Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-19
State In force
Source BWB
artikelen 635
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
A Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van een landbouwbedrijf
A1 Gewas(-producten) voor humane consumptie of diervoeders
1 Weidegras, weidekuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, korrelmaïs, corn cob mix (CCM), gerstkorrels, haverkorrels, roggekorrels, tarwekorrels, aardappelen, suikerbieten, voederbieten, uien, witlofpennen, zaad van erwten, zaad van lupinen, bonen/peulen van veldbonen, zonnebloempitten, zaad van kool- of raapzaad, zaad van olievlas, zaad van vezelvlas, groente en fruit behorend tot de in bijlage A opgenomen bladgewassen, koolgewassen, kruiden, vruchtgewassen, stengel-/knol-/wortelgewassen en fruitteeltgewassen.
A2 Gewas(-producten) voor de biogasproductie
1 Energiemaïs
B Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van natuurterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit gebruik meststoffen
B1 Weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen.
C Stoffen afkomstig uit de voedings- en genotmiddelenindustrie
C1 Stoffen van plantaardige herkomst
1 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater met een droge stofpercentage van minimaal 50% (protamylasse).
2 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het vrijkomende afvalwater (primair aardappelzetmeelslib).
3 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige vergisting van tarwezetmeel ten behoeve van alcoholproductie (tarwegistconcentraat).
4 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen aardappelen en die bestaat uit aardappelschillen in water (aardappelstoomschillen).
5 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).
6 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van zetmeel, eiwit, kiemen en vezel van maïs en die bestaat uit ingedampt (geconcentreerd) weekwater met een drogestofgehalte van minimaal 50% (geconcentreerd maïsweekwater).
7 Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte frisdranken of licht alcoholische dranken die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte frisdranken of licht-alcoholische dranken en is vrij van verpakkingsmateriaal (vloeibaar mengsel van frisdranken en licht alcoholische dranken).
8 Reststof die met behulp van water en fysische processen al dan niet als ingedikte vloeibare reststroom is vrijgekomen bij de fabrieksmatige scheiding van tarwebloem in tarwezetmeel en tarwe-eiwit (gluten) bestemd voor de levensmiddelenindustrie (tarwezetmeel).
9 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van conserven en die bestaat uit een mengsel van uitgeselecteerde droge witte bonen of uitgeselecteerde geweekte geblancheerde witte bonen die ongeschikt zijn voor humane consumptie (mengsel van witte bonen).
10 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van tarwebloem tot gluten, zemelen en zetmeel bestemd voor de levensmiddelenindustrie en die bestaat uit een geconcentreerde suikerrijke deelstroom (tarweindampconcentraat).
11 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig mechanisch schillen van gewassen sinaasappelen voor de productie van sinaasappelsap bestemd voor menselijke consumptie (schilresten van sinaasappelen).
12 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe, niet ontslijmde, plantaardige olie – uitsluitend afkomstig van zaden van koolzaad, raapzaad, sojaboon of zonnebloem – door middel van fysische scheiding en waarbij het hydrofiel gedeelte van de olie in water oplost dan wel een zwak zure oplossing vormt en die bestaat uit fosfolipiden, wateroplosbare vetten, olie en eventueel zuurresten in water (waterig lecithine-oliemengsel).
13 Reststof die is vrijgekomen bij het filteren door mechanische scheiding van zuiver plantaardige olie, waarin voorgesneden en geblancheerde patat van aardappelen met vooraf aangebracht beslag, battermix of kruiden is voorgebakken en die bestaat uit resten beslag/battermix met zetmeel- en olieresten. (aardappelvetkruim).
14 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van sojadranken door verwerking van ontpelde sojabonen en die bestaat uit een mengsel van kookvocht en de afgescheiden slecht oplosbare fractie (mengsel van okara en kookvocht).
15 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van vooraf gewassen aardappelen, gele koolraap, witte koolraap, witte bieten en knolselderij tot luchtgedroogde groenten waarbij deze met een stoomschiller worden geschild, afgeborsteld en met water afgespoeld en vervolgens gedroogd met lucht. De reststof bestaat uit de vaste delen die met een zeefbocht zijn afgescheiden van de afvalwaterstroom die uit de stoomschiller komt en uit de knollen die na het schillen vanwege rot of kleurafwijking zijn uitgesorteerd. (stoomschillen van knolgewassen).
16 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit gereinigde brokstukken van de biet, met name de dunne uiteinden, en delen van bietenbladeren, al dan niet ingekuild. (bietenpunten).
C2 Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst
1 Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte vloeibare zuivelproducten die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. De reststof bestaat uit uitgepakte vloeibare zuivelproducten of mengsels daarvan en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte vloeibare zuivelproducten en mengsels daarvan).
2 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bereiding van consumptie-ijs en die bestaat uit grondstofresten, ijsmixresten en afgekeurde ijsproducten en vrij is van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (ijsafval).
3 Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie).
4 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van lactose door scheiding uit het permeaat dat is verkregen door ultrafiltratie van zoete kaaswei (delactosed permeate liquid).
D Stoffen afkomstig uit de diervoederindustrie
E Stoffen afkomstig uit andere industrieën
1 Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit raapzaadolie of koolzaadolie door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht (glycerine).
F Hulpstoffen of toevoegmiddelen
1 Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (ijzerwater).

bijlage Ab. behorende bij de artikelen 8 en 9 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Zware metalen Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
MgO SO3 Na2O CaO in CaSO4-meststof
Cd 33 33 42 2,5
Cr 2000 2000 2500 150
Cu 2000 2000 2500 150
Hg 20 20 25 1,5
Ni 800 800 1000 60
Pb 2667 2667 3333 200
Zn 8000 8000 10000 600
As 400 400 500 30

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.

Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
Organische microverontreinigingen MgO SO3 Na2O CaO in CaSO4-meststof
Σ PCDD/PCDF 0,020 0,020 0,025 0,00152
α-ΗCH 331 331 413 24,8
β-ΗCH 12,8 12,8 16 0,96
γ-ΗCΗ (lindaan) 1,3 1,3 1,6 0,10
HCB 41,6 41,6 52,0 3,12
Aldrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Dieldrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Σ aldrin/dieldrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Endrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Isodrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Σ endrin/isodrin 7,5 7,5 9,3 0,56
Σ DDT + DDD + DDE 24,5 24,5 30,7 1,84
PCB-28 19,7 19,7 24,7 1,48
PCB-52 19,7 19,7 24,7 1,48
PCB-101 80 80 100 6
PCB-118 80 80 100 6
PCB – 138 80 80 100 6
PCB – 153 80 80 100 6
PCB – 180 80 80 100 6
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 400 400 500 30
Naftaleen 640 640 800 48
Fenanthreen 800 800 1000 60
Antraceen 640 640 800 48
Fluoranteen 197 197 247 15
Benzo(a)antraceen 245 245 307 18
Chryseen 245 245 307 18
Benzo(k)fluoranteen 288 288 360 22
Benzo(a)pyreen 309 309 387 23
Benzo(g,h,i)peryleen 224 224 280 17
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 251 251 313 19
Σ 10-PAK 12267 12267 15333 920
Minerale olie 997333 997333 1246667 74800

