Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 20 december 2000, houdende vaststelling van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
51 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — art. 18
2025-12-12
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18
2025-06-18
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2025-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2024-11-27
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2024-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2023-09-28
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2023-07-11
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2023-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2023-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2022-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2021-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2020-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2019-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2018-04-14
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2018-02-28
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2018-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2017-04-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2017-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2016-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-09-15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-08-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2015-04-03
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2014-09-13
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2014-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2014-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
Wijzigingen op 2014-01-01
@@ -14,7 +14,7 @@
##### Artikel 1. Reikwijdte en definitie
1. Dit besluit geeft uitvoering aan de [artikelen 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.5), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.6), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.11), 3.20, 3.54, 3.83, [3.126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126), [3.126a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126a), [3.127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.127), [4.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=4.25), [5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.7), [5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20), [5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22), [5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.23), [6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.1), [6.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.16), [6.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.17), [6.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.25), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=7.6), [9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.2), [10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=10.8) en [10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=10.9) en aan [artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=10a).
1. Dit besluit geeft uitvoering aan de [artikelen 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.5), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.6), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.11), [3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.20), [3.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54), [3.83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.83), [3.126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126), [3.126a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126a), [3.127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.127), [4.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=4.25), [5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.7), [5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20), [5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22), [5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.23), [6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.1), [6.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.16), [6.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=6.25), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=7.6), [9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.2), [10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=10.8) en [10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=10.9) en aan [artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=10a).
2. Dit besluit verstaat onder wet: de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353).
@@ -22,7 +22,7 @@
##### Artikel 2. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; vermindering verschuldigde inkomstenbelasting bij kiezende belastingplichtige
1. Aan een kiezende belastingplichtige wordt volgens de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21) een vermindering op de verschuldigde inkomstenbelasting verleend voor de belasting die betrekking heeft op niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen.
1. Aan een kiezende belastingplichtige wordt volgens de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een vermindering op de verschuldigde inkomstenbelasting verleend voor de belasting die betrekking heeft op niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen.
2. Onder een kiezende belastingplichtige wordt verstaan:
@@ -30,11 +30,11 @@
- b. een buitenlandse belastingplichtige, die volgens [artikel 2.5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.5) kiest voor toepassing van de regels van de wet voor binnenlandse belastingplichtigen.
3. Voor de toepassing van dit artikel en de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21) blijft te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting buiten beschouwing.
3. Voor de toepassing van dit artikel en de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01) blijft te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting buiten beschouwing.
##### Artikel 3. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; vermindering bij inkomen uit werk en woning
1. De vermindering vanwege in het inkomen uit werk en woning begrepen niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van de [artikelen 2 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2013-09-27&g=2013-10-21)volgens de wet over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen staat tot het noemerinkomen.
1. De vermindering vanwege in het inkomen uit werk en woning begrepen niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van de [artikelen 2 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01)volgens de wet over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen staat tot het noemerinkomen.
2. Onder het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen wordt verstaan: de som van:
@@ -62,15 +62,15 @@
##### Artikel 5. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; doorschuifregeling
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2013-09-27&g=2013-10-21) – groter is dan het noemerinkomen, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21) het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen verhoogd met het over te brengen bedrag aan niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd.
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2014-01-01&g=2014-01-01) – groter is dan het noemerinkomen, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01) het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen verhoogd met het over te brengen bedrag aan niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd.
3. [Artikel 26 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&artikel=26) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; inhaalregeling
1. Indien het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2013-09-27&g=2013-10-21) – negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21) aangemerkt als een negatief niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddeel van het noemerinkomen van het volgend jaar. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
1. Indien het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01) – negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01) aangemerkt als een negatief niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddeel van het noemerinkomen van het volgend jaar. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&artikel=26) en [27 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&artikel=27) zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -84,7 +84,7 @@
- b. de inkomensbestanddelen die daartoe wel behoren maar waarover het heffingsrecht op grond van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting niet of tot een beperkt tarief aan Nederland is toegewezen.
[Artikel 3, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21), is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 3, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. De vermindering van het eerste lid wordt bij de aanwezigheid van in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde inkomensbestanddelen die Nederland volgens regelingen ter voorkoming van dubbele belasting slechts tegen een beperkt tarief mag belasten, verlaagd met de belasting die Nederland volgens die regelingen over de inkomensbestanddelen mag heffen.
