Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 23 april 2003, houdende nieuwe algemene regels over de aanleg, het beheer, de toegankelijkheid en het gebruik van spoorwegen alsmede over het verkeer over spoorwegen (Spoorwegwet)
46 versions
· 2024-01-01
2024-01-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 6 más
2023-07-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 6 más
2022-01-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 6 más
2021-07-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 6 más
2021-06-30
Spoorwegwet
2019-06-16
Spoorwegwet
2019-04-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 7 más
2019-03-07
Spoorwegwet
2018-07-28
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 7 más
2018-05-25
Spoorwegwet — arts. 4, 4, 117 y 17 más
2018-02-17
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 7 más
2018-01-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 7 más
2017-08-30
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 7 más
2016-11-26
Spoorwegwet
2016-10-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 7 más
2016-07-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 8 más
2016-01-18
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 8 más
2015-12-15
Spoorwegwet
2015-12-01
Spoorwegwet
2015-07-01
Spoorwegwet
2015-01-01
Spoorwegwet
2014-08-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 12 más
2014-01-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 12 más
2013-04-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 13 más
2013-01-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 13 más
2012-07-25
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 18 más
Wijzigingen op 2012-07-25
@@ -26,9 +26,9 @@
- g. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
- h. beheerder: houder van een concessie als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=16&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- i. keuringsinstantie: instantie aangewezen op grond van [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=93&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- h. beheerder: houder van een concessie als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=16&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- i. keuringsinstantie: instantie aangewezen op grond van [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=93&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- j. veiligheidsfunctie: functie van bestuurder van een spoorvoertuig of een andere, bij algemene maatregel van bestuur omschreven, functie binnen het spoorwegverkeerssysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid van het spoorverkeer;
@@ -96,7 +96,7 @@
3. Het is verboden een veiligheidsfunctie te doen uitoefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht te doen houden door een persoon waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat deze verkeert in een toestand als in het eerste of tweede lid is omschreven.
4. Op de eerste vordering van bij of krachtens [artikel 86 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=86&z=2012-07-01&g=2012-07-01) of [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) met de opsporing van strafbare feiten belaste ambtenaren zijn personen die een veiligheidsfunctie uitoefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht houden, of daartoe aanstalten maken, verplicht hun medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en daartoe volgens door die ambtenaar te geven aanwijzingen ademlucht te blazen in een door die ambtenaar aangewezen apparaat.
4. Op de eerste vordering van bij of krachtens [artikel 86 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=86&z=2012-07-25&g=2012-07-25) of [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) met de opsporing van strafbare feiten belaste ambtenaren zijn personen die een veiligheidsfunctie uitoefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht houden, of daartoe aanstalten maken, verplicht hun medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en daartoe volgens door die ambtenaar te geven aanwijzingen ademlucht te blazen in een door die ambtenaar aangewezen apparaat.
5. Dit artikel is niet van toepassing voorzover [artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8) van toepassing is.
@@ -134,43 +134,43 @@
##### Artikel 117
De schadevergoedingsplicht, bedoeld in [artikel 57, eerste en tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005288&artikel=57), rust niet op de eigenaar van een erf met een recht van uitweg over de hoofdspoorweg, indien dat recht van kracht was op de dag voorafgaande aan de dag waarop [artikel 103, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=8&artikel=103&z=2012-07-01&g=2012-07-01), in werking treedt.
De schadevergoedingsplicht, bedoeld in [artikel 57, eerste en tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005288&artikel=57), rust niet op de eigenaar van een erf met een recht van uitweg over de hoofdspoorweg, indien dat recht van kracht was op de dag voorafgaande aan de dag waarop [artikel 103, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=8&artikel=103&z=2012-07-25&g=2012-07-25), in werking treedt.
##### Artikel 118
1. Tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt, worden houders van een vergunning voor openbaar vervoer per trein, verleend ingevolge de Wet personenvervoer of de [Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470), en houders van een erkenning als spoorwegonderneming, afgegeven door Onze Minister, voor de toepassing van deze wet aangemerkt als houders van een bedrijfsvergunning.
2. Het eerste lid geldt ook na de daarin bedoelde periode ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde houders, indien zij voor de afloop van die periode een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en zolang als daarop niet onherroepelijk is beslist.
1. Tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt, worden houders van een vergunning voor openbaar vervoer per trein, verleend ingevolge de Wet personenvervoer of de [Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470), en houders van een erkenning als spoorwegonderneming, afgegeven door Onze Minister, voor de toepassing van deze wet aangemerkt als houders van een bedrijfsvergunning.
2. Het eerste lid geldt ook na de daarin bedoelde periode ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde houders, indien zij voor de afloop van die periode een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en zolang als daarop niet onherroepelijk is beslist.
##### Artikel 119
1. Vergunningen die ingevolge [artikel 29a van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001848&artikel=29a) (Stb. 1875, 67) zijn verleend en gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden vanaf de dag waarop [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt, aangemerkt als verleend op grond van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
2. Vergunningaanvragen die ingevolge [artikel 29a van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001848&artikel=29a) (Stb. 1875, 67) door Onze Minister in behandeling zijn genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden vanaf de dag waarop [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt, aangemerkt als vergunningaanvragen op grond van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Vergunningen die ingevolge [artikel 29a van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001848&artikel=29a) (Stb. 1875, 67) zijn verleend en gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden vanaf de dag waarop [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt, aangemerkt als verleend op grond van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. Vergunningaanvragen die ingevolge [artikel 29a van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001848&artikel=29a) (Stb. 1875, 67) door Onze Minister in behandeling zijn genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden vanaf de dag waarop [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt, aangemerkt als vergunningaanvragen op grond van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 120
1. Een geldende concessie ter uitoefening van de dienst verleend op grond van [artikel 2 van de Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001866&artikel=2) (Stb. 118) wordt tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop [artikel 103, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=8&artikel=103&z=2012-07-01&g=2012-07-01), in werking treedt, aangemerkt als een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
2. De in het eerste lid bedoelde concessie wordt ook na de daarin bedoelde periode aangemerkt als een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-01&g=2012-07-01), indien de houder voor die dag een aanvraag heeft ingediend voor een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en zolang daarop niet onherroepelijk is beslist.
1. Een geldende concessie ter uitoefening van de dienst verleend op grond van [artikel 2 van de Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001866&artikel=2) (Stb. 118) wordt tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop [artikel 103, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=8&artikel=103&z=2012-07-25&g=2012-07-25), in werking treedt, aangemerkt als een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. De in het eerste lid bedoelde concessie wordt ook na de daarin bedoelde periode aangemerkt als een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-25&g=2012-07-25), indien de houder voor die dag een aanvraag heeft ingediend voor een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en zolang daarop niet onherroepelijk is beslist.
##### Artikel 121
Hoofdspoorweginfrastructuur die in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt, wordt gebruikt, wordt met ingang van de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Hoofdspoorweginfrastructuur die in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt, wordt gebruikt, wordt met ingang van de dag waarop [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 122
Een spoorvoertuig dat in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt, kan worden gebruikt op de hoofdspoorweg, wordt met ingang van de dag waarop dat artikel in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met de onderdelen a en b van dat artikel.
Een spoorvoertuig dat in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften die gelden op de dag voorafgaande aan de dag waarop [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt, kan worden gebruikt op de hoofdspoorweg, wordt met ingang van de dag waarop dat artikel in werking treedt, aangemerkt als in overeenstemming met de onderdelen a en b van dat artikel.
