Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-19
State In force
Source BWB
artikelen 635
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage J. Forfaitaire opbrengst en mineralengehalten ruwvoer en enkelvoudig diervoer

2. Doel

Bijlage J. behorende bij de artikelen 97, 100 en 101 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

gewas Opbrengst (ton ds/ha) Opbrengst (ton product/ha) Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton ds) Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ ton ds) Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton vers product) Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ton vers product)
Snijmaïs 16,1 44,6 11,3 4,5 4,0 1,6
Maïskolvenschroot 7,8 14,0 14,4 5,7 7,6 3,0
Corncob mix (100% spil) 7,9 15,0 15,5 6,9 8,1 3,6
Corncob mix (25% spil) 7,9 12,4 15,0 6,9 9,5 4,3
Korrelmaïs 7,9 9,1 12,2 5,5 10,5 4,8
Gehele plant silage 8,8 10,5 17,6 6,9 5,7 2,2
Tarwe 7,6 8,8 20,9 7,5 17,9 6,4
Erwten 5,5 6,5 37,5 9,8 32,5 8,5
Gerst 5,9 6,8 18,5 8,2 13,9 7,1
Aardappelen (vers) 9,9 49,1 16,8 4,6 3,4 0,9
Aardappelen (kuil) * * 10,4 4,6 3,3 1,5
Appelen * * 4,2 1,6 0,7 0,3
Graanstro (rogge) 3,6 4,3 4,6 2,3 3,9 1,9
Graanstro (tarwe) 3,5 4,1 6,6 2,1 5,8 1,8
Grashooi * * 21,1 6,2 17,8 5,2
Graskuil * * 27,9 9,4 12,4 4,2
Graszaad stro * * 9,9 4,4 8,5 3,7
Rogge 3,3 3,8 15,5 8,2 16 7,1
Uien 6,0 51,0 21,6 6,9 2,5 0,8
Voederbieten 15,5 100,0 12,5 4,6 1,7 0,6
Witlof wortelen ** ** 8,2 5,7 1,2 0,9
kaaswei 37,0 24,4 1,3 0,9

I. Protocol vaststelling gehalten vochtrijke voedermiddelen

3. Uitgangspunten

4. Werkwijze

4.2. Vaststelling van de analysefrequentie t.b.v. onderhoud van het gemiddelde gehalte (voortschrijdend gemiddelde)

1. Algemeen

4. Monsternameprocedure

4. Monsternameprocedure

4.2. Het nemen van de ondermonsters

4.3. Het verzamelmonster en het eindmonster

4.4. Labelgegevens

4.3. Het verzamelmonster en het eindmonster

III. Toleranties

4.5. Verzending

Sectie 1 bepaling bemonsteringspunten

Bemonster met een geschikte boor grond tot 10 centimeter diepte op grasland en tot 25 centimeter diepte op bouwland. Tot de aangegeven diepte dient de boor volledig met grond gevuld te zijn. Mijd bij bemonstering meststofresten.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 59a
1.

Artikel 53, tweede lid, artikel 54, eerste lid, voor zover dat lid betrekking heeft op de automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur, artikel 55, tweede lid, aanhef in samenhang met de onderdelen b en c, en artikel 56, voor zover dat lid betrekking heeft op het vastleggen van de in artikel 55, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gegevens, zijn niet van toepassing op het vervoer van dierlijke meststoffen, indien de dierlijke meststoffen worden afgevoerd van een bedrijf ten aanzien waarvan ontheffing is verleend van de artikelen 76, eerste lid, en 77 en rechtstreeks, zonder tussenopslag, worden vervoerd naar een bedrijf ten aanzien waarvan eveneens ontheffing is verleend van de artikelen 76, eerste lid, en 77 onder de volgende voorwaarden:

  • a. de afvoer vindt plaats op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de leverancier en de afnemer die is afgesloten voordat het vervoer van de desbetreffende vracht plaatsvond;
  • b. de hoeveelheid van de desbetreffende vracht meststoffen wordt bepaald overeenkomstig de aan de ontheffing verbonden voorschriften; en
2.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vracht dierlijke meststoffen op grond van de voorschriften die zijn verbonden aan de aan de leverancier van de desbetreffende vracht verleende ontheffing wordt vervoerd overeenkomstig de artikelen 48 en 49 van het Uitvoeringsbesluit en de artikelen 53 tot en met 56.

Hoofdstuk 9. Hoeveelheidbepaling

§ 6. Voltooien van het vervoer van dierlijke meststoffen

§ 5. Wegen bij vervoer van dierlijke meststoffen

§ 4. Voorraden meststoffen

Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht

§ 9. Vervoersbewijs zuiveringsslib en compost

§ 3. Afgevoerde en aangevoerde andere meststoffen

§ 3. Afgevoerde en aangevoerde andere meststoffen

§ 1. Mestproductie

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

bijlage Ac. , behorende bij de artikelen 17 tot en met 22 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

