Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2008-12-29
State In force
Source BWB
artikelen 318
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen dat de octrooibepalingen in deze onderafdeling en het Verdrag inzake biologische diversiteit op een elkaar ondersteunende wijze ten uitvoer worden gelegd.

4.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten mogen in het kader van de administratieve eisen voor een octrooiaanvraag voor een uitvinding waarbij als noodzakelijk onderdeel van de uitvinding biologisch materiaal wordt gebruikt, eisen dat de aanvrager de bronnen van het door hem gebruikte biologische materiaal vermeldt en in de beschrijving van de uitvinding opneemt.

5.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen regelmatig ideeën en informatie uit te wisselen over de volgende multilaterale discussies ter zake:

  • a. in het kader van de WIPO, over onderwerpen die worden behandeld door het Intergouvernementeel Comité voor intellectuele eigendom, genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore;
6.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen om, wanneer de in lid 5 bedoelde multilaterale discussies ter zake zijn afgesloten, dit artikel op verzoek van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG te heroverwegen in het licht van de resultaten van die multilaterale discussies.

ONDERAFDELING 3. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel 151. Algemene verplichtingen
1.

Zonder afbreuk te doen aan hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst, en in het bijzonder van deel III daarvan, stellen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen vast die nodig zijn om de handhaving van de in deze richtlijn bedoelde intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen. Deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen dienen eerlijk en billijk te zijn, mogen niet onnodig ingewikkeld of duur zijn en mogen geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen inhouden.

2.

De maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, die ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, worden zodanig toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor rechtmatig handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze procedures.

Artikel 152. Rechthebbenden

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen te verzoeken:

  • a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • b. alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • d. organisaties voor de verdediging van beroepsbelangen, die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht.
Artikel 153. Bewijsmateriaal

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten treffen de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, op verzoek in voorkomend geval overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel 154. Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties al vóór de inleiding van de bodemprocedure op verzoek van een entiteit die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter onderbouwing van haar argumenten dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd. Tot deze maatregelen kunnen behoren de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de litigieuze goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie en/of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten.

Artikel 155. Recht op informatie
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties, tijdens een gerechtelijke procedure wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht, op gerechtvaardigd en redelijk verzoek van de eiser kunnen gelasten dat informatie over de herkomst en de distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, wordt verstrekt door de inbreukmaker en/of door een andere persoon die:

  • a. de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit blijkt te hebben;
  • b. de inbreukmakende diensten op commerciële schaal blijkt te gebruiken;
  • c. op commerciële schaal diensten blijkt te verlenen die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, of
  • d. door een onder a), b) of c) bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten.
2.

De in lid 1 bedoelde informatie omvat naargelang passend:

  • a. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren;
  • b. inlichtingen over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.
3.

De leden 1 en 2 gelden onverminderd andere regelgeving waarbij:

  • a. de rechthebbende ruimere rechten op informatie worden toegekend;
  • b. het gebruik van de krachtens dit artikel medegedeelde informatie in burgerlijke of strafzaken wordt geregeld;
  • c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
  • d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf of door naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven, of
  • e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
Artikel 156. Voorlopige en conservatoire maatregelen
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien het nationale recht hierin voorziet, op straffe van een dwangsom tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat intellectuele-eigendomsrecht te verbieden, dan wel om aan deze voortzetting de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld voor schadeloosstelling van de rechthebbende wanneer een inbreuk wordt vastgesteld. Onder dezelfde voorwaarden kan een voorlopig bevel worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht.

2.

Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming of afgifte te kunnen gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

3.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, in het geval van een inbreuk op commerciële schaal, de rechterlijke instanties, wanneer de eiser omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, conservatoir beslag kunnen laten leggen op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden. Met het oog daarop kunnen de bevoegde instanties overlegging van bancaire, financiële of commerciële documenten of passende inzage van de desbetreffende informatie gelasten.

Artikel 157. Corrigerende maatregelen
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de rechthebbende wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de terugroeping of de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer dan wel de vernietiging kunnen gelasten met betrekking tot de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht vormen.

2.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat deze maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

Artikel 158. Rechterlijke bevelen

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de bevoegde rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer het nationale recht erin voorziet, wordt bij niet-naleving van een bevel, indien passend, een dwangsom tot naleving van het verbod opgelegd.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien er tevens op toe dat de rechthebbenden om een rechterlijk bevel kunnen verzoeken tegen tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel 159. Alternatieve maatregelen

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in passende gevallen en op verzoek van degene aan wie de in deel III van de TRIPs-overeenkomst en in dit hoofdstuk vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit deel III van de TRIPs-overeenkomst en dit hoofdstuk, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel 160. Schadevergoeding
1.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties die de schadevergoeding vaststellen:

  • a. rekening houden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in passende gevallen, andere elementen dan economische factoren, of
  • b. als alternatief voor het bepaalde onder a), in passende gevallen de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het desbetreffende intellectuele-eigendomsrecht te gebruiken.
2.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bepalen dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een, eventueel vooraf vastgestelde, schadevergoeding kunnen gelasten wanneer de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij een inbreuk pleegde.

Artikel 161. Gerechtskosten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun interne recht regels voor het verhaal van de kosten bevat die in het algemeen voorschrijven dat de verliezende partij de kosten draagt tenzij de billijkheid vereist dat de kosten op een andere manier worden verhaald.

Artikel 162. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties in het kader van gerechtelijke procedures wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van volledige of gedeeltelijke bekendmaking en publicatie van de uitspraak. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking die passend zijn in de omstandigheden van het geval, zoals opvallende publiciteit.

Artikel 163. Grensmaatregelen
1.

Tenzij in deze afdeling anderszins wordt bepaald, stellen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten procedures28)Er bestaat overeenstemming over het feit dat er geen verplichting bestaat om deze procedures toe te passen op de invoer van goederen die door de houder van het recht of met diens toestemming in een ander land op de markt worden gebracht. vast om een houder van een recht, die geldige gronden heeft om te vermoeden dat goederen waarmee een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt29)Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder „goederen waarmee een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt” verstaan:a.„namaakgoederen”, namelijk:i.goederen, met inbegrip van hun verpakking, waarop zonder toestemming een handelsmerk is aangebracht dat identiek is aan het naar behoren geregistreerde handelsmerk voor dergelijke goederen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden, en die zodoende inbreuk maken op de rechten van de houder van het betrokken merk;ii.beeldmerken (logo, etiket, sticker, prospectus, gebruiksaanwijzing of garantiebewijs), zelfs indien deze afzonderlijk worden aangeboden, waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;iii.afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop merken van nagemaakte goederen zijn aangebracht en waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;b.„door piraterij verkregen goederen” namelijk: goederen die kopieën zijn of bevatten die zijn vervaardigd zonder toestemming van hetzij de houder van een al dan niet overeenkomstig het nationale recht geregistreerd auteursrecht of naburig recht dan wel recht inzake tekeningen of modellen, hetzij een naar behoren door de houder van het recht gemachtigd persoon in het productieland;c.goederen die volgens het recht van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar het verzoek om optreden van de douane wordt ingediend, inbreuk maken op:i.een tekening of model;ii.een geografische aanduiding.De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen samen te werken bij de uitbreiding van de werkingssfeer van deze definitie tot goederen waarmee een inbreuk wordt gemaakt op om het even welk intellectuele-eigendomsrecht. worden ingevoerd, uitgevoerd, wederuitgevoerd, in of uit het douanegebied worden gebracht, onder een schorsingsregeling worden gebracht of in een douanevrije zone of een vrij entrepot worden geplaatst,

in staat te stellen bij de bevoegde administratieve of rechterlijke autoriteiten een schriftelijk verzoek in te dienen tot opschorting van het in het vrije verkeer brengen van deze goederen dan wel het tegenhouden ervan door de douaneautoriteiten.