##### Artikel 123
Erkenningen op grond van [artikel 32d, zevende lid, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001848&artikel=32d) (Stb. 1875, 67) berusten met ingang van de dag waarop [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=93&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in werking treedt op [artikel 93, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=93&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Erkenningen op grond van [artikel 32d, zevende lid, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001848&artikel=32d) (Stb. 1875, 67) berusten met ingang van de dag waarop [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=93&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in werking treedt op [artikel 93, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=8&artikel=93&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 124
1. In afwijking van [artikel 2, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-01&g=2012-07-01), kunnen spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien deze spoorwegen rechtstreeks of middellijk in overwegende mate zijn aangelegd op kosten van het Rijk en naar het oordeel van Onze Minister voldoende is komen vast te staan dat gedurende de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-01&g=2012-07-01) deze spoorwegen door Railinfrabeheer b.v., gevestigd te Utrecht, werden onderhouden.
2. Tot 1 januari 2010 kunnen in afwijking van [artikel 2, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-01&g=2012-07-01), spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien Railinfrabeheer b.v., of Railinfratrust b.v., gevestigd te Utrecht, of hun rechtsopvolger rechthebbende is ten aanzien van deze spoorwegen.
1. In afwijking van [artikel 2, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-25&g=2012-07-25), kunnen spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien deze spoorwegen rechtstreeks of middellijk in overwegende mate zijn aangelegd op kosten van het Rijk en naar het oordeel van Onze Minister voldoende is komen vast te staan dat gedurende de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-25&g=2012-07-25) deze spoorwegen door Railinfrabeheer b.v., gevestigd te Utrecht, werden onderhouden.
2. Tot 1 januari 2013 kunnen in afwijking van [artikel 2, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-25&g=2012-07-25), spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien Railinfrabeheer b.v., of Railinfratrust b.v., gevestigd te Utrecht, of hun rechtsopvolger rechthebbende is ten aanzien van deze spoorwegen.
##### Artikel 125
@@ -226,11 +226,7 @@
##### Artikel 7
1. Onverminderd de krachtens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01) gestelde regels zijn hoofdspoorwegen waar een snelheid van meer dan 40 kilometer per uur is toegestaan, voorzien van een bij ministeriële regeling te omschrijven systeem van beveiliging.
2. Onverminderd de krachtens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01) gestelde regels zijn gedeelten van een hoofdspoorweg die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, zodanig afgesloten van de omgeving dat het publiek zich niet of slechts met bijzondere moeite op de spoorweg kan begeven.
3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid.
Vervallen
#### § 3. De interoperabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur
@@ -242,11 +238,11 @@
- a. voldoen aan de daarvoor geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit;
- b. voldoen aan de krachtens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde regels die bij regeling van Onze Minister, met inachtneming artikel 17 van richtlijn 2008/57/EG, voor de subsystemen zijn aangewezen ter uitvoering van de essentiële eisen van die richtlijn;
- c. voldoen aan de krachtens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde regels die bij regeling van Onze Minister op grond van een technische specificatie inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, voor de subsystemen zijn aangewezen ter verificatie van de interoperabiliteit;
- d. voldoen aan de krachtens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde regels, die bij regeling van Onze Minister voor de subsystemen zijn aangewezen ter uitwerking van de in een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, opgenomen open punten;
- b. voldoen aan de krachtens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde regels die bij regeling van Onze Minister, met inachtneming artikel 17 van richtlijn 2008/57/EG, voor de subsystemen zijn aangewezen ter uitvoering van de essentiële eisen van die richtlijn;
- c. voldoen aan de krachtens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde regels die bij regeling van Onze Minister op grond van een technische specificatie inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, voor de subsystemen zijn aangewezen ter verificatie van de interoperabiliteit;
- d. voldoen aan de krachtens [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=6&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde regels, die bij regeling van Onze Minister voor de subsystemen zijn aangewezen ter uitwerking van de in een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, bedoeld in onderdeel a, opgenomen open punten;
- e. voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van richtlijn 2008/57/EG.
@@ -270,7 +266,7 @@
3. Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling, indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing of de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem dat noodzakelijk maakt of maken.
4. [Artikel 8, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en het krachtens artikel 8, zesde lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing.
4. [Artikel 8, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en het krachtens artikel 8, zesde lid, bepaalde zijn van toepassing op de verlening van de vergunning respectievelijk van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing.
5. Onze Minister kan op aanvraag op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer technische specificaties inzake interoperabiliteit, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten.
@@ -286,25 +282,25 @@
##### Artikel 12
1. Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.
2. De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en de verklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening en regels over de aanvraag van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en van de vergunning of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.
2. De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en de verklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verlening en regels over de aanvraag van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en van de vergunning of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registeren of bewaren van gegevens over:
- a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), of [artikel 9, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en
- c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
- a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), of [artikel 9, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en
- c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 13
Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), af te geven indien de desbetreffende subsystemen niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie voldoen aan artikel 8, tweede lid, onderdelen a en b.
Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), af te geven indien de desbetreffende subsystemen niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie voldoen aan artikel 8, tweede lid, onderdelen a en b.
##### Artikel 14
@@ -360,11 +356,11 @@
- c. het opstellen van een financiële verantwoording van het uitvoeren van de concessie, welke verantwoording gescheiden is van die voor andere werkzaamheden, en
- d. wijzigingen van hoofdspoorweginfrastructuur die de beheerder aanbesteedt en als een verbetering of een vernieuwing als bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-01&g=2012-07-01), worden aangemerkt.
3. Een wijziging van de technische of functionele eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur die de gebruiksmogelijkheden van de hoofdspoorwegen aanmerkelijk verandert, behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De beheerder vermeldt in zijn verzoek om instemming de zienswijzen van betrokken gerechtigden als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en, voorzover de wijziging afwijkt van die zienswijzen, een deugdelijke motivering van die afwijking.
4. Het derde lid geldt niet voor een wijziging van de technische of functionele eigenschappen, indien het verbetering of vernieuwing betreft waarvoor Onze Minister een vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-01&g=2012-07-01), heeft verleend.
- d. wijzigingen van hoofdspoorweginfrastructuur die de beheerder aanbesteedt en als een verbetering of een vernieuwing als bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-25&g=2012-07-25), worden aangemerkt.
3. Een wijziging van de technische of functionele eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur die de gebruiksmogelijkheden van de hoofdspoorwegen aanmerkelijk verandert, behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De beheerder vermeldt in zijn verzoek om instemming de zienswijzen van betrokken gerechtigden als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en, voorzover de wijziging afwijkt van die zienswijzen, een deugdelijke motivering van die afwijking.
4. Het derde lid geldt niet voor een wijziging van de technische of functionele eigenschappen, indien het verbetering of vernieuwing betreft waarvoor Onze Minister een vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-25&g=2012-07-25), heeft verleend.
##### Artikel 18
@@ -372,7 +368,7 @@
2. Onze Minister gaat niet tot intrekking over dan nadat hij de beheerder de gelegenheid heeft geboden om binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de concessie, dan wel het wettelijk voorschrift.
3. Voordat Onze Minister een concessie verleent, wijzigt of geheel of gedeeltelijk intrekt, stelt hij betrokken gerechtigden als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-01&g=2012-07-01) in de gelegenheid om gedurende een door Onze Minister daarbij te bepalen termijn van ten hoogste drie weken hun zienswijze naar voren te brengen.
