Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)
| Categorie 1. | Product dat verkregen is door vergisting van ten minste 50 gewichtsprocenten dierlijke meststoffen met als nevenbestanddeel uitsluitend één of meer van de stoffen die genoemd zijn onder de in onderstaande tabel onderscheiden categorieën of subcategorieën, met dien verstande dat de stoffen genoemd onder categorie G uitsluitend worden gebruikt als nevenbestanddeel indien tevens de maximale waarden waarnaar in categorie G wordt verwezen niet worden overschreden (covergiste mest): |
|---|---|
| A | Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van een landbouwbedrijf |
| A1 | Gewas(-producten) voor humane consumptie of diervoeders |
| 1 | Weidegras, op het veld gedroogd weidegras, weidekuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, korrelmaïs, corn cob mix (CCM), gerstkorrels, haverkorrels, roggekorrels, tarwekorrels, aardappelen, suikerbieten, voederbieten, uien, witlofpennen, zaad van erwten, gehele plantsilage van erwten, zaad van lupinen, bonen/peulen van veldbonen, zonnebloempitten, zaad van kool- of raapzaad, stro van koolzaad, zaad van olievlas, zaad van vezelvlas, groente en fruit behorend tot de in bijlage A opgenomen bladgewassen, koolgewassen, kruiden, vruchtgewassen, stengel-/knol-/wortelgewassen en fruitteeltgewassen. |
| A2 | Gewas(-producten) voor de biogasproductie |
| 1 | Energiemaïs |
| 2 | Reststof die is vrijgekomen bij de aanleg en onderhoud van grasvelden binnen het gesloten hekwerk van een vliegveld en die bestaat uit ingezameld maaigras (maaisel van grasvelden van een vliegveld) |
| B | stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van natuurterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit gebruik meststoffen |
| 1 | Weidegras en op het veld gedroogd weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen. |
| B1 | Weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen. |
| C | Stoffen afkomstig uit de voedings- en genotmiddelenindustrie |
| C1 | Stoffen van plantaardige herkomst |
| 1 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater met een droge stofpercentage van minimaal 50% (protamylasse). |
| 2 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het vrijkomende afvalwater (primair aardappelzetmeelslib). |
| 3 | Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat). |
| 4 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen aardappelen en die bestaat uit aardappelschillen in water (aardappelstoomschillen). |
| 5 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen). |
| 6 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van zetmeel, eiwit, kiemen en vezel van maïs en die bestaat uit ingedampt (geconcentreerd) weekwater met een drogestofgehalte van minimaal 50% (geconcentreerd maïsweekwater). |
| 7 | Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte frisdranken of licht alcoholische dranken die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte frisdranken of licht-alcoholische dranken en is vrij van verpakkingsmateriaal (vloeibaar mengsel van frisdranken en licht alcoholische dranken). |
| 8 | Reststof die met behulp van water en fysische processen al dan niet als ingedikte vloeibare reststroom is vrijgekomen bij de fabrieksmatige scheiding van tarwebloem in tarwezetmeel en tarwe-eiwit (gluten) bestemd voor de levensmiddelenindustrie (tarwezetmeel). |
| 9 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van conserven en die bestaat uit een mengsel van uitgeselecteerde droge witte bonen of uitgeselecteerde geweekte geblancheerde witte bonen die ongeschikt zijn voor humane consumptie (mengsel van witte bonen). |
| 10 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van tarwebloem tot gluten, zemelen en zetmeel bestemd voor de levensmiddelenindustrie en die bestaat uit een geconcentreerde suikerrijke deelstroom (tarweindampconcentraat). |
| 11 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig mechanisch schillen van gewassen sinaasappelen voor de productie van sinaasappelsap bestemd voor menselijke consumptie (schilresten van sinaasappelen). |
| 12 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe, niet ontslijmde, plantaardige olie – uitsluitend afkomstig van zaden van koolzaad, raapzaad, sojaboon of zonnebloem – door middel van fysische scheiding en waarbij het hydrofiel gedeelte van de olie in water oplost dan wel een zwak zure oplossing vormt en die bestaat uit fosfolipiden, wateroplosbare vetten, olie en eventueel zuurresten in water (waterig lecithine-oliemengsel). |
| 13 | Reststof die is vrijgekomen bij het filteren door mechanische scheiding van zuiver plantaardige olie, waarin voorgesneden en geblancheerde patat van aardappelen met vooraf aangebracht beslag, battermix of kruiden is voorgebakken en die bestaat uit resten beslag/battermix met zetmeel- en olieresten. (aardappelvetkruim). |
| 14 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van sojadranken door verwerking van ontpelde sojabonen en die bestaat uit een mengsel van kookvocht en de afgescheiden slecht oplosbare fractie (mengsel van okara en kookvocht). |
| 15 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van vooraf gewassen aardappelen, gele koolraap, witte koolraap, witte bieten en knolselderij tot luchtgedroogde groenten waarbij deze met een stoomschiller worden geschild, afgeborsteld en met water afgespoeld en vervolgens gedroogd met lucht. De reststof bestaat uit de vaste delen die met een zeefbocht zijn afgescheiden van de afvalwaterstroom die uit de stoomschiller komt en uit de knollen die na het schillen vanwege rot of kleurafwijking zijn uitgesorteerd. (stoomschillen van knolgewassen). |
| 16 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit gereinigde brokstukken van de biet, met name de dunne uiteinden, en delen van bietenbladeren, al dan niet ingekuild. (bietenpunten). |
| 17 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten via een proces van wassen, snijden en extraheren met heet water ten behoeve van de winning van suiker en dat uitsluitend bestaat uit het geperste snijdsel (bietenperspulp). |
| 18 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en die uitsluitend bestaat uit al dan niet ontwaterde, vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en distillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienpulp). |
| 19 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en dat uitsluitend bestaat uit het perssap van pulp van vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en destillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienperssap). |
| 20 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van geschoonde en gewassen zetmeelaardappelen die zijn fijn gemaakt met behulp van raspen en waaruit aardappelzetmeel en aardappelvruchtwater zijn verwijderd en dat vervolgens met persen ontwaterd is (aardappelpersvezels). |
| 21 | Reststof die is vrijgekomen bij het brouwen van bier en bestaat uit uitgetrokken en afgewerkte mout en dat uitsluitend bestaat uit het omhulsel van kaf, vruchtwand of zaadhuid en niet in warm water oplosbare bestanddelen van gerst of tarwe (bierbostel). |
| 22 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van cichoreiwortelen tot inuline en fructosestroop en dat uitsluitend bestaat uit het uitgewassen en uitgeperste snijdsel (cigarant). |
| 23 | Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit eiwit en/of zetmeel is verwijderd en waaruit eventueel vocht door persing is onttrokken en hoofdzakelijk bestaat uit celwanden en zetmeel (erwten(pers)vezel). |