@@ -96,7 +96,7 @@
- b. verminderd met de – met overeenkomstige toepassing van [afdeling 4.10 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&afdeling=4.10) – te verrekenen negatieve bedragen aan noemerinkomen uit andere jaren.
6. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21), is van overeenkomstige toepassing.
6. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; verrekening dividendbelasting alsmede bronbelasting op inkomsten uit spaargelden bij inkomen uit aanmerkelijk belang
@@ -116,7 +116,7 @@
Bij een belastingplichtige die niet het gehele jaar in Nederland woont, wordt de naar tijdsgelang herleide gemiddelde waarde van de rendementsgrondslag buiten Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde, in aanmerking genomen. Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij als volle maand beschouwd.
4. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-10-21), is van overeenkomstige toepassing.
4. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; verrekening dividendbelasting alsmede bronbelasting op inkomsten uit spaargelden bij voordeel uit sparen en beleggen
@@ -164,7 +164,7 @@
1. Voor de toepassing van [artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.127), verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in [artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=1.7) aan de belastingplichtige een opgave van de aan een kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in het kalenderjaar.
2. De aan een kalenderjaar toe te rekenen pensioenaangroei, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald als volgt:
2. De aan een kalenderjaar toe te rekenen pensioenaangroei, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald als volgt en vervolgens vermenigvuldigd met 35/37:
- a. bij een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom: door de op het kalenderjaar betrekking hebbende premies te vermenigvuldigen met de volgende factor:
@@ -235,9 +235,9 @@
- f. de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de belastingplichtige in de periode dat hij niet in Nederland belastingplichtig was, voor zover blijkt dat de waardedaling in die periode is ontstaan.
Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende aanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt, wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van [artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2013-09-27&g=2013-10-21), de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast.
[Artikel 15a, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2013-09-27&g=2013-10-21), is van overeenkomstige toepassing.
Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende aanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt, wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van [artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2014-01-01&g=2014-01-01), de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast.
[Artikel 15a, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
11. Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een vennootschap heeft die middellijk of onmiddellijk aandelen in of winstbewijzen van een in Nederland gevestigde vennootschap heeft en deze aandelen of winstbewijzen, al dan niet rechtstreeks, zijn verkregen van de belastingplichtige bij wie die aandelen of winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden, wordt de verkrijgingsprijs volgens [artikel 4.21 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=4.21) van het eerstbedoelde aanmerkelijk belang verminderd met een bedrag, waarbij deze vermindering kan leiden tot een negatieve verkrijgingsprijs; de vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee op het tijdstip van bedoelde verkrijging door de vennootschap de waarde in het economische verkeer van de door de vennootschap van de belastingplichtige verkregen aandelen of winstbewijzen de verkrijgingsprijs van de belastingplichtige van die aandelen of winstbewijzen overtreft. De eerste volzin is niet van toepassing voorzover in Nederland inkomstenbelasting of in een ander land naar het inkomen geheven belasting is betaald over de waardeaangroei van laatstgenoemde aandelen of winstbewijzen die naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Voor de berekening van de in het slot van de eerste volzin bedoelde vermindering, wordt de verkrijgingsprijs van de door de belastingplichtige aan de vennootschap vervreemde aandelen of winstbewijzen vermeerderd met de waardeaangroei, bedoeld in het derde lid, tot op het tijdstip van de in het slot van de in de eerste volzin bedoelde verkrijging door die vennootschap onderscheidenlijk verminderd met de waardedaling als bedoeld in het vierde lid tot op het tijdstip van die verkrijging.
@@ -251,7 +251,7 @@
##### Artikel 18. Waardering; waardering genotsrechten
1. De waarde van een genotsrecht als bedoeld in [artikel 5.22, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22) wordt gesteld op het overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=19&z=2013-09-27&g=2013-10-21) tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
1. De waarde van een genotsrecht als bedoeld in [artikel 5.22, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22) wordt gesteld op het overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=19&z=2014-01-01&g=2014-01-01) tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden de jaarlijkse voordelen gesteld op 4% van de waarde van hetgeen aan het genotsrecht is onderworpen, naar het tijdstip waarop de waardering van het genotsrecht plaatsvindt.
@@ -346,7 +346,7 @@
- a. bijzondere bijstand in de zin van [artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=35) die, ondanks een aanspraak op deze bijzondere bijstand, niet is genoten en niet wordt genoten;
- b. tegemoetkomingen als bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025003&artikel=2), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025003&artikel=10) en [24 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025003&artikel=24).
