Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (met Bijlagen en Protocol)

Type Verdrag
Publication 2024-06-25
State In force
Source BWB
artikelen 344
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • b. antwoordt zij uiterlijk op de dag van de bekendmaking van het technisch voorschrift of de conformiteitsbeoordelingsprocedure schriftelijk op de opmerkingen.
3.

Elke Partij maakt haar antwoorden op de opmerkingen die zij na de in lid 1 bedoelde kennisgeving ontvangt, uiterlijk op de datum van de bekendmaking van het aangenomen technisch voorschrift of van de aangenomen conformiteitsbeoordelingsprocedure bekend op een website.

4.

Elke Partij verstrekt de andere Partij desgevraagd nadere informatie over het doel van, de rechtsgrondslag en de ratio voor een technisch voorschrift dat of een conformiteitsbeoordelingsprocedure die zij heeft vastgesteld of voornemens is vast te stellen.

5.

Elke Partij ziet erop toe dat de door haar aangenomen technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures kosteloos op een gratis website worden gepubliceerd.

6.

Elke Partij verstrekt informatie over de aanneming en de inwerkingtreding van het technische voorschrift en de conformiteitsbeoordelingsprocedure en de aangenomen definitieve tekst door middel van een addendum bij de oorspronkelijke kennisgeving aan de WTO.

7.

Er wordt voorzien in een redelijke termijn tussen de bekendmaking van technische voorschriften en de inwerkingtreding ervan, zodat de marktdeelnemers van de andere Partij zich kunnen aanpassen. Onder „redelijke termijn” wordt verstaan: een periode van ten minste zes maanden, behalve in gevallen waarin dit een ondoeltreffend middel zou zijn om de nagestreefde legitieme doelstellingen te verwezenlijken.

8.

Wanneer een Partij, na de toezending van een voorgesteld technisch voorschrift aan de WTO, voordat de in lid 1 vermelde termijn voor het indienen van opmerkingen was verstreken, een redelijk verzoek van de andere Partij heeft ontvangen dat strekt tot verlenging van de termijn tussen de aanneming van het technisch voorschrift en de dag waarop het van toepassing wordt, neemt zij dit in welwillende overweging, behalve in gevallen waarin de vertraging een ondoeltreffend middel zou zijn om de nagestreefde legitieme doelstellingen te verwezenlijken.

Artikel 59. Markering en etikettering
1.

De Partijen komen overeen dat een technisch voorschrift geheel of ten dele kan dienen voor markerings- of etiketteringsvereisten. In dergelijke gevallen passen de Partijen de beginselen van artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst toe.

2.

Indien een Partij voorschrijft dat producten van een markering of etiket moeten worden voorzien, geldt het volgende:

  • a. zij verlangt uitsluitend informatie die van belang is voor de consumenten of de gebruikers van het product of die aangeeft dat het product voldoet aan de verplichte technische vereisten;
  • b. zij verlangt geen voorafgaande goedkeuring, registratie of certificering van de etiketten of markeringen van producten, en evenmin betaling van een vergoeding, als voorwaarde voor het in de handel brengen van producten die anderszins voldoen aan haar vastgestelde vereisten, tenzij zulks noodzakelijk is met het oog op het risico van de producten voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, het milieu of de nationale veiligheid;
  • c. indien zij verlangt dat marktdeelnemers een uniek identificatienummer gebruiken, kent zij een dergelijk nummer zonder onnodige vertraging en op niet-discriminerende grondslag toe aan de marktdeelnemers van de andere Partij;
  • d. tenzij de onderstaande elementen misleidend, tegenstrijdig of verwarrend zijn ten opzichte van de informatie die in de Partij van invoer van de goederen moet worden verstrekt, staat die Partij toe dat:
  • i. informatie wordt verstrekt in meer talen dan alleen de taal die in de Partij van invoer van de goederen is voorgeschreven;
  • ii. internationaal aanvaarde nomenclaturen, pictogrammen, symbolen of afbeeldingen worden gebruikt; en
  • iii. meer informatie dan die welke in de Partij van invoer van de goederen is voorgeschreven, wordt verstrekt;
  • e. zij aanvaardt dat etikettering, met inbegrip van aanvullende etikettering of correcties op de etikettering, plaatsvindt in douane-entrepots of andere aangewezen zones als alternatief voor etikettering in het land van herkomst; en
  • f. in voorkomend geval zal zij overwegen niet-permanente of verwijderbare etiketten dan wel markeringen of etikettering in de begeleidende documentatie te aanvaarden, in plaats van dat deze op of aan het product zelf worden aangebracht.
Artikel 60. Overleg
1.

Een Partij kan om overleg met de andere Partij verzoeken over elke aangelegenheid die zich in verband met dit hoofdstuk voordoet, door bij de TBT-coördinator van de andere Partij een schriftelijk verzoek hiertoe in te dienen. De Partijen stellen alles in het werk om de kwestie op een voor beide Partijen bevredigende wijze op te lossen en kunnen daartoe het Samenwerkingscomité bijeenroepen. Ter verduidelijking:

2.

Ter verduidelijking: dit artikel laat de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van hoofdstuk 14 onverlet.

Artikel 61. TBT-coördinator
1.

Elke Partij benoemt een TBT-coördinator en stelt de andere Partij ervan in kennis indien die verandert. De TBT-coördinatoren werken nauw samen om de uitvoering van dit hoofdstuk en de samenwerking tussen de Partijen bij alle aangelegenheden die met de TBT-Overeenkomst verband houden, te faciliteren.

2.

De taken van elke TBT-coördinator omvatten:

  • a. de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk opvolgen, met inbegrip van kwesties in verband met de ontwikkeling, aanneming, toepassing of handhaving van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  • b. contacten onderhouden met de TBT-coördinator van de andere Partij over initiatieven van de Partijen ter versterking van de samenwerking bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, en informatie uitwisselen over ontwikkelingen binnen niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora met betrekking tot normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures.
3.

De TBT-coördinatoren communiceren met elkaar via enigerlei overeengekomen methode die geschikt is voor de uitvoering van hun taken.

HOOFDSTUK 5. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel 62. Doelstelling

Dit hoofdstuk heeft tot doel de beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op sanitaire en fytosanitaire maatregelen in het handelsverkeer tussen de Partijen, alsmede samen te werken op het gebied van dierenwelzijn, de bescherming van planten en antimicrobiële resistentie. De Partijen passen de in dit hoofdstuk bepaalde beginselen toe op een wijze die de handel faciliteert en voorkomt dat ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen tussen hen ontstaan, en die tegelijkertijd het beschermingsniveau van elke Partij op het gebied van het leven of de gezondheid van mensen, dieren en planten behoudt.

Artikel 63. Multilaterale verplichtingen

De Partijen bevestigen hun uit hoofde van de SPS-Overeenkomst vastgestelde rechten en verplichtingen.

Artikel 64. Beginselen
1.

De Partijen zorgen ervoor dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen worden ontwikkeld en toegepast op basis van de beginselen van evenredigheid, transparantie, non-discriminatie en wetenschappelijke rechtvaardiging en rekening houdend met de internationale normen (het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, ondertekend te Rome op 6 december 1951 (hierna „IPPC” genoemd), de Wereldorganisatie voor diergezondheid (hierna „OIE” genoemd) en de Codex Alimentarius-Commissie (hierna de „Codex Alimentarius” genoemd).

2.

Elke Partij ziet erop toe dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen niet leiden tot een willekeurig of ongerechtvaardigd onderscheid tussen het eigen grondgebied en dat van de andere Partij bij gelijke of gelijkaardige omstandigheden. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden toegepast op een manier die een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen de Partijen zou inhouden.

3.

Elke Partij zorgt ervoor dat maatregelen, procedures of controles op sanitair en fytosanitair gebied onverwijld worden uitgevoerd en dat verzoeken om informatie die van een bevoegde autoriteit van de andere Partij worden ontvangen, onverwijld worden behandeld en dat ingevoerde producten daarbij even gunstig worden behandeld als binnenlandse producten.

Artikel 65. Invoervereisten
1.

