Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-19
State In force
Source BWB
artikelen 635
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Categorie 1. Product dat verkregen is door vergisting van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met als nevenbestanddeel uitsluitend één of meer van de stoffen die genoemd zijn onder de in onderstaande tabel onderscheiden categorieën of subcategorieën, met dien verstande dat de stoffen genoemd onder categorie G uitsluitend worden gebruikt als nevenbestanddeel indien tevens de maximale waarden waarnaar in categorie G wordt verwezen niet worden overschreden (covergiste mest):
A Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van een landbouwbedrijf
A1 Gewas(-producten) voor humane consumptie of diervoeders
1 Weidegras, op het veld gedroogd weidegras, weidekuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, korrelmaïs, corn cob mix (CCM), gerstkorrels, haverkorrels, roggekorrels, tarwekorrels, aardappelen, suikerbieten, voederbieten, uien, witlofpennen, zaad van erwten, gehele plantsilage van erwten, zaad van lupinen, bonen/peulen van veldbonen, zonnebloempitten, zaad van kool- of raapzaad, stro van koolzaad, zaad van olievlas, zaad van vezelvlas, groente en fruit behorend tot de in bijlage A opgenomen bladgewassen, koolgewassen, kruiden, vruchtgewassen, stengel-/knol-/wortelgewassen en fruitteeltgewassen.
A2 Gewas(-producten) voor de biogasproductie
1 Energiemaïs
B stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van natuurterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit gebruik meststoffen
1 Weidegras en op het veld gedroogd weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen.
B1 Weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen.
C Stoffen afkomstig uit de voedings- en genotmiddelenindustrie
C1 Stoffen van plantaardige herkomst
1 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater met een droge stofpercentage van minimaal 50% (protamylasse).
2 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het vrijkomende afvalwater (primair aardappelzetmeelslib).
3 Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat).
4 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen aardappelen en die bestaat uit aardappelschillen in water (aardappelstoomschillen).
5 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).
6 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van zetmeel, eiwit, kiemen en vezel van maïs en die bestaat uit ingedampt (geconcentreerd) weekwater met een drogestofgehalte van minimaal 50% (geconcentreerd maïsweekwater).
7 Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte frisdranken of licht alcoholische dranken die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte frisdranken of licht-alcoholische dranken en is vrij van verpakkingsmateriaal (vloeibaar mengsel van frisdranken en licht alcoholische dranken).
8 Reststof die met behulp van water en fysische processen al dan niet als ingedikte vloeibare reststroom is vrijgekomen bij de fabrieksmatige scheiding van tarwebloem in tarwezetmeel en tarwe-eiwit (gluten) bestemd voor de levensmiddelenindustrie (tarwezetmeel).
9 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van conserven en die bestaat uit een mengsel van uitgeselecteerde droge witte bonen of uitgeselecteerde geweekte geblancheerde witte bonen die ongeschikt zijn voor humane consumptie (mengsel van witte bonen).
10 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van tarwebloem tot gluten, zemelen en zetmeel bestemd voor de levensmiddelenindustrie en die bestaat uit een geconcentreerde suikerrijke deelstroom (tarweindampconcentraat).
11 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig mechanisch schillen van gewassen sinaasappelen voor de productie van sinaasappelsap bestemd voor menselijke consumptie (schilresten van sinaasappelen).
12 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe, niet ontslijmde, plantaardige olie – uitsluitend afkomstig van zaden van koolzaad, raapzaad, sojaboon of zonnebloem – door middel van fysische scheiding en waarbij het hydrofiel gedeelte van de olie in water oplost dan wel een zwak zure oplossing vormt en die bestaat uit fosfolipiden, wateroplosbare vetten, olie en eventueel zuurresten in water (waterig lecithine-oliemengsel).
13 Reststof die is vrijgekomen bij het filteren door mechanische scheiding van zuiver plantaardige olie, waarin voorgesneden en geblancheerde patat van aardappelen met vooraf aangebracht beslag, battermix of kruiden is voorgebakken en die bestaat uit resten beslag/battermix met zetmeel- en olieresten. (aardappelvetkruim).
14 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van sojadranken door verwerking van ontpelde sojabonen en die bestaat uit een mengsel van kookvocht en de afgescheiden slecht oplosbare fractie (mengsel van okara en kookvocht).
15 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van vooraf gewassen aardappelen, gele koolraap, witte koolraap, witte bieten en knolselderij tot luchtgedroogde groenten waarbij deze met een stoomschiller worden geschild, afgeborsteld en met water afgespoeld en vervolgens gedroogd met lucht. De reststof bestaat uit de vaste delen die met een zeefbocht zijn afgescheiden van de afvalwaterstroom die uit de stoomschiller komt en uit de knollen die na het schillen vanwege rot of kleurafwijking zijn uitgesorteerd. (stoomschillen van knolgewassen).
16 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit gereinigde brokstukken van de biet, met name de dunne uiteinden, en delen van bietenbladeren, al dan niet ingekuild. (bietenpunten).
17 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten via een proces van wassen, snijden en extraheren met heet water ten behoeve van de winning van suiker en dat uitsluitend bestaat uit het geperste snijdsel (bietenperspulp).
18 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en die uitsluitend bestaat uit al dan niet ontwaterde, vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en distillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienpulp).
19 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en dat uitsluitend bestaat uit het perssap van pulp van vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en destillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienperssap).
20 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van geschoonde en gewassen zetmeelaardappelen die zijn fijn gemaakt met behulp van raspen en waaruit aardappelzetmeel en aardappelvruchtwater zijn verwijderd en dat vervolgens met persen ontwaterd is (aardappelpersvezels).
21 Reststof die is vrijgekomen bij het brouwen van bier en bestaat uit uitgetrokken en afgewerkte mout en dat uitsluitend bestaat uit het omhulsel van kaf, vruchtwand of zaadhuid en niet in warm water oplosbare bestanddelen van gerst of tarwe (bierbostel).
22 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van cichoreiwortelen tot inuline en fructosestroop en dat uitsluitend bestaat uit het uitgewassen en uitgeperste snijdsel (cigarant).
23 Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit eiwit en/of zetmeel is verwijderd en waaruit eventueel vocht door persing is onttrokken en hoofdzakelijk bestaat uit celwanden en zetmeel (erwten(pers)vezel).
24 Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit celwanden en zetmeel verwijderd is en hoofdzakelijk bestaat uit eiwit (erwteneiwit).
25 Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit eiwit en/of zetmeel onttrokken is en gemengd is met erwteneiwit (erwtencrème).
26 Reststof die is vrijgekomen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van kool- en raapzaadschilfers en hoofdzakelijk bestaat uit celwanden, zetmeel en eiwit afkomstig van koolzaad of raapzaad (koolzaadschroot of raapzaadschroot).
27 Bijproduct die vrijgekomen is bij de verwerking van geschoonde gerst tot gort, grutten of bloem en vrijwel uitsluitend bestaat uit het endospermen fijne schilddeeltjes (doppen) van de gerstkorrel (gersteslijpmeelpellets).
28 Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels en overwegend bestaat uit gries, fijne tarwestof van doorval door zeven en afzuiginstallaties, afgekeurde bloem, tarwebloem, gebroken tarwe en onkruidzaden (tarwevoergriespellets).
29 Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van geschoonde gerstekorrels tot mout en die in hoofdzaak bestaat uit de gerstpellen (gerstpellen).
30 Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol uit vergist beslag van graan nadat de alcohol (ethanol, bioethanol) door destillatie is verwijderd en dat in hoofdzaak bestaat uit de vaste residuen van granen al dan niet gedroogd (graanspoeling, gedroogde graanspoeling).
31 Reststof verkregen bij de verwerking van geschoonde, gebrande en gemalen koffiebonen tot koffie-extract en die bestaat uit het bezinksel van gemalen geëxtraheerde gebrande en gemalen koffiebonen (koffiedik).
32 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van cichoreiwortelen tot inuline en fructosestroop en die uitsluitend bestaat uit de gewassen afgebroken wortelpunten van wortelen met enig aanhangend blad van cichorei (cichoreipunten).
C2 Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst
1 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte vloeibare zuivelproducten die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. De reststof bestaat uit uitgepakte vloeibare zuivelproducten of mengsels daarvan en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte vloeibare zuivelproducten en mengsels daarvan).
2 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bereiding van consumptie-ijs en die bestaat uit grondstofresten, ijsmixresten en afgekeurde ijsproducten en vrij is van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (ijsafval).
3 Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie).
4 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van lactose door scheiding uit het permeaat dat is verkregen door ultrafiltratie van zoete kaaswei (delactosed permeate liquid).
5 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van uitsluitend de voedingsmiddelen salades, sauzen en quiches en die bestaat uit slib na fysisch chemische zuivering van afvalwater door flocculatie en flotatie (voedingsmiddelen flotatieslib).
6 Reststof die is vrijgekomen bij de productie van brood en banket en die bestaat uit resten brood, koek, banket en deegresten en die zijn uitgevallen bij het productieproces en oorspronkelijk bestemd waren om in voedingsmiddelen te verwerken en niet bestaan uit veegvuil, productievreemde delen, keukenafval en etensresten (bakkerijrestproducten).
7 Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van kaas, kwark of caseïne en hoofdzakelijk bestaat uit melksuiker (lactose), resten eiwit en resten melkvet en mineralen van melk. De reststof kan geconcentreerd of gedroogd zijn (wei, weiconcentraat of gedroogde wei).
8 Reststof die is vrijgekomen bij het ontkorsten van kaas afkomstig van gepasteuriseerde koeienmelk en bestemd is voor levensmiddelen en die bestaat uit kaas, kaaskorst en maximaal 3% kaaskorstbedekkingsmiddel van copolymeren van vinylacetaat en maximaal 0,0006% Natamycine (E235) bevat (kaasschaafsel).
9 Reststof die is vrijgekomen bij de productie van melkzuurbacteriën bestemd voor de productie van kaas, kwark, yoghurt of karnemelk via een fermentatieproces en waaruit melkzuurbacteriën door een centrifugestap zijn verwijderd. De reststof bestaat uit resten van een vloeibaar groeimedium voor melkzuurbacteriën (supernatant, precipitaatvrij, waterig restant van groeimedium voor melkzuurbacteriën).
10 Reststof die vrijkomt als zuiveringsslib van een aerobe zuiveringsstap op AWZI van afvalwater van een kaasfabriek met sporen afvalwater van huishoudens, gevolgd door langdurige opslag en die bestaat uit de resten van actief slib en bezonken bestanddelen uit afvalwater en waarin pathogenen afdoende zijn afgedood (zuiveringsslib van kaasfabriek).
D Stoffen afkomstig uit de diervoederindustrie
E Stoffen afkomstig uit andere industrieën
1 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit raapzaadolie of koolzaadolie door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht (glycerine).
F Hulpstoffen of toevoegmiddelen
1. Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater via een zandbed en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (waterijzer van drinkwaterbereiding).
2. Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van proceswater uit oppervlaktewater onder gebruik van een filterstap met actief kool en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide, water en organische stof (waterijzer van proceswaterbereiding).
G Stoffen waar de in bijlage II, onder tabel 1, bij het besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel en de in bijlage II, onder tabel 4, bij het besluit opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel voor gelden.
G1 Plantaardige stoffen en stoffen afkomstig van de verwerking van plantaardige producten
1. Reststof die is verkregen bij de verwerking van aardappelen en die in hoofdzaak uit bestaat uit aardappel (Solanum tuberosum. L.) en aardappelresten en die vrij is van verpakkingsmateriaal. (aardappelrestanten).
2. Reststof die is verkregen bij het snijden, wassen of blancheren van groenten en fruit bestemd voor levensmiddelenproducten (groenten- en fruitrestanten).
3. Reststof die is verkregen bij de bewerking van zaad van de zonnebloem (Helianthus annuus L.) en die bestaat uit uitgesorteerde zaden (zonnebloemzaden, uitgesorteerd).
4. Reststof die is verkregen bij het winnen van olie door persing uit zaad van zonnebloemen (Helianthus annuus L.) (zonnebloemzaadschilfers).
5. Reststof die is verkregen bij het schillen van zonnebloemzaad (Helianthus annuus L.) (zonnebloemzaadschillen).
6. Reststof die is verkregen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van zonnebloemzaadschilfers (Helianthus annuus L.) en die maximaal 1% bleekaarde bevat (zonnebloemzaad, geëxtraheerd).
7. Reststof die is verkregen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van schilfers van zonnebloemzaden (Helianthus annuus L.) waarvan de doppen gedeeltelijk of volledig zijn verwijderd en die maximaal 1% bleekaarde bevat (zonnebloemzaadschroot, ontdopt).
8. Reststof die is verkregen bij het maaien van randen langs akkers en die bestaat uit vegetatieresten met onder andere zonnebloemen (Helianthus annuus L.) (maaisel van akkerranden met zonnebloemen).
9. Reststof die is verkregen bij de bewerking van graankorrels van Tricticum aestivum L., Triticum durum Dosf. en andere gecultiveerde tarwesoorten en die bestaat uit uitgesorteerde zaden (tarwe, uitgesorteerd).
10. Reststof die is verkregen bij het kiemen van brouwtarwe en het schonen van mout en die bestaat uit kiemwortels, graankorrels, doppen en kleine gebroken gemoute tarwekorrels (tarwekiemwortels).
11. Reststof die is verkregen door gemalen of gebroken tarwe in vochtige, warme omstandigheden onder druk te behandelen en die is afgescheiden van voorverstijfselde tarwe (tarwe, voorverstijfseld).
12. Reststof die is verkregen door uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt bloem te bereiden en waaruit bloem is verwijderd en die in hoofdzaak bestaat uit fijne schilddelen en enkele andere delen van de korrel (tarwevoerbloem).
13. Reststof die is verkregen bij de productie van tarwevlokken door gepelde tarwe te stomen en te pletten en die bestaat uit resten tarwedoppen en tarwevlokken (tarwevlokken).
14. Reststof die is verkregen bij de productie van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt en die overwegend bestaat uit deeltjes van de schil en voorts uit korreldeeltjes waaruit minder endosperm is verwijderd dan bij tarwegries (tarwevoer).
15. Reststof die is verkregen bij de bereiding van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt en waaruit tarwegries is verwijderd en die overwegend bestaat uit resten van de schil, stof en endosperm (tarwegries).
16. Reststof die is verkregen door een gecombineerd procedé van het mouten en gisten van tarwe en tarwezemelengrind en dat is gedroogd en gemalen (gemoute en gegiste tarwedeeltjes).
17. Reststof die is verkregen bij de verwerking van tarwe en die in hoofdzaak bestaat uit vezels (tarwevezel).
18. Reststof die is verkregen bij de bereiding van bloem en die overwegend bestaat uit al dan niet geplette tarwekiemen, waaraan eventueel nog delen van het endosperm en van de schil hechten (tarwekiemen).
19. Reststof die is verkregen bij het gisten van tarwekiemen en waarvan de micro-organismen zijn geïnactiveerd (tarwekiemen, gegist).
20. Reststof die is verkregen bij de productie van zetmeel of ethanol uit tarwe en die bestaat uit geëxtraheerd en al dan niet gehydrolyseerd tarweëiwit (tarwe-eiwit).
21. Reststof die is verkregen bij de productie van tarwezetmeel en gluten en die bestaat uit gries waarvan de kiemen eventueel gedeeltelijk zijn verwijderd en waaraan tarweperssap, gebroken tarwe en andere reststoffen van tarwezetmeel en van het raffineren van zetmeelproducten kunnen zijn toegevoegd (tarweglutenvoer).
22. Reststof die is verkregen bij de productie van zetmeel/glucose en gluten uit tarwe (tarwezetmeel, vloeibaar).
23. Reststof die is verkregen bij natte extractie van al dan niet gehydrolyseerd tarwe-eiwit en tarwezetmeel (tarweperssap).
24. Reststof die is verkregen bij de productie van alcohol uit vergist beslag van graan nadat de alcohol (ethanol, bioethanol) door destillatie is verwijderd en die in hoofdzaak bestaat uit het vloeibare residu van granen (dunne fractie graanspoeling).
25. Reststof die is verkregen bij het schonen van brouwtarwe, bestaande uit kleine brouwtarwekorrels en fracties van gebroken brouwtarwekorrels die vóór het brouwprocedé zijn gescheiden (brouwtarwevoermeel).
26. Reststof die tijdens korreloverdracht is verkregen bij het opzuigen van brouwtarwe en tarwemout (brouwtarwe en moutkorrel).
27. Reststof die is verkregen bij het schonen van brouwtarwe en die bestaat uit fracties van doppen en korrels (brouwtarwedoppen).
28. Reststof die is verkregen bij het kiemen van brouwgranen en het schonen van mout en die bestaat uit kiemwortels, graankorrels, doppen en kleine gebroken gemoute graankorrels en dat eventueel gemalen is (resten moutproces).
29. Reststof die is verkregen bij de bereiding van maïszetmeel en die hoofdzakelijk bestaat uit gluten verkregen door afscheiden van het zetmeel (maïsgluten)
