Wijzigingsgeschiedenis
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
41 versions
· 2026-03-15
2026-03-15
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2025-08-14
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 7
2025-06-06
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2024-11-15
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2023-06-07
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 6
2021-05-26
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2021-02-03
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2019-07-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2019-04-20
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 95, 3 y 1
2018-05-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2017-08-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2017-04-22
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 10, 1, 7 y 2
2015-11-19
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2015-05-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 3 y 15
2013-10-09
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2013-04-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 95, 3 y 2
2013-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 1 y 4
2012-03-31
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 9, 4 y 24
Wijzigingen op 2012-03-31
@@ -8,25 +8,25 @@
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; b. bevoegde autoriteit: 1°. Minister, 2°. een in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2011-01-01&g=2011-01-01) bij deze regeling erkende instantie, of 3°. een met toepassing van de [Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026901) erkende instantie; c. richtlijn nr. 2008/68/EG: richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU L 260); d. [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050): [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050) van de Raad van de Europese Unie van 6 oktober 1996 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L249).
2. De in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) opgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2011-01-01&g=2011-01-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2011-01-01&g=2011-01-01) voorzover daarin niet anders is bepaald.
a. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; b. bevoegde autoriteit: 1°. Minister, 2°. een in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2012-03-31&g=2012-03-31) bij deze regeling erkende instantie, of 3°. een met toepassing van de [Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026901) erkende instantie; c. richtlijn nr. 2008/68/EG: richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU L 260); d. [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050): [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050) van de Raad van de Europese Unie van 6 oktober 1996 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L249).
2. De in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) opgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2012-03-31&g=2012-03-31), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2012-03-31&g=2012-03-31) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2012-03-31&g=2012-03-31) voorzover daarin niet anders is bepaald.
##### Artikel 2
Bij deze regeling behoren vier bijlagen:
- a. [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01): voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over land, zijnde de Nederlandse vertaling van de bijlagen A en B van het ADR en de daarbij behorende aanhangsels;
- b. [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01): voorschriften in afwijking van of in aanvulling op [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- c. [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2011-01-01&g=2011-01-01): erkende instanties, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel b, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- d. [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2011-01-01&g=2011-01-01): rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
- a. [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31): voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over land, zijnde de Nederlandse vertaling van de bijlagen A en B van het ADR en de daarbij behorende aanhangsels;
- b. [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2012-03-31&g=2012-03-31): voorschriften in afwijking van of in aanvulling op [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31);
- c. [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2012-03-31&g=2012-03-31): erkende instanties, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel b, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31);
- d. [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2012-03-31&g=2012-03-31): rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
##### Artikel 3
Met voorwaardelijk tot het vervoer over land toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) mogen de handelingen, bedoeld in [artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008080&artikel=2), worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.
Met voorwaardelijk tot het vervoer over land toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) mogen de handelingen, bedoeld in [artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008080&artikel=2), worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.
##### Artikel 4
@@ -156,7 +156,7 @@
- d. 7.5.7.3 N.
### **6.8.3.2. N Uitrusting van tankwagens voor propaan, butaan en mengsels daarvan**
### **6.8.3.4. N Inspectie**
##### Artikel 1. Toepassingsbereik
@@ -462,7 +462,7 @@
8. Indien een transportmiddel als bedoeld in het tweede lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zevende lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
### **9.7.5.1. N Stabiliteit**
##### Artikel 1
@@ -1620,10 +1620,10 @@
- f. de brandstofleiding is niet via het scharnierpunt van een kantelcabine geleid en is niet zodanig uitgevoerd dat deze leiding bij het kantelen van de cabine wordt losgenomen.
### **Artikel 4**
### **Hoofdstuk I Algemeen**
### **Hoofdstuk I Algemeen**
##### Artikel 54. rn.. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5,
Indien het voertuig is ingericht voor het vervoer van brandbare vloeistoffen met een vlampunt van 61°C of lager, van brandbare stoffen van klasse 2 zoals gedefinieerd in rn. 2.2.2.1.1 (FL voertuig) dan wel is uitgevoerd als EX/II of EX/III voertuig, is ten aanzien van de motor die het voertuig voortbeweegt aan de artikelen 55 tot en met 58 voldaan.
@@ -1686,7 +1686,7 @@
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
### **Artikel 6**
### **§ 1. Beoordelingsnormen/Codes**
##### Artikel 59. rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5
@@ -1842,10 +1842,10 @@
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 67 is het voor de buitenzijde voorgeschreven opschrift met een letterhoogte van ten minste 10 mm uitgevoerd.
### **§ 2 Dimensionering**
### **Artikel 11 rn. 6.8.2.1.14 onder (a), lagedruk-tanks**
### **§ 1. Beoordelingsnormen/Codes**
##### Artikel 69
Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij de IKS overgelegd en akkoord bevonden.
@@ -1872,7 +1872,7 @@
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
### **Artikel 13**
### **§ 3 Constructie**
##### Artikel 75
@@ -2020,7 +2020,7 @@
- 6º. de maximaal optredende pompdruk in het leidingsysteem; waarbij vermelding van de gegevens op één der overige in te dienen tekeningen of op een afzonderlijke lijst van uitrustingsdelen is toegestaan.
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **Artikel 15 scharnierende tank**
##### Artikel 78
@@ -2286,7 +2286,7 @@
2. Indien de tank is voorzien van een ontluchtings- en veiligheidsinrichting die voorkomt dat de inhoud uit de tank ontsnapt, wordt de dichtheidsproef verricht bij een inwendige druk welke ten minste gelijk is aan de openingsdruk van deze voorziening.
### Artikel 26. rn. 6.8.2.1.28 en 6.8.2.2.1 bescherming van
### **Artikel 24**
##### Artikel 102
@@ -2330,7 +2330,7 @@
- 2. aan de buitenzijde, met inbegrip van eventuele holle ruimten tussen de compartimenten, geheel droog.
### **Artikel 25 tanks overeenkomstig rn. 6.10, scharnierende bodem**
### **§ 5 Uitrusting**
##### Artikel 104
@@ -2422,7 +2422,7 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
## Bijlage 2. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 2. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2012-03-31&g=2012-03-31), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Aanvullende Voorschriften
@@ -2889,1806 +2889,1844 @@
In deze bijlage wordt verstaan onder:
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
##### Artikel 2
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
EN 50 020:1992: Stroomkringen met weerstand zonder cadmium, zink, magnesium of aluminium.
EN 287-1:1997: Het kwalificeren van lassers - Smeltlassen - Deel 1: Staal.
EN 287-2:1997: `Het kwalificeren van lassers - Smeltlassen - Deel 2: Aluminium en Aluminiumlegeringen.
EN 288-2:1992: Het beschrijven en kwalificeren van lasprocedures voor metallische materialen - Deel 2: Lasmethodebeschrijving voor het booglassen.
EN 473:1993: Kwalificatie en certificatie van personeel voor niet-destructief onderzoek. Algemene principes.
EN 571-1:1997: Niet-destructief onderzoek - Penetrantonderzoek - Deel 1: Algemene beginselen.
EN-ISO 6947:1997: Lassen - Lasposities - Definities van hellings- en rotatiehoeken.
EN 10204:1991 + A1: 1995 : Producten van metaal. Soorten keuringsdocumenten.
EN 12266-1:1991: Industriële afsluiters / Beproeving van afsluiters / Deel 1: Beproevingen, beproevingsprocedures en acceptatiecriteria waaraan iedere afsluiter moet voldoen.
EN 25817:1992 (ISO 5817:1992): Booglasverbindingen in staal - Richtlijn voor het vaststellen van kwaliteitsniveaus voor onvolkomenheden.
EN 30042:1994 (ISO 10042:1992): Booglasverbindingen in aluminium en lasbare aluminiumlegeringen - Richtlijn voor het vaststellen van kwaliteitsniveaus voor onvolkomenheden.
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code).
IEC 60079 - 11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres - part 11 : intrinsic safety `i'.
### **Hoofdstuk II. Bepalingen voor elk vervoer op Nederlands grondgebied**
##### Artikel 2
##### Artikel 3
1. Voertuigen zijn slechts tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
- a. het Voertuigreglement;
- b. de voorschriften gesteld in de bijlagen 1 en 2; en
- c. de in deze bijlage genoemde voorschriften, voor zover in de bijlagen 1 en 2 niet uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald.
2. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen, tanks en tankcontainers worden gelijkgesteld voertuigen die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel geproduceerd zijn in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte en die aan gelijkwaardige eisen voldoen.
##### Artikel 4
De directeur kan voertuigen waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze bijlage goedkeuren, indien de technische inrichting en uitrusting van de voertuigen naar het oordeel van de directeur een gelijkwaardige veiligheid bieden.
##### Artikel 5. rn.. 6.8.2.4.4
1. Wanneer schade aan een voertuig is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. De melding wordt gericht aan het keuringsstation van VT waar het voertuig is geregistreerd.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
### **Artikel 4**
### **Artikel 4**
##### Artikel 6
Voor tanks voor het vervoer van stoffen van klasse 2 en tanks waarvan de voorgeschreven berekeningsdruk 1 Mpa (10 bar) of meer bedraagt, welke door Stoomwezen B.V. worden beoordeeld op conformiteit met de bijlagen 1 en 2, wordt een door genoemde instantie afgegeven certificaat overgelegd, waarin is aangegeven dat de tank aan de desbetreffende voorschriften van de bijlagen 1 en 2 voldoet.
### **Artikel 5. Laden en lossen**
##### Artikel 7
1. Bij tanks wordt ter vaststelling van:
- a. wanddikte;
- b. eventuele bescherming;
- c. ondersteuning; en
- d. bevestiging aan het chassis; uitgegaan van waarden, zoals vastgelegd in de EN die betrekking heeft op het desbetreffende materiaal.
2. De directeur kan toestaan dat in plaats van EN vergelijkbare normen worden toegepast van de overige bij de ADR aangesloten landen.
3. Van het materiaal voor de romp, de eind- en tussenbodems en de mangathalzen wordt een keuringsrapport `3.1.B' overgelegd overeenkomstig de norm EN 10204 of een overeenkomstig exemplaar volgens andere omschrijvingen, zoals DIN 50049, Abnahmeprüfzeugnis 3.1B.
Van mangathalzen voor tanks, anders dan bedoeld in artikel 6, behoeft geen attest te worden overgelegd, indien deze zijn vervaardigd uit zacht staal of bij tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14, onder a) indien de wanddikte van de mangathals ten minste 2 maal de vereiste minimumwanddikte van de tankromp bedraagt.
4. Op alle delen van het materiaal bedoeld in het derde lid is het chargenummer, vermeld in het bijbehorende attest, aangegeven. Dit nummer is door de materiaalfabrikant aangebracht of, bij versneden platen, op een door de directeur te bepalen wijze overgestempeld.
5. Onder gespecificeerde minimumwaarden volgens de materiaalnormen voor austenitische staalsoorten welke ingevolge rn. 6.8.2.1.16 mogen worden overschreden, worden uitsluitend verstaan de rekgrens (Re) en de treksterkte (Rm).
##### Artikel 8. rn. 6.8.2.1.4
Als berekeningscodes worden door de directeur erkend:
- a. de AD-Merkblätter; en
- b. de Regels voor toestellen onder druk.
##### Artikel 9. rn. 6.8.2.1.6
1. Bij radiografisch lasonderzoek wordt van röntgenopnamen een beoordelingsrapport overgelegd, dat ten minste de navolgende gegevens bevat:
- a. voor de materialen zacht staal en roestvrij staal: de klassering van de waargenomen afwijkingen volgens de IIW-code (oud);
- b. voor aluminium en legeringen: klassering volgens de op de specifieke materiaalgroep betrekking hebbende IIW-codering;
2. Tevens wordt daarin opgenomen het resultaat van toetsing aan een der hierna genoemde criteria:
- a. voor staal: EN 25817:1992 (ISO 5817:1992), niveau B met uitzondering van onvolkomenheden waarvoor niveau C geldt;
- b. voor aluminium en legeringen: EN 30042 (ISO 10042:1992), niveau B met uitzondering van onvolkomenheden waarvoor niveau C geldt;
- c. HP 5/3, § 4 van de AD-Merkblätter; of
- d. blad T0111, § 3 en bijlage 1 van de Regels voor toestellen onder druk.
3. Het in het eerste lid bedoelde beoordelingsrapport is gewaarmerkt door een deskundige van een door de directeur erkende instantie, die in aanmerking komt voor aanwijzing indien deze is gecertificeerd en de deskundige is gekwalificeerd overeenkomstig de norm EN 473:1993.
##### Artikel 10. rn. 6.8.2.1.23
Bij radiografisch lasonderzoek geldt ten aanzien van de omvang daarvan:
- a. dat indien de coëfficiënt lambda (λ) = 0,8 van toepassing is, de radiografische controle ten minste omvat:
- 1°. 10% van de rondnaden, met inbegrip van alle kruisende naden,
- 2°. 10% van de langsnaden, en
- 3°. 100% van de las van (ronde) inzetstukken ter voorkoming van kruisende lassen;
- b. dat, in afwijking van het in onderdeel a bepaalde en ongeacht de voorgeschreven coëfficiënt lambda (λ), ter controle van de beheersing van het lasproces, de radiografische controle van de lasnaden bij de eerste tank, vervaardigd door een bedrijf waar niet eerder door de RDW tanks voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn gekeurd, de volledige lengte van de lassen omvat;
- c. dat de controle van lasnaden in samengestelde eindbodems geschiedt overeenkomstig de bepalingen voor rondnaden;
- d. dat indien de wanddikte van het middendeel van de onder c) genoemde bodems ten minste gelijk is aan de wanddikte van de omhaling, volstaan kan worden met radiografische controle van uitsluitend het in de omhaling gelegen deel van de lasnaad;
- e. dat bij samengestelde tussenbodems welke op druk op de bolle zijde zijn berekend, geen radiografische controle behoeft te worden uitgevoerd;
- f. dat indien bij toepassing van lambda = 0,8 of 0,9 op grond van de radiografische controle ontoelaatbare afwijkingen in de lasnaad zijn vastgesteld welke moeten worden hersteld, van de herstelling en, voor zover van toepassing, van het aan weerszijden van de oorspronkelijke opname gelegen deel van de las een radiografische opname wordt gemaakt;
- g. dat indien bij deze controle of bij de visuele controle van de lassen opnieuw afwijkingen worden vastgesteld, de directeur, afhankelijk van de plaats en de aard van deze afwijkingen, aanvullende radiografische controle kan voorschrijven tot 100 % van de lasnaden;
- h. dat radiografische controle van lasnaden plaats vindt voordat deze door tankringen, dubbelplaten of andere constructieve elementen worden afgedekt;
- i. dat indien lassen zodanig zijn uitgevoerd of geplaatst dat radiografische controle niet mogelijk is of de resultaten niet interpreteerbaar zijn, zoals bij hoeklassen of bij lassen, gesitueerd in de ringvormige ruimte, omsloten door een slingerschot of tussenbodem, een tegenring en de tankwand, de directeur vervangende controlemethoden kan voorschrijven, bijvoorbeeld penetrantonderzoek overeenkomstig de norm EN 571-1:1997.
### **Artikel 9. Kenmerking en etikettering der voertuigen**
### § 6. Uitrusting
### **Artikel 3**
### **Artikel 2.**
### Hoofdstuk VII. Cabine
### **Hoofdstuk I Algemeen**
### **Artikel 1 Begripsbepalingen**
### § 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)
### **Artikel 3**
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
### **Artikel 6**
### **Artikel 10**
### **Artikel 6**
### § 1. Stoomwezen B.V.
### **Artikel 12**
### **Artikel 14 rn. 6.8.2.1.18 en 6.8.2.1.19 dikte slingerschot**
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 14 rn. 6.8.2.1.18 en 6.8.2.1.19 dikte slingerschot**
### **Artikel 11 rn. 6.8.2.1.14 onder (a), lagedruk-tanks**
### **Artikel 22**
### **Artikel 14 rn. 6.8.2.1.18 en 6.8.2.1.19 dikte slingerschot**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Hoofdstuk I. Bepalingen voor uitsluitend binnenlands vervoer**
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
Dit hoofdstuk is van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen dat uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt.