2.

De bepalingen van de artikelen 52 tot en met 60 van de TRIPs-overeenkomst zijn van toepassing. Alle rechten die in het kader van die bepalingen voor de importeur zijn vastgesteld, zijn ook van toepassing op de exporteur of de bezitter van de goederen.

ONDERAFDELING 4. SAMENWERKING

Artikel 164. Samenwerking
1.

De samenwerking is gericht op steun bij de tenuitvoerlegging van de verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van deze afdeling. De partijen komen overeen dat samenwerking vooral belangrijk is tijdens de in de artikelen 139 en 140 bedoelde overgangsperiode.

2.

Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

  • a. versterking van regionale initiatieven, organisaties en bureaus op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de opleiding van personeel en de ontwikkeling van openbare databanken, met het oog op verbetering van de regionale regelgevende capaciteit, de regionale wet- en regelgeving en de tenuitvoerlegging daarvan met betrekking tot de in het kader van deze afdeling aangegane verbintenissen, met inbegrip van de rechtshandhaving. Dit behelst in het bijzonder steun aan landen die geen partij zijn, maar die wensen deel te nemen aan regionale initiatieven en het regionale beheer van auteursrechten en naburige rechten;
  • b. steun bij de opstelling van nationale wet- en regelgeving voor de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, bij de oprichting en uitbreiding van nationale bureaus en andere instanties op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de opleiding van personeel op het gebied van de rechtshandhaving, en bij de invoering van instrumenten voor samenwerking tussen dergelijke instanties van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, mede teneinde de toetreding tot en de naleving van de in deze afdeling genoemde verdragen en overeenkomsten door de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te bevorderen;
  • c. vaststelling van producten die kunnen profiteren van de bescherming van geografische aanduidingen en andere acties die erop gericht zijn deze producten door middel van geografische aanduidingen te beschermen. Daarbij besteden de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in het bijzonder aandacht aan de bevordering en bescherming van plaatselijke traditionele kennis en biodiversiteit door de vaststelling van geografische aanduidingen;
  • d. de opstelling door handels- of beroepsverenigingen of -organisaties van gedragscodes die bedoeld zijn om bij te dragen tot de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, in overleg met de bevoegde autoriteiten van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.

HOOFDSTUK 3. OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 165. Algemene doelstelling

De partijen erkennen het belang van transparante, concurrentiegerichte aanbestedingen voor de economische ontwikkeling, met inachtneming van de speciale situatie van de economieën van de Cariforum-staten.

Artikel 166. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

    1. wordt onder „overheidsopdrachten” verstaan: verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken, door de in bijlage VI genoemde aanbestedende instanties, voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Het begrip omvat verwerving door middel van aankoop, lease, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
    1. wordt onder „aanbestedende diensten” verstaan: de in bijlage VI genoemde diensten van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG, die in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk een aanbesteding uitschrijven;
    1. wordt onder „leveranciers” verstaan: iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon, overheidsinstantie of groep van deze personen of instanties uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG die goederen of diensten kan verstrekken of werken kan uitvoeren. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverleners en aannemers;
    1. wordt onder „erkende leverancier” verstaan: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelneming voldoet;
    1. wordt onder „in aanmerking komende leverancier” verstaan: een leverancier die aan overheidsopdrachten van een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat mag deelnemen, in overeenstemming met het nationale recht en onverminderd de bepalingen in dit hoofdstuk;
    1. wordt onder „lijst voor veelvuldig gebruik” verstaan: een lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden opgenomen en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;
    1. wordt onder „rechtspersoon” verstaan: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, al dan niet met winstoogmerk en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
    1. wordt onder „rechtspersoon van een partij” verstaan: een rechtspersoon die naar het recht van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten opgericht of anderszins georganiseerd is. Wanneer die rechtspersoon alleen zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of van de EG heeft, hoeft hij niet te worden beschouwd als rechtspersoon van een partij, tenzij hij omvangrijke zakelijke transacties op een van deze grondgebieden verricht;
    1. wordt onder „natuurlijke persoon” verstaan: een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, volgens hun respectieve wetgeving;
    1. omvatten diensten ook bouwwerkzaamheden, tenzij anderszins gespecificeerd;
    1. wordt onder „schriftelijk” verstaan: elk vorm van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, die kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;
    1. wordt onder „bericht van aanbesteding” verstaan: een bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;
    1. wordt onder „openbare” aanbestedingsprocedures verstaan: procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
    1. wordt onder aanbestedingsprocedures „met voorafgaande selectie” verstaan: procedures waarbij, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in dit hoofdstuk, alleen door de aanbestedende dienst uitgenodigde gekwalificeerde leveranciers mogen inschrijven;
    1. wordt onder „onderhandse” aanbestedingsprocedures verstaan: procedures waarbij de aanbestedende diensten de leveranciers van hun keuze mogen raadplegen en met één of meer van hen mogen onderhandelen over de aanbestedingsvoorwaarden;
    1. wordt onder „technische specificaties” verstaan: een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen producten of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, merktekens en etikettering, dan wel de procedés of methoden voor de productie ervan en de door de in dit hoofdstuk bedoelde aanbestedende diensten voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;
    1. wordt onder „bijzondere voorwaarden” in overheidsopdrachten verstaan: alle voorwaarden of verbintenissen die plaatselijke ontwikkelingen aanmoedigen of de betalingsbalans verbeteren, zoals het gebruik van binnenlandse producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en dergelijke.
Artikel 167. Werkingssfeer
1.

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn alleen van toepassing op de in bijlage 6 genoemde aanbestedende diensten voor opdrachten boven de in die bijlage genoemde drempels.

2.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de in dit hoofdstuk bedoelde aanbestedende diensten hun opdrachten op transparante wijze en overeenkomstig de bepalingen in dit hoofdstuk en de bijlagen ter zake aanbesteden, waarbij zij elke in aanmerking komende leverancier uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of de EG op dezelfde wijze en overeenkomstig het beginsel van een open en daadwerkelijke mededinging behandelen.

