Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs
Vereiste voor toelating tot een basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, is met inachtneming van het bepaalde krachtens artikel 8.2.2 het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg,
- b. een diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg,
- c. een diploma mavo-vbo, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de gemengde leerweg,
- d. een bewijs dat de eerste drie leerjaren van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg zijn doorlopen,
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk, of
- f. een diploma entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a.
Voor de toelating tot een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs gelden geen vooropleidingseisen.
Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen personen die niet voldoen aan de vooropleidingseis voor een basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding, vrijstellen van die vooropleidingseis, indien zij bij een onderzoek hebben blijk gegeven van geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs.
Titel 3. De educatie
Artikel 8.3.1. Voortijdige schoolverlater
Vervallen
Artikel 8.3.2. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie door gemeente
Vervallen
Artikel 8.3.3. Informatie over voortijdig schoolverlaten
Vervallen
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 2. Het beroepsonderwijs
§ 1. Reikwijdte
Artikel 9.1.1. Begripsbepaling
In deze paragraaf wordt verstaan onder school: school voor mavo als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of school voor vbo als bedoeld in artikel 2.7 van die wet.
Artikel 9.1.2. Doorlopende leerroutes vmbo-mbo
Het bevoegd gezag van een instelling kan een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, c en d, aanbieden in een doorlopende leerroute vmbo-mbo.
Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school, dat opleidt tot zowel een diploma vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding.
In een doorlopende leerroute vmbo-mbo worden tot één onderwijsprogramma geïntegreerd:
- a. de basisberoepsgerichte leerweg en een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
- b. de kaderberoepsgerichte leerweg en een vakopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
- c. de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg en een middenkaderopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie.
Artikel 9.1.3. Samenwerkingsovereenkomst instelling en school doorlopende leerroute vmbo-mbo
Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt verzorgd door het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school gezamenlijk op grond van een samenwerkingsovereenkomst.
Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voldoet aan artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Indien de doorlopende leerroute vmbo-mbo volledig wordt verzorgd binnen een verticale scholengemeenschap regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van de onderdelen h en i van dat lid.
Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
Artikel 9.1.4. Melden doorlopende leerroute vmbo-mbo
Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden.
Artikel 9.1.5. Inrichting doorlopende leerroute
Aan een leerling van een school kunnen delen van het onderwijsprogramma van de doorlopende leerroute vmbo-mbo en examens worden aangeboden die behoren tot de beroepsopleiding die deel uitmaakt van die doorlopende leerroute, zonder inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid.
Een student in de doorlopende leerroute vmbo-mbo kan in de gelegenheid worden gesteld om delen van het onderwijsprogramma te volgen en examens af te leggen die behoren tot het voortgezet onderwijs dat deel uitmaakt van die doorlopende leerroute.
Artikel 9.1.6. Inschrijving bij de instelling
1.
De leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt wordt met ingang van het derde studiejaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo ingeschreven als student aan de instelling die het beroepsonderwijs binnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. In afwijking van artikel 8.1.1a, eerste lid, eerste volzin, overlegt de school de gegevens, bedoeld in die volzin.
Voor de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, is het studentenstatuut, bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, reeds van toepassing op een leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt.
Artikel 9.1.7. Verantwoordelijkheid van de instelling
Het bevoegd gezag van de instelling draagt de gehele studieduur van de doorlopende leerroute vmbo-mbo zorg voor:
- a. de uitvoering van delen van het onderwijsprogramma die behoren tot de beroepsopleiding die deel uitmaakt van de doorlopende leerroute vmbo-mbo, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming;
- b. de examinering en diplomering betreffende de beroepsopleiding die deel uitmaakt van de doorlopende leerroute vmbo-mbo.
Ten aanzien van de onderdelen van een doorlopende leerroute vmbo-mbo, bedoeld in het eerste lid, die in het eerste of tweede studiejaar van die route plaatsvinden, is van overeenkomstige toepassing hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 2.5.5 en 2.5.5a, eerste, vierde, negende, tiende en twaalfde tot en met vijftiende lid, alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, 12, 14, 15 en 25 van de Wet register onderwijsdeelnemers.
Artikel 7.4.8a is van overeenkomstige toepassing op klachten over met de doorlopende leerroute vmbo-mbo verband houdende gedragingen van het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 9.1.3 is gesloten, of van de ten behoeve van die school met taken belaste personen. Onverminderd artikel 7.4.8a, derde lid, maken de leden van de klachtencommissie geen deel uit van het bevoegd gezag van de school en is de voorzitter van de klachtencommissie niet werkzaam voor of bij dat bevoegd gezag.