| 24 | Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit celwanden en zetmeel verwijderd is en hoofdzakelijk bestaat uit eiwit (erwteneiwit). |
| 25 | Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit eiwit en/of zetmeel onttrokken is en gemengd is met erwteneiwit (erwtencrème). |
| 26 | Reststof die is vrijgekomen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van kool- en raapzaadschilfers en hoofdzakelijk bestaat uit celwanden, zetmeel en eiwit afkomstig van koolzaad of raapzaad (koolzaadschroot of raapzaadschroot). |
| 27 | Bijproduct die vrijgekomen is bij de verwerking van geschoonde gerst tot gort, grutten of bloem en vrijwel uitsluitend bestaat uit het endospermen fijne schilddeeltjes (doppen) van de gerstkorrel (gersteslijpmeelpellets). |
| 28 | Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels en overwegend bestaat uit gries, fijne tarwestof van doorval door zeven en afzuiginstallaties, afgekeurde bloem, tarwebloem, gebroken tarwe en onkruidzaden (tarwevoergriespellets). |
| 29 | Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van geschoonde gerstekorrels tot mout en die in hoofdzaak bestaat uit de gerstpellen (gerstpellen). |
| 30 | Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol uit vergist beslag van graan nadat de alcohol (ethanol, bioethanol) door destillatie is verwijderd en dat in hoofdzaak bestaat uit de vaste residuen van granen al dan niet gedroogd (graanspoeling, gedroogde graanspoeling). |
| 31 | Reststof verkregen bij de verwerking van geschoonde, gebrande en gemalen koffiebonen tot koffie-extract en die bestaat uit het bezinksel van gemalen geëxtraheerde gebrande en gemalen koffiebonen (koffiedik). |
| 32 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van cichoreiwortelen tot inuline en fructosestroop en die uitsluitend bestaat uit de gewassen afgebroken wortelpunten van wortelen met enig aanhangend blad van cichorei (cichoreipunten). |
| 33 | reststof die vrijkomt bij de productie van gehydrolyseerde eiwitten uit de hoofdgrondstof soja (met daarnaast maïsglutenmeel, tarweglutenmeel, zonnebloemschroot, raapschroot) door autoclaveren, als bestanddeel voor soep (Voedings- en Genotsmiddelenindustrie) en die bestaat uit de dikke fractie vrijkomend bij filtratie over een trommelscheider (reststof van hydrolyse van plantaardige eiwitten). |
| C2 | Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst |
| 1 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte vloeibare zuivelproducten die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. De reststof bestaat uit uitgepakte vloeibare zuivelproducten of mengsels daarvan en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte vloeibare zuivelproducten en mengsels daarvan). |
| 2 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bereiding van consumptie-ijs en die bestaat uit grondstofresten, ijsmixresten en afgekeurde ijsproducten en vrij is van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (ijsafval). |
| 3 | Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie). |
| 4 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van lactose door scheiding uit het permeaat dat is verkregen door ultrafiltratie van zoete kaaswei (delactosed permeate liquid). |
| 5 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van uitsluitend de voedingsmiddelen salades, sauzen en quiches en die bestaat uit slib na fysisch chemische zuivering van afvalwater door flocculatie en flotatie (voedingsmiddelen flotatieslib). |
| 6 | Reststof die is vrijgekomen bij de productie van brood en banket en die bestaat uit resten brood, koek, banket en deegresten en die zijn uitgevallen bij het productieproces en oorspronkelijk bestemd waren om in voedingsmiddelen te verwerken en niet bestaan uit veegvuil, productievreemde delen, keukenafval en etensresten (bakkerijrestproducten). |
| 7 | Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van kaas, kwark of caseïne en hoofdzakelijk bestaat uit melksuiker (lactose), resten eiwit en resten melkvet en mineralen van melk. De reststof kan geconcentreerd of gedroogd zijn (wei, weiconcentraat of gedroogde wei). |
| 8 | Reststof die is vrijgekomen bij het ontkorsten van kaas afkomstig van gepasteuriseerde koeienmelk en bestemd is voor levensmiddelen en die bestaat uit kaas, kaaskorst en maximaal 3% kaaskorstbedekkingsmiddel van copolymeren van vinylacetaat en maximaal 0,0006% Natamycine (E235) bevat (kaasschaafsel). |
| 9 | Reststof die is vrijgekomen bij de productie van melkzuurbacteriën bestemd voor de productie van kaas, kwark, yoghurt of karnemelk via een fermentatieproces en waaruit melkzuurbacteriën door een centrifugestap zijn verwijderd. De reststof bestaat uit resten van een vloeibaar groeimedium voor melkzuurbacteriën (supernatant, precipitaatvrij, waterig restant van groeimedium voor melkzuurbacteriën). |
| 10 | Reststof die vrijkomt als zuiveringsslib van een aerobe zuiveringsstap op AWZI van afvalwater van een kaasfabriek met sporen afvalwater van huishoudens, gevolgd door langdurige opslag en die bestaat uit de resten van actief slib en bezonken bestanddelen uit afvalwater en waarin pathogenen afdoende zijn afgedood (zuiveringsslib van kaasfabriek). |
| 11 | Reststof die is vrijgekomen bij zuivering van afvalwater van een fabriek die runderhuiden dan wel varkenshuiden verwerkt tot gelatine bestemd voor menselijke consumptie en die bestaat uit steekvast zuiveringsslib afkomstig van de afvalwaterzuiveringsinstallatie (steekvast zuiveringsslib van afvalwaterzuivering van gelatineproductie uit runder- dan wel varkenshuid). |
| 12 | Reststof die is vrijgekomen bij zuivering van afvalwater van een fabriek die runder- of varkenshuiden verwerkt tot gelatine bestemd voor menselijke consumptie en die bestaat uit geconcentreerd eiwit afkomstig van extractieprocessen (eiwitconcentraat van gelatineproductie uit varkens- en/of runderhuid). |
| 13 | Reststof die is vrijgekomen bij zuivering van afvalwater van een fabriek die runder- of varkenshuiden verwerkt tot gelatine bestemd voor menselijke consumptie en die bestaat uit restvet afkomstig van de afvalwaterzuiveringsinstallatie (restvet van gelatineproductie uit varkens- en/of runderhuid). |
| 14 | Reststof die is vrijgekomen bij zuivering van afvalwater van een fabriek die runder- of varkenshuiden verwerkt tot gelatine bestemd voor menselijke consumptie en die bestaat uit niet in water oplosbare huiddelen die resteren na extractie van gelatine en afgescheiden zijn met behulp van een centrifuge (steekvaste fractie van water onoplosbare huiddelen van gelatineproductie uit varkens- en/of runderhuid). |
| 15 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van uitsluitend de voedingsmiddelen salades, sauzen en quiches en die uitsluitend bestaat uit ingedikt zetmeelhoudend slib van de voorbezinker van afvalwater van een voedingsmiddelenindustrie (zetmeelslib). |
| D | Stoffen afkomstig uit de diervoederindustrie |
| E | Stoffen afkomstig uit andere industrieën |
| 1 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit raapzaadolie of koolzaadolie door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht (glycerine). |
| F | Hulpstoffen of toevoegmiddelen |
| 1. | Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater via een zandbed en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (waterijzer van drinkwaterbereiding). |
