Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (met Bijlagen en Protocol)
Overeenkomstig artikel 27 kunnen de Partijen de lijst van te beschermen geografische aanduidingen in bijlage 8-C wijzigen. Nieuwe geografische aanduidingen worden toegevoegd na afloop van de bezwaarprocedure en van het onderzoek ervan als bedoeld in artikel 119, lid 3 of lid 4.
Artikel 121. Bescherming van geografische aanduidingen
De in bijlage 8-C opgenomen geografische aanduidingen, met inbegrip van de geografische aanduidingen die overeenkomstig artikel 120 worden toegevoegd, worden beschermd tegen:
- a. direct of indirect commercieel gebruik van een beschermde benaming:
- i. voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de productspecificatie van de beschermde benaming; of
- ii. voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een geografische aanduiding, ook wanneer dat product als ingrediënt wordt gebruikt;
- b. elk misbruik, elke nabootsing of elke voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde naam is vertaald, getranscribeerd, getranslitereerd of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals „soort”, „type”, „methode”, „op de wijze van”, „imitatie”, „smaak”, „zoals” en dergelijke, ook wanneer die producten als ingrediënt worden gebruikt;
- c. elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, reclamemateriaal of documenten voor het betrokken product, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product, ook wanneer die producten als ingrediënt worden gebruikt; en
- d. elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
De in bijlage 8-C opgenomen geografische aanduidingen, met inbegrip van de geografische aanduidingen die overeenkomstig artikel 120 worden toegevoegd, worden geen soortnamen op de grondgebieden van de Partijen.
Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst verplicht een Partij ertoe geografische aanduidingen van de andere Partij te beschermen, indien die aanduidingen in het land van oorsprong niet of niet langer beschermd zijn. De Partijen stellen elkaar ervan in kennis wanneer een geografische aanduiding op het grondgebied van die Partij van oorsprong niet langer wordt beschermd. Een dergelijke kennisgeving vindt plaats overeenkomstig artikel 154.
Deze Overeenkomst doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn of haar naam of de naam van zijn of haar voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer die naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat het publiek daardoor wordt misleid.
Artikel 122. Gebruiksrecht van geografische aanduidingen
Een uit hoofde van deze Overeenkomst beschermde benaming mag worden gebruikt door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die waren in de handel brengt die aan de desbetreffende specificatie voldoen.
Zodra een geografische aanduiding in het kader van deze onderafdeling is beschermd, mag het gebruik van de beschermde benaming niet afhankelijk worden gesteld van registratie van de gebruikers of daaraan verbonden verplichtingen.
Artikel 123. Verhouding tot handelsmerken
Wanneer een geografische aanduiding uit hoofde van deze Overeenkomst wordt beschermd, weigeren de Partijen de inschrijving van een handelsmerk waarvan het gebruik in strijd zou zijn met artikel 121, lid 1, op voorwaarde dat een aanvraag tot inschrijving van het handelsmerk wordt ingediend na de datum van indiening van de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding op het grondgebied van de betrokken Partij.
Voor de in artikel 119 bedoelde geografische aanduidingen is de datum van indiening van de aanvraag tot bescherming als bedoeld in lid 1 van dit artikel, de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Handelsmerken die in strijd met lid 1 zijn ingeschreven, worden ongeldig verklaard.
Voor de in artikel 120 bedoelde geografische aanduidingen is de datum van indiening van de aanvraag tot bescherming als bedoeld in lid 1 van dit artikel, de datum van toezending aan de andere Partij van een aanvraag tot bescherming van een geografische aanduiding.
Onverminderd lid 7 van dit artikel beschermen de Partijen geografische aanduidingen ook wanneer er een ouder handelsmerk bestaat. Onder een „ouder handelsmerk” wordt verstaan: een handelsmerk waarvan het gebruik strijdig is met artikel 121, lid 1, en dat vóór de datum waarop de aanvraag voor bescherming van de geografische aanduiding door de andere Partij uit hoofde van deze Overeenkomst wordt ingediend, is aangevraagd of ingeschreven of waarvoor, mits de betrokken wetgeving in deze mogelijkheid voorziet, rechten zijn verworven door gebruik, te goeder trouw, op het grondgebied van een van de Partijen.
