Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
Indien de partijen niet binnen dertig dagen na afloop van de redelijke termijn of na de in artikel 316 bedoelde kennisgeving van de uitspraak van het panel dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven niet in overeenstemming is met de in artikel 309 bedoelde bepalingen, overeenstemming over compensatie bereiken, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht is gericht hiervan in kennis te hebben gesteld, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité, de verplichtingen op grond van de in artikel 309 bedoelde bepalingen te schorsen in een mate die evenredig is met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. In de kennisgeving wordt aangegeven welke verplichtingen de klagende partij beoogt te schorsen. De klagende partij kan de schorsing tien dagen na de datum van kennisgeving laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht is gericht, overeenkomstig lid 3 om een uitspraak van het panel heeft verzocht. Wanneer een uitspraak van het panel van toepassing is op meer dan één republiek van de MA-partij, geldt de schorsing van verplichtingen voor elke afzonderlijke republiek van de MA-partij die haar verplichtingen niet nakomt, of wordt deze toegepast door elke afzonderlijke republiek van de MA-partij, al naargelang, rekening houdend met de mate waarin de schending overeenkomstig artikel 314, lid 4, voor elk afzonderlijk de voordelen tenietdoet of beperkt, alsmede met alle maatregelen waarvan overeenkomstig artikel 316, lid 1, kennis is gegeven.
Indien een partij waartegen een klacht is gericht, van oordeel is dat de mate van schorsing niet gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke panel schriftelijk verzoeken hierover een uitspraak te doen. Een dergelijk verzoek wordt vóór afloop van de in lid 2 bedoelde termijn van tien dagen kenbaar gemaakt aan de andere partij, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité. Het panel maakt zijn uitspraak over de mate van schorsing van verplichtingen binnen dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek bekend aan de partijen bij het geschil, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité. Er worden geen verplichtingen geschorst voordat het panel zijn uitspraak heeft medegedeeld en de eventuele schorsing dient in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het panel.
Indien het oorspronkelijke panel, of een of meer van de leden daarvan, niet opnieuw kan bijeenkomen, zijn de desbetreffende procedures van artikel 312 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt vijfenveertig dagen vanaf de datum van indiening van het in lid 3 bedoelde verzoek.
Wanneer overeenkomstig lid 1 voordelen worden geschorst, betracht de EU-partij een passende matiging, rekening houdend met onder andere het waarschijnlijke effect op de economie en het ontwikkelingsniveau van de partij waartegen de klacht is gericht, en kiest zij voor maatregelen die bevorderen dat de partij waartegen de klacht is gericht, alsnog overgaat tot naleving, en die het minst risico inhouden dat de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst nadelig wordt beïnvloed.
De schorsing van verplichtingen is tijdelijk en wordt slechts toegepast totdat de specifieke maatregel(en) waarvan is vastgesteld dat deze niet in overeenstemming is of zijn met de in artikel 309 bedoelde bepalingen, in overeenstemming is of zijn gebracht met die bepalingen, zoals vastgesteld in artikel 318, of totdat de partijen bij het geschil zijn overeengekomen het geschil bij te leggen.
Artikel 318. Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de schorsing van verplichtingen
De partij waartegen de klacht is gericht, stelt de klagende partij, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité, in kennis van elke maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het panel na te leven, alsmede van haar verzoek om beëindiging van de door de klagende partij toegepaste schorsing van verplichtingen.
Indien de partijen bij het geschil niet binnen dertig dagen na de datum van indiening van de in lid 1 bedoelde kennisgeving overeenstemming bereiken over de verenigbaarheid van de maatregel waarvan kennis is gegeven met de in artikel 309 bedoelde bepalingen, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke panel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dat verzoek wordt medegedeeld aan de partij waartegen de klacht is gericht, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité. Wanneer een uitspraak van het panel van toepassing is op meer dan één republiek van de MA-partij, doet het panel voor elke republiek van de MA-partij een uitspraak overeenkomstig dit artikel. De uitspraak van het panel wordt binnen vijfenveertig dagen na indiening van het verzoek medegedeeld aan de partijen bij het geschil, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité. Indien het panel oordeelt dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de in artikel 309 bedoelde bepalingen, wordt de schorsing van verplichtingen beëindigd.
Indien het oorspronkelijke panel, of een of meer van de leden daarvan, niet opnieuw kan bijeenkomen, zijn de desbetreffende procedures van artikel 312 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt zestig dagen vanaf de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
AFDELING C. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 319. Reglement van orde
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, is op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van deze titel het reglement van orde van toepassing dat is vastgesteld door de Associatieraad.
Behoudens de bescherming van vertrouwelijke informatie, zijn de hoorzittingen van het panel overeenkomstig het reglement van orde openbaar.
Tenzij de partijen bij het geschil binnen vijf dagen na de datum van instelling van het panel anders overeenkomen, luidt de taakomschrijving van het panel als volgt:
„In het licht van de desbetreffende bepalingen van deel IV van deze overeenkomst de in het verzoek om instelling van het panel beschreven aangelegenheid onderzoeken, teneinde zich uit te spreken over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met de in artikel 309 van titel X (Geschillenbeslechting) bedoelde bepalingen en een uitspraak te doen over de zaak overeenkomstig artikel 313 van titel X (Geschillenbeslechting).”.
Indien de partijen bij het geschil een andere taakomschrijving zijn overeengekomen, dienen zij het panel binnen twee dagen van hun overeenkomst in kennis te stellen.
Indien een partij bij het geschil van oordeel is dat een panellid inbreuk pleegt op de gedragscode of niet aan de in artikel 325 bedoelde vereisten voldoet, kan zij overeenkomstig het reglement van orde verzoeken om diens ontslag.
Artikel 320. Inlichtingen en technisch advies
Het panel kan op verzoek van een partij bij het geschil of op eigen initiatief bij elk van de partijen de inlichtingen inwinnen die het nuttig acht voor de panelprocedure.
Waar van toepassing, kan het panel tevens inlichtingen en advies inwinnen bij deskundigen, instanties of andere bronnen. Voordat deze inlichtingen en adviezen worden ingewonnen, informeert het panel de partijen bij het geschil, die eveneens gelegenheid krijgen hun commentaar te geven. Alle overeenkomstig dit lid verkregen informatie moet tijdig aan elk van beide partijen bij het geschil worden medegedeeld en voor commentaar aan hen worden voorgelegd. Dit commentaar wordt ingediend bij zowel het panel als de andere partij.
Artikel 321. Amicus curiae
Op het grondgebied van de partijen bij het geschil woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen die belang hebben bij de zaak, zijn gemachtigd overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae stukken ter eventuele overweging bij het panel in te dienen.
Artikel 322. Interpretatieregels en -beginselen
Panels leggen de in artikel 309 bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met het feit dat de partijen te goeder trouw uitvoering moeten geven aan deze overeenkomst en het ontwijken van hun verplichtingen moeten vermijden.
Wanneer een bepaling van deel IV van deze overeenkomst identiek is aan een bepaling in een WTO-Overeenkomst, legt het panel zich vast op een interpretatie die in overeenstemming is met een eventuele relevante interpretatie die is vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO.
Uitspraken van het panel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 309 bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.
Artikel 323. Gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot uitspraken van het panel
Het panel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. In geen geval worden echter afwijkende meningen van panelleden gepubliceerd.
De uitspraken van het panel zijn definitief en bindend voor de partijen bij het geschil en scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke of rechtspersonen.
