Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2008-12-29
State In force
Source BWB
artikelen 318
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. de handel tussen de partijen te bevorderen en tegelijkertijd de capaciteit van de partijen tot bescherming van de gezondheid van planten en dieren en van de volksgezondheid, te handhaven en te versterken;
  • b. de capaciteit van de partijen te versterken om onbedoelde verstoringen of belemmeringen van de handel tussen de partijen als gevolg van maatregelen die voor de bescherming van de gezondheid van planten en dieren en van de volksgezondheid op het grondgebied van de partijen noodzakelijk zijn, vast te stellen, te voorkomen en tot een minimum te beperken;
  • c. de Cariforum-staten bij de vaststelling van geharmoniseerde intraregionale sanitaire en fytosanitaire, hierna „SPS” genoemd, maatregelen te ondersteunen, mede om de erkenning van de gelijkwaardigheid van deze maatregelen aan in de EG bestaande maatregelen te bevorderen;
  • d. de Cariforum-staten de helpende hand te bieden bij de naleving van SPS-maatregelen van de EG.
Artikel 54. Werkingssfeer en definities
1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op SPS-maatregelen in de zin van de SPS-Overeenkomst van de WTO, voor zover zij van invloed zijn op de handel tussen de partijen.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van de SPS-Overeenkomst van de WTO.

Artikel 55. Bevoegde autoriteiten
1.

De partijen komen overeen om bij de voorlopige toepassing van deze overeenkomst bevoegde autoriteiten aan te wijzen voor de tenuitvoerlegging van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen. De partijen stellen elkaar tijdig in kennis van alle belangrijke wijzigingen in de structuur, aard en organisatie van hun bevoegde autoriteiten, alsmede van de bevoegdheidsverdeling binnen deze autoriteiten.

2.

De partijen komen overeen de informatie betreffende de tenuitvoerlegging van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen zoveel mogelijk uit te wisselen via een regionale instantie, die de bevoegde autoriteiten vertegenwoordigt.

Artikel 56. Regionale samenwerking en integratie
1.

De partijen zijn het erover eens dat de samenwerking tussen de nationale en regionale SPS-autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten, belangrijk is met het oog op de bevordering van zowel de intraregionale handel als de handel tussen de partijen, alsook van het algehele proces van regionale integratie in het kader van het Cariforum.

2.

In dit verband zijn de partijen het eens over het belang van de vaststelling van de geharmoniseerde SPS-maatregelen zowel in de EG als tussen de Cariforum-staten, en verbinden zij zich ertoe om met het oog daarop samen te werken. Voorts komen de partijen overeen overleg te plegen over bilaterale afspraken over de erkenning van de gelijkwaardigheid van specifieke SPS-maatregelen.

3.

De partijen komen overeen om, zolang de SPS-maatregelen niet zijn geharmoniseerd of de gelijkwaardigheid niet is erkend, overleg te plegen over mogelijkheden om de handel te vergemakkelijken en onnodige administratieve eisen te beperken.

Artikel 57. Transparantie

De partijen bevestigen vastberaden te zijn om de in bijlage B bij de SPS-Overeenkomst van de WTO neergelegde bepalingen inzake transparantie uit te voeren. Voorts streven zij ernaar om elkaar vroegtijdig in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging of invoering van voor de handel tussen de partijen bijzonder relevante SPS-regelingen of maatregelen.

Artikel 58. Uitwisseling van informatie en overleg
1.

De partijen komen overeen om hun communicatie en de uitwisseling van informatie te verbeteren over kwesties die binnen de werkingssfeer van dit hoofdstuk vallen en van invloed kunnen zijn op de handel tussen de partijen.

2.

Indien er zich een bijzonder SPS-probleem voordoet dat van invloed kan zijn op de handel tussen de partijen, stellen de bevoegde autoriteiten van de partijen elkaar daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en voeren zij daarover overleg, teneinde tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel 59. Samenwerking
1.

De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van SPS-maatregelen, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.

2.

Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

  • a. versterking van de regionale integratie en verbetering van het toezicht op en de uitvoering en handhaving van SPS-maatregelen in overeenstemming met artikel 56, met inbegrip van scholings- en voorlichtingsacties voor met de regelgeving belast personeel. Met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen kunnen publiekprivate partnerschappen worden ondersteund;
  • b. invoering van passende regelingen voor de uitwisseling van expertise op het gebied van de gezondheid van dieren en planten en van de volksgezondheid, en organisatie van scholings- en voorlichtingsacties voor met de regelgeving belast personeel;
  • c. verbetering van de capaciteit van ondernemingen, met name ondernemingen in de Cariforum-staten, om aan de regelgeving en marktvereisten te voldoen;
  • d. samenwerking in de in artikel 52 genoemde internationale organisaties, waaronder de bevordering van deelname van vertegenwoordigers van de Cariforum-staten aan bijeenkomsten van deze organisaties.

TITEL II. INVESTERINGEN, HANDEL IN DIENSTEN EN E-HANDEL

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 60. Doelstelling, werkingssfeer en dekking
1.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevestigen hun verbintenissen in het kader van de WTO-overeenkomst en stellen, met het oog op bevordering van de regionale integratie en een duurzame ontwikkeling van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en hun geleidelijke, harmonieuze integratie in de wereldeconomie, de noodzakelijke regelingen vast voor de gestage, wederzijdse en asymmetrische liberalisering van investeringen en van de handel in diensten en voor samenwerking op het gebied van de e-handel.

2.

Geen enkele bepaling in deze titel wordt zo uitgelegd dat de privatisering van overheidsondernemingen vereist is of dat enigerlei verplichting ten aanzien van overheidsopdrachten wordt opgelegd.

3.

De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op door de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verleende subsidies.

4.

In overeenstemming met de bepalingen van deze titel behouden de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten het recht nieuwe regelingen op te stellen en in te voeren om legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken.

5.

Deze titel is niet van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang zoeken tot de arbeidsmarkt van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, of op maatregelen aangaande staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

Geen enkele bepaling in deze titel belet de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten maatregelen toe te passen om de binnenkomst of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op hun grondgebied te regelen, met inbegrip van maatregelen die nodige zijn om de integriteit van hun grenzen te beschermen, of om het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over hun grenzen te waarborgen, mits deze maatregelen niet zo worden toegepast dat de voordelen die een partij op grond van een specifieke verbintenis toekomen, daardoor worden uitgehold of teniet gedaan.

