Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
- d. vermeldt in aanhangsel 3 (Media voor de publicatie van berichten van aanbesteding) van bijlage XVI de media waarin de partij de berichten publiceert die vereist zijn krachtens artikel 213, artikel 215, lid 4, en artikel 223, lid 2.
De MA-partij stelt al het redelijke in het werk om één enkel toegangspunt op regionaal niveau te ontwikkelen. De EU-partij biedt technische en financiële steun bij de ontwikkeling, de totstandbrenging en het onderhoud van een dergelijk toegangspunt. Deze samenwerking wordt behandeld in titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst. De uitvoering van deze bepaling is onder voorbehoud van verwezenlijking van het initiatief inzake technische en financiële steun voor de ontwikkeling, de totstandbrenging en het onderhoud van één enkel toegangspunt op Midden-Amerikaans niveau.
Elke partij stelt de andere partij onverwijld in kennis van elke wijziging van de in aanhangsel 2 (Media voor de publicatie van informatie over aanbestedingen) en aanhangsel 3 (Media voor de publicatie van berichten van aanbesteding) van bijlage XVI vermelde informatie van de partij.
Artikel 213. Publicatie van berichten
Voor elke hier bedoelde overheidsopdracht publiceert de aanbestedende dienst, behalve in de omstandigheden omschreven in artikel 220, een bericht van aanbesteding in de daartoe bestemde media als vermeld in aanhangsel 3 (Media voor de publicatie van berichten van aanbesteding) van bijlage XVI. In elk bericht wordt de informatie opgenomen die in aanhangsel 4 (Bericht van aanbesteding) van bijlage XVI bij deze overeenkomst is vermeld. Deze berichten zijn, indien en waar zij voorkomen, kosteloos langs elektronische weg beschikbaar via één enkel toegangspunt op regionaal niveau.
De aanbestedende diensten worden aangemoedigd elk jaar zo vroeg mogelijk hun aanbestedingsplannen aan te kondigen („aankondiging van geplande aanbestedingen”). De aankondiging bevat de inhoud van de opdracht en bij benadering de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding of de periode waarin deze wordt gehouden.
Indien de interne wetgeving hierin voorziet, kunnen aanbestedende diensten de aankondiging van geplande aanbestedingen als bericht van aanbesteding gebruiken, mits de aankondiging zoveel mogelijk van de in aanhangsel 4 (Bericht van aanbesteding) bij deze overeenkomst bedoelde informatie bevat, alsmede een verklaring dat belangstellende leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de aanbestedende dienst bekend moeten maken.
Artikel 214. Voorwaarden voor deelname aan aanbestedingen
Aanbestedende diensten beperken de eventuele voorwaarden voor deelname aan een aanbesteding tot wat essentieel is om te waarborgen dat de leverancier over de juridische en financiële capaciteiten en de commerciële en technische bekwaamheid beschikt om de desbetreffende opdracht uit te voeren.
Bij de beoordeling of een leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet, evalueert de aanbestedende dienst de financiële draagkracht en de commerciële en technische bekwaamheid van de leverancier aan de hand van diens zakelijke activiteiten op en buiten het grondgebied van de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort. Daarbij mag de aanbestedende dienst de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder door een aanbestedende dienst van een gegeven partij een of meer opdrachten zijn gegund of dat de leverancier reeds eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van een gegeven partij.
De aanbestedende dienst baseert zich bij deze beoordeling op de voorwaarden die hij vooraf in berichten of aanbestedingsstukken heeft gespecificeerd.
Een leverancier wordt door de aanbestedende dienst uitgesloten in geval van faillissement, valse verklaringen, aanzienlijke tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke eis of verplichting in het kader van een eerdere opdracht of eerdere opdrachten, veroordelingen wegens een ernstig misdrijf of andere veroordelingen wegens ernstige strafbare feiten, fouten bij de beroepsuitoefening, het niet betalen van belastingen of vergelijkbare redenen.
Elke partij kan procedures vaststellen of handhaven om leveranciers waarvan de partij heeft geconstateerd dat zij zich bezig hebben gehouden met frauduleuze of andere illegale praktijken met betrekking tot aanbestedingen, voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde periode ongeschikt te verklaren voor deelname aan de aanbestedingen van de partij. Elk van de partijen geeft op verzoek van de andere partij, voor zover uitvoerbaar, aan van welke leveranciers is bepaald dat deze ongeschikt zijn op grond van deze procedures en wisselt, waar van toepassing, informatie uit over deze leveranciers of over de frauduleuze of illegale praktijk.
De aanbestedende dienst kan de inschrijver vragen om in de inschrijving aan te geven welk deel van het contract de inschrijver beoogt uit te besteden aan derden en voorgestelde subcontractanten. Deze aanduiding laat de vraag naar de aansprakelijkheid van de hoofdondernemer onverlet.
Artikel 215. Erkenning of registratie van leveranciers
Wanneer een aanbestedende dienst een opdracht wil aanbesteden met een voorafgaande selectie:
- a. neemt de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding ten minste de in punt 1 van aanhangsel 4 (Bericht van aanbesteding) van bijlage XVI vermelde informatie op en nodigt hij leveranciers uit een verzoek om deelname in te dienen; en
- b. verstrekt de aanbestedende dienst, uiterlijk bij de aanvang van de inschrijvingstermijn, ten minste de in punt 2 van aanhangsel 4 (Bericht van aanbesteding) van bijlage XVI vermelde informatie aan de erkende of geregistreerde leveranciers.
Aanbestedende diensten beschouwen als erkende leveranciers alle interne leveranciers en leveranciers van de andere partij die aan de voorwaarden voor deelneming aan een specifieke aanbesteding voldoen, tenzij de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding vermeldt dat slechts een beperkt aantal leveranciers mag inschrijven, onder opgave van de criteria voor de selectie van dit beperkte aantal leveranciers.
Indien de aanbestedingsstukken niet vanaf de datum van publicatie van het in lid 1 bedoelde bericht van aanbesteding openbaar toegankelijk zijn, ziet de aanbestedende dienst erop toe dat die stukken voor alle overeenkomstig lid 2 geselecteerde erkende leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar worden gesteld.
Aanbestedende diensten mogen een lijst van leveranciers bijhouden, mits zij jaarlijks een bericht publiceren waarin belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag in te dienen om in de lijst te worden opgenomen, en dit bericht in geval van elektronische publicatie permanent beschikbaar wordt gesteld in het daartoe bestemde medium als vermeld in aanhangsel 3 (Media voor de publicatie van berichten van aanbesteding) van bijlage XVI. In dat bericht wordt de informatie opgenomen die in aanhangsel 5 (Bericht tot uitnodiging van belangstellende leveranciers om opname in een lijst van leveranciers aan te vragen) van bijlage XVI is vermeld.
Niettegenstaande lid 4 is het toegestaan dat een aanbestedende dienst, indien deze een lijst van leveranciers met een geldigheidsduur van drie jaar of minder bijhoudt, slechts éénmaal, bij aanvang van de geldigheidsduur van de lijst, het in dat lid bedoelde bericht publiceert, mits in het bericht wordt vermeld wat de geldigheidsduur is en dat tijdens die periode geen verdere berichten zullen worden gepubliceerd.
Aanbestedende diensten staan leveranciers toe te allen tijde een aanvraag tot opname in een lijst van leveranciers in te dienen en nemen binnen een redelijke korte tijd alle leveranciers in die lijst op die aan de desbetreffende vereisten voldoen.