Een ouder handelsmerk mag verder worden gebruikt en vernieuwd, niettegenstaande de bescherming van de geografische aanduiding, mits er geen redenen zijn voor nietig- of vervallenverklaring op grond van de handelsmerkwetgeving van elke Partij. In dergelijke gevallen is het gebruik van de beschermde geografische aanduiding en het gebruik van de desbetreffende handelsmerken toegestaan.
Van een Partij wordt niet verlangd dat zij uit hoofde van deze Overeenkomst een naam beschermt als geografische aanduiding indien die naam, gezien de faam en bekendheid van een handelsmerk en de duur van de periode waarin dat merk reeds in gebruik is, de consument zou kunnen misleiden met betrekking tot de werkelijke identiteit van het product.
Artikel 124. Handhaving van de bescherming
Elke Partij handhaaft de bescherming waarin de artikelen 119 tot en met 123 voorzien, door middel van passende administratieve en rechterlijke maatregelen of op verzoek van een belanghebbende partij, om het onrechtmatige gebruik van een beschermde geografische aanduiding te voorkomen of te beëindigen.
Artikel 125. Algemene regels
Deze Overeenkomst is van toepassing onverminderd de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst.
Van een Partij wordt niet verlangd dat zij uit hoofde van deze Overeenkomst een naam beschermt als geografische aanduiding indien die naam in tegenstrijd is met de naam van een planten- of dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.
Een gelijkluidende benaming die bij de consument ten onrechte de indruk wekt dat de producten van oorsprong zijn uit een ander grondgebied, wordt niet beschermd, ook al is de benaming juist wat het grondgebied, de regio of de plaats betreft waaruit het betrokken product feitelijk van oorsprong is. Onverminderd artikel 23 van de Trips-Overeenkomst bepalen de Partijen onderling de praktische gebruiksvoorwaarden om geheel of gedeeltelijk gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consument niet mag worden misleid.
Wanneer een Partij in het kader van bilaterale onderhandelingen met een derde voorstelt om een geografische aanduiding van die derde te beschermen die geheel of gedeeltelijk gelijkluidend is met een uit hoofde van deze Overeenkomst beschermde geografische aanduiding van de andere Partij, stelt zij de andere Partij van dit voornemen in kennis en biedt zij haar de gelegenheid opmerkingen te maken voordat de bescherming van de geografische benaming van de derde van kracht wordt.
Vragen die rijzen met betrekking tot de productspecificaties van geregistreerde geografische aanduidingen worden door het in artikel 154 bedoelde subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten behandeld.
De bescherming van uit hoofde van deze Overeenkomst beschermde geografische aanduidingen kan alleen worden ingetrokken door de Partij waaruit het product van oorsprong is.
Voor zover in deze Overeenkomst wordt verwezen naar een productspecificatie, wordt hieronder verstaan een specificatie die door de autoriteiten van de Partij waaruit het product van oorsprong is, is goedgekeurd, met inbegrip van eveneens goedgekeurde wijzigingen.
Artikel 126. Overgangsbepalingen
Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk verplicht een Partij ertoe de bescherming van de in bijlage 8-C vermelde geografische aanduidingen waarin de artikelen 118 tot en met 125 voorzien, toe te passen gedurende een overgangsperiode van ten hoogste zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
De Partijen weigeren de inschrijving van een handelsmerk in een van de in artikel 121 bedoelde situaties met betrekking tot een beschermde geografische aanduiding voor soortgelijke producten, mits voor dat handelsmerk een aanvraag tot bescherming op het desbetreffende grondgebied wordt ingediend na de inwerkingtreding van deze titel.
Handelsmerken die in strijd met lid 2 zijn ingeschreven, worden ongeldig verklaard.
Gedurende een overgangsperiode van drie jaar volgend op de in lid 1 bepaalde overgangsperiode belet de bescherming op grond van deze Overeenkomst van de volgende geografische aanduidingen voor producten van de Europese Unie niet, dat zij als aanduiding van bepaalde vergelijkbare producten van oorsprong uit de Kirgizische Republiek worden gebruikt:
- a. Φέτα (Feta);
- b. Calvados;
- c. Asti;
- d. České pivo.
Gedurende een overgangsperiode van acht jaar volgend op de in lid 1 bepaalde overgangsperiode belet de bescherming op grond van deze Overeenkomst van de volgende geografische aanduidingen voor producten van de Europese Unie niet, dat deze als aanduiding van bepaalde vergelijkbare producten van oorsprong uit de Kirgizische Republiek worden gebruikt:
- a. Champagne;
- b. Cognac.