De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9) slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
### **1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten**
2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.
### **5.1.2.1./5.2.1 N Opschriften en kenmerking**
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
### **5.4.1.4. N Vervoerdocument**
Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.
Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dashboard en een intermitterende claxon in de cabine.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
### **7.5.7.5/8.3.3 Openen van colli**
Dit openen is uitsluitend toegestaan voor het direct afleveren van genoemde stoffen in de land- en de wegenbouw alsmede op bouwplaatsen.
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) is niet van toepassing op bestuurders van:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
### **Hoofdstuk II. Bepalingen voor elk vervoer op Nederlands grondgebied**
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en:
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het vervoer dat plaatsvindt overeenkomstig de randnummers 1.1.3 en hoofdstuk 3.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31).
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) te laden of te lossen elders dan:
### **Artikel 3. Tunnelregime**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC, bulkcontainer of mobiele tank gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) te laden of te lossen elders dan:
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=12).
### **Artikel 5. Laden en lossen**
Het laden of lossen van ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de vrijgestelde hoeveelheden van randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) alsmede vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundige.
### **Artikel 6. Weersomstandigheden**
1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:
### **Artikel 5. Laden en lossen**
3. De Minister kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid vermelde verbod bij glad wegdek, indien:
3. De Minister kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid vermelde verbod bij glad wegdek, indien:
1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:
### **Artikel 7. Zout veer**
3. Het vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan vermeld in tabel 2, is slechts toegestaan indien het betreft:
4. Op een gesloten rijdek van een zout veer wordt geen transporteenheid geplaatst die beladen is met stoffen van klasse 3 met verpakkingsgroep I en II.
5. Rondom de transporteenheden beladen met gevaarlijke stoffen worden in horizontale richting een vrije ruimte aangehouden van ten minste twee meter en een afstand van ten minste vijf meter ten opzichte van passagiers.
6. De bestuurder of bijrijder van een transporteenheid met gevaarlijke stoffen blijft tijdens de vaart bij zijn voertuig.
7. De bestuurder van een transporteenheid beladen met andere gevaarlijke stoffen dan die zijn vermeld in tabel 2, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.
8. Rederijen kunnen aanvullende of beperkende maatregelen treffen.
8. Rederijen kunnen aanvullende of beperkende maatregelen treffen.
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 9. Kenmerking en etikettering der voertuigen**
Afgekoppelde aanhangwagens en opleggers zijn voorzien van de etikettering en kenmerking die ingevolge randnummers 5.3.1 en 5.3.2 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) zijn voorgeschreven als zijnde aan een trekkend voertuig gekoppeld.
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
1. De volgende voertuigen en tankcontainers kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer:
3. In afwijking van het tweede lid kunnen transportmiddelen, waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze regeling, worden goedgekeurd indien de technische inrichting en uitrusting der transportmiddelen naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer een ten minste gelijkwaardige veiligheid bieden.
4. De eigenaar of houder van een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid stelt na een aanrijding of ongeval waardoor beschadiging van het transportmiddel is ontstaan, de Dienst Wegverkeer hiervan onverwijld in kennis.
5. De eigenaar of houder van een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid zorgt dat dit transportmiddel voor onderzoek aan de Dienst Wegverkeer wordt aangeboden:
6. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid niet aan deze regeling voldoet, is de eigenaar of houder ervan verplicht te zorgen dat dit niet weer in gebruik wordt genomen voordat uit een hernieuwd onderzoek is gebleken dat de door de Dienst Wegverkeer nodig geachte voorzieningen zijn aangebracht; in afwachting van het hernieuwde onderzoek kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht op eerste vordering van of vanwege de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument af te geven.
7. Indien een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zesde lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.
8. Tot 1 januari 2014 is dit artikel van overeenkomstige toepassing op in Nederland in gebruik zijnde kleine mobiele tanks waaronder worden verstaan vaste tanks met een inhoud van ten hoogste 1 m3, bestemd voor het vervoer van dieselolie, gasolie of lichte stookolie.
8. Tot 1 januari 2014 is dit artikel van overeenkomstige toepassing op in Nederland in gebruik zijnde kleine mobiele tanks waaronder worden verstaan vaste tanks met een inhoud van ten hoogste 1 m3, bestemd voor het vervoer van dieselolie, gasolie of lichte stookolie.
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
### **Artikel 12. 1.8.3.2. Uitzondering verplichting veiligheidsadviseur**
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
8. Tot 1 januari 2014 is dit artikel van overeenkomstige toepassing op in Nederland in gebruik zijnde kleine mobiele tanks waaronder worden verstaan vaste tanks met een inhoud van ten hoogste 1 m3, bestemd voor het vervoer van dieselolie, gasolie of lichte stookolie.
### **Artikel 1**
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
### **Artikel 2**
2. Wanneer het toezicht is uitgevoerd, ontvangt de bestuurder van het betrokken voertuig een verklaring van de verrichte controle, welke verklaring zoveel mogelijk luidt conform de controlelijst, bedoeld in bijlage I van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050).
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
2. Indien het toezicht op de naleving in de onderneming wordt gehouden en overtredingen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050), wordt het betrokken vervoer voor het verlaten van de onderneming in overeenstemming gebracht met de voorschriften, dan wel worden andere naar het oordeel van de Minister gepaste maatregelen genomen.
### **Artikel 4**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Erkende instanties
### Artikel 1. Erkende instanties
Erkende Instanties
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Deze bijlage behoort bij de regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de omzetting van de Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen in bijlage 4 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
### **Hoofdstuk I Algemeen**
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
EN 50 020:1992: Stroomkringen met weerstand zonder cadmium, zink, magnesium of aluminium.
EN 287-1:1997: Het kwalificeren van lassers - Smeltlassen - Deel 1: Staal.
EN 287-2:1997: `Het kwalificeren van lassers - Smeltlassen - Deel 2: Aluminium en Aluminiumlegeringen.
EN 288-2:1992: Het beschrijven en kwalificeren van lasprocedures voor metallische materialen - Deel 2: Lasmethodebeschrijving voor het booglassen.
EN 473:1993: Kwalificatie en certificatie van personeel voor niet-destructief onderzoek. Algemene principes.
EN 571-1:1997: Niet-destructief onderzoek - Penetrantonderzoek - Deel 1: Algemene beginselen.
EN-ISO 6947:1997: Lassen - Lasposities - Definities van hellings- en rotatiehoeken.
EN 10204:1991 + A1: 1995 : Producten van metaal. Soorten keuringsdocumenten.
EN 12266-1:1991: Industriële afsluiters / Beproeving van afsluiters / Deel 1: Beproevingen, beproevingsprocedures en acceptatiecriteria waaraan iedere afsluiter moet voldoen.
EN 25817:1992 (ISO 5817:1992): Booglasverbindingen in staal - Richtlijn voor het vaststellen van kwaliteitsniveaus voor onvolkomenheden.
EN 30042:1994 (ISO 10042:1992): Booglasverbindingen in aluminium en lasbare aluminiumlegeringen - Richtlijn voor het vaststellen van kwaliteitsniveaus voor onvolkomenheden.
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code).
IEC 60079 - 11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres - part 11 : intrinsic safety `i'.
### **Hoofdstuk II. Bepalingen voor elk vervoer op Nederlands grondgebied**
##### Artikel 3
1. Voertuigen zijn slechts tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
- a. het Voertuigreglement;
- b. de voorschriften gesteld in de bijlagen 1 en 2; en
- c. de in deze bijlage genoemde voorschriften, voor zover in de bijlagen 1 en 2 niet uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald.
2. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen, tanks en tankcontainers worden gelijkgesteld voertuigen die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel geproduceerd zijn in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte en die aan gelijkwaardige eisen voldoen.
##### Artikel 4
De directeur kan voertuigen waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze bijlage goedkeuren, indien de technische inrichting en uitrusting van de voertuigen naar het oordeel van de directeur een gelijkwaardige veiligheid bieden.
##### Artikel 5. rn.. 6.8.2.4.4
1. Wanneer schade aan een voertuig is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. De melding wordt gericht aan het keuringsstation van VT waar het voertuig is geregistreerd.
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
EN 50 020:1992: Stroomkringen met weerstand zonder cadmium, zink, magnesium of aluminium;
EN 10204:2004: Producten van metaal – Soorten keuringsdocumenten;
## Bijlage 4. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
IEC 60079–11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres – part 11: intrinsic safety ‘i’.
2. De directeur kan voertuigen, tanks en tankcontainers waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze bijlage goedkeuren, indien de technische inrichting en uitrusting van de voertuigen, tanks en tankcontainers naar het oordeel van de directeur een gelijkwaardige veiligheid bieden.
### **Artikel 4**
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
2. Van de tanks genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt een door genoemde instantie afgegeven certificaat overgelegd, waarin is aangegeven dat de tank aan de desbetreffende voorschriften van de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2012-03-31&g=2012-03-31) voldoet.
1. Wanneer schade aan een voertuig, tank of tankcontainer is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. Indien dit een voertuig betreft wordt de melding gericht aan het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert. In het geval van schade aan de tank van het voertuig of (tank)containers wordt de melding gericht aan de afdeling IKS van VT.
1. Wanneer schade aan een voertuig, tank of tankcontainer is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. Indien dit een voertuig betreft wordt de melding gericht aan het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert. In het geval van schade aan de tank van het voertuig of (tank)containers wordt de melding gericht aan de afdeling IKS van VT.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
### **Artikel 3. Tunnelregime**
### **Artikel 4**
##### Artikel 6
Voor tanks voor het vervoer van stoffen van klasse 2 en tanks waarvan de voorgeschreven berekeningsdruk 1 Mpa (10 bar) of meer bedraagt, welke door Stoomwezen B.V. worden beoordeeld op conformiteit met de bijlagen 1 en 2, wordt een door genoemde instantie afgegeven certificaat overgelegd, waarin is aangegeven dat de tank aan de desbetreffende voorschriften van de bijlagen 1 en 2 voldoet.
### **Artikel 5. Laden en lossen**
##### Artikel 7
1. Bij tanks wordt ter vaststelling van:
- a. wanddikte;
- b. eventuele bescherming;
- c. ondersteuning; en
- d. bevestiging aan het chassis; uitgegaan van waarden, zoals vastgelegd in de EN die betrekking heeft op het desbetreffende materiaal.
2. De directeur kan toestaan dat in plaats van EN vergelijkbare normen worden toegepast van de overige bij de ADR aangesloten landen.
3. Van het materiaal voor de romp, de eind- en tussenbodems en de mangathalzen wordt een keuringsrapport `3.1.B' overgelegd overeenkomstig de norm EN 10204 of een overeenkomstig exemplaar volgens andere omschrijvingen, zoals DIN 50049, Abnahmeprüfzeugnis 3.1B.
Van mangathalzen voor tanks, anders dan bedoeld in artikel 6, behoeft geen attest te worden overgelegd, indien deze zijn vervaardigd uit zacht staal of bij tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14, onder a) indien de wanddikte van de mangathals ten minste 2 maal de vereiste minimumwanddikte van de tankromp bedraagt.
4. Op alle delen van het materiaal bedoeld in het derde lid is het chargenummer, vermeld in het bijbehorende attest, aangegeven. Dit nummer is door de materiaalfabrikant aangebracht of, bij versneden platen, op een door de directeur te bepalen wijze overgestempeld.
5. Onder gespecificeerde minimumwaarden volgens de materiaalnormen voor austenitische staalsoorten welke ingevolge rn. 6.8.2.1.16 mogen worden overschreden, worden uitsluitend verstaan de rekgrens (Re) en de treksterkte (Rm).
##### Artikel 8. rn. 6.8.2.1.4
Als berekeningscodes worden door de directeur erkend:
- a. de AD-Merkblätter; en
- b. de Regels voor toestellen onder druk.
##### Artikel 9. rn. 6.8.2.1.6
1. Bij radiografisch lasonderzoek wordt van röntgenopnamen een beoordelingsrapport overgelegd, dat ten minste de navolgende gegevens bevat:
- a. voor de materialen zacht staal en roestvrij staal: de klassering van de waargenomen afwijkingen volgens de IIW-code (oud);
- b. voor aluminium en legeringen: klassering volgens de op de specifieke materiaalgroep betrekking hebbende IIW-codering;
2. Tevens wordt daarin opgenomen het resultaat van toetsing aan een der hierna genoemde criteria:
- a. voor staal: EN 25817:1992 (ISO 5817:1992), niveau B met uitzondering van onvolkomenheden waarvoor niveau C geldt;
- b. voor aluminium en legeringen: EN 30042 (ISO 10042:1992), niveau B met uitzondering van onvolkomenheden waarvoor niveau C geldt;
- c. HP 5/3, § 4 van de AD-Merkblätter; of
- d. blad T0111, § 3 en bijlage 1 van de Regels voor toestellen onder druk.
3. Het in het eerste lid bedoelde beoordelingsrapport is gewaarmerkt door een deskundige van een door de directeur erkende instantie, die in aanmerking komt voor aanwijzing indien deze is gecertificeerd en de deskundige is gekwalificeerd overeenkomstig de norm EN 473:1993.
##### Artikel 10. rn. 6.8.2.1.23
Bij radiografisch lasonderzoek geldt ten aanzien van de omvang daarvan:
- a. dat indien de coëfficiënt lambda (λ) = 0,8 van toepassing is, de radiografische controle ten minste omvat:
- 1°. 10% van de rondnaden, met inbegrip van alle kruisende naden,
- 2°. 10% van de langsnaden, en
- 3°. 100% van de las van (ronde) inzetstukken ter voorkoming van kruisende lassen;
- b. dat, in afwijking van het in onderdeel a bepaalde en ongeacht de voorgeschreven coëfficiënt lambda (λ), ter controle van de beheersing van het lasproces, de radiografische controle van de lasnaden bij de eerste tank, vervaardigd door een bedrijf waar niet eerder door de RDW tanks voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn gekeurd, de volledige lengte van de lassen omvat;
- c. dat de controle van lasnaden in samengestelde eindbodems geschiedt overeenkomstig de bepalingen voor rondnaden;
- d. dat indien de wanddikte van het middendeel van de onder c) genoemde bodems ten minste gelijk is aan de wanddikte van de omhaling, volstaan kan worden met radiografische controle van uitsluitend het in de omhaling gelegen deel van de lasnaad;
- e. dat bij samengestelde tussenbodems welke op druk op de bolle zijde zijn berekend, geen radiografische controle behoeft te worden uitgevoerd;
- f. dat indien bij toepassing van lambda = 0,8 of 0,9 op grond van de radiografische controle ontoelaatbare afwijkingen in de lasnaad zijn vastgesteld welke moeten worden hersteld, van de herstelling en, voor zover van toepassing, van het aan weerszijden van de oorspronkelijke opname gelegen deel van de las een radiografische opname wordt gemaakt;
- g. dat indien bij deze controle of bij de visuele controle van de lassen opnieuw afwijkingen worden vastgesteld, de directeur, afhankelijk van de plaats en de aard van deze afwijkingen, aanvullende radiografische controle kan voorschrijven tot 100 % van de lasnaden;
- h. dat radiografische controle van lasnaden plaats vindt voordat deze door tankringen, dubbelplaten of andere constructieve elementen worden afgedekt;
- i. dat indien lassen zodanig zijn uitgevoerd of geplaatst dat radiografische controle niet mogelijk is of de resultaten niet interpreteerbaar zijn, zoals bij hoeklassen of bij lassen, gesitueerd in de ringvormige ruimte, omsloten door een slingerschot of tussenbodem, een tegenring en de tankwand, de directeur vervangende controlemethoden kan voorschrijven, bijvoorbeeld penetrantonderzoek overeenkomstig de norm EN 571-1:1997.