Indien de wetgeving van de partij daarin voorziet, kunnen aanbestedende diensten een bericht tot uitnodiging van leveranciers om opname in een lijst van leveranciers aan te vragen, gebruiken als bericht van aanbesteding, mits:
- a. het bericht gepubliceerd wordt overeenkomstig lid 4 en de in aanhangsel 5 (Bericht tot uitnodiging van belangstellende leveranciers om opname in een lijst van leveranciers aan te vragen) vermelde informatie en zoveel mogelijk van de in aanhangsel 4 (Bericht van aanbesteding) van bijlage XVI bedoelde informatie bevat, alsmede een verklaring dat het bericht als bericht van aanbesteding geldt;
- b. de aanbestedende dienst aan leveranciers die bij hem belangstelling hebben geuit voor een bepaalde opdracht onverwijld voldoende informatie verstrekt aan de hand waarvan zij kunnen beoordelen in hoeverre de opdracht voor hen relevant is, alsmede alle overige in aanhangsel 4 (Bericht van aanbesteding) van bijlage XVI voorgeschreven informatie, voor zover die beschikbaar is; en
- c. een leverancier die overeenkomstig lid 6 opname in een lijst van leveranciers heeft aangevraagd, zich voor een specifieke overheidsopdracht mag inschrijven, indien er voldoende tijd voor de aanbestedende dienst is om te beoordelen of deze leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet.
Aanbestedende diensten stellen leveranciers die een verzoek tot deelname of een aanvraag tot opname in een lijst van leveranciers hebben ingediend, zo spoedig mogelijk in kennis van hun besluit inzake dat verzoek of die aanvraag.
Wanneer een aanbestedende dienst een verzoek van een leverancier om erkenning of opname in een lijst van leveranciers afwijst, de erkenning van een leverancier intrekt of een leverancier van een lijst van leveranciers schrapt, stelt de dienst de leverancier daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en verstrekt hij de leverancier op verzoek een schriftelijke motivering van zijn besluit.
De partijen geven in afdeling F (Algemene opmerkingen) van aanhangsel 1 (Toepassingsgebied) van bijlage XVI aan welke diensten gebruik mogen maken van de lijsten van leveranciers.
Artikel 216. Technische specificaties
Aanbestedende diensten mogen geen technische specificaties op- of vaststellen of toepassen of conformiteitsbeoordelingsprocedures voorschrijven met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan.
Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, en waar nodig:
- a. specificeert de aanbestedende dienst de technische specificaties aan de hand van prestatie-eisen of functionele eisen en niet aan de hand van ontwerp- of descriptieve kenmerken; en
- b. baseert de aanbestedende dienst de technische specificaties op internationale normen, indien deze bestaan, en anders op nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften.
Wanneer in de technische specificaties ontwerp- of descriptieve kenmerken zijn opgenomen, geeft de aanbestedende dienst in voorkomend geval aan dat inschrijvingen voor gelijkwaardige goederen of diensten die aantoonbaar aan de voorwaarden van de opdracht voldoen eveneens in aanmerking komen, door in de aanbestedingsstukken termen als „of gelijkwaardig” op te nemen.
Aanbestedende diensten schrijven geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, ontwerpen of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de vereisten van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat in dergelijke gevallen termen zoals „of gelijkwaardig” in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen.
Aanbestedende diensten vragen of aanvaarden van personen die een commercieel belang bij de aanbesteding kunnen hebben geen advies dat gebruikt kan worden bij het opstellen of vaststellen van een technische specificatie voor een specifieke opdracht, wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt uitgesloten.
Zekerheidshalve zij opgemerkt dat dit artikel niet is bedoeld om een aanbestedende dienst ervan te weerhouden technische specificaties op te stellen, vast te stellen of toe te passen met als doel het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu te bevorderen.
Artikel 217. Aanbestedingsstukken
De aanbestedende dienst verstrekt aan leveranciers aanbestedingsstukken met alle informatie die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen. Deze stukken bevatten een volledige beschrijving van alle in aanhangsel 8 (Aanbestedingsstukken) van bijlage XVI genoemde punten, tenzij deze reeds in het bericht van aanbesteding zijn vermeld.
Aanbestedende diensten verstrekken op verzoek onverwijld de aanbestedingsstukken aan elke leverancier die aan de aanbestedingsprocedure deelneemt en beantwoorden elk redelijk verzoek om relevante informatie van een leverancier die aan de aanbestedingsprocedure deelneemt, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van zijn mededingers in de aanbestedingsprocedure en het verzoek is ingediend binnen de vastgestelde termijn.
Indien een aanbestedende dienst tijdens het aanbestedingsproces de criteria of vereisten aanpast of wijzigt die in het bericht van aanbesteding of de aan deelnemende leveranciers verstrekte aanbestedingsstukken zijn vermeld, geeft hij schriftelijk kennis van alle wijzigingen:
- a. aan alle leveranciers die op het moment dat de informatie wordt gewijzigd aan de procedure deelnemen, indien deze bekend zijn, en in alle andere gevallen op dezelfde wijze als de oorspronkelijke informatie; en
- b. op een zodanig tijdstip dat de leveranciers voldoende tijd hebben om, indien nodig, hun inschrijving te wijzigen en opnieuw in te dienen.
Artikel 218. Termijnen
De aanbestedende diensten geven, overeenkomstig hun eigen behoeften, de leveranciers voldoende tijd om verzoeken tot deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de aard en de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de tijd die nodig is voor de verzending van inschrijvingen vanuit plaatsen zowel in het buitenland als intern waar geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen. Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn. De toepasselijke termijnen zijn vermeld in aanhangsel 6 (Termijnen) van bijlage XVI.
Artikel 219. Onderhandelingen
Elke partij kan in de volgende gevallen bepalen dat haar aanbestedende diensten de aanbestedingen verrichten aan de hand van de onderhandelingsprocedure:
- a. in het kader van aanbestedingen waarbij zij in het bericht van aanbesteding die intentie te kennen hebben gegeven; of
- b. indien uit de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de berichten of aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.
Aanbestedende diensten:
- a. zien erop toe dat iedere uitsluiting van leveranciers die deelnemen aan de onderhandelingen, plaatsvindt in overeenstemming met de in de berichten of aanbestedingsstukken vermelde beoordelingscriteria; en
- b. stellen, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor alle resterende leveranciers een gelijke termijn vast voor de indiening van een nieuwe of herziene inschrijving.
Artikel 220. Gebruik van onderhandse aanbesteding of andere vergelijkbare aanbestedingsprocedures
Op voorwaarde dat de aanbestedingsprocedure niet wordt gebruikt om concurrentie te vermijden of binnenlandse leveranciers te beschermen, kan een aanbestedende dienst in de volgende gevallen de opdracht gunnen op basis van onderhandse aanbesteding of andere vergelijkbare aanbestedingsprocedures:
- a. indien,
- i. geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;
- ii. geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële eisen van de aanbestedingsstukken voldoen;
- iii. geen leveranciers aan de voorwaarden voor deelname voldoen; of
- iv. de ingediende aanschrijvingen onderling zijn afgestemd; op voorwaarde dat de vereisten van de aanbestedingsstukken niet wezenlijk worden gewijzigd;
- b. indien de goederen of diensten slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat vanwege het feit dat het een kunstwerk betreft of om redenen die verband houden met de bescherming van exclusieve intellectuele-eigendomsrechten, zoals octrooien of auteursrechten, of gepatenteerde informatie, of vanwege de afwezigheid van concurrentie om technische redenen;
- c. voor aanvullende leveringen, door de oorspronkelijke leverancier, van goederen en diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien verandering van leverancier voor de aanvullende goederen of diensten:
- i. niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande apparatuur, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn geleverd; en
- ii. tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke dubbele kosten zou leiden voor de aanbestedende dienst;
- d. voor goederen die op een grondstoffenmarkt worden aangekocht;
- e. wanneer een aanbestedende dienst een prototype of een eerste product of dienst aanschaft die op zijn verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht zijn ontwikkeld. Wanneer dergelijke opdrachten zijn uitgevoerd, zijn daaropvolgende aanbestedingen van goederen en diensten onderworpen aan deze titel;
- f. indien aanvullende constructiediensten die niet waren opgenomen in de oorspronkelijke opdracht, maar die wel binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke aanbestedingsstukken vielen, als gevolg van onvoorzienbare omstandigheden nodig zijn geworden om de daarin beschreven constructiediensten te voltooien, waarbij echter geldt dat de totale waarde van de voor de aanvullende constructiediensten gegunde opdrachten niet meer mag bedragen dan 50% van het bedrag van de oorspronkelijke opdracht;
- g. in strikt noodzakelijke gevallen, wanneer de goederen of diensten om dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van openbare aanbesteding, en wanneer het gebruik van een openbare aanbesteding zou resulteren in ernstige schade voor de aanbestedende dienst, de verantwoordelijkheden van de dienst ten aanzien van het programma, of de partij;
- h. in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag voor ontwerpen, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van deze titel, en de inzendingen worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan de maker van de winnende inzending; of
- i. in de gevallen die door elke partij zijn aangegeven in afdeling F (Algemene opmerkingen) van aanhangsel 1 (Toepassingsgebied) bij bijlage XVI.