A. Steun voor de totstandbrenging van regionale aanbestedingsmarkten

    1. De partijen erkennen het economische belang van de totstandbrenging van concurrentiegerichte regionale aanbestedingsmarkten.
  • 2.
  • a. Voor alle maatregelen betreffende de hier bedoelde opdrachten streeft elk van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, ernaar een in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde leverancier niet ongunstiger te behandelen dan een andere, ter plaatse gevestigde leverancier.
  • b. Voor alle maatregelen betreffende de hier bedoelde opdrachten:
  • i. streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, ernaar niet tegen een op het grondgebied van een van de partijen gevestigde leverancier te discrimineren omdat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn van het grondgebied van een van de partijen;
  • ii. behandelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, een ter plaatse gevestigde leverancier niet ongunstiger dan een andere ter plaatse gevestigde leverancier wegens de mate waarin deze verbonden is met of eigendom is van marktdeelnemers of onderdanen van een overeenkomstsluitende Cariforumstaat of de EG.
    1. Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de hier bedoelde opdrachten behandelt elk van de partijen, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, behoudens lid 4 goederen en diensten van de andere partij en leveranciers uit de andere partij die goederen of diensten van het grondgebied van een van de partijen aanbieden, niet ongunstiger dan zij binnenlandse goederen, diensten en leveranciers behandelen.
    1. De partijen zijn pas verplicht de in lid 3 bedoelde behandeling te geven wanneer de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG een besluit ter zake heeft genomen. In dat besluit kan worden gespecificeerd op welke opdrachten van elk van de partijen en onder welke voorwaarden de in lid 3 bedoelde behandeling van toepassing is.

B. Waarderingsregels

Aanbestedende diensten kiezen geen waarderingsmethode of splitsen een opdracht niet op om zich aan de toepassing van dit hoofdstuk te onttrekken. Bij de waardebepaling moet rekening worden gehouden met alle vormen van vergoeding, met inbegrip van alle premies, provisies, commissielonen en rente.

C. Uitzonderingen

    1. Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zo uitgelegd dat deze een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG belet maatregelen op te leggen of te handhaven ten aanzien van goederen of diensten van personen met een handicap, filantropische instellingen of gedetineerden.
    1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
  • a. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of de rechten daarop;
  • b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van steun die een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat verschaft, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen;
  • c. de aanbesteding of verwerving van diensten van belastingadviseurs of bewaarnemers, vereffenings- en managementdiensten voor officiële financiële instellingen of van diensten in verband met de verkoop, afbetaling en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten;
  • d. de verwerving, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor uitzendingen door omroeporganisaties, en overeenkomsten betreffende zendtijd;
  • e. arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
  • f. arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid;
  • g. diensten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;
  • h. de aanschaf van landbouwproducten ter ondersteuning van steunprogramma's voor de landbouw en voedselhulpprogramma's;
  • i. aanbestedingen binnen de overheid;
  • j. opdrachten die worden aanbesteed:
  • i. met het directe doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen;
  • ii. in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten of betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat met een nietovereenkomstsluitende partij;
  • iii. ter ondersteuning van strijdkrachten die buiten het grondgebied van de partij of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat zijn gelegerd;
  • iv. in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk.
Artikel 168. Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten
1.

Behoudens artikel 180, lid 4, publiceert elke partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat onverwijld in de daarvoor bestemde publicaties genoemd in bijlage VII, met inbegrip van officieel aangewezen elektronische media, alle wetten, voorschriften, rechterlijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en procedures in verband met overheidsopdrachten waarop het bepaalde in dit hoofdstuk van toepassing is, alsmede de afzonderlijke overheidsopdrachten. Elke partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat publiceert op dezelfde wijze onverwijld alle wijzigingen van dergelijke maatregelen en stelt de andere partijen binnen een redelijke termijn van die wijzigingen in kennis.

2.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun aanbestedende diensten de mogelijkheden tot inschrijving op aanbestedingen van overheidsopdrachten effectief bekendmaken en verstrekken in aanmerking komende leveranciers alle informatie die zij nodig hebben om aan deze aanbestedingen deel te nemen. Elke partij creëert en onderhoudt een passende onlinefaciliteit om een effectieve bekendmaking van overheidsopdrachten te bevorderen.

  • a. De aan leveranciers ter beschikking gestelde aanbestedingsstukken dienen alle informatie te bevatten die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen te kunnen doen.
  • b. Wanneer een dienst de volledige aanbestedingsstukken en ondersteunende documentatie niet kosteloos langs elektronische weg rechtstreeks toegankelijk maakt, verstrekt zij de aanbestedingsstukken onverwijld op verzoek van de in aanmerking komende leveranciers van de partijen.
3.

Voor elke overheidsopdracht waarop het bepaalde in dit hoofdstuk van toepassing is, publiceren de aanbestedende diensten, behoudens andersluidende bepalingen, vooraf een bericht van aanbesteding. Elk bericht is toegankelijk gedurende het gehele tijdvak dat voor de aanbesteding van de desbetreffende opdracht is vastgesteld.

4.

Ieder bericht van aanbesteding bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. de naam, het adres, het faxnummer en het e-mailadres (indien beschikbaar) van de aanbestedende dienst en het adres waar alle documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden verkregen, indien dat een ander adres is;
  • b. de gekozen aanbestedingsprocedure en de vorm van de opdracht;
  • c. een omschrijving van de aanbestede opdracht alsmede de wezenlijke eisen waaraan in het kader van de opdracht moet worden voldaan;
  • d. alle voorwaarden waaraan leveranciers moeten voldoen om aan de aanbesteding te mogen deelnemen;
  • e. de termijnen voor de indiening van de inschrijvingen en in voorkomend geval alle termijnen voor de indiening van verzoeken om deelneming aan de aanbesteding;
  • f. alle criteria die worden toegepast voor de gunning van de opdracht;
  • g. indien mogelijk de betalingsvoorwaarden en andere voorwaarden.
5.

De aanbestedende diensten worden aangemoedigd hun aanbestedingsplannen zo vroeg mogelijk in elk begrotingsjaar aan te kondigen. De aankondiging dient het onderwerp van de aanbesteding en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding te bevatten.

6.

Aanbestedende diensten op het gebied van de nutsbedrijven kunnen de aankondiging over hun aanbestedingsplannen als bericht van aanbesteding gebruiken, mits de aankondiging zoveel als mogelijk van de in lid 4 bedoelde informatie bevat alsmede een verklaring dat leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de dienst bekend moeten maken.

Artikel 169. Methoden voor de gunning van overheidsopdrachten
1.

Zonder afbreuk te doen aan de gebruikte methode voor de gunning van een specifieke overheidsopdracht, zien de aanbestedende diensten erop toe dat die methode in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsdocumenten wordt gespecificeerd.

2.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun wet- en regelgeving duidelijk voorschrijft onder welke voorwaarden aanbestedende diensten gebruik kunnen maken van onderhandse aanbestedingsprocedures. De aanbestedende diensten gebruiken die methoden niet om de deelneming aan de aanbesteding op niet-transparante wijze te beperken.

3.

In het geval van een elektronische aanbesteding:

  • a. ziet de aanbestedende dienst erop toe dat hiervoor algemeen beschikbare en interoperabele informatietechnologieproducten en software worden gebruikt, met inbegrip van die voor de authenticatie en encryptie van informatie;
  • b. hanteert de aanbestedende dienst mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelneming en inschrijvingen waarborgen en ongeoorloofde toegang voorkomen.
Artikel 170. Aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie
1.

Bij aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie:

  • a. publiceren de aanbestedende diensten een bericht van aanbesteding;
  • b. nodigen zij in het bericht van aanbesteding de in aanmerking komende leveranciers uit een verzoek om deelneming in te dienen;
  • c. selecteren zij de leveranciers die aan de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie mogen deelnemen op eerlijke wijze;
  • d. vermelden zij de termijn voor de indiening van een verzoek om deelneming.
2.