6. Zwaveltrioxide (SO3)

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

Bijlage A.1. behorende bij artikel 28: Consumptieaardappelrassen

7. Natriumoxide (Na2O)

Bijlage Ad. , behorende bij artikel 25 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief
1 0 tot 5 € 15,70 41 200,01 tot 205 € 1.271,70
2 5,01 10 € 47,10 42 205,01 210 € 1.303,10
3 10,01 15 € 78,50 43 210,01 215 € 1.334,50
4 15,01 20 € 109,90 44 215,01 220 € 1.365,90
5 20,01 25 € 141,30 45 220,01 225 € 1.397,30
6 25,01 30 € 172,70 46 225,01 230 € 1.428,70
7 30,01 35 € 204,10 47 230,01 235 € 1.460,10
8 35,01 40 € 235,50 48 235,01 240 € 1.491,50
9 40,01 45 € 266,90 49 240,01 245 € 1.522,90
10 45,01 50 € 298,30 50 245,01 250 € 1.554,30
11 50,01 55 € 329,70 51 250,01 255 € 1.585,70
12 55,01 60 € 361,10 52 255,01 260 € 1.617,10
13 60,01 65 € 392,50 53 260,01 265 € 1.648,50
14 65,01 70 € 423,90 54 265,01 270 € 1.679,90
15 70,01 75 € 455,30 55 270,01 275 € 1.711,30
16 75,01 80 € 486,70 56 275,01 280 € 1.742,70
17 80,01 85 € 518,10 57 280,01 285 € 1.774,10
18 85,01 90 € 549,50 58 285,01 290 € 1.805,50
19 90,01 95 € 580,90 59 290,01 295 € 1.836,90
20 95,01 100 € 612,30 60 295,01 300 € 1.868,30
21 100,01 105 € 643,70 61 300,01 305 € 1.899,70
22 105,01 110 € 675,10 62 305,01 310 € 1.931,10
23 110,01 115 € 706,50 63 310,01 315 € 1.962,50
24 115,01 120 € 737,90 64 315,01 320 € 1.993,90
25 120,01 125 € 769,30 65 320,01 325 € 2.025,30
26 125,01 130 € 800,70 66 325,01 330 € 2.056,70
27 130,01 135 € 832,10 67 330,01 335 € 2.088,10
28 135,01 140 € 863,50 68 335,01 340 € 2.119,50
29 140,01 145 € 894,90 69 340,01 345 € 2.150,90
30 145,01 150 € 926,30 70 345,01 350 € 2.182,30
31 150,01 155 € 957,70 71 350,01 355 € 2.213,70
32 155,01 160 € 989,10 72 355,01 360 € 2.245,10
33 160,01 165 € 1.020,50 73 360,01 365 € 2.276,50
34 165,01 170 € 1.051,90 74 365,01 370 € 2.307,90
35 170,01 175 € 1.083,30 75 370,01 375 € 2.339,30
36 175,01 180 € 1.114,70 76 375,01 380 € 2.370,70
37 180,01 185 € 1.146,10 77 380,01 385 € 2.402,10
38 185,01 190 € 1.177,50 78 385,01 390 € 2.433,50
39 190,01 195 € 1.208,90 79 390,01 395 € 2.464,90
40 195,01 200 € 1.240,30 80 395,01 400 € 2.496,30

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij de artikelen 28 tot en met 28c

