Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 23 december 1994, tot vaststelling van het uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
41 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2025-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
Wijzigingen op 2025-01-01
@@ -14,7 +14,7 @@
##### Artikel 1
1. Dit besluit geeft uitvoering aan de [artikelen 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=20), [22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22), [25a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a), [27, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=27), [29a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=29a), [29b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=29b), [33, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=33), [34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=34), [35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), [44, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44), [45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=45), [47, eerste lid, onderdeel w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), [50, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50), [51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=51), [54, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=54), [59, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59), [59a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), [artikel 60, tweede en zesde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), [artikel 60a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60a), , derde en (ingevoegd door Stb. 2023/512 per 28-12-2023) vijfde lid, [artikel 60b, derde en vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60b), [63, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63), [64, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), [67, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), [68, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), [69, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), [70, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), [70a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), [72, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=72), [92, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92), en [93, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=93).
1. Dit besluit geeft uitvoering aan de [artikelen 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=20), [22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22), [25a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a), [27, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=27), [29a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=29a), [29b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=29b), [33, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=33), [34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=34), [35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=35), [44, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44), [45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=45), [47, eerste lid, onderdeel w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), [50, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50), [51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=51), [54, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=54), [59, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59), [59a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), [artikel 60, tweede en zesde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), [artikel 60a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60a), [artikel 60b, derde en vijfde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60b), [63, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63), [64, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), [67, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), [68, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), [69, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), [70, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), [70a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), [72, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=72), [92, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92), en [93, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=93).
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
@@ -96,7 +96,7 @@
##### Artikel 5
Voor de toepassing van [artikel 22, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22) wordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden verbrand, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor de activiteiten, dan wel bestaan uit de materialen of voorwerpen, bedoeld in [artikel 4, onderdelen a, f, g, h, i, of k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=4&z=2024-07-01&g=2024-07-01).
Voor de toepassing van [artikel 22, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=22) wordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden verbrand, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor de activiteiten, dan wel bestaan uit de materialen of voorwerpen, bedoeld in [artikel 4, onderdelen a, f, g, h, i, of k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 5a
@@ -234,7 +234,7 @@
- f. de verklaring dat de gegevens juist en volledig zijn en zonder voorbehoud worden verstrekt.
4. De kennisgever doet de melding, bedoeld in [artikel 25a, eerste lid, tweede zin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a) op de daartoe bij de voorziening, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=6&z=2024-07-01&g=2024-07-01), voorgeschreven wijze.
4. De kennisgever doet de melding, bedoeld in [artikel 25a, eerste lid, tweede zin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a) op de daartoe bij de voorziening, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voorgeschreven wijze.
5. De kennisgever is gehouden op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat hieruit te allen tijde de gegevens blijken die van belang zijn voor een juiste vaststelling van de hoeveelheden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, daaronder begrepen de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, en de hem ter beschikking staande gegevens die aan die verklaring ten grondslag liggen. De kennisgever is verplicht deze gegevens gedurende zeven jaar te bewaren.
@@ -258,11 +258,11 @@
##### Artikel 8
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat vermeldt in de beschikking, bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25), de gegevens die de kennisgever ingevolge [artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01), bij zijn aanvraag heeft verstrekt.
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat vermeldt in de beschikking, bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25), de gegevens die de kennisgever ingevolge [artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01), bij zijn aanvraag heeft verstrekt.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de gegevens die de kennisgever bij zijn aanvraag heeft verstrekt vergelijken met gegevens die ter zake ingevolge de EVOA zijn verstrekt.
3. In gevallen als bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01), vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat tevens in de beschikking de gegevens die de kennisgever heeft vermeld in zijn aanvraag ingevolge artikel 7, tweede lid.
3. In gevallen als bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat tevens in de beschikking de gegevens die de kennisgever heeft vermeld in zijn aanvraag ingevolge artikel 7, tweede lid.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
@@ -392,15 +392,15 @@
##### Artikel 9
1. In afwijking van [artikel 8, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=8&z=2024-07-01&g=2024-07-01), vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de beschikking, bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25), uitsluitend de gegevens bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01), die ter zake ingevolge de EVOA zijn ontvangen, indien en voor zover:
- a. voor de afgifte van de beschikking blijkt dat de gegevens die de kennisgever ingevolge [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01) bij zijn aanvraag heeft verstrekt onjuist of onvolledig zijn; dan wel
- b. Onze Minister de beschikking afgeeft op grond van [artikel 25a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a). Ingeval evenwel de ingevolge de EVOA gemelde gegevens onjuist of onvolledig zijn, en de juiste en volledige gegevens redelijkerwijs evenmin tijdig op andere wijze kunnen worden vastgesteld, vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in afwijking van de eerste zin in de beschikking uitsluitend de gegevens, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01).