30. Reststof die is verkregen bij de oogst van bloembollen en die bestaat uit restmateriaal van de teelt, in het bijzonder dit zijn bollen (inclusief kralen) of knollen die niet goed gegroeid zijn, zieke bollen of knollen, bolhuiden en pelresten (bloembollen).
31. Reststof die is verkregen bij het in bloei trekken van bollen en knollen en bloembollenloof en die bestaat uit halve of hele bollen en niet marktbare bloemtakken (waterbloeitulpen)
32. Reststof die is verkregen bij het sorteren van bloembollen en die bestaat uit restmateriaal, in het bijzonder te kleine en/of beschadigde bollen (inclusief kralen) of knollen, bolhuiden en pelresten (afval bij het sorteren van bloembollen).
33. Reststof die is verkregen bij de oogst van bloembollen afkomstig van biologische productiemethoden en die bestaat uit restmateriaal van de teelt, in het bijzonder dit zijn bollen (inclusief kralen) of knollen die niet goed gegroeid zijn, zieke bollen of knollen, bolhuiden en pelresten (biologische bloembollen).
34. Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit het gedroogde, door de zaadhuid bedekte endosperm van het zaad van de kokospalm (Cocos Nucifera L.) (kokosschilfers).
35. Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit kool- en raapzaad (raapzaadolie).
36. Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit zoveel mogelijk van de steenschaal ontdane zaden van de volgende soorten oliepalm: (Elaeis guineensis Jacq., Coroza oleifera (HBK), L., H. Bailey (Elaeis melanococca auct.) (palmolie)
37. Reststof die is verkregen bij het malen van voederrijst en die bestaat uit de buitenste lagen van de korrel (zaadhuid, zaadvlies, kern, aleuron) met een deel van de kiem (rijstevoermeel).
38. Reststof die is verkregen bij de verwerking van onbehandeld hout en die in hoofdzaak bestaat uit poeder of schilfers van hout (zaagsel).
39. Reststof die is verkregen bij winning van olie door persing uit zaad van zonnebloemen (Helianthus annuus L.) (zonnebloemolie).
40. Reststof afkomstig van de voedings-, genotmiddelen- of diervoederindustrie die bestaat uit een enkelvoudig concentraat of een enkelvoudige grondstof die wegens non-conformiteiten niet GMP+-waardig is.
41. Reststof die is verkregen bij de oogst van tarwe en bestaande uit stof van tarwe, kaf, kafdeeltjes, tarwekorrel, delen van tarwekorrels en stroresten (kaf, stro van kaf en koren).
42. Reststof die is verkregen bij het schonen van granen door zeven (zeefresten graanverwerkende industrie).
43. Reststof die is verkregen bij de verwerking van suikerbieten of suikerriet en die in hoofdzaak bestaat uit suikers die resteren na suikerproductie (melasse).
44. Reststof die is verkregen bij de verwerking van sojabonen en die in hoofdzaak bestaat uit suikers (sojasuiker).
45. Reststof die is verkregen bij de verwerking van sojabonen en in die hoofdzaak bestaat uit het extract van onthulde en ontvette sojabonen en die vrijkomt bij de productie van soja-eiwitconcentraten (sojamelasse).
46. Reststof die is verkregen bij het bereiden of het raffineren van de suikerfractie van citrusvruchten en die bestaat uit het stroopachtige residu (citrusmelasse).
47. Reststof die is verkregen bij de bereiding van inuline uit wortels van cichorei (Cichorium intybus L)., en die hoofdzakelijk bestaat uit geschoonde delen cichorei en delen van het loof (staartjes en blad van cichoreiwortelen).
48. Reststof die is verkregen bij het schillen van schorseneren (Scorzonera hispanica L.) en die is verkregen via een stoombehandeling en die in hoofdzaak bestaat uit gestoomde schillen in water waarna eventueel gepureerd is (stoomschillen van schorseneren).
49. Reststof die is verkregen bij het ontdoppen van gegiste en vervolgens geroosterde cacaobonen (Theobroma cacao L.) en die in hoofdzaak bestaat uit gebroken doppen (cacaodoppen).
50. Reststof die is verkregen bij de productie van aardappelen tot frites bestemd voor levensmiddel en bestaat uit gefrituurde aardappelresten (voorgebakken frites).
51. Reststof die is verkregen bij de bierbereiding en die bestaat uit bier dat niet voor menselijke consumptie kan worden verkocht (voerbier).
52. Reststof die is verkregen bij het drogen en malen van complete kruidenplanten of delen daarvan zonder extractie of toevoeging van andere stoffen (kruidenresten).
53. Reststof die is verkregen bij de productie van sap van appelen (Malus domestica L.) of cider en die in hoofdzaak bestaat uit geperste inwendige pulp en schillen die eventueel gedroogd en pectinevrij gemaakt is (appelpulp).
54. Reststof die is verkregen bij het sorteren van groenten bestemd voor levensmiddelen en die vrij is van verpakkingsmateriaal. (sorteerafval van groenten).
55. Reststof die is verkregen bij de verwerking van aardappeleiwit afkomstig van zetmeelaardappelen en die resteert na wassen en opwerken van het aardappeleiwit tot diervoeder en als slib wordt weggevangen uit afvalwater (slib dat vrijkomt bij de productie van aardappeleiwit).
56. Reststof die is verkregen door het drogen van de vaste resten van gegiste granen, waaraan een deel van de spoelingsiroop of de geëvaporeerde draf is toegevoegd (donker gedroogde spoeling)
57. Reststof die is verkregen bij het evaporeren van het concentraat van de bostel na gisting en distillatie van graan gebruikt bij de productie van alcohol uit graan (graanbostelsiroop)
58. Reststof die is verkregen bij de eerste (draf-)distillatie van een moutdistilleerderij (spoeling).
59. Reststof die is verkregen bij de eerste (draf-)distillatie van een moutdistilleerderij, geproduceerd door het evaporeren van de spoeling die in de kolf achterblijft (spoelingsiroop).
60. Reststof die is verkregen bij de moutwhiskyproductie en die bestaat uit de resten van de extractie van gemoute gerst met heet water (draf).
61. Reststof die is verkregen bij de productie van bier, moutextract en whisky spirit en die bestaat uit resten van de extractie van gemalen mout met heet water en eventueel andere suiker- of zetmeelrijke toevoegsels (maischfiltergranen).
62. Reststof die is vrijgekomen bij het beheer van wegbermen en die bestaat uit de gemaaide vegetatie van grassen en kruiden en vrij is van hout, houtresten en zwerfvuil (bermmaaisel).
63. Reststof die is vrijgekomen bij het beheer van slootkanten en die bestaat uit de gemaaide vegetatie van grassen en kruiden en vrij is van hout, zwerfvuil en bagger (slootmaaisel).
G2 Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst en stoffen afkomstig van de verwerking van dierlijke producten
1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit dierlijke vetten en oliën door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht, uitgezonderd categorie 1 (glycerine van dierlijke herkomst).
2. Reststof die is verkregen bij de productie van diervoeders bestemd voor gezelschapsdieren en die bestaat uit resten van mengsels van voedermiddelen. Materiaal van dierlijke oorsprong kan aanwezig zijn (petfood).
3. Reststof die is verkregen bij de zuivering van afvalwater van een slachterij en bestaande uit dierlijk weefsel en ongeboren mest (slib van slachterij).
4. Reststof die is verkregen bij de melkproductie en die bestaat uit rauwe melk die door de aanwezigheid van resten antibiotica niet meer geschikt is voor gebruik als levensmiddel (rauwe boerderijmelk met resten antibiotica).
5. Reststof die is verkregen bij de productie van diervoeders bestemd voor landbouwhuisdieren en die bestaat uit resten van mengsels van voedermiddelen. Dierlijk materiaal kan aanwezig zijn (voerresten van landbouwhuisdieren).
6. Reststof die is verkregen bij de verwerking van groenten bestemd voor levensmiddelenproducten en die resteert na het snijden, wassen en of blancheren. Dierlijke vetten kunnen aanwezig zijn (groenterestanten met dierlijk vet).
7. Reststof die is verkregen bij de verwerking van aardappelen en die in hoofdzaak bestaat uit aardappel (Solanum tuberosum. L.) en aardappelresten en die vrij is van verpakkingsmateriaal. Dierlijke vetten kunnen aanwezig zijn (aardappelrestanten met dierlijk vet)
8. Reststof die is verkregen bij de productie van aardappelen tot frites bestemd voor levensmiddel en die bestaat uit gefrituurde aardappelresten (voorgebakken frites met dierlijk vet).
9. Reststof die is verkregen bij de productie van biodiesel (methyl- of ethylesters van vetzuren), verkregen door omestering van oliën en vetten van onbepaalde dierlijke herkomst of een reststof verkregen bij oleochemische verwerking van vetten en oliën van dierlijke herkomst, inclusief omestering, hydrolyse of verzeping (reststoffen biodieselproductie).
10. Reststof die vrijkomt bij de bewerking van runderpensen bestemd voor humane consumptie en bestaat uit bij afvalwaterzuivering afgezeefde resten van pensen en maaginhoud (zuiveringsslib runderpens-verwerkende industrie).
G3 Stoffen afkomstig uit overige bronnen
1. Restoliën die zijn verkregen bij inzamelen bij restaurants, hotels, cafetaria’s etc. en niet geschikt zijn voor consumptie (frituurolie).
2. Reststof die is verkregen bij de raffinage van oliën en vetten in de voedings- en genotsmiddelen- en veevoedingsindustrie en die bestaat uit bleekaarde van bentoniet of montmorilloniet (ontoliede bleekaarde).

