Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2005, nr. TRCJZ/2005/3295, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling Meststoffenwet)
| A | Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van een landbouwbedrijf |
|---|---|
| A1 | Gewas(-producten) voor humane consumptie of diervoeders |
| 1 | Weidegras, weidekuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, korrelmaïs, corn cob mix (CCM), gerstkorrels, haverkorrels, roggekorrels, tarwekorrels, aardappelen, suikerbieten, voederbieten, uien, witlofpennen, zaad van erwten, zaad van lupinen, bonen/peulen van veldbonen, zonnebloempitten, zaad van kool- of raapzaad, zaad van olievlas, zaad van vezelvlas, groente en fruit behorend tot de in bijlage A opgenomen bladgewassen, koolgewassen, kruiden, vruchtgewassen, stengel-/knol-/wortelgewassen en fruitteeltgewassen. |
| A2 | Gewas(-producten) voor de biogasproductie |
| 1 | Energiemaïs |
| B | Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van natuurterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit gebruik meststoffen |
| B1 | Weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen. |
| C | Stoffen afkomstig uit de voedings- en genotmiddelenindustrie |
| C1 | Stoffen van plantaardige herkomst |
| 1 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater met een droge stofpercentage van minimaal 50% (protamylasse). |
| 2 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het vrijkomende afvalwater (primair aardappelzetmeelslib). |
| 3 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige vergisting van tarwezetmeel ten behoeve van alcoholproductie (tarwegistconcentraat). |
| 4 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen aardappelen en die bestaat uit aardappelschillen in water (aardappelstoomschillen). |
| 5 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen). |
| 6 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van zetmeel, eiwit, kiemen en vezel van maïs en die bestaat uit ingedampt (geconcentreerd) weekwater met een drogestofgehalte van minimaal 50% (geconcentreerd maïsweekwater). |
| 7 | Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte frisdranken of licht alcoholische dranken die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte frisdranken of licht-alcoholische dranken en is vrij van verpakkingsmateriaal (vloeibaar mengsel van frisdranken en licht alcoholische dranken). |
| 8 | Reststof die met behulp van water en fysische processen al dan niet als ingedikte vloeibare reststroom is vrijgekomen bij de fabrieksmatige scheiding van tarwebloem in tarwezetmeel en tarwe-eiwit (gluten) bestemd voor de levensmiddelenindustrie (tarwezetmeel). |
| 9 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van conserven en die bestaat uit een mengsel van uitgeselecteerde droge witte bonen of uitgeselecteerde geweekte geblancheerde witte bonen die ongeschikt zijn voor humane consumptie (mengsel van witte bonen). |
| 10 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van tarwebloem tot gluten, zemelen en zetmeel bestemd voor de levensmiddelenindustrie en die bestaat uit een geconcentreerde suikerrijke deelstroom (tarweindampconcentraat). |
| 11 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig mechanisch schillen van gewassen sinaasappelen voor de productie van sinaasappelsap bestemd voor menselijke consumptie (schilresten van sinaasappelen). |
| 12 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe, niet ontslijmde, plantaardige olie – uitsluitend afkomstig van zaden van koolzaad, raapzaad, sojaboon of zonnebloem – door middel van fysische scheiding en waarbij het hydrofiel gedeelte van de olie in water oplost dan wel een zwak zure oplossing vormt en die bestaat uit fosfolipiden, wateroplosbare vetten, olie en eventueel zuurresten in water (waterig lecithine-oliemengsel). |
| 13 | Reststof die is vrijgekomen bij het filteren door mechanische scheiding van zuiver plantaardige olie, waarin voorgesneden en geblancheerde patat van aardappelen met vooraf aangebracht beslag, battermix of kruiden is voorgebakken en die bestaat uit resten beslag/battermix met zetmeel- en olieresten. (aardappelvetkruim). |
| 14 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van sojadranken door verwerking van ontpelde sojabonen en die bestaat uit een mengsel van kookvocht en de afgescheiden slecht oplosbare fractie (mengsel van okara en kookvocht). |
| 15 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van vooraf gewassen aardappelen, gele koolraap, witte koolraap, witte bieten en knolselderij tot luchtgedroogde groenten waarbij deze met een stoomschiller worden geschild, afgeborsteld en met water afgespoeld en vervolgens gedroogd met lucht. De reststof bestaat uit de vaste delen die met een zeefbocht zijn afgescheiden van de afvalwaterstroom die uit de stoomschiller komt en uit de knollen die na het schillen vanwege rot of kleurafwijking zijn uitgesorteerd. (stoomschillen van knolgewassen). |
| 16 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit gereinigde brokstukken van de biet, met name de dunne uiteinden, en delen van bietenbladeren, al dan niet ingekuild. (bietenpunten). |
| C2 | Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst |
| 1 | Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte vloeibare zuivelproducten die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. De reststof bestaat uit uitgepakte vloeibare zuivelproducten of mengsels daarvan en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte vloeibare zuivelproducten en mengsels daarvan). |
| 2 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bereiding van consumptie-ijs en die bestaat uit grondstofresten, ijsmixresten en afgekeurde ijsproducten en vrij is van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (ijsafval). |
| 3 | Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie). |
| 4 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van lactose door scheiding uit het permeaat dat is verkregen door ultrafiltratie van zoete kaaswei (delactosed permeate liquid). |
| D | Stoffen afkomstig uit de diervoederindustrie |
| E | Stoffen afkomstig uit andere industrieën |
| 1 | Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit raapzaadolie of koolzaadolie door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht (glycerine). |
| F | Hulpstoffen of toevoegmiddelen |
| 1 | Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (ijzerwater). |
bijlage Ab. behorende bij de artikelen 8 en 9 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Zware metalen | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel |
|---|---|---|---|---|
| MgO | SO3 | Na2O | CaO in CaSO4-meststof | |
| Cd | 33 | 33 | 42 | 2,5 |
| Cr | 2000 | 2000 | 2500 | 150 |
| Cu | 2000 | 2000 | 2500 | 150 |
| Hg | 20 | 20 | 25 | 1,5 |
| Ni | 800 | 800 | 1000 | 60 |
| Pb | 2667 | 2667 | 3333 | 200 |
| Zn | 8000 | 8000 | 10000 | 600 |
| As | 400 | 400 | 500 | 30 |
Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.
| Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | Maximale waarden in milligram per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel | |
|---|---|---|---|---|
| Organische microverontreinigingen | MgO | SO3 | Na2O | CaO in CaSO4-meststof |
| Σ PCDD/PCDF | 0,020 | 0,020 | 0,025 | 0,00152 |
| α-ΗCH | 331 | 331 | 413 | 24,8 |
| β-ΗCH | 12,8 | 12,8 | 16 | 0,96 |
| γ-ΗCΗ (lindaan) | 1,3 | 1,3 | 1,6 | 0,10 |
| HCB | 41,6 | 41,6 | 52,0 | 3,12 |
| Aldrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Dieldrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Σ aldrin/dieldrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Endrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Isodrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Σ endrin/isodrin | 7,5 | 7,5 | 9,3 | 0,56 |
| Σ DDT + DDD + DDE | 24,5 | 24,5 | 30,7 | 1,84 |
| PCB-28 | 19,7 | 19,7 | 24,7 | 1,48 |
| PCB-52 | 19,7 | 19,7 | 24,7 | 1,48 |
| PCB-101 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB-118 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB – 138 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB – 153 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| PCB – 180 | 80 | 80 | 100 | 6 |
| Σ 6-PCB (excl. PCB-118) | 400 | 400 | 500 | 30 |
| Naftaleen | 640 | 640 | 800 | 48 |
| Fenanthreen | 800 | 800 | 1000 | 60 |
| Antraceen | 640 | 640 | 800 | 48 |
| Fluoranteen | 197 | 197 | 247 | 15 |
| Benzo(a)antraceen | 245 | 245 | 307 | 18 |
| Chryseen | 245 | 245 | 307 | 18 |
| Benzo(k)fluoranteen | 288 | 288 | 360 | 22 |
| Benzo(a)pyreen | 309 | 309 | 387 | 23 |
| Benzo(g,h,i)peryleen | 224 | 224 | 280 | 17 |
| Indeno(1,2,3-c,d)pyreen | 251 | 251 | 313 | 19 |
| Σ 10-PAK | 12267 | 12267 | 15333 | 920 |
| Minerale olie | 997333 | 997333 | 1246667 | 74800 |
Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 75 kilogram magnesiumoxide, 75 kilogram zwaveltrioxide of 60 kilogram natriumoxide het éérst wordt bereikt. Voor calsiumsulfaat gelden de vermelde maximale waarden.
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
9. Kobalt (Co)
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
I. Protocol analyse stikstofgehalte, fosfaatgehalte en droge stofgehalte in meststoffen, niet zijnde zuiveringsslib of compost, alsmede de hoeveelheden overige nutriënten
5. Magnesiumoxide (MgO)
3. Kaliumoxide (K2O)
3. Kaliumoxide (K2O)
4. Calciumoxide (CaO)
12. Mangaan (Mn)
1. Stikstof (N)
Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Gewas | Klei | Klei | Klei | Klei | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
| Grasland (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Grasland met beweiden, klei | 345 | 345 | 325 | 310 | ||||
| Grasland met beweiden, veen | 290 | 290 | 265 | 265 | ||||
| Grasland met beweiden, zand/löss | 300 | 290 | 275 | 260 | ||||
| Grasland met volledig maaien, klei*1 | 385 | 385 | 365 | 350 | ||||
| Grasland met volledig maaien, veen*1 | 330 | 330 | 300 | 300 | ||||
| Grasland met volledig maaien, zand/löss*1 | 355 | 350 | 345 | 340 | ||||
| Tijdelijk Grasland (kg N per ha per periode)*2 | ||||||||
| van 1 januari tot minstens 15 april | 70 | 70 | 65 | 60 | 60 | 60 | 55 | 50 |
| van 1 januari tot minstens 15 mei*3 | 120 | 120 | 115 | 110 | 105 | 100 | 95 | 90 |
| van 1 januari tot minstens 15 augustus*3 | 275 | 275 | 260 | 250 | 240 | 230 | 220 | 210 |
| van 1 januari tot minstens 15 september*3 | 310 | 310 | 295 | 280 | 270 | 260 | 250 | 235 |
| van 1 januari tot minstens 15 oktober*3 | 345 | 345 | 325 | 310 | 300 | 290 | 275 | 260 |
| vanaf 15 april tot minstens 15 oktober | 345 | 345 | 325 | 310 | 300 | 290 | 275 | 260 |
| vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober | 310 | 310 | 295 | 280 | 270 | 260 | 250 | 235 |
| vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober | 105 | 105 | 100 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 |
| vanaf 15 september tot minstens 15 oktober | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 25 | 25 |
| vanaf 15 oktober | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Consumptieaardappelrassen hoge norm*4 (zie bijlage A.1) | 300 | 300 | 285 | 275 | 290 | 275 | 275 | 270 |
| Consumptieaardappelrassen overig*4 | 275 | 275 | 265 | 250 | 265 | 250 | 250 | 245 |
| Consumptieaardappelrassen lage norm*4 (zie bijlage A.1) | 250 | 250 | 240 | 225 | 240 | 225 | 225 | 220 |
| Consumptieaardappel, vroeg (loofvernietiging voor 15 juli) | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Pootaardappelenrassen hoge norm (zie bijlage A.2) | 150 | 150 | 145 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Pootaardappelenrassen overig | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Pootaardappelenrassen lage norm (zie bijlage A.2) | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Pootaardappelen, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus) | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Zetmeelaardappelen | 265 | 265 | 255 | 240 | 240 | 230 | 230 | 230 |
| Suikerbieten | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Cichorei | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Voederbieten | 180 | 180 | 175 | 165 | 165 | 165 | 165 | 165 |
| Wintertarwe*4 en 5 | 245 | 240 | 230 | 220 | 190 | 160 | 160 | 160 |
| Zomertarwe | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Wintergerst*5 | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Zomergerst | 90 | 90 | 85 | 80 | 90 | 80 | 80 | 80 |
| Triticale*5 | 175 | 175 | 170 | 160 | 160 | 150 | 150 | 150 |
| Winterrogge*5 | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Haver*5 | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Maïs, bedrijven met derogatie*6 | 160 | 160 | 160 | 160 | 155 | 155 | 155 | 150 |
| Maïs, bedrijven zonder derogatie*6 | 205 | 205 | 195 | 185 | 185 | 175 | 175 | 150 |
| Luzerne, eerste jaar | 45 | 45 | 45 | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Luzerne, volgende jaren | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars | 180 | 180 | 175 | 165 | 165 | 155 | 155 | 155 |
| Graszaad, Engels raaigras, overjarig | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Graszaad, rietzwenkgras | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 135 | 135 | 135 |
| Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt | 65 | 65 | 65 | 60 | 60 | 55 | 55 | 55 |
| Graszaad, veldbeemd | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Graszaad, veldbeemd, volgteelt | 65 | 65 | 65 | 60 | 60 | 55 | 55 | 55 |
| Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars | 95 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 | 80 | 80 |
| Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt | 40 | 40 | 40 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 |
| Graszaad, roodzwenkgras, overjarig | 125 | 125 | 120 | 115 | 115 | 110 | 110 | 110 |
| Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt | 50 | 50 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 |
| Graszaad, westerwolds | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Graszaad, Italiaans | 145 | 145 | 140 | 130 | 130 | 125 | 125 | 125 |
| Graszaad, overig | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Graszaad, overig, volgteelt | 50 | 50 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 |
| Graszoden | 375 | 375 | 365 | 340 | 340 | 340 | 340 | 340 |
| Ui, zaaiui, overig | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Winterui, 2e jaars plantui | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 145 | 145 | 140 | 130 | 130 | 125 | 125 | 125 |
| Blauwmaanzaad | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Karwij | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Koolzaad, winter | 225 | 225 | 215 | 205 | 205 | 195 | 195 | 195 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 175 | 175 | 170 | 160 | 160 | 150 | 150 | 150 |
| Koolzaad, zomer | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Vlas | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Akkerbouw overig | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Bladgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Spinazie, 1e teelt | 285 | 285 | 275 | 260 | 210 | 200 | 200 | 200 |
| Spinazie, volgteelt | 205 | 205 | 195 | 185 | 160 | 150 | 150 | 150 |
| Slasoorten, 1e teelt | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Slasoorten, volgteelt | 115 | 115 | 110 | 105 | 105 | 105 | 105 | 105 |
