Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
- a. er voor de eindgebruikers gidsen van de abonnees beschikbaar zijn in een door de nationale regelgevende instantie goedgekeurde vorm, gedrukt of elektronisch of beide, en dat die gids regelmatig en ten minste eenmaal per jaar wordt bijgewerkt;
- b. organisaties die de onder a) bedoelde diensten verlenen, het beginsel van niet-discriminatie toepassen op de behandeling van informatie die zij van andere organisaties hebben gekregen.
Artikel 101. Vertrouwelijkheid van gegevens
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten waarborgen het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.
Artikel 102. Geschillen tussen leveranciers
Wanneer tussen leveranciers van telecommunicatienetwerken of -diensten een geschil ontstaat in verband met uit dit hoofdstuk voortvloeiende rechten en verplichtingen, geeft de betrokken nationale regelgevende instantie op verzoek van een van de partijen bij het geschil een bindende beslissing om het geschil op zo kort mogelijke termijn op te lossen.
Wanneer een dergelijk geschil het grensoverschrijdend verlenen van diensten betreft, coördineren de betrokken nationale regelgevende instanties hun inspanningen teneinde het geschil op te lossen.
AFDELING 5. FINANCIËLE DIENSTEN
Artikel 103. Werkingssfeer en definities
Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel wordt verstaan onder:
- a. „financiële dienst”: elke dienst van financiële aard die door een verlener van financiële diensten uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:
- A. Verzekeringen en aanverwante diensten:
-
- directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):
- i. levensverzekering;
- ii. schadeverzekering;
-
- herverzekering en retrocessie;
-
- verzekeringsbemiddeling, zoals makelaars en agentschappen;
-
- ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals adviseurs, actuarissen, risicobeoordeling en de regeling van schade-eisen.
- B. Bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):
-
- aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
-
- alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;
-
- financiële leasing;
-
- alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder kredietkaarten, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
-
- garanties en verbintenissen;
-
- transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:
- i. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
- ii. deviezen;
- iii. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;
- iv. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;
- v. verhandelbare effecten;
- vi. andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;
-
- deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (publiek dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;
-
- financiële bemiddeling;
-
- beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
-
- betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
-
- verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software;
-
- advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder 1 tot en met 11 vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;
- b. „verlener van financiële diensten”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;
- c. „openbare instantie”:
-
- een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat of een instantie die het eigendom is van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of onder zeggenschap staat van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis, of
-
- een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;
- d. „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.
Artikel 104. Prudentiële uitzonderingsbepaling
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen prudentiële maatregelen vaststellen of handhaven, zoals:
- a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;
- b. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van hun financieel systeem.
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt op zodanige wijze uitgelegd dat de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verplicht zijn informatie te verstrekken over de zaken en de rekeningen van individuele cliënten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie bekend te maken die in het bezit is van overheidsinstanties.
Artikel 105. Doeltreffende en transparante regelgeving
De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar alle belanghebbenden vooraf in kennis te stellen van elke algemene maatregel die de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten willen vaststellen, teneinde hen de mogelijkheid te bieden commentaar op de maatregel te leveren.
Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:
- a. door officiële publicatie, of
- b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten.
De EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat stelt de indiener van een aanvraag op diens verzoek in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat aanvullende informatie van de aanvrager nodig heeft, stelt zij of hij de aanvrager daarvan onverwijld in kennis.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de tenuitvoerlegging en de toepassing van internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector te bevorderen.
Artikel 106. Nieuwe financiële diensten25)Dit artikel is uitsluitend van toepassing op activiteiten in verband met financiële diensten waarop artikel 103 van toepassing is en die overeenkomstig deze titel zijn geliberaliseerd.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die overeenstemmen met de diensten waarvoor zij hun eigen verleners van financiële diensten krachtens hun interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming verlenen. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen de rechtsvorm vaststellen waaronder de dienst kan worden verleend en zij kunnen de betrokken dienstverlening aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend om prudentiële redenen worden geweigerd.
Artikel 107. Gegevensverwerking
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen passende waarborgen vast voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonlijke gegevens.
Artikel 108. Specifieke uitzonderingen
Geen enkele bepaling in deze titel wordt uitgelegd als beletsel voor de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten en hun organen om op hun grondgebied bij uitsluiting activiteiten te verrichten of diensten te verlenen die deel uitmaken van een wettelijke pensioenregeling of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij die activiteiten volgens de interne regelgeving van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidsorganen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere overheidsinstantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.
Geen enkele bepaling in deze titel wordt uitgelegd als beletsel voor de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten en hun organen om op hun grondgebied bij uitsluiting activiteiten te verrichten of diensten te verlenen voor rekening van, gegarandeerd door of met financiële middelen van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat of hun organen.
AFDELING 6. INTERNATIONAAL ZEEVERVOER
Artikel 109. Werkingssfeer, definities en beginselen
Deze afdeling bevat de beginselen met betrekking tot de liberalisering van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel.
Voor de toepassing van deze afdeling en van de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel:
- a. omvat „internationaal zeevervoer” ook vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan één wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht rechtsreeks met ondernemingen op het gebied van andere wijzen van vervoer contracten te sluiten;
- b. wordt onder „behandeling van zeevracht” verstaan: activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de activiteiten van dokwerkers, wanneer dezen niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:
- i. het laden en lossen van schepen;
- ii. het sjorren en losmaken van vracht;
- iii. het in ontvangst nemen en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;
- c. wordt onder „inklaring” verstaan: de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van de dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op de hoofdactiviteit;
- d. wordt onder „diensten in verband met de opslag van containers” verstaan: de opslag van containers op het haventerrein of verder landinwaarts, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping;
- e. wordt onder „diensten van scheepsagenten” verstaan: activiteiten waarbij de zakelijke belangen van één of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:
- i. marketing en verkoop van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het contracteren en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie;
- ii. namens de ondernemingen, het verblijf van een schip in een haven organiseren of, indien nodig, vracht overnemen;
- f. wordt onder „expediteursdiensten” verstaan: de activiteit waarbij namens een verzender de verscheping wordt georganiseerd en gevolgd, door vervoersdiensten en aanverwante diensten te contracteren, documenten op te stellen en bedrijfsinformatie te verschaffen.
Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:
- a. passen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag daadwerkelijk toe;
- b. geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten schepen die de vlag van de andere partij of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat voeren, of die geëxploiteerd worden door dienstverleners van de andere partij, geen ongunstiger behandeling dan die welke zij aan hun eigen schepen geven ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van de haveninfrastructuur en van aanvullende maritieme havendiensten, de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, de douanefaciliteiten en de toewijzing van ligplaatsen en laad- en losfaciliteiten.
Bij de toepassing van deze beginselen zullen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten:
- a. in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, opnemen en binnen een redelijke termijn dergelijke vrachtverdelingsregelingen beëindigen wanneer deze nog in vroegere bilaterale overeenkomsten voorkomen;
- b. bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen die een beperkende of discriminerende invloed op het vrij verrichten van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer kunnen hebben, opheffen en afzien van de invoering ervan.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer van de andere partij toe een commerciële aanwezigheid op hun grondgebied te hebben, onder voorwaarden ten aanzien van de vestiging en exploitatie die niet ongunstiger zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners uit derde landen toekennen, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geven de verleners van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer van de andere partij op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang tot de volgende havendiensten:
- loodsen, sleepboothulp, bevoorrading met levensmiddelen, brandstof en water, ophalen en verwerken van afval, kapiteinsdiensten, navigatiehulp, diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water- en elektriciteitsvoorziening, faciliteiten voor noodreparaties, verankering, aan- en afmeren.
AFDELING 7. TOERISME
Artikel 110. Werkingssfeer
Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle toeristische diensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.
Artikel 111. Bestrijding van concurrentiebeperkende praktijken
In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te beletten dat dienstverleners, met name in de context van distributienetwerken van toeristische producten26)Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder distributienetwerken van toeristische producten verstaan reisorganisatoren en andere groothandelaars op toeristisch gebied (zowel uitgaand als inkomend), geautomatiseerde boekingssystemen en wereldwijde distributiesystemen (ook indien niet verbonden met luchtvaartmaatschappijen of via internet), reisbureaus en andere toeristische dienstverleners. , de voorwaarden voor deelneming in de desbetreffende markt voor toeristische diensten in belangrijke mate kunnen beïnvloeden door over te gaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voort te zetten, onder meer door misbruik te maken van hun dominante marktpositie, door de vaststelling van oneerlijke prijzen, exclusiviteitsclausules, weigering overeenkomsten te sluiten, gebonden verkoop, kwantitatieve beperkingen of verticale integratie.
Artikel 112. Toegang tot technologie
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de overdracht van technologie op commerciële grondslag naar commerciële aanwezigheden in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te bevorderen.
Artikel 113. Midden- en kleinbedrijf
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan toeristische dienstverlening te bevorderen.
Artikel 114. Wederzijdse erkenning
In overeenstemming met artikel 85 werken de partijen samen op het gebied van de wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen.
Artikel 115. Grotere impact van het toerisme op de duurzame ontwikkeling
De partijen stimuleren de deelname van dienstverleners uit de Cariforum-staten aan internationale, regionale, subregionale, bilaterale en particuliere financieringsprogramma's ter ondersteuning van een duurzame ontwikkeling van het toerisme.
Artikel 116. Milieu- en kwaliteitsnormen
De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stimuleren de naleving, op redelijke en objectieve wijze en zonder dat dit onnodige handelsbelemmeringen opwerpt, van milieu- en kwaliteitsnormen op toeristisch gebied, en streven ernaar de participatie van de overeenkomstsluitende Cariforumstaten in internationale organisaties die milieu- en kwaliteitsnormen voor het toerisme vaststellen, te bevorderen.
Artikel 117. Ontwikkelingssamenwerking en technische bijstand
In verband met de asymmetrie tussen de ontwikkelingsniveaus van de partijen werken de partijen samen bij de bevordering van het toerisme in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. verbetering van de systemen van nationale rekeningen, teneinde de invoering van satellietrekeningen voor toerisme op regionaal en plaatselijk niveau te vergemakkelijken;
- b. opbouwen van capaciteit voor milieubeheer in toeristische gebieden op regionaal en plaatselijk niveau;
- c. ontwikkeling van marketingstrategieën voor toeristische diensten via internet voor kleine en middelgrote ondernemingen;
- d. mechanismen om te zorgen voor een effectieve participatie van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in organen die internationale normen voor duurzaam toerisme ontwikkelen, programma's om de gelijkwaardigheid tussen nationale en regionale normen voor duurzaam toerisme enerzijds en internationale normen ter zake anderzijds te bereiken en te garanderen, en programma's die erop gericht zijn het niveau van naleving van de normen voor duurzaam toerisme door regionale verleners van toeristische diensten te verhogen;
- e. uitwisselingsprogramma's en opleidingen op toeristisch gebied, waaronder taalopleidingen, voor verleners van toeristische diensten.
Artikel 118. Uitwisseling van informatie en overleg
De partijen komen overeen ervaringen, informatie en goede praktijken uit te wisselen en elkaar te raadplegen over in deze afdeling genoemde onderwerpen die van belang zijn voor de handel tussen de partijen. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG ontwikkelt de wijze waarop deze regelmatige dialoog over in deze afdeling genoemde onderwerpen vorm kan worden gegeven.
De partijen nodigen particuliere en andere belanghebbenden uit voor deze dialoog, indien dit ter zake dienende is en de partijen het erover eens zijn.
De partijen zijn het erover eens dat een regelmatige dialoog nuttig is voor het verstrekken van reisadviezen.
HOOFDSTUK 6. ELEKTRONISCHE HANDEL
Artikel 119. Doelstellingen en beginselen
De partijen erkennen dat elektronische handel de handelsmogelijkheden in vele sectoren verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handel te bevorderen, met name door samenwerking op het gebied van de vraagstukken die in het kader van de bepalingen in deze titel door de elektronische handel worden opgeworpen.
De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de hoogste internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.
De partijen komen overeen leveringen via elektronische middelen te beschouwen als leveringen van diensten in de zin van hoofdstuk 3 van deze titel, waarover geen douanerechten verschuldigd zijn.
Artikel 120. Regelgevende aspecten van elektronische handel
De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel, onder meer over de volgende onderwerpen:
- a. erkenning van aan het grote publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;
- b. aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden bij de doorgifte of de opslag van informatie;
- c. behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;
- d. consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel;
- e. andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van de elektronische handel.
