Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2024-05-01
State In force
Source BWB
artikelen 372
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De Associatieraad kan bediscussiëren of in het geval van ernstige verslechtering, of de dreiging daarvan, van de economische situatie van zeer onderontwikkelde regio’s in de republieken van de MA-partij dit artikel ook op die regio’s van toepassing kan zijn.

ONDERAFDELING B.4. PROCEDURELE VOORSCHRIFTEN VAN TOEPASSING OP BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 110. Toepasselijk recht

Voor de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen leeft de bevoegde onderzoekende autoriteit de bepalingen van deze onderafdeling na; in gevallen die niet onder deze onderafdeling vallen, past de bevoegde onderzoekende autoriteit de bij haar interne wetgeving vastgestelde regels toe.

Artikel 111. Inleiding van een procedure
1.

Ingevolge de interne wetgeving van elke partij kunnen vrijwaringsprocedures door de bevoegde onderzoekende autoriteit worden ingeleid op eigen initiatief, na ontvangst van informatie van een of meer lidstaten van de Europese Unie, of op schriftelijke aanvraag van de in de interne wetgeving gespecificeerde entiteiten. Indien een procedure wordt ingeleid op basis van een schriftelijke aanvraag, dient de entiteit die de aanvraag indient, aan te tonen dat zij een vertegenwoordiger is van de interne industrie die een soortgelijk goed of een direct met het ingevoerde goed concurrerend goed produceert.

2.

Zodra de schriftelijke aanvraag is ingediend, wordt deze onverwijld beschikbaar gesteld voor publieke raadpleging, met uitzondering van de vertrouwelijke informatie die zij bevat.

3.

Als de bevoegde onderzoekende autoriteit een vrijwaringsprocedure inleidt, publiceert zij een bericht van inleiding van de procedure in het publicatieblad van de desbetreffende partij. Het bericht vermeldt de entiteit die de schriftelijke aanvraag heeft ingediend, indien van toepassing, het ingevoerde goed dat onderwerp van de procedure is, alsmede de post waaronder het goed valt en het tariefnummer waaronder het is geclassificeerd, de aard en het tijdstip van de vaststelling die moet worden gedaan, de tijd en plaats van de openbare hoorzitting of de termijn waarbinnen de belanghebbenden kunnen verzoeken te worden gehoord door de onderzoekende autoriteit, de termijn waarbinnen de belanghebbenden hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken en informatie kunnen indienen, de plaats waar de schriftelijke aanvraag en alle andere tijdens het verloop van de procedure ingediende niet-vertrouwelijke documenten kunnen worden ingezien, en de naam, het adres en het telefoonnummer van het kantoor waarmee contact kan worden opgenomen voor nadere informatie.

4.

Ten aanzien van een vrijwaringsprocedure die is ingeleid op basis van een schriftelijke aanvraag door een entiteit die beweert een vertegenwoordiger te zijn van de interne industrie, maakt de bevoegde onderzoekende autoriteit het overeenkomstig lid 3 vereiste bericht pas bekend nadat zij eerst zorgvuldig heeft beoordeeld of de schriftelijke aanvraag voldoet aan de voorschriften van de interne wetgeving.

Artikel 112. Onderzoek
1.

Een partij mag alleen vrijwaringsmaatregelen toepassen na een onderzoek door de bevoegde onderzoekende autoriteit van die partij overeenkomstig de in deze onderafdeling vastgestelde procedures. Dit onderzoek omvat ook de publicatie van een bericht om alle belanghebbenden naar behoren op de hoogte te brengen, alsmede publieke hoorzittingen of andere passende middelen om importeurs, exporteurs en andere belanghebbenden in staat te stellen hun bewijsstukken over te leggen en hun standpunt kenbaar te maken, met inbegrip van de mogelijkheid te antwoorden op de opmerkingen van andere partijen.

2.

Elke partij zorgt ervoor dat haar bevoegde onderzoekende autoriteit een dergelijk onderzoek afrondt binnen twaalf maanden na de datum waarop het is geopend.

Artikel 113. Bewijs van schade en oorzakelijk verband
1.

Bij het verrichten van haar onderzoek beoordeelt de bevoegde onderzoekende autoriteit alle relevante factoren van objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de toestand van de interne industrie, in het bijzonder het percentage en de hoeveelheid waarmee de invoer van het desbetreffende goed in absolute zin of in relatieve zin ten opzichte van de interne productie is toegenomen, het aandeel van de toegenomen invoer in de interne markt, en de wijzigingen in het niveau van verkoop, productie, productiviteit, bezetting, winst en verlies, en werkgelegenheid.

2.

Er zal pas worden vastgesteld of de toegenomen invoer de in artikel 104 of 109 beschreven situaties heeft veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, nadat het onderzoek op basis van objectief bewijsmateriaal heeft aangetoond dat er een duidelijk oorzakelijk verband bestaat tussen de toegenomen invoer van het desbetreffende goed en de in artikel 104 of 109 beschreven situaties. Indien andere factoren dan de toegenomen invoer gelijktijdig de in artikel 104 of 109 beschreven situaties veroorzaken, wordt de schade of ernstige verslechtering van de economische situatie niet toegeschreven aan de toegenomen invoer.

Artikel 114. Hoorzittingen

Tijdens het verloop van de procedure waarborgt de bevoegde onderzoekende autoriteit het volgende:

  • a. er wordt een publieke hoorzitting gehouden, die naar behoren bekend wordt gemaakt, om alle belanghebbenden en alle representatieve consumentenverenigingen in staat te stellen in persoon of bij raadsman te verschijnen, bewijsstukken over te leggen en te worden gehoord over de ernstige schade of de dreiging daarvan, alsmede de passende herstelmaatregel daarvoor; of
  • b. alle belanghebbenden die binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn een schriftelijke aanvraag hebben ingediend, waaruit blijkt dat zij waarschijnlijk daadwerkelijk zullen worden getroffen door de uitkomst van het onderzoek en dat er bijzondere redenen zijn waarom zij moeten worden gehoord, wordt de gelegenheid geboden te worden gehoord.
Artikel 115. Vertrouwelijke informatie

Informatie die vanwege haar aard vertrouwelijk is of die op vertrouwelijke basis wordt verstrekt, wordt, na opgave van redenen, door de bevoegde onderzoekende autoriteit als vertrouwelijk behandeld. Zonder machtiging van de verstrekkende partij wordt deze informatie niet openbaar gemaakt. Partijen die vertrouwelijke informatie verstrekken, kunnen worden verzocht niet-vertrouwelijke samenvattingen daarvan te verschaffen of, indien deze partijen verklaren dat de desbetreffende informatie niet kan worden samengevat, de redenen waarom geen samenvatting kan worden verstrekt. Indien de bevoegde onderzoekende autoriteit echter van oordeel is dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en indien de betrokken partij de informatie niettemin toch niet openbaar wil maken noch machtiging wil geven tot bekendmaking daarvan in algemene bewoordingen of in de vorm van een samenvatting, heeft de onderzoekende autoriteit het recht om de desbetreffende informatie buiten beschouwing te laten, tenzij op overtuigende wijze en uit passende bron kan worden aangetoond dat de informatie juist is.

Artikel 116. Kennisgevingen en publicaties
1.