Artikel 61. Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a. „maatregel”: elke maatregel van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, in de vorm van een wet, verordening, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
  • b. „door de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen die zijn genomen door:
  • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten, en
  • ii. niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
  • c. „natuurlijke persoon uit de EG” of „natuurlijke persoon uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeenkomstig hun respectieve wetgeving;
  • d. „rechtspersoon”: elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
  • e. „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon uit de EG of uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat die is opgericht in overeenstemming met respectievelijk de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en die zijn hoofdkantoor, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit heeft op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat; Indien de rechtspersoon alleen zijn hoofdkantoor of centrale administratie heeft op het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, wordt hij niet als rechtspersoon van respectievelijk de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat beschouwd, tenzij hij betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties6)Overeenkomstig haar aanmelding van het EG-Verdrag bij de WTO (doc. WT/REG39/1) is volgens de EG het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 48 van het EG-Verdrag, gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties” in artikel V, lid 6, van de GATS en in deze overeenkomst. op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat; in afwijking van het voorgaande lid zijn de bepalingen van deze overeenkomst ook van toepassing op buiten de EG of de Cariforum-staten gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de respectieve wetgeving in die lidstaat van de Europese Unie of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat voeren;
  • f. een „overeenkomst inzake economische integratie”: een overeenkomst waarbij investeringen en de handel in diensten conform de WTO-voorschriften aanzienlijk worden geliberaliseerd.
Artikel 62. Toekomstige liberalisering

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze titel voeren de partijen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst nadere onderhandelingen over investeringen en de handel in diensten met het oog op een versterking van de algemene verbintenissen uit hoofde van de titel.

Artikel 63. Toepassing op het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti

Teneinde de verbintenissen van het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti – die met de desbetreffende eisen uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, hierna de „GATS” genoemd, in overeenstemming moeten zijn – in bijlage IV op te nemen, brengen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de ondertekening van deze overeenkomst bij besluit van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wijzigingen in deze bijlage aan. In afwachting van dat besluit is de door de EG ingevolge deze titel toegekende preferentiële behandeling niet van toepassing op het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti.

Artikel 64. Regionale integratie van de Cariforum-staten
1.

De partijen erkennen dat economische integratie tussen de Cariforum-staten door de geleidelijke verwijdering van de resterende belemmeringen en de invoering van passende regelgeving voor investeringen en de handel in diensten, zal bijdragen tot de verdieping van het proces van hun regionale integratie en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

2.

De partijen erkennen voorts dat de in hoofdstuk 5 van deze titel opgenomen beginselen met betrekking tot de steun voor de geleidelijke liberalisering van investeringen en de handel in diensten tussen de partijen een nuttig kader vormen voor de verdere liberalisering van investeringen en de handel in diensten tussen de Cariforum-staten in de context van hun regionale integratie.

HOOFDSTUK 2. COMMERCIËLE AANWEZIGHEID

Artikel 65. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „commerciële aanwezigheid”: elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging door middel van:
  • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon7)Onder de termen „oprichting” of „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden te vestigen of te handhaven. Wanneer het bij de rechtspersoon om een naamloze vennootschap gaat, is er sprake van duurzame economische banden wanneer het aandelenbezit de aandeelhouder, krachtens de nationale vennootschapswetgeving of anderszins, in staat stelt daadwerkelijk deel te nemen in het bestuur van of het toezicht op de onderneming. Langlopende leningen, die het karakter van een deelneming hebben, zijn leningen met een looptijd van meer dan vijf jaar die gericht zijn op het vestigen of handhaven van duurzame economische betrekkingen; de voornaamste voorbeelden zijn leningen die door een vennootschap worden verstrekt aan haar dochterondernemingen of aan andere vennootschappen waarin zij deelneemt en leningen waaraan een aandeel in de winst verbonden is. , of
  • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of een vertegenwoordiging op het grondgebied van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten met het oogmerk een economische activiteit uit te oefenen;
  • b. „investeerder”: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent door de vestiging van een commerciële aanwezigheid;
  • c. „investeerder van een partij”: een in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent door de vestiging van een commerciële aanwezigheid;
  • d. „economische activiteit”: omvat geen activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met één of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;
  • e. „dochteronderneming” van een rechtspersoon: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon daadwerkelijk zeggenschap heeft8)Over een rechtspersoon wordt door een andere rechtspersoon daadwerkelijk zeggenschap uitgeoefend wanneer laatstgenoemde rechtspersoon een meerderheid van zijn directieleden kan benoemen of anderszins wettelijk toezicht op zijn activiteiten kan uitoefenen. ;
  • f. „filiaal” van een rechtspersoon: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt.
Artikel 66. Dekking

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid9)Maatregelen in verband met onteigeningen en geschillenbeslechting tussen een investeerder en de staat, zoals die welke zijn geregeld in bilaterale investeringsverdragen, worden niet geacht van invloed te zijn op de commerciële aanwezigheid. op het gebied van alle economische activiteiten met uitzondering van:

  • a. winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;
  • b. productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;
  • c. audiovisuele diensten;
  • d. nationale cabotage in het zeevervoer10)Nationale cabotage in het zeevervoer heeft betrekking op vervoersdiensten binnen een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of binnen een lidstaat van de Europese Unie voor het vervoer van personen of goederen met begin- en eindpunt in die overeenkomstsluitende Cariforum-staat of die lidstaat van de Europese Unie. , en
  • e. binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);
  • iv. andere aanverwante diensten die de exploitatie van luchtvaartuigen vergemakkelijken, zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.
Artikel 67. Markttoegang
1.

Wat de markttoegang via commerciële aanwezigheid betreft, geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten elkaars commerciële aanwezigheden en investeerders geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de in bijlage IV opgenomen specifieke verplichtingen.

2.

In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de volgende maatregelen door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet gehandhaafd of genomen, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor hun gehele grondgebied, tenzij in bijlage IV anders is bepaald:

  • a. beperkingen van het aantal commerciële aanwezigheden in de vorm van numerieke quota, monopolies of exclusieve rechten, dan wel door middel van andere eisen aan de commerciële aanwezigheid, zoals een onderzoek naar de economische behoefte;
  • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa, in de vorm van een numerieke quota dan wel de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • c. beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte11)Lid 2, onder a), b) en c), is niet van toepassing op maatregelen die de productie van een landbouwproduct beperken. ;
  • d. beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen;
  • e. maatregelen die specifieke soorten commerciële aanwezigheid (dochteronderneming, filiaal, vertegenwoordiging)12)Elke partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat kan eisen dat in het geval van oprichting van een vennootschap onder haar of zijn eigen recht, investeerders een specifieke rechtsvorm moeten kiezen. Voor zover deze eis op niet-discriminerende wijze wordt toegepast, hoeft deze niet in de lijst van verbintenissen van een partij te worden gespecificeerd om door die partij te kunnen worden gehandhaafd of vastgesteld. of joint ventures voor de uitoefening van een economische activiteit door een investeerder van de andere partij vereisen dan wel deze juist beperkingen opleggen.
Artikel 68. Nationale behandeling
1.