grondsoort kleigrond noordelijke, westelijke en centrale zandgronden zuidelijke zandgronden lössgrond veengrond
jaar met ingang van 2018 met ingang van 2018 met ingang van 2018 met ingang van 2018 met ingang van 2018
Grasland (kg N per ha per jaar)
Grasland met beweiden 345 250 250 250 265
Grasland met volledig maaien1 385 320 320 320 300
Tijdelijk grasland (kg N per ha per periode)
van 1 januari tot minstens 15 april 60 50 50 50 50
van 1 januari tot minstens 15 mei 110 90 90 90 90
van 1 januari tot minstens 15 augustus 250 210 210 210 210
van 1 januari tot minstens 15 september 280 235 235 235 235
van 1 januari tot minstens 15 oktober 310 250 250 250 265
vanaf 15 april tot minstens 15 oktober 310 250 250 250 265
vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober 280 235 235 235 235
vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober 95 80 80 80 80
vanaf 15 september tot minstens 15 oktober 30 25 25 25 25
vanaf 15 oktober 0 0 0 0 0
Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt)
Blauwmaanzaad 110 100 80 80 105
Cichorei 70 70 70 70 70
Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) 275 260 208 204 270
Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) 225 210 168 164 220
Consumptieaardappelrassen, vroeg 120 120 96 96 120
Consumptieaardappelrassen, overig 250 235 188 184 245
Gras voor industriële verwerking (inzaai in september en eerste jaar) 30 25 25 25 25
Gras voor industriële verwerking (inzaai voor 15 mei en volgende jaren) 310 250 250 250 265
Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars 165 150 120 120 155
Graszaad, Engels raaigras, overjarig 200 185 148 148 190
Graszaad, Italiaans 130 120 96 96 125
Graszaad, rietzwenkgras 140 130 104 104 135
Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt 60 50 40 40 55
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars 85 75 60 60 80
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt 35 35 28 28 35
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig 115 105 84 84 110
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt 45 45 36 36 45
Graszaad, veldbeemd 130 100 80 80 105
Graszaad, veldbeemd, volgteelt 60 50 40 40 55
Graszaad, westerwolds 110 100 80 80 105
Graszaad, overig 90 80 64 64 85
Graszaad, overig, volgteelt 45 45 36 36 45
Graszoden 340 340 272 272 340
Haver 100 100 100 100 100
Maïs, bedrijven met derogatie 160 140 112 112 150
Maïs, bedrijven zonder derogatie 185 140 112 112 150
Luzerne, eerste jaar 40 40 40 40 40
Luzerne, volgende jaren 0 0 0 0 0
Karwij 150 140 112 112 145
Karwij waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 90 80 64 64 85
Koolzaad waarvan ten hoogste voor 31/12 (winterteelt) 45 45 36 36 45
Koolzaad, winter 205 190 152 152 195
Koolzaad, zomer 120 120 96 96 120
Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) 140 140 140 140 140
Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) 100 100 100 100 100
Pootaardappelen, uitgroeiteelt 180 165 165 165 170
Pootaardappelrassen, overig 120 120 120 120 120
Suikerbieten 150 145 116 116 145
Triticale 160 150 120 120 150
Ui, overig 120 120 120 120 120
Vlas 70 70 56 56 70
Voederbieten 165 165 132 132 165
Wintergerst 140 140 140 140 140
Winterrogge 140 140 140 140 140
Wintertarwe 245 160 160 190 160
Winterui, 2e jaars plantui 170 155 124 124 160
Winterui, 2e jaars plantui, waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 130 120 96 96 125
Zaaiui 170 120 120 120 120
Zetmeelaardappelen 240 230 184 184 230
Zomergerst 80 80 80 80 80
Zomertarwe 150 140 140 140 140
Akkerbouwgewassen, overig 200 185 148 148 190
Bladgewassen (kg N per ha per teelt)
Andijvie, 1e teelt 180 170 136 136 170
Andijvie, volgteelt 90 90 72 72 90
Selderij, bleek/groen 200 185 148 148 190
Slasoorten, 1e teelt 180 165 132 132 170
Slasoorten, volgteelt 105 105 84 84 105
Spinazie, 1e teelt 260 190 152 152 200
Spinazie, volgteelt 185 145 116 116 150
Prei 245 225 180 180 235
Prei waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 100 90 72 72 95
Bladgewassen, overig, eenmalige oogst 150 140 112 112 145
Bladgewassen, overig, meermalige oogst 275 250 200 200 260
Koolgewassen (kg N per ha per teelt)
Bloemkool 230 210 168 168 220
Bloemkool waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 120 110 88 88 115
Boerenkool 170 155 124 124 160
Broccoli 270 235 188 188 245
Chinese kool 180 155 124 124 160
Paksoi 180 165 132 132 170
Raapstelen 140 130 104 104 135
Rode kool 285 260 208 208 270
Savooiekool 285 260 208 208 270
Spitskool 285 260 208 208 270
Spruitkool 290 265 212 212 275
Spruitkool waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 50 50 40 40 50
Witte kool 320 290 232 232 305
Kruiden (kg N per ha per teelt)
Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst 150 140 112 112 145
Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten 275 250 200 200 260
Kruiden, wortelgewassen 200 185 148 148 190
Kruiden, zaadgewassen 100 90 72 72 95
Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt)
Aardbei (wachtbed, vermeerdering) 120 110 88 88 115
Aardbei (productie) 170 155 124 124 160
Aardbei (productie) waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 80 70 56 56 75
Erwt, vers + rijp zaad 30 30 30 30 30
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 190 175 140 140 180
Landbouwstambonen, rijp zaad 135 135 108 108 135
Peul 90 85 68 68 85
Stam/stokboon, vers 120 110 88 88 115
Suikermaïs 200 185 148 148 190
Tuinbonen, vers/peulen 75 75 75 75 75
Veld- en tuinbonen, vers + rijp zaad 50 50 40 40 50
Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt)
Asperge (excl. opkweek) 85 75 60 60 80
Bospeen 50 50 50 50 50
Knolselderij 200 185 148 148 190
Knolvenkel/venkel 180 165 132 132 170
Koolraap 170 155 124 124 160
Koolrabi 180 165 132 132 170
Kroten/rode bieten 185 170 136 136 175
Rabarber 250 230 184 184 240
Radijs 80 80 64 64 80
Schorseneer 170 170 170 170 170
Winterpeen/waspeen 110 110 110 110 110
Witlof 100 100 100 100 100
Stengel/knol/wortelgewassen, overig 200 185 148 148 190
Groenbemesters (kg N per ha per teelt)
Vlinderbloemige groenbemesters 30 25 25 25 30
Niet-vlinderbloemige groenbemesters 60 50 50 50 60
Graszaadstoppel ter vernietiging in najaar of vroege voorjaar 60 50 50 50 60
Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)
Acidanthera 255 240 240 240 240
Anemone coronaria 130 125 125 125 125
Dahlia 110 105 105 105 105
Fritillaria imperialis 135 130 130 130 130
Gladiool, pitten 260 245 245 245 245
Gladiool, kralen 190 180 180 180 180
Hyacint 220 210 210 210 210
Iris, grofbollig 170 160 160 160 160
Iris, fijnbollig 140 135 135 135 135
Knolbegonia 150 145 145 145 145
Krokus, grote gele 175 165 165 165 165
Krokus, overig 90 85 85 85 85
Lelie 155 145 145 145 145
Narcis 145 140 140 140 140
Tulp 200 190 190 190 190
Zantedeschia 120 120 120 120 120
Bloembollengewassen, overig 165 155 155 155 155
Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar)
Appel 175 165 165 165 165
Blauwe bes 100 95 95 95 95
Braam 150 140 140 140 140
Framboos 150 140 140 140 140
Kers 175 165 165 165 165
Peer 175 165 165 165 165
Pruim 175 165 165 165 165
Rode bes 150 140 140 140 140
Wijnbouw 100 95 95 95 95
Zwarte bes 175 165 165 165 165
Buitenbloemen (kg N per ha per teelt)
Buitenbloemen hoge norm (zie tabel 4) 200 200 200 200 200
Tagetes 90 80 80 80 90
Buitenbloemen, overig 150 150 150 150 150
Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar)
Bos- en Haagplantsoen 95 95 95 95 95
Buxus 95 95 95 95 95
Coniferen (inclusief kerstsparren en dennen) 80 80 80 80 80
Ericaceae 70 70 70 70 70
Laanbomen: onderstammen 40 40 40 40 40
Laanbomen: spillen 90 90 90 90 90
Laanbomen: opzetters 115 115 115 115 115
Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) 70 70 70 70 70
Sierheesters 75 75 75 75 75
Snijgroen 95 95 95 95 95
Trek- en besheesters 80 80 80 80 80
Vaste planten 175 175 175 175 175
Vruchtbomen: onderstammen 30 30 30 30 30
Vruchtbomen: moerbomen 110 110 110 110 110
Vruchtbomen, overig 135 105 105 105 105
Bosbouw (kg N per ha per jaar)
Snelgroeiende houtsoorten voor biomassaproductie 90 90 90 90 90

1 Onder ‘grasland met volledig maaien’ wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voor zover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren of waar hobbymatig gehouden dieren worden geweid.