Wanneer een partij van oordeel is dat een van de in artikel 104 of 109 beschreven omstandigheden zich voordoet, verwijst zij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Associatiecomité. Het Associatiecomité kan elke aanbeveling doen die nodig is om in de gerezen omstandigheden uitkomst te bieden. Indien het Associatiecomité geen aanbevelingen met betrekking tot het verhelpen van de omstandigheden heeft gedaan, of indien er binnen dertig dagen nadat de aangelegenheid aan het Associatiecomité werd voorgelegd geen andere bevredigende oplossing is bereikt, kan de invoerende partij overeenkomstig deze onderafdeling passende maatregelen vaststellen om de omstandigheden te verhelpen.

2.

De bevoegde onderzoekende autoriteit verstrekt de uitvoerende partij alle relevante informatie, met inbegrip van bewijs van schade of ernstige verslechtering van de economische situatie als gevolg van de toegenomen invoer, een nauwkeurige omschrijving van het desbetreffende product en de voorgestelde maatregelen, de voorgestelde datum van instelling en de verwachte duur.

3.

De bevoegde onderzoekende autoriteit publiceert tevens haar bevindingen en met redenen omklede conclusies ten aanzien van alle relevante aangelegenheden van feitelijke en juridische aard in het publicatieblad van de partij, met inbegrip van een beschrijving van het ingevoerde goed, van de situatie die aanleiding heeft gegeven tot het instellen van de maatregelen overeenkomstig artikel 104 of 109, van het oorzakelijk verband tussen de situatie en de toegenomen invoer, en onder vermelding van de vorm, het niveau en de duur van de maatregelen.

4.

De bevoegde onderzoekende autoriteit maakt geen informatie bekend die is verstrekt ingevolge een verbintenis met betrekking tot vertrouwelijke informatie die mogelijk is aangegaan in de loop van de procedure.

HOOFDSTUK 3. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel 117. Doelstellingen
1.

De partijen erkennen het belang van aangelegenheden op het gebied van douane en handelsbevordering in het veranderende mondiale handelsstelsel. Zij komen overeen op dit gebied nauwer samen te werken om ervoor te zorgen dat de wetgeving en procedures ter zake, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van effectieve controle en bevordering van de handelsfacilitering, en helpen bij het stimuleren van de ontwikkeling en de regionale integratie van de republieken van de MA-partij.

2.

De partijen erkennen dat de legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding, op generlei wijze in het gedrang mogen komen.

Artikel 118. Douane en handelsgerelateerde procedures
1.

De partijen komen overeen hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op douanegebied te baseren op:

  • b. de bescherming en vergemakkelijking van rechtmatige handel door een doeltreffende handhaving en naleving van de voorschriften van de douanewetgeving;
  • c. wetgeving die onnodige en discriminerende lasten vermijdt, waarborgt tegen douanefraude en voor verdere facilitering zorgt ten behoeve van een hoge mate van naleving;
  • d. de toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicobeheersing, vereenvoudigde procedures voor de binnenkomst en de vrijgave van goederen, controles na de vrijgave en bedrijfsauditmethodes;
  • e. een systeem van bindende uitspraken over douaneaangelegenheden, met name over de tariefindeling en de oorsprongsregels, in overeenstemming met de voorschriften in de wetgeving van de partijen;
  • f. de geleidelijke ontwikkeling van systemen, met inbegrip van die welke op informatietechnologie zijn gebaseerd, om elektronische gegevensuitwisseling binnen douanediensten en met andere verwante publieke instellingen te bevorderen;
  • g. regels die waarborgen dat de sancties voor geringe inbreuken op douanevoorschriften of procedurele eisen evenredig en niet-discriminerend zijn en dat hun toepassing niet tot onverantwoorde vertragingen leidt;
  • h. vergoedingen en heffingen die redelijk zijn, die de kosten van de dienst met betrekking tot een specifieke transactie niet te boven gaan en die niet ad valorem worden berekend; voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen opgelegd; en
  • i. de afschaffing van alle voorschriften ten aanzien van het verplichte gebruik van inspecties vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-Overeenkomst inzake inspecties vóór verzending, of van alle andere inspecties die op de plaats van bestemming vóór inklaring worden verricht door particuliere ondernemingen.
2.

De partijen komen overeen hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op douanegebied, voor zover mogelijk, te baseren op de materiële elementen van de Internationale overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, zoals gewijzigd (herziene overeenkomst van Kyoto) en de bijbehorende bijlagen.

3.

Om hun werkmethoden te verbeteren en ervoor te zorgen dat hun optreden niet-discriminerend, transparant, doeltreffend, integer en te verantwoorden is, komen de partijen overeen:

  • a. voor zover mogelijk maatregelen te nemen om de door de douanediensten en andere verwante publieke instellingen verlangde gegevens en documentatie te verminderen, te vereenvoudigen en te standaardiseren;
  • b. waar mogelijk voorschriften en formaliteiten te vereenvoudigen, zodat goederen snel worden vrijgegeven en ingeklaard;
  • c. volgens de wetgeving van elke partij voor doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en makkelijk toegankelijke beroepsprocedures te zorgen tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen; de eventuele kosten daarvan zijn vergelijkbaar met de kosten van de beroepsprocedures; en
  • d. maatregelen te nemen om te zorgen dat de hoogste integriteitsnormen worden gehandhaafd.
4.

De partijen zorgen ervoor dat de wetgeving inzake douane-expediteurs uitgaat van transparante en evenredige regels. Indien een partij het verplichte gebruik van douane-expediteurs vereist, zijn rechtspersonen gerechtigd te opereren op basis van hun interne, door de bevoegde autoriteit daartoe gemachtigde douane-expediteurs. Deze bepaling geldt onverminderd de standpunten van de partijen in multilaterale onderhandelingen.

Artikel 119. Doorvoer
1.

De partijen waarborgen overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATT 1994 de vrije doorvoer over hun gebied.

2.

Eventuele beperkingen, controles of voorschriften moeten gebaseerd zijn op een geldige reden van openbare orde en moeten niet-discriminerend en evenredig zijn en overal op dezelfde wijze worden toegepast.

3.

Onverminderd rechtmatige douanecontroles en toezicht op doorvoergoederen, behandelen de partijen de doorvoer van goederen naar of uit het grondgebied van de andere partij niet ongunstiger dan de doorvoer van goederen over hun grondgebied.

4.

Overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATT 1994 passen de partijen regelingen toe om de doorvoer van goederen plaats te laten vinden zonder dat er douanerechten, doorvoerrechten of andere heffingen worden opgelegd met betrekking tot de doorvoer, met uitzondering van kosten voor vervoer of kosten die overeenkomen met de administratieve kosten van de doorvoer of met de kosten van de geleverde diensten, en met verstrekking van een passende garantie.

5.

De partijen bevorderen regionale doorvoerregelingen en leggen deze ten uitvoer teneinde handelsbelemmeringen te verminderen.

6.

De partijen zien erop toe dat alle betrokken autoriteiten en instanties op hun grondgebied gecoördineerd samenwerken om de doorvoer te vergemakkelijken en de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen.