| 2. | Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van proceswater uit oppervlaktewater onder gebruik van een filterstap met actief kool en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide, water en organische stof (waterijzer van proceswaterbereiding). |
| 3. | Reststof die vrijkomt bij de productie van nikkelcarbonaat uit nikkel-ijzererts en die in hoofdzaak bestaat uit ijzer(hydr)oxiden naast silicium, aluminium, calcium en magnesiumverbindingen die resteren nadat nikkelcarbonaat is afgescheiden en hulpstoffen ammoniak en koolzuur zijn verwijderd waarna een droogproces is uitgevoerd (poedervormig ijzer(hydr)oxiden van nikkel-ijzererts). |
| G | Stoffen waar de in bijlage II, onder tabel 1, bij het besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel en de in bijlage II, onder tabel 4, bij het besluit opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel voor gelden. |
| G1 | Plantaardige stoffen en stoffen afkomstig van de verwerking van plantaardige producten |
| 1. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van aardappelen en die in hoofdzaak uit bestaat uit aardappel (Solanum tuberosum. L.) en aardappelresten en die vrij is van verpakkingsmateriaal. (aardappelrestanten). |
| 2. | Reststof die is verkregen bij het snijden, wassen of blancheren van groenten en fruit bestemd voor levensmiddelenproducten (groenten- en fruitrestanten). |
| 3. | Reststof die is verkregen bij de bewerking van zaad van de zonnebloem (Helianthus annuus L.) en die bestaat uit uitgesorteerde zaden (zonnebloemzaden, uitgesorteerd). |
| 4. | Reststof die is verkregen bij het winnen van olie door persing uit zaad van zonnebloemen (Helianthus annuus L.) (zonnebloemzaadschilfers). |
| 5. | Reststof die is verkregen bij het schillen van zonnebloemzaad (Helianthus annuus L.) (zonnebloemzaadschillen). |
| 6. | Reststof die is verkregen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van zonnebloemzaadschilfers (Helianthus annuus L.) en die maximaal 1% bleekaarde bevat (zonnebloemzaad, geëxtraheerd). |
| 7. | Reststof die is verkregen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van schilfers van zonnebloemzaden (Helianthus annuus L.) waarvan de doppen gedeeltelijk of volledig zijn verwijderd en die maximaal 1% bleekaarde bevat (zonnebloemzaadschroot, ontdopt). |
| 8. | Reststof die is verkregen bij het maaien van randen langs akkers en die bestaat uit vegetatieresten met onder andere zonnebloemen (Helianthus annuus L.) (maaisel van akkerranden met zonnebloemen). |
| 9. | Reststof die is verkregen bij de bewerking van graankorrels van Tricticum aestivum L., Triticum durum Dosf. en andere gecultiveerde tarwesoorten en die bestaat uit uitgesorteerde zaden (tarwe, uitgesorteerd). |
| 10. | Reststof die is verkregen bij het kiemen van brouwtarwe en het schonen van mout en die bestaat uit kiemwortels, graankorrels, doppen en kleine gebroken gemoute tarwekorrels (tarwekiemwortels). |
| 11. | Reststof die is verkregen door gemalen of gebroken tarwe in vochtige, warme omstandigheden onder druk te behandelen en die is afgescheiden van voorverstijfselde tarwe (tarwe, voorverstijfseld). |
| 12. | Reststof die is verkregen door uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt bloem te bereiden en waaruit bloem is verwijderd en die in hoofdzaak bestaat uit fijne schilddelen en enkele andere delen van de korrel (tarwevoerbloem). |
| 13. | Reststof die is verkregen bij de productie van tarwevlokken door gepelde tarwe te stomen en te pletten en die bestaat uit resten tarwedoppen en tarwevlokken (tarwevlokken). |
| 14. | Reststof die is verkregen bij de productie van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt en die overwegend bestaat uit deeltjes van de schil en voorts uit korreldeeltjes waaruit minder endosperm is verwijderd dan bij tarwegries (tarwevoer). |
| 15. | Reststof die is verkregen bij de bereiding van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt en waaruit tarwegries is verwijderd en die overwegend bestaat uit resten van de schil, stof en endosperm (tarwegries). |
| 16. | Reststof die is verkregen door een gecombineerd procedé van het mouten en gisten van tarwe en tarwezemelengrind en dat is gedroogd en gemalen (gemoute en gegiste tarwedeeltjes). |
| 17. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van tarwe en die in hoofdzaak bestaat uit vezels (tarwevezel). |
| 18. | Reststof die is verkregen bij de bereiding van bloem en die overwegend bestaat uit al dan niet geplette tarwekiemen, waaraan eventueel nog delen van het endosperm en van de schil hechten (tarwekiemen). |
| 19. | Reststof die is verkregen bij het gisten van tarwekiemen en waarvan de micro-organismen zijn geïnactiveerd (tarwekiemen, gegist). |
| 20. | Reststof die is verkregen bij de productie van zetmeel of ethanol uit tarwe en die bestaat uit geëxtraheerd en al dan niet gehydrolyseerd tarweëiwit (tarwe-eiwit). |
| 21. | Reststof die is verkregen bij de productie van tarwezetmeel en gluten en die bestaat uit gries waarvan de kiemen eventueel gedeeltelijk zijn verwijderd en waaraan tarweperssap, gebroken tarwe en andere reststoffen van tarwezetmeel en van het raffineren van zetmeelproducten kunnen zijn toegevoegd (tarweglutenvoer). |
| 22. | Reststof die is verkregen bij de productie van zetmeel/glucose en gluten uit tarwe (tarwezetmeel, vloeibaar). |
| 23. | Reststof die is verkregen bij natte extractie van al dan niet gehydrolyseerd tarwe-eiwit en tarwezetmeel (tarweperssap). |
| 24. | Reststof die is verkregen bij de productie van alcohol uit vergist beslag van graan nadat de alcohol (ethanol, bioethanol) door destillatie is verwijderd en die in hoofdzaak bestaat uit het vloeibare residu van granen (dunne fractie graanspoeling). |
| 25. | Reststof die is verkregen bij het schonen van brouwtarwe, bestaande uit kleine brouwtarwekorrels en fracties van gebroken brouwtarwekorrels die vóór het brouwprocedé zijn gescheiden (brouwtarwevoermeel). |
| 26. | Reststof die tijdens korreloverdracht is verkregen bij het opzuigen van brouwtarwe en tarwemout (brouwtarwe en moutkorrel). |
| 27. | Reststof die is verkregen bij het schonen van brouwtarwe en die bestaat uit fracties van doppen en korrels (brouwtarwedoppen). |
| 28. | Reststof die is verkregen bij het kiemen van brouwgranen en het schonen van mout en die bestaat uit kiemwortels, graankorrels, doppen en kleine gebroken gemoute graankorrels en dat eventueel gemalen is (resten moutproces). |
| 29. | Reststof die is verkregen bij de bereiding van maïszetmeel en die hoofdzakelijk bestaat uit gluten verkregen door afscheiden van het zetmeel (maïsgluten) |
| 30. | Reststof die is verkregen bij de oogst van bloembollen en die bestaat uit restmateriaal van de teelt, in het bijzonder dit zijn bollen (inclusief kralen) of knollen die niet goed gegroeid zijn, zieke bollen of knollen, bolhuiden en pelresten (bloembollen). |
| 31. | Reststof die is verkregen bij het in bloei trekken van bollen en knollen en bloembollenloof en die bestaat uit halve of hele bollen en niet marktbare bloemtakken (waterbloeitulpen) |
| 32. | Reststof die is verkregen bij het sorteren van bloembollen en die bestaat uit restmateriaal, in het bijzonder te kleine en/of beschadigde bollen (inclusief kralen) of knollen, bolhuiden en pelresten (afval bij het sorteren van bloembollen). |
