Wijzigingsgeschiedenis
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
41 versions
· 2026-03-15
2026-03-15
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2025-08-14
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 7
2025-06-06
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2024-11-15
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2023-06-07
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 6
2021-05-26
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2021-02-03
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2019-07-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2019-04-20
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 95, 3 y 1
Wijzigingen op 2019-04-20
@@ -8,25 +8,25 @@
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; b. bevoegde autoriteit: 1°. Minister, 2°. een in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2018-05-01&g=2018-05-01) bij deze regeling erkende instantie, of 3°. een met toepassing van de [Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026901) erkende instantie; c. richtlijn nr. 2008/68/EG: richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU L 260); d. [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050): [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050) van de Raad van de Europese Unie van 6 oktober 1996 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L249).
2. De in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) opgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2018-05-01&g=2018-05-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2018-05-01&g=2018-05-01) voorzover daarin niet anders is bepaald.
a. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; b. bevoegde autoriteit: 1°. Minister, 2°. een in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2019-04-20&g=2019-04-20) bij deze regeling erkende instantie, of 3°. een met toepassing van de [Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026901) erkende instantie; c. richtlijn nr. 2008/68/EG: richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU L 260); d. [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050): [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050) van de Raad van de Europese Unie van 6 oktober 1996 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L249).
2. De in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) opgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op de [bijlagen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2019-04-20&g=2019-04-20), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2019-04-20&g=2019-04-20) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2019-04-20&g=2019-04-20) voorzover daarin niet anders is bepaald.
##### Artikel 2
Bij deze regeling behoren vier bijlagen:
- a. [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01): voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over land, zijnde de Nederlandse vertaling van de bijlagen A en B van het ADR en de daarbij behorende aanhangsels;
- b. [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01): voorschriften in afwijking van of in aanvulling op [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01);
- c. [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2018-05-01&g=2018-05-01): erkende instanties, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel b, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01);
- d. [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2018-05-01&g=2018-05-01): rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
- a. [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20): voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over land, zijnde de Nederlandse vertaling van de bijlagen A en B van het ADR en de daarbij behorende aanhangsels;
- b. [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=2&z=2019-04-20&g=2019-04-20): voorschriften in afwijking van of in aanvulling op [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20);
- c. [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=3&z=2019-04-20&g=2019-04-20): erkende instanties, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel b, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20);
- d. [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=4&z=2019-04-20&g=2019-04-20): rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
##### Artikel 3
Met voorwaardelijk tot het vervoer over land toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) mogen de handelingen, bedoeld in [artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008080&artikel=2), worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.
Met voorwaardelijk tot het vervoer over land toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) mogen de handelingen, bedoeld in [artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008080&artikel=2), worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.
##### Artikel 4
@@ -46,9 +46,9 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: [Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054).
## Bijlage 1. als bedoeld in de [artikelen 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=3&z=2018-05-01&g=2018-05-01) van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
## Bijlage 1. als bedoeld in de [artikelen 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2019-04-20&g=2019-04-20), en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=3&z=2019-04-20&g=2019-04-20) van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
### Hoofdstuk I. Bepalingen voor uitsluitend binnenlands vervoer
@@ -828,7 +828,7 @@
## Bijlage 4. als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Het laden of lossen van ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de vrijgestelde hoeveelheden van randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundige.
Het laden of lossen van ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de vrijgestelde hoeveelheden van randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundige.
### **Artikel 6. Weersomstandigheden**
@@ -1012,7 +1012,7 @@
2. De lasmethodekwalificatie voldoet aan de voorschriften daaromtrent in de voor het ontwerp van de tanks toegepaste code of, bij ontbreken daarvan, aan de van toepassing zijnde delen van de norm EN 288.
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen**
### **Artikel 9.**
##### Artikel 12
@@ -1119,7 +1119,7 @@
Bij tanks die niet zijn uitgerust met een scharnierende achterbodem bedraagt de inwendige doorsnede van mangaten ten minste 450 mm.
### **Artikel 1**
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
##### Artikel 24. rn.. 9.7.6 stootbalk algemeen
@@ -1243,7 +1243,7 @@
is deze kunststof vlamdovend uitgevoerd, waaraan geacht wordt te zijn voldaan indien monsters zijn beproefd in overeenstemming met ISO-norm 3759:1989
### **Artikel 4**
### **Artikel 3**
##### Artikel 29. tanks overeenkomstig rn. 6.10, scharnierende
@@ -1361,7 +1361,7 @@
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
### Artikel 4. Erkenningsvoorwaarden
### Artikel 3
##### Artikel 40
@@ -1686,7 +1686,7 @@
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
### **Artikel 6**
### **§ 1. Beoordelingsnormen/Codes**
##### Artikel 59. rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5
@@ -1796,13 +1796,13 @@
3. De bedieningsinrichting van de hoofdschakelaar aan de buitenzijde van het voertuig is uitgevoerd in een duidelijk opvallende of contrasterende kleur.
### **Artikel 7**
### **Artikel 9**
##### Artikel 64. rn.9.3.3 afsluitbaarheid
Aan het vereiste in rn. 9.3.3 dat in de wanden van de laadruimte van gesloten voertuigen van type EX/II geen ramen mogen zijn aangebracht is voldaan indien aanwezige ramen zodanig door middel van tralies of een rooster zijn beschermd dat ongeautoriseerde toegang tot de laadruimte daarmee wordt verhinderd.
### **Artikel 8**
### **Artikel 10**
##### Artikel 65. rn.. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.1 tank-identificatieplaat
@@ -1842,7 +1842,7 @@
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 67 is het voor de buitenzijde voorgeschreven opschrift met een letterhoogte van ten minste 10 mm uitgevoerd.
### **§ 2 Dimensionering**
### **Artikel 12**
### **§ 3 Constructie**
@@ -1878,7 +1878,7 @@
Bij de in artikel 69 bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld volgens een door de directeur vastgesteld model gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### **Artikel 13**
### **Artikel 16**
##### Artikel 76
@@ -2090,7 +2090,7 @@
- c. een door de fabrikant van het voertuig geautoriseerde verklaring waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, het voertuig voldoet aan het bepaalde in rn. 9.2.3.2 (antiblokkeer-remsysteem).
### **Artikel 17 rn. 6.10 explosiebestendige tank**
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
##### Artikel 81
@@ -2154,7 +2154,7 @@
Indien de in artikel 82 bedoelde over te leggen bescheiden door de directeur akkoord zijn bevonden wordt een proefexemplaar van het appendage, dat van de vereiste merk- en typeaanduiding(en) is voorzien, ter beoordeling overgelegd.
### **Artikel 12 klasse 2**
### **Artikel 21**
### **Artikel 22**
@@ -2330,7 +2330,7 @@
- 2. aan de buitenzijde, met inbegrip van eventuele holle ruimten tussen de compartimenten, geheel droog.
### **§ 5 Uitrusting**
### **Artikel 32**
##### Artikel 104
@@ -2352,7 +2352,7 @@
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd
### **Artikel 26**
### **Artikel 34**
##### Artikel 108
@@ -2402,7 +2402,7 @@
- 7. Het keuringsstation van VT beslist op grond van de resultaten van een keuring na herstelling en voor zover van toepassing het zesde lid bepaalde omtrent hernieuwde goedkeuring voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
### **Artikel 37**
##### Artikel 113
@@ -2422,7 +2422,7 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
## Bijlage 2. bedoeld in [artikel 2, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 2. bedoeld in [artikel 2, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2019-04-20&g=2019-04-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Aanvullende Voorschriften
@@ -2881,7 +2881,7 @@
## Bijlage 4. als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.
Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.
### **9.7.5.1. N Stabiliteit**
@@ -3041,7 +3041,7 @@
### Artikel 1. Erkende instanties
### Hoofdstuk VII. Cabine
### Artikel 4. Erkenningsvoorwaarden
### **Hoofdstuk I Algemeen**
@@ -3053,1684 +3053,1694 @@
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
### **§ 1. Beoordelingsnormen/Codes**
### **Artikel 6**
### **§ 2 Dimensionering**
### **§ 3 Constructie**
### **Artikel 14**
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 17**
### **Artikel 17**
### **§ 5**
### **Artikel 26**
### **Artikel 28**
### **Artikel 31**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Hoofdstuk I. Bepalingen voor uitsluitend binnenlands vervoer**
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
Dit hoofdstuk is van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen dat uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt.
De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9) slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
### **1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten**
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20), die door Nederland zijn ondertekend.
### **5.1.2.1./5.2.1 N Opschriften en kenmerking**
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
### **5.4.1.4. N Vervoerdocument**
Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
### **7.5.7.5/8.3.3 Openen van colli**
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is niet van toepassing op bestuurders van:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
### **Hoofdstuk II. Bepalingen voor elk vervoer op Nederlands grondgebied**
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en:
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en:
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te laden of te lossen elders dan:
### **Artikel 3. Tunnelregime**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC, bulkcontainer of mobiele tank gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) te laden of te lossen elders dan:
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=12).
### **Artikel 5. Laden en lossen**
Het laden of lossen van ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de vrijgestelde hoeveelheden van randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) alsmede vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundige.
### **Artikel 6. Weersomstandigheden**
1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:
### **Artikel 5. Laden en lossen**
2. Het is niet toegestaan gevaarlijke stoffen te vervoeren in tanks, losgestort of in colli, in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de voorwaardelijk vrijgestelde hoeveelheden bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20):
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geldt niet voor het vervoer van medische isotopen.
4. De Minister kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid vermelde verbod bij glad wegdek, indien:
### **Artikel 7. Zout veer**
1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:
2. Onder ‘open rijdek’ wordt verstaan: rijdek op een schip waarop het openen van de boegdeur en de hekdeur geen negatief effect heeft op de lekstabiliteit van het schip.
3. Het vervoer van gevaarlijke stoffen op zoute veren in tanks of in colli in hoeveelheden die niet onder de vrijstelling van 1.1.3.6 ADR vallen is niet toegestaan, met uitzondering van de in tabel 2 vermelde stoffen.
4. Het vervoer van de in tabel 2 vermelde gevaarlijke stoffen is slechts toegestaan indien:
5. Op een gesloten rijdek van een zout veer wordt geen transporteenheid geplaatst die beladen is met stoffen van klasse 3 met verpakkingsgroep I en II.