- b. tegemoetkomingen als bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025003&artikel=2) en [10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025003&artikel=10) en [artikel XXXIIID van het Belastingplan 2014](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034538&artikel=XXXIIId).
##### Artikel 20. Definities ernstig gehandicapt en zorgafhankelijk
@@ -522,87 +522,87 @@
4. De voorwaarde, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing, voorzover de toeneming van het aantal aandeelhouders boven twintig is toe te schrijven aan vererving of schenking of aan ontbinding van een huwelijksgemeenschap.
### Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen ([Hoofdstuk 7 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7))
##### Artikel 24
[Artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in het kalenderjaar 2001 waarop [hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Db, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) van toepassing is mits zowel door de ondernemer als degene die de onderneming voortzet, bij de aangifte van de ondernemer is verzocht om toepassing van dat onderdeel.
##### Artikel 25. Overgangsbepaling opgave waardeaangroei
Vervallen
##### Artikel 25a. Overgangsbepaling vermenigvuldigingsfactoren buitengewone uitgaven
Vervallen
##### Artikel 26. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
##### Artikel 27. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 12a. Belastbare winst uit onderneming; aangewezen herstructureringsregelgeving
Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een bedrijfstak als bedoeld in [artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54) wordt aangewezen:
- a. de [Regeling beëindiging veehouderijtakken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011234);
- b. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 (PbEG 2006, L 358):
- 1°. wat betreft de provincie Limburg: de Algemene subsidieverordening 2004 (provinciaal blad 2004, nr. 51); de Subsidieregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 63); de Beleidsregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 62); de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg, paragraaf 1.9 Verplaatsen grondgebonden landbouwbedrijven met grondverwerving (provinciaal blad 2013, nr. 61);
- 2°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006 (provinciaal blad 2005, nr. 203); de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2004, nr. 177); de Subsidieregeling verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven Noord-Brabant (provinciaal blad 2007, nr. 127);
- 3°. wat betreft de provincie Utrecht: de Subsidieverordening verplaatsing intensieve veehouderij provincie Utrecht 2005 (provinciaal blad 2006, nr. 6); de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht, artikel 4.1.4 Verplaatsing grondgebonden bedrijven (provinciaal blad 2012, nr. 38);
- 4°. wat betreft de provincie Gelderland: de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland (provinciaal blad 2005, nr. 81);
- 5°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2005 (provinciaal blad 2005, nr. 82); de Beleidsregel Verplaatsing intensieve veehouderijen Overijssel 2005 (provinciaal blad 2006, nr. 85);
- 6°. wat betreft de provincie Friesland: Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 (provinciaal blad 2009, nr. 20); Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009, hoofdstuk 1.1.3. Subsidie agrarische bedrijfsverplaatsing en daaraan gerelateerde investeringskosten (provinciaal blad 2009, nr. 48);
- 7°. wat betreft de provincie Groningen: Programma landelijk gebied PMJP 2007-2013 Groningen, deel 3. Kader voor subsidies en overeenkomsten, paragraaf 9.3. Regeling bedrijfshervestiging en beëindiging (provinciaal blad 2007, nr. 36); Beleidsregel Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Provincie Groningen (provinciaal blad 2013, nr. 56);
- 8°. wat betreft de provincie Drenthe: Provinciaal Meerjarenprogramma Drenthe, deel 3. Subsidiegids, hoofdstuk 2. Subsidies voor natuur, paragraaf 2.1. Realisatie natuur binnen de EHS, Subparagrafen Verwerving EHS en Agrarische bedrijfsverplaatsingen (provinciaal blad 2007, nr. 44).
### Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang ([Hoofdstuk 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=4))
### Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang ([Hoofdstuk 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=4))
### Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen ([Hoofdstuk 5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=5))
### Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek ([Hoofdstuk 6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=6))
### Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek ([Hoofdstuk 6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=6))
### Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen ([Hoofdstuk 7 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7))
### Hoofdstuk 7A. Wijze van heffing ([Hoofdstuk 9 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=9))
##### Artikel 24
[Artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-09-27&g=2013-10-21), is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in het kalenderjaar 2001 waarop [hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Db, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) van toepassing is mits zowel door de ondernemer als degene die de onderneming voortzet, bij de aangifte van de ondernemer is verzocht om toepassing van dat onderdeel.
