Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 28 februari 2008, nr. WJZ 8024263, tot vaststelling van algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie)

44 versions · 2026-04-04
2026-04-04
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2026-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2025-10-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2025-07-18
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2024-09-04
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2024-07-17
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2024-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2023-09-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2023-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2022-10-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2022-05-05
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2022-03-26
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2022-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2021-10-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2021-07-07
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2020-11-17
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2020-11-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2020-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2019-10-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2019-02-19
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2019-01-02
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2019-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2018-09-19
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2017-09-26
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2017-04-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2017-01-03
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2016-09-15
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2016-07-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2016-02-27
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2015-12-02
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k

Wijzigingen op 2015-12-02

@@ -52,7 +52,7 @@
- t. bosbeheereenheid: een eenheid bos die wordt beheerd op basis van een beheersysteem met specifieke doelstellingen, overeenkomstig een langetermijnbeheerplan.
2. Onder nuttig gebruik van hernieuwbare warmte als bedoeld in [artikel 1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=1&artikel=1&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van het besluit wordt verstaan: de warmte, uitgedrukt in kWh die vrijkomt uit hernieuwbare energiebronnen en die wordt aangewend voor:
2. Onder nuttig gebruik van hernieuwbare warmte als bedoeld in [artikel 1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=1&artikel=1&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van het besluit wordt verstaan: de warmte, uitgedrukt in kWh die vrijkomt uit hernieuwbare energiebronnen en die wordt aangewend voor:
- a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;
@@ -112,7 +112,7 @@
- d. indien de aanvraag wordt ingediend voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van geothermie, een geologisch rapport dat voldoet aan:
- 1°. het Model Geologisch Onderzoek SDE+, dat wordt opgesteld met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=7&z=2015-12-01&g=2015-12-01),
- 1°. het Model Geologisch Onderzoek SDE+, dat wordt opgesteld met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=7&z=2015-12-02&g=2015-12-02),
- 2°. het Model Geologisch Onderzoek, dat wordt opgesteld met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in bijlage D, behorende bij het Aanvraagformulier Subsidieregeling Energie en Innovatie Risico’s dekken voor aardwarmte, opgenomen in [bijlage 3.4.1. van de Subsidieregeling energie en innovatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026952&bijlage=3.4.1), zoals deze luidde voor 2 oktober 2014, of
@@ -154,11 +154,11 @@
##### Artikel 3
1. De subsidie-ontvanger verstrekt de opdrachten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-12-01&g=2015-12-01), binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt een afschrift aan de Minister.
1. De subsidie-ontvanger verstrekt de opdrachten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-12-02&g=2015-12-02), binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt een afschrift aan de Minister.
2. De subsidie-ontvanger rapporteert na de datum van de beschikking tot subsidieverlening tot het moment van ingebruikname jaarlijks over de voortgang van de realisatie van de in het plan als bedoeld in [artikel 56, tweede lid, onderdeel d, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=56) opgenomen ijkmomenten.
3. De subsidie-ontvanger zendt de Minister binnen een jaar na de datum van ingebruikname van de productie-installatie een overzicht van de daadwerkelijke investeringskosten, van de reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun. Indien de verleende subsidie als bedoeld in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=16), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=24), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=33), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=41), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=49) en [55a van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=55a) meer bedraagt dan € 125.000, gaat het overzicht vergezeld van een accountantsverklaring. De accountantsverklaring wordt opgesteld conform het model en het controleprotocol die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=1&z=2015-12-01&g=2015-12-01).
3. De subsidie-ontvanger zendt de Minister binnen een jaar na de datum van ingebruikname van de productie-installatie een overzicht van de daadwerkelijke investeringskosten, van de reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun. Indien de verleende subsidie als bedoeld in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=16), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=24), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=33), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=41), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=49) en [55a van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=55a) meer bedraagt dan € 125.000, gaat het overzicht vergezeld van een accountantsverklaring. De accountantsverklaring wordt opgesteld conform het model en het controleprotocol die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=1&z=2015-12-02&g=2015-12-02).