De uitspraak vermeldt de feitelijke en juridische conclusies van het panel, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst, alsmede de redenering die aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag ligt. De uitspraak bevat tevens een verwijzing naar alle eventuele verzoeken om vaststelling die door een van de partijen of beide partijen bij het geschil zijn gedaan, inclusief zoals vervat in de taakomschrijving van het panel. De partijen bij het geschil maken de uitspraak van het panel openbaar. De bepalingen van dit lid gelden niet voor organisatorische uitspraken.
Het panel maakt in zijn uitspraak geen vertrouwelijke informatie bekend, maar kan wel conclusies opnemen die zijn afgeleid uit die informatie.
HOOFDSTUK 4. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 324. Wederzijds bevredigende oplossing
De partijen bij het geschil kunnen te allen tijde een wederzijds bevredigende oplossing voor een onder deze titel vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Associatiecomité van deze oplossing in kennis. Na kennisgeving van de wederzijds bevredigende oplossing is de procedure beëindigd.
Artikel 325. Lijst van panelleden
De Associatieraad stelt uiterlijk zes maanden50)Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst:a.versturen de partijen binnen vijfenzeventig dagen de Associatieraad hun lijsten met kandidaten;b.keurt de Associatieraad binnen honderdtwintig dagen de de in de lijsten opgenomen kandidaten goed of af;c.versturen de partijen binnen honderdvijftig dagen een lijst met aanvullende kandidaten ter vervanging van de afgekeurde kandidaten;d.wordt binnen honderdtachtig dagen de lijst van kandidaten definitief vastgesteld. na inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van zesendertig personen die bereid en in staat zijn om als panellid op te treden. De EU-partij draagt twaalf personen als panellid voor en elke republiek van de MA-partij draagt er twee voor. De EU-partij en de republieken van de MA-partij selecteren tevens twaalf personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het panel fungeren. De Associatieraad kan de lijst te allen tijde beoordelen en wijzigen en zorgt ervoor dat de lijst altijd op het niveau overeenkomstig de bepalingen van dit lid wordt gehouden.
De panelleden hebben gespecialiseerde kennis of ervaring in juridische, internationale handels- en overige aangelegenheden met betrekking tot deel IV van deze overeenkomst of bij het oplossen van geschillen voortvloeiend uit internationale handelsovereenkomsten, zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, zijn niet verbonden aan en nemen geen instructies aan van enige partij of organisatie, en nemen de door de Associatieraad vastgestelde gedragscode in acht.
De Associatieraad kan aanvullende lijsten van maximaal vijftien personen met sectorale expertise op specifieke onder deel IV van deze overeenkomst vallende onderwerpen vaststellen. Wanneer de selectieprocedure van artikel 312 wordt gebruikt, kan de voorzitter van het Associatiecomité met instemming van de partijen van een sectorale lijst gebruikmaken.
Artikel 326. Relatie tot WTO-verplichtingen
Indien een partij bij het geschil genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting op grond van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen (hierna de „WTO DSU” genoemd), beroept zij zich op de relevante regels en procedures van de WTO-Overeenkomst.
Indien een partij bij het geschil genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting op grond van deel IV van deze overeenkomst, beroept zij zich op de relevante regels en procedures van deze titel.
Indien een partij bij het geschil genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting op grond van deel IV van deze overeenkomst, die tegelijkertijd een schending vormt van de WTO-overeenkomsten, beroept zij zich op het forum van haar keuze.
De partijen bij het geschil vermijden identieke geschillen voor verschillende fora te brengen, indien deze gebaseerd zijn op dezelfde rechtsvorderingen en maatregelen.
In het geval van niet-identieke geschillen met betrekking tot dezelfde maatregel, zien de partijen ervan af gelijktijdige geschillenbeslechtingsprocedures in te leiden.
Indien een partij bij het geschil een geschillenbeslechtingsprocedure heeft ingeleid op grond van de WTO DSU of deze titel, en vervolgens bij een tweede forum genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting, op basis van een geschil dat identiek is aan het geschil dat eerder voor het andere forum is gebracht, is het die partij niet toegestaan het tweede geschil aanhangig te maken. Voor de toepassing van deze titel wordt onder de term „identiek” een geschil op basis van dezelfde rechtsvorderingen en aangevochten maatregelen verstaan. Een geschil wordt niet aangemerkt als identiek indien het aanvankelijk geselecteerde forum om procedurele of gerechtelijke redenen niet in staat was bevindingen te doen ten aanzien van de voor het forum gebrachte rechtsvordering.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt een geschillenbeslechtingsprocedure geacht te zijn ingeleid op grond van de WTO DSU, indien het panel is ingesteld overeenkomstig artikel 6 van de WTO DSU, en op grond van deze titel, indien een partij overeenkomstig artikel 311, lid 1, heeft verzocht om de instelling van een panel. Geschillenbeslechtingsprocedures op grond van de WTO DSU zijn afgerond zodra het Orgaan voor geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van de WTO DSU het verslag van het panel of het verslag van de Beroepsinstantie heeft goedgekeurd. Geschillenbeslechtingsprocedures op grond van deze titel zijn afgerond zodra het panel overeenkomstig artikel 313, lid 1, zijn uitspraak inzake de kwestie kenbaar heeft gemaakt aan de partijen en het Associatiecomité.
Alle vragen over de rechtsbevoegdheid van de panels die zijn ingesteld op grond van deze titel, worden gesteld binnen een termijn van tien dagen na instelling van het panel en worden opgelost binnen dertig dagen na instelling van het panel aan de hand van een voorlopige uitspraak. Wanneer de jurisdictie van een panel op grond van dit artikel in twijfel is getrokken, worden alle in deze titel en het reglement van orde vastgestelde termijnen geschorst in afwachting van de bekendmaking van de voorlopige uitspraak van het panel.
Niets in deze titel belet een partij bij het geschil de schorsing van verplichtingen die door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO is toegestaan, ten uitvoer te leggen. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om een partij bij het geschil te beletten verplichtingen uit hoofde van deze titel te schorsen.
Artikel 327. Termijnen
Alle in deze titel en in het reglement van orde vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen de panels kennisgeving moeten doen van hun uitspraken, worden gerekend in kalenderdagen, waarbij de eerste dag de dag is volgende op de handeling of het feit waarop zij betrekking hebben.
De partijen bij het geschil kunnen in onderling overleg alle in deze titel en het reglement van orde vermelde termijnen wijzigen.
Het panel kan zijn werkzaamheden te allen tijde voor een periode van maximaal twaalf maanden schorsen, zulks op verzoek van de klagende partij en met instemming van de partij waartegen de klacht is gericht. In dit geval worden de termijnen verlengd met de duur dat de procedure is geschorst. Indien de panelprocedure langer dan twaalf maanden is geschorst, komt het mandaat van het panel te vervallen, onverminderd het recht van de klagende partij te verzoeken om overleg en vervolgens in een later stadium te verzoeken om de instelling van een panel inzake dezelfde aangelegenheid. Dit lid is niet van toepassing indien de schorsing voortvloeit uit pogingen te goeder trouw om overeenkomstig artikel 324 tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen.
Artikel 328. Vaststelling en wijziging van het reglement van orde en de gedragscode
De Associatieraad stelt tijdens zijn eerste vergadering het reglement van orde en de gedragscode vast.
De Associatieraad kan het reglement van orde en de gedragscode wijzigen.
