Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2008-12-29
State In force
Source BWB
artikelen 318
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • i. een goede naleving van de voorschriften: zo moeten de voor de verwerking verantwoordelijken zich zeer goed bewust zijn van hun plichten en moeten de betrokkenen op de hoogte zijn van hun rechten en de middelen die hun ter beschikking staan om deze te doen gelden; er moeten doeltreffende, afschrikkende sancties bestaan, en systemen voor rechtstreekse controle door de autoriteiten, auditors of onafhankelijke functionarissen voor de gegevensbescherming;
  • ii. bijstand aan de betrokkenen bij de uitoefening van hun rechten – ieder moet zijn rechten snel, doeltreffend en zonder prohibitieve kosten kunnen afdwingen, onder meer door middel van passende institutionele mechanismen die een onafhankelijk onderzoek van klachten mogelijk maken;
  • iii. een passende schadeloosstelling voor de benadeelde partij bij niet-naleving van voorschriften; hiertoe behoort de mogelijkheid tot betaling van schadevergoedingen en het opleggen van sancties overeenkomstig het geldende nationale recht.
Artikel 200. Inachtneming van internationale verbintenissen
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen elkaar via het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG op de hoogte van hun internationale verbintenissen jegens of afspraken met derde landen en van hun andere verplichtingen die voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk van belang kunnen zijn, en met name van afspraken die voorzien in de verwerking van persoonsgegevens, zoals het verzamelen en het bewaren ervan, de toegang ertoe en de doorgifte ervan aan derden.

2.

Op verzoek van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in dit verband overleg om eventuele problemen uit de weg te ruimen.

Artikel 201. Samenwerking
1.

De partijen erkennen het belang van samenwerking voor de bevordering van de ontwikkeling van passende wettelijke, gerechtelijke en institutionele kaderregelingen en van een passend beschermingsniveau voor persoonsgegevens dat in overeenstemming is met de doelstellingen en beginselen van dit hoofdstuk.

2.

Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te sterken:

  • a. uitwisseling van informatie en expertise;
  • b. bijstand bij het opstellen van wetgeving, richtsnoeren en handleidingen;
  • c. aanbieden van scholing voor stafpersoneel;
  • d. bijstand bij de vaststelling en werking van institutionele kaderregelingen ter zake;
  • e. bijstand bij de uitwerking en tenuitvoerlegging van voor marktdeelnemers en consumenten bedoelde initiatieven om de naleving van de wet- en regelgeving ter zake te waarborgen, teneinde het vertrouwen van de investeerders en de burgers te bevorderen.

DEEL III. VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

Artikel 202. Doel

Het doel van dit deel is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel 203. Werkingssfeer
1.

Dit deel heeft betrekking op alle geschillen over de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst.

2.

In afwijking van lid 1 is de procedure van artikel 98 van de Overeenkomst van Cotonou van toepassing bij geschillen over de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, als bedoeld in de Overeenkomst van Cotonou.

HOOFDSTUK 1. OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel 204. Overleg
1.

De partijen streven ernaar elk in artikel 203 bedoeld geschil op te lossen door te goeder trouw overleg te voeren teneinde samen tot een oplossing te komen.

2.

Een partij verzoekt de andere partij schriftelijk om overleg, met kopie aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, waarbij aangegeven wordt om welke maatregel het gaat en met welke bepalingen van de overeenkomst de maatregel niet in overeenstemming zou zijn.

3.

Het overleg vindt plaats binnen een termijn van veertig (40) dagen na de datum van indiening van het verzoek. Zestig (60) dagen na de datum van indiening van het verzoek wordt het overleg geacht te zijn afgerond, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

4.

Overleg over urgente kwesties, zoals over bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, vindt plaats binnen vijftien (15) dagen na de datum van indiening van het verzoek en wordt dertig (30) dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgerond.

5.

Indien het overleg niet binnen de in lid 3 respectievelijk lid 4 genoemde termijnen plaatsvindt, of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing kon worden bereikt, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 206.

6.

Een partij mag een geschil over de interpretatie en toepassing van de deel II, titel IV, hoofdstukken 4 en 5, alleen in het kader van dit deel aan de orde stellen indien voordien een beroep is gedaan op de procedure van artikel 189, leden, 3, 4 en 5, respectievelijk artikel 195, leden 3, 4 en 5, maar het geschil niet binnen negen (9) maanden na het begin van het overleg bevredigend is opgelost. Overleg uit hoofde van die bepalingen komt in de plaats van het overleg dat in het kader van dit artikel vereist is.

Artikel 205. Bemiddeling
1.

Indien overleg niet tot een onderling overeengekomen oplossing leidt, kunnen de partijen overeenkomen een beroep te doen op een bemiddelaar. Tenzij de partijen anders overeenkomen, heeft het mandaat van de bemiddelaar betrekking op de in het verzoek om overleg genoemde aangelegenheid.

2.

Tenzij de partijen binnen vijftien (15) dagen na de datum van de overeenstemming over het verzoek om bemiddeling overeenstemming bereiken over een bemiddelaar, wijst de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG of diens vertegenwoordiger door loting uit de groep personen op de in artikel 221 bedoelde lijst een bemiddelaar aan die geen onderdaan van een van de partijen is. De loting vindt binnen vijfentwintig (25) dagen na de datum van de overeenstemming over het verzoek om bemiddeling plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen. De bemiddelaar roept de partijen uiterlijk dertig (30) dagen na zijn aanwijzing bijeen. Hij krijgt de stukken van elk van de partijen uiterlijk vijftien (15) dagen voor de bijeenkomst en hij geeft uiterlijk vijfenveertig (45) dagen na zijn aanwijzing een advies.

3.

Het advies van de bemiddelaar kan een aanbeveling omvatten over de wijze waarop het geschil in overeenstemming met de bepalingen van de overeenkomst kan worden opgelost. Het advies van de bemiddelaar is niet bindend.

4.

De partijen kunnen overeenkomen de in lid 2 genoemde termijnen te wijzigen. De bemiddelaar kan op verzoek van een van de partijen of op eigen initiatief ook besluiten deze termijnen te wijzigen wegens de buitengewone moeilijkheden die de betrokken partij ondervindt of wegens de complexiteit van de zaak.

5.