Een aanbestedende dienst houdt aantekeningen bij of stelt schriftelijke verslagen op waarin elke op grond van lid 1 gegunde opdracht specifiek wordt gerechtvaardigd.
Artikel 221. Elektronische veilingen
Wanneer een aanbestedende dienst een hier bedoelde overheidsopdracht wil aanbesteden door middel van een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, iedere deelnemer in kennis van:
- a. de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in de aanbestedingsstukken opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;
- b. de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en
- c. alle andere relevante informatie over het houden van de veiling.
Artikel 222. Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten
De aanbestedende dienst neemt bij het ontvangen, openen en behandelen van alle inschrijvingen procedures in acht die garanderen dat het aanbestedingsproces eerlijk en onpartijdig verloopt en de inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld.
Om voor gunning in aanmerking te komen, moet een inschrijving schriftelijk worden ingediend, bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten die in de aanbestedingsstukken en, waar van toepassing, in de berichten zijn opgenomen, en afkomstig zijn van een leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet.
Tenzij de aanbestedende dienst besluit dat het niet in het algemeen belang is de opdracht te gunnen, gunt hij de opdracht aan de leverancier die volgens de bevindingen van de aanbestedende dienst in staat is de voorwaarden van de opdracht te vervullen en van wie de inschrijving, uitsluitend op basis van de beoordelingscriteria in de berichten en de aanbestedingsstukken, het voordeligst is, ofwel, wanneer de prijs het enige criterium is, de laagste prijs biedt.
Wanneer een aanbestedende dienst een inschrijving ontvangt met een prijs die in verhouding tot de andere inschrijvingen abnormaal laag is, kan hij er zich bij de inschrijver van vergewissen dat deze aan de deelnemingsvoorwaarden voldoet en in staat is te voldoen aan de voorwaarden van de opdracht.
Artikel 223. Transparantie van informatie over overheidsopdrachten
Aanbestedende diensten stellen de deelnemende leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de gunning van een opdracht en doen dat op verzoek schriftelijk. Met inachtneming van artikel 224, leden 2 en 3, stelt de aanbestedende dienst een afgewezen leverancier op verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de geselecteerde leverancier.
Na de gunning van een opdracht die onder deze titel valt, publiceert de aanbestedende dienst zo snel mogelijk en binnen de in de wetgeving van elke partij vastgestelde termijn een bericht in het passende gedrukte of elektronische medium als vermeld in aanhangsel 3 (Media voor de publicatie van berichten van aanbesteding) van bijlage XVI. Wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van een elektronisch medium, dient de informatie gedurende een redelijke termijn gemakkelijk toegankelijk te blijven. In het bericht wordt in ieder geval de informatie opgenomen die in aanhangsel 7 (Gunningsberichten) van bijlage XVI is vermeld.
Artikel 224. Bekendmaking van informatie
Indien de andere partij daarom verzoekt, verstrekt een partij onverwijld alle relevante informatie over de gunning van een hier bedoelde overheidsopdracht, zodat kan worden bepaald of de aanbesteding overeenkomstig de voorschriften van deze titel is verlopen. Wanneer het bekendmaken van deze informatie de mededinging bij latere aanbestedingen zou verstoren, mag de partij die deze informatie ontvangt, deze alleen na overleg met en instemming van de partij die de informatie heeft verstrekt, aan leveranciers bekendmaken.
Niettegenstaande andere bepalingen van deze titel verstrekt een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, geen informatie aan leveranciers die afbreuk zou kunnen doen aan de concurrentie tussen leveranciers.
Niets in deze titel mag zodanig worden uitgelegd dat een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, autoriteiten en toetsingsinstanties, verplicht wordt vertrouwelijke informatie openbaar te maken waarvan de openbaarmaking de rechtshandhaving zou bemoeilijken, de eerlijke concurrentie tussen leveranciers zou kunnen schaden, de legitieme handelsbelangen van bepaalde personen, met inbegrip van de bescherming van de intellectuele eigendom, zou schaden, of anderszins in strijd zou zijn met het algemeen belang.
Artikel 225. Interne toetsingsprocedures
Elke partij voorziet in een snelle, doeltreffende, transparante en niet-discriminerende procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing, waarmee een leverancier bezwaar kan aantekenen met betrekking tot de verplichtingen van een partij en haar diensten op grond van deze titel, die zich voordoen in het kader van een hier bedoelde overheidsopdracht waarbij de leverancier belang heeft of heeft gehad. De procedurele regels voor alle bezwaarschriften worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt.
Elke partij kan in haar interne wetgeving bepalen dat als een leverancier in het kader van een hier bedoelde overheidsopdracht een klacht indient, zij haar aanbestedende dienst en de leverancier aanmoedigt het geschil door overleg te beslechten. De aanbestedende dienst neemt dergelijke klachten onpartijdig en tijdig in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing te trachten corrigerende maatregelen te verkrijgen.
Iedere leverancier krijgt voldoende tijd om een bezwaarschrift op te stellen en in te dienen; deze termijn is ten minste tien dagen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het bezwaar voor de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen worden.
Door elke partij wordt ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke autoriteit ingesteld of aangewezen om een bezwaarschrift van een leverancier in het kader van een hier bedoelde overheidsopdracht te ontvangen en te beoordelen.
Indien een bezwaarschrift in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere instantie dan een van de in lid 4 bedoelde autoriteiten, ziet de partij erop toe dat de leverancier tegen het oorspronkelijke besluit in beroep kan gaan bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende dienst die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het bezwaarschrift betrekking heeft. Een niet-rechterlijke toetsingsinstantie wordt aan rechterlijke toetsing onderworpen of beschikt over procedurele garanties die ervoor zorgen dat:
- a. de aanbestedende dienst schriftelijk op het bezwaarschrift reageert en alle relevante documenten aan de toetsingsinstantie ter beschikking stelt;
- b. de deelnemers aan de procedure (hierna „de deelnemers” genoemd) het recht hebben te worden gehoord alvorens de toetsingsinstantie een besluit neemt over het bezwaarschrift;
- c. de deelnemers het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen;
- d. de deelnemers toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure; en
- e. besluiten of aanbevelingen betreffende bezwaarschriften van leveranciers binnen redelijke tijd schriftelijk worden uitgebracht en voorzien zijn van een motivering voor elk besluit of elke aanbeveling.
Elke partij stelt procedures vast, of handhaaft deze, die voorzien in:
- a. snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen vrijwaren. Dergelijke voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot schorsing van de aanbestedingsprocedure. Er kan worden bepaald dat bij het nemen van het besluit over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met prevalerende negatieve gevolgen voor de betrokken belangen, waaronder het algemeen belang. De rechtmatige redenen om geen maatregelen te nemen, worden schriftelijk aangegeven; en
- b. corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, overeenkomstig de wetgeving van elke partij, indien de toetsingsinstantie heeft bepaald dat er sprake is van inbreuk of niet-naleving als bedoeld in lid 1.
Artikel 226. Wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied
Wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied worden door de EU-partij behandeld op basis van bilaterale onderhandelingen met elke republiek van de MA-partij. Omgekeerd worden wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied door elke republiek van de MA-partij behandeld op basis van bilaterale onderhandelingen met de EU-partij.
Indien een partij voornemens is het toepassingsgebied van aanbestedingen in het kader van deze titel te wijzigen, dient de partij:
- a. de betrokken andere partij of partijen schriftelijk in kennis te stellen; en
- b. in de kennisgeving een voorstel voor passende compenserende aanpassingen aan de andere partij te doen teneinde de omvang van het toepassingsgebied vergelijkbaar te houden met die voorafgaand aan de wijziging.