6. Rondom de transporteenheden, beladen met gevaarlijke stoffen, wordt tijdens de vaart in het horizontale vlak ten opzichte van andere voertuigen een vrije ruimte aangehouden van ten minste twee meter. Ten opzichte van passagiers wordt tijdens de vaart een afstand van ten minste vijf meter aangehouden.
7. De bestuurder of bijrijder van een transporteenheid met gevaarlijke stoffen houdt tijdens de vaart toezicht op zijn voertuig.
8. De bestuurder van een transporteenheid beladen met gevaarlijke stoffen die zijn vermeld in tabel 2, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper of kapitein dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent de aard en hoeveelheid gevaarlijke stoffen.
### **Artikel 8. Pont**
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 9.**
Vervallen.
1. In Nederland geregistreerde, ingevolge deze regeling keuringsplichtige voertuigen als bedoeld in randnummer 9.1.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01), kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer.
1. In Nederland geregistreerde, ingevolge deze regeling keuringsplichtige voertuigen als bedoeld in randnummer 9.1.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20), kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer.
2. De goedkeuring wordt geweigerd, indien een voertuig als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet voldoet aan deze regeling.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen voertuigen, waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze regeling, worden goedgekeurd indien de technische inrichting en uitrusting der voertuigen naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer een ten minste gelijkwaardige veiligheid bieden.
4. De eigenaar of houder van een voertuig als bedoeld in het eerste lid stelt na een aanrijding of ongeval waardoor beschadiging van het voertuig is ontstaan, de Dienst Wegverkeer hiervan onverwijld in kennis.
5. De eigenaar of houder van een voertuig als bedoeld in het eerste lid zorgt dat dit voertuig voor onderzoek aan de Dienst Wegverkeer wordt aangeboden:
6. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat een voertuig als bedoeld in het eerste lid niet aan deze regeling voldoet, is de eigenaar of houder ervan verplicht te zorgen dat dit niet weer in gebruik wordt genomen voordat uit een hernieuwd onderzoek is gebleken dat de door de Dienst Wegverkeer nodig geachte voorzieningen zijn aangebracht; in afwachting van het hernieuwde onderzoek kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht op eerste vordering van of vanwege de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument af te geven.
7. Indien een voertuig als bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zesde lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
### **Artikel 12. 1.8.3.2. Uitzondering verplichting veiligheidsadviseur**
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 2**
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
### **Artikel 4**
2. Indien het toezicht op de naleving in de onderneming wordt gehouden en overtredingen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050), wordt het betrokken vervoer voor het verlaten van de onderneming in overeenstemming gebracht met de voorschriften, dan wel worden andere naar het oordeel van de Minister gepaste maatregelen genomen.
### **Artikel 4**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 6**
### **Artikel 6**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Hoofdstuk I Algemeen**
Deze bijlage behoort bij de regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de omzetting van de Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen in bijlage 4 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
## Bijlage 4. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
1. Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn uitsluitend tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
### **Artikel 4**
Vervallen.
Vervallen.
1. Wanneer schade aan een voertuig is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. De melding wordt gericht aan het keuringsstation van de VT waaronder de ondernemer ressorteert.
1. Wanneer schade aan een voertuig is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. De melding wordt gericht aan het keuringsstation van de VT waaronder de ondernemer ressorteert.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 10**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 11**
Vervallen.
Vervallen.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
### **Artikel 13**
### **Artikel 14**
Vervallen.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 17**
### **Artikel 14 rn. 6.8.2.1.18 en 6.8.2.1.19 dikte slingerschot**
2. In dit geval zijn zodanige voorzieningen aangebracht dat:
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **§ 4 Bescherming**
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 21**
Vervallen.
### **Artikel 22**
### **Artikel 23**
### **Artikel 23**
### **Artikel 24**
Vervallen.
### **§ 5**
Vervallen.
### **Artikel 26**
### **Artikel 22**
### **Artikel 27**
### **Artikel 27**
Vervallen.
### **Artikel 29**
### **Artikel 29**
### **Artikel 30**
### **Artikel 30**
Vervallen.
Vervallen.
### **Hoofdstuk III**
### **Hoofdstuk III**
### **Artikel 33**
### **Artikel 34**
Vervallen.
### **Artikel 35**
### **Artikel 35**
### **Artikel 36**
Vervallen.
### **Artikel 37**
Vervallen.
### **Artikel 38**
Vervallen.
### **Artikel 39**
Vervallen.
### **Artikel 40**
Vervallen.
### **Artikel 41**
### **Artikel 41**
### **Hoofdstuk IV Chassis**
### **Hoofdstuk IV Chassis**
Vervallen.
### **Artikel 43**
Indien een oplegger niet is voorzien van parkeersteunen, is deze zodanig ingericht dat losse ondersteuningen kunnen worden geplaatst teneinde bij onderhoudswerkzaamheden en bij de periodieke keuring de ledige oplegger af te koppelen.
### **Artikel 44**
Vervallen.
### **Artikel 45**
### **Artikel 45**
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
### **Artikel 46 rn. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5**
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
### **Artikel 38 mangatdeksels**
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
### **Artikel 41**
3. Bij een trekker voor het voortbewegen van een oplegger is in elk geval voldaan aan het tweede lid, indien:
### **Hoofdstuk IV Chassis**
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
4. Het derde lid is niet van toepassing op voertuigen die zijn uitgerust met een uitlaatgasnabehandelingssysteem, voor zover het voertuigen betreft die minimaal voldoen aan de emissiegrenswaarden als opgenomen in de rijen B1, B2 of C van tabel 1 van bijlage 1 van richtlijn nr. 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking (PbEU L 275) of als opgenomen in bijlage 1 van verordening (EU) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU L 188).
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
### **Artikel 51**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VI**
Vervallen.
### **Artikel 53**
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 54**
### **Artikel 54**
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
3. indien een bediening van de hoofdschakelaar aan de buitenzijde van het voertuig is aangebracht, is deze uitgevoerd in een duidelijk opvallende of contrasterende kleur.
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
### **Artikel 56**
### **Artikel 57**
### **Artikel 57**
### **Artikel 58**
### **Artikel 58**
Vervallen.
### **Artikel 59**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII**
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
Vervallen.
### **Artikel 61**
Vervallen.
### **§ 2.**
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
### **Artikel 62**
Vervallen.
### **§ 2.1**
### **Artikel 63**
Vervallen.
### **Artikel 64**
### **Artikel 65**
Vervallen.
### **Artikel 66**
Vervallen.
### **Artikel 67**
### **Artikel 67**
Vervallen.
### **§ 2.2.**
### **Artikel 68**
Vervallen.
### **§ 3.**
### **Artikel 69**
Vervallen.
### **§ 4.**
### **Artikel 70**
Vervallen.
### **Artikel 71**
Vervallen.
### **Artikel 72**
Vervallen.
### **Artikel 73**
Vervallen.
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
### **§ 1. Algemeen**
### **Artikel 74**
Vervallen.
### **Artikel 75**
Vervallen.
### **Artikel 76**
Vervallen.
### **Artikel 77**
Bij keuringen en beproevingen bevinden de voertuigen en in het bijzonder de tanks met bijbehorende appendages, zich in een in- en uitwendig afdoende gereinigde staat.
### **Artikel 78**
Voor zover geen inwendige inspectie van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **Artikel 79**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde in artikel 77 bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 80**
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **Artikel 65**
2. Onmiddellijk voor de inwendige inspectie van de tank wordt een door een gasdeskundige als bedoeld in [artikel 3.5h van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.5h) opgemaakt veiligheids- en gezondheidsverklaring overgelegd. Deze veiligheids- en gezondheidsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage IX van de [Arbeidsomstandighedenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498) vastgesteld modellen.
### **Artikel 66**
4. Het in het tweede lid genoemde certificaat behoeft niet te worden overgelegd, indien:
### **Artikel 81**
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
Vervallen.
### **Artikel 83**
### **Artikel 83**
### **Artikel 84**
Vervallen.
### **Artikel 85**
Vervallen.
Vervallen.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Vervallen.
### **Artikel 87 proefpersing**
### **Artikel 87 proefpersing**
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
De in artikel 71, onderdelen b, c en e, bedoelde bescheiden worden door de fabrikant van de appendages verstrekt.
### **Artikel 88**
### **Artikel 89**
### **Artikel 89**
Vervallen.
### **Artikel 90**
Vervallen.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
Vervallen.
### **Artikel 92**
### **Artikel 92**
### **Artikel 93**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij TTV.
### **Artikel 78**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij TTV.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde onder artikel 77, tweede lid, bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 95**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 81**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan [artikel 3.3.9 van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=3.3.9).
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het vervoer dat plaatsvindt overeenkomstig randnummer 1.1.3 en de hoofdstukken 3.4 en 3.5 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20).
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 24, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=24).
### **Artikel 7. Zout veer**
1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:
### **Artikel 7. Zout veer**
9. Rederijen kunnen aanvullende of beperkende maatregelen treffen.
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen, tankcontainers en kleine mobiele tanks**
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
### **Artikel 12. 1.8.3.2. Uitzondering verplichting veiligheidsadviseur**
### **Artikel 1**
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 3**
2. Wanneer het toezicht is uitgevoerd, ontvangt de bestuurder van het betrokken voertuig een verklaring van de verrichte controle, welke verklaring zoveel mogelijk luidt conform de controlelijst, bedoeld in bijlage I van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050).
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Artikel 2
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 3**
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
EN 50 020:1992: Stroomkringen met weerstand zonder cadmium, zink, magnesium of aluminium;
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-02-20&g=2008-02-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
1. Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn uitsluitend tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
### Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
3. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen worden gelijkgesteld voertuigen die aan gelijkwaardige eisen voldoen en die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
Vervallen.
Vervallen.
### **§ 2 Dimensionering**
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
1. Tanks mogen scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
### **Artikel 16**
Vervallen.
Tanks bestemd voor het vervoer van vloeistoffen die niet zijn ontworpen overeenkomstig rn. 6.10 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-10-09&g=2013-10-09) zijn niet met een scharnierende eindbodem uitgerust.
2. Indien de in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) genoemde beschermingsinrichting tegen klemrijden is aangebracht op ten minste 10 cm achter de achterzijde van de tank of achter de tank aangebrachte apparatuur, kan deze tevens worden aangemerkt als de stootbalk overeenkomstig randnummer 9.7.6.
Vervallen.