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

9. Kobalt (Co)

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten

5. Magnesiumoxide (MgO)

3. Kaliumoxide (K2O)

3. Kaliumoxide (K2O)

4. Calciumoxide (CaO)

12. Mangaan (Mn)

1. Stikstof (N)

Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Gewas Klei Klei Klei Klei Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen
2006 2007 2008 2009 2006 2007 2008 2009
Grasland (kg N per ha per jaar)
Grasland met beweiden, klei 345 345 325 310
Grasland met beweiden, veen 290 290 265 265
Grasland met beweiden, zand/löss 300 290 275 260
Grasland met volledig maaien, klei*1 385 385 365 350
Grasland met volledig maaien, veen*1 330 330 300 300
Grasland met volledig maaien, zand/löss*1 355 350 345 340
Tijdelijk Grasland (kg N per ha per periode)*2
van 1 januari tot minstens 15 april 70 70 65 60 60 60 55 50
van 1 januari tot minstens 15 mei*3 120 120 115 110 105 100 95 90
van 1 januari tot minstens 15 augustus*3 275 275 260 250 240 230 220 210
van 1 januari tot minstens 15 september*3 310 310 295 280 270 260 250 235
van 1 januari tot minstens 15 oktober*3 345 345 325 310 300 290 275 260
vanaf 15 april tot minstens 15 oktober 345 345 325 310 300 290 275 260
vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober 310 310 295 280 270 260 250 235
vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober 105 105 100 95 90 85 85 80
vanaf 15 september tot minstens 15 oktober 35 35 30 30 30 30 25 25
vanaf 15 oktober 0 0 0 0 0 0 0 0
Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt)
Consumptieaardappelrassen hoge norm*4 (zie bijlage A.1) 300 300 285 275 290 275 275 270
Consumptieaardappelrassen overig*4 275 275 265 250 265 250 250 245
Consumptieaardappelrassen lage norm*4 (zie bijlage A.1) 250 250 240 225 240 225 225 220
Consumptieaardappel, vroeg (loofvernietiging voor 15 juli) 130 130 125 120 120 120 120 120
Pootaardappelenrassen hoge norm (zie bijlage A.2) 150 150 145 140 140 140 140 140
Pootaardappelenrassen overig 130 130 125 120 120 120 120 120
Pootaardappelenrassen lage norm (zie bijlage A.2) 110 110 105 100 100 100 100 100
Pootaardappelen, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus) 200 200 190 180 180 170 170 170
Zetmeelaardappelen 265 265 255 240 240 230 230 230
Suikerbieten 165 165 160 150 150 145 145 145
Cichorei 75 75 75 70 70 70 70 70
Voederbieten 180 180 175 165 165 165 165 165
Wintertarwe*4 en 5 245 240 230 220 190 160 160 160
Zomertarwe 155 155 150 140 140 140 140 140
Wintergerst*5 155 155 150 140 140 140 140 140
Zomergerst 90 90 85 80 90 80 80 80
Triticale*5 175 175 170 160 160 150 150 150
Winterrogge*5 155 155 150 140 140 140 140 140
Haver*5 110 110 105 100 100 100 100 100
Maïs, bedrijven met derogatie*6 160 160 160 160 155 155 155 150
Maïs, bedrijven zonder derogatie*6 205 205 195 185 185 175 175 150
Luzerne, eerste jaar 45 45 45 40 40 40 40 40
Luzerne, volgende jaren 0 0 0 0 0 0 0 0
Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars 180 180 175 165 165 155 155 155
Graszaad, Engels raaigras, overjarig 220 220 210 200 200 190 190 190
Graszaad, rietzwenkgras 155 155 150 140 140 135 135 135
Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt 65 65 65 60 60 55 55 55
Graszaad, veldbeemd 120 120 115 110 110 105 105 105
Graszaad, veldbeemd, volgteelt 65 65 65 60 60 55 55 55
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars 95 95 90 85 85 80 80 80
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt 40 40 40 35 35 35 35 35
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig 125 125 120 115 115 110 110 110
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt 50 50 50 45 45 45 45 45
Graszaad, westerwolds 120 120 115 110 110 105 105 105
Graszaad, Italiaans 145 145 140 130 130 125 125 125
Graszaad, overig 100 100 95 90 90 85 85 85
Graszaad, overig, volgteelt 50 50 50 45 45 45 45 45
Graszoden 375 375 365 340 340 340 340 340
Ui, zaaiui, overig 130 130 125 120 120 120 120 120
Winterui, 2e jaars plantui 185 185 180 170 170 160 160 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 145 145 140 130 130 125 125 125
Blauwmaanzaad 120 120 115 110 110 105 105 105
Karwij 165 165 160 150 150 145 145 145
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 100 100 95 90 90 85 85 85
Koolzaad, winter 225 225 215 205 205 195 195 195
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 175 175 170 160 160 150 150 150
Koolzaad, zomer 130 130 125 120 120 120 120 120
Vlas 75 75 75 70 70 70 70 70
Akkerbouw overig 220 220 210 200 200 190 190 190
Bladgewassen (kg N per ha per teelt)
Spinazie, 1e teelt 285 285 275 260 210 200 200 200
Spinazie, volgteelt 205 205 195 185 160 150 150 150
Slasoorten, 1e teelt 200 200 190 180 180 170 170 170
Slasoorten, volgteelt 115 115 110 105 105 105 105 105
Andijvie, 1e teelt 200 200 190 180 180 170 170 170
Andijvie, volgteelt 100 100 95 90 90 90 90 90
Selderij, bleek/groen 220 220 210 200 200 190 190 190
Prei 270 270 260 245 245 235 235 235
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 110 110 105 100 100 95 95 95
Bladgewassen, overig, eenmalige oogst 165 165 160 150 150 145 145 145
Bladgewassen, overig, meermalige oogst 300 300 290 275 275 260 260 260
Koolgewassen (kg N per ha per teelt)
Spruitkool 320 320 305 290 290 275 275 275
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 55 55 55 50 50 50 50 50
Wittekool 350 350 335 320 320 305 305 305
Rodekool 315 315 300 285 285 270 270 270
Savooiekool 315 315 295 285 285 270 270 270
Spitskool 315 315 295 285 285 270 270 270
Bloemkool 255 255 245 230 230 220 220 220
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 130 130 125 120 120 115 115 115
Broccoli 295 295 285 270 270 255 255 245
Chinese kool 200 200 190 180 180 170 170 160
Boerenkool 185 185 180 170 170 160 160 160
Paksoi 200 200 190 180 180 170 170 170
Raapstelen 155 155 150 140 140 135 135 135
Kruiden (kg N per ha per teelt)
Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst 165 165 160 150 150 145 145 145
Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten 300 300 290 275 275 260 260 260
Kruiden, wortelgewassen 220 220 210 200 200 190 190 190
Kruiden, zaadgewassen 110 110 105 100 100 95 95 95
Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt)
Aardbei (wachtbed, vermeerdering) 130 130 125 120 120 115 115 115
Aardbei (productie) 185 185 180 170 170 160 160 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 90 90 85 80 80 75 75 75
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 210 210 200 190 190 180 180 180
Suikermaïs 220 220 210 200 200 190 190 190
Stam/stokboon, vers 130 130 125 120 120 115 115 115
Landbouwstambonen, rijp zaad 150 150 145 135 135 135 135 135
Veld- en tuinbonen, vers +rijp zaad 55 55 55 50 50 50 50 50
Tuinbonen, vers/peulen 80 80 80 75 75 75 75 75
Erwt, vers + rijp zaad 35 35 35 30 30 30 30 30
Peul 100 100 95 90 90 85 85 85
Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt)
Asperge (excl. opkweek) 95 95 90 85 85 80 80 80
Knolselderij 220 220 210 200 200 190 190 190
Knolvenkel/venkel 200 200 190 180 180 170 170 170
Koolraap 185 185 180 170 170 160 160 160
Koolrabi 200 200 190 180 180 170 170 170
Kroten/rode bieten 205 205 195 185 185 175 175 175
Winterpeen/waspeen 120 120 115 110 110 110 110 110
Bospeen 55 55 55 50 50 50 50 50
Rabarber 275 275 265 250 250 240 240 240
Radijs 90 90 85 80 80 80 80 80
Schorseneer 185 185 180 170 170 170 170 170
Witlof 110 110 105 100 100 100 100 100
Vollegrondsgroenten, overig 220 220 210 200 200 190 190 190
Groenbemesters (kg N per ha per teelt)*7
Niet-vlinderbloemige groenbemesters (bladrammenas, gele mosterd, gras/granen) 65 65 65 60 60 60 60 60
Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) 35 35 35 30 30 30 30 30
Tagetes 100 100 95 90 90 90 90 90
Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)*5
Acidanthera 280 280 270 255 255 240 240 240
Anemone coronaria 145 145 140 130 130 125 125 125
Fritillaria imperialis 150 150 145 135 135 130 130 130
Hyacint 240 240 230 220 220 210 210 210
Iris, grofbollig 185 185 180 170 170 160 160 160
Iris, fijnbollig 155 155 150 140 140 135 135 135
Krokus, grote gele 190 190 185 175 175 165 165 165
Krokus, overig 100 100 95 90 90 85 85 85
Narcis 160 160 155 145 145 140 140 140
Tulp 220 220 210 200 200 190 190 190
Dahlia 120 120 115 110 110 105 105 105
Gladiool, pitten 285 285 275 260 260 245 245 245
Gladiool, kralen 210 210 200 190 190 180 180 180
Knolbegonia 165 165 160 150 150 145 145 145
Lelie 170 170 165 155 155 145 145 145
Zantedeschia 120 120 115 110 110 110 110 110
Overige bolgewassen 180 180 175 165 165 155 155 155
Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar)
Appel 195 195 185 175 175 165 165 165
Blauwe bes 110 110 105 100 100 95 95 95
Braam 165 165 160 150 150 140 140 140
Framboos 165 165 160 150 150 140 140 140
Kers 195 195 185 175 175 165 165 165
Peer 195 195 185 175 175 165 165 165
Pruim 195 195 185 175 175 165 165 165
Rode bes 165 165 160 150 150 140 140 140
Wijnbouw 110 110 105 100 100 95 95 95
Zwarte bes 195 195 185 175 175 165 165 165
Buitenbloemen (kg N per ha per teelt)
Buitenbloemen hoge norm (zie bijlage A3) 220 220 210 200 200 200 200 200
Buitenbloemen overig 165 165 160 150 150 150 150 150
Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar)
Laanbomen: onderstammen 45 45 45 40 40 40 40 40
Laanbomen: spillen 100 100 95 90 90 90 90 90
Laanbomen: opzetters 125 125 120 115 115 115 115 115
Sierheesters 85 85 80 75 75 75 75 75
Coniferen 90 90 85 80 80 80 80 80
Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) 75 75 75 70 70 70 70 70
Bos- en Haagplantsoen 105 105 100 95 95 95 95 95
Vaste planten 195 195 185 175 175 175 175 175
Vruchtbomen: onderstammen 35 35 35 30 30 30 30 30
Vruchtbomen: moerbomen 120 120 115 110 110 110 110 110
Vruchtbomen 100 100 95 135 90 90 90 105
Trek- en besheesters 90 90 85 80 80 80 80 80
Snijgroen 105 105 100 95 95 95 95 95
Ericaceae 75 75 75 70 70 70 70 70
Buxus 105 105 100 95 95 95 95 95
Bosbouw (kg N per ha per jaar)
Snelgroeiend houtsoorten voor biomassaproductie 100 100 95 90 90 90 90 90
Vaste norm op bedrijfsniveau*8 (kg N per ha per jaar)
Vaste norm 110 110 110 110 110 110 110 110

*1 Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid.

