Wet van 8 oktober 1992, houdende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
De visitatie wordt uitgevoerd door de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onderdeel c.
De visitatie vindt plaats op basis van een zelfevaluatie van de opleiding door het instellingsbestuur die in beginsel een door studenten aan de opleiding geschreven bijdrage bevat.
Van de visitatie wordt door de commissie van deskundigen een rapport opgesteld. Het visitatierapport bevat:
- a. een oordeel over de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12;
- b. een samenvatting van de beoordeling, alsmede een eindoordeel;
- c. een bijlage waarin de aanbevelingen voor verdere ontwikkeling van de opleiding zijn opgenomen.
Het visitatierapport wordt door het instellingsbestuur binnen een week nadat het dit rapport van de commissie van deskundigen heeft ontvangen, verstrekt aan de universiteitsraad, bedoeld in artikel 9.31, dan wel de faculteitsraad, bedoeld in artikel 9.37, of de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 10.17, of aan de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit of de hogeschool, dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, artikel 10.16a, derde lid, respectievelijk artikel 11.13 is ingesteld, en aan de opleidingscommissie, bedoeld in artikel 9.18, artikel 10.3c respectievelijk artikel 11.11.
De bijlage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, wordt binnen een jaar nadat het accreditatieorgaan het accreditatierapport heeft vastgesteld door het instellingsbestuur openbaar gemaakt.
Artikel 5.14. Commissie van deskundigen en instemming
Het accreditatieorgaan stemt in met de samenstelling van de commissie van deskundigen, bedoeld in 5.2, tweede lid, onderdeel c, indien de commissie:
- a. ten minste één student-lid heeft;
- b. bestaat uit leden die niet verbonden zijn aan de instelling die de opleiding verzorgt;
- c. haar werkzaamheden aantoonbaar zo inricht dat de beoordeling van de kwaliteit van de opleiding ten behoeve van verkrijging van accreditatie bestaande opleiding apart wordt verricht van de beoordeling van de opleiding ten behoeve van aanbevelingen voor verdere ontwikkeling; en
- d. voldoet aan de overige waarborgen voor de onafhankelijkheid en voor deskundigheid, die in het accreditatiekader zijn opgenomen.
Het instellingsbestuur doet tevens een voorstel voor een secretaris voor de commissie. Het accreditatieorgaan stemt in met de voorgestelde secretaris indien hij voldoet aan de waarborgen voor de onafhankelijkheid en voor deskundigheid die in het accreditatiekader zijn opgenomen.
Het instellingsbestuur dient voor een door het accreditatieorgaan te bepalen datum een aanvraag in om de instemming te verkrijgen.
Het accreditatieorgaan beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 5.15. Beoordeling aanvraag accreditatie bestaande opleiding
Het accreditatieorgaan beoordeelt op basis van het door hem ontvangen deel van het visitatierapport of een positief besluit op de aanvraag kan worden genomen.
In het geval, bedoeld in artikel 5.11, derde lid, alsmede indien er zich anderszins wijzigingen hebben voorgedaan in de opleiding, de sector, de visitatiegroep of de toevoeging aan de graad, beoordeelt het accreditatieorgaan tevens de naam en de toevoeging aan de graad. Artikel 5.7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het accreditatieorgaan beslist binnen drie maanden na de uiterste aanvraagdatum op de aanvraag en verricht de beoordeling van de aanvragen van alle opleidingen binnen een visitatiegroep gezamenlijk en in dezelfde periode.
Indien op een aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding pas kan worden beslist nadat de termijn van accreditatie nieuwe opleiding is verstreken, wordt de accreditatie nieuwe opleiding stilzwijgend verlengd totdat het besluit op de aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding in werking treedt.
Het instellingsbestuur is het accreditatieorgaan een vergoeding verschuldigd van de kosten van de beoordeling van de aanvraag met dien verstande dat het instellingsbestuur het accreditatieorgaan geen vergoeding verschuldigd is voor de beoordeling door de commissie van deskundigen.