### **Artikel 24**
2. Indien de in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) genoemde beschermingsinrichting tegen klemrijden is aangebracht op ten minste 10 cm achter de achterzijde van de tank of achter de tank aangebrachte apparatuur, kan deze tevens worden aangemerkt als de stootbalk overeenkomstig randnummer 9.7.6.
### **Artikel 25**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 32**
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 36**
Vervallen.
### **Artikel 42**
Vervallen.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
Vervallen.
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
2. Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, is bij een trekker voor een oplegger in elk geval voldaan, indien genoemde delen zich op niet meer dan 20 cm achter de achterwand van de bestuurderscabine bevinden.
### **Artikel 41**
5. In verband met de aansluiting van een uitlaatgasafzuiginrichting behoeft het aan de uitmonding grenzende deel van de uitlaatleiding over een lengte van ten hoogste 10 cm niet te zijn afgeschermd.
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VI**
Vervallen.
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
Vervallen.
### **Artikel 59**
### **Artikel 60**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 64**
Vervallen.
### **Artikel 65**
Vervallen.
### **§ 2.2.**
Vervallen.
### **§ 3.**
Vervallen.
### **§ 4.**
Vervallen.
### **Artikel 71**
3. Bij ontwerptekeningen, respectievelijk berekeningen inzake een wijziging, wordt deze wijziging zo volledig mogelijk omschreven.
### **Artikel 75**
Vervallen.
### **Artikel 82**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **Artikel 84**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Typegoedkeuring voor de in artikel 33 genoemde uitrustingsdelen wordt uitsluitend verleend aan de fabrikant van de appendages of aan de officiële vertegenwoordiging daarvan in Nederland.
Vervallen.
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Vervallen.
### **Artikel 90**
Vervallen.
### **Artikel 93**
### **Artikel 78**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
Vervallen.
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Artikel 83**
2. In afwijking van het eerste lid kan de directeur toestaan dat bedoelde beproevingen worden verricht onder toezicht van een door hem aan te wijzen deskundige, in dat geval wordt een door genoemde deskundige gewaarmerkt certificaat overgelegd, waarin is vermeld:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Hoofdstuk I. Bepalingen voor uitsluitend binnenlands vervoer**
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
Dit hoofdstuk is van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen dat uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt.
2. De directeur kan voertuigen waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze bijlage goedkeuren, indien de technische inrichting en uitrusting van de voertuigen naar het oordeel van de directeur een gelijkwaardige veiligheid bieden.
Vervallen.
Vervallen.
1. Tanks mogen scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
### **Artikel 18**
Vervallen.
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
3. (apparatuurkast) Indien de tank aan de achterzijde is beschermd door een constructie, zoals een apparatuurkast waarvan de sterkte ten minste gelijkwaardig is aan die van genoemde stootbalk, is voldaan aan het gestelde in rn. 9.7.6. De constructie alsmede de bevestiging hiervan aan het voertuig is van dien aard, dat de bij een ongeval op de kast uitgeoefende krachten zodanig op het voertuigchassis worden overgebracht, dat beschadiging van de tank wordt voorkomen.
4. (stootbalk bij tanks met isolerende bekleding) Bij tanks voorzien van een uitwendige isolerende bekleding wordt de achterzijde van de binnentank als het meest naar achteren gelegen deel van de tankwand aangemerkt. De achterzijde van de stootbalk behoeft niet meer dan 50 mm achter de bekledingsbodem te zijn gelegen (gemeten in rijklare toestand van het voertuig), mits de dikte van de isolatie ten minste 50 mm bedraagt.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
1. Scharnieren van tankbodems zijn nastelbaar uitgevoerd.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 38**
Vervallen.
### **Artikel 39**
Vervallen.
Vervallen.
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
Vervallen.
### **Artikel 43**
Indien een oplegger niet is voorzien van parkeersteunen, is deze zodanig ingericht dat losse ondersteuningen kunnen worden geplaatst teneinde bij onderhoudswerkzaamheden en bij de periodieke keuring de ledige oplegger af te koppelen.
Vervallen.
De bodemafsluiters voor tanks:
Vervallen.
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
4. Bij een voertuigchassis voor het vervoer van (tank-)containers wordt geacht te zijn voldaan aan het tweede lid, indien:
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
Indien het voldoen aan de eisen voor kantelstabiliteit wordt aangetoond op basis van een berekening dienen de basisgegevens waarmee dit systeem werkt te zijn gevalideerd door praktijktesten. Indien validatie niet afdoende aangetoond wordt vereist de directeur nader onderzoek.
### **Artikel 52**
Vervallen.
### **Artikel 53**
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet aan de volgende voorschriften:
Vervallen.
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
2. De uitmonding van de uitlaatleiding mag onder het voertuig zijn gelegen indien de uitmonding schuin naar beneden is gericht.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII**
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
### **Artikel 61**
Vervallen.
### **§ 2.**
Vervallen.
2. Naast het bepaalde in rn. 9.2.2.2.1 zijn uitgezonderd van de verplichting om te zijn gezekerd: standaardschakelingen ten behoeve van in de cabine aangebrachte relais, controlelampen en de elektromotor van een bogieliftinstallatie (ashefinrichting);
### **Artikel 66**
Vervallen.
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
2. Het in het eerste lid bedoelde waarmerk, zoals gebruikt tot 1 januari 2005, blijft van kracht gedurende de termijn dat de desbetreffende keuring geldig is.
Vervallen.
### **Artikel 72**
Vervallen.
2. De overgelegde gegevens worden getoetst aan de VLG;
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 77**
Bij keuringen en beproevingen bevinden de voertuigen en in het bijzonder de tanks met bijbehorende appendages, zich in een in- en uitwendig afdoende gereinigde staat.
Voor zover geen inwendige inspectie van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **Artikel 79**
### **Artikel 80**
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 85**
### **Artikel 86**
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
1. Een nieuw gebouwd of gewijzigd voertuig voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt niet in dienst gesteld dan na goedkeuring door of namens de directeur.
Vervallen.
Vervallen.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **Artikel 84**
### **Artikel 84**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de proefpersing met vloeistof als medium wordt verricht, wordt genoemde druk gemeten boven in de tank.
### **Artikel 85**
### **Artikel 85**
Vervallen.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
### **Artikel 88**
### **Artikel 89**
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 93**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990, zoals die luidde ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 88**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 89**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **Artikel 90**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 94**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) is niet van toepassing op bestuurders van brandweervoertuigen die gevaarlijke stoffen bevatten, mits:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) te laden of te lossen elders dan:
1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
Vervallen.
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen**
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
### **Artikel 4**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Erkende Instanties
### Artikel 1. Erkende instanties
### **Hoofdstuk I Algemeen**
IEC 60079–11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres – part 11: intrinsic safety ‘i’.
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-10-08&g=2008-10-08), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 40**
Vervallen.
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
2. De uitlaatleiding behoeft niet van een (aanvullende) warmtewerende afscherming te worden voorzien indien:
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
2. De opschriften zijn van buitenaf duidelijk leesbaar aangegeven.
Vervallen.
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
### **Artikel 64**
2. In deze verklaring is tevens vermeldt welke stof, aangegeven door naam, klasse en rn., als laatste werd vervoerd voorafgaand aan het tijdstip van keuring onderscheidenlijk beproeving.
3. Indien de fabrikant van de tank of de werkplaats waar de tank wordt geïnspecteerd ten minste is gecertificeerd voor een kwaliteitsborgingssysteem volgens de norm ISO 9001:2000, kan de directeur onder nader bekend te maken voorschriften en beperkingen toestaan dat het certificaat, bedoeld in het tweede lid, door de eigen gekwalificeerde deskundige wordt opgesteld en gewaarmerkt.
### **Artikel 81**
Vervallen.
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
Vervallen.
### **Artikel 78**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990, zoals die luidde ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 82 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **§ 1. Algemeen**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 86**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 89**
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
Vervallen.
### **Artikel 91**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 83**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 87 proefpersing**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **Artikel 85 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing / rn. 6.8.2.4.3 dichtheidsproef**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **Artikel 91**
De ondernemer wordt, ten behoeve van de jaarlijkse periodieke keuring, in de regel ten minste acht dagen voor de vervaldag van het keuringsdocument namens de directeur door het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert, bericht gegeven. Datum, plaats, en tijdstip van de keuringen worden door het betrokken keuringsstation in overleg met de aanvrager vastgesteld.
### **Artikel 92**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 94**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **Artikel 90**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 97**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Artikel 94**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3. N-bepalingen**
2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.
### **5.1.2.1./5.2.1 N/5.5.3.4.1/5.5.3.6.2 Opschriften en kenmerking**
Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dashboard en een intermitterende claxon in de cabine.
### **6.8.3.4. N Inspectie**
Dit openen is uitsluitend toegestaan voor het direct afleveren van genoemde stoffen in de land- en de wegenbouw alsmede op bouwplaatsen.
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
### **Artikel 7. Zout veer**
### **Artikel 8. Pont**
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2019-04-20&g=2019-04-20) zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
### **Artikel 2**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 1. Erkende instanties**
## Bijlage 4. bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
### **Artikel 8**
### **Artikel 19**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 44**
2. De uitmonding van de uitlaatleiding mag onder het voertuig zijn gelegen indien de uitmonding schuin naar beneden is gericht.
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde in artikel 77 bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 66**
Vervallen.
### **Artikel 91**
### **Artikel 81**
### **Artikel 85**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **Artikel 93**
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Artikel 89**
### **Artikel 90**
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 8. Pont**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2010-04-01&g=2010-04-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 9**
### **Artikel 12**
### **§ 1.**
### **Artikel 73**
Vervallen.
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3**
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **Artikel 8**
### **§ 2.1**
### **Artikel 76**
### **Artikel 78**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 2. Ontheffingen**
De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9) slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
De N-bepalingen in dit hoofdstuk:
### **Artikel 3. N-bepalingen**
### **1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten**
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01), die door Nederland zijn ondertekend.
### **5.1.2.1./5.2.1 N Opschriften en kenmerking**
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), die door Nederland zijn ondertekend.
### **5.4.1.4. N Vervoerdocument**
Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, worden iedere 26 weken onderworpen aan een visuele uitwendige inspectie en aan een controle op de goede werking van de uitrusting.