De aanbestedende diensten erkennen als gekwalificeerde leverancier alle leveranciers die aan de voorwaarden voor deelneming aan een specifieke aanbestedingsprocedure voldoen, tenzij de aanbestedende dienst in het bericht of, wanneer deze openbaar toegankelijk zijn, in de aanbestedingsdocumenten vermeldt dat het aantal leveranciers dat tot de aanbesteding wordt toegelaten beperkt is, onder opgave van de objectieve criteria voor een dergelijke beperking.

3.

Wanneer de aanbestedingsdocumenten niet vanaf de datum van publicatie van het in lid 1 bedoelde bericht van aanbesteding openbaar toegankelijk zijn, zien de aanbestedende diensten erop toe dat die documenten voor alle geselecteerde gekwalificeerde leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar zijn.

Artikel 171. Onderhandse aanbesteding
1.

Bij een onderhandse aanbesteding kan een aanbestedende dienst besluiten artikel 168, artikel 169, leden 1 en 3, artikel 170, artikel 173, lid 1, en de artikelen 174, 175, 176 en 178 niet toe te passen.

2.

Aanbestedende diensten kunnen hun overheidsopdrachten in de volgende gevallen gunnen door middel van een onderhandse aanbestedingsprocedure:

  • a. wanneer er naar aanleiding van een openbare aanbestedingsprocedure of een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie geen geschikte inschrijvingen zijn ingediend, mits de eisen van de oorspronkelijke aanbesteding niet aanzienlijk zijn gewijzigd;
  • b. wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts door een bepaalde leverancier kan worden uitgevoerd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat;
  • c. wanneer wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet zijn voorzien, de producten of diensten niet tijdig konden worden verkregen door middel van een openbare aanbestedingsprocedure of een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
  • d. voor aanvullende leveringen van goederen of diensten door de oorspronkelijke leverancier, wanneer een verandering van leverancier de aanbestedende dienst ertoe zou verplichten uitrusting of diensten aan te besteden die niet voldoen aan de eis van verwisselbaarheid met bestaande uitrusting of diensten die in het kader van de aanvankelijke opdracht waren aanbesteed en wanneer dat onderscheid zou leiden tot aanzienlijk ongemak of een aanzienlijke toename van de kosten voor de aanbestedende dienst;
  • e. wanneer een aanbestedende dienst prototypes of een nieuw product of een nieuwe dienst aanschaft die op haar verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht zijn ontwikkeld;
  • f. wanneer aanvullende diensten die niet in de aanvankelijke opdracht waren opgenomen, maar binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke aanbestedingsstukken vallen, als gevolg van onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden om de daarin beschreven diensten te voltooien. De totale waarde van de met het oog op de aanvullende diensten geplaatste opdrachten mag evenwel niet meer bedragen dan 50% van het bedrag van de oorspronkelijke opdracht;
  • g. voor nieuwe diensten die bestaan in de herhaling van soortgelijke diensten die overeenstemmen met een basisproject waarvoor een aanvankelijke opdracht was geplaatst na een openbare aanbestedingsprocedure of een procedure met voorafgaande selectie, en waarvoor de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding had aangegeven dat gebruik zou kunnen worden gemaakt van een onderhandse procedure voor de plaatsing van opdrachten voor dergelijke nieuwe diensten;
  • h. voor producten die op een goederenmarkt worden aangekocht;
  • i. in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een ontwerpwedstrijd; indien er meerdere winnaars zijn, dienen alle prijswinnaars te worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingen als gespecificeerd in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsstukken;
  • j. voor aankopen onder uitzonderlijk voordelige voorwaarden die alleen op zeer korte termijn ontstaan in het geval van ongebruikelijke verkopen, zoals bij liquidatie, curatele of faillissement, maar niet bij normale aankopen bij normale leveranciers.
Artikel 172. Oorsprongsregels

Voor de toepassing van dit hoofdstuk passen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op goederen of diensten die, naar gelang van het geval, door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden ingevoerd of geleverd, geen andere oorsprongsregels toe dan die welke terzelfder tijd in het normale handelsverkeer van toepassing zijn op de invoer of op leveringen van dezelfde goederen of diensten uit dezelfde overeenkomstsluitende Cariforum-staat of uit de EG.

Artikel 173. Technische specificaties
1.

In overeenstemming met de doelstellingen van dit hoofdstuk zien de aanbestedende diensten erop toe dat de technische specificaties die gelden voor of waarvan het de bedoeling is dat ze gelden voor aanbestedingen waarop de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn, worden uiteengezet in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken.

2.

Een aanbestedende dienst vraagt of aanvaardt geen advies dat kan worden gebruikt bij de voorbereiding of de goedkeuring van een technische specificatie voor een specifieke aanbesteding van een persoon die een commercieel belang bij de aanbesteding kan hebben, wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt uitgesloten.

3.

Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn:

  • a. specificeert de aanbestedende dienst de technische specificaties in voorkomend geval aan de hand van prestaties of functionele eisen en niet aan de hand van een design of van descriptieve normen;
  • b. baseert de aanbestedende dienst de technische specificaties op internationale normen, wanneer deze bestaan, en anders op nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften.
4.

Wanneer in de technische specificaties wordt uitgegaan van het design of van descriptieve kenmerken, voegt de aanbestedende dienst in voorkomend geval woorden als „of gelijkwaardig” aan de technische specificaties toe, en neemt hij inschrijvingen die aantoonbaar aan het vereiste design of aan de vereiste descriptieve kenmerken voldoen en die voor het beoogde doel geschikt zijn, in aanmerking.

5.

Een aanbestedende dienst schrijft geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, designs of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat woorden zoals „of gelijkwaardig” in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen.

Artikel 174. Kwalificatie van leveranciers
1.

Voor aanbestedingen waarop het bepaalde in dit hoofdstuk van toepassing is, zien aanbestedende diensten erop toe dat alle voorwaarden en criteria voor deelneming aan een openbare aanbestedingsprocedure vooraf worden bekendgemaakt in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken. Er worden alleen voorwaarden en criteria opgenomen die van wezenlijk belang zijn om te waarborgen dat de potentiële leverancier de opdracht in kwestie kan uitvoeren.

2.

De overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG stellen de deelneming van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier al eerder één of meer opdrachten zijn gegund door een instantie van de betrokken partij of staat of dat de leverancier al eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van die partij. Dit lid is niet van toepassing op aanbestedingen van enquêtes naar en studies van maatschappelijke effecten.

3.

De aanbestedende dienst baseert zijn oordeel over het financiële, commerciële en technische vermogen van een leverancier op de voorwaarden die hij vooraf in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsstukken heeft gespecificeerd.

4.

Geen enkele bepaling in dit artikel belet de uitsluiting van een leverancier op gronden als faillissement, valse aangiften of een veroordeling voor een ernstig misdrijf.

5.

Aanbestedende diensten mogen een lijst voor veelvuldig gebruik aanhouden op voorwaarde dat een bericht om belangstellende leveranciers uit te nodigen opneming in de lijst aan te vragen:

  • a. jaarlijks wordt gepubliceerd, en
  • b. voortdurend in een van de in bijlage VII genoemde passende media beschikbaar is, wanneer het bericht elektronisch wordt gepubliceerd.
6.