Artikel 5.10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het accreditatierapport tevens de visitatiegroep wordt vastgelegd waarin de opleiding wordt ingedeeld.
Artikel 5.16. Verlening en behoud van accreditatie bestaande opleiding
Indien de opleiding door het accreditatieorgaan op alle kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12 positief wordt beoordeeld, wordt accreditatie bestaande opleiding verleend, met dien verstande dat de opleiding elke zes jaar wordt herbeoordeeld en de kwaliteit van de opleiding bij die gelegenheid door het accreditatieorgaan telkens positief moet worden beoordeeld. De artikelen 5.11 tot en met 5.15 zijn op de herbeoordeling van overeenkomstige toepassing.
In het besluit tot verlening van accreditatie bestaande opleiding en de bevestiging daarvan, bedoeld in het derde lid, vermeldt het accreditatieorgaan de datum waarop het visitatierapport moet worden overgelegd met het oog op de eerstvolgende herbeoordeling.
Voor zover de opleiding telkens op alle kwaliteitsaspecten door het accreditatieorgaan positief wordt beoordeeld en de opleiding accreditatie bestaande opleiding behoudt, stuurt het accreditatieorgaan het instellingsbestuur daarvan een bevestiging binnen drie maanden na de datum, bedoeld in het tweede lid, waarop het visitatierapport moet worden overgelegd, tenzij Onze Minister uitstel heeft verleend als bedoeld in het vierde lid in welk geval de door Onze Minister bepaalde datum in de plaats treedt van de datum, bedoeld in het tweede lid. Hij stuurt daarbij een besluit met betrekking tot het eindoordeel bedoeld in artikel 5.15, zesde lid, en in voorkomend geval met betrekking tot een wijziging in de naam en de toevoeging aan de graad, bedoeld in artikel 5.15, tweede lid.
Indien wegens onvoorziene omstandigheden het visitatierapport niet tijdig door het instellingsbestuur kan worden overgelegd, kan Onze Minister besluiten hem daarvan uitstel te verlenen.
Artikel 5.17. Weigering accreditatie bestaande opleiding en verlening accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden
Accreditatie bestaande opleiding wordt door het accreditatieorgaan geweigerd indien de kwaliteit van de opleiding negatief wordt beoordeeld op een of meer van de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12.
In afwijking van het eerste lid, kan het accreditatieorgaan accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden verlenen, indien de tekortkomingen op de kwaliteitsaspecten naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen. Artikel 5.9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.18. Behoud accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden
Onverminderd artikel 5.16, derde lid, kan het accreditatieorgaan besluiten dat de opleiding accreditatie bestaande opleiding behoudt, ingeval de opleiding bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, door het accreditatieorgaan op een of meer van de kwaliteitsaspecten genoemd in artikel 5.12 negatief wordt beoordeeld maar de tekortkomingen naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen. Artikel 5.9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.19. Intrekking van accreditatie
Accreditatie nieuwe opleiding wordt ingetrokken indien:
- a. door het instellingsbestuur niet wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 5.8, eerste lid; of
- b. een opleiding na de beoordeling, bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, onderdeel c, door het accreditatieorgaan negatief wordt beoordeeld op een of beide kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.7, tweede lid.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan het accreditatieorgaan besluiten dat de opleiding accreditatie nieuwe opleiding behoudt:
- a. indien de tekortkomingen naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen; en
- b. voor zover de opleiding niet eerder accreditatie onder voorwaarden is verleend als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid. Artikel 5.9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Accreditatie bestaande opleiding wordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 5.16, eerste lid, of indien het visitatierapport niet is ingediend op de datum, bedoeld in artikel 5.16, tweede of vierde lid, indien Onze Minister daaraan toepassing heeft gegeven.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen accreditatie onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid, artikel 5.17, tweede lid, en artikel 5.18, wordt ingetrokken.
