Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 23 december 1994, tot vaststelling van het uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
41 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2025-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2024-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2023-12-28
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2023-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 16
2022-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2021-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 16
2021-04-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2021-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2020-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2019-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2018-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2017-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2016-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 16
2015-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2014-04-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2014-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2013-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 27
2013-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 27
2012-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2011-03-05
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2011-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2010-12-29
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2010-10-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2010-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2009-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 5, 5, 6 y 13
2008-08-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 5, 5, 6 y 13
2008-07-11
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 5, 5, 6 y 13
2008-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2007-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2006-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2005-07-27
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2005-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 2, 4, 4
2004-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2003-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2003-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2002-10-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4, 10
2002-05-08
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 2, 4 y 3 m
2002-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 2, 4 y 8 m
Wijzigingen op 2002-01-01
@@ -347,687 +347,3 @@
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 8ab
1. De tarieven voor zakelijk verbruik, bedoeld in [artikel 36i, eerste lid, onderdelen d en g, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i), zijn van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die het aardgas of de elektriciteit aan hem levert, dat het verbruik van dat aardgas of die elektriciteit zakelijk verbruik betreft als bedoeld in [artikel 36i, negende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i).
2. De verbruiker dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van het tarief voor zakelijk verbruik van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. ter vaststelling van de hoeveelheid aardgas of elektriciteit waarop de tarieven bedoeld in het eerste lid zien, deze hoeveelheid te meten met behulp van meters indien het aardgas of de elektriciteit mede betrokken wordt voor niet-zakelijk verbruik als bedoeld in [artikel 36i, tiende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i).
3. Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, worden onmiddellijk gemeld aan degene die het aardgas of de elektriciteit levert.
4. Het schijventarief, bedoeld in [artikel 36i, zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i) is van toepassing indien de belastingplichtige aan de inspecteur een verklaring heeft overgelegd dat hij de groencertificaten, bedoeld in [artikel 36i, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i), heeft gebruikt voor toepassing van [artikel 36i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i) als bedoeld in [artikel 6, zesde lid, van de Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012463&artikel=6).
5. De in het vierde lid bedoelde verklaring kan achterwege blijven indien de administratie van de belastingplichtige zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens omtrent alle voor de toepassing van het schijventarief van belang zijnde bedrijfshandelingen zijn opgenomen. Daarin moeten in ieder geval alle van belang zijnde gegevens zijn opgenomen omtrent de in het vierde lid bedoelde groencertificaten.
6. Het schijventarief, bedoeld in [artikel 36i, zevende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36i) is van toepassing indien de administratie van de belastingplichtige zodanig is ingericht, dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens omtrent alle voor de toepassing van het schijventarief van belang zijnde bedrijfshandelingen zijn opgenomen.
##### Artikel 8ac
In de gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen, dient bij de berekening van het voorschot naar evenredigheid rekening te worden gehouden met de belastingvermindering, bedoeld in [artikel 36**j**, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36j).
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 8ad
In de gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen, dient bij de berekening van het voorschot naar evenredigheid rekening te worden gehouden met de belastingvermindering, bedoeld in [artikel 36j, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36j).
### Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
### Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
##### Artikel 13
De in [artikel 33, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=33) bedoelde personen of publiekrechtelijke lichamen richten hun administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van kolen van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
##### Artikel 14
1. Het brengen, bedoeld in [artikel 35, tweede lid, onderdelen a en d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), van kolen vanuit een derde land of vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een inrichting, alsmede het brengen, bedoeld in [artikel 35, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), van kolen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling naar een inrichting, wordt bij het aangeven voor het vrije verkeer van de kolen op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=2), aangetoond met een vervoersopdracht. De vervoersopdracht wordt opgemaakt door de vergunninghouder van de inrichting waarnaar de kolen worden overgebracht, dan wel in diens opdracht.
2. Op de in het eerste lid bedoelde vervoersopdracht wordt een verklaring gesteld van de vergunninghouder van de inrichting waarnaar de kolen zullen worden overgebracht dat de kolen worden overgebracht naar zijn inrichting en in de administratie van zijn inrichting worden opgenomen.
3. De in het eerste lid bedoelde kolen moeten hun bestemming hebben bereikt binnen één maand na het tijdstip waarop de vereiste aangifte op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=2), is gedaan.
##### Artikel 15
Het brengen, bedoeld in [artikel 35, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), van kolen vanuit een derde land naar een plaats voor tijdelijke opslag, het in Nederland plaatsen onder een communautaire douaneregeling van vanuit een derde land binnengebrachte kolen, bedoeld in [artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), alsmede het onder ambtelijk toezicht vernietigen van kolen die onder een communautaire douaneregeling zijn geplaatst, bedoeld in [artikel 35, derde lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), geschiedt met inachtneming van de formaliteiten die op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=2), moeten worden vervuld.