2. Indien Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de beschikking afgeeft ingevolge [artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a), nadat de kennisgever een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, tweede zin, van de wet, vermeldt Onze Minister in de beschikking de gegevens, genoemd in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01), en, indien van toepassing, artikel 7, tweede lid, zoals door de kennisgever gecorrigeerd bij de melding.
3. Bij toepassing van het eerste lid stelt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voordat hij de beschikking afgeeft, de kennisgever in de gelegenheid een aanvraag in te dienen binnen een daarvoor door hem te stellen termijn waarin hij alsnog de gegevens, genoemd in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2024-07-01&g=2024-07-01), verstrekt. De [artikelen 6 tot en met 9, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=6&z=2024-07-01&g=2024-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een dergelijke aanvraag.
1. In afwijking van [artikel 8, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de beschikking, bedoeld in [artikel 25, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25), uitsluitend de gegevens bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01), die ter zake ingevolge de EVOA zijn ontvangen, indien en voor zover:
- a. voor de afgifte van de beschikking blijkt dat de gegevens die de kennisgever ingevolge [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01) bij zijn aanvraag heeft verstrekt onjuist of onvolledig zijn; dan wel
- b. Onze Minister de beschikking afgeeft op grond van [artikel 25a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a). Ingeval evenwel de ingevolge de EVOA gemelde gegevens onjuist of onvolledig zijn, en de juiste en volledige gegevens redelijkerwijs evenmin tijdig op andere wijze kunnen worden vastgesteld, vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in afwijking van de eerste zin in de beschikking uitsluitend de gegevens, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
2. Indien Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de beschikking afgeeft ingevolge [artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=25a), nadat de kennisgever een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, tweede zin, van de wet, vermeldt Onze Minister in de beschikking de gegevens, genoemd in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en, indien van toepassing, artikel 7, tweede lid, zoals door de kennisgever gecorrigeerd bij de melding.
3. Bij toepassing van het eerste lid stelt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voordat hij de beschikking afgeeft, de kennisgever in de gelegenheid een aanvraag in te dienen binnen een daarvoor door hem te stellen termijn waarin hij alsnog de gegevens, genoemd in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=7&z=2025-01-01&g=2025-01-01), verstrekt. De [artikelen 6 tot en met 9, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=IV&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een dergelijke aanvraag.
##### Artikel 10
@@ -482,7 +482,7 @@
##### Artikel 16
1. In de vervoersopdracht, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=14&z=2024-07-01&g=2024-07-01), worden vermeld:
1. In de vervoersopdracht, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01), worden vermeld:
- a. de naam en het adres van degene die de vervoersopdracht opmaakt dan wel van degene in wiens opdracht zij wordt opgemaakt;
@@ -528,7 +528,7 @@
3. Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfactuur en de van belang zijnde gegevens over de bestemming van de kolen waarop de teruggaaf betrekking heeft overgelegd.
4. [Artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=17&z=2024-07-01&g=2024-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in [artikel 45, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=45), met betrekking tot kolen die worden gebruikt op een wijze als bedoeld in [artikel 44, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44).
4. [Artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=17&z=2025-01-01&g=2025-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in [artikel 45, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=45), met betrekking tot kolen die worden gebruikt op een wijze als bedoeld in [artikel 44, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=44).
5. De administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
@@ -586,23 +586,23 @@
##### Artikel 22
1. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien degene die aardgas of elektriciteit gebruikt, een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas of die elektriciteit aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas of die elektriciteit gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, van de wet bedoelde wijze.
2. Geen vrijstelling wordt verleend indien de in [artikel 64, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde installatie een elektrisch vermogen heeft van minder dan 60 kW.
3. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit of het aardgas heeft geleverd, dat hij die elektriciteit of dat aardgas gebruikt op de wijze, bedoeld in artikel 64, derde lid, van de wet.
4. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de wijze, bedoeld in artikel 64, vierde lid, van de wet.
5. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien degene die het aardgas gebruikt een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de in artikel 64, vijfde lid, van de wet bedoelde wijze.
6. Degene die aardgas of elektriciteit gebruikt op een wijze waarvoor een vrijstelling als bedoeld in [artikel 64, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) wordt verleend dient:
1. De vrijstellingen, bedoeld in [artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), worden verleend indien degene die aardgas of elektriciteit gebruikt, een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas of die elektriciteit aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas of die elektriciteit gebruikt op een in artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet bedoelde wijze. Deze verklaring kan eenmalig worden afgegeven.
2. Geen vrijstelling wordt verleend indien de in [artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde installatie een totaal opgesteld elektrisch vermogen heeft van minder dan 60 kW.
3. De vrijstellingen, bedoeld in [artikel 64, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), worden verleend indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit of het aardgas heeft geleverd, dat hij die elektriciteit of dat aardgas gebruikt op de wijze, bedoeld in artikel 64, vierde lid, van de wet.
4. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de wijze, bedoeld in artikel 64, vijfde lid, van de wet.
5. De vrijstelling, bedoeld in [artikel 64, zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt verleend indien degene die het aardgas gebruikt een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de in artikel 64, zesde lid, van de wet bedoelde wijze.
6. Degene die aardgas of elektriciteit gebruikt op een wijze waarvoor een vrijstelling als bedoeld in [artikel 64, eerste, tweede, vierde, vijfde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) wordt verleend dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de desbetreffende vrijstelling van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. ter vaststelling van de hoeveelheid product waarop de vrijstelling ziet, deze hoeveelheid te meten met behulp van meters indien het desbetreffende product mede betrokken wordt voor andere doeleinden.
7. Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van een vrijstelling als bedoeld in [artikel 64, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) worden onmiddellijk gemeld aan degene die het aardgas of de elektriciteit levert.
7. Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van een vrijstelling als bedoeld in [artikel 64, eerste, tweede, vierde, vijfde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) worden onmiddellijk gemeld aan degene die het aardgas of de elektriciteit levert.
##### Artikel 23
@@ -644,21 +644,27 @@
##### Artikel 27
1. Het tijdvak waarover een teruggaaf van belasting als bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) wordt verleend is het kalenderkwartaal. De inspecteur kan op verzoek een ander tijdvak aanwijzen.
2. Het verzoek om teruggaaf van belasting wordt gedaan binnen dertien weken na het einde van het in het eerste lid bedoelde tijdvak waarin het aardgas of de elektriciteit is gebruikt op een in [artikel 64, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde wijze.
3. Teruggaaf van belasting wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen en de van belang zijnde gegevens en verklaringen over de bestemming van het aardgas of de elektriciteit waarop de teruggaaf betrekking heeft, worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
4. [Artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2024-07-01&g=2024-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in [artikel 70, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70).
5. [Artikel 22, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2024-07-01&g=2024-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf van belasting, bedoeld in [artikel 70, eerste, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70).
6. De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald.
7. Voor het berekenen van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt het verbruik in de verbruiksperiode, bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), in aanmerking genomen.
8. Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt.
1. Het tijdvak waarover een teruggaaf van belasting als bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) wordt verleend is:
- a. het kalenderjaar ingeval het aardgas of de elektriciteit in dat kalenderjaar is gebruikt op een wijze als bedoeld in [artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64);
- b. het kalenderkwartaal ingeval het aardgas of de elektriciteit in dat kalenderkwartaal is gebruikt op een wijze als bedoeld in [artikel 64, vierde, vijfde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64).
2. De inspecteur kan op verzoek een tijdvak aanwijzen dat afwijkt van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, met dien verstande dat het aan te wijzen tijdvak twaalf, onderscheidenlijk drie dan wel twaalf, aaneengesloten maanden bedraagt.
3. Het verzoek om teruggaaf van belasting wordt gedaan binnen dertien weken na het einde van het in het eerste of tweede lid bedoelde tijdvak.
4. Teruggaaf van belasting wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen en de van belang zijnde gegevens en verklaringen over de bestemming van het aardgas of de elektriciteit waarop de teruggaaf betrekking heeft, worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
5. [Artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2025-01-01&g=2025-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) ingeval het aardgas of de elektriciteit is gebruikt op een in [artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) bedoelde wijze.
