Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs
- e. de rol van studenten en vavo-studenten bij de interne kwaliteitszorg en zelfevaluatie;
- f. de te verstrekken informatie aan aspirant-studenten van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.1.3a;
- g. de regeling die het bevoegd gezag vaststelt voor de selectiecriteria en de selectieprocedure, bedoeld in artikel 8.2.2a.
In het reglement kunnen andere, nader te omschrijven onderwerpen worden opgenomen ten aanzien waarvan een van de bijzondere bevoegdheden aan de studentenraad wordt toegekend.
Artikel 8a.3.1. Reglement studentenraad
Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften in dit hoofdstuk, voor een periode van telkens vijf jaar een reglement voor de studentenraad vast. Het reglement kan tussentijds worden gewijzigd.
In het reglement worden in ieder geval regels gesteld omtrent:
- a. het aantal leden van de studentenraad;
- b. de wijze en organisatie van de verkiezingen van de leden van de studentenraad;
- c. de zittingsduur van de leden van de studentenraad;
- d. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de leden van de studentenraad hun uit het lidmaatschap van de studentenraad voortvloeiende verplichtingen nakomen;
- e. de voorstellen van de studentenraad, bedoeld in artikel 8a.2.1, tweede lid, waarover het bevoegd gezag een standpunt inneemt, en de termijnen daarvoor;
- f. het verschaffen van informatie door het bevoegd gezag aan de studentenraad;
- g. de termijnen binnen welke tot instemming of onthouding van instemming moet worden besloten, en de termijnen binnen welke advies moet worden uitgebracht;
- h. het toekennen van eventuele andere bevoegdheden aan de studentenraad.
Het bevoegd gezag legt het reglement, alsmede elke wijziging ervan, als voorstel aan de studentenraad voor en stelt het slechts vast voor zover het voorstel de instemming van twee derden van het aantal leden van de studentenraad heeft verworven.
Artikel 8a.4.1. Landelijke geschillencommissie medezeggenschap
Er is een landelijke geschillencommissie medezeggenschap, waarbij elke instelling is aangesloten. De commissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, en drie plaatsvervangende leden.
Onze Minister benoemt de leden en plaatsvervangende leden voor vier jaar. Zij zijn een keer herbenoembaar.
Een lid en een plaatsvervangend lid worden benoemd op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de gezamenlijke bevoegde gezagsorganen van de instellingen en een lid en een plaatsvervangend lid op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de studentenraden van de instellingen. Deze twee leden doen een bindende voordracht voor het derde lid, tevens voorzitter, en diens plaatsvervanger.
Indien sprake is van een geschil als bedoeld in artikel 8a.4.2, onderdeel a, voor zover het betreft het ontbreken van de vereiste instemming van de ondernemingsraad met het medezeggenschapsstatuut, wordt voor de duur van behandeling van dat geschil een lid benoemd op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de ondernemingsraden van de instellingen.
De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel uitmaken van het bevoegd gezag of van de studentenraad van een instelling.
Artikel 8a.4.2. Competentie commissie
De commissie neemt kennis van de volgende geschillen:
- a. op verzoek van het bevoegd gezag of van de studentenraad, indien het bevoegd gezag ten aanzien van een voorgenomen beslissing als bedoeld in artikel 8a.2.2, derde lid, niet de vereiste instemming heeft verworven;
- b. op verzoek van het bevoegd gezag of van de studentenraad, indien het bevoegd gezag en de raad van mening verschillen over de interpretatie van hoofdstuk 8a dan wel het reglement;
- c. op verzoek van de studentenraad, indien het bevoegd gezag een beslissing heeft genomen waarover ingevolge artikel 8a.2.2, vierde lid, of artikel 8a.5.1 juncto artikel 8a.2.2 advies door de studentenraad is uitgebracht, het bevoegd gezag daarbij het uitgebrachte advies niet of niet geheel heeft gevolgd en de studentenraad van oordeel is dat daardoor de belangen van de studenten en vavo-studenten, van de studentenraad of van de instelling ernstig worden geschaad.