De invoervereisten van de Partij van invoer gelden voor het hele grondgebied van de Partij van uitvoer, met inachtneming van artikel 64.

2.

De invoervereisten die zijn vastgesteld in certificaten die vereist kunnen zijn voor de handel in levensmiddelen en landbouwproducten tussen de Partijen, worden gebaseerd op de beginselen van het IPPC, de OIE en de Codex Alimentarius en de desbetreffende normen daarvan, tenzij de invoervereisten stoelen op een wetenschappelijk verantwoorde risico-evaluatie die overeenkomstig de bepalingen van de SPS-Overeenkomst is uitgevoerd.

3.

De vereisten die zijn vastgesteld in door de Kirgizische Republiek afgegeven invoervergunningen, mogen niet strenger zijn dan de sanitaire en veterinaire vereisten die zijn vastgesteld in de in lid 2 bedoelde certificaten. Elke Partij moet geharmoniseerde invoercertificaten toepassen die op centraal niveau worden beheerd en die van toepassing zijn op het gehele grondgebied van de Partij van uitvoer.

Artikel 66. Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Overeenkomstig de SPS-Overeenkomst en de toepasselijke normen, richtsnoeren en aanbevelingen van het IPPC, de OIE en de Codex Alimentarius:

  • a. aanvaarden de Partijen de concepten ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen;
  • b. baseert de Partij van invoer haar sanitaire maatregelen die van toepassing zijn op de Partij van uitvoer waarvan het grondgebied door een plaag of ziekte wordt getroffen, op het zoneringsbesluit van de Partij van uitvoer, mits het passende beschermingsniveau van de Partij van invoer wordt bereikt;
  • c. houden de Partijen bij de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen rekening met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologisch toezicht en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden.
Artikel 67. Inspecties en audits

Inspecties en audits die door een Partij van invoer worden uitgevoerd op het grondgebied van de Partij van uitvoer om de inspectie- en certificatiesystemen van deze Partij te toetsen en te erkennen, vinden plaats overeenkomstig de desbetreffende normen, richtsnoeren en aanbevelingen van het IPPC, de OIE en de Codex Alimentarius. De kosten van dergelijke inspecties en audits worden gedragen door de Partij die de inspectie of de audit verricht.

Artikel 68. Uitwisseling van informatie en samenwerking
1.

De Partijen bespreken en wisselen informatie uit over bestaande sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen met betrekking tot dierenwelzijn en de ontwikkeling en uitvoering daarvan. Bij dergelijke besprekingen en uitwisselingen worden waar nodig de SPS-Overeenkomst en de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van het IPPC, de OIE en de Codex Alimentarius in acht genomen.

2.

De Partijen komen overeen samen te werken inzake kwesties die verband houden met voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn, plantengezondheid en antimicrobiële resistentie, door de uitwisseling van informatie, deskundigheid en ervaringen, met als doel capaciteit op deze gebieden op te bouwen. Dergelijke samenwerking kan technische bijstand omvatten.

3.

Op verzoek van een van de Partijen stellen de Partijen tijdig een dialoog in over sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden in verband met sanitaire, fytosanitaire en andere urgente kwesties die door dit hoofdstuk worden bestreken. Het Samenwerkingscomité kan regels vaststellen voor het voeren van die dialoog.

4.

De Partijen wijzen contactpunten aan voor de communicatie over zaken die onder dit hoofdstuk vallen, en houden de lijst van contactpunten actueel.

Artikel 69. Transparantie

Elke Partij:

  • a. streeft naar transparantie met betrekking tot sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn en in het bijzonder met betrekking tot de sanitaire en fytosanitaire voorschriften die gelden voor invoer van de andere Partij;
  • b. deelt op verzoek van de andere Partij, binnen twee maanden na de datum van een dergelijk verzoek, de vereisten mee die voor de invoer van specifieke producten van toepassing zijn en geeft aan of een risicobeoordeling nodig is; en
  • c. stelt het contactpunt van de andere Partij onverwijld per post, fax of e-mail in kennis van ernstige of significante risico’s voor de gezondheid van dieren of planten, daaronder begrepen noodsituaties in de levensmiddelensector, met betrekking tot tussen de Partijen verhandelde goederen.

HOOFDSTUK 6. HANDEL IN DIENSTEN EN INVESTERINGEN

Artikel 70. Doelstelling, reikwijdte en toepassingsgebied
1.

De Partijen bevestigen hun respectieve verbintenissen in het kader van de WTO-Overeenkomst en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor de verbetering van de wederzijdse voorwaarden voor de handel in diensten en investeringen.

2.

Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk kan zo worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd ten aanzien van overheidsopdrachten, die voorwerp zijn van hoofdstuk 9.

3.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een van de Partijen verleende subsidies.

4.

De Partijen herbevestigen het recht om op hun respectieve grondgebied regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals bescherming van de volksgezondheid, sociale diensten, het openbaar onderwijs, veiligheid, het milieu, met inbegrip van klimaatverandering, de openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, en de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid.

5.

Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van de Partijen zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

6.

Dit hoofdstuk belet een Partij niet maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang van natuurlijke personen tot of hun tijdelijke verblijf op haar grondgebied, daarbij inbegrepen de maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van haar grenzen of voor het verzekeren van het ordentelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, mits die maatregelen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die de andere Partij op grond van dit hoofdstuk toekomen, worden tenietgedaan of uitgehold. Het feit alleen dat voor natuurlijke personen afkomstig uit bepaalde landen wel en voor die uit andere landen geen visum vereist is, wordt niet geacht voordelen die zijn verworven uit hoofde van dit hoofdstuk teniet te doen of uit te hollen.

7.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt geen rekening gehouden met de behandeling die door een Partij wordt toegekend:

  • a. op grond van een overeenkomst tot wezenlijke liberalisering van de handel (met inbegrip van vestiging op het gebied van diensten) die voldoet aan de criteria van de artikelen V en V bis van de GATS, of een overeenkomst tot wezenlijke liberalisering van vestiging voor andere economische activiteiten die ten aanzien van die activiteiten aan dezelfde criteria voldoet;
  • b. voortvloeiend uit maatregelen die voorzien in de erkenning van onder meer de normen of criteria voor machtiging, vergunningverlening of certificering van een natuurlijke persoon of onderneming om een economische activiteit uit te oefenen, of van prudentiële maatregelen.
8.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de audiovisuele sector.