TITEL XI. BEMIDDELINGSMECHANISME VOOR NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN
HOOFDSTUK 1. TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 329. Toepassingsgebied
Het bemiddelingsmechanisme is van toepassing op niet-tarifaire maatregelen die een nadelig effect hebben op de handel tussen de partijen op grond van deel IV van deze overeenkomst.
Het bemiddelingsmechanisme is niet van toepassing op maatregelen of andere aangelegenheden die voortvloeien uit:
- a. titel VIII inzake handel duurzame ontwikkeling;
- b. titel IX inzake regionale economische integratie;
- c. integratieprocessen van de EU-partij en van de republieken van de MA-partij;
- d. aangelegenheden waarvoor geschillenbeslechtingsprocedures zijn uitgesloten; en
- e. de institutionele bepalingen van deze overeenkomst.
Deze titel geldt bilateraal tussen de EU-partij enerzijds en elk van de republieken van de MA-partij anderzijds.
De bemiddelingsprocedure is vertrouwelijk.
HOOFDSTUK 2. PROCEDURE OP GROND VAN HET BEMIDDELINGSMECHANISME
Artikel 330. Inleiding van de procedure
Een partij kan te allen tijde schriftelijk verzoeken dat de andere partij deelneemt aan de bemiddelingsprocedure. Het verzoek bevat een beschrijving van de zaak die voldoende helder de maatregel in kwestie en de effecten daarvan op de handel uiteenzet.
De partij waaraan het verzoek is gericht, neemt het verzoek in welwillende overweging en geeft binnen tien dagen na de datum van ontvangst van het verzoek schriftelijk antwoord.
Voorafgaand aan de selectie van de bemiddelaar overeenkomstig artikel 331 trachten de partijen bij de procedure te goeder trouw door middel van directe onderhandelingen tot overeenstemming te komen. Hiervoor hebben zij een termijn van twintig dagen.
Artikel 331. Selectie van de bemiddelaar
De partijen bij de procedure worden aangemoedigd uiterlijk vijftien dagen na afloop van de in artikel 330, lid 3, genoemde termijn overeen te komen over een bemiddelaar, of vroeger indien een van de partijen de andere partij laat weten dat overeenstemming niet haalbaar is zonder de hulp van een bemiddelaar.
Indien de partijen bij de procedure binnen de vastgestelde termijn geen overeenstemming kunnen bereiken over de bemiddelaar, kan elk van de partijen verzoeken om aanstelling van een bemiddelaar door loting. Binnen vijf dagen na indiening van een dergelijk verzoek stelt elke partij een lijst van ten minste drie personen op die geen onderdaan zijn van die partij en die voldoen aan de voorwaarden van lid 4 en als bemiddelaar kunnen optreden. Binnen vijf dagen na indiening van die lijst selecteert elke partij ten minste één naam uit de lijst van de andere partij. De voorzitter van het Associatiecomité of diens vertegenwoordiger selecteert vervolgens de bemiddelaar door loting uit de geselecteerde namen. De selectie door loting vindt plaats binnen vijftien dagen na indiening van het verzoek om aanstelling door loting op een tijdstip en een plaats die onverwijld aan de partijen worden medegedeeld. Desgewenst kunnen de partijen bij de selectie door loting aanwezig zijn.
Indien een partij bij de procedure nalaat de lijst op te stellen of een naam uit de lijst van de andere partij te selecteren, selecteert de voorzitter of diens vertegenwoordiger door loting de bemiddelaar uit de lijst van de partij die wel heeft voldaan aan de vereisten van lid 2.
De bemiddelaar dient een deskundige te zijn op het gebied waarop de maatregel in kwestie betrekking heeft51)In zaken met betrekking tot normen en technische voorschriften bijvoorbeeld dient de bemiddelaar ervaring te hebben met relevante internationale normalisatie-instellingen.. De bemiddelaar helpt de partijen bij de procedure op onpartijdige en transparante wijze om duidelijkheid te verschaffen over de maatregel en de mogelijke effecten daarvan op de handel, en in onderling overleg tot een oplossing te komen.
Wanneer een partij bij de procedure van oordeel is dat de bemiddelaar de gedragscode schendt, kan om diens ontslag worden verzocht en wordt er een nieuwe bemiddelaar geselecteerd overeenkomstig de leden 1 tot en met 4.
Artikel 332. Regels van de bemiddelingsprocedure
De partijen nemen te goeder trouw deel aan de bemiddelingsprocedure en streven ernaar tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen.
Binnen vijftien dagen na de aanstelling van de bemiddelaar legt de partij die de bemiddelingsprocedure heeft ingeleid, schriftelijk een gedetailleerde beschrijving van het probleem voor aan de bemiddelaar en de andere partij bij de procedure, in het bijzonder van de werking van de maatregel in kwestie en de effecten daarvan op de handel. Binnen tien dagen na de datum van ontvangst van de overgelegde stukken kan de andere partij schriftelijk haar commentaar geven op de beschrijving van het probleem. Elke partij kan in haar beschrijving of commentaar alle informatie opnemen die zij van belang acht.
De bemiddelaar kan bepalen wat het meest geschikte traject is voor de afwikkeling van de procedure, in het bijzonder of, wanneer en hoe de partijen bij de procedure worden gehoord, gezamenlijk dan wel afzonderlijk. De bemiddelaar kan tevens bepalen in hoeverre bepaalde informatie niet beschikbaar is gemaakt door de partijen, dan wel in hoeverre dergelijke informatie niet in het bezit is van de partijen, en of de omstandigheden bijstand van of overleg met relevante deskundigen, overheidsinstellingen en andere rechts- of natuurlijke personen met gespecialiseerde kennis ter zake vereisen. Wanneer de bijstand van of het overleg met relevante deskundigen, overheidsinstellingen en andere rechts- of natuurlijke personen met gespecialiseerde kennis ter zake vertrouwelijke informatie zoals gedefinieerd in artikel 336 van deze titel impliceert, wordt dergelijke informatie uitsluitend beschikbaar gemaakt na de partijen bij de procedure hiervan in kennis te hebben gesteld en onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dergelijke informatie te allen tijde als vertrouwelijk wordt behandeld.
Zodra alle nodige informatie is verzameld, kan de bemiddelaar een beoordeling van de aangelegenheid en de maatregel in kwestie geven en de partijen bij de procedure een oplossing ter overweging voorleggen. Een dergelijke beoordeling heeft geen betrekking op de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met deze overeenkomst.
De procedure vindt plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek is gericht, of in onderling overleg op een andere locatie of met andere middelen.
Ter vervulling van zijn taken kan de bemiddelaar gebruikmaken van alle communicatiemiddelen, waaronder telefoon, fax, internetverbindingen of videoconferentie.
De procedure wordt normaal gesproken binnen zestig dagen na de datum van de aanstelling van de bemiddelaar afgerond. De partijen bij de procedure kunnen in elke fase van de procedure in onderling overleg de procedure beëindigen.
HOOFDSTUK 3. TENUITVOERLEGGING
Artikel 333. Tenuitvoerlegging van een wederzijds overeengekomen oplossing
Wanneer de partijen bij de procedure een oplossing zijn overeengekomen voor de handelsbelemmeringen die zijn veroorzaakt door de maatregel waarop de procedure betrekking heeft, treft elk van de partijen zonder onnodige vertraging de vereiste maatregelen om voornoemde oplossing ten uitvoer te leggen.