EN 14595: 2003: Tanks voor het transport van gevaarlijke goederen – Onderhoudsuitrusting voor tanks – Druk- en vacuümontluchting;
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
1. Bij tanks wordt ter vaststelling van de wanddikte, de eventuele bescherming, de ondersteuning en de bevestiging aan het chassis, uitgegaan van de waarden zoals vastgelegd in Europese Normen die betrekking hebben op het desbetreffende materiaal.
1. Bij tanks wordt ter vaststelling van de wanddikte, de eventuele bescherming, de ondersteuning en de bevestiging aan het chassis, uitgegaan van de waarden zoals vastgelegd in Europese Normen die betrekking hebben op het desbetreffende materiaal.
2. Van het materiaal voor de romp, de eind- en tussenbodems en de mangathalzen wordt, overeenkomstig de norm EN 10204, een zogenaamd ‘3.1’ keuringsrapport overgelegd. Van mangathalzen voor tanks behoeft geen attest te worden overgelegd, indien deze zijn vervaardigd uit zacht staal of bij tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14, onder a) indien de wanddikte van de mangathals ten minste 2 maal de vereiste minimumwanddikte van de tankromp bedraagt.
3. Op alle delen van het materiaal bedoeld in het tweede lid is het chargenummer, vermeld in het bijbehorende attest, aangegeven. Dit nummer is door de materiaalfabrikant aangebracht of, bij versneden platen, op een door de directeur te bepalen wijze overgestempeld.
4. Onder gespecificeerde minimumwaarden volgens de materiaalnormen voor austenitische staalsoorten welke ingevolge rn. 6.8.2.1.16 mogen worden overschreden, worden uitsluitend verstaan de rekgrens (Re) en de treksterkte (Rm).
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 8**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 10**
Vervallen.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
### **Artikel 3**
### **Artikel 12**
Vervallen.
### **§ 3 Constructie**
Vervallen.
Vervallen.
Indien een tank is voorzien van scheidingswanden of slingerschotten die met contraringen aan de tankwand zijn bevestigd alsmede van afdichtingsplaten ter plaatse van doorstroomopeningen, bezitten deze een dikte die ten minste gelijk is aan de wanddikte overeenkomstig rn. 6.8.2.1.19.
Indien een tank is voorzien van scheidingswanden of slingerschotten die met contraringen aan de tankwand zijn bevestigd alsmede van afdichtingsplaten ter plaatse van doorstroomopeningen, bezitten deze een dikte die ten minste gelijk is aan de wanddikte overeenkomstig rn. 6.8.2.1.19.
1. Met uitzondering van tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14 onder (a) mogen tanks scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
1. Met uitzondering van tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14 onder (a) mogen tanks scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
Tanks bestemd voor het vervoer van vloeistoffen die niet zijn ontworpen overeenkomstig rn. 6.10 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) zijn niet met een scharnierende eindbodem uitgerust.
### **Artikel 17 rn. 6.10 explosiebestendige tank**
1. Voor de constructie van een explosiebestendige tank zijn de volgende criteria van toepassing:
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 8 rn. 6.8.2.1.6**
### § 3. Dimensionering
4. Naast het bepaalde in het eerste lid, wordt bij tanks vervaardigd van aluminiumlegeringen de mate van bestendigheid van het tankmateriaal tegen de te vervoeren stoffen aangetoond, waaraan in elk geval is voldaan indien op basis van algemene bestendigheidlijsten, zoals van de fabrikant van het tankmateriaal, wordt aangetoond dat aantasting van de aluminiumlegering door de te vervoeren stof slechts in beperkte mate is te verwachten.
### **Artikel 19**
### **§ 4 Bescherming**
### **§ 4 Bescherming**
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
### **§ 2 Dimensionering**
4. Indien de tank niet is voorzien van de in rn. 6.8.2.2.2 genoemde eindafsluiter aan het einde van elke vul- en losleiding, bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging van de stootbalk om de zwakste doorsnede ten minste 30 cm3.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 21**
### **Artikel 21**
Vervallen.
### **Artikel 23 rn. 6.8.4 TE 19 appendages aan de onderzijde**
### **Artikel 23 rn. 6.8.4 TE 19 appendages aan de onderzijde**
### **§ 3 Constructie**
### **Artikel 24**
Indien voor de constructie van de tank, voor de ommanteling of voor tankuitrustingsdelen, kunststof als materiaal is gekozen en het voertuig is ontworpen voor het vervoer van:
is deze kunststof vlamdovend uitgevoerd, waaraan geacht wordt te zijn voldaan indien monsters zijn beproefd in overeenstemming met ISO-norm 3795:1989
### **Artikel 25 tanks overeenkomstig rn. 6.10, scharnierende bodem**
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
### **Artikel 26**
### **Artikel 26**
Vervallen.
### **Artikel 27 rn. 6.8.2.2.2 opening voor schoonmaakdoeleinden**
### Artikel 34. rn.. 6.8.2.1.7 en 6.8.2.2.3 beveiliging tegen
### **Artikel 18 binnenbekleding**
3. De opening is uitsluitend door middel van een blindflens afgesloten.
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
1. Tanks welke onder overdruk kunnen worden gelost, zijn in de overdruklosinstallatie voorzien van een overdrukventiel, welke :
### **Artikel 29**
Vervallen.
### **Artikel 30 rn. 6.10.3.8 onder b, pomp-/afzuiginrichting**
Bij toepassing van pomp-/compressoreenheden waarin, gezien hun constructie, vonkvorming zou kunnen plaatsvinden, wordt geacht te zijn voldaan aan het bepaalde in rn. 6.10.3.8 onder b, indien ten minste één der volgende maatregelen is getroffen:
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen**
In aanvulling op rn. 6.8.2.2.2 wordt de stand of sluitrichting van de inwendige afsluiters herkenbaar geacht indien bepaalde voorafgaande aan het wegrijden noodzakelijke handelingen, zoals het sluiten van een meterkastluik, het uitschakelen van de p.t.o. of de parkeerremrichting, slechts mogelijk zijn indien de inwendige afsluiters gesloten zijn of indien deze handeling of handelingen het sluiten tot gevolg hebben.
### **Artikel 32 ventilatieopeningen in appendageruimten**
### **Artikel 32 ventilatieopeningen in appendageruimten**
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
1. De hierna genoemde uitrustingsdelen zijn, voor zover zij zijn voorgeschreven of aanwezig zijn, door de directeur goedgekeurd. Op verzoek van de fabrikant of de officiële vertegenwoordiger in Nederland kan een typegoedkeuring worden aangevraagd, overeenkomstig de artikelen 70 tot en met 73:
### **Artikel 24**
2. In geval de in de randnummer 6.8.2.6 opgenomen normen niet op de uitvoering van de uitrustingsdelen, bedoeld in het eerste lid van toepassing zijn, voldoet die uitvoering aan de artikelen 34 tot en met 37, 39 en 40.
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
1. Ontluchtingsinrichtingen zijn uitgevoerd als:
### **Artikel 35 overdrukventielen**
### **Artikel 35 overdrukventielen**
### **Artikel 36 bodemafsluiters**
De bodemafsluiters voor tanks:
### **Artikel 37 eindafsluiters**
### **Artikel 37 eindafsluiters**
### **Artikel 38 mangatdeksels**
Scharnierende mangatdeksels met een werkdruk boven de 0,5 bar zijn voorzien van tenminste 4 knevelbouten met oog of vleugelmoeren.
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### Artikel 50. steunpoten
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
### **Artikel 41**
### **Artikel 41**
Vervallen.
### **Hoofdstuk IV Chassis**
### **Artikel 42**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 27 rn. 6.8.2.2.2 opening voor schoonmaakdoeleinden**
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
### **Artikel 45 rn. 9.7.5.2 Kantelstabiliteit**
Indien het voldoen aan de eisen voor kantelstabiliteit wordt aangetoond op basis van een berekening dienen de basisgegevens waarmee dit systeem werkt te zijn gevalideerd door praktijktesten. Indien validatie niet afdoende aangetoond wordt vereist de directeur nader onderzoek.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
2. De voorschriften van de normen EN 13082 (dampafsluiter) en EN 14595(druk- en vacuumontluchting) zijn van toepassing op ontluchtingsinrichtingen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, gebruikt op tanks met een maximale werkdruk van 0,5 bar en het vervoer van vloeibare aardolieproducten en andere gevaarlijk stoffen van klasse 3 met een dampdruk van ten hoogste 1,1 bar en benzine zonder giftige and corrosieve subclassificatie.
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
Indien het voertuig is uitgevoerd als FL-voertuig of is uitgevoerd als EX/II of EX/III voertuig wordt ten aanzien van de motor die het voertuig voortbeweegt, voldaan aan de artikelen 47 tot en met 49.
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen en rechtstreeks op de tank aangebrachte afsluiters**
2. Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, is bij een trekker voor een oplegger in elk geval voldaan, indien genoemde delen zich op niet meer dan 20 cm achter de achterwand van de bestuurderscabine bevinden.
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
2. De uitmonding van de uitlaatleiding mag onder het voertuig zijn gelegen indien de uitmonding schuin naar beneden is gericht.
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### Artikel 68
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
### **Artikel 41 verzegeling**
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
### **Artikel 41 verzegeling**
4. Het derde lid is niet van toepassing op voertuigen die zijn uitgerust met een uitlaatgasnabehandelingssysteem, voor zover het voertuigen betreft die minimaal voldoen aan de emissiegrenswaarden als opgenomen in de rijen B1, B2 of C van tabel 1 van bijlage 1 van richtlijn nr. 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking (PbEU L 275) of als opgenomen in bijlage 1 van verordening (EU) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU L 188).
2. Indien de verzegeling, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdeel 1°, namens de directeur wordt aangebracht door een gebruiker, geschiedt dit onder de volgende voorwaarden:
### **Artikel 51 rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5**
Bij een FL-voertuig mag een verbrandingsmotor als hulpmotor zijn aangebracht die de apparatuur aandrijft, mits aan de volgende voorschriften is voldaan:
### **Hoofdstuk VI Elektrische installatie**
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
2. Naast het bepaalde in rn. 9.2.2.2.1 zijn uitgezonderd van de verplichting om te zijn gezekerd: standaardschakelingen ten behoeve van in de cabine aangebrachte relais, controlelampen en de elektromotor van een bogieliftinstallatie (ashefinrichting);
### **Artikel 53**
### **Artikel 54 rn. 9.7.8.1 tot en met 9.7.8.3**
Bij een FL-voertuig is het aanbrengen van elektrische apparatuur in gesloten ruimten waarin tevens leidingen en pompen ten behoeve van de lading aanwezig zijn, toegestaan indien:
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
3. indien een bediening van de hoofdschakelaar aan de buitenzijde van het voertuig is aangebracht, is deze uitgevoerd in een duidelijk opvallende of contrasterende kleur.
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
### **Artikel 56 rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.1 tank-identificatieplaat**
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
### **Artikel 57 rn 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 waarmerk**
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
2. Het in het eerste lid bedoelde waarmerk, zoals gebruikt tot 1 januari 2005, blijft van kracht gedurende de termijn dat de desbetreffende keuring geldig is.
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
2. De opschriften zijn van buitenaf duidelijk leesbaar aangegeven.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
### **Artikel 59**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII Goedkeuringsprocedures**
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
### **§ 1. Ontwerpbeoordeling (Algemeen)**
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
### **Artikel 51 rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5**
2. De overgelegde gegevens worden getoetst aan de VLG;
### **Hoofdstuk VI Elektrische installatie**
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
### **Artikel 61**
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet, onverminderd het bepaalde in artikel 52, aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 62**
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
3. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn. 9.2.3.1 van de ADR voor wat betreft een antiblokkeer systeem of een duurreminstallatie wordt een aanvraagformulier overgelegd zoals genoemd in artikel 69.
### **§ 2.1 Tekeningen (Algemeen)**
De ontwerpaanvraag bevat de volgende tekeningen in tweevoud (indien van toepassing):
### **Artikel 64**
Alle tekeningen:
### **Artikel 65**
1. Overzichtstekeningen geven aan voor wat betreft het complete voertuig:
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
2. Alle tekeningen bij voertuigen met vaste of afneembare tanks geven ten minste aan:
### **Artikel 66**
Alle tanktekeningen geven aan voor wat betreft de tank:
### **Artikel 67**
### **§ 2.2. Berekeningen**
### **§ 2.2. Berekeningen**
Bij het ontwerp worden per voertuig ten minste de volgende berekeningen overgelegd:
### **§ 3. Beoordeling van een aanvraag voor goedkeuring van een trekker of een dragend motorvoertuig of getrokken voertuig voor containers met een inhoud groter dan 3000 liter**
### **§ 3. Beoordeling van een aanvraag voor goedkeuring van een trekker of een dragend motorvoertuig of getrokken voertuig voor containers met een inhoud groter dan 3000 liter**
### **Artikel 69**
1. Ingevolge artikel 60, eerste lid, wordt een aanvraagformulier volgens een door de directeur vastgesteld model overgelegd.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
Typegoedkeuring voor de in artikel 33 genoemde uitrustingsdelen wordt uitsluitend verleend aan de fabrikant van de appendages of aan de officiële vertegenwoordiging daarvan in Nederland.
### **Artikel 71**
De aanvraag ter verkrijging van een typegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
### **Artikel 72**
### **Artikel 72**
### **Artikel 73**
Indien de in artikel 71 bedoelde over te leggen bescheiden door de directeur akkoord zijn bevonden wordt een proefexemplaar van het appendage, dat van de vereiste merk- en typeaanduiding(en) is voorzien, ter beoordeling overgelegd.
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
### **§ 1. Algemeen**
Naast het overige dat in de VLG is voorgeschreven, wordt een voertuig onderscheidenlijk tank voor een keuring respectievelijk beproeving aangeboden:
### **Artikel 75**
1. Een nieuw gebouwd of gewijzigd voertuig voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt niet in dienst gesteld dan na goedkeuring door of namens de directeur.
### **§ 2.1 Tekeningen (Algemeen)**
2. De keuringen en beproevingen worden slechts verricht na ontvangst van een schriftelijke orderbevestiging.
### Artikel 106
### **Artikel 76**
### **Artikel 76**
Bij de keuring wordt nagegaan of het te keuren object:
### **Artikel 77**
1. Bij keuringen en beproevingen staat voldoende geschoold personeel en gereedschap ter beschikking, opdat eventuele verrichtingen als hydraulische proefpersingen, dichtheidsbeproevingen, wanddiktemetingen, demontage van onderdelen, remproeven en dergelijke, een vlot verloop kunnen hebben.
### **Artikel 78**
Voor zover geen inwendige inspectie of proefpersing van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **Artikel 79**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde onder artikel 77, tweede lid, bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 80**
### **Artikel 80**
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **Artikel 69**
3. Indien de fabrikant van de tank of de werkplaats waar de tank wordt geïnspecteerd ten minste is gecertificeerd voor een kwaliteitsborgingssysteem volgens de norm ISO 9001:2000, kan de directeur onder nader bekend te maken voorschriften en beperkingen toestaan dat het certificaat, bedoeld in het tweede lid, door de eigen gekwalificeerde deskundige wordt opgesteld en gewaarmerkt.
### **Artikel 81**
Indien bij een keuring of beproeving gebreken worden vastgesteld van zodanige aard dat niet tot goedkeuring kan worden overgegaan, wordt aan de ondernemer een opgave verstrekt van de gebreken die tot de weigering van de goedkeuring hebben geleid en wordt het voertuig, nadat de nodige voorzieningen zijn getroffen, voor herkeuring aangeboden.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
De aanvraag ter verkrijging van een typegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
### **Artikel 82 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan [artikel 3.3.9 van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=3.3.9).
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het vervoer dat plaatsvindt overeenkomstig de randnummers 1.1.3 en hoofdstuk 3.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=12).