Artikel 71. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „activiteit verricht in de uitoefening van overheidsgezag”: een activiteit die wordt verricht, met inbegrip van diensten die worden verleend, noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers;
  • b. „filiaal”: een in een Partij gevestigde handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een verlengstuk van een moedermaatschappij die in de andere Partij gevestigd is, met een eigen management en die over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in de andere Partij bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het verlengstuk vormt;
  • c. „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:
  • i. vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij; of
  • ii. op het grondgebied van een Partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere Partij;
  • d. „economische activiteit”: elke dienst of activiteit van industriële, commerciële of professionele aard en elke activiteit van ambachtslieden, behalve in de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en verrichte activiteiten;
  • e. „onderneming”: rechtspersoon, filiaal of vertegenwoordigingskantoor, opgericht of opgezet door middel van vestiging;
  • f. „vestiging”: het opzetten of verwerven van een rechtspersoon, ook door middel van deelneming in het kapitaal, of het opzetten van een filiaal of vertegenwoordiging, in de Europese Unie respectievelijk de Kirgizische Republiek, met het oog op de totstandbrenging of handhaving van duurzame economische banden;
  • g. „binnen de onderneming overgeplaatste persoon”: een natuurlijke persoon die ten minste gedurende het jaar dat onmiddellijk aan de datum van indiening van de aanvraag voor toegang en tijdelijk verblijf in de andere Partij voorafging, werknemer of partner van een rechtspersoon van een Partij is, en die tijdelijk wordt overgeplaatst naar een onderneming op het grondgebied van de andere Partij, welke onderneming deel uitmaakt van dezelfde groep als de eerstgenoemde rechtspersoon, met inbegrip van haar vertegenwoordiging, dochteronderneming, filiaal of moedervennootschap, op voorwaarde dat:
  • i. de betrokken natuurlijke persoon tot een van de volgende categorieën behoort:
  • a. leidinggevenden of kaderleden: personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de onderneming, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, en die ten minste:
    1. leiding geven aan de onderneming of een afdeling daarvan;
    1. toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren; en
    1. persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
  • b. specialisten: personen die beschikken over gespecialiseerde kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technieken, de processen, de procedures of het management van de onderneming; of
  • c. stagiair-werknemers: personen met een universitair diploma die met het oog op loopbaanontwikkeling of voor een opleiding in bedrijfstechnieken of -methoden tijdelijk worden overgeplaatst8)Van de ontvangende onderneming kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding. AT, CZ, DE, ES, FR, HU en LT: de stage moet verband houden met de verkregen universitaire graad.;
  • ii. voor de Europese Unie: voor de beoordeling van de in punt i), B), bedoelde kennis wordt niet alleen specifiek met de onderneming verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon hoog gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, daaronder begrepen het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
  • h. „investeerder van een Partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van die Partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit tracht uit te oefenen of uitoefent in de andere Partij;
  • i. „rechtspersoon”: een juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
  • j. „rechtspersoon van een Partij”: een rechtspersoon die overeenkomstig het recht van de Europese Unie of haar lidstaten of het recht van de Kirgizische Republiek is opgericht en die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging op het grondgebied van de Europese Unie respectievelijk de Kirgizische Republiek heeft; wanneer een rechtspersoon die overeenkomstig het recht van de Europese Unie of haar lidstaten of het recht van de Kirgizische Republiek is opgericht, alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van de Europese Unie respectievelijk de Kirgizische Republiek heeft, wordt hij niet als rechtspersoon van een Partij beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van respectievelijk de Europese Unie of de Kirgizische Republiek wezenlijke zakelijke transacties verricht; buiten de Europese Unie of de Kirgizische Republiek gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of van de Kirgizische Republiek zeggenschap hebben, vallen ook onder dit hoofdstuk indien hun schepen overeenkomstig hun respectieve wetgeving in respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of in de Kirgizische Republiek zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van de Kirgizische Republiek voeren;
  • k. „natuurlijke persoon van de Europese Unie” en „natuurlijke persoon van de Kirgizische Republiek”: een onderdaan van respectievelijk een van de lidstaten van de Europese Unie of van de Kirgizische Republiek overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving van respectievelijk die lidstaat van de Europese Unie9)De definitie van „natuurlijke persoon van de Europese Unie” omvat ook een natuurlijke persoon die een permanente ingezetene van de Republiek Letland is en die geen burger van de Republiek Letland of van een andere staat is, maar die op grond van de wet- en regelgeving van de Republiek Letland recht heeft op een paspoort voor niet-staatsburgers. of de Kirgizische Republiek;
  • l. „exploitatie”: de uitbating, het beheer, het aanhouden, het gebruik, het genot en het verkopen of een andere vorm van beschikken over een onderneming;
  • m. „diensten”: alle diensten in enige sector behalve diensten die in de uitoefening van overheidsgezag worden verleend10)Ter verduidelijking: voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met „een dienst” bedoeld, een dienst zoals die welke zijn vermeld in de meest recente versie van WTO-document MTN.GNS/W/120.;
  • n. „dienstverlener”: een natuurlijke of rechtspersoon die een dienst aanbiedt of verleent;
  • o. „dochteronderneming van een rechtspersoon van een Partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die Partij zeggenschap heeft;
  • p. „dienstverlening”: de productie, distributie, marketing, verkoop of levering van een dienst.
Artikel 72. Meestbegunstigingsbehandeling en nationale behandeling
1.

Wat de vestiging en exploitatie van een onderneming met het oog op het verrichten van economische activiteiten op haar grondgebied betreft, behandelt de Europese Unie investeerders uit de Kirgizische Republiek en hun ondernemingen niet minder gunstig dan investeerders uit derde landen en hun ondernemingen.

2.

Wat de vestiging en exploitatie van een onderneming met het oog op het verrichten van economische activiteiten op haar grondgebied betreft, behandelt de Kirgizische Republiek investeerders uit de Europese Unie en hun ondernemingen niet minder gunstig dan haar eigen investeerders en hun ondernemingen of dan investeerders uit een derde land en hun ondernemingen, indien deze behandeling gunstiger is. Ter verduidelijking:

3.

Ter verduidelijking: de in de leden 1 en 2 genoemde behandeling heeft geen betrekking op procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten waarin andere internationale overeenkomsten voorzien. Materiële bepalingen in andere internationale overeenkomsten die door een Partij met een derde zijn gesloten, vormen als zodanig geen behandeling in de zin van dit artikel. Maatregelen van een Partij op grond van dergelijke bepalingen11)Ter verduidelijking: de loutere omzetting van dergelijke bepalingen door een Partij in haar nationale recht voor zover dat nodig is om ze in de interne rechtsorde op te nemen, vormt op zich geen maatregel. kunnen een behandeling als bedoeld in de leden 1 en 2 vormen en derhalve aanleiding geven tot een inbreuk op dit artikel.

4.

De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren of over zee.

Artikel 73. Horizontale beperking op diensten
1.

Onverminderd andere bepalingen van dit hoofdstuk mag van een Partij niet worden verlangd dat zij met betrekking tot de sectoren of maatregelen die onder de GATS vallen, voor elke dienstensector en subsector en elke vorm van dienstverlening een gunstiger behandeling verleent dan die welke zij krachtens de GATS moet verlenen. Ter verduidelijking:

2.

Ter verduidelijking: voor diensten geldt dat de GATS-lijsten van verbintenissen van de Partijen, inclusief voorbehouden en, wat de Europese Unie betreft, de bijlage daarbij betreffende vrijstellingen van de toepassing van artikel II (meestbegunstigingsvrijstellingen), in deze Overeenkomst worden opgenomen, hiervan integrerend deel uitmaken en van toepassing zijn.

Artikel 74. Prudentiële uitzonderingsbepaling
1.

Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan zo worden uitgelegd dat een Partij wordt belet prudentiële maatregelen vast te stellen of te handhaven, zoals de bescherming van investeerders, depositohouders, verzekeringnemers of personen jegens wie een financiële dienstverlener fiduciaire verplichtingen heeft of om de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. In gevallen waarin dergelijke maatregelen niet in overeenstemming met deze Overeenkomst zijn, mogen zij niet worden gebruikt als middel om de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verbintenissen of verplichtingen van een Partij te ontwijken.

2.

Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan zo worden uitgelegd dat zij een Partij ertoe verplicht informatie bekend te maken over de zaken en rekeningen van individuele klanten of vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit van openbare instanties is.

Artikel 75. Weigering van voordelen

Een Partij kan de voordelen van dit hoofdstuk weigeren aan een rechtspersoon van de andere Partij of aan een door die rechtspersoon op haar grondgebied gevestigde onderneming als de weigerende Partij maatregelen vaststelt of handhaaft in verband met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, met inbegrip van de bescherming van de rechten van de mens, die:

  • a. transacties met die rechtspersoon of met de onderneming van die rechtspersoon verbieden; of
  • b. zouden worden geschonden of omzeild indien de uit hoofde van dit hoofdstuk toegekende voordelen aan die rechtspersoon of de onderneming van die rechtspersoon zouden worden verleend, ook wanneer de maatregelen transacties verbieden met een natuurlijke persoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over die rechtspersoon of de onderneming van die rechtspersoon.
Artikel 76. Binnen de onderneming overgeplaatste personen
1.

Elke Partij staat investeerders uit de andere Partij toe natuurlijke personen uit de andere Partij in hun onderneming in dienst te nemen, mits die werknemers binnen de onderneming overgeplaatste personen zijn.

2.

De toegang en het tijdelijke verblijf van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen gelden:

  • a. voor een periode van ten hoogste drie jaar voor leidinggevenden of kaderleden;
  • b. voor een periode van ten hoogste drie jaar voor specialisten; en
  • c. voor een periode van ten hoogste een jaar voor stagiair-werknemers.
3.