De aanbestedende diensten zien erop toe dat leveranciers steeds kwalificatie kunnen aanvragen, door publicatie van een bericht om leveranciers uit te nodigen opneming in de lijst aan te vragen; dit bericht bevat de volgende informatie:

  • a. een beschrijving van de goederen en diensten, of de categorieën goederen en diensten, waarvoor de lijst kan worden gebruikt;
  • b. de voorwaarden voor deelneming waaraan leveranciers moeten voldoen en de methoden die de aanbestedende dienst zal gebruiken om te controleren of een leverancier aan de voorwaarden voldoet;
  • c. de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de lijst te verkrijgen;
  • d. de geldigheidsduur van de lijst en de wijze waarop deze wordt vernieuwd of beëindigd, of wanneer er geen geldigheidsduur is voorzien, een aanwijzing over de wijze waarop de beëindiging van het gebruik van de lijst wordt medegedeeld. De aanbestedende diensten nemen alle gekwalificeerde leveranciers binnen een redelijk korte termijn in de lijst op.
7.

Wanneer een niet-erkende leverancier binnen de termijn een verzoek om deelneming indient, samen met alle vereiste documenten dienaangaande, onderzoekt een aanbestedende dienst, ongeacht of deze een lijst voor veelvuldig gebruik hanteert, het verzoek om deelneming van de leverancier en accepteert hij dit, tenzij de dienst, wegens de complexiteit van de aanbesteding, niet in staat is het onderzoek van het verzoek af te ronden. Aanbestedende diensten zien er ook op toe dat een leverancier die om opneming in de lijst heeft verzocht, tijdig in kennis wordt gesteld van het besluit dienaangaande.

8.

Aanbestedende diensten op het gebied van nutsbedrijven kunnen een bericht waarbij leveranciers worden uitgenodigd om opneming in een lijst voor veelvuldig gebruik aan te vragen als bericht van aanbesteding gebruiken en kunnen verzoeken om deelneming van nog niet gekwalificeerde leveranciers van de aanbesteding uitsluiten om reden dat de aanbestedende dienst onvoldoende tijd heeft om de aanvraag te onderzoeken.

Artikel 175. Onderhandelingen
1.

De overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG kunnen erin voorzien dat hun aanbestedende diensten onderhandelingen aanknopen:

  • a. in het kader van aanbestedingen waarbij zij in het bericht van aanbesteding die intentie te kennen hebben gegeven, of
  • b. wanneer bij de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.
2.

Een aanbestedende dienst:

  • a. ziet erop toe dat iedere uitsluiting van leveranciers tijdens onderhandelingen plaatsvindt in overeenstemming met de in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken neergelegde beoordelingscriteria, en
  • b. stelt, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor de resterende leveranciers een voor iedereen gelijke termijn vast om een nieuwe of herziene inschrijving in te dienen.
Artikel 176. Opening van de inschrijvingen en plaatsing van opdrachten
1.

Bij de ontvangst en de opening van alle inschrijvingen die in openbare procedures en procedures met voorafgaande selectie zijn ingediend als reactie op een uitnodiging tot inschrijving door de aanbestedende diensten, worden procedures en voorwaarden in acht genomen die de eerlijkheid en de transparantie van de procedure waarborgen.

2.

Tenzij een aanbestedende dienst besluit dat het niet in het openbaar belang is de opdracht te plaatsen, plaatst het de opdracht bij de leverancier van wie op basis van de ingediende informatie is vastgesteld dat hij volledig in staat is de opdracht op zich te nemen en van wie de inschrijving hetzij de laagste inschrijving was, hetzij de inschrijving waarvan op grond van de in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken neergelegde specifieke beoordelingscriteria is vastgesteld dat die het voordeligst is. Plaatsing geschiedt in overeenstemming met de criteria en essentiële eisen die zijn gespecificeerd in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken.

Artikel 177. Informatie over plaatsing van een opdracht
1.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun aanbestedende diensten de resultaten van procedures inzake overheidsopdrachten effectief verspreiden.

2.

Aanbestedende diensten stellen de leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de plaatsing van een opdracht; op verzoek doen zij dat schriftelijk. Zij stellen een uitgesloten leverancier op diens verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de succesvolle leverancier.

3.

Aanbestedende diensten kunnen besluiten bepaalde gegevens betreffende de plaatsing van de opdracht niet vrij te geven, indien vrijgave de toepassing van wettelijke bepalingen zou belemmeren of anderszins strijdig zou zijn met het algemeen belang, de legitieme commerciële belangen van leveranciers zou schaden dan wel de eerlijke mededinging tussen leveranciers in het gedrang zou brengen.

4.

Behoudens artikel 180, lid 4, publiceert een aanbestedende dienst uiterlijk tweeënzeventig (72) dagen na de plaatsing van elke opdracht waarop het bepaalde in dit hoofdstuk van toepassing is, een bericht in het passende bedrukte of elektronische medium als opgenomen in de lijst in bijlage VII.

Wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van een elektronisch medium, dient de informatie gedurende een redelijke termijn gemakkelijk toegankelijk te blijven. Het bericht moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • a. een beschrijving van de aangeschafte goederen of diensten;
  • b. de naam en het adres van de aanbestedende dienst;
  • c. de naam en het adres van de leverancier bij wie de opdracht is geplaatst;
  • d. het bedrag van de geselecteerde inschrijving of de hoogste en de laagste offerte die bij de plaatsing van de opdracht in overweging zijn genomen;
  • e. de datum van de plaatsing van de opdracht;
  • f. de gebruikte aanbestedingsmethode, en in geval van een onderhandse aanbestedingsprocedure, een beschrijving van de omstandigheden die deze procedure rechtvaardigden.
Artikel 178. Termijnen
1.

Bij de vaststelling van termijnen die gelden voor aanbestedingen waarop het bepaalde in dit hoofdstuk van toepassing is, houden de aanbestedende diensten, in overeenstemming met hun eigen redelijke behoeften, rekening met factoren als de complexiteit van de beoogde aanbesteding en de normale duur voor het indienen van een inschrijving.

2.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun aanbestedende diensten bij het vaststellen van de termijn waarbinnen inschrijvingen of verzoeken om deelneming of kwalificatie worden ingewacht, naar behoren rekening houden met de tijd die nodig is voor de publicatie. Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende partijen gelijk zijn.

3.

Aanbestedende diensten vermelden de termijnen die voor een specifieke aanbesteding van toepassing zijn, duidelijk in het bericht van aanbesteding en/of in de aanbestedingsstukken.

Artikel 179. Betwisting van inschrijvingen
1.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voorzien in transparante, snelle, onpartijdige en doeltreffende procedures om leveranciers de gelegenheid te bieden om in het kader van aanbestedingen waarin zij een legitiem commercieel belang hebben of hebben gehad, in beroep te gaan tegen binnenlandse maatregelen ter uitvoering van dit hoofdstuk.

Daartoe wordt door elke partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke administratieve of rechterlijke instantie opgericht, vastgesteld of aangewezen om een beroep door een leverancier in het kader van een aanbesteding waarop dit hoofdstuk van toepassing is, te ontvangen en te beoordelen.

2.

Iedere leverancier krijgt voldoende tijd om een beroep voor te bereiden en in te dienen, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het beroep voor de leverancier bekend wordt of redelijkerwijs bekend had kunnen worden. Dit lid belet de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet te eisen dat klagers hun klacht binnen een redelijke termijn indienen, mits de duur van die termijn vooraf is bekendgemaakt.