### **Artikel 7. Zout veer**
2. Tabel 2 vermeldt de stoffen, wijze van vervoer en hoeveelheden waarvan het vervoer verboden is met een zout veer.
### **Artikel 7. Zout veer**
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen, tankcontainers en kleine mobiele tanks**
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
### **Artikel 2**
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
### **Artikel 3**
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
### **Artikel 6**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2012-03-31&g=2012-03-31), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 4. Erkenningsvoorwaarden**
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 3**
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-02-20&g=2008-02-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
1. Voertuigen, tanks en tankcontainers voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn uitsluitend tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
### Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 9**
Vervallen.
2. Bij een compartimentinhoud groter dan 15000 liter wordt van de belaste bodem(s) door middel van beproeving dan wel berekening aangetoond dat deze de onder (a) genoemde kracht kan (kunnen) opnemen.
rn. 6.9
1. Het kwaliteitsniveau van de lassen dient te voldoen aan:
### **Artikel 13**
2. In dit geval zijn zodanige voorzieningen aangebracht dat:
1. Voor de constructie van een explosiebestendige tank zijn de volgende criteria van toepassing:
1. Bij elke metalen tank waarvan het tankmateriaal tegen aantasting door de te vervoeren stof dan wel stoffen wordt beschermd door middel van een binnenbekleding, is door de fabrikant van de binnenbekleding een verklaring overgelegd waarin is aangegeven dat deze binnenbekleding voldoende bestand is tegen de stof dan wel stoffen waarvoor de tank is ontworpen. In deze verklaring zijn de benaming van elke stof, het UN-nummer en de desbetreffende klasse, alsmede het fabricagenummer van de tank vermeld.
Vervallen.
### **Artikel 13 lasverbindingen**
3. (apparatuurkast) Indien de tank aan de achterzijde is beschermd door een constructie, zoals een apparatuurkast waarvan de sterkte ten minste gelijkwaardig is aan die van genoemde stootbalk, is voldaan aan het gestelde in rn. 9.7.6. De constructie alsmede de bevestiging hiervan aan het voertuig is van dien aard, dat de bij een ongeval op de kast uitgeoefende krachten zodanig op het voertuigchassis worden overgebracht, dat beschadiging van de tank wordt voorkomen.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
mag de stootbalk aan de betreffende achterbodem zijn bevestigd mits de stootbalk ten minste 10 cm achter het achterste punt van elke vul- en losleiding is gelegen.
Vervallen.
### **§ 5 Uitrusting**
Bij tanks die niet zijn uitgerust met een scharnierende achterbodem bedraagt de inwendige doorsnede van mangaten ten minste 500 mm.
1. Scharnieren van tankbodems zijn nastelbaar uitgevoerd.
1. De doorlaatopening bedraagt ten hoogste 100 mm.
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
### **Artikel 33**
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
### **Artikel 36 bodemafsluiters**
Eindafsluiters als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel d:
### **Artikel 38 mangatdeksels**
1. Tenzij in de betreffende appendagenormen anders wordt bepaald dienen uitrustingsdelen te zijn voorzien van de volgende, duidelijk en duurzaam aangebrachte kenmerken:
### **Hoofdstuk IV Chassis**
Eén-assige en meerassige middenasaanhangwagens zijn uitsluitend toegestaan voor het vervoer van vaste (poeder- of korrelvormige) stoffen.
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
2. De tankbevestigingspunten zijn met behulp van een profielconstructie deugdelijk met het voertuigchassis verbonden.
### **Artikel 45 rn. 9.7.5.2 Kantelstabiliteit**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
Bij een FL-voertuig mag een verbrandingsmotor als hulpmotor zijn aangebracht die de apparatuur aandrijft, mits aan de volgende voorschriften is voldaan:
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet, onverminderd het bepaalde in artikel 52, aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 54 rn. 9.7.8.1 tot en met 9.7.8.3**
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
### **Artikel 46 rn. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5**
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
### **Artikel 57 rn 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 waarmerk**
1. Het in rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 bedoelde waarmerk van de deskundige die de beproeving heeft uitgevoerd, is vastgesteld als slagstempel overeenkomstig het in aanhangsel 1 bij deze bijlage weergegeven model.
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
1. Voor de in de VLG voorgeschreven opschriften bedraagt de letterhoogte voor:
### **Artikel 45 rn. 9.7.5.2 Kantelstabiliteit**
4. De voorgeschreven opschriften zijn op een goed waarneembare plaats aangebracht.
### **Artikel 59**
4. Indien tijdens de nieuwbouw of de wijziging afwijkingen van een in beginsel goedgekeurde tekening wenselijk worden geacht, wordt dit aan de directeur ter goedkeuring voorgedragen.
### **Artikel 61**
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
### **Artikel 68**
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 58 is het voor de buitenzijde voorgeschreven opschrift met een letterhoogte van ten minste 10 mm uitgevoerd.
### **§ 1. Ontwerpbeoordeling (Algemeen)**
### **Artikel 70**
Typegoedkeuring voor de in artikel 33 genoemde uitrustingsdelen wordt uitsluitend verleend aan de fabrikant van de appendages of aan de officiële vertegenwoordiging daarvan in Nederland.
De in artikel 71, onderdelen b, c en e, bedoelde bescheiden worden door de fabrikant van de appendages verstrekt.
### **Artikel 73**
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### **Artikel 74**
4. In geval van verhindering is daarvan voor de keuringsdatum kennis gegeven aan de directeur.
### **Artikel 77**
### **Artikel 79**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde onder artikel 77, tweede lid, bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **§ 3. Beoordeling van een aanvraag voor goedkeuring van een trekker of een dragend motorvoertuig of getrokken voertuig voor containers met een inhoud groter dan 3000 liter**
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
3. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen, tanks en tankcontainers worden gelijkgesteld voertuigen die aan gelijkwaardige eisen voldoen en die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
EN 14595: 2003: Tanks voor het transport van gevaarlijke goederen – Onderhoudsuitrusting voor tanks – Druk- en vacuümontluchting;
3. Van tanks vervaardigd uit glasvezelversterkte kunststof mag de waterinhoud ten hoogste 10.000 liter bedragen.
Vervallen.
### **Artikel 10 rn. 6.8.2.1.23 lasbekwaamheid**
Tanks bestemd voor het vervoer van vloeistoffen die niet zijn ontworpen overeenkomstig rn. 6.10 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) zijn niet met een scharnierende eindbodem uitgerust.
2. In afwijking van het eerste lid is tevens voldaan aan de eis van explosiebestendigheid indien het prototype van de tank wordt onderworpen aan een hydraulische proefpersing onder een druk van 1,3 maal de berekeningsdruk van 970 kPa (9,7 bar) (absoluut) en, behoudens plastische vervorming, daartegen bestand blijkt.
1. Bij elke metalen tank waarvan het tankmateriaal tegen aantasting door de te vervoeren stof dan wel stoffen wordt beschermd door middel van een binnenbekleding, is door de fabrikant van de binnenbekleding een verklaring overgelegd waarin is aangegeven dat deze binnenbekleding voldoende bestand is tegen de stof dan wel stoffen waarvoor de tank is ontworpen. In deze verklaring zijn de benaming van elke stof, het UN-nummer en de desbetreffende klasse, alsmede het fabricagenummer van de tank vermeld.
2. Indien de binnenbekleding uitsluitend is aangebracht om de zuiverheid van de lading te waarborgen, is de bestendigheid van het tankmateriaal tegen de te vervoeren stoffen maatgevend.
3. Van het, in het eerste en tweede lid genoemde, toe te passen bekledingsmateriaal, wordt ter beoordeling door de directeur de compatibiliteit met het tankmateriaal, zoals de hechtingseigenschappen, aangetoond.
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
2. Indien de in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) genoemde beschermingsinrichting tegen klemrijden is aangebracht op ten minste 10 cm achter de achterzijde van de tank of achter de tank aangebrachte apparatuur, kan deze tevens worden aangemerkt als de stootbalk overeenkomstig randnummer 9.7.6.
5. Indien de tank:
6. (stootbalk bij tanks met isolerende bekleding) Bij tanks voorzien van een uitwendige isolerende bekleding wordt de achterzijde van de binnentank als het meest naar achteren gelegen deel van de tankwand aangemerkt. De achterzijde van de stootbalk behoeft niet meer dan 50 mm achter de bekledingsbodem te zijn gelegen (gemeten in rijklare toestand van het voertuig), mits de dikte van de isolatie ten minste 50 mm bedraagt.
Vervallen.
Vervallen.
2. Indien de plaatsing van een beschermend profiel is voorgeschreven, is deze uitgevoerd als beugel die aan de volgende voorschriften voldoet:
Indien voor de constructie van de tank, voor de ommanteling of voor tankuitrustingsdelen, kunststof als materiaal is gekozen en het voertuig is ontworpen voor het vervoer van:
1. Scharnieren van tankbodems zijn nastelbaar uitgevoerd.
Vervallen.
1. De doorlaatopening bedraagt ten hoogste 100 mm.
1. Tanks welke onder overdruk kunnen worden gelost, zijn in de overdruklosinstallatie voorzien van een overdrukventiel, welke :
2. Bij toepassing van de combinatie van een veiligheidsventiel en een breekplaat:
### **Artikel 29**
Vervallen.
### **Artikel 30 rn. 6.10.3.8 onder b, pomp-/afzuiginrichting**
In aanvulling op rn. 6.8.2.2.2 wordt de stand of sluitrichting van de inwendige afsluiters herkenbaar geacht indien bepaalde voorafgaande aan het wegrijden noodzakelijke handelingen, zoals het sluiten van een meterkastluik, het uitschakelen van de p.t.o. of de parkeerremrichting, slechts mogelijk zijn indien de inwendige afsluiters gesloten zijn of indien deze handeling of handelingen het sluiten tot gevolg hebben.
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
1. Ter bepaling van de in rn. 6.8.4 TE 19 voorgeschreven maat van 200 mm worden als meest uitstekende deel van de tank uitsluitend de tankwand, ononderbroken versterkingsringen of langsbalken ter bescherming van de tank aangemerkt.
1. De hierna genoemde uitrustingsdelen zijn, voor zover zij zijn voorgeschreven of aanwezig zijn, door de directeur goedgekeurd. Op verzoek van de fabrikant of de officiële vertegenwoordiger in Nederland kan een typegoedkeuring worden aangevraagd, overeenkomstig de artikelen 70 tot en met 73:
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
1. Ontluchtingsinrichtingen zijn uitgevoerd als:
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
De bodemafsluiters voor tanks:
Eindafsluiters als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel d:
1. Tenzij in de betreffende appendagenormen anders wordt bepaald dienen uitrustingsdelen te zijn voorzien van de volgende, duidelijk en duurzaam aangebrachte kenmerken:
Indien van een bepaald type appendage, afhankelijk van de toepassing, onderdelen van verschillende materialen zijn toegepast, is het feitelijk toegepaste materiaal op het appendage, of in de typecodering aangegeven.
Indien van een bepaald type appendage, afhankelijk van de toepassing, onderdelen van verschillende materialen zijn toegepast, is het feitelijk toegepaste materiaal op het appendage, of in de typecodering aangegeven.
Bij toepassing van pomp-/compressoreenheden waarin, gezien hun constructie, vonkvorming zou kunnen plaatsvinden, wordt geacht te zijn voldaan aan het bepaalde in rn. 6.10.3.8 onder b, indien ten minste één der volgende maatregelen is getroffen:
Vervallen.
1. Opleggers zijn voorzien van in hoogte verstelbare parkeersteunen (steunpoten) die het mogelijk maken de oplegger te ondersteunen indien deze wordt afgekoppeld van de trekker, waarbij de bevestiging en de toegepaste hefinrichting van de parkeersteunen:
2. Indien een oplegger niet is voorzien van parkeersteunen, is deze zodanig ingericht dat losse ondersteuningen kunnen worden geplaatst teneinde bij onderhoudswerkzaamheden en bij de periodieke keuring de ledige oplegger af te koppelen.
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
Indien het voldoen aan de eisen voor kantelstabiliteit wordt aangetoond op basis van een berekening dienen de basisgegevens waarmee dit systeem werkt te zijn gevalideerd door praktijktesten. Indien validatie niet afdoende aangetoond wordt vereist de directeur nader onderzoek.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
3. De inrichtingen voor tanks, anders dan bedoeld in het tweede lid voldoen aan:
### **Artikel 46 rn. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5**
Indien het voertuig is uitgevoerd als FL-voertuig of is uitgevoerd als EX/II of EX/III voertuig wordt ten aanzien van de motor die het voertuig voortbeweegt, voldaan aan de artikelen 47 tot en met 49.
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
3. Bij een trekker voor het voortbewegen van een oplegger is in elk geval voldaan aan het tweede lid, indien:
4. Bij een voertuigchassis voor het vervoer van (tank-)containers wordt geacht te zijn voldaan aan het tweede lid, indien:
5. In verband met de aansluiting van een uitlaatgasafzuiginrichting behoeft het aan de uitmonding grenzende deel van de uitlaatleiding over een lengte van ten hoogste 10 cm niet te zijn afgeschermd.
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
### **Artikel 36 bodemafsluiters**
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
### **Hoofdstuk VI Elektrische installatie**
1. Opleggers zijn voorzien van in hoogte verstelbare parkeersteunen (steunpoten) die het mogelijk maken de oplegger te ondersteunen indien deze wordt afgekoppeld van de trekker, waarbij de bevestiging en de toegepaste hefinrichting van de parkeersteunen:
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet, onverminderd het bepaalde in artikel 52, aan de volgende voorschriften:
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
1. Het in rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 bedoelde waarmerk van de deskundige die de beproeving heeft uitgevoerd, is vastgesteld als slagstempel overeenkomstig het in aanhangsel 1 bij deze bijlage weergegeven model.
1. Voor de in de VLG voorgeschreven opschriften bedraagt de letterhoogte voor:
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII Goedkeuringsprocedures**
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
3. Bij ontwerptekeningen, respectievelijk berekeningen inzake een wijziging, wordt deze wijziging zo volledig mogelijk omschreven.
5. De directeur deelt de goedkeuring van het ontwerp, waaraan voorschriften kunnen worden verbonden, schriftelijk mede aan de ondernemer;
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
2. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn 9.7.5.2 van de ADR wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt.
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 63**
### **Artikel 65**
1. Overzichtstekeningen geven aan voor wat betreft het complete voertuig:
Bij het ontwerp worden per voertuig ten minste de volgende berekeningen overgelegd:
2. Op het aanvraagformulier wordt door de fabrikant van het voertuig of zijn officiële vertegenwoordiger in Nederland verklaard aan welke ADR typegoedkeuring het voertuig voldoet. Tevens wordt verklaard dat het ABS en indien van toepassing de duurreminstallatie voldoen aan de eisen zoals vastgesteld in het ADR.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
### **Artikel 71**
De aanvraag ter verkrijging van een typegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
De in artikel 71, onderdelen b, c en e, bedoelde bescheiden worden door de fabrikant van de appendages verstrekt.
2. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn 9.7.5.2 van de ADR wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt.
### **Artikel 75**
1. Een nieuw gebouwd of gewijzigd voertuig voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt niet in dienst gesteld dan na goedkeuring door of namens de directeur.
3. De keuringsdatum wordt vastgesteld nadat de ontwerpgegevens zijn goedgekeurd door de directeur.
Bij de keuring wordt nagegaan of het te keuren object:
1. Bij keuringen en beproevingen staat voldoende geschoold personeel en gereedschap ter beschikking, opdat eventuele verrichtingen als hydraulische proefpersingen, dichtheidsbeproevingen, wanddiktemetingen, demontage van onderdelen, remproeven en dergelijke, een vlot verloop kunnen hebben.