Niettegenstaande lid 1, onder b), hoeft een partij geen compenserende aanpassingen aan te bieden indien:
- a. de desbetreffende wijziging een kleine wijziging of rectificatie van puur formele aard is; of
- b. de voorgestelde wijziging verwijst naar een dienst waarover de partij de facto haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd. De partijen mogen kleine wijzigingen of rectificaties van puur formele aard aanbrengen in het toepassingsgebied in het kader van deze titel, overeenkomstig de bepalingen van titel XIII (Specifieke taken in handelsaangelegenheden van de op grond van deze overeenkomst ingestelde instanties) van deel IV van deze overeenkomst.
Als de EU-partij of de betrokken republiek van de MA-partij het er niet mee eens is dat:
- a. de op grond van lid 1, onder b), voorgestelde aanpassing toereikend is om een wederzijds overeengekomen toepassingsgebied van vergelijkbare omvang te behouden;
- b. de voorgestelde wijziging een kleine wijziging of rectificatie van puur formele aard op grond van lid 2, onder a), is; of
- c. de voorgestelde wijziging verwijst naar een dienst waarover de partij de facto haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd op grond van lid 2, onder b),
dient zij binnen dertig dagen na ontvangst van de in lid 1 genoemde kennisgeving schriftelijk bewaar aan te tekenen, zo niet wordt zij geacht te hebben ingestemd met de aanpassing of de voorgestelde wijziging, ook voor de toepassing van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst.
Indien de betrokken partijen tot overeenstemming zijn gekomen over de voorgestelde wijziging, rectificatie of kleine wijziging, ook als na dertig dagen geen bezwaar op grond van lid 3 is aangetekend, wordt de wijziging aangebracht overeenkomstig de bepalingen van lid 6.
Overeenkomstig de in deze overeenkomst vervatte relevante institutionele en procedurele regelingen kunnen de EU-partij en elke republiek van de MA-partij te allen tijde bilaterale onderhandelingen aangaan met betrekking tot het verruimen van de op grond van deze titel wederzijds toegekende markttoegang.
De Associatieraad wijzigt de relevante delen van de afdelingen A, B of C van aanhangsel 1 (Toepassingsgebied) van bijlage XVI teneinde alle door de partijen overeengekomen wijzigingen, technische rectificaties of kleine wijzigingen daarin op te nemen.
Artikel 227. Samenwerking en technische bijstand op het vlak van overheidsopdrachten
De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot overheidsopdrachten. In deze zin hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld, die zijn opgenomen in artikel 58 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.
TITEL VI. INTELLECTUELE EIGENDOM
HOOFDSTUK 1. DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN
Artikel 228. Doelstellingen
De doelstellingen van deze titel zijn:
- a. zorgen voor adequate en effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten op het grondgebied van de partijen, rekening houdend met de economische situatie en de sociale of culturele behoeften van elke partij;
- b. de overdracht van technologie tussen beide regio’s bevorderen en stimuleren met als doel een gezonde en levensvatbare technologische basis te creëren in de republieken van de MA-partij; en
- c. de technische en financiële samenwerking tussen beide regio’s op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten bevorderen.
Artikel 229. Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen
De partijen waarborgen een adequate en doeltreffende tenuitvoerlegging van de internationale verdragen inzake intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, met inbegrip van de WTO-Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (WTO-Agreement on Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights – hierna de „TRIPs-overeenkomst” genoemd). De bepalingen van deze titel vormen een aanvulling op en specificatie van de tussen de partijen geldende rechten en verplichtingen op grond van de TRIPs-overeenkomst en andere internationale verdragen op het vlak van intellectuele eigendom.
Ten aanzien van intellectuele eigendom en volksgezondheid geldt het volgende:
- a. de partijen erkennen het belang van de Verklaring van Doha inzake de TRIPs-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd aangenomen door de ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie. Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze titel waarborgen de partijen de consistentie met deze verklaring;
- b. de partijen dragen bij aan de uitvoering en de naleving van het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over de uitvoering van punt 6 van de Verklaring van Doha inzake de TRIPs-overeenkomst en de volksgezondheid, alsmede het Protocol tot wijziging van de TRIPs-overeenkomst, dat op 6 december 2005 in Genève is vastgesteld.
- a. Voor de toepassing van deze overeenkomst behoren tot de intellectuele-eigendomsrechten: auteursrechten, met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma’s en databanken, en naburige rechten; rechten in verband met octrooien; handelsmerken; handelsnamen; tekeningen en modellen van nijverheid; ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen; geografische aanduidingen, met inbegrip van oorsprongsbenamingen; plantenrassen; en bescherming van niet openbaar gemaakte informatie.
- b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt ten aanzien van oneerlijke concurrentie tevens bescherming geboden overeenkomstig artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967), hierna „het Verdrag van Parijs” genoemd.
De partijen erkennen het soevereine recht van de staten over hun natuurlijke hulpbronnen en de toegang tot hun genetische hulpbronnen overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake biologische diversiteit (1992). Geen van de bepalingen van deze titel weerhoudt de partijen ervan maatregelen vast te stellen of te handhaven om het behoud van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van de onderdelen ervan en de eerlijke en rechtvaardige participatie in de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische hulpbronnen te bevorderen, overeenkomstig de bepalingen van dat verdrag.
De partijen erkennen het belang van de eerbiediging, bescherming en instandhouding van de kennis, de innovaties en praktijken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen, waarmee traditionele praktijken gemoeid zijn die verband houden met het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit.
Artikel 230. Meestbegunstigingsrecht en nationale behandeling
Overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de TRIPs-overeenkomst en met inachtneming van de in die bepalingen opgenomen uitzonderingen biedt elke partij de onderdanen van de andere partij:
- a. een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij haar eigen onderdanen biedt ten aanzien van de bescherming van intellectuele eigendom; en
- b. alle voordelen, gunsten, privileges en immuniteiten die ook aan de onderdanen van andere landen worden geboden met betrekking tot de bescherming van intellectuele eigendom.
Artikel 231. Overdracht van technologie
De partijen komen overeen standpunten en informatie uit te wisselen over hun praktijken en beleid met betrekking tot de overdracht van technologie, zowel binnen hun respectieve regio’s als met derde landen, teneinde maatregelen te ontwikkelen om informatiestromen, zakelijke partnerschappen, licentieverlening en onderaanneming te vergemakkelijken. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het scheppen van een passend gunstig klimaat voor technologieoverdracht tussen de partijen, met inbegrip van onder meer kwesties als de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een rechtskader.
De partijen erkennen het belang van onderwijs en beroepsopleiding voor de overdracht van technologie, hetgeen kan geschieden op basis van programma’s voor academische, professionele en/of zakelijke uitwisselingen die gericht zijn op de overdracht van kennis tussen de partijen33)De EU-partij zorgt ervoor dat academische uitwisselingen de vorm aannemen van toelagen en dat professionele en zakelijke uitwisselingen de vorm aannemen van stages bij organisaties van de Europese Unie, versterking van de positie van mkmo’s, ontwikkeling van innoverende industrieën en het opzetten van professionele clinics, zodat de verworven kennis kan worden toegepast in de Midden-Amerikaanse regio..
De partijen nemen, waar nodig, maatregelen ter voorkoming of bestrijding van licentiepraktijken of -voorwaarden met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten die de internationale technologieoverdracht kunnen schaden en een misbruik van intellectuele-eigendomsrechten door de rechthebbenden of een misbruik van een duidelijke informatieasymmetrie bij de onderhandelingen over licenties vormen.
De partijen erkennen de noodzaak van het creëren van mechanismen ter versterking en bevordering van investeringen in de republieken van de MA-partij, met name in innovatieve en hightechsectoren. De EU-partij stelt alles in het werk om instellingen en ondernemingen op haar grondgebied prikkels te bieden die gericht zijn op bevordering en aanmoediging van de overdracht van technologie aan instellingen en ondernemingen van de republieken van de MA-partij, op zodanige wijze dat deze laatste een levensvatbaar technologisch platform kunnen opbouwen.