##### Artikel 25. Overgangsbepaling opgave waardeaangroei
Vervallen
##### Artikel 25a. Overgangsbepaling vermenigvuldigingsfactoren buitengewone uitgaven
Vervallen
##### Artikel 26. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
##### Artikel 27. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 12a. Belastbare winst uit onderneming; aangewezen herstructeringsregelgeving
Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering van een bedrijfstak als bedoeld in [artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54) wordt aangewezen:
- a. de [Regeling beëindiging veehouderijtakken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011234);
- b. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 (PbEG 2006, L 358):
- 1°. wat betreft de provincie Limburg: de Algemene subsidieverordening 2004 (provinciaal blad 2004, nr. 51); de Subsidieregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 63); de Beleidsregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 62);
- 2°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006 (provinciaal blad 2005, nr. 203); de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2004, nr. 177);
- 3°. wat betreft de provincie Utrecht: de Subsidieverordening verplaatsing intensieve veehouderij provincie Utrecht 2005 (provinciaal blad 2006, nr. 6);
- 4°. wat betreft de provincie Gelderland: de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland (provinciaal blad 2005, nr. 542);
- 5°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2005 (provinciaal blad 2005, nr. 82); de Beleidsregel Verplaatsing intensieve veehouderijen Overijssel 2005 (provinciaal blad 2006, nr. 85);
- 6°. wat betreft de provincie Friesland: Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 (provinciaal blad 2009, nr. 20); Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009, hoofdstuk 1.1.3. Subsidie agrarische bedrijfsverplaatsing en daaraan gerelateerde investeringskosten (provinciaal blad 2009, nr. 48);
- 7°. wat betreft de provincie Groningen: Programma landelijk gebied PMJP 2007-2013 Groningen, deel 3. Kader voor subsidies en overeenkomsten, paragraaf 9.3. Regeling bedrijfshervestiging en beëindiging (provinciaal blad 2007, nr. 36);
- 8°. wat betreft de provincie Drenthe: Provinciaal Meerjarenprogramma Drenthe, deel 3. Subsidiegids, hoofdstuk 2. Subsidies voor natuur, paragraaf 2.1. Realisatie natuur binnen de EHS, Subparagrafen Verwerving EHS en Agrarische bedrijfsverplaatsingen (provinciaal blad 2007, nr. 44).
##### Artikel 14a. Uitgaven voor inkomensvoorzieningen via een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht; toegelaten aanbieders
1. Als een onderneming of instelling die bevoegd als bank of als beheerder van een beleggingsinstelling optreedt als bedoeld in [artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126a) kan door Onze Minister worden aangewezen een onderneming of instelling die op grond van de [Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten.
2. Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de onderneming of instelling zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze onderneming of instelling aangehouden lijfrentespaarrekeningen, onderscheidenlijk met betrekking tot de door deze onderneming of instelling beheerde lijfrentebeleggingsrechten, bedoeld in [artikel 3.126a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126a), inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de overeenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de [artikelen 3.133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.133), [3.135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.135) of [3.136 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.136). In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde onderneming of instelling jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze onderneming of instelling, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting.
3. De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het tweede lid bedoelde zekerheid niet door de onderneming of instelling maar door de belastingplichtige wordt gesteld, waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken op het tegoed van een lijfrentespaarrekening, onderscheidenlijk van de aanspraken op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht aan de ontvanger, mits de onderneming of instelling instemt met deze verpanding.
4. [Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang ([Hoofdstuk 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=4))
### Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang ([Hoofdstuk 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=4))
### Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek ([Hoofdstuk 6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=6))
### Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek ([Hoofdstuk 6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=6))
### Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen ([Hoofdstuk 7 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7))
### Hoofdstuk 7A. Wijze van heffing ([Hoofdstuk 9 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=9))
### Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen ([Hoofdstuk 7 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7))
### Hoofdstuk 7A. Wijze van heffing ([Hoofdstuk 9 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=9))
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 14a. Uitgaven voor inkomensvoorzieningen via een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht; toegelaten aanbieders
1. Als een onderneming of instelling die bevoegd als bank of als beheerder van een beleggingsinstelling optreedt als bedoeld in [artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126a) kan door Onze Minister worden aangewezen een onderneming of instelling die op grond van de [Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten.
2. Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de onderneming of instelling zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze onderneming of instelling aangehouden lijfrentespaarrekeningen, onderscheidenlijk met betrekking tot de door deze onderneming of instelling beheerde lijfrentebeleggingsrechten, bedoeld in [artikel 3.126a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.126a), inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de overeenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de [artikelen 3.133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.133), [3.135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.135) of [3.136 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.136). In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde onderneming of instelling jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze onderneming of instelling, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting.