3. Voordat Onze Minister een concessie verleent, wijzigt of geheel of gedeeltelijk intrekt, stelt hij betrokken gerechtigden als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-25&g=2012-07-25) in de gelegenheid om gedurende een door Onze Minister daarbij te bepalen termijn van ten hoogste drie weken hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Een concessie wordt niet eerder verleend dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
@@ -396,7 +392,7 @@
##### Artikel 20
1. Bij een hoofdspoorweg wordt de begrenzing van de hoofdspoorweg, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-01&g=2012-07-01), aan weerszijden gevormd door een lijn liggend op een afstand:
1. Bij een hoofdspoorweg wordt de begrenzing van de hoofdspoorweg, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-25&g=2012-07-25), aan weerszijden gevormd door een lijn liggend op een afstand:
- a. van elf meter bij een hoofdspoorweg op maaiveldniveau gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor, zijnde een denkbeeldige lijn in de lengterichting van het spoor midden tussen beide spoorstaven;
@@ -412,7 +408,7 @@
3. Indien de bodemgesteldheid daartoe aanleiding geeft, kan bij besluit van Onze Minister, gehoord de beheerder, een begrenzing worden vastgesteld die afwijkt van het eerste of tweede lid.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt de begrenzing van een deel van de hoofdspoorwegen die uitsluitend of overwegend bestemd zijn voor het verrichten van goederenvervoer ten behoeve van de lokale ontsluiting van haven- en industriegebieden, gevormd door een lijn liggend op een afstand van drie meter op maaiveldniveau, gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor. Wanneer ingevolge [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-01&g=2012-07-01) of [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=9¶graaf=2&artikel=124&z=2012-07-01&g=2012-07-01) een spoorweg wordt aangewezen als hoofdspoorweg, wordt daarbij bepaald of de hoofdspoorweg onder het bereik van dit lid valt.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt de begrenzing van een deel van de hoofdspoorwegen die uitsluitend of overwegend bestemd zijn voor het verrichten van goederenvervoer ten behoeve van de lokale ontsluiting van haven- en industriegebieden, gevormd door een lijn liggend op een afstand van drie meter op maaiveldniveau, gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor. Wanneer ingevolge [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-07-25&g=2012-07-25) of [124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=9¶graaf=2&artikel=124&z=2012-07-25&g=2012-07-25) een spoorweg wordt aangewezen als hoofdspoorweg, wordt daarbij bepaald of de hoofdspoorweg onder het bereik van dit lid valt.
##### Artikel 21
@@ -420,7 +416,7 @@
2. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de spoorweg of het financieel belang van de Staat.
3. In afwijking van het eerste lid wordt bij een voor het openbaar verkeer openstaande overweg buiten de bebouwde kom die onderdeel uitmaakt van een hoofdspoorweg, als bedoeld in [artikel 20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=20&z=2012-07-01&g=2012-07-01), het vlak, bedoeld in het eerste lid, gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 50 meter aan weerszijden van de as van de weg en op elf meter uit het hart van het spoor in de as van de weg.
3. In afwijking van het eerste lid wordt bij een voor het openbaar verkeer openstaande overweg buiten de bebouwde kom die onderdeel uitmaakt van een hoofdspoorweg, als bedoeld in [artikel 20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=20&z=2012-07-25&g=2012-07-25), het vlak, bedoeld in het eerste lid, gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 50 meter aan weerszijden van de as van de weg en op elf meter uit het hart van het spoor in de as van de weg.
##### Artikel 22
@@ -442,13 +438,17 @@
- c. de uitoefening van een wettelijke taak;
- d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-01&g=2012-07-01), of een proefattest als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=34&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. [Artikel 21, tweede lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=21&z=2012-07-01&g=2012-07-01), zijn van toepassing.
- d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidsattest als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-25&g=2012-07-25), of een proefattest als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=34&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- e. de uitoefening van het houderschap van een spoorvoertuig en de uitoefening van werkzaamheden aan een spoorvoertuig in opdracht van de houder, en
- f. de uitoefening van opleidingsactiviteiten voor een veiligheidsfunctie en de beoordeling op het voldoen aan de eisen voor een veiligheidsfunctie.
3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. [Artikel 21, tweede lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=21&z=2012-07-25&g=2012-07-25), zijn van toepassing.
##### Artikel 23
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van de [artikelen 19 tot en met 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van de [artikelen 19 tot en met 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 24
@@ -488,17 +488,19 @@
- b. die niet beschikt over een geldig veiligheidsattest of proefattest;
- c. die niet voldoet aan de voor haar ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=55&z=2012-07-01&g=2012-07-01) geldende verzekeringsplicht;
- d. indien het recht op die toegang niet rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst als bedoeld in [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=3&artikel=59&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- c. die niet voldoet aan de voor haar ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=55&z=2012-07-25&g=2012-07-25) geldende verzekeringsplicht;
- d. indien het recht op die toegang niet rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst als bedoeld in [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=3&artikel=59&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- e. die anderszins niet gerechtigd is van de hoofdspoorweg gebruik te maken.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan met inachtneming van de artikelen 1 en 2 van richtlijn 95/18/EG onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel a, en met inachtneming van artikel 3 van richtlijn 2004/49/EG onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel b.
#### § 5. Bepalingen inzake stations en laad- en losplaatsen
##### Artikel 28
1. Onze Minister verleent op aanvraag een bedrijfsvergunning aan een in Nederland gevestigde spoorwegonderneming, indien deze voldoet aan de vereisten van goede naam, financiële draagkracht en beroepsbekwaamheid alsmede de uit [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=55&z=2012-07-01&g=2012-07-01) voortvloeiende verzekeringsplicht.
1. Onze Minister verleent op aanvraag een bedrijfsvergunning aan een in Nederland gevestigde spoorwegonderneming, indien deze voldoet aan de vereisten van goede naam, financiële draagkracht en beroepsbekwaamheid alsmede de uit [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=6&artikel=55&z=2012-07-25&g=2012-07-25) voortvloeiende verzekeringsplicht.
2. Onze Minister kan voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omschreven soorten van gebruik van de hoofdspoorweg, bij de verlening van een bedrijfsvergunning een of meer van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen, in het eerste lid bedoelde eisen geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten. Alsdan is een zodanige beperkte bedrijfsvergunning slechts geldig voor het gebruik waarvoor deze is verleend.
@@ -512,7 +514,7 @@
Onze Minister schorst de bedrijfsvergunning of trekt deze in, indien:
- a. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01) toepasselijke eisen of voorschriften;
- a. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25) toepasselijke eisen of voorschriften;
- b. de veiligheid van het spoorverkeer door wijziging van de rechtspositie van de vergunninghouder ingeval van fusie of bedrijfsovername naar het oordeel van Onze Minister niet langer is gewaarborgd of
@@ -520,21 +522,21 @@
##### Artikel 30
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van [richtlijn 95/18/EG](31995L0018) die is verleend door een bevoegde instantie van een andere lidstaat aan een aldaar gevestigde spoorwegonderneming, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een bedrijfsvergunning, verleend op grond van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
2. Met een bedrijfsvergunning verleend op grond van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01), worden voorts voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld:
- a. de bij ministeriële regeling omschreven documenten die in het buitenland door het aldaar bevoegde gezag zijn afgegeven en die in voldoende mate kunnen gelden als bewijs dat ten minste wordt voldaan aan de in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde eisen;
- b. een besluit van Onze Minister waarin ten aanzien van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming is verklaard dat ten minste wordt voldaan aan de in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vermelde eisen.