Alle verplichtingen in de wet- en regelgeving van de Partijen aangaande binnenkomst, verblijf, arbeid en sociale zekerheid, met inbegrip van regelingen betreffende verblijfsduur, minimumloon en collectieve loonovereenkomsten, blijven van toepassing.

4.

Dit artikel is niet van toepassing in gevallen waarin het de bedoeling of het gevolg van de tijdelijke aanwezigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon is om in te grijpen in of op andere wijze invloed uit te oefenen op een arbeids- of managementgeschil of -onderhandeling.

Artikel 77. Geleidelijke liberalisering van investeringen

De Partijen erkennen dat het belangrijk is elkaars investeerders de nationale behandeling toe te kennen met betrekking tot de vestiging en de exploitatie van ondernemingen op hun respectievelijk grondgebied en nemen de totstandbrenging van een daartoe strekkende, voor beide Partijen aanvaardbare regeling in overweging, met inachtneming van alle door het Samenwerkingscomité gedane aanbevelingen.

Artikel 78. „Standstill”-bepaling
1.

Elke Partij vermijdt voor zover mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de exploitatie op hun grondgebied van ondernemingen van elkaars ondernemers restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval was.

2.

In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van hoofdstuk 13 geeft de Kirgizische Republiek de Europese Unie kennis van voorgenomen nieuwe wet- of regelgeving die de voorwaarden voor de vestiging of de exploitatie van ondernemingen in de Kirgizische Republiek van investeerders uit de Europese Unie restrictiever maakt dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is.

3.

De Europese Unie kan van de Kirgizische Republiek verlangen dat het land haar het ontwerp van nieuwe wet- of regelgeving als bedoeld in lid 2 doet toekomen en daaromtrent overleg pleegt.

4.

Wanneer nieuwe wet- of regelgeving in de Kirgizische Republiek de voorwaarden voor de exploitatie van ondernemingen van investeerders uit de Europese Unie restrictiever zou maken dan op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval was, zijn deze wet- en regelgeving gedurende drie jaar na de inwerkingtreding ervan niet van toepassing op ondernemingen die op het tijdstip van de inwerkingtreding ervan reeds in de Kirgizische Republiek gevestigd zijn.

5.

Ter verduidelijking: belastingmaatregelen die de Kirgizische Republiek op niet-discriminerende wijze toepast, worden niet als restrictiever in de zin van lid 4 beschouwd.

Artikel 79. Grensoverschrijdende dienstverlening
1.

De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk de nodige maatregelen te nemen om geleidelijk grensoverschrijdende dienstverlening tussen de Partijen mogelijk te maken, rekening houdend met de ontwikkeling van hun respectieve dienstensectoren.

2.

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de uitvoering van dit artikel.

Artikel 80. Samenwerking voor een marktgerichte dienstensector in de Kirgizische Republiek

De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in de Kirgizische Republiek.

Artikel 81. Zeevervoerdiensten
1.

De Partijen passen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminerende grondslag toe.

2.

Bij de toepassing van het in lid 1 beschreven beginsel geldt het volgende:

  • a. de Partijen nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen op met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en zij beëindigen binnen een redelijke termijn dergelijke vrachtverdelingsregelingen wanneer die in eerdere overeenkomsten voorkomen; en
  • b. de Partijen heffen bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die een verkapte beperking kunnen zijn van of een discriminatoir effect kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en zij zien af van invoering ervan.
Artikel 82. Andere vervoerdiensten

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor wederzijdse markttoegang en verlening van diensten op het gebied van vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren en, in voorkomend geval, het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten waarover tussen de Partijen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.

HOOFDSTUK 7. KAPITAALVERKEER, BETALINGEN EN OVERMAKINGEN EN TIJDELIJKE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 83. Lopende rekening

Onverminderd andere bepalingen van deze Overeenkomst staan de Partijen alle betalingen toe met betrekking tot transacties op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Partijen, in vrij converteerbare valuta, overeenkomstig, waar van toepassing, de Statuten van het Internationale Monetaire Fonds die op 22 juli 1944 op de monetaire en financiële conferentie van de Verenigde Naties zijn aangenomen.

Artikel 84. Kapitaalstromen
1.

Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans waarborgt elke Partij vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met directe investeringen die overeenkomstig het op haar grondgebied geldende recht en hoofdstuk 6 zijn gedaan, alsmede de liquidatie of repatriëring van dergelijk geïnvesteerd kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.

2.

Onverminderd hetgeen elders in deze Overeenkomst is bepaald, voert geen van de Partijen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en op lopende betalingen tussen ingezetenen van de lidstaten van de Europese Unie en van de Kirgizische Republiek en leggen zij in de bestaande regelingen geen verdere beperkingen op.

3.

De Partijen treden met elkaar in overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te faciliteren om handel en investeringen te bevorderen.

Artikel 85. Toepassing van wet- en regelgeving met betrekking tot kapitaalbewegingen, betalingen of overdrachten
1.

De artikelen 83 en 84 mogen een Partij niet beletten toepassing te geven aan haar wet- en regelgeving betreffende:

  • a. faillissement, insolventie of crediteurenbescherming;
  • b. de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van financiële instrumenten;
  • c. financiële verslaglegging of registratie van kapitaalstromen, betalingen of overmakingen waar dat nodig is ter ondersteuning van de rechtshandhavings- of financiële regelgevende autoriteiten;
  • d. overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken;
  • e. het waarborgen dat wordt voldaan aan beschikkingen of uitspraken van rechterlijke of soortgelijke instanties; of
  • f. socialezekerheidsregelingen, wettelijke pensioenregelingen of verplichte spaarregelingen.
2.

De in lid 1 bedoelde wet- en regelgeving mag niet willekeurig of discriminerend worden toegepast, noch anderszins een verkapte beperking van kapitaalstromen, betalingen of overmakingen vormen.

Artikel 86. Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen
1.

In uitzonderlijke omstandigheden van ernstige moeilijkheden, of dreigende ernstige moeilijkheden, voor de werking van het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid in geval van de Kirgizische Republiek of een lidstaat van de Europese Unie waarvan de munt niet de euro is, of voor de werking van de economische en monetaire unie in geval van de Europese Unie, kan de desbetreffende Partij voor een periode van ten hoogste zes maanden strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen treffen of handhaven ten aanzien van het kapitaalverkeer, betalingen of overdrachten.

2.

De in lid 1 bedoelde maatregelen gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is.

Artikel 87. Beperkingen in geval van moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie
1.

Indien een Partij ernstige moeilijkheden ondervindt of dreigt te ondervinden met betrekking tot de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie, kan zij beperkende maatregelen nemen of handhaven ten aanzien van kapitaalstromen, betalingen of overmakingen12)In het geval van de Europese Unie kunnen dergelijke maatregelen worden genomen door een van de lidstaten van de Europese Unie in andere situaties dan de situaties als bedoeld in artikel 86, indien zij van invloed zijn op de economie van die lidstaat..

2.

De in lid 1 bedoelde maatregelen:

  • a. zijn in overeenstemming met de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, waar van toepassing;
  • b. gaan niet verder dan nodig is om het hoofd te bieden aan ernstige of dreigende ernstige moeilijkheden op het gebied van de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie;
  • c. zijn tijdelijk en worden geleidelijk opgeheven naarmate de in lid 1 bedoelde omstandigheden verbeteren;
  • d. brengen geen onnodig nadeel toe aan de commerciële, economische en financiële belangen van de andere Partij;
  • e. zijn in soortgelijke situaties niet minder gunstig voor de andere Partij dan voor een niet-Partij.
3.

Ten aanzien van de handel in goederen kan elke Partij beperkende maatregelen instellen ter bescherming van haar buitenlandse financiële positie of haar betalingsbalans. Dergelijke maatregelen moeten in overeenstemming zijn met de GATT 1994 en het Memorandum van Overeenstemming betreffende de betalingsbalansbepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994.

4.