Gewas, bedoeld in Bijlage A, tabel 1 Gemiddelde gewasopbrengst van het totale areaal van het gewas in de drie voorafgaande jaren Toegestane verhoging stikstofgebruiksnorm in kilogram stikstof per hectare per jaar op kleigrond, noordelijke, westelijke, centrale en zuidelijke zandgronden, lössgrond en veengrond
Suikerbieten 55 tot 65 5
Suikerbieten 65 tot 75 15
Suikerbieten 75 tot 85 30
Suikerbieten 85 of meer 35
– Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen vroeg – Consumptieaardappelrassen overig 50 tot 55 5
– Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen vroeg – Consumptieaardappelrassen overig 55 tot 60 15
– Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen vroeg – Consumptieaardappelrassen overig 60 tot 65 25
– Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen lage norm (zie tabel 2) – Consumptieaardappelrassen vroeg – Consumptieaardappelrassen overig 65 of meer 30
Wintertarwe 9 tot 10 5
Wintertarwe 10 tot 11 20
Wintertarwe 11 of meer 25
Zomertarwe 8 tot 9 10
Zomertarwe 9 tot 10 15
Zomertarwe 10 of meer 20
Wintergerst 9 tot 10 10
Wintergerst 10 tot 11 15
Wintergerst 11 of meer 20
Zomergerst 7 tot 8 0
Zomergerst 8 tot 9 15
Zomergerst 9 of meer 15
– Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) – Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) – Pootaardappelen, uitgroeiteelt – Pootaardappelrassen, overig 35 tot 40 5
– Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) – Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) – Pootaardappelen, uitgroeiteelt – Pootaardappelrassen, overig 40 tot 45 15
– Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) – Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) – Pootaardappelen, uitgroeiteelt – Pootaardappelrassen, overig 45 tot 51 25
– Pootaardappelrassen hoge norm (zie tabel 3) – Pootaardappelrassen lage norm (zie tabel 3) – Pootaardappelen, uitgroeiteelt – Pootaardappelrassen, overig 51 of meer 30
Zetmeelaardappelen 45 of meer 5
Bloemkool 26 tot 31 0
Bloemkool 31 tot 36 10
Bloemkool 36 of meer 15
Broccoli 10 tot 12 0
Broccoli 12 tot 14 5
Broccoli 14 of meer 10
Slasoorten, 1e teelt 41 tot 50 0
Slasoorten, 1e teelt 50 tot 60 15
Slasoorten, 1e teelt 60 of meer 20
Prei 35 tot 40 0
Prei 40 tot 45 15
Prei 45 of meer 20
Spinazie, 1e teelt 25 tot 30 5
Spinazie, 1e teelt 30 tot 35 10
Spinazie, 1e teelt 35 of meer 25
Andijvie, 1e teelt 42,5 tot 47,5 10
Andijvie, 1e teelt 47,5 tot 52,5 20
Andijvie, 1e teelt 52,5 of meer 25
Winterpeen/waspeen 85 tot 95 0
Winterpeen/waspeen 95 tot 105 10
Winterpeen/waspeen 105 of meer 20
Zaaiui 55 tot 65 5
Zaaiui 65 tot 75 20
Zaaiui 75 of meer 30
Mais, bedrijven met en zonder derogatie 40 tot 50 15
Mais, bedrijven met en zonder derogatie 50 tot 60 45
Mais, bedrijven met en zonder derogatie 60 of meer 60
Consumptieaardappelrassen met een hoge stikstofnorm Consumptieaardappelrassen met een lage stikstofnorm
--- ---
Adora Annabelle Bintje Carlita Courage Draga Felsina Fontane Innovator Inova Jaerla Lady Blanca Lady Olympia Lady Rosetta Liseta Maritiema Marlen Miranda Ramos Redstar Sante Satellite Victoria VR 808 Zorba Agria Allure Alpha Aprilia Asterix Aziza Ballys Baraka Bartina Caesar Dore Eigenheimer El Paso Futura Gloria Irene Maradonna Markies Milva Minerva Mondial Morene Mozart Producent Remarka Rodeo Safari Saphire Simply Red Spirit Terra Gold Ukama Vision
Pootaardappelrassen met een hoge stikstofnorm Pootaardappelrassen met een lage stikstofnorm
--- ---
Adora Agata Annabelle Arinda Berber Binella Climax Donald Elisabeth Fontane Gloria Inova Jaerla Junior Lady Rosetta Lady Olympia Leyla Linzer Delikatess Miriam Orinana Premiere Primura Prior Rikea Romano Satellite Sirco Sirtema Sofia (AR 93-272) Tresor Ukama Arcade Astarte Asterix Baraka Bartina Diamant Dolce Vita Elles Elvira Everest Florijn Kardal Karnico Maradonna Mondial Morene Mozart Picasso Remarka Resonant Rodeo Saphire Sifra Simply Red Spirit Van Gogh Vebesta Vento Voyager
Alchemilla mollis
Carthamus
Gypsophila paniculata
Lymonium
Lysimachia
Paeonia
Solidago
Veronica
Accord Agria Amora Anosta Arcade Asterix Bintje Challenger Daisy Dolce Vita Donald Fianna Felsina Florida Fresco Fontane Frieslander Innovator Kennebec Lady Amarilla Lady Blanca Lady Olympia Marijke Maritiema Markies Miranda Miriam Premiere Ramos Remarka Russet Burbank Sagitta Santana Shepody Spirit Sinora Ukama Umatilla Russet Van Gogh Victoria Zorba

11. IJzer (Fe)

Bijlage C. behorende bij de artikelen 30 tot en met 33

VI. protocol analyse organische microverontreinigingen

3. Instrumentele analyse Hg

D. Prestatiekenmerken AGR-apparatuur voor het vervoer van drijfmest

Bijlage E. behorende bij de artikelen 53, 78 en 79

8.1. Eerstelijnscontrole

8. Kwaliteitsborging

9. Rapportage

§ 3.1. Algemeen

Bijlage F

§ 4.1. Controle monsterverpakking

bijlage G. , behorende bij de artikelen 68 en 69 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Bijlage H. behorende bij de artikelen 80 en 81

§ 4.3. Registratie van gegevens

§ 5.2. Monstervoorbehandeling

§ 4.2. Controle hoeveelheid monster

§ 5.1. Maken van mengmonsters

5.1.1. Mengen van monsters drijfmest

9.2. Derdelijnscontrole

Onderdeel B. Bijzondere situaties analyseproces

bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Bijlage K. behorende bij artikel 98

4.1. Definiëring van een voedermiddel: vaststelling van het gemiddelde gehalte (als beginwaarde).

3. Plaats bemonstering

4.1. Algemeen

4.2. Het nemen van de ondermonsters

4.5. Verzending

4.4. Labelgegevens

5. machtiging als monsternemers

4.6. Monsteradministratie

5. machtiging als monsternemers

Gestratificeerde aselecte steekproefmethode

Trek de boor met grond uit de bodem en breng de grond over in een stevige plastic zak of papieren zak met polyethyleen bekleding. Verzamel op deze wijze grond op alle bemonsteringspunten en breng dit samen in een zak. De booromvang is dusdanig groot dat de massa van het mengmonster ten minste 0,5 kilogram bedraagt. Op alle bemonsteringspunten wordt een gelijke hoeveelheid grond verzameld.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 28a
1.