6. [Artikel 22, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=22&z=2025-01-01&g=2025-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf van belasting, bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70).
7. De teruggaaf, bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), wordt voorts alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald.
8. Voor het berekenen van de teruggaaf, bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), wordt het verbruik in de verbruiksperiode, bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47), in aanmerking genomen.
9. Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in [artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
@@ -688,7 +694,7 @@
##### Artikel 29
Een verzoek om teruggaaf als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=III&artikel=3&z=2024-07-01&g=2024-07-01), [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=18&z=2024-07-01&g=2024-07-01), [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=24&z=2024-07-01&g=2024-07-01), [artikel 25, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=25&z=2024-07-01&g=2024-07-01), [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2024-07-01&g=2024-07-01), [artikel 27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2024-07-01&g=2024-07-01), en [artikel 28, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2024-07-01&g=2024-07-01), wordt gedaan met gebruikmaking van een daartoe door de inspecteur beschikbaar gesteld formulier.
Een verzoek om teruggaaf als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=III&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=V&artikel=18&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=24&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [artikel 25, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=25&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en [artikel 28, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2025-01-01&g=2025-01-01), wordt gedaan met gebruikmaking van een daartoe door de inspecteur beschikbaar gesteld formulier.
### Hoofdstuk VIa. Vliegbelasting
@@ -878,10 +884,10 @@
### Afdeling 1. Sierteelt
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 11b
@@ -934,13 +940,11 @@
##### Artikel 21d
1. Het tarief, genoemd in [artikel 60a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60a), is slechts van toepassing indien de elektriciteit via een aansluiting wordt geleverd en de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting en dat deze oplaadinstallatie geen deel uitmaakt van een meeromvattende onroerende zaak als bedoeld in [artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007119&artikel=16).
2. Het tarief, genoemd in [artikel 60b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60b), is slechts van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een walstroominstallatie als bedoeld in artikel [47, eerste lid, onderdeel w, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in [artikel 70a, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a).
3. De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien de door hem overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste en tweede lid, op enig moment niet meer juist is. De schriftelijke intrekking wordt door hem ondertekend, waarbij het moment, bedoeld in de vorige zin, wordt vermeld.
4. [Artikel 21c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=21c&z=2024-07-01&g=2024-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. Het tarief, genoemd in [artikel 60b, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60b), is slechts van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een walstroominstallatie als bedoeld in artikel [47, eerste lid, onderdeel w, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in [artikel 70a, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a).
2. De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien de door hem overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, op enig moment niet meer juist is. De schriftelijke intrekking wordt door hem ondertekend, waarbij het moment, bedoeld in de vorige zin, wordt vermeld.
3. [Artikel 21c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&hoofdstuk=VI&artikel=21c&z=2025-01-01&g=2025-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 21e
@@ -1019,3 +1023,13 @@
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
### Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
##### Artikel 22a
1. Voor de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in [artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64), wordt ingeval aardgas wordt gebruikt in een inrichting bestaande uit twee of meer installaties als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel g, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) de totale hoeveelheid op een distributienet ingevoede elektriciteit aan de installaties toegedeeld naar verhouding van de hoeveelheid per installatie opgewekte elektriciteit.
2. Indien de inspecteur hierom wordt verzocht en indien aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke verhouding niet overeenkomt met de verhouding, bedoeld in het eerste lid, kan de totale hoeveelheid op het distributienet ingevoede elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, worden toegedeeld aan de installaties in overeenstemming met een verhouding die de werkelijkheid benadert.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2024-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2023-12-28
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2023-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 16
2022-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2021-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 16
2021-04-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2021-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2020-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2019-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2018-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — art. 16
2017-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2016-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 16
2015-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2014-04-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2014-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2013-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 27
2013-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 16, 27
2012-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2011-03-05
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2011-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2010-12-29
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2010-10-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 6, 16, 27
2010-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2009-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 5, 5, 6 y 13
2008-08-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 5, 5, 6 y 13
2008-07-11
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 5, 5, 6 y 13
2008-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2007-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2006-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2005-07-27
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2005-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 2, 4, 4
2004-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
2003-07-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2003-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4
2002-10-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 4, 10
2002-05-08
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 2, 4 y 3 m
2002-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag — arts. 2, 2, 4 y 8 m
2002-01-01
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
original version
Tekst op deze datum