Deze samenwerking kan de vorm aannemen van de uitwisseling van informatie over de wetgeving van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten met betrekking tot deze kwesties en de tenuitvoerlegging van die wetgeving.
HOOFDSTUK 7. SAMENWERKING
Artikel 121. Samenwerking
De partijen erkennen het belang van technische samenwerking en bijstand in aanvulling op de liberalisering van diensten en investeringen, ter ondersteuning van de inspanningen van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten om hun dienstverleningscapaciteit te versterken, ter bevordering van de uitvoering van de verbintenissen die zij in het kader van deze titel zijn aangegaan en om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen samen te werken, onder meer door ondersteuning te verlenen voor technische bijstand, opleiding en opbouw van capaciteit op, onder meer, de volgende terreinen:
- a. verbetering van het vermogen van dienstverleners uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten om informatie te verzamelen over en zich te houden aan de regelgeving en de normen van de EG op communautair, nationaal en subnationaal niveau;
- b. verbetering van de uitvoercapaciteit van dienstverleners uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met speciale aandacht voor de marketing van toeristische en culturele diensten, de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen, franchising en het voeren van onderhandelingen over overeenkomsten over wederzijdse erkenning;
- c. bevordering van de interactie en de dialoog tussen dienstverleners uit de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten;
- d. behandeling van kwaliteits- en normkwesties voor de sectoren waarvoor de overeenkomstsluitende Cariforumstaten in het kader van deze overeenkomst verbintenissen zijn aangegaan ten aanzien van hun binnenlandse en regionale markt en van de handel tussen de partijen, teneinde hun deelname aan de ontwikkeling en vaststelling van normen voor duurzaam toerisme te verzekeren;
- e. ontwikkeling en tenuitvoerlegging van regelgeving voor specifieke dienstensectoren op regionaal Cariforum-niveau en in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voor sectoren waarvoor zij in het kader van deze overeenkomst verbintenissen zijn aangegaan;
- f. instelling van mechanismen voor de bevordering van investeringen en joint ventures tussen dienstverleners uit de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, en uitbreiding van de capaciteiten van instanties voor investeringsbevordering in de overeenkomstsluitende Cariforumstaten.
TITEL III. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER
Artikel 122. Lopende betalingen
Onder voorbehoud van artikel 124 verbinden de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG zich ertoe alle betalingen in vrij converteerbare valuta voor lopende transacties tussen ingezetenen van de EG en van de Cariforum-staten toe te staan en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.
Artikel 123. Kapitaalverkeer
Wat de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans betreft, verbinden de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG zich ertoe geen beperkingen vast te stellen voor het vrije kapitaalverkeer in verband met overeenkomstig de wetgeving van het gastland verrichte directe investeringen en overeenkomstig de bepalingen van titel II verrichte investeringen, alsook in verband met de liquidatie en repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.
De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
Artikel 124. Vrijwaringsmaatregelen
Wanneer betalingen en kapitaalbewegingen tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van één of meer Cariforum-staten of één of meer lidstaten van de Europese Unie, kunnen de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat of -staten voor ten hoogste zes maanden strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalverkeer nemen.
De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt onverwijld van de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen en zo spoedig mogelijk van een tijdschema voor de intrekking ervan in kennis gesteld.
TITEL IV. HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN
HOOFDSTUK 1. MEDEDINGING
Artikel 125. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
-
- „mededingingsautoriteit”: voor de EG de Europese Commissie, en voor de Cariforum-staten één of meer van de volgende mededingingsautoriteiten: de mededingingscommissie van de Caricom en de Comisión Nacional de Defensa de la Competencia van de Dominicaanse Republiek;
-
- „handhavingsprocedure”: een door de bevoegde mededingingsautoriteit van een partij ingestelde procedure tegen één of meer ondernemingen met het oog op de vaststelling en ondervanging van concurrentieverstorend gedrag;
-
- „mededingingsrecht”:
- a. voor de EG de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de uitvoeringsbepalingen of wijzigingen daarvan;
- b. voor de Cariforum-staten hoofdstuk 8 van het Herziene Verdrag van Chaguaramas van 5 juli 2001, nationaal mededingingsrecht dat voldoet aan het Herziene Verdrag van Chaguaramas en het nationale mededingingsrecht van de Bahama's en de Dominicaanse Republiek. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de vaststelling van wetgeving op dit gebied via het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG onder de aandacht van de EG gebracht.
Artikel 126. Beginselen
De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentiebeperkende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en in het algemeen de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer ondergraven. Zij komen derhalve overeen dat de volgende concurrentiebeperkende praktijken onverenigbaar zijn met de goede werking van deze overeenkomst, voor zover zij de handel tussen de partijen nadelig kunnen beïnvloeden:
- a. overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die tot doel of tot gevolg hebben dat de concurrentie op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan wordt verhinderd of aanzienlijk wordt beperkt;
- b. misbruik door één of meer ondernemingen van marktmacht op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan.
Artikel 127. Tenuitvoerlegging
De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen ervoor dat zij binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst over wetgeving ter bestrijding van onder hun rechtsbevoegdheid vallend concurrentiebeperkend gedrag beschikken en de in artikel 125, lid 1, bedoelde instanties hebben opgericht.
Bij de inwerkingtreding van de wetgeving en de oprichting van de in lid 1 bedoelde instanties geven de partijen uitvoering aan artikel 128. De partijen komen voorts overeen de werking van dit hoofdstuk te beoordelen na een op de tenuitvoerlegging van artikel 128 volgende periode van zes jaar waarin wederzijds vertrouwen tussen hun mededingingsautoriteiten moet worden opgebouwd.
Artikel 128. Uitwisseling van informatie en samenwerking bij de rechtshandhaving
Elke mededingingsautoriteit kan de andere mededingingsautoriteiten in kennis stellen van haar bereidheid tot samenwerking bij de rechtshandhaving. Deze samenwerking belet de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet om autonoom besluiten te nemen.
Om de daadwerkelijke toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving te bevorderen, kunnen de mededingingsautoriteiten informatie uitwisselen, voor zover deze niet vertrouwelijk is. Alle uitwisseling van informatie is onderworpen aan de in elke partij en in de overeenkomstsluitende Cariforumstaten toepasselijke vertrouwelijkheidsnormen.