4. Het eerste lid is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.
@@ -174,21 +174,21 @@
##### Artikel 6
1. De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring over de gebruikte biomassa met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=2&z=2015-12-01&g=2015-12-01).
1. De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring over de gebruikte biomassa met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=2&z=2015-12-02&g=2015-12-02).
2. Indien aan een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin door middel van thermische conversie vloeibare biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte uitsluitend subsidie wordt verstrekt voor zover de subsidie-ontvanger aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, toont de subsidie-ontvanger dit aan middels de verklaring, bedoeld in het eerste lid, of middels voor de geproduceerde hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte geboekte garanties van oorsprong als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=1).
3. Een subsidie-ontvanger toont door middel van certificaten, afgegeven op basis van een certificeringsysteem waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 18, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie heeft besloten dat deze accurate gegevens bevat met het oog op de toepassing van artikel 17 van de richtlijn hernieuwbare energie, aan dat vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
4. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een assurancerapport van een externe accountant dat is opgesteld met inachtneming van het onderzoeksprotocol assurancerapport biomassa, opgenomen in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=3&z=2015-12-01&g=2015-12-01), tenzij het een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 3 MW thermisch betreft.
4. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een assurancerapport van een externe accountant dat is opgesteld met inachtneming van het onderzoeksprotocol assurancerapport biomassa, opgenomen in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=3&z=2015-12-02&g=2015-12-02), tenzij het een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 3 MW thermisch betreft.
5. Uit het assurancerapport blijkt eenduidig per kalendermaand welke biomassagrondstoffen zijn ingezet en wat de aard en de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen is in honderdste van procenten nauwkeurig.
6. Indien [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van toepassing is gaat de accountant ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, na of een juiste toepassing is gegeven aan de geëigende methode, bedoeld in de [artikelen 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01) en [7i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-01&g=2015-12-01).
6. Indien [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van toepassing is gaat de accountant ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, na of een juiste toepassing is gegeven aan de geëigende methode, bedoeld in de [artikelen 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02) en [7i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-02&g=2015-12-02).
##### Artikel 7
Een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW, of die een productie-installatie bedrijft waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa wordt meegestookt is verplicht gebruik te maken van biomassa die voldoet aan de duurzaamheidscriteria opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=4&z=2015-12-01&g=2015-12-01).
Een subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW, of die een productie-installatie bedrijft waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa wordt meegestookt is verplicht gebruik te maken van biomassa die voldoet aan de duurzaamheidscriteria opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=4&z=2015-12-02&g=2015-12-02).
#### § 4. Voorschotten
@@ -252,7 +252,7 @@
##### Artikel 10
Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=5&z=2015-12-01&g=2015-12-01).
Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&bijlage=5&z=2015-12-02&g=2015-12-02).
#### § 5. Subsidievaststelling
@@ -396,7 +396,7 @@
Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde
Bijlage 1 behorende bij [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 1 behorende bij [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
@@ -500,11 +500,11 @@
Bij de controle wordt vastgesteld, dat de vermelde investeringskosten juist zijn. Er wordt nagegaan of er ook andere subsidies (steunsituatie) zijn verkregen. Hieronder zijn nadere aanwijzingen voor de controle verstrekt.
Bijlage 2 behorende bij [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 2 behorende bij [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
De biomassaverklaring moet per productie-installatie ingevuld worden. De verklaring wordt gebruikt om te controleren of de gebruikte biomassastromen overeenkomen met de voorwaarden van de SDE.
In dit formulier verklaart de producent van hernieuwbaar warmte of hernieuwbaar gas afkomstig van biomassa dat uitsluitend biomassastromen zijn gebruikt die zijn toegestaan voor de categorie productie-installaties waarvoor SDE(+)-subsidie is ontvangen. Deze verplichting is omschreven in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Bij gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte (WKK) is de biomassaverklaring geregeld in de [Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021). Voor WKK-installaties is dit formulier daarom niet van toepassing.