3. Kaliumoxide (K2O)

4. Calciumoxide (CaO)

5. Magnesiumoxide (MgO)

7. Natriumoxide (Na2O)

Bijlage Ad. , behorende bij artikel 25 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief
1 0 tot 5 € 15,70 41 200,01 tot 205 € 1.271,70
2 5,01 10 € 47,10 42 205,01 210 € 1.303,10
3 10,01 15 € 78,50 43 210,01 215 € 1.334,50
4 15,01 20 € 109,90 44 215,01 220 € 1.365,90
5 20,01 25 € 141,30 45 220,01 225 € 1.397,30
6 25,01 30 € 172,70 46 225,01 230 € 1.428,70
7 30,01 35 € 204,10 47 230,01 235 € 1.460,10
8 35,01 40 € 235,50 48 235,01 240 € 1.491,50
9 40,01 45 € 266,90 49 240,01 245 € 1.522,90
10 45,01 50 € 298,30 50 245,01 250 € 1.554,30
11 50,01 55 € 329,70 51 250,01 255 € 1.585,70
12 55,01 60 € 361,10 52 255,01 260 € 1.617,10
13 60,01 65 € 392,50 53 260,01 265 € 1.648,50
14 65,01 70 € 423,90 54 265,01 270 € 1.679,90
15 70,01 75 € 455,30 55 270,01 275 € 1.711,30
16 75,01 80 € 486,70 56 275,01 280 € 1.742,70
17 80,01 85 € 518,10 57 280,01 285 € 1.774,10
18 85,01 90 € 549,50 58 285,01 290 € 1.805,50
19 90,01 95 € 580,90 59 290,01 295 € 1.836,90
20 95,01 100 € 612,30 60 295,01 300 € 1.868,30
21 100,01 105 € 643,70 61 300,01 305 € 1.899,70
22 105,01 110 € 675,10 62 305,01 310 € 1.931,10
23 110,01 115 € 706,50 63 310,01 315 € 1.962,50
24 115,01 120 € 737,90 64 315,01 320 € 1.993,90
25 120,01 125 € 769,30 65 320,01 325 € 2.025,30
26 125,01 130 € 800,70 66 325,01 330 € 2.056,70
27 130,01 135 € 832,10 67 330,01 335 € 2.088,10
28 135,01 140 € 863,50 68 335,01 340 € 2.119,50
29 140,01 145 € 894,90 69 340,01 345 € 2.150,90
30 145,01 150 € 926,30 70 345,01 350 € 2.182,30
31 150,01 155 € 957,70 71 350,01 355 € 2.213,70
32 155,01 160 € 989,10 72 355,01 360 € 2.245,10
33 160,01 165 € 1.020,50 73 360,01 365 € 2.276,50
34 165,01 170 € 1.051,90 74 365,01 370 € 2.307,90
35 170,01 175 € 1.083,30 75 370,01 375 € 2.339,30
36 175,01 180 € 1.114,70 76 375,01 380 € 2.370,70
37 180,01 185 € 1.146,10 77 380,01 385 € 2.402,10
38 185,01 190 € 1.177,50 78 385,01 390 € 2.433,50
39 190,01 195 € 1.208,90 79 390,01 395 € 2.464,90
40 195,01 200 € 1.240,30 80 395,01 400 € 2.496,30

Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij de artikelen 28 en 28a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

grondsoort kleigrond zandgrond lössgrond veengrond
jaar 2014–2017 2014 2014 2014–2017
Grasland (kg N per ha per jaar)
Grasland met beweiden 345 250 250 265
Grasland met volledig maaien1 385 320 320 300
Tijdelijk grasland (kg N per ha per periode)
van 1 januari tot minstens 15 april 60 50 50 50
van 1 januari tot minstens 15 mei 110 90 90 90
van 1 januari tot minstens 15 augustus 250 210 210 210
van 1 januari tot minstens 15 september 280 235 235 235
van 1 januari tot minstens 15 oktober 310 250 250 265
vanaf 15 april tot minstens 15 oktober 310 250 250 265
vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober 280 235 235 235
vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober 95 80 80 80
vanaf 15 september tot minstens 15 oktober 30 25 25 25
vanaf 15 oktober 0 0 0 0
Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt)
Blauwmaanzaad 110 100 100 105
Cichorei 70 70 70 70
Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) 275 260 255 270
Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) 225 210 205 220
Consumptieaardappelrassen, vroeg 120 120 120 120
Consumptieaardappelrassen, overig 250 235 230 245
Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars 165 150 150 155
Graszaad, Engels raaigras, overjarig 200 185 185 190
Graszaad, Italiaans 130 120 120 125
Graszaad, rietzwenkgras 140 130 130 135
Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt 60 50 50 55
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars 85 80 75 80
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt 35 35 35 35
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig 115 105 105 110
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt 45 45 45 45
Graszaad, veldbeemd 110 100 100 105
Graszaad, veldbeemd, volgteelt 60 50 50 55
Graszaad, westerwolds 110 100 100 105
Graszaad, overig 90 80 80 85
Graszaad, overig, volgteelt 45 45 45 45
Graszoden 340 340 340 340
Haver 100 100 100 100
Maïs, bedrijven met derogatie 160 140 140 150
Maïs, bedrijven zonder derogatie 185 140 140 150
Luzerne, eerste jaar 40 40 40 40
Luzerne, volgende jaren 0 0 0 0
Karwij 150 140 140 145
Karwij waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 90 80 80 85
Koolzaad waarvan ten hoogste voor 31/12 (winterteelt) 45 45 45 45
Koolzaad, winter 205 190 190 195
Koolzaad, zomer 120 120 120 120
Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) 140 140 140 140
Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) 100 100 100 100
Pootaardappelen, uitgroeiteelt 180 165 165 170
Pootaardappelrassen, overig 120 120 120 120
Suikerbieten 150 145 145 145
Triticale 160 150 150 150
Ui, overig 120 120 120 120
Vlas 70 70 70 70
Voederbieten 165 165 165 165
Wintergerst 140 140 140 140
Winterrogge 140 140 140 140
Wintertarwe 245 160 190 160
Winterui, 2e jaars plantui 170 155 155 160
Winterui, 2e jaars plantui, waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 130 120 120 125
Zaaiui 170 120 120 120
Zetmeelaardappelen 240 230 230 230
Zomergerst 80 80 80 80
Zomertarwe 150 140 140 140
Akkerbouwgewassen, overig 200 185 185 190
Bladgewassen (kg N per ha per teelt)
Andijvie, 1e teelt 180 170 170 170
Andijvie, volgteelt 90 90 90 90
Selderij, bleek/groen 200 185 185 190
Slasoorten, 1e teelt 180 165 165 170
Slasoorten, volgteelt 105 105 105 105
Spinazie, 1e teelt 260 190 190 200
Spinazie, volgteelt 185 145 145 150
Prei 245 225 225 235
Prei waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 100 90 90 95
Bladgewassen, overig, eenmalige oogst 150 140 140 145
Bladgewassen, overig, meermalige oogst 275 250 250 260
Koolgewassen (kg N per ha per teelt)
Bloemkool 230 210 210 220
Bloemkool waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 120 110 110 115
Boerenkool 170 155 155 160
Broccoli 270 235 235 245
Chinese kool 180 155 155 160
Paksoi 180 165 165 170
Raapstelen 140 130 130 135
Rode kool 285 260 260 270
Savooiekool 285 260 260 270
Spitskool 285 260 260 270
Spruitkool 290 265 265 275
Spruitkool waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 50 50 50 50
Witte kool 320 290 290 305
Kruiden (kg N per ha per teelt)
Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst 150 140 140 145
Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten 275 250 250 260
Kruiden, wortelgewassen 200 185 185 190
Kruiden, zaadgewassen 100 90 90 95
Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt)
Aardbei (wachtbed, vermeerdering) 120 110 110 115
Aardbei (productie) 170 155 155 160
Aardbei (productie) waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 80 70 70 75
Erwt, vers + rijp zaad 30 30 30 30
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 190 175 175 180
Landbouwstambonen, rijp zaad 135 135 135 135
Peul 90 85 85 85
Stam/stokboon, vers 120 110 110 115
Suikermaïs 200 185 185 190
Tuinbonen, vers/peulen 75 75 75 75
Veld- en tuinbonen, vers + rijp zaad 50 50 50 50
Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt)
Asperge (excl. opkweek) 85 75 75 80
Bospeen 50 50 50 50
Knolselderij 200 185 185 190
Knolvenkel/venkel 180 165 165 170
Koolraap 170 155 155 160
Koolrabi 180 165 165 170
Kroten/rode bieten 185 170 170 175
Rabarber 250 230 230 240
Radijs 80 80 80 80
Schorseneer 170 170 170 170
Winterpeen/waspeen 110 110 110 110
Witlof 100 100 100 100
Stengel/knol/wortelgewassen, overig 200 185 185 190
Groenbemesters (kg N per ha per teelt)
Niet-vlinderbloemige groenbemesters (bladrammenas, gele mosterd, gras/granen) 60 50 50 60
Tagetes 90 80 80 90
Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) 30 25 25 30
Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)
Acidanthera 255 240 240 240
Anemone coronaria 130 125 125 125
Dahlia 110 105 105 105
Fritillaria imperialis 135 130 130 130
Gladiool, pitten 260 245 245 245
Gladiool, kralen 190 180 180 180
Hyacint 220 210 210 210
Iris, grofbollig 170 160 160 160
Iris, fijnbollig 140 135 135 135
Knolbegonia 150 145 145 145
Krokus, grote gele 175 165 165 165
Krokus, overig 90 85 85 85
Lelie 155 145 145 145
Narcis 145 140 140 140
Tulp 200 190 190 190
Zantedeschia 120 120 120 120
Bloembollengewassen, overig 165 155 155 155
Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar)
Appel 175 165 165 165
Blauwe bes 100 95 95 95
Braam 150 140 140 140
Framboos 150 140 140 140
Kers 175 165 165 165
Peer 175 165 165 165
Pruim 175 165 165 165
Rode bes 150 140 140 140
Wijnbouw 100 95 95 95
Zwarte bes 175 165 165 165
Buitenbloemen (kg N per ha per teelt)
Buitenbloemen hoge norm (zie tabel 4) 200 200 200 200
Buitenbloemen, overig 150 150 150 150
Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar)
Bos- en Haagplantsoen 95 95 95 95
Buxus 95 95 95 95
Coniferen (inclusief kerstsparren en dennen) 80 80 80 80
Ericaceae 70 70 70 70
Laanbomen: onderstammen 40 40 40 40
Laanbomen: spillen 90 90 90 90
Laanbomen: opzetters 115 115 115 115
Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) 70 70 70 70
Sierheesters 75 75 75 75
Snijgroen 95 95 95 95
Trek- en besheesters 80 80 80 80
Vaste planten 175 175 175 175
Vruchtbomen: onderstammen 30 30 30 30
Vruchtbomen: moerbomen 110 110 110 110
Vruchtbomen, overig 135 105 105 105
Bosbouw (kg N per ha per jaar)
Snelgroeiende houtsoorten voor biomassaproductie 90 90 90 90

