Wet van 8 oktober 1992, houdende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Voor de toepassing van artikel 7.8b, vijfde lid, tweede volzin, wordt onder bacheloropleiding mede begrepen de daarmee overeenkomende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 17a.6 of artikel 17a.7.
Artikel 17a.17. Eerste onderwijs- en examenregeling bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17a.2, artikel 17a.2a of artikel 17a.2b stelt uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het studiejaar waarin het onderwijs in de opleiding, bedoeld in dat artikel, voor het eerst wordt verzorgd, de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, voor die opleiding vast.
Voor het studiejaar 2002–2003 is het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 augustus 2002.
Artikel 17a.18. Toegang tot de promotie voor bezitters van een getuigschrift «oude stijl»
Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a.
Artikel 17a.19. Vrijstelling op grond van een kandidaatsgetuigschrift
De bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaats- of afsluitend examen aan een instelling voor hoger onderwijs is vrijgesteld van de vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.24, eerste of tweede lid, onverminderd het derde en vierde lid van dat artikel.
Artikel 17a.20. Handhaving van de titel kandidaat
Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.6 of van een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7 hebben afgelegd.
Artikel 17a.21. Aanmelding voor opleidingen «oude stijl»
Indien ten behoeve van een bepaald studiejaar toepassing is gegeven aan artikel 17a.2, tweede lid, wordt de aanmelding overeenkomstig artikel 7.37, derde lid, met het oog op de inschrijving voor dat studiejaar voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, aangemerkt als aanmelding voor de overeenkomstige bacheloropleiding, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a.
De aanmelding overeenkomstig artikel 7.37, derde lid, met het oog op de inschrijving voor het studiejaar 2002–2003 voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, wordt aangemerkt als aanmelding voor de overeenkomstige bacheloropleiding, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a.
Artikel 17a.22. Beperking inschrijving voor opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Voor de toepassing van de paragrafen 4 en 4a van titel 3 van hoofdstuk 7 wordt onder bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs mede begrepen een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7.
Artikel 17a.23. Opleidingscommissie
De opleidingscommissies, bedoeld in de artikelen 9.18 en 10.3c, zoals die artikelen op 31 augustus 2002 luidden, en in artikel 11.11, zijn mede ingesteld voor de overeenkomstige opleidingen, bedoeld in de artikelen 17a.6 en 17a.7.
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Artikel 17a.24. Bezwaar en beroep
Ten aanzien van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat gericht is tegen een besluit dat voor 1 september 2002 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing.
Artikel 17a.25. Evaluatie
Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002, houdende wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van die wet.
Hoofdstuk 16. Overgangsvoorzieningen onder meer in verband met de invoering van de wet en voorschriften in verband met fusie, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht
Artikel 17b.1. Overgangsbepaling bezwaar en beroep
Op bezwaar en beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 6.16, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, voorzover ingesteld voor dat tijdstip, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 12 september 2002 (Stb. 493) geldende voorschriften van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
Hoofdstuk 16. Overgangsvoorzieningen onder meer in verband met de invoering van de wet en voorschriften in verband met fusie, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht
Artikel 17c.1. Overgangsrecht aanvragen adviescommissie onderwijsaanbod
Aanvragen om een oordeel als bedoeld in artikel 6.3, zoals dat artikel luidde voor inwerkingtreding van de wet van 30 januari 2003 (Stb. 70), die voor 12 september 2002 zijn ingediend bij de adviescommissie onderwijsaanbod en die nog niet voor 12 september 2002 zijn afgehandeld, worden geacht te zijn ingediend bij het accreditatieorgaan.
Hoofdstuk 17d. Overgangsbepalingen van de wet ter uitvoering van de in het wetenschapsbudget 2000 opgenomen voornemens en tot het aanbrengen van een aantal technische wijzigingen
Artikel 17d.1. Eerste toepassing artikel 2.2a op het instellingsplan van de KNAW en de KB
Artikel 2.2a wordt voor het eerst toegepast op het instellingsplan dat het instellingsbestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderscheidenlijk het instellingsbestuur van de Koninklijke Bibliotheek vaststelt in het jaar 2006.