| Andijvie, 1e teelt | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Andijvie, volgteelt | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Selderij, bleek/groen | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Prei | 270 | 270 | 260 | 245 | 245 | 235 | 235 | 235 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Bladgewassen, overig, eenmalige oogst | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Bladgewassen, overig, meermalige oogst | 300 | 300 | 290 | 275 | 275 | 260 | 260 | 260 |
| Koolgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Spruitkool | 320 | 320 | 305 | 290 | 290 | 275 | 275 | 275 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 55 | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Wittekool | 350 | 350 | 335 | 320 | 320 | 305 | 305 | 305 |
| Rodekool | 315 | 315 | 300 | 285 | 285 | 270 | 270 | 270 |
| Savooiekool | 315 | 315 | 295 | 285 | 285 | 270 | 270 | 270 |
| Spitskool | 315 | 315 | 295 | 285 | 285 | 270 | 270 | 270 |
| Bloemkool | 255 | 255 | 245 | 230 | 230 | 220 | 220 | 220 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 115 | 115 | 115 |
| Broccoli | 295 | 295 | 285 | 270 | 270 | 255 | 255 | 245 |
| Chinese kool | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 160 |
| Boerenkool | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| Paksoi | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Raapstelen | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 135 | 135 | 135 |
| Kruiden (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten | 300 | 300 | 290 | 275 | 275 | 260 | 260 | 260 |
| Kruiden, wortelgewassen | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Kruiden, zaadgewassen | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Aardbei (wachtbed, vermeerdering) | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 115 | 115 | 115 |
| Aardbei (productie) | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 75 | 75 | 75 |
| Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) | 210 | 210 | 200 | 190 | 190 | 180 | 180 | 180 |
| Suikermaïs | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Stam/stokboon, vers | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 115 | 115 | 115 |
| Landbouwstambonen, rijp zaad | 150 | 150 | 145 | 135 | 135 | 135 | 135 | 135 |
| Veld- en tuinbonen, vers +rijp zaad | 55 | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Tuinbonen, vers/peulen | 80 | 80 | 80 | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 |
| Erwt, vers + rijp zaad | 35 | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Peul | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Asperge (excl. opkweek) | 95 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 | 80 | 80 |
| Knolselderij | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Knolvenkel/venkel | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Koolraap | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| Koolrabi | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Kroten/rode bieten | 205 | 205 | 195 | 185 | 185 | 175 | 175 | 175 |
| Winterpeen/waspeen | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
| Bospeen | 55 | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Rabarber | 275 | 275 | 265 | 250 | 250 | 240 | 240 | 240 |
| Radijs | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Schorseneer | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 170 | 170 | 170 |
| Witlof | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Vollegrondsgroenten, overig | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Groenbemesters (kg N per ha per teelt)*7 | ||||||||
| Niet-vlinderbloemige groenbemesters (bladrammenas, gele mosterd, gras/granen) | 65 | 65 | 65 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) | 35 | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Tagetes | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)*5 | ||||||||
| Acidanthera | 280 | 280 | 270 | 255 | 255 | 240 | 240 | 240 |
| Anemone coronaria | 145 | 145 | 140 | 130 | 130 | 125 | 125 | 125 |
| Fritillaria imperialis | 150 | 150 | 145 | 135 | 135 | 130 | 130 | 130 |
| Hyacint | 240 | 240 | 230 | 220 | 220 | 210 | 210 | 210 |
| Iris, grofbollig | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| Iris, fijnbollig | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 135 | 135 | 135 |
| Krokus, grote gele | 190 | 190 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Krokus, overig | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Narcis | 160 | 160 | 155 | 145 | 145 | 140 | 140 | 140 |
| Tulp | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Dahlia | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Gladiool, pitten | 285 | 285 | 275 | 260 | 260 | 245 | 245 | 245 |
| Gladiool, kralen | 210 | 210 | 200 | 190 | 190 | 180 | 180 | 180 |
| Knolbegonia | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Lelie | 170 | 170 | 165 | 155 | 155 | 145 | 145 | 145 |
| Zantedeschia | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
| Overige bolgewassen | 180 | 180 | 175 | 165 | 165 | 155 | 155 | 155 |
| Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Appel | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Blauwe bes | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Braam | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 |
| Framboos | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 |
| Kers | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Peer | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Pruim | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Rode bes | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 |
| Wijnbouw | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Zwarte bes | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Buitenbloemen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Buitenbloemen hoge norm (zie bijlage A3) | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 |
| Buitenbloemen overig | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 |
| Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Laanbomen: onderstammen | 45 | 45 | 45 | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Laanbomen: spillen | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Laanbomen: opzetters | 125 | 125 | 120 | 115 | 115 | 115 | 115 | 115 |
| Sierheesters | 85 | 85 | 80 | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 |
| Coniferen | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Bos- en Haagplantsoen | 105 | 105 | 100 | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| Vaste planten | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 175 | 175 | 175 |
| Vruchtbomen: onderstammen | 35 | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Vruchtbomen: moerbomen | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
| Vruchtbomen | 100 | 100 | 95 | 135 | 90 | 90 | 90 | 105 |
| Trek- en besheesters | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Snijgroen | 105 | 105 | 100 | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| Ericaceae | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Buxus | 105 | 105 | 100 | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| Bosbouw (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Snelgroeiend houtsoorten voor biomassaproductie | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Vaste norm op bedrijfsniveau*8 (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Vaste norm | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
*1 Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid.
*2 De normen gelden niet voor tijdelijk grasland dat aansluit op maïs.
*3 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.
*4 Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de halft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm.
*5 De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten.
*6 De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters.
*7 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Voor groenbemesters op zand/ löss en veen geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 december ploegen. Op klei geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 november ploegen. Een uitzondering wordt gemaakt voor groene braak en indien de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat indien aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs.