De bemiddelingsprocedure, en in het bijzonder alle tijdens de procedure verstrekte informatie en door de partijen ingenomen standpunten, blijven vertrouwelijk.

HOOFDSTUK 2. PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING 1. ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 206. Inleiding van de arbitrageprocedure
1.

Wanneer de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil op te lossen door middel van het in artikel 204 bedoelde overleg of de in artikel 205 bedoelde bemiddeling, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel.

2.

Het verzoek om instelling van een arbitragepanel moet schriftelijk worden gedaan bij de partij waartegen wordt geklaagd en bij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. De klagende partij vermeldt in zijn verzoek de specifieke maatregelen die in het geding zijn en legt uit waarom die maatregelen een inbreuk op de bepalingen van de overeenkomst zijn.

Artikel 207. Instelling van het arbitragepanel
1.

Een arbitragepanel bestaat uit drie scheidsrechters.

2.

Binnen tien (10) dagen na de datum van indiening van het verzoek tot instelling van een arbitragepanel bij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG overleggen de partijen over de samenstelling van het arbitragepanel.

3.

Indien de partijen het binnen de in lid 2 genoemde termijn niet eens worden over de samenstelling van het arbitragepanel, kan elk van de partijen de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG of diens vertegenwoordiger verzoeken alle drie leden door loting aan te wijzen uit de in artikel 221 bedoelde lijst, namelijk één lid uit de personen die door de klagende partij werden voorgesteld, één lid uit de lijst van de partij waartegen de klacht gericht is en één lid uit de personen die door de partijen waren geselecteerd om als voorzitter te fungeren. Wanneer de partijen het over één of meer leden van het arbitragepanel eens zijn, worden de overige leden volgens dezelfde procedure geselecteerd.

4.

In het geval van een geschil over de interpretatie en toepassing van titel IV, hoofdstukken 4 en 5, omvat het panel ten minste twee leden met specifieke expertise op het gebied van het betrokken hoofdstuk; deze worden getrokken uit een lijst van vijftien (15) personen, die overeenkomstig artikel 221 door het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG is vastgesteld.

5.

De voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG of diens vertegenwoordiger wijst in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen binnen vijf (5) dagen nadat een van de partijen het in lid 3 bedoelde verzoek daartoe heeft gedaan, de scheidsrechters aan.

6.

De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie scheidsrechters worden aangewezen.

Artikel 208. Tussentijds panelverslag

Het arbitragepanel legt in het algemeen uiterlijk honderdtwintig (120) dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en zijn bevindingen en conclusies aan de partijen voor. Een partij kan het arbitragepanel binnen vijftien (15) dagen na de indiening van het tussentijdse verslag schriftelijk commentaar over precieze aspecten van het tussentijdse verslag doen toekomen.

Artikel 209. Uitspraken van het arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel legt zijn uitspraak binnen honderdvijftig (150) dagen na de instelling van het arbitragepanel voor aan de partijen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel denkt zijn werk te kunnen voltooien. In geen geval mag de uitspraak later dan honderd honderdtachtig (180) dagen na de instelling van het arbitragepanel worden bekendgemaakt.

2.

In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren en seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om de uitspraak binnen vijfenzeventig (75) dagen na de datum waarop het is ingesteld, bekend te maken. De maximumtermijn is in geen geval langer dan negentig (90) dagen na de instelling van het panel. Het arbitragepanel kan binnen tien (10) dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.

3.

Elk van de partijen kan het arbitragepanel verzoeken een aanbeveling te doen over de vraag hoe de partij waartegen de klacht gericht is, weer aan de overeenkomst kan voldoen. In het geval van een geschil over de interpretatie en toepassing van titel IV, hoofdstukken 4 en 5, neemt het arbitragepanel in zijn uitspraak een aanbeveling op over de wijze waarop naleving van de desbetreffende bepalingen in die hoofdstukken wordt gewaarborgd.

AFDELING 2. NALEVING

Artikel 210. Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elk van de partijen neemt alle noodzakelijke maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel 211. Redelijke termijn voor naleving
1.

Uiterlijk dertig (30) dagen na de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG in kennis van de tijd die nodig zal zijn voor naleving, hierna „redelijke termijn” genoemd.

2.

Indien de partijen het niet eens worden over de redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, kan de klagende partij het arbitragepanel binnen twintig (20) dagen na de kennisgeving krachtens lid 1 schriftelijk verzoeken om de lengte van de redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd meegedeeld aan de andere partij en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Het arbitragepanel legt zijn uitspraak binnen dertig (30) dagen na de indiening van het verzoek voor aan de partijen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.

3.

Het arbitragepanel houdt bij de vaststelling van de redelijke termijn rekening met de tijd die het de partij waartegen de klacht gericht is normaliter kost om wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen goed te keuren die vergelijkbaar zijn met die welke door die partij noodzakelijk worden geacht om naleving te waarborgen. Het arbitragepanel houdt ook rekening met aantoonbare capaciteitsbeperkingen die van invloed kunnen zijn op de goedkeuring van de noodzakelijke maatregelen door de partij waartegen de klacht gericht is.

4.

Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 207 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt vijfenveertig (45) dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

5.

Wanneer de partijen het erover eens zijn, kan de redelijke termijn worden verlengd.

Artikel 212. Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de andere partij en het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG vóór afloop van de redelijke termijn in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.

2.

In het geval er tussen de partijen onenigheid bestaat over de verenigbaarheid van een maatregel waarvan overeenkomstig lid 1 kennis is gegeven, met een van de bepalingen van deze overeenkomst, kan de klagende partij het arbitragepanel schriftelijk verzoeken uitspraak over de zaak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en wordt uitgelegd waarom die maatregel niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze overeenkomst. Het arbitragepanel deelt zijn uitspraak binnen negentig (90) dagen na de datum van indiening van het verzoek mede. In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren en seizoensgebonden goederen, deelt het arbitragepanel zijn uitspraak binnen vijfenveertig (45) dagen na de datum van indiening van het verzoek mee.

3.

Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 207 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt honderdvijf (105) dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

Artikel 213. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
1.

Indien de betrokken partij niet voor afloop van de redelijke termijn kennis geeft van de maatregelen die zijn getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 212, lid 1, kennis is gegeven, niet in overeenstemming is met de verplichtingen van de partij uit hoofde van deze overeenkomst, doet de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, op haar verzoek, een compensatieaanbod. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst vereist dat de partij waartegen de klacht gericht is, financiële compensatie aanbiedt.