Artikel 17d.2. Overgangsregeling geschillen
Op geschillen betreffende de vaststelling van de rijksbijdrage op grond van artikel 16.26, vierde lid, die tijdig aanhangig zijn of worden gemaakt, blijven de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.
Hoofdstuk 17e. Overgangsrecht Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Artikel 17e.1. Aanmelding en registratie bacheloropleiding klinische technologie in het CROHO 2003–2004
Indien het instellingsbestuur van de openbare universiteit te Enschede voornemens is in het studiejaar 2003–2004 de bacheloropleiding klinische technologie te verzorgen, kan hij die opleiding tot 20 augustus 2003 aanmelden voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004.
Indien het instellingsbestuur de opleiding, bedoeld in het eerste lid, voor registratie heeft aangemeld, registreert de Informatie Beheer Groep deze opleiding overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens.
Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 27 augustus 2003 te voorzien in de ontbrekende gegevens.
De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 27 augustus 2003 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie.
Artikel 17e.2. Accreditatie van rechtswege
Indien de bacheloropleiding klinische technologie met toepassing van artikel 17e.1 is geregistreerd, is aan die opleiding accreditatie verleend tot en met 31 augustus 2007.
Artikel 17e.3. Beperking eerste inschrijving studiejaar 2003–2004 voor de bacheloropleiding klinische technologie o.g.v. de beschikbare onderwijscapaciteit
Indien het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17e.1, met toepassing van artikel 7.53 besluit tot beperking van de eerste inschrijving voor het studiejaar 2003–2004 voor de propedeutische fase van de bacheloropleiding klinische technologie aan die universiteit, bedraagt het aantal personen dat ten hoogste kan worden ingeschreven 50.
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Artikel 17f.1. Overgangsrecht vestigingsplaats opleiding
De gemeente waar een in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, opgenomen opleiding op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321) blijkens dat register wordt verzorgd, is de gemeente waar die opleiding op de datum van inwerkingtreding van die wet is gevestigd.
Indien ten aanzien van een opleiding toepassing is gegeven aan artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), is de desbetreffende gemeente eveneens een gemeente waar die opleiding is gevestigd, voorzover die gemeente op die dag in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs is vermeld.
Artikel 17f.2. Overgangsbepaling verzoek om toestemming
Op de verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, die voor dat tijdstip zijn ingediend, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met h opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel i opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. De openbare hogeschool uitgaande van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen te Emmen, uitgaande van het Openbaar Lichaam Hogeschool Drenthe.
- g. De bijzondere hogeschool te:
- -. Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor Hoger Beroepsonderwijs Noordelijk Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting HES Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging Gerrit Rietveld Academie, Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Kunstonderwijs Oost-Nederland;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Hogeschool Brabant;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer;
- -. Delft, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool van het Koninklijk Nederlands Landbouw Committee;
- -. Deventer, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Diemen, uitgaande van de Stichting voor Protestants-Christelijk en Rooms-Katholiek Hoger Onderwijs te Amsterdam;
- -. Doetinchem, uitgaande van de Stichting Iselinge;
- -. Driebergen, uitgaande van de Stichting Hogeschool "de Horst";
- -. Dronten, uitgaande van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting Christelijke Kweekschool op de Veluwe;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting voor Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- -. Enschede, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Gouda, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag "De Driestar";
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Haagse Hogeschool;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag, Hogeschool voor Bedrijfskunde;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- -. Groningen, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Groningen;
- -. Haarlem, uitgaande van de Stichting Hogeschool Haarlem;
- -. Heerlen, uitgaande van de Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Helmond, uitgaande van de Stichting"De Kempel";
- -. Hengelo, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs 's-Hertogenbosch;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Kampen, uitgaande van de Stichting voor Christelijke Hoger Kunstonderwijs;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Christelijke Hoger (beroeps-)onderwijs in Noord-Nederland;
- -. Leiden, uitgaande van de Stichting Leidse Hogeschool voor Beroepsonderwijs;
- -. Maastricht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Economische Studies Rotterdam;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Muziek en Theater Rotterdam;
- -. Rijswijk, uitgaande van de Stichting Katholiek Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Utrecht;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Domstad;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- -. Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Vlissingen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Diedenoort;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting "STOAS";