Producten die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in overeenstemming met de wetgeving van een Partij zijn vervaardigd en van een etiket voorzien, maar die niet aan de vereisten van deze Overeenkomst voldoen, mogen worden verkocht totdat de voorraden zijn uitgeput.
Producten die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en vóór de beëindiging van de in de leden 4 en 5 bepaalde overgangsperioden in overeenstemming met de wetgeving van een Partij met de in de leden 4 en 5 vermelde geografische aanduidingen zijn vervaardigd en van een etiket voorzien, maar die niet aan de vereisten van deze onderafdeling voldoen, mogen verder worden verkocht totdat de voorraden zijn uitgeput.
Artikel 127. Technische bijstand
Teneinde de uitvoering van deze onderafdeling in de Kirgizische Republiek te faciliteren en de industrie van de Kirgizische Republiek bij te staan, verleent de Europese Unie de Kirgizische Republiek, op haar verzoek en naar gelang haar behoeften, passende technische bijstand in overeenstemming met het recht van de Europese Unie.
ONDERAFDELING 5. OCTROOIEN
Artikel 128. Internationale overeenkomsten
Elke Partij zorgt ervoor dat de procedures waarin het op 19 juni 1970 te Washington tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking inzake octrooien voorziet, op haar grondgebied beschikbaar zijn en stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om te voldoen aan het op 1 juni 2000 te Genève aangenomen Verdrag inzake octrooirecht.
Artikel 129. Octrooien en volksgezondheid
De Partijen erkennen het belang van de verklaring over de Trips-Overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 te Doha is aangenomen door de Ministeriële Conferentie van de WTO (hierna de „Verklaring van Doha” genoemd). Bij de uitlegging en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze onderafdeling waarborgen de Partijen de consistentie met de Verklaring van Doha.
Elke Partij geeft uitvoering aan artikel 31 bis van de Trips-Overeenkomst, de bijlage bij de Trips-Overeenkomst en het aanhangsel van de bijlage bij de Trips-Overeenkomst, die op 23 januari 2017 in werking zijn getreden.
Artikel 130. Verdere bescherming van geneesmiddelen 18)Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „geneesmiddel” verstaan: ten minste een stof of een combinatie van stoffen die: a) wordt aangediend als hebbende therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij mensen of dieren; of b) die bij mensen of dieren kan worden gebruikt of aan mensen of dieren kan worden toegediend om hetzij fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen, hetzij om een medische diagnose te stellen.
De Partijen erkennen dat geneesmiddelen die op hun respectievelijk grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een vergunningprocedure kunnen worden onderworpen voordat zij op hun respectievelijk grondgebied in de handel worden gebracht (hierna „procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen” genoemd). De Partijen erkennen dat de termijn tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de eerste vergunning om het product in de handel te brengen, zoals voor dat doel door de respectievelijke wetgeving omschreven, de termijn van daadwerkelijke bescherming uit hoofde van het octrooi kan bekorten.
Elke Partij voorziet in een passend en doeltreffend mechanisme om de octrooihouder te compenseren voor de verkorting van de daadwerkelijke duur van het octrooi als gevolg van onredelijke vertraging19)Voor de toepassing van dit artikel omvat een „onredelijke vertraging” ten minste een vertraging van meer dan twee jaar voor het eerste antwoord aan de aanvrager na de datum van de indiening van de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen. Vertraging bij de afgifte van een vergunning voor het in de handel brengen die het gevolg is van tijdvakken die aan de aanvrager kunnen worden toegerekend of van enig tijdvak waarop de met de afgifte van de vergunning voor het in de handel brengen belaste autoriteit geen vat heeft, hoeft bij de vaststelling van die vertraging niet in aanmerking te worden genomen. bij de afgifte van de eerste vergunning voor het in de handel brengen op haar grondgebied.
Als alternatief voor lid 2 kan een Partij voorzien in verdere bescherming voor een geneesmiddel dat door een octrooi wordt beschermd en dat aan een procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen onderworpen is geweest, voor een duur die gelijk is aan de periode die is verstreken tussen de datum van de aanvraag voor het octrooi en de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Partij, verminderd met een periode van vijf jaar. De duur van deze verdere bescherming bedraagt niet meer dan vijf jaar. Die periode kan met nog zes maanden worden verlengd voor geneesmiddelen waarvoor kindergeneeskundige studies zijn verricht, en mits de resultaten van die studies in de productinformatie tot uiting worden gebracht.