Wat de sectoren betreft waarvoor in bijlage IV verbintenissen inzake de markttoegang zijn opgenomen, en onder voorbehoud van de in die bijlage vermelde voorwaarden en kwalificaties, behandelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten elkaars commerciële aanwezigheden en investeerders niet ongunstiger dan hun eigen soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders in verband met alle maatregelen die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid.

2.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen aan de verplichting in lid 1 voldoen door commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij hetzij formeel op gelijke wijze als de eigen soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders te behandelen hetzij formeel een verschillende behandeling te geven.

3.

Een formeel gelijke of een formeel verschillende behandeling wordt als ongunstiger beschouwd indien deze de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van commerciële aanwezigheden en investeerders van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ten opzichte van soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij.

4.

Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan, worden niet zodanig uitgelegd dat de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verplicht zijn compensatie te bieden voor concurrentienadelen die inherent zijn aan de buitenlandse aard van de desbetreffende commerciële aanwezigheden en investeerders.

Artikel 69. Lijst van verbintenissen

De door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en de nationale behandeling voor commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij in die sectoren zijn opgenomen in de lijsten van verbintenissen in bijlage IV.

Artikel 70. Meestbegunstigingsbehandeling
1.

Ten aanzien van alle maatregelen in dit hoofdstuk die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid:

  • a. geeft de EG commerciële aanwezigheden en investeerders van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders uit derde landen waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie heeft gesloten;
  • b. geven de overeenkomstsluitende Cariforum-staten commerciële aanwezigheden en investeerders van de EG een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders uit belangrijke handelsmachten waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie hebben gesloten.
2.

Wanneer een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een regionale economische integratieovereenkomst sluit, waarbij een interne markt wordt opgericht of waarbij van de partijen wordt vereist dat zij hun wetgeving in belangrijke mate onderling aanpassen teneinde niet-discriminerende belemmeringen voor de commerciële aanwezigheid en de handel in diensten uit de weg ruimen, valt de behandeling die de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat aan commerciële aanwezigheden en investeerders uit derde landen geeft in sectoren waarop de interne markt of de belangrijke onderlinge aanpassing van wetgeving van toepassing is, niet onder de bepalingen van lid 113)Op het moment van ondertekening van deze overeenkomst worden de Europese Economische Ruimte, de pretoetredingsovereenkomsten met landen die tot de Europese Unie willen toetreden, de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom en de vrijhandelsovereenkomst tussen Caricom en de Dominicaanse Republiek geacht in hun geheel onder deze uitzondering te vallen. .

3.

De in lid 1 neergelegde verplichtingen zijn niet van toepassing op de behandeling die wordt gegeven:

  • a. in het kader van maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij,
  • b. in het kader van een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing, of
  • c. in het kader van maatregelen waarop een in de in artikel II, lid 2, van de GATS bedoelde lijst opgenomen uitzondering op het meestbegunstigingsbeginsel van toepassing is.
4.

Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan één (1) procent in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een overeenkomst inzake economische integratie handelend in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan anderhalf (1,5) procent in de mondiale uitvoer van goederen had.14)Voor deze berekening wordt gebruikgemaakt van officiële WTO-gegevens over leidende exporteurs in de mondiale handel in goederen (met uitzondering van de intra-EU-handel).

5.

Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij wordt bij een overeenkomst inzake economische integratie met een derde partij als bedoeld in lid 1, onder b), en die overeenkomst erin voorziet dat de derde partij een gunstiger behandeling krijgt dan die welke de overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG uit hoofde van deze overeenkomst geeft, treden de partijen hierover in overleg. De partijen kunnen beslissen of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG de gunstiger behandeling uit hoofde van de overeenkomst inzake economische integratie mag ontzeggen. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige maatregelen nemen om de bepalingen van deze overeenkomst aan te passen.

Artikel 71. Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling in deze titel wordt geacht het recht van investeerders van de partijen te beperken om een beroep te doen op een gunstiger behandeling uit hoofde van een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij zijn.

Artikel 72. Gedrag van investeerders

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten werken samen en nemen, voor hun eigen grondgebied, de nodige maatregelen, onder andere door middel van algemeen toepasselijke nationale wetgeving, om ervoor te zorgen dat:

  • a. het investeerders wordt verboden ongepaste geldelijke of andere voordelen aan te bieden, te beloven of te geven, rechtstreeks of via tussenpersonen, aan een ambtenaar of aan leden van zijn of haar familie of zakenpartners of een andere persoon die nauwe betrekkingen met de ambtenaar heeft, voor de betrokkenen zelf of voor een derde, opdat de ambtenaar of een derde handelt of niet handelt in verband met de uitoefening van ambtelijke plichten, dan wel om een gunst met betrekking tot een voorgestelde investering of vergunningen, contracten of andere rechten met betrekking tot een investering te verkrijgen, en zij hiervoor ter verantwoording worden geroepen;
  • b. investeerders handelen in overeenstemming met de fundamentele arbeidsnormen die zijn neergelegd in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van 1998 inzake de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk, waarbij de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten partij zijn15)Deze fundamentele arbeidsrechten zijn in overeenstemming met de verklaring nader uitgewerkt in de verdragen van de ILO betreffende de vrijheid van vakvereniging, de afschaffing van dwang- en kinderarbeid en de uitbanning van discriminatie op het werk. ;
  • c. investeerders hun investeringen niet zodanig beheren of exploiteren dat zij internationale arbeidsrechtelijke of milieuverplichtingen uit hoofde van overeenkomsten waarbij de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten partij zijn, ontwijken;
  • d. investeerders in voorkomend geval banden met de plaatselijke gemeenschap aangaan en handhaven, met name bij projecten die betrekking hebben op extensieve activiteiten ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen, voor zover zij niet de voordelen voor de andere partij uit hoofde van een specifieke verplichting tenietdoen of daaraan afbreuk doen.
Artikel 73. Handhaving van normen

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat buitenlandse directe investeringen niet worden aangemoedigd door afzwakking van de binnenlandse wetgeving en normen inzake milieu, arbeid, veiligheid en gezondheid op het werk of versoepeling van de fundamentele arbeidsnormen of de wetgeving inzake bescherming en bevordering van culturele diversiteit.