De acties die vereist zijn om de in dit artikel opgenomen doelstellingen te verwezenlijken, zijn vastgesteld in artikel 55 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.
Artikel 232. Uitputting
Het staat de partijen vrij, met inachtneming van de bepalingen van de TRIPs-overeenkomst, hun eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.
HOOFDSTUK 2. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
AFDELING A. AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN
Artikel 233. Geboden bescherming
De partijen leven de volgende bepalingen na:
- a. het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961) (hierna „het Verdrag van Rome” genoemd);
- b. de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (1886, laatstelijk gewijzigd in 1979) (hierna „de Berner Conventie” genoemd);
- c. het Verdrag inzake auteursrechten van de Wereldorganisatie voor intellectuele eigendom (Genève, 1996) (hierna „het WCT” genoemd); en
- d. het Verdrag van de Wereldorganisatie inzake uitvoeringen en fonogrammen (Genève, 1996) (hierna „het WPPT” genoemd).
Artikel 234. Duur van auteursrechten
De partijen komen overeen dat voor de berekening van de beschermingstermijn van auteursrechten de regels zoals vastgesteld in de artikelen 7 en 7 bis van de Berner Conventie gelden voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, met dien verstande dat de minimumduur van de in artikel 7, leden 1 tot en met 4, van de Berner Conventie vastgestelde beschermingstermijnen zeventig jaar bedraagt.
Artikel 235. Duur van naburige rechten
De partijen komen overeen dat voor de berekening van de beschermingstermijn van de rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties de in artikel 14 van het Verdrag van Rome vastgestelde bepalingen gelden, met dien verstande dat de minimumduur van de in artikel 14 van het Verdrag van Rome vastgestelde beschermingstermijnen vijftig jaar bedraagt.
Artikel 236. Collectief beheer van rechten
De partijen erkennen het belang van de werkzaamheden van collectieve beheersorganisaties, en van het vaststellen van regelingen tussen die organisaties, met als doel wederzijds te zorgen voor eenvoudiger toegang en levering van inhoud tussen de grondgebieden van de partijen en de verwezenlijking van een hoog ontwikkelingsniveau met betrekking tot de uitvoering van hun taken.
Artikel 237. Uitzending en mededeling aan het publiek34)Een partij kan de voorbehouden handhaven die zijn gemaakt op grond van het Verdrag van Rome en de WPPT met betrekking tot de in dit artikel verleende rechten, en dit wordt niet uitgelegd als schending van deze bepaling.
Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder mededeling aan het publiek van een uitvoering of een fonogram de overdracht aan het publiek verstaan door elk ander medium dan door uitzending, van geluiden van een uitvoering of de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „mededeling aan het publiek” ook verstaan het voor het publiek hoorbaar maken van de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden.
Overeenkomstig de interne wetgeving verlenen de partijen uitvoerende kunstenaars het uitsluitend recht om uitzending en mededeling aan het publiek van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of gemaakt is op basis van een vastlegging.
Uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen genieten het recht op een enkele billijke beloning voor het directe of indirecte gebruik van fonogrammen die voor commerciële doeleinden, voor uitzending of voor elke mededeling aan het publiek worden gepubliceerd. Bij afwezigheid van een overeenkomst tussen de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen, kunnen de partijen de voorwaarden ten aanzien van het delen van deze beloning tussen beide categorieën rechthebbenden vastleggen.
De partijen bieden omroeporganisaties het exclusieve recht de draadloze heruitzending van hun programma’s, alsmede de mededeling aan het publiek van hun televisie-uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn, toe te staan of te verbieden.
De partijen kunnen in hun interne wetgeving voorzien in beperkingen van of uitzonderingen op de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde rechten in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het onderwerp en de rechtmatige belangen van de rechthebbenden niet op onredelijke wijze schaden.
AFDELING B. HANDELSMERKEN
Artikel 238. Internationale overeenkomsten
De Europese Unie en de republieken van de MA-partij stellen al het redelijke in het werk om:
- a. het Protocol bij de schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989) te ratificeren of tot dat protocol toe te treden; en
- b. te voldoen aan het Verdrag inzake het handelsmerkenrecht (Genève, 1994).
Artikel 239. Registratieprocedure
De EU-partij en de republieken van de MA-partij voorzien in een systeem voor de registratie van handelsmerken op grond waarvan elk eindbesluit dat door de desbetreffende handelsmerkenorganisatie wordt genomen, naar behoren schriftelijk wordt gemotiveerd. Als zodanig worden de redenen voor weigering om een handelsmerk te registreren schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld. Deze laatste heeft de mogelijkheid een dergelijke weigering aan te vechten en voor het gerecht beroep in te stellen tegen een definitieve weigering. De EU-partij en de republieken van de MA-partij voorzien tevens in de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen de aanvraag van een handelsmerk. Dergelijke oppositieprocedures zijn contradictoir.
Artikel 240. Bekende handelsmerken
Artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing op de goederen of diensten die niet identiek of vergelijkbaar zijn met diegene die worden aangeduid door een bekend handelsmerk, op voorwaarde dat het gebruik van dat handelsmerk met betrekking tot die goederen of diensten op een verband wijst tussen die goederen of diensten en de eigenaar van het handelsmerk, en op voorwaarde dat de belangen van de eigenaar van het handelsmerk waarschijnlijk door dat gebruik worden geschaad. Zekerheidshalve zij opgemerkt dat de partijen deze bescherming ook mogen toepassen op ongeregistreerde bekende handelsmerken.
Artikel 241. Uitzonderingen op de rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk
De partijen kunnen beperkte uitzonderingen invoeren op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk, zoals eerlijk gebruik van beschrijvende termen. Dergelijke uitzonderingen dienen rekening te houden met de rechtmatige belangen van de eigenaar van het geregistreerde handelsmerk en van derden.
AFDELING C. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN
Artikel 242. Algemene bepalingen
De volgende bepalingen zijn van toepassing op de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen die hun oorsprong hebben in het grondgebied van de partijen.
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder geografische aanduidingen verstaan aanduidingen die aangeven dat waren van oorsprong zijn uit het grondgebied van een partij, of uit een regio of plaats in dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van die waren hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan hun geografische oorsprong.
Artikel 243. Toepassingsgebied
De partijen herbevestigen de rechten en verplichtingen die zijn vastgesteld in deel II, afdeling 3, van de TRIPs-overeenkomst.
De geografische aanduidingen van een partij die moeten worden beschermd door de andere partij, vallen slechts onder dit artikel als ze in hun land van oorsprong erkend en als zodanig aangegeven zijn.
Artikel 244. Systeem van bescherming
Uiterlijk bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 353, lid 5, van deel V stellen de partijen in hun wetgeving systemen voor de bescherming van geografische aanduidingen vast, of handhaven zij deze.
De wetgeving van de partijen bevat onder meer de volgende elementen:
- a. een register waarin de op hun respectieve grondgebied beschermde geografische aanduidingen zijn opgenomen;
- b. een administratieve procedure om te controleren dat de geografische aanduidingen aangeven dat de waren van oorsprong zijn uit een gebied, regio of plaats van een van de partijen, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van die waren hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan hun geografische oorsprong;
- c. het vereiste dat een geregistreerde naam overeenkomt met een specifiek product of specifieke producten waarvoor een productspecificatie is vastgesteld die alleen kan worden gewijzigd volgens de daarvoor voorgeschreven administratieve procedure;
- d. bepalingen inzake het toezicht op de productie van de waar of waren;
- e. een recht voor elke marktdeelnemer die in het gebied is gevestigd is en die zich onderwerpt aan het controlesysteem, om de beschermde naam te gebruiken, op voorwaarde dat het product voldoet aan de overeenkomstige specificatie;
- f. een procedure voor de publicatie van de aanvraag waardoor rekening kan worden gehouden met de legitieme belangen van vroegere gebruikers van namen, ongeacht of deze namen al dan niet als een vorm van intellectuele eigendom worden beschermd.