##### Artikel 16
1. In de vervoersopdracht, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=14&z=2008-01-01&g=2008-01-01), worden vermeld:
- a. de naam en het adres van degene die de vervoersopdracht opmaakt dan wel van degene in wiens opdracht zij wordt opgemaakt;
- b. de naam en het adres van degene die de kolen overbrengt;
- c. de naam en het adres van de vergunninghouder van de inrichting waarnaar de kolen worden overgebracht en het adres van die inrichting;
- d. de hoeveelheid kolen, en
- e. de datum waarop de overbrenging van de kolen aanvangt.
2. De vervoersopdracht is gedagtekend en ondertekend.
3. Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid vergunninghouder is van een inrichting, wordt tevens het nummer van zijn vergunning vermeld.
4. De vergunninghouder van de inrichting die de vervoersopdracht heeft opgemaakt of heeft doen opmaken, bewaart afschriften van de vervoersopdrachten op overzichtelijke wijze bij zijn administratie.
##### Artikel 17
1. De vrijstellingen, bedoeld in [artikel 44, eerste, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44), worden verleend, indien:
- a. degene die de kolen gebruikt, verklaart dat de aan hem te leveren kolen worden gebruikt op de in [artikel 44, eerste, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44) bedoelde wijze;
- b. de verklaring geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de inrichting opgesteld bescheid in geval van uitslag of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid in geval van invoer;
- c. degene die de kolen gebruikt, de verklaring heeft ondertekend, en
- d. de verklaring op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de inrichting in geval van uitslag en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, in geval van invoer.
2. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 44, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44), wordt niet verleend indien de kolen worden gebruikt in een installatie voor het opwekken van elektriciteit met een elektrisch vermogen van minder dan 60 kW.
3. Degene die de kolen gebruikt, richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de vrijstellingen, bedoeld in [artikel 44, eerste, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44), van belang zijnde bedrijfshandelingen.
##### Artikel 18
1. Het tijdvak waarover een teruggaaf van belasting als bedoeld in [artikel 45, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=45), wordt verleend is het kalenderkwartaal. De inspecteur kan op verzoek een ander tijdvak aanwijzen.
2. Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken:
- a. na het einde van het in het eerste lid bedoelde tijdvak waarin de kolen zijn gebruikt op een in [artikel 44, eerste tot en met derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44) bedoelde wijze;
- b. nadat de kolen de in [artikel 45, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=45) bedoelde bestemming hebben gevolgd.
3. Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfactuur en de van belang zijnde gegevens over de bestemming van de kolen waarop de teruggaaf betrekking heeft overgelegd.
4. [Artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=17&z=2008-01-01&g=2008-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in [artikel 44, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44).
5. De administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
##### Artikel 19
1. Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in [artikel 54, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=54), bevat de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de verzoeker;
- b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal-vertegenwoordigerschap;
- c. naam en adres van de degene die de levering aan de verbruiker verricht en die niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering wordt verricht (in dit artikel: buitenlandse leverancier).
2. Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker:
- a. in Nederland woont of is gevestigd;
- b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen dan wel douane onherroepelijk is veroordeeld;
- c. een administratie voert die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- d. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is.
3. De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle leveringen als bedoeld in [artikel 54, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=54). De inspecteur kan op verzoek hiervan afwijken.
4. De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen:
- a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de buitenlandse leverancier;
- b. op verzoek van de buitenlandse leverancier;
- c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de aan de vergunning gebonden voorwaarden.
De buitenlandse leverancier wordt van de intrekking van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust.
##### Artikel 20
1. De tarieven voor zakelijk verbruik, bedoeld in [artikel 59, eerste lid, onderdelen a en c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59), zijn van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die het aardgas of de elektriciteit aan hem levert, dat het verbruik van dat aardgas of die elektriciteit zakelijk verbruik betreft als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel t, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47).
2. De verbruiker dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van het tarief voor zakelijk verbruik van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. ter vaststelling van de hoeveelheid aardgas of elektriciteit waarop de tarieven bedoeld in het eerste lid zien, deze hoeveelheid te meten met behulp van meters indien het aardgas of de elektriciteit mede betrokken wordt voor niet-zakelijk verbruik als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel u, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47).
3. Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, worden onmiddellijk gemeld aan degene die het aardgas of de elektriciteit levert.
##### Artikel 21
1. Het tarief als bedoeld in [artikel 59, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) is van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die het aardgas aan hem levert, dat het aardgas uitsluitend wordt aangewend in een CNG-vulstation.
2. De verbruiker dient overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde verklaring te handelen. Indien niet meer overeenkomstig de verklaring gehandeld wordt, meldt de verbruiker dat onmiddellijk aan degene die het aardgas levert.
##### Artikel 22
1. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien degene die aardgas of elektriciteit gebruikt, een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas of die elektriciteit aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas of die elektriciteit gebruikt op een in [artikel 64, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde wijze.