*2 De normen gelden niet voor tijdelijk grasland dat aansluit op maïs.

*3 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.

*4 Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de halft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm.

*5 De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten.

*6 De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters.

*7 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Voor groenbemesters op zand/ löss en veen geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 december ploegen. Op klei geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 november ploegen. Een uitzondering wordt gemaakt voor groene braak en indien de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat indien aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs.

*8 Deze norm op bedrijfsniveau geldt als het gewogen gemiddelde van de gebruiksnormen van de geteelde gewassen of gewasgroepen uit tabel A op het bedrijf in dat kalenderjaar minstens 100 kg N/ha bedraagt.

Akkerbouwgewassen op löss 2006 2007 2008 2009
Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.1) 275 265 265 265
Consumptieaardappelrassen overig 250 240 240 240
Consumptieaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.1) 225 215 215 215
Wintertarwe 220 220 220 195

Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Gewas Klei Klei Klei Klei Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen Zand/löss en Veen
2006 2007 2008 2009 2006 2007 2008 2009
Grasland (kg N per ha per jaar)
Grasland met beweiden, klei 345 345 325 310
Grasland met beweiden, veen 290 290 265 265
Grasland met beweiden, zand/löss 300 290 275 260
Grasland met volledig maaien, klei*1 385 385 365 350
Grasland met volledig maaien, veen*1 330 330 300 300
Grasland met volledig maaien, zand/löss*1 355 350 345 340
Tijdelijk Grasland (kg N per ha per periode)*2
van 1 januari tot minstens 15 april 70 70 65 60 60 60 55 50
van 1 januari tot minstens 15 mei*3 120 120 115 110 105 100 95 90
van 1 januari tot minstens 15 augustus*3 275 275 260 250 240 230 220 210
van 1 januari tot minstens 15 september*3 310 310 295 280 270 260 250 235
van 1 januari tot minstens 15 oktober*3 345 345 325 310 300 290 275 260
vanaf 15 april tot minstens 15 oktober 345 345 325 310 300 290 275 260
vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober 310 310 295 280 270 260 250 235
vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober 105 105 100 95 90 85 85 80
vanaf 15 september tot minstens 15 oktober 35 35 30 30 30 30 25 25
vanaf 15 oktober 0 0 0 0 0 0 0 0
Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt)
Consumptieaardappelrassen hoge norm*4 (zie bijlage A.1) 300 300 285 275 290 275 275 270
Consumptieaardappelrassen overig*4 275 275 265 250 265 250 250 245
Consumptieaardappelrassen lage norm*4 (zie bijlage A.1) 250 250 240 225 240 225 225 220
Consumptieaardappel, vroeg (loofvernietiging voor 15 juli) 130 130 125 120 120 120 120 120
Pootaardappelenrassen hoge norm (zie bijlage A.2) 150 150 145 140 140 140 140 140
Pootaardappelenrassen overig 130 130 125 120 120 120 120 120
Pootaardappelenrassen lage norm (zie bijlage A.2) 110 110 105 100 100 100 100 100
Pootaardappelen, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus) 200 200 190 180 180 170 170 170
Zetmeelaardappelen 265 265 255 240 240 230 230 230
Suikerbieten 165 165 160 150 150 145 145 145
Cichorei 75 75 75 70 70 70 70 70
Voederbieten 180 180 175 165 165 165 165 165
Wintertarwe*4 en 5 245 240 230 220 190 160 160 160
Zomertarwe 155 155 150 140 140 140 140 140
Wintergerst*5 155 155 150 140 140 140 140 140
Zomergerst 90 90 85 80 90 80 80 80
Triticale*5 175 175 170 160 160 150 150 150
Winterrogge*5 155 155 150 140 140 140 140 140
Haver*5 110 110 105 100 100 100 100 100
Maïs, bedrijven met derogatie*6 160 160 160 160 155 155 155 150
Maïs, bedrijven zonder derogatie*6 205 205 195 185 185 175 175 150
Luzerne, eerste jaar 45 45 45 40 40 40 40 40
Luzerne, volgende jaren 0 0 0 0 0 0 0 0
Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars 180 180 175 165 165 155 155 155
Graszaad, Engels raaigras, overjarig 220 220 210 200 200 190 190 190
Graszaad, rietzwenkgras 155 155 150 140 140 135 135 135
Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt 65 65 65 60 60 55 55 55
Graszaad, veldbeemd 120 120 115 110 110 105 105 105
Graszaad, veldbeemd, volgteelt 65 65 65 60 60 55 55 55
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars 95 95 90 85 85 80 80 80
Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt 40 40 40 35 35 35 35 35
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig 125 125 120 115 115 110 110 110
Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt 50 50 50 45 45 45 45 45
Graszaad, westerwolds 120 120 115 110 110 105 105 105
Graszaad, Italiaans 145 145 140 130 130 125 125 125
Graszaad, overig 100 100 95 90 90 85 85 85
Graszaad, overig, volgteelt 50 50 50 45 45 45 45 45
Graszoden 375 375 365 340 340 340 340 340
Ui, zaaiui, overig 130 130 125 120 120 120 120 120
Winterui, 2e jaars plantui 185 185 180 170 170 160 160 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 145 145 140 130 130 125 125 125
Blauwmaanzaad 120 120 115 110 110 105 105 105
Karwij 165 165 160 150 150 145 145 145
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 100 100 95 90 90 85 85 85
Koolzaad, winter 225 225 215 205 205 195 195 195
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 175 175 170 160 160 150 150 150
Koolzaad, zomer 130 130 125 120 120 120 120 120
Vlas 75 75 75 70 70 70 70 70
Akkerbouw overig 220 220 210 200 200 190 190 190
Bladgewassen (kg N per ha per teelt)
Spinazie, 1e teelt 285 285 275 260 210 200 200 200