1 Onder ‘grasland met volledig maaien’ wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voor zover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren of waar hobbymatig gehouden dieren worden geweid.

Consumptieaardappelrassen met een hoge stikstofnorm Consumptieaardappelrassen met een lage stikstofnorm
Adora Annabelle Bintje Carlita Courage Draga Felsina Fontane Innovator Inova Jaerla Lady Blanca Lady Olympia Lady Rosetta Liseta Maritiema Marlen Miranda Ramos Redstar Sante Satellite Victoria VR 808 Zorba Agria Allure Alpha Aprilia Asterix Aziza Ballys Baraka Bartina Caesar Dore Eigenheimer El Paso Futura Gloria Irene Maradonna Markies Milva Minerva Mondial Morene Mozart Producent Remarka Rodeo Safari Saphire Simply Red Spirit Terra Gold Ukama Vision
Pootaardappelrassen met een hoge stikstofnorm Pootaardappelrassen met een lage stikstofnorm
--- ---
Adora Agata Annabelle Arinda Berber Binella Climax Donald Elisabeth Fontane Gloria Inova Jaerla Junior Lady Rosetta Lady Olympia Leyla Linzer Delikatess Miriam Orinana Premiere Primura Prior Rikea Romano Satellite Sirco Sirtema Sofia (AR 93-272) Tresor Ukama Arcade Astarte Asterix Baraka Bartina Diamant Dolce Vita Elles Elvira Everest Florijn Kardal Karnico Maradonna Mondial Morene Mozart Picasso Remarka Resonant Rodeo Saphire Sifra Simply Red Spirit Van Gogh Vebesta Vento Voyager
Alchemilla mollis
Carthamus
Gypsophila paniculata
Lymonium
Lysimachia
Paeonia
Solidago
Veronica
Accord Agria Amora Anosta Arcade Asterix Bintje Challenger Daisy Dolce Vita Donald Fianna Felsina Florida Fresco Fontane Frieslander Innovator Kennebec Lady Amarilla Lady Blanca Lady Olympia Marijke Maritiema Markies Miranda Miriam Premiere Ramos Remarka Russet Burbank Sagitta Santana Shepody Spirit Sinora Ukama Umatilla Russet Van Gogh Victoria Zorba

Bijlage B. behorende bij artikel 29 van de uitvoeringsregeling Meststoffenwet: Werkingscoëfficiënt

Soort/herkomst meststof ¹ Toepassing ¹ WC
Drijfmest en dunne fractie Drijfmest en dunne fractie Drijfmest en dunne fractie
Drijfmest van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd Op bedrijf met beweiding Op bedrijf zonder beweiding 45 60
Op bedrijf met beweiding Op bedrijf zonder beweiding 45 60
Drijfmest van graasdieren aangevoerd 60
Drijfmest van varkens Op klei- en veengrond Op zand en lössgrond 60 80
Drijfmest van overige diersoorten 60
Dunne fractie na mestbewerking en gier 80
Vaste mest Vaste mest Vaste mest
Van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd Op bouwland op klei- en veengrond, in de periode van 1 september t/m 31 januari 30
Van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd Overige toepassingen op bedrijf met beweiding 45
Van graasdieren op eigen bedrijf geproduceerd Overige toepassingen op bedrijf zonder beweiding 60
Van graasdieren aangevoerd Op bouwland op klei- en veengrond, in de periode van 1 september t/m 31 januari 30
Van graasdieren aangevoerd Overige toepassingen 40
Van varkens, pluimvee en nertsen 55
Van overige diersoorten Op bouwland op klei- en veengrond, in de periode van 1 september t/m 31 januari 30
Van overige diersoorten Overige toepassingen 40
Overig Overig Overig
Compost 10
Champost 25
Zuiveringsslib 40
Overige organische meststoffen 50
Mengsels van meststoffen Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat

¹ Zonder nadere vermelding geldt de genoemde coëfficiënt voor alle grondsoorten, ongeacht herkomst en voor het gehele jaar, tenzij aanwenden op basis van het Besluit gebruik meststoffen is verboden

6. Zwaveltrioxide (SO3)

Bijlage D. Diergebonden normen

Bijlage E. behorende bij de artikelen 53, 78, 82 en 79

7.1. Algemeen

Bijlage F

Bijlage Ea. behorende bij de artikelen 78d, 78i, 78j, 78q, 78s en 78u, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Bijlage H. behorende bij de artikelen 80 en 81

8.2. Harmonisatieoverleg

Bijlage I. Forfaitaire mineralengehalten in dierlijke mest en mestcodes

bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Bijlage J

gewas Opbrengst (ton ds/ha) Opbrengst (ton product/ ha) Stikstofgehalte (kg stikstof/ton ds) Fosfaatgehalte (kg fosfaat/ton ds) Stikstofgehalte (kg stikstof/ton vers product) Fosfaatgehalte (kg fosfaat/ton vers product)
Snijmaïs 15,9 44,2 11,5 4,4 4,1 1,6
Maïskolvenschroot 7,8 14,0 14,4 5,7 7,6 3,0
Corncobmix (100% spil) 7,5 14,6 15,7 6,2 8,0 3,2
Corncobmix (25% spil) 7,5 12,8 15,5 7,3 9,1 4,3
Korrelmaïs 7,9 9,1 13,1 5,5 11,4 4,8
Gehele plant silage 8,8 10,5 16,2 6,9 6,0 2,6
Tarwe 7,0 8,1 17,8 6,9 15,4 6,0
Erwten 5,5 6,5 33,8 9,2 29,3 7,9
Gerst 5,5 6,3 16,6 7,6 14,5 6,6
Aardappelen (vers) 10,0 50,7 16,3 5,7 3,2 1,1
Aardappelen (kuil) * * 15,7 4,6 5,5 1,6
Appelen * * 4,2 1,8 0,7 0,3
Graanstro (rogge) 3,6 4,3 4,6 2,3 3,9 1,9
Graanstro (tarwe) 3,5 4,1 7,0 2,5 6,4 2,3
Grashooi * * 21,1 6,2 17,8 5,2
Graskuil * * 27,0 9,0 12,4 4,1
Graszaadstro * * 11,2 3,9 9,5 3,3
Rogge 3,5 4,0 15,7 7,3 13,7 6,4
Uien 5,6 56,4 21,6 7,1 2,2 0,7
Voederbieten 15,5 100,0 11,8 3,0 1,5 0,4
Witlofwortelen ** ** 9,3 4,6 1,4 0,7
kaaswei 33,4 18,8 1,6 0,9