Artikel 120. Relaties met de bedrijfsgemeenschap

De partijen komen overeen:

  • a. erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, vergoedingen en heffingen, samen met alle nodige aanvullende informatie, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg. De partijen geven algemene bekendheid aan administratieve berichten ter zake, met inbegrip van voorschriften en procedures bij binnenkomst van goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren, en contactpunten voor het inwinnen van informatie;
  • b. dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de belanghebbenden wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douaneaangelegenheden; hiertoe worden door elke partij passende mechanismen voor regelmatig overleg opgericht;
  • c. te zorgen voor een redelijke tijdspanne tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wetgeving, procedures, vergoedingen of heffingen6)In partijen waar de wetgeving vereist dat de inwerkingtreding samenvalt met de bekendmaking, zorgt de overheid ervoor dat de marktdeelnemers voldoende van tevoren in kennis worden gesteld van nieuwe maatregelen als bedoeld in dit punt.;
  • d. de samenwerking met de bedrijfsgemeenschap te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals memoranda van overeenstemming op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd; en
  • e. erop toe te zien dat hun respectieve voorschriften en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de behoeften van de handelaren, dat hierbij de beste praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.
Artikel 121. Douanewaarde

De Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 (hierna de „Overeenkomst inzake de douanewaarde” genoemd), is van toepassing op de vaststelling van de douanewaarde in de wederzijdse handel tussen de partijen.

Artikel 122. Risicobeheersing

Elke partij maakt gebruik van risicobeheersingsystemen zodat haar douaneautoriteiten hun inspectiewerkzaamheden kunnen concentreren op goederen met een hoog risico, en de inklaring en het in het verkeer brengen van goederen met een laag risico worden vergemakkelijkt.

Artikel 123. Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels
1.

De partijen richten hierbij een subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels op, overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

2.

De taken van het subcomité zijn onder meer:

  • a. toezicht houden op de tenuitvoerlegging en het beheer van dit hoofdstuk en bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) van deze overeenkomst;
  • b. een forum bieden voor overleg en discussie over alle onderwerpen betreffende de douane, zoals met name douaneprocedures, douanewaarde, tariefindeling, douanenomenclatuur, douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden;
  • c. een forum bieden voor overleg en discussie over oorsprongsregels en administratieve samenwerking;
  • d. de samenwerking verbeteren bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van douaneprocedures, wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, oorsprongsregels en administratieve samenwerking;
  • e. wijzigingsverzoeken inzake de oorsprongsregels behandelen en de resultaten van de analyses en de aanbevelingen aan het Associatiecomité voorleggen;
  • f. de taken en functies uitvoeren zoals vastgelegd in bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) van deze overeenkomst;
  • g. de samenwerking verbeteren bij de capaciteitsopbouw en de technische bijstand; en
  • h. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.
3.

De partijen kunnen overeenkomen ad-hocvergaderingen bijeen te roepen inzake douanesamenwerking, oorsprongsregels of wederzijdse administratieve bijstand.

Artikel 124. Samenwerking en technische bijstand inzake douane en handelsbevordering

De maatregelen inzake technische bijstand die vereist zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk, zijn vastgesteld in de artikelen 53 en 54 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 4. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel 125. Doelstellingen
1.

Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen te vergemakkelijken en te vergroten door onnodige handelsbelemmeringen tussen de partijen, die zich kunnen voordoen als gevolg van het opstellen, vaststellen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures in de zin van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (hierna „TBT-Overeenkomst” genoemd) te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen.

2.

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken bij de versterking van de regionale integratie binnen de partijen inzake aangelegenheden die betrekking hebben op technische handelsbelemmeringen.

3.

De partijen verbinden zich ertoe de technische capaciteit inzake aangelegenheden met betrekking tot technische handelsbelemmeringen tot stand te brengen en te vergroten, met als doel de toegang tot hun respectieve markten te verbeteren.

Artikel 126. Algemene bepalingen

De partijen herbevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ten opzichte van elkaar op grond van de TBT-Overeenkomst, die hierbij wordt opgenomen in deze overeenkomst en er deel van uitmaakt. De partijen houden in het bijzonder rekening met artikel 12 van de TBT-Overeenkomst inzake speciale en differentiële behandeling.

Artikel 127. Toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, vaststellen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals omschreven in de TBT-Overeenkomst, die de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.

2.

Niettegenstaande lid 1, is dit hoofdstuk niet van toepassing op sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de WTO-Overeenkomst inzake de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen (hierna de „SPS-Overeenkomst” genoemd), noch op de aankoopspecificaties die zijn opgesteld door overheidsorganen ter voorziening in de productie- of verbruiksbehoeften van overheidsorganen, die worden gereguleerd door Titel V (Overheidsopdrachten) van deel IV van deze overeenkomst.

Artikel 128. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van bijlage I bij de TBT-Overeenkomst.

Artikel 129. Technische voorschriften

De partijen komen overeen dat zij optimaal gebruik maken van goede regelgevingspraktijken als bedoeld in de TBT-Overeenkomst. De partijen komen met name overeen:

  • a. relevante internationale normen te gebruiken als basis voor technische voorschriften, met inbegrip van conformiteitsbeoordelingsprocedures, tenzij dergelijke internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstellingen; en indien internationale normen niet als basis worden gebruikt, aan de andere partij op verzoek uit te leggen waarom dergelijke normen ondoelmatig of ongeschikt voor het nagestreefde doel worden geacht;
  • b. de ontwikkeling van regionale technische voorschriften te bevorderen en ervoor te zorgen dat deze de bestaande nationale voorschriften vervangen, om zodoende de handel met en tussen de partijen te vergemakkelijken;
  • c. mechanismen vast te stellen voor betere informatievoorziening aan de industrieën van de andere partij over technische voorschriften (bijvoorbeeld via een openbare website); en
  • d. op verzoek en onverwijld aan de andere partij of haar marktdeelnemers informatie en, waar nodig, schriftelijke aanwijzingen te verstrekken over de wijze waarop aan hun technische voorschriften kan worden voldaan.
Artikel 130. Normen
1.

De partijen bevestigen dat zij ingevolge artikel 4, lid 1, van de TBT-Overeenkomst dienen te waarborgen dat hun normalisatie-instellingen de in bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst opgenomen praktijkrichtlijn voor het opstellen, het aannemen en de toepassing van normen, aanvaarden en naleven.

2.

De partijen verbinden zich ertoe:

  • a. te zorgen voor passende interactie tussen de regelgevende autoriteiten en de nationale, regionale of internationale normalisatie-instellingen;
  • b. te zorgen voor de toepassing van de beginselen van het „Besluit van de Commissie inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de overeenkomst”, dat door de TBT-commissie van de WTO op 13 november 2000 is vastgesteld;
  • c. ervoor te zorgen dat hun normalisatie-instellingen samenwerken teneinde te waarborgen dat de internationale normalisatiewerkzaamheden waar mogelijk worden gebruikt als basis voor de ontwikkeling van normen op regionaal niveau;
  • d. de ontwikkeling van regionale normen te bevorderen en te zorgen dat waar regionale normen worden aangenomen, deze de bestaande nationale normen volledig vervangen;
  • e. informatie uit te wisselen over het gebruik door de partijen van de normen in verband met technische voorschriften en, voor zover mogelijk, ervoor te zorgen dat de normen niet verplicht worden gemaakt; en
  • f. informatie en expertise uit te wisselen inzake de werkzaamheden van internationale, regionale en nationale normalisatie-instellingen en inzake de mate waarin internationale normen worden gebruikt als basis voor hun nationale en regionale normen, alsmede algemene informatie uit te wisselen over samenwerkingsovereenkomsten die door elk van de partijen worden gebruikt bij normalisatie.
Artikel 131. Conformiteitsbeoordeling en accreditatie
1.