- -. Zeist, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5a.3a. Vergaderingen accreditatieorgaan
Vervallen
Artikel 5a.6a. Inrichting begroting
Vervallen
Artikel 5a.6b. Financiële middelen
Vervallen
Artikel 5a.6c. Voorafgaande instemming
Vervallen
Artikel 5a.6d. Egalisatiereserve
Vervallen
Artikel 5a.7a. Jaarrekening
Vervallen
Artikel 5a.7b. Inrichting jaarrekening
Vervallen
Titel 2. Accreditatie en toets nieuwe opleiding
Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod
Titel 2a. Instellingstoets kwaliteitszorg
Titel 6. Instellingstoets kwaliteitszorg en erkenning ITK
Titel 2a. Instellingstoets kwaliteitszorg
Titel 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5a. Accreditatie in het hoger onderwijs
Titel 1. Accreditatieorgaan
Paragraaf 1. Het onderwijs en de examens
Paragraaf 2. Vestigingsplaats opleiding
Paragraaf 3. De promoties
Paragraaf 4. Graden en titulatuur
Titel 2. Vooropleidingseisen en toelatingseisen
Paragraaf 1. Vooropleidingseisen bacheloropleidingen
Paragraaf 3. De promoties
TITEL 2A. VRIJSTELLING VAN HET AFLEGGEN VAN TENTAMENS OP GROND VAN HET BEZIT VAN EEN DIPLOMA BEROEPSONDERWIJS
Titel 1. Het onderwijs, de examens en de promoties
Paragraaf 1. Het onderwijs en de examens
Paragraaf 4. Graden en titulatuur
Paragraaf 1. Vooropleidingseisen associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen
Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen inschrijving
Paragraaf 2. Toelatingseisen masteropleidingen
Paragraaf 1. Aanmelding, studiekeuzeactiviteiten en studiekeuzeadvies
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Paragraaf 2. Vestigingsplaats opleiding
Paragraaf 3. De promoties
Paragraaf 4a. Regels voor de selectie van studenten voor opleidingen met een toelatingsbeperking
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 9. Het bestuur en de inrichting van de universiteiten
Titel 2. Vooropleidingseisen en toelatingseisen
Paragraaf 1. Vooropleidingseisen associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen
Paragraaf 2. Toelatingseisen masteropleidingen
Paragraaf 1. Aanmelding, studiekeuzeactiviteiten en studiekeuzeadvies
Paragraaf 2b. Financiële ondersteuning door Onze minister
Paragraaf 1a. Inschrijving
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 2. College van beroep voor de examens; geschillenadviescommissie
Paragraaf 2. Eigen bijdragen
Paragraaf 2. College van beroep voor de examens; geschillenadviescommissie
Paragraaf 2b. Financiële ondersteuning door Onze Minister
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
TITEL 2. MEDEZEGGENSCHAP BINNEN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 4. Colleges van beroep bijzonder onderwijs
Paragraaf 3. Onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.81
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Paragraaf 1. Toegankelijke faciliteit; klachten
Paragraaf 3. Beroep op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Paragraaf 3. Beroep op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Paragraaf 4. Colleges van beroep bijzonder onderwijs
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van hogescholen zonder rechtspersoonlijkheid
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
Paragraaf 3. Onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Paragraaf 1. Het bestuur van de Open Universiteit
Paragraaf 1. Medezeggenschap binnen de universiteit
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Paragraaf 4. Overige bepalingen
Paragraaf 4. Overige bepalingen
Paragraaf 2. De bijzondere leerstoelen
Titel 2. Het gemeenschappelijk beleidsorgaan
Titel 3. Medezeggenschap
Titel 3. Medezeggenschap
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Titel 2. Het gemeenschappelijk beleidsorgaan
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van hogescholen
Titel 3. Het gemeenschappelijk uitvoeringsorgaan
Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 3. De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten
Paragraaf 3. Schorsing en vernietiging van besluiten
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Titel 3. Het gemeenschappelijk uitvoeringsorgaan
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Hoofdstuk 17a. Overgangs- en invoeringsbepalingen van de wet betreffende de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs
Titel 3. Het gemeenschappelijk uitvoeringsorgaan
Paragraaf 3. De bijzondere academische ziekenhuizen
Paragraaf 3. De bijzondere academische ziekenhuizen
Paragraaf 7. Bijdragen uit ’s Rijks kas voor theologisch en levensbeschouwelijk onderwijs
Paragraaf 1. Onderwijsbevoegdheden en rechtspositie
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Artikel 17a.15b. Overgansrecht accreditatieplicht voor internationale opleidingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Paragraaf 1. Onderwijsbevoegdheden en rechtspositie
Paragraaf 1. Onderwijsbevoegdheden en rechtspositie
Hoofdstuk 17b. Overgangsbepaling van de Wet betreffende onder meer de uitvoering van de in de nota «Zicht op kwaliteit» aangekondigde maatregelen
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 17e. Overgangsrecht Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Hoofdstuk 17f. Overgangsrecht wet van 24 juni 2004 (stb. 321)
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met h opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel i opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. De openbare hogeschool uitgaande van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen te Emmen, uitgaande van het Openbaar Lichaam Hogeschool Drenthe.