Artikel 5.10 is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot intrekken van accreditatie.
Artikel 5.20. Tussentijdse intrekking van accreditatie
Onze Minister kan, na advies van het accreditatieorgaan, accreditatie nieuwe opleiding of accreditatie bestaande opleiding tussentijds intrekken, indien de kwaliteit van de opleiding zodanig is gewijzigd dat een beoordeling op de kwaliteitsaspecten, bedoeld in artikel 5.7, eerste, respectievelijk tweede lid, artikel 5.12 of artikel 5.23, tot een weigering of intrekking van accreditatie zou leiden.
Voordat het accreditatieorgaan een advies uitbrengt, stelt hij een onderzoek in naar de kwaliteit van de opleiding, voor welk onderzoek hij een commissie van deskundigen als bedoeld in artikel 5.14 instelt. Op het onderzoek is artikel 5.10 van overeenkomstige toepassing, alsmede de artikelen 5:13, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5.21. Gevolgen weigering of intrekking van accreditatie
Indien accreditatie bestaande opleiding wordt geweigerd als bedoeld in artikel 5.17 of accreditatie wordt ingetrokken als bedoeld in artikel 5.19 en artikel 5.20, kan vanaf de datum waarop accreditatie nieuwe opleiding vervalt, dan wel vanaf de datum waarop het besluit tot intrekking van accreditatie in werking treedt:
- a. aan de examens geen graad als bedoeld in artikel 7.10a meer worden verbonden; en
- b. een bekostigde instelling geen aanspraak meer maken op bekostiging als bedoeld in artikel 1.9, eerste lid.
De instelling draagt er zorg voor dat studenten, ingeschreven aan de opleiding, de gelegenheid wordt geboden de opleiding te voltooien aan een andere instelling.
Voor die studenten, die de opleiding niet aan een andere instelling kunnen voltooien, wordt de opleiding aan de instelling zelf voortgezet voor een termijn van de resterende nominale studieduur van deze studenten, vermeerderd met een jaar, met dien verstande dat deze studenten de opleiding zonder onderbreking blijven volgen. In afwijking van het eerste lid, kan de instelling aan de examens graden verlenen en behoudt een bekostigde instelling aanspraak op bekostiging van de opleiding gedurende die termijn.
Het instellingsbestuur deelt het besluit, bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na de bekendmaking ervan mee aan de betrokken studenten en vermeldt daarbij op welke wijze en aan welke instelling zij de opleiding kunnen voltooien.
Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter hoogte van 500 euro voor iedere dag dat het instellingsbestuur de termijn van zes weken, genoemd in het vierde lid, overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van 50.000 euro.
In afwijking van het eerste tot en met vierde lid, kan Onze Minister, in het belang van instandhouding van een doelmatig onderwijsaanbod, besluiten dat een bekostigde instelling gedurende een door Onze Minister vast te stellen termijn aanspraak behoudt op bekostiging als bedoeld in artikel 1.9, eerste lid, dat aan de examens een graad als bedoeld in artikel 7.10a blijft verbonden en dat de registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13, niet wordt beëindigd.
Artikel 5.22
Vervallen.
Titel 5
Artikel 5.23. Aanvraag en beoordeling instellingstoets kwaliteitszorg
Een instellingstoets kwaliteitszorg is de toets op de interne kwaliteitszorg en de inzet tot verbetering van de resultaten van een instelling voor hoger onderwijs, voor zover betrekking hebbend op de kwaliteit van haar opleidingen.
Een instellingstoets kwaliteitszorg wordt uitgevoerd op aanvraag van het instellingsbestuur.
De kwaliteitszorg wordt beoordeeld aan de hand van de volgende kwaliteitsaspecten:
- a. de visie van de instelling op de kwaliteit van haar onderwijs;
- b. de vormgeving en de effectiviteit van de interne kwaliteitszorg van een instelling;
- c. het gevoerde beleid op het gebied van personeel en voorzieningen; en
- d. de voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen.