2. Geen vrijstelling wordt verleend indien de in [artikel 64, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde installatie een elektrisch vermogen heeft van minder dan 60 kW.
3. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien degene die de elektriciteit gebruikt een verklaring heeft overgelegd aan degene die die elektriciteit aan hem heeft geleverd, dat hij die elektriciteit gebruikt op de in [artikel 64, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde wijze.
4. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien degene die het aardgas gebruikt een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de in [artikel 64, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde wijze.
5. Degene die aardgas of elektriciteit gebruikt op een wijze waarvoor een vrijstelling als bedoeld in [artikel 64, eerste, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) wordt verleend dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de desbetreffende vrijstelling van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. ter vaststelling van de hoeveelheid product waarop de vrijstelling ziet, deze hoeveelheid te meten met behulp van meters indien het desbetreffende product mede betrokken wordt voor andere doeleinden.
6. Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van een vrijstelling als bedoeld in [artikel 64, eerste, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) worden onmiddellijk gemeld aan degene die het aardgas of de elektriciteit levert.
##### Artikel 23
1. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 66, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66) kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand, en dient uiterlijk te worden gedaan binnen dertien weken na het einde van het kalenderjaar.
2. De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
##### Artikel 24
1. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 67, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode.
2. Ter vaststelling van de hoeveelheid verbruikte warmte meet de gebruiker van de onroerende zaak deze hoeveelheid met behulp van een warmtehoeveelheidsmeter.
3. Bij het verzoek om de in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt de afrekening overgelegd die door de exploitant van de installatie voor blokverwarming of in diens opdracht is opgemaakt.
##### Artikel 25
1. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 68, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, en wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode.
2. De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
3. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 68, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, en wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode.
##### Artikel 26
1. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 69, eerste tot en met derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode.
2. De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de eindfactuur wordt overgelegd.
##### Artikel 27
1. Het tijdvak waarover een teruggaaf van belasting als bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) wordt verleend is het kalenderkwartaal. De inspecteur kan op verzoek een ander tijdvak aanwijzen.
2. Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken na het einde van het in het eerste lid bedoelde tijdvak waarin het aardgas of de elektriciteit is gebruikt op een in [artikel 64, eerste, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde wijze.
3. Teruggaaf wordt alleen verleend indien de aankoopfactuur en de van belang zijnde gegevens en verklaringen over de bestemming van het aardgas of de elektriciteit waarop de teruggaaf betrekking heeft, worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
4. [Artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2008-01-01&g=2008-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in [artikel 70, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70).
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 28
(gereserveerd)
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
##### Artikel 29
1. De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in [artikel 27, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=27), en [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=II&artikel=2&z=2008-01-01&g=2008-01-01), bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
3. Indien de inspecteur de beschikking niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan geven, stelt hij de belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de beschikking wel zal worden gegeven.
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
##### Artikel 30
Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de [Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168), waarin dit besluit zijn grondslag vindt, in werking treden.
##### Artikel 31
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 27a
1. Een verzoek om teruggaaf als bedoeld in [artikel 78, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=78) wordt gedaan met betrekking tot één of meer bedragen die door de exploitant van de luchthaven in rekening zijn gebracht aan dezelfde luchtvaartmaatschappij, voor zover deze bedragen niet zijn ontvangen en oninbaar zijn gebleken.
2. Het verzoek wordt door de exploitant van de luchthaven ingediend binnen 13 weken na afloop van het kalenderkwartaal waarin is komen vast te staan dat de in rekening gebrachte belasting niet is en niet zal worden ontvangen.
3. Bij het verzoek worden kopieën overgelegd van de facturen waarmee de niet ontvangen belasting aan de luchtvaartmaatschappij in rekening is gebracht. In het verzoek worden de volgende gegevens vermeld:
- a. naam en adres van de luchtvaartmaatschappij;
- b. per factuur het bedrag van de belasting dat niet is en niet zal worden ontvangen;
- c. het totale bedrag waarvoor ten aanzien van die luchtvaartmaatschappij teruggaaf wordt gevraagd.
4. De administratie van de exploitant van de luchthaven is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
### Afdeling 1. Sierteelt
##### Artikel 28
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. **sierteeltproducten:** snijbloemen beginnend met GN-code 0603 en planten met GN-code 06029091 en 06029099, telkens inclusief het daarbij behorende uitgangsmateriaal, en
- b. **verpakte sierteeltproducten:** sierteeltproducten die verpakt zijn in voor eenmalig gebruik bestemde verpakkingen.
##### Artikel 28a
De regels, genoemd in deze afdeling, gelden voor de producent van sierteeltproducten die valt onder de werkingssfeer van het [Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016235), niet zijnde een in Nederland gevestigde detailhandelaar, en voor de producent van sierteeltproducten die ter beschikking stelt in de hoedanigheid van veilingcoöperatie of bloemenveiling.