- g. De bijzondere hogeschool te:
- -. Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor Hoger Beroepsonderwijs Noordelijk Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting HES Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging Gerrit Rietveld Academie, Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Kunstonderwijs Oost-Nederland;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Hogeschool Brabant;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer;
- -. Delft, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool van het Koninklijk Nederlands Landbouw Committee;
- -. Deventer, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Diemen, uitgaande van de Stichting voor Protestants-Christelijk en Rooms-Katholiek Hoger Onderwijs te Amsterdam;
- -. Doetinchem, uitgaande van de Stichting Iselinge;
- -. Driebergen, uitgaande van de Stichting Hogeschool "de Horst";
- -. Dronten, uitgaande van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting Christelijke Kweekschool op de Veluwe;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting voor Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- -. Enschede, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Gouda, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag "De Driestar";
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Haagse Hogeschool;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag, Hogeschool voor Bedrijfskunde;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- -. Groningen, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Groningen;
- -. Haarlem, uitgaande van de Stichting Hogeschool Haarlem;
- -. Heerlen, uitgaande van de Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Helmond, uitgaande van de Stichting"De Kempel";
- -. Hengelo, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs 's-Hertogenbosch;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Kampen, uitgaande van de Stichting voor Christelijke Hoger Kunstonderwijs;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Christelijke Hoger (beroeps-)onderwijs in Noord-Nederland;
- -. Leiden, uitgaande van de Stichting Leidse Hogeschool voor Beroepsonderwijs;
- -. Maastricht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Economische Studies Rotterdam;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Muziek en Theater Rotterdam;
- -. Rijswijk, uitgaande van de Stichting Katholiek Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Utrecht;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Domstad;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- -. Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Vlissingen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Diedenoort;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting "STOAS";
- -. Zeist, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 18. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten vanaf 2002
Titel 3. Het gemeenschappelijk uitvoeringsorgaan
Artikel 18.1. Overgangsrecht begroting accreditatieorgaan
Vervallen
Artikel 18.2. Aanpassing Registratie instellingen en opleidingen
Het instellingsbestuur meldt uiterlijk 30 dagen na de dag van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) aan Onze Minister, wanneer de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, van een opleiding voor het laatst heeft plaatsgevonden.
Onze Minister maakt de uit de artikelen 18.27 tot en met 18.30 voortvloeiende wijzigingen in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13, bekend binnen vier maanden na de dag van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302). Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 18.3. Overgangsrecht onderzoek op grond van artikel 1.18, tweede lid
Vervallen
Artikel 18.4. Bezwaar en beroep
Vervallen
Artikel 18.5. Evaluatie accreditatie in het hoger onderwijs
Vervallen
Artikel 18.6. Beëindiging mogelijkheid tot instelling van nieuwe ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 18.7. Instelling van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 18.8. Instelling van brede bacheloropleidingen
Vervallen
Artikel 18.9. Instelling van masteropleidingen tot leraar periode voorbereidend hoger onderwijs
Vervallen
Artikel 18.10. Instemmingsbevoegdheid invoeringsdatum bachelor-masterstructuur
Vervallen
Artikel 18.11. Registratieprocedure voor het studiejaar 2002–2003; bekendmaking van het CROHO invoering bachelor-masterstructuur
Vervallen
Artikel 18.12. Registratieprocedure voor het studiejaar 2003–2004; bekendmaking van wijzigingen in het CROHO 2003–2004
Vervallen
Artikel 18.13. Registratieprocedure voor het studiejaar 2004–2005 en latere studiejaren
Vervallen
Artikel 18.14. Opleidingen in afbouw
Vervallen
Artikel 18.15. Voortzetting van bestaande ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit.
