Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 20 december 2000, houdende vaststelling van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
51 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — art. 18
2025-12-12
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18
2025-06-18
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2025-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2024-11-27
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2024-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2023-09-28
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2023-07-11
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
Wijzigingen op 2023-07-11
@@ -175,9 +175,9 @@
- g. de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de belastingplichtige in de periode dat hij niet in Nederland belastingplichtig was, voor zover blijkt dat de waardedaling in die periode is ontstaan.
Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende belastingaanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt, wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van [artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2023-07-01&g=2023-07-01), de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast.
[Artikel 15a, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2023-07-01&g=2023-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende belastingaanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt, wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van [artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2024-01-01&g=2023-07-11), de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast.
[Artikel 15a, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2024-01-01&g=2023-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
11. Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een vennootschap heeft die middellijk of onmiddellijk aandelen in of winstbewijzen van een in Nederland gevestigde vennootschap heeft en deze aandelen of winstbewijzen, al dan niet rechtstreeks, zijn verkregen van de belastingplichtige bij wie die aandelen of winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden, wordt de verkrijgingsprijs volgens [artikel 4.21 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=4.21) van het eerstbedoelde aanmerkelijk belang verminderd met een bedrag, waarbij deze vermindering kan leiden tot een negatieve verkrijgingsprijs; de vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee op het tijdstip van bedoelde verkrijging door de vennootschap de waarde in het economische verkeer van de door de vennootschap van de belastingplichtige verkregen aandelen of winstbewijzen de verkrijgingsprijs volgens artikel 4.21 van de wet van de belastingplichtige van die aandelen of winstbewijzen overtreft. De eerste volzin is niet van toepassing voorzover in Nederland inkomstenbelasting of in een ander land naar het inkomen geheven belasting is betaald over de waardeaangroei van laatstgenoemde aandelen of winstbewijzen die naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Voor de berekening van de in het slot van de eerste volzin bedoelde vermindering, wordt de verkrijgingsprijs van de door de belastingplichtige aan de vennootschap vervreemde aandelen of winstbewijzen vermeerderd met de waardeaangroei, bedoeld in het derde lid, tot op het tijdstip van de in het slot van de in de eerste volzin bedoelde verkrijging door die vennootschap onderscheidenlijk verminderd met de waardedaling als bedoeld in het vierde lid tot op het tijdstip van die verkrijging.
@@ -189,7 +189,7 @@
##### Artikel 18. Waardering; waardering genotsrechten
1. De waarde van een genotsrecht als bedoeld in [artikel 5.22, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22) wordt gesteld op het overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=19&z=2023-07-01&g=2023-07-01) tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
1. De waarde van een genotsrecht als bedoeld in [artikel 5.22, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22) wordt gesteld op het overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=19&z=2024-01-01&g=2023-07-11) tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden de jaarlijkse voordelen gesteld op 4% van de waarde van hetgeen aan het genotsrecht is onderworpen, naar het tijdstip waarop de waardering van het genotsrecht plaatsvindt.
@@ -420,9 +420,9 @@
- 2°. de in rekening gebrachte pensioenpremie over het kalenderjaar;
- 3°. de deeltijdfactor, bedoeld in [artikel 11c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11c&z=2023-07-01&g=2023-07-01);
- 4°. de omstandigheid dat het pensioengevend inkomen van de belastingplichtige is bepaald met toepassing van [artikel 11c, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11c&z=2023-07-01&g=2023-07-01);
- 3°. de deeltijdfactor, bedoeld in [artikel 11c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11c&z=2024-01-01&g=2023-07-11);
- 4°. de omstandigheid dat het pensioengevend inkomen van de belastingplichtige is bepaald met toepassing van [artikel 11c, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11c&z=2024-01-01&g=2023-07-11);
- 5°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in [artikel 3.135, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.135): de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de met toepassing van [artikel 3.137 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.137) bepaalde waarde in het economische verkeer van de aanspraak;
@@ -474,7 +474,7 @@
##### Artikel 24
[Artikel 11a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11a&z=2023-07-01&g=2023-07-01), is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in het kalenderjaar 2001 waarop [hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Db, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) van toepassing is mits zowel door de ondernemer als degene die de onderneming voortzet, bij de aangifte van de ondernemer is verzocht om toepassing van dat onderdeel.
[Artikel 11a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11a&z=2024-01-01&g=2023-07-11), is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in het kalenderjaar 2001 waarop [hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Db, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) van toepassing is mits zowel door de ondernemer als degene die de onderneming voortzet, bij de aangifte van de ondernemer is verzocht om toepassing van dat onderdeel.
##### Artikel 25. Overgangsrecht inzake aanmerkelijk belang
@@ -500,9 +500,9 @@
##### Artikel 25a. Experimenteerbepaling zelfstandigen
1. [Artikel 1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=1&artikel=1a&z=2023-07-01&g=2023-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de beëindiging van deelname aan een pensioenregeling als bedoeld in [artikel 150a van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=150a).