3. [Artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=29&z=2012-07-01&g=2012-07-01) is van overeenkomstige toepassing op de gelijkstelling krachtens het tweede lid.
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van [richtlijn 95/18/EG](31995L0018) die is verleend door een bevoegde instantie van een andere lidstaat aan een aldaar gevestigde spoorwegonderneming, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een bedrijfsvergunning, verleend op grond van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. Met een bedrijfsvergunning verleend op grond van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25), worden voorts voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld:
- a. de bij ministeriële regeling omschreven documenten die in het buitenland door het aldaar bevoegde gezag zijn afgegeven en die in voldoende mate kunnen gelden als bewijs dat ten minste wordt voldaan aan de in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde eisen;
- b. een besluit van Onze Minister waarin ten aanzien van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming is verklaard dat ten minste wordt voldaan aan de in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vermelde eisen.
3. [Artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=29&z=2012-07-25&g=2012-07-25) is van overeenkomstige toepassing op de gelijkstelling krachtens het tweede lid.
##### Artikel 31
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de uitvoering van deze paragraaf, waaronder regels over:
- a. de toepassing van de in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-01&g=2012-07-01), eerste lid, bedoelde eisen;
- a. de toepassing van de in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=28&z=2012-07-25&g=2012-07-25), eerste lid, bedoelde eisen;
- b. de verlening, weigering, wijziging, schorsing of intrekking van een bedrijfsvergunning;
@@ -544,7 +546,7 @@
##### Artikel 32
1. Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsattest aan de houder of de aanvrager van een bedrijfsvergunning, indien deze aantoont:
1. Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsattest aan de aanvrager, indien deze aantoont:
- a. bij het voorgenomen gebruik van de spoorweg te kunnen voldoen aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorschriften en
@@ -590,9 +592,9 @@
2. Het proefattest wordt verleend met het oog op het opdoen van ervaring of het testen van procedures of spoorvoertuigen ten behoeve van verlening of wijziging van een veiligheidsattest.
3. Het proefattest is ten hoogste dertien weken geldig en vervalt van rechtswege bij de verlening of de wijziging, bedoeld in het tweede lid. Indien toepassing is gegeven aan [artikel 32, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vervalt het proefattest met ingang van de dag na de laatste dag van de krachtens die bepaling gestelde termijn.
4. [Artikel 33, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=33&z=2012-07-01&g=2012-07-01), is op het proefattest van overeenkomstige toepassing.
3. Het proefattest is ten hoogste dertien weken geldig en vervalt van rechtswege bij de verlening of de wijziging, bedoeld in het tweede lid. Indien toepassing is gegeven aan [artikel 32, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=32&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vervalt het proefattest met ingang van de dag na de laatste dag van de krachtens die bepaling gestelde termijn.
4. [Artikel 33, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=33&z=2012-07-25&g=2012-07-25), is op het proefattest van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 35
@@ -626,7 +628,7 @@
4. Onze Minister kan op aanvraag, met inachtneming artikel 9 van richtlijn 2008/57/EG, een voor een subsysteem geldende technische specificatie inzake interoperabiliteit buiten toepassing laten.
5. Onze Minister verleent na de beheerder te hebben gehoord, een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een spoorvoertuig indien:
5. Onze Minister verleent na de beheerder te hebben gehoord, een aanvullende vergunning voor indienststelling indien:
- a. het spoorvoertuig reeds in een andere staat is toegelaten;
@@ -672,27 +674,27 @@
##### Artikel 38
1. Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.
2. De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en over het informatiedossier, bedoeld in [artikel 37b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.
2. De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en over het informatiedossier, bedoeld in [artikel 37b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verlening en de aanvraag van:
- a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 37b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en van aanvullende vergunning voor indienstststelling of van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 37b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
- a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 37b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en van aanvullende vergunning voor indienstststelling of van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 37b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registreren of bewaren van gegevens over:
- a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in [artikel 36, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), of van de verklaring, bedoeld in [artikel 37b, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld [artikel 37b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en
- d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 37b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
- a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in [artikel 36, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), of van de verklaring, bedoeld in [artikel 37b, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld [artikel 37b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en
- d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 36, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in [artikel 37b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 39
@@ -724,13 +726,13 @@
##### Artikel 42
1. Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), af te geven indien niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie is voldaan aan artikel 36, derde lid, onderdelen a en b.
2. Het is verboden een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, voor een interoperabiliteitsonderdeel af te geven, indien niet voldaan is aan [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=40&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Het is verboden een EG-keuringsverklaring als bedoeld in [artikel 36, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), af te geven indien niet blijkens een geldige verklaring van een aangemelde instantie is voldaan aan artikel 36, derde lid, onderdelen a en b.
2. Het is verboden een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, voor een interoperabiliteitsonderdeel af te geven, indien niet voldaan is aan [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=40&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 43
1. De fabrikant van interoperabiliteitsonderdelen en zijn in Nederland gevestigde gemachtigde die in strijd met [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=42&z=2012-07-01&g=2012-07-01), een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG voor een interoperabiliteitsonderdeel hebben afgegeven, zijn verplicht op eerste vordering van Onze Minister en binnen een door hem te stellen termijn het verzuim te herstellen. Zij zijn verplicht de daarbij door Onze Minister te geven aanwijzingen op te volgen.
1. De fabrikant van interoperabiliteitsonderdelen en zijn in Nederland gevestigde gemachtigde die in strijd met [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=42&z=2012-07-25&g=2012-07-25), een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG voor een interoperabiliteitsonderdeel hebben afgegeven, zijn verplicht op eerste vordering van Onze Minister en binnen een door hem te stellen termijn het verzuim te herstellen. Zij zijn verplicht de daarbij door Onze Minister te geven aanwijzingen op te volgen.
2. Indien de fabrikant of zijn in Nederland gevestigde gemachtigde niet voldoet aan het eerste lid neemt Onze Minister met toepassing van artikel 14 van richtlijn 2008/57/EG maatregelen, om het in de handel brengen van het betrokken interoperabiliteitsonderdeel te beperken of te verbieden dan wel het uit de handel te doen nemen.
@@ -744,7 +746,7 @@
##### Artikel 46
1. Voor elk spoorvoertuig waaraan Onze Minister een voertuignummer als bedoeld in [artikel 37, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), heeft toegekend, is er een met het onderhoud belaste entiteit.
1. Voor elk spoorvoertuig waaraan Onze Minister een voertuignummer als bedoeld in [artikel 37, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), heeft toegekend, is er een met het onderhoud belaste entiteit.
2. Het eerste lid geldt niet voor bij ministeriële regeling met inachtneming van artikel 2 van richtlijn 2004/49/EG aangewezen spoorvoertuigen.
@@ -760,11 +762,11 @@
8. Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan wordt aan het zevende lid.
9. De met het onderhoud belaste entiteit is degene die als zodanig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), is ingeschreven.
9. De met het onderhoud belaste entiteit is degene die als zodanig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), is ingeschreven.
##### Artikel 47
1. De spoorwegonderneming of de houder dragen er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), is ingeschreven, overeenkomstig de geldende specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd.