Artikel 8a.4.3. Bevoegdheden en procedure commissie
Voor zover aan een voorgenomen beslissing van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 8a.2.2, derde lid, de vereiste instemming is onthouden, deelt het bevoegd gezag aan de studentenraad dan wel de studentenraad aan het bevoegd gezag binnen drie maanden mede of het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie. Indien een dergelijke mededeling niet binnen drie maanden wordt gedaan, vervalt het voorstel. Het voorstel vervalt eveneens, indien door het bevoegd gezag aan de studentenraad dan wel door de studentenraad aan het bevoegd gezag is meegedeeld dat het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie en het voorstel niet binnen zes weken na het doen van deze mededeling daadwerkelijk wordt voorgelegd aan de commissie.
Indien het bevoegd gezag een verzoek doet als bedoeld in artikel 8a.4.2, onderdeel a, geschiedt dit onder overlegging van de door het bevoegd gezag gemaakte afweging van de belangen die daarbij voor het bevoegd gezag aan de orde zijn, en stelt de commissie de studentenraad in de gelegenheid om zijn argumenten voor het onthouden van zijn instemming bij de commissie naar voren te brengen. Indien de studentenraad een verzoek doet als bedoeld in artikel 8a.4.2, onderdeel a, wordt het verzoek met redenen omkleed en stelt de commissie het bevoegd gezag in de gelegenheid om zijn argumenten voor handhaving van het voorstel bij de commissie naar voren te brengen.
De commissie is bevoegd een bemiddelingsvoorstel aan het bevoegd gezag en de studentenraad voor te leggen, tenzij het bevoegd gezag of de studentenraad te kennen geeft daarop geen prijs te stellen. Indien de commissie van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of indien haar voorstel niet de instemming verwerft van zowel het bevoegd gezag als de studentenraad, stelt zij vast, indien het betreft een geschil als bedoeld in:
- a. artikel 8a.4.2, onderdeel a: of de studentenraad in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of dat sprake is van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen;
- b. artikel 8a.4.2, onderdeel b: welke interpretatie aan dit hoofdstuk of het reglement moet worden gegeven;
- c. artikel 8a.4.2, onderdeel c: of het bevoegd gezag bij afweging van betrokken belangen in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen en of de beslissing al dan niet in stand kan blijven.
Voor zover de commissie van oordeel is dat het voorstel van het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot stand is gekomen, geeft zij aan hoe het voorstel moet worden gewijzigd.
Onverminderd artikel 8a.4.4 is een vaststelling van de commissie als bedoeld in het derde lid, voor het bevoegd gezag en de studentenraad bindend. Zo nodig neemt het bevoegd gezag met inachtneming van de vaststelling van de commissie een nieuwe beslissing.
Artikel 8a.4.4. Procesbevoegdheid studentenraad
De studentenraad kan in rechte optreden indien de vordering strekt tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de studentenraad, voortvloeiend uit hoofdstuk 8a. Tegen een uitspraak van de commissie op grond van artikel 8a.4.3 staat beroep open.
Een vordering of beroep als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Het beroep wordt ingediend bij beroepschrift binnen een maand nadat het bevoegd gezag of de studentenraad van de uitspraak op de hoogte is gesteld. De wederpartij wordt van het beroep in kennis gesteld.
Het beroep kan uitsluitend worden ingesteld op de grond dat de commissie een onjuiste toepassing heeft gegeven aan de wet.
Tegen een uitspraak van de ondernemingskamer kan geen beroep in cassatie worden ingesteld.
In afwijking van artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan de studentenraad niet in de proceskosten worden veroordeeld.
In dit artikel wordt onder «uitspraak» verstaan: een vaststelling of oordeel van de commissie als bedoeld in artikel 8a.4.3.
Artikel 8a.4.5. Geschillenregeling adviesbevoegdheid profielen raad van toezicht
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op een advies als bedoeld in artikel 3.1.4, tweede lid.
Artikel 8a.5.1. Afwijkingen in verband met eigen aard
Op gronden die verband houden met de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging die aan de instelling ten grondslag ligt, kan het bevoegd gezag in het reglement een aan de studentenraad toekomend instemmingsrecht omzetten in een adviesrecht. In afwijking van artikel 8a.2.2, derde lid, onderdeel l, juncto artikel 8a.3.1 stelt het bevoegd gezag het reglement, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, slechts vast nadat het hierover advies heeft ontvangen van de studentenraad. Het bevoegd gezag kan slechts toepassing geven aan de eerste volzin indien een meerderheid van twee derden van de studenten en vavo-studenten dat ondersteunt.