### **6.8.3.2. N Uitrusting van tankwagens voor propaan, butaan en mengsels daarvan**
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
### **7.5.7.5/8.3.3 Openen van colli**
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Het bepaalde in randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is niet van toepassing op bestuurders van:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
Voor wat betreft het duurremsysteem is randnummer 9.2.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) (retarder) niet van toepassing op motorvoertuigen gebouwd vóór 1 januari 1997.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
### **Hoofdstuk II. Bepalingen voor elk vervoer op Nederlands grondgebied**
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en:
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied en:
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te laden of te lossen elders dan:
### **Artikel 3. Tunnelregime**
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC, bulkcontainer of mobiele tank gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) te laden of te lossen elders dan:
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=12).
### **Artikel 5. Laden en lossen**
Het laden of lossen van ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de vrijgestelde hoeveelheden van randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) alsmede vuurwerk met de UN-nummers 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundige.
### **Artikel 6. Weersomstandigheden**
1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:
### **Artikel 5. Laden en lossen**
2. Het is niet toegestaan gevaarlijke stoffen te vervoeren in tanks, losgestort of in colli, in hoeveelheden die per transporteenheid groter zijn dan de voorwaardelijk vrijgestelde hoeveelheden bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01):
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geldt niet voor het vervoer van medische isotopen.
4. De Minister kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid vermelde verbod bij glad wegdek, indien:
### **Artikel 7. Zout veer**
1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:
2. Tabel 2 vermeldt de stoffen, wijze van vervoer en hoeveelheden waarvan het vervoer verboden is met een zout veer.
3. Het vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan vermeld in tabel 2, is slechts toegestaan indien het betreft:
4. Op een gesloten rijdek van een zout veer wordt geen transporteenheid geplaatst die beladen is met stoffen van klasse 3 met verpakkingsgroep I en II.
5. Rondom de transporteenheden beladen met gevaarlijke stoffen worden in horizontale richting een vrije ruimte aangehouden van ten minste twee meter en een afstand van ten minste vijf meter ten opzichte van passagiers.
6. De bestuurder of bijrijder van een transporteenheid met gevaarlijke stoffen blijft tijdens de vaart bij zijn voertuig.
7. De bestuurder van een transporteenheid beladen met andere gevaarlijke stoffen dan die zijn vermeld in tabel 2, verstrekt, alvorens een zout veer op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.
8. Rederijen kunnen aanvullende of beperkende maatregelen treffen.
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **Artikel 8. Pont**
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 9.**
Vervallen.
1. In Nederland geregistreerde, ingevolge deze regeling keuringsplichtige voertuigen als bedoeld in randnummer 9.1.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01), kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer.
2. De goedkeuring wordt geweigerd, indien een voertuig als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet voldoet aan deze regeling.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen voertuigen, waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze regeling, worden goedgekeurd indien de technische inrichting en uitrusting der voertuigen naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer een ten minste gelijkwaardige veiligheid bieden.
4. De eigenaar of houder van een voertuig als bedoeld in het eerste lid stelt na een aanrijding of ongeval waardoor beschadiging van het voertuig is ontstaan, de Dienst Wegverkeer hiervan onverwijld in kennis.
5. De eigenaar of houder van een voertuig als bedoeld in het eerste lid zorgt dat dit voertuig voor onderzoek aan de Dienst Wegverkeer wordt aangeboden:
6. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat een voertuig als bedoeld in het eerste lid niet aan deze regeling voldoet, is de eigenaar of houder ervan verplicht te zorgen dat dit niet weer in gebruik wordt genomen voordat uit een hernieuwd onderzoek is gebleken dat de door de Dienst Wegverkeer nodig geachte voorzieningen zijn aangebracht; in afwachting van het hernieuwde onderzoek kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht op eerste vordering van of vanwege de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument af te geven.
7. Indien een voertuig als bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig het bepaalde in het zesde lid voor keuring wordt aangeboden, kan de Dienst Wegverkeer het keuringsdocument innemen of doen innemen. De eigenaar of houder is alsdan verplicht het keuringsdocument aan hem af te geven.
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
### **Artikel 12. 1.8.3.2. Uitzondering verplichting veiligheidsadviseur**
### **Artikel 12. 1.8.3.2. Uitzondering verplichting veiligheidsadviseur**
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 2**
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
2. Wanneer het toezicht is uitgevoerd, ontvangt de bestuurder van het betrokken voertuig een verklaring van de verrichte controle, welke verklaring zoveel mogelijk luidt conform de controlelijst, bedoeld in bijlage I van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050).
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
### **Artikel 4**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
## Bijlage 3. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 6**
### Artikel 1. Erkende instanties
Erkende Instanties
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-10-08&g=2008-10-08) voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Hoofdstuk I Algemeen**
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
In deze bijlage wordt verwezen naar onderstaande Europese normen die betrekking hebben op de daarbij genoemde onderwerpen:
EN 50 020:1992: Stroomkringen met weerstand zonder cadmium, zink, magnesium of aluminium;
## Bijlage 4. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2006-06-15&g=2006-06-15), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
IEC 60079–11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres – part 11: intrinsic safety ‘i’.
2. De directeur kan voertuigen waarvan de technische inrichting en uitrusting niet voldoen aan deze bijlage goedkeuren, indien de technische inrichting en uitrusting van de voertuigen naar het oordeel van de directeur een gelijkwaardige veiligheid bieden.
### **Artikel 4**
Vervallen.
1. Deze bijlage is niet van toepassing op:
1. Wanneer schade aan een voertuig is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. De melding wordt gericht aan het keuringsstation van de VT waaronder de ondernemer ressorteert.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
1. Wanneer schade aan een voertuig, tank of tankcontainer is ontstaan en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen daardoor niet langer is gewaarborgd, geeft de eigenaar of houder hiervan onverwijld schriftelijk kennis. Indien dit een voertuig betreft wordt de melding gericht aan het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert. In het geval van schade aan de tank van het voertuig of (tank)containers wordt de melding gericht aan de afdeling IKS van VT.
2. Indien herstellingen zijn verricht van schade waarvan vooraf geen melding is gemaakt en tengevolge waarvan, naar het oordeel van de directeur, onvoldoende inzicht in de deugdelijkheid van het voertuig of van belangrijke onderdelen is ontstaan, kan de goedkeuring aan het voertuig worden onthouden.
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
Vervallen.
1. Bij tanks wordt ter vaststelling van de wanddikte, de eventuele bescherming, de ondersteuning en de bevestiging aan het chassis, uitgegaan van de waarden zoals vastgelegd in Europese Normen die betrekking hebben op het desbetreffende materiaal.
Vervallen.
2. Van het materiaal voor de romp, de eind- en tussenbodems en de mangathalzen wordt, overeenkomstig de norm EN 10204, een zogenaamd ‘3.1’ keuringsrapport overgelegd. Van mangathalzen voor tanks behoeft geen attest te worden overgelegd, indien deze zijn vervaardigd uit zacht staal of bij tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14, onder a) indien de wanddikte van de mangathals ten minste 2 maal de vereiste minimumwanddikte van de tankromp bedraagt.
Vervallen.
4. Onder gespecificeerde minimumwaarden volgens de materiaalnormen voor austenitische staalsoorten welke ingevolge rn. 6.8.2.1.16 mogen worden overschreden, worden uitsluitend verstaan de rekgrens (Re) en de treksterkte (Rm).
Vervallen.
### **Artikel 10**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 10**
Vervallen.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
1. Tanks die niet zijn ontworpen en ingericht om te laden of te lossen onder overdruk en waarvan de waterinhoud van elk tankcompartiment, ongeacht het aantal slingerschotten, ten hoogste 15.000 liter bedraagt, worden geacht de in rn. 6.8.2.1.2 genoemde, op de bodem(s) uitgeoefende kracht ter grootte van 2 maal de massa van de lading te kunnen opnemen.
### **Artikel 3**
### **Artikel 12**
3. Van tanks vervaardigd uit glasvezelversterkte kunststof mag de waterinhoud ten hoogste 10.000 liter bedragen.
### **Artikel 12**
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Indien een tank is voorzien van scheidingswanden of slingerschotten die met contraringen aan de tankwand zijn bevestigd alsmede van afdichtingsplaten ter plaatse van doorstroomopeningen, bezitten deze een dikte die ten minste gelijk is aan de wanddikte overeenkomstig rn. 6.8.2.1.19.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 18 binnenbekleding**
### **Artikel 21**
3. Van het, in het eerste en tweede lid genoemde, toe te passen bekledingsmateriaal, wordt ter beoordeling door de directeur de compatibiliteit met het tankmateriaal, zoals de hechtingseigenschappen, aangetoond.
### **Artikel 19**
### **Artikel 23**
### **§ 4 Bescherming**
### **Artikel 24**
Vervallen.
### **Artikel 25**
Vervallen.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
### **Artikel 27**
### **Artikel 21**
Vervallen.
### **Artikel 29**
### **Artikel 23 rn. 6.8.4 TE 19 appendages aan de onderzijde**
### **Artikel 30**
### **Artikel 24**
Vervallen.
Indien voor de constructie van de tank, voor de ommanteling of voor tankuitrustingsdelen, kunststof als materiaal is gekozen en het voertuig is ontworpen voor het vervoer van:
### **Hoofdstuk III**
### **Artikel 33**
### **Artikel 26**
### **Artikel 34**
Vervallen.
### **Artikel 35**
### **Artikel 27 rn. 6.8.2.2.2 opening voor schoonmaakdoeleinden**
### **Artikel 36**
Vervallen.
### **Artikel 37**
Vervallen.
### **Artikel 38**
Vervallen.
### **Artikel 39**
Vervallen.
### **Artikel 40**
Vervallen.
### **Artikel 41**
### **Artikel 32 ventilatieopeningen in appendageruimten**
### **Hoofdstuk IV Chassis**
### **Artikel 42**
Vervallen.
### **Artikel 43**
Indien een oplegger niet is voorzien van parkeersteunen, is deze zodanig ingericht dat losse ondersteuningen kunnen worden geplaatst teneinde bij onderhoudswerkzaamheden en bij de periodieke keuring de ledige oplegger af te koppelen.
### **Artikel 44**
Vervallen.