De partijen erkennen dat er een brede verscheidenheid aan conformiteitsbeoordelingsmechanismen bestaat, die ervoor zorgen dat de producten op het grondgebied van de partijen gemakkelijker worden aanvaard, waaronder:

  • a. aanvaarding van een conformiteitsverklaring van de leverancier;
  • b. aanwijzing van op het grondgebied van de andere partij gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstanties;
  • c. acceptatie van de resultaten van de op het grondgebied van de andere partij gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstanties; en
  • d. vrijwillige regelingen tussen conformiteitsbeoordelingsinstanties op het grondgebied van elke partij.
2.

Overeenkomstig hiermee verbindende partijen zich ertoe:

  • b. ervoor te zorgen dat, indien diverse conformiteitsbeoordelingsinstanties door een partij op grond van het toepasselijk recht van die partij gemachtigd zijn, de door die partij vastgestelde wettelijke maatregelen niet de vrijheid van marktdeelnemers beperkt om te kiezen waar zij de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsprocedures verrichten; en
  • c. informatie uit te wisselen over het accreditatiebeleid, en te beoordelen hoe optimaal gebruik kan worden gemaakt van internationale accreditatienormen en van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instellingen van de partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld met behulp van de mechanismen van de International Laboratory Accreditation Co-operation (ILAC) en het International Accreditation Forum (IAF).
Artikel 132. Speciale en differentiële behandeling

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 126 van dit hoofdstuk, komen de partijen het volgende overeen:

  • a. de partijen waarborgen dat de wettelijke maatregelen geen belemmering vormen voor het sluiten van vrijwillige overeenkomsten tussen de conformiteitsbeoordelingsinstanties in de republieken van de MA-partij en die in de EU-partij, en bevorderen voorts de deelname van dergelijke instanties aan deze overeenkomsten;
  • b. als een van de partijen een specifiek probleem met betrekking tot een bestaand of voorgesteld technisch voorschrift, een norm of een conformiteitsbeoordelingsprocedure vaststelt waardoor de handel tussen de partijen beïnvloed kan worden, kan deze uitvoerende partij opheldering en begeleiding vragen over hoe aan de maatregel van de invoerende partij kan worden voldaan. Deze laatste geeft onverwijld gehoor aan dit verzoek en neemt de door de uitvoerende partij geuite bezwaren in overweging;
  • c. op verzoek van de uitvoerende partij verbindt de invoerende partij zich ertoe via haar bevoegde autoriteiten onverwijld informatie te verstrekken over de technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures die voor een groep goederen of voor een specifiek goed gelden ten aanzien van het op de markt brengen daarvan op het grondgebied van de invoerende partij; en
  • d. overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de TBT-Overeenkomst, houdt de EU-partij bij het opstellen of toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, rekening met de speciale ontwikkelings-, financierings- en handelsbehoeften van de republieken van de MA-partij, met als doel te waarborgen dat deze technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige belemmeringen voor hun uitvoer creëren.
Artikel 133. Samenwerking en technische bijstand

De partijen zijn het erover eens dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot technische handelsbelemmeringen. In dit opzicht hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld die zijn opgenomen in artikel 57 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

Artikel 134. Samenwerking en regionale integratie

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen nationale en regionale autoriteiten die zich met technische handelsbelemmeringen bezighouden, zowel in de openbare als in de particuliere sector, van belang is om de handel binnen de regio’s en tussen de partijen zelf te bevorderen. De partijen verbinden zich ertoe ten behoeve hiervan gezamenlijke acties te ondernemen, onder andere:

  • a. de samenwerking versterken op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren, en op gebieden van gemeenschappelijk belang initiatieven voor handelsbevordering onderzoeken die leiden tot convergentie van de voorschriften van hun regelgeving. Daartoe kunnen zij zowel op horizontaal als op sectoraal niveau dialogen over regelgeving tot stand brengen;
  • b. ernaar streven om handelsbevorderende initiatieven in kaart te brengen, te ontwikkelen en te bevorderen die met name, doch niet uitsluitend, het volgende kunnen inhouden:
  • i. versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door, bijvoorbeeld, de uitwisseling van informatie, expertise en gegevens, alsmede door wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de manier waarop technische voorschriften worden ontwikkeld, te verbeteren in de zin van transparantie en overleg, en efficiënt gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;
  • ii. vereenvoudiging van procedures en voorschriften; en
  • iii. bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere instellingen voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditatie;
  • c. op verzoek voorstellen die een andere partij doet voor samenwerking in het kader van dit hoofdstuk op gepaste wijze in overweging nemen.
Artikel 135. Transparantie en kennisgevingsprocedures

De partijen komen overeen:

  • a. te voldoen aan de verplichtingen inzake transparantie van de partijen zoals opgenomen in de TBT-Overeenkomst, en vroegtijdig te waarschuwen in het geval van de introductie van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures met een aanzienlijk effect op de handel tussen de partijen, en, in het geval dat dergelijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures worden geïntroduceerd, voldoende ruimte te laten tussen de bekendmaking ervan en de inwerkingtreding zodat marktdeelnemers gelegenheid hebben zich hieraan aan te passen;
  • b. de andere partij in het geval van kennisgeving overeenkomstig de TBT-Overeenkomst ten minste zestig dagen volgend op de kennisgeving de tijd te geven schriftelijke opmerkingen over het voorstel in te dienen, tenzij er zich dringende problemen inzake veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen, en, voor zover mogelijk, redelijke verzoeken tot verlenging van de termijn waarbinnen opmerkingen kunnen worden gemaakt, op gepaste wijze in overweging te nemen. Deze termijn wordt verlengd indien de TBT-commissie van de WTO dit aanbeveelt; en
  • c. op gepaste wijze rekening te houden met de standpunten van de andere partij indien een onderdeel van het proces voor de ontwikkeling van een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordelingsprocedure voorafgaand aan het WTO-kennisgevingsproces, overeenkomstig de procedures van elke regio aan een openbare raadpleging is onderworpen, en op de opmerkingen van de andere partij op verzoek schriftelijk te antwoorden.
Artikel 136. Markttoezicht

De partijen verbinden zich ertoe:

  • a. van gedachten te wisselen over markttoezicht en handhavend optreden; en
  • b. ervoor te zorgen dat het markttoezicht door de bevoegde autoriteiten op onafhankelijke wijze wordt verricht, met als doel belangenconflicten te vermijden.
Artikel 137. Vergoedingen

De partijen verbinden zich ertoe ervoor te zorgen dat:

  • a. vergoedingen voor de conformiteitsbeoordeling van producten van oorsprong uit het grondgebied van een van de partijen billijk zijn in vergelijking met de vergoedingen die worden gevraagd voor de conformiteitsbeoordeling van soortgelijke producten van nationale oorsprong of van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, met inachtneming van de kosten van communicatie, vervoer en andere kosten die het gevolg zijn van het feit dat de bedrijfsruimten van de aanvrager en die van de conformiteitsbeoordelingsinstantie op verschillende plaatsen zijn gevestigd;
  • b. een partij de andere partij gelegenheid geeft bezwaar in te dienen tegen het bedrag dat wordt aangerekend voor de conformiteitsbeoordeling van producten indien de vergoeding excessief is in verhouding tot de kosten van de certificering en indien dit de concurrentiepositie van haar producten ondermijnt; en
  • c. de verwachte verwerkingsperiode voor alle verplichte conformiteitsbeoordelingen redelijk en billijk is voor ingevoerde en interne goederen.
Artikel 138. Merktekens en etikettering
1.

De partijen brengen in herinnering dat, zoals vermeld in artikel 1 van bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst, een technisch voorschrift geheel of ten dele betrekking kan hebben op merktekens of etikettering, en zij komen overeen dat voor zover hun technische voorschriften voorzien in verplichte merktekens of etikettering, zij de beginselen van artikel 2, lid 2, van de TBT-Overeenkomst zullen eerbiedigen.