Spinazie, volgteelt 205 205 195 185 160 150 150 150
Slasoorten, 1e teelt 200 200 190 180 180 170 170 170
Slasoorten, volgteelt 115 115 110 105 105 105 105 105
Andijvie, 1e teelt 200 200 190 180 180 170 170 170
Andijvie, volgteelt 100 100 95 90 90 90 90 90
Selderij, bleek/groen 220 220 210 200 200 190 190 190
Prei 270 270 260 245 245 235 235 235
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 110 110 105 100 100 95 95 95
Bladgewassen, overig, eenmalige oogst 165 165 160 150 150 145 145 145
Bladgewassen, overig, meermalige oogst 300 300 290 275 275 260 260 260
Koolgewassen (kg N per ha per teelt)
Spruitkool 320 320 305 290 290 275 275 275
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 55 55 55 50 50 50 50 50
Wittekool 350 350 335 320 320 305 305 305
Rodekool 315 315 300 285 285 270 270 270
Savooiekool 315 315 295 285 285 270 270 270
Spitskool 315 315 295 285 285 270 270 270
Bloemkool 255 255 245 230 230 220 220 220
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 130 130 125 120 120 115 115 115
Broccoli 295 295 285 270 270 255 255 245
Chinese kool 200 200 190 180 180 170 170 160
Boerenkool 185 185 180 170 170 160 160 160
Paksoi 200 200 190 180 180 170 170 170
Raapstelen 155 155 150 140 140 135 135 135
Kruiden (kg N per ha per teelt)
Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst 165 165 160 150 150 145 145 145
Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten 300 300 290 275 275 260 260 260
Kruiden, wortelgewassen 220 220 210 200 200 190 190 190
Kruiden, zaadgewassen 110 110 105 100 100 95 95 95
Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt)
Aardbei (wachtbed, vermeerdering) 130 130 125 120 120 115 115 115
Aardbei (productie) 185 185 180 170 170 160 160 160
waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) 90 90 85 80 80 75 75 75
Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) 210 210 200 190 190 180 180 180
Suikermaïs 220 220 210 200 200 190 190 190
Stam/stokboon, vers 130 130 125 120 120 115 115 115
Landbouwstambonen, rijp zaad 150 150 145 135 135 135 135 135
Veld- en tuinbonen, vers +rijp zaad 55 55 55 50 50 50 50 50
Tuinbonen, vers/peulen 80 80 80 75 75 75 75 75
Erwt, vers + rijp zaad 35 35 35 30 30 30 30 30
Peul 100 100 95 90 90 85 85 85
Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt)
Asperge (excl. opkweek) 95 95 90 85 85 80 80 80
Knolselderij 220 220 210 200 200 190 190 190
Knolvenkel/venkel 200 200 190 180 180 170 170 170
Koolraap 185 185 180 170 170 160 160 160
Koolrabi 200 200 190 180 180 170 170 170
Kroten/rode bieten 205 205 195 185 185 175 175 175
Winterpeen/waspeen 120 120 115 110 110 110 110 110
Bospeen 55 55 55 50 50 50 50 50
Rabarber 275 275 265 250 250 240 240 240
Radijs 90 90 85 80 80 80 80 80
Schorseneer 185 185 180 170 170 170 170 170
Witlof 110 110 105 100 100 100 100 100
Vollegrondsgroenten, overig 220 220 210 200 200 190 190 190
Groenbemesters (kg N per ha per teelt)*7
Niet-vlinderbloemige groenbemesters (bladrammenas, gele mosterd, gras/granen) 65 65 65 60 60 60 60 60
Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) 35 35 35 30 30 30 30 30
Tagetes 100 100 95 90 90 90 90 90
Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)*5
Acidanthera 280 280 270 255 255 240 240 240
Anemone coronaria 145 145 140 130 130 125 125 125
Fritillaria imperialis 150 150 145 135 135 130 130 130
Hyacint 240 240 230 220 220 210 210 210
Iris, grofbollig 185 185 180 170 170 160 160 160
Iris, fijnbollig 155 155 150 140 140 135 135 135
Krokus, grote gele 190 190 185 175 175 165 165 165
Krokus, overig 100 100 95 90 90 85 85 85
Narcis 160 160 155 145 145 140 140 140
Tulp 220 220 210 200 200 190 190 190
Dahlia 120 120 115 110 110 105 105 105
Gladiool, pitten 285 285 275 260 260 245 245 245
Gladiool, kralen 210 210 200 190 190 180 180 180
Knolbegonia 165 165 160 150 150 145 145 145
Lelie 170 170 165 155 155 145 145 145
Zantedeschia 120 120 115 110 110 110 110 110
Overige bolgewassen 180 180 175 165 165 155 155 155
Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar)
Appel 195 195 185 175 175 165 165 165
Blauwe bes 110 110 105 100 100 95 95 95
Braam 165 165 160 150 150 140 140 140
Framboos 165 165 160 150 150 140 140 140
Kers 195 195 185 175 175 165 165 165
Peer 195 195 185 175 175 165 165 165
Pruim 195 195 185 175 175 165 165 165
Rode bes 165 165 160 150 150 140 140 140
Wijnbouw 110 110 105 100 100 95 95 95
Zwarte bes 195 195 185 175 175 165 165 165
Buitenbloemen (kg N per ha per teelt)
Buitenbloemen hoge norm (zie bijlage A3) 220 220 210 200 200 200 200 200
Buitenbloemen overig 165 165 160 150 150 150 150 150
Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar)
Laanbomen: onderstammen 45 45 45 40 40 40 40 40
Laanbomen: spillen 100 100 95 90 90 90 90 90
Laanbomen: opzetters 125 125 120 115 115 115 115 115
Sierheesters 85 85 80 75 75 75 75 75
Coniferen 90 90 85 80 80 80 80 80
Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) 75 75 75 70 70 70 70 70
Bos- en Haagplantsoen 105 105 100 95 95 95 95 95
Vaste planten 195 195 185 175 175 175 175 175
Vruchtbomen: onderstammen 35 35 35 30 30 30 30 30
Vruchtbomen: moerbomen 120 120 115 110 110 110 110 110
Vruchtbomen 100 100 95 135 90 90 90 105
Trek- en besheesters 90 90 85 80 80 80 80 80
Snijgroen 105 105 100 95 95 95 95 95
Ericaceae 75 75 75 70 70 70 70 70
Buxus 105 105 100 95 95 95 95 95
Bosbouw (kg N per ha per jaar)
Snelgroeiend houtsoorten voor biomassaproductie 100 100 95 90 90 90 90 90
Vaste norm op bedrijfsniveau*8 (kg N per ha per jaar)
Vaste norm 110 110 110 110 110 110 110 110

*1 Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid.

*2 De normen gelden niet voor tijdelijk grasland dat aansluit op maïs.