### **Artikel 45**
### **Artikel 35 overdrukventielen**
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
### **Artikel 46 rn. 9.2.4.3 tot en met 9.2.4.5**
### **Artikel 37 eindafsluiters**
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
### **Artikel 38 mangatdeksels**
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
### **Artikel 40 materiaalaanduiding**
### **Artikel 41**
4. Bij een voertuigchassis voor het vervoer van (tank-)containers wordt geacht te zijn voldaan aan het tweede lid, indien:
### **Hoofdstuk IV Chassis**
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
### **Artikel 42**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 43 steunpoten**
### **Artikel 44 rn. 9.7.3 tankbevestiging**
2. Indien een oplegger niet is voorzien van parkeersteunen, is deze zodanig ingericht dat losse ondersteuningen kunnen worden geplaatst teneinde bij onderhoudswerkzaamheden en bij de periodieke keuring de ledige oplegger af te koppelen.
### **Artikel 51**
### **Artikel 45 rn. 9.7.5.2 Kantelstabiliteit**
2. De tankbevestigingspunten zijn met behulp van een profielconstructie deugdelijk met het voertuigchassis verbonden.
### **Artikel 52**
Vervallen.
### **Artikel 53**
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 54**
### **Artikel 47 rn. 9.2.4.4 en 9.3.5**
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
### **Artikel 56**
### **Artikel 49 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
### **Artikel 57**
### **Artikel 39 identificatiekenmerken**
### **Artikel 58**
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
5. In verband met de aansluiting van een uitlaatgasafzuiginrichting behoeft het aan de uitmonding grenzende deel van de uitlaatleiding over een lengte van ten hoogste 10 cm niet te zijn afgeschermd.
### **Artikel 50 verticaal gerichte uitlaat**
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
### **§ 1.**
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
Vervallen.
### **Artikel 61**
Vervallen.
### **§ 2.**
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
### **Artikel 52 rn. 9.2.2.2.1 zekeringen**
1. Het van fabriekswege tot de standaarduitrusting van een voertuig behorende zekeringenbestand wordt als voldoende aangemerkt, indien ten minste aan het onderstaande is voldaan:
### **Artikel 63**
### **Artikel 53**
1. Het gedeelte van de elektrische installatie dat achter de bestuurderscabine is gelegen, voldoet, onverminderd het bepaalde in artikel 52, aan de volgende voorschriften:
### **Artikel 54 rn. 9.7.8.1 tot en met 9.7.8.3**
### **Artikel 65**
Vervallen.
### **Artikel 66**
Vervallen.
### **Artikel 67**
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
### **Artikel 68**
### **Artikel 57 rn 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 waarmerk**
1. Het in rn. 6.8.2.5.1 en 6.8.3.5.10 bedoelde waarmerk van de deskundige die de beproeving heeft uitgevoerd, is vastgesteld als slagstempel overeenkomstig het in aanhangsel 1 bij deze bijlage weergegeven model.
### **Artikel 69**
### **Artikel 58 rn. 6.8.2.5.2, 6.8.3.5.6, 6.8.3.5.11 en 6.8.3.5.12**
1. Voor de in de VLG voorgeschreven opschriften bedraagt de letterhoogte voor:
### **Artikel 70**
### **Artikel 59**
4. De voorgeschreven opschriften zijn op een goed waarneembare plaats aangebracht.
### **Artikel 59**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII Goedkeuringsprocedures**
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
### **Artikel 60**
1. Alvorens tot keuring van een nieuw of gewijzigd voertuig of voertuigdeel wordt overgegaan, zijn ontwerpgegevens van de constructie bij IKS overgelegd en akkoord bevonden;
### **§ 1. Algemeen**
### **Artikel 74**
### **Artikel 61**
5. De directeur deelt de goedkeuring van het ontwerp, waaraan voorschriften kunnen worden verbonden, schriftelijk mede aan de ondernemer;
### **Artikel 61**
Aan de daartoe door de directeur aangewezen inspecteurs wordt tijdens de bouw of het wijzigen van een voertuig te allen tijde gelegenheid gegeven daarbij tegenwoordig te zijn en worden alle gewenste inlichtingen verstrekt en alle medewerking verleend.
### **§ 2. Ontwerpbeoordeling voertuigen met uitzondering van trekkers en dragende motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens voor containers met een inhoud van meer dan 3000 liter**
1. Bij de in artikel 60, eerste lid, bedoelde ontwerpgegevens is een volledig ingevuld, volgens een door de directeur vastgesteld model, aanvraagformulier gevoegd of een begeleidend schrijven met vermelding van naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de ondernemer, het correspondentieadres en een korte omschrijving van de aard van de aanvraag.
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
2. Voor voertuigen die moeten voldoen aan rn 9.7.5.2 van de ADR wordt aangegeven op welke wijze voldaan wordt.
### **§ 2.1 Tekeningen (Algemeen)**
De ontwerpaanvraag bevat de volgende tekeningen in tweevoud (indien van toepassing):
### **Artikel 63**
2. In deze verklaring is tevens vermeldt welke stof, aangegeven door naam, klasse en rn., als laatste werd vervoerd voorafgaand aan het tijdstip van keuring onderscheidenlijk beproeving.
### **Artikel 80**
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **Artikel 65**
3. Indien de fabrikant van de tank of de werkplaats waar de tank wordt geïnspecteerd ten minste is gecertificeerd voor een kwaliteitsborgingssysteem volgens de norm ISO 9001:2000, kan de directeur onder nader bekend te maken voorschriften en beperkingen toestaan dat het certificaat, bedoeld in het tweede lid, door de eigen gekwalificeerde deskundige wordt opgesteld en gewaarmerkt.
### **Artikel 66**
Alle tanktekeningen geven aan voor wat betreft de tank:
### **Artikel 67**
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
### **Artikel 82**
Vervallen.
### **Artikel 83**
### **§ 3. Beoordeling van een aanvraag voor goedkeuring van een trekker of een dragend motorvoertuig of getrokken voertuig voor containers met een inhoud groter dan 3000 liter**
### **Artikel 84**
Vervallen.
### **Artikel 85**
Vervallen.
Typegoedkeuring voor de in artikel 33 genoemde uitrustingsdelen wordt uitsluitend verleend aan de fabrikant van de appendages of aan de officiële vertegenwoordiging daarvan in Nederland.
### **Artikel 86**
Vervallen.
### **Artikel 87 proefpersing**
### **Artikel 72**
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
De in artikel 71, onderdelen b, c en e, bedoelde bescheiden worden door de fabrikant van de appendages verstrekt.
### **Artikel 73**
### **Artikel 89**
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
Naast het overige dat in de VLG is voorgeschreven, wordt een voertuig onderscheidenlijk tank voor een keuring respectievelijk beproeving aangeboden:
### **Artikel 74**
Naast het overige dat in de VLG is voorgeschreven, wordt een voertuig onderscheidenlijk tank voor een keuring respectievelijk beproeving aangeboden:
### **Artikel 91**
Vervallen.
### **Artikel 92**
### **Artikel 76**
### **Artikel 93**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 1 Begripsbepalingen**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij TTV.
### **Artikel 78**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde onder artikel 77, tweede lid, bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 80**
Vervallen.
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
1. Voorafgaand aan een inwendige inspectie is de tank inwendig gereinigd.
### **Artikel 69**
2. Onmiddellijk voor de inwendige inspectie van de tank wordt een door een gasdeskundige als bedoeld in [artikel 3.5h van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.5h) opgemaakt veiligheids- en gezondheidsverklaring overgelegd. Deze veiligheids- en gezondheidsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage IX van de [Arbeidsomstandighedenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498) vastgesteld modellen.
### **Artikel 81**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990, zoals die luidde ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 81**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2008-02-20&g=2008-02-20), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan [artikel 3.3.9 van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=3.3.9).
### **Artikel 1. Toepassingsbereik**
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het vervoer dat plaatsvindt overeenkomstig randnummer 1.1.3 en de hoofdstukken 3.4 en 3.5 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01).
Het vervoer van de stoffen die in tabel 1 zijn opgenomen, is routeplichtig als bedoeld in [artikel 24, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=24).
### **Artikel 7. Zout veer**
1. Onder ‘zout veer’ wordt verstaan: schip waarmee tegelijkertijd voertuigen en passagiers, andere dan de bemanning van de voertuigen, worden vervoerd over een van de volgende trajecten:
### **Artikel 7. Zout veer**
Bij het kruisen van een binnenwater zijn op het vervoer van voertuigen op schepen anders dan een zout veer als bedoeld in artikel 7, de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen, tankcontainers en kleine mobiele tanks**
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
### **Hoofdstuk III. Implementatie van richtlijn nr. 95/50/EG betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg**
### **Artikel 2**
1. Het toezicht op de naleving waarvoor met inachtneming van artikel 1 een plan wordt opgesteld:
### **Artikel 3**
1. De plaats waar het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 1, wordt gehouden, wordt zodanig gekozen, dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of deze voertuigen zo nodig ter plaatse of elders een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.
### **Artikel 6**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### Artikel 3
Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 3**
Deze bijlage behoort bij de regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de omzetting van de Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen in bijlage 4 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
IEC 529:1993: Degrees of protection provided by enclosures of electrical equipment (IP Code);
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-02-20&g=2008-02-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
1. Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn uitsluitend tot het vervoer toegelaten indien zij zijn onderworpen aan een door of namens de directeur verrichte technische keuring, waarbij is gebleken dat is voldaan aan:
### Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
3. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen, tanks en tankcontainers worden gelijkgesteld voertuigen die aan gelijkwaardige eisen voldoen en die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
Vervallen.
Vervallen.
### **§ 2 Dimensionering**
Vervallen.
Vervallen.
2. Bij een compartimentinhoud groter dan 15000 liter wordt van de belaste bodem(s) door middel van beproeving dan wel berekening aangetoond dat deze de onder (a) genoemde kracht kan (kunnen) opnemen.
2. In dit geval zijn zodanige voorzieningen aangebracht dat:
### **Artikel 16**
1. Met uitzondering van tanks overeenkomstig rn. 6.8.2.1.14 onder (a) mogen tanks scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
Tanks bestemd voor het vervoer van vloeistoffen die niet zijn ontworpen overeenkomstig rn. 6.10 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-10-09&g=2013-10-09) zijn niet met een scharnierende eindbodem uitgerust.
3. (apparatuurkast) Indien de tank aan de achterzijde is beschermd door een constructie, zoals een apparatuurkast waarvan de sterkte ten minste gelijkwaardig is aan die van genoemde stootbalk, is voldaan aan het gestelde in rn. 9.7.6. De constructie alsmede de bevestiging hiervan aan het voertuig is van dien aard, dat de bij een ongeval op de kast uitgeoefende krachten zodanig op het voertuigchassis worden overgebracht, dat beschadiging van de tank wordt voorkomen.