2.

Indien niet binnen dertig (30) dagen na het eind van de redelijke periode of van de uitspraak van het arbitragepanel uit hoofde van artikel 212 dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze overeenkomst, is de klagende partij gerechtigd om, na de andere partij hiervan in kennis te hebben gesteld, passende maatregelen vast te stellen.

Wanneer de klagende partij dergelijke maatregelen vaststelt, streeft zij ernaar maatregelen te kiezen die het minst van invloed zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en houdt zij rekening met de gevolgen ervan voor de economie van de partij waartegen de klacht gericht is en voor elk van de Cariforum-staten. Wanneer de EG het recht heeft verkregen dergelijke maatregelen te treffen, kiest zij bovendien maatregelen die er specifiek op zijn gericht de Cariforum-staat of Cariforum-staten waarvan is vastgesteld dat zijn/hun maatregelen een inbreuk op deze overeenkomst vormen, tot naleving te brengen. De andere Cariforum-staten bevorderen de vaststelling van maatregelen die ertoe moeten leiden dat de uitspraak van het arbitragepanel wordt nageleefd door de Cariforum-staat of Cariforum-staten waarvan is vastgesteld dat hij/zij een inbreuk op deze overeenkomst maakte(n). In geval van geschillen met betrekking tot titel IV, hoofdstukken 4 en 5, is schorsing van handelsconcessies uit hoofde van deze overeenkomst geen passende maatregel. De klagende partij kan de passende maatregelen tien (10) dagen na de datum van de kennisgeving nemen.

3.

De EG handelt met de nodige terughoudendheid bij het vragen van compensatie of bij de vaststelling van passende maatregelen uit hoofde van de leden 1 of 2.

4.

De compensatie en de passende maatregelen zijn van tijdelijke aard en worden slechts toegepast totdat de maatregel waarvan was vastgesteld dat deze in strijd met de bepalingen van deze overeenkomst was, is ingetrokken of gewijzigd en met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of tot de partijen overeenkomen het geschil te beslechten.

Artikel 214. Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de andere partij en het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven en van haar verzoek tot beëindiging van de toepassing van passende maatregelen door de klagende partij.

2.

Indien de partijen niet binnen dertig (30) dagen na de datum van indiening van de kennisgeving tot overeenstemming komen over de verenigbaarheid van de maatregel waarvan kennis is gegeven, met de bepalingen van deze overeenkomst, kan de klagende partij het arbitragepanel schriftelijk verzoeken uitspraak over de zaak te doen. Dit verzoek wordt aan de andere partij en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG meegedeeld. Van de uitspraak van het arbitragepanel wordt binnen vijfenveertig (45) dagen na de datum van indiening van het verzoek kennisgegeven aan de partijen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel die is getroffen om zijn uitspraak na te leven, niet met deze overeenkomst in overeenstemming is, onderzoekt het of de klagende partij de passende maatregelen mag blijven toepassen. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven, in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst is, worden de passende maatregelen beëindigd.

3.

Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw bijeen kan komen, is de procedure van artikel 207 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt zestig (60) dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

AFDELING 3. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 215. Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde samen een oplossing voor een onder dit deel vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG van die oplossing in kennis. Na goedkeuring van de onderling overeengekomen oplossing, is de procedure beëindigd.

Artikel 216. Reglement van orde
1.

Op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van hoofdstuk 2 van dit deel is het reglement van orde van toepassing dat binnen drie (3) maanden na de voorlopige toepassing van deze overeenkomst door de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt vastgesteld.

2.

Alle vergaderingen van het arbitragepanel zijn overeenkomstig het reglement van orde openbaar, tenzij het arbitragepanel uit eigen initiatief of op verzoek van de partijen anderszins besluit.

Artikel 217. Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het voor zijn werkzaamheden nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies ter zake te vragen indien het dit nuttig acht. Belanghebbenden hebben het recht als amicus curiae overeenkomstig het reglement van orde bij het arbitragepanel opmerkingen in te dienen. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en voor commentaar aan hen worden voorgelegd.

Artikel 218. Talen van stukken en pleidooien
1.

De schriftelijke stukken en de pleidooien van de partijen worden in een van de officiële talen van de partijen gesteld.

2.

De partijen streven ernaar om voor elke specifieke procedure in het kader van dit deel een gemeenschappelijke werktaal overeen te komen. Indien de partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over een gemeenschappelijke werktaal, draagt elk van de partijen de zorg en de kosten voor de vertaling van zijn schriftelijke stukken en voor vertolking tijdens hoorzittingen in de taal die wordt gekozen door de partij waartegen de klacht gericht is, tenzij die taal een officiële taal van die partij is31)Voor de toepassing van dit artikel zijn de officiële talen van de Cariforum-staten Engels, Frans, Nederlands en Spaans, en de officiële talen van de EG die welke zijn vermeld in artikel 249. .

Artikel 219. Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de bepalingen van deze overeenkomst uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel 220. Uitspraken van het arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit over de aangelegenheid bij meerderheid van stemmen genomen. In geen geval worden echter afwijkende meningen van scheidsrechters gepubliceerd.

2.

De uitspraak vermeldt de geconstateerde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen van deze overeenkomst en de motivering van alle bevindingen en conclusies. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG maakt de uitspraak van het arbitragepanel openbaar tenzij het besluit dit niet te doen.

Artikel 221. Lijst van scheidsrechters
1.

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG stelt uiterlijk drie maanden na de voorlopige toepassing van deze overeenkomst een lijst van vijftien (15) personen op, die bereid en geschikt zijn om als scheidsrechter te fungeren. Elk van de partijen kiest vijf personen die als scheidsrechter kunnen optreden. De twee partijen komen ook vijf personen overeen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel fungeren. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan.

2.

De scheidsrechters beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies aan van enige organisatie of regering, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en houden zich aan de aan het reglement van orde gehechte gedragscode.

3.

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG kan een aanvullende lijst van vijftien (15) personen met sectorale expertise op een van de specifieke onder deze overeenkomst vallende onderwerpen vaststellen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de selectieprocedure van artikel 207 kan de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG gebruikmaken van die lijst wanneer de partijen ermee instemmen. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG stelt een aanvullende lijst vast van vijftien (15) personen met expertise op de onder titel IV, hoofdstukken 4 en 5, vallende specifieke onderwerpen.