*8 Deze norm op bedrijfsniveau geldt als het gewogen gemiddelde van de gebruiksnormen van de geteelde gewassen of gewasgroepen uit tabel A op het bedrijf in dat kalenderjaar minstens 100 kg N/ha bedraagt.
| Akkerbouwgewassen op löss | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
|---|---|---|---|---|
| Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.1) | 275 | 265 | 265 | 265 |
| Consumptieaardappelrassen overig | 250 | 240 | 240 | 240 |
| Consumptieaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.1) | 225 | 215 | 215 | 215 |
| Wintertarwe | 220 | 220 | 220 | 195 |
Bijlage A. Stikstofgebruiksnormen behorende bij artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Gewas | Klei | Klei | Klei | Klei | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen | Zand/löss en Veen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
| Grasland (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Grasland met beweiden, klei | 345 | 345 | 325 | 310 | ||||
| Grasland met beweiden, veen | 290 | 290 | 265 | 265 | ||||
| Grasland met beweiden, zand/löss | 300 | 290 | 275 | 260 | ||||
| Grasland met volledig maaien, klei*1 | 385 | 385 | 365 | 350 | ||||
| Grasland met volledig maaien, veen*1 | 330 | 330 | 300 | 300 | ||||
| Grasland met volledig maaien, zand/löss*1 | 355 | 350 | 345 | 340 | ||||
| Tijdelijk Grasland (kg N per ha per periode)*2 | ||||||||
| van 1 januari tot minstens 15 april | 70 | 70 | 65 | 60 | 60 | 60 | 55 | 50 |
| van 1 januari tot minstens 15 mei*3 | 120 | 120 | 115 | 110 | 105 | 100 | 95 | 90 |
| van 1 januari tot minstens 15 augustus*3 | 275 | 275 | 260 | 250 | 240 | 230 | 220 | 210 |
| van 1 januari tot minstens 15 september*3 | 310 | 310 | 295 | 280 | 270 | 260 | 250 | 235 |
| van 1 januari tot minstens 15 oktober*3 | 345 | 345 | 325 | 310 | 300 | 290 | 275 | 260 |
| vanaf 15 april tot minstens 15 oktober | 345 | 345 | 325 | 310 | 300 | 290 | 275 | 260 |
| vanaf 15 mei tot minstens 15 oktober | 310 | 310 | 295 | 280 | 270 | 260 | 250 | 235 |
| vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktober | 105 | 105 | 100 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 |
| vanaf 15 september tot minstens 15 oktober | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 25 | 25 |
| vanaf 15 oktober | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Akkerbouwgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Consumptieaardappelrassen hoge norm*4 (zie bijlage A.1) | 300 | 300 | 285 | 275 | 290 | 275 | 275 | 270 |
| Consumptieaardappelrassen overig*4 | 275 | 275 | 265 | 250 | 265 | 250 | 250 | 245 |
| Consumptieaardappelrassen lage norm*4 (zie bijlage A.1) | 250 | 250 | 240 | 225 | 240 | 225 | 225 | 220 |
| Consumptieaardappel, vroeg (loofvernietiging voor 15 juli) | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Pootaardappelenrassen hoge norm (zie bijlage A.2) | 150 | 150 | 145 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Pootaardappelenrassen overig | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Pootaardappelenrassen lage norm (zie bijlage A.2) | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Pootaardappelen, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus) | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Zetmeelaardappelen | 265 | 265 | 255 | 240 | 240 | 230 | 230 | 230 |
| Suikerbieten | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Cichorei | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Voederbieten | 180 | 180 | 175 | 165 | 165 | 165 | 165 | 165 |
| Wintertarwe*4 en 5 | 245 | 240 | 230 | 220 | 190 | 160 | 160 | 160 |
| Zomertarwe | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Wintergerst*5 | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Zomergerst | 90 | 90 | 85 | 80 | 90 | 80 | 80 | 80 |
| Triticale*5 | 175 | 175 | 170 | 160 | 160 | 150 | 150 | 150 |
| Winterrogge*5 | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 140 | 140 | 140 |
| Haver*5 | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Maïs, bedrijven met derogatie*6 | 160 | 160 | 160 | 160 | 155 | 155 | 155 | 150 |
| Maïs, bedrijven zonder derogatie*6 | 205 | 205 | 195 | 185 | 185 | 175 | 175 | 150 |
| Luzerne, eerste jaar | 45 | 45 | 45 | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Luzerne, volgende jaren | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Graszaad, Engels raaigras, 1e jaars | 180 | 180 | 175 | 165 | 165 | 155 | 155 | 155 |
| Graszaad, Engels raaigras, overjarig | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Graszaad, rietzwenkgras | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 135 | 135 | 135 |
| Graszaad, rietzwenkgras, volgteelt | 65 | 65 | 65 | 60 | 60 | 55 | 55 | 55 |
| Graszaad, veldbeemd | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Graszaad, veldbeemd, volgteelt | 65 | 65 | 65 | 60 | 60 | 55 | 55 | 55 |
| Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars | 95 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 | 80 | 80 |
| Graszaad, roodzwenkgras, 1e jaars, volgteelt | 40 | 40 | 40 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 |
| Graszaad, roodzwenkgras, overjarig | 125 | 125 | 120 | 115 | 115 | 110 | 110 | 110 |
| Graszaad, roodzwenkgras, overjarig, volgteelt | 50 | 50 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 |
| Graszaad, westerwolds | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Graszaad, Italiaans | 145 | 145 | 140 | 130 | 130 | 125 | 125 | 125 |
| Graszaad, overig | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Graszaad, overig, volgteelt | 50 | 50 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 |
| Graszoden | 375 | 375 | 365 | 340 | 340 | 340 | 340 | 340 |
| Ui, zaaiui, overig | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Winterui, 2e jaars plantui | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 145 | 145 | 140 | 130 | 130 | 125 | 125 | 125 |
| Blauwmaanzaad | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Karwij | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Koolzaad, winter | 225 | 225 | 215 | 205 | 205 | 195 | 195 | 195 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 175 | 175 | 170 | 160 | 160 | 150 | 150 | 150 |
| Koolzaad, zomer | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
| Vlas | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Akkerbouw overig | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Bladgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Spinazie, 1e teelt | 285 | 285 | 275 | 260 | 210 | 200 | 200 | 200 |
| Spinazie, volgteelt | 205 | 205 | 195 | 185 | 160 | 150 | 150 | 150 |
| Slasoorten, 1e teelt | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Slasoorten, volgteelt | 115 | 115 | 110 | 105 | 105 | 105 | 105 | 105 |
| Andijvie, 1e teelt | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Andijvie, volgteelt | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Selderij, bleek/groen | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Prei | 270 | 270 | 260 | 245 | 245 | 235 | 235 | 235 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Bladgewassen, overig, eenmalige oogst | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Bladgewassen, overig, meermalige oogst | 300 | 300 | 290 | 275 | 275 | 260 | 260 | 260 |
| Koolgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Spruitkool | 320 | 320 | 305 | 290 | 290 | 275 | 275 | 275 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 55 | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Wittekool | 350 | 350 | 335 | 320 | 320 | 305 | 305 | 305 |
| Rodekool | 315 | 315 | 300 | 285 | 285 | 270 | 270 | 270 |
| Savooiekool | 315 | 315 | 295 | 285 | 285 | 270 | 270 | 270 |
| Spitskool | 315 | 315 | 295 | 285 | 285 | 270 | 270 | 270 |
| Bloemkool | 255 | 255 | 245 | 230 | 230 | 220 | 220 | 220 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 115 | 115 | 115 |
| Broccoli | 295 | 295 | 285 | 270 | 270 | 255 | 255 | 245 |
| Chinese kool | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 160 |
| Boerenkool | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| Paksoi | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Raapstelen | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 135 | 135 | 135 |