Artikel 245. Gevestigde geografische aanduidingen
Uiterlijk bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 353, lid 5, van deel V hebben de partijen gezorgd voor35)De verplichtingen van lid 1 worden beschouwd als nageleefd indien in de loop van de toepasselijke procedures voor de bescherming van een naam als geografische aanduiding:a.het administratieve besluit de registratie van de naam verwerpt; ofb.bezwaar wordt aangetekend tegen het administratieve besluit bij de instanties die zijn gevestigd naar intern recht van elke partij.:
- a. de afronding van de oppositie- en onderzoeksprocedures, ten minste ten aanzien van de in bijlage XVII (Lijst van benamingen die voor bescherming als geografische aanduiding op het grondgebied van de partijen moeten worden gebruikt) opgenomen geografische aanduidingen waartegen geen verzet is aangetekend of waarvoor het verzet in de loop van de nationale registratieprocedures is verworpen op grond van formele redenen;
- b. de inleiding van de procedures voor de bescherming van de in bijlage XVII (Lijst van benamingen die voor bescherming als geografische aanduiding op het grondgebied van de partijen moeten worden gebruikt) opgenomen geografische aanduidingen waarbij de termijnen voor het aantekenen van verzet zijn afgelopen, met betrekking tot de in bijlage XVII opgenomen geografische aanduidingen waartegen verzet werd aangetekend en waarvan tijdens de nationale registratieprocedures is geoordeeld dat het verzet op het eerste gezicht gegrond was;
- c. de bescherming van de geografische aanduidingen waaraan als zodanig bescherming werd verleend, overeenkomstig de in deze overeenkomst vastgestelde mate van bescherming.
De Associatieraad neemt tijdens zijn eerste bijeenkomst een besluit waarbij alle namen uit bijlage XVII (Lijst van benamingen die voor bescherming als geografische aanduiding op het grondgebied van de partijen moeten worden gebruikt) die als geografische aanduidingen beschermd zijn nadat zij met succes door de bevoegde nationale of regionale autoriteiten van de partijen zijn onderzocht, in bijlage XVIII (Beschermde geografische aanduidingen) worden opgenomen.
Artikel 246. Geboden bescherming
De in bijlage XVIII (Beschermde geografische aanduidingen) opgenomen geografische aanduidingen, alsmede diegene die zijn toegevoegd ingevolge artikel 247, zijn minimaal beschermd tegen:
- a. het gebruik van middelen in de benaming of presentatie van waren waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de waren in kwestie van oorsprong zijn uit een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de waren;
- b. het gebruik van een beschermde geografische aanduiding voor dezelfde waren die niet van oorsprong zijn uit de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van de producten is vermeld of de beschermde naam wordt gebruikt in vertaling of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals „stijl”, „type”, „imitatie”, „soortgelijk” en dergelijke;
- c. alle overige praktijken die voor de consument misleidend zijn ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product of elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs.
Een geografische aanduiding die in een van de partijen bescherming geniet kan ingevolge de procedure op grond van artikel 245 in die partij niet worden geacht een soortnaam te zijn geworden, zolang deze als geografische aanduiding in de partij van oorsprong beschermd is.
Indien in een geografische aanduiding een naam is opgenomen die in een partij wordt geacht een soortnaam te zijn, wordt het gebruik van die soortnaam ten aanzien van de desbetreffende waar in die partij niet beschouwd als tegenstrijdig met dit artikel.
Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat het ten aanzien van andere geografische aanduidingen dan die van wijnen en gedistilleerde dranken een partij ertoe verplicht te voorkomen dat een specifieke geografische aanduiding van de andere partij verder en op vergelijkbare wijze wordt gebruikt ten aanzien van goederen of diensten door een van haar onderdanen of ingezetenen die deze geografische aanduiding te goeder trouw en op continue wijze ten aanzien van dezelfde of aanverwante goederen of diensten heeft gebruikt op het grondgebied van die partij voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Artikel 247. Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen
De partijen komen overeen dat het mogelijk is om op basis van de in deze titel vastgestelde regels en procedures, voor zover van toepassing, aanvullende geografische aanduidingen voor wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen die moeten worden beschermd, toe te voegen.
Deze geografische aanduidingen worden, nadat zij door de bevoegde nationale of regionale autoriteiten met succes zijn onderzocht, opgenomen in bijlage XVIII (Beschermde geografische aanduidingen) overeenkomstig de desbetreffende regels en procedures voor de Associatieraad.
De datum van de aanvraag om bescherming is de datum waarop een verzoek om bescherming van een geografische aanduiding aan de andere partij is toegezonden, op voorwaarde dat aan alle formele vereisten voor een dergelijke aanvraag is voldaan.
Artikel 248. Verband tussen geografische aanduidingen en handelsmerken
De wetgeving van de partijen voorziet erin dat de aanvraag om registratie van een handelsmerk die beantwoordt aan een van de in artikel 246 vermelde situaties voor soortgelijke producten36)Voor de toepassing van dit artikel houden de republieken van de MA-partij er rekening mee dat de term „soortgelijk product” kan worden opgevat als „identiek of een verwarrende gelijkenis vertonend”., wordt geweigerd indien deze registratieaanvraag wordt ingediend na de datum van de aanvraag om registratie van de geografische aanduiding op het desbetreffende grondgebied37)Voor de in bijlage XVII opgenomen namen is voor de EU-partij de datum van de aanvraag om bescherming gelijk aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst..
Evenzo kunnen de partijen overeenkomstig hun interne of regionale wetgeving de redenen bepalen voor het weigeren van de bescherming van geografische aanduidingen, met inbegrip van de mogelijkheid om geen bescherming te verlenen aan een geografische aanduiding wanneer de bescherming, met het oog op een gerenommeerd of bekend handelsmerk, de consument kan misleiden ten aanzien van de ware identiteit van het product.
De partijen handhaven de wettelijke middelen voor alle natuurlijke en rechtspersonen die een legitiem belang hebben, om te verzoeken om annulering of nietigverklaring van een handelsmerk of geografische aanduiding onder vermelding van de redenen voor dat verzoek.
Artikel 249. Gebruiksrecht van geografische aanduidingen
Zodra een geografische aanduiding op grond van deze overeenkomst wordt beschermd in een andere partij dan de partij van oorsprong, is het gebruik van deze beschermde naam niet onderworpen aan registratie van gebruikers in die partij.
Artikel 250. Geschillenbeslechting
Geen van de partijen heeft de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen het definitieve besluit dat is uitgevaardigd door een nationale of regionale bevoegde autoriteit met betrekking tot de registratie of bescherming van een geografische aanduiding op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst. Alle eisen tegen de bescherming van een geografische aanduiding worden ingesteld bij de beschikbare rechterlijke instanties die zijn gevestigd op grond van de interne of regionale wetgeving van elke partij.
AFDELING D. TEKENINGEN EN MODELLEN VAN NIJVERHEID
Artikel 251. Internationale overeenkomsten
De Europese Unie en de republieken van de MA-partij doen alle redelijke inspanningen om de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid (Akte van Genève, 1999) na te leven.
Artikel 252. Beschermingsvereisten
De partijen voorzien in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde tekeningen en modellen die nieuw38)Indien de wetgeving van een partij hierin voorziet, kan ook het eigen karakter van dergelijke tekeningen en modellen vereist zijn. of oorspronkelijk zijn.
Tekeningen of modellen worden geacht nieuw te zijn als zij aanzienlijk afwijken van bekende tekeningen of modellen of combinaties van elementen van bekende tekeningen of modellen.
Deze bescherming wordt verleend door registratie en geeft de rechthebbende exclusieve rechten overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. Elke partij kan erin voorzien dat niet-geregistreerde tekeningen en modellen die beschikbaar worden gemaakt aan het publiek, dezelfde exclusieve rechten geven, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model.
Artikel 253. Uitzonderingen
De partijen kunnen voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van tekeningen en modellen, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde tekeningen en modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van de beschermde tekening of het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.
De bescherming van tekeningen en modellen strekt zich niet uit tot tekeningen en modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.
Tekeningen en modellen verlenen geen rechten indien zij strijdig zijn met de openbare orde of goede zeden.
Artikel 254. Verleende rechten
De eigenaar van een beschermde tekening of een beschermd model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, te beletten artikelen te vervaardigen, te verkopen of in te voeren, die de beschermde tekening of het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt.