Vervallen.
### **Artikel 20 rn. 9.7.6 stootbalk algemeen**
2. Indien de in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) genoemde beschermingsinrichting tegen klemrijden is aangebracht op ten minste 10 cm achter de achterzijde van de tank of achter de tank aangebrachte apparatuur, kan deze tevens worden aangemerkt als de stootbalk overeenkomstig randnummer 9.7.6.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 32**
Vervallen.
1. Scharnieren van tankbodems zijn nastelbaar uitgevoerd.
Vervallen.
### **Artikel 28 rn. 6.8.2.1.14, onder b tot en met d en 6.8.2.2.6 overdrukventiel**
Vervallen.
### **Hoofdstuk III Tankuitrustingsdelen**
Vervallen.
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
Vervallen.
### **Artikel 38 mangatdeksels**
Scharnierende mangatdeksels met een werkdruk boven de 0,5 bar zijn voorzien van tenminste 4 knevelbouten met oog of vleugelmoeren.
### **Artikel 41**
Eén-assige en meerassige middenasaanhangwagens zijn uitsluitend toegestaan voor het vervoer van vaste (poeder- of korrelvormige) stoffen.
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
Vervallen.
### **Hoofdstuk VI**
Vervallen.
### **Artikel 48 rn. 9.2.4.5 en 9.3.6**
3. indien een bediening van de hoofdschakelaar aan de buitenzijde van het voertuig is aangebracht, is deze uitgevoerd in een duidelijk opvallende of contrasterende kleur.
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
Vervallen.
### **Artikel 59**
### **§ 2. Hulpmotor (Verbrandingsmotor)**
Bij een FL-voertuig mag een verbrandingsmotor als hulpmotor zijn aangebracht die de apparatuur aandrijft, mits aan de volgende voorschriften is voldaan:
Vervallen.
### **Artikel 64**
Bij een FL-voertuig is het aanbrengen van elektrische apparatuur in gesloten ruimten waarin tevens leidingen en pompen ten behoeve van de lading aanwezig zijn, toegestaan indien:
### ****Artikel 55 rn. 9.2.2.3 hoofdschakelaar****
Vervallen.
### **§ 2.2.**
Vervallen.
### **§ 3.**
Vervallen.
### **§ 4.**
Vervallen.
### **Artikel 71**
3. Bij ontwerptekeningen, respectievelijk berekeningen inzake een wijziging, wordt deze wijziging zo volledig mogelijk omschreven.
### **Artikel 75**
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
### **§ 2.2. Berekeningen**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **Artikel 69**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Typegoedkeuring voor de in artikel 33 genoemde uitrustingsdelen wordt uitsluitend verleend aan de fabrikant van de appendages of aan de officiële vertegenwoordiging daarvan in Nederland.
Vervallen.
### **Artikel 88**
Indien de in artikel 71 bedoelde over te leggen bescheiden door de directeur akkoord zijn bevonden wordt een proefexemplaar van het appendage, dat van de vereiste merk- en typeaanduiding(en) is voorzien, ter beoordeling overgelegd.
### **Artikel 90**
Vervallen.
### **Artikel 76**
### **Artikel 78**
Voor zover geen inwendige inspectie of proefpersing van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
2. In deze verklaring is tevens vermeldt welke stof, aangegeven door naam, klasse en rn., als laatste werd vervoerd voorafgaand aan het tijdstip van keuring onderscheidenlijk beproeving.
### **Artikel 96**
### **Artikel 83**
2. In afwijking van het eerste lid kan de directeur toestaan dat bedoelde beproevingen worden verricht onder toezicht van een door hem aan te wijzen deskundige, in dat geval wordt een door genoemde deskundige gewaarmerkt certificaat overgelegd, waarin is vermeld:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
3. Met de krachtens deze regeling tot het vervoer toegelaten voertuigen worden gelijkgesteld voertuigen die aan gelijkwaardige eisen voldoen en die tot het vervoer zijn toegelaten in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Vervallen.
Vervallen.
1. Tanks mogen scharnierend zijn bevestigd indien de constructie en de gehele inrichting daarop zijn afgestemd.
### **Artikel 15 scharnierende tank**
Tanks bestemd voor het vervoer van vloeistoffen die niet zijn ontworpen overeenkomstig rn. 6.10 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01) zijn niet met een scharnierende eindbodem uitgerust.
2. Indien de in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) genoemde beschermingsinrichting tegen klemrijden is aangebracht op ten minste 10 cm achter de achterzijde van de tank of achter de tank aangebrachte apparatuur, kan deze tevens worden aangemerkt als de stootbalk overeenkomstig randnummer 9.7.6.
4. (stootbalk bij tanks met isolerende bekleding) Bij tanks voorzien van een uitwendige isolerende bekleding wordt de achterzijde van de binnentank als het meest naar achteren gelegen deel van de tankwand aangemerkt. De achterzijde van de stootbalk behoeft niet meer dan 50 mm achter de bekledingsbodem te zijn gelegen (gemeten in rijklare toestand van het voertuig), mits de dikte van de isolatie ten minste 50 mm bedraagt.
1. Bij elke metalen tank waarvan het tankmateriaal tegen aantasting door de te vervoeren stof dan wel stoffen wordt beschermd door middel van een binnenbekleding, is door de fabrikant van de binnenbekleding een verklaring overgelegd waarin is aangegeven dat deze binnenbekleding voldoende bestand is tegen de stof dan wel stoffen waarvoor de tank is ontworpen. In deze verklaring zijn de benaming van elke stof, het UN-nummer en de desbetreffende klasse, alsmede het fabricagenummer van de tank vermeld.
Vervallen.
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
1. Van de stootbalk bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging om de zwakste doorsnede ten minste 20 cm3.
4. Indien de tank niet is voorzien van de in rn. 6.8.2.2.2 genoemde eindafsluiter aan het einde van elke vul- en losleiding, bedraagt het weerstandsmoment tegen buiging van de stootbalk om de zwakste doorsnede ten minste 30 cm3.
mag de stootbalk aan de betreffende achterbodem zijn bevestigd mits de stootbalk ten minste 10 cm achter het achterste punt van elke vul- en losleiding is gelegen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
2. Indien de plaatsing van een beschermend profiel is voorgeschreven, is deze uitgevoerd als beugel die aan de volgende voorschriften voldoet:
1. Scharnieren van tankbodems zijn nastelbaar uitgevoerd.
2. Knevels ten behoeve van de sluiting van de tankbodem voldoen aan de volgende voorschriften:
Vervallen.
3. De opening is uitsluitend door middel van een blindflens afgesloten.
1. Tanks welke onder overdruk kunnen worden gelost, zijn in de overdruklosinstallatie voorzien van een overdrukventiel, welke :
### **Artikel 29**
Vervallen.
### **Artikel 30 rn. 6.10.3.8 onder b, pomp-/afzuiginrichting**
In aanvulling op rn. 6.8.2.2.2 wordt de stand of sluitrichting van de inwendige afsluiters herkenbaar geacht indien bepaalde voorafgaande aan het wegrijden noodzakelijke handelingen, zoals het sluiten van een meterkastluik, het uitschakelen van de p.t.o. of de parkeerremrichting, slechts mogelijk zijn indien de inwendige afsluiters gesloten zijn of indien deze handeling of handelingen het sluiten tot gevolg hebben.
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
Indien de laad- en losinrichtingen zijn aangebracht in gesloten ruimten, zijn deze ruimten voorzien van ventilatieopeningen. Deze ventilatieopeningen zijn in de bodem of zo laag mogelijk in de zijwanden aangebracht en omvatten een gezamenlijk oppervlak van ten minste 20 mm2 per liter inhoud van de te ventileren ruimte.
1. De hierna genoemde uitrustingsdelen zijn, voor zover zij zijn voorgeschreven of aanwezig zijn, door de directeur goedgekeurd. Op verzoek van de fabrikant of de officiële vertegenwoordiger in Nederland kan een typegoedkeuring worden aangevraagd, overeenkomstig de artikelen 70 tot en met 73:
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
2. In geval de in de randnummer 6.8.2.6 opgenomen normen niet op de uitvoering van de uitrustingsdelen, bedoeld in het eerste lid van toepassing zijn, voldoet die uitvoering aan de artikelen 34 tot en met 37, 39 en 40.
Overdrukventielen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b:
De bodemafsluiters voor tanks:
Eindafsluiters als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel d:
1. De uitmonding van de uitlaatleiding is niet onder of in de nabijheid van vul- en aftapaansluitingen, apparatuurkasten en dergelijke gelegen.
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
2. De uitlaatleiding behoeft niet van een (aanvullende) warmtewerende afscherming te worden voorzien indien:
5. In verband met de aansluiting van een uitlaatgasafzuiginrichting behoeft het aan de uitmonding grenzende deel van de uitlaatleiding over een lengte van ten hoogste 10 cm niet te zijn afgeschermd.
1. Een verticaal gerichte uitlaatleiding is voor alle categorieën (FL, EX/II, EX/III, OX en AT) toegestaan indien:
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
4. Het derde lid is niet van toepassing op voertuigen die zijn uitgerust met een uitlaatgasnabehandelingssysteem, voor zover het voertuigen betreft die minimaal voldoen aan de emissiegrenswaarden als opgenomen in de rijen B1, B2 of C van tabel 1 van bijlage 1 van richtlijn nr. 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking (PbEU L 275) of als opgenomen in bijlage 1 van verordening (EU) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEU L 188).
1. Afneembare tanks zijn met ten minste vier bouten M16 van kwaliteit 8.8 of met ten minste gelijkwaardige bevestigingsmiddelen, zoals zelfborgende twist-locks, aan de tankbevestigingspunten van het voertuig vastgezet.
Indien het voldoen aan de eisen voor kantelstabiliteit wordt aangetoond op basis van een berekening dienen de basisgegevens waarmee dit systeem werkt te zijn gevalideerd door praktijktesten. Indien validatie niet afdoende aangetoond wordt vereist de directeur nader onderzoek.
