Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 20 december 2000, houdende vaststelling van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001

51 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — art. 18
2025-12-12
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18
2025-06-18
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2025-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2024-11-27
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2024-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2023-09-28
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2023-07-11
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2023-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2023-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2022-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2021-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2020-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18
2019-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2018-04-14
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2018-02-28
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18, 18
2018-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2017-04-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2017-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2016-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-09-15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-08-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 2 más
2015-04-03
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 18, 18, 18 y 3 más
2015-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2014-09-13
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2014-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2014-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2013-10-21
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2013-09-27
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más

Wijzigingen op 2013-09-27

@@ -22,7 +22,7 @@
##### Artikel 2. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; vermindering verschuldigde inkomstenbelasting bij kiezende belastingplichtige
1. Aan een kiezende belastingplichtige wordt volgens de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) een vermindering op de verschuldigde inkomstenbelasting verleend voor de belasting die betrekking heeft op niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen.
1. Aan een kiezende belastingplichtige wordt volgens de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27) een vermindering op de verschuldigde inkomstenbelasting verleend voor de belasting die betrekking heeft op niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen.
2. Onder een kiezende belastingplichtige wordt verstaan:
@@ -30,11 +30,11 @@
- b. een buitenlandse belastingplichtige, die volgens [artikel 2.5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.5) kiest voor toepassing van de regels van de wet voor binnenlandse belastingplichtigen.
3. Voor de toepassing van dit artikel en de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) blijft te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting buiten beschouwing.
3. Voor de toepassing van dit artikel en de [artikelen 3 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27) blijft te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting buiten beschouwing.
##### Artikel 3. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; vermindering bij inkomen uit werk en woning
1. De vermindering vanwege in het inkomen uit werk en woning begrepen niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van de [artikelen 2 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2013-07-01&g=2013-07-01)volgens de wet over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen staat tot het noemerinkomen.
1. De vermindering vanwege in het inkomen uit werk en woning begrepen niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van de [artikelen 2 tot en met 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2013-09-27&g=2013-09-27)volgens de wet over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen staat tot het noemerinkomen.
2. Onder het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen wordt verstaan: de som van:
@@ -62,15 +62,15 @@
##### Artikel 5. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; doorschuifregeling
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2013-07-01&g=2013-07-01) – groter is dan het noemerinkomen, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen verhoogd met het over te brengen bedrag aan niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd.
1. Voorzover het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de verrekening volgens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2013-09-27&g=2013-09-27) – groter is dan het noemerinkomen, wordt het overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27) het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen verhoogd met het over te brengen bedrag aan niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd.
3. [Artikel 26 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&artikel=26) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; inhaalregeling
1. Indien het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2013-07-01&g=2013-07-01) – negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01) aangemerkt als een negatief niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddeel van het noemerinkomen van het volgend jaar. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
1. Indien het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen – berekend met inachtneming van de overbrenging volgens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2013-09-27&g=2013-09-27) – negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering volgens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27) aangemerkt als een negatief niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddeel van het noemerinkomen van het volgend jaar. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&artikel=26) en [27 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012095&artikel=27) zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -84,7 +84,7 @@
- b. de inkomensbestanddelen die daartoe wel behoren maar waarover het heffingsrecht op grond van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting niet of tot een beperkt tarief aan Nederland is toegewezen.
[Artikel 3, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 3, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27), is van overeenkomstige toepassing.
3. De vermindering van het eerste lid wordt bij de aanwezigheid van in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde inkomensbestanddelen die Nederland volgens regelingen ter voorkoming van dubbele belasting slechts tegen een beperkt tarief mag belasten, verlaagd met de belasting die Nederland volgens die regelingen over de inkomensbestanddelen mag heffen.
@@ -96,7 +96,7 @@
- b. verminderd met de – met overeenkomstige toepassing van [afdeling 4.10 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&afdeling=4.10) – te verrekenen negatieve bedragen aan noemerinkomen uit andere jaren.
6. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; verrekening dividendbelasting alsmede bronbelasting op inkomsten uit spaargelden bij inkomen uit aanmerkelijk belang
@@ -116,7 +116,7 @@
Bij een belastingplichtige die niet het gehele jaar in Nederland woont, wordt de naar tijdsgelang herleide gemiddelde waarde van de rendementsgrondslag buiten Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde, in aanmerking genomen. Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij als volle maand beschouwd.
4. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in [artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.7) verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. [Artikel 3, zesde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2013-09-27&g=2013-09-27), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10. Heffingsgrondslagen; keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen; verrekening dividendbelasting alsmede bronbelasting op inkomsten uit spaargelden bij voordeel uit sparen en beleggen
@@ -235,9 +235,9 @@
- f. de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de belastingplichtige in de periode dat hij niet in Nederland belastingplichtig was, voor zover blijkt dat de waardedaling in die periode is ontstaan.
Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende aanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt, wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van [artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2013-07-01&g=2013-07-01), de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast.