Artikel 74. Evaluatie

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van investeringen evalueren de partijen de wetgeving inzake investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.

HOOFDSTUK 3. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel 75. Werkingssfeer en definities
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:

  • a. audiovisuele diensten;
  • b. nationale cabotage in het zeevervoer16)Nationale cabotage in het zeevervoer heeft betrekking op vervoersdiensten binnen een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of binnen een lidstaat van de Europese Unie voor het vervoer van personen of goederen met begin- en eindpunt in die overeenkomstsluitende Cariforum-staat of die lidstaat. ;
  • c. binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);
  • iv. andere aanverwante diensten die de exploitatie van luchtvaartuigen vergemakkelijken, zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.
2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

  • a. wordt „grensoverschrijdende dienstverlening” gedefinieerd als het verlenen van een dienst:
  • i. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);
  • ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van een dienstafnemer van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);
  • b. omvatten „diensten” alle diensten in elke sector behalve bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten;
  • c. betekent „een bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst” elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met één of meer dienstverleners wordt verleend;
  • d. is een „dienstverlener” een natuurlijke of rechtspersoon die een dienst aanbiedt of verleent;
  • e. wordt onder „dienstverlener van een partij” verstaan een in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een dienst aanbiedt of verleent;
  • f. omvat „verlening van een dienst” de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst.
Artikel 76. Markttoegang
1.

Wat de markttoegang via grensoverschrijdende dienstverlening betreft, geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staat diensten en dienstverleners van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de in bijlage IV opgenomen specifieke verbintenissen.

2.

In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de volgende maatregelen door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet gehandhaafd of genomen, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor hun gehele grondgebied, tenzij in bijlage IV anders is bepaald:

  • a. beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners dan wel in de vorm van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota dan wel de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.
Artikel 77. Nationale behandeling
1.

Wat de sectoren betreft waarvoor in bijlage IV verbintenissen inzake de markttoegang zijn opgenomen, en onder voorbehoud van de in die bijlage vermelde voorwaarden en kwalificaties, behandelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten diensten en dienstverleners van de andere partij niet ongunstiger dan hun eigen soortgelijke diensten en dienstverleners in verband met alle maatregelen die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening.

2.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen aan de verplichting in lid 1 voldoen door diensten en dienstverleners van de andere partij hetzij formeel op gelijke wijze als de eigen soortgelijke diensten en dienstverleners te behandelen hetzij formeel een verschillende behandeling te geven.

3.

Een formeel gelijke of een formeel verschillende behandeling wordt als ongunstiger beschouwd indien deze de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ten opzichte van soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.

4.

Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan, worden niet zodanig uitgelegd dat de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verplicht zijn compensatie te bieden voor aan concurrentienadelen die inherent zijn aan de buitenlandse aard van de desbetreffende commerciële diensten en dienstverleners.

Artikel 78. Lijst van verbintenissen

De door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners van de andere partij in die sectoren zijn opgenomen in de lijsten van verbintenissen in bijlage IV.

Artikel 79. Meestbegunstigingsbehandeling
1.

Ten aanzien van alle maatregelen in dit hoofdstuk die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening:

  • a. geeft de EG diensten en dienstverleners van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke diensten en dienstverleners uit derde landen waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie heeft gesloten;
  • b. geven de overeenkomstsluitende Cariforum-staten diensten en dienstverleners van de EG een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke diensten en dienstverleners uit belangrijke handelsmachten waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie hebben gesloten.
2.

Wanneer een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een regionale economische integratieovereenkomst sluit, waarbij een interne markt wordt opgericht of waarbij van de partijen wordt vereist dat zij hun wetgeving in belangrijke mate onderling aanpassen teneinde niet-discriminerende belemmeringen voor de handel in diensten uit de weg ruimen, valt de behandeling die de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat aan diensten en dienstverleners uit derde landen toekent in sectoren waarop de interne markt of de belangrijke onderlinge aanpassing van wetgeving van toepassing is, niet onder de bepalingen van lid 117)Op het moment van ondertekening van deze overeenkomst worden de Europese Economische Ruimte, de pretoetredingsovereenkomsten met landen die tot de Europese Unie willen toetreden, de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom en de vrijhandelsovereenkomst tussen Caricom en de Dominicaanse Republiek geacht in hun geheel onder deze uitzondering te vallen. .

3.

De in lid 1 neergelegde verplichtingen zijn niet van toepassing op de behandeling die wordt gegeven:

  • a. in het kader van maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij,
  • b. in het kader van een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing, of
  • c. in het kader van maatregelen waarop een in de in artikel II, lid 2, van de GATS bedoelde lijst opgenomen uitzondering op het meestbegunstigingsbeginsel van toepassing is.
4.

Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan één (1) procent in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een overeenkomst inzake economische integratie handelend in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan anderhalf (1,5) procent in de mondiale uitvoer van goederen had18)Voor deze berekening wordt gebruikgemaakt van officiële WTO-gegevens over leidende exporteurs in de mondiale handel in goederen (met uitzondering van de intra-EU-handel). .

5.

Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij wordt bij een overeenkomst inzake economische integratie met een derde partij als bedoeld in lid 1, onder b), en die overeenkomst erin voorziet dat de derde partij een gunstiger behandeling krijgt dan die welke de overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG uit hoofde van deze overeenkomst geeft, treden de partijen hierover in overleg. De partijen kunnen besluiten of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforumstaat de EG de gunstiger behandeling uit hoofde van de overeenkomst inzake economische integratie mag ontzeggen. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige maatregelen nemen om de bepalingen van deze overeenkomst aan te passen.