Elke mededingingsautoriteit kan de andere mededingingsautoriteiten in kennis stellen van informatie waarover zij beschikt en waaruit blijkt dat op het grondgebied van de andere partij binnen de werkingssfeer van dit hoofdstuk vallende concurrentiebeperkende praktijken plaatsvinden. De mededingingsautoriteit van elke partij beslist in overeenstemming met haar goede praktijken over de vorm waarin informatie wordt uitgewisseld. Elke mededingingsautoriteit kan ook in de volgende gevallen de andere mededingingsautoriteiten in kennis stellen van door haar uitgevoerde rechtshandhavingsprocedures:
- i. de onderzochte activiteit vindt volledig of voor een aanzienlijk deel plaats binnen de rechtsbevoegdheid van een van de andere mededingingsautoriteiten;
- ii. de maatregel die waarschijnlijk zal worden vastgesteld, leidt tot een verbod van gedragingen op het grondgebied van de andere partij of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten;
- iii. bij de onderzochte activiteit gaat het om gedragingen waarvan wordt vermoed dat zij door de andere partij of door een van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden vereist, aangemoedigd of goedgekeurd.
Artikel 129. Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van monopolies
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat om in overeenstemming met hun respectieve wetgeving publieke of private monopolies aan te wijzen of te handhaven.
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten zien de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erop toe dat na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die de handel in goederen of diensten tussen de partijen in die mate verstoren dat zij in strijd zijn met de belangen van de partijen, en dat de bedoelde ondernemingen zijn onderworpen aan de mededingingsregels, voor zover de toepassing van die regels de jure of de facto geen belemmering vormt voor de uitvoering van de hun opgedragen taken.
In afwijking van lid 2 komen de partijen overeen dat overheidsondernemingen die in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeenkomstig de respectieve regelgeving onderworpen zijn aan specifieke sectorale voorschriften, niet gebonden zijn door of vallen onder de bepalingen van dit artikel.
De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten passen, zonder afbreuk te doen aan hun verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, alle commerciële staatsmonopolies geleidelijk aan, zodat er uiterlijk aan het eind van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wat de voorwaarden voor de aan- en verkoop van goederen en diensten betreft, geen discriminatie meer bestaat tussen goederen en diensten van oorsprong uit de EG en die van oorsprong uit de Cariforum-staten of tussen onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en die van de Cariforum-staten, tenzij een dergelijke discriminatie inherent is aan het bestaan van het desbetreffende monopolie.
Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt in kennis gesteld van de vaststelling van sectorale voorschriften in de zin van lid 3 en van de maatregelen die worden genomen ter uitvoering van lid 4.
Artikel 130. Samenwerking
De partijen zijn het eens over het belang van technische bijstand en capaciteitsopbouw om de tenuitvoerlegging van de verbintenissen uit hoofde van dit hoofdstuk te bevorderen en de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken en in het bijzonder om te waarborgen dat het mededingingsbeleid en de handhaving van de voorschriften doelmatig en degelijk zijn, met name tijdens de in artikel 127 genoemde periode voor het opbouwen van wederzijds vertrouwen.
Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. het efficiënt functioneren van de mededingingsautoriteiten van de Cariforum-staten;
- b. bijstand bij het opstellen van richtsnoeren, van handleidingen en, zo nodig, van wetgeving;
- c. terbeschikkingstelling van onafhankelijke deskundigen;
- d. het aanbieden van opleidingen voor bij de uitvoering en handhaving van het mededingingsbeleid betrokken stafpersoneel.
HOOFDSTUK 2. INNOVATIE EN INTELLECTUELE EIGENDOM
Artikel 131. Context
De partijen zijn het erover eens dat stimulering van innovatie en creativiteit het concurrentievermogen doet toenemen en een cruciaal element is voor hun economisch partnerschap en voor het bereiken van een duurzame ontwikkeling, het bevorderen van de onderlinge handel en het zorgen voor een geleidelijke integratie van de Cariforum-staten in de wereldeconomie.
Zij erkennen dat bescherming en handhaving van intellectuele eigendom een belangrijke rol speelt bij de stimulering van creativiteit, innovatie en het concurrentievermogen, en zijn vastbesloten te zorgen voor een toenemend beschermingsniveau dat past bij hun ontwikkelingsniveau.
Artikel 132. Doelstellingen
Dit hoofdstuk heeft ten doel:
- a. bevordering van innovatie, met inbegrip van milieu-innovatie, door ondernemingen op het grondgebied van de partijen;
- b. stimulering van het concurrentievermogen van ondernemingen, en met name middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, op het grondgebied van de partijen;
- c. vereenvoudiging van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen;
- d. bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten;
- e. bijdragen aan de bevordering van technologische innovatie en aan de overdracht en verspreiding van technologie en knowhow;
- f. stimulering, ontwikkeling en bevordering van coöperatieve onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van wetenschap en technologie tussen de partijen, alsmede de ontwikkeling van duurzame banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de partijen;
- g. stimulering, ontwikkeling en bevordering van coöperatieve productie- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van de creatieve industrieën tussen de partijen, alsmede de ontwikkeling van duurzame banden tussen de creatieve gemeenschappen van de partijen;
- h. bevordering en versterking van regionale coöperatieve activiteiten waarbij ook de ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap betrokken zijn, teneinde deze gebieden en de Cariforum-staten de mogelijkheid te bieden van elkaars nabijheid te profiteren door de ontwikkeling van een innovatief en concurrerend regionaal gebied.
AFDELING 1. INNOVATIE
Artikel 133. Regionale integratie
De partijen erkennen dat regionale beleidsmaatregelen noodzakelijk zijn om de doelstellingen van deze afdeling volledig te bereiken. De Cariforum-staten stemmen ermee in meer actie op regionaal niveau te ondernemen teneinde ondernemingen een regelgevend en beleidskader te bieden dat bevorderlijk is voor de stimulering van het concurrentievermogen door innovatie en creativiteit.
Artikel 134. Deelname aan kaderprogramma's
De deelname van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten aan bestaande en toekomstige kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij zal worden vereenvoudigd en bevorderd, voor zover de interne regels van de desbetreffende partij inzake de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten dit toestaan.
Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG kan aanbevelingen doen om de deelname van instellingen en ondernemingen uit de Cariforum-staten aan de in lid 1 bedoelde programma's te bevorderen en het zal zich periodiek een beeld vormen van deze deelname.