In dit formulier verklaart de producent van hernieuwbaar warmte of hernieuwbaar gas afkomstig van biomassa dat uitsluitend biomassastromen zijn gebruikt die zijn toegestaan voor de categorie productie-installaties waarvoor SDE(+)-subsidie is ontvangen. Deze verplichting is omschreven in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Bij gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte (WKK) is de biomassaverklaring geregeld in de [Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021). Voor WKK-installaties is dit formulier daarom niet van toepassing.
De biomassaverklaring moet per productie-installatie ingevuld worden. De verklaring wordt gebruikt om te controleren of de gebruikte biomassastromen overeenkomen met de voorwaarden van de SDE.
@@ -548,13 +548,13 @@
Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas uit biomassa
Bijlage 3 behorende bij [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 3 behorende bij [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Het assurance rapport dient ter controle van de gegevens die door de producent, op grond van [art. 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-05-08&g=2015-05-08) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, na afloop van het kalenderjaar zijn overlegd in de **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas.**
Op grond van [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie overlegt de subsidieontvanger voor hernieuwbaar gas of de subsidieontvanger voor hernieuwbare warmte uit biomassa die een productie-installatie bedrijft met een nominaal thermisch vermogen groter dan 3 MWth, een assurance rapport van een externe accountant over aan de minister.
Het assurance rapport dient ter controle van de gegevens die door de producent, op grond van [art. 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, na afloop van het kalenderjaar zijn overlegd in de **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas.**
Op grond van [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie overlegt de subsidieontvanger voor hernieuwbaar gas of de subsidieontvanger voor hernieuwbare warmte uit biomassa die een productie-installatie bedrijft met een nominaal thermisch vermogen groter dan 3 MWth, een assurance rapport van een externe accountant over aan de minister.
Het assurance rapport dient ter controle van de gegevens die door de producent, op grond van [art. 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, na afloop van het kalenderjaar zijn overlegd in de **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas.**
Het assurance rapport dient te worden opgesteld conform de in dit formulier opgenomen model, met inachtneming van het in dit formulier opgenomen onderzoeksprotocol **Assurance rapport productie hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas uit biomassa**.
@@ -562,9 +562,9 @@
Dit onderzoeksprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden richtlijn 3000 (zie website NIVRA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met [artikel 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-05-08&g=2015-05-08) en [7i van de regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-05-08&g=2015-05-08) (zie NV COS 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de verhouding voor wat betreft de gebruikte biomassagrondstoffen, de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
In [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, is bepaald dat de producent uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurance rapport (conform NV COS richtlijn 3000) 1 overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.
Dit onderzoeksprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden richtlijn 3000 (zie website NIVRA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met [artikel 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01) en [7i van de regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-01&g=2015-12-01) (zie NV COS 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de verhouding voor wat betreft de gebruikte biomassagrondstoffen, de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
In [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, is bepaald dat de producent uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de minister een assurance rapport (conform NV COS richtlijn 3000) 1 overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.
Dit onderzoeksprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden richtlijn 3000 (zie website NIVRA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met [artikel 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02) en [7i van de regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-02&g=2015-12-02) (zie NV COS 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de verhouding voor wat betreft de gebruikte biomassagrondstoffen, de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
Het doel van het assurance rapport is om – met redelijke mate van zekerheid – een oordeel te verstrekken over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) in de biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas opgegeven aard en calorische verhouding van de gebruikte biomassa en de soort en hoeveelheid biomassagrondstoffen die zijn ingezet voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas. In het geval de opgewekte energie wordt aangemerkt als duurzame energie, waarvoor een subsidie-beschikking is afgegeven, zal voor de subsidiabele hoeveelheid duurzaam opgewekte energie subsidie worden verstrekt. De accountant dient derhalve rekening te houden met een tendentie in de opgegeven verhouding.