##### Artikel 28b
Voor zover de producent, genoemd in [artikel 28a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=28a&z=2010-01-01&g=2008-01-01), verpakte sierteeltproducten voor het eerst aan een ander ter beschikking stelt in Nederland of bij de eerste terbeschikkingstelling exporteert vanuit Nederland, geeft hij alle hiermee verband houdende kilogrammen verpakking op bij zijn aangifte en past vervolgens een kortingspercentage toe in verband met kilogrammen verpakking van producten die direct of indirect worden geëxporteerd. Het kortingspercentage, genoemd in de eerste volzin, bedraagt 68%.
##### Artikel 28c
Voor zover de producent verpakte sierteeltproducten bij de eerste terbeschikkingstelling exporteert vanuit Nederland, is [hoofdstuk VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&hoofdstuk=VIII), met uitzondering van [afdeling 5a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&afdeling=5a) voor hem van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 28d
Op de producent, bedoeld in [artikel 28a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=28a&z=2010-01-01&g=2008-01-01), is de exportvermindering, bedoeld in [hoofdstuk VIII, afdeling 5a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&afdeling=5a), niet van toepassing.
### Afdeling 2. Groenten en fruit
##### Artikel 28e
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. **verse groenten en vers fruit:** de producten, genoemd in artikel 1, lid 1, onderdeel i, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten («Integrale-GMO-verordening»), al dan niet bewerkt en bananen met GN-code 0803 00 19, al dan niet bewerkt;
- b. **bewerkte verse groenten en bewerkt vers fruit:** de producten, bedoeld in onderdeel a, die zijn gesneden, gewassen, gemengd of verpakt;
- c. **verpakte verse groenten of verpakt vers fruit:** verse groenten of vers fruit, verpakt in voor eenmalig gebruik bestemde verpakkingen; en
- d. **producentenorganisatie:** de producentenorganisatie in de sector groenten en fruit die op grond van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002252&artikel=15), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002252&artikel=19) en [23 van de Landbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002252&artikel=23) in verbinding met [artikel 2, onderdeel e, sub 1, van de Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020360&artikel=2) door het Productschap Tuinbouw als zodanig is erkend in Nederland.
##### Artikel 28f
De regels, genoemd in deze afdeling, gelden voor de producent van verse groenten of vers fruit die valt onder de werkingssfeer van het [Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016235), niet zijnde een in Nederland gevestigde detailhandelaar, en voor de producent van verse groenten of vers fruit die ter beschikking stelt in de hoedanigheid van producentenorganisatie.
##### Artikel 28g
1. Voor zover de producent, bedoeld in [artikel 28f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=2&artikel=28f&z=2010-01-01&g=2008-01-01) verpakte verse groenten of verpakt vers fruit voor het eerst aan een ander ter beschikking stelt in Nederland of bij de eerste terbeschikkingstelling exporteert vanuit Nederland, geeft hij alle hiermee verband houdende kilogrammen verpakking op bij zijn aangifte en past vervolgens een kortingspercentage toe in verband met kilogrammen verpakking van producten die direct of indirect worden geëxporteerd. Het kortingspercentage, genoemd in de eerste volzin, bedraagt 72%.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het kortingspercentage voor de producent, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze verpakte verse uien ter beschikking stelt, 72%.
##### Artikel 28h
Voor zover de producent verpakte verse groenten of verpakt vers fruit bij de eerste terbeschikkingstelling exporteert vanuit Nederland, is [hoofdstuk VIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&hoofdstuk=VIII), met uitzondering van [afdeling 5a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&afdeling=5a) voor hem van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 28i
1. Ingeval een producent tevens de teler is van de verse groenten of het vers fruit, en hij deze producten in een verpakking aan een, bij ministeriële regeling aangewezen producentenorganisatie, ter beschikking stelt, wordt de verpakkingenbelasting met betrekking tot die terbeschikkingstelling geheven van deze producentenorganisatie.
2. Ingeval het eerste lid toepassing vindt, kan de producentenorganisatie de belastingvermindering, bedoeld in [artikel 87 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=87), één maal toepassen.
##### Artikel 28j
Op de producent, bedoeld in [artikel 28f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=2&artikel=28f&z=2010-01-01&g=2008-01-01), is de exportvermindering, bedoeld in [hoofdstuk VIII, afdeling 5a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&afdeling=5a), niet van toepassing.
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 9a
1. Het schriftelijk verzoek om de vergunning, bedoeld in [artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28), bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de verzoeker;
- b. naam en adres van de oude stortplaats, bedoeld in [artikel 22, eerste lid, onderdeel ca, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22), waar het verzoek om de vergunning betrekking op heeft, en
- c. het beoogde tijdstip van aanvang van de afgraving van de oude stortplaats, bedoeld in onderdeel b.