| 33. | Reststof die is verkregen bij de oogst van bloembollen afkomstig van biologische productiemethoden en die bestaat uit restmateriaal van de teelt, in het bijzonder dit zijn bollen (inclusief kralen) of knollen die niet goed gegroeid zijn, zieke bollen of knollen, bolhuiden en pelresten (biologische bloembollen). |
| 34. | Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit het gedroogde, door de zaadhuid bedekte endosperm van het zaad van de kokospalm (Cocos Nucifera L.) (kokosschilfers). |
| 35. | Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit kool- en raapzaad (raapzaadolie). |
| 36. | Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit zoveel mogelijk van de steenschaal ontdane zaden van de volgende soorten oliepalm: (Elaeis guineensis Jacq., Coroza oleifera (HBK), L., H. Bailey (Elaeis melanococca auct.) (palmolie) |
| 37. | Reststof die is verkregen bij het malen van voederrijst en die bestaat uit de buitenste lagen van de korrel (zaadhuid, zaadvlies, kern, aleuron) met een deel van de kiem (rijstevoermeel). |
| 38. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van onbehandeld hout en die in hoofdzaak bestaat uit poeder of schilfers van hout (zaagsel). |
| 39. | Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit zaad van zonnebloemen (Helianthus annuus L.) (zonnebloemolie). |
| 40. | Reststof afkomstig van de voedings-, genotmiddelen- of diervoederindustrie die bestaat uit een enkelvoudig concentraat of een enkelvoudige grondstof die wegens non-conformiteiten niet GMP+-waardig is. |
| 41. | Reststof die is verkregen bij de oogst van tarwe en bestaande uit stof van tarwe, kaf, kafdeeltjes, tarwekorrel, delen van tarwekorrels en stroresten (kaf, stro van kaf en koren). |
| 42. | Reststof die is verkregen bij het schonen van granen door zeven (zeefresten graanverwerkende industrie). |
| 43. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van suikerbieten of suikerriet en die in hoofdzaak bestaat uit suikers die resteren na suikerproductie (melasse). |
| 44. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van sojabonen en die in hoofdzaak bestaat uit suikers (sojasuiker). |
| 45. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van sojabonen en in die hoofdzaak bestaat uit het extract van onthulde en ontvette sojabonen en die vrijkomt bij de productie van soja-eiwitconcentraten (sojamelasse). |
| 46. | Reststof die is verkregen bij het bereiden of het raffineren van de suikerfractie van citrusvruchten en die bestaat uit het stroopachtige residu (citrusmelasse). |
| 47. | Reststof die is verkregen bij de bereiding van inuline uit wortels van cichorei (Cichorium intybus L)., en die hoofdzakelijk bestaat uit geschoonde delen cichorei en delen van het loof (staartjes en blad van cichoreiwortelen). |
| 48. | Reststof die is verkregen bij het schillen van schorseneren (Scorzonera hispanica L.) en die is verkregen via een stoombehandeling en die in hoofdzaak bestaat uit gestoomde schillen in water waarna eventueel gepureerd is (stoomschillen van schorseneren). |
| 49. | Reststof die is verkregen bij het ontdoppen van gegiste en vervolgens geroosterde cacaobonen (Theobroma cacao L.) en die in hoofdzaak bestaat uit gebroken doppen (cacaodoppen). |
| 50. | Reststof die is verkregen bij de productie van aardappelen tot frites bestemd voor levensmiddel en bestaat uit gefrituurde aardappelresten (voorgebakken frites). |
| 51. | Reststof die is verkregen bij de bierbereiding en die bestaat uit bier dat niet voor menselijke consumptie kan worden verkocht (voerbier). |
| 52. | Reststof die is verkregen bij het drogen en malen van complete kruidenplanten of delen daarvan zonder extractie of toevoeging van andere stoffen (kruidenresten). |
| 53. | Reststof die is verkregen bij de productie van sap van appelen (Malus domestica L.) of cider en die in hoofdzaak bestaat uit geperste inwendige pulp en schillen die eventueel gedroogd en pectinevrij gemaakt is (appelpulp). |
| 54. | Reststof die is verkregen bij het sorteren van groenten bestemd voor levensmiddelen en die vrij is van verpakkingsmateriaal. (sorteerafval van groenten). |
| 55. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van aardappeleiwit afkomstig van zetmeelaardappelen en die resteert na wassen en opwerken van het aardappeleiwit tot diervoeder en als slib wordt weggevangen uit afvalwater (slib dat vrijkomt bij de productie van aardappeleiwit). |
| 56. | Reststof die is verkregen door het drogen van de vaste resten van gegiste granen, waaraan een deel van de spoelingsiroop of de geëvaporeerde draf is toegevoegd (donker gedroogde spoeling) |
| 57. | Reststof die is verkregen bij het evaporeren van het concentraat van de bostel na gisting en distillatie van graan gebruikt bij de productie van alcohol uit graan (graanbostelsiroop) |
| 58. | Reststof die is verkregen bij de eerste (draf-)distillatie van een moutdistilleerderij (spoeling). |
| 59. | Reststof die is verkregen bij de eerste (draf-)distillatie van een moutdistilleerderij, geproduceerd door het evaporeren van de spoeling die in de kolf achterblijft (spoelingsiroop). |
| 60. | Reststof die is verkregen bij de moutwhiskyproductie en die bestaat uit de resten van de extractie van gemoute gerst met heet water (draf). |
| 61. | Reststof die is verkregen bij de productie van bier, moutextract en whisky spirit en die bestaat uit resten van de extractie van gemalen mout met heet water en eventueel andere suiker- of zetmeelrijke toevoegsels (maischfiltergranen). |
| 62. | Reststof die is vrijgekomen bij het beheer van wegbermen en die bestaat uit de gemaaide vegetatie van grassen en kruiden en vrij is van hout, houtresten en zwerfvuil (bermmaaisel). |
| 63. | Reststof die is vrijgekomen bij het beheer van slootkanten en die bestaat uit de gemaaide vegetatie van grassen en kruiden en vrij is van hout, zwerfvuil en bagger (slootmaaisel). |
| 64. | Reststof die is verkregen bij het schonen van spelt en die bestaat uit fracties van doppen en korrels (speltdoppen). |
| 65. | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van glycerine door destillatie uit de ruwe glycerine van biodiesel- en vetzuurproductie uit alleen palmolie, sojaolie, raapzaadolie, koolzaadolie of zonnebloemolie en die bestaat uit glycerine, andere organische stoffen van plantaardige herkomst, natriumchloride en water (Organische reststof van distillatie van plantaardige glycerine van biodiesel- en vetzuurproductie). |
| G2 | Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst en stoffen afkomstig van de verwerking van dierlijke producten |
| 1. | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit dierlijke vetten en oliën door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht, uitgezonderd categorie 1 (glycerine van dierlijke herkomst). |
| 2. | Reststof die is verkregen bij de productie van diervoeders bestemd voor gezelschapsdieren en die bestaat uit resten van mengsels van voedermiddelen. Materiaal van dierlijke oorsprong kan aanwezig zijn (petfood). |
| 3. | Reststof die is verkregen bij de zuivering van afvalwater van een slachterij en bestaande uit dierlijk weefsel en ongeboren mest (slib van slachterij). |
| 4. | Reststof die is verkregen bij de melkproductie en die bestaat uit rauwe melk die door de aanwezigheid van resten antibiotica niet meer geschikt is voor gebruik als levensmiddel (rauwe boerderijmelk met resten antibiotica). |
| 5. | Reststof die is verkregen bij de productie van diervoeders bestemd voor landbouwhuisdieren en die bestaat uit resten van mengsels van voedermiddelen. Dierlijk materiaal kan aanwezig zijn (voerresten van landbouwhuisdieren). |