De hoeveelheid stikstof, bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt voor onderstaande gewassen vermeerderd met de hoeveelheid stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, voor zover de teelt van deze gewassen op kleigrond plaatsvindt:

  • a. voor zover het gewas suikerbieten betreft, 15 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal suikerbieten dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 75 ton per hectare bedroeg;
  • b. voor zover het de in bijlage A, tabel 5, genoemde consumptieaardappelrassen betreft, 30 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal van deze consumptieaardappelrassen dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 50 ton per hectare bedroeg;
  • c. voor zover het gewas wintertarwe betreft, 15 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal wintertarwe dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 9 ton per hectare bedroeg;
  • d. voor zover het gewas zomertarwe betreft, 20 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal zomertarwe dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 8 ton per hectare bedroeg;
  • e. voor zover het gewas wintergerst betreft, 20 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal wintergerst dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 9 ton per hectare bedroeg;
  • f. voor zover het gewas zomergerst betreft, 30 kilogrammen stikstof, indien de gemiddelde opbrengst van het totale areaal zomergerst dat op het desbetreffende bedrijf op kleigrond werd geteeld, gemeten over de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren, ten minste 7 ton per hectare bedroeg.
2.

De landbouwer die gebruik maakt van de verhoging van de stikstofgebruiksnorm, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. de landbouwer heeft de afnemers, bedoeld in het derde lid, gemachtigd om desgevraagd gegevens over de afgenomen hoeveelheden te verstrekken aan de minister;
  • b. de landbouwer heeft het desbetreffende bedrijf uiterlijk op 15 mei van het kalenderjaar waarin gebruik gemaakt wordt van de verhoging van de stikstofgebruiksnorm aangemeld bij de minister;
  • c. de landbouwer heeft bij de melding, bedoeld in onderdeel b, verklaard dat ten aanzien van het desbetreffende bedrijf is voldaan aan het eerste lid, onderdelen a tot en met f, in samenhang met het derde lid, en aan het tweede lid, onderdeel a;
  • d. de landbouwer als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit, gegevens bewaart waaruit in voorkomend geval ter zake van elk van de drie aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaren blijkt:
  • 1°. welke gewassen en rassen op zijn bedrijf werden geteeld;
  • 2°. het aantal hectaren kleigrond dat met de desbetreffende gewassen en rassen was beteeld;
  • 3°. de hoogte van de gewasopbrengst; en
  • 4°. de afnemers van de desbetreffende gewassen.
3.

Voor de bepaling van de gewasopbrengst, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, wordt uitsluitend in aanmerking genomen de hoeveelheid die door de desbetreffende landbouwer rechtstreeks dan wel door tussenkomst van een daartoe gespecialiseerd bedrijf dat zich toelegt op het sorteren van de betreffende gewassen, is afgeleverd aan afnemers die de suikerbieten respectievelijk de consumptieaardappelen tot voor menselijke consumptie dan wel de gewassen, bedoeld in het eerste lid, onder c tot en met f, tot voor menselijke of dierlijke consumptie geschikte producten verwerken.

§ 2. Stikstofgebruiksnorm

Artikel 29a

De indicator voor de fosfaattoestand van grasland en bouwland is de combinatie van:

  • a. het P-CaCl2-getal dat wordt uitgedrukt in milligrammen P2O5 per kilogram grond; en
  • b. het P-AL-getal dat wordt uitgedrukt in milligrammen P2O5 per 100 gram grond.

§ 3. Fosfaatgebruiksnorm voor grond met lage fosfaattoestand

§ 4. Fosfaatvrije voet en fosfaatverrekening

Hoofdstuk 5. Administratieve verplichtingen landbouwers

Hoofdstuk 4. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen

Artikel 51a
1.

Op de opslagruimten voor vloeibaar zuiveringsslib, bedoeld in artikel 51, vierde lid, worden de door de minister verstrekte registratienummers ter identificatie van de afzonderlijke opslagruimten aangebracht, op zodanige wijze dat het nummer steeds duidelijk zichtbaar en leesbaar is.

2.

De opslagruimten voor vloeibaar zuiveringsslib worden in de administratie en bij de verstrekking van gegevens mede aangeduid met het registratienummer van de opslagruimte, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 6. Administratieve verplichtingen intermediairs

§ 1. Vervoer van dierlijke meststoffen

§ 3. Het vervoer van dierlijke meststoffen

Hoofdstuk 9. Hoeveelheidbepaling

Artikel 74a

Vervallen

§ 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Artikel 92c

Ingeval een hoeveelheid vloeibaar zuiveringsslib die afkomstig is uit een opslagruimte voor vloeibaar zuiveringsslib als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van het besluit of in artikel 51, vierde lid, en die rechtstreeks van de desbetreffende onderneming wordt afgevoerd naar een bedrijf, komt het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte alsmede het drogestofgehalte van de desbetreffende hoeveelheid zuiveringsslib, in afwijking van artikel 68, eerste lid van het besluit, overeen met het stikstofgehalte, het fosfaatgehalte onderscheidenlijk het drogestofgehalte zoals dat voor de in de desbetreffende opslag aanwezige hoeveelheid zuiveringsslib met gebruikmaking van het in artikel 46, eerste lid, of artikel 51, vijfde lid, bedoelde formulier, of de in artikel 46, tweede lid, genoemde andere gegevensdragers is berekend en zoals dat voordat de afvoer plaatsvond, overeenkomstig artikel 48, vijfde lid, of 52, vijfde lid, aan de minister is verstrekt.

§ 2. Afgevoerde en aangevoerde dierlijke meststoffen

§ 8. Fosfaattoestand van de bodem

Artikel 103a
1.

De fosfaattoestand van de bodem, bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025, door middel van bemonstering en analyse van de bodem overeenkomstig het in bijlage L opgenomen protocol.

2.

Het laboratorium stelt ter zake van de bemonstering en analyse een analyserapport op, dat voor ieder bemonsterd perceel in ieder geval de volgende gegevens bevat:

  • a. de naam en het adres van de landbouwer wiens perceel is bemonsterd;
  • b. de datum van de monstername;
  • c. het gehanteerde bemonsteringsprotocol;
  • d. de exacte locatie van het bemonsterde perceel dan wel de delen van het perceel, vastgesteld met behulp van GPS-gegevens;
  • e. het aantal steken dat uit de bodemlaag werd genomen;
  • f. de diepte waarop de bodemmonsters zijn gestoken;
  • g. een schema of een tekening van de locaties waar de bodemmonsters zijn gestoken;
  • h. het codenummer van het mengmonster dan wel de mengmonsters dat is onderscheidenlijk die zijn samengesteld uit de bodemmonsters;
  • i. de waarnemingen tijdens de monstername die mogelijk van invloed zijn op de uitkomsten van de vaststelling;
  • j. de gebruikte analysemethode;
  • k. de analysedatum van het mengmonster dan wel de mengmonsters;
  • l. de resultaten van de analyses;
  • m. bijzondere waarnemingen, die tijdens de analyse van het mengmonster dan wel de mengmonsters zijn gedaan; en
  • n. alle niet in bijlage L voorgeschreven handelingen die het resultaat van de analyse van het mengmonster dan wel de mengmonsters hebben beïnvloed.
3.

