Wet van 8 oktober 1992, houdende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.37d. Tijdelijke afwijkende voorwaarde voor inschrijving voor het studiejaar 2021–2022 in verband met COVID-19
Vervallen
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Artikel 9.82
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 13. Wet van 8 juli 2011 (Stb 368)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.3i. Selectie voor een opleiding of afstudeerrichting gericht op het beroep van piloot of luchtverkeersleider
Indien een instellingsbestuur een opleiding of afstudeerrichting als bedoeld in artikel 7.3h aanbiedt, selecteert het instellingsbestuur daarvoor studenten die naar het oordeel van de opleidingsorganisatie geschikt zijn voor het desbetreffende onderwijs.
Het instellingsbestuur stelt regels vast met betrekking tot de selectieprocedure.
Artikel 7.3j. Vrij onderwijsprogramma in het wetenschappelijk onderwijs
Een student die is ingeschreven voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs kan, uit onderwijseenheden die door een instelling worden verzorgd, een programma samenstellen waaraan een examen is verbonden. Indien nodig wijst het instellingsbestuur een examencommissie aan die met het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 7.12b, eerste lid, onderdeel c, is belast.
Artikel 7.5a. Bijzondere studielast van opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
De studielast van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs:
- a. tot leraar voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs in vakken van voortgezet onderwijs bedraagt ten minste 60 studiepunten en ten hoogste 120 studiepunten. Het instellingsbestuur bepaalt binnen die bandbreedte de studielast van de opleiding;
- b. voor het beroep van wijsgeer van een bepaald wetenschapsgebied bedraagt 120 studiepunten;
- c. voor het beroep van arts, dierenarts, apotheker, tandarts en klinisch technoloog bedraagt 180 studiepunten; en
- d. geneeskunde, klinisch onderzoeker bedraagt 240 studiepunten.
Artikel 7.5b. Bijzondere studielast van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs
De studielast van een masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs:
- a. op het gebied van de kunst bedraagt een door het instellingsbestuur te bepalen studielast van ten minste 60 studiepunten en ten hoogste 120 studiepunten;
- b. tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene vakken bedraagt 90 studiepunten;
- c. tot advanced nurse practitioner bedraagt 120 studiepunten;
- d. tot physician assistant bedraagt 150 studiepunten; en
- e. op het gebied van de bouwkunst bedraagt 240 studiepunten.
De studielast van een versneld traject als bedoeld in artikel 7.9a, eerste lid, bedraagt 180 studiepunten.
Artikel 7.5c. Studielast van door Onze Minister aangewezen opleidingen
Onze Minister kan op aanvraag bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs aanwijzen, waarvan de studielast meer dan 180 studiepunten, maar ten hoogste 240 studiepunten bedraagt. In het besluit op de aanvraag bepaalt Onze Minister de studielast van de opleiding.
Onze Minister kan op aanvraag masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs aanwijzen, waarvan de studielast 120 studiepunten bedraagt.
Onze Minister kan op aanvraag masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs die mede zijn gericht op een levensbeschouwelijk ambt of beroep aanwijzen, waarvan de studielast 180 studiepunten bedraagt.
Onze Minister kan op aanvraag een gezamenlijke masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.3c aanwijzen, waarvan de studielast 90 studiepunten bedraagt, indien die opleiding wordt verzorgd met een buitenlandse instelling.
Onze Minister kan op aanvraag een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs tot leraar voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs in vakken van voortgezet onderwijs aanwijzen, waarvan de studielast ten minste 120 studiepunten en ten hoogste 180 studiepunten bedraagt. Het instellingsbestuur bepaalt binnen die bandbreedte de studielast van de opleiding.
