorde en duurzame wijze winnen en betrekken van mineralen, zoals de OESO-richtsnoeren inzake de zorgvuldigheidseisen voor verantwoorde bevoorradingsketens van bodemschatten uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden.
De Partijen ondersteunen de ontwikkeling van passende wetgeving en mechanismen, rekening houdend met de behoeften van mijnwerkers in de ambachtelijke en kleinschalige ontginning, lokale gemeenschappen en het maatschappelijk middenveld, en bevorderen hun betrokkenheid bij het waarborgen van een inclusieve en duurzame exploitatie van bodemschatten. Zij bevorderen milieuduurzaamheid, klimaatslimme praktijken, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, de gezondheid en veiligheid van lokale gemeenschappen en de eerbiediging van de mensenrechten in overeenstemming met internationale verplichtingen en verbintenissen. Zij werken samen om de productiecapaciteit van lokale ondernemers in de waardeketens van de mijnbouwsector en van mijnwerkers in de ambachtelijke en kleinschalige ontginning op te bouwen, en bevorderen sociale partnerschappen tussen mijnbouwondernemingen, lokale gemeenschappen en andere belanghebbenden. Zij bevorderen nationale en regionale karterings- en exploratieactiviteiten om de kwaliteit van de systemen voor het beheer van geologische informatie en geodata in Afrika te verbeteren.
Artikel 21. Maakindustrie
De Partijen werken samen om een duurzame maakindustrie in Afrika te bevorderen door strategieën op maat te ontwikkelen die erop gericht zijn de afhankelijkheid van goedkope primaire productie te verminderen en toegevoegde waarde op lokaal en regionaal niveau tot stand te brengen.
De Partijen ontwikkelen beleid om meer binnenlandse en buitenlandse directe investeringen voor de maakindustrie aan te trekken. Zij werken samen ter ondersteuning van de capaciteit van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Zij bevorderen innovatie en geavanceerde productieclusters, -netwerken en -partnerschappen.
De Partijen streven ernaar het aandeel van de arbeidsintensieve maakindustrie te vergroten. Zij werken samen om zich nieuwe en opkomende technologieën eigen te maken met het oog op de transformatie van de toeleveringsketens en de modernisering van de productie.
De Partijen ondersteunen inspanningen om de handel in industrieproducten te vergroten door middel van koppelingen met markten en handelsfacilitatie, onder meer met het oog op betere kwaliteitsnormen en infrastructuur. Zij versterken de regionale integratie om het productiepotentieel van Afrika te ontsluiten en het Afrikaans concurrentievermogen op de wereldmarkten te verbeteren.
Artikel 22. Diensten
De Partijen nemen maatregelen die de ontwikkeling van een dynamische en robuuste dienstensector ondersteunen om de weg vrij te maken voor meer handel in diensten, uitvoer en investeringen en voor versterkte regionale integratie en interregionale samenwerking.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)