1. De spoorwegonderneming of de houder dragen er zorg voor dat een door hen gebruikt spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), is ingeschreven, overeenkomstig de geldende specificaties inzake interoperabiliteit wordt geëxploiteerd.
2. Onze Minister kan het gebruik met een spoorvoertuig van hoofdspoorweginfrastructuur verbieden indien ter zake van het spoorvoertuig niet voldaan is aan het eerste lid.
@@ -772,9 +774,9 @@
##### Artikel 48
1. Het is verboden onderhoud en herstel van spoorvoertuigen die beschikken over een volledige inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01) te laten uitvoeren door anderen dan daartoe door Onze Minister erkende natuurlijke personen of rechtspersonen.
2. Een erkenning wordt verleend indien wordt voldaan aan de daarvoor bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
1. Het is verboden onderhoud en herstel van spoorvoertuigen die beschikken over een volledige inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25) te laten uitvoeren door anderen dan daartoe door Onze Minister erkende natuurlijke personen of rechtspersonen.
2. Een erkenning wordt verleend indien wordt voldaan aan de daarvoor bij regeling van Onze Minister gestelde eisen.
3. Met een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een erkenning, afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, welke erkenning is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
@@ -828,13 +830,13 @@
1. Een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie anders dan die van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent, beschikt, behoudens bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, over:
- a. één of meer beoordelingen door Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), voor de desbetreffende veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring en een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven door een door Onze Minister erkend keuringsinstituut, of
- a. één of meer beoordelingen door Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), voor de desbetreffende veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring en een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven door een door Onze Minister erkend keuringsinstituut, of
- b. een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5).
2. Een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent, beschikt over:
- a. één of meer beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), voor de desbetreffende veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden en een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven door een door Onze Minister erkend keuringsinstituut, of
- a. één of meer beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), voor de desbetreffende veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden en een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven door een door Onze Minister erkend keuringsinstituut, of
- b. een geldige machinistenvergunning die in een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven.
@@ -844,13 +846,13 @@
##### Artikel 51
1. Degene onder wiens gezag binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend verschaft, behoudens bij algemene maatregel van bestuur omschreven uitzonderingen, aan degene die de betrokken functie uitoefent, die beschikt over de in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=50&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde documenten en die naar zijn oordeel beschikt over de voor de uitoefening van die functie vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, een bedrijfspas.
1. Degene onder wiens gezag binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend verschaft, behoudens bij algemene maatregel van bestuur omschreven uitzonderingen, aan degene die de betrokken functie uitoefent, die beschikt over de in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=50&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde documenten en die naar zijn oordeel beschikt over de voor de uitoefening van die functie vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, een bedrijfspas.
2. De bedrijfspas voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
3. Het eerste lid geldt niet voor een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent en aan wie degene onder wiens gezag die veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend een bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt.
4. De houder van een bedrijfspas en de houder van een bevoegdheidsbewijs als bedoeld in het derde lid zijn verplicht die pas onderscheidenlijk dat bewijs op eerste vordering te tonen aan de krachtens de [artikelen 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=69&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=86&z=2012-07-01&g=2012-07-01) met het toezicht op de naleving onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten belaste personen.
4. De houder van een bedrijfspas en de houder van een bevoegdheidsbewijs als bedoeld in het derde lid zijn verplicht die pas onderscheidenlijk dat bewijs op eerste vordering te tonen aan de krachtens de [artikelen 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=1&artikel=69&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=86&z=2012-07-25&g=2012-07-25) met het toezicht op de naleving onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten belaste personen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
@@ -866,9 +868,9 @@
Het is verboden een veiligheidsfunctie binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem te doen uitoefenen door een persoon:
- a. die niet beschikt over de in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=50&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde documenten;
- b. waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat hij niet voldoet aan de voor de uitoefening van de functie gestelde eisen als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
- a. die niet beschikt over de in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=50&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde documenten;
- b. waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat hij niet voldoet aan de voor de uitoefening van de functie gestelde eisen als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
##### Artikel 54
@@ -892,9 +894,9 @@
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. gerechtigde: gerechtigde als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- b. toegangsovereenkomst: toegangsovereenkomst als bedoeld in [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=3&artikel=59&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- a. gerechtigde: gerechtigde als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- b. toegangsovereenkomst: toegangsovereenkomst als bedoeld in [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=3&artikel=59&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- c. kaderovereenkomst: kaderovereenkomst als bedoeld in artikel 17 van [richtlijn 2001/14/EG](32001L0014);
@@ -908,14 +910,18 @@
##### Artikel 57
Gerechtigd tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder zijn:
- a. spoorwegondernemingen en hun internationale samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 3 van [richtlijn 91/440/EEG](31991L0440) die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorwegen gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten;
1. Gerechtigd tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder zijn:
- a. spoorwegondernemingen die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorwegen gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten;
- b. concessieverleners als bedoeld in [artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) ten behoeve van openbaar vervoer per trein;
- c. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen, personen of rechtspersonen.
2. De spoorwegonderneming doet uiterlijk tien maanden voor aanvang van de geldigheidsperiode van de dienstregeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2001/14/EG waarin hij met het grensoverschrijdend personenvervoer wil aanvangen aan de raad van bestuur NMa en de beheerder melding van het voornemen om voor dat vervoer capaciteit aan te vragen.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor wijzigingen van het grensoverschrijdend personenvervoer.
#### § 6. De verzekeringsplicht
##### Artikel 58
@@ -966,11 +972,11 @@
##### Artikel 61
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verdeling van capaciteit. Die regels kunnen strekken ter bescherming van het milieu.
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verdeling van capaciteit. Die regels kunnen strekken ter bescherming van het milieu.
2. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden minimale niveaus van capaciteit vastgesteld voor daarbij aangegeven deelmarkten van het goederenvervoer en het personenvervoer en worden regels gesteld over de prioriteitscriteria, bedoeld in artikel 22, derde tot en met vijfde lid, van [richtlijn 2001/14/EG](32001L0014).
3. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald in welke gevallen capaciteit tot een bepaald tijdstip is voorbehouden voor bepaalde soorten gebruik van de hoofdspoorwegen en vanaf welk tijdstip deze capaciteit beschikbaar is voor ander gebruik.
3. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald in welke gevallen capaciteit tot een bepaald tijdstip is voorbehouden voor bepaalde soorten gebruik van de hoofdspoorwegen en vanaf welk tijdstip deze capaciteit beschikbaar is voor ander gebruik.
4. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
@@ -1052,7 +1058,7 @@
##### Artikel 68
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de kostenoriëntatie, bedoeld in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en nadere regels ter waarborging van de toegang, op een niet-discriminerende grondslag, tot diensten en voorzieningen als bedoeld in dat artikel. Die nadere regels kunnen in elk geval inhouden dat de rechthebbende:
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de kostenoriëntatie, bedoeld in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en nadere regels ter waarborging van de toegang, op een niet-discriminerende grondslag, tot diensten en voorzieningen als bedoeld in dat artikel. Die nadere regels kunnen in elk geval inhouden dat de rechthebbende:
- a. jaarlijks bekendmaakt:
@@ -1068,7 +1074,7 @@
##### Artikel 69
1. Behoudens [artikel 70, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=70&z=2012-07-01&g=2012-07-01), zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen personen.
1. Behoudens [artikel 70, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=70&z=2012-07-25&g=2012-07-25), zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen personen.