*3 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.

*4 Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de halft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm.

*5 De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten.

*6 De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters.

*7 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Voor groenbemesters op zand/ löss en veen geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 december ploegen. Op klei geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 november ploegen. Een uitzondering wordt gemaakt voor groene braak en indien de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat indien aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs.

*8 Deze norm op bedrijfsniveau geldt als het gewogen gemiddelde van de gebruiksnormen van de geteelde gewassen of gewasgroepen uit tabel A op het bedrijf in dat kalenderjaar minstens 100 kg N/ha bedraagt.

Akkerbouwgewassen op löss 2006 2007 2008 2009
Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.1) 275 265 265 265
Consumptieaardappelrassen overig 250 240 240 240
Consumptieaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.1) 225 215 215 215
Wintertarwe 220 220 220 195

3. Kaliumoxide (K2O)

Bijlage A.2. behorende bij artikel 28: Pootaardappelrassen

2. Fosfaat (P2O5)

Bijlage Ad. behorende bij artikel 25 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Klasse Oppervlakte (in hectare) Oppervlakte (in hectare) Tarief
1 0 5 € 17,40
2 5,01 10 € 52,20
3 10,01 15 € 87,00
4 15,01 20 € 121,80
5 20,01 25 € 156,60
6 25,01 30 € 191,40
7 30,01 35 € 226,20
8 35,01 40 € 261,00
9 40,01 45 € 295,80
10 45,01 50 € 330,60
11 50,01 55 € 365,40
12 55,01 60 € 400,20
13 60,01 65 € 435,00
14 65,01 70 € 469,80
15 70,01 75 € 504,60
16 75,01 80 € 539,40
17 80,01 85 € 574,20
18 85,01 90 € 609,00
19 90,01 95 € 643,80
20 95,01 100 € 678,60
21 100,01 105 € 713,40
22 105,01 110 € 748,20
23 110,01 115 € 783,00
24 115,01 120 € 817,80
25 120,01 125 € 852,60
26 125,01 130 € 887,40
27 130,01 135 € 922,20
28 135,01 140 € 957,00
29 140,01 145 € 991,80
30 145,01 150 € 1.026,60
31 150,01 155 € 1.061,40
32 155,01 160 € 1.096,20
33 160,01 165 € 1.131,00
34 165,01 170 € 1.165,80
35 170,01 175 € 1.200,60
36 175,01 180 € 1.235,40
37 180,01 185 € 1.270,20
38 185,01 190 € 1.305,00
39 190,01 195 € 1.339,80
40 195,01 200 € 1.374,60
41 200,01 205 € 1.409,40
42 205,01 210 € 1.444,20
43 210,01 215 € 1.479,00
44 215,01 220 € 1.513,80
45 220,01 225 € 1.548,60
46 225,01 230 € 1.583,40
47 230,01 235 € 1.618,20
48 235,01 240 € 1.653,00
49 240,01 245 € 1.687,80
50 245,01 250 € 1.722,60
51 250,01 255 € 1.757,40
52 255,01 260 € 1.792,20
53 260,01 265 € 1.827,00
54 265,01 270 € 1.861,80
55 270,01 275 € 1.896,60
56 275,01 280 € 1.931,40
57 280,01 285 € 1.966,20
58 285,01 290 € 2.001,00
59 290,01 295 € 2.035,80
60 295,01 300 € 2.070,60
61 300,01 305 € 2.105,40
62 305,01 310 € 2.140,20
63 310,01 315 € 2.175,00
64 315,01 320 € 2.209,80
65 320,01 325 € 2.244,60
66 325,01 330 € 2.279,40
67 330,01 335 € 2.314,20
68 335,01 340 € 2.349,00
69 340,01 345 € 2.383,80
70 345,01 350 € 2.418,60
71 350,01 355 € 2.453,40
72 355,01 360 € 2.488,20
73 360,01 365 € 2.523,00
74 365,01 370 € 2.557,80
75 370,01 375 € 2.592,60
76 375,01 380 € 2.627,40
77 380,01 385 € 2.662,20
78 385,01 390 € 2.697,00
79 390,01 395 € 2.731,80
80 395,01 400 € 2.766,60

III. Protocol analyse neutraliserende waarde

Bijlage B. behorende bij artikel 29: Werkingscoëfficiënt

Type meststof en omstandigheid Type meststof en omstandigheid Werkingscoëfficiënt In procenten Werkingscoëfficiënt In procenten Werkingscoëfficiënt In procenten Werkingscoëfficiënt In procenten
2006 2007 2008 2009
Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1
Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 Aangevoerde en eigen drijfmest 30 40 50 verbod
Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 Aangevoerde en eigen vaste mest2 25/30 25/30 30/35 30/55
Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren Op bedrijf met beweiding3 35 35 45 45
Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren Op bedrijf zonder beweiding4 60 60 60 60
Andere meststoffen en omstandigheden Dunne fractie (na mestbewerking) en gier 80 80 80 80
Andere meststoffen en omstandigheden Drijfmest op klei en veen 60 60 60 60
Andere meststoffen en omstandigheden Drijfmest op zand en löss 60 60 65 65
Andere meststoffen en omstandigheden Vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen 55 55 55 55
Andere meststoffen en omstandigheden Vaste mest van overige diersoorten 40 40 40 40
Andere meststoffen en omstandigheden Champost 25 25 25 25
Andere meststoffen en omstandigheden Compost 10 10 10 10
Andere meststoffen en omstandigheden Zuiveringsslib 40 40 40 40
Andere meststoffen en omstandigheden Overige organische meststoffen (meststoffen van dierlijk afval, zoals verenmeel en beendermeel, meststoffen van plantaardig afval, zoals cacaodoppen en moutscheuten, schuimaarde, vinasse, aardappel- en wortelstoomschillen) 50 50 50 50
Veen 0 0 0 0
Mineralenconcentraat dat is geproduceerd door een overeenkomstig artikel 35b aangewezen producent en dat wordt vervoerd naar een in artikel 35f, eerste lid, bedoelde landbouwer - - - 100
Mengsels van meststoffen5 Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat.

1 Periode van 1 januari tot en met 31 januari en van 16 september tot en met 31 december. Deze werkingscoëfficiënt mag alleen worden toegepast voorzover het desbetreffende gebruik van dierlijke mest is toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.