De mogelijkheid tot afwijking, bedoeld in het eerste lid, komt te vervallen indien de gronden waarop zij berustte niet langer aanwezig zijn dan wel indien zij niet langer worden ondersteund door een meerderheid van twee derden van de studenten en vavo-studenten.
Het bevoegd gezag toetst elke vijf jaar de stand van zaken met betrekking tot de gronden van de afwijking en de ondersteuning ervan.
Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Titel 2. Bevoegdheden van de deelnemersraad
Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
Hoofdstuk 9. Het bestuur
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 5. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten VSO en de entreeopleiding in het VSO
Titel 1. Overgangsbepalingen experiment leergang vm2
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot leerlinggebonden financiering
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 5a. Doorlopende leerroute vmbo-mbo
Titel 3. Reglement studentenraad
Titel 2. Ondersteuning bij de overstap naar onderwijs of arbeidsmarkt
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.2.11. Diagnostische toetsen Nederlandse taal en rekenen
Vervallen
Titel 2. Het beroepsonderwijs
§ 2. Beroepsopleidingen en kwalificatiestructuur
Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Hoofdstuk 9. Het bestuur
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo, entreeopleiding in het vmbo en geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.1.8. Toetsingsmaatstaf
Onze Minister kan goedkeuring onthouden indien als gevolg van de fusie de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod, in het opzicht van de diversiteit van onderwijsaanbieders in het beroepsonderwijs, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het onderwijs op significante wijze wordt belemmerd.
Onze Minister laat zich ten aanzien van de goedkeuring tot fusie adviseren door een onafhankelijke adviescommissie.
Onze Minister stelt beleidsregels vast omtrent de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.1.9. Goedkeuring
Fusies worden niet tot stand gebracht dan nadat daarvoor goedkeuring is verleend door Onze Minister.
Artikel 2.1.10. Aanvraag en fusie-effectrapportage
De rechtspersoon dient dan wel de rechtspersonen gezamenlijk dienen een aanvraag in bij Onze Minister voor het verkrijgen van de goedkeuring bedoeld in artikel 2.1.9. De aanvraag gaat vergezeld van:
- a. een door de rechtspersoon dan wel rechtspersonen opgestelde fusie-effectrapportage, en
- b. een schriftelijk advies over, of voor zover van toepassing de schriftelijke instemming met de fusie door de betrokken medezeggenschapsraden die is voorafgegaan door de kennisname van de fusie-effectrapportage door de medezeggenschapsraden.
De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is eveneens een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1.3, vierde lid.
De fusie-effectrapportage bevat ten minste een weergave van:
- a. de motieven van de fusie,
- b. de alternatieven voor de fusie,
- c. het tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd,
- d. de te bereiken doelen,
- e. de effecten van de fusie op de keuzevrijheid, in het bijzonder de effecten van de fusie op de spreiding en omvang van de betrokken rechtspersonen in de regio, de onderwijskundige en bestuurlijke diversiteit van het onderwijsaanbod in de regio,
- f. de kosten en baten van de fusie,
- g. de personele en financiële gevolgen van de fusie, waaronder begrepen de gevolgen voor de dienstverlening aan studenten en vavo-studenten en de eventuele gevolgen voor andere belanghebbende partijen,
- h. de wijze waarop over de fusie wordt gecommuniceerd, en
- i. de wijze waarop de fusie wordt geëvalueerd.
Bij ministeriële regeling wordt een modelformulier voor de fusie-effectrapportage vastgesteld.
Artikel 2.1.11. Toets
Onze Minister kan goedkeuring onthouden indien als gevolg van de fusie de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod, in het opzicht van de diversiteit van onderwijsaanbieders in het middelbaar beroepsonderwijs, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het onderwijs op significante wijze wordt belemmerd.