2.

De partijen komen met name het volgende overeen:

  • a. de partijen vereisen alleen merktekens of etikettering die voor de consument of gebruiker van het product relevant zijn, of om aan te geven dat het product voldoet aan de verplichte technische voorschriften7)Indien etikettering voor fiscale doeleinden wordt vereist, wordt een dergelijke vereiste zodanig geformuleerd dat het de handel niet meer beperkt dan nodig is om een legitiem doel te bereiken.;
  • b. indien nodig met het oog op het risico van de producten voor de gezondheid of het leven van mensen, dieren of planten, voor het milieu of voor de nationale veiligheid, kunnen de partijen: Het voorgaande geldt onverminderd maatregelen die door de partijen worden genomen ingevolge hun interne regelgeving om te controleren of etiketten voldoen aan de bindende voorschriften, alsmede maatregelen die zij nemen om praktijken te controleren die misleidend kunnen zijn voor de consument;
  • i. de goedkeuring, registratie of certificering van merktekens of etikettering vereisen als voorwaarde voor verkoop op hun respectieve markten; of
  • ii. voorschriften inzake de fysieke kenmerken of het ontwerp van een etiket invoeren, met name dat de informatie wordt geplaatst op een specifiek deel van het product of in een bepaalde vorm of omvang.
  • c. in het geval dat een partij verlangt dat marktdeelnemers een uniek identificatienummer gebruiken, wordt een dergelijk nummer zonder onnodige vertraging en op niet-discriminerende grondslag aan de marktdeelnemers van de andere partij toegekend;
  • d. tenzij dit misleidend, tegenstrijdig of verwarrend is ten opzichte van de informatie die in het land van bestemming van de goederen moet worden verstrekt, staan de partijen het volgende toe:
  • i. informatie in meer talen dan alleen de taal die in het land van bestemming is voorgeschreven;
  • ii. internationale nomenclaturen, pictogrammen, symbolen en grafieken; en
  • iii. aanvullende informatie naast die welke in het land van bestemming van de goederen is voorgeschreven;
  • e. de partijen trachten, zolang de legitieme doelstellingen van de TBT-Overeenkomst hierdoor niet in gevaar komen en de informatie op juiste wijze de consument bereikt, niet-permanente of verwijderbare etiketten dan wel merktekens of etiketten in de begeleidende documentatie in plaats van op of aan het product zelf aangebracht, te aanvaarden; en
  • f. de partijen staan toe dat er in het land van bestemming etikettering of correcties op etikettering wordt of worden aangebracht alvorens de goederen op de markt worden gebracht.
3.

Rekening houdend met lid 2, komen de partijen overeen dat wanneer een partij merktekens of etikettering op textiel, kleding of schoeisel vereist, alleen van de volgende informatie kan worden verlangd dat deze permanent wordt aangebracht:

  • a. in het geval van textiel en kleding: de vezelsamenstelling, het land van oorsprong, veiligheidsinstructies voor specifieke gebruikswijzen en onderhoudsinstructies; en
  • b. in het geval van schoeisel: de belangrijkste grondstoffen van de hoofdonderdelen, veiligheidsinstructies voor specifieke gebruikswijzen en het land van oorsprong.
4.

De partijen passen de bepalingen van dit artikel uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toe.

Artikel 139. Subcomité Technische handelsbelemmeringen
1.

De partijen richten hierbij een subcomité Technische handelsbelemmeringen op, overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

2.

Het subcomité heeft de volgende taken:

  • a. alle zaken met betrekking tot de toepassing van dit hoofdstuk bespreken die van invloed kunnen zijn op de handel tussen de partijen;
  • b. toezicht houden op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk, waarbij onverwijld een kwestie wordt behandeld wanneer door een van de partijen een dergelijke kwestie wordt voorgelegd in verband met de ontwikkeling, de vaststelling, de toepassing of de handhaving van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures; en, op verzoek van een van beide partijen, overleg plegen over kwesties die in verband met dit hoofdstuk aan de orde komen;
  • c. de informatie-uitwisseling inzake technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures vereenvoudigen;
  • d. een discussieforum bieden om binnen het toepassingsgebied en de doelstelling van dit hoofdstuk problemen of kwesties op te lossen die de handel belemmeren of beperken;
  • e. de samenwerking verbeteren bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van het uitwisselen van informatie tussen de relevante openbare en particuliere organen die zich met deze aangelegenheden bezighouden, en directe interactie aanmoedigen tussen niet-gouvernementele instanties, zoals normalisatie-, accreditatie- en certificerende instellingen;
  • f. de informatie-uitwisseling vereenvoudigen over werkzaamheden die worden verricht bij niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora die zich bezighouden met activiteiten met betrekking tot technische voorschriften, normalisatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  • g. uitzoeken hoe de handel tussen de partijen kan worden verbeterd;
  • i. dit hoofdstuk evalueren in het licht van ontwikkelingen die met de TBT-Overeenkomst verband houden;
  • j. rapporteren aan het Associatiecomité inzake de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk, met name de vooruitgang ten aanzien van de verwezenlijking van de vastgestelde doelen en de bepalingen in verband met speciale en differentiële behandeling;
  • k. alle andere stappen doen waarvan de partijen menen dat deze zullen bijdragen aan de uitvoering van dit hoofdstuk;
  • l. een dialoog tot stand brengen tussen regelgevers overeenkomstig artikel 134, onder a), van dit hoofdstuk en, waar van toepassing, werkgroepen instellen om de verschillende kwesties te bespreken die van belang zijn voor de partijen. Niet-gouvernementele deskundigen en belanghebbenden kunnen deel uitmaken van deze werkgroepen of worden geraadpleegd; en
  • m. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.

HOOFDSTUK 5. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel 140. Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a. het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten op het grondgebied van de partijen te beschermen, en tegelijk de handel tussen de partijen binnen het toepassingsgebied van de uitvoering van dit hoofdstuk te bevorderen;
  • c. ervoor te zorgen dat de sanitaire en fytosanitaire maatregelen geen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen tussen de partijen opwerpen;
  • d. rekening te houden met de ongelijkheden tussen de regio’s;
  • e. de samenwerking op sanitair en fytosanitair vlak te verbeteren overeenkomstig deel III van deze overeenkomst, met als doel de capaciteiten van een partij ten aanzien van sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden te versterken, teneinde de toegang tot de markt van de andere partij te verbeteren en tegelijk het niveau van bescherming van mensen, dieren en planten te waarborgen; en
  • f. geleidelijk een regio-tot-regio-aanpak van de handel in goederen door te voeren, met inachtneming van sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
Artikel 141. Multilaterale rechten en verplichtingen

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-Overeenkomst.

Artikel 142. Toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.

2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals omschreven in de TBT-Overeenkomst.

3.

Daarnaast is dit hoofdstuk van toepassing op de samenwerking op het terrein van dierenwelzijn.

Artikel 143. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities die zijn opgenomen in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst.

Artikel 144. Bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten van de partijen zijn de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk, zoals vastgesteld in bijlage VI (Bevoegde autoriteiten). Overeenkomstig artikel 151 van dit hoofdstuk stellen de partijen elkaar in kennis van elke wijziging met betrekking tot de bevoegde autoriteiten.

Artikel 145. Algemene beginselen
1.