[Artikel 15a, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende aanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt, wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van [artikel 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2013-09-27&g=2013-09-27), de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast.
[Artikel 15a, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=4&artikel=15a&z=2013-09-27&g=2013-09-27), is van overeenkomstige toepassing.
11. Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een vennootschap heeft die middellijk of onmiddellijk aandelen in of winstbewijzen van een in Nederland gevestigde vennootschap heeft en deze aandelen of winstbewijzen, al dan niet rechtstreeks, zijn verkregen van de belastingplichtige bij wie die aandelen of winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden, wordt de verkrijgingsprijs volgens [artikel 4.21 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=4.21) van het eerstbedoelde aanmerkelijk belang verminderd met een bedrag, waarbij deze vermindering kan leiden tot een negatieve verkrijgingsprijs; de vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee op het tijdstip van bedoelde verkrijging door de vennootschap de waarde in het economische verkeer van de door de vennootschap van de belastingplichtige verkregen aandelen of winstbewijzen de verkrijgingsprijs van de belastingplichtige van die aandelen of winstbewijzen overtreft. De eerste volzin is niet van toepassing voorzover in Nederland inkomstenbelasting of in een ander land naar het inkomen geheven belasting is betaald over de waardeaangroei van laatstgenoemde aandelen of winstbewijzen die naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Voor de berekening van de in het slot van de eerste volzin bedoelde vermindering, wordt de verkrijgingsprijs van de door de belastingplichtige aan de vennootschap vervreemde aandelen of winstbewijzen vermeerderd met de waardeaangroei, bedoeld in het derde lid, tot op het tijdstip van de in het slot van de in de eerste volzin bedoelde verkrijging door die vennootschap onderscheidenlijk verminderd met de waardedaling als bedoeld in het vierde lid tot op het tijdstip van die verkrijging.
@@ -251,7 +251,7 @@
##### Artikel 18. Waardering; waardering genotsrechten
1. De waarde van een genotsrecht als bedoeld in [artikel 5.22, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22) wordt gesteld op het overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=19&z=2013-07-01&g=2013-07-01) tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
1. De waarde van een genotsrecht als bedoeld in [artikel 5.22, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.22) wordt gesteld op het overeenkomstig [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=19&z=2013-09-27&g=2013-09-27) tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden de jaarlijkse voordelen gesteld op 4% van de waarde van hetgeen aan het genotsrecht is onderworpen, naar het tijdstip waarop de waardering van het genotsrecht plaatsvindt.
@@ -526,7 +526,7 @@
##### Artikel 24
[Artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in het kalenderjaar 2001 waarop [hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Db, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) van toepassing is mits zowel door de ondernemer als degene die de onderneming voortzet, bij de aangifte van de ondernemer is verzocht om toepassing van dat onderdeel.
[Artikel 12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2013-09-27&g=2013-09-27), is van overeenkomstige toepassing op een overdracht in het kalenderjaar 2001 waarop [hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Db, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001](onbekend) van toepassing is mits zowel door de ondernemer als degene die de onderneming voortzet, bij de aangifte van de ondernemer is verzocht om toepassing van dat onderdeel.
##### Artikel 25. Overgangsbepaling opgave waardeaangroei
@@ -556,7 +556,7 @@
- 1°. wat betreft de provincie Limburg: de Algemene subsidieverordening 2004 (provinciaal blad 2004, nr. 51); de Subsidieregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 63); de Beleidsregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 62);
- 2°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Verordening subsidies kwaliteits- en structuurverbetering Landelijk Gebied provincie Noord-Brabant 2001 (provinciaal blad 2001, nr. 58); de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2005, nr. 131);
- 2°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006 (provinciaal blad 2005, nr. 203); de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2004, nr. 177);
- 3°. wat betreft de provincie Utrecht: de Subsidieverordening verplaatsing intensieve veehouderij provincie Utrecht 2005 (provinciaal blad 2006, nr. 6);
@@ -594,7 +594,7 @@
3. De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het tweede lid bedoelde zekerheid niet door de onderneming of instelling maar door de belastingplichtige wordt gesteld, waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken op het tegoed van een lijfrentespaarrekening, onderscheidenlijk van de aanspraken op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht aan de ontvanger, mits de onderneming of instelling instemt met deze verpanding.
4. [Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-07-01&g=2013-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=3&artikel=14&z=2013-09-27&g=2013-09-27), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen ([Hoofdstuk 5 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=5))
@@ -688,7 +688,7 @@
##### Artikel 17b. Waardering woningen; correctie voor erfpachtcanon
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in [artikel 5.20, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20) wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt het deel van een erfpachtcanon dat kan worden toegerekend aan een verhuurde woning als bedoeld in [artikel 17a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=17a&z=2013-07-01&g=2013-07-01), gesteld op het twintigvoud van het jaarlijkse bedrag. De toerekening van de erfpachtcanon, bedoeld in de vorige volzin, geschiedt naar rato van de, met inachtneming van artikel 17a, vierde lid, berekende, WOZ-waarden van de te onderscheiden zelfstandige onderdelen van het gebouwd eigendom waarop de erfpachtcanon betrekking heeft.
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in [artikel 5.20, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.20) wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. In afwijking van de eerste volzin wordt het deel van een erfpachtcanon dat kan worden toegerekend aan een verhuurde woning als bedoeld in [artikel 17a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&hoofdstuk=5&artikel=17a&z=2013-09-27&g=2013-09-27), gesteld op het twintigvoud van het jaarlijkse bedrag. De toerekening van de erfpachtcanon, bedoeld in de vorige volzin, geschiedt naar rato van de, met inachtneming van artikel 17a, vierde lid, berekende, WOZ-waarden van de te onderscheiden zelfstandige onderdelen van het gebouwd eigendom waarop de erfpachtcanon betrekking heeft.
### Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen ([Hoofdstuk 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=11))
2013-07-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2013-01-15
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2013-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 15 más
2012-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2011-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-10-10
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2010-07-07
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2010-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2009-02-10
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 39 más
2009-01-29
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 39 más
2009-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
2008-08-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2008-05-06
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 32 más
2008-04-16
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2008-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2007-07-18
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 5 y 11 más
2007-03-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2007-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 25 más
2006-01-01
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2005-09-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 — arts. 17, 1, 2 y 40 más
2005-09-09
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
original version Tekst op deze datum