2. [Artikel 11e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11e&z=2023-07-01&g=2023-07-01) is van overeenkomstige toepassing op de deelname aan een pensioenregeling als bedoeld in [artikel 150a van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=150a), met dien verstande dat dit alleen geldt voor het eerste jaar van deelname.
1. [Artikel 1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=1&artikel=1a&z=2024-01-01&g=2023-07-11), is van overeenkomstige toepassing op de beëindiging van deelname aan een pensioenregeling als bedoeld in [artikel 150a van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=150a).
2. [Artikel 11e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=11e&z=2024-01-01&g=2023-07-11) is van overeenkomstige toepassing op de deelname aan een pensioenregeling als bedoeld in [artikel 150a van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=150a), met dien verstande dat dit alleen geldt voor het eerste jaar van deelname.
##### Artikel 26. Inwerkingtreding
@@ -562,7 +562,7 @@
3. De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het tweede lid bedoelde zekerheid niet door de onderneming of instelling maar door de belastingplichtige wordt gesteld, waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken op het tegoed van een lijfrenterekening, onderscheidenlijk van de aanspraken op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht aan de ontvanger, mits de onderneming of instelling instemt met deze verpanding.
4. [Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2023-07-01&g=2023-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2024-01-01&g=2023-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang ([Hoofdstuk 4 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=4))
@@ -651,7 +651,7 @@
##### Artikel 17b. Waardering woningen; correctie voor erfpachtcanon
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in [artikel 5.20, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20) wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt het deel van een erfpachtcanon dat kan worden toegerekend aan een verhuurde woning als bedoeld in [artikel 17a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=17a&z=2023-07-01&g=2023-07-01), gesteld op het twintigvoud van het jaarlijkse bedrag. De toerekening van de erfpachtcanon, bedoeld in de vorige volzin, geschiedt naar rato van de, met inachtneming van artikel 17a, vierde lid, berekende, WOZ-waarden van de te onderscheiden zelfstandige onderdelen van het gebouwd eigendom waarop de erfpachtcanon betrekking heeft.
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in [artikel 5.20, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20) wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt het deel van een erfpachtcanon dat kan worden toegerekend aan een verhuurde woning als bedoeld in [artikel 17a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=17a&z=2024-01-01&g=2023-07-11), gesteld op het twintigvoud van het jaarlijkse bedrag. De toerekening van de erfpachtcanon, bedoeld in de vorige volzin, geschiedt naar rato van de, met inachtneming van artikel 17a, vierde lid, berekende, WOZ-waarden van de te onderscheiden zelfstandige onderdelen van het gebouwd eigendom waarop de erfpachtcanon betrekking heeft.
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen ([Hoofdstuk 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=11))
@@ -817,7 +817,7 @@
5. De inspecteur kan de administratieplichtige de mogelijkheid bieden de gegevens en inlichtingen in afwijking van het vierde lid gedurende het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben te verstrekken.
6. [Artikel 22, zesde lid, aanhef en onderdelen a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=8&artikel=22&z=2023-07-01&g=2023-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 22, zesde lid, aanhef en onderdelen a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=8&artikel=22&z=2024-01-01&g=2023-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen ([Hoofdstuk 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=11))
@@ -825,6 +825,6 @@
##### Artikel 25b. Overgangsrecht vrijwillige voortzetting
In afwijking van [artikel 1a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=1&artikel=1a&z=2023-07-01&g=2023-07-01), geldt voor de toepassing van artikel 1a, eerste lid, onderdeel a, een termijn van vijftien jaar indien de arbeidsverhouding op grond waarvan de deelneming aan een pensioenregeling als bedoeld in [artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=1.7), was verplicht, is geëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen en voor zover gedurende de periode van vrijwillige voortzetting winst uit onderneming wordt genoten als bedoeld in [artikel 3.8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.8).
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
In afwijking van [artikel 1a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=1&artikel=1a&z=2024-01-01&g=2023-07-11), geldt voor de toepassing van artikel 1a, eerste lid, onderdeel a, een termijn van vijftien jaar indien de arbeidsverhouding op grond waarvan de deelneming aan een pensioenregeling als bedoeld in [artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=1.7), was verplicht, is geëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen en voor zover gedurende de periode van vrijwillige voortzetting winst uit onderneming wordt genoten als bedoeld in [artikel 3.8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.8).
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2023-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2023-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2022-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2021-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2020-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2019-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2018-04-14
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2018-02-28
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2018-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2017-04-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2017-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2016-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-09-15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-08-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2015-04-03
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2014-09-13
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2014-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2014-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2013-10-21
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2013-09-27
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2013-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2013-01-15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2013-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2012-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2011-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-10-10
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2010-07-07
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2010-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2009-02-10
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 39 más
2009-01-29
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 39 más
2009-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2008-08-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2008-05-06
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 32 más
2008-04-16
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2008-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2007-07-18
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 5 y 11 más
2007-03-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2007-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2006-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2005-09-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 17, 1, 2 y 40 más
2005-09-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
original version
Tekst op deze datum