@@ -620,7 +620,7 @@
{Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa}
Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat **de biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas** juist weergeeft en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de [artikelen 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01) en [7i van de regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-01&g=2015-12-01) de opgave van:
Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat **de biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas** juist weergeeft en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de [artikelen 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02) en [7i van de regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-02&g=2015-12-02) de opgave van:
{Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa}
@@ -684,7 +684,7 @@
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door **een ander** dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Bijlage 5 behorende bij [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=5&artikel=10&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 5 behorende bij [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=5&artikel=10&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
@@ -738,7 +738,7 @@
Dit model is te vinden op www.rvo.nl/sde
Bijlage 7 behorende bij [artikel 2, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.
Bijlage 7 behorende bij [artikel 2, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.
Dit model is te vinden op www.rvo.nl/sde
@@ -908,7 +908,7 @@
##### Artikel 7a
1. De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring waaruit blijkt dat de gebruikte biomassa aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-01&g=2015-12-01), voldoet, met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
1. De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste biomassa wordt omgezet in hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring waaruit blijkt dat de gebruikte biomassa aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-02&g=2015-12-02), voldoet, met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De subsidie-ontvanger toont voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer op regionaal niveau of op het niveau van de bosbeheereenheid aan dat aan de duurzaamheidscriteria is voldaan, met uitzondering van biomassa:
@@ -920,11 +920,11 @@
- d. die vanaf 2026 wordt gebruikt, waarvoor op het niveau van de bosbeheereenheid wordt aangetoond dat aan de duurzaamheidscriteria is voldaan.
3. De subsidie-ontvanger kan voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer, in afwijking van het tweede lid, overeenkomstig [artikel 7b, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7b&z=2015-12-01&g=2015-12-01), aantonen dat aan de duurzaamheidscriteria is voldaan.
3. De subsidie-ontvanger kan voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer, in afwijking van het tweede lid, overeenkomstig [artikel 7b, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7b&z=2015-12-02&g=2015-12-02), aantonen dat aan de duurzaamheidscriteria is voldaan.
##### Artikel 7b
1. De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa wordt meegestookt, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring waaruit blijkt dat de gebruikte biomassa aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-01&g=2015-12-01), voldoet, met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
1. De subsidie-ontvanger die een productie-installatie bedrijft waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa wordt meegestookt, zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een verklaring waaruit blijkt dat de gebruikte biomassa aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-02&g=2015-12-02), voldoet, met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De subsidie-ontvanger toont voor het deel van de rapportage betreffende houtige biomassa afkomstig uit een bosbeheereenheid die kleiner is dan 500 hectare dat betrekking heeft op het duurzaam bosbeheer op regionaal niveau of op het niveau van de bosbeheereenheid aan dat aan de duurzaamheidscriteria is voldaan, met uitzondering van:
@@ -1030,7 +1030,7 @@
De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van <het bestuur van de vennootschap/de leiding van de huishouding>. Het is onze verantwoordelijkheid om een assurance rapport inzake deze **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas**te verstrekken.
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas** met daarin de opgave betreffende de aard en calorische verhouding van de gebruikte biomassa en de soort en hoeveelheid biomassagrondstoffen die zijn ingezet voor de productie van hernieuwbare energie in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, met betrekking tot de periode van <datum> t/m <datum> onderzocht op juistheid en overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de [artikelen 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01) en [7i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie (hierna aangeduid als de regeling),
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas** met daarin de opgave betreffende de aard en calorische verhouding van de gebruikte biomassa en de soort en hoeveelheid biomassagrondstoffen die zijn ingezet voor de productie van hernieuwbare energie in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, met betrekking tot de periode van <datum> t/m <datum> onderzocht op juistheid en overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de [artikelen 7h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02) en [7i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7i&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie (hierna aangeduid als de regeling),
De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van <het bestuur van de vennootschap/de leiding van de huishouding>. Het is onze verantwoordelijkheid om een assurance rapport inzake deze **biomassaverklaring hernieuwbare warmte en hernieuwbaar gas**te verstrekken.
@@ -1126,25 +1126,25 @@
##### Artikel 7h
1. Indien in een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de subsidie-ontvanger bij de overlegging van het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-01&g=2015-12-01), dat hij door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de duurzame warmte wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.