| 6. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van groenten bestemd voor levensmiddelenproducten en die resteert na het snijden, wassen en of blancheren. Dierlijke vetten kunnen aanwezig zijn (groenterestanten met dierlijk vet). |
| 7. | Reststof die is verkregen bij de verwerking van aardappelen en die in hoofdzaak bestaat uit aardappel (Solanum tuberosum. L.) en aardappelresten en die vrij is van verpakkingsmateriaal. Dierlijke vetten kunnen aanwezig zijn (aardappelrestanten met dierlijk vet) |
| 8. | Reststof die is verkregen bij de productie van aardappelen tot frites bestemd voor levensmiddel en die bestaat uit gefrituurde aardappelresten (voorgebakken frites met dierlijk vet). |
| 9. | Reststof die is verkregen bij de productie van biodiesel (methyl- of ethylesters van vetzuren), verkregen door omestering van oliën en vetten van onbepaalde dierlijke herkomst of een reststof verkregen bij oleochemische verwerking van vetten en oliën van dierlijke herkomst, inclusief omestering, hydrolyse of verzeping (reststoffen biodieselproductie). |
| 10. | Reststof die vrijkomt bij de bewerking van runderpensen bestemd voor humane consumptie en bestaat uit bij afvalwaterzuivering afgezeefde resten van pensen en maaginhoud (zuiveringsslib runderpens-verwerkende industrie). |
| 11. | Reststof die is vrijgekomen bij het zuiveren van spoelwater afkomstig van het schoonmaken van verpakkingen voor afgewerkte frituurolie en frituurvetten door middel van een flotatietechniek en dat bestaat uit flotatieslib met resten afgewerkte frituurolie en frituurvetten (flotatieslib van spoelwater van verpakkingen voor afgewerkte frituurolie en frituurvetten). |
| G3 | Stoffen afkomstig uit overige bronnen |
| 1. | Restoliën die zijn verkregen bij inzamelen bij restaurants, hotels, cafetaria’s etc. en niet geschikt zijn voor consumptie (frituurolie). |
| 2. | Reststof die is verkregen bij de raffinage van oliën en vetten in de voedings- en genotsmiddelen- en veevoedingsindustrie en die bestaat uit bleekaarde van bentoniet of montmorilloniet (ontoliede bleekaarde). |
2. Fosfaat (P2O5)
1. Stikstof (N)
Bijlage Ad. , behorende bij artikel 25 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Klasse | Oppervlakte (in hectare) | Oppervlakte (in hectare) | Tarief | Klasse | Oppervlakte (in hectare) | Oppervlakte (in hectare) | Tarief | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 0 | tot 5 | € 15,70 | 41 | 200,01 | tot 205 | € 1.271,70 | |
| 2 | 5,01 | 10 | € 47,10 | 42 | 205,01 | 210 | € 1.303,10 | |
| 3 | 10,01 | 15 | € 78,50 | 43 | 210,01 | 215 | € 1.334,50 | |
| 4 | 15,01 | 20 | € 109,90 | 44 | 215,01 | 220 | € 1.365,90 | |
| 5 | 20,01 | 25 | € 141,30 | 45 | 220,01 | 225 | € 1.397,30 | |
| 6 | 25,01 | 30 | € 172,70 | 46 | 225,01 | 230 | € 1.428,70 | |
| 7 | 30,01 | 35 | € 204,10 | 47 | 230,01 | 235 | € 1.460,10 | |
| 8 | 35,01 | 40 | € 235,50 | 48 | 235,01 | 240 | € 1.491,50 | |
| 9 | 40,01 | 45 | € 266,90 | 49 | 240,01 | 245 | € 1.522,90 | |
| 10 | 45,01 | 50 | € 298,30 | 50 | 245,01 | 250 | € 1.554,30 | |
| 11 | 50,01 | 55 | € 329,70 | 51 | 250,01 | 255 | € 1.585,70 | |
| 12 | 55,01 | 60 | € 361,10 | 52 | 255,01 | 260 | € 1.617,10 | |
| 13 | 60,01 | 65 | € 392,50 | 53 | 260,01 | 265 | € 1.648,50 | |
| 14 | 65,01 | 70 | € 423,90 | 54 | 265,01 | 270 | € 1.679,90 | |
| 15 | 70,01 | 75 | € 455,30 | 55 | 270,01 | 275 | € 1.711,30 | |
| 16 | 75,01 | 80 | € 486,70 | 56 | 275,01 | 280 | € 1.742,70 | |
| 17 | 80,01 | 85 | € 518,10 | 57 | 280,01 | 285 | € 1.774,10 | |
| 18 | 85,01 | 90 | € 549,50 | 58 | 285,01 | 290 | € 1.805,50 | |
| 19 | 90,01 | 95 | € 580,90 | 59 | 290,01 | 295 | € 1.836,90 | |
| 20 | 95,01 | 100 | € 612,30 | 60 | 295,01 | 300 | € 1.868,30 | |
| 21 | 100,01 | 105 | € 643,70 | 61 | 300,01 | 305 | € 1.899,70 | |
| 22 | 105,01 | 110 | € 675,10 | 62 | 305,01 | 310 | € 1.931,10 | |
| 23 | 110,01 | 115 | € 706,50 | 63 | 310,01 | 315 | € 1.962,50 | |
| 24 | 115,01 | 120 | € 737,90 | 64 | 315,01 | 320 | € 1.993,90 | |
| 25 | 120,01 | 125 | € 769,30 | 65 | 320,01 | 325 | € 2.025,30 | |
| 26 | 125,01 | 130 | € 800,70 | 66 | 325,01 | 330 | € 2.056,70 | |
| 27 | 130,01 | 135 | € 832,10 | 67 | 330,01 | 335 | € 2.088,10 | |
| 28 | 135,01 | 140 | € 863,50 | 68 | 335,01 | 340 | € 2.119,50 | |
| 29 | 140,01 | 145 | € 894,90 | 69 | 340,01 | 345 | € 2.150,90 | |
| 30 | 145,01 | 150 | € 926,30 | 70 | 345,01 | 350 | € 2.182,30 | |
| 31 | 150,01 | 155 | € 957,70 | 71 | 350,01 | 355 | € 2.213,70 | |
| 32 | 155,01 | 160 | € 989,10 | 72 | 355,01 | 360 | € 2.245,10 | |
| 33 | 160,01 | 165 | € 1.020,50 | 73 | 360,01 | 365 | € 2.276,50 | |
| 34 | 165,01 | 170 | € 1.051,90 | 74 | 365,01 | 370 | € 2.307,90 | |
| 35 | 170,01 | 175 | € 1.083,30 | 75 | 370,01 | 375 | € 2.339,30 | |
| 36 | 175,01 | 180 | € 1.114,70 | 76 | 375,01 | 380 | € 2.370,70 | |
| 37 | 180,01 | 185 | € 1.146,10 | 77 | 380,01 | 385 | € 2.402,10 | |
| 38 | 185,01 | 190 | € 1.177,50 | 78 | 385,01 | 390 | € 2.433,50 | |
| 39 | 190,01 | 195 | € 1.208,90 | 79 | 390,01 | 395 | € 2.464,90 | |
| 40 | 195,01 | 200 | € 1.240,30 | 80 | 395,01 | 400 | € 2.496,30 |
9. Kobalt (Co)
Bijlage B. behorende bij artikel 29 van de uitvoeringsregeling Meststoffenwet: Werkingscoëfficiënt
| Soort/herkomst meststof ¹ | Toepassing ¹ | WC |
|---|---|---|
| Drijfmest en dunne fractie | Drijfmest en dunne fractie | Drijfmest en dunne fractie |
| Drijfmest van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd | Op bedrijf met beweiding Op bedrijf zonder beweiding | 45 60 |
| Op bedrijf met beweiding Op bedrijf zonder beweiding | 45 60 | |
| Drijfmest van graasdieren aangevoerd | 60 | |
| Drijfmest van varkens | Op klei- en veengrond Op zand en lössgrond | 60 80 |
| Drijfmest van overige diersoorten | 60 | |
| Dunne fractie na mestbewerking en gier | 80 | |
| Vaste mest | Vaste mest | Vaste mest |
| Van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd | Op bouwland op klei- en veengrond, in de periode van 1 september t/m 31 januari | 30 |
| Van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd | Overige toepassingen op bedrijf met beweiding | 45 |
| Van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd | Overige toepassingen op bedrijf zonder beweiding | 60 |
| Van graasdieren aangevoerd | Op bouwland op klei- en veengrond, in de periode van 1 september t/m 31 januari | 30 |
| Van graasdieren aangevoerd | Overige toepassingen | 40 |
| Van varkens, pluimvee en nertsen | 55 | |
| Van overige diersoorten | Op bouwland op klei- en veengrond, in de periode van 1 september t/m 31 januari | 30 |
| Van overige diersoorten | Overige toepassingen | 40 |
| Overig | Overig | Overig |
| Compost | 10 | |
| Champost | 25 | |
| Zuiveringsslib | 40 | |
| Overige organische meststoffen | 50 | |
| Mengsels van meststoffen | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat |
¹ Zonder nadere vermelding geldt de genoemde coëfficiënt voor alle grondsoorten, ongeacht herkomst en voor het gehele jaar, tenzij aanwenden op basis van het Besluit gebruik meststoffen is verboden
Bijlage C. behorende bij artikel 33
Vervallen
V. Protocol analyse zware metalen en arseen
2. Instrumentele analyse Cd, Cr, Cu, Ni, Pb, Zn en As
3. Instrumentele analyse Hg
Tabel IIB. Excretieforfaits per melkkoe vaste mest
3. Instrumentele analyse Hg
2. Algemene eisen
Het minimum aantal grepen dat van een geloste vracht moet worden genomen is acht.