Het analyserapport is geldig tot vier jaar na de datum van de monstername, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

4.

Als vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens aangemerkt de vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem die is verricht door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025 door middel van:

  • a. analyse van monsters die in de periode van 16 mei 2006 tot 1 november 2009 uit de desbetreffende bodem zijn genomen door dat laboratorium of onder de verantwoordelijkheid van dat laboratorium door een monsternemer die een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van het bedrijf waar de monsters worden genomen; of
  • b. bemonstering en analyse van de bodem overeenkomstig het in bijlage L opgenomen protocol met uitzondering van de in onderdeel I, paragraaf 1, voorgeschreven vastlegging van de omvang en vorm van het te bemonsteren perceel dan wel perceelsdeel met een Global Positioning System, voor zover het betreft monsters die in de periode van 1 november 2009 tot 1 januari 2010 uit de desbetreffende bodem zijn genomen.
Artikel 103b
1.

Het laboratorium dat de in artikel 103a bedoelde vaststelling heeft verricht, verstrekt de landbouwer het analyserapport en verstrekt desgevraagd gegevens over die vaststelling aan de minister.

2.

De landbouwer meldt de fosfaattoestand van het desbetreffende perceel gebaseerd op het op grond van artikel 103a, derde lid, geldige analyserapport, uiterlijk 15 mei van het desbetreffende kalenderjaar.

3.

De landbouwer bewaart het analyserapport als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32 van het besluit.

Artikel 103c
1.

In afwijking van artikel 103a, eerste en tweede lid, kan het laboratorium het nemen van monsters uit de bodem van een perceel uitbesteden aan een derde indien:

  • a. de monstername geschiedt onder verantwoordelijkheid van het laboratorium dat de analyse uitvoert;
  • b. het laboratorium zorg draagt voor de kwaliteitseisen conform NEN-EN-ISO/IEC 17025;
  • c. de uitbesteding van de werkzaamheden schriftelijk is overeengekomen;
  • d. de derde een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van het bedrijf waar de monsters worden genomen;
  • e. degene die de monstername verricht, daartoe is geschoold en door het laboratorium is voorzien van deugdelijke instructies; en
  • f. het laboratorium in het analyserapport de naam vermeldt van degene die de werkzaamheden heeft verricht.
Artikel 103d
1.

De gewasopbrengst in een kalenderjaar wordt bepaald door de hoeveelheid van het gewas die in dat jaar is geoogst van de met het desbetreffende gewas beteelde oppervlakte tot het bedrijf behorende landbouwgrond, te verminderen met het door de afnemer van het desbetreffende gewas vastgestelde tarragewicht.

2.

De gewasopbrengst wordt uitgedrukt in tonnen per hectare per jaar.

§ 1. Mestproductie

§ 1. Mestproductie

§ 5. Gasvormige verliezen

§ 2. Afgevoerde en aangevoerde dierlijke meststoffen

Hoofdstuk 10. Overgang van een productierecht en de verplaatsing van een varkens-, kippen- of kalkoenhouderij binnen een bedrijf

Bijlage

Tabel met de verschillende rechtsgrondslagen in de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet van de artikelen van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Artikel meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1, eerste lid, onderdeel f 3
5d (10 nieuw), eerste lid 28
5f (12 nieuw), derde lid 29
5e (11 nieuw), vijfde lid 30 tot en met 33
5f (12 nieuw), vijfde lid 34
5e (11 nieuw), zesde lid 35
28, tweede lid, onderdeel b 36
36, onderdeel a 37
36, onderdeel b 38, 40
36, onderdeel c 39
26, tweede lid, onderdeel b 41
36, onderdeel d, 35, tweede lid 42
59d (38 nieuw) 36, onderdeel e 43, 44
41, onderdeel a 45
41, onderdelen b en c 46, 51
41, onderdeel b 47, 49
41, onderdelen d en e 48
46, onderdeel a 50
46, onderdeel d 52
52, eerste lid, onderdelen c en d, 70, vierde lid, onderdeel b 53
52, eerste lid, onderdelen a, c en d 54
52, eerste lid, onderdeel e 55, 56
52, eerste lid, onderdeel a 57, 59
51, 52, eerste lid, onderdeel b 58
52, derde lid 60
54, onderdeel b 61 tot en met 63, 66
54, onderdelen d en e 64, eerste tot en met derde lid
54, onderdeel c 64, vierde lid, 65, 67
55, derde lid 68
56, onderdelen b en c 69
61, derde lid, 64, tweede lid, onderdeel c 70
64, eerste lid 71
64, tweede lid, onderdeel b 72
70, eerste lid, onderdeel a en derde lid 73, 74, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel a 74, tweede lid, 83, 92, 93, eerste en tweede lid, 94 en 95
70, vierde lid, onderdeel c 74, derde lid, 80 en 125
59d (38 nieuw) 74, vierde en vijfde lid, 75, 82, derde lid, 93, derde lid, en 126
70, vierde lid, onderdelen a en c 76, 77 en 98
70, vierde lid, onderdelen a tot en met d 78, 79 en 82, eerste en tweede lid
70, vierde lid, onderdelen c tot en met e 81
70, tweede lid, onderdeel b 84 tot en met 91
70, eerste lid, onderdeel c 96, 102 en 103
70, vierde lid, onderdelen a t/m c 98, 100 en 101, eerste lid
70, vierde lid, onderdeel e 99
70, eerste lid, onderdeel b 101, tweede lid
70, eerste lid, onderdeel c en tweede lid, onderdeel a 101, derde lid
58f (27 nieuw), derde lid 104
58i (30 nieuw), tweede en derde lid 105 t/m 109
58j (31 nieuw), derde lid 110
60, tweede en derde lid 111
36, onderdeel d, 41, onderdeel d en 46, onderdeel d 122, 123 en 127
36, onderdelen b en d, 41 onderdelen b en d, 46, onderdelen b en d 124
71 128
69 (47 nieuw) 129
Artikel Wet bodembescherming Artikelen Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
64 134