3. De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het tweede lid bedoelde zekerheid niet door de onderneming of instelling maar door de belastingplichtige wordt gesteld, waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken op het tegoed van een lijfrentespaarrekening, onderscheidenlijk van de aanspraken op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht aan de ontvanger, mits de onderneming of instelling instemt met deze verpanding.
4. [Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-09-27&g=2013-10-21), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen ([Hoofdstuk 5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=5))
### Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek ([Hoofdstuk 6 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=6))
### Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen ([Hoofdstuk 7 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7))
### Hoofdstuk 8. Aanvullende regelingen ([Hoofdstuk 10 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=10))
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
@@ -670,15 +670,14 @@
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de leegwaarderatio |
| --- | --- | --- |
| 0% | 1,0% | 50% |
| 1,0% | 1,5% | 53% |
| 1,5% | 2,0% | 56% |
| 2,0% | 2,5% | 59% |
| 2,5% | 3,0% | 62% |
| 3,0% | 3,5% | 66% |
| 3,5% | 4,0% | 69% |
| 4,0% | 5,0% | 73% |
| 5,0% | – | 78% |
| 0% | 1% | 45% |
| 1% | 2% | 51% |
| 2% | 3% | 56% |
| 3% | 4% | 62% |
| 4% | 5% | 67% |
| 5% | 6% | 73% |
| 6% | 7% | 78% |
| 7% | – | 85% |
3. De jaarlijkse huur of pacht, bedoeld in het tweede lid, wordt gesteld op twaalf maal de maandelijkse huur, onderscheidenlijk pacht, zoals die geldt aan het begin van het kalenderjaar. Indien de huurprijs, onderscheidenlijk pachtprijs, zoals die tussen gelieerde partijen is overeengekomen zodanig is dat deze tussen willekeurige derden niet overeengekomen zou zijn, wordt de huurprijs, onderscheidenlijk pachtprijs, voor de toepassing van het tweede lid gesteld op 3,5% van de WOZ-waarde.
@@ -688,7 +687,7 @@
##### Artikel 17b. Waardering woningen; correctie voor erfpachtcanon
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in [artikel 5.20, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20) wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt het deel van een erfpachtcanon dat kan worden toegerekend aan een verhuurde woning als bedoeld in [artikel 17a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=17a&z=2013-09-27&g=2013-10-21), gesteld op het twintigvoud van het jaarlijkse bedrag. De toerekening van de erfpachtcanon, bedoeld in de vorige volzin, geschiedt naar rato van de, met inachtneming van artikel 17a, vierde lid, berekende, WOZ-waarden van de te onderscheiden zelfstandige onderdelen van het gebouwd eigendom waarop de erfpachtcanon betrekking heeft.
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in [artikel 5.20, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20) wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt het deel van een erfpachtcanon dat kan worden toegerekend aan een verhuurde woning als bedoeld in [artikel 17a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=17a&z=2014-01-01&g=2014-01-01), gesteld op het twintigvoud van het jaarlijkse bedrag. De toerekening van de erfpachtcanon, bedoeld in de vorige volzin, geschiedt naar rato van de, met inachtneming van artikel 17a, vierde lid, berekende, WOZ-waarden van de te onderscheiden zelfstandige onderdelen van het gebouwd eigendom waarop de erfpachtcanon betrekking heeft.
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen ([Hoofdstuk 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=11))
@@ -711,3 +710,17 @@
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen ([Hoofdstuk 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=11))
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 1a. Pensioenregeling; vrijwillige voortzetting
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 2. Raamwerk ([Hoofdstuk 2 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=2))
### Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning ([Hoofdstuk 3 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=3))
### Hoofdstuk 8. Aanvullende regelingen ([Hoofdstuk 10 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=10))
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen ([Hoofdstuk 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=11))
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2013-10-21
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2013-09-27
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2013-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2013-01-15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2013-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2012-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2011-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-10-10
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2010-07-07
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2010-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2009-02-10
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 39 más
2009-01-29
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 39 más
2009-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2008-08-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2008-05-06
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 32 más
2008-04-16
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2008-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2007-07-18
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 5 y 11 más
2007-03-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2007-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2006-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2005-09-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 17, 1, 2 y 40 más
2005-09-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
original version
Tekst op deze datum