| Kruiden (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Kruiden, bladgewas, eenmalige oogst | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Kruiden, bladgewas, meermalig oogsten | 300 | 300 | 290 | 275 | 275 | 260 | 260 | 260 |
| Kruiden, wortelgewassen | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Kruiden, zaadgewassen | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Vruchtgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Aardbei (wachtbed, vermeerdering) | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 115 | 115 | 115 |
| Aardbei (productie) | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| waarvan ten hoogste na 31/12 (winterteelt) | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 75 | 75 | 75 |
| Komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen) | 210 | 210 | 200 | 190 | 190 | 180 | 180 | 180 |
| Suikermaïs | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Stam/stokboon, vers | 130 | 130 | 125 | 120 | 120 | 115 | 115 | 115 |
| Landbouwstambonen, rijp zaad | 150 | 150 | 145 | 135 | 135 | 135 | 135 | 135 |
| Veld- en tuinbonen, vers +rijp zaad | 55 | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Tuinbonen, vers/peulen | 80 | 80 | 80 | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 |
| Erwt, vers + rijp zaad | 35 | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Peul | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Stengel/knol/wortelgewassen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Asperge (excl. opkweek) | 95 | 95 | 90 | 85 | 85 | 80 | 80 | 80 |
| Knolselderij | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Knolvenkel/venkel | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Koolraap | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| Koolrabi | 200 | 200 | 190 | 180 | 180 | 170 | 170 | 170 |
| Kroten/rode bieten | 205 | 205 | 195 | 185 | 185 | 175 | 175 | 175 |
| Winterpeen/waspeen | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
| Bospeen | 55 | 55 | 55 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Rabarber | 275 | 275 | 265 | 250 | 250 | 240 | 240 | 240 |
| Radijs | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Schorseneer | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 170 | 170 | 170 |
| Witlof | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Vollegrondsgroenten, overig | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Groenbemesters (kg N per ha per teelt)*7 | ||||||||
| Niet-vlinderbloemige groenbemesters (bladrammenas, gele mosterd, gras/granen) | 65 | 65 | 65 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Vlinderbloemige groenbemesters (wikke) | 35 | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Tagetes | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Bloembollengewassen (kg N per ha per teelt)*5 | ||||||||
| Acidanthera | 280 | 280 | 270 | 255 | 255 | 240 | 240 | 240 |
| Anemone coronaria | 145 | 145 | 140 | 130 | 130 | 125 | 125 | 125 |
| Fritillaria imperialis | 150 | 150 | 145 | 135 | 135 | 130 | 130 | 130 |
| Hyacint | 240 | 240 | 230 | 220 | 220 | 210 | 210 | 210 |
| Iris, grofbollig | 185 | 185 | 180 | 170 | 170 | 160 | 160 | 160 |
| Iris, fijnbollig | 155 | 155 | 150 | 140 | 140 | 135 | 135 | 135 |
| Krokus, grote gele | 190 | 190 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Krokus, overig | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 85 | 85 | 85 |
| Narcis | 160 | 160 | 155 | 145 | 145 | 140 | 140 | 140 |
| Tulp | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 190 | 190 | 190 |
| Dahlia | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 105 | 105 | 105 |
| Gladiool, pitten | 285 | 285 | 275 | 260 | 260 | 245 | 245 | 245 |
| Gladiool, kralen | 210 | 210 | 200 | 190 | 190 | 180 | 180 | 180 |
| Knolbegonia | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 145 | 145 | 145 |
| Lelie | 170 | 170 | 165 | 155 | 155 | 145 | 145 | 145 |
| Zantedeschia | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
| Overige bolgewassen | 180 | 180 | 175 | 165 | 165 | 155 | 155 | 155 |
| Fruitteeltgewassen (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Appel | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Blauwe bes | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Braam | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 |
| Framboos | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 |
| Kers | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Peer | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Pruim | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Rode bes | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 140 | 140 | 140 |
| Wijnbouw | 110 | 110 | 105 | 100 | 100 | 95 | 95 | 95 |
| Zwarte bes | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 165 | 165 | 165 |
| Buitenbloemen (kg N per ha per teelt) | ||||||||
| Buitenbloemen hoge norm (zie bijlage A3) | 220 | 220 | 210 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 |
| Buitenbloemen overig | 165 | 165 | 160 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 |
| Boomkwekerijgewassen (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Laanbomen: onderstammen | 45 | 45 | 45 | 40 | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Laanbomen: spillen | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Laanbomen: opzetters | 125 | 125 | 120 | 115 | 115 | 115 | 115 | 115 |
| Sierheesters | 85 | 85 | 80 | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 |
| Coniferen | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Rozen (incl. zaailingen, onderstammen) | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Bos- en Haagplantsoen | 105 | 105 | 100 | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| Vaste planten | 195 | 195 | 185 | 175 | 175 | 175 | 175 | 175 |
| Vruchtbomen: onderstammen | 35 | 35 | 35 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Vruchtbomen: moerbomen | 120 | 120 | 115 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
| Vruchtbomen | 100 | 100 | 95 | 135 | 90 | 90 | 90 | 105 |
| Trek- en besheesters | 90 | 90 | 85 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Snijgroen | 105 | 105 | 100 | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| Ericaceae | 75 | 75 | 75 | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 |
| Buxus | 105 | 105 | 100 | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| Bosbouw (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Snelgroeiend houtsoorten voor biomassaproductie | 100 | 100 | 95 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Vaste norm op bedrijfsniveau*8 (kg N per ha per jaar) | ||||||||
| Vaste norm | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 | 110 |
*1 Onder grasland met volledig maaien wordt mede verstaan grasland waar uitsluitend jongvee van runderen niet ouder dan 2 jaar wordt geweid, voorzover het aantal stuks jongvee in de wei niet groter is dan het aantal op het bedrijf gehouden ouderdieren. Daarnaast mogen hobbymatig gehouden dieren worden geweid.
*2 De normen gelden niet voor tijdelijk grasland dat aansluit op maïs.
*3 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing voorzover ze zijn toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.
*4 Voor consumptieaardappel en wintertarwe op lössgronden gelden de gebruiksnormen die zijn weergegeven in onderstaande tabel. Lössgronden zijn gronden die zijn ontstaan in eolisch materiaal en binnen 80 cm van het maaiveld voor meer dan de halft bestaan uit leem (fractie kleiner dan 50 μm.
*5 De gebruiksnorm wordt volledig toegerekend aan het jaar van oogsten.
*6 De normen van maïs zijn inclusief de norm van de daarop aansluitend geteelde groenbemesters.
*7 Deze gebruiksnormen zijn alleen van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Voor groenbemesters op zand/ löss en veen geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 december ploegen. Op klei geldt: inzaaien voor 1 september en na 1 november ploegen. Een uitzondering wordt gemaakt voor groene braak en indien de groenbemester minimaal 10 weken in het groeiseizoen op het land staat indien aansluitend daarop een volggewas wordt geteeld. De normen gelden niet voor groenbemesters die aansluiten op maïs.