Onze Minister laat zich ten aanzien van de goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, adviseren door een onafhankelijke adviescommissie, tenzij de noodzaak daartoe ontbreekt. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer er geen sprake is van de noodzaak bedoeld in de eerste volzin.
Onze Minister stelt beleidsregels vast omtrent de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.1.12. Toetsingstermijn en verlenging
Onze Minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1.9.
De termijn bedoeld in het eerste lid kan ten hoogste met 13 weken worden verlengd. Van deze verlenging wordt, binnen de 13 weken bedoeld in het eerste lid, mededeling gedaan aan de aanvrager.
Op het besluit bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
§ 2. Leerlinggebonden financiering
§ 3. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
§ 1. Bekostiging
§ 2
Titel 5. Begroting, verslaglegging en gegevensverstrekking
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
§ 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
§ 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
Titel 7. Stimuleringsmiddelen voor educatie en beroepsonderwijs en voor afstemming onderwijs-arbeidsmarkt
Titel 2. Overleg instellingen
Hoofdstuk 4. Personeel
§ 2. Commissie van beroep
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
Hoofdstuk 7. Het onderwijs
Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
Titel 2. Ontneming recht op examinering educatie
§ 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
Artikel 8a.2.3. Fusie-effectrapportage
De studentenraad neemt voorafgaand aan de uitoefening van de adviesbevoegdheid, bedoeld in artikel 8a.2.2, vierde lid, onder a, voor zover het betreft fusie en overdracht van de instelling, kennis van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 2.1.10, derde lid.
Hoofdstuk 8. Aanmelding, inschrijving, mbo-studentenfonds, toelating, bindend studieadvies, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten, samenwerking
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo, entreeopleiding in het vmbo en geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding
Titel 5. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten VSO, entreeopleiding in het VSO, geïntegreerde route VSO-basisberoepsopleiding en doorlopende leerroute VSO-mbo
Titel 5. Afwijkingen
Titel 2. De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
Titel 2. De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
Titel 1a. Overgangsrecht wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 7. Het onderwijs
Titel 3. De exameninstellingen
Titel 4. Het Centraal register beroepsonderwijs
§ 1. Reikwijdte
§ 2. Beroepsopleidingen en kwalificatiestructuur
Artikel 7.2.5a. Vaststelling opleidingsdomeinen
Bij ministeriële regeling worden op voorstel van de instellingen in overleg met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven de opleidingsdomeinen vastgesteld.
Titel 2. Ontneming recht op examinering educatie
Titel 3. De educatie
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Titel 7. Practicumplaatsen voor ho-studenten in opleiding
Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
Artikel 11a.1. Ruimte voor innovatie
Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het beroepsonderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van:
- –. hoofdstuk 6, en
- –. hoofdstuk 7.
In geval van toepassing van het eerste lid worden bij algemene maatregel van bestuur in ieder geval bepaald:
- a. het doel van het experiment,
- b. op welke wijze van welke artikelen van de in het eerste lid genoemde hoofdstukken, titels of paragrafen wordt afgeweken,
- c. de duur van het experiment, en
- d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogde effecten worden geëvalueerd.
De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van een experiment.
Een experiment duurt ten hoogste zes jaar, tenzij een langere duur gezien de bijzondere aard van het experiment noodzakelijk is. Alsdan wordt de duur van het experiment op ten hoogste acht jaar bepaald. Indien, voordat een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan Onze Minister het experiment verlengen tot het tijdstip waarop het wetsvoorstel tot wet is verheven en in werking treedt.
Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, evenals een standpunt over de voortzetting van die algemene maatregel van bestuur, anders dan een voortzetting als experiment.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, kan bij wijze van experiment tevens worden afgeweken van:
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband tussen een instelling en een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij samenwerking met een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 kan voor die school worden afgeweken van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van hoofdstuk 3, paragrafen 7 en 10, en de hoofdstukken 4, 6 en 9 van die wet. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de Wet voortgezet onderwijs 2020 onderscheidenlijk de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
Titel 2. Vooropleidingseisen
Titel 5a. Doorlopende leerroute vmbo-mbo
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot leerlinggebonden financiering
Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 5a. Doorlopende leerroute vmbo-mbo
Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
Titel 1a. Overgangsrecht wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.3.6a. Kwaliteit onderwijspersoneel
Het bevoegd gezag draagt zorg voor het personeelsbeleid, voor zover het betreft de duurzame borging van de kwaliteit van het onderwijspersoneel.