Titel 2. De landelijke organen
Artikel 9.2.1. Doelgroep
Deze paragraaf is van toepassing op degene:
- a. op wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in paragraaf 2 onderscheidenlijk 2a van de Leerplichtwet 1969, niet meer van toepassing is en die jonger is dan 27 jaar;
- b. die geen startkwalificatie heeft behaald; en
- c. die:
- 1°. het onderwijs waarvoor hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt; of
- 2°. niet is ingeschreven aan een instelling als bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht.
Artikel 9.2.2. Melding verzuim zonder geldige reden
Indien een student of vavo-student die voldoet aan artikel 9.2.1, onderdelen a en b, het beroepsonderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling ten minste vier aaneengesloten weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
Onder een geldige reden voor afwezigheid wordt in ieder geval verstaan een van de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid.
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Artikel 10.1. Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Vervallen
Artikel 10.2. Intreden gevolgen van toekennen van rechten na sprongberoep
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 2 van de bij de Algemene wet bestuursrecht behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1, examinering als bedoeld in artikel 1.6.1, of registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
Artikel 11.1. Inhouding bekostiging
Indien het bevoegd gezag van een instelling in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet dan wel een aanwijzing als bedoeld in artikel 3.1.5 of een spoedaanwijzing als bedoeld in artikel 3.1.6 niet opvolgt, kan Onze Minister de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk inhouden dan wel opschorten.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een instelling in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen.
Artikel 11.2. Bestuurlijke boete niet-gerechtigd aanduiden beroepsopleiding
Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet zijn gerechtigd, verboden om:
- a. een beroepsopleiding in de zin van deze wet te verzorgen of aan te bieden;
- b. een examen in de zin van deze wet af te nemen of aan te bieden;
- c. een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 of een mbo-verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a af te geven of in het vooruitzicht te stellen; of
- d. de indruk te wekken dat een activiteit onderwijs of examinering in de zin van deze wet betreft, dan wel kan leiden tot een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 of een mbo-verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a.
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen aan degene die handelt in strijd met het eerste lid.
De bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat passender is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
Titel 4. Examens, onderwijsprogramma en studentenstatuut
Artikel 12.1.1. Duur van experiment leergang vm2
Het experiment leergang vm2, dat is onderverdeeld in zes leergangen van vier jaar die per opvolgend leerjaar zijn of worden gestart, wordt voor de toepassing van artikel 11a.1, vierde lid, geacht te zijn gestart op 1 augustus 2008.
Artikel 11a.1, vierde lid, wordt ten aanzien van de duur van het experiment leergang vm2 zodanig toegepast dat een leerling die deelneemt aan een leergang die binnen de termijn van zes jaar is gestart, de leergang van vier jaar kan doorlopen.
Artikel 12.1.2. Afwijking van toepassing gebleven voorschriften
Vervallen
Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van artikel 7.4.6.
Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 37a, 38, 39, 40 en 40a van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de artikelen 4.1.1, 4.1.2, 3.1.2 en 3.2.1.
Artikel 12.2.3. Voorziening vakinstelling met vo-school
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 6.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, aangemerkt als verticale scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.1.
Artikel 12.2.4. Omzetting aoc naar verticale scholengemeenschap
De agrarische opleidingscentra als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs zijn van rechtswege omgezet in verticale scholengemeenschappen als bedoeld in artikel 2.6.1.
De verticale scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid omvat een beroepscollege en een school voor vbo.
Scholengemeenschappen in de zin van artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals die bepaling luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs die een agrarisch opleidingscentrum en een school voor mavo of een school voor praktijkonderwijs omvatten als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de hiervoor genoemde wet, zijn van rechtswege omgezet in verticale scholengemeenschappen, bestaande uit in ieder geval een beroepscollege en een school voor vbo, alsmede, afhankelijk van het geval, een school voor mavo of een school voor praktijkonderwijs.
Indien bij de omzetting van het agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in het derde lid ten minste een school voor vbo en een school voor mavo resteren, worden beide scholen aangemerkt als een scholengemeenschap.
De vorming van een verticale scholengemeenschap ingevolge dit artikel brengt geen wijzigingen aan in het aanbod van profielen of ander voortgezet onderwijs of in het aanbod aan kwalificaties en niveaus van beroepsonderwijs.
Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
Vervallen
Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
Vervallen
Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd artikel 4.2.1 kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
- b. degene die in de periode van 1 augustus 1990 tot en met 31 juli 1995 gedurende ten minste 40 weken bevoegd onderwijs als bedoeld in onderdeel a heeft gegeven, en
- c. degene die
- 1°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen van de opleiding cultureel werk of de opleiding culturele en maatschappelijke vorming behorend tot het onderdeel gedrag en maatschappij van het op dat moment geldende Centraal register opleidingen hoger onderwijs, met de differentiatie basiseducatie, dat op grond van de artikelen 4 en 5 van het Uitvoeringsbesluit KVE 1991 zoals dat luidde op 31 juli 1995 zou hebben geleid tot een bevoegdheid voor het verzorgen van activiteiten basiseducatie, dan wel
- 2°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen binnen het hoger pedagogisch onderwijs met de differentiatie basiseducatie, en
- 3°. uiterlijk aan het begin van het studiejaar 1994-1995 is gestart met de differentiatie basiseducatie.
Artikel 12.2.8. Overgangsbepaling 10-jarig onbevoegden
Vervallen
Artikel 12.2.9. Gevolgen invoering voor personeel
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.
Artikel 12.2.10. Aanhangige beroepsprocedures
Vervallen
Artikel 12.2.11. Handhaving aanwijzing v.a.v.o.-scholen op grond van W.V.O. zoals luidend op 31 december 1995
Vervallen
Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
Artikel 12.3.1. Invoeringsproces ROC-vorming
Vervallen
Artikel 12.3.2. Beëindiging bekostiging instellingen
Vervallen
Artikel 12.3.3. Omzetting, splitsing, verplaatsing
Vervallen
Artikel 12.3.4. Bestuursoverdracht tussen ROC en school, instelling of vormingsinstituut
Vervallen
Artikel 12.3.5. Voortzetting bekostiging vakinstellingen
Vervallen
Artikel 12.3.6. Voortzetting bekostiging instellingen van een bepaalde richting
Vervallen
Artikel 12.3.7. Voortzetting bekostiging instellingen met extra breedtegebrek
Vervallen
Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van artikel 12.3.2 ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten.
Artikel 12.3.9. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen verbonden aan hogescholen Haarlem en Tilburg
Vervallen
Artikel 12.3.10. Aanvang bekostiging landelijke organen zoals geregeld in deze wet
Vervallen
Artikel 12.3.11. Aanvang bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
Vervallen
Artikel 12.3.12. Afbouw regionale ondersteuning
Vervallen
Artikel 12.3.13. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke ondersteuningsinstellingen KVE1991
Vervallen
Artikel 12.3.14. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke organisaties Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994
Vervallen
Artikel 12.3.15. Publikatie overzicht van instellingen
Vervallen
Artikel 12.3.16. Eerste vaststelling eindtermen beroepsopleidingen
Vervallen
Artikel 12.3.17. Vaststelling eerste overzicht bekostigde beroepsopleidingen
Vervallen
Artikel 12.3.18. Eerste vaststelling Centraal register
Vervallen
Artikel 12.3.19. Eerste vaststelling eindtermen educatie
Vervallen
Artikel 12.3.20. Eerste vaststelling criteria beoordeling praktijkplaatsen en eerste vaststelling overzicht van gunstig beoordeelde bedrijven en organisaties als bedoeld in artikel 7.2.10
Vervallen
Artikel 12.3.21. Invoering assistentopleidingen
Vervallen
Artikel 12.3.22. Eerste onderwijs- en examenregeling
Vervallen
Artikel 12.3.23. Tijdelijke handhaving onderwijs en examens oude stijl
Vervallen
Artikel 12.3.24. Afbouw onderwijs en examens oude stijl
Vervallen
Artikel 12.3.25. Handhaving onderwijs van overgangsrecht SVM-wet en WCBO
Vervallen
Artikel 12.3.26. Afbouw MEAO-examens door WEO-instellingen
Vervallen
Artikel 12.3.27. Handhaving aanspraak op studiefinanciering i.v.m. afbouw beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Vervallen
Artikel 12.3.28. Tijdelijke handhaving oude voorschriften
Vervallen
Artikel 12.3.29. Tijdelijke handhaving oude voorschriften Wet op de onderwijsverzorging in verband met afbouw middelbaar beroepsonderwijs
Vervallen
Artikel 12.3.30. Instelling Commissie van beroep voor de examens en Commissie van beroep voor de externe examens
Vervallen
Artikel 12.3.31. Invoering aantallen extern te legitimeren deelkwalificaties
Vervallen
Artikel 12.3.32. Eerste toepassing inschrijvingsbepalingen
Vervallen
Artikel 12.3.33. Tijdelijke handhaving mogelijkheid verstrekking middelen ten behoeve van studiekeuzevoorlichting
Vervallen
Artikel 12.3.34. Tijdelijke handhaving bepalingen Les- en cursusgeldwet voor oude opleidingen