Artikel 135. Samenwerking op het gebied van concurrentievermogen en innovatie
De partijen erkennen dat de bevordering van creativiteit en innovatie van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van ondernemerschap en van het concurrentievermogen en om de algemene doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.
Behoudens de artikelen 7 en 134 van deze overeenkomst komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. bevordering van innovatie, diversificatie, modernisering, ontwikkeling en product- en proceskwaliteit in het bedrijfsleven;
- b. bevordering van creativiteit en design, in het bijzonder in middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, en uitwisselingen tussen netwerken van designcentra in de EG en in de Cariforum-staten;
- c. bevordering van dialoog en uitwisseling van ervaringen en informatie tussen netwerken van marktdeelnemers;
- d. technische bijstand, conferenties, seminars, uitwisselingsbezoeken, onderzoek naar industriële en technische kansen, deelname aan discussiebijeenkomsten en algemene en sectorale handelsbeurzen;
- e. bevordering van contacten en industriële samenwerking tussen marktdeelnemers, stimulering van gezamenlijke investeringen en netwerken door middel van bestaande en toekomstige programma's;
- f. bevordering van partnerschappen voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in de Cariforum-staten teneinde hun innovatiesystemen te verbeteren;
- g. intensivering van de activiteiten ter bevordering van netwerken, innovatie en de overdracht van technologie tussen partners uit de Cariforum-staten en de Europese Gemeenschap.
Artikel 136. Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie
De partijen bevorderen de deelname van hun instanties op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling aan de samenwerkingsactiviteiten, zulks in overeenstemming met hun interne voorschriften. De samenwerkingsactiviteiten kunnen de volgende vorm aannemen:
- a. gemeenschappelijke initiatieven om belangstelling te wekken voor de capaciteitsopbouwprogramma's van de Europese Gemeenschap op het gebied van wetenschap en technologie, waaronder de internationale dimensie van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7) en, in voorkomend geval, mogelijke opvolgerprogramma's;
- b. gezamenlijke onderzoeksnetwerken op gebieden van gemeenschappelijk belang;
- c. uitwisselingen van onderzoekers en deskundigen teneinde de opstelling van projecten en de deelname aan KP7 en de andere onderzoeksprogramma's van de Europese Gemeenschap te bevorderen;
- d. bijeenkomsten van wetenschappers teneinde de informatieuitwisseling en interactie te bevorderen en gebieden voor gezamenlijk onderzoek vast te stellen;
- e. bevordering van geavanceerde studies op wetenschappelijk en technologisch gebied, die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn;
- f. totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector;
- g. evaluatie van gezamenlijk werk en verspreiding van resultaten;
- h. beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaringen op regionaal niveau;
- i. uitwisseling van informatie op regionaal niveau over regionale wetenschaps- en technologieprogramma's;
- j. deelname aan kennis- en innovatiegemeenschappen van het Europese Instituut voor innovatie en technologie.
Er wordt speciale aandacht besteed aan de ontwikkeling van het menselijke potentieel, als duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en aan de totstandbrenging van duurzame banden tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, zowel op nationaal als op regionaal niveau.
In voorkomend geval worden onderzoekscentra, hogeronderwijsinstellingen en andere belanghebbenden, waaronder middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, die op het grondgebied van de partijen gevestigd zijn, bij deze samenwerking betrokken.
In hun streven naar wetenschappelijke topprestaties die voor beide partijen van voordeel zijn, bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars wetenschappelijke en technologische programma's, overeenkomstig hun respectieve bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.
Artikel 137. Samenwerking op het gebied van de informatiemaatschappij en de informatie- en communicatietechnologie
De partijen erkennen dat de informatie- en communicatietechnologie (ICT) in een moderne maatschappij een belangrijke sector is, die van levensbelang is voor de stimulering van creativiteit, innovatie en het concurrentievermogen en voor een soepele overgang naar de informatiemaatschappij.
Behoudens de artikelen 7 en 134 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. de dialoog over de verschillende beleidsaspecten van de bevordering van en het toezicht op de informatiemaatschappij;
- b. uitwisseling van informatie over regelgeving;
- c. uitwisseling van informatie over normen en interoperabiliteit;
- d. bevordering van samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling op het gebied van ICT en bij op ICT gebaseerde onderzoeksinfrastructuren;
- e. ontwikkeling van niet-commerciële inhoud en van proeftoepassingen op gebieden van grote maatschappelijke betekenis;
- f. de opbouw van ICT-capaciteit, met in het bijzonder de bevordering van netwerken en de uitwisseling en opleiding van specialisten, vooral op het gebied van de regelgeving.
Artikel 138. Samenwerking op het gebied van milieu-innovatie en hernieuwbare energie
Met het oog op de verwezenlijking van een duurzame ontwikkeling en om ertoe bij te dragen dat de positieve milieueffecten van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn en negatieve effecten worden vermeden, erkennen de partijen het belang van het stimuleren van innovatievormen die het milieu in alle sectoren van hun economie ten goede komen. Energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen zijn ook dergelijke vormen van milieu-innovatie.
Behoudens de artikelen 7 en 134 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:
- a. projecten met betrekking tot milieuvriendelijke producten, technologieën, productieprocessen, diensten, management- en bedrijfsmethoden, met inbegrip van die welke betrekking hebben op geschikte toepassingen van waterbesparing en het mechanisme voor een schone ontwikkeling;
- b. projecten met betrekking tot energie-efficiëntie en hernieuwbare energie;
- c. bevordering van netwerken en clusters op het gebied van milieu-innovatie, ook door middel van publiek-private partnerschappen;
- d. uitwisseling van informatie, knowhow en deskundigen;
- e. voorlichtings- en opleidingsactiviteiten;
- f. voorbereiding van studies en verlenen van technische bijstand;
- g. samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling;
- h. proef- en demonstratieprojecten.