§ 4. Overige voorschriften
Artikel 1.4a.2. Samenwerking met onbekostigde VO-scholen
Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, tweede lid, waarvoor wat betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, kan, ten aanzien van genoemde opleiding, in afwijking van artikel 8.1.1d, eerste volzin, in gevallen als geregeld in en met inachtneming van de voorschriften gegeven bij of krachtens artikel 2.109 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als vavo-student of extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen school.
Indien het bevoegd gezag van een ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen school ter uitvoering van artikel 2.109, eerste en tweede lid, van die wet leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, tweede lid, van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.109, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
Titel 7. Contractactiviteiten
Titel Ib. Fusietoets
Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
§ 1. Bekostiging
§ 3. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
Titel 2a. Bekostiging voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
§ 1. Bekostiging
§ 2
Titel 5. Begroting, verslaglegging en gegevensverstrekking
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
§ 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 4. Personeel
§ 1. Formatie; rechtspositie
§ 2. Commissie van beroep
Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling
Hoofdstuk 5. Toezicht
Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
§ 2. Beroepsopleidingen en kwalificatiestructuur
Titel 1. Het onderwijs
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
§ 1. Beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Hoofdstuk 9. Het bestuur
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
Hoofdstuk 11. Sancties
Titel 2. Vooropleidingseisen
Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot leerlinggebonden financiering
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 6a.2.1. Ontneming recht op examinering educatie
Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, ontnemen, indien
- a. de kwaliteit van de examens van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de examens.
Bij de ontneming van het recht, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. Het besluit tot ontneming van het recht op examinering wordt openbaar gemaakt.
Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering, onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Artikel 6.1.5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na het besluit tot ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht op examinering opnieuw verkrijgen. Artikel 1.4a.1 is van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1.
Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
§ 1. Reikwijdte
Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
Titel 5. Rechtsbescherming van studenten, vavo-studenten, extraneï en deelnemers
Hoofdstuk 9. Het bestuur
§ 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
Hoofdstuk 9. Het bestuur
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo, entreeopleiding in het vmbo en geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 4a. Beroepsopleidingen oude stijl
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Titel 2a. Bekostiging voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
§ 1. Bekostiging
Titel 5. Begroting, verslaglegging en gegevensverstrekking
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
§ 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Hoofdstuk 3. Overleg
Titel 2. Overleg instellingen
Hoofdstuk 4. Personeel
§ 1. Formatie; rechtspositie
§ 1. Formatie; rechtspositie
Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling
Titel 4. Lerarenregister en registervoorportaal
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
Hoofdstuk 5. Toezicht
Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
Titel 5. Afwijkingen
Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
Hoofdstuk 11. Sancties
Titel 6. Samenwerking tussen uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot leerlinggebonden financiering
Titel 4b. Invoering van de Wet aanscherping eisen examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 6. Samenwerking tussen uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.2a.1. Rijksbijdrage voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
De rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs waarop de in artikel 1.3.1 bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze.
Artikel 2.2.1, derde lid, onder a tot en met k, en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in onderdeel i onder gewezen personeel mede wordt begrepen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van het beroepsonderwijs.
Artikel 2.2a.2. Berekeningswijze
De in artikel 2.2a.1 bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van:
- a. het aantal ingeschreven vavo-studenten,
- b. het aantal vavo-studenten dat bij de instelling een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 heeft behaald en
- c. het aantal vavo-studenten dat bij de instelling een eindexamen of deeleindexamen heeft afgelegd in onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, blijven vavo-studenten die niet bij een instelling staan ingeschreven op een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tijdstip buiten beschouwing en kan onderscheid worden gemaakt naar het aantal vakken waarvoor een vavo-student is ingeschreven.
Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan onderscheid worden gemaakt naar het aantal vakken waarin de vavo-student met goed gevolg examen heeft afgelegd.