bijlage Aa. , behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

    1. reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten en die met name bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof afkomstig van suikerbieten en water (schuimaarde).
    1. Reststof, die uitsluitend bestaat uit calciumcarbonaat in de vorm van tot granulaat vermalen eierschalen die zijn vrijgekomen bij de industriële verwerking van eieren, en die is gehygiëniseerd door verhitting (calciumcarbonaat van verwerkte eierschalen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabriekmatige productie van drinkwater uit grond- of oppervlaktewater en die met name bestaat uit calciumcarbonaat (kalkslib van drinkwaterbereiding).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fermentatieve productie van het antibioticum 7-amino-de-acetoxy-cefalosporinezuur en die met name bestaat uit zwavel, kalium en stikstof (reststof bij 7-ADCA productie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de zuivering van steenzout bij de fabrieksmatige productie van zuiver natriumchloride en die bestaat uit calciumcarbonaat, water, magnesiumhydroxide en sporen gips en keukenzout (kalkhoudende reststof van zoutwinning),
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van urean uit kalkammonsalpeter en ureum en die bestaat uit calciumcarbonaat (kalk), water en de filterhulpstof amorf aluminiumsilicaat (kalkhoudende filterkoek die vrijkomt bij de productie van anorganische meststoffen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de industriële productie van bakkersgist door fermentatie van verdunde melasse van suikerbieten en suikerriet en die bestaat uit een donkerbruine viskeuze suspensie van kristallen van kaliumsulfaat (kaliumsulfaatsuspensie).

II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

(Categorieën afvalstoffen of reststoffen)

III. Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt

    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van magnesiumcalciumhydroxide uit gebrand dolomietkalksteen (magnesiumcalciumoxide gevormd uit magnesiumcalciumcarbonaat) en die bestaat uit grijswit granulaat van magnesiumcalciumoxide en magnesiumcalciumhydroxide (granulaat van magnesiumcalciumhydroxide),

IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld

    1. Product dat verkregen is door vergisting van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met als nevenbestanddeel uitsluitend één of meer van de stoffen die genoemd zijn onder de in onderstaande tabel onderscheiden categorieën of subcategorieën (covergiste mest):
A Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van een landbouwbedrijf
A1 Gewas(-producten) voor humane consumptie of diervoeders
1 Weidegras, weidekuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, korrelmaïs, corn cob mix (CCM), gerstkorrels, haverkorrels, roggekorrels, tarwekorrels, aardappelen, suikerbieten, voederbieten, uien, witlofpennen, zaad van erwten, zaad van lupinen, bonen/peulen van veldbonen, zonnebloempitten, zaad van kool- of raapzaad, zaad van olievlas, zaad van vezelvlas, groente en fruit behorend tot de in bijlage A opgenomen bladgewassen, koolgewassen, kruiden, vruchtgewassen, stengel-/knol-/wortelgewassen en fruitteeltgewassen.
A2 Gewas(-producten) voor de biogasproductie
1 Energiemaïs
B Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van natuurterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit gebruik meststoffen
B1 Weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen.
C Stoffen afkomstig uit de voedings- en genotmiddelenindustrie
C1 Stoffen van plantaardige herkomst
1 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater met een droge stofpercentage van minimaal 50% (protamylasse).
2 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het vrijkomende afvalwater (primair aardappelzetmeelslib).
3 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige vergisting van tarwezetmeel ten behoeve van alcoholproductie (tarwegistconcentraat).
4 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen aardappelen en die bestaat uit aardappelschillen in water (aardappelstoomschillen).
5 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).
6 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van zetmeel, eiwit, kiemen en vezel van maïs en die bestaat uit ingedampt (geconcentreerd) weekwater met een drogestofgehalte van minimaal 50% (geconcentreerd maïsweekwater).
7 Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte frisdranken of licht alcoholische dranken die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte frisdranken of licht-alcoholische dranken en is vrij van verpakkingsmateriaal (vloeibaar mengsel van frisdranken en licht alcoholische dranken).
8 Reststof die met behulp van water en fysische processen al dan niet als ingedikte vloeibare reststroom is vrijgekomen bij de fabrieksmatige scheiding van tarwebloem in tarwezetmeel en tarwe-eiwit (gluten) bestemd voor de levensmiddelenindustrie (tarwezetmeel).
9 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van conserven en die bestaat uit een mengsel van uitgeselecteerde droge witte bonen of uitgeselecteerde geweekte geblancheerde witte bonen die ongeschikt zijn voor humane consumptie (mengsel van witte bonen).
10 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van tarwebloem tot gluten, zemelen en zetmeel bestemd voor de levensmiddelenindustrie en die bestaat uit een geconcentreerde suikerrijke deelstroom (tarweindampconcentraat).
11 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig mechanisch schillen van gewassen sinaasappelen voor de productie van sinaasappelsap bestemd voor menselijke consumptie (schilresten van sinaasappelen).
12 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe, niet ontslijmde, plantaardige olie – uitsluitend afkomstig van zaden van koolzaad, raapzaad, sojaboon of zonnebloem – door middel van fysische scheiding en waarbij het hydrofiel gedeelte van de olie in water oplost dan wel een zwak zure oplossing vormt en die bestaat uit fosfolipiden, wateroplosbare vetten, olie en eventueel zuurresten in water (waterig lecithine-oliemengsel).
13 Reststof die is vrijgekomen bij het filteren door mechanische scheiding van zuiver plantaardige olie, waarin voorgesneden en geblancheerde patat van aardappelen met vooraf aangebracht beslag, battermix of kruiden is voorgebakken en die bestaat uit resten beslag/battermix met zetmeel- en olieresten. (aardappelvetkruim).
14 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van sojadranken door verwerking van ontpelde sojabonen en die bestaat uit een mengsel van kookvocht en de afgescheiden slecht oplosbare fractie (mengsel van okara en kookvocht).
15 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van vooraf gewassen aardappelen, gele koolraap, witte koolraap, witte bieten en knolselderij tot luchtgedroogde groenten waarbij deze met een stoomschiller worden geschild, afgeborsteld en met water afgespoeld en vervolgens gedroogd met lucht. De reststof bestaat uit de vaste delen die met een zeefbocht zijn afgescheiden van de afvalwaterstroom die uit de stoomschiller komt en uit de knollen die na het schillen vanwege rot of kleurafwijking zijn uitgesorteerd. (stoomschillen van knolgewassen).
16 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit gereinigde brokstukken van de biet, met name de dunne uiteinden, en delen van bietenbladeren, al dan niet ingekuild. (bietenpunten).
C2 Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst
1 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte vloeibare zuivelproducten die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. De reststof bestaat uit uitgepakte vloeibare zuivelproducten of mengsels daarvan en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte vloeibare zuivelproducten en mengsels daarvan).
2 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bereiding van consumptie-ijs en die bestaat uit grondstofresten, ijsmixresten en afgekeurde ijsproducten en vrij is van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (ijsafval).
3 Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie).
4 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van lactose door scheiding uit het permeaat dat is verkregen door ultrafiltratie van zoete kaaswei (delactosed permeate liquid).
D Stoffen afkomstig uit de diervoederindustrie
E Stoffen afkomstig uit andere industrieën
1 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit raapzaadolie of koolzaadolie door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht (glycerine).
F Hulpstoffen of toevoegmiddelen
1 Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (ijzerwater).