Bovendien voorzien de partijen in de effectieve bescherming van tekeningen en modellen van nijverheid om handelingen te voorkomen die zonder noodzaak afbreuk doen aan de normale exploitatie van de tekening of het model of niet verenigbaar zijn met eerlijke handelspraktijken, zulks op een wijze overeenkomstig artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs.
Artikel 255. Duur van de bescherming
De duur van de bescherming die in de EU-partij en de republieken van de MA-partij wordt geboden, bedraagt ten minste tien jaar. Elke partij kan erin voorzien dat de rechthebbende de duur van de bescherming laat verlengen voor een of meer termijnen van vijf jaar, tot een maximale duur van de bescherming zoals in de wetgeving van elke partij vastgesteld.
Indien een partij voorziet in de bescherming van niet-geregistreerde tekeningen en modellen, bedraagt de duur van die bescherming ten minste drie jaar.
Artikel 256. Ongeldigheid of weigering van registratie
Een tekening of model mag alleen voor registratie worden geweigerd of ongeldig worden verklaard om dringende en zwaarwegende redenen, die, met inachtneming van de wetgeving van elke partij, het volgende kunnen omvatten:
- a. indien de tekening of het model niet overeenkomt met de definitie in artikel 252, lid 1;
- b. indien de rechthebbende krachtens een rechterlijke uitspraak geen recht heeft op de tekening of het model;
- c. indien de tekening of het model in strijd is met een eerdere tekening die of een eerder model dat beschikbaar is gemaakt aan het publiek na de datum van indiening van de aanvraag of, indien een prioriteit wordt geclaimd, na de datum van prioriteit van de tekening of het model, en beschermd is vanaf een datum voorafgaand aan genoemde datum door een geregistreerde tekening of een geregistreerd model of een aanvraag voor een tekening of model;
- d. indien in een latere tekening of een later model gebruik wordt gemaakt van een onderscheidend teken en de wetgeving van de betrokken partij die van toepassing is op die tekening of dat model, de houder van het recht op het teken het recht verleent om een dergelijk gebruik te verbieden;
- e. indien de tekening of het model een ongeautoriseerd gebruik vormt van een werk dat beschermd is op grond van de auteursrechtenwetgeving van de betrokken partij;
- f. indien de tekening of het model een oneigenlijk gebruik vormt van een van de in artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs genoemde zaken of van badges, emblemen en wapenschilden die niet onder genoemd artikel 6 ter vallen en die in een partij van bijzonder openbaar belang zijn;
- g. indien de openbaarmaking van de tekening of het model van nijverheid strijdig is met de openbare orde of goede zeden.
Een partij kan als alternatief voor de ongeldigheid bepalen dat een tekening of model op de in lid 1 vermelde gronden beperkt wordt in het gebruik.
Artikel 257. Verband met auteursrecht
Tekeningen of modellen die door een modelrecht worden beschermd en overeenkomstig deze afdeling in een partij zijn geregistreerd, kunnen vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens in aanmerking komen voor bescherming krachtens de auteursrechtwetgeving van die partij.
AFDELING E. OCTROOIEN
Artikel 258. Internationale overeenkomsten
De partijen voldoen aan de bepalingen van het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, zoals gewijzigd in 1980).
De Europese Unie doet redelijke inspanningen om te voldoen aan het Verdrag inzake octrooirecht (Genève, 2000); en de republieken van de MA-partij doen redelijke inspanningen om voornoemd verdrag te ratificeren of tot het verdrag toe te treden.
AFDELING F. PLANTENRASSEN
Artikel 259. Plantenrassen
De partijen voorzien in de bescherming van plantenrassen door middel van octrooien of door een doeltreffend eigen systeem of een combinatie daarvan.
De partijen komen overeen dat er geen tegenstrijdigheid bestaat tussen de bescherming van plantenrassen en de bevoegdheid van een partij om haar genetische hulpbronnen te beschermen en te behouden.
De partijen hebben het recht te voorzien in uitzonderingen op exclusieve kwekersrechten, teneinde landbouwers de mogelijkheid te bieden beschermd, op eigen bedrijf gewonnen zaai- en pootgoed of teelmateriaal te bewaren, te gebruiken of te ruilen.
HOOFDSTUK 3. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
Artikel 260. Algemene verplichtingen
De partijen herbevestigen hun rechten en verbintenissen op grond van de TRIPs-overeenkomst en in het bijzonder deel III daarvan, en voorzien in de volgende aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, die nodig zijn om te zorgen voor de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten.
Die maatregelen, procedures en rechtsmiddelen zijn eerlijk, evenredig en billijk, en zijn niet onnodig ingewikkeld of duur of houden geen onredelijke termijnen of ongerechtvaardigde vertragingen in39)Voor de toepassing van de artikelen 260 tot en met 272 worden onder het begrip „intellectuele-eigendomsrechten” ten minste de volgende rechten verstaan: auteursrechten, met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma’s en databanken, en naburige rechten; rechten in verband met octrooien; handelsmerken; tekeningen en modellen van nijverheid; ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen; geografische aanduidingen; plantenrassen; en handelsnamen, voor zover deze in de desbetreffende interne wetgeving beschermd worden als exclusieve rechten..
Die maatregelen en rechtsmiddelen zijn ook doeltreffend en ontradend en worden zodanig toegepast dat er geen belemmeringen voor legitiem handelsverkeer worden gecreëerd en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik ervan.
Artikel 261. Gerechtigde verzoekers
De partijen erkennen dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:
- a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht; en
- b. federaties en verenigingen, alsmede houders van exclusieve licenties en andere gemachtigde licentiehouders, voor zover dit wordt toegestaan door en in overeenstemming is met het toepasselijke recht. De term „licentiehouder” omvat licentiehouders van een of meer exclusieve intellectuele-eigendomsrechten die verbonden zijn aan een intellectuele eigendom.
Artikel 262. Bewijsmateriaal
De partijen nemen de nodige maatregelen wanneer een rechthebbende redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn bewering dat er op commerciële schaal inbreuk op zijn intellectuele-eigendomsrecht is gepleegd, alsmede bewijsmateriaal heeft gespecificeerd dat van belang is voor de staving van zijn beweringen en dat onder de controle valt van de tegenpartij, teneinde de bevoegde rechterlijke autoriteiten in de gelegenheid te stellen waar nodig en indien het toepasselijke recht daarin voorziet, naar aanleiding van een aanvraag te gelasten dat de tegenpartij deze bewijsstukken overlegt, behoudens de bescherming van vertrouwelijke informatie.
Artikel 263. Maatregelen ter bewaring van bewijsmateriaal
De rechterlijke autoriteiten hebben de bevoegdheid om, op aanvraag van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar bewering dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen te gelasten teneinde relevant bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te bewaren, mits vertrouwelijke informatie wordt beschermd. Deze maatregelen kunnen de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de inbreukmakende goederen en, in voorkomende gevallen, de materialen en werktuigen die bij de productie en/of distributie van deze goederen en de daarop betrekking hebbende documenten zijn gebruikt, omvatten. Die maatregelen kunnen zo nodig worden genomen zonder dat de andere partij wordt gehoord, met name wanneer het waarschijnlijk is dat uitstel de rechthebbende onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.
Artikel 264. Recht op informatie
De partijen kunnen bepalen dat de rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid hebben, tenzij dit niet in verhouding zou staan tot de ernst van de inbreuk, om de inbreukmaker te gelasten de rechthebbende in kennis te stellen van de identiteit van derden die betrokken zijn bij de productie en distributie van de inbreukmakende goederen of diensten en van hun distributiekanalen.
Artikel 265. Voorlopige en voorzorgsmaatregelen
Elke partij zorgt ervoor dat haar rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid hebben om voorlopige en voorzorgsmaatregelen uit te vaardigen en deze zo spoedig mogelijk uit te voeren teneinde dreigende schendingen van de intellectuele-eigendomsrechten te voorkomen of de voortzetting van vermeende schendingen te verbieden. Dergelijke maatregelen kunnen worden genomen op verzoek van de rechthebbende, zonder dat of nadat de verweerder is gehoord, overeenkomstig de gerechtelijke procedures van elke partij.