Artikel 131. Verlenging van de beschermingstermijn van een octrooi voor gewasbeschermingsmiddelen
Elke Partij stelt veiligheids- en werkzaamheidsvereisten vast voordat zij vergunning verleent voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
De Partijen erkennen dat gewasbeschermingsmiddelen die op hun respectievelijk grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een administratieve vergunningsprocedure kunnen worden onderworpen voordat zij er in de handel mogen worden gebracht. De Partijen erkennen dat de termijn tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de eerste vergunning om het product op hun respectievelijk grondgebied in de handel te brengen, zoals voor dat doel door de desbetreffende wetgeving omschreven, de termijn van daadwerkelijke bescherming uit hoofde van het octrooi kan bekorten.
Elke Partij zorgt voor verdere bescherming voor gewasbeschermingsmiddelen die door een octrooi worden beschermd en die aan een administratieve vergunningsprocedure waren onderworpen, waarbij die periode gelijk moet zijn aan de in lid 2, tweede zin, bedoelde periode, verminderd met vijf jaar.
Onverminderd lid 3 bedraagt de duur van de verdere periode van bescherming niet meer dan vijf jaar.
ONDERAFDELING 6. BESCHERMING VAN NIET OPENBAAR GEMAAKTE INFORMATIE
Artikel 132. Reikwijdte van bescherming van bedrijfsgeheimen
Wanneer zij haar verplichting tot naleving van de Trips-Overeenkomst vervult, en met name artikel 39, leden 1 en 2, van die overeenkomst, voorziet elke Partij in passende civielrechtelijke procedures en maatregelen zodat de houder van een bedrijfsgeheim het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dit geschiedt in strijd met eerlijke handelsgebruiken, kan voorkomen en er schadeloosstelling voor kan krijgen.
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
- a. „bedrijfsgeheim”: informatie die:
- i. geheim is in de zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
- ii. handelswaarde bezit omdat zij geheim is; en
- iii. door de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt, is onderworpen aan, gezien de omstandigheden, redelijke maatregelen om die geheim te houden;
- b. „houder van het bedrijfsgeheim”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtmatig over een bedrijfsgeheim beschikt.
Voor de toepassing van deze onderafdeling worden ten minste de volgende activiteiten beschouwd als in strijd met eerlijke handelsgebruiken:
- a. het verkrijgen van een bedrijfsgeheim zonder de instemming van de houder van een bedrijfsgeheim, wanneer dit geschiedt door ongeoorloofde toegang tot, toe-eigening van, of vermenigvuldiging van documenten, voorwerpen, materialen, stoffen of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid;
- b. het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dit geschiedt, zonder de instemming van de houder van het bedrijfsgeheim, door een persoon die blijkt te voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
- i. het bedrijfsgeheim te hebben verworven op een manier als bedoeld in punt a);
- ii. inbreuk te plegen op een geheimhoudingsovereenkomst of een andere verplichting tot het niet openbaar maken van het bedrijfsgeheim; of
- iii. inbreuk te plegen op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim;
- c. het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim door een persoon die op het tijdstip van het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim direct of indirect werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte in de zin van punt b).
Geen van de bepalingen van deze onderafdeling kan zo worden uitgelegd dat zij een Partij ertoe verplicht een van de volgende activiteiten te beschouwen als in strijd met eerlijke handelsgebruiken:
- a. onafhankelijke ontdekking of onafhankelijk ontwerp;
- b. het nabouwen van een product door een persoon die er rechtmatig in het bezit van is en die niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting de verkrijging van de relevante informatie te beperken;
- c. het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van informatie die is vereist of toegestaan door de wetgeving van een Partij;
- d. het gebruik door werknemers van ervaringen en vaardigheden die zij op eerlijke wijze tijdens de normale uitoefening van hun functie hebben opgedaan.
Geen van de bepalingen van deze onderafdeling kan zo worden uitgelegd dat zij een beperking vormt van de vrijheid van meningsuiting en informatie, met inbegrip van de mediavrijheid zoals die wordt beschermd in de jurisdictie van elk van de Partijen.