### **Hoofdstuk V Motor en uitlaatleiding rn. 9.2.4.4, 9.2.4.5 en 9.3.5**
3. De inrichtingen voor tanks, anders dan bedoeld in het tweede lid voldoen aan:
### **§1. Motor voor aandrijving van het voertuig**
Indien het voertuig is uitgevoerd als FL-voertuig of is uitgevoerd als EX/II of EX/III voertuig wordt ten aanzien van de motor die het voertuig voortbeweegt, voldaan aan de artikelen 47 tot en met 49.
1. Aan het bepaalde in rn. 9.2.4.4 en 9.3.5 wordt geacht te zijn voldaan indien:
2. Indien een voertuig is uitgerust met extra accu’s ten behoeve van hulpapparatuur, voldoen deze aan de volgende voorschriften:
2. De uitmonding van de uitlaatleiding mag onder het voertuig zijn gelegen indien de uitmonding schuin naar beneden is gericht.
Vervallen.
3. Bij een trekker voor het voortbewegen van een oplegger is in elk geval voldaan aan het tweede lid, indien:
Vervallen.
Vervallen.
### **Hoofdstuk VIII**
2. Bij voertuigen van de categorieën FL, EX/II, EX/III en OX, waarbij de afstand van de uitlaatleiding ten opzichte van de ladingtank minder dan 50 cm bedraagt, is deze voorzien van een warmtewerende ommanteling.
### **Artikel 51 rn. 9.2.4.3 tot en met 9 2.4.5**
Bij een FL-voertuig mag een verbrandingsmotor als hulpmotor zijn aangebracht die de apparatuur aandrijft, mits aan de volgende voorschriften is voldaan:
### **Artikel 62**
Vervallen.
2. Naast het bepaalde in rn. 9.2.2.2.1 zijn uitgezonderd van de verplichting om te zijn gezekerd: standaardschakelingen ten behoeve van in de cabine aangebrachte relais, controlelampen en de elektromotor van een bogieliftinstallatie (ashefinrichting);
### **Hoofdstuk VII Merktekens**
3. indien een bediening van de hoofdschakelaar aan de buitenzijde van het voertuig is aangebracht, is deze uitgevoerd in een duidelijk opvallende of contrasterende kleur.
De uitvoering van de in genoemd randnummer voorgeschreven identificatieplaat voldoet aan de navolgende voorschriften:
2. Het in het eerste lid bedoelde waarmerk, zoals gebruikt tot 1 januari 2005, blijft van kracht gedurende de termijn dat de desbetreffende keuring geldig is.
Vervallen.
### **Artikel 72**
Vervallen.
2. De overgelegde gegevens worden getoetst aan de VLG;
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 77**
Bij keuringen en beproevingen bevinden de voertuigen en in het bijzonder de tanks met bijbehorende appendages, zich in een in- en uitwendig afdoende gereinigde staat.
Voor zover geen inwendige inspectie van de tank is vereist, behoeft de tank niet inwendig te worden gereinigd bij de keuring van:
### **Artikel 79**
### **Artikel 65**
2. Onmiddellijk voor de inwendige inspectie van de tank wordt een door een gasdeskundige als bedoeld in [artikel 3.5h van het Arbeidsomstandighedenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&artikel=3.5h) opgemaakt veiligheids- en gezondheidsverklaring overgelegd. Deze veiligheids- en gezondheidsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage IX van de [Arbeidsomstandighedenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498) vastgesteld modellen.
Bij het ontwerp worden per voertuig ten minste de volgende berekeningen overgelegd:
1. Ingevolge artikel 60, eerste lid, wordt een aanvraagformulier volgens een door de directeur vastgesteld model overgelegd.
### **§ 4. Typegoedkeuring uitrustingsdelen**
### **Artikel 71**
De aanvraag ter verkrijging van een typegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
De in artikel 71, onderdelen b, c en e, bedoelde bescheiden worden door de fabrikant van de appendages verstrekt.
Vervallen.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
1. Een nieuw gebouwd of gewijzigd voertuig voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt niet in dienst gesteld dan na goedkeuring door of namens de directeur.
2. De keuringen en beproevingen worden slechts verricht na ontvangst van een schriftelijke orderbevestiging.
4. In geval van verhindering is daarvan voor de keuringsdatum kennis gegeven aan de directeur.
Bij de keuring wordt nagegaan of het te keuren object:
### **Artikel 77**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **Artikel 95**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **Artikel 84**
### **Artikel 84**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de proefpersing met vloeistof als medium wordt verricht, wordt genoemde druk gemeten boven in de tank.
### **Artikel 85**
### **Artikel 85**
Vervallen.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
### **Artikel 88**
### **Artikel 89**
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Vervallen.
Vervallen.
### **Artikel 93**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990, zoals die luidde ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 88**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
1. De hydraulische proefpersing wordt bij de tank als geheel verricht bij de beproevingsdruk, zoals vermeld op de tank-identificatieplaat (stempelplaat).
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer tijdig voor het aflopen van de in rn. 6.8.2.4.2 genoemde termijnen bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 89**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij IKS.
### **Artikel 90**
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
4. Indien de eigenaar of houder van het voertuig niet langer van de ontheffing gebruik wenst te maken, wordt het voertuig bij het keuringsstation van VT aangeboden waar dit is geregistreerd ter controle van die aspecten, die tengevolge van bedoelde ontheffing bij de voorgaande periodieke keuring achterwege zijn gebleven; eerst daarna kan het voertuig wederom worden goedgekeurd voor de stoffen die op het oorspronkelijke keuringsdocument waren vermeld.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Het niet ontvangen van de in artikel 91 bedoelde oproep ontslaat de ondernemer niet van zijn plicht de keuring tijdig aan te vragen.
### **Artikel 93**
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 94**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
2. De Regeling Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1990 blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
Indien voor het betrokken vervoer ontheffing is verleend ingevolge [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9), is deze ontheffing of een afschrift daarvan bij het vervoerdocument gevoegd.
### **8.2.1. N Speciale opleiding van de bestuurder**
Randnummer 8.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) is niet van toepassing op bestuurders van brandweervoertuigen die gevaarlijke stoffen bevatten, mits:
### **9.2.3.1. N Reminrichting**
In afwijking van de tweede volzin van randnummer 9.7.5.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01), behoeft bij in Nederland geregistreerde gelede voertuigen voor wat betreft de druk van de assen van de beladen oplegger, slechts te worden voldaan aan de daaromtrent in de [Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798) gestelde eisen.
Het is verboden met een tankwagen, afneembare tank, batterijwagen, tankcontainer, transporttank, MEGC of bulkcontainer gevaarlijke stoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2018-05-01&g=2018-05-01) te laden of te lossen elders dan:
1. Indien het zicht door weersomstandigheden zoals mist, sneeuw en regen minder is dan 200 meter, is het niet toegestaan:
Vervallen.
1. In Nederland geregistreerde, ingevolge deze regeling keuringsplichtige voertuigen als bedoeld in randnummer 9.1.3.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2015-11-19&g=2015-11-19), kunnen overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, indien zij zijn goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer.
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
### **Artikel 10. Toelating van voertuigen en tankcontainers**
2. Indien het toezicht op de naleving in de onderneming wordt gehouden en overtredingen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II van [richtlijn nr. 95/50/EG](31995L0050), wordt het betrokken vervoer voor het verlaten van de onderneming in overeenstemming gebracht met de voorschriften, dan wel worden andere naar het oordeel van de Minister gepaste maatregelen genomen.
### **Artikel 4**
Indien bij het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 1 dan wel anderszins blijkt van naar het oordeel van de Minister of van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming, doet de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport of de Minister daarvan onverwijld mededeling aan de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat.
### **Artikel 5**
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen die een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen opleveren en die zijn begaan met een in Nederland ingeschreven voertuig of in Nederland gevestigde onderneming, vergezeld van het verzoek tegen de overtreder passende maatregelen te treffen, doet de Minister aan die instantie mededeling van de genomen maatregelen.
Indien een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie de Minister mededeling doet van het vermoeden van ernstige of herhaalde overtredingen, die tijdens het toezicht op de naleving door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verleent de Minister de desbetreffende bevoegde instantie de nodige bijstand en doet mededeling van de resultaten van het daartoe in de betrokken onderneming uitgevoerde toezicht op de naleving.
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Erkende Instanties
### Artikel 2
### **Artikel 1 Begripsbepalingen**
IEC 60079–11:1999: Electrical apparatus for explosive gas atmospheres – part 11: intrinsic safety ‘i’.
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2008-10-08&g=2008-10-08), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 5 rn. 6.8.2.4.4**
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
Vervallen.
1. De doorlaatopening bedraagt ten hoogste 100 mm.
### **Artikel 31 rn. 6.8.2.2.2 bedieningsinrichting van de bodemkleppen**
1. Ontluchtingsinrichtingen zijn uitgevoerd als:
2. Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, is bij een trekker voor een oplegger in elk geval voldaan, indien genoemde delen zich op niet meer dan 20 cm achter de achterwand van de bestuurderscabine bevinden.
2. De uitmonding van de uitlaatleiding mag onder het voertuig zijn gelegen indien de uitmonding schuin naar beneden is gericht.
3. Bij een trekker voor het voortbewegen van een oplegger is in elk geval voldaan aan het tweede lid, indien:
3. Bij voertuigen van de categorie FL is aan het einde van de uitlaatleiding een vonkenvanger aangebracht.
1. Aan het bepaalde in rn.’s 9.2.4.5 en 9.3.6 is voldaan indien een afscherming is aangebracht die ten minste even doeltreffend is als een afscherming met de onderstaande kenmerken:
Vervallen.
1. Indien zo dicht mogelijk bij de aansluiting op de accu’s een voorziening is aangebracht waardoor de stroomsterkte in het te beveiligen circuit een waarde van 1 A bij 30 V (6 A bij 15 V) niet kan overschrijden overeenkomstig figuur A.2.2 - stroomkringen met weerstand van IEC 60079-11 of EN 50 020, is het aangetoond dat delen van de elektrische installatie welke na het openen van de hoofdschakelaar onder spanning blijven, explosieveilig zijn.
2. De opschriften zijn van buitenaf duidelijk leesbaar aangegeven.
Vervallen.
### **Hoofdstuk IX Keuringen en beproevingen**
### **Artikel 64**
Alle tekeningen:
4. Het in het tweede lid genoemde certificaat behoeft niet te worden overgelegd, indien:
### **Artikel 81**
Vervallen.
In aanvulling op artikel 66 geven de tanktekeningen tevens aan:
1. Ingevolge artikel 60, eerste lid, wordt een aanvraagformulier volgens een door de directeur vastgesteld model overgelegd.