Elke partij zorgt ervoor dat haar rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid hebben om van de klager te verlangen dat deze alle redelijkerwijs beschikbare bewijsstukken voorlegt teneinde zich voldoende zekerheid te verschaffen dat de rechten van de klager worden geschonden of dat een dergelijke schending dreigt, alsmede om de klager te gelasten een redelijke zekerheid of een vergelijkbare garantie te bieden die toereikend is om de verweerder te beschermen en misbruik te voorkomen, en op zodanige wijze dat niet op onredelijke wijze wordt ontmoedigd dat van dergelijke procedures gebruik wordt gemaakt.
Artikel 266. Corrigerende maatregelen
Elke partij ziet erop toe dat:
- a. haar rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid hebben om op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de rechthebbende wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding, de vernietiging te gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat deze onrechtmatig geproduceerd of nagemaakt zijn, dan wel andere passende maatregelen te gelasten om die goederen definitief uit het handelsverkeer te verwijderen;
- b. haar rechterlijke autoriteiten de bevoegdheid hebben om in voorkomende gevallen te gelasten dat materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt bij de productie of creatie van dergelijke onrechtmatig geproduceerde of nagemaakte goederen zonder enige vergoeding worden vernietigd of, in uitzonderlijke omstandigheden, van de hand worden gedaan buiten het handelsverkeer, op zodanige wijze dat het gevaar van verdere schending zo veel mogelijk beperkt wordt. Bij de behandeling van verzoeken om dergelijke corrigerende maatregelen kunnen de rechterlijke autoriteiten van de partij onder andere rekening houden met de ernst van de schending, alsmede de belangen van derden die eigendoms-, possessoire, contractuele of gegarandeerde belangen hebben.
Elke partij kan erop toezien dat schenking aan een liefdadigheidsinstelling van nagemaakte merkartikelen en goederen die auteursrechten en naburige rechten schenden, indien dit is toegestaan op grond van de interne wetgeving, niet door de rechterlijke autoriteiten wordt gelast zonder de toestemming van de rechthebbende, dan wel dat dergelijke goederen slechts onder bepaalde omstandigheden die kunnen worden vastgesteld volgens de interne wetgeving, aan liefdadigheidsinstellingen worden gedoneerd. In geen geval is enkel de verwijdering van het onrechtmatig aangebrachte handelsmerk voldoende om de vrijgave van de goederen in het handelsverkeer toe te staan, behalve in gevallen die zijn vastgesteld in de interne wetgeving en andere internationale verplichtingen.
Bij de behandeling van verzoeken om corrigerende maatregelen kunnen de partijen hun rechterlijke autoriteiten de mogelijkheid bieden onder andere rekening te houden met de ernst van de schending, alsmede de belangen van derden die eigendoms-, possessoire, contractuele of gegarandeerde belangen hebben.
De rechterlijke autoriteiten gelasten dat die maatregelen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd.
Overeenkomstig de interne wetgeving mogen de partijen voorzien in andere corrigerende maatregelen met betrekking tot goederen waarvan is gebleken dat deze onrechtmatig geproduceerd of nagemaakt zijn, en met betrekking tot materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt bij de creatie of productie van dergelijke goederen.
Artikel 267. Schadevergoeding
De rechterlijke autoriteiten hebben de bevoegdheid de inbreukmaker te gelasten aan de rechthebbende een toereikende schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die de rechthebbende heeft geleden wegens een inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht van die persoon door een inbreukmaker die wist of redelijke grond had om te weten dat hij inbreuk pleegde. In voorkomende gevallen kunnen de partijen de rechterlijke autoriteiten machtigen invordering van winsten en/of betaling van een vooraf vastgestelde schadevergoeding te gelasten, zelfs als de inbreukmaker niet wist of geen redelijke grond had om te weten dat hij inbreuk pleegde.
Artikel 268. Gerechtskosten
De partijen zorgen ervoor dat overeenkomstig de interne wetgeving, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.
Artikel 269. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken
De partijen kunnen bepalen dat de rechterlijke autoriteiten in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van het volledig of gedeeltelijk ophangen en publiceren van de uitspraak. De partijen kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking, zoals opvallende publiciteit, die passend zijn in de omstandigheden van het geval.
Artikel 270. Vermoeden van eigendom
Voor de toepassing van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen waarin op grond van deze titel wordt voorzien, is het voor de houders van auteursrechten of naburige rechten met betrekking tot hun beschermde materiaal voldoende, zolang het tegendeel niet is bewezen, dat hun naam op de gangbare manier op het werk verschijnt, om als zodanig te worden aangemerkt en bijgevolg gerechtigd te zijn om een inbreukprocedure in te stellen.
Artikel 271. Strafrechtelijke sancties
De partijen voorzien ten minste in gevallen van opzettelijke namaak van een handelsmerk of opzettelijke inbreuk op auteursrechten op commerciële schaal in strafrechtelijke procedures en sancties. De mogelijke sancties omvatten vrijheidsstraffen en/of geldboetes die voldoende zijn om afschrikwekkend te werken, in overeenstemming met het niveau van de straffen opgelegd voor strafbare feiten van overeenkomstige zwaarte. In passende gevallen omvatten de mogelijke sancties ook de inbeslagneming, verbeurdverklaring en vernietiging van de inbreukmakende goederen en van materialen en werktuigen die voornamelijk zijn gebruikt bij het plegen van het strafbare feit. De partijen kunnen in nog andere gevallen van inbreuk op de intellectuele-eigendomsrechten, met name wanneer deze opzettelijk en op commerciële schaal worden verricht, voorzien in strafrechtelijke procedures en sancties.
Artikel 272. Beperkingen op de aansprakelijkheid van dienstverleners
De partijen komen overeen dat zij de soorten beperkingen van de verantwoordelijkheid van dienstverleners waarin zij momenteel in hun respectieve wetgeving voorzien, handhaven, namelijk:
- a. voor de EU-partij: de beperkingen die zijn vastgesteld in Richtlijn 2000/31/EG inzake elektronische handel;
- b. voor de republieken van de MA-partij: de beperkingen die intern zijn vastgesteld om te voldoen aan hun internationale verplichtingen.
Een partij mag de inwerkingtreding van de bepalingen van dit artikel uitstellen voor een periode van uiterlijk drie jaar, beginnende op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Artikel 273. Grensmaatregelen
De partijen erkennen het belang van coördinatie ten aanzien van douaneaangelegenheden en zullen daarom de toepassing en handhaving van de douaneprocedures met betrekking tot nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust bevorderen, in het bijzonder door informatie-uitwisseling en coördinatie tussen de douaneadministraties van de partijen.
Tenzij in dit hoofdstuk anders wordt bepaald, stellen de partijen procedures vast om een rechthebbende die geldige gronden heeft om te vermoeden dat goederen waarmee inbreuk op een handelsmerk of een auteursrecht wordt gemaakt, worden ingevoerd, uitgevoerd of wederuitgevoerd, het douanegebied worden binnen- of uitgebracht, onder een schorsingsregeling worden gebracht, in een vrije zone worden gebracht of in een douane-entrepot worden geplaatst, in staat te stellen bij de bevoegde administratieve of rechterlijke autoriteiten een schriftelijk verzoek in te dienen tot opschorting van het in het vrije verkeer brengen van deze goederen dan wel tot het vasthouden ervan door de douaneautoriteiten. Er bestaat overeenstemming over het feit dat er geen verplichting bestaat om deze procedures toe te passen op de invoer van goederen die door de rechthebbende of met diens toestemming in een ander land in de handel worden gebracht.
Alle rechten of plichten die in het kader van afdeling 4 van de TRIPs-overeenkomst zijn vastgesteld voor de importeur, zijn ook van toepassing voor de exporteur of voor de bezitter van de goederen.
Elke partij voorziet erin dat haar bevoegde autoriteiten in het geval van invoer, uitvoer en doorvoer ambtshalve grensmaatregelen kunnen instellen.
HOOFDSTUK 4. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 274. Subcomité Intellectuele eigendom
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)