Artikel 7.5d. Door het instellingsbestuur vastgestelde grotere studielast
Het instellingsbestuur kan bepalen dat:
- a. een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs een grotere studielast heeft dan 60 studiepunten;
- b. een associate degree-opleiding een grotere studielast heeft dan 120 studiepunten;
- c. in bijzondere, door het instellingsbestuur vast te stellen en toe te lichten, gevallen, de studielast van een versneld traject als bedoeld in artikel 7.9a in afwijking van artikel 7.5b, tweede lid, 240 studiepunten bedraagt.
Artikel 7.11a. Vervanging getuigschriften en verklaringen
Aan de bezitter van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, of aan de bezitter van een verklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, wordt door een examencommissie van de betreffende instelling voor hoger onderwijs desgevraagd een vervangend getuigschrift of een vervangende verklaring uitgereikt in verband met een naamswijziging van de betrokkene ten gevolge van de toepassing van de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 28b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Het vervangende getuigschrift of de vervangende verklaring bevat geen andere wijzigingen van de oorspronkelijke relevante gegevens, bedoeld in artikel 7.11, tweede lid.
Het vervangende getuigschrift of de vervangende verklaring wordt verstrekt onder de voorwaarde dat het oorspronkelijke getuigschrift of de oorspronkelijke verklaring bij de betrokken examencommissie wordt ingeleverd.
Het vervangende getuigschrift of de vervangende verklaring heeft dezelfde bewijskracht als het oorspronkelijke getuigschrift onderscheidenlijk de oorspronkelijke verklaring.
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot de door de aanvrager over te leggen gegevens en de wijze waarop de vervanging door de examencommissie wordt uitgevoerd.
Artikel 7.12d. Examencommissie en examinatoren bij opleidingen tot piloot of luchtverkeersleider
De artikelen 7.12 tot en met 7.12c zijn op opleidingen als bedoeld in artikel 7.3h van toepassing voor zover de bijzondere kenmerken van die opleidingen en de inhoud van de overeenkomst, bedoeld in het derde lid van dat artikel, zich daartegen niet verzetten.
Artikel 7.30f. Gelijkwaardigheid buitenlandse getuigschriften
Indien uit verdragen waarbij het Koninkrijk der Nederlanden partij is, voortvloeit dat het niveau zoals dat blijkt uit een buitenlands getuigschrift, gelijkwaardig is aan het niveau zoals dat blijkt uit een van de getuigschriften bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, is het instellingsbestuur niet bevoegd:
- a. om bij de bezitter van dat buitenlandse getuigschrift een aanzienlijk verschil aan te tonen tussen de algemene eisen betreffende de toegang tot het hoger onderwijs in het land waar het getuigschrift werd behaald en de algemene eisen, als bedoeld in de artikelen 7.28, eerste lid, tweede volzin, en 7.30d; of
- b. van de bezitter van dat buitenlands getuigschrift nader bewijs te verlangen voor de vaststelling dat het niveau van het buitenlandse getuigschrift gelijkwaardig is aan het niveau van het desbetreffende Nederlandse getuigschrift, als bedoeld in de artikelen 7.28, tweede lid, tweede volzin.
Van de gelijkwaardigheid van de buitenlandse getuigschriften, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
TITEL 2A. VRIJSTELLING VAN HET AFLEGGEN VAN TENTAMENS OP GROND VAN HET BEZIT VAN EEN DIPLOMA BEROEPSONDERWIJS
TITEL 2A. VRIJSTELLING VAN HET AFLEGGEN VAN TENTAMENS OP GROND VAN HET BEZIT VAN EEN DIPLOMA BEROEPSONDERWIJS
Artikel 7.42b. Beëindiging inschrijving bij opleiding tot piloot of luchtverkeersleider
Van de student die een bacheloropleiding of afstudeerrichting als bedoeld in artikel 7.3h volgt en van wie gedurende de opleiding of afstudeerrichting blijkt dat hij niet langer voldoet aan de eisen van medische geschiktheid voor het beroep van piloot of luchtverkeersleider, beëindigt het instellingsbestuur de inschrijving voor de desbetreffende opleiding of beslist het instellingsbestuur dat de student de desbetreffende afstudeerrichting niet meer kan volgen.