Artikel 133. Civielrechtelijke procedures en maatregelen voor houders van bedrijfsgeheimen
Elke Partij zorgt ervoor dat eenieder die deelneemt aan de civielrechtelijke procedures als bedoeld in artikel 132, of die toegang heeft tot documenten die deel uitmaken van die procedures, een bedrijfsgeheim of vermeend bedrijfsgeheim niet mag gebruiken of openbaar maken, voor zover de rechterlijke instanties dit bedrijfsgeheim, op een deugdelijk gemotiveerd verzoek van een belanghebbende, als vertrouwelijk hebben aangemerkt en dat hun ter kennis is gekomen als gevolg van een dergelijke deelname of toegang.
In de civielrechtelijke procedures als bedoeld in artikel 132 zorgt elke Partij ervoor dat haar rechterlijke instanties ten minste de bevoegdheid hebben om:
- a. voorlopige maatregelen te treffen om het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, te voorkomen;
- b. dwangmiddelen in te stellen om het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, te voorkomen;
- c. aan eenieder die wist of had moeten weten dat hij doende was een bedrijfsgeheim te verkrijgen, te gebruiken of openbaar te maken op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, een passende schadevergoeding op te leggen, te betalen aan de houder van het bedrijfsgeheim, ter compensatie van de werkelijke schade die deze wegens het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim heeft geleden;
- d. specifieke maatregelen te treffen om de vertrouwelijkheid te garanderen van elk bedrijfsgeheim of vermeend bedrijfsgeheim dat in een civielrechtelijke procedure in verband met het vermeende verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim op een manier die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, wordt overgelegd; dergelijke specifieke maatregelen kunnen overeenkomstig de wetgeving van de desbetreffende Partij, de mogelijkheid omvatten om:
- i. de toegang tot bepaalde documenten geheel of gedeeltelijk te beperken;
- ii. de toegang tot hoorzittingen en hun respectieve opnamen of transcripties te beperken; en
- iii. een niet-vertrouwelijke versie ter beschikking te stellen van een vonnis waarin de passages die bedrijfsgeheimen bevatten, zijn verwijderd of aangepast; en
- e. sancties op te leggen aan eenieder die deelneemt aan de gerechtelijke procedure en die nalaat of weigert gevolg te geven aan rechterlijke bevelen betreffende de bescherming van het bedrijfsgeheim of het vermeende bedrijfsgeheim.
Van geen van de Partijen wordt verlangd dat zij instaan voor de civielrechtelijke procedures en maatregelen als bedoeld in artikel 132, indien de activiteit in strijd met eerlijke handelsgebruiken geschiedt, overeenkomstig de terzake geldende wetgeving van een Partij, met de bedoeling een fout, wangedrag of illegale activiteiten te onthullen, of om een rechtmatig belang te beschermen dat door de wet is erkend.
Artikel 134. Gegevensbescherming voor geneesmiddelen20)Voor de toepassing van dit artikel omvat „algemeen belang” de volksgezondheid, in overeenstemming met de Verklaring van Doha en interne wetgeving.
Ter uitvoering van artikel 39 van de Trips-Overeenkomst en bij het waarborgen van doeltreffende bescherming tegen oneerlijke mededinging zoals bepaald in artikel 10 van het Unieverdrag van Parijs, beschermt elke Partij commercieel vertrouwelijke informatie die is ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen te verkrijgen (hierna „vergunning voor het in de handel brengen” genoemd), tegen openbaarmaking aan derden, tenzij maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de gegevens worden beschermd tegen oneerlijk commercieel gebruik of tenzij wanneer openbaarmaking noodzakelijk is om een hoger openbaar belang te dienen.
Indien een Partij als voorwaarde voor de goedkeuring van het in de handel brengen van een geneesmiddel de overlegging van niet openbaar gemaakte test- of andere gegevens vereist waarvan de opstelling een aanmerkelijke inspanning vergt, beschermt de Partij die gegevens tegen oneerlijk commercieel gebruik. Bovendien beschermt elke Partij die gegevens tegen openbaarmaking, behalve indien openbaarmaking noodzakelijk is ter bescherming van het algemene belang.