Vervallen
Artikel 12.3.35. Invoering rijksbijdrage educatie
Vervallen
Artikel 12.3.36. Handhaving bekostiging oude stijl
Vervallen
Artikel 12.3.37. Bekostigingsniveau 1997 uitgangspunt tot 1 januari 2000
Vervallen
Artikel 12.3.38. Tijdelijke handhaving bekostiging Innovatie- en praktijkcentra
Vervallen
Artikel 12.3.39. Tijdelijke handhaving bekostigingsvoorschriften oude stijl landelijke organen
Vervallen
Artikel 12.3.40. Invoering bekostiging nieuwe stijl; afbouw bekostiging oude stijl
Vervallen
Artikel 12.3.41. Eerste beschikbaarheid en beschikbaarstelling geordende informatie
Vervallen
Artikel 12.3.42. Invoering verslaglegging kwaliteitszorg
Vervallen
Artikel 12.3.43. Nadere voorschriften overgang en invoering bekostiging
Vervallen
Artikel 12.3.44. Financiële afwikkeling
Vervallen
Artikel 12.3.45. Overeenkomstige toepassing Wet medezeggenschap onderwijs 1992
Vervallen
Artikel 12.3.46. Invoering vaststelling bestuursreglement instellingen
Vervallen
Artikel 12.3.47. Arbeidsvoorzieningswet
Vervallen
Artikel 12.3.48. Tijdelijke regeling; gevolgen invoering wet
Vervallen
Artikel 12.3.49. Afschaffing adviesverplichtingen
Bevat wijzigingen in deze regelgeving.
Titel 3. Reglement deelnemersraad
Artikel 12.4.1. Tijdelijke verstrekking middelen aan instellingen
Onze Minister voegt voor een bij ministeriële regeling te bepalen periode aan de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs, berekend op grond van artikel 2.2.2, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, een bedrag toe in verband met de invoering van passend onderwijs.
Het bedrag wordt voor een periode van een jaar berekend door het voor leerlinggebonden financiering voor alle instellingen gezamenlijk vastgestelde budget voor het studiejaar dat start op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel over de instellingen te verdelen naar rato van het gemiddelde bedrag dat een instelling voor de drie studiejaren daaraan voorafgaand ontving voor leerlinggebonden financiering. Voor zover het betreft de leerlinggebonden financiering voor cluster 2, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, wordt op het budget, bedoeld in de eerste volzin, het deel van het leerlinggebonden budget als bedoeld in artikel 2.2.7 zoals luidend voor inwerkingtreding van dit artikel in mindering gebracht. Op het budget, bedoeld in de eerste volzin, wordt tevens in mindering gebracht de bedragen die op grond van artikel 2.7.2, eerste lid, tabel B, van het Uitvoeringsbesluit WEB, zoals dat luidde op 31 juli 2014, zijn toegekend aan het bevoegd gezag van de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs «De Waterlelie» te Cruquius en het bevoegd gezag van de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs «De Berkenschutse» te Heeze op peildatum 1 oktober 2011.
Artikel 12.4.2. Geldigheid indicatie leerlinggebonden financiering
Beoordelingen, afgegeven op grond van de artikelen 12 en 14 van de Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO, die hebben geleid tot een indicatiestelling waarvan de duur nog niet is verstreken, gelden als een beoordeling die gemeld wordt door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 2.2.6, eerste lid.
Artikel 12.4.3. Wet op de studiefinanciering
Vervallen
Artikel 12.4.4
Vervallen
Artikel 12.4.5
Vervallen
Artikel 12.4.6
Vervallen
Artikel 12.4.7
Vervallen
Artikel 12.4.8
Vervallen
Artikel 12.4.9. Wet op de erkende onderwijsinstellingen
Vervallen
Artikel 12.4.10. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Vervallen
Artikel 12.4.11
Vervallen
Artikel 12.4.12
Vervallen
Artikel 12.4.13
Vervallen
Artikel 12.4.14
Vervallen
Titel 3. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie
Artikel 12.5.1. Evaluatie
Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 12.5.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. artikel 7.4.11, wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. artikel 12.3.1, artikel 12.3.10, artikel 12.3.11 en artikel 12.3.19, tweede lid, die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de artikelen 12.4.1, 12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J, en 12.4.10, onderdeel A, die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J, 12.4.9 en 12.4.10, met uitzondering van onderdeel A, die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
Artikel 12.5.3. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 6.1.5a. Maatregelen
In de gevallen, bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b, kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
Artikel 6.2.3a. Maatregelen
In de gevallen, bedoeld in artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b, is artikel 6.1.5a van overeenkomstige toepassing.
Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
Artikel 6.3.3a. Maatregelen
Vervallen
Titel 4. Lerarenregister en registervoorportaal
Titel 4
Hoofdstuk 5. Toezicht
Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
§ 1. Reikwijdte
§ 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
Titel 5. De registratie van externe legitimering
Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
§ 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
§ 1. Reikwijdte
Titel 5. De registratie van externe legitimering
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Titel 3. De educatie
Titel 2. Het beroepsonderwijs
Titel 2. Het beroepsonderwijs
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 4. Examens, onderwijsprogramma en deelnemersstatuut
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
Titel 3. De educatie
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
Titel 3. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie
Titel 6. Samenwerking tussen uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.3.6a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een vavo-student gebruiken in het verkeer met de vavo-student op wie het nummer betrekking heeft.
Vervallen.
Vervallen.
Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.0.2, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
Vervallen.
Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een vavo-student aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een vavo-student in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die vavo-student of ten behoeve van het volgen van onderwijs in een samenwerkingscollege. Onder dit contact wordt mede begrepen de uitwisseling van leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in de vorige volzin, gespecificeerd.
Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een vavo-student ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.
Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een vavo-student eenmalig gebruiken ten behoeve van het genereren van een pseudoniem voor deze vavo-student met het oog op het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van vavo-studenten. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de vavo-studenten zijn geregistreerd.
Het bevoegd gezag kan het pseudoniem, bedoeld in het negende lid, gebruiken voor het genereren van een ander pseudoniem voor een vavo-student in het kader van de toegang tot en het gebruik van digitale leermiddelen of het digitaal afnemen van toetsen en examens, waarbij het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat dit andere pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de vavo-studenten zijn geregistreerd. Dit andere pseudoniem wordt uitsluitend verstrekt aan een leverancier die een digitaal product of een digitale dienst aanbiedt bestaande uit leerstof of toetsen en de daarmee samenhangende digitale diensten.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere gevallen worden aangewezen dan het geval, bedoeld in het tiende lid, waarvoor het bevoegd gezag op basis van het pseudoniem, bedoeld in het negende lid, een ander pseudoniem kan genereren.
Daarbij worden in ieder geval de categorieën van ontvangers van dit andere pseudoniem aangewezen.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de voorwaarden waaronder de pseudoniemen, bedoeld in het negende tot en met het elfde lid, kunnen worden gegenereerd en gebruikt. Deze voorwaarden betreffen in ieder geval de duur en de beveiliging, waaronder de gescheiden opslag van de pseudoniemen.
De in het zevende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Onze Minister
Vervallen
Artikel 2.3.6c. Gebruik gegevens uit basisregister onderwijs door Minister en inspectie
Vervallen
Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Vervallen
Titel 2a. Bekostiging voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
§ 1. Bekostiging
§ 2
Titel 5. Begroting en verslaglegging
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
Artikel 2.5.5a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een student gebruiken in het verkeer met de student op wie het nummer betrekking heeft, of, indien de student minderjarig is, met de ouders van deze student.
Vervallen.
Vervallen.
Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een student, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, gebruiken in het verkeer met Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling.
Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een student in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in artikel 8.0.3, derde en vierde lid.
Vervallen.
Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een student in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een student in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die student of ten behoeve van het volgen van onderwijs in een samenwerkingscollege, een doorlopende leerroute vmbo-mbo, de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 9.1.17 of 9.1.19, of een doorlopende leerroute als bedoeld in artikel 9.1.18. Onder dit contact wordt mede begrepen de uitwisseling van leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in de vorige volzin, gespecificeerd.
Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een student ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.
Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een student in contacten met een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra in het kader van de ondersteuning die deze school biedt op grond van artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.2.5, tweede lid.
Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een student eenmalig gebruiken ten behoeve van het genereren van een pseudoniem voor deze student met het oog op het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van studenten. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de studenten zijn geregistreerd.