De uitvoerende partij stelt de andere partij, alsmede het Associatiecomité, regelmatig schriftelijk in kennis van alle stappen die zij doet of maatregelen die zij treft om de wederzijds overeengekomen oplossing ten uitvoer te leggen. Deze verplichting vervalt zodra de wederzijds bevredigende oplossing naar behoren en volledig ten uitvoer is gelegd.
HOOFDSTUK 4. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 334. Relatie met titel X inzake geschillenbeslechting
De procedure op grond van dit bemiddelingsmechanisme is onafhankelijk van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst en is niet bedoeld als basis voor geschillenbeslechtingsprocedures op grond van die titel of enige andere overeenkomst. Een verzoek om bemiddeling en de eventuele procedures op grond van het bemiddelingsmechanisme sluiten een beroep op titel X niet uit.
Het bemiddelingsmechanisme laat de rechten en verplichtingen van de partijen op grond van titel X onverlet.
Artikel 335. Termijnen
De partijen bij de procedure kunnen in onderling overleg alle in deze titel vermelde termijnen wijzigen.
Artikel 336. Vertrouwelijkheid van informatie
Een partij bij de procedure die in het kader van de bemiddelingsprocedure informatie of documenten indient, kan deze informatie of documenten, of elk deel daarvan, als vertrouwelijk bestempelen.
Wanneer informatie of documenten, of een deel daarvan, door een partij als vertrouwelijk is of zijn bestempeld, retourneren of vernietigen de andere partij en de bemiddelaar deze informatie of documenten uiterlijk vijftien dagen na afronding van de bemiddelingsprocedure.
Evenzo geldt dat als informatie of documenten, of een deel daarvan, die als vertrouwelijk is of zijn bestempeld, ter beschikking zijn gesteld van relevante deskundigen, overheidsinstellingen of andere natuurlijke of rechtspersonen met gespecialiseerde kennis ter zake, deze informatie of documenten uiterlijk vijftien dagen na beëindiging van de bijstand- of adviesverlening aan de bemiddelaar, worden geretourneerd of vernietigd.
Artikel 337. Kosten
Alle kosten van de bemiddelingsprocedure worden gelijkelijk door de partijen bij de procedure gedragen. Onder kosten worden verstaan de bezoldiging van de bemiddelaar, diens reis-, verblijfs- en onderhoudskosten, alsmede alle algemene administratieve kosten van de bemiddelingsprocedure overeenkomstig de door de bemiddelaar ingediende kostendeclaratie.
De bemiddelaar houdt een volledige en gedetailleerde opgave van alle relevante gemaakte kosten bij en dient een kostendeclaratie in bij de partijen bij de procedure, vergezeld van alle bijbehorende bewijsstukken.
De Associatieraad bepaalt welke kosten in aanmerking komen, alsmede de hoogte van de aan de bemiddelaar te betalen bezoldiging en vergoedingen.
TITEL XII. TRANSPARANTIE EN ADMINISTRATIEVE PROCEDURES
Artikel 338. Samenwerking inzake grotere transparantie
De partijen komen overeen in alle relevante bilaterale en multilaterale fora samen te werken ter vergroting van de transparantie, onder andere door uitbanning van omkoping en corruptie ten aanzien van zaken die onder deel IV van deze overeenkomst vallen.
Artikel 339. Publicatie
Elke partij zorgt ervoor dat haar algemeen toepasselijke maatregelen, met inbegrip van wet- en regelgeving, gerechtelijke uitspraken, procedures en administratieve beschikkingen met betrekking tot handelsgerelateerde aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van deel IV van deze overeenkomst vallen, onverwijld worden gepubliceerd of op zodanige wijze voor belanghebbenden gemakkelijk toegankelijk worden gemaakt dat de belanghebbenden van een partij, evenals elke andere partij, zich ermee vertrouwd kunnen maken. Op verzoek geeft elke partij uitleg bij de doelstelling of motivering van dergelijke maatregelen en zorgt zij ervoor dat er voldoende tijd is tussen de publicatie en de inwerkingtreding van dergelijke maatregelen, tenzij de specifieke wettelijke of praktische omstandigheden anders vereisen.
Elke partij tracht belanghebbenden van de andere partij in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op alle voorgestelde algemeen toepasselijke wet- en regelgeving, procedures en administratieve beschikkingen, en rekening te houden met het relevante commentaar dat aldus wordt ontvangen.
De in het eerste lid genoemde algemeen toepasselijke maatregelen worden geacht gemakkelijk toegankelijk te zijn gemaakt als de maatregel beschikbaar is gemaakt door middel van een passende kennisgeving aan de WTO of als de maatregel beschikbaar is gemaakt op een officiële, openbare en gratis toegankelijke website van de desbetreffende partij.
Niets in deel IV van deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat het een verplichting voor een partij inhoudt tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren, anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare dan wel particuliere ondernemingen.
Artikel 340. Contactpunten en uitwisseling van informatie
Om de communicatie te vergemakkelijken en de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst te waarborgen, wijzen de EU-partij, de MA-partij52)Het door de MA-partij aangewezen contactpunt wordt gebruikt voor de uitwisseling van informatie met betrekking tot haar collectieve verplichtingen overeenkomstig artikel 352, lid 2, van deel V (Slotbepalingen) van deze overeenkomst, en werkt onder de directe instructies die zijn overeengekomen door de republieken van de MA-partij. en elke republiek van de MA-partij vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst elk een contactpunt aan53)Voor de toepassing van de verplichting van de MA-partij om een contactpunt aan te wijzen, wordt onder „datum van inwerkingtreding” verstaan de datum waarop de overeenkomst in alle republieken van de MA-partij in werking is getreden overeenkomstig artikel 353, lid 4.. De aanwijzing van contactpunten doet geen afbreuk aan de specifieke aanwijzing van bevoegde autoriteiten in het kader van specifieke bepalingen van deze overeenkomst.
Op verzoek van een partij geeft het contactpunt van de andere partij aan welk bureau of welke ambtenaar verantwoordelijk is voor enige aangelegenheid die betrekking heeft op de uitvoering van deel IV van deze overeenkomst, en verleent het de nodige hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.
Wanneer een partij daarom verzoekt, verstrekt elke relevante partij, voor zover de wettelijke mogelijkheid daartoe bestaat, informatie en beantwoordt zij onverwijld elke vraag over een bestaande of voorgestelde maatregel die wezenlijke gevolgen kan hebben voor deel IV van deze overeenkomst.
Artikel 341. Administratieve procedures
Elke partij beheert alle in artikel 339 bedoelde algemeen toepasselijke maatregelen op een consistente, onpartijdige en redelijke manier. Meer in het bijzonder dient elke partij bij de toepassing van dergelijke maatregelen op specifieke personen, goederen, diensten of vestigingen van een partij in specifieke gevallen:
- a. te trachten personen voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, met een redelijke termijn een kennisgeving te sturen over de inleiding van een procedure, tezamen met een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring betreffende de rechtsgrond op basis waarvan de procedure wordt ingeleid, en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;
- b. belanghebbenden een redelijke mogelijkheid te bieden om feiten en argumenten tot staving van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, indien de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; en
- c. erop toe te zien dat haar procedures gebaseerd zijn op de wet.
Artikel 342. Herziening en beroep
Elke partij stelt rechterlijke, quasirechterlijke of administratieve instanties of procedures in of handhaaft deze, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, correctie van het definitieve administratieve optreden met betrekking tot handelsgerelateerde aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van deel IV van deze overeenkomst vallen. Deze instanties of procedures zijn onafhankelijk van de dienst of de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving en degenen die er verantwoordelijk voor zijn, zijn onpartijdig en hebben geen aanmerkelijk belang bij de uitkomst van de zaak.