bijlage Ab. behorende bij de artikelen 8 en 9 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Zware metalen Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
MgO SO3 Na2O CaO in CaSO4-meststof
Cd 33 33 42 2,5
Cr 2000 2000 2500 150
Cu 2000 2000 2500 150
Hg 20 20 25 1,5
Ni 800 800 1000 60
Pb 2667 2667 3333 200
Zn 8000 8000 10000 600
As 400 400 500 30

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.

Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
Organische microverontreinigingen MgO SO3 Na2O CaO in CaSO4-meststof
Σ PCDD/PCDF 0,020 0,020 0,025 0,00152
α-ΗCH 331 331 413 24,8
β-ΗCH 12,8 12,8 16 0,96
γ-ΗCΗ (lindaan) 1,3 1,3 1,6 0,10
HCB 41,6 41,6 52,0 3,12
Aldrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Dieldrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Σ aldrin/dieldrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Endrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Isodrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Σ endrin/isodrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Σ DDT + DDD + DDE 24,5 24,5 30,7 1,84
PCB-28 19,7 19,7 24,7 1,48
PCB-52 19,7 19,7 24,7 1,48
PCB-101 80 80 100 6
PCB-118 80 80 100 6
PCB – 138 80 80 100 6
PCB – 153 80 80 100 6
PCB – 180 80 80 100 6
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 400 400 500 30
Naftaleen 640 640 800 48
Fenanthreen 800 800 1000 60
Antraceen 640 640 800 48
Fluoranteen 197 197 247 15
Benzo(a)antraceen 245 245 307 18
Chryseen 245 245 307 18
Benzo(k)fluoranteen 288 288 360 22
Benzo(a)pyreen 309 309 387 23
Benzo(g,h,i)peryleen 224 224 280 17
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 251 251 313 19
Σ 10-PAK 12267 12267 15333 920
Minerale olie 997333 997333 1246667 74800

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.

bijlage Aa. , behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

    1. reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten en die met name bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof afkomstig van suikerbieten en water (schuimaarde).
    1. Reststof, die uitsluitend bestaat uit calciumcarbonaat in de vorm van tot granulaat vermalen eierschalen die zijn vrijgekomen bij de industriële verwerking van eieren, en die is gehygiëniseerd door verhitting (calciumcarbonaat van verwerkte eierschalen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabriekmatige productie van drinkwater uit grond- of oppervlaktewater en die met name bestaat uit calciumcarbonaat (kalkslib van drinkwaterbereiding).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fermentatieve productie van het antibioticum 7-amino-de-acetoxy-cefalosporinezuur en die met name bestaat uit zwavel, kalium en stikstof (reststof bij 7-ADCA productie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de zuivering van steenzout bij de fabrieksmatige productie van zuiver natriumchloride en die bestaat uit calciumcarbonaat, water, magnesiumhydroxide en sporen gips en keukenzout (kalkhoudende reststof van zoutwinning),
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van urean uit kalkammonsalpeter en ureum en die bestaat uit calciumcarbonaat (kalk), water en de filterhulpstof amorf aluminiumsilicaat (kalkhoudende filterkoek die vrijkomt bij de productie van anorganische meststoffen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de industriële productie van bakkersgist door fermentatie van verdunde melasse van suikerbieten en suikerriet en die bestaat uit een donkerbruine viskeuze suspensie van kristallen van kaliumsulfaat (kaliumsulfaatsuspensie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van alcohol door fermentatie van melasse die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit een donkerbruine stroperige vloeistof (vinassekali) of bestaat uit een ingedikte donkerbruine stroperige vloeistof (ingedikte vinassekali).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal, waar (gecomposteerd) zuiveringsslib met houtsnippers wordt gecomposteerd door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een pH-neutrale oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudende spuiwater van chemische luchtwassers van composteerhallen).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van blauwzuur (waterstofcyanide) uit methaan en ammoniak volgens het BMA-proces en die bestaat uit een oplossing van ammoniumsulfaat in water met een maximaal blauwzuurgehalte van 0,00027% (ammoniumsulfaatoplossing in water van blauwzuurproductie volgens BMA-proces).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van fabrieksaardappelen tot zetmeel en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater (ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat)
    1. Reststof die is vrijgekomen bij het verwijderen van kalium uit glycerine van biodieselproductie uit koolzaad door middel van precipitatie en in hoofdzaak bestaat uit gedroogde kaliumsulfaat (Kaliumsulfaat van biodieselproductie).
    1. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).

II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

(Categorieën afvalstoffen of reststoffen)

III. Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt

    1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van magnesiumcalciumhydroxide uit gebrand dolomietkalksteen (magnesiumcalciumoxide gevormd uit magnesiumcalciumcarbonaat) en die bestaat uit grijswit granulaat van magnesiumcalciumoxide en magnesiumcalciumhydroxide (granulaat van magnesiumcalciumhydroxide),

IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld

    1. Product dat verkregen is door vergisting van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met als nevenbestanddeel uitsluitend één of meer van de stoffen die genoemd zijn onder de in onderstaande tabel onderscheiden categorieën of subcategorieën (covergiste mest):

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)