Artikel 18.16. Voortzetting van bestaande universitaire lerarenopleidingen
Vervallen
Artikel 18.17. Gevolgen beëindiging van de ongedeelde opleidingenstructuur
Vervallen
Artikel 18.18. Toepasselijke voorschriften; aanvullende voorschriften
Vervallen
Artikel 18.19. Omzetting van rechtswege van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs
De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a.
Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld.
Artikel 18.20. Voortzetting van bestaande voortgezette opleidingen in het hoger beroepsonderwijs
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 18.15, tweede en derde volzin, is van toepassing.
Met ingang van het tijdstip, vastgesteld bij het in het eerste lid bedoelde koninklijk besluit, worden geen studenten of extraneï voor de eerste maal voor de propedeutische fase van een opleiding als bedoeld in dit artikel ingeschreven.
Het in het eerste lid bedoelde tijdstip kan voor de onderscheiden opleidingen verschillend worden bepaald.
Artikel 18.21. Gevolgen beëindiging van opleidingen; toepasselijke voorschriften
Vervallen
Artikel 18.22. Registratieprocedure; bekendmaking van wijzigingen in het CROHO 2002–2003
Vervallen
Artikel 18.23. Invoering studiepunten «nieuwe stijl» voor bachelor- en masteropleidingen en gehandhaafde opleidingen
Vervallen
Artikel 18.24. Wijziging onderwijs- en examenregeling
Vervallen
Artikel 18.25. Omrekenfactor voor omzetting studiepunten; afronding
Vervallen
Artikel 18.26. Omzetting studiepunten
Vervallen
Artikel 18.27. Overgangsrecht accreditatieplicht voor bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 18.28. Overgangsrecht accreditatieplicht voor ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 18.29. Overgangsrecht accreditatieplicht voor bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs
Aan de bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:
- a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of
- b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens de Registratie instellingen en opleidingen zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.
Artikel 18.30. Overgangsrecht accreditatieplicht voor voortgezette opleidingen in het hoger beroepsonderwijs
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:
- a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of
- b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens de Registratie instellingen en opleidingen zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.
Artikel 18.31. Overgangsrecht bevoegdheden minister voor opleidingen waaraan accreditatie ingevolge de wet is verbonden
Op opleidingen waaraan op grond van de artikelen 18.27, 18.28, 18.29 of 18.30, accreditatie is verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 6.5, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 6.6, eerste lid, en 6.10, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, zoals die artikelen van toepassing waren op 25 september 2003.
Artikel 18.32. Overgansrecht accreditatieplicht voor internationale opleidingen
Vervallen
Artikel 18.33. Afwijzing na bindend studieadvies
Voor de toepassing van artikel 7.8b, vijfde lid, tweede volzin, wordt onder bacheloropleiding mede begrepen de daarmee overeenkomende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 18.14 of artikel 18.15.
Artikel 18.34. Overgangsrecht graadverlening aan afgestudeerden van internationale opleidingen
Vervallen
Artikel 18.35. Overgangsrecht graadverlening aan afgestudeerden van universitaire lerarenopleidingen
Vervallen
Artikel 18.36. Eerste onderwijs- en examenregeling bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 18.37. Toegang tot de promotie voor bezitters van een getuigschrift «oude stijl»
Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a.
Artikel 18.38. Vrijstelling op grond van een kandidaatsgetuigschrift
De bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaats- of afsluitend examen aan een instelling voor hoger onderwijs is vrijgesteld van de vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.24, eerste of tweede lid, onverminderd het derde lid van dat artikel.
Artikel 18.39. Handhaving van de titel kandidaat
Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 18.14 of van een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 hebben afgelegd.