2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid bevat een aanduiding van de voorschriften op naleving waarvan toezicht wordt gehouden.
@@ -1082,9 +1088,9 @@
2. De bij besluit van de raad van bestuur NMa aangewezen ambtenaren van deze autoriteit zijn belast met:
- a. voor de toepassing van het eerste lid: het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens [artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=17&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=27&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [57 tot en met 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=68&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en [95, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=95&z=2012-07-01&g=2012-07-01);
- b. voor de toepassing van het eerste lid en [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=71&z=2012-07-01&g=2012-07-01): het onderzoek, bedoeld in [artikel 1 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=1).
- a. voor de toepassing van het eerste lid: het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens [artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=17&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=27&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [57 tot en met 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=68&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en [95, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=95&z=2012-07-25&g=2012-07-25);
- b. voor de toepassing van het eerste lid en [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=71&z=2012-07-25&g=2012-07-25): het onderzoek, bedoeld in [artikel 1 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=1).
3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@@ -1092,9 +1098,9 @@
##### Artikel 71
1. Een gerechtigde als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-01&g=2012-07-01) of een andere belanghebbende kan de raad van bestuur NMa schriftelijk verzoeken om te onderzoeken of de beheerder, een spoorwegonderneming of een rechthebbende als bedoeld in [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-01&g=2012-07-01) of [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=95&z=2012-07-01&g=2012-07-01) de verzoeker oneerlijk heeft behandeld, heeft gediscrimineerd of anderszins heeft benadeeld als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van [richtlijn 91/440/EEG](31991L0440) of artikel 30, tweede lid, van [richtlijn 2001/14/EG](32001L0014).
2. Een partij bij een toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01) kan de raad van bestuur NMa schriftelijk verzoeken om een oordeel over het gedrag van de wederpartij.
1. Een gerechtigde als bedoeld in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-25&g=2012-07-25) of een andere belanghebbende kan de raad van bestuur NMa schriftelijk verzoeken om te onderzoeken of de beheerder, een spoorwegonderneming of een rechthebbende als bedoeld in [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-25&g=2012-07-25) of [95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=95&z=2012-07-25&g=2012-07-25) de verzoeker oneerlijk heeft behandeld, heeft gediscrimineerd of anderszins heeft benadeeld als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van [richtlijn 91/440/EEG](31991L0440) of artikel 30, tweede lid, van [richtlijn 2001/14/EG](32001L0014).
2. Een partij bij een toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25) kan de raad van bestuur NMa schriftelijk verzoeken om een oordeel over het gedrag van de wederpartij.
3. De raad van bestuur NMa geeft zijn oordeel over de klacht uiterlijk twee maanden na ontvangst van de gegevens en bescheiden die voor zijn oordeel nodig zijn.
@@ -1106,7 +1112,7 @@
##### Artikel 72
1. De raad van bestuur NMa en de krachtens [artikel 70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=70&z=2012-07-01&g=2012-07-01), aangewezen ambtenaren gebruiken de gegevens of inlichtingen die zij hebben verkregen bij de uitoefening van hun in dat artikel bedoelde taken, uitsluitend voor de uitoefening van die taken of van de bij of krachtens de [Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691) aan hen opgedragen taken of toegekende bevoegdheden.
1. De raad van bestuur NMa en de krachtens [artikel 70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=70&z=2012-07-25&g=2012-07-25), aangewezen ambtenaren gebruiken de gegevens of inlichtingen die zij hebben verkregen bij de uitoefening van hun in dat artikel bedoelde taken, uitsluitend voor de uitoefening van die taken of van de bij of krachtens de [Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691) aan hen opgedragen taken of toegekende bevoegdheden.
2. Onze Minister kan desgevraagd aan de raad van bestuur NMa de voor de uitoefening van diens taak benodigde gegevens of inlichtingen verstrekken.
@@ -1122,13 +1128,13 @@
##### Artikel 75
De raad van bestuur NMa kan aan degene die jegens een krachtens [artikel 70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=70&z=2012-07-01&g=2012-07-01), aangewezen ambtenaar in strijd handelt met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemingsvereniging als bedoeld in [artikel 1 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=1) betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. De [artikelen 69, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=69), [70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=70), [75a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=75a), [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=77), [80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=80) en [82 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=82) zijn van overeenkomstige toepassing.
De raad van bestuur NMa kan aan degene die jegens een krachtens [artikel 70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=2&artikel=70&z=2012-07-25&g=2012-07-25), aangewezen ambtenaar in strijd handelt met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemingsvereniging als bedoeld in [artikel 1 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=1) betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. De [artikelen 69, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=69), [70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=70), [75a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=75a), [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=77), [80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=80) en [82 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=82) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 76
1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen met uitzondering van de verplichtingen als bedoeld in het tweede lid.
2. In geval van overtreding van het bepaalde krachtens [artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=17&z=2012-07-01&g=2012-07-01), of het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=27&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [57 tot en met 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=6&artikel=63&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=68&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en [95, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=95&z=2012-07-01&g=2012-07-01), kan de raad van bestuur NMa de overtreder:
2. In geval van overtreding van het bepaalde krachtens [artikel 17, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=17&z=2012-07-25&g=2012-07-25), of het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=1&artikel=27&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [57 tot en met 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=1&artikel=57&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=6&artikel=63&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=67&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=5&artikel=68&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en [95, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=95&z=2012-07-25&g=2012-07-25), kan de raad van bestuur NMa de overtreder:
- a. een bestuurlijke boete opleggen;
@@ -1140,7 +1146,7 @@
##### Artikel 77
1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 33, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=33&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [37b, eerste en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=53&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en [96, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=10&artikel=96&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de [artikelen 33, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=33&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [37b, eerste en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=53&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en [96, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=10&artikel=96&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
@@ -1156,9 +1162,9 @@
1. Voor de overtredingen gelden de volgende vaste bedragen van de bestuurlijke boete:
- a. voor overtreding van de [artikelen 36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [37b, eerste en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=53&z=2012-07-01&g=2012-07-01): € 10.000;
- b. voor overtreding van de [artikelen 33, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=33&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [96, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=10&artikel=96&z=2012-07-01&g=2012-07-01): € 50.000.
- a. voor overtreding van de [artikelen 36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [37b, eerste en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=53&z=2012-07-25&g=2012-07-25): € 10.000;
- b. voor overtreding van de [artikelen 33, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=33&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [96, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=10&artikel=96&z=2012-07-25&g=2012-07-25): € 50.000.
2. Indien de boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling vermeld in het eerste lid is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de onderstaande categorie-indeling naar omzet van toepassing met de daarbij behorende factor. De omzet is de omzet in het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van overtreding. De boete wordt vastgesteld door het in het eerste lid vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de onderstaande omzet-categorie:
@@ -1208,13 +1214,13 @@
##### Artikel 87
1. Overtreding van de [artikelen 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=21&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [22, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=22&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en [51, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=51&z=2012-07-01&g=2012-07-01), alsmede overtreding van de krachtens [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en de [artikelen 64, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=7&artikel=64&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [65, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=7&artikel=65&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=94&z=2012-07-01&g=2012-07-01) vastgestelde voorschriften, voorzover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Overtreding van de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [22, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=22&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en [65, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=7&artikel=65&z=2012-07-01&g=2012-07-01), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
3. Overtreding van [artikel 4, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [artikel 88, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=88&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [artikel 89, tweede, zesde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=89&z=2012-07-01&g=2012-07-01), wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
4. Bij veroordeling van een persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent, wegens overtreding van [artikel 4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), kan hem de bevoegdheid tot het uitoefenen van die functie voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.