Bijlage F
5.7. Verpakking, transport en overdracht voor analyse
6. Registratie en archivering
10. Controle op naleving
7.1. Algemeen
8. Kwaliteitsborging
8.3. Ringonderzoek
8.4. Nalevingstoezicht
9. Rapportage
10. Controle op naleving
10. Controle op naleving
Bijlage H. behorende bij artikel 80b en 81, derde en zesde lid
Hoofdstuk 1. Introductie
Opmerkingscodes
Bijlage G. behorende bij de artikelen 69w en 69x
A. Model vervoersbewijs zuiveringsslib en compost
B. opmerkingscodes
Bijlage H. behorende bij artikel 80b en 81, derde en zesde lid
Hoofdstuk 2. Algemene eisen
Hoofdstuk 1. Introductie
§ 5.1. Maken van mengmonsters
§ 4.4. Monsteropslag en conservering
§ 5.1. Maken van mengmonsters
§ 6.1. Algemeen
§ 7.2. Analyserapport
Hoofdstuk 10. Literatuur
Bijlage I. Forfaitaire mineralengehalten in dierlijke mest en mestcodes
bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Bijlage J. Forfaitaire opbrengst en mineralengehalten ruwvoer en enkelvoudig diervoer
Bijlage K. behorende bij artikel 98
I. Protocol vaststelling gehalten vochtrijke voedermiddelen
1. Algemeen
3. Uitgangspunten
3. Uitgangspunten
1. Algemeen
Producten met een gering gehalte aan ruw eiwit en fosfor
4.2.6. Voor producten met minder dan 75 gram ruw eiwit per kg droge stof mag de onderneming ook het gemiddelde gehalte onderhouden door per periode van 12 maanden minimaal 6 monsters te onderzoeken. Daarbij neemt het bedrijf 4.2.3 en 4.2.4 in acht.
4.2.8. Voor de bepaling van het stikstofgehalte dient het gehalte aan ruw eiwit gedeeld te worden door 6,25 en voor bepaling van het fosfaatgehalte dient het gehalte fosfor vermenigvuldigd te worden met 2,29 kg.
4.3. Vaststelling van het benodigd aantal analyses voor onderhoud van het voortschrijdend gemiddelde gehalte
4.4. Labelgegevens
Omgekeerd kan uit dezelfde formule berekend worden hoeveel analyses nodig zijn bij een gewenst betrouwbaarheidsinterval. Bijvoorbeeld om met een zekerheid van 95% te kunnen zeggen of het werkelijke gemiddelde en het opgegeven gemiddelde niet meer verschillen van elkaar dan de in onderdeel IV bepaalde tolerantie (maximaal toelaatbare afwijking). In de onderstaande grafiek is de relatie weergegeven tussen het aantal analyses (n) en het quotiënt sd/tolerantie. Wanneer de sd van een product is vastgesteld en de tolerantie is bekend, kan via de curve op de Y-as het benodigde aantal analyses worden opgezocht.
Opmerkingen m.b.t. ruwvoer en enkelvoudig diervoer
1. Algemeen
4.3. Vaststelling van het benodigd aantal analyses voor onderhoud van het voortschrijdend gemiddelde gehalte
Analysegegevens van een product vertonen een zekere spreiding. Wanneer we een gemiddelde berekenen uit de afzonderlijke analysegegevens zal ook aangegeven moeten worden hoe groot de spreiding is. Dit kan het beste met de standaarddeviatie (sd) gebeuren: sd = het totaal van de afwijkingen/(n-1).
II. Protocol bemonstering vochtrijke diervoeders
1. Algemeen
3.2. Niet in alle gevallen kan tijdens het laden een representatief monster worden genomen (bijvoorbeeld bij stapelbare producten). In voorkomende gevallen mag dan bij het bedrijf waaraan geleverd wordt de partij worden bemonsterd tijdens of direct na het lossen. Het monster dient uiteraard betrekking te hebben op de afgeleverde partij.
4.2.4. Indien de monsternemer de ondermonsters via een aftapkraan neemt die in de te lossen stroom is gemonteerd, dient deze kraan groot genoeg te zijn om ‘uitzeven’ van eventuele vaste bestanddelen uit het product te voorkomen (b.v. ½'' of ¾'' kogelkraan).
3. Plaats bemonstering
4.2.4. Indien de monsternemer de ondermonsters via een aftapkraan neemt die in de te lossen stroom is gemonteerd, dient deze kraan groot genoeg te zijn om ‘uitzeven’ van eventuele vaste bestanddelen uit het product te voorkomen (b.v. ½'' of ¾'' kogelkraan).
4.4. Labelgegevens
4.5. Verzending
4.6. Monsteradministratie
0,10% absoluut voor gehalten kleiner dan 1%;
III. Toleranties
Tabel 1 Het aantal noodzakelijke bemonsterpunten gerelateerd aan de bemonsteringseensheid als het areaal van een perceel landbouwgrond.
Een bemonsteringseenheid heeft een areaal van ten hoogste 20 hectare. Indien het areaal meer dan 20 hectare bedraagt, wordt het te bemonsteren perceel landbouwgrond opgesplitst in twee of meer bemonsteringseenheden. Selecteer per blok volledig aselect, met behulp van het software programma één bemonsteringspunt. Lokaliseer deze punten met GNSS. Indien een gelokaliseerd bemonsteringspunt buiten het perceel valt, bemonster dan het meest dichtbij gelegen punt binnen het perceel. Volg hierna de instructies omschreven in sectie 2
Indien geen gebruik wordt gemaakt van de gestratificeerde aselecte steekproefmethode, wordt gebruik gemaakt van een eigen protocol (zie ook sectie 3) dat voor de bemonstering gebaseerd dient te zijn op de W-methode, zig-zag-methode of kruislingse bemonstering.
In het geval van de toepassing van een eigen protocol wordt uit een perceel dan wel een perceelsdeel met een maximale omvang van vijf hectare één representatief mengmonster samengesteld. Aan elkaar grenzende percelen kunnen worden samengevoegd tot een totale omvang van ten hoogste vijf hectare, waarbij de omvang van de individuele percelen die worden samengevoegd niet groter is dan 2,5 hectare.
Indien een perceel groter is dan 5 hectare dienen er twee of meer representatieve mengmonsters samengesteld te worden ter vaststelling van de fosfaattoestand van dat perceel. De fosfaattoestand wordt dan bepaald door het gewogen gemiddelde te berekenen van de analyseresultaten van de individuele mengmonsters.
Stel met Global Navigation Satellite System (GNSS) de omvang en vorm van dit perceel dan wel perceelsdeel vast. Bij niet rechthoekige percelen dan wel perceelsdelen worden zoveel extra punten meegenomen dat de contouren ervan vastgelegd zijn. De afwijking van de GNSS mag niet groter zijn dan 5 meter. De teeltvrije zones, bedoeld in artikel 4.723a, derde lid, onderdeel c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, en de bufferstrook, bedoeld in artikel 4.1199c, eerste lid, en artikel 4.1212b, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij deze bepaling buiten beschouwing gelaten. Indien het perceel dan wel perceeldeel verdeeld is onder meerdere gebruikers, dan wordt alleen het deel van het perceel dat in gebruik is door de aanvrager geregistreerd en bemonsterd. Het mengmonster wordt samengesteld uit een minimum van 40 deelmonsters die gestoken worden uit het gehele perceel dan wel perceeldeel. Op elk bemonsteringspunt wordt grond bemonsterd van de voorgeschreven bodemlaag. De hoeveelheid (volume) gestoken grond is gelijk voor alle bemonsteringspunten. Bemonstering van het betreffende perceel vindt minimaal twee maanden na bekalking plaats.
Bepaal de grootte van het perceel. Het perceel wordt met een computer volstrekt willekeurig onderverdeeld in blokken (stratificatie). De blokken zijn dan van gelijke grootte, zo compact mogelijk samengesteld en de bemonsteringspunten zo goed mogelijk verdeeld over het perceel. Het aantal blokken is dan gelijk aan het aantal bemonsteringspunten. Het aantal bemonsteringspunten neemt toe met de oppervlakte van het perceel overeenkomstig tabel 1. Op elk bemonsteringspunt wordt grond bemonsterd van de voorgeschreven bodemlaag. De hoeveelheid (volume) gestoken grond is gelijk voor alle bemonsteringspunten. Bemonstering van het desbetreffende perceel vindt ten minste twee maanden na bekalking plaats.
Deze sectie beschrijft de rest van het protocol voor zowel de gestratificeerde aselecte steekproefmethode als voor de overige methoden:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
§ 5. Tijdelijke vrijstelling mineralenconcentraat
Artikel 35a
In de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2025 vindt een onderzoek plaats naar de landbouwkundige en milieukundige effecten met betrekking tot de productie, de afzet en het gebruik van mineralenconcentraat.