1. Indien in een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de subsidie-ontvanger bij de overlegging van het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-02&g=2015-12-02), dat hij door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de duurzame warmte wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.
2. In afwijking van het eerste lid, hanteert de subsidie-ontvanger, indien in de productie-installatie biomassa die een behandeling heeft ondergaan, zoals pyrolyse, torrefactie, carbonisatie, wordt verwerkt, een daartoe geëigende methode om vast te stellen dat de biomassa vóór bewerking is aan te merken als zuivere biomassa.
3. Indien in de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de subsidie-ontvanger bij de overlegging van het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-01&g=2015-12-01), dat hij door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt wat het biologisch afbreekbare gedeelte is van de niet-zuivere biomassa waaruit de hernieuwbare warmte wordt opgewekt. Het biologisch afbreekbare gedeelte dient te worden bepaald op grond van de energiebasis met twee decimalen nauwkeurigheid.
4. Indien de hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas, verklaart de subsidie-ontvanger bij de overlegging van het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-01&g=2015-12-01), dat hij gedurende de periode waarop de verklaring betrekking heeft, door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas hernieuwbare warmte zal produceren.
3. Indien in de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de subsidie-ontvanger bij de overlegging van het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-02&g=2015-12-02), dat hij door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt wat het biologisch afbreekbare gedeelte is van de niet-zuivere biomassa waaruit de hernieuwbare warmte wordt opgewekt. Het biologisch afbreekbare gedeelte dient te worden bepaald op grond van de energiebasis met twee decimalen nauwkeurigheid.
4. Indien de hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas, verklaart de subsidie-ontvanger bij de overlegging van het resultaat van de vaststelling, bedoeld in [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-02&g=2015-12-02), dat hij gedurende de periode waarop de verklaring betrekking heeft, door middel van naar haar aard zuivere biomassa of naar zijn aard zuiver biogas hernieuwbare warmte zal produceren.
5. Indien in een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte niet naar zijn aard zuiver biogas of niet-zuiver biogas wordt verwerkt, hanteert de subsidie-ontvanger ten aanzien van de grondstof die hij bij het ontstaan van dit biogas gebruikt een daartoe geëigende methode om aan de hand van bemonstering per partij vast te stellen dat het materiaal waaruit de duurzame warmte is opgewekt, is aan te merken als zuivere of als niet-zuivere biomassa.
##### Artikel 7i
1. De methode van vaststelling, bedoeld in de [artikel 7h, eerste, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01), is geëigend als de subsidie-ontvanger ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:
1. De methode van vaststelling, bedoeld in de [artikel 7h, eerste, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02), is geëigend als de subsidie-ontvanger ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:
- a. een productcertificaat als bedoeld in de Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016 voor de vaststelling van het aandeel biomassa in secundaire brandstoffen of
- b. een schriftelijk bewijs dat hij voldoet aan vergelijkbare procesnormen als vastgelegd in de Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016.
2. De methode van vaststelling, bedoeld in [artikel 7h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01), is geëigend als de subsidie-ontvanger beschikt over:
2. De methode van vaststelling, bedoeld in [artikel 7h, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02), is geëigend als de subsidie-ontvanger beschikt over:
- a. een certificaat behorend bij de biomassa die een behandeling heeft ondergaan, afgegeven door een certificeringsinstantie, waaruit blijkt dat de oorsprong van de biomassa van die partijen volledig is aan te merken als zuivere biomassa, en
@@ -1156,11 +1156,11 @@
1. Indien de meegedeelde percentages van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen uit het meetrapport afwijken van de percentages van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen die uit het assurancerapport blijken, wordt bij de subsidieverstrekking uitgegaan van het assurancerapport.
2. Indien het meetrapport, de biomassaverklaring of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in [artikel 7f, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7f&z=2015-12-01&g=2015-12-01), [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), respectievelijk [artikel 6, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), geeft de minister de subsidie-ontvanger vier weken de tijd om het meetrapport, de biomassaverklaring of het assurancerapport alsnog aan deze eisen te laten voldoen.