Ten aanzien van de handel in diensten kan elke Partij beperkende maatregelen instellen ter bescherming van haar buitenlandse financiële positie of haar betalingsbalans. Dergelijke maatregelen moeten in overeenstemming zijn met artikel XII van de GATS.

5.

Een Partij die in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen handhaaft of heeft genomen, stelt de andere Partij daarvan onverwijld in kennis.

6.

Wanneer op grond van dit artikel beperkingen worden ingesteld of gehandhaafd, wordt hierover onverwijld overleg gevoerd in het Samenwerkingscomité, tenzij in andere fora overleg plaatsvindt. Tijdens het overleg worden de moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie die tot de respectievelijke maatregelen hebben geleid, beoordeeld, rekening houdend met onder meer de volgende factoren:

  • a. de aard en omvang van de betalingsbalansmoeilijkheden of de moeilijkheden met betrekking tot de buitenlandse financiële positie;
  • b. de buitenlandse economische positie en handelssituatie; en
  • c. andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.
7.

Het in lid 6 bedoelde overleg betreft de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 1 en 2. Alle eventueel beschikbare relevante bevindingen van statistische of feitelijke aard die van het Internationaal Monetair Fonds afkomstig zijn, worden aanvaard en bij de conclusies wordt rekening gehouden met het oordeel van het Internationaal Monetair Fonds over de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie van de betrokken Partij.

HOOFDSTUK 8. INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 88. Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel:

  • a. de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten en diensten tussen de Partijen te vergemakkelijken en zo bij te dragen tot een duurzamere en meer inclusieve economie voor de Partijen;
  • b. de handel tussen de Partijen te faciliteren en te regelen en verstoringen en belemmeringen van dergelijke handel te verminderen; en
  • c. een toereikend en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten te bereiken.
Artikel 89. Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen
1.

De Partijen voeren de internationale verdragen uit op het gebied van intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, waaronder de Trips-Overeenkomst. Dit hoofdstuk vormt een aanvulling op en specificatie van de rechten en verplichtingen van elke Partij uit hoofde van de Trips-Overeenkomst en andere internationale verdragen op het gebied van intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met „intellectuele-eigendomsrechten” bedoeld: alle categorieën intellectuele eigendom als bedoeld in de artikelen 92 tot en met 136 van deze Overeenkomst en in deel II, afdelingen 1 tot en met 7, van de Trips-Overeenkomst.

3.

De bescherming van intellectuele-eigendomsrechten omvat tevens de bescherming tegen oneerlijke mededinging zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, zoals gewijzigd op 28 september 1979 (hierna „het Unieverdrag van Parijs” genoemd).

4.

Dit hoofdstuk belet geen van de Partijen om in hun wetgeving strengere normen inzake de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten toe te passen, mits die verenigbaar zijn met dit hoofdstuk.

Artikel 90. Uitputting
1.

Elke Partij voorziet in een regeling voor nationale of regionale uitputting van intellectuele-eigendomsrechten, overeenkomstig haar wetgeving op het gebied van auteursrechten en naburige rechten en handelsmerken.

2.

Op het gebied van auteursrecht en naburige rechten geldt de uitputting van rechten alleen voor de verspreiding onder het publiek van het origineel van werken of ander beschermd materiaal of kopieën daarvan, door verkoop of anderszins.

Artikel 91. Nationale behandeling
1.

Met betrekking tot de intellectuele-eigendomsrechten die onder dit hoofdstuk vallen, behandelt elke Partij de onderdanen van de andere Partij niet minder gunstig dan haar eigen onderdanen wat betreft de bescherming13)Voor de toepassing van dit lid omvat „bescherming” alle aangelegenheden die van invloed zijn op het bestaan, de verwerving, de reikwijdte, de instandhouding en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, alsmede de specifiek in dit hoofdstuk behandelde aangelegenheden die van invloed zijn op het gebruik van deze rechten. Daarnaast omvat „bescherming” voor de toepassing van dit lid ook maatregelen om de omzeiling van doeltreffende technologische voorzieningen en maatregelen betreffende informatie over het beheer van rechten te vermijden. van intellectuele-eigendomsrechten, met inachtneming van de uitzonderingen waarin reeds is voorzien in:

  • a. het Unieverdrag van Parijs;
  • b. de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, aangenomen te Bern op 9 september 1886 (hierna „de Berner Conventie” genoemd);
  • c. het te Rome op 26 oktober 1961 tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (hierna „het Verdrag van Rome” genoemd); of
  • d. het Verdrag betreffende de bescherming van de intellectuele eigendom inzake geïntegreerde schakelingen, aangenomen te Washington op 26 mei 1989.

Ten aanzien van uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties geldt de in de eerste alinea bedoelde verplichting enkel voor de rechten waarin deze Overeenkomst voorziet.

2.

Een Partij kan gebruikmaken van de uitzonderingen waarin reeds in de in artikel 1 bedoelde internationale instrumenten is voorzien met betrekking tot haar gerechtelijke en administratieve procedures, waaronder de verplichting voor een onderdaan van de andere Partij om op haar grondgebied woonplaats te kiezen of daar een gemachtigde aan te wijzen, mits die uitzonderingen:

  • a. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften van de Partij die niet strijdig zijn met dit hoofdstuk; en
  • b. niet worden toegepast op een wijze die een verkapte beperking van de handel zou vormen.
3.

Lid 1 is niet van toepassing op procedures waarin wordt voorzien in multilaterale overeenkomsten die onder auspiciën van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna „WIPO” genoemd) zijn gesloten met betrekking tot de verwerving of handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.

AFDELING B. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING 1. AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel 92. Internationale overeenkomsten
1.

Elke Partij herbevestigt haar gehechtheid aan en houdt zich aan:

  • a. de Berner Conventie;
  • b. het Verdrag van Rome;
  • c. het WIPO-verdrag inzake auteursrecht (WCT), aangenomen te Genève op 20 december 1996;
  • d. het WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (WPPT), aangenomen te Genève op 20 december 1996; en
  • e. het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, aangenomen te Marrakesh op 28 juni 2013.
2.

Elke Partij neemt het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen, dat op 24 juni 2012 te Peking is aangenomen, in acht en stelt alles in het werk wat redelijkerwijs mogelijk is om toe te treden tot het Verdrag van Peking.

Artikel 93. Auteurs

Elke Partij voorziet voor auteurs in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
  • b. elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;
  • c. het al dan niet draadloos meedelen van hun werken aan het publiek, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en
  • d. de commerciële verhuur aan het publiek van originelen of kopieën van hun werken.
Artikel 94. Uitvoerend kunstenaars

Elke Partij voorziet voor uitvoerend kunstenaars in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de vastlegging14)Onder „vastlegging” wordt verstaan: de opname van geluid, of van de weergave daarvan, of de audiovisuele opname van bewegende beelden, al dan niet vergezeld van geluid of van de weergave van geluid, door middel waarvan deze kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of meegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen;
  • b. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
  • c. de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;
  • d. het al dan niet draadloos beschikbaar stellen van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn;
  • e. de draadloze uitzending en de mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt; en
  • f. de commerciële verhuur aan het publiek van de vastlegging van hun uitvoeringen.
Artikel 95. Producenten van fonogrammen

Elke Partij voorziet voor producenten van fonogrammen in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
  • b. de distributie onder het publiek van hun fonogrammen, met inbegrip van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;
  • c. het al dan niet draadloos beschikbaar stellen van hun fonogrammen aan het publiek, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en
  • d. de commerciële verhuur van hun fonogrammen aan het publiek.
Artikel 96. Omroeporganisaties

Elke Partij verleent omroeporganisaties het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de vastlegging van hun uitzendingen, ongeacht of deze uitzendingen al dan niet via de ether plaatsvinden, met inbegrip van uitzendingen per kabel of satelliet;
  • b. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitzendingen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, ongeacht of die uitzendingen via de ether plaatsvinden, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen;
  • c. het al dan niet draadloos beschikbaar stellen van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, ongeacht of die uitzendingen via de ether plaatsvinden, met inbegrip van uitzendingen per kabel of satelliet, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn;
  • d. de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitzendingen, met inbegrip van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins, ongeacht of die uitzendingen via de ether plaatsvinden, met inbegrip van uitzendingen per kabel of satelliet; en
  • e. de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 97. Uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen15)Elke Partij kan uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen uitgebreidere rechten verlenen met betrekking tot de uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen.
1.