Elke partij zorgt ervoor dat de procespartijen bij dergelijke instanties of procedures recht hebben op:
- a. een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te ondersteunen of te verdedigen; en
- b. een beslissing die is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken of, indien haar wetgeving dat vereist, op het door de administratieve autoriteit samengestelde dossier.
Elke partij zorgt ervoor dat, behoudens beroep of latere herziening overeenkomstig haar wetgeving, een dergelijke beslissing ten uitvoer wordt gelegd door, en de handelwijze bepaalt van, de dienst of de autoriteit die voor het administratieve optreden ter zake bevoegd is.
Artikel 343. Specifieke regels
De bepalingen van deze titel doen geen afbreuk aan de specifieke regels die zijn vastgesteld in andere bepalingen van deze overeenkomst.
Artikel 344. Transparantie op subsidiegebied
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder een subsidie een maatregel met betrekking tot de handel in goederen verstaan die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1, lid 1, van de SCM-Overeenkomst en die specifiek is in de zin van artikel 2 van deze laatste. Onder deze bepaling vallen subsidies zoals bedoeld in de Landbouwovereenkomst.
Elke partij zorgt voor transparantie op het gebied van subsidies met betrekking tot de handel in goederen. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst brengt elke partij om de twee jaar aan de andere partij verslag uit van de rechtsgrondslag, de vorm, het bedrag of de begroting en, waar mogelijk, de ontvanger van de door haar overheid of een overheidsinstelling toegekende subsidie. Dit verslag wordt geacht te zijn uitgebracht indien de relevante informatie door of namens de partijen beschikbaar is gemaakt op een openbaar toegankelijke website. Bij de uitwisseling van informatie houden de partijen rekening met de vereisten van beroepsmatige en zakelijke geheimhouding.
De partijen kunnen op verzoek van een partij informatie uitwisselen over aangelegenheden met betrekking tot subsidies voor diensten.
Het Associatiecomité beoordeelt periodiek de voortgang die de partijen hebben geboekt bij de tenuitvoerlegging van dit artikel.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan het recht van de partijen om overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de WTO-Overeenkomst handelsmaatregelen toe te passen, een geschillenbeslechtingsprocedure in te leiden of een andere passende maatregel te treffen tegen een door de andere partij verleende subsidie.
De partijen kunnen geen gebruik maken van geschillenbeslechtingsprocedures op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voor kwesties die in het kader van dit artikel ontstaan.
TITEL XIII. SPECIFIEKE TAKEN IN HANDELSAANGELEGENHEDEN VAN DE OP GROND VAN DEZE OVEREENKOMST INGESTELDE INSTANTIES
Artikel 345. Specifieke taken van de Associatieraad
Wanneer de Associatieraad taken uitvoert die hem zijn toegekend op grond van deel IV van deze overeenkomst, bestaat hij uit vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de EU-partij enerzijds en uit de ministers van elk van de republieken van de MA-partij met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden anderzijds, overeenkomstig de respectieve wetskaders van de partijen, of uit de door hen aangewezen personen.
De Associatieraad kan, wanneer het handelsgerelateerde aangelegenheden betreft:
- a. bij de vervulling van de doelstellingen van deel IV van deze overeenkomst, het volgende aanpassen:
- i. de lijsten van goederen die zijn opgenomen in bijlage I (Afschaffing van douanerechten), met als doel een of meer goederen op te nemen in de tariefverlagingslijst;
- ii. de lijsten die zijn bijgevoegd bij bijlage I (Afschaffing van douanerechten) teneinde de afschaffing van tarieven te versnellen;
- iii. aanhangsel 1, aanhangsel 2 en aanhangsel 3 van bijlage I (Afschaffing van douanerechten);
- iv. de aanhangsels 1, 2, 2A, 3, 4, 5 en 6 van bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking);
- v. bijlage XVI (Overheidsopdrachten);
- vi. bijlage XVIII (Beschermde geografische aanduidingen);
- vii. bijlage XIX (Lijsten van in artikel 306, lid 4, bedoelde producten);
- viii. bijlage XXI (Subcomités);
- b. interpretaties geven betreffende de bepalingen van deel IV van deze overeenkomst; en
- c. andere maatregelen in het kader van de uitvoering van zijn taken nemen zoals de partijen overeenkomen.
Elke partij geeft overeenkomstig haar geldende wettelijke procedures binnen een tussen de partijen overeen te komen termijn uitvoering aan wijzigingen als bedoeld in lid 2, onder a)54)Tenuitvoerlegging van door de Associatieraad goedgekeurde wijzigingen:1.In het geval van Costa Rica zijn de besluiten van de Associatieraad op grond van artikel 345, lid 2, onder a), gelijkwaardig aan het instrument zoals bedoeld in artikel 121, lid 4, derde alinea (Protocolo de Menor Rango) van de Constitución Política de la República de Costa Rica.2.In het geval van Honduras zijn de besluiten van de Associatieraad op grond van artikel 345, lid 2, onder a), gelijkwaardig aan het instrument zoals bedoeld in artikel 21 van de Constitución de la República de Honduras..
Artikel 346. Specifieke taken van het Associatiecomité
Wanneer het Associatiecomité taken uitvoert die hem zijn toegekend op grond van deel IV van deze overeenkomst, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie enerzijds en vertegenwoordigers van elk van de republieken van de MA-partij anderzijds op het niveau van hoge ambtenaren en met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden, of uit de door hen aangewezen personen.
Het Associatiecomité heeft met name de volgende taken wanneer het zich bezighoudt met handelsgerelateerde aangelegenheden:
- a. de Associatieraad helpen bij de uitvoering van zijn taken met betrekking tot handelsgerelateerde aangelegenheden;
- b. verantwoordelijkheid dragen voor de adequate tenuitvoerlegging en toepassing van de bepalingen van deel IV van deze overeenkomst. In dat opzicht, en onverminderd de in titel X (Geschillenbeslechting) en titel XI (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen) van deel IV van deze overeenkomst vastgestelde rechten, kan elke partij kwesties in verband met de toepassing of de interpretatie van deel IV van deze overeenkomst ter bespreking naar het Associatiecomité verwijzen;
- c. toezien, waar nodig, op de verdere uitwerking van de bepalingen van deel IV van deze overeenkomst en de bij de toepassing ervan behaalde resultaten evalueren;
- d. zoeken naar passende manieren om problemen te voorkomen en op te lossen, die overigens kunnen ontstaan op gebieden die onder deel IV van deze overeenkomst vallen; en
- e. het reglement van orde van alle subcomités in het kader van deel IV van deze overeenkomst goedkeuren en toezicht houden op hun werkzaamheden.
Bij de uitvoering van zijn taken op grond van lid 2 kan het Associatiecomité:
- a. in aanvulling op de subcomités die zijn ingesteld op grond van deel IV van deze overeenkomst, subcomités instellen die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie en van elk van de republieken van de MA-partij, en deze binnen zijn bevoegdheid taken toekennen. Het Associatiecomité kan tevens besluiten de aan de door hem ingestelde subcomités toegekende taken te wijzigen, en de subcomités op te heffen;
- b. de vaststelling van besluiten overeenkomstig de specifieke doelstellingen van deel IV van deze overeenkomst aanbevelen aan de Associatieraad; en
- c. andere maatregelen in het kader van de uitvoering van zijn taken nemen zoals de partijen overeenkomen of de Associatieraad gelast.