Artikel 18.40. Handhaving titel Bachelor voor afgestudeerden hbo «nieuwe stijl»
Degene die voorafgaand aan het studiejaar 2002–2003 een aanvang heeft gemaakt met een opleiding in het hoger beroepsonderwijs en aan wie na 31 augustus 2002 doch voor 1 september 2006 op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs de graad Bachelor is verleend, is tevens gerechtigd tot het voeren van de titel Bachelor overeenkomstig artikel 7.21, tweede en derde lid, zoals die bepalingen op 31 augustus 2002 luidden.
Artikel 18.41. Aanmelding voor opleidingen «oude stijl»
Vervallen
Artikel 18.42. Beperking inschrijving voor opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 18.43. Opleidingscommissie
Vervallen
Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Artikel 18.44. Bezwaar en beroep
Vervallen
Artikel 18.45. Evaluatie
Vervallen
Titel 2. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 303)
Artikel 18.46. Overgangsbepaling bezwaar en beroep
Vervallen
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Artikel 18.47. Overgangsrecht aanvragen adviescommissie onderwijsaanbod
Vervallen
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Artikel 18.48. Eerste toepassing artikel 2.2a op het instellingsplan van de KNAW en de KB
Artikel 2.2a wordt voor het eerst toegepast op het instellingsplan dat het instellingsbestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderscheidenlijk het instellingsbestuur van de Koninklijke Bibliotheek vaststelt in het jaar 2006.
Artikel 18.49. Overgangsregeling geschillen
Op geschillen betreffende de vaststelling van de rijksbijdrage op grond van artikel 16.26, vierde lid, die tijdig aanhangig zijn of worden gemaakt, blijven de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.
Titel 1. Wet van 25 januari 1996 (Stb. 172)
Artikel 18.50. Aanmelding en registratie bacheloropleiding klinische technologie in het CROHO 2003–2004
Vervallen
Artikel 18.51. Accreditatie van rechtswege
Vervallen
Artikel 18.52. Beperking eerste inschrijving studiejaar 2003–2004 voor de bacheloropleiding klinische technologie o.g.v. de beschikbare onderwijscapaciteit
Vervallen
Titel 1. Wet van 25 januari 1996 (Stb. 172)
Artikel 18.53. Overgangsrecht vestigingsplaats opleiding
De gemeente waar een in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13, opgenomen opleiding op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321) blijkens dat register wordt verzorgd, is de gemeente waar die opleiding op de datum van inwerkingtreding van die wet is gevestigd.
Indien ten aanzien van een opleiding toepassing is gegeven aan artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), is de desbetreffende gemeente eveneens een gemeente waar die opleiding is gevestigd, voorzover die gemeente op die dag in de Registratie instellingen en opleidingen is vermeld.
Artikel 18.54. Overgangsbepaling verzoek om toestemming
Op de verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, die voor dat tijdstip zijn ingediend, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Artikel 19.1. Evaluatie
Onze Minister brengt vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet verslag uit over de werking ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Artikel 19.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
Artikel 19.3. Citeertitel
Deze wet kan worden aangehaald als "Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek".
Artikel 7.37a. Afwijkende voorwaarde voor inschrijving in het studiejaar 2005–2006 en de volgende studiejaren
In afwijking van artikel 7.37, eerste lid, staat de inschrijving voor een opleiding die is aangewezen op grond van artikel 6 of artikel 8 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing, eveneens open voor degene die voldoet aan de in die artikelen bedoelde eisen.
Artikel 7.37b. Aanvullende voorwaarde voor inschrijving in het studiejaar 2005–2006 en de volgende studiejaren
In afwijking van artikel 7.37, eerste lid, staat de inschrijving voor een opleiding die is aangewezen op grond van artikel 7 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing, in voorkomende gevallen in verband met het deelnemen aan een experimenteel programma, slechts open voor degene die tevens voldoet aan de in dat artikel bedoelde eisen.
Paragraaf 1. Vooropleidingseisen bacheloropleidingen
Artikel 7.43a. Collegegeld voor bepaalde voltijdse opleidingen in het studiejaar 2005–2006 en de volgende studiejaren
Het instellingsbestuur stelt in afwijking van artikel 7.43 voor een opleiding die of voor een experimenteel programma dat is aangewezen op grond van artikel 9 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing, een collegegeld vast. Het collegegeld bedraagt ten hoogste vijf keer het collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, eerste lid.