AFDELING 2. INTELLECTUELE EIGENDOM
ONDERAFDELING 1. BEGINSELEN
Artikel 139. Aard en werkingssfeer van verplichtingen
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten dragen zorg voor een adequate en effectieve tenuitvoerlegging van de internationale verdragen inzake intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, en van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage IC bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, hierna de TRIPs-overeenkomst genoemd.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen dat de beginselen in artikel 8 van de TRIPs-overeenkomst van toepassing zijn op deze afdeling. Voorts zijn de partijen het erover eens dat voor een adequate en doeltreffende handhaving van intellectuele-eigendomsrechten rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten en gezorgd moet worden voor een evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de houders van de rechten en die van de gebruikers, terwijl de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de mogelijkheid moeten hebben de volksgezondheid en de voeding te beschermen. Geen bepaling van deze overeenkomst mag worden uitgelegd als beletsel voor de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten om de toegang tot geneesmiddelen te bevorderen.
Voor de toepassing van deze overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten ook auteursrechten (met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma's en naburige rechten), gebruiksmodellen, octrooien, met inbegrip van die voor biotechnologische uitvindingen, bescherming van plantenrassen, ontwerpen, ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, handelsmerken voor goederen of diensten, bescherming van databanken, bescherming tegen oneerlijke concurrentie als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, en bescherming van niet-openbaar gemaakte informatie over knowhow.
In aanvulling op en onverminderd hun bestaande en toekomstige internationale verplichtingen geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten uiterlijk op 1 januari 2014 uitvoering aan de bepalingen in deze afdeling en dragen zij zorg voor een adequate en doeltreffende implementatie ervan, tenzij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG met inachtneming van de ontwikkelingsprioriteiten en het ontwikkelingsniveau van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten anderszins besluit. Het staat de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vrij de passende methode voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze afdeling binnen hun eigen rechtsstelsel en -praktijk te bepalen.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen in hun wetgeving een uitgebreidere beschermingsregeling opnemen dan in deze afdeling wordt vereist, maar zijn dit niet verplicht, mits die bescherming niet in strijd is met de bepalingen van deze afdeling.
Artikel 140. Minst ontwikkelde landen
In afwijking van artikel 139, leden 1 en 4, zijn de minst ontwikkelde landen die partij bij deze overeenkomst zijn, slechts verplicht de volgende bepalingen als volgt toe te passen:
- a. de verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst binnen dezelfde termijnen als krachtens de besluiten ter zake van de Raad voor TRIPs of van andere toepasselijke besluiten van de Algemene Raad van de WTO met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de TRIPs-overeenkomst van hen wordt verlangd;
- b. de verplichtingen uit hoofde van de onderafdelingen 2 en 3 van deze afdeling uiterlijk op 1 januari 2021, tenzij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, rekening houdend met de onder a) bedoelde besluiten, een andersluidend besluit neemt.
Artikel 141. Regionale integratie
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe binnen hun respectieve regio te blijven streven naar verdieping van de integratie op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten. Dit proces omvat een verdergaande harmonisatie van de wet- en regelgeving op het gebied van intellectuele eigendom, vooruitgang op het gebied van het regionale beheer en de regionale handhaving van nationale intellectuele-eigendomsrechten, alsmede, in voorkomend geval, de invoering en het beheer van regionale intellectuele-eigendomsrechten.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe te streven naar een geharmoniseerd niveau van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in hun respectieve regio.
Artikel 142. Overdracht van technologie
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen ideeën en informatie over hun praktijken en hun beleid met betrekking tot de overdracht van technologie uit te wisselen, zowel binnen hun respectieve regio als met derde landen. Dit betreft in het bijzonder maatregelen ter bevordering van informatiestromen, zakelijke partnerschappen, licenties en uitbesteding. Er wordt speciale aandacht besteed aan de voorwaarden die nodig zijn om passende condities voor de overdracht van technologieën in de gastlanden te creëren, waarin ook plaats is voor onderwerpen als de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een rechtskader.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten nemen in voorkomend geval maatregelen om licentiepraktijken of -voorwaarden ten aanzien van intellectuele-eigendomsrechten te beletten of om er toezicht op uit te oefenen, indien deze de internationale overdracht van technologie kunnen schaden en indien het gaat om misbruik van intellectuele-eigendomsrechten door de rechthebbenden of misbruik van duidelijke informatieasymmetrieën bij de onderhandelingen over licenties.
De EG vereenvoudigt en bevordert het gebruik van stimuleringsmiddelen voor instellingen en ondernemingen op hun grondgebied om technologie aan instellingen en ondernemingen in de Cariforum-staten over te dragen, teneinde deze staten de mogelijkheid te bieden een levensvatbare technologische basis op te bouwen. De EG streeft ernaar alle haar bekende maatregelen voor discussie en analyse ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG te brengen.
ONDERAFDELING 2. NORMEN INZAKE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
Artikel 143. Auteursrecht en naburige rechten
-
- De EG en de ondertekenende Cariforum-staten nemen de volgende verdragen in acht:
- a. Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) inzake auteursrecht (Genève 1996);
- b. WIPO-Verdrag inzake uitvoerende kunstenaars en fonogrammen (Genève 1996).
-
- De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961).
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevorderen het sluiten van regelingen tussen hun auteursrechtorganisaties teneinde er wederzijds voor te zorgen dat de toegang tot en de afgifte van vergunningen voor het regionale gebruik van inhoud op het gehele grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt vergemakkelijkt, zodat de rechthebbenden passend worden beloond voor het gebruik van die inhoud.
Artikel 144. Handelsmerken
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij elk definitief besluit van de desbetreffende handelsmerkinstantie schriftelijk wordt gegeven en met redenen is omkleed. De indiener van de aanvraag wordt in de gelegenheid gesteld een weigering een handelsmerk te registreren aan te vechten en tegen een definitieve afwijzing in beroep te gaan bij de rechter. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren ook de mogelijkheid in om na de publicatie van de aanvragen bezwaar aan te tekenen tegen de registratie van handelsmerken. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen openbare elektronische databanken voor aanvragen en voor de registratie van handelsmerken.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten herinneren aan de verplichting in het kader van de TRIPs-overeenkomst om het begrip algemeen bekende merken op dienstenmerken toe te passen. Voor de vaststelling of een handelsmerk algemeen bekend is, streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20-29 september 1999.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat voor houders van een handelsmerk die hun handelsmerk op internet willen gebruiken en deel willen nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, een duidelijk rechtskader nodig is, dat onder meer bepalingen bevat over de kwestie of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen tot de verwerving van of de inbreuk op een merk of over de kwestie of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, en waarin rechtsmiddelen zijn vastgelegd. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken en andere industriële eigendomsrechten in tekens op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling over merklicenties van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 35e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 25 september tot en met 3 oktober 2000.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (1989) en het herziene Verdrag inzake het merkenrecht (2006).