Vavo-studenten die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen tellen alleen mee voor de toepassing van dit artikel, indien:
- a. zij onderwijs in Nederland volgen, en
- b. zij in Nederland, België of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen en Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland wonen.
Extraneï tellen niet mee voor de toepassing van dit artikel.
Artikel 2.2a.3. Aanvullende middelen
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van artikel 2.2a.2.
Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld.
Artikel 2.2a.4. Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor vavo-studenten met een handicap of chronische ziekte.
De rijksbijdrage wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
Zolang de rijksbijdrage niet is vastgesteld of nader vastgesteld, wordt daarop door Onze Minister een voorschot betaald. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van deze titel. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op aard, inrichting en wijze van verstrekking van gegevens met betrekking tot de vavo-studenten.
De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in artikel 2.2a.2 , gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
Titel 3. Aanbod en uitkering educatie met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs; informatie en gegevensverstrekking educatie
Titel 5. Begroting, verslaglegging en gegevensverstrekking
§ 1a. Verantwoording middelen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
Titel 1. Overleg Minister
Hoofdstuk 4. Personeel
§ 2. Commissie van beroep
Hoofdstuk 7. Het onderwijs
Titel 1. Het onderwijs
Titel 3. De exameninstellingen
Hoofdstuk 7. Het onderwijs
Titel 1. Het onderwijs
§ 2. Beroepsopleidingen en kwalificatiestructuur
§ 2. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
§ 2. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Titel 7. Practicumplaatsen voor ho-studenten in opleiding
Titel 2. Vooropleidingseisen
Hoofdstuk 9. Het bestuur
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
Hoofdstuk 11a. Experimenten
Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
Titel 4a. Beroepsopleidingen oude stijl
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 1. Overgangsbepalingen experiment leergang vm2
Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.3.9. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Het bevoegd gezag stelt voor het personeel van zijn instelling een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.
Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Het bevoegd gezag bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.
Titel 6. De exameninstellingen
Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
Titel 7. Contractactiviteiten
Titel Ib. Fusietoets
Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
§ 1. Bekostiging
§ 2. Besteding
Titel 3. Aanbod en uitkering educatie met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs; informatie en gegevensverstrekking educatie
Titel 4. Subsidie Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
§ 1. Bekostiging
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
Titel 5. Begroting, verslaglegging en gegevensverstrekking
§ 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
§ 1a. Verantwoording middelen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
§ 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Hoofdstuk 4. Personeel
Hoofdstuk 4. Personeel
§ 1. Formatie; rechtspositie
§ 2. Commissie van beroep
Hoofdstuk 5. Toezicht
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
Hoofdstuk 7. Het onderwijs
Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 3. Bestrijden voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie
Hoofdstuk 11. Sancties
Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
Hoofdstuk 11. Sancties
Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo en entreeopleiding in het vmbo
Titel 5a. Doorlopende leerroute vmbo-mbo
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 1. Overgangsbepalingen experiment leergang vm2
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.2.4a. Studieduur opleidingen
Het bevoegd gezag stelt de studieduur van de opleiding vast met inachtneming van de bij of krachtens het tweede en derde lid gestelde regels.
De studieduur van de opleiding wordt uitgedrukt in volledige studiejaren of gedeelten daarvan. Eén volledig studiejaar heeft een studielast van ten minste 1600 klokuren.
De studieduur bedraagt:
- a. één volledig studiejaar voor de entreeopleiding;
- b. ten minste één en ten hoogste twee volledige studiejaren voor de basisberoepsopleiding;
- c. ten minste twee en ten hoogste drie volledige studiejaren voor de vakopleiding;
- d. drie volledige studiejaren voor de middenkaderopleiding;
- e. één volledig studiejaar voor de specialistenopleiding.
Indien dit in verband met de aard van de opleiding noodzakelijk is, kan Onze Minister bij ministeriële regeling bepalen dat voor de middenkaderopleiding een langere studieduur kan worden vastgesteld. Onze Minister geeft daarbij de betreffende opleiding aan en het aantal volledige studiejaren of gedeelten daarvan die de studieduur van die opleiding ten hoogste mag bedragen.