3.

De aanbestedende diensten zien erop toe dat zij verzoeken om een heroverweging kunnen beantwoorden door een redelijk dossier aan te houden van elke aanbesteding waarop dit hoofdstuk van toepassing is.

4.

Beroepsprocedures voorzien in doeltreffende en snelle voorlopige maatregelen om inbreuken op binnenlandse maatregelen ter uitvoering van dit hoofdstuk te corrigeren.

Artikel 180. Uitvoeringsperiode
1.

De overeenkomstsluitende Cariforum-staten krijgen twee jaar de tijd, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, om hun maatregelen in overeenstemming te brengen met de specifieke procedurele verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk.

2.

Wanneer uit een beoordeling door het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG aan het eind van de uitvoeringsperiode blijkt dat één of meer van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten nog één jaar nodig heeft om hun maatregelen met de verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk in overeenstemming te brengen, kan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG de in lid 1 bedoelde uitvoeringsperiode voor de betrokken afzonderlijke overeenkomstsluitende Cariforum-staten met één jaar verlengen.

3.

In afwijking van de leden 1 en 2 bedraagt de uitvoeringsperiode voor Antigua en Barbuda, Belize, het Gemenebest Dominica, Grenada, de Republiek Haïti, Saint Christopher en Nevis, Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines vijf (5) jaar.

4.

De eisen in artikel 168, lid 1 en de laatste zin van lid 2, artikel 170, lid 1, onder a), en artikel 177, lid 4, treden voor de overeenkomstsluitende Cariforum-staten pas in werking wanneer de vereiste capaciteit om die bepalingen ten uitvoer te leggen, is ontwikkeld, doch niet later dan 5 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 181. Herzieningsclausule

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG beoordeelt de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, inclusief eventuele wijzigingen in de werkingssfeer, om de drie jaar, en het doet daartoe zo nodig passende aanbevelingen aan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG. Bij de uitvoering van deze taak kan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, zonder dat dit afbreuk doet aan artikel 182, passende aanbevelingen met betrekking tot de verdere samenwerking van de partijen op het gebied van aanbestedingen en de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk doen.

Artikel 182. Samenwerking
1.

De partijen erkennen het belang van samenwerking om de tenuitvoerlegging van de verbintenissen te bevorderen en de doelstellingen van dit hoofdstuk te bereiken.

2.

Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen en geschikte contactpunten op te richten:

  • a. uitwisseling van ervaringen en van informatie over goede praktijken en de wet- en regelgeving;
  • b. vaststelling en onderhoud van passende systemen en mechanismen om de naleving van de uit dit hoofdstuk voortvloeiende verplichtingen te bevorderen;
  • c. inrichting van een onlinefaciliteit op regionaal niveau voor de doeltreffende verspreiding van informatie over aanbestedingsmogelijkheden, teneinde de bewustwording van alle ondernemingen met betrekking tot aanbestedingsprocedures te bevorderen.

HOOFDSTUK 4. MILIEU

Artikel 183. Doelstellingen en duurzame ontwikkeling
1.

De partijen herbevestigen dat de beginselen van een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en het milieu moeten worden toegepast en op ieder niveau van hun partnerschap moeten worden geïntegreerd, als onderdeel van hun primerende streven naar duurzame ontwikkeling, zoals neergelegd in de artikelen 1 en 2 van de Overeenkomst van Cotonou.

2.

De partijen herinneren eraan dat artikel 32 van de Overeenkomst van Cotonou het milieu en de natuurlijke hulpbronnen behandelt als thematisch en algemeen vraagstuk en dat de in artikel 2 van de Overeenkomst van Cotonou genoemde grondbeginselen van inbreng, deelname, dialoog en differentiëring daarom buitengewoon belangrijk zijn.

3.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn vastbesloten het milieu te behouden, te beschermen en te verbeteren, onder meer door multilaterale en regionale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn.

4.

De partijen herbevestigen hun verbintenis de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat wordt gezorgd voor een duurzaam en deugdelijk beheer van het milieu in overeenstemming met hun toezeggingen ter zake, waaronder de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en met inachtneming van hun respectieve ontwikkelingsniveau.

5.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn vastbesloten te streven naar bevordering van de handel in goederen en diensten die de partijen gunstig voor het milieu achten. Bij deze producten kan het gaan om milieutechnologieën, hernieuwbare en energie-efficiënte goederen en diensten en om goederen met een milieukeur.

Artikel 184. Beschermingsniveaus en regelgevingsrecht
1.

In het bewustzijn dat de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten het recht hebben regels vast te stellen om hun eigen binnenlandse beschermingsniveau voor milieu en volksgezondheid en hun eigen prioriteiten voor een duurzame ontwikkeling te verwezenlijken, en hun milieuwetgeving en -beleid dienovereenkomstig goed te keuren en te wijzigen, streven de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten er elk voor zich naar dat hun milieu- en volksgezondheidswetgeving en -beleid voorziet in een hoog beschermingsniveau voor milieu en volksgezondheid en dit stimuleert, en streven zij ook naar een voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid.

2.

De partijen zijn het erover eens dat bij het opstellen en uitvoeren van maatregelen ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening wordt gehouden met de speciale behoeften en eisen van de Cariforum-staten.

3.

Op voorwaarde dat de maatregelen niet worden toegepast op een manier die een willekeurige en onverdedigbare discriminatie tussen de partijen of een verborgen beperking van hun onderlinge handel zou betekenen, wordt geen enkele bepaling in deze overeenkomst zo uitgelegd dat de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geen maatregelen mogen goedkeuren of handhaven die in verband met het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu nodig zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten.

Artikel 185. Regionale integratie en gebruik van internationalemilieunormen

In het licht van de milieu-uitdagingen waarvoor zij zich in hun respectieve regio geplaatst zien en ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale handel op een wijze waarbij het duurzame en deugdelijke beheer van het milieu gewaarborgd is, erkennen de partijen het belang van de vaststelling van doeltreffende strategieën en maatregelen op regionaal niveau. De partijen zijn het erover eens dat wanneer de nationale of regionale wetgeving geen relevante milieunormen bevat, zij ernaar streven de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen goed te keuren en ten uitvoer te leggen wanneer dat praktisch en passend is.

Artikel 186. Wetenschappelijke informatie

De partijen erkennen dat het belangrijk is om bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie, het voorzorgbeginsel en internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen ter zake.

Artikel 187. Transparantie

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe alle maatregelen ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid die van invloed zijn op de handel tussen de partijen op transparante wijze op te stellen, in te voeren en ten uitvoer te leggen, deze maatregelen tijdig aan te kondigen, met het publiek en met elkaar te overleggen en niet-overheidsactoren, waaronder de particuliere sector, op passende wijze tijdig te informeren en te consulteren. De partijen zijn het erover eens dat wanneer aan de bepalingen over transparantie van titel I, hoofdstukken 6 en 7, is voldaan, ook is voldaan aan het bepaalde in dit artikel.

Artikel 188. Handhaving van beschermingsniveaus
1.