Het accreditatieorgaan baseert zijn oordeel of een positief besluit op de aanvraag voor de instellingstoets kwaliteitszorg kan worden genomen op een advies van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onderdeel b. Van de commissie maakt ten minste een student deel uit.
Het accreditatieorgaan neemt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit.
Het instellingsbestuur is het accreditatieorgaan een vergoeding verschuldigd van de kosten van de beoordeling van de aanvraag, waaronder de beoordeling van de kwaliteitszorg door de commissie van deskundigen.
Artikel 5.24. Verlening erkenning ITK
Indien de kwaliteitszorg door het accreditatieorgaan op de aspecten, genoemd in artikel 5.23, derde lid, positief wordt beoordeeld, wordt de erkenning ITK verleend voor de duur van zes jaar.
Artikel 5.25. Gevolgen erkenning ITK
In geval van een erkenning ITK wordt in afwijking van artikel 5.7, eerste lid, de kwaliteit van een opleiding bij een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding beoordeeld aan de hand van de volgende kwaliteitsaspecten:
- a. het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst of gangbaar is;
- b. de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma en de kwaliteit van het docententeam; en
- c. de wijze van beoordeling, toetsing en examinering van de studenten.
In afwijking van artikel 5.7, tweede lid, wordt de kwaliteit van een opleiding, waaraan feitelijk al onderwijs wordt verzorgd, bij een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding beoordeeld op de kwaliteitsaspecten, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, alsmede aan de hand van:
- a. het gerealiseerde niveau, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is; en
- b. de deugdelijkheid van de beoordeling, toetsing en examinering van de studenten.
In afwijking van artikel 5.12 wordt de kwaliteit van een opleiding bij een aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding en bij de herbeoordelingen, bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, beoordeeld aan de hand van de kwaliteitsaspecten, genoemd in het eerste lid, onderdeel a en b, het kwaliteitsaspect, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, alsmede aan de hand van het gerealiseerde eindniveau, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is.
Het instellingsbestuur kan het accreditatieorgaan verzoeken een of meer opleidingen in afwijking van het eerste tot en met derde lid te beoordelen op de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.7, respectievelijk artikel 5.12.
In afwijking van artikel 5.8, eerste lid, wordt bij het verlenen van accreditatie nieuwe opleiding niet de voorwaarde gesteld tot aanvullende beoordeling als bedoeld in onderdeel c van dat artikellid.
Artikel 5.26. Verlenging erkenning ITK
De erkenning ITK kan bij besluit door het accreditatieorgaan worden verlengd, indien de verlenging ten minste een jaar voor het eind van de termijn van verlening van de erkenning ITK door het instellingsbestuur is aangevraagd.
Artikel 5.23 en artikel 5.24 zijn op de aanvraag van overeenkomstige toepassing.
Indien op de aanvraag tot verlenging pas kan worden beslist nadat de verleningstermijn van de erkenning ITK is verstreken, wordt het besluit waarbij de erkenning ITK was verleend stilzwijgend verlengd totdat het besluit over verlenging van de erkenning ITK in werking treedt.
Indien wegens onvoorziene omstandigheden de aanvraag door het instellingsbestuur niet tijdig kan worden gedaan, kan Onze Minister de erkenning met maximaal twee jaar verlengen.
Artikel 5.27. Weigering erkenning ITK en erkenning ITK onder voorwaarden
De erkenning ITK of verlenging van de erkenning ITK wordt door het accreditatieorgaan geweigerd indien:
- a. binnen drie jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een instellingstoets kwaliteitszorg de erkenning ITK is geweigerd of ingetrokken; of
- b. de kwaliteitszorg negatief wordt beoordeeld op een of meer kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.23, derde lid.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan het accreditatieorgaan besluiten de erkenning ITK of de verlenging van de erkenning ITK onder voorwaarden te verlenen, indien de tekortkomingen op de kwaliteitszorg naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen. Artikel 5.9, derde lid is van overeenkomstige toepassing.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.27, tweede lid, wordt ingetrokken.