2. Indien het meetrapport, de biomassaverklaring of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in [artikel 7f, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7f&z=2015-12-02&g=2015-12-02), [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), respectievelijk [artikel 6, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), geeft de minister de subsidie-ontvanger vier weken de tijd om het meetrapport, de biomassaverklaring of het assurancerapport alsnog aan deze eisen te laten voldoen.
##### Artikel 7k
De subsidie-ontvanger kan de minister om toestemming verzoeken om, in afwijking van de [artikelen 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), [7e, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-01&g=2015-12-01), [7f, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7f&z=2015-12-01&g=2015-12-01), en [7h, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-01&g=2015-12-01), de gegevensverstrekking via een voldoende gekwalificeerde derde te laten lopen.
De subsidie-ontvanger kan de minister om toestemming verzoeken om, in afwijking van de [artikelen 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), [7e, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-02&g=2015-12-02), [7f, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7f&z=2015-12-02&g=2015-12-02), en [7h, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7h&z=2015-12-02&g=2015-12-02), de gegevensverstrekking via een voldoende gekwalificeerde derde te laten lopen.
#### § 4. Voorschotten
@@ -1180,7 +1180,7 @@
## Bijlage 1. behorende bij [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-05-08&g=2015-05-08), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
### Oordeel
@@ -1248,7 +1248,7 @@
### Verplichte onderdelen samenvatting ‘geologisch onderzoek’
## Bijlage 6. behorende bij [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 6. behorende bij [artikel 7e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=7e&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
@@ -1430,7 +1430,9 @@
##### Artikel 8a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De productie, bedoeld in [artikel 8, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=4&artikel=8&z=2015-12-02&g=2015-12-02), in verband met een beschikking op een aanvraag die op of na 1 december 2015 is ingediend, wordt verminderd met het aantal kWh dat is ingevoed op een elektriciteitsnet gedurende elke periode waarin de prijs van elektriciteit negatief is, tenzij desbetreffende periode korter dan zes uur duurt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een subsidieontvanger van wie het nominaal geïnstalleerd vermogen voor elektriciteitsproductie per aansluiting op het elektriciteitsnet minder dan 500 kW bedraagt of, indien het de productie van elektriciteit uit windenergie betreft, minder dan 3 MW bedraagt.
#### § 5. Subsidievaststelling
@@ -1438,11 +1440,11 @@
##### Artikel 14c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De vermindering van de productie die op grond van [artikel 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=4&artikel=8a&z=2015-12-02&g=2015-12-02) wordt toegepast, wordt tevens toegepast op het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt, bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=15), en [artikel 23, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=23).
#### § 7. Slotbepalingen
## Bijlage 1. behorende bij [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 1. behorende bij [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=3&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
### Toelichting
@@ -1458,7 +1460,7 @@
Vervallen
## Bijlage 2. behorende bij [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 2. behorende bij [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
### Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
@@ -1468,7 +1470,7 @@
### Ondertekening
## Bijlage 3. behorende bij [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 3. behorende bij [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
### Toelichting
@@ -1480,9 +1482,9 @@
### Conclusie
## Bijlage 4. , behorende bij [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=5&artikel=10&z=2015-12-01&g=2015-12-01) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 4. , behorende bij [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=5&artikel=10&z=2015-12-02&g=2015-12-02) van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
### Toelichting
@@ -1492,7 +1494,7 @@
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
## Bijlage 7. behorende bij [artikel 2, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-12-01&g=2015-12-01), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
## Bijlage 7. behorende bij [artikel 2, tweede lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023563&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-12-02&g=2015-12-02), van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
### Toelichting
2015-12-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2015-05-08
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2015-03-31
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2015-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2014-02-13
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2013-04-04
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2013-02-07
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2013-01-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2012-03-13
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2011-07-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2010-01-23
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2009-03-29
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2008-04-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en k
2008-04-01
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie e
original version Tekst op deze datum