De sanitaire en fytosanitaire maatregelen die door de partijen worden toegepast, gaan uit van de beginselen die zijn vastgelegd in artikel 3 van de SPS-Overeenkomst.

2.

De sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden gebruikt om ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen op te werpen.

3.

De procedures die worden ingesteld binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk, worden toegepast op transparante wijze, zonder onnodige vertragingen en onder voorwaarden en vereisten met inbegrip van kosten, die niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van de dienst en die billijk zijn in verhouding tot vergoedingen die in rekening worden gebracht voor soortgelijke interne producten van de partijen.

4.

De partijen maken geen gebruik van de in lid 3 genoemde procedures, noch van de verzoeken om aanvullende informatie, om de toegang tot de markt zonder wetenschappelijke en technische rechtvaardiging te vertragen.

Artikel 146. Voorschriften voor invoer
1.

De uitvoerende partij zorgt ervoor dat de naar de invoerende partij uitgevoerde producten voldoen aan de sanitaire en fytosanitaire voorschriften van de invoerende partij.

2.

De invoerende partij garandeert dat de invoervoorwaarden worden toegepast op evenredige en niet-discriminerende wijze.

Artikel 147. Handelsbevordering
1.

Lijst van inrichtingen:

  • a. Voor de invoer van dierlijke producten verschaft de uitvoerende partij de invoerende partij een lijst van inrichtingen die voldoen aan de voorschriften van de invoerende partij.
  • b. Op verzoek van de uitvoerende partij, die bij haar verzoek de passende sanitaire garanties voegt, erkent de invoerende partij inrichtingen als bedoeld in bijlage VII (Voorschriften en bepalingen betreffende de erkenning van inrichtingen voor producten van dierlijke oorsprong), die gevestigd zijn op het grondgebied van de uitvoerende partij, zonder voorafgaande inspectie van de afzonderlijke inrichtingen. Deze erkenning dient overeen te stemmen met de voorschriften en bepalingen van bijlage VII, en blijft beperkt tot die productcategorieën waarvoor de invoer is toegestaan.
  • c. De in dit artikel bedoelde sanitaire garanties kunnen relevante en gerechtvaardigde informatie omvatten om de sanitaire status van de in te voeren levende dieren en dierlijke producten te garanderen.
  • d. Tenzij om aanvullende informatie wordt verzocht, neemt de invoerende partij de nodige wetgevende of administratieve maatregelen, overeenkomstig haar geldende wettelijke procedures, om binnen veertig werkdagen na ontvangst van het verzoek van de uitvoerende partij, dat vergezeld gaat van de passende sanitaire garanties, de invoer op die basis toe te staan.
  • e. De invoerende partij doet regelmatig verslag van de afgewezen verzoeken om erkenning, met vermelding van de non-conformiteiten waarop de besluiten om een inrichting niet te erkennen, zijn gebaseerd.
2.

Vergoedingen voor invoercontroles en -inspectie: de eventuele vergoedingen die worden opgelegd voor de procedures inzake ingevoerde producten, mogen slechts de door de bevoegde autoriteit voor het verrichten van de invoercontrole opgelopen kosten omvatten; de vergoedingen zijn niet hoger dan de werkelijke kosten van de dienst en zijn billijk ten aanzien van vergoedingen die in rekening worden gebracht voor soortgelijke interne producten.

Artikel 148. Verificaties
1.

Om het vertrouwen in de doeltreffende uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk te bewaren, heeft elke partij, binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk, het recht om:

  • a. een verificatie te verrichten van het geheel of een deel van het controlesysteem van de autoriteiten van de andere partij, overeenkomstig de richtsnoeren die zijn opgenomen in bijlage VIII (Richtsnoeren voor de uitvoering van verificaties), waarbij de kosten van een dergelijke verificatie worden gedragen door de partij die de verificatie verricht; en
  • b. informatie te ontvangen van de andere partij over haar controlesysteem en te worden geïnformeerd over de resultaten van de controles die door middel van dat systeem zijn uitgevoerd.
2.

De partijen wisselen de resultaten en conclusies van de op het grondgebied van de andere partij verrichte verificaties uit en maken deze algemeen bekend.

3.

Indien de invoerende partij besluit een verificatiebezoek te brengen aan de uitvoerende partij, stelt zij de andere partij daar ten minste zestig werkdagen van tevoren van in kennis, uitgezonderd in noodgevallen of als de betrokken partijen anderszins overeenkomen. Wijzigingen ten aanzien van dit bezoek worden overeengekomen door de betrokken partijen.

Artikel 149. Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren
1.

De partijen erkennen het concept van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen overeenkomstig de SPS-Overeenkomst, alsmede de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (hierna de „OIE” genoemd) en het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten (hierna de „IPPC” genoemd). Het in artikel 156 van dit hoofdstuk genoemde subcomité kan de details van de procedure voor de erkenning van dergelijke gebieden nader definiëren, rekening houdend met de SPS-Overeenkomst en de desbetreffende normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de OIE en de IPPC. Deze procedure wordt tevens toegepast bij uitbraken en herbesmetting.

2.

Bij de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen, wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologische surveillance en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden.

3.

Voor de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen, brengen de partijen een nauwe samenwerking tot stand om vertrouwen in de door elke partij voor die vaststelling gevolgde procedures te verkrijgen.

4.

Bij de vaststelling van deze gebieden, ongeacht of dit voor het eerst gebeurt of na de uitbraak van een dierenziekte of het opnieuw optreden van een plantenplaag, baseert de invoerende partij haar eigen vaststelling van de dier- of plantgezondheidsstatus van de uitvoerende partij of delen daarvan in beginsel op de door de uitvoerende partij overeenkomstig de SPS-Overeenkomst en de desbetreffende normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de OIC en het IPPC verstrekte informatie, en houdt zij rekening met de vaststelling die de uitvoerende partij heeft gedaan.

5.

Indien de invoerende partij voornoemde, door de uitvoerende partij gedane vaststelling niet aanvaardt, zet zij de redenen hiervoor uiteen en is zij bereid in overleg te treden.

6.

De uitvoerende partij levert het nodige bewijs om de invoerende partij objectief aan te tonen dat de desbetreffende gebieden ziekte- of plagenvrije gebieden, respectievelijk gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen zijn, en dat waarschijnlijk ook blijven. Hiertoe wordt aan de invoerende partij op verzoek redelijke toegang verleend voor inspectie, proeven en andere relevante procedures.

7.

De partijen erkennen het beginsel van compartimentering van de OIE en van plagenvrije productieplaatsen en -locaties van de IPPC. Zij zullen hun toekomstige aanbevelingen ter zake in overweging nemen. Het subcomité dat op grond van artikel 156 van dit hoofdstuk is ingesteld, doet dienovereenkomstig aanbevelingen.

Artikel 150. Gelijkwaardigheid

Middels het subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden dat op grond van artikel 156 is ingesteld, kunnen de partijen bepalingen inzake gelijkwaardigheid opstellen en zullen zij aanbevelingen doen overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld in de institutionele bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel 151. Transparantie en uitwisseling van informatie

De partijen:

  • a. streven transparantie na op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn;
  • b. verbeteren het wederzijdse begrip van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van elke partij en de toepassing ervan;
  • c. wisselen informatie uit over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling en de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die de handel tussen de partijen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, opdat de negatieve gevolgen ervan voor de handel zoveel mogelijk worden beperkt; en
  • d. delen op verzoek van een partij de op de invoer van specifieke producten toepasselijke voorschriften mede.
Artikel 152. Kennisgeving en overleg
1.