Artikel 347. Coördinatoren voor deel IV van deze overeenkomst
De Europese Commissie en elk van de republieken van de MA-partij stellen binnen zestig dagen na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een coördinator voor deel IV van deze overeenkomst aan.
De coördinatoren werken gezamenlijk aan het opstellen van agenda’s en treffen alle overige nodige voorbereidingen voor de vergaderingen van de Associatieraad en het Associatiecomité overeenkomstig voorgaande bepalingen, en geven, waar van toepassing, vervolg aan de besluiten van deze organen.
Artikel 348. Subcomités
Onverminderd de bepalingen van artikel 8 van titel II (Institutioneel kader) van deel I van deze overeenkomst, is dit artikel van toepassing op alle in deel IV van deze overeenkomst ingestelde subcomités.
Subcomités bestaan uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie enerzijds en vertegenwoordigers van elk van de republieken van de MA-partij anderzijds.
De subcomités komen op een passend niveau eenmaal per jaar of op verzoek van een van de partijen of van het Associatiecomité bijeen. Vergaderingen in persoon worden beurtelings in Brussel en in Midden-Amerika gehouden. Vergaderingen kunnen ook worden gehouden met alle voor de partijen beschikbare technologische middelen.
De subcomités worden beurtelings voor een periode van één jaar voorgezeten door een vertegenwoordiger van de EU-partij enerzijds en een vertegenwoordiger van een republiek van de MA-partij anderzijds.
TITEL XIV. UITZONDERINGEN
Artikel 349. Betalingsbalans
In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie mag een partij beperkende maatregelen ten aanzien van de handel in goederen en diensten en met betrekking tot de lopende betalingen vaststellen of handhaven.
De partijen trachten de toepassing van beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 te vermijden.
Beperkende maatregelen die krachtens dit artikel worden vastgesteld of gehandhaafd, zijn niet-discriminerend en tijdelijk, en gaan niet verder dan wat nodig is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. Zij zijn in overeenstemming met de desbetreffende voorwaarden van de WTO-Overeenkomst en de statuten van het Internationaal Monetair Fonds.
Wanneer een partij beperkende maatregelen of wijzigingen daarin vaststelt of handhaaft, stelt zij de andere partij daarvan onverwijld in kennis en legt zij haar zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van die maatregelen voor.
Indien een partij van oordeel is dat de vastgestelde of gehandhaafde beperkende maatregel de bilaterale handelsbetrekkingen beïnvloedt, kan zij verzoeken om overleg met de andere partij, dat onverwijld plaatsvindt binnen het Associatiecomité. Tijdens dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken partij en de in het kader van dit artikel vastgestelde of gehandhaafde beperkingen geëvalueerd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de volgende factoren:
- a. de aard en omvang van de moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie;
- b. het externe economische en handelsklimaat; of
- c. andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.
Het overleg heeft betrekking op de overeenstemming van beperkende maatregelen met de leden 3 en 4. Alle door het Internationaal Monetair Fonds geconstateerde statistische en andere feiten met betrekking tot het deviezenverkeer, de monetaire reserves en de betalingsbalans worden als dusdanig geaccepteerd en de conclusies worden gebaseerd op de beoordeling door het Internationaal Monetair Fonds van de situatie betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie van de desbetreffende partij.
Artikel 350. Belastingen
Niets in deel IV van deze overeenkomst of in een in het kader van deze overeenkomst vastgestelde regeling wordt uitgelegd als beletsel voor de partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun respectieve belastingwetgeving onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.
Niets in deel IV van deze overeenkomst of in een in het kader van deel IV vastgestelde regeling wordt uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -fraude overeenkomstig de fiscale bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetgeving.
Niets in deel IV van deze overeenkomst heeft gevolgen voor de respectieve rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van belastingovereenkomsten. In geval van strijdigheid tussen deel IV van deze overeenkomst en een dergelijke overeenkomst heeft laatstgenoemde overeenkomst voorrang voor zover het strijdige bepalingen betreft.
Artikel 351. Regionale preferenties
Niets in deel IV van deze overeenkomst verplicht een partij ertoe een gunstiger behandeling die als onderdeel van haar regionale economische integratieproces binnen elk van de partijen wordt toegepast, ook voor de andere partij te doen gelden.
Niets in deel IV van deze overeenkomst belet de handhaving, wijziging of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of andere overeenkomsten tussen de partijen, of tussen de partijen en derde landen of regio’s.
DEEL V. SLOTBEPALINGEN
Artikel 352. Definitie van de partijen
De partijen bij deze overeenkomst zijn de republieken Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama, de „republieken van de MA-partij” genoemd, enerzijds, en de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten, binnen hun respectieve bevoegdheidsgebieden, de „EU-partij” genoemd, anderzijds.
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partij” respectievelijk bedoeld elke republiek van de MA-partij, onverminderd de verplichting om gezamenlijk op te treden krachtens de bepalingen in lid 3, of de EU-partij.
Voor de toepassing van deze overeenkomst komen de republieken van de MA-partij overeen en verplichten zij zich ertoe gezamenlijk op te treden wat de volgende bepalingen betreft:
- a. bij de besluitvorming via de in titel II (Institutioneel kader) van deel I van deze overeenkomst bedoelde organen;
- b. bij de nakoming van de in titel IX (Regionale economische integratie) van deel IV van deze overeenkomst bedoelde verplichtingen;
- c. bij de nakoming van de verplichting tot vaststelling van een Midden-Amerikaanse mededingingsverordening en tot instelling van een mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel 277 en artikel 279, lid 2, van titel VII (Handel en mededinging) van deel IV van deze overeenkomst; en
- d. bij de nakoming van de verplichting tot totstandbrenging van één enkel toegangspunt op regionaal niveau overeenkomstig artikel 212, lid 2, van titel V (Overheidsopdrachten) van deel IV van deze overeenkomst.
Wanneer de republieken van de MA-partij overeenkomstig dit lid gezamenlijk optreden, worden zij de „MA-partij” genoemd.
Met betrekking tot alle andere bepalingen in deze overeenkomst gaan de republieken van de MA-partij individueel verplichtingen aan en treden zij individueel op.
Niettegenstaande de bepaling van lid 3 en in overeenstemming met de verdere ontwikkeling van de Midden-Amerikaanse regionale integratie verbinden de republieken van de MA-partij zich ertoe ernaar te streven de omvang van de gebieden waarop zij gezamenlijk zullen optreden, geleidelijk te vergroten en de EU-partij daarvan in kennis te stellen. De Associatieraad stelt een besluit vast waarin de omvang van die gebieden nauwkeurig wordt omschreven.
Artikel 353. Inwerkingtreding
De overeenkomst wordt door de partijen overeenkomstig hun eigen interne wettelijke procedures goedgekeurd.
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde interne wettelijke procedures.
De kennisgevingen worden, in het geval van de EU-partij, toegezonden aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, in het geval van de republieken van de MA-partij, aan de Secretaría General del Sistema de la Integración Centroamericana (SG-SICA), die de depositarissen van deze overeenkomst zijn.
Niettegenstaande lid 2 kan deel IV van deze overeenkomst door de Europese Unie en elk van de republieken van de MA-partij worden toegepast vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop zij elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daarvoor vereiste interne wettelijke procedures. In dit geval oefenen de institutionele organen die nodig zijn voor de werking van deze overeenkomst, hun taken uit.