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
Voor zover geen inwendige inspectie of proefpersing van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **§ 2.2. Berekeningen**
2. Onmiddellijk voor de inwendige inspectie van de tank wordt een door een gasdeskundige als bedoeld in [artikel 3.5h van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.5h) opgemaakt veiligheids- en gezondheidsverklaring overgelegd. Deze veiligheids- en gezondheidsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage IX van de [Arbeidsomstandighedenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498) vastgesteld modellen.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
4. Het in het tweede lid genoemde certificaat behoeft niet te worden overgelegd, indien:
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **Artikel 84**
### **Artikel 74**
Indien de proefpersing met vloeistof als medium wordt verricht, wordt genoemde druk gemeten boven in de tank.
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **Artikel 85**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
3. De keuringsdatum wordt vastgesteld nadat de ontwerpgegevens zijn goedgekeurd door de directeur.
### **Artikel 86**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij keuringen en beproevingen bevinden de voertuigen en in het bijzonder de tanks met bijbehorende appendages, zich in een in- en uitwendig afdoende gereinigde staat.
### **Artikel 88**
### **Artikel 89**
### **Artikel 89**
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
3. Het in het tweede lid genoemde certificaat is opgemaakt door een deskundige, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder v van het Veiligheidsbesluit Tankschepen, van een door het Directoraat Generaal van de Arbeid erkende rechtspersoon.
### **Artikel 91**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Vervallen.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 82 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing /rn.**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Indien de proefpersing met vloeistof als medium wordt verricht, wordt genoemde druk gemeten boven in de tank.
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 86**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 88**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 89**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **Artikel 90**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 94**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) is niet van toepassing op bestuurders van:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) te laden of te lossen elders dan:
2. Het is niet toegestaan gevaarlijke stoffen te vervoeren in tanks, losgestort of in colli, in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de voorwaardelijk vrijgestelde hoeveelheden bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31) en vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram:
Afgekoppelde aanhangwagens en opleggers zijn voorzien van de etikettering en kenmerking die ingevolge randnummers 5.3.1 en 5.3.2 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) zijn voorgeschreven als zijnde aan een trekkend voertuig gekoppeld.
2. De goedkeuring wordt geweigerd, indien een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet voldoet aan deze regeling.
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
### **Artikel 6**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
Erkende Instanties
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-10-08&g=2008-10-08), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Erkende Instanties
### **Artikel 3.**
### **Artikel 2 Europese Normen**
1. Voertuigen, tanks en tankcontainers voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn uitsluitend tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-10-08&g=2008-10-08), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
Vervallen.
2. Indien de tank is bestemd voor het vervoer van meer dan één gas zal het maximumvulgewicht van de lichtste gassoort bepalend zijn.
1. Ter bepaling van de in rn. 6.8.4 TE 19 voorgeschreven maat van 200 mm worden als meest uitstekende deel van de tank uitsluitend de tankwand, ononderbroken versterkingsringen of langsbalken ter bescherming van de tank aangemerkt.
2. Knevels ten behoeve van de sluiting van de tankbodem voldoen aan de volgende voorschriften:
2. De opening is uitsluitend uitgevoerd als blokflens, welke rechtstreeks in de tankwand is gelast.
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen**
2. De inrichtingen voor tanks voldoen aan:
Scharnierende mangatdeksels met een werkdruk boven de 0,5 bar zijn voorzien van tenminste 4 knevelbouten met oog of vleugelmoeren.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde kenmerken niet van fabriekswege op de appendages aanwezig zijn, worden deze alsnog door de fabrikant of de importeur aangebracht, rechtstreeks of op een corrosiebestendig plaatje, hetwelk op duurzame wijze, bij voorbeeld door middel van lassen of klinken op het appendage wordt bevestigd.
Vervallen.
1. Opleggers zijn voorzien van in hoogte verstelbare parkeersteunen (steunpoten) die het mogelijk maken de oplegger te ondersteunen indien deze wordt afgekoppeld van de trekker, waarbij de bevestiging en de toegepaste hefinrichting van de parkeersteunen:
2. De uitlaatleiding behoeft niet van een (aanvullende) warmtewerende afscherming te worden voorzien indien:
Bij een FL-voertuig is het aanbrengen van elektrische apparatuur in gesloten ruimten waarin tevens leidingen en pompen ten behoeve van de lading aanwezig zijn, toegestaan indien:
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
3. Bij vervoer van vloeibaar gemaakte gassen worden de op het voertuig aan te brengen opschriften aangevuld met het hoogst toelaatbare vulpercentage.
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
### **Artikel 64**
Alle tekeningen:
Alle tanktekeningen geven aan voor wat betreft de tank:
### **Artikel 67**
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
4. De voorgeschreven opschriften zijn op een goed waarneembare plaats aangebracht.
1. Ingevolge artikel 60, eerste lid, wordt een aanvraagformulier volgens een door de directeur vastgesteld model overgelegd.
Indien de in artikel 71 bedoelde over te leggen bescheiden door de directeur akkoord zijn bevonden wordt een proefexemplaar van het appendage, dat van de vereiste merk- en typeaanduiding(en) is voorzien, ter beoordeling overgelegd.
### **Artikel 78**
Indien bij een keuring of beproeving gebreken worden vastgesteld van zodanige aard dat niet tot goedkeuring kan worden overgegaan, wordt aan de ondernemer een opgave verstrekt van de gebreken die tot de weigering van de goedkeuring hebben geleid en wordt het voertuig, nadat de nodige voorzieningen zijn getroffen, voor herkeuring aangeboden.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
### **Artikel 67**
2. In afwijking van het eerste lid kan de directeur toestaan dat bedoelde beproevingen worden verricht onder toezicht van een door hem aan te wijzen deskundige, in dat geval wordt een door genoemde deskundige gewaarmerkt certificaat overgelegd, waarin is vermeld:
### **Artikel 84**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
### **§ 1. Algemeen**
Vervallen.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **Artikel 77**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
### **Artikel 80**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Vervallen.
### **Artikel 93**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 83**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 87 proefpersing**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **Artikel 85 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing / rn. 6.8.2.4.3 dichtheidsproef**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **Artikel 91**
De ondernemer wordt, ten behoeve van de jaarlijkse periodieke keuring, in de regel ten minste acht dagen voor de vervaldag van het keuringsdocument namens de directeur door het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert, bericht gegeven. Datum, plaats, en tijdstip van de keuringen worden door het betrokken keuringsstation in overleg met de aanvrager vastgesteld.
### **Artikel 92**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 94**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **Artikel 90**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 97**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Artikel 94**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3. N-bepalingen**
2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.
### **5.1.2.1./5.2.1 N Opschriften en kenmerking**
Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dashboard en een intermitterende claxon in de cabine.
### **6.8.3.4. N Inspectie**
Dit openen is uitsluitend toegestaan voor het direct afleveren van genoemde stoffen in de land- en de wegenbouw alsmede op bouwplaatsen.
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
### **Artikel 7. Zout veer**
### **Artikel 9. Kenmerking en etikettering der voertuigen**
### § 6. Uitrusting
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 3**
### Artikel 3
### Hoofdstuk VII. Cabine
### **Artikel 1 Begripsbepalingen**
### **Hoofdstuk I Algemeen**
### § 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)
### Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 1. Erkende instanties**
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2009-05-01&g=2009-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
### Hoofdstuk XII. Goedkeuringsprocedures
### **Artikel 10**
### **Artikel 6**
### § 1. Stoomwezen B.V.
### **Artikel 4**
### Hoofdstuk XIII. Keuringen en beproevingen
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 14 rn. 6.8.2.1.18 en 6.8.2.1.19 dikte slingerschot**
### **Artikel 11 rn. 6.8.2.1.14 onder (a), lagedruk-tanks**
### **Artikel 12 klasse 2**
### **Artikel 14 rn. 6.8.2.1.18 en 6.8.2.1.19 dikte slingerschot**
### **Artikel 3**
### **Artikel 16 scharnierende eindbodem**
1. Ter bepaling van de in rn. 6.8.4 TE 19 voorgeschreven maat van 200 mm worden als meest uitstekende deel van de tank uitsluitend de tankwand, ononderbroken versterkingsringen of langsbalken ter bescherming van de tank aangemerkt.
Bij toepassing van pomp-/compressoreenheden waarin, gezien hun constructie, vonkvorming zou kunnen plaatsvinden, wordt geacht te zijn voldaan aan het bepaalde in rn. 6.10.3.8 onder b, indien ten minste één der volgende maatregelen is getroffen:
### **§ 5 Uitrusting**
3. De identificatiekenmerken op de appendages worden op een zodanige plaats aangebracht dat deze leesbaar zijn, indien de appendages zijn gemonteerd.
De ontwerpaanvraag bevat de volgende tekeningen in tweevoud (indien van toepassing):
### **Artikel 66**
Naast het overige dat in de VLG is voorgeschreven, wordt een voertuig onderscheidenlijk tank voor een keuring respectievelijk beproeving aangeboden:
### **Artikel 64**
### **Artikel 81**
### **Artikel 85**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **Artikel 93**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Artikel 89**
### **Artikel 90**
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Hoofdstuk I. Bepalingen voor uitsluitend binnenlands vervoer**
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
Dit hoofdstuk is van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen dat uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt.
### **Artikel 8. Pont**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2010-04-01&g=2010-04-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 7**
### **§ 2 Dimensionering**
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
### **Artikel 60**
Vervallen.
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990, zoals die luidde ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3**
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **Artikel 7**
### **Artikel 53**
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
### **§ 2.1 Tekeningen (Algemeen)**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 2. Ontheffingen**
De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9) slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.
2. De ontheffingen en vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, worden verleend zonder onderscheid naar nationaliteit of vestigingsplaats van de afzender, de vervoerder of de geadresseerde, hebben een looptijd van ten hoogste vijf jaar en zijn niet hernieuwbaar.
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
### **Artikel 3. N-bepalingen**
### **1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten**
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), die door Nederland zijn ondertekend.
### **1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten**
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08), die door Nederland zijn ondertekend.
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31), die door Nederland zijn ondertekend.
### **5.4.1.4. N Vervoerdocument**
Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
### **6.8.3.2. N Uitrusting van tankwagens voor propaan, butaan en mengsels daarvan**
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
### **7.5.7.5/8.3.3 Openen van colli**
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **7.5.7.5/8.3.3 Openen van colli**
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) is niet van toepassing op bestuurders van:
Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.
### **9.7.5.1. N Stabiliteit**
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan [artikel 3.3.9 van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=3.3.9).
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en:
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en is gebaseerd op de randnummers 1.9.2, 1.9.3 en 1.9.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08).
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC, bulkcontainer of mobiele tank gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) te laden of te lossen elders dan:
1. Het is verboden:
### **Artikel 3. Tunnelregime**
1. Het is verboden:
### **Artikel 4**
Het vervoer van de stoffen die in tabel 3 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=12).
### **Artikel 5. Laden en lossen**
2. Het is niet toegestaan gevaarlijke stoffen te vervoeren in tanks, losgestort of in colli, in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de voorwaardelijk vrijgestelde hoeveelheden bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) en vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram:
3. De Minister kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid vermelde verbod bij glad wegdek, indien:
2. Het is niet toegestaan gevaarlijke stoffen te vervoeren in tanks, losgestort of in colli, in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de voorwaardelijk vrijgestelde hoeveelheden bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2009-05-01&g=2009-05-01) en vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram:
### **Artikel 7. Zout veer**
2. Tabel 2 vermeldt de stoffen, wijze van vervoer en hoeveelheden waarvan het vervoer verboden is met een zout veer.
3. Het vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan vermeld in tabel 2, is slechts toegestaan indien het betreft:
4. Op een gesloten rijdek van een zout veer wordt geen transporteenheid geplaatst die beladen is met stoffen van klasse 3 met verpakkingsgroep I en II.
5. Rondom de transporteenheden beladen met gevaarlijke stoffen worden in horizontale richting een vrije ruimte aangehouden van ten minste twee meter en een afstand van ten minste vijf meter ten opzichte van passagiers.
6. De bestuurder of bijrijder van een transporteenheid met gevaarlijke stoffen blijft tijdens de vaart bij zijn voertuig.
7. De bestuurder van een transporteenheid beladen met andere gevaarlijke stoffen dan die zijn vermeld in tabel 2, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.
8. Rederijen kunnen aanvullende of beperkende maatregelen treffen.
7. De bestuurder van een transporteenheid beladen met andere gevaarlijke stoffen dan die zijn vermeld in tabel 5, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2012-03-31&g=2012-03-31), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **Artikel 8. Pont**
7. De bestuurder van een transporteenheid beladen met andere gevaarlijke stoffen dan die zijn vermeld in tabel 5, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.
### **Artikel 8. Pont**
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
2. De goedkeuring wordt geweigerd, indien een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet voldoet aan deze regeling.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen transportmiddelen, waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze regeling, worden goedgekeurd indien de technische inrichting en uitrusting der transportmiddelen naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer een ten minste gelijkwaardige veiligheid bieden.
4. De eigenaar of houder van een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid stelt na een aanrijding of ongeval waardoor beschadiging van het transportmiddel is ontstaan, de Dienst Wegverkeer hiervan onverwijld in kennis.
5. De eigenaar of houder van een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid zorgt dat dit transportmiddel voor onderzoek aan de Dienst Wegverkeer wordt aangeboden:
6. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid niet aan deze regeling voldoet, is de eigenaar of houder ervan verplicht te zorgen dat dit niet weer in gebruik wordt genomen voordat uit een hernieuwd onderzoek is gebleken dat de door de Dienst Wegverkeer nodig geachte voorzieningen zijn aangebracht; in afwachting van het hernieuwde onderzoek kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht op eerste vordering van of vanwege de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument af te geven.
7. Indien een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zesde lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.
8. Tot 1 januari 2014 is dit artikel van overeenkomstige toepassing op in Nederland in gebruik zijnde kleine mobiele tanks waaronder worden verstaan vaste tanks met een inhoud van ten hoogste 1 m3, bestemd voor het vervoer van dieselolie, gasolie of lichte stookolie.
7. Indien een transportmiddel als bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zesde lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.
### **Artikel 1**
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
8. Tot 1 januari 2014 is dit artikel van overeenkomstige toepassing op in Nederland in gebruik zijnde kleine mobiele tanks waaronder worden verstaan vaste tanks met een inhoud van ten hoogste 1 m3, bestemd voor het vervoer van dieselolie, gasolie of lichte stookolie.
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
2. Wanneer het toezicht is uitgevoerd, ontvangt de bestuurder van het betrokken voertuig een verklaring van de verrichte controle, welke verklaring zoveel mogelijk luidt conform de controlelijst, bedoeld in bijlage I van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050).
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
### **Artikel 2**
2. Indien het toezicht op de naleving in de onderneming wordt gehouden en overtredingen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050), wordt het betrokken vervoer voor het verlaten van de onderneming in overeenstemming gebracht met de voorschriften, dan wel worden andere naar het oordeel van de Minister gepaste maatregelen genomen.
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
### **Artikel 4**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Erkende instanties
### Artikel 1. Erkende instanties
Erkende Instanties
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
Deze bijlage behoort bij de regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de omzetting van de Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen in bijlage 4 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Hoofdstuk I Algemeen**
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
1. De Minister kan een instantie erkennen voor het uitvoeren van een of meer taken als bedoeld in artikel 1 van deze bijlage, behalve voor zover in de tabel 1 een taak is toegewezen aan het CBR.
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
EN 50 020:1992: Stroomkringen met weerstand zonder cadmium, zink, magnesium of aluminium;
EN 10204:2004: Producten van metaal – Soorten keuringsdocumenten;
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
## Bijlage 4. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
EN 473:1993: Kwalificatie en certificatie van personeel voor niet-destructief onderzoek. Algemene principes;
3. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen, tanks en tankcontainers worden gelijkgesteld voertuigen die aan gelijkwaardige eisen voldoen en die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
### **Artikel 4**
2. Van de tanks genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt een door genoemde instantie afgegeven certificaat overgelegd, waarin is aangegeven dat de tank aan de desbetreffende voorschriften van de [bijlagen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01) voldoet.