*8 Deze norm op bedrijfsniveau geldt als het gewogen gemiddelde van de gebruiksnormen van de geteelde gewassen of gewasgroepen uit tabel A op het bedrijf in dat kalenderjaar minstens 100 kg N/ha bedraagt.
| Akkerbouwgewassen op löss | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
|---|---|---|---|---|
| Consumptieaardappelrassen hoge norm (zie bijlage A.1) | 275 | 265 | 265 | 265 |
| Consumptieaardappelrassen overig | 250 | 240 | 240 | 240 |
| Consumptieaardappelrassen lage norm (zie bijlage A.1) | 225 | 215 | 215 | 215 |
| Wintertarwe | 220 | 220 | 220 | 195 |
3. Kaliumoxide (K2O)
Bijlage A.2. behorende bij artikel 28: Pootaardappelrassen
2. Fosfaat (P2O5)
Bijlage Ad. behorende bij artikel 25 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| Klasse | Oppervlakte (in hectare) | Oppervlakte (in hectare) | Tarief |
|---|---|---|---|
| 1 | 0 | 5 | € 17,40 |
| 2 | 5,01 | 10 | € 52,20 |
| 3 | 10,01 | 15 | € 87,00 |
| 4 | 15,01 | 20 | € 121,80 |
| 5 | 20,01 | 25 | € 156,60 |
| 6 | 25,01 | 30 | € 191,40 |
| 7 | 30,01 | 35 | € 226,20 |
| 8 | 35,01 | 40 | € 261,00 |
| 9 | 40,01 | 45 | € 295,80 |
| 10 | 45,01 | 50 | € 330,60 |
| 11 | 50,01 | 55 | € 365,40 |
| 12 | 55,01 | 60 | € 400,20 |
| 13 | 60,01 | 65 | € 435,00 |
| 14 | 65,01 | 70 | € 469,80 |
| 15 | 70,01 | 75 | € 504,60 |
| 16 | 75,01 | 80 | € 539,40 |
| 17 | 80,01 | 85 | € 574,20 |
| 18 | 85,01 | 90 | € 609,00 |
| 19 | 90,01 | 95 | € 643,80 |
| 20 | 95,01 | 100 | € 678,60 |
| 21 | 100,01 | 105 | € 713,40 |
| 22 | 105,01 | 110 | € 748,20 |
| 23 | 110,01 | 115 | € 783,00 |
| 24 | 115,01 | 120 | € 817,80 |
| 25 | 120,01 | 125 | € 852,60 |
| 26 | 125,01 | 130 | € 887,40 |
| 27 | 130,01 | 135 | € 922,20 |
| 28 | 135,01 | 140 | € 957,00 |
| 29 | 140,01 | 145 | € 991,80 |
| 30 | 145,01 | 150 | € 1.026,60 |
| 31 | 150,01 | 155 | € 1.061,40 |
| 32 | 155,01 | 160 | € 1.096,20 |
| 33 | 160,01 | 165 | € 1.131,00 |
| 34 | 165,01 | 170 | € 1.165,80 |
| 35 | 170,01 | 175 | € 1.200,60 |
| 36 | 175,01 | 180 | € 1.235,40 |
| 37 | 180,01 | 185 | € 1.270,20 |
| 38 | 185,01 | 190 | € 1.305,00 |
| 39 | 190,01 | 195 | € 1.339,80 |
| 40 | 195,01 | 200 | € 1.374,60 |
| 41 | 200,01 | 205 | € 1.409,40 |
| 42 | 205,01 | 210 | € 1.444,20 |
| 43 | 210,01 | 215 | € 1.479,00 |
| 44 | 215,01 | 220 | € 1.513,80 |
| 45 | 220,01 | 225 | € 1.548,60 |
| 46 | 225,01 | 230 | € 1.583,40 |
| 47 | 230,01 | 235 | € 1.618,20 |
| 48 | 235,01 | 240 | € 1.653,00 |
| 49 | 240,01 | 245 | € 1.687,80 |
| 50 | 245,01 | 250 | € 1.722,60 |
| 51 | 250,01 | 255 | € 1.757,40 |
| 52 | 255,01 | 260 | € 1.792,20 |
| 53 | 260,01 | 265 | € 1.827,00 |
| 54 | 265,01 | 270 | € 1.861,80 |
| 55 | 270,01 | 275 | € 1.896,60 |
| 56 | 275,01 | 280 | € 1.931,40 |
| 57 | 280,01 | 285 | € 1.966,20 |
| 58 | 285,01 | 290 | € 2.001,00 |
| 59 | 290,01 | 295 | € 2.035,80 |
| 60 | 295,01 | 300 | € 2.070,60 |
| 61 | 300,01 | 305 | € 2.105,40 |
| 62 | 305,01 | 310 | € 2.140,20 |
| 63 | 310,01 | 315 | € 2.175,00 |
| 64 | 315,01 | 320 | € 2.209,80 |
| 65 | 320,01 | 325 | € 2.244,60 |
| 66 | 325,01 | 330 | € 2.279,40 |
| 67 | 330,01 | 335 | € 2.314,20 |
| 68 | 335,01 | 340 | € 2.349,00 |
| 69 | 340,01 | 345 | € 2.383,80 |
| 70 | 345,01 | 350 | € 2.418,60 |
| 71 | 350,01 | 355 | € 2.453,40 |
| 72 | 355,01 | 360 | € 2.488,20 |
| 73 | 360,01 | 365 | € 2.523,00 |
| 74 | 365,01 | 370 | € 2.557,80 |
| 75 | 370,01 | 375 | € 2.592,60 |
| 76 | 375,01 | 380 | € 2.627,40 |
| 77 | 380,01 | 385 | € 2.662,20 |
| 78 | 385,01 | 390 | € 2.697,00 |
| 79 | 390,01 | 395 | € 2.731,80 |
| 80 | 395,01 | 400 | € 2.766,60 |
III. Protocol analyse neutraliserende waarde
Bijlage B. behorende bij artikel 29: Werkingscoëfficiënt
| Type meststof en omstandigheid | Type meststof en omstandigheid | Werkingscoëfficiënt In procenten | Werkingscoëfficiënt In procenten | Werkingscoëfficiënt In procenten | Werkingscoëfficiënt In procenten |
|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | ||
| Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 | |||||
| Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 | Aangevoerde en eigen drijfmest | 30 | 40 | 50 | verbod |
| Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 | Aangevoerde en eigen vaste mest2 | 25/30 | 25/30 | 30/35 | 30/55 |
| Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren | Op bedrijf met beweiding3 | 35 | 35 | 45 | 45 |
| Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren | Op bedrijf zonder beweiding4 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Dunne fractie (na mestbewerking) en gier | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Drijfmest op klei en veen | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Drijfmest op zand en löss | 60 | 60 | 65 | 65 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen | 55 | 55 | 55 | 55 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Vaste mest van overige diersoorten | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Champost | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Compost | 10 | 10 | 10 | 10 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Zuiveringsslib | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Overige organische meststoffen (meststoffen van dierlijk afval, zoals verenmeel en beendermeel, meststoffen van plantaardig afval, zoals cacaodoppen en moutscheuten, schuimaarde, vinasse, aardappel- en wortelstoomschillen) | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Veen | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Mineralenconcentraat dat is geproduceerd door een overeenkomstig artikel 35b aangewezen producent en dat wordt vervoerd naar een in artikel 35f, eerste lid, bedoelde landbouwer | - | - | - | 100 | |
| Mengsels van meststoffen5 | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. |
1 Periode van 1 januari tot en met 31 januari en van 16 september tot en met 31 december. Deze werkingscoëfficiënt mag alleen worden toegepast voorzover het desbetreffende gebruik van dierlijke mest is toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.