Uiterlijk op de datum van inwerkingtreding, als bepaald in lid 2, of uiterlijk op de datum van toepassing van deze overeenkomst, indien deze krachtens lid 4 wordt toegepast, dient elke partij te hebben voldaan aan de voorschriften die zijn vastgesteld in artikel 244 en artikel 245, lid 1, onder a) en b), van titel VI (Intellectuele eigendom) van deel IV van deze overeenkomst. Indien een republiek van de MA-partij niet aan die voorschriften heeft voldaan, treedt de overeenkomst niet in werking overeenkomstig lid 2 of wordt zij niet toegepast overeenkomstig lid 4 tussen de EU-partij en de republiek van de MA-partij die niet aan de voorschriften heeft voldaan, totdat aan die voorschriften is voldaan.
Indien een bepaling van deze overeenkomst overeenkomstig lid 4 wordt toegepast, worden verwijzingen in die bepaling naar de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst gelezen als verwijzingen naar de datum vanaf welke de partijen overeenkomen die bepaling overeenkomstig lid 4 toe te passen.
De partijen waarvoor deel IV van deze overeenkomst overeenkomstig lid 2 of lid 4 in werking is getreden, kunnen ook materiaal van oorsprong uit de republieken van de MA-partij gebruiken waarvoor deze overeenkomst niet in werking is getreden.
Vanaf de datum van inwerkingtreding overeenkomstig lid 2 vervangt deze overeenkomst de overeenkomsten inzake politieke dialoog en samenwerking die van kracht zijn tussen de republieken van de MA-partij en de EU-partij.
Artikel 354. Duur
Deze overeenkomst heeft een onbepaalde duur en geldigheid.
Elke partij stelt de respectieve depositaris schriftelijk in kennis van haar voornemen deze overeenkomst op te zeggen.
In het geval van opzegging door een partij onderzoeken de andere partijen in het kader van het Associatiecomité de gevolgen van de opzegging voor deze overeenkomst. De Associatieraad neemt een besluit over eventueel noodzakelijke aanpassings- of overgangsmaatregelen.
De opzegging gaat in zes maanden na kennisgeving aan de respectieve depositaris.
Artikel 355. Nakoming van de verplichtingen
De partijen stellen alle algemene of specifieke maatregelen vast die vereist zijn om hun verplichtingen op grond van deze overeenkomst na te komen en zien erop toe dat zij de in deze overeenkomst neergelegde doelstellingen in acht nemen.
Indien een partij van oordeel is dat een andere partij een verplichting op grond van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Behalve in bijzonder dringende gevallen verstrekt zij, alvorens zulks te doen, aan de Associatieraad alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie met het oog op het vinden van een voor de partijen aanvaardbare oplossing. Bij de keuze van de te treffen maatregelen wordt voorrang gegeven aan de maatregelen die de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Associatiecomité gebracht en in het Associatiecomité besproken indien een partij daarom verzoekt.
De partijen komen overeen dat onder de term „bijzonder dringende gevallen” in lid 2 wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst door een van de partijen. De partijen komen voorts overeen dat onder de term „passende maatregelen” in lid 2 wordt verstaan: maatregelen die overeenkomstig het internationale recht worden genomen. Als overeengekomen wordt beschouwd dat schorsing een maatregel is die pas in laatste instantie wordt genomen.
Wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst houdt in:
- a. beëindiging van deze overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationale recht;
- b. schending van de essentiële elementen van deze overeenkomst.
Indien een partij in een bijzonder dringend geval een maatregel treft, kan de andere partij verzoeken dat binnen vijftien dagen een dringende vergadering wordt belegd om de partijen bijeen te brengen.
Niettegenstaande lid 2 dient een partij die van oordeel is dat een andere partij een of meer verplichtingen op grond van deel IV van deze overeenkomst niet is nagekomen, uitsluitend gebruik te maken van en zich te schikken naar de geschillenbeslechtingsprocedures en het bemiddelingsmechanisme die zijn vastgesteld in respectievelijk titel X (Geschillenbeslechting) en titel XI (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen) van deel IV van deze overeenkomst, of andere alternatieve mechanismen waarin deel IV van deze overeenkomst voorziet voor specifieke verplichtingen.
Artikel 356. Rechten en verplichtingen op grond van deze overeenkomst
Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat het personen andere rechten verleent of andere verplichtingen oplegt dan de bij deze overeenkomst vastgestelde rechten of verplichtingen, of dat het een partij verplicht toe te staan dat in haar interne rechtsstelsel rechtstreeks een beroep op deze overeenkomst wordt gedaan, tenzij anders is bepaald in de interne wetgeving van die partij.
Artikel 357. Uitzonderingen
Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:
- a. een partij wordt verplicht informatie te verstrekken of er toegang toe te verlenen waarvan openbaarmaking naar haar oordeel tegen haar wezenlijke veiligheidsbelangen indruist; of
- b. een partij wordt belet maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
- i. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;
- ii. betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;
- iii. verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig;
- iv. betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of de nationale defensie;
- v. worden genomen ten tijde van oorlog of een andere noodsituatie in de internationale betrekkingen;
- c. een partij wordt belet maatregelen te nemen ter nakoming van verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid; of
- d. een partij wordt belet onafhankelijk te beslissen over begrotingsprioriteiten of een partij wordt verplicht de begrotingsmiddelen te verhogen met het oog op de nakoming van de in deze overeenkomst vervatte verplichtingen en verbintenissen.
De Associatieraad wordt zo volledig mogelijk ingelicht over maatregelen die worden genomen krachtens lid 1, onder a) en b), en over de beëindiging daarvan.
Artikel 358. Toekomstige ontwikkelingen
De partijen kunnen overeenkomen deze overeenkomst te verbreden en aan te vullen door ze te wijzigen of door overeenkomsten over specifieke sectoren of activiteiten te sluiten, onder meer in het licht van de ervaring die bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst wordt opgedaan.
De partijen kunnen ook alle andere wijzigingen van deze overeenkomst overeenkomen.
Alle bovenvermelde wijzigingen en overeenkomsten worden overeenkomstig de interne wettelijke procedures van elke partij goedgekeurd.
Artikel 359. Toetreding van nieuwe leden
Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van verzoeken van derde staten om lid van de Europese Unie te worden en van verzoeken van derde staten om toe te treden tot het politieke en economische integratieproces in Midden-Amerika.
Tijdens de onderhandelingen tussen de Europese Unie en de staat die het verzoek heeft ingediend, verstrekt de EU-partij de MA-partij alle relevante informatie en deelt de MA-partij haar meningen (in voorkomend geval) mede aan de EU-partij, zodat deze daar ten volle rekening mee kan houden. De MA-partij wordt door de EU-partij in kennis gesteld van elke toetreding tot de Europese Unie.
Evenzo verstrekt de MA-partij tijdens de onderhandelingen tussen de MA-partij en de staat die verzoekt toe te treden tot de politieke en economische integratieprocessen in Midden-Amerika, de EU-partij alle relevante informatie en deelt de EU-partij haar meningen (in voorkomend geval) mede aan de MA-partij, zodat deze daar ten volle rekening mee kan houden. De EU-partij wordt door de MA-partij in kennis gesteld van elke toetreding tot de politieke en economische integratieprocessen in Midden-Amerika.
De partijen onderzoeken in het kader van het Associatiecomité de gevolgen van deze toetreding voor deze overeenkomst. Het Associatiecomité neemt een besluit over eventueel noodzakelijke aanpassings- of overgangsmaatregelen, die overeenkomstig de interne wettelijke procedures van elke partij worden goedgekeurd.