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen voor een eerlijk gebruik van beschrijvende termen, waaronder geografische aanduidingen, als beperkte uitzondering op de rechten verbonden aan een handelsmerk. Bij die beperkte uitzondering wordt rekening gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.
Artikel 145. Geografische aanduidingen
-
- Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op hun grondgebied geografische aanduidingen te beschermen die in hun land van oorsprong niet worden beschermd.
-
- De overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen uiterlijk op 1 januari 2014 een systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied vast. De partijen werken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 164, lid 2, onder c), samen bij de ontwikkeling van geografische aanduidingen op het grondgebied van de Cariforum-staten. Hiertoe leggen de Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst een lijst van potentiële geografische aanduidingen van oorsprong uit de Cariforum-staten ter overweging en bespreking aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor.
-
- De partijen bespreken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG de tenuitvoerlegging van dit artikel in de praktijk, en zij wisselen informatie uit over de ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied met betrekking tot geografische aanduidingen.
-
- De bescherming van geografische aanduidingen wordt in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in overeenstemming met het rechtssysteem van respectievelijk de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat verleend en geldt voor onbepaalde tijd27)Voor de toepassing van dit artikel wordt het gebruik van een onbeperkt aantal vernieuwbare perioden van niet minder dan tien jaar geacht voor onbepaalde termijn te zijn. .
-
- Deze bescherming waarborgt dat het gebruik van geografische aanduidingen voor overeenkomstig lid 1 beschermde goederen, in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten uitsluitend voorbehouden is aan goederen van oorsprong uit het betrokken geografische gebied, die in overeenstemming met de desbetreffende productspecificaties zijn vervaardigd.
-
- Wat de bescherming van geografische aanduidingen betreft, verbieden en beletten de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ambtshalve of op verzoek van de belanghebbende:
- a. ongeacht de productklasse waarvoor de geografische aanduiding wordt gebruikt, het gebruik op hun grondgebied van middelen in de benaming of voorstelling van goederen waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de goederen in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de goederen, of elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs;
- b. elk gebruik van de beschermde namen voor goederen in dezelfde productklasse als die met de geografische aanduiding, die niet van oorsprong zijn uit het aangegeven geografische gebied, zelfs indien:
- i. de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven,
- ii. de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald,
- iii. de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen.
-
- Het is mogelijk de registratie van een geografische aanduiding te schrappen. De desbetreffende procedure biedt elke natuurlijke of rechtspersoon met een legitiem belang de mogelijkheid hieraan deel te nemen.
-
- De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten behoeven de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen niet toe te passen op goederen waarvoor de desbetreffende aanduiding identiek is aan de term die in het normale taalgebruik op hun respectieve grondgebied de gangbare naam voor dergelijke goederen is.
-
- Geen enkele bepaling in deze afdeling verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ertoe de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen toe te passen voor voortbrengselen van de wijnstok, planten of dieren waarvan de desbetreffende aanduiding identiek is met de gangbare naam van een druivensoort of een planten- of dierenras die/dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst op het grondgebied van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende partij voorkomt.
-
- Geografische aanduidingen die homoniem zijn, worden door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten beschermd mits er in de praktijk voldoende onderscheid is tussen de geografische aanduiding die het eerst werd beschermd en het homoniem dat vervolgens bescherming kreeg; het is immers noodzakelijk de betrokken producenten op een onpartijdige manier te behandelen en de consumenten niet te misleiden. Een homoniem dat ertoe leidt dat de consument ten onrechte gelooft dat producten van een ander grondgebied komen, wordt niet door de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforumstaat beschermd.
-
- Als een geografische aanduiding van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat homoniem is aan een geografische aanduiding voor een derde land, is artikel 23, lid 3, van de TRIPs-overeenkomst van overeenkomstige toepassing.
-
- Een geografische aanduiding wordt niet in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geregistreerd wanneer de registratie, gezien de faam en bekendheid van een merk en de tijd die het al in gebruik is, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.
-
- Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de registratie van een handelsmerk dat identiek is aan, lijkt op of een geografische aanduiding bevat die respectievelijk in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge sectie B is beschermd en dat betrekking heeft op dezelfde productklasse, in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd. Bovendien wordt de registratie van een handelsmerk onder dergelijke omstandigheden in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd indien de aanvraag tot registratie van het handelsmerk was ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied werd ingediend, en de geografische aanduiding vervolgens werd beschermd.
-
- In strijd met het voorgaande lid geregistreerde handelsmerken worden ongeldig verklaard.
-
- De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, behoudens de leden 1 tot en met 3, een handelsmerk waarvan het gebruik overeenkomt met een van de in sectie B, lid 3, bedoelde situaties en dat, vóór de datum van toepassing van de WTO-verplichtingen in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, dan wel vóór de datum vanaf welke de geografische aanduiding op de respectieve grondgebieden werd beschermd, te goeder trouw op het grondgebied van de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat werd aangevraagd, werd geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven, ondanks de registratie van de geografische aanduiding verder kan worden gebruikt, mits er geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk als gespecificeerd in de wetgeving van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat bestaat. In dat geval wordt de geografische aanduiding toegelaten naast het desbetreffende handelsmerk.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen uiterlijk op 1 januari 2014 onderhandelingen over een overeenkomst ter bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied, onverminderd eventuele individuele verzoeken om bescherming die direct zijn ingediend.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat houders van een geografische aanduiding die deze op internet willen gebruiken om deel te nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, behoefte hebben aan een duidelijk rechtskader dat niet alleen bepalingen bevat over de vraag of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen aan de wederrechtelijke inbezitneming van, zinspeling op, verwerving te kwader trouw van of inbreuk op een geografische aanduiding of over de vraag of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, maar waarin ook rechtsmiddelen worden vastgesteld, met inbegrip van de eventuele overdracht of intrekking van een domeinnaam. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken, en andere industriële eigendomsrechten in tekens, op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.
Artikel 146. Tekeningen en modellen van nijverheid
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid (1999).
-
- De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voorzien in de bescherming van onafhankelijk vervaardigde tekeningen en modellen van nijverheid die nieuw of oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben.