2 Waar twee waarden worden genoemd, geldt de laatstgenoemde waarde voor de aanwending van vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen, de eerstgenoemde voor de aanwending van vaste mest van overige diersoorten.
3 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf met beweiding mogen alleen worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor beweid grasland toepast. Voor zover een bedrijf met beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.
4 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf zonder beweiding moeten worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor grasland zonder beweiding toepast. Voor de toepassing van de tabel wordt onder bedrijf zonder beweiding mede verstaan een bedrijf waar uitsluitend jongvee (jonger dan twee jaar) van runderen wordt geweid, voor zover het aantal van die dieren niet groter is dan het aantal op het bedrijf aanwezige ouderdieren, en/of hobbydieren worden geweid. Voor zover een bedrijf zonder beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.
5 Indien een mengsel een meststof bevat die niet in deze tabel staat geldt een werkingscoëfficiënt van 100%.
Bijlage B. behorende bij artikel 29: Werkingscoëfficiënt
| Type meststof en omstandigheid | Type meststof en omstandigheid | Werkingscoëfficiënt In procenten | Werkingscoëfficiënt In procenten | Werkingscoëfficiënt In procenten | Werkingscoëfficiënt In procenten |
|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | ||
| Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 | |||||
| Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 | Aangevoerde en eigen drijfmest | 30 | 40 | 50 | verbod |
| Najaarsaanwending dierlijke mest op kleibouwland en veenbouwland1 | Aangevoerde en eigen vaste mest2 | 25/30 | 25/30 | 30/35 | 30/55 |
| Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren | Op bedrijf met beweiding3 | 35 | 35 | 45 | 45 |
| Op het eigen bedrijf geproduceerde mest (drijfmest of vaste mest) van graasdieren | Op bedrijf zonder beweiding4 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Dunne fractie (na mestbewerking) en gier | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Drijfmest op klei en veen | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Drijfmest op zand en löss | 60 | 60 | 65 | 65 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen | 55 | 55 | 55 | 55 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Vaste mest van overige diersoorten | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Champost | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Compost | 10 | 10 | 10 | 10 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Zuiveringsslib | 40 | 40 | 40 | 40 |
| Andere meststoffen en omstandigheden | Overige organische meststoffen (meststoffen van dierlijk afval, zoals verenmeel en beendermeel, meststoffen van plantaardig afval, zoals cacaodoppen en moutscheuten, schuimaarde, vinasse, aardappel- en wortelstoomschillen) | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Veen | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Mineralenconcentraat dat is geproduceerd door een overeenkomstig artikel 35b aangewezen producent en dat wordt vervoerd naar een in artikel 35f, eerste lid, bedoelde landbouwer | - | - | - | 100 | |
| Mengsels van meststoffen5 | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. | Voor mengsels geldt de werkingscoëfficiënt van de meststof met de hoogste werkingscoëfficiënt die het mengsel bevat. |
1 Periode van 1 januari tot en met 31 januari en van 16 september tot en met 31 december. Deze werkingscoëfficiënt mag alleen worden toegepast voorzover het desbetreffende gebruik van dierlijke mest is toegestaan binnen de regels van het Besluit gebruik meststoffen.
2 Waar twee waarden worden genoemd, geldt de laatstgenoemde waarde voor de aanwending van vaste mest van varkens, pluimvee en nertsen, de eerstgenoemde voor de aanwending van vaste mest van overige diersoorten.
3 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf met beweiding mogen alleen worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor beweid grasland toepast. Voor zover een bedrijf met beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.
4 De werkingscoëfficiënten voor een bedrijf zonder beweiding moeten worden toegepast op een bedrijf dat ook de stikstofgebruiksnorm voor grasland zonder beweiding toepast. Voor de toepassing van de tabel wordt onder bedrijf zonder beweiding mede verstaan een bedrijf waar uitsluitend jongvee (jonger dan twee jaar) van runderen wordt geweid, voor zover het aantal van die dieren niet groter is dan het aantal op het bedrijf aanwezige ouderdieren, en/of hobbydieren worden geweid. Voor zover een bedrijf zonder beweiding najaarsaanwending op klei- of veenbouwland toepast, mag de werkingscoëfficiënt die past bij najaarsaanwending worden toegepast.
5 Indien een mengsel een meststof bevat die niet in deze tabel staat geldt een werkingscoëfficiënt van 100%.
1. Ontsluiting en extractie Cd, Cr, Cu, Hg, Ni, Pb, Zn en As
2. Instrumentele analyse Cd, Cr, Cu, Ni, Pb, Zn en As
VI. protocol analyse organische microverontreinigingen
3. Koppeling AGR-apparatuur aan verpakkingsapparatuur en satellietvolgapparatuur
VI. protocol analyse organische microverontreinigingen
2. Inlezen gegevens
2.1. Algemene eisen
5.4. Bemonstering na het lossen
Het aantal te bemonsteren big bags is afhankelijk van de grootte van de vracht met ten minste één greep per vijf big bags. De te bemonsteren big bags per vracht worden willekeurig gekozen. Van elke big bag (met een inhoud van ca. één kuub) wordt ten minste één greep genomen. In de big bags wordt afwisselend in min of meer horizontale richting en min of meer verticale richting een monster gestoken. Het minimum aantal grepen is acht. Indien het bemonsteren plaatsvindt bij het laden ziet de monsternemer toe op het laden van de bemonsterde partij in big bags verpakte mest. Indien het bemonsteren plaatsvindt bij het lossen van een vracht in big bags verpakte mest ziet de monsternemer toe op het lossen waarna vervolgens de monsters worden genomen uit de big bags.