Elke Partij voorziet voor uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen in het recht op een billijke vergoeding voor het gebruik van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen of reproducties daarvan ten behoeve van uitzendingen of mededeling aan het publiek.

2.

Elke Partij ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde vergoeding wordt verdeeld tussen de desbetreffende uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen. Wanneer hierover tussen de uitvoerend kunstenaar en de producent van een fonogram geen overeenstemming is bereikt, kan elke Partij de voorwaarden vaststellen volgens welke de vergoeding tussen hen wordt verdeeld.

Artikel 98. Duur van bescherming
1.

De rechten van de auteur van een werk gelden gedurende het leven van de auteur en tot 70 jaar na zijn of haar overlijden, ongeacht de datum waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt.

2.

De beschermingsduur voor een muziekwerk met tekst bedraagt 70 jaar na het overlijden van de langstlevende van de volgende personen, ongeacht of zij al dan niet als coauteur zijn aangewezen: de tekstschrijver en de componist van het muziekwerk, indien tekst en muziek specifiek voor het muziekwerk met tekst zijn geschreven.

3.

In geval van een gemeenschappelijk auteursrecht op een zelfde werk wordt de in lid 1 vastgestelde termijn berekend vanaf de dag van overlijden van de langstlevende auteur.

4.

Voor anonieme of pseudonieme werken bedraagt de beschermingstermijn 70 jaar vanaf het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Indien evenwel het door de auteur aangenomen pseudoniem geen enkele twijfel laat bestaan over zijn of haar identiteit of indien de auteur zijn of haar identiteit tijdens de in de eerste zin van dit lid bedoelde beschermingstermijn openbaart, geldt de in lid 1 bedoelde termijn.

5.

De beschermingstermijn van een cinematografisch of audiovisueel werk bedraagt 70 jaar na de dood van de langstlevende van de volgende personen, ongeacht of zij al dan niet als coauteur zijn aangewezen:

  • a. de hoofdregisseur;
  • b. de scenarioschrijver;
  • c. de auteur van de dialogen; en
  • d. de componist van de muziek die specifiek voor gebruik in het cinematografische of audiovisuele werk is gemaakt.

De Kirgizische Republiek kan in haar wetgeving een of meerdere personen van deze lijst uitsluiten of daaraan toevoegen.

6.

De rechten van omroeporganisaties vervallen 50 jaar na de eerste uitzending van een programma, ongeacht of die uitzendingen via de ether plaatsvinden, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen.

7.

De rechten van uitvoerend kunstenaars vervallen 50 jaar na de datum van de vastlegging van de uitvoering. Indien echter binnen die termijn een vastlegging van de uitvoering op geoorloofde wijze gepubliceerd is of aan het publiek meegedeeld, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de datum van die eerste publicatie of, ingeval deze eerder valt, die eerste mededeling aan het publiek.

Wat de vastlegging van de uitvoering op een fonogram betreft, bedraagt de beschermingstermijn 70 jaar na de datum van die eerste publicatie of mededeling aan het publiek.

8.

De rechten van producenten van fonogrammen vervallen 50 jaar na de vastlegging. Indien het fonogram echter binnen deze termijn op geoorloofde wijze gepubliceerd is, vervallen die rechten 70 jaar na de datum van die eerste publicatie. Indien binnen de in de eerste zin bedoelde termijn geen geoorloofde publicatie heeft plaatsgevonden en het fonogram tijdens die termijn op geoorloofde wijze aan het publiek is meegedeeld, vervallen de rechten 70 jaar na de datum van de eerste geoorloofde mededeling aan het publiek. Elke Partij kan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de winst die wordt gegenereerd in de 20 jaar van bescherming volgend op de eerste 50 jaar, eerlijk wordt verdeeld tussen de uitvoerend kunstenaars en de producenten van fonogrammen.

9.

De in dit artikel bepaalde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de termijn doet ingaan.

10.

Elke Partij kan voorzien in langere beschermingstermijnen dan die waarin dit artikel voorziet.

11.

Uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst voorziet de Kirgizische Republiek in de in dit artikel bedoelde beschermingstermijnen.

Artikel 99. Volgrecht
1.

Elke Partij stelt ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk werk van grafische of beeldende kunst een volgrecht in, dat wordt omschreven als een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand, om telkens wanneer het werk na de eerste overdracht door de auteur wordt doorverkocht, een op de verkoopprijs berekend recht te ontvangen.

2.

Het in lid 1 bedoelde recht is van toepassing op elke doorverkoop waarbij actoren uit de professionele kunsthandel, zoals veilinghuizen, kunstgalerijen of andere kunsthandelaren, betrokken zijn als verkoper, koper of tussenpersoon.

3.

Elke Partij kan bepalen dat het in lid 1 bedoelde recht niet van toepassing is op een doorverkoop waarbij de verkoper het werk minder dan drie jaar voorafgaand aan de doorverkoop heeft verkregen van de kunstenaar zelf en de doorverkoopprijs niet meer dan een bepaald minimumbedrag bedraagt.

4.

De procedure voor de inning van de vergoeding en het bedrag ervan wordt bepaald bij binnenlands wetgeving.

Artikel 100. Collectief beheer van rechten
1.

De Partijen streven ernaar de samenwerking tussen hun organisaties voor collectief beheer te bevorderen teneinde de beschikbaarheid van werken en ander beschermd materiaal op het grondgebied van de Partijen en de overdracht van inkomsten uit rechten tussen de respectieve organisaties voor collectief beheer voor het gebruik van dergelijke werken of ander beschermd materiaal te bevorderen.

2.

Elke Partij bevordert de transparantie van organisaties voor collectief beheer, met name wat betreft door hen geïnde inkomsten uit rechten, inhoudingen die zij toepassen op door hen geïnde inkomsten uit rechten, het gebruik van de geïnde inkomsten uit rechten, het distributiebeleid en hun repertoire.

3.

Elke Partij verbindt zich ertoe te garanderen dat waar een organisatie voor collectief beheer die is gevestigd op het grondgebied van een Partij, een andere organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigt die is gevestigd op het grondgebied van de andere Partij, bij wijze van een vertegenwoordigingsovereenkomst, de vertegenwoordigende organisatie voor collectief beheer de houders van een recht van de vertegenwoordigde organisatie voor collectief beheer niet discrimineert.

4.

Elke Partij streeft ernaar ervoor te zorgen dat waar een organisatie voor collectief beheer die is gevestigd op het grondgebied van een Partij, een andere organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigt die is gevestigd op het grondgebied van de andere Partij, bij wijze van een vertegenwoordigingsovereenkomst, de vertegenwoordigende organisatie tijdig, regelmatig en zorgvuldig de aan de vertegenwoordigde organisaties voor collectief beheer verschuldigde bedragen betaalt en de vertegenwoordigde organisatie voor collectief beheer informatie verstrekt over het namens haar geïnde bedrag aan inkomsten uit rechten en over eventuele inhoudingen op deze inkomsten.

Artikel 101. Uitzonderingen en beperkingen

Elke Partij beperkt de beperkingen van en de uitzonderingen op de in de artikelen 93 tot en met 96 bedoelde rechten tot bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk of ander materiaal en die de rechtmatige belangen van de houder van het recht niet op onredelijke wijze schaden.

Artikel 102. Bescherming van technische maatregelen
1.

Elke Partij voorziet in rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen door een persoon die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij een doeltreffende technische voorziening omzeilt.

2.