2. Bij het verzoek wordt een herontwikkelingsplan als bedoeld in [artikel 28, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28) overgelegd waarin ten minste is opgenomen:
- a. de naam en het adres van de eigenaar van de oude stortplaats en degene door wie of voor wiens rekening de oude stortplaats wordt afgegraven;
- b. de naam en het adres van de oude stortplaats;
- c. de oppervlakte van de oude stortplaats;
- d. een onderbouwde schatting in kilogrammen van het gewicht van de afvalstoffen die zich in de oude stortplaats bevinden;
- e. een onderbouwde schatting in kilogrammen van het gewicht van de afgegraven afvalstoffen die de oude stortplaats zullen verlaten om elders te worden gestort en daartoe ter verwijdering zullen worden afgegeven aan een inrichting als bedoeld in [artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22);
- f. het tijdpad van aanvang tot en met einde van de afgraving;
- g. het tijdpad en een beschrijving van het herontwikkelingsproject;
- h. dat de scheiding tussen de te storten en de op een andere wijze te beheren afvalstoffen plaatsvindt op de oude stortplaats;
- i. dat de scheiding, bedoeld in onderdeel h, plaatsvindt in overeenstemming met het afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.3 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=10.3);
- j. dat het gewicht van de afvalstoffen onmiddellijk vóór het verlaten van de afvalstoffen van de oude stortplaats onder verantwoordelijkheid van de vergunninghouder wordt bepaald in kilogrammen door weging met een meetinstrument dat voldoet aan de eisen die bij of krachtens de [Metrologiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019517) worden gesteld aan een meetinstrument;
- k. dat indien een vergunning als bedoeld in [artikel 28, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=28&z=2010-01-01&g=2010-01-01), is afgegeven, de vergunninghouder een administratie voert waaruit duidelijk alle gegevens blijken die voor de heffing van de belasting van belang kunnen zijn, en
- l. dat indien een vergunning als bedoeld in [artikel 28, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=28&z=2010-01-01&g=2010-01-01), is afgegeven, de vergunninghouder de inspecteur onverwijld schriftelijk in kennis stelt van wijzigingen van hetgeen is opgenomen in het herontwikkelingsplan op basis van de onderdelen a tot en met k.
3. De inspecteur verleent slechts een van een uniek registratienummer voorziene vergunning voor de toepassing van het tarief, bedoeld in [artikel 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VII&afdeling=1&artikel=28&z=2010-01-01&g=2010-01-01), voor afvalstoffen die afkomstig zijn van de afgraving van de oude stortplaats waar de vergunning op ziet, indien de verzoeker:
- a. de eigenaar is van de oude stortplaats dan wel degene is door wie of voor wiens rekening de oude stortplaats wordt afgegraven;
- b. een herontwikkelingsplan heeft overgelegd dat voldoet aan de in het tweede lid opgenomen voorwaarden, en
- c. aannemelijk maakt dat de afgraving binnen drie maanden na verlening van de vergunning mag en zal aanvangen.
##### Artikel 9b
Het tarief, bedoeld in [artikel 28, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28), is op de afvalstoffen, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de wet, slechts van toepassing indien aan de [artikelen 9c tot en met 9f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=9c&z=2010-01-01&g=2010-01-01) wordt voldaan.
##### Artikel 9c
1. De aanbieder van de in [artikel 9b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=9b&z=2010-01-01&g=2010-01-01) bedoelde afvalstoffen, overhandigt aan de houder van de inrichting, bedoeld in [artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22), voorafgaand aan de aanvoer een afschrift van de beschikking van de inspecteur waaruit blijkt dat deze de vergunning, bedoeld in [artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28), heeft verleend.
2. Het in het eerste lid bedoelde afschrift wordt opgenomen in de administratie van de inrichting.
3. De houder van de inrichting stelt degene aan wie de vergunning, bedoeld in [artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28), is verleend onverwijld schriftelijk in kennis van de overhandiging van het afschrift, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9d
1. De afvalstoffen die de oude stortplaats verlaten om elders te worden gestort, worden daartoe uiterlijk de volgende werkdag nadat ze de oude stortplaats hebben verlaten ter verwijdering afgegeven aan een inrichting als bedoeld in [artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22).
2. De aanbieder die de in het eerste lid bedoelde afvalstoffen ter verwijdering afgeeft aan een inrichting, overhandigt aan de houder van deze inrichting een door de vergunninghouder opgemaakt bescheid, waarin is vermeld:
- a. de naam en het adres van de oude stortplaats waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn;
- b. het unieke registratienummer van de vergunning die is afgegeven met betrekking tot de in het vorige onderdeel bedoelde oude stortplaats;
- c. de naam en het adres van de vervoerder van de afvalstoffen en het kenteken van het vervoermiddel waarin de afvalstoffen worden vervoerd;
- d. de datum waarop het vervoer van de afvalstoffen is aangevangen, en
- e. het gewicht van de in het eerste lid bedoelde afvalstoffen, zoals dat onmiddellijk vóór het verlaten van de afvalstoffen van de oude stortplaats onder verantwoordelijkheid van de vergunninghouder is bepaald in kilogrammen door weging met een meetinstrument dat voldoet aan de eisen die bij of krachtens de [Metrologiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019517) worden gesteld aan een meetinstrument.