EN 13082:2001: Tanks voor het transport van gevaarlijke stoffen – Bedieningsapparatuur voor tanks – Dampafsluiter;
1. Wanneer schade aan een voertuig, tank of tankcontainer is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. Indien dit een voertuig betreft wordt de melding gericht aan het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert. In het geval van schade aan de tank van het voertuig of (tank)containers wordt de melding gericht aan de afdeling IKS van VT.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
EN 13316:2002: Tanks voor het transport van gevaarlijke goederen – Uitrusting van tanks – Drukvereffenende bodemafsluiter;
EN 14595: 2003: Tanks voor het transport van gevaarlijke goederen – Onderhoudsuitrusting voor tanks – Druk- en vacuümontluchting;
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
1. Bij tanks wordt ter vaststelling van de wanddikte, de eventuele bescherming, de ondersteuning en de bevestiging aan het chassis, uitgegaan van de waarden zoals vastgelegd in Europese Normen die betrekking hebben op het desbetreffende materiaal.
2. Van het materiaal voor de romp, de eind- en tussenbodems en de mangathalzen wordt, overeenkomstig de norm EN 10204, een zogenaamd ‘3.1’ keuringsrapport overgelegd. Van mangathalzen voor tanks behoeft geen attest te worden overgelegd, indien deze zijn vervaardigd uit zacht staal of bij tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14, onder a) indien de wanddikte van de mangathals ten minste 2 maal de vereiste minimumwanddikte van de tankromp bedraagt.
3. Op alle delen van het materiaal bedoeld in het tweede lid is het chargenummer, vermeld in het bijbehorende attest, aangegeven. Dit nummer is door de materiaalfabrikant aangebracht of, bij versneden platen, op een door de directeur te bepalen wijze overgestempeld.
4. Onder gespecificeerde minimumwaarden volgens de materiaalnormen voor austenitische staalsoorten welke ingevolge rn. 6.8.2.1.16 mogen worden overschreden, worden uitsluitend verstaan de rekgrens (Re) en de treksterkte (Rm).
3. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen, tanks en tankcontainers worden gelijkgesteld voertuigen die aan gelijkwaardige eisen voldoen en die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Vervallen.
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
### **Artikel 4**
Vervallen.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
### **Hoofdstuk II Tanks**
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
2. Bij een compartimentinhoud groter dan 15000 liter wordt van de belaste bodem(s) door middel van beproeving dan wel berekening aangetoond dat deze de onder (a) genoemde kracht kan (kunnen) opnemen.
### **Artikel 3**
### **Artikel 12**
Vervallen.
### **§ 3 Constructie**
Vervallen.
3. De resultaten van het radiografisch lasonderzoek worden beoordeeld aan de hand van één van de volgende criteria:
Indien een tank is voorzien van scheidingswanden of slingerschotten die met contraringen aan de tankwand zijn bevestigd alsmede van afdichtingsplaten ter plaatse van doorstroomopeningen, bezitten deze een dikte die ten minste gelijk is aan de wanddikte overeenkomstig rn. 6.8.2.1.19.
3. De resultaten van het radiografisch lasonderzoek worden beoordeeld aan de hand van één van de volgende criteria:
1. Met uitzondering van tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14 onder (a) mogen tanks scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
2. In dit geval zijn zodanige voorzieningen aangebracht dat:
Tanks bestemd voor het vervoer van vloeistoffen die niet zijn ontworpen overeenkomstig rn. 6.10 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) zijn niet met een scharnierende eindbodem uitgerust.
### **§ 2 Dimensionering**
2. In afwijking van het eerste lid is tevens voldaan aan de eis van explosiebestendigheid indien het prototype van de tank wordt onderworpen aan een hydraulische proefpersing onder een druk van 1,3 maal de berekeningsdruk van 970 kPa (9,7 bar) (absoluut) en, behoudens plastische vervorming, daartegen bestand blijkt.
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 11 rn. 6.8.2.1.14 onder (a), lagedruk-tanks**
### **Artikel 8 rn. 6.8.2.1.6**
### § 3. Dimensionering
1. Bij tanks voor het vervoer van een vloeibaar gemaakt gas van klasse 2 is voor het bepalen van de maximaal toelaatbare tankinhoud het vastgestelde maximumvulgewicht bij de maximumvullingsgraad maatgevend.
### **Artikel 12 klasse 2**
### **§ 4 Bescherming**
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
### **§ 3 Constructie**
2. Indien de in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) genoemde beschermingsinrichting tegen klemrijden is aangebracht op ten minste 10 cm achter de achterzijde van de tank of achter de tank aangebrachte apparatuur, kan deze tevens worden aangemerkt als de stootbalk overeenkomstig randnummer 9.7.6.
### **§ 2 Dimensionering**
5. Indien de tank:
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 21**
### Artikel 21. bovenlossing
3. Van tanks vervaardigd uit glasvezelversterkte kunststof mag de waterinhoud ten hoogste 10.000 liter bedragen.
### **Artikel 23 rn. 6.8.4 TE 19 appendages aan de onderzijde**
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **§ 3 Constructie**
### **Artikel 24**
is deze kunststof vlamdovend uitgevoerd, waaraan geacht wordt te zijn voldaan indien monsters zijn beproefd in overeenstemming met ISO-norm 3795:1989
3. Van het, in het eerste en tweede lid genoemde, toe te passen bekledingsmateriaal, wordt ter beoordeling door de directeur de compatibiliteit met het tankmateriaal, zoals de hechtingseigenschappen, aangetoond.
### **§ 4 Bescherming**
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
### **Artikel 26**
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
3. (apparatuurkast) Indien de tank aan de achterzijde is beschermd door een constructie, zoals een apparatuurkast waarvan de sterkte ten minste gelijkwaardig is aan die van genoemde stootbalk, is voldaan aan het gestelde in rn. 9.7.6. De constructie alsmede de bevestiging hiervan aan het voertuig is van dien aard, dat de bij een ongeval op de kast uitgeoefende krachten zodanig op het voertuigchassis worden overgebracht, dat beschadiging van de tank wordt voorkomen.
### **Artikel 17 rn. 6.10 explosiebestendige tank**
### Artikel 34. rn.. 6.8.2.1.7 en 6.8.2.2.3 beveiliging tegen
### **Artikel 18 binnenbekleding**
6. (stootbalk bij tanks met isolerende bekleding) Bij tanks voorzien van een uitwendige isolerende bekleding wordt de achterzijde van de binnentank als het meest naar achteren gelegen deel van de tankwand aangemerkt. De achterzijde van de stootbalk behoeft niet meer dan 50 mm achter de bekledingsbodem te zijn gelegen (gemeten in rijklare toestand van het voertuig), mits de dikte van de isolatie ten minste 50 mm bedraagt.
### **Artikel 21 bescherming tegen beschadiging bij botsingen of kantelen**
2. Bij toepassing van de combinatie van een veiligheidsventiel en een breekplaat:
### **Artikel 29**
Vervallen.
### **Artikel 30 rn. 6.10.3.8 onder b, pomp-/afzuiginrichting**
Bij toepassing van pomp-/compressoreenheden waarin, gezien hun constructie, vonkvorming zou kunnen plaatsvinden, wordt geacht te zijn voldaan aan het bepaalde in rn. 6.10.3.8 onder b, indien ten minste één der volgende maatregelen is getroffen:
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen**
In aanvulling op rn. 6.8.2.2.2 wordt de stand of sluitrichting van de inwendige afsluiters herkenbaar geacht indien bepaalde voorafgaande aan het wegrijden noodzakelijke handelingen, zoals het sluiten van een meterkastluik, het uitschakelen van de p.t.o. of de parkeerremrichting, slechts mogelijk zijn indien de inwendige afsluiters gesloten zijn of indien deze handeling of handelingen het sluiten tot gevolg hebben.
### **Artikel 32 ventilatieopeningen in appendageruimten**
### Artikel 40
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
### **Artikel 33**
1. De hierna genoemde uitrustingsdelen zijn, voor zover zij zijn voorgeschreven of aanwezig zijn, door de directeur goedgekeurd. Op verzoek van de fabrikant of de officiële vertegenwoordiger in Nederland kan een typegoedkeuring worden aangevraagd, overeenkomstig de artikelen 70 tot en met 73:
### **Artikel 24**
Indien voor de constructie van de tank, voor de ommanteling of voor tankuitrustingsdelen, kunststof als materiaal is gekozen en het voertuig is ontworpen voor het vervoer van:
### **Artikel 25 tanks overeenkomstig rn. 6.10, scharnierende bodem**
2. De inrichtingen voor tanks voldoen aan:
### **Artikel 35 overdrukventielen**
### **Artikel 26 rn. 6.8.2.2.4 tubelures, doorvoerleidingen**
### **Artikel 36 bodemafsluiters**
De bodemafsluiters voor tanks:
### **Artikel 37 eindafsluiters**
### **Artikel 23 rn. 6.8.4 TE 19 appendages aan de onderzijde**
### **Artikel 38 mangatdeksels**
Scharnierende mangatdeksels met een werkdruk boven de 0,5 bar zijn voorzien van tenminste 4 knevelbouten met oog of vleugelmoeren.
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### **Artikel 27 rn. 6.8.2.2.2 opening voor schoonmaakdoeleinden**
### Artikel 50. steunpoten
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
### **Artikel 41**
### **Artikel 26 rn. 6.8.2.2.4 tubelures, doorvoerleidingen**
1. Van tubelures in de tankwand ter bevestiging van uitrustingsdelen en van doorvoerbuizen door de tank komt de wanddikte ten minste overeen met de hierna te noemen waarden:
### **Artikel 42 één-assige aanhangwagens**
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen en rechtstreeks op de tank aangebrachte afsluiters**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 32 ventilatieopeningen in appendageruimten**
### **Artikel 27 rn. 6.8.2.2.2 opening voor schoonmaakdoeleinden**
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
### **Artikel 45 rn. 9.7.5.2 Kantelstabiliteit**
Indien het voldoen aan de eisen voor kantelstabiliteit wordt aangetoond op basis van een berekening dienen de basisgegevens waarmee dit systeem werkt te zijn gevalideerd door praktijktesten. Indien validatie niet afdoende aangetoond wordt vereist de directeur nader onderzoek.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
2. De voorschriften van de normen EN 13082 (dampafsluiter) en EN 14595(druk- en vacuumontluchting) zijn van toepassing op ontluchtingsinrichtingen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, gebruikt op tanks met een maximale werkdruk van 0,5 bar en het vervoer van vloeibare aardolieproducten en andere gevaarlijk stoffen van klasse 3 met een dampdruk van ten hoogste 1,1 bar en benzine zonder giftige and corrosieve subclassificatie.
### **Artikel 46 rn. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5**
Indien het voertuig is uitgevoerd als FL-voertuig of is uitgevoerd als EX/II of EX/III voertuig wordt ten aanzien van de motor die het voertuig voortbeweegt, voldaan aan de artikelen 47 tot en met 49.
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
### **Artikel 36 bodemafsluiters**
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen en rechtstreeks op de tank aangebrachte afsluiters**
2. De bodemafsluiters voor tanks, anders dan bedoeld in het eerste lid:
### **Artikel 37 eindafsluiters**
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
### **Artikel 33**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### Artikel 68
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
### **Artikel 41 verzegeling**
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
### **Artikel 41 verzegeling**
1. Druk-instelbare ontluchtingsinrichtingen, beluchtinginrichtingen, al dan niet gecombineerd, alsmede afblaasventielen zijn van een gewaarmerkte verzegeling voorzien, welke aan de volgende voorschriften voldoet:
2. Indien de verzegeling, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdeel 1°, namens de directeur wordt aangebracht door een gebruiker, geschiedt dit onder de volgende voorwaarden:
### **Hoofdstuk IV Chassis**
Eindafsluiters als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel d:
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
### **Artikel 54 rn. 9.7.8.1 tot en met 9.7.8.3**
Bij een FL-voertuig is het aanbrengen van elektrische apparatuur in gesloten ruimten waarin tevens leidingen en pompen ten behoeve van de lading aanwezig zijn, toegestaan indien:
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
De ontwerpaanvraag bevat de volgende tekeningen in tweevoud (indien van toepassing):
### **Artikel 56 rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.1 tank-identificatieplaat**
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
### Artikel 78
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
### Artikel 79
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
3. Bij vervoer van vloeibaar gemaakte gassen worden de op het voertuig aan te brengen opschriften aangevuld met het hoogst toelaatbare vulpercentage.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
### **Artikel 59**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII Goedkeuringsprocedures**
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
### **Artikel 60**
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
### **Artikel 51 rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5**
3. Bij ontwerptekeningen, respectievelijk berekeningen inzake een wijziging, wordt deze wijziging zo volledig mogelijk omschreven.
### **Hoofdstuk VI Elektrische installatie**
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
### **Artikel 61**
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet, onverminderd het bepaalde in artikel 52, aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 54 rn. 9.7.8.1 tot en met 9.7.8.3**
2. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn 9.7.5.2 van de ADR wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt.
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
### **Artikel 63**
De ontwerpaanvraag bevat de volgende tekeningen in tweevoud (indien van toepassing):
### **Artikel 64**
Alle tekeningen:
### **Artikel 65**
1. Overzichtstekeningen geven aan voor wat betreft het complete voertuig:
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
2. Het in het eerste lid bedoelde waarmerk, zoals gebruikt tot 1 januari 2005, blijft van kracht gedurende de termijn dat de desbetreffende keuring geldig is.
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
1. Voor de in de VLG voorgeschreven opschriften bedraagt de letterhoogte voor:
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
### **§ 2.2. Berekeningen**
### **Artikel 68**
Bij het ontwerp worden per voertuig ten minste de volgende berekeningen overgelegd:
### **§ 3. Beoordeling van een aanvraag voor goedkeuring van een trekker of een dragend motorvoertuig of getrokken voertuig voor containers met een inhoud groter dan 3000 liter**
### **Artikel 69**
### **Hoofdstuk VIII Goedkeuringsprocedures**
2. Op het aanvraagformulier wordt door de fabrikant van het voertuig of zijn officiële vertegenwoordiger in Nederland verklaard aan welke ADR typegoedkeuring het voertuig voldoet. Tevens wordt verklaard dat het ABS en indien van toepassing de duurreminstallatie voldoen aan de eisen zoals vastgesteld in het ADR.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
Typegoedkeuring voor de in artikel 33 genoemde uitrustingsdelen wordt uitsluitend verleend aan de fabrikant van de appendages of aan de officiële vertegenwoordiging daarvan in Nederland.
### **Artikel 71**
De aanvraag ter verkrijging van een typegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
### **Artikel 72**
### **Artikel 61**
### **Artikel 73**
Indien de in artikel 71 bedoelde over te leggen bescheiden door de directeur akkoord zijn bevonden wordt een proefexemplaar van het appendage, dat van de vereiste merk- en typeaanduiding(en) is voorzien, ter beoordeling overgelegd.
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
### **§ 1. Algemeen**
### **Artikel 74**
Naast het overige dat in de VLG is voorgeschreven, wordt een voertuig onderscheidenlijk tank voor een keuring respectievelijk beproeving aangeboden:
### **Artikel 75**
1. Een nieuw gebouwd of gewijzigd voertuig voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt niet in dienst gesteld dan na goedkeuring door of namens de directeur.
### **§ 2.1 Tekeningen (Algemeen)**
3. De keuringsdatum wordt vastgesteld nadat de ontwerpgegevens zijn goedgekeurd door de directeur.
### Artikel 106
### **Artikel 76**
### Artikel 107
2. Alle tekeningen bij voertuigen met vaste of afneembare tanks geven ten minste aan:
### **Artikel 66**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2012-03-31&g=2012-03-31), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
2. Bij keuringen en beproevingen bevinden de voertuigen en in het bijzonder de tanks met bijbehorende appendages, zich in een in- en uitwendig afdoende gereinigde staat.