§ 2. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
Artikel 8.1.1b. Toelating entreeopleiding
Onverminderd de artikelen 8.1.1, 8.1.2 en 8.1.7b, staat de toelating tot de entreeopleiding uitsluitend open voor degenen die niet ten minste voldoen aan de vooropleidingseisen van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 8.2.1, vierde lid, en op wie paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, met uitzondering van degenen ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 3b van de Leerplichtwet 1969.
Het bevoegd gezag kan de toelating tot de entreeopleiding slechts weigeren indien diegene die om toelating verzoekt in de afgelopen twee studiejaren bij een instelling was ingeschreven voor een entreeopleiding.
Artikel 8.1.1c. Recht op toelating basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding
Onverminderd de artikelen 8.1.1, 8.1.2 en 8.1.7b, staat de toelating tot een basisberoepsopleiding, een vakopleiding, een middenkaderopleiding en een specialistenopleiding open voor degene die voldoet aan de in de bij of krachtens de artikelen 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a ten aanzien van die opleidingen gestelde eisen.
Het bevoegd gezag kan het aantal studenten voor een opleiding beperken wegens de opleidingscapaciteit of uit oogpunt van arbeidsmarktperspectief.
Het bevoegd gezag kan de toelating van degene die om toelating verzoekt weigeren indien:
- a. paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is op hem, zijn inschrijving reeds driemaal is beëindigd op grond van artikel 8.1.7a, tweede lid en sinds de laatste dag van inschrijving minder dan drie studiejaren zijn verstreken;
- b. hij reeds zes jaar of langer in een beroepsopleiding ingeschreven is geweest zonder een diploma te hebben behaald en sinds de laatste dag van inschrijving minder dan drie studiejaren zijn verstreken; of
- c. paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 niet meer op hem van toepassing is, en:
- 1°. hij zich niet uiterlijk op de datum, genoemd in artikel 8.0.1, eerste lid, heeft aangemeld, voor zover het een opleiding betreft die start bij de aanvang van het op die datum volgende studiejaar, en voor zover het derde lid van dat artikel niet van toepassing is, of
- 2°. ten behoeve van hem geen studiekeuzeadvies is uitgebracht als bedoeld in artikel 8.0.4, voor zover het bevoegd gezag daartoe voor diegene verplichte intakeactiviteiten organiseert; of
- d. hij niet voor 1 juli heeft gereageerd op het verzoek van het bevoegd gezag om te kennen te geven of hij zijn aanmelding wenst te handhaven, voor zover het bevoegd gezag een reactie op dit verzoek als voorwaarde voor de toelating heeft gesteld.
3a. Het bevoegd gezag kan zich niet beroepen op de grond, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, indien het bevoegd gezag degene die om toelating verzoekt na de aanmelding niet schriftelijk heeft geïnformeerd dat het geven van een reactie als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, een voorwaarde voor de toelating is.
Het bevoegd gezag van een regionaal opleidingencentrum biedt een betrokkene de mogelijkheid zich te laten inschrijven aan een opleiding aan de instelling waarvoor de inschrijving wel mogelijk is, rekening houdend met diens voorkeuren, indien:
- a. de betrokkene niet wordt ingeschreven op grond van het tweede lid;
- b. de betrokkene niet wordt ingeschreven omdat hij niet voldoet aan de voor die opleiding krachtens artikel 8.2.2a gestelde eisen; of
- c. paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 op hem van toepassing is, en de betrokkene niet wordt ingeschreven:
- 1°. omdat hij zich niet uiterlijk op de datum, genoemd in artikel 8.0.1, eerste lid, heeft aangemeld, voor zover het een opleiding betreft die start bij de aanvang van het op die datum volgende studiejaar, en voor zover het derde lid van dat artikel niet van toepassing is;
- 2°. omdat ten behoeve van hem geen studiekeuzeadvies is uitgebracht als bedoeld in artikel 8.0.4, voor zover het bevoegd gezag daartoe voor diegene verplichte intakeactiviteiten organiseert; of
- 3°. op grond van het derde lid, onderdeel d.