2 Waar twee waarden worden genoemd, geldt de laatstgenoemde waarde voor de aanwending van vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen, de eerstgenoemde voor de aanwending van vaste mest van overige diersoorten.

3 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf met beweiding mogen alleen worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor beweid grasland toepast. Voor zover een bedrijf met beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.

4 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf zonder beweiding moeten worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor grasland zonder beweiding toepast. Voor de toepassing van de tabel wordt onder bedrijf zonder beweiding mede verstaan een bedrijf waar uitsluitend jongvee (jonger dan twee jaar) van runderen wordt geweid, voor zover het aantal van die dieren niet groter is dan het aantal op het bedrijf aanwezige ouderdieren, en/of hobbydieren worden geweid. Voor zover een bedrijf zonder beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.

5 Indien een mengsel een meststof bevat die niet in deze tabel staat geldt een werkingscoëfficiënt van 100%.

Bijlage B. behorende bij artikel 29: Werkingscoëfficiënt

Type meststof en omstandigheid Type meststof en omstandigheid Werkingscoëfficiënt In procenten Werkingscoëfficiënt In procenten Werkingscoëfficiënt In procenten Werkingscoëfficiënt In procenten
2006 2007 2008 2009
Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1
Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 Aangevoerde en eigen drijfmest 30 40 50 verbod
Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 Aangevoerde en eigen vaste mest2 25/30 25/30 30/35 30/55
Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren Op bedrijf met beweiding3 35 35 45 45
Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren Op bedrijf zonder beweiding4 60 60 60 60
Andere meststoffen en omstandigheden Dunne fractie (na mestbewerking) en gier 80 80 80 80
Andere meststoffen en omstandigheden Drijfmest op klei en veen 60 60 60 60
Andere meststoffen en omstandigheden Drijfmest op zand en löss 60 60 65 65
Andere meststoffen en omstandigheden Vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen 55 55 55 55
Andere meststoffen en omstandigheden Vaste mest van overige diersoorten 40 40 40 40
Andere meststoffen en omstandigheden Champost 25 25 25 25
Andere meststoffen en omstandigheden Compost 10 10 10 10
Andere meststoffen en omstandigheden Zuiveringsslib 40 40 40 40
Andere meststoffen en omstandigheden Overige organische meststoffen (meststoffen van dierlijk afval, zoals verenmeel en beendermeel, meststoffen van plantaardig afval, zoals cacaodoppen en moutscheuten, schuimaarde, vinasse, aardappel- en wortelstoomschillen) 50 50 50 50
Veen 0 0 0 0
Mineralenconcentraat dat is geproduceerd door een overeenkomstig artikel 35b aangewezen producent en dat wordt vervoerd naar een in artikel 35f, eerste lid, bedoelde landbouwer - - - 100
Mengsels van meststoffen5 Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat.

1 Periode van 1 januari tot en met 31 januari en van 16 september tot en met 31 december. Deze werkingscoëfficiënt mag alleen worden toegepast voorzover het desbetreffende gebruik van dierlijke mest is toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.

2 Waar twee waarden worden genoemd, geldt de laatstgenoemde waarde voor de aanwending van vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen, de eerstgenoemde voor de aanwending van vaste mest van overige diersoorten.

3 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf met beweiding mogen alleen worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor beweid grasland toepast. Voor zover een bedrijf met beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.

4 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf zonder beweiding moeten worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor grasland zonder beweiding toepast. Voor de toepassing van de tabel wordt onder bedrijf zonder beweiding mede verstaan een bedrijf waar uitsluitend jongvee (jonger dan twee jaar) van runderen wordt geweid, voor zover het aantal van die dieren niet groter is dan het aantal op het bedrijf aanwezige ouderdieren, en/of hobbydieren worden geweid. Voor zover een bedrijf zonder beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.

5 Indien een mengsel een meststof bevat die niet in deze tabel staat geldt een werkingscoëfficiënt van 100%.

1. Ontsluiting en extractie Cd, Cr, Cu, Hg, Ni, Pb, Zn en As

2. Instrumentele analyse Cd, Cr, Cu, Ni, Pb, Zn en As

VI. protocol analyse organische microverontreinigingen

3. Koppeling AGR-apparatuur aan verpakkingsapparatuur en satellietvolgapparatuur

VI. protocol analyse organische microverontreinigingen

2. Inlezen gegevens

2.1. Algemene eisen

5.4. Bemonstering na het lossen

Het aantal te bemonsteren big bags is afhankelijk van de grootte van de vracht met ten minste één greep per vijf big bags. De te bemonsteren big bags per vracht worden willekeurig gekozen. Van elke big bag (met een inhoud van ca. één kuub) wordt ten minste één greep genomen. In de big bags wordt afwisselend in min of meer horizontale richting en min of meer verticale richting een monster gestoken. Het minimum aantal grepen is acht. Indien het bemonsteren plaatsvindt bij het laden ziet de monsternemer toe op het laden van de bemonsterde partij in big bags verpakte mest. Indien het bemonsteren plaatsvindt bij het lossen van een vracht in big bags verpakte mest ziet de monsternemer toe op het lossen waarna vervolgens de monsters worden genomen uit de big bags.

Bijlage F

5.7. Verpakking, transport en overdracht voor analyse

Bijlage E. behorende bij de artikelen 53, 78, 82 en 79

6. Registratie en archivering

8. Kwaliteitsborging

7. Strategie voor monsterneming

9. Rapportage

B. opmerkingscodes

Bijlage F

§ 3.1. Algemeen

Hoofdstuk 4. Controle en registratie inkomende monsters

bijlage G. , behorende bij de artikelen 68 en 69 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

§ 3.2. Validatie van een verrichting volgens een referentiemethode

Hoofdstuk 3. Verrichtingen binnen AP05

Bijlage H. behorende bij de artikelen 80 en 81

§ 3.1. Algemeen

§ 3.1. Algemeen

§ 4.2. Controle hoeveelheid monster

Hoofdstuk 5. Technische beschrijving van verrichtingen

9.1. Eerste en tweedelijnscontrole

Onderdeel B. Bijzondere situaties analyseproces

bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Tabel III behorende bij de artikelen 35d, 35f en 81

Bijlage J. Forfaitaire opbrengst en mineralengehalten ruwvoer en enkelvoudig diervoer