1. Overtreding van de [artikelen 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=21&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [22, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=22&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en [51, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=51&z=2012-07-25&g=2012-07-25), alsmede overtreding van de krachtens [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en de [artikelen 64, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=7&artikel=64&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [65, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=7&artikel=65&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=9&artikel=94&z=2012-07-25&g=2012-07-25) vastgestelde voorschriften, voorzover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Overtreding van de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [22, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=22&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en [65, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=4¶graaf=7&artikel=65&z=2012-07-25&g=2012-07-25), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
3. Overtreding van [artikel 4, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [artikel 88, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=88&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [artikel 89, tweede, zesde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=89&z=2012-07-25&g=2012-07-25), wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
4. Bij veroordeling van een persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent, wegens overtreding van [artikel 4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), kan hem de bevoegdheid tot het uitoefenen van die functie voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.
5. Bij veroordeling van een persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent, wegens overtreding van het bepaalde krachtens deze wet, kan hem in die gevallen waarin dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, de bevoegdheid tot het uitoefenen van die functie voor ten hoogste twee jaar worden ontzegd.
@@ -1222,7 +1228,7 @@
##### Artikel 88
1. Een van de bij of krachtens [artikel 86 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=86&z=2012-07-01&g=2012-07-01) of [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) met de opsporing van strafbare feiten belaste ambtenaren, kan een in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde persoon van wie, uit het in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde onderzoek of op andere wijze, naar het oordeel van die ambtenaar gebleken is dat hij onder zodanige invloed van het gebruik van een stof als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), verkeert, dat hij onvoldoende in staat is een veiligheidsfunctie uit te oefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht te houden, een verbod opleggen tot het uitoefenen van die functie of tot het houden van toezicht daarop, voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren tot ten hoogste vierentwintig uur. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op degene die aanstalten maakt een veiligheidsfunctie te gaan uitoefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht te houden.
1. Een van de bij of krachtens [artikel 86 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=86&z=2012-07-25&g=2012-07-25) of [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) met de opsporing van strafbare feiten belaste ambtenaren, kan een in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde persoon van wie, uit het in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde onderzoek of op andere wijze, naar het oordeel van die ambtenaar gebleken is dat hij onder zodanige invloed van het gebruik van een stof als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), verkeert, dat hij onvoldoende in staat is een veiligheidsfunctie uit te oefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht te houden, een verbod opleggen tot het uitoefenen van die functie of tot het houden van toezicht daarop, voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren tot ten hoogste vierentwintig uur. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op degene die aanstalten maakt een veiligheidsfunctie te gaan uitoefenen dan wel op de uitoefening van zodanige functie toezicht te houden.
2. De ambtenaar die een verbod als bedoeld in het eerste lid oplegt, legt dit vast in een beschikking die het tijdstip van ingang en de duur van het verbod bevat.
@@ -1230,13 +1236,13 @@
##### Artikel 89
1. Bij verdenking dat een persoon heeft gehandeld in strijd met [artikel 4, eerste, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), kan de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=88&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde ambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Bij verdenking dat een persoon heeft gehandeld in strijd met [artikel 4, eerste, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), kan de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=6¶graaf=4&artikel=88&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde ambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. Degene aan wie het in het eerste lid bedoelde bevel is gegeven, is verplicht ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en gevolg te geven aan alle door de betrokken ambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.
3. De in het tweede lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
4. In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de betrokken ambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Gelijke bevoegdheid heeft de betrokken ambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
4. In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de betrokken ambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25). Gelijke bevoegdheid heeft de betrokken ambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
5. Indien de verdachte zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.
@@ -1244,23 +1250,23 @@
7. De in het zesde lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
8. De krachtens het zevende lid van de in het zesde lid genoemde verplichtingen vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bevolen onderzoek ten einde op andere wijze dan door bloed- of ademonderzoek het gebruik van de in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), bedoelde stoffen of het in [artikel 4, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), genoemde gehalte vast te stellen.
8. De krachtens het zevende lid van de in het zesde lid genoemde verplichtingen vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bevolen onderzoek ten einde op andere wijze dan door bloed- of ademonderzoek het gebruik van de in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), bedoelde stoffen of het in [artikel 4, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), genoemde gehalte vast te stellen.
9. Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, kan hem met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, door een arts de in het zesde lid bedoelde hoeveelheid bloed worden afgenomen, tenzij aannemelijk is dat dit bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Zo nodig kan hem overeenkomstig het vijfde lid worden bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte aan wie een zodanig bevel is gegeven, is verplicht zijn medewerking te verlenen. Indien de verdachte weigert zijn medewerking te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd.
10. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze van uitvoering van [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en van dit artikel. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de mogelijkheid tot het doen verrichten van een tegenonderzoek. Bij regeling van Onze Minister van Justitie worden in de bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen voorschriften ter uitvoering van die regels vastgesteld.
10. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze van uitvoering van [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=1&artikel=4&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en van dit artikel. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de mogelijkheid tot het doen verrichten van een tegenonderzoek. Bij regeling van Onze Minister van Justitie worden in de bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen voorschriften ter uitvoering van die regels vastgesteld.
#### § 5. Beroep
##### Artikel 90
In afwijking van [artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7) is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet, met uitzondering van besluiten op grond van de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=21&z=2012-07-01&g=2012-07-01), de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
In afwijking van [artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7) is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet, met uitzondering van besluiten op grond van de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=19&z=2012-07-25&g=2012-07-25) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=21&z=2012-07-25&g=2012-07-25), de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
#### § 6. Heffingen
##### Artikel 91
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan het betrokken bestuursorgaan een vergoeding verschuldigd is volgens de daarbij vast te stellen tarieven ter zake van het overeenkomstig deze wet aanvragen of verstrekken van een bij of krachtens deze wet te nemen besluit, te verstrekken certificaat, ander document, beoordeling of verklaring of te verrichten inschrijving of wijziging van die inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan het betrokken bestuursorgaan een vergoeding verschuldigd is volgens de daarbij vast te stellen tarieven ter zake van het overeenkomstig deze wet aanvragen of verstrekken van een bij of krachtens deze wet te nemen besluit, te verstrekken certificaat, ander document, beoordeling of verklaring of te verrichten inschrijving of wijziging van die inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. De hoogte van de krachtens het eerste lid vastgestelde tarieven wordt zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de vergoedingen voor het betrokken bestuursorgaan niet uitgaan boven de geraamde lasten van het betrokken bestuursorgaan ter zake van de behandelingen van de aanvragen en het verstrekken van de besluiten en documenten, bedoeld in het eerste lid.
@@ -1278,7 +1284,7 @@
- a. aangemelde instanties;
- b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [artikel 9, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-01&g=2012-07-01), [artikel 36, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en [artikel 37b, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
- b. de instanties, belast met de toetsing, bedoeld in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=8&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [artikel 9, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=9&z=2012-07-25&g=2012-07-25), [artikel 36, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en [artikel 37b, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37b&z=2012-07-25&g=2012-07-25).