Elke Partij waarborgt dat de autoriteit die verantwoordelijk is voor het verlenen van de vergunning voor het in de handel brengen, gedurende een periode van ten minste vijf jaar geen daarop volgende aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen aanvaardt die betrekking hebben op de in lid 2 bedoelde gegevens die in de aanvraag voor de eerste vergunning voor het in de handel brengen zijn ingediend, zonder uitdrukkelijke toestemming van de houder van de eerste vergunning voor het in de handel brengen, behalve indien noodzakelijk ter bescherming van het algemene belang.
Artikel 135. Gegevensbescherming voor gewasbeschermingsmiddelen
Elke Partij kent een tijdelijk recht, hierna „gegevensbescherming” genoemd, toe aan de eigenaar van een test- of studieverslag dat voor het eerst is ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel. Gedurende die periode wordt het test- of studieverslag niet gebruikt ten behoeve van een andere persoon die een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel tracht te verkrijgen, tenzij kan worden bewezen dat de eerste eigenaar hiermee uitdrukkelijk instemt.
Het test- of studieverslag moet:
- a. nodig zijn voor de toelating of een wijziging van de vergunning om toepassing op een ander gewas mogelijk te maken; en
- b. in overeenstemming zijn verklaard met de beginselen van goede laboratoriumpraktijken of goede experimentele praktijken.
De gegevensbescherming geldt voor een termijn van ten minste 10 jaar vanaf de eerste vergunning door de betrokken autoriteit in de desbetreffende Partij. Voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico kan de termijn worden verlengd tot 13 jaar.
De termijn voor de gegevensbescherming wordt met drie maanden verlengd bij elke verlenging van de vergunning voor beperkte toepassingen indien die vergunningen door de houder van de vergunning uiterlijk vijf jaar na de datum van de eerste vergunning worden aangevraagd. De totale termijn voor gegevensbescherming mag in geen geval meer dan 13 jaar bedragen. Voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico mag de totale termijn voor gegevensbescherming in geen geval meer dan 15 jaar bedragen.
Een test- of studieverslag wordt eveneens beschermd wanneer het voor de verlenging of de herziening van een vergunning noodzakelijk was. In die gevallen bedraagt de termijn voor gegevensbescherming 30 maanden.
Niettegenstaande de leden 3, 4 en 5 houdt de overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor het verlenen van een vergunning voor het in de handel brengen, geen rekening met de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie voor daarop volgende vergunningen voor het in de handel brengen, ongeacht of die informatie voor het publiek beschikbaar is gesteld.
Elke Partij stelt maatregelen vast om de aanvrager en houders van eerdere vergunningen die op de respectieve grondgebieden van de Partijen zijn gevestigd, ertoe te verplichten geheime informatie te delen, om herhaling van proeven op gewervelde dieren te voorkomen.
ONDERAFDELING 7. KWEKERSRECHTEN
Artikel 136. Algemene bepalingen
Elke Partij beschermt kwekersrechten overeenkomstig het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (hierna het „UPOV-Verdrag” genoemd), met inbegrip van de facultatieve uitzondering op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15, lid 2, van het UPOV-Verdrag, en werkt samen om die rechten te bevorderen en te handhaven.
AFDELING C. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
ONDERAFDELING 1. CIVIELRECHTELIJKE EN ADMINISTRATIEVE HANDHAVING
Artikel 137. Algemene verplichtingen
De Partijen herbevestigen hun verbintenissen uit hoofde van de Trips-Overeenkomst en in het bijzonder deel III daarvan, en voorzien in de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de intellectuele-eigendomsrechten worden gehandhaafd. Die maatregelen, procedures en rechtsmiddelen zijn eerlijk en billijk, niet onnodig ingewikkeld of duur, of met onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen. Voor de toepassing van afdeling C van dit hoofdstuk omvat de term „intellectuele-eigendomsrechten” niet de onder afdeling B, onderafdeling 6, van dit hoofdstuk vallende rechten.
De in lid 1 bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen zijn tevens doeltreffend, evenredig en afschrikkend; zij worden zodanig toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor het handelsverkeer wordt vermeden, en de Partijen voorzien in waarborgen tegen misbruik ervan.
Artikel 138. Personen bevoegd tot het verzoeken om toepassing van maatregelen, procedures en rechtsmiddelen
Elke Partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze onderafdeling en in deel III van de Trips-Overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:
- a. houders van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstige het toepasselijke recht;
- b. alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en overeenkomstig het toepasselijke recht;
- c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig het toepasselijke recht;
- d. instanties die met de verdediging van beroepsbelangen zijn belast en die officieel zijn erkend als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig het toepasselijke recht.