Artikel 5.28. ITK-Rapport
Het accreditatieorgaan legt in het ITK-rapport vast:
- a. het advies van de commissie van deskundigen over de kwaliteitsaspecten;
- b. zijn bevindingen; en
- c. het eindoordeel voldoende of onvoldoende.
Het ITK-rapport is onderdeel van het besluit op de aanvraag voor een instellingstoets kwaliteitszorg.
Alvorens een besluit te nemen op de aanvraag stelt het accreditatieorgaan binnen een door hem te bepalen termijn het instellingsbestuur in de gelegenheid zijn zienswijze over het voorgenomen besluit naar voren te brengen.
Gelijktijdig met de bekendmaking aan de instelling van het besluit op de aanvraag, publiceert het accreditatieorgaan het besluit op een voor ieder kenbare wijze.
Artikel 5.29. Intrekking van de erkenning ITK
Onze Minister kan, na advies van het accreditatieorgaan, de erkenning ITK tussentijds intrekken, indien de kwaliteitszorg zodanig is gewijzigd dat een beoordeling op de kwaliteitsaspecten, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, tot een weigering van de erkenning ITK zou leiden.
Voordat het accreditatieorgaan een advies uitbrengt, stelt hij een onderzoek in naar de kwaliteitszorg van de opleidingen. Op het onderzoek zijn de artikelen 5.23, zesde lid, en 5.28 van overeenkomstige toepassing, alsmede de artikelen 5:13, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5.30. Gevolgen weigering verlenging of intrekking van de erkenning ITK
Aanvragen voor een toets nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5.6, dan wel voor accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in artikel 5.11, ingediend voorafgaand aan het moment dat het besluit tot weigering van verlenging of het besluit tot intrekking van de erkenning ITK onherroepelijk is geworden, worden beoordeeld overeenkomstig artikel 5.25, eerste, respectievelijk tweede lid, voor zover geen toepassing is gegeven aan het vierde lid. Op een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding wordt beslist overeenkomstig artikel 5.25, vijfde lid.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op visitatierapporten overgelegd ter voldoening aan het voorschrift, bedoeld in artikel 5.16, eerste lid.
Artikel 5.31. Wijziging in visitatiegroep, naam of toevoeging graad
Het accreditatieorgaan kan, al dan niet op aanvraag van het instellingsbestuur, besluiten de opleiding in een andere visitatiegroep in te delen indien dit beter past bij de aard van de opleiding of indien dit vanwege de planning van de werkzaamheden van het accreditatieorgaan redelijk is. Het accreditatieorgaan bepaalt voor welke datum een aanvraag moet worden ingediend.
Onverminderd artikel 5.11, derde lid, kan de naam van de opleiding of de toevoeging aan de graad als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, op aanvraag van het instellingsbestuur, bij besluit door het accreditatieorgaan tussentijds worden gewijzigd. Op de wijziging is artikel 5.7, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
In verband met een wijziging van de visitatiegroep kan Onze Minister besluiten de accreditatie nieuwe opleiding maximaal twee jaar te verlengen, dan wel besluiten maximaal twee jaar uitstel te verlenen van de datum, bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, waarop het visitatierapport moet worden overgelegd.
Artikel 5.32. Gevolgen vernietiging van besluiten
Onze Minister kan bij toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bepalen dat een instelling gedurende een door Onze Minister te bepalen termijn aanspraak behoudt op bekostiging, dat aan de examens een graad blijft verbonden en dat de registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13, niet wordt beëindigd.