Artikel 222. Relatie tot WTO-verplichtingen
1.

Arbitragepanels die krachtens deze overeenkomst zijn opgericht, doen geen uitspraak in geschillen die verband houden met de rechten en verplichtingen van elk van de partijen of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten krachtens de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

2.

Het beroep op de bepalingen in deze overeenkomst over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige maatregel in het kader van de WTO, met inbegrip van die over de geschillenbeslechting. Wanneer echter een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens artikel 206, lid 1, van dit deel, hetzij krachtens de WTO-overeenkomst, kan deze in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Voor de toepassing van dit lid worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid door het verzoek van een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat om instelling van een panel overeenkomstig artikel 6 van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen.

3.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een schorsing van verplichtingen die is toegestaan door het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, ten uitvoer te leggen. Geen enkele bepaling van de WTO-overeenkomst belet de partijen voordelen in het kader van deze overeenkomst te schorsen.

Artikel 223. Termijnen
1.

Alle in dit deel vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels kennis moeten geven van hun uitspraken, worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende feit plaatsvindt.

2.

Alle in dit deel vermelde termijnen kunnen in onderling overleg tussen de partijen worden verlengd.

DEEL IV. ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel 224. Algemene uitzonderingsclausule
1.

Onder voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen vormen wanneer soortgelijke omstandigheden heersen, of tot een verkapte beperking van de handel in goederen of diensten of de vestiging, wordt geen bepaling in deze overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of toepassen door de EG, de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat van maatregelen:

  • a. die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden32)De partijen komen overeen dat, in overeenstemming met titel IV, hoofdstuk 5, maatregelen die nodig zijn om kinderarbeid te bestrijden geacht worden tot de maatregelen te behoren die nodig zijn om de openbare zeden of de gezondheid te beschermen.of de handhaving van de openbare orde;
  • b. die noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;
  • c. die noodzakelijk zijn voor de handhaving van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:
  • i. het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van overeenkomsten te compenseren;
  • ii. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;
  • iii. de veiligheid;
  • iv. de handhaving van douanevoorschriften;
  • v. de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;
  • d. die verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;
  • e. die noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;
  • f. die betrekking hebben op de instandhouding van niet-vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, indien die maatregelen worden geëffectueerd in combinatie met beperkingen van de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik van goederen, het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten, of met beperkingen voor binnenlandse investeerders;
  • g. die betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid;
  • h. die strijdig zijn met de artikelen 68 en 77, mits het verschil in behandeling is bedoeld om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, investeerders of dienstverleners uit de EG of uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat33)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op billijke en doeltreffende wijze te kunnen opleggen en innen omvatten maatregelen die de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat op grond van zijn belastingstelsel neemt en die: i) van toepassing zijn op investeerders en dienstverleners die niet ingezeten zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die op het grondgebied van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat hun oorsprong vinden of geschieden, of ii) van toepassing zijn op niet ingezetenen om belastingen op het grondgebied van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat te kunnen opleggen en innen, of iii) van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, uitvoeringsbepalingen daaronder begrepen, of iv) van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruiker verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat hebben, opgelegd of geïnd kunnen worden, of v) een onderscheid maken tussen investeerders en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten en andere investeerder en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen, of vi) inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat te behouden. De belastingvoorwaarden of -concepten van deze bepaling, onder h), en van deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van het nationale recht van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaat al naargelang van wie de maatregel neemt. .
2.

De bepalingen van titel II en van bijlage IV zijn niet van toepassing op het socialezekerheidsstelsel van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of op activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.

Artikel 225. Uitzonderingen met betrekking tot de nationale veiligheid
1.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat zij:

  • a. de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat verplicht gegevens te verstrekken waarvan openbaarmaking naar haar/zijn oordeel tegen haar/zijn wezenlijke veiligheidsbelangen indruist;
  • b. de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat belet maatregelen te nemen die zij/hij ter bescherming van haar/zijn wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die
  • i. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;
  • ii. betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;
  • iii. verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig;
  • iv. betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of voor de nationale defensie, of
  • v. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen, of
  • c. de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat belet maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij/hij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
2.

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt zo volledig mogelijk ingelicht over maatregelen die krachtens lid 1, onder b) en c), worden genomen en over de beëindiging daarvan.

Artikel 226. Belastingen
1.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst of in een in het kader van deze overeenkomst getroffen regeling wordt uitgelegd als beletsel voor de EG of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving een onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of met betrekking tot de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.

2.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst of in een in het kader van deze overeenkomst getroffen regeling wordt uitgelegd als beletsel voor het treffen of doen naleven van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking overeenkomstig de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen of de binnenlandse belastingwetgeving.

3.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst heeft gevolgen voor de rechten en verplichtingen van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat uit hoofde van enig belastingverdrag. In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van een dergelijk verdrag hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang, voor zover er sprake is van strijdigheid.

DEEL V. INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel 227. Gezamenlijke Raad Cariforum-EG
1.

Hierbij wordt een Gezamenlijke Raad Cariforum-EG ingesteld, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.

2.

Zonder afbreuk te doen aan de taken van de Raad van ministers, als neergelegd in artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou, is de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG in het algemeen verantwoordelijk voor de werking en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en ziet hij toe op de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Hij behandelt ook alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang die van invloed zijn op de handel tussen de partijen.

3.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG behandelt ook voorstellen en aanbevelingen van de partijen met het oog op herziening van deze overeenkomst.

Artikel 228. Samenstelling en reglement van orde
1.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, enerzijds, en vertegenwoordigers van de regeringen van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, anderzijds.

2.

De Cariforum-staten geven een van hun vertegenwoordigers een mandaat om namens hen op te treden in alle aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is en waarvoor zij zijn overeengekomen gezamenlijk op te treden.

3.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG stelt zijn reglement van orde vast.

4.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de EG en door een vertegenwoordiger van Cariforum, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG verstrekt periodieke verslagen over de werking van deze overeenkomst aan de Raad van Ministers die is opgericht overeenkomstig artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou.

5.