3. Een afschrift van het bescheid wordt opgenomen in de administratie van de vergunninghouder.
4. Het bescheid wordt opgenomen in de administratie van de inrichting, waarbij tevens moet blijken welk gewicht is bepaald als bedoeld in [artikel 7 van de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&artikel=7).
##### Artikel 9e
Het verschil tussen het overeenkomstig [artikel 9d, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=9d&z=2010-01-01&g=2010-01-01), vastgestelde gewicht van de afvalstoffen en het overeenkomstig [artikel 7 van de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&artikel=7) vastgestelde gewicht van de afvalstoffen is niet groter dan op basis van de nauwkeurigheid van de meetinstrumenten mag worden verwacht.
##### Artikel 9f
Indien de inspecteur de vergunning, bedoeld in [artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28), intrekt, stelt degene van wie de vergunning wordt ingetrokken elke houder van de inrichting aan wie een afschrift als bedoeld in [artikel 9d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=9d&z=2010-01-01&g=2010-01-01), is overhandigd onverwijld schriftelijk in kennis van de intrekking.
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
##### Artikel 18a
1. Het verbruik van aardgas, bedoeld in [artikel 51, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=51), dient te blijken uit de administratie.
2. [Artikel 6c, tweede tot en met vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005360&artikel=6c) is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Groenten en fruit
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 21a
1. De uitzondering in [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte.
2. De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment waarop de levering van warmte door middel van de installatie een aanvang neemt.
3. Het eerste lid is slechts van toepassing als de houder van de installatie aan degene die het aardgas aan hem levert een verklaring heeft overgelegd:
- a. dat sprake is van een installatie voor stadsverwarming;
- b. dat de stadsverwarming is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte;
- c. wanneer de periode, bedoeld in het eerste lid, aanvangt en eindigt.
### Hoofdstuk VIa. Vliegbelasting
### Afdeling 1. Sierteelt
### Afdeling 2. Groenten en fruit
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 21b
1. Het verlaagde tarief, bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), kan alleen worden toegepast bij de vaststelling van de belasting die verschuldigd wordt op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over de verbruiksperiode waarin degene die de levering verricht van de coöperatie een opgaaf heeft ontvangen van de hoeveelheid door de coöperatie opgewekte elektriciteit die zij aan het lid van de coöperatie heeft toegerekend. Daarbij wordt de verlaging van het tarief toegepast op de elektriciteit die over de gehele verbruiksperiode is geleverd, voor zover ter zake wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 59a van de wet en, in voorkomend geval, bij [artikel 59b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59b) gestelde voorwaarden en beperkingen.
2. De elektriciteit die is opgewekt door een coöperatie met behulp van een productie-installatie als bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), komt slechts in aanmerking voor toerekening als bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdeel c, van de wet, voor zover daarvoor garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit als bedoeld in [artikel 1, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=1) zijn verstrekt. Voor de toepassing van de eerste volzin worden slechts de garanties van oorsprong in aanmerking genomen die betrekking hebben op de hoeveelheid elektriciteit die de coöperatie in de productieperiode via de aansluiting heeft geleverd, verminderd met de hoeveelheid elektriciteit die in dezelfde periode via de aansluiting aan de coöperatie is geleverd.
3. Het verlaagde tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegepast indien de coöperatie aan degene die de levering verricht:
- a. een afschrift heeft overgelegd van de beschikking waaruit blijkt dat de coöperatie op het tijdstip van de levering was aangewezen als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a); en
- b. een schriftelijke verklaring heeft overgelegd dat wordt voldaan aan de bij of krachtens [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) en, indien het een vereniging van eigenaars betreft, bij [artikel 59b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59b), aan de coöperatie, de productie-installatie en de onroerende zaken, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdeel b, van de wet, gestelde voorwaarden en beperkingen.
### Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
### Afdeling 1. Sierteelt
### Afdeling 2. Groenten en fruit
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
### Hoofdstuk VIa. Vliegbelasting
### Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
### Afdeling 1. Sierteelt
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 11a
Als een installatie als bedoeld in [artikel 28, eerste lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=28), wordt mede aangemerkt een installatie waarin blijkens boeken en bescheiden uitsluitend zuivere biomassa of naar haar aard zuivere biomassa wordt verbrand.