Elke Partij voorziet in rechtsbescherming tegen de vervaardiging, invoer, distributie, verkoop, verhuur, reclame voor verkoop of verhuur, of het bezit voor commerciële doeleinden van toestellen, producten of onderdelen, of het verrichten van diensten die:

  • a. worden gestimuleerd, aangeprezen of in de handel gebracht om een doeltreffende technische voorziening te omzeilen;
  • b. buiten de omzeiling van een doeltreffende technische voorziening een commercieel doel van slechts beperkt belang dienen; of
  • c. in het bijzonder ontworpen, geproduceerd of aangepast zijn dan wel verricht worden met het doel de omzeiling van een doeltreffende technische voorziening mogelijk of gemakkelijker te maken.
3.

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt onder „technische voorzieningen” verstaan: technologie, toestellen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of ander beschermd materiaal, die niet zijn toegestaan door de houders van een auteursrecht of naburig recht overeenkomstig de nationale wetgeving. Technische voorzieningen worden geacht „doeltreffend” te zijn indien het gebruik van een beschermd werk of ander materiaal wordt gecontroleerd door de houders van het recht door de toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocedé zoals versleuteling, codering of een andere transformatie van het werk of ander materiaal of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming biedt.

4.

Niettegenstaande de in lid 1 van dit artikel bedoelde rechtsbescherming en bij gebreke van vrijwillige maatregelen door de houders van het recht kan elke Partij waar nodig passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de passende rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen waarin dit artikel voorziet, niet belet dat begunstigden van overeenkomstig artikel 101 vastgestelde uitzonderingen of beperkingen van dergelijke uitzonderingen of beperkingen gebruik kunnen maken.

Artikel 103. Verplichtingen betreffende informatie over het beheer van rechten
1.

Elke Partij voorziet in rechtsbescherming tegen eenieder die bewust zonder toestemming een van de volgende handelingen verricht, indien die persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht waarin de nationale wetgeving voorziet, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, faciliteert of verbergt:

  • a. de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten; en
  • b. de distributie, de invoer voor distributie, de uitzending, de mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek van werken of ander krachtens deze onderafdeling beschermd materiaal, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd.
2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „informatie over het beheer van rechten” verstaan: alle door de houders van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of ander materiaal als bedoeld in dit artikel, dan wel van de auteur of een andere houder van het recht, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of ander materiaal, alsook de cijfers of codes waarin dergelijke informatie vervat ligt.

3.

Lid 2 is van toepassing wanneer informatie betreffende het beheer van rechten is verbonden met een kopie, of kenbaar wordt bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal als bedoeld in dit artikel.

ONDERAFDELING 2. HANDELSMERKEN

Artikel 104. Internationale overeenkomsten

Elke Partij:

  • a. treedt toe tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, aangenomen te Madrid op 27 juni 1989, zoals laatstelijk gewijzigd op 3 oktober 2006 en 12 november 2007;
  • b. leeft het te Genève op 27 oktober 1994 tot stand gekomen Verdrag inzake handelsmerkenrecht en de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken van 15 juni 1957 na; en
  • c. stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om toe te treden tot het te Singapore op 27 maart 2006 tot stand gekomen Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht.
Artikel 105. Tekens die een merk kunnen vormen
1.

Merken kunnen worden gevormd door alle tekens, in het bijzonder woorden, waaronder namen van personen, of tekeningen, letters, cijfers, kleuren, vormen van waren of verpakkingen van waren, of geluiden, mits deze:

  • a. de waren of diensten van een onderneming kunnen onderscheiden van die van andere ondernemingen; en
  • b. in het respectieve merkenregister van elke Partij kunnen worden weergegeven op een wijze die de bevoegde autoriteiten en het publiek in staat stelt het voorwerp van de aan de houder ervan verleende bescherming duidelijk en nauwkeurig vast te stellen.
2.

De Kirgizische Republiek streeft ernaar uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst mogelijk te maken dat geluid wordt ingeschreven als handelsmerk.

Artikel 106. Aan een handelsmerk verbonden rechten, met inbegrip van rechten op goederen in doorvoer
1.

Het ingeschreven merk geeft de houder een uitsluitend recht. Dat recht verleent de merkhouder het recht iedere derde die niet zijn toestemming daartoe heeft verkregen, het gebruik van elk teken in het handelsverkeer te beletten:

  • a. wanneer dat teken identiek is met het ingeschreven handelsmerk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het handelsmerk is ingeschreven;
  • b. wanneer, omdat het identiek is met of soortgelijk aan het ingeschreven merk en omdat de waren of diensten waarop dit merk betrekking heeft, identiek zijn met of soortgelijk aan die waarop het teken betrekking heeft, bij het publiek verwarring zou kunnen ontstaan, met inbegrip van het gevaar van associatie tussen het teken en het ingeschreven merk.
2.

De houder van een ingeschreven merk heeft het recht derden te beletten om in het handelsverkeer waren binnen te brengen in de Partij waar het merk is ingeschreven zonder dat deze daar in de vrije handel worden gebracht, wanneer deze waren, met inbegrip van verpakking, uit derde landen afkomstig zijn en zonder toestemming een merk dragen dat identiek is met het voor deze waren ingeschreven merk of in zijn belangrijkste onderdelen niet van dat merk kan worden onderscheiden16)De Partijen kunnen aanvullende passende maatregelen nemen met het oog op de vlotte doorvoer van generische geneesmiddelen..

3.

Het recht van de houder van een merk als bedoeld in lid 2 vervalt indien door de aangever of de houder van de waren tijdens de procedure om te bepalen of inbreuk is gemaakt op het ingeschreven merk, het bewijs wordt geleverd dat de houder van het ingeschreven merk niet gerechtigd is om het op in de handel brengen van de waren in het land van de eindbestemming te verbieden.

Artikel 107. Inschrijvingsprocedure
1.

Elke Partij voorziet in een systeem voor de inschrijving van merken waarbij elke definitieve negatieve beslissing van het betrokken merkenbureau, met inbegrip van gedeeltelijke weigeringen, schriftelijk aan de betrokken partij wordt meegedeeld, naar behoren wordt gemotiveerd en vatbaar is voor beroep.

2.

Elke Partij voorziet in de mogelijkheid voor derden om zich tegen aanvragen voor of inschrijvingen van merken, naargelang het geval, te verzetten. Een dergelijke verzetprocedure is contradictoir.

3.

Elke Partij voorziet in een openbaar toegankelijke elektronische databank voor aanvragen voor en inschrijvingen van merken. De Kirgizische Republiek voorziet uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in een elektronische databank voor aanvragen voor merken als bedoeld in de eerste zin van dit lid, op voorwaarde dat de Europese Unie daartoe toereikende technische bijstand heeft verleend in overeenstemming met het recht van de Europese Unie.

Artikel 108. Algemeen bekende handelsmerken

Om uitvoering te geven aan de bescherming van algemeen bekende handelsmerken als bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 16, leden 2 en 3, van de Trips-Overeenkomst, geeft elke Partij toepassing aan de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende handelsmerken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20 tot en met 29 september 1999.

Artikel 109. Uitzonderingen op aan een handelsmerk verbonden rechten
1.

Elke Partij:

  • a. voorziet in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten, zoals het eerlijk gebruik van beschrijvende termen, met inbegrip van geografische aanduidingen; en
  • b. kan voorzien in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten. Wanneer zij voorziet in de beperkte uitzonderingen als bedoeld in de eerste alinea, punten a) en b), houdt elke Partij rekening met de rechtmatige belangen van de houder van het merk en van derden.
2.

Een handelsmerk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om in het handelsverkeer de volgende elementen te gebruiken, voor zover sprake is van gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel:

  • a. de naam of het adres van die derde, indien het om een natuurlijke persoon gaat;
  • b. tekens of aanduidingen inzake soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten; en
  • c. het merk, wanneer dat nodig is om de bestemming van een waar of dienst, met name als accessoire of onderdeel, aan te geven.
3.

Het handelsmerk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om in het handelsverkeer gebruik te maken van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis binnen de grenzen van het grondgebied waarin het erkend wordt, wanneer dat recht erkend is door de wetgeving van de betrokken Partij.

Artikel 110. Gronden voor verval
1.

Elke Partij zorgt ervoor dat een handelsmerk kan komen te vervallen wanneer het merk in een ononderbroken periode van ten minste drie jaar niet normaal op het desbetreffende grondgebied is gebruikt voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, en er geen geldige reden is voor niet-gebruik ervan.