Aan het onderzoek kan worden deelgenomen door ten hoogste tien producenten van mineralenconcentraat.
Een producent van mineralenconcentraat die wil deelnemen aan het onderzoek kan zich hiertoe, onder vermelding van het door de Minister ter identificatie van het bedrijf of de onderneming van de producent verstrekte relatienummer, vanaf 1 januari 2015 aanmelden bij de Minister.
Bij de aanmelding overlegt de producent gegevens over:
- a. de naam, het correspondentie- en e-mailadres van de contactpersoon;
- b. het adres van de bedrijfsgebouwen waar mineralenconcentraat wordt geproduceerd;
- c. de kadastrale aanduiding van de onderscheiden locaties van de tot het bedrijf behorende opslagruimten voor mineralenconcentraat, dan wel, ingeval de producent een intermediair is, het registratienummer van de opslagruimte voor mineralenconcentraat, bedoeld in artikel 49.
Bij de aanmelding overlegt de producent voorts:
- a. een beschrijving van de installatie, waaruit blijkt dat deze tenminste een omgekeerde osmosestap omvat;
- b. een beschrijving van de mestsoorten die worden behandeld, de hoeveelheden daarvan uitgedrukt in tonnen en in kilogrammen stikstof en fosfaat per jaar, en de hoeveelheid, de aard en de samenstelling van de eventueel tezamen met de dierlijke meststoffen behandelde stoffen;
- c. een beschrijving van het productieproces, waaronder de gebruikte technieken, de volgorde waarin deze worden toegepast en de capaciteit per uur van de desbetreffende apparatuur en de wijze waarop de omvang van de productie wordt gemonitord;
- d. een beschrijving van de eindproducten van het productieproces, de hoeveelheden daarvan, uitgedrukt in tonnen per jaar, en de verwachte samenstelling daarvan, onderscheiden naar de verschillende eindproducten;
- e. een analyse waaruit blijkt dat aan de kwaliteitseisen voor het product mineralenconcentraat kan worden voldaan. De kwaliteitseisen zijn de volgende:
- 1°. minimale gehalte aan NH4-N is 90 procent;
- 2°. verhouding stikstof-fosfaat is minimaal 15, en
- 3°. geleidbaarheid van het product uitgedrukt als EC is minimaal 50;
- f. een opgave van de maximale behandelingscapaciteit van de installatie in tonnen per jaar.
Voor zover de in het vijfde lid bedoelde beschrijvingen zijn verstrekt op grond van de wet en niet zijn gewijzigd, behoeven deze niet opnieuw te worden verstrekt.
Artikel 35b
De Minister wijst een producent van mineralenconcentraat aan als deelnemer indien:
- a. de producent zich overeenkomstig artikel 35a, derde tot en met zesde lid, heeft aangemeld;
- b. de producent de volledige zeggenschap over de gehele installatie en het productieproces heeft;
- c. de bedrijfsgebouwen waar het mineralenconcentraat wordt geproduceerd, behoren tot het bedrijf of de onderneming van de producent;
- d. de installatie volledig operationeel is;
- e. de producent daadwerkelijk mineralenconcentraat produceert, overeenkomstig de beschrijvingen, bedoeld in artikel 35a, vijfde lid.
De Minister kan aan de aanwijzing nadere voorschriften verbinden. De aan de aanwijzing verbonden voorschriften kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
Artikel 35c
Indien meer dan tien producenten, bedoeld in artikel 35a, derde lid, voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 35b, eerste lid, wijst de Minister ten hoogste tien producenten aan. De aanwijzing geschiedt op volgorde van aanmelding.
Artikel 35d
Een aangewezen producent verleent indien door of namens de Minister daartoe verzocht alle noodzakelijke medewerking aan het in artikel 35a, eerste lid, bedoelde onderzoek.
Een aangewezen producent produceert overeenkomstig de op grond van artikel 35a, vierde tot en met zesde lid, overgelegde gegevens en beschrijvingen.
De aangewezen producent meldt de wijzigingen in de gegevens, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, binnen 30 dagen aan de Minister.
Wijzigingen in de elementen, bedoeld in artikel 35a, vijfde lid, vinden niet plaats dan na instemming van de Minister.
De aangewezen producent draagt er zorg voor dat op het vervoersbewijs dierlijke mest uitsluitend de in bijlage I voor mineralenconcentraat opgenomen mestcode wordt vermeld, indien het mineralenconcentraat is vervaardigd overeenkomstig de op grond van artikel 35a, vijfde lid, overgelegde beschrijving van het productieproces, en indien het mineralenconcentraat wordt afgevoerd naar een gebruiker waarmee hij een overeenkomst tot afname van het mineralenconcentraat heeft gesloten.
Het gewicht van en het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de van het bedrijf of van de onderneming van de producent afgevoerde hoeveelheid mineralenconcentraat wordt bepaald door middel van weging met behulp van een weegwerktuig onderscheidenlijk door middel van analyse van een uit de desbetreffende hoeveelheid genomen monster. Het nemen van dit monster en de analyse van dit monster geschieden overeenkomstig de artikelen 78 tot en met 81.
Ingeval de aangewezen producent een intermediair is, heeft de in artikel 14, eerste lid, van de Meststoffenwet bedoelde verantwoording betrekking op zowel de hoeveelheid fosfaat als de hoeveelheid stikstof.
Indien de aangewezen producent niet voldoet aan dit artikel of aan de ingevolge artikel 35b, tweede lid, gestelde voorschriften, kan de Minister de aanwijzing als deelnemer voor een bepaalde periode schorsen of intrekken.
Artikel 35e
De landbouwer die op zijn bedrijf mineralenconcentraat gebruikt, is voor wat betreft het gebruik van het mineralenconcentraat, voor de jaren 2009 tot en met 2025 vrijgesteld van artikel 7 van de wet, voor zover het gebruik van de totale hoeveelheid meststoffen op zijn bedrijf de stikstofgebruiksnorm, bedoeld in artikel 8, onderdeel b, van de wet, en de fosfaatgebruiksnorm, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, van de wet, niet overschrijdt, en indien is voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in artikel 35f.
Artikel 35f
De landbouwer heeft met een overeenkomstig artikel 35b aangewezen producent van mineralenconcentraat een schriftelijke overeenkomst gesloten tot afname van het mineralenconcentraat.
Het desbetreffende bedrijf van de landbouwer is voor de toepassing van artikel 35e elektronisch bij de Minister aangemeld, onder vermelding van het door de Minister ter identificatie van het bedrijf verstrekte relatienummer. Deze aanmelding geschiedt voordat de eerste vracht mineralenconcentraat op het bedrijf wordt aangevoerd.
Het mineralenconcentraat is rechtstreeks vanaf het bedrijf of de onderneming van de in het eerste lid bedoelde producent op het bedrijf van de landbouwer aangevoerd.
Het gewicht van en het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de op het bedrijf van de landbouwer aangevoerde hoeveelheid mineralenconcentraat worden bepaald door middel van weging met behulp van een weegwerktuig onderscheidenlijk door middel van analyse van een uit de desbetreffende hoeveelheid genomen monster. Het nemen van dit monster en de analyse van dit monster geschieden overeenkomstig de artikelen 78 tot en met 81.
Op het vervoersbewijs dierlijke meststoffen dat de desbetreffende aangevoerde vracht vergezelt, is de in bijlage I voor mineralenconcentraat opgenomen mestcode vermeld.
De landbouwer houdt in de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit, de gegevens bij over de oppervlakte en de ligging van de percelen van zijn bedrijf waarop mineralenconcentraat op of in de bodem is gebracht.
De landbouwer verleent indien door of namens de Minister daartoe verzocht alle noodzakelijke medewerking aan het in artikel 35a, eerste lid, bedoelde onderzoek.
Bij de bepaling van de in artikel 12, tweede lid, van de wet bedoelde hoeveelheid meststoffen wordt voor het desbetreffende bedrijf de hoeveelheid stikstof in het mineralenconcentraat voor 100 procent in aanmerking genomen.