Het bevoegd gezag kan het pseudoniem, bedoeld in het twaalfde lid, gebruiken voor het genereren van een ander pseudoniem voor een student in het kader van de toegang tot en het gebruik van digitale leermiddelen of het digitaal afnemen van toetsen en examens, waarbij het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat dit andere pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de studenten zijn geregistreerd. Dit andere pseudoniem wordt uitsluitend verstrekt aan een leverancier die een digitaal product of een digitale dienst aanbiedt bestaande uit leerstof of toetsen en de daarmee samenhangende digitale diensten.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere gevallen worden aangewezen dan het geval, bedoeld in het dertiende lid, waarvoor het bevoegd gezag op basis van het pseudoniem, bedoeld in het twaalfde lid, een ander pseudoniem kan genereren.
Daarbij worden in ieder geval de categorieën van ontvangers van dit andere pseudoniem aangewezen.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de voorwaarden waaronder de pseudoniemen, bedoeld in het twaalfde tot en met het veertiende lid, kunnen worden gegenereerd en gebruikt. Deze voorwaarden betreffen in ieder geval de duur en de beveiliging, waaronder de gescheiden opslag van de pseudoniemen.
De in het negende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Onze Minister
Vervallen
Artikel 2.5.5c. Gebruik gegevens uit basisregister onderwijs door Minister en inspectie
Vervallen
Artikel 2.5.5d. Toegang minister tot basisregister onderwijs
Vervallen
Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Vervallen
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
Hoofdstuk 3. Overleg
Titel 6. Verticale scholengemeenschap
Titel 6a. Samenwerking met VO-scholen ter bevordering van doelmatig en doeltreffend onderwijs
Titel 6b. Examinering VSO-leerlingen
Hoofdstuk 4. Personeel
Titel 7. Stimuleringsmiddelen voor educatie en beroepsonderwijs en voor afstemming onderwijs-arbeidsmarkt
§ 1. Formatie; rechtspositie
§ 2. Commissie van beroep
Titel 3. Overleg kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
Titel 1. Overleg Minister
Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 5. Toezicht
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling
Titel 4. Lerarenregister en registervoorportaal
Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 3. De exameninstellingen
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Hoofdstuk 5. Toezicht
Titel 5. De registratie van externe legitimering
Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
§ 1. Reikwijdte
§ 1. Reikwijdte
Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
§ 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
§ 2. Beroepsopleidingen en kwalificatiestructuur
§ 1. Reikwijdte
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
De inschrijving bij een instelling, bedoeld in artikel 8.1.1, vindt slechts plaats nadat door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student zijn overgelegd. Indien door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
Indien door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na de beslissing tot inschrijving aan Onze Minister de beschikbare gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats en, indien aanwezig, het studentadministratienummer.
Onze Minister verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het burgerservicenummer van de student of vavo-student, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de student of vavo-student. Het onderwijsnummer is een door Onze Minister uitgegeven en aan de student of vavo-student toegekend persoonsgebonden nummer.
Het bevoegd gezag neemt de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
Indien aan een student of vavo-student een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn burgerservicenummer, neemt het bevoegd gezag dit burgerservicenummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan Onze Minister onder opgave van het burgerservicenummer en het onderwijsnummer van de student of vavo-student.
Titel 2. Vooropleidingseisen
Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
Titel 2. Vooropleidingseisen
Titel 3. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 3. De educatie
Titel 3. De educatie
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
Titel 1. Inschrijving
Titel 3. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie
Titel 3. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
In dit artikel en de daarop gebaseerde regelgeving wordt onder «diploma» verstaan:
- a. het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs,
- b. het diploma voorbereidend beroepsonderwijs,
- c. het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs – voorbereidend beroepsonderwijs, of
- d. de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
Onverminderd artikel 8.2.1 kan een instelling voor de toelating tot een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, nadere vooropleidingseisen stellen, inhoudende dat het diploma van de student voldoet aan de profielen, bedoeld in de artikelen 2.25, 2.26 en 2.27 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, alsmede dat vakken en andere programmaonderdelen deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een diploma.
Indien een instelling gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in het tweede lid kunnen uitsluitend nadere vooropleidingseisen worden gesteld die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar categorieën van studenten, dan wel kan worden bepaald dat de nadere vooropleidingseisen niet van toepassing zijn op categorieën van studenten.
Het aanwijzen van de in het derde lid bedoelde nadere vooropleidingseisen vindt plaats op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.
Het tweede tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de diploma’s van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, in geval van doorstroom van een lager naar een hoger niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, met dien verstande dat er geen sprake is van een voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs.
Titel 3. De educatie
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 3. De educatie
Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)