Het instellingsbestuur draagt tijdig voor de aanvang van het studiejaar zorg voor openbaarmaking van het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag.
Indien het eerste lid voor een opleiding toepassing heeft gevonden, komt het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde collegegeld in de plaats van het collegegeld, genoemd in artikel 7.43, eerste lid.
Artikel 7.43, vierde lid met uitzondering van de vijfde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7.47, tweede lid, is van toepassing.
Artikel 7.49a. Vergoeding voor premasters en educatieve modules
Het instellingsbestuur kan voor het aanbieden van een premaster en een educatieve module een vergoeding vragen.
Een student die gebruik maakt van een premaster of een educatieve module, terwijl hij een opleiding volgt waarvoor hij wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, verschuldigd is, wordt vrijgesteld van het betalen van een vergoeding voor de premaster onderscheidenlijk de educatieve module.
Een student die gebruik maakt van een premaster of een educatieve module en, in afwijking van artikel 7.32, derde lid, alleen met dat oogmerk is ingeschreven voor een opleiding, betaalt gedurende de periode van de premaster of de educatieve module in plaats van collegegeld een vergoeding voor de premaster onderscheidenlijk de educatieve module.
Paragraaf 3. Centraal register inschrijving hoger onderwijs
Paragraaf 1a. Inschrijving
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Paragraaf 3. De promoties
Paragraaf 1. Vooropleidingseisen associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen
Paragraaf 3. Colleges van beroep bijzonder onderwijs
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 2. College van beroep voor het hoger onderwijs
Paragraaf 1. Toegankelijke faciliteit; klachten
Paragraaf 2b. Financiële ondersteuning door Onze minister
Paragraaf 2. Eigen bijdragen
TITEL 2. MEDEZEGGENSCHAP BINNEN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 4a. Regels voor de selectie van studenten voor opleidingen met een toelatingsbeperking
Paragraaf 2. Eigen bijdragen
Paragraaf 1. Toegankelijke faciliteit; klachten
Paragraaf 2a. Studentenondersteuningsfonds
Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen inschrijving
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 2b. Financiële ondersteuning door Onze Minister
Paragraaf 2b. Financiële ondersteuning door Onze Minister
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.80
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Titel 4. Bijzonder onderwijs aan universiteiten
Paragraaf 3. College van beroep voor het hoger onderwijs
Paragraaf 3. Beroep op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Paragraaf 4. Colleges van beroep bijzonder onderwijs
Paragraaf 2. Medezeggenschap binnen de faculteit
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
Paragraaf 4. Schorsing en vernietiging besluiten faculteit en voorziening bij verwaarlozing bestuur faculteit
Paragraaf 1. Medezeggenschap binnen de universiteit
Paragraaf 1. Medezeggenschap binnen de universiteit
Paragraaf 2. Medezeggenschap binnen de faculteit
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Paragraaf 5. Medezeggenschap binnen onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Paragraaf 5. Medezeggenschap binnen onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Titel 3. Het gemeenschappelijk uitvoeringsorgaan
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van hogescholen
Titel 2. Het gemeenschappelijk beleidsorgaan
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Titel 3. Medezeggenschap
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Titel 3. Medezeggenschap
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 3. Schorsing en vernietiging van besluiten
Paragraaf 2. Onderwijs
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van de Koninklijke Bibliotheek
Titel 3. Overige bepalingen
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Paragraaf 3. De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten
Paragraaf 6. Rechtsbescherming
Paragraaf 5. Invoering studiepuntensysteem «nieuwe stijl»
Paragraaf 1. Onderwijsbevoegdheden en rechtspositie
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 3. Getuigschriften en titulatuur
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 1. Wet van 25 januari 1996 (Stb. 172)
Titel 3. Wet van 4 juli 1996 (Stb. 434)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met h opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel i opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. De openbare hogeschool uitgaande van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen te Emmen, uitgaande van het Openbaar Lichaam Hogeschool Drenthe.