Artikel 35g
Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2026.
Hoofdstuk 4. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen
Hoofdstuk 4. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen
Hoofdstuk 4. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen
Hoofdstuk 4. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen
Hoofdstuk 5. Administratieve verplichtingen landbouwers
Hoofdstuk 9. Hoeveelheidbepaling
§ 6. Voltooien van het vervoer van dierlijke meststoffen
§ 7. Bijzondere situaties – Maatwerk
Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht
§ 3. Afgevoerde en aangevoerde andere meststoffen
§ 7. Staldieren en eieren
§ 8. Fosfaattoestand van de bodem
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Bijlage
Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Artikel meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet |
|---|---|---|
| 1, eerste lid, onderdeel f | 3 | |
| 5d (10 nieuw), eerste lid | 28 | |
| 5f (12 nieuw), derde lid | 29 | |
| 5e (11 nieuw), vijfde lid | 30 tot en met 33 | |
| 5f (12 nieuw), vijfde lid | 34 | |
| 5e (11 nieuw), zesde lid | 35 | |
| 28, tweede lid, onderdeel b | 36 | |
| 36, onderdeel a | 37 | |
| 36, onderdeel b | 38, 40 | |
| 36, onderdeel c | 39 | |
| 26, tweede lid, onderdeel b | 41 | |
| 36, onderdeel d, 35, tweede lid | 42 | |
| 59d (38 nieuw) | 36, onderdeel e | 43, 44 |
| 41, onderdeel a | 45 | |
| 41, onderdelen b en c | 46, 51 | |
| 41, onderdeel b | 47, 49 | |
| 41, onderdelen d en e | 48 | |
| 46, onderdeel a | 50 | |
| 46, onderdeel d | 52 | |
| 52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b | 53 | |
| 52, eerste lid, onderdelen a, c en d | 54 | |
| 52, eerste lid, onderdeel e | 55, 56 | |
| 52, eerste lid, onderdeel a | 57, 59 | |
| 51, 52, eerste lid, onderdeel b | 58 | |
| 52, derde lid | 60 | |
| 54, onderdeel b | 61 tot en met 63, 66 | |
| 54, onderdelen d en e | 64, eerste tot en met derde lid | |
| 54, onderdeel c | 64, vierde lid, 65, 67 | |
| 55, derde lid | 68 | |
| 56, onderdelen b en c | 69 | |
| 61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c | 70 | |
| 64, eerste lid | 71 | |
| 64, tweede lid, onderdeel b | 72 | |
| 70, eerste lid, onderdeel a en derde lid | 73, 74, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel a | 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95 | |
| 70, vierde lid, onderdeel c | 74, derde lid, 80 en 125 | |
| 59d (38 nieuw) | 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a en c | 76, 77 en 98 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a tot en met d | 78, 79 en 82, eerste en tweede lid | |
| 70, vierde lid, onderdelen c tot en met e | 81 | |
| 70, tweede lid, onderdeel b | 84 tot en met 91 | |
| 70, eerste lid, onderdeel c | 96, 102 en 103 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a t/m c | 98, 100 en 101, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel e | 99 | |
| 70, eerste lid, onderdeel b | 101, tweede lid | |
| 70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a | 101, derde lid | |
| 58f (27 nieuw), derde lid | 104 | |
| 58i (30 nieuw), tweede en derde lid | 105 t/m 109 | |
| 58j (31 nieuw), derde lid | 110 | |
| 60, tweede en derde lid | 111 | |
| 36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d | 122, 123 en 127 | |
| 36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d | 124 | |
| 71 | 128 | |
| 69 (47 nieuw) | 129 | |
| Artikel Wet bodembescherming | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet | |
| 64 | 134 |
Bijlage
Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Artikel meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet |
|---|---|---|
| 1, eerste lid, onderdeel f | 3 | |
| 5d (10 nieuw), eerste lid | 28 | |
| 5f (12 nieuw), derde lid | 29 | |
| 5e (11 nieuw), vijfde lid | 30 tot en met 33 | |
| 5f (12 nieuw), vijfde lid | 34 | |
| 5e (11 nieuw), zesde lid | 35 | |
| 28, tweede lid, onderdeel b | 36 | |
| 36, onderdeel a | 37 | |
| 36, onderdeel b | 38, 40 | |
| 36, onderdeel c | 39 | |
| 26, tweede lid, onderdeel b | 41 | |
| 36, onderdeel d, 35, tweede lid | 42 | |
| 59d (38 nieuw) | 36, onderdeel e | 43, 44 |
| 41, onderdeel a | 45 | |
| 41, onderdelen b en c | 46, 51 | |
| 41, onderdeel b | 47, 49 | |
| 41, onderdelen d en e | 48 | |
| 46, onderdeel a | 50 | |
| 46, onderdeel d | 52 | |
| 52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b | 53 | |
| 52, eerste lid, onderdelen a, c en d | 54 | |
| 52, eerste lid, onderdeel e | 55, 56 | |
| 52, eerste lid, onderdeel a | 57, 59 | |
| 51, 52, eerste lid, onderdeel b | 58 | |
| 52, derde lid | 60 | |
| 54, onderdeel b | 61 tot en met 63, 66 | |
| 54, onderdelen d en e | 64, eerste tot en met derde lid | |
| 54, onderdeel c | 64, vierde lid, 65, 67 | |
| 55, derde lid | 68 | |
| 56, onderdelen b en c | 69 | |
| 61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c | 70 | |
| 64, eerste lid | 71 | |
| 64, tweede lid, onderdeel b | 72 | |
| 70, eerste lid, onderdeel a en derde lid | 73, 74, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel a | 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95 | |
| 70, vierde lid, onderdeel c | 74, derde lid, 80 en 125 | |
| 59d (38 nieuw) | 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a en c | 76, 77 en 98 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a tot en met d | 78, 79 en 82, eerste en tweede lid | |
| 70, vierde lid, onderdelen c tot en met e | 81 | |
| 70, tweede lid, onderdeel b | 84 tot en met 91 | |
| 70, eerste lid, onderdeel c | 96, 102 en 103 | |
| 70, vierde lid, onderdelen a t/m c | 98, 100 en 101, eerste lid | |
| 70, vierde lid, onderdeel e | 99 | |
| 70, eerste lid, onderdeel b | 101, tweede lid | |
| 70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a | 101, derde lid | |
| 58f (27 nieuw), derde lid | 104 | |
| 58i (30 nieuw), tweede en derde lid | 105 t/m 109 | |
| 58j (31 nieuw), derde lid | 110 | |
| 60, tweede en derde lid | 111 | |
| 36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d | 122, 123 en 127 | |
| 36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d | 124 | |
| 71 | 128 | |
| 69 (47 nieuw) | 129 | |
| Artikel Wet bodembescherming | Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet | |
| 64 | 134 |
bijlage Aa. , behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld
-
- reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten en die met name bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof afkomstig van suikerbieten en water (schuimaarde).
-
- Reststof, die uitsluitend bestaat uit calciumcarbonaat in de vorm van tot granulaat vermalen eierschalen die zijn vrijgekomen bij de industriële verwerking van eieren, en die is gehygiëniseerd door verhitting (calciumcarbonaat van verwerkte eierschalen).
-
- Reststof die is vrijgekomen bij de fabriekmatige productie van drinkwater uit grond- of oppervlaktewater en die met name bestaat uit calciumcarbonaat (kalkslib van drinkwaterbereiding).
-
- Reststof die is vrijgekomen bij de fermentatieve productie van het antibioticum 7-amino-de-acetoxy-cefalosporinezuur en die met name bestaat uit zwavel, kalium en stikstof (reststof bij 7-ADCA productie).
II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld
(Categorieën afvalstoffen of reststoffen)
III. Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt
IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld
-
- Product dat verkregen is door vergisting van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met als nevenbestanddeel uitsluitend één of meer van de stoffen die genoemd zijn onder de in onderstaande tabel onderscheiden categorieën of subcategorieën (covergiste mest):
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)