HOOFDSTUK 4. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel 80. Werkingssfeer en definities
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten inzake de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis, beoefenaars van een vrij beroep en tijdelijke bezoekers voor zaken, in overeenstemming met artikel 60, lid 5.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „stafpersoneel”: natuurlijke personen die werkzaam zijn bij een andere rechtspersoon uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten dan een organisatie zonder winstoogmerk en die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel een goed toezicht op en een goede administratie en exploitatie van een commerciële aanwezigheid. Tot het stafpersoneel behoren ook „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een commerciële aanwezigheid, en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”.
  • –. „Zakelijke bezoekers” zijn natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een commerciële aanwezigheid. Zij verrichten geen directe transacties met het grote publiek en ontvangen geen beloning van een bron die is gevestigd in het gastland (EG of overeenkomstsluitende Cariforum-staat).
  • –. „Binnen de onderneming overgeplaatste personen” zijn natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die ten minste één jaar werknemer of partner zijn bij een rechtspersoon en die tijdelijk zijn overgeplaatst naar een commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren:
    1. Managers: Leden van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de commerciële aanwezigheid, onder het algemene toezicht van de raad van bestuur of van de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen vallen en voornamelijk van hen orders krijgen, zoals:
  • i. personen die leiding geven aan een commerciële aanwezigheid of een afdeling of onderafdeling daarvan;
  • ii. personen die belast zijn met het toezicht op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
  • iii. personen die persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
    1. Specialisten: binnen een rechtspersoon werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, technische procedés of het management van de commerciële aanwezigheid. Bij de beoordeling van deze kennis wordt niet alleen rekening gehouden met specifieke kennis met betrekking tot de commerciële aanwezigheid, maar ook met de vraag of de betrokkene in hoge mate gekwalificeerd is voor werkzaamheden of voor een beroep waarvoor specifieke technische kennis of het behoren tot een erkende beroepsgroep vereist is;
  • b. „afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die al ten minste een jaar in dienst zijn bij een daar gevestigde rechtspersoon, een universitaire graad hebben en tijdelijk zijn overgeplaatst naar een commerciële aanwezigheid of naar de moedermaatschappij van de rechtspersoon op het grondgebied van de andere partij, met het oog op de ontwikkeling van hun carrière of om een opleiding te krijgen in zakelijke technieken of methoden19)Van de ontvangende commerciële aanwezigheid kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is om een opleiding te geven. Voor Spanje, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Hongarije moet de opleiding gerelateerd zijn aan de behaalde universitaire graad. ;
  • c. „verkopers van zakelijke diensten”: natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die als vertegenwoordiger van een daar gevestigde dienstverlener tijdelijk toegang wensen te krijgen tot het grondgebied van de andere partij om onderhandelingen te voeren over de verkoop van diensten of om overeenkomsten aan te gaan over de verkoop van diensten ten behoeve van die dienstverlener. Zij verkopen niet rechtstreeks aan het grote publiek en ontvangen geen beloning van een bron die is gevestigd in het gastland (EG of overeenkomstsluitende Cariforum-staat);
  • d. „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen uit de EG of uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die in dienst zijn bij een daar gevestigde rechtspersoon die geen commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij heeft en een bonafide contract (anders dan via een uitzendbureau als bedoeld in CPC 872) heeft gesloten voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker op het grondgebied van laatstgenoemde partij, waarvoor de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers aldaar vereist is om het dienstverleningscontract uit te voeren;
  • e. „beoefenaars van een vrij beroep”: natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die daar als zelfstandige dienstverlener gevestigd zijn, geen commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij hebben en een degelijk („bona fide”) contract (anders dan via een uitzendbureau als bedoeld in CPC 872) hebben gesloten voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker op het grondgebied van laatstgenoemde partij, waarvoor de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers aldaar vereist is om het dienstverleningscontract uit te voeren20)Het onder d) en e) bedoelde dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de eisen van de partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten waar het contract wordt uitgevoerd. ;
  • f. „kwalificaties”: diploma's, certificaten en andere bewijsmiddelen (van een officiële kwalificatie), afgegeven door een in de wet- of regelgeving of in administratieve bepalingen aangewezen autoriteit, waarbij de succesvolle afsluiting van een beroepsopleiding wordt geattesteerd.
Artikel 81. Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs
1.

Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel geliberaliseerde sector staan de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, behoudens de in bijlage IV opgenomen voorbehouden, investeerders van de andere partij toe in hun commerciële aanwezigheden natuurlijke personen van die andere partij in dienst te hebben, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair zijn, zoals gedefinieerd in artikel 80. De toegang en het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs geldt voor een periode van ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen, negentig dagen binnen een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers en één jaar voor afgestudeerde stagiairs.

2.

Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel geliberaliseerde sector worden, tenzij anderszins bepaald in bijlage IV, de maatregelen die de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet mogen handhaven of vaststellen voor hetzij een bepaalde regio hetzij hun gehele grondgebied beschreven als beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat een investeerder als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiair in een bepaalde sector in dienst mag hebben, in de vorm van een maximaal aantal of van een eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperking.

Artikel 82. Verkopers van zakelijke diensten

Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel geliberaliseerde sector staan de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, behoudens de in bijlage IV opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

Artikel 83. Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevestigen hun respectieve verplichtingen in verband met de verbintenissen die zij in het kader van de GATS zijn aangegaan ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.

2.

Onverminderd lid 1 staat de EG, onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden, toe dat dienstverleners op contractbasis uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten door middel van de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van haar lidstaten diensten verlenen in de volgende subsectoren:

    1. juridisch advies op het gebied van internationaal publiekrecht en buitenlands recht (d.w.z. niet-EU-recht);
    1. accountants en boekhouders;
    1. belastingconsulenten;
    1. architecten;
    1. stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten;
    1. ingenieurs;
    1. ingenieurs: geïntegreerde diensten;
    1. artsen en tandartsen;
    1. dierenartsen;
    1. verloskundigen;
    1. verpleegkundigen, fysiotherapeuten en paramedisch personeel;
    1. diensten in verband met computers;
    1. onderzoeks- en ontwikkelingswerk;
    1. reclame;
    1. markt- en opinieonderzoek;
    1. advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
    1. diensten in verband met advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
    1. technische testen en toetsen;
    1. aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen;
    1. onderhoud en reparatie van werktuigen en transportmiddelen, met name in het kader van servicecontracten na verkoop of lease;
    1. chef-koks;
    1. mannequins;
    1. vertalers en tolken;
    1. inspectie van bouwterreinen;
    1. hoger onderwijs (alleen particulier gefinancierde diensten);
    1. milieudiensten;
    1. reisbureaus en reisorganisatoren;
    1. toeristengidsen;
    1. amusement, behalve audiovisuele diensten.

Onverminderd lid 1 staan de overeenkomstsluitende Cariforumstaten onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden toe dat dienstverleners op contractbasis uit de EG door middel van de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van hun lidstaten diensten verlenen.