### **Artikel 78**
Voor zover geen inwendige inspectie of proefpersing van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **Artikel 68**
2. In deze verklaring is tevens vermeldt welke stof, aangegeven door naam, klasse en rn., als laatste werd vervoerd voorafgaand aan het tijdstip van keuring onderscheidenlijk beproeving.
### **Artikel 80**
### **Artikel 69**
2. Onmiddellijk voor de inwendige inspectie van de tank wordt een door een gasdeskundige als bedoeld in [artikel 3.5h van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.5h) opgemaakt veiligheids- en gezondheidsverklaring overgelegd. Deze veiligheids- en gezondheidsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage IX van de [Arbeidsomstandighedenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498) vastgesteld modellen.
### **Artikel 69**
4. Het in het tweede lid genoemde certificaat behoeft niet te worden overgelegd, indien:
### **Artikel 81**
Indien bij een keuring of beproeving gebreken worden vastgesteld van zodanige aard dat niet tot goedkeuring kan worden overgegaan, wordt aan de ondernemer een opgave verstrekt van de gebreken die tot de weigering van de goedkeuring hebben geleid en wordt het voertuig, nadat de nodige voorzieningen zijn getroffen, voor herkeuring aangeboden.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
De aanvraag ter verkrijging van een typegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
### **Artikel 72**
2. In afwijking van het eerste lid kan de directeur toestaan dat bedoelde beproevingen worden verricht onder toezicht van een door hem aan te wijzen deskundige, in dat geval wordt een door genoemde deskundige gewaarmerkt certificaat overgelegd, waarin is vermeld:
### **Artikel 96**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan [artikel 3.3.9 van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=3.3.9).
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het vervoer dat plaatsvindt overeenkomstig de randnummers 1.1.3 en hoofdstuk 3.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=12).
### **Artikel 6. Weersomstandigheden**
1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:
### **Artikel 7. Zout veer**
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen, tankcontainers en kleine mobiele tanks**
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 1**
### **Artikel 3**
2. Wanneer het toezicht is uitgevoerd, ontvangt de bestuurder van het betrokken voertuig een verklaring van de verrichte controle, welke verklaring zoveel mogelijk luidt conform de controlelijst, bedoeld in bijlage I van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050).
### **Artikel 4**
2. Indien het toezicht op de naleving in de onderneming wordt gehouden en overtredingen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050), wordt het betrokken vervoer voor het verlaten van de onderneming in overeenstemming gebracht met de voorschriften, dan wel worden andere naar het oordeel van de Minister gepaste maatregelen genomen.
### **Artikel 6**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-02-20&g=2008-02-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Artikel 3
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 3**
Deze bijlage behoort bij de regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de omzetting van de Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen in bijlage 4 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
IEC 60079–11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres – part 11: intrinsic safety ‘i’.
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-02-20&g=2008-02-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
2. De directeur kan voertuigen, tanks en tankcontainers waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze bijlage goedkeuren, indien de technische inrichting en uitrusting van de voertuigen, tanks en tankcontainers naar het oordeel van de directeur een gelijkwaardige veiligheid bieden.
### Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
Vervallen.
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
### Hoofdstuk III. Algemeen
Vervallen.
rn. 6.9
3. Van tanks vervaardigd uit glasvezelversterkte kunststof mag de waterinhoud ten hoogste 10.000 liter bedragen.
1. Het kwaliteitsniveau van de lassen dient te voldoen aan:
### **Artikel 8 rn. 6.8.2.1.6**
1. Een lasser wordt als gediplomeerd in de zin van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2010-04-01&g=2010-04-01) beschouwd indien
1. Voor de constructie van een explosiebestendige tank zijn de volgende criteria van toepassing:
1. Bij elke metalen tank waarvan het tankmateriaal tegen aantasting door de te vervoeren stof dan wel stoffen wordt beschermd door middel van een binnenbekleding, is door de fabrikant van de binnenbekleding een verklaring overgelegd waarin is aangegeven dat deze binnenbekleding voldoende bestand is tegen de stof dan wel stoffen waarvoor de tank is ontworpen. In deze verklaring zijn de benaming van elke stof, het UN-nummer en de desbetreffende klasse, alsmede het fabricagenummer van de tank vermeld.
1. Bij tanks voor het vervoer van een vloeibaar gemaakt gas van klasse 2 is voor het bepalen van de maximaal toelaatbare tankinhoud het vastgestelde maximumvulgewicht bij de maximumvullingsgraad maatgevend.
### **Artikel 13 lasverbindingen**
4. Indien de tank niet is voorzien van de in rn. 6.8.2.2.2 genoemde eindafsluiter aan het einde van elke vul- en losleiding, bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging van de stootbalk om de zwakste doorsnede ten minste 30 cm3.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
6. (stootbalk bij tanks met isolerende bekleding) Bij tanks voorzien van een uitwendige isolerende bekleding wordt de achterzijde van de binnentank als het meest naar achteren gelegen deel van de tankwand aangemerkt. De achterzijde van de stootbalk behoeft niet meer dan 50 mm achter de bekledingsbodem te zijn gelegen (gemeten in rijklare toestand van het voertuig), mits de dikte van de isolatie ten minste 50 mm bedraagt.
2. In afwijking van het eerste lid is tevens voldaan aan de eis van explosiebestendigheid indien het prototype van de tank wordt onderworpen aan een hydraulische proefpersing onder een druk van 1,3 maal de berekeningsdruk van 970 kPa (9,7 bar) (absoluut) en, behoudens plastische vervorming, daartegen bestand blijkt.
### **§ 5 Uitrusting**
Bij tanks die niet zijn uitgerust met een scharnierende achterbodem bedraagt de inwendige doorsnede van mangaten ten minste 500 mm.
1. Scharnieren van tankbodems zijn nastelbaar uitgevoerd.
2. De opening is uitsluitend uitgevoerd als blokflens, welke rechtstreeks in de tankwand is gelast.
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
### Artikel 41. rn.. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen overeenkomstig
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
### **Artikel 26 rn. 6.8.2.2.4 tubelures, doorvoerleidingen**
Eindafsluiters als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel d:
### **Artikel 27 rn. 6.8.2.2.2 opening voor schoonmaakdoeleinden**
1. Tenzij in de betreffende appendagenormen anders wordt bepaald dienen uitrustingsdelen te zijn voorzien van de volgende, duidelijk en duurzaam aangebrachte kenmerken:
### **Hoofdstuk IV Chassis**
Eén-assige en meerassige middenasaanhangwagens zijn uitsluitend toegestaan voor het vervoer van vaste (poeder- of korrelvormige) stoffen.
### **Artikel 33**
2. De uitvoering van genoemde uitrustingsdelen voldoet aan de artikelen 34 tot en met 37, 39 en 40.
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
2. De uitmonding van de uitlaatleiding mag onder het voertuig zijn gelegen indien de uitmonding schuin naar beneden is gericht.
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
2. De uitlaatleiding behoeft niet van een (aanvullende) warmtewerende afscherming te worden voorzien indien:
### **Artikel 35 overdrukventielen**
### **Artikel 51 rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5**
Bij een FL-voertuig mag een verbrandingsmotor als hulpmotor zijn aangebracht die de apparatuur aandrijft, mits aan de volgende voorschriften is voldaan:
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
### **Artikel 46 rn. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5**
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
### **Artikel 57 rn 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 waarmerk**
2. Het in het eerste lid bedoelde waarmerk, zoals gebruikt tot 1 januari 2005, blijft van kracht gedurende de termijn dat de desbetreffende keuring geldig is.
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
2. De opschriften zijn van buitenaf duidelijk leesbaar aangegeven.
### **Artikel 45 rn. 9.7.5.2 Kantelstabiliteit**
5. In verband met de aansluiting van een uitlaatgasafzuiginrichting behoeft het aan de uitmonding grenzende deel van de uitlaatleiding over een lengte van ten hoogste 10 cm niet te zijn afgeschermd.
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
5. De directeur deelt de goedkeuring van het ontwerp, waaraan voorschriften kunnen worden verbonden, schriftelijk mede aan de ondernemer;
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
3. Bij vervoer van vloeibaar gemaakte gassen worden de op het voertuig aan te brengen opschriften aangevuld met het hoogst toelaatbare vulpercentage.
### **Artikel 59 rn. 9.2.2.3.2**
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 58 is het voor de buitenzijde voorgeschreven opschrift met een letterhoogte van ten minste 10 mm uitgevoerd.
### **§ 1. Ontwerpbeoordeling (Algemeen)**
### **Artikel 60**
3. Bij ontwerptekeningen, respectievelijk berekeningen inzake een wijziging, wordt deze wijziging zo volledig mogelijk omschreven.
De in artikel 71, onderdelen b, c en e, bedoelde bescheiden worden door de fabrikant van de appendages verstrekt.
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### **Hoofdstuk VIII Goedkeuringsprocedures**
3. Bij ontwerptekeningen, respectievelijk berekeningen inzake een wijziging, wordt deze wijziging zo volledig mogelijk omschreven.
### **Artikel 77**
### **Artikel 79**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde onder artikel 77, tweede lid, bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **§ 3. Beoordeling van een aanvraag voor goedkeuring van een trekker of een dragend motorvoertuig of getrokken voertuig voor containers met een inhoud groter dan 3000 liter**
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
EN 12266-1:1991: Industriële afsluiters – Beproeving van afsluiters – Deel 1: Beproevingen, beproevingsprocedures en acceptatiecriteria waaraan iedere afsluiter moet voldoen;
EN 14595: 2003: Tanks voor het transport van gevaarlijke goederen – Onderhoudsuitrusting voor tanks – Druk- en vacuümontluchting;
3. Op alle delen van het materiaal bedoeld in het tweede lid is het chargenummer, vermeld in het bijbehorende attest, aangegeven. Dit nummer is door de materiaalfabrikant aangebracht of, bij versneden platen, op een door de directeur te bepalen wijze overgestempeld.
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
### **Artikel 10 rn. 6.8.2.1.23 lasbekwaamheid**
2. De lasmethodekwalificatie is overeenkomstig EN 288 of voldoet aan de voorschriften daaromtrent in de voor het ontwerp van de tanks toegepaste code.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
2. Indien de binnenbekleding uitsluitend is aangebracht om de zuiverheid van de lading te waarborgen, is de bestendigheid van het tankmateriaal tegen de te vervoeren stoffen maatgevend.
3. Van het, in het eerste en tweede lid genoemde, toe te passen bekledingsmateriaal, wordt ter beoordeling door de directeur de compatibiliteit met het tankmateriaal, zoals de hechtingseigenschappen, aangetoond.
4. Naast het bepaalde in het eerste lid, wordt bij tanks vervaardigd van aluminiumlegeringen de mate van bestendigheid van het tankmateriaal tegen de te vervoeren stoffen aangetoond, waaraan in elk geval is voldaan indien op basis van algemene bestendigheidlijsten, zoals van de fabrikant van het tankmateriaal, wordt aangetoond dat aantasting van de aluminiumlegering door de te vervoeren stof slechts in beperkte mate is te verwachten.
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
3. (apparatuurkast) Indien de tank aan de achterzijde is beschermd door een constructie, zoals een apparatuurkast waarvan de sterkte ten minste gelijkwaardig is aan die van genoemde stootbalk, is voldaan aan het gestelde in rn. 9.7.6. De constructie alsmede de bevestiging hiervan aan het voertuig is van dien aard, dat de bij een ongeval op de kast uitgeoefende krachten zodanig op het voertuigchassis worden overgebracht, dat beschadiging van de tank wordt voorkomen.
mag de stootbalk aan de betreffende achterbodem zijn bevestigd mits de stootbalk ten minste 10 cm achter het achterste punt van elke vul- en losleiding is gelegen.
1. Met uitzondering van tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14 onder (a) mogen tanks scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
Vervallen.
Vervallen.
2. Indien de binnenbekleding uitsluitend is aangebracht om de zuiverheid van de lading te waarborgen, is de bestendigheid van het tankmateriaal tegen de te vervoeren stoffen maatgevend.
Indien voor de constructie van de tank, voor de ommanteling of voor tankuitrustingsdelen, kunststof als materiaal is gekozen en het voertuig is ontworpen voor het vervoer van:
2. Knevels ten behoeve van de sluiting van de tankbodem voldoen aan de volgende voorschriften:
Vervallen.
1. De doorlaatopening bedraagt ten hoogste 100 mm.
1. Tanks welke onder overdruk kunnen worden gelost, zijn in de overdruklosinstallatie voorzien van een overdrukventiel, welke :
2. Bij tanks die beschermd worden door een isolerende laag van steen- of glaswol met een dikte van 100 mm en een buitenwand van 0,8 mm austenitisch staal mag de buitenbodem uitgevoerd worden in glasvezelversterkte kunststof met een wanddikte van ten minste 3 mm.
### **Artikel 22 rn. 6.8.2.1.28 en 6.8.2.2.1 bescherming van appendages en uitrustingsdelen op de bovenzijde van de tank**
De uitrustingsdelen boven op de tank dienen te worden beschermd met een constructie zoals beschreven in artikel 6.13 van de EN 13094:2004. Op volgende onderdelen kan afgeweken worden van deze voorschriften.
### **Artikel 22 rn. 6.8.2.1.28 en 6.8.2.2.1 bescherming van appendages en uitrustingsdelen op de bovenzijde van de tank**
2. In het geval van rolbeugels hoeft de weerstandsmoment tegen buigen van het profiel van de rolbeugel niet groter te zijn dan 30 cm3.
2. Indien de plaatsing van een beschermend profiel is voorgeschreven, is deze uitgevoerd als beugel die aan de volgende voorschriften voldoet:
1. Ter bepaling van de in rn. 6.8.4 TE 19 voorgeschreven maat van 200 mm worden als meest uitstekende deel van de tank uitsluitend de tankwand, ononderbroken versterkingsringen of langsbalken ter bescherming van de tank aangemerkt.
2. In geval de in de randnummer 6.8.2.6 opgenomen normen niet op de uitvoering van de uitrustingsdelen, bedoeld in het eerste lid van toepassing zijn, voldoet die uitvoering aan de artikelen 34 tot en met 37, 39 en 40.
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
1. Ontluchtingsinrichtingen zijn uitgevoerd als:
1. Van tubelures in de tankwand ter bevestiging van uitrustingsdelen en van doorvoerbuizen door de tank komt de wanddikte ten minste overeen met de hierna te noemen waarden:
b. bij een inwendige doorsnede van meer dan 50 mm:
3. Indien een uitwendige leiding vast op een afsluiter op de tank is aangesloten, zijn beschermende voorzieningen getroffen om te voorkomen dat tengevolge van een ongeval, hierop uitgeoefende krachten tot ondichtheid van de tank leiden.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde kenmerken niet van fabriekswege op de appendages aanwezig zijn, worden deze alsnog door de fabrikant of de importeur aangebracht, rechtstreeks of op een corrosiebestendig plaatje, hetwelk op duurzame wijze, bij voorbeeld door middel van lassen of klinken op het appendage wordt bevestigd.
Indien van een bepaald type appendage, afhankelijk van de toepassing, onderdelen van verschillende materialen zijn toegepast, is het feitelijk toegepaste materiaal op het appendage, of in de typecodering aangegeven.
1. Tanks welke onder overdruk kunnen worden gelost, zijn in de overdruklosinstallatie voorzien van een overdrukventiel, welke :
Bij toepassing van pomp-/compressoreenheden waarin, gezien hun constructie, vonkvorming zou kunnen plaatsvinden, wordt geacht te zijn voldaan aan het bepaalde in rn. 6.10.3.8 onder b, indien ten minste één der volgende maatregelen is getroffen:
Naast het bepaalde in rn. 6.8.2.2.2 wordt eveneens geacht aan de controleerbaarheid van de stand (open of dicht) te zijn voldaan, indien bepaalde voor het wegrijden noodzakelijke handelingen zoals het sluiten van een meterkastluik, het uitschakelen van de p.t.o. of de parkeerreminrichting ofwel slechts mogelijk zijn indien bedoelde appendages zijn gesloten, dan wel het sluiten van bedoelde appendages tot gevolg hebben.