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
### Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
### Afdeling 1. Sierteelt
### Afdeling 2. Groenten en fruit
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 11b
1. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 29a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=29a), wordt verleend indien uit de administratie van de belastingplichtige blijkt welk gedeelte van de hoeveelheid afvalstoffen die in het tijdvak van aangifte ter verwijdering aan de inrichting is afgegeven, bestaat uit zuiveringsslib dat is bestemd om binnen de inrichting te worden verbrand.
2. De verbranding van het zuiveringsslib, bedoeld in het eerste lid, moet plaatsvinden binnen drie jaar na de afgifte van dat zuiveringsslib aan de inrichting. De datum van verbranding wordt vastgelegd in de administratie, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij regeling van Onze Minister kunnen ten behoeve van de uitvoering van dit artikel nadere regels worden gesteld.
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
### Afdeling 1. Sierteelt
### Afdeling 2. Groenten en fruit
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 21c
1. De verbruiker, bedoeld in [artikel 60, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), wordt aangemerkt als onderneming in moeilijkheden, wanneer het bedrijf van de verbruiker waaraan het aardgas wordt geleverd niet of niet langer levensvatbaar is.
2. Een bedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt geacht niet of niet langer levensvatbaar te zijn, wanneer zich een of meer van de volgende omstandigheden voordoen:
- a. de verbruiker heeft verzocht om uitstel van betaling van een belastingschuld, maar dit verzoek is door de ontvanger onherroepelijk afgewezen omdat hij het bedrijf niet of niet langer levensvatbaar acht;
- b. de verbruiker heeft aan zijn schuldeisers een verzoek gedaan een crediteurenakkoord te sluiten tot vermindering of kwijtschelding van de uitstaande vorderingen;
- c. aan de verbruiker is surseance van betaling toegestaan als bedoeld in [artikel 222 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=222);
- d. de verbruiker is bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard als bedoeld in [artikel 1 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=1).
3. Wanneer een of meer omstandigheden als bedoeld in het tweede lid zich voordoen, meldt de verbruiker binnen acht weken schriftelijk aan de leverancier van het aardgas dat hij niet langer in aanmerking komt voor het tarief, bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), omdat hij niet langer voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de wet. Hierbij vermeldt de verbruiker de datum waarop deze wijziging is ingetreden. De leverancier van het aardgas beëindigt de toepassing van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, drie maanden na de datum genoemd in de melding van de verbruiker, bedoeld in de eerste volzin, tenzij deze melding is gevolgd door een intrekking van deze melding als bedoeld in het vijfde lid.
4. Een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid wordt geacht zich niet te hebben voorgedaan, wanneer binnen de termijn van acht weken, bedoeld in het derde lid:
- a. in geval van het tweede lid, onderdeel a: de verbruiker de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling was verzocht volledig heeft voldaan;
- b. in geval van het tweede lid, onderdeel b: de schuldeisers van de verbruiker het verzoek om een crediteurenakkoord te sluiten honoreren;
- c. in geval van het tweede lid, onderdeel c: de beschikking waarbij de surseance is ingetrokken in kracht van gewijsde is gegaan, bedoeld in [artikel 245 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=245), en de faillietverklaring van de verbruiker niet is uitgesproken;
- d. in geval van het tweede lid, onderdeel d: het faillissement eindigt als gevolg van de homologatie van een akkoord dat in kracht van gewijsde is gegaan, bedoeld in [artikel 161 van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=161).
5. Wanneer de melding, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, heeft plaatsgevonden en het vierde lid van toepassing is, trekt de verbruiker deze melding schriftelijk in binnen twee weken na afloop van de termijn van acht weken, genoemd in het derde lid. De eerdere melding wordt dan geacht niet te hebben plaatsgevonden.
6. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het tweede, derde en vierde lid.
##### Artikel 21d
1. Het tarief, bedoeld in [artikel 60a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60a), is slechts van toepassing indien de elektriciteit via een aansluiting wordt geleverd en de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting en dat deze oplaadinstallatie geen deel uitmaakt van een meer omvattende onroerende zaak als bedoeld in [artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007119&artikel=16).
2. De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien de door hem overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, op enig moment niet meer juist is. De schriftelijke intrekking wordt door hem ondertekend, waarbij het moment, bedoeld in de vorige volzin, wordt vermeld.
3. [Artikel 21c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=21c&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 21e
Indien in de verbruiksperiode elektriciteit wordt betrokken van meerdere leveranciers via één aansluiting wordt de vermindering, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63) slechts door één van de leveranciers toegepast.
### Afdeling 1. Sierteelt
### Afdeling 2. Groenten en fruit
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 11c
1. De vrijstelling, bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet, wordt slechts verleend ter zake van de afgifte ter verwijdering aan een inrichting van afzonderlijk en onvermengd asbest en asbesthoudende producten die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend toegepast zijn geweest als dakbedekking en zijn vrijgekomen bij de sanering van een asbesthoudend dak, wanneer:
- a. de sanering van dat dak door een gecertifieerd asbestverwijderingsbedrijf is verricht;
- b. de sanering van dat dak is gemeld in het landelijk asbestvolgsysteem;
- c. de sanering van dat dak uiterlijk op 31 december 2024 is afgerond; en
- d. de afgifte ter verwijdering uiterlijk op 31 maart 2025 heeft plaatsgevonden.