Hoofdstuk 5a. Accreditatie in het hoger onderwijs
Titel 2a. Instellingstoets kwaliteitszorg
Titel 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod
Titel 1. Opleidingen bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Titel 2. Opleidingen rechtspersonen voor hoger onderwijs
Titel 3. Het Centraal register opleidingen hoger onderwijs
Hoofdstuk 7. Onderwijs
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Paragraaf 1. Het bestuur en de inrichting van de hogeschool
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter
Titel 3. Wet van 4 juli 1996 (Stb. 434)
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Paragraaf 5. Invoering studiepuntensysteem «nieuwe stijl»
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 5. Invoering studiepuntensysteem «nieuwe stijl»
Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Titel 5. Wet van 3 april 2003 (Stb. 188)
Titel 6. Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Titel 6. Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)
Titel 10. Wet van 14 juni 2007 (Stb. 254)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Artikel 18.89. Overgangsbepaling visitatie
In afwijking van artikel 5.13 en artikel 9.18, worden visitaties die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat zijn gestart, door een commissie van deskundigen, van wie het accreditatieorgaan heeft ingestemd met de samenstelling overeenkomstig artikel 5a.2, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, afgerond overeenkomstig artikel 1.18, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat.
Artikel 18.90. Overgangsbepaling werkzaamheden commissie van deskundigen
In afwijking van artikel 5.14, eerste lid, onderdeel c, richt de commissie van deskundigen, van wie het accreditatieorgaan heeft ingestemd met de samenstelling overeenkomstig artikel 5a.2, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, zijn werkzaamheden in overeenkomstig artikel 1.18, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat.
Artikel 18.91. Overgangsbepaling lopende besluiten toets nieuwe opleiding, accreditatiebesluiten en besluiten toets nieuw Ad-programma
Een lopend besluit toets nieuwe opleiding, genomen op grond van artikel 5a.11 of artikel 5a.13g, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, onderscheidenlijk een lopend accreditatiebesluit, genomen op grond van artikel 5a.9 of artikel 5a.13f, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, onderscheidenlijk een lopend besluit toets nieuw Ad-programma, genomen op grond van artikel 5a.13, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat omgezet in een accreditatie nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5.8 onderscheidenlijk een accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in artikel 5.16 onderscheidenlijk een toets nieuw Ad-programma als bedoeld in artikel 5.22.
Voor opleidingen waarvoor artikel 5a.12a, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, is toegepast of waarvoor het visitatieproces voor een accreditatiebesluit op grond van artikel 5a.9 of artikel 5a.13f, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat gaande is, blijft hoofdstuk 5a zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat van kracht tot het moment waarop het accreditatieorgaan een nieuw besluit heeft genomen.
Artikel 18.92. Overgangsbepaling beoordelingen aanvragen instellingstoets kwaliteitszorg en opleidingen van een instelling met een instellingstoets kwaliteitszorg
In afwijking van artikel 5.23, derde lid, worden aanvragen voor een instellingstoets kwaliteitszorg, ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, beoordeeld overeenkomstig de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5a.13b, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat.
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Gereformeerde Hogeschool, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- –. Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Den Bosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool «De Kempel», uitgaande van de Stichting «De Kempel»;
- –. Hogeschool Domstad Katholieke lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Hogeschool Edith Stein, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- –. Hogeschool Helicon, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Thomas More, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- –. Hogeschool Zuyd, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zuyd;
- –. Hotelschool Den Haag, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. Iselinge, educatieve faculteit, uitgaande van de Stichting IJsselgroep Iselinge;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie Prot. Chr. hogeschool Lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHTV Internationale Hogeschool, uitgaande van de Stichting NHTV Internationale Hogeschool te Breda;
- –. Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- –. Saxion Hogescholen, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Stenden Hogeschool, Christelijke Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. Stenden Hogeschool Drenthe, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. STOAS Hogeschool, Wageningen, uitgaande van de Stichting STOAS;
- –. Van Hall Instituut, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit, uitgaande van de gezamenlijke rechtspersoonlijkheid bezittende Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen.