2. De instanties, de directeur en het personeel daarvan voldoen ten minste aan de toepasselijke eisen, neergelegd in bijlage VIII van richtlijn 2008/57/EG, en aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
@@ -1422,7 +1428,7 @@
##### Artikel 16a
1. Een beheerder beschikt bij de uitvoering van de taken, bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=16&z=2012-07-01&g=2012-07-01), anders dan ten behoeve van de aanleg van hoofdspoorweginfrastructuur over een geldige veiligheidsvergunning als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2004/49/EG.
1. Een beheerder beschikt bij de uitvoering van de taken, bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=2¶graaf=4&artikel=16&z=2012-07-25&g=2012-07-25), anders dan ten behoeve van de aanleg van hoofdspoorweginfrastructuur over een geldige veiligheidsvergunning als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2004/49/EG.
2. Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidszorgsysteem dat:
@@ -1460,9 +1466,9 @@
1. Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning voor indienststelling of een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type indien hij voor een spoorvoertuig van dat type een dergelijke vergunning heeft verleend.
2. Onze Minister verleent in afwijking van [artikel 36, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), een vergunning voor indienststelling respectievelijk een aanvullende vergunning voor indienststelling, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat voorzien is van een geldige dergelijke vergunning.
3. Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type intrekken,indien het type niet langer voldoet aan de krachtens [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01) geldende eisen.
2. Onze Minister verleent in afwijking van [artikel 36, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), een vergunning voor indienststelling respectievelijk een aanvullende vergunning voor indienststelling, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat voorzien is van een geldige dergelijke vergunning.
3. Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type intrekken,indien het type niet langer voldoet aan de krachtens [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25) geldende eisen.
4. De overeenstemming met een type blijkt uit een verklaring van overeenstemming die voldoet aan de daartoe bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften.
@@ -1470,7 +1476,7 @@
##### Artikel 37b
1. Het is een spoorwegonderneming verboden om met een verbeterd of vernieuwd spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), is ingeschreven, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken zonder:
1. Het is een spoorwegonderneming verboden om met een verbeterd of vernieuwd spoorvoertuig dat volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), is ingeschreven, van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken zonder:
- a. voorafgaande indiening van een informatiedossier als bedoeld in het tweede lid, en
@@ -1480,15 +1486,15 @@
3. Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling indien de omvang van de voorgenomen verbetering of vernieuwing, de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van een betrokken subsysteem of de gevolgen voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maakt of maken.
4. [Artikel 36, derde, vierde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en het krachtens tiende lid van dat artikel bepaalde zijn van toepassing, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing.
4. [Artikel 36, derde, vierde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=36&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en het krachtens tiende lid van dat artikel bepaalde zijn van toepassing, met dien verstande dat die leden van dat artikel toepassing vinden op de verbetering of vernieuwing.
5. Onze Minister kan op aanvraag, op andere gronden dan genoemd in artikel 9, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG en met inachtneming van artikel 20 van die richtlijn, een of meer voor het betrokken subsysteem vastgestelde technische specificaties inzake interoperabiliteit buiten toepassing laten.
6. Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, indien het spoorvoertuig niet volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), is ingeschreven, een aanvullende vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien de gevolgen van de de verbetering of vernieuwing voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maken.
6. Onze Minister eist op basis van het informatiedossier, bedoeld in het tweede lid, indien het spoorvoertuig niet volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), is ingeschreven, een aanvullende vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, indien de gevolgen van de de verbetering of vernieuwing voor de verenigbaarheid van het spoorvoertuig met de hoofdspoorweginfrastructuur dat noodzakelijk maken.
7. Artikel 36, vijfde lid, is van toepassing, met dien verstande dat het slechts toepassing vindt op de verbetering of vernieuwing.
8. Het is verboden van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een verbeterd of vernieuwd spoorvoertuig dat niet volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-01&g=2012-07-01), is ingeschreven, zonder:
8. Het is verboden van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik te maken met een verbeterd of vernieuwd spoorvoertuig dat niet volledig in het register, bedoeld in [artikel 37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=37&z=2012-07-25&g=2012-07-25), is ingeschreven, zonder:
- a. zonder voorafgaande indiening van een informatiedossier als bedoeld in het tweede lid, en
@@ -1502,11 +1508,11 @@
1. Onze Minister verleent op aanvraag een machinistenvergunning indien de machinist:
- a. voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde eisen inzake minimumleeftijd;
- b. beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in [artikel 50, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=50&z=2012-07-01&g=2012-07-01), en
- c. beschikt over een geldige beoordeling van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid respectievelijk van machinist met beperkte bevoegdheid.
- a. voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde eisen inzake minimumleeftijd;
- b. beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in [artikel 50, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=50&z=2012-07-25&g=2012-07-25), en
- c. beschikt over een geldige beoordeling van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid respectievelijk van machinist met beperkte bevoegdheid.
2. Onze Minister schorst of trekt de machinistenvergunning in, indien de machinist niet langer beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid of een geldige verklaring van psychologische geschiktheid.
@@ -1514,9 +1520,9 @@
4. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, verstrekt aan een machinist een bevoegdheidsbewijs indien deze:
- a. voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde eisen inzake taalbeheersing;
- b. beschikt over een geldige beoordeling van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde eisen inzake specifieke vakkennis van de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het bevoegdheidsbewijs betrekking moet hebben, en
- a. voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde eisen inzake taalbeheersing;
- b. beschikt over een geldige beoordeling van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde eisen inzake specifieke vakkennis van de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het bevoegdheidsbewijs betrekking moet hebben, en
- c. beschikt over de voor de uitoefening van die functie vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid.
@@ -1524,7 +1530,7 @@
6. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend onderzoekt periodiek of de machinist voldoet aan:
- a. de voor die veiligheidsfunctie krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde eisen inzake taalbeheersing;
- a. de voor die veiligheidsfunctie krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde eisen inzake taalbeheersing;
- b. de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake de specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het bevoegdheidsbewijs betrekking heeft, en
@@ -1552,7 +1558,7 @@
##### Artikel 51b
1. Opleidingactiviteiten met het oog op het verkrijgen van een of meer beoordelingen waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-01&g=2012-07-01), vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden en specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur worden slechts verricht door daartoe door Onze Minister erkende opleidingsinstituten.
1. Opleidingactiviteiten met het oog op het verkrijgen van een of meer beoordelingen waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de krachtens [artikel 49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=49&z=2012-07-25&g=2012-07-25), vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden en specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur worden slechts verricht door daartoe door Onze Minister erkende opleidingsinstituten.
2. Een krachtens het eerste lid, erkend opleidingsinstituut geeft op billijke en non-discriminatoire wijze toegang tot de opleidingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid.
2012-07-01
Spoorwegwet
2012-04-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 20 más
2011-11-15
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 41 más
2011-10-12
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 42 más
2011-01-01
Spoorwegwet
2009-12-31
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 42 más
2009-07-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 43 más
2009-05-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 45 más
2007-12-21
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 45 más
2007-10-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2007-03-30
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2006-12-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2006-02-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2005-08-03
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2005-07-01
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2005-03-16
Spoorwegwet — arts. 4, 117, 118 y 46 más
2005-02-15
Spoorwegwet — arts. 1, 1, 4 y 109 más
2005-01-01
Spoorwegwet
2004-12-31
Spoorwegwet — arts. 1, 1, 2 y 23 más
2004-12-31
Spoorwegwet
original version
Tekst op deze datum