Behoudens artikel 184, lid 1, komen de partijen overeen de handel of de buitenlandse directe investeringen niet ter vergroting of handhaving van een concurrentievoordeel te stimuleren door:

  • a. het door de binnenlandse milieu- en volksgezondheidswetgeving geboden beschermingsniveau te verlagen;
  • b. afwijkingen van die wetgeving toe te staan of die wetgeving niet toe te passen.
2.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe geen regionale of nationale handels- of investeringsgerelateerde wetgeving of andere administratieve maatregelen in verband daarmee op zodanige wijze goed te keuren of toe te passen dat dit ten koste gaat van maatregelen ten gunste, ter bescherming of voor het behoud van het milieu of van natuurlijke hulpbronnen of ter bescherming van de volksgezondheid.

Artikel 189. Raadpleging en controle
1.

De partijen erkennen het belang van controle op en beoordeling van de gevolgen van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op de duurzame ontwikkeling via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen.

2.

De partijen raadplegen elkaar en het Raadgevend Comité Cariforum-EG over milieukwesties waarop de artikelen 183 tot en met 188 van toepassing zijn. De leden van het Raadgevend Comité Cariforum-EG kunnen de partijen mondeling of schriftelijk aanbevelingen doen inzake de verspreiding en uitwisseling van goede praktijken over kwesties die onder dit hoofdstuk vallen.

3.

Ten aanzien van alle kwesties waarop de artikelen 183 tot en met 188 van toepassing zijn, kunnen de partijen overeenkomen bij de desbetreffende internationale organisaties advies te vragen over goede praktijken, het gebruik van doeltreffende beleidsinstrumenten om handelsgerelateerde uitdagingen op milieugebied het hoofd te bieden en de inventarisatie van belemmeringen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van milieunormen in het kader van de multilaterale milieuovereenkomsten ter zake.

4.

Een partij kan om overleg met de andere partij vragen over kwesties betreffende de interpretatie en de toepassing van de artikelen 183 tot en met 188. Dit overleg mag niet langer dan drie maanden duren. In het kader van deze procedure kan een partij de desbetreffende internationale instanties om onafhankelijk advies vragen. In dat geval wordt de duur van het overleg verlengd met nog eens drie maanden.

5.

Indien de kwestie niet bevredigend wordt opgelost door overleg tussen de partijen overeenkomstig lid 3, kan elk van de partijen verzoeken een comité van deskundigen bijeen te roepen om de kwestie te onderzoeken.

6.

Het comité van deskundigen bestaat uit drie leden met specifieke kennis over de onderwerpen waarop dit hoofdstuk betrekking heeft. De voorzitter is geen onderdaan van een van de partijen. Het comité van deskundigen legt de partijen binnen drie maanden nadat het werd samengesteld een verslag voor. Het verslag wordt ter beschikking gesteld van het Raadgevend Comité Cariforum-EG.

Artikel 190. Samenwerking
1.

De partijen erkennen het belang van samenwerking over milieukwesties teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken.

2.

Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

  • a. technische bijstand aan producenten om te voldoen aan de relevante productnormen en andere normen die op de EG-markt van toepassing zijn;
  • b. bevordering en ondersteuning van particuliere en openbare vrijwillige en marktgerichte regelingen, met inbegrip van relevante regelingen over etikettering en accreditatie;
  • c. technische bijstand en opbouw van capaciteit, met name voor de overheidssector, in verband met de tenuitvoerlegging en naleving van multilaterale milieuovereenkomsten, met inbegrip van die met betrekking tot handelsgerelateerde aspecten;
  • d. bevordering van de handel tussen de partijen in natuurlijke hulpbronnen, waaronder hout en producten van hout uit legale en duurzame bronnen;
  • e. bijstand aan producenten bij de ontwikkeling en/of verbetering van de productie van goederen en diensten die volgens de partijen goed voor het milieu zijn;
  • f. bevordering en ondersteuning van de publieke bewustmaking en van onderwijsprogramma's over milieugoederen en -diensten, teneinde de handel in die producten tussen de partijen te stimuleren.

HOOFDSTUK 5. SOCIALE ASPECTEN

Artikel 191. Doelstellingen en multilaterale verbintenissen
1.

De partijen herbevestigen hun gehechtheid aan de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals omschreven in de respectieve ILO-Verdragen, en met name aan de vrijheid van vakvereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, de afschaffing van dwangarbeid, de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid en non-discriminatie op het gebied van arbeid. Verder herbevestigen de partijen hun verplichtingen als lid van de ILO en hun verbintenissen in het kader van de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de fundamentele rechten en beginselen op het werk en de follow-up daarvan (1998).

2.

De partijen herbevestigen dat zij veel waarden hechten aan de ministeriële verklaring van 2006 van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk, door de ontwikkeling van de internationale handel te bevorderen op een wijze die de volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen – mannen vrouwen en jongeren – ten goede komt.

3.

De partijen erkennen de positieve rol die de fundamentele arbeidsnormen en fatsoenlijk werk kunnen hebben op de economische efficiëntie, innovatie en productiviteit, en zij benadrukken de waarde van een grotere politieke coherentie tussen het handelsbeleid enerzijds en de werkgelegenheid en het sociale beleid anderzijds.

4.

De partijen zijn het overeen eens dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden.

5.

De partijen erkennen de voordelen van handel in eerlijke en ethische handelsproducten en het belang van de bevordering van de onderlinge handel in die producten.

Artikel 192. Beschermingsniveaus en regelgevingsrecht

In het bewustzijn dat de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten het recht hebben regels te bepalen om hun eigen sociale regelgeving en arbeidsnormen vast te stellen in overeenstemming met hun eigen sociale-ontwikkelingsprioriteiten, en hun wetgeving en beleid ter zake dienovereenkomstig goed te keuren en te wijzigen, zien de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten er elk voor zich op toe dat haar/zijn wetgeving en beleid op sociaal en arbeidsgebied voorzien in sociale en arbeidsnormen van een hoog niveau in overeenstemming met de in artikel 191 beschreven internationaal erkende rechten en deze stimuleren, en streven zij ook naar een voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid.

Artikel 193. Handhaving van beschermingsniveaus

Behoudens artikel 192 komen de partijen overeen de handel of de buitenlandse directe investeringen niet ter vergroting of handhaving van een concurrentievoordeel te stimuleren door:

  • a. het door de binnenlandse sociale en arbeidswetgeving geboden beschermingsniveau te verlagen;
  • b. afwijkingen van die wetgeving en normen toe te staan of die wetgeving en normen niet toe te passen.
Artikel 194. Regionale integratie

In het licht van de sociale uitdagingen waarmee hun respectieve regio te maken heeft en ter bevordering van de duurzame ontwikkeling van de internationale handel, erkennen de partijen het belang van de vaststelling van beleid en maatregelen op het gebied van de sociale cohesie teneinde op regionaal niveau fatsoenlijk werk te bevorderen.

Artikel 195. Raadpleging en controle
1.

In overeenstemming met artikel 191 erkennen de partijen het belang van controle op en beoordeling van de werking van de overeenkomst op fatsoenlijk werk en op andere gebieden van duurzame ontwikkeling via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen.

2.

De partijen raadplegen elkaar en het Raadgevend Comité Cariforum-EG over sociale kwesties waarop de artikelen 191 tot en met 194 van toepassing zijn. De leden van het Raadgevend Comité Cariforum-EG kunnen de partijen mondeling of schriftelijk aanbevelingen doen over de verspreiding en uitwisseling van goede praktijken over kwesties die onder dit hoofdstuk vallen.