Elke partij stelt de andere partij binnen drie werkdagen schriftelijk in kennis van alle ernstige of aanzienlijke risico’s voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, met inbegrip van noodsituaties op voedselgebied.

2.

De kennisgevingen worden gedaan aan de contactpunten die zijn opgenomen in bijlage IX (Contactpunten en websites). Onder schriftelijke kennisgeving wordt kennisgeving per post, fax of e-mail verstaan.

3.

Indien een partij ernstige bedenkingen heeft ten aanzien van een risico voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, waarbij producten gemoeid zijn die worden verhandeld, dient overleg over de situatie op verzoek zo snel mogelijk plaats te vinden. Elke partij tracht in dergelijke omstandigheden alle nodige informatie te verstrekken teneinde handelsverstoringen te voorkomen.

4.

Het in lid 3 bedoelde overleg kan worden gepleegd via e-mail, video-/audioconferentie of elk ander wederzijds door de partijen overeengekomen middel. De verzoekende partij heeft de taak om de notulen van het overleg op te stellen, die formeel door de partijen moeten worden goedgekeurd.

Artikel 153. Noodmaatregelen
1.

In het geval van een ernstig risico voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, mag de invoerende partij zonder voorafgaande kennisgeving maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten. Voor zendingen die in doorvoer zijn tussen de partijen, kiest de invoerende partij de meest geschikte en evenredige oplossing teneinde onnodige handelsverstoringen te vermijden.

2.

De partij die de maatregelen neemt, stelt de andere partij zo snel mogelijk in kennis en in ieder geval niet later dan één werkdag na het vaststellen van de maatregel. De partijen kunnen verzoeken om informatie met betrekking tot de sanitaire en fytosanitaire situatie en de vastgestelde maatregelen, en de partijen antwoorden zodra de gevraagde informatie beschikbaar is.

3.

Op verzoek van elk van de partijen en overeenkomstig de bepalingen van artikel 152 van dit hoofdstuk, plegen de partijen binnen vijftien werkdagen na kennisgeving overleg over de situatie. Doel van dit overleg is het voorkomen van onnodige handelsverstoringen. De partijen kunnen opties overwegen voor de bevordering van de uitvoering of de vervanging van de maatregelen.

Artikel 154. Samenwerking en technische bijstand
1.

De maatregelen inzake samenwerking en technische bijstand die vereist zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk, zijn vastgesteld in artikel 62 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

2.

Middels het subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden dat op grond van artikel 156 van dit hoofdstuk is ingesteld, stellen de partijen een werkprogramma op, waarin onder andere de nodige elementen worden beschreven van de samenwerking en technische bijstand voor het opbouwen en/of versterken van de capaciteit van de partijen inzake kwesties van gemeenschappelijk belang op het gebied van de gezondheid van mensen, dieren en planten en voedselveiligheid.

Artikel 155. Speciale en differentiële behandeling

Elke republiek van de MA-partij mag direct overleg plegen met de EU-partij wanneer zij een specifiek probleem vaststelt met betrekking tot een door de EU-partij voorgestelde maatregel die de onderlinge handel kan beïnvloeden. Voor dergelijk overleg kunnen de besluiten van de SPS-commissie van de WTO, zoals document G/SPS/33 en de wijzigingen daarop, als richtsnoer worden gebruikt.

Artikel 156. Subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden
1.

De partijen richten hierbij een subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden op overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

2.

Het subcomité kan elk vraagstuk behandelen dat verband houdt met de rechten en verplichtingen op grond van dit hoofdstuk. Het heeft in het bijzonder de volgende verantwoordelijkheden en taken:

  • a. aanbevelingen doen ten aanzien van de ontwikkeling van procedures of regelingen die voor de uitvoering van dit hoofdstuk nodig zijn;
  • b. toezicht houden op de voortgang bij de uitvoering van dit hoofdstuk;
  • c. een forum bieden voor discussie over problemen die zich voordoen door de toepassing van bepaalde sanitaire of fytosanitaire maatregelen, teneinde wederzijds aanvaardbare alternatieven te formuleren; Daartoe wordt het subcomité op verzoek van een partij met spoed bijeengeroepen voor overleg;
  • d. indien nodig, overleg plegen zoals vastgesteld in artikel 155 van dit hoofdstuk inzake speciale en differentiële behandeling;
  • e. indien nodig, overleg plegen zoals vastgesteld in artikel 157 van dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen die zich voordoen in verband met dit hoofdstuk;
  • f. de samenwerking tussen de partijen inzake dierenwelzijn bevorderen; en
  • g. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.
3.

Het subcomité stelt op zijn eerste vergadering zijn reglement van orde vast, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Associatiecomité.

Artikel 157. Geschillenbeslechting
1.

Indien een partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij in strijd is of kan zijn met de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk, kan zij verzoeken om technisch overleg in het bij artikel 156 opgerichte subcomité. De in bijlage VI (Bevoegde autoriteiten) genoemde bevoegde autoriteiten zullen dit overleg faciliteren.

2.

Indien een geschil onderwerp is van overleg in het subcomité overeenkomstig lid 1, vervangt dit overleg het overleg waarin artikel 310 van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voorziet, tenzij anderszins overeengekomen door de partijen bij het geschil. Het overleg in het subcomité wordt uiterlijk dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij de overleg plegende partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Dit overleg kan worden gepleegd via telefonische conferentie, videoconferentie of elk ander wederzijds door de partijen overeengekomen middel.

HOOFDSTUK 6. UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel 158. Algemene uitzonderingen
1.

Artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop worden opgenomen in deze overeenkomst en maken er integraal deel van uit.

2.

De partijen erkennen dat artikel XX, onder b), van de GATT 1994 ook van toepassing kan zijn op milieumaatregelen die nodig zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten, en dat artikel XX, onder g), van de GATT 1994 van toepassing is op maatregelen met betrekking tot de instandhouding van levende en niet-levende niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen.

3.

De partijen zijn het erover eens dat, voordat in artikel XX, onder i) en j), van de GATT 1994 bedoelde maatregelen worden genomen, de uitvoerende partij die voornemens is maatregelen te nemen, de andere partij op verzoek alle relevante informatie verstrekt. De partijen kunnen overeenkomen elk middel aan te wenden dat vereist is om een einde te maken aan de omstandigheden die tot de maatregelen nopen. Indien binnen dertig dagen geen overeenstemming is bereikt, kan de uitvoerende partij krachtens dit artikel maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. Wanneer door uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die strikt noodzakelijk zijn om de situatie te verhelpen, en stelt zij de andere partij onmiddellijk hiervan in kennis.

TITEL III. VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 159. Doel en toepassingsgebied
1.

De partijen, die hun verbintenissen op grond van de WTO-Overeenkomst herbevestigen, leggen hierbij de noodzakelijke bepalingen vast voor de geleidelijke invoering van de vrijheid van vestiging en de geleidelijke liberalisering van de handel in diensten en voor samenwerking op het gebied van elektronische handel (hierna „e-commerce” genoemd).

2.

Niets in deze titel wordt zodanig uitgelegd dat het de privatisering vereist van overheidsondernemingen of van de dienstverlening van openbare nutsbedrijven bij de uitoefening van overheidsgezag, of dat het een verplichting inhoudt met betrekking tot overheidsopdrachten.

3.

De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies.

4.