Bijlage K. behorende bij artikel 98

4.3. Vaststelling van het benodigd aantal analyses voor onderhoud van het voortschrijdend gemiddelde gehalte

Bijlage L. behorende bij artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

4.3. Het verzamelmonster en het eindmonster

4.6. Monsteradministratie

4.6.1. Van elk monster worden de volgende gegevens vastgelegd

Deze gegevens mogen op verschillende plaatsen geadministreerd en bewaard worden, mits de traceerbaarheid van de gegevens gewaarborgd is.

Deze gegevens mogen op verschillende plaatsen geadministreerd en bewaard worden, mits de traceerbaarheid van de gegevens gewaarborgd is.

5. machtiging als monsternemers

Iemand die werkzaam is bij een onderneming in het kader waarvan diervoeders worden afgeleverd, moet om als monsternemer in het kader van het protocol Bemonstering vochtrijke voedermiddelen te kunnen optreden, daartoe door een bevoegde functionaris van de desbetreffende onderneming, schriftelijk zijn gemachtigd. De ondernemer bewaart de machtiging op de onderneming gedurende 5 jaar na afloop van het kalenderjaar, waarin de gemachtigde monsternemer zijn werkzaamheden heeft beëindigd.

De in deze bijlage opgenomen toleranties betreft het maximale acceptabele verschil tussen het vastgestelde gehalte enerzijds, en het geanalyseerd gehalte anderzijds.

1.1. Diervoeders met meer dan 14 % vocht

2.8. Vaststellen van de ijklijn:

0,60% absoluut voor gehalten van meer dan 6%;

10,00% relatief voor gehalten van 1 tot 6%;

0,10% absoluut voor gehalten kleiner dan 1%;

1.1.2. voor ruw eiwit:

1,80% absoluut voor gehalten hoger dan 20%;

4.4. Labelgegevens

0,90% absoluut voor gehalten kleiner dan 10%.

1.2. Te hanteren tolerantie bij nader onderzoek en meerdere monsters:

Wanneer bij nader onderzoek door de controle-instantie meerdere monsters worden genomen om te controleren of de juiste vermelding van fosfor respectievelijk ruw eiwit heeft plaatsgevonden kan in de keuring met de volgende tolerantie worden gewerkt:

4.5. Verzending

Voorts dient de monstername uitgevoerd te worden binnen eenzelfde toepassingsgebied waarvoor een tolerantie, als genoemd in punt 1.1 en 1.2 is vastgesteld.

Bijlage L. behorende bij artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 28b
1.

In afwijking van artikel 28 bedraagt de hoeveelheid stikstof, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet op bouwland voor een gewasperceel 125 procent van de hoeveelheid stikstof die in bijlage A, tabel 1, voor de desbetreffende grondsoort bij het desbetreffende gewas onder het desbetreffende jaar is vermeld, indien voor dat betreffende gewasperceel:

  • a. de betrokken landbouwer schade leidt of dreigt te leiden uit opbrengstderving of kwaliteitsverlies, veroorzaakt door het optreden van een neerslaghoeveelheid die uitgaat boven 50 millimeter in de 24 uur na 08.00 uur of 60 millimeter in de 48 uur na 08.00 uur;
  • b. de te verwachten financiële opbrengst van het betreffende gewasperceel zonder bijbemesting tenminste 25 procent lager is;
  • c. neerslag en opbrengstderving in een rapport door een geregistreerd schade-expert zijn bevestigd, waarin ook melding gemaakt wordt van ligging en areaal van het betreffende gewasperceel;
  • d. de hoeveelheid stikstof die boven 100 procent van de in bijlage A, tabel 1, genoemde hoeveelheid uitgaat, wordt toegediend in de vorm van anorganische meststoffen;
  • e. de landbouwer het voornemen tot bijbemesting vooraf heeft gemeld bij de minister;
  • f. de landbouwer bij de melding, bedoeld in onderdeel e, heeft verklaard dat ten aanzien van het desbetreffende bedrijf wordt voldaan aan de onderdelen a tot en met d;
  • g. de landbouwer als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit, het rapport, bedoeld onder c, bewaart.
2.

Indien een gewasperceel als bedoeld in het eerste lid gelegen is in een met nutriënten verontreinigd gebied of in een grondwaterbeschermingsgebied als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, wordt voor de toepassing van de 125 procent, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van de overeenkomstig artikel 28, eerste lid, aanhef en onderdeel g, verminderde hoeveelheid stikstof per hectare.

§ 2. Stikstofgebruiksnorm

§ 3. Fosfaattoestand van de bodem en fosfaatgebruiksnormen

Hoofdstuk 7. Administratieve verplichtingen overige leveranciers en afnemers

§ 1. Vervoer van dierlijke meststoffen

§ 2. Vooraanmelding bij het vervoer van dierlijke meststoffen

Hoofdstuk 8a. Mestverwerking

Hoofdstuk 8a. Mestverwerking

§ 4. Voorraden meststoffen

Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht en de verplaatsing van een varkens-, kippen- of kalkoenhouderij binnen een bedrijf

§ 2. Blokkaderecht

§ 3. Afgevoerde en aangevoerde andere meststoffen

§ 3. Afgevoerde en aangevoerde andere meststoffen

§ 3. Afgevoerde en aangevoerde andere meststoffen

§ 6. Diervoeders

Hoofdstuk 10a. Regelen betreffende de wijze van uitvoering van het controleprogramma

Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht en de verplaatsing van een varkens-, kippen- of kalkoenhouderij binnen een bedrijf