2. Doel

Bijlage J. behorende bij de artikelen 97, 100 en 101 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

gewas Opbrengst (ton ds/ha) Opbrengst (ton product/ha) Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton ds) Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ ton ds) Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton vers product) Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ton vers product)
Snijmaïs 16,1 44,6 11,3 4,5 4,0 1,6
Maïskolvenschroot 7,8 14,0 14,4 5,7 7,6 3,0
Corncob mix (100% spil) 7,9 15,0 15,5 6,9 8,1 3,6
Corncob mix (25% spil) 7,9 12,4 15,0 6,9 9,5 4,3
Korrelmaïs 7,9 9,1 12,2 5,5 10,5 4,8
Gehele plant silage 8,8 10,5 17,6 6,9 5,7 2,2
Tarwe 7,6 8,8 20,9 7,5 17,9 6,4
Erwten 5,5 6,5 37,5 9,8 32,5 8,5
Gerst 5,9 6,8 18,5 8,2 13,9 7,1
Aardappelen (vers) 9,9 49,1 16,8 4,6 3,4 0,9
Aardappelen (kuil) * * 10,4 4,6 3,3 1,5
Appelen * * 4,2 1,6 0,7 0,3
Graanstro (rogge) 3,6 4,3 4,6 2,3 3,9 1,9
Graanstro (tarwe) 3,5 4,1 6,6 2,1 5,8 1,8
Grashooi * * 21,1 6,2 17,8 5,2
Graskuil * * 27,9 9,4 12,4 4,2
Graszaad stro * * 9,9 4,4 8,5 3,7
Rogge 3,3 3,8 15,5 8,2 16 7,1
Uien 6,0 51,0 21,6 6,9 2,5 0,8
Voederbieten 15,5 100,0 12,5 4,6 1,7 0,6
Witlof wortelen ** ** 8,2 5,7 1,2 0,9
kaaswei 37,0 24,4 1,3 0,9

4. Werkwijze

2. Doel

4.2. Het nemen van de ondermonsters

Opmerkingen m.b.t. ruwvoer en enkelvoudig diervoer

2. Doel

3. Plaats bemonstering

4.3. Vaststelling van het benodigd aantal analyses voor onderhoud van het voortschrijdend gemiddelde gehalte

4.1. Algemeen

4.1.1. De bemonstering wordt uitgevoerd door de ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd of namens de ondernemer door een gemachtigd monsternemer (zie punt 5).

4.2. Het nemen van de ondermonsters

4.2.1. Tijdens het laden van de auto neemt de monsternemer met vaste tussenpozen een ondermonster.

4.2. Het nemen van de ondermonsters

4.6. Monsteradministratie

III. Toleranties

Tabel I behorende bij de artikelen 84 t/m 91

Sectie 1 bepaling bemonsteringspunten

Selecteer een geschikte boor om de grondmonstername mee uit te voeren. De te gebruiken boor dient grondig gereinigd te zijn alvorens deze wordt gebruikt. Grondresten van een ander perceel dienen afwezig te zijn.

Bemonster met een geschikte boor grond tot 10 centimeter diepte op grasland en tot 25 centimeter diepte op bouwland. Tot de aangegeven diepte dient de boor volledig met grond gevuld te zijn. Mijd bij bemonstering meststofresten.

Trek de boor met grond uit de bodem en breng de grond over in een stevige plastic zak of papieren zak met polyethyleen bekleding. Verzamel op deze wijze grond op alle bemonsteringspunten en breng dit samen in een zak. De booromvang is dusdanig groot dat de massa van het mengmonster ten minste 0,5 kilogram bedraagt. Op alle bemonsteringspunten wordt een gelijke hoeveelheid grond verzameld.

Het grondmonster is binnen drie dagen na de dag van monstername gedroogd. Indien het drogen van het mengmonster binnen de genoemde termijn niet mogelijk is, wordt het grondmonster in een niet-luchtdicht afgesloten plastic zak bij 5°C ± 3°C in het donker bewaard. Het monster mag ten hoogste drie maanden worden bewaard. Indien het monster niet binnen deze drie maanden geanalyseerd wordt, dient een nieuw (meng)monster genomen te worden. Een monster kan slechts eenmalig geanalyseerd worden ten behoeve van een geldig analyserapport als bedoeld te komen in artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Voor een geldige nieuwe analyse dienen nieuwe monsters volgens dit protocol te worden gestoken.

Stel met Global Navigation Satellite System (GNSS) de omvang en vorm van dit perceel dan wel perceelsdeel vast. Bij niet rechthoekige percelen dan wel perceelsdelen worden zoveel extra punten meegenomen dat de contouren ervan vastgelegd zijn. De afwijking van de GNSS mag niet groter zijn dan 5 meter. De teeltvrije zones, bedoeld in artikel 4.723a, derde lid, onderdeel c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, en de bufferstrook, bedoeld in artikel 4.1199c, eerste lid, en artikel 4.1212b, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij deze bepaling buiten beschouwing gelaten. Indien het perceel dan wel perceeldeel verdeeld is onder meerdere gebruikers, dan wordt alleen het deel van het perceel dat in gebruik is door de aanvrager geregistreerd en bemonsterd. Het mengmonster wordt samengesteld uit een minimum van 40 deelmonsters die gestoken worden uit het gehele perceel dan wel perceeldeel. Op elk bemonsteringspunt wordt grond bemonsterd van de voorgeschreven bodemlaag. De hoeveelheid (volume) gestoken grond is gelijk voor alle bemonsteringspunten. Bemonstering van het betreffende perceel vindt minimaal twee maanden na bekalking plaats.

Monsterneming (sectie 1 en 2) geschiedt door een organisatie die voor sectie 1 en 2 van deze bijlage is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Voorbehandeling van het monster en analyse van zowel P-AL als P-CaCl2 geschiedt door een organisatie die is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie voor de normen, genoemd in tabel a.

In afwijking van de voorgaande zin, en eerste alinea van dit protocol, kan een organisatie tot en met 1 juli 2022 zonder accreditatie de monstername, voorbehandeling en analyse verrichten, indien deze organisatie aantoonbaar vóór 1 juli 2021 de accreditatie voor dit protocol en de in tabel a genoemde normen heeft aangevraagd.

Tabel a

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage I. Forfaitaire mineralengehalten in dierlijke mest en mestcodes

3. Fosfaat (P2O5)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)