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.15a. Studiekeuze-informatie en onderzoek naar studenttevredenheid
Onze Minister wijst een rechtspersoon aan die op het terrein van het hoger onderwijs tot taak heeft het verzamelen en kosteloos verspreiden van objectieve, betrouwbare en vergelijkbare studiekeuze-informatie en het doen van onderzoek naar studenttevredenheid en -betrokkenheid.
De rechtspersoon neemt in verband met zijn taak enquêtes af onder studenten.
Onze Minister trekt de aanwijzing in ieder geval in indien de rechtspersoon niet langer:
- a. zijn taak naar behoren uitoefent;
- b. voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald;
- c. voldoet aan in de aanwijzing gestelde eisen met betrekking tot toezicht en verantwoording; of
- d. het overleg, bedoeld in het vierde lid, in voldoende mate pleegt.
De rechtspersoon pleegt over de uitoefening van haar taak geregeld overleg met de vertegenwoordiging van de instellingen voor hoger onderwijs en met de daarvoor in aanmerking komende belangenorganisaties van studenten.
Ten behoeve van de enquêtes, bedoeld in het tweede lid, worden aan de rechtspersoon gegevens verstrekt door het instellingsbestuur:
- a. van een bekostigde instelling, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid; en
- b. van een rechtspersoon voor hoger onderwijs, voor zover dit instellingsbestuur met een of meer opleidingen wenst deel te nemen aan de enquêtes.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, vastgesteld en kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het vijfde lid.
Titel 2. Vooropleidingseisen en toelatingseisen
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van hogescholen
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Paragraaf 5. Invoering studiepuntensysteem «nieuwe stijl»
Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 5. Wet van 3 april 2003 (Stb. 188)
Titel 6. Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)
Titel 9. Wet van 6 december 2001 (Stb. 681)
Titel 15. Wet van 10 juli 2013 (Stb. 298)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 18.62. Overgangsrecht CRIHO
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2019/119.
Onze Minister neemt de gegevens die zijn opgenomen in het Centraal register inschrijving hoger onderwijs op in het basisregister onderwijs, voor zover het gegevens betreft als bedoeld in artikel 7.52. Onze Minister vervangt daarbij de nummers die in het Centraal register aan de studenten zijn toegekend door een persoonsgebonden nummer.
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 6. Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)
Titel 9. Wet van 6 december 2001 (Stb. 681)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 13. Wet van 8 juli 2011 (Stb 368)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.37c. Tijdelijke afwijkende voorwaarde voor inschrijving in verband met COVID-19
Vervallen
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Artikel 9.80
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Paragraaf 3. Getuigschriften en titulatuur
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)
Titel 9. Wet van 6 december 2001 (Stb. 681)
Titel 13. Wet van 8 juli 2011 (Stb 368)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Artikel 9.81
Vervallen
Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen betreffende het bestuur van een bijzondere hogeschool
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 10. Wet van 14 juni 2007 (Stb. 254)
Titel 17. Wet accreditatie op maat
Artikel 18.95. Overgangsbepaling instellingscollegegeld
Op een student als bedoeld in artikel 7.46, vierde lid, die een opleiding, waarvoor hij stond ingeschreven in het studiejaar waarin artikel V van de Wet taal en toegankelijkheid in werking trad en waarvoor hij instellingscollegegeld was verschuldigd, onafgebroken voortzet, blijft artikel 7.46, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel V van de Wet taal en toegankelijkheid, van toepassing.
Op een student als bedoeld in artikel 7.46a, vierde lid, die in het studiejaar waarin artikel V van de Wet taal en toegankelijkheid in werking trad, stond ingeschreven voor een of meer onderwijseenheden van een opleiding waarvoor hij instellingscollegegeld was verschuldigd, en die ook na dit studiejaar onderwijseenheden van deze opleiding volgt, blijft artikel 7.45b zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel V van de Wet taal en toegankelijkheid van toepassing, mits dit onderwijs wordt gevolgd in aaneengesloten studiejaren.
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)