Bijlage Ad. , behorende bij artikel 25 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief
1 0 tot 5 € 15,70 41 200,01 tot 205 € 1.271,70
2 5,01 10 € 47,10 42 205,01 210 € 1.303,10
3 10,01 15 € 78,50 43 210,01 215 € 1.334,50
4 15,01 20 € 109,90 44 215,01 220 € 1.365,90
5 20,01 25 € 141,30 45 220,01 225 € 1.397,30
6 25,01 30 € 172,70 46 225,01 230 € 1.428,70
7 30,01 35 € 204,10 47 230,01 235 € 1.460,10
8 35,01 40 € 235,50 48 235,01 240 € 1.491,50
9 40,01 45 € 266,90 49 240,01 245 € 1.522,90
10 45,01 50 € 298,30 50 245,01 250 € 1.554,30
11 50,01 55 € 329,70 51 250,01 255 € 1.585,70
12 55,01 60 € 361,10 52 255,01 260 € 1.617,10
13 60,01 65 € 392,50 53 260,01 265 € 1.648,50
14 65,01 70 € 423,90 54 265,01 270 € 1.679,90
15 70,01 75 € 455,30 55 270,01 275 € 1.711,30
16 75,01 80 € 486,70 56 275,01 280 € 1.742,70
17 80,01 85 € 518,10 57 280,01 285 € 1.774,10
18 85,01 90 € 549,50 58 285,01 290 € 1.805,50
19 90,01 95 € 580,90 59 290,01 295 € 1.836,90
20 95,01 100 € 612,30 60 295,01 300 € 1.868,30
21 100,01 105 € 643,70 61 300,01 305 € 1.899,70
22 105,01 110 € 675,10 62 305,01 310 € 1.931,10
23 110,01 115 € 706,50 63 310,01 315 € 1.962,50
24 115,01 120 € 737,90 64 315,01 320 € 1.993,90
25 120,01 125 € 769,30 65 320,01 325 € 2.025,30
26 125,01 130 € 800,70 66 325,01 330 € 2.056,70
27 130,01 135 € 832,10 67 330,01 335 € 2.088,10
28 135,01 140 € 863,50 68 335,01 340 € 2.119,50
29 140,01 145 € 894,90 69 340,01 345 € 2.150,90
30 145,01 150 € 926,30 70 345,01 350 € 2.182,30
31 150,01 155 € 957,70 71 350,01 355 € 2.213,70
32 155,01 160 € 989,10 72 355,01 360 € 2.245,10
33 160,01 165 € 1.020,50 73 360,01 365 € 2.276,50
34 165,01 170 € 1.051,90 74 365,01 370 € 2.307,90
35 170,01 175 € 1.083,30 75 370,01 375 € 2.339,30
36 175,01 180 € 1.114,70 76 375,01 380 € 2.370,70
37 180,01 185 € 1.146,10 77 380,01 385 € 2.402,10
38 185,01 190 € 1.177,50 78 385,01 390 € 2.433,50
39 190,01 195 € 1.208,90 79 390,01 395 € 2.464,90
40 195,01 200 € 1.240,30 80 395,01 400 € 2.496,30

Bijlage D. Diergebonden normen

Bijlage E. behorende bij de artikelen 53, 78, 82 en 79

Bijlage F

Bijlage F

bijlage G. , behorende bij de artikelen 68 en 69 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

8.4. Nalevingstoezicht

Bijlage I. Forfaitaire mineralengehalten in dierlijke mest en mestcodes

Bijlage I. Forfaitaire mineralengehalten in dierlijke mest en mestcodes

Bijlage K. behorende bij artikel 98

Bijlage J. behorende bij de artikelen 97, 100 en 101 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

gewas Opbrengst (ton ds/ha) Opbrengst (ton product/ha) Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton ds) Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ ton ds) Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton vers product) Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ton vers product)
Snijmaïs 16,1 44,6 11,3 4,5 4,0 1,6
Maïskolvenschroot 7,8 14,0 14,4 5,7 7,6 3,0
Corncob mix (100% spil) 7,9 15,0 15,5 6,9 8,1 3,6
Corncob mix (25% spil) 7,9 12,4 15,0 6,9 9,5 4,3
Korrelmaïs 7,9 9,1 12,2 5,5 10,5 4,8
Gehele plant silage 8,8 10,5 17,6 6,9 5,7 2,2
Tarwe 7,6 8,8 20,9 7,5 17,9 6,4
Erwten 5,5 6,5 37,5 9,8 32,5 8,5
Gerst 5,9 6,8 18,5 8,2 13,9 7,1
Aardappelen (vers) 9,9 49,1 16,8 4,6 3,4 0,9
Aardappelen (kuil) * * 10,4 4,6 3,3 1,5
Appelen * * 4,2 1,6 0,7 0,3
Graanstro (rogge) 3,6 4,3 4,6 2,3 3,9 1,9
Graanstro (tarwe) 3,5 4,1 6,6 2,1 5,8 1,8
Grashooi * * 21,1 6,2 17,8 5,2
Graskuil * * 27,9 9,4 12,4 4,2
Graszaad stro * * 9,9 4,4 8,5 3,7
Rogge 3,3 3,8 15,5 8,2 16 7,1
Uien 6,0 51,0 21,6 6,9 2,5 0,8
Voederbieten 15,5 100,0 12,5 4,6 1,7 0,6
Witlof wortelen ** ** 8,2 5,7 1,2 0,9
kaaswei 37,0 24,4 1,3 0,9

Hoofdstuk 10. Literatuur

4.2. Vaststelling van de analysefrequentie t.b.v. onderhoud van het gemiddelde gehalte (voortschrijdend gemiddelde)

§ 7.3. Heranalyse

Bijlage L. behorende bij artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

4.4. Labelgegevens

4.5.3. Indien de gehalten aan droge stof, ruw eiwit en fosfor in het product niet veranderen tijdens het bewaren, mag het bedrijf afwijken van bovengenoemde voorwaarde. Het bedrijf dient wel ten genoegen van de Minister aan te tonen dat dit zo is. Het eindmonster dient binnen 1 week op het laboratorium te worden afgeleverd. Dit laboratorium vriest het monster direct in of droogt het monster direct voor.

4.6. Monsteradministratie

Iemand die werkzaam is bij een onderneming in het kader waarvan diervoeders worden afgeleverd, moet om als monsternemer in het kader van het protocol Bemonstering vochtrijke voedermiddelen te kunnen optreden, daartoe door een bevoegde functionaris van de desbetreffende onderneming, schriftelijk zijn gemachtigd. De ondernemer bewaart de machtiging op de onderneming gedurende 5 jaar na afloop van het kalenderjaar, waarin de gemachtigde monsternemer zijn werkzaamheden heeft beëindigd.

III. Toleranties

1.1.1. voor fosfor:

4.3. Het verzamelmonster en het eindmonster

9,00% relatief voor gehalten van 10 tot 20%;

4.4. Labelgegevens

Bij n monsters kan de tolerantie, genoemd in punt 1.1 en 1.2 worden gedeeld door √n, bij n>5 mag de tolerantie worden gedeeld door maximaal √5.

4.5. Verzending

Voorts dient de monstername uitgevoerd te worden binnen eenzelfde toepassingsgebied waarvoor een tolerantie, als genoemd in punt 1.1 en 1.2 is vastgesteld.

Bijlage L. behorende bij artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Bijlage K. behorende bij artikel 98

Hoofdstuk 9. Controle op naleving

Bijlage L. behorende bij artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

4.1. Algemeen

4.3. Het verzamelmonster en het eindmonster

4.5.1. De ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd stuurt minimaal 1 monster voor onderzoek naar het laboratorium. Een tweede monster kan voor eigen doeleinden worden bewaard. Het laboratorium moet voldoen aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025 of een hieraan gelijkwaardige norm.

Principe

De bouwvoor of zode van een perceel landbouwgrond wordt bij voorkeur volgens een gestratificeerde aselecte steekproef bemonsterd met behulp van een speciaal daarvoor opgesteld softwareprogramma dat digitaal te verkrijgen is bij het Ministerie van Economische Zaken. Indien gebruik gemaakt wordt van de gestratificeerde aselecte steekproef dient de procedure gevolgd te worden zoals beschreven in bijlage C, onderdeel I, van onderhavige regeling.

Bijlage M. behorende bij artikel 130

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)