2. De vrijstelling wordt uitsluitend toegepast wanneer degene die het asbest en de asbesthoudende producten afgeeft, of doet afgeven, voorafgaand aan de afgifte ter verwijdering een verklaring aan de houder van de inrichting verstrekt waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het eerste lid.
3. De houder van de inrichting richt zijn administratie zodanig in dat daaruit blijkt welk gedeelte van de hoeveelheid afvalstoffen die in het tijdvak van aangifte ter verwijdering aan de inrichting is afgegeven, bestaat uit asbest en asbesthoudende producten als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet waarvoor wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid vermelde nadere voorwaarden en beperkingen.
4. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip waarop die verklaring uiterlijk verstrekt moet zijn. Voorts kunnen bij regeling van Onze Minister nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
##### Artikel 29a
1. De vermindering op de verschuldigde belasting, bedoeld in [artikel 92, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92), bedraagt, in geval komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake van het leveren van goederen of het verrichten van diensten te ontvangen bedrag gedeeltelijk niet is en niet zal worden ontvangen, het gedeelte van het ter zake niet ontvangen bedrag dat naar evenredigheid correspondeert met de ter zake op aangifte voldane belasting.
2. De opnieuw verschuldigde belasting, bedoeld in [artikel 92, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92), bedraagt, in geval door de belastingplichtige alsnog geheel of gedeeltelijk een bedrag wordt ontvangen ter zake van het leveren van goederen of het verrichten van diensten ten aanzien waarvan een aanspraak op de vermindering van belasting is ontstaan, het gedeelte van het ter zake ontvangen bedrag dat naar evenredigheid correspondeert met de ter zake toegepaste vermindering.
##### Artikel a18a
Onder een comptabele meetinrichting als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) wordt verstaan een comptabele meetinrichting die als zodanig wordt aangemerkt bij een krachtens de [Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755) vastgestelde regeling van de Autoriteit Consument en Markt en die wordt beheerd en uitgelezen door een erkend meetverantwoordelijke als bedoeld in die regeling.
##### Artikel b18a
1. [Artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) is slechts van toepassing voor leveringen van elektriciteit aan een energieopslagfaciliteit via een grootverbruikaansluiting indien degene aan wie wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij een energieopslagfaciliteit exploiteert.
2. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en de administratie van de organisatorische eenheid die de energieopslagfaciliteit exploiteert.
### Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 21f
1. De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in [artikel 60, zesde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), eindigt.
2. De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in [artikel 60a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60a), aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), eindigt.
3. De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in [artikel 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60b), aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), eindigt.
##### Artikel 21g
De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de [artikelen 60, zesde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), [60a, vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60a), en [60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60b), per begunstigde op de volgende wijze:
| EAN-code | Naam | Adres | Provincie | Nummer waaronder de begunstigde bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd | Datum waarop de steun voor het eerst is verleend | Bedrag van de staatssteun in het kalenderjaar waarin de steun is verleend |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| | | | | | | |
### Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
### Afdeling 2. Groenten en fruit
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
##### Artikel 22a
1. Voor de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in [artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt ingeval aardgas wordt gebruikt in een inrichting bestaande uit twee of meer installaties als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel g, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) de totale hoeveelheid op een distributienet ingevoede elektriciteit aan de installaties toegedeeld naar verhouding van de hoeveelheid per installatie opgewekte elektriciteit.
2. Indien de inspecteur hierom wordt verzocht en indien aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke verhouding niet overeenkomt met de verhouding, bedoeld in het eerste lid, kan de totale hoeveelheid op het distributienet ingevoede elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, worden toegedeeld aan de installaties in overeenstemming met een verhouding die de werkelijkheid benadert.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
##### Artikel 21aa
1. De uitzondering in [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met de vervanging van een warmtebron als bedoeld in dat lid.
2. Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59), of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.
3. De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt:
- a. waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) aan de uitzondering verbindt;
- b. wat de reden is van de vervanging van de warmtebron, bedoeld in [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59), en wanneer de periode waarin die vervanging plaatsvindt aanvangt en eindigt; en
- c. welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde die [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) aan de uitzondering verbindt.
##### Artikel 21ab
1. De uitzondering in [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met een calamiteit die betrekking heeft op de installatie voor stadsverwarming.
2. Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59), of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.
3. De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt:
- a. waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) aan de uitzondering verbindt;
- b. dat de calamiteit redelijkerwijs niet kon worden voorzien; en
- c. welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde die [artikel 59, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59) aan de uitzondering verbindt.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
2002-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
original version
Tekst op deze datum