De leden van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in zijn reglement van orde vastgestelde voorwaarden.

Artikel 229. Beslissingsbevoegdheden en procedures
1.

Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG beslissingsbevoegdheid ten aanzien van alle in de overeenkomst genoemde aangelegenheden.

2.

De besluiten zijn bindend voor de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, die voor de uitvoering ervan alle nodige maatregelen zal treffen overeenkomstig de interne regelgeving van elk van de partijen en van elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat.

3.

Het Gezamenlijke Raad Cariforum-EG mag ook passende aanbevelingen doen.

4.

Voor aangelegenheden waarvoor de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeenkomen gezamenlijk op te treden, stelt de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG besluiten en aanbevelingen in onderling overleg tussen de partijen vast. Voor aangelegenheden waarvoor de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet zijn overeenkomen gezamenlijk op te treden, is voor de goedkeuring van elk besluit de instemming van de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat of -staten vereist.

Artikel 230. Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG
1.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, gewoonlijk hogere ambtenaren. De Cariforum-staten geven een van hun vertegenwoordigers een mandaat om namens hen op te treden in alle aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is en waarvoor zij zijn overeengekomen gezamenlijk op te treden. Elke partij en elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat mag elke aangelegenheid met betrekking tot de toepassing van de overeenkomst of het verwezenlijken van de doelstellingen onder de aandacht van het comité brengen.

2.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG stelt het reglement van orde van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG vast. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt beurtelings voor één jaar voorgezeten door een vertegenwoordiger van elk van de partijen. Het comité brengt jaarlijks verslag uit aan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG.

3.

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt in het bijzonder belast met de volgende taken:

  • a. op handelsgebied:
  • i. toezicht houden op en verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging en correcte toepassing van de bepalingen van de overeenkomst en bespreken van en aanbevelingen doen ten aanzien van de prioriteiten voor de samenwerking ter zake;
  • ii. toezicht houden op de verdere uitwerking van de bepalingen van deze overeenkomst en beoordelen van de resultaten van de toepassing;
  • iii. maatregelen treffen om geschillen over de interpretatie of de toepassing van de overeenkomst in overeenstemming met het bepaalde in deel III te vermijden, en eventueel toch ontstane geschillen oplossen;
  • iv. de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG bijstaan bij de vervulling van zijn taken;
  • v. toezicht houden op de ontwikkeling van regionale integratie en van economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen;
  • vi. toezicht houden op de gevolgen van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voor de duurzame ontwikkeling van de partijen en deze gevolgen evalueren;
  • vii. bespreken en uitvoeren van maatregelen ter bevordering van de handel, van investeringen en van zakelijke mogelijkheden tussen de partijen;
  • viii. bespreken van alle aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen en van elke kwestie die gevolgen kan hebben voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;
  • b. op ontwikkelingsgebied:
  • i. de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG bijstaan bij de vervulling van zijn taken met betrekking tot aangelegenheden in verband met ontwikkelingssamenwerking die onder deze overeenkomst vallen;
  • ii. toezicht houden op de tenuitvoerlegging van de samenwerkingsbepalingen in deze overeenkomst en coördineren van maatregelen ter zake met andere financiers;
  • iii. aanbevelingen doen over handelsgerelateerde samenwerking tussen de partijen;
  • iv. periodiek evalueren van de in deze overeenkomst neergelegde samenwerkingsprioriteiten en in voorkomend geval aanbevelingen doen over het opnemen van nieuwe prioriteiten;
  • v. evalueren en bespreken van samenwerkingsaangelegenheden die vallen onder de regionale integratie en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst.
4.

In het kader van de uitvoering van zijn taken kan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG:

  • a. speciale commissies of organen instellen ter behandeling van aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen, en de samenstelling, de taken en het reglement van orde van deze speciale commissies of organen vaststellen;
  • b. op elk door de partijen overeengekomen tijdstip bijeenkomen;
  • c. alle onder deze overeenkomst vallende onderwerpen behandelen en passende maatregelen nemen ter uitvoering van zijn taken;
  • d. besluiten nemen of aanbevelingen doen in de gevallen waarin deze overeenkomst hierin voorziet of wanneer de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG hem deze uitvoeringsbevoegdheid heeft verleend. In die gevallen neemt het comité besluiten en doet het aanbevelingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 229, lid 4.
5.

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG komt als algemene regel eenmaal per jaar bijeen voor een algehele evaluatie van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, het ene jaar in de EG en het volgende jaar in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat; de datum en de agenda worden tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. Het comité houdt speciale werkvergaderingen om zijn taken uit hoofde van lid 3, onder a) en b), uit te voeren.

Artikel 231. Parlementair Comité Cariforum-EG
1.

Hierbij wordt een Parlementair Comité Cariforum-EG opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Europees Parlement en van de wetgevende macht van de Cariforum-staten elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt met een door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen. Het werkt samen met de in artikel 17 van de Overeenkomst van Cotonou bedoelde Paritaire Parlementaire Vergadering.

2.

Het Parlementair Comité Cariforum-EG bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van de wetgevende macht van de Cariforum-staten, anderzijds. Vertegenwoordigers van de partijen kunnen de vergaderingen van het Parlementair Comité Cariforum-EG bijwonen.

3.

Het Parlementair Comité Cariforum-EG stelt zijn reglement van orde vast en stelt de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG hiervan in kennis.

4.

Het Parlementair Comité Cariforum-EG wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van de wetgevende macht van een Cariforum-staten, overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde.

5.

Het Parlementair Comité Cariforum-EG kan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG om voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst relevante inlichtingen verzoeken, en de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG verstrekt het comité de gevraagde inlichtingen.

6.

Het Parlementair Comité Cariforum-EG wordt op de hoogte gebracht van de besluiten en aanbevelingen van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG.

7.

Het Parlementair Comité Cariforum-EG kan aanbevelingen doen aan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG en het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.

Artikel 232. Raadgevend Comité Cariforum-EG
1.

Hierbij wordt een Raadgevend Comité Cariforum-EG opgericht, dat tot taak heeft de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de academische gemeenschap en de sociale en economische partners, te bevorderen. De dialoog en de samenwerking betreffen alle economische, sociale en milieuaspecten van de betrekkingen tussen de EG en de Cariforumstaten die in de context van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst aan de orde komen.