Vervallen.
### **Artikel 78**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§ 2. Beproevingen (Algemeen)**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
### **Artikel 82 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing**
1. Hydraulische proefpersingen en dichtheidsproeven worden onder toezicht van IKS verricht.
### **Artikel 83**
Ten aanzien van tanks waarop rn. 6.8.2.1.14 onder a) van toepassing is, die zijn verdeeld in compartimenten en die zijn gebouwd overeenkomstig voorschriften die golden voor 1 januari 1990 behoeven de compartimenten geen afzonderlijke beproeving van de in rn. 6.8.2.1.14 onder a) bedoelde druk.
### **§ 1. Algemeen**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **§ 3. Fabricageonderzoek rn. 6.8.2.4.1**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 86**
Uiterlijk bij de aanvang van de keuring worden de volgende bescheiden overgelegd:
### **Artikel 87 proefpersing**
1. Bij de proefpersing worden alle noodzakelijke inspecties verricht om vast te stellen dat:
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **Artikel 89**
Indien de resultaten van het inwendige onderzoek van de tank daartoe aanleiding geven en in elk geval met tussenliggende perioden van ten hoogste 12 jaar, wordt tevens een onderzoek naar de tankondersteuning ingesteld, waartoe de eventueel aanwezige tankommanteling wordt verwijderd voor zover dit met het oog op het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk wordt geacht.
### **Artikel 90**
Vervallen.
### **Artikel 91**
Vervallen.
### **Artikel 92**
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 83**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Artikel 87 proefpersing**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **§ 4. Periodiek inspectie en beproeving rn. 6.8.2.4.2**
2. Bij een beproevingsdruk van ten hoogste 50 kPa (0,5 bar) mag lucht of een ander gas als beproevingsmedium worden toegepast, voor zover dat in geen enkel opzicht gevaar oplevert.
### **Artikel 85 rn. 6.8.2.4.1 hydraulische proefpersing / rn. 6.8.2.4.3 dichtheidsproef**
3. Indien de beproeving per compartiment plaats vindt aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde beproeving, behoeven de aan het te beproeven compartiment grenzende compartimenten niet te zijn geledigd.
### **Artikel 91**
De ondernemer wordt, ten behoeve van de jaarlijkse periodieke keuring, in de regel ten minste acht dagen voor de vervaldag van het keuringsdocument namens de directeur door het keuringsstation van VT waaronder de ondernemer ressorteert, bericht gegeven. Datum, plaats, en tijdstip van de keuringen worden door het betrokken keuringsstation in overleg met de aanvrager vastgesteld.
### **Artikel 92**
2. Bij de proefpersing is de tank:
### **Artikel 94**
1. Indien ten behoeve van de periodieke keuring het inwendig reinigen van de tank niet, of slechts met zeer grote moeite mogelijk is, kan ontheffing daarvan worden aangevraagd bij IKS.
### **Artikel 94**
3. Het oorspronkelijk verstrekte keuringsdocument wordt daarbij vervangen door een exemplaar waarop uitsluitend die stoffen zijn vermeld, welke aanleiding gaven tot het aanvragen van de ontheffing.
### **Artikel 90**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
1. Bijlage 4 bij de VLG, zoals deze luidde met ingang van 11 september 2002 en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, blijft van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht was.
### **Artikel 97**
3. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1985 (R.V.L.G. ’85) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Artikel 94**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
Bij een schademelding ingevolge artikel 5, zijn tevens de volgende voorschriften van toepassing:
### **Artikel 96**
Deze bijlage is van toepassing op voertuigen, tanks, tankcontainers en hun uitrusting, die zijn vervaardigd overeenkomstig de VLG.
### **Artikel 97**
4. De Rijkskeuringsvoorschriften betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen 1978 (R.V.L.G. ’78) blijven van toepassing op voertuigen waarvoor zij bij de toelating van kracht waren.
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Het in het waarmerk opgenomen nummer ‘01’ kan variëren afhankelijk van degene die de keuring uitvoert.
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2019-04-20&g=2019-04-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 4. bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2019-04-20&g=2019-04-20), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
### **Artikel 7**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3. N-bepalingen**
2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.
### **5.1.2.1./5.2.1 N/5.5.3.4.1/5.5.3.6.2 Opschriften en kenmerking**
Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dashboard en een intermitterende claxon in de cabine.
### **6.8.3.4. N Inspectie**
Dit openen is uitsluitend toegestaan voor het direct afleveren van genoemde stoffen in de land- en de wegenbouw alsmede op bouwplaatsen.
### **8.1.2. N Documenten die het vervoer moeten begeleiden**
### **Artikel 2. Laad- en losplaats**
### **Artikel 7. Zout veer**
### **Artikel 9.**
De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat legt jaarlijks in november aan de Minister ter goedkeuring voor een plan inzake het in het volgende jaar te houden toezicht op de naleving op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, bedoeld in artikel 2.
### **Artikel 3**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 1. Erkende instanties**
## Bijlage 4. bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2018-05-01&g=2018-05-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
### **Artikel 8**
### **Artikel 16 scharnierende eindbodem**
1. Ter bepaling van de in rn. 6.8.4 TE 19 voorgeschreven maat van 200 mm worden als meest uitstekende deel van de tank uitsluitend de tankwand, ononderbroken versterkingsringen of langsbalken ter bescherming van de tank aangemerkt.
Bij toepassing van pomp-/compressoreenheden waarin, gezien hun constructie, vonkvorming zou kunnen plaatsvinden, wordt geacht te zijn voldaan aan het bepaalde in rn. 6.10.3.8 onder b, indien ten minste één der volgende maatregelen is getroffen:
### **Artikel 34 rn. 6.8.2.2.6 ontluchtingsinrichtingen**
2. Indien de in het eerste lid bedoelde kenmerken niet van fabriekswege op de appendages aanwezig zijn, worden deze alsnog door de fabrikant of de importeur aangebracht, rechtstreeks of op een corrosiebestendig plaatje, hetwelk op duurzame wijze, bij voorbeeld door middel van lassen of klinken op het appendage wordt bevestigd.
1. Bij keuringen, onderscheidenlijk beproevingen zonder inwendige inspectie van de tank wordt het bepaalde in artikel 77 bevestigd in een door de eigenaar, dan wel houder van het voertuig opgestelde verklaring, welke onmiddellijk vóór de keuring onderscheidenlijk beproeving aan de keurende inspecteur wordt afgegeven.
### **Artikel 66**
Vervallen.
### **Artikel 64**
### **Artikel 81**
### **Artikel 85**
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **Artikel 93**
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Artikel 89**
### **Artikel 90**
2. Per compartiment wordt de hydraulische proefpersing verricht bij een druk gelijk aan 1,3 maal de op de stempelplaat aangegeven werkdruk.
Bij de periodieke keuring wordt nagegaan of het voertuig:
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 8. Pont**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 3. als bedoeld in [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2010-04-01&g=2010-04-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 9**
### **Artikel 12**
### **Artikel 60**
### **Artikel 73**
Vervallen.
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
1. De voorschriften van bijlage 4 zoals die luidden ten tijde van de toelating van een voertuig of die tank of tankcontainer blijven op dat voertuig respectievelijk die tank of tankcontainer van toepassing.
### **§6. Keuring na belangrijke herstelling ongeval**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 3**
### **Hoofdstuk II Tanks**
### **§ 1. Beoordelingsnormen/Codes**
### **Artikel 7**
### **§ 2.1**
### **Artikel 76**
### **Artikel 78**
1. De bij de proefpersing toegepaste druk bedraagt in elk geval ten minste 25 kPa (0,25 bar).
Voor de periodieke inspectie en beproeving wordt de tank van een tankvoertuig en een tankcontainer bij IKS voor keuring aangeboden.
### **§5. Periodieke keuring voertuig**
### **Artikel 95 rn. 6.8.2.4.4**
### **Aanhangsel 1 als bedoeld in artikel 57, bijlage 4, Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen: waarmerk**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
### **Artikel 2. Ontheffingen**
De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in [artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=9) slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.
### **Artikel 3. N-bepalingen**
### **1.5.1.1. N Multilaterale overeenkomsten**
1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), die door Nederland zijn ondertekend.
### **5.4.1.4. N Vervoerdocument**
Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.
### **6.8.3.2. N Uitrusting van tankwagens voor propaan, butaan en mengsels daarvan**
In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank.
### **7.5.7.5/8.3.3 Openen van colli**
In afwijking van randnummers 7.5.7.5/8.3.3 van [Bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), mag de chauffeur of de bijrijder:
### **Artikel 8. Pont**
### **Artikel 11. 1.3.3 en 1.10.2.4 Bewaartermijn opleidingsdossiers**
## Bijlage 4. , bedoeld in [artikel 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
### **Artikel 2 Europese Normen**
2. Wanneer de gevraagde ontheffing wordt verleend, zal de tank op door de directeur vast te stellen termijnen aan vervangende en aanvullende beproevingen worden onderworpen. Het voertuig wordt voor deze vervangende en aanvullende beproevingen aangeboden bij TTV.
Vervallen.
### **Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen**
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
2018-05-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2017-08-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2017-04-22
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 10, 1, 7 y 2
2015-11-19
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2015-05-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 3 y 15
2013-10-09
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 2 y 5
2013-04-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 95, 3 y 2
2013-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 1 y 4
2012-03-31
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 9, 4 y 24
2011-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 3, 1, 9 y 20
2010-04-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 1 y 4
2010-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 7, 9 y 24
2009-05-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 7, 1 y 5
2009-04-04
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 6, 9 y 26
2008-10-08
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 3 y 5
2008-07-11
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 3 y 5
2008-07-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 3 y 5
2008-03-08
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 6, 7 y 26
2008-02-20
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 2, 1 y 5
2008-02-18
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 9, 2 y 13
2007-07-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 4, 4, 18 y 2
2007-03-02
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 9, 4, 12 y 2
2006-06-15
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 1 y 4
2005-12-25
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 1 y 4
2005-03-19
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 6, 9, 3 y 23
2005-01-01
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 8, 9 y 29
2004-07-03
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 1
2004-05-28
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 1
2003-11-18
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 1
2003-07-30
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 8, 9, 10 y 7
2003-03-14
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — arts. 10, 4, 6 y 3
2003-03-14
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen — versión origina
original version
Tekst op deze datum