2.

Vervallenverklaring van een handelsmerk kan niet worden gevorderd wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de minimale driejarige periode en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt.

3.

Het begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden die aan de instelling van een vordering tot vervallenverklaring voorafgaan, met dien verstande dat de periode van drie maanden ten vroegste na het verstrijken van de ononderbroken periode van vijf jaar van het niet gebruiken is ingegaan, wordt echter niet in aanmerking genomen indien de voorbereiding voor het begin van gebruik of het hernieuwde gebruik pas wordt getroffen nadat de merkhouder er kennis van heeft genomen dat de vordering tot vervallenverklaring kan worden ingesteld.

4.

Een handelsmerk kan eveneens vervallen worden verklaard wanneer het, na de datum waarop het is ingeschreven:

  • a. door toedoen of nalaten van de merkhouder tot de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een waar of dienst waarvoor het ingeschreven is;
  • b. als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt door de merkhouder of met zijn of haar toestemming, voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is, het publiek kan misleiden, met name over de soort, de kwaliteit of plaats van herkomst van die waren of diensten.
Artikel 111. Aanvragen te kwader trouw

Een merk kan nietig worden verklaard wanneer de aanvraag om inschrijving van het merk te kwader trouw is ingediend. Elke Partij kan ook bepalen dat een dergelijk merk niet wordt ingeschreven.

ONDERAFDELING 3. MODELLEN

Artikel 112. Internationale overeenkomsten

De Europese Unie herhaalt haar verbintenis uit hoofde van en de Kirgizische Republiek houdt zich aan de Akte van Genève bij de Overeenkomst van ‘s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid, aangenomen op 2 juli 1999.

Artikel 113. Bescherming van ingeschreven modellen
1.

Elke Partij voorziet in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde modellen die nieuw en oorspronkelijk zijn. Die bescherming wordt verleend door inschrijving, die de eigenaar van een ingeschreven model een uitsluitend recht verleent overeenkomstig deze onderafdeling.

2.

De houder van een ingeschreven model heeft het recht derden die daartoe geen toestemming van de houder hebben, ten minste te beletten het voortbrengsel dat het ingeschreven model draagt en belichaamt, te vervaardigen, te koop aan te bieden, te verkopen, in te voeren, uit te voeren, in voorraad te hebben of te gebruiken, indien die handelingen voor commerciële doeleinden worden verricht.

3.

Een model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, wordt slechts geacht nieuw en oorspronkelijk te zijn:

  • a. voor zover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, bij normaal gebruik van dit laatste zichtbaar blijft; en
  • b. voor zover die zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en oorspronkelijkheid voldoen.
4.

Onder „normaal gebruik” in de zin van lid 3, punt a), wordt verstaan: het gebruik door de eindgebruiker, met uitzondering van handelingen in verband met onderhoud, service of reparatie.

5.

Voor de toepassing van dit artikel kan een Partij een model dat een eigen karakter heeft, als een oorspronkelijk model beschouwen.

Artikel 114. Duur van de bescherming

Elke Partij ziet erop toe dat een model wordt beschermd voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag en dat de houder van het recht het recht heeft de beschermingstermijn met een of meer perioden van vijf jaar te verlengen, tot een totale duur van ten minste 15 jaar vanaf de datum van indiening.

Artikel 115. Bescherming van niet-ingeschreven modellen
1.

Elke Partij voorziet in de wettelijke middelen om het gebruik van een niet-ingeschreven model te voorkomen, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het kopiëren van het niet-ingeschreven model op haar grondgebied. Dergelijk gebruik bestrijkt ten minste het te koop aanbieden, in de handel brengen, invoeren of uitvoeren van het product.

2.

De Kirgizische Republiek biedt de bescherming die beschikbaar is voor een niet-ingeschreven model als bedoeld in lid 1 van dit artikel uiterlijk 10 jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, op voorwaarde dat de Europese Unie, op verzoek en overeenkomstig de behoeften van de Kirgizische Republiek, technische bijstand heeft verleend overeenkomstig het recht van de Europese Unie.

3.

De beschermingsduur voor een niet-ingeschreven model als bedoeld in lid 1 bedraagt ten minste drie jaar vanaf de datum waarop het model in een van de Partijen ter beschikking van het publiek werd gesteld.

Artikel 116. Uitzonderingen en uitsluitingen
1.

Elke Partij kan voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van modellen, met inbegrip van niet-ingeschreven modellen, mits die uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de houder van het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

2.

De bescherming van modellen mag zich niet uitsluitend op grond van technische of functionele overwegingen tot een model uitstrekken. Een model geldt niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het voortbrengsel waarin het model verwerkt is of waarop het toegepast is, mechanisch met een ander voortbrengsel te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander voortbrengsel te kunnen plaatsen, zodat elk van beide voortbrengselen zijn functie kan vervullen.

3.

Een model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake modellen.

4.

In afwijking van lid 2 van dit artikel kan een model dat tot doel heeft binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare voortbrengselen mogelijk te maken, onder de in artikel 113, lid 1, gestelde voorwaarden als model worden beschermd.

Artikel 117. Verhouding tot het auteursrecht

Elke Partij zorgt ervoor dat een model, met inbegrip van niet-ingeschreven modellen, vanaf de datum waarop het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd kan worden uit hoofde van haar auteursrechtwetgeving. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, worden door elke Partij vastgesteld.

ONDERAFDELING 4. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel 118. Toepassingsgebied
1.

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt onder „geografische aanduiding” verstaan: een geografische aanduiding zoals gedefinieerd in artikel 22, lid 1, van de Trips-Overeenkomst17)Ter verduidelijking: de Kirgizische Republiek herbevestigt haar verbintenissen in het kader van de Trips-Overeenkomst, en met name dat de wetgeving waarover zij beschikt voor benamingen van oorsprong van goederen met een definitie, in overeenstemming is met artikel 22, lid 1, van de Trips-Overeenkomst..

2.

Deze onderafdeling is van toepassing op de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen die hun oorsprong hebben in het grondgebied van de Partijen.

3.

Geografische aanduidingen van een Partij die door de andere Partij moeten worden beschermd, vallen enkel onder deze onderafdeling indien zij binnen het toepassingsgebied van de in artikel 119 bedoelde wetgeving vallen.

Artikel 119. Procedures
1.

Na bestudering van de in bijlage 8-A, afdeling A, genoemde wetgeving van de Kirgizische Republiek concludeert de Europese Unie dat die wetgeving de in bijlage 8-A, afdeling B, vermelde elementen bevat voor de registratie van en de controle op geografische aanduidingen.

2.

Na bestudering van de in bijlage 8-A, afdeling A, genoemde wetgeving van de Europese Unie concludeert de Kirgizische Republiek dat die wetgeving de in bijlage 8-A, afdeling B, genoemde elementen bevat voor de registratie van en de controle op geografische aanduidingen.

3.

Na afloop van een bezwaarprocedure overeenkomstig de in bijlage 8-B opgenomen criteria en van een onderzoek van de in bijlage 8-C, afdeling A, genoemde geografische aanduidingen in de Kirgizische Republiek te beschermen producten uit de Europese Unie die door de Europese Unie zijn geregistreerd uit hoofde van de in lid 2 van dit artikel bedoelde wetgeving, beschermt de Kirgizische Republiek die geografische aanduidingen volgens het in deze onderafdeling vastgestelde beschermingsniveau.

4.

Na afloop van een bezwaarprocedure overeenkomstig de in bijlage 8-B opgenomen criteria en van een onderzoek van de in deel B van bijlage 8-C vermelde geografische aanduidingen van in de Europese Unie te beschermen producten uit de Kirgizische Republiek die door de Kirgizische Republiek zijn geregistreerd uit hoofde van de in lid 1 van dit artikel bedoelde wetgeving, beschermt de Europese Unie die geografische aanduidingen volgens het in deze onderafdeling vastgestelde beschermingsniveau.

Artikel 120. Wijziging van de lijst van geografische aanduidingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)