2.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG beslist over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité Cariforum-EG, teneinde een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van alle belanghebbenden te waarborgen.

3.

Het Raadgevend Comité Cariforum-EG oefent zijn activiteiten uit wanneer het door de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt geraadpleegd, dan wel op eigen initiatief; het doet aanbevelingen aan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG. Vertegenwoordigers van de partijen kunnen de vergaderingen van het Raadgevend Comité Cariforum-EG bijwonen.

4.

Het Raadgevend Comité Cariforum-EG stelt zijn reglement van orde in overeenstemming met de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG vast.

5.

Het Raadgevend Comité Cariforum-EG kan aanbevelingen doen aan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG en het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.

DEEL VI. ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 233. Definitie van de partijen en naleving van verplichtingen
1.

De overeenkomstsluitende partijen bij deze overeenkomst zijn Antigua en Barbuda, het Gemenebest van de Bahama's, Barbados, Belize, het Gemenebest Dominica, de Dominicaanse Republiek, Grenada, de Republiek Guyana, de Republiek Haïti, Jamaica, Saint Christopher en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Republiek Suriname en de Republiek Trinidad en Tobago, in deze overeenkomst de Cariforum-staten genoemd, enerzijds, en de Europese Gemeenschap of haar lidstaten of de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, in het kader van hun respectieve bevoegdheidsgebieden, zoals ontleend aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in deze overeenkomst de „EG” genoemd, anderzijds.

2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst komen de Cariforum-staten overeen gezamenlijk op te treden.

3.

Voor de toepassing van deze overeenkomst heeft de term „partij” naargelang van het geval betrekking op de gezamenlijk optredende Cariforum-staten of op de EG. De term „partijen” heeft betrekking op de gezamenlijk optredende Cariforum-staten en de EG.

4.

Wanneer een individueel optreden voorzien of vereist is voor de uitoefening van rechten of de naleving van verplichtingen in het kader van deze overeenkomst, wordt de term „overeenkomstsluitende Cariforum-staten” gebruikt.

5.

Naargelang van het geval treffen de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen, en zien zij erop toe dat deze in overeenstemming zijn met de doelstellingen die in deze overeenkomst zijn neergelegd.

Artikel 234. Coördinatoren en uitwisseling van informatie
1.

Om de communicatie te vergemakkelijken en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de overeenkomst te waarborgen, wijzen de EG, de gezamenlijke Cariforum-staten en elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat afzonderlijk bij de voorlopige toepassing van deze overeenkomst een coördinator aan. De aanwijzing van coördinatoren doet geen afbreuk aan de specifieke aanwijzing van bevoegde autoriteiten in het kader van specifieke bepalingen van deze overeenkomst.

2.

Op verzoek van een van de partijen geeft de coördinator van de andere partij of van een overeenkomstsluitende Cariforumstaat aan welk bureau of welke ambtenaar verantwoordelijk is voor enige aangelegenheid die betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en verleent hij de nodige hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.

3.

Op verzoek van een van de partijen en voor zover de wettelijke mogelijkheid daartoe bestaat, verstrekken elke partij en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten via hun coördinatoren informatie en beantwoorden zij onverwijld elke vraag over een bestaande of voorgestelde maatregel die gevolgen kan hebben voor de handel tussen de partijen. De partijen komen overeen om hun uitwisselingen van informatie zoveel mogelijk via de Cariforum-coördinator te doen plaatsvinden.

Artikel 235. Transparantie
1.

Elke partij en elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat ziet erop toe dat alle wetten, regelingen, procedures en administratieve beschikkingen van algemene aard alsmede alle internationale verbintenissen over enige handelsaangelegenheid die onder deze overeenkomst valt, onverwijld gepubliceerd en openbaar gemaakt wordt en onder de aandacht van de andere partij wordt gebracht.

2.

Onverminderd specifieke transparantiebepalingen in deze overeenkomst wordt de in dit artikel bedoelde informatie geacht te zijn verstrekt wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt door middel van een passende kennisgeving aan de WTO of wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt op een officiële, voor iedereen kosteloos toegankelijke website van de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat.

3.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht een partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten tot verstrekking van vertrouwelijke informatie wanneer bekendmaking ervan de rechtshandhaving belemmert, anderszins in strijd is met het openbaar belang of schadelijk is voor de handelsbelangen van bepaalde, openbare of particuliere, ondernemingen, behalve voor zover bekendmaking nodig mocht zijn in het kader van een procedure voor geschillenbeslechting als bedoeld in deel III van deze overeenkomst. Wanneer een krachtens artikel 207 opgericht panel bekendmaking nodig acht, ziet het erop toe dat de vertrouwelijkheid volledig in acht wordt genomen.

Artikel 236. Dialoog over financiële kwesties

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen de dialoog en de transparantie te stimuleren en goede praktijken op het gebied van fiscaal beleid en de belastingdiensten uit te wisselen.

Artikel 237. Samenwerking bij de bestrijding van illegale financiële activiteiten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn vastbesloten illegale activiteiten, fraude, corruptie, het witwassen van geld en financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden, en treffen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om te voldoen aan de internationale normen, met inbegrip van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de protocollen daarbij en het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de financiering van terrorisme. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen op deze gebieden informatie uit te wisselen en samen te werken.

Artikel 238. Regionale preferentie
1.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht een partij ertoe een gunstiger behandeling die binnen elk van de partijen als onderdeel van haar respectieve regionale integratieproces wordt toegepast, naar de andere partij bij deze overeenkomst uit te breiden.

2.

Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG in het kader van deze overeenkomst een gunstiger behandeling of een voordeel toekent, geldt deze gunstiger behandeling of dit voordeel ook voor elke andere overeenkomstsluitende Cariforum-staat.

3.