1. Opleggers zijn voorzien van in hoogte verstelbare parkeersteunen (steunpoten) die het mogelijk maken de oplegger te ondersteunen indien deze wordt afgekoppeld van de trekker, waarbij de bevestiging en de toegepaste hefinrichting van de parkeersteunen:
1. De doorlaatopening bedraagt ten hoogste 100 mm.
2. De tankbevestigingspunten zijn met behulp van een profielconstructie deugdelijk met het voertuigchassis verbonden.
1. Ontluchtingsinrichtingen zijn uitgevoerd als:
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
3. De inrichtingen voor tanks, anders dan bedoeld in het tweede lid voldoen aan:
### **Artikel 35 overdrukventielen**
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
2. Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, is bij een trekker voor een oplegger in elk geval voldaan, indien genoemde delen zich op niet meer dan 20 cm achter de achterwand van de bestuurderscabine bevinden.
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
4. Bij een voertuigchassis voor het vervoer van (tank-)containers wordt geacht te zijn voldaan aan het tweede lid, indien:
5. In verband met de aansluiting van een uitlaatgasafzuiginrichting behoeft het aan de uitmonding grenzende deel van de uitlaatleiding over een lengte van ten hoogste 10 cm niet te zijn afgeschermd.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde kenmerken niet van fabriekswege op de appendages aanwezig zijn, worden deze alsnog door de fabrikant of de importeur aangebracht, rechtstreeks of op een corrosiebestendig plaatje, hetwelk op duurzame wijze, bij voorbeeld door middel van lassen of klinken op het appendage wordt bevestigd.
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
### **Artikel 36 bodemafsluiters**
4. Het derde lid is niet van toepassing op voertuigen die zijn uitgerust met een uitlaatgasnabehandelingssysteem, voor zover het voertuigen betreft die minimaal voldoen aan de emissiegrenswaarden als opgenomen in de rijen B1, B2 of C van tabel 1 van bijlage 1 van richtlijn nr. 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking (PbEU L 275) of als opgenomen in bijlage 1 van verordening (EU) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU L 188).
### **Hoofdstuk VI Elektrische installatie**
1. Opleggers zijn voorzien van in hoogte verstelbare parkeersteunen (steunpoten) die het mogelijk maken de oplegger te ondersteunen indien deze wordt afgekoppeld van de trekker, waarbij de bevestiging en de toegepaste hefinrichting van de parkeersteunen:
### **Artikel 43 steunpoten**
2. Naast het bepaalde in rn. 9.2.2.2.1 zijn uitgezonderd van de verplichting om te zijn gezekerd: standaardschakelingen ten behoeve van in de cabine aangebrachte relais, controlelampen en de elektromotor van een bogieliftinstallatie (ashefinrichting);
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet, onverminderd het bepaalde in artikel 52, aan de volgende voorschriften:
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
1. Het in rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 bedoelde waarmerk van de deskundige die de beproeving heeft uitgevoerd, is vastgesteld als slagstempel overeenkomstig het in aanhangsel 1 bij deze bijlage weergegeven model.
1. Voor de in de VLG voorgeschreven opschriften bedraagt de letterhoogte voor:
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
### **§ 1. Ontwerpbeoordeling (Algemeen)**
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
4. Indien tijdens de nieuwbouw of de wijziging afwijkingen van een in beginsel goedgekeurde tekening wenselijk worden geacht, wordt dit aan de directeur ter goedkeuring voorgedragen.
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
3. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn. 9.2.3.1 van de ADR voor wat betreft een antiblokkeer systeem of een duurreminstallatie wordt een aanvraagformulier overgelegd zoals genoemd in artikel 69.
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
### **Artikel 57 rn 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 waarmerk**
2. Alle tekeningen bij voertuigen met vaste of afneembare tanks geven ten minste aan:
1. Bij het bedieningsmechanisme van de hoofdschakelaar is het opschrift ‘hoofdschakelaar’ in een duidelijk opvallende uitvoering of een naar het oordeel van de directeur duidelijk herkenbaar symbool aangebracht. Bij de in de cabine geplaatste schakelaar behoeft geen opschrift te worden aangebracht indien naar het oordeel van de directeur deze schakelaar op andere wijze voldoende herkenbaar is.
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
### **Artikel 70**
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
5. De directeur deelt de goedkeuring van het ontwerp, waaraan voorschriften kunnen worden verbonden, schriftelijk mede aan de ondernemer;
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
2. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn 9.7.5.2 van de ADR wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt.
### **Artikel 63**
2. De keuringen en beproevingen worden slechts verricht na ontvangst van een schriftelijke orderbevestiging.
4. In geval van verhindering is daarvan voor de keuringsdatum kennis gegeven aan de directeur.
Bij de keuring wordt nagegaan of het te keuren object:
1. Bij keuringen en beproevingen staat voldoende geschoold personeel en gereedschap ter beschikking, opdat eventuele verrichtingen als hydraulische proefpersingen, dichtheidsbeproevingen, wanddiktemetingen, demontage van onderdelen, remproeven en dergelijke, een vlot verloop kunnen hebben.
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### **§ 2.2. Berekeningen**
3. Indien de fabrikant van de tank of de werkplaats waar de tank wordt geïnspecteerd ten minste is gecertificeerd voor een kwaliteitsborgingssysteem volgens de norm ISO 9001:2000, kan de directeur onder nader bekend te maken voorschriften en beperkingen toestaan dat het certificaat, bedoeld in het tweede lid, door de eigen gekwalificeerde deskundige wordt opgesteld en gewaarmerkt.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
2. Op het aanvraagformulier wordt door de fabrikant van het voertuig of zijn officiële vertegenwoordiger in Nederland verklaard aan welke ADR typegoedkeuring het voertuig voldoet. Tevens wordt verklaard dat het ABS en indien van toepassing de duurreminstallatie voldoen aan de eisen zoals vastgesteld in het ADR.
### **§ 2.2. Berekeningen**
Bij het ontwerp worden per voertuig ten minste de volgende berekeningen overgelegd:
### **§ 1. Algemeen**
### **Artikel 74**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
1. Ingevolge artikel 60, eerste lid, wordt een aanvraagformulier volgens een door de directeur vastgesteld model overgelegd.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
3. De keuringsdatum wordt vastgesteld nadat de ontwerpgegevens zijn goedgekeurd door de directeur.
### **Artikel 71**
3. De keuringsdatum wordt vastgesteld nadat de ontwerpgegevens zijn goedgekeurd door de directeur.
### **Artikel 72**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij keuringen en beproevingen bevinden de voertuigen en in het bijzonder de tanks met bijbehorende appendages, zich in een in- en uitwendig afdoende gereinigde staat.
### **Artikel 78**
### **Artikel 89**
### **Artikel 79**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde onder artikel 77, tweede lid, bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 79**
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
2. Onmiddellijk voor de inwendige inspectie van de tank wordt een certificaat overgelegd waaruit blijkt dat de veiligheid van degene die de tank inwendig inspecteert, is gegarandeerd. In het certificaat is ten minste aangegeven:
3. Het in het tweede lid genoemde certificaat is opgemaakt door een deskundige, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder v van het Veiligheidsbesluit Tankschepen, van een door het Directoraat Generaal van de Arbeid erkende rechtspersoon.
### **Artikel 76**
5. Het in het tweede lid genoemde certificaat behoeft niet te worden overgelegd, indien:
### **Artikel 81**
Indien bij een keuring of beproeving gebreken worden vastgesteld van zodanige aard dat niet tot goedkeuring kan worden overgegaan, wordt aan de ondernemer een opgave verstrekt van de gebreken die tot de weigering van de goedkeuring hebben geleid en wordt het voertuig, nadat de nodige voorzieningen zijn getroffen, voor herkeuring aangeboden.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 82 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing /rn.**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
Indien de proefpersing met vloeistof als medium wordt verricht, wordt genoemde druk gemeten boven in de tank.
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 86**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **Artikel 88**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 89**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **Artikel 90**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 94**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) is niet van toepassing op bestuurders van:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) te laden of te lossen elders dan:
1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:
Afgekoppelde aanhangwagens en opleggers zijn voorzien van de etikettering en kenmerking die ingevolge randnummers 5.3.1 en 5.3.2 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2011-01-01&g=2011-01-01) zijn voorgeschreven als zijnde aan een trekkend voertuig gekoppeld.
1. De volgende voertuigen en tankcontainers kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer:
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
### **Artikel 6**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
Erkende Instanties
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-10-08&g=2008-10-08), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Erkende Instanties
### Artikel 4. Erkenningsvoorwaarden
### **Artikel 2 Europese Normen**
1. Voertuigen, tanks en tankcontainers voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn uitsluitend tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-10-08&g=2008-10-08), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
Vervallen.
2. Indien de tank is bestemd voor het vervoer van meer dan één gas zal het maximumvulgewicht van de lichtste gassoort bepalend zijn.
1. Ter bepaling van de in rn. 6.8.4 TE 19 voorgeschreven maat van 200 mm worden als meest uitstekende deel van de tank uitsluitend de tankwand, ononderbroken versterkingsringen of langsbalken ter bescherming van de tank aangemerkt.
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
3. De opening is uitsluitend door middel van een blindflens afgesloten.
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
2. Knevels ten behoeve van de sluiting van de tankbodem voldoen aan de volgende voorschriften:
1. De doorlaatopening bedraagt ten hoogste 100 mm.
3. De identificatiekenmerken op de appendages worden op een zodanige plaats aangebracht dat deze leesbaar zijn, indien de appendages zijn gemonteerd.
Vervallen.
2. Indien een oplegger niet is voorzien van parkeersteunen, is deze zodanig ingericht dat losse ondersteuningen kunnen worden geplaatst teneinde bij onderhoudswerkzaamheden en bij de periodieke keuring de ledige oplegger af te koppelen.
3. Bij een trekker voor het voortbewegen van een oplegger is in elk geval voldaan aan het tweede lid, indien:
Indien van een bepaald type appendage, afhankelijk van de toepassing, onderdelen van verschillende materialen zijn toegepast, is het feitelijk toegepaste materiaal op het appendage, of in de typecodering aangegeven.
3. indien een bediening van de hoofdschakelaar aan de buitenzijde van het voertuig is aangebracht, is deze uitgevoerd in een duidelijk opvallende of contrasterende kleur.
4. De voorgeschreven opschriften zijn op een goed waarneembare plaats aangebracht.
2. De overgelegde gegevens worden getoetst aan de VLG;
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
### **Artikel 56 rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.1 tank-identificatieplaat**
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
Alle tanktekeningen geven aan voor wat betreft de tank:
### **Artikel 67**
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
4. De voorgeschreven opschriften zijn op een goed waarneembare plaats aangebracht.
1. Ingevolge artikel 60, eerste lid, wordt een aanvraagformulier volgens een door de directeur vastgesteld model overgelegd.
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
### **Artikel 62**
2. Alle tekeningen bij voertuigen met vaste of afneembare tanks geven ten minste aan:
### **Artikel 82 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
### **Artikel 67**
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
### **Artikel 84**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
### **§ 1. Algemeen**
Vervallen.
### **Artikel 86**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **Artikel 77**
1. Bij keuringen en beproevingen staat voldoende geschoold personeel en gereedschap ter beschikking, opdat eventuele verrichtingen als hydraulische proefpersingen, dichtheidsbeproevingen, wanddiktemetingen, demontage van onderdelen, remproeven en dergelijke, een vlot verloop kunnen hebben.
### **Artikel 88**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
### **Artikel 80**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Vervallen.
### **Artikel 93**
Indien bij een keuring of beproeving gebreken worden vastgesteld van zodanige aard dat niet tot goedkeuring kan worden overgegaan, wordt aan de ondernemer een opgave verstrekt van de gebreken die tot de weigering van de goedkeuring hebben geleid en wordt het voertuig, nadat de nodige voorzieningen zijn getroffen, voor herkeuring aangeboden.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **Artikel 83**
2. In deze verklaring is tevens vermeldt welke stof, aangegeven door naam, klasse en rn., als laatste werd vervoerd voorafgaand aan het tijdstip van keuring onderscheidenlijk beproeving.
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
2. Indien de tank is voorzien van een ontluchtings- en veiligheidsinrichting die voorkomt dat de inhoud uit de tank ontsnapt, wordt de dichtheidsproef verricht bij een inwendige druk welke ten minste gelijk is aan de openingsdruk van deze voorziening.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990, zoals die luidde ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 87 proefpersing**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **Artikel 85 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing / rn. 6.8.2.4.3 dichtheidsproef**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **Artikel 91**
De ondernemer wordt, ten behoeve van de jaarlijkse periodieke keuring, in de regel ten minste acht dagen voor de vervaldag van het keuringsdocument namens de directeur door het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert, bericht gegeven. Datum, plaats, en tijdstip van de keuringen worden door het betrokken keuringsstation in overleg met de aanvrager vastgesteld.
### **Artikel 92**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 94**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **Artikel 90**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 97**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Artikel 94**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3. N-bepalingen**
2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.
### **5.1.2.1./5.2.1 N Opschriften en kenmerking**
Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dashboard en een intermitterende claxon in de cabine.
### **6.8.3.4. N Inspectie**
Dit openen is uitsluitend toegestaan voor het direct afleveren van genoemde stoffen in de land- en de wegenbouw alsmede op bouwplaatsen.
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
### **Artikel 7. Zout veer**
### **Artikel 9. Kenmerking en etikettering der voertuigen**
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 3**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Artikel 2
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2009-05-01&g=2009-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
### **Artikel 3**
### **Artikel 10 rn. 6.8.2.1.23 lasbekwaamheid**
2. Indien de plaatsing van een beschermend profiel is voorgeschreven, is deze uitgevoerd als beugel die aan de volgende voorschriften voldoet:
2. In het geval van rolbeugels hoeft de weerstandsmoment tegen buigen van het profiel van de rolbeugel niet groter te zijn dan 30 cm3.
### **§ 5 Uitrusting**
1. Tanks welke onder overdruk kunnen worden gelost, zijn in de overdruklosinstallatie voorzien van een overdrukventiel, welke :
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 66**
2. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn 9.7.5.2 van de ADR wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt.
### **Artikel 64**
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
### **Artikel 85**
Voor zover geen inwendige inspectie of proefpersing van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
### **Artikel 84**
### **Artikel 89**
### **Artikel 90**
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 8. Pont**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2010-04-01&g=2010-04-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 4**
### **§ 2 Dimensionering**
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
2. De keuringen en beproevingen worden slechts verricht na ontvangst van een schriftelijke orderbevestiging.
### **Artikel 96**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3**
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **§ 1. Beoordelingsnormen/Codes**
### **Artikel 7**
### **Artikel 53**
### **Artikel 62**
### **§ 2.1 Tekeningen (Algemeen)**
Indien de proefpersing met vloeistof als medium wordt verricht, wordt genoemde druk gemeten boven in de tank.
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 91**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
2011-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 3, 1, 9 y 20
2010-04-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 1 y 4
2010-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 7, 9 y 24
2009-05-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 1 y 5
2009-04-04
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 6, 9 y 26
2008-10-08
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 3 y 5
2008-07-11
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 3 y 5
2008-07-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 3 y 5
2008-03-08
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 6, 7 y 26
2008-02-20
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 2, 1 y 5
2008-02-18
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 9, 2 y 13
2007-07-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 4, 4, 18 y 2
2007-03-02
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 4, 12 y 2
2006-06-15
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 1 y 4
2005-12-25
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 1 y 4
2005-03-19
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 9, 3 y 23
2005-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 8, 9 y 29
2004-07-03
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 1
2004-05-28
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 1
2003-11-18
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 1
2003-07-30
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 7
2003-03-14
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 10, 4, 6 y 3
2003-03-14
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — versión origina
original version
Tekst op deze datum