Bijlage F
5.7. Verpakking, transport en overdracht voor analyse
Bijlage E. behorende bij de artikelen 53, 78, 82 en 79
6. Registratie en archivering
8. Kwaliteitsborging
7. Strategie voor monsterneming
9. Rapportage
B. opmerkingscodes
Bijlage F
§ 3.1. Algemeen
Hoofdstuk 4. Controle en registratie inkomende monsters
bijlage G. , behorende bij de artikelen 68 en 69 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
§ 3.2. Validatie van een verrichting volgens een referentiemethode
Hoofdstuk 3. Verrichtingen binnen AP05
Bijlage H. behorende bij de artikelen 80 en 81
§ 3.1. Algemeen
§ 3.1. Algemeen
§ 4.2. Controle hoeveelheid monster
Hoofdstuk 5. Technische beschrijving van verrichtingen
9.1. Eerste en tweedelijnscontrole
Onderdeel B. Bijzondere situaties analyseproces
bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
bijlage Ia. behorende bij artikel 92b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Tabel III behorende bij de artikelen 35d, 35f en 81
Bijlage J. Forfaitaire opbrengst en mineralengehalten ruwvoer en enkelvoudig diervoer
2. Doel
Bijlage J. behorende bij de artikelen 97, 100 en 101 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
| gewas | Opbrengst (ton ds/ha) | Opbrengst (ton product/ha) | Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton ds) | Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ ton ds) | Stikstof-gehalte (kg stikstof/ton vers product) | Fosfaat-gehalte (kg fosfaat/ton vers product) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Snijmaïs | 16,1 | 44,6 | 11,3 | 4,5 | 4,0 | 1,6 |
| Maïskolvenschroot | 7,8 | 14,0 | 14,4 | 5,7 | 7,6 | 3,0 |
| Corncob mix (100% spil) | 7,9 | 15,0 | 15,5 | 6,9 | 8,1 | 3,6 |
| Corncob mix (25% spil) | 7,9 | 12,4 | 15,0 | 6,9 | 9,5 | 4,3 |
| Korrelmaïs | 7,9 | 9,1 | 12,2 | 5,5 | 10,5 | 4,8 |
| Gehele plant silage | 8,8 | 10,5 | 17,6 | 6,9 | 5,7 | 2,2 |
| Tarwe | 7,6 | 8,8 | 20,9 | 7,5 | 17,9 | 6,4 |
| Erwten | 5,5 | 6,5 | 37,5 | 9,8 | 32,5 | 8,5 |
| Gerst | 5,9 | 6,8 | 18,5 | 8,2 | 13,9 | 7,1 |
| Aardappelen (vers) | 9,9 | 49,1 | 16,8 | 4,6 | 3,4 | 0,9 |
| Aardappelen (kuil) | * | * | 10,4 | 4,6 | 3,3 | 1,5 |
| Appelen | * | * | 4,2 | 1,6 | 0,7 | 0,3 |
| Graanstro (rogge) | 3,6 | 4,3 | 4,6 | 2,3 | 3,9 | 1,9 |
| Graanstro (tarwe) | 3,5 | 4,1 | 6,6 | 2,1 | 5,8 | 1,8 |
| Grashooi | * | * | 21,1 | 6,2 | 17,8 | 5,2 |
| Graskuil | * | * | 27,9 | 9,4 | 12,4 | 4,2 |
| Graszaad stro | * | * | 9,9 | 4,4 | 8,5 | 3,7 |
| Rogge | 3,3 | 3,8 | 15,5 | 8,2 | 16 | 7,1 |
| Uien | 6,0 | 51,0 | 21,6 | 6,9 | 2,5 | 0,8 |
| Voederbieten | 15,5 | 100,0 | 12,5 | 4,6 | 1,7 | 0,6 |
| Witlof wortelen | ** | ** | 8,2 | 5,7 | 1,2 | 0,9 |
| kaaswei | 37,0 | 24,4 | 1,3 | 0,9 |
4. Werkwijze
2. Doel
4.2. Het nemen van de ondermonsters
Opmerkingen m.b.t. ruwvoer en enkelvoudig diervoer
2. Doel
3. Plaats bemonstering
4.3. Vaststelling van het benodigd aantal analyses voor onderhoud van het voortschrijdend gemiddelde gehalte
4.1. Algemeen
4.1.1. De bemonstering wordt uitgevoerd door de ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd of namens de ondernemer door een gemachtigd monsternemer (zie punt 5).
4.2. Het nemen van de ondermonsters
4.2.1. Tijdens het laden van de auto neemt de monsternemer met vaste tussenpozen een ondermonster.
4.2. Het nemen van de ondermonsters
4.6. Monsteradministratie
III. Toleranties
Tabel I behorende bij de artikelen 84 t/m 91
Sectie 1 bepaling bemonsteringspunten
Selecteer een geschikte boor om de grondmonstername mee uit te voeren. De te gebruiken boor dient grondig gereinigd te zijn alvorens deze wordt gebruikt. Grondresten van een ander perceel dienen afwezig te zijn.
Bemonster met een geschikte boor grond tot 10 centimeter diepte op grasland en tot 25 centimeter diepte op bouwland. Tot de aangegeven diepte dient de boor volledig met grond gevuld te zijn. Mijd bij bemonstering meststofresten.
Trek de boor met grond uit de bodem en breng de grond over in een stevige plastic zak of papieren zak met polyethyleen bekleding. Verzamel op deze wijze grond op alle bemonsteringspunten en breng dit samen in een zak. De booromvang is dusdanig groot dat de massa van het mengmonster ten minste 0,5 kilogram bedraagt. Op alle bemonsteringspunten wordt een gelijke hoeveelheid grond verzameld.
Het grondmonster is binnen drie dagen na de dag van monstername gedroogd. Indien het drogen van het mengmonster binnen de genoemde termijn niet mogelijk is, wordt het grondmonster in een niet-luchtdicht afgesloten plastic zak bij 5°C ± 3°C in het donker bewaard. Het monster mag ten hoogste drie maanden worden bewaard. Indien het monster niet binnen deze drie maanden geanalyseerd wordt, dient een nieuw (meng)monster genomen te worden. Een monster kan slechts eenmalig geanalyseerd worden ten behoeve van een geldig analyserapport als bedoeld te komen in artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Voor een geldige nieuwe analyse dienen nieuwe monsters volgens dit protocol te worden gestoken.
Stel met Global Navigation Satellite System (GNSS) de omvang en vorm van dit perceel dan wel perceelsdeel vast. Bij niet rechthoekige percelen dan wel perceelsdelen worden zoveel extra punten meegenomen dat de contouren ervan vastgelegd zijn. De afwijking van de GNSS mag niet groter zijn dan 5 meter. De teeltvrije zones, bedoeld in artikel 4.723a, derde lid, onderdeel c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, en de bufferstrook, bedoeld in artikel 4.1199c, eerste lid, en artikel 4.1212b, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij deze bepaling buiten beschouwing gelaten. Indien het perceel dan wel perceeldeel verdeeld is onder meerdere gebruikers, dan wordt alleen het deel van het perceel dat in gebruik is door de aanvrager geregistreerd en bemonsterd. Het mengmonster wordt samengesteld uit een minimum van 40 deelmonsters die gestoken worden uit het gehele perceel dan wel perceeldeel. Op elk bemonsteringspunt wordt grond bemonsterd van de voorgeschreven bodemlaag. De hoeveelheid (volume) gestoken grond is gelijk voor alle bemonsteringspunten. Bemonstering van het betreffende perceel vindt minimaal twee maanden na bekalking plaats.
Monsterneming (sectie 1 en 2) geschiedt door een organisatie die voor sectie 1 en 2 van deze bijlage is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Voorbehandeling van het monster en analyse van zowel P-AL als P-CaCl2 geschiedt door een organisatie die is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie voor de normen, genoemd in tabel a.
In afwijking van de voorgaande zin, en eerste alinea van dit protocol, kan een organisatie tot en met 1 juli 2022 zonder accreditatie de monstername, voorbehandeling en analyse verrichten, indien deze organisatie aantoonbaar vóór 1 juli 2021 de accreditatie voor dit protocol en de in tabel a genoemde normen heeft aangevraagd.
Tabel a
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage I. Forfaitaire mineralengehalten in dierlijke mest en mestcodes
3. Fosfaat (P2O5)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)