In afwijking van lid 2:

  • i. wordt elke gunstiger behandeling en elk voordeel onmiddellijk na ondertekening van deze overeenkomst toegepast op alle in bijlage III gespecificeerde producten waarvoor een nulrecht geldt;
  • ii. wordt elke gunstiger behandeling en elk voordeel ten aanzien van alle andere in bijlage III gespecificeerde producten en de bepalingen in bijlage IV één jaar na de datum van ondertekening van deze overeenkomst toegepast tussen de groep Cariforum-staten die de „meer ontwikkelde landen” van de Caribische Gemeenschap omvat (het Gemenebest van de Bahama's, Barbados, de Republiek Guyana, Jamaica, de Republiek Suriname en de Republiek Trinidad en Tobago) en de Dominicaanse Republiek;
  • iii. wordt elke gunstiger behandeling en elk voordeel ten aanzien van alle andere in bijlage III gespecificeerde producten en de bepalingen van bijlage IV twee jaar na de datum van ondertekening van deze overeenkomst toegepast tussen de groep Cariforum-staten die de „minder ontwikkelde landen” van de Caribische Gemeenschap omvat (Antigua en Barbuda, Belize, het Gemenebest Dominica, Grenada, Saint Christopher en Nevis, Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines) en de Dominicaanse Republiek. De Republiek Haïti hoeft gunstiger behandelingen en voordelen de eerste vijf jaar na de ondertekening van deze overeenkomst niet tot de Dominicaanse Republiek uit te breiden.
Artikel 239. Ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap
1.

Gezien de geografische nabijheid van de ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap en de Cariforum-staten en ter versterking van de economische en sociale banden tussen deze gebieden en de Cariforum-staten, streven de partijen ernaar tussen de ultraperifere gebieden en de Cariforum-staten met name de samenwerking op alle door deze overeenkomst bestreken gebieden te bevorderen en daarnaast de handel in goederen en diensten te vergemakkelijken, investeringen aan te moedigen en vervoers- en communicatiebanden te stimuleren.

2.

De in lid 1 genoemde doelen worden waar mogelijk ook nagestreefd door de gezamenlijke deelname van de Cariforumstaten en de ultraperifere gebieden in specifieke en kaderprogramma's van de Europese Gemeenschap op door deze overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren.

3.

De EG streeft naar coördinatie tussen de verschillende financiële instrumenten van het cohesie- en ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap, teneinde de samenwerking tussen de Cariforum-staten en de ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap op door deze overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren.

4.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst belet de EG bestaande maatregelen die zijn gericht op verbetering van de structurele economische en sociale situatie van de ultraperifere gebieden ingevolge artikel 299, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap toe te passen.

Artikel 240. Betalingsbalansproblemen
1.

In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie mag een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG beperkende maatregelen op de handel in goederen en diensten en ten aanzien van de vestiging instellen of handhaven.

2.

De overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG streven ernaar de toepassing van de in lid 1 bedoelde beperkende maatregelen te vermijden.

3.

Beperkende maatregelen die krachtens dit artikel worden ingesteld of gehandhaafd, dienen niet-discriminerend en van beperkte duur te zijn en mogen niet verder reiken dan hetgeen noodzakelijk is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. Zij dienen in overeenstemming te zijn met de voorwaarden van de WTO-overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds.

4.

Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG beperkende maatregelen instelt of handhaaft of wijzigingen van dergelijke maatregelen vaststelt, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van de maatregelen voor.

5.

Er wordt onmiddellijk overleg gepleegd in het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Bij dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staten of de EG en de krachtens dit artikel vastgestelde of gehandhaafde beperkingen onderzocht, waarbij onder meer de volgende factoren in aanmerking worden genomen:

  • a. de aard en omvang van de problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie;
  • b. de buitenlandse economische positie en de handelssituatie;
  • c. andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.

Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 3 en 4. Alle bevindingen van statistische en andere aard met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans die van het Internationaal Monetair Fonds afkomstig zijn, worden aanvaard, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Fonds over de betalingsbalans en de externe financiële positie van de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG.

Artikel 241. Verband met de Overeenkomst van Cotonou
1.

Met uitzondering van de bepalingen inzake ontwikkelingssamenwerking in deel 3, titel II, van de Overeenkomst van Cotonou, hebben in geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van deel 3, titel II, van de Overeenkomst van Cotonou, de bepalingen van deze overeenkomst voorrang.

2.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor de goedkeuring door de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat van maatregelen, met inbegrip van maatregelen op handelsgebied in het kader van deze overeenkomst, die hij passend acht, zoals voorzien in de artikelen 11 ter, 96 en 97 van de Overeenkomst van Cotonou en overeenkomstig de in die artikelen neergelegde procedures.

Artikel 242. Verband met de WTO-Overeenkomst

De partijen komen overeen dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst hen of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten verplicht te handelen op een wijze die in strijd is met hun WTO-verplichtingen.

Artikel 243. Inwerkingtreding
1.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

2.

Deze kennisgeving wordt gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, die depositaris van deze overeenkomst is.

3.

In afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst komen de Europese Gemeenschap en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeen de overeenkomst, volledig of gedeeltelijk, voorlopig toe te passen. Dit kan gebeuren door voorlopige toepassing overeenkomstig de wetgeving van een ondertekenaar of door ratificatie van de overeenkomst. Van de voorlopige toepassing wordt kennis gegeven aan de depositaris. De overeenkomst wordt tien (10) dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de voorlopige toepassing van de Europese Gemeenschap of van alle overeenkomstsluitende Cariforum-staten, afhankelijk van welke de laatste is, voorlopig toegepast. De voorlopige toepassing geschiedt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk op 31 oktober 2008.

4.

In afwijking van lid 3 nemen de Europese Gemeenschap en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de nodige stappen om de overeenkomst, voor zover haalbaar, al voor de voorlopige toepassing toe te passen.

Artikel 244. Duur
1.

Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

2.

Elk van beide partijen of elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat kan deze overeenkomst door schriftelijke kennisgeving aan de anderen opzeggen.

3.

De opzegging wordt zes maanden na de kennisgeving van kracht.

Artikel 245. Territoriaal toepassingsgebied

Deze overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, elk grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, het grondgebied van elk van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten. Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst wordt in deze zin begrepen.

Artikel 246. Herzieningsclausule
1.

De partijen komen overeen om, in het licht van de ervaring die bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst wordt opgedaan, te overwegen deze overeenkomst uit te breiden teneinde de werkingssfeer overeenkomstig hun respectieve wetgeving te verruimen en aan te vullen, door de overeenkomst te wijzigen of door overeenkomsten te sluiten inzake specifieke sectoren of activiteiten. De partijen kunnen ook overwegen deze overeenkomst te herzien, teneinde de landen en gebieden overzee die met de Europese Gemeenschap geassocieerd zijn, onder de werkingssfeer van deze overeenkomst te brengen.