Op de verbintenissen van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als werknemer van een rechtspersoon die een dienstencontract heeft gesloten voor een periode van ten hoogste twaalf maanden;
  • b. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten de desbetreffende diensten al ten minste gedurende het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied als werknemer van de rechtspersoon die de diensten verleent, aanbieden. Bovendien moeten zij op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot het grondgebied van de andere partij ten minste drie jaar beroepservaring21)Verkregen na het bereiken van de meerderjarigheid. hebben in de economische sector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. met uitzondering in het geval van mannequins, chef-koks en dienstverleners op het gebied van amusement, behalve van audiovisuele diensten, moeten natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, in het bezit zijn van i) een universitaire graad of een kwalificatie waarmee hun kennis op een gelijkwaardig niveau wordt aangetoond22)Wanneer de graad of de kwalificatie niet is behaald op het grondgebied van de partij waar de dienst wordt verleend, mag die partij beoordelen of die graad of die kwalificatie gelijkwaardig is aan een universitaire graad die op zijn grondgebied vereist is. en ii) kwalificaties voor de uitoefening van het beroep wanneer dit vereist is om een activiteit te kunnen uitoefenen overeenkomstig de wet- of regelgeving of de eisen van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar de dienst wordt verleend;
  • d. de natuurlijke persoon ontvangt gedurende zijn verblijf op het grondgebied van de andere partij geen andere beloning voor de dienstverlening dan die welke door de dienstverlener op contractbasis wordt betaald;
  • e. de toegang van natuurlijke personen tot en hun tijdelijke verblijf op het grondgebied van de betrokken partij geldt voor een cumulatieve periode van niet meer dan zes maanden of, voor Luxemburg, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden of voor de looptijd van het contract, afhankelijk van wat korter is;
  • f. de in het kader van dit artikel verleende toegang betreft uitsluitend de dienst waarop het contract betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij op het grondgebied waarvan de dienst wordt verleend;
  • g. het aantal personen dat bij het dienstverleningscontract betrokken is, mag niet groter zijn dan noodzakelijk voor de uitvoering van het contract, zoals kan worden bepaald door de wet- en regelgeving en de eisen van de partij op het grondgebied waarvan de dienst wordt verleend;
  • h. andere in bijlage IV gespecificeerde discriminerende beperkingen, waaronder die met betrekking tot het aantal natuurlijke personen in de vorm van een onderzoek naar de economische behoefte.
3.

Onverminderd lid 1 staat de EG, onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden, toe dat beoefenaars van een vrij beroep uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op het grondgebied van haar lidstaten diensten verlenen in de volgende subsectoren:

    1. juridisch advies op het gebied van internationaal publiekrecht en buitenlands recht (d.w.z. niet-EU-recht);
    1. architecten;
    1. stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten;
    1. ingenieurs;
    1. ingenieurs: geïntegreerde diensten;
    1. diensten in verband met computers;
    1. onderzoeks- en ontwikkelingswerk;
    1. markt- en opinieonderzoek;
    1. advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
    1. diensten in verband met advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
    1. vertalers en tolken.

Onverminderd lid 1 staan de overeenkomstsluitende Cariforumstaten onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden toe dat beoefenaars van een vrij beroep uit de EG op het grondgebied van hun lidstaten diensten verlenen.

Op de verbintenissen van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige en een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van ten hoogste twaalf maanden;
  • b. natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring hebben in de economische sector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten in het bezit zijn van i) een universitaire graad of een kwalificatie waarmee hun kennis op een gelijkwaardig niveau wordt aangetoond23)Wanneer de graad of de kwalificatie niet is behaald op het grondgebied van de partij waar de dienst wordt verleend, mag die partij beoordelen of die graad of die kwalificatie gelijkwaardig is aan een universitaire graad die op zijn grondgebied vereist is. en ii) kwalificaties voor de uitoefening van het beroep wanneer dit vereist is om een activiteit te kunnen uitoefenen overeenkomstig de wet- of regelgeving of de eisen van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar de dienst wordt verleend;
  • d. de toegang van natuurlijke personen tot en hun tijdelijke verblijf op het grondgebied van de betrokken partij geldt voor een cumulatieve periode van niet meer dan zes maanden of, voor Luxemburg, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden of voor de looptijd van het contract, afhankelijk van wat korter is;
  • e. de in het kader van dit artikel verleende toegang heeft uitsluitend betrekking op de dienst waarop het contract betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij op het grondgebied waarvan de dienst wordt verleend;
  • f. andere in bijlage IV gespecificeerde discriminerende beperkingen, waaronder die met betrekking tot het aantal natuurlijke personen in de vorm van een onderzoek naar de economische behoefte.
Artikel 84. Tijdelijke bezoekers voor zaken
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, naar vergemakkelijking van de toegang van tijdelijke bezoekers voor zaken uit de EG of uit de overeenkomstsluitende Cariforumstaten, naargelang van het geval, tot hun grondgebied en van hun verblijf aldaar wanneer dezen de volgende activiteiten wensen uit te oefenen:

  • a. onderzoek en ontwerp: technische, wetenschappelijke en statistische onderzoekers namens een op het grondgebied van de andere partij gevestigde onderneming;
  • b. marketingonderzoek: personeel dat onderzoek, waaronder marktonderzoek, doet en analyses maakt namens een op het grondgebied van de andere partij gevestigde onderneming;
  • c. opleidingsseminars: personeel van een onderneming in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die het grondgebied van de andere partij binnenkomen om een opleiding te krijgen in technieken en arbeidspraktijken die worden gebruikt door ondernemingen of organisaties op het grondgebied van die partij, mits de ontvangen opleiding beperkt is tot waarneming, het vertrouwd worden en klassikaal onderricht;
  • d. beurzen en tentoonstellingen: personeel dat op een beurs reclame maakt voor zijn onderneming of voor de producten of diensten van die onderneming;
  • e. verkoop: vertegenwoordigers en agenten die bestellingen opnemen of onderhandelen over contracten voor een op het grondgebied van de andere partij gevestigde onderneming, maar die geen goederen afleveren;
  • f. inkoop: inkopers voor een onderneming dan wel bestuurders of toezichthoudend personeel die betrokken zijn bij een handelstransactie op het grondgebied van de andere partij;
  • g. personeel op het gebied van toerisme (vertegenwoordigers van hotels of van reisbureaus, gidsen of reisorganisaties) dat een toerismecongres bijwoont of daaraan deelneemt, mits zij geen goederen of diensten aan het grote publiek verkopen of hun goederen en diensten niet zelf leveren, niet op eigen naam een beloning ontvangen van een bron binnen de EG of binnen de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar zij tijdelijk verblijven, en geen diensten leveren in het kader van een contract dat is gesloten tussen een rechtspersoon zonder commerciële aanwezigheid in de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar de tijdelijke bezoekers voor zaken verblijven en een consument in de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat.
2.