Artikel 7.42, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7.45Aa. Bedragen volledig en gedeeltelijk wettelijk collegegeld 2021–2022 in verband met COVID-19
Vervallen
Artikel 7.49b. Hoogte van de vergoeding voor premasters en educatieve modules
Artikel 7.4, eerste en tweede lid, is op de berekening van de studielast van een premaster of een educatieve module van overeenkomstige toepassing.
De vergoeding voor een premaster met een studielast van 60 studiepunten of meer bedraagt maximaal het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, maximaal het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
In afwijking van het tweede lid, bedraagt de vergoeding voor studenten die niet tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoren, noch de Surinaamse nationaliteit bezitten, voor een premaster met een studielast van 60 studiepunten of meer minimaal de hoogte van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, minimaal het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
De vergoeding voor een premaster of een educatieve module van minder dan 60 studiepunten bedraagt maximaal een proportioneel deel van het wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, maximaal een proportioneel deel van het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
In afwijking van het vierde lid, bedraagt de vergoeding voor studenten die niet tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoren, noch de Surinaamse nationaliteit bezitten, voor een premaster of een educatieve module met een studielast van minder dan 60 studiepunten minimaal een proportioneel deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, minimaal het proportionele deel van het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
Artikel 7.47 is van overeenkomstige toepassing op het voldoen van de vergoeding voor een premaster en de vergoeding voor een educatieve module.
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 18. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten vanaf 2002
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 5. Wet van 3 april 2003 (Stb. 188)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 16. Wet invoering associate degree-opleiding
Artikel 18.96. Overgangsbepaling instellingscollegegeld premaster
Op een student die, voor het studiejaar waarin artikel I, onderdeel BB, van de Wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een verbeterde regeling voor diverse onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering (Variawet hoger onderwijs) (Stb. 2021, 263) in werking trad, een vergoeding was verschuldigd voor ondersteuning als bedoeld in artikel 7.57i, zoals dit artikel luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, van voornoemde wet, en onafgebroken gebruik blijft maken van deze ondersteuning, blijft artikel 7.57i zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, van voornoemde wet, van toepassing.
Op een student die, voor het studiejaar waarin artikel I, onderdeel W, van de Wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een verbeterde regeling voor diverse onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering (Variawet hoger onderwijs) (Stb. 2021, 263) in werking trad, een vergoeding was verschuldigd voor ondersteuning als bedoeld in artikel 7.49b, derde of vijfde lid, zoals deze leden luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, van voornoemde wet, en onafgebroken gebruik blijft maken van deze ondersteuning, blijft artikel 7.49b, derde of vijfde lid, zoals deze leden luidden onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, van voornoemde wet, van toepassing.
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.25
Onderzoeksgegevens die louter tot stand zijn gekomen met een wetenschappelijk oogmerk of in het kader van onderzoek gericht op de beroepspraktijk en die geen betrekking hebben op de bestuursvoering van een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel a of onderdeel c alsmede op de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, kunnen beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek.
Titel 1. Accreditatieorgaan
Titel 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod
Titel 1. Opleidingen bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Titel 2. Opleidingen rechtspersonen voor hoger onderwijs
Titel 4
Hoofdstuk 7. Onderwijs
Titel 2. Vooropleidingseisen en toelatingseisen
TITEL 2A. VRIJSTELLING VAN HET AFLEGGEN VAN TENTAMENS OP GROND VAN HET BEZIT VAN EEN DIPLOMA BEROEPSONDERWIJS
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
TITEL 2. MEDEZEGGENSCHAP BINNEN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Paragraaf 1a. Onderwijsbeoefening
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 5. Wet van 3 april 2003 (Stb. 188)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 17. Wet accreditatie op maat
Titel 16. Wet invoering associate degree-opleiding
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 17. Wet accreditatie op maat
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.37e. Tijdelijke afwijkende voorwaarde voor inschrijving voor het studiejaar 2022–2023 in verband met COVID-19
Vervallen
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Artikel 9.76
Vervallen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 18. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten vanaf 2002
Titel 7. Wet van 10 december 1998 (Stb. 733)
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Titel 13. Wet van 8 juli 2011 (Stb 368)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 15. Wet van 10 juli 2013 (Stb. 298)
Titel 16. Wet invoering associate degree-opleiding
Titel 17. Wet accreditatie op maat
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 18.97. Beëindiging benoeming leden college van beroep voor het hoger onderwijs
De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel benoemd zijn als lid of plaatsvervangend lid van het college van beroep voor het hoger onderwijs worden van rechtswege beëindigd.