2.

Wat de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst betreft, kan elke partij voorstellen doen tot aanpassing van de samenwerking op handelsgebied, rekening houdend met de ervaring die bij de tenuitvoerlegging is opgedaan.

3.

De partijen zijn het erover eens dat deze overeenkomst wellicht moet worden herzien bij het verstrijken van de Overeenkomst van Cotonou.

Artikel 247. Toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU
1.

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt in kennis gesteld van ieder verzoek van een derde staat om toe te treden tot de Europese Unie (EU). Tijdens de onderhandelingen tussen de EU en de staat die het verzoek heeft ingediend, verstrekt de EG de Cariforum-staten alle relevante informatie, en deze stellen van hun kant de EG in kennis van hun problemen, zodat zij daar ten volle rekening mee kan houden. De EG stelt de Cariforum-staten in kennis van elke toetreding tot de EU.

2.

Elke nieuwe lidstaat van de EU wordt vanaf de datum van zijn toetreding partij bij de overeenkomst door middel van een daartoe strekkende clausule in de akte van toetreding. Indien de akte van toetreding tot de EU niet voorziet in een automatische toetreding van de EU-lidstaat tot deze overeenkomst, treedt de betrokken EU-lidstaat toe door nederlegging van een akte van toetreding bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan de Cariforum-staten.

3.

De partijen onderzoeken de gevolgen van de toetreding van nieuwe EU-lidstaten tot deze overeenkomst. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige overgangs- of wijzigingsmaatregelen vaststellen.

Artikel 248. Toetreding
1.

Elke Caribische staat kan tot deze overeenkomst toetreden onder de voorwaarden die zijn overeengekomen tussen dat land en de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en na goedkeuring overeenkomstig de toepasselijke wettelijke procedures van de EG, de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en het toetredende land.

2.

De akte van toetreding wordt bij de depositaris gedeponeerd.

Artikel 249. Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 250. Bijlagen

De bijlagen, protocollen en voetnoten vormen een integrerend deel van deze overeenkomst. Bijlage III, aanhangsel 1, is uitsluitend in het Engels opgesteld.

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  • b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  • c. „product”: het product dat wordt vervaardigd, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  • d. „goederen”: zowel materialen als producten;
  • e. „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
  • f. „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  • g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het betrokken gebied is betaald;
  • h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie in punt g), die van dienovereenkomstige toepassing is;
  • i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van de in de EG, de Cariforum-staten of de landen en gebieden overzee (LGO's) ingevoerde materialen uit derde landen;
  • j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
  • k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  • l. „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
  • m. „gebieden”: met inbegrip van de territoriale wateren;
  • n. „LGO's”: de landen en gebieden overzee zoals gedefinieerd in bijlage IX;
  • o. „andere ACS-staten”: de landen in bijlage XI.

TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel 2. Algemene voorwaarden
1.

Voor de toepassing van de economische partnerschapovereenkomst Cariforum-EG, hierna „de overeenkomst” genoemd, worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de EG:

  • a. volledig in de EG verkregen producten in de zin van artikel 6 van dit protocol;
  • b. in de EG verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig zijn verkregen, mits deze materialen in de EG een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 7.
2.

Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Cariforum-staten:

  • a. volledig in de Cariforum-staten verkregen producten in de zin van artikel 6 van dit protocol;
  • b. in de Cariforum-staten verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig zijn verkregen, mits deze materialen in de betrokken Cariforum-staat een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 7.
3.

Voor de toepassing van lid 2 worden de gebieden van de Cariforum-staten als één gebied beschouwd.

Producten van oorsprong die gemaakt zijn van materialen die volledig zijn verkregen in twee of meer Cariforum-staten of die daar een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, worden geacht van oorsprong te zijn uit de Cariforum-staat waar de laatste be- of verwerking heeft plaatsgevonden, mits deze be- of verwerking ingrijpender was dan de in artikel 8 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.

4.

Voor de in bijlage X genoemde producten en de producten van tariefpost 1006 zijn de bepalingen van lid 3 pas na 1 oktober 2015 respectievelijk na 1 januari 2010 van toepassing.

Artikel 3. Cumulatie in de EG
1.

Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, worden materialen van oorsprong uit de Cariforum-staten, de LGO's of de andere ACS-staten beschouwd als van oorsprong uit de EG wanneer zij zijn verwerkt in een aldaar verkregen product. Zij behoeven zelf geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan, mits de be- of verwerking ingrijpender is dan de in artikel 8 genoemde be- of verwerkingen.

2.

Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, worden be- en verwerkingen die in de Cariforum-staten, de LGO's of in de andere ACS-staten zijn verricht, geacht in de EG te zijn verricht wanneer de materialen in de EG een verdere be- of verwerking ondergaan die ingrijpender is dan de in artikel 8 genoemde be- of verwerkingen.

3.

De cumulatie waarin de leden 1 en 2 voorzien, kan met betrekking tot de LGO's en de andere ACS-staten slechts worden toegepast indien:

  • a. de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprongsstatus en het land van bestemming een overeenkomst inzake administratieve samenwerking hebben gesloten die de correcte toepassing van dit artikel garandeert;
  • b. materialen en producten de oorsprongsstatus hebben verkregen door de toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol;
  • c. de EG de Cariforum-staten via de Commissie van de Europese Gemeenschappen bijzonderheden verstrekt over overeenkomsten inzake administratieve samenwerking met de andere in dit artikel bedoelde landen of gebieden. De Commissie en de Cariforum-staten maken, respectievelijk in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unieen volgens hun eigen procedures, bekend vanaf welke datum de in dit artikel bedoelde cumulatie met de in dit artikel bedoelde landen of gebieden die aan de nodige eisen hebben voldaan, mag worden toegepast.
Artikel 4. Cumulatie in de Cariforum-staten
1.

Voor de toepassing van artikel 2, lid 2, worden materialen van oorsprong uit de EG, de LGO's of de andere ACS-staten beschouwd als van oorsprong uit de Cariforum-staten wanneer zij zijn gebruikt bij de vervaardiging van een aldaar verkregen product. Zij behoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan, mits de be- of verwerking ingrijpender is dan de in artikel 8 genoemde be- of verwerkingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)