3.

Ten aanzien van alle kwesties waarop de artikelen 191 tot en met 194 van toepassing zijn, kunnen de partijen overeenkomen bij de ILO advies te vragen over goede praktijken, het gebruik van doeltreffende beleidsinstrumenten om handelsgerelateerde sociale uitdagingen, zoals aanpassingen van de arbeidsmarkt, het hoofd te bieden en de inventarisatie van belemmeringen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van fundamentele arbeidsnormen.

4.

Een partij kan vragen om overleg met de andere partij over kwesties betreffende de interpretatie en de toepassing van de artikelen 191 tot en met 194. Dit overleg mag niet langer dan drie maanden duren. In het kader van deze procedure kan een partij de ILO om onafhankelijk advies vragen. In dat geval wordt de duur van het overleg verlengd met nog eens drie maanden.

5.

Indien de kwestie door overleg tussen de partijen overeenkomstig lid 3 niet bevredigend wordt opgelost, kan elk van de partijen verzoeken een comité van deskundigen bijeen te roepen om de kwestie te onderzoeken.

6.

Het comité van deskundigen bestaat uit drie leden met specifieke kennis over de onderwerpen waarop dit hoofdstuk betrekking heeft. De voorzitter is geen onderdaan van een van de partijen. Het comité van deskundigen legt de partijen binnen drie maanden nadat het werd samengesteld een verslag voor. Het verslag wordt ter beschikking gesteld van het Raadgevend Comité Cariforum-EG.

Artikel 196. Samenwerking
1.

De partijen erkennen het belang van samenwerking in sociale en arbeidsaangelegenheden teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken.

2.

Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

  • a. uitwisseling van informatie over de respectieve sociale en arbeidswetgeving en het beleid, de regelgeving en andere maatregelen ter zake;
  • b. de opstelling van nationale sociale en arbeidswetgeving en de versterking van bestaande wetgeving, alsmede van mechanismen voor de sociale dialoog, met inbegrip van maatregelen ter bevordering van het door de ILO vastgestelde programma voor fatsoenlijk werk;
  • c. onderwijs- en bewustmakingsprogramma's, met inbegrip van opleiding en beleid voor de aanpassing van de arbeidsmarkt, alsmede bewustmaking over gezondheids- en veiligheidsverantwoordelijkheden, rechten van werknemers en verantwoordelijkheden van werkgevers;
  • d. daadwerkelijke naleving van de nationale wetgeving en arbeidsregelgeving, met inbegrip van initiatieven op het gebied van opleiding en de opbouw van capaciteit voor arbeidsinspecteurs, en bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen door voorlichting van het publiek en verslaglegging.

HOOFDSTUK 6. BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel 197. Algemene doelstelling
1.

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen:

  • a. hun gemeenschappelijke belang bij de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name van hun recht op een persoonlijke levenssfeer, in verband met de verwerking van persoonsgegevens,
  • b. het belang van de handhaving van doeltreffende regelingen voor de gegevensbescherming als middel om de belangen van consumenten te beschermen, om het vertrouwen van investeerders te stimuleren en om grensoverschrijdende stromen van persoonsgegevens te vereenvoudigen,
  • c. dat persoonsgegevens op transparante en eerlijke wijze moeten worden verzameld en verwerkt, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de betrokkene,

en komen overeen passende wet- en regelgeving vast te stellen en de voor de tenuitvoerlegging daarvan benodigde bestuurlijke capaciteit ter beschikking te stellen, met inbegrip van onafhankelijke toezichthoudende instanties, opdat overeenkomstig de bestaande hoge internationale normen een passend niveau van bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens wordt gewaarborgd30)Hierbij gaat het om de in de volgende internationale overeenkomsten vastgestelde normen:i.Richtsnoeren voor de reglementering inzake digitale bestanden met persoonsgegevens, gewijzigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1990.ii.Aanbeveling van de Raad van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) betreffende richtsnoeren voor de bescherming van privacy en grensoverschrijdend verkeer van persoonsgegevens van 23 september 1980. .

2.

De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar het bepaalde in lid 1 zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk zeven jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten uitvoer te leggen.

Artikel 198. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „persoonsgegevens”: iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (de betrokkene);
  • b. „verwerking van persoonsgegevens”: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vrijgeven, combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens, alsmede de doorgifte van persoonsgegevens naar andere landen;
  • c. „voor de verwerking verantwoordelijke”: de natuurlijke of rechtspersoon, autoriteit of andere instantie die het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.
Artikel 199. Beginselen en algemene regels

De partijen zijn het erover eens dat de vast te stellen wet- en regelgeving en de ter beschikking te stellen bestuurlijke capaciteit ten minste op de volgende inhoudelijke beginselen en handhavingsmechanismen moeten berusten:

  • a. Inhoudelijke beginselen
  • i. het beginsel van beperking van het doel – gegevens mogen slechts voor een specifiek doel worden verwerkt en vervolgens worden gebruikt of verder worden doorgegeven voor zover dit niet onverenigbaar is met het doel van de oorspronkelijke doorgifte. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;
  • ii. het beginsel inzake gegevenskwaliteit en evenredigheid – gegevens moeten nauwkeurig zijn en zo nodig worden bijgewerkt. De gegevens moeten geschikt en relevant zijn en mogen niet buitensporig zijn in verhouding tot de doelen waarvoor zij worden doorgegeven of verder worden verwerkt;
  • iii. het transparantiebeginsel – personen moeten informatie krijgen over het doel van de verwerking en over de identiteit van de voor de verwerking verantwoordelijke in het derde land, alsmede alle andere informatie die nodig is om eerlijkheid te garanderen. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;
  • iv. het beveiligingsbeginsel – de voor de verwerking verantwoordelijke moet technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen treffen die in overeenstemming zijn met de risico's van de verwerking. Iedereen die onder het gezag van de voor de verwerking verantwoordelijke staat, met inbegrip van een verwerker, mag de gegevens alleen volgens de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke verwerken;
  • v. het recht van toegang, rectificatie en verzet – de betrokkenen moeten recht hebben op een kopie van alle op hen betrekking hebbende gegevens die worden verwerkt, alsook recht op rectificatie wanneer deze gegevens onjuist blijken. In bepaalde omstandigheden kunnen zij zich ook tegen verwerking van hun gegevens verzetten. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;
  • vi. beperking van verdere doorgifte – in beginsel mag verdere doorgifte van persoonsgegevens door de ontvanger van de oorspronkelijke doorgifte slechts worden toegestaan wanneer voor de tweede ontvanger (d.w.z. de ontvanger van de verdere doorgifte) ook regels gelden die een passend beschermingsniveau garanderen;
  • vii. gevoelige gegevens – speciale categorieën gegevens, zoals die met informatie over ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, lidmaatschap van een vakvereniging, of die betreffende de gezondheid of het seksuele leven, en gegevens inzake overtredingen, strafrechtelijke veroordelingen of beveiligingsmaatregelen, mogen uitsluitend worden verwerkt wanneer het nationale recht in extra beschermingsmaatregelen voorziet.
  • b. Handhavingsmechanismen Er moet worden voorzien in passende mechanismen, waardoor kan worden gewaarborgd dat de volgende doelstellingen worden verwezenlijkt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)