Artikel 18.98. Overdracht aanhangige zaken college van beroep voor het hoger onderwijs aan Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Ten aanzien van de behandeling van beroep dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanhangig is bij het college van beroep voor het hoger onderwijs, treedt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de plaats van het college van beroep voor het hoger onderwijs. De bij het college van beroep voor het hoger onderwijs aanhangige zaken worden van rechtswege, in de stand waarin zij zich bevinden, overgedragen aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van onderscheidenlijk verzet, een verzoek om voorlopige voorziening, een verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade of een verzoek om herziening als bedoeld in onderscheidenlijk artikel 8:55, 8:81, 8:88 of 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel is gedaan bij het college van beroep voor het hoger onderwijs.
Voor de toepassing van de artikelen 8:55 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van uitspraken die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn gedaan door het college van beroep voor het hoger onderwijs, treedt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de plaats van het college van beroep voor het hoger onderwijs.
Artikel 18.99. Overdracht archiefbescheiden college van beroep voor het hoger onderwijs
Onverminderd artikel 18.98, eerste lid, tweede volzin, worden de archiefbescheiden van het college van beroep voor het hoger onderwijs overgedragen aan Onze Minister.
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid. De namen van de privaatrechtelijke rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven, zoals zij luiden op 1 januari 2019.
- a. De openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Delft;
- –. Wageningen;
- –. Eindhoven;
- –. Enschede;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- –. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg;
- –. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- –. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. (vacant)
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Aeres Hogeschool, uitgaande van de Stichting Aeres Groep;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ hogeschool voor de kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Breda University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting Breda University of Applied Sciences;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. De Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogescholen, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Hogeschool, uitgaande van de Stichting HAS Opleidingen te ’s-Hertogenbosch;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool der Kunsten Den Haag, uitgaande van de Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool Viaa, uitgaande van Stichting Hogeschool Viaa;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hotelschool The Hague, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. HZ University of Applied Sciences, uitgaande van de Stichting HZ University of Applied Sciences;
- –. Iselinge Hogeschool, uitgaande van de Stichting Iselinge Hogeschool;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHL Stenden Hogeschool, uitgaande van Stichting NHL Stenden Hogeschool;
- –. Pedagogische Hogeschool de Kempel, uitgaande van de Stichting De Kempel;
- –. Saxion Hogeschool, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Thomas More Hogeschool, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Van Hall Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Zuyd Hogeschool, uitgaande van de Stichting Zuyd Hogeschool.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit, te Amsterdam, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek, te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, te Kampen, uitgaande van de Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt).
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- –. Leiden;
- –. Groningen;
- –. Amsterdam;
- –. Utrecht;
- –. Rotterdam;
- –. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te:
- –. Amsterdam;
- –. Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.26. Verzending berichten aan instellingsbestuur
Artikel 2:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing in het verkeer tussen studenten of ouders en het instellingsbestuur.
Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
Titel 4. Bijzondere bepalingen in verband met het financieel beheer
Titel 5. Subsidiëring academische ziekenhuizen ten behoeve van de educatieve voorziening
Hoofdstuk 5. Accreditatie in het hoger onderwijs
Titel 1. Accreditatieorgaan
Titel 3. Overige bepalingen
Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod
Titel 3. De Registratie instellingen en opleidingen
Titel 4
Hoofdstuk 7. Onderwijs
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Artikel 9.9b. Spoedaanwijzing
Onze Minister kan de raad van toezicht een spoedaanwijzing tot het nemen van een of meer voorlopige maatregelen geven, indien:
- a. een of meer organen van een instelling als bedoeld in artikel 1.8 tekortschieten in de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
- b. uit dat tekortschieten of mede uit dat tekortschieten een wezenlijk vermoeden van wanbeheer als bedoeld in artikel 9.9a, tweede lid, volgt; en
- c. dat is vereist in verband met onverwijlde spoed.
Onze Minister motiveert in de spoedaanwijzing waarom het doel van de spoedaanwijzing niet met een minder zwaar middel kan worden bereikt.
De spoedaanwijzing vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.
De spoedaanwijzing bepaalt de duur waarvoor zij geldt. Deze geldigheidsduur bedraagt ten hoogste zes maanden. Onze Minister kan de geldigheidsduur eenmalig verlengen met ten hoogste zes maanden. Op een verlengingsbesluit is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Voordat Onze Minister een spoedaanwijzing geeft heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 12a van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en daarover een inspectierapport uitgebracht als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit volgt dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid.
Onze Minister informeert de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld nadat toepassing is gegeven aan het eerste lid.
Artikel 9.32a. Onder de aandacht brengen instemmings- of adviesbevoegdheid
Indien het college van bestuur een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan de universiteitsraad, wijst het college de universiteitsraad uitdrukkelijk op haar instemmings- of adviesbevoegdheid.
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Artikel 10.3e1. Spoedaanwijzing
Onze Minister kan de raad van toezicht een spoedaanwijzing tot het nemen van een of meer voorlopige maatregelen geven, indien:
- a. een of meer organen van een instelling als bedoeld in artikel 1.8 tekortschieten in de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
- b. uit dat tekortschieten of mede uit dat tekortschieten een wezenlijk vermoeden van wanbeheer als bedoeld in artikel 10.3e, tweede lid, volgt; en
- c. dat is vereist in verband met onverwijlde spoed.
Onze Minister motiveert in de spoedaanwijzing waarom het doel van de spoedaanwijzing niet met een minder zwaar middel kan worden bereikt.
De spoedaanwijzing vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.
De spoedaanwijzing bepaalt de duur waarvoor zij geldt. Deze geldigheidsduur bedraagt ten hoogste zes maanden. Onze Minister kan de geldingsduur eenmalig verlengen met ten hoogste zes maanden. Op een verlengingsbesluit is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Voordat Onze Minister een spoedaanwijzing geeft heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 12a van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en daarover een inspectierapport uitgebracht als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit volgt dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid.
Onze Minister informeert de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld nadat toepassing is gegeven aan het eerste lid.
Artikel 10.19a. Onder de aandacht brengen instemmings- of adviesbevoegdheid
Indien het college van bestuur een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan de medezeggenschapsraad, wijst het college de medezeggenschapsraad uitdrukkelijk op haar instemmings- of adviesbevoegdheid.
Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
Artikel 11.7b. Spoedaanwijzing
Onze Minister kan de raad van toezicht een spoedaanwijzing tot het nemen van een of meer voorlopige maatregelen geven, indien:
- a. een of meer organen van een instelling als bedoeld in artikel 1.8 tekortschieten in de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
- b. uit dat tekortschieten of mede uit dat tekortschieten een wezenlijk vermoeden van wanbeheer als bedoeld in artikel 11.7a, tweede lid, volgt; en
- c. dat is vereist in verband met onverwijlde spoed.
Onze Minister motiveert in de spoedaanwijzing waarom het doel van de spoedaanwijzing niet met een minder zwaar middel kan worden bereikt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)