Overeenkomstig de bepalingen van deze titel behoudt elke partij het recht regelgevend op te treden en nieuwe regelingen in te voeren om legitieme nationale beleidsdoelstellingen te bereiken.

5.

Deze titel is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

6.

Niets in deze titel belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang van natuurlijke personen tot of hun tijdelijke verblijf op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit en het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, al mogen deze maatregelen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die een partij op grond van een specifieke verbintenis toekomen, daardoor teniet worden gedaan of uitgehold8)Het feit alleen dat voor natuurlijke personen van een bepaald land wel en voor die van andere landen niet een visum vereist is, wordt niet geacht voordelen op grond van een specifieke verbintenis teniet te doen of uit te hollen..

Artikel 160. Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a. „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling, of in enige andere vorm;
  • b. „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:
  • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en
  • ii. niet-gouvernementele lichamen bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
  • c. „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij overeenkomstig hun respectieve wetgeving;
  • d. „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
  • e. „rechtspersoon van de EU-partij” of „rechtspersoon van een republiek van de MA-partij”: een rechtspersoon die is gevestigd naar het recht van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een republiek van de MA-partij en die op het grondgebied van respectievelijk de EU-partij of een republiek van de MA-partij zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft. Indien de rechtspersoon slechts zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van respectievelijk de Europese Unie of een republiek van de MA-partij heeft, wordt deze niet beschouwd als respectievelijk een rechtspersoon van de EU-partij of een rechtspersoon van een republiek van de MA-partij, tenzij hij omvangrijke zakelijke transacties verricht op het grondgebied van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een republiek van de MA-partij9)Overeenkomstig haar aanmelding van het EG-Verdrag bij de WTO (doc. WT/REG39/1) is volgens de EU het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties” in artikel V, lid 6, van de GATS.; en
  • f. niettegenstaande het voorgaande punt vallen buiten de EU-partij of de republieken van de MA-partij gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk een republiek van de MA-partij zeggenschap hebben, tevens onder de bepalingen van deze overeenkomst indien hun schepen in die lidstaat van de Europese Unie of in een republiek van de MA-partij zijn geregistreerd overeenkomstig hun respectieve wetgeving en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij voeren.
Artikel 161. Samenwerking inzake vestiging, handel in diensten en e-commerce

De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven inzake wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot vestiging, handel in diensten en e-commerce. In deze zin hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld, die zijn opgenomen in artikel 56 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 2. VESTIGING

Artikel 162. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „filiaal van een rechtspersoon van een partij”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;
  • b. „economische activiteit”: de activiteiten waarvoor verbintenissen zijn aangegaan in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging). „Economische activiteit” omvat geen activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, bijvoorbeeld activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;
  • c. „vestiging”:
  • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon10)Onder „oprichting” en „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven.; of
  • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging, op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;
  • d. „investeerder van een partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit tracht uit te oefenen of uitoefent; en
  • e. „dochteronderneming van een rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon van die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft11)Een rechtspersoon is voorwerp van zeggenschap door een andere rechtspersoon wanneer deze laatste bevoegd is een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon op andere wijze juridisch te sturen.
Artikel 163. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op vestiging12)Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bescherming van investeringen, anders dan de behandeling ingevolge artikel 165, procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat daaronder begrepen. in alle economische activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 162, met uitzondering van:

  • a. de winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;
  • b. de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;
  • c. audiovisuele diensten;
  • d. nationale cabotage en cabotage over de binnenwateren13)Onverminderd de draagwijdte van de activiteiten die op grond van de relevante interne wetgeving kunnen worden aangemerkt als cabotage, omvat nationale cabotage voor de toepassing van dit hoofdstuk het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een punt in een republiek van de MA-partij of een lidstaat van de Europese Unie en een andere haven of een ander punt in dezelfde republiek van de MA-partij of dezelfde lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van haar continentaal plat, en verkeer dat afkomstig is van en zijn eindbestemming heeft in dezelfde haven of hetzelfde punt in een republiek van de MA-partij of een lidstaat van de Europese Unie.; en
  • e. nationale en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. diensten voor reparatie en onderhoud van vliegtuigen, gedurende welke een vliegtuig wordt onttrokken aan de luchtvaartdienst;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS); en
  • iv. andere diensten die de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen ondersteunen, zoals opgenomen in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging).
Artikel 164. Markttoegang
1.

Ten aanzien van de markttoegang in het kader van vestiging behandelt elke partij vestigingen en investeerders van de andere partij niet minder gunstig dan is bepaald in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermelde specifieke verbintenissen.

2.

Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag vaststellen of handhaven voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage X, omschreven als:

  • a. beperkingen van het aantal vestigingen in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of de vereisten van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • c. beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte14)Lid 2, onder a), b) en c), is niet van toepassing op maatregelen die de productie van een landbouwproduct beperken.;
  • d. beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen; en
  • e. maatregelen die specifieke soorten vestigingen (dochteronderneming, filiaal, vertegenwoordiging)15)Elke partij kan eisen dat in het geval van een vestiging naar haar eigen recht de investeerder een bepaalde rechtsvorm aanneemt. Zolang een dergelijke vereiste op niet-discriminerende wijze wordt toegepast, hoeft deze niet te worden gespecificeerd in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) teneinde te kunnen worden gehandhaafd of vastgesteld door de partijen. of joint ventures via welke een investeerder van de andere partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereisen of ten aanzien van die vestigingen of joint ventures beperkingen opleggen.
Artikel 165. Nationale behandeling
1.

Elke partij behandelt binnen de in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, vestigingen en investeerders van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke vestigingen en investeerders.

2.

Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan vestigingen en investeerders van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke vestigingen en investeerders toekent.

3.

Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van vestigingen of investeerders van de partij, in vergelijking met soortgelijke vestigingen of investeerders van de andere partij.

4.

De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende investeerders.

Artikel 166. Lijsten van verbintenissen

De sectoren waarvoor elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen heeft aangegaan, en de beperkingen, voorwaarden en kwalificaties, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor vestigingen en investeerders van de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermeld.

Artikel 167. Andere overeenkomsten

Niets in deze titel wordt zodanig uitgelegd dat het de rechten beperkt van investeerders van de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en een republiek van de MA-partij partijen zijn. Niets in deze overeenkomst wordt, direct dan wel indirect, onderworpen aan in die overeenkomsten vastgestelde procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat.

Artikel 168. Evaluatie

De partijen zeggen toe het rechtskader inzake investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen, te evalueren.

HOOFDSTUK 3. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel 169. Toepassingsgebied en definities
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:

  • a. audiovisuele diensten;
  • b. nationale cabotage en cabotage over de binnenwateren16)Onverminderd de draagwijdte van de activiteiten die op grond van de relevante interne wetgeving kunnen worden aangemerkt als cabotage, omvat nationale cabotage voor de toepassing van dit hoofdstuk het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een punt in een republiek van de MA-partij of een lidstaat van de Europese Unie en een andere haven of een ander punt in dezelfde republiek van de MA-partij of dezelfde lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van haar continentaal plat, en verkeer dat afkomstig is van en zijn eindbestemming heeft in dezelfde haven of hetzelfde punt in een republiek van de MA-partij of een lidstaat van de Europese Unie.; en
  • c. nationale en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. diensten voor reparatie en onderhoud van vliegtuigen, gedurende welke een vliegtuig wordt onttrokken aan de luchtvaartdienst;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);
  • iv. andere diensten die de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen ondersteunen, zoals opgenomen in bijlage XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening).
2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:
  • i. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)