Wanneer de toegang tot en het tijdelijke verblijf op het desbetreffende grondgebied wordt toegestaan, geldt dit voor ten hoogste 90 dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

HOOFDSTUK 5. REGELGEVINGSKADER

AFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 85. Wederzijdse erkenning
1.

Geen enkele bepaling in deze titel belet de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend voor de betrokken sector van economische activiteit zijn voorgeschreven.

2.

De partijen moedigen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan gezamenlijk aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor te leggen, teneinde ervoor te zorgen dat investeerders en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van investeerders en dienstverleners, in het bijzonder voor beoefenaars van vrije beroepen.

3.

Met name moedigen de partijen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderhandelingen aan te knopen om gezamenlijk dergelijke aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor te leggen voor onder meer de volgende onderwerpen: accountancy, architectuur, ingenieurswetenschappen en toerisme.

4.

Wanneer het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG een aanbeveling als bedoeld in het voorgaande lid ontvangt, beoordeelt het die aanbeveling binnen een redelijke termijn, teneinde vast te stellen of die in overeenstemming is met deze overeenkomst.

5.

Wanneer overeenkomstig de procedure van lid 2 wordt vastgesteld dat een in dat lid bedoelde aanbeveling in overeenstemming met deze overeenkomst is en er een voldoende mate van analogie bestaat tussen de desbetreffende regelingen van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, onderhandelen de partijen via hun bevoegde autoriteiten over een overeenkomst inzake de wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen, teneinde deze aanbeveling ten uitvoer te leggen.

6.

Dergelijke overeenkomsten dienen in overeenstemming te zijn met de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst en in het bijzonder met artikel VII van de GATS.

7.

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG bespreekt de op het punt van de wederzijdse erkenning gemaakte vorderingen om de twee jaar.

Artikel 86. Transparantie

Behoudens artikel 235, lid 3, reageren de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverwijld op alle verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over hun algemene maatregelen of internationale overeenkomsten die betrekking hebben of van invloed zijn op deze overeenkomst. De partijen richten ook één of meer infomatiepunten in om op verzoek specifieke informatie aan investeerders en dienstverleners van de andere partij te verstrekken over alle aangelegenheden van dien aard. Deze informatiepunten worden vermeld in bijlage V. Wetten en regelingen behoeven niet bij de informatiepunten te worden neergelegd.

Artikel 87. Procedures
1.

Wanneer voor het verlenen van een dienst of voor een commerciële aanwezigheid waarvoor een specifieke verbintenis is aangegaan, een vergunning vereist is, delen de bevoegde autoriteiten van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de aanvrager binnen een redelijke termijn na de indiening van de volgens de nationale wet- en regelgeving als volledig aangemerkte aanvraag mede welk gevolg zij hieraan hebben gegeven. Op verzoek van de aanvrager verschaffen, naargelang van het geval, de bevoegde autoriteiten van de partijen of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverwijld informatie over de status van de aanvraag.

2.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten houden gerechtelijke, scheidsrechtelijke of administratieve tribunalen of procedures in stand, of voeren deze in, die op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener administratieve beslissingen met betrekking tot de commerciële aanwezigheid, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken terstond onderzoeken en, indien gerechtvaardigd, passende maatregelen nemen.

Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is om het betrokken administratieve besluit te nemen, zorgen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ervoor dat de procedures de facto in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

AFDELING 2. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel 88. Afspraak over diensten in verband met computers
1.

Voor zover de handel in diensten in verband met computers in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel geliberaliseerd is, onderschrijven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de in de leden 2, 3 en 4 neergelegde afspraak.

2.

CPC 84, de VN-code voor diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten met betrekking tot computers: computerprogramma's, gedefinieerd als de instructies waardoor computers kunnen werken of met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, en aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van de klanten.

Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket verwante diensten die alle of een deel van deze basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van de diensten in verband met computers.

3.

De diensten in verband met computers omvatten, ook indien zij via een netwerk zoals internet worden geleverd, alle diensten op het gebied van:

  • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen, of
  • b. computerprogramma's, gedefinieerd als de instructies (op zich) waardoor computers kunnen werken of communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's, of
  • c. diensten in verband met de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken, of
  • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines, met inbegrip van computers, of
  • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.
4.

Diensten in verband met computers maken vaak andere diensten (zoals bankieren), elektronisch of anderszins, mogelijk.

Er is echter een groot verschil tussen de ondersteunende dienst (bv. webhosting of applicatiehosting) en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd (bv. bankieren). In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

AFDELING 3. KOERIERSDIENSTEN

Artikel 89. Werkingssfeer en definities
1.

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle koeriersdiensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze afdeling en van de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel wordt verstaan onder:

  • a. „universele dienst”: het overal op het grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten permanent aanbieden van een postdienst met een bepaalde kwaliteit tegen prijzen die voor alle gebruikers betaalbaar zijn;
  • b. „individuele vergunning”: een vergunning die door een regelgevende instantie aan een individuele dienstverlener wordt gegeven en die nodig is om een bepaalde dienst te verlenen.
Artikel 90. Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken bij koeriersdiensten

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te voorkomen dat dienstverleners die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voortzetten.

Artikel 91. Universele dienst

De EG en elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat hebben elk het recht de aard van de universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wensen te houden. Deze verplichtingen worden niet per se concurrentieverstorend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit concurrentieoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is voor de soort door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vastgestelde universele dienst.

Artikel 92. Individuele vergunningen
1.

Een individuele vergunning kan alleen worden verlangd voor diensten die binnen de werkingssfeer van de universele dienst vallen.

2.

Wanneer een individuele vergunning vereist is, wordt het volgende algemeen bekendgemaakt:

  • a. alle vergunningscriteria en de periode die normaliter nodig is om een besluit over de vergunningsaanvraag te nemen, en
  • b. de voorwaarden voor individuele vergunningen.
3.

De redenen voor het afwijzen van een individuele vergunning worden de aanvrager op diens verzoek meegedeeld en er wordt op het niveau van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten een beroepsprocedure bij een onafhankelijke instantie vastgesteld. Deze procedure moet transparant, niet-discriminerend en evenredig zijn en op objectieve criteria berusten.