- g. De bijzondere hogeschool te:
- -. Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor Hoger Beroepsonderwijs Noordelijk Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting HES Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging Gerrit Rietveld Academie, Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Kunstonderwijs Oost-Nederland;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Hogeschool Brabant;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer;
- -. Delft, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool van het Koninklijk Nederlands Landbouw Committee;
- -. Deventer, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Diemen, uitgaande van de Stichting voor Protestants-Christelijk en Rooms-Katholiek Hoger Onderwijs te Amsterdam;
- -. Doetinchem, uitgaande van de Stichting Iselinge;
- -. Driebergen, uitgaande van de Stichting Hogeschool "de Horst";
- -. Dronten, uitgaande van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting Christelijke Kweekschool op de Veluwe;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting voor Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- -. Enschede, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Gouda, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag "De Driestar";
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Haagse Hogeschool;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag, Hogeschool voor Bedrijfskunde;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- -. Groningen, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Groningen;
- -. Haarlem, uitgaande van de Stichting Hogeschool Haarlem;
- -. Heerlen, uitgaande van de Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Helmond, uitgaande van de Stichting"De Kempel";
- -. Hengelo, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs 's-Hertogenbosch;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Kampen, uitgaande van de Stichting voor Christelijke Hoger Kunstonderwijs;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Christelijke Hoger (beroeps-)onderwijs in Noord-Nederland;
- -. Leiden, uitgaande van de Stichting Leidse Hogeschool voor Beroepsonderwijs;
- -. Maastricht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Economische Studies Rotterdam;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Muziek en Theater Rotterdam;
- -. Rijswijk, uitgaande van de Stichting Katholiek Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Utrecht;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Domstad;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- -. Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Vlissingen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Diedenoort;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting "STOAS";
- -. Zeist, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- -. Zwolle, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Titel 3. Het gemeenschappelijk uitvoeringsorgaan
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 1. Onderwijsbevoegdheden en rechtspositie
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 1. Wet van 25 januari 1996 (Stb. 172)
Titel 2. Wet van 28 maart 1996 (Stb. 226)
Titel 4. Wet van 10 april 1997 (Stb. 162)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met h opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel i opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. De openbare hogeschool uitgaande van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen te Emmen, uitgaande van het Openbaar Lichaam Hogeschool Drenthe.
- g. De bijzondere hogeschool te:
- -. Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor Hoger Beroepsonderwijs Noordelijk Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting HES Amsterdam;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging Gerrit Rietveld Academie, Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Kunstonderwijs Oost-Nederland;
- -. Arnhem, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Hogeschool Brabant;
- -. Breda, uitgaande van de Stichting Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer;
- -. Delft, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool van het Koninklijk Nederlands Landbouw Committee;
- -. Deventer, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Diemen, uitgaande van de Stichting voor Protestants-Christelijk en Rooms-Katholiek Hoger Onderwijs te Amsterdam;
- -. Doetinchem, uitgaande van de Stichting Iselinge;
- -. Driebergen, uitgaande van de Stichting Hogeschool "de Horst";
- -. Dronten, uitgaande van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting Christelijke Kweekschool op de Veluwe;
- -. Ede, uitgaande van de Stichting voor Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde grondslag;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, aan te duiden als de Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Eindhoven, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- -. Enschede, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Oost-Nederland;
- -. Gouda, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag "De Driestar";
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Haagse Hogeschool;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag, Hogeschool voor Bedrijfskunde;
- -. 's-Gravenhage, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- -. Groningen, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Groningen;
- -. Haarlem, uitgaande van de Stichting Hogeschool Haarlem;
- -. Heerlen, uitgaande van de Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Helmond, uitgaande van de Stichting"De Kempel";
- -. Hengelo, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs 's-Hertogenbosch;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- -. 's-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Kampen, uitgaande van de Stichting voor Christelijke Hoger Kunstonderwijs;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- -. Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Christelijke Hoger (beroeps-)onderwijs in Noord-Nederland;
- -. Leiden, uitgaande van de Stichting Leidse Hogeschool voor Beroepsonderwijs;
- -. Maastricht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Limburg/Maastricht;
- -. Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Economische Studies Rotterdam;
- -. Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor Muziek en Theater Rotterdam;
- -. Rijswijk, uitgaande van de Stichting Katholiek Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland;
- -. Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Utrecht;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool voor de Kunsten
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Domstad;
- -. Utrecht, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijk Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- -. Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- -. Vlissingen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting Hogeschool Diedenoort;
- -. Wageningen, uitgaande van de Stichting "STOAS";
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)