Bij een inschrijvingsbeperking als bedoeld in het tweede lid hanteert het bevoegd gezag geen toelatingscriteria waarbij aan betrokkenen die aan de vooropleidingseisen voor de desbetreffende opleiding voldoen, extra eisen worden gesteld aan hun geschiktheid. Onverminderd de vorige volzin, verleent het bevoegd gezag aan de inschrijving van betrokkenen die in overeenstemming met artikel 8.0.1, eerste lid, uiterlijk op 1 april voor de desbetreffende opleiding zijn aangemeld, voorrang.
Het bevoegd gezag stelt met in achtneming van de voorgaande leden de toelatingsprocedure vast en stelt deze informatie voor een ieder beschikbaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waarvoor deze geldt.
Artikel 8.1.1d. Toelating opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
De toelating tot opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs staat uitsluitend open voor volwassenen.
In afwijking van het eerste lid staat de toelating tot opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs tevens open voor degenen die niet meer zijn ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs, in de loop van het studiejaar de leeftijd van 18 jaren bereiken en op grond van artikel 9.2.5 of op grond van artikel 22, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969 naar de desbetreffende opleiding zijn doorverwezen.
Artikel 8.1.7a. Bindend studieadvies
Het bevoegd gezag brengt aan iedere student die zich inschrijft, advies uit over de voortzetting van zijn opleiding. Aan degenen die zijn ingeschreven voor een opleiding waarvan studieduur als bedoeld in artikel 7.2.4a, derde lid, één volledig studiejaar bedraagt wordt dit advies uiterlijk binnen vier kalendermaanden na aanvang van de opleiding gegeven, doch niet eerder dan drie maanden na aanvang. Aan degenen die zijn ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.4a, derde lid, die meer dan één volledig studiejaar bedraagt wordt dit advies na ten minste negen kalendermaanden en uiterlijk aan het eind van het eerste studiejaar van de opleiding gegeven.
Aan een advies als bedoeld in het eerste lid kan het bevoegd gezag de beëindiging van de inschrijving voor de desbetreffende opleiding verbinden. Tot beëindiging van de inschrijving wordt slechts overgaan indien:
- a. de student naar het oordeel van het bevoegd gezag, met inachtneming van de bij ministeriële regeling vastgestelde persoonlijke omstandigheden, onvoldoende vordering heeft gemaakt in de opleiding;
- b. het bevoegd gezag heeft gezorgd voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede voortgang van de opleiding zijn gewaarborgd, en
- c. het bevoegd gezag de desbetreffende student een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten ten genoegen van het bevoegd gezag dienen te zijn verbeterd.
De student van wie de inschrijving voor een opleiding op grond van het tweede lid is beëindigd, kan niet opnieuw aan die instelling voor die opleiding worden ingeschreven. Het bevoegd gezag spant zich in de student te ondersteunen en begeleiden naar een andere opleiding al dan niet aan die instelling, rekening houdend met diens voorkeuren. Artikel 8.1.7d, tweede lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een student op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is. Het bevoegd gezag biedt de student in elk geval de mogelijkheid zich te laten inschrijven aan een andere opleiding aan die instelling waarvoor de inschrijving wel mogelijk is. De vorige volzin geldt niet voor beroepscolleges als bedoeld in artikel 1.3.2 of als het een student betreft op wie artikel 8.1.1c, derde lid, onderdeel a of b, van toepassing is.
Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van de voorgaande leden nadere regels vast. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid.
Tegen het advies, bedoeld in het eerste lid, staat beroep open bij de Commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 7.5.3. De artikelen 7.5.3 tot en met 7.5.6 zijn van overeenkomstige toepassing.
Titel 7. Practicumplaatsen voor ho-studenten in opleiding
§ 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
Hoofdstuk 11a. Experimenten
Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
Hoofdstuk 11a. Experimenten
Hoofdstuk 9. Het bestuur
Titel 5. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten VSO en entreeopleiding in het VSO
Titel 1a. Overgangsrecht wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Titel 1b. Overgangsrecht rijksbijdrage 2025
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.6b. Examinering VSO-leerlingen
Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 8.1.1, in gevallen als geregeld in en met inachtneming van artikel 14b van de Wet op de expertisecentra, ook tot examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd.
Titel 3. Overleg kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Hoofdstuk 4. Personeel
§ 2. Commissie van beroep
Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)