Artikel 93. Onafhankelijkheid van de regelgevende instanties

Regelgevende instanties moeten wettelijk gescheiden zijn van en mogen geen verantwoording verschuldigd zijn aan een verlener van koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

AFDELING 4. TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel 94. Definities en werkingssfeer
1.

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a. „telecommunicatiediensten”: alle diensten bestaande in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, maar niet de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud die voor het transport afhankelijk is van telecommunicatie;
  • b. een „regelgevende instantie” in de telecommunicatiesector: de instantie of instanties die belast is/zijn met de in dit hoofdstuk bedoelde regelgeving in verband met de telecommunicatie;
  • c. „essentiële telecommunicatiefaciliteiten”: faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk en een openbare telecommunicatiedienst die:
  • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers, en
  • ii. bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;
  • d. een „grote leverancier” in de telecommunicatiesector: een leverancier die de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor telecommunicatiediensten door zijn controle over essentiële faciliteiten of door zijn marktpositie te gebruiken, in belangrijke mate kan beïnvloeden;
  • e. „interconnectie”: de koppeling met leveranciers die publieke telecommunicatienetwerken of -diensten aanbieden teneinde het gebruikers van een leverancier mogelijk te maken te communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang te krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten;
  • f. „universele dienst”: het pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet worden gesteld voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; de omvang en de implementatie van dit pakket worden door de EG en door de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vastgesteld.
2.

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor de volgende telecommunicatiediensten, met uitzondering van de omroep, die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd: spraaktelefonie, pakketgeschakelde en circuitgeschakelde datatransmissiediensten, telexdiensten, telegraafdiensten, facsimilediensten, particuliere huurlijnen en mobiele en persoonlijke communicatiediensten en -systemen.

Artikel 95. Regelgevende instantie
1.

Regelgevende instanties voor telecommunicatiediensten zijn juridisch en functioneel onafhankelijk van leveranciers van telecommunicatiediensten.

2.

De regelgevende instantie heeft voldoende bevoegdheden om de sector te reguleren. De taken van de regelgevende instantie worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is.

3.

De beslissingen die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

4.

Een door de beslissing van de regelgevende instantie getroffen leverancier kan beroep tegen die beslissing aantekenen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk van de betrokken partijen is. Wanneer de beroepsinstantie geen rechtbank is, motiveert zij haar besluit altijd schriftelijk en kunnen haar beslissingen door een onpartijdige en onafhankelijke gerechtelijke instantie worden herzien. Beslissingen van beroepsinstanties worden daadwerkelijk ten uitvoer gelegd.

Artikel 96. Vergunning voor telecommunicatiediensten
1.

Een vergunning voor het verlenen van diensten wordt zoveel mogelijk verleend op grond van niet meer dan een kennisgeving.

2.

Er kan een vergunning vereist zijn voor de aanpak van kwesties betreffende de toekenning van nummers en frequenties. De vergunningsvoorwaarden worden algemeen bekendgemaakt.

3.

Wanneer een vergunning vereist is:

  • a. worden alle vergunningscriteria en de periode die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, algemeen bekendgemaakt;
  • b. worden de redenen voor afwijzing van een vergunning de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekendgemaakt;
  • c. kan de aanvrager van een vergunning zich tot een beroepsinstantie wenden wanneer een vergunning ten onrechte wordt geweigerd;
  • d. zijn de door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten verlangde tarieven voor het verlenen van een vergunning niet hoger dan de administratieve kosten die normaliter met het beheer van, het toezicht op en de handhaving van de vergunningen gemoeid zijn.
Artikel 97. Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te voorkomen dat leveranciers, die, alleen of samen met anderen, een grote leverancier zijn, overgaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voortzetten. Deze concurrentiebeperkende praktijken zijn onder meer:

  • a. het toepassen van kruissubsidiëring op concurrentiebeperkende wijze;
  • b. het gebruiken van informatie van concurrenten op concurrentiebeperkende wijze;
  • c. het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.
Artikel 98. Interconnectie
1.

Iedere leverancier die vergunning heeft om telecommunicatiediensten te verlenen, heeft het recht met andere leveranciers van algemene telecommunicatienetwerken en -diensten te onderhandelen over interconnectie. In beginsel worden afspraken over interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken ondernemingen.

2.

De regelgevende instanties zien erop toe dat leveranciers die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere onderneming ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd geleverd en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

3.

Op elk punt in het netwerk waar dat technisch haalbaar is, moet worden gezorgd voor interconnectie met een grote leverancier. Deze interconnectie moet worden geleverd:

  • a. op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten, voor soortgelijke diensten van niet-verbonden dienstverleners of voor dochterondernemingen of andere verbonden ondernemingen;
  • b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen tarieven24)Deze tarieven moeten in de EG op de kosten georiënteerd zijn en in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op de kosten gebaseerd zijn. die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet hoeft te betalen voor netwerkonderdelen of -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft;
  • c. op verzoek, via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.
4.

De procedures voor interconnectie met een grote leverancier worden algemeen bekendgemaakt.

5.

Grote leveranciers maken hun interconnectieovereenkomsten of hun referentie-interconnectieaanbiedingen algemeen bekend.

6.

Een dienstverlener die interconnectie met een grote leverancier verlangt, kan te allen tijde dan wel na een algemeen bekendgemaakte redelijke termijn een beroep doen op een onafhankelijke binnenlandse instantie, zoals een in artikel 95 bedoelde regelgevende instantie, voor de oplossing van geschillen over passende voorwaarden en tarieven voor interconnectie.

Artikel 99. Schaarse middelen

Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden tijdig toegepast op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze. De stand van zaken met betrekking tot de toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde identificatie van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

Artikel 100. Universele dienst
1.

De EG en elk van de overeenkomstsluitende Cariforumstaten hebben het recht de soort universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wensen te houden.

2.

Deze verplichtingen worden op zich niet concurrentieverstorend geacht, mits zij op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt vastgesteld.

3.

Alle leveranciers komen in aanmerking om de universele dienst te verzorgen. De aanwijzing geschiedt door middel van een efficiënt, transparant en niet-discriminerend mechanisme. Zo nodig beoordelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of de universele dienst een oneerlijke belasting is voor de organisatie(s) die hiervoor is (zijn) aangewezen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de nationale regelgevende instanties, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel dat een organisatie geniet die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken leverancier(s) te compenseren of de nettokosten van de universeledienstverplichtingen te delen.

4.

De EG en de ondertekenende Cariforum-staten zien erop toe dat:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)