Indien de akte van toetreding tot de politieke en economische integratieprocessen in Midden-Amerika niet voorziet in automatische toetreding tot deze overeenkomst, treedt de betrokken staat toe door een akte van toetreding neer te leggen bij de respectieve als depositaris fungerende organen van de partijen.
De akte van toetreding wordt neergelegd bij de depositarissen.
Artikel 360. Territoriaal toepassingsgebied
Voor de EU-partij is deze overeenkomst van toepassing op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden.
Niettegenstaande lid 1 is deze overeenkomst, in zoverre het douanegebied van de Europese Unie gebieden omvat die niet onder de bovenstaande definitie van het grondgebied vallen, eveneens van toepassing op het douanegebied van de Europese Unie.
Voor Midden-Amerika is deze overeenkomst van toepassing op elk grondgebied van de republieken van de MA-partij overeenkomstig hun respectieve interne wetgeving en het internationale recht.
Artikel 361. Voorbehouden en interpretatieve verklaringen
Deze overeenkomst staat geen unilaterale voorbehouden of interpretatieve verklaringen toe.
Artikel 362. Bijlagen, aanhangsels, protocollen, aantekeningen, voetnoten en gemeenschappelijke verklaringen
De bijlagen, aanhangsels, protocollen, aantekeningen, voetnoten en gemeenschappelijke verklaringen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.
Artikel 363. Authentieke teksten
Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Overwegende hetgeen volgt:
Als ondertekenaars van het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, hierna het „UNESCO-Verdrag” genoemd, dat op 20 oktober 2005 in Parijs is aangenomen en op 18 maart 2007 in werking is getreden, zijn de partijen voornemens het UNESCO-verdrag daadwerkelijk ten uitvoer te leggen en in het kader daarvan op basis van de beginselen van dat verdrag samen te werken door middel van acties in overeenstemming met dat verdrag, en met name de artikelen 14 tot en met 16;
Erkennend dat de cultuurindustrie en de verscheidenheid van culturele goederen en diensten van belang zijn als activiteiten met een culturele, economische en sociale waarde;
Eraan herinnerend dat de doelstellingen van dit protocol worden aangevuld en ondersteund door al bestaande en toekomstige beleidsinstrumenten die in ander verband worden beheerd, teneinde:
de capaciteit en onafhankelijkheid van de cultuurindustrie van de partijen te versterken;
plaatselijke en regionale culturele inhoud te bevorderen;
culturele diversiteit te erkennen, te beschermen en te bevorderen als voorwaarden voor een geslaagde dialoog tussen culturen;
het culturele erfgoed te erkennen, te beschermen en te bevorderen en de erkenning ervan door de plaatselijke bevolking te stimuleren, in het besef dat het een waardevol middel is om uiting te geven aan culturele identiteit.
Erop wijzend dat de culturele samenwerking tussen de partijen moet worden vergemakkelijkt en dat daartoe onder meer per geval rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsgraad van hun cultuurindustrie, met het niveau van en de structurele onevenwichtigheden bij culturele uitwisselingen en met het bestaan van preferentiële regelingen voor de bevordering van plaatselijke of regionale culturele inhoud;
Gelet op titel VIII (Culturele en audiovisuele samenwerking) van deel III van deze overeenkomst, en geleid door de wens de samenwerking verder te ontwikkelen;
Vaststellend dat, met het oog op de tenuitvoerlegging van dit protocol, ambtenaren met deskundigheid op het gebied van culturele aangelegenheden en praktijken deel moeten uitmaken van het subcomité Samenwerking, dat uit hoofde van artikel 8, lid 7, van titel II (Institutioneel kader) van deel I van deze overeenkomst wordt opgericht.
Artikel 1. Werkingssfeer, doelstellingen en definities
Onverminderd de bepalingen van deze overeenkomst stelt dit protocol het kader vast waarbinnen de partijen samenwerken om de uitwisseling van culturele activiteiten, goederen en diensten, onder meer in de audiovisuele sector, te bevorderen.
Zonder afbreuk te doen aan hun capaciteit om hun eigen cultureel beleid op te stellen en uit te voeren en ernaar strevend deze capaciteit verder te ontwikkelen, teneinde de culturele diversiteit te beschermen en te bevorderen, spannen de partijen zich in samen te werken om de voorwaarden voor de uitwisseling van culturele activiteiten, goederen en diensten te verbeteren, eventuele onevenwichtigheden aan te pakken en een bredere en evenwichtigere culturele uitwisseling te bewerkstelligen.
Het UNESCO-Verdrag is het referentiekader voor alle in dit protocol gebruikte definities en begrippen. Bovendien wordt voor de toepassing van dit protocol, en met name artikel 3, onder kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars, zoals bedoeld in artikel 16 van het UNESCO-Verdrag, verstaan natuurlijke personen die culturele activiteiten uitvoeren, culturele goederen produceren of in de rechtstreekse verlening van culturele diensten participeren.
AFDELING A. HORIZONTALE BEPALINGEN
Artikel 2. Culturele uitwisselingen en dialoog
De partijen streven ernaar hun capaciteiten voor de vaststelling en ontwikkeling van hun cultuurbeleid te verhogen, hun cultuurindustrie te ontwikkelen en de mogelijkheden voor de uitwisseling van culturele goederen en diensten van de partijen te vergroten, onder meer door middel van een preferentiële behandeling, waar dit in overeenstemming met de interne wetgeving van de respectieve partijen is.
De partijen werken samen om de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering en een ruimere uitwisseling van informatie op het gebied van culturele en audiovisuele aangelegenheden door middel van een dialoog EU-Midden Amerika te bevorderen, onder meer op het gebied van goede praktijken bij de bescherming van de voor dit protocol relevante intellectuele-eigendomsrechten. Deze dialoog vindt plaats in het kader van de bij deze overeenkomst ingestelde mechanismen en, waar en wanneer nodig, in andere relevante fora.
Artikel 3. Kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars
De partijen streven ernaar om in overeenstemming met hun respectieve interne wetgeving de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars uit de andere partij te vergemakkelijken, te weten van:
- a. kunstenaars, acteurs, technici of andere professionals uit de cultuursector of cultuurbeoefenaars uit de andere partij die betrokken zijn bij de opname van speelfilms of tv-programma’s, of
- b. kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars, zoals beeldende en uitvoerende kunstenaars, kunstleraren, componisten, auteurs, aanbieders van amusement en dergelijke professionals en beoefenaars uit de andere partij die betrokken zijn bij culturele activiteiten zoals bijvoorbeeld de opname van muziek of die een actieve rol spelen bij culturele evenementen zoals boekenbeurzen en dergelijke,
op voorwaarde dat:
- a. zij zich niet bezighouden met de verkoop of verlening van hun diensten en geen beloning ontvangen uit een bron binnen de partij waar zij tijdelijk verblijven, en
- b. geen diensten verlenen in het kader van een contract tussen een rechtspersoon zonder commerciële aanwezigheid in de partij waar de kunstenaar of andere professional uit de cultuursector of cultuurbeoefenaar tijdelijk verblijft en een consument in die partij.
De partijen streven ernaar om in overeenstemming met hun respectieve interne wetgeving de opleiding van en betere contacten tussen kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars te bevorderen; daarbij gaat het om:
- a. theaterproducenten, zanggroepen en leden van bands en orkesten;
- b. auteurs, componisten, beeldhouwers, entertainers en andere individuele artiesten;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)