-
- Een tekening of model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identieke tekening of geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld.
-
- Een tekening of model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door tekeningen of modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld.
-
- In deze bescherming wordt voorzien door registratie, waardoor rechthebbenden ervan exclusieve rechten overeenkomstig het bepaalde in dit artikel krijgen. Niet-geregistreerde tekeningen en modellen geven dezelfde exclusieve rechten, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model. Niet-geregistreerde tekeningen en modellen en tekeningen en modellen op het gebied van textiel kunnen worden beschermd door een recht inzake tekeningen en modellen of door een auteursrecht.
-
- De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van tekeningen en modellen van nijverheid, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde tekeningen en modellen van nijverheid en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van de beschermde tekening of het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.
-
- De bescherming van tekeningen en modellen strekt zich niet uit tot tekeningen en modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.
-
- Een tekening of model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake tekeningen en modellen.
-
- De eigenaar van een beschermde tekening of een beschermd model van nijverheid heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben te beletten artikelen te vervaardigen, aan te bieden, te verkopen, in te voeren, op te slaan of te gebruiken, die de beschermde tekening of het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt of wanneer zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de tekening of het model, dan wel wanneer dit niet in overeenstemming is met eerlijke handelspraktijken.
-
- Wat niet-geregistreerde tekeningen en modellen betreft, wordt het aangevochten gebruik niet geacht voort te vloeien uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model indien dit gebruik voortvloeit uit onafhankelijk scheppend werk van een ontwerper van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij de door de rechthebbende openbaar gemaakte tekening of het door hem openbaar gemaakte model niet kende.
-
- De aanvankelijke duur van de in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geboden bescherming na registratie bedraagt ten minste vijf jaar. Op verzoek van de rechthebbende wordt de registratie voor één of meer perioden van telkens vijf jaar verlengd, doch niet tot langer dan 25 jaar vanaf de depotdatum, mits het vernieuwingsrecht betaald is.
-
- De duur van de in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geboden bescherming voor niet-geregistreerde tekeningen en modellen bedraagt ten minste drie jaar vanaf de datum waarop de tekening of het model op het desbetreffende grondgebied voor het publiek beschikbaar werd gesteld.
Een tekening of model dat overeenkomstig dit artikel op het grondgebied van een van de partijen of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat is ingeschreven, kan vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in vorm is vastgelegd tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht van die partij of die overeenkomstsluitende Cariforum-staat.
Artikel 147. Octrooien
-
- De EG neemt de volgende verdragen in acht:
- a. het Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, laatstelijk gewijzigd in 1984);
- b. het Verdrag inzake octrooirecht (Genève 2000);
- c. het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980).
-
- De overeenkomstsluitende Cariforum-staten treden toe tot:
- a. het Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, laatstelijk gewijzigd in 1984);
- b. het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980).
-
- De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Verdrag inzake octrooirecht (Genève 2000).
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen het belang van de Verklaring van de Doha over de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid, die op 14 november 2001 door de ministersconferentie van de WTO werd aangenomen, en van het besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de Verklaring van de Doha over de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid, en komen overeen de nodige stappen te ondernemen om het protocol tot wijziging van de TRIPs-overeenkomst, dat op 6 december 2005 in Genève werd vastgesteld, te aanvaarden.
Artikel 148. Gebruiksmodellen
-
- De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bescherming verlenen voor producten of werkwijzen op alle gebieden van de technologie, mits zij nieuw zijn, niet onmiddellijk voor de hand liggen en industrieel kunnen worden toegepast.
-
- De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen van bescherming uitsluiten alle producten en werkwijzen waarvan het beletten van de commerciële toepassing op hun grondgebied noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde of de goede zeden of van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, dan wel ter vermijding van ernstige schade voor het milieu, mits deze uitsluiting niet slechts plaatsvindt omdat de exploitatie door hun wetgeving is verboden.
-
- De EG en de ondertekenende Cariforum-staten sluiten voorts uit van bescherming:
- a. diagnostische, therapeutische en chirurgische methoden voor de behandeling van mensen of dieren;
- b. behoudens artikel 150, andere planten en dieren dan micro-organismen en andere werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren dan niet-biologische en microbiologische werkwijzen.
-
- Dit artikel laat bestaande wetgeving van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverlet.
De duur van de geboden bescherming bedraagt ten minste vijf jaar, maar niet meer dan tien jaar, te rekenen vanaf de depotdatum, of, wanneer een beroep op voorrang wordt gedaan, vanaf de voorrangsdatum.
-
- Alle andere voorwaarden en flexibele regelingen die in afdeling 5 van de TRIPs-overeenkomst voor octrooien zijn voorzien, zijn van overeenkomstige toepassing voor gebruiksmodellen, in het bijzonder die welke vereist kunnen zijn in verband met de volksgezondheid.
-
- Een octrooiaanvraag kan in een aanvraag voor bescherming van een gebruiksmodel worden omgezet, mits het verzoek daartoe gedaan is voor het octrooi is verleend.
Artikel 149. Plantenrassen
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten hebben het recht te voorzien in uitzonderingen op exclusieve kwekersrechten, teneinde landbouwers de mogelijkheid te bieden beschermd, op eigen bedrijf gewonnen zaai- en pootgoed of teeltmateriaal te bewaren, te gebruiken of te ruilen.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voorzien in de bescherming van plantenrassen in overeenstemming met de TRIPs-overeenkomst. Hiertoe overwegen zij toetreding tot het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (UPOV-Verdrag 1991).
Artikel 150. Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore
Onder voorbehoud van hun interne wetgeving eerbiedigen en beschermen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten de kennis, innovaties en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen, die de uitdrukking zijn van hun traditionele levenswijze en die van belang zijn voor het behouden en duurzaam benutten van biologische diversiteit, houden zij deze in stand, bevorderen zij de toepassing ervan op grotere schaal met de medewerking en goedkeuring van de bezitters van deze kennis, innovaties en gebruiken en moedigen zij de eerlijke verdeling van de voordelen van het gebruik van deze kennis, innovaties en gebruiken aan.
De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen het belang van passende maatregelen, onder voorbehoud van de nationale wetgeving, om de traditionele kennis te beschermen, en zij komen overeen te blijven werken aan de ontwikkeling van specifieke internationaal erkende modellen voor de wettelijke bescherming van traditionele kennis.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)