Artikel 139. Bewijsmateriaal
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, nog voordat met een inhoudelijke beoordeling van de zaak is begonnen, op verzoek van een persoon die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van de stelling dat er inbreuk op zijn of haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd. Bij het gelasten van voorlopige maatregelen houden de rechterlijke instanties rekening met de rechtmatige belangen van de vermeende inbreukmaker.
De in lid 1 bedoelde voorlopige maatregelen kunnen de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagname van de vermeende inbreukmakende goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten omvatten.
Elke Partij treft de nodige maatregelen teneinde de rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, in voorkomend geval, op verzoek van een persoon overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de hand van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.
Artikel 140. Recht op informatie
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties in het kader van civielrechtelijke procedures wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht naar aanleiding van een met redenen omkleed en proportioneel verzoek van de eiser kunnen gelasten dat de inbreukmaker of iedere andere persoon die partij of getuige bij een geschil is, informatie verstrekt over de oorsprong en het distributienetwerk van de goederen of diensten die een inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht vormen.
Voor de toepassing van lid 1 betekent „iedere andere persoon” een persoon die:
- a. de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit blijkt te hebben;
- b. de inbreukmakende diensten op commerciële schaal blijkt te gebruiken;
- c. op commerciële schaal diensten blijkt te verlenen die bij inbreukmakende activiteiten worden gebruikt; of
- d. door een persoon die een in punt a), b) of c), bedoelde activiteit uitvoert, is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van die goederen of bij het verlenen van die diensten.
De in lid 1 bedoelde informatie omvat, naargelang het geval:
- a. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, aanbieders en andere eerdere houders van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren; en
- b. informatie over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, en over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.
De leden 1 en 2 gelden onverminderd het recht van elke Partij waarbij:
- a. de houder van het recht aanvullende rechten op informatie worden toegekend;
- b. het gebruik van de overeenkomstig dit artikel meegedeelde informatie in civielrechtelijke procedures wordt geregeld;
- c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
- d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf of door naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven; of
- e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
Artikel 141. Voorlopige en conservatoire maatregelen
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen tegen de vermeende inbreukmaker dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien de interne wetgeving hierin voorziet op straffe van een dwangsom, tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat recht te verbieden, dan wel om aan die voortzetting de voorwaarde te verbinden dat voor schadeloosstelling van de houder van het recht zekerheid wordt gesteld. Onder dezelfde voorwaarden kan ook een voorlopig bevel worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon van wie de diensten, met inbegrip van internetdiensten, door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht.
Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagname of afgifte te kunnen gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bewegen.
Elke Partij zorgt ervoor dat, in geval van een vermeende inbreuk op commerciële schaal en indien de eiser omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, de rechterlijke instanties overeenkomstig de interne wetgeving kunnen overgaan tot conservatoir beslag op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van de bankrekeningen en andere tegoeden van de vermeende inbreukmaker. Met het oog daarop kunnen de bevoegde instanties overlegging van bancaire, financiële of commerciële documenten of passende inzage van de desbetreffende informatie gelasten.
Artikel 142. Corrigerende maatregelen
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de houder van het betrokken recht wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de vernietiging of op zijn minst de definitieve onttrekking aan het handelsverkeer kunnen gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht maken. Elke Partij ziet er tevens op toe dat de rechterlijke instanties in voorkomend geval de vernietiging kunnen gelasten van materialen en werktuigen die voornamelijk bij de voortbrenging of de vervaardiging van die goederen zijn gebruikt.
De rechterlijke instanties van elke Partij hebben de bevoegdheid te gelasten dat de in lid 1 bedoelde corrigerende maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
Bij de behandeling van een verzoek om corrigerende maatregelen wordt rekening gehouden met de noodzaak van evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste corrigerende maatregelen en met de belangen van derden.
Artikel 143. Rechterlijke bevelen
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, wanneer een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker en tegen een tussenpersoon van wie de diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht, kunnen uitvaardigen.
Artikel 144. Alternatieve maatregelen
Elke Partij kan bepalen dat de rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van de persoon aan wie de in artikel 142 of artikel 143 vervatte corrigerende maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van die artikelen niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de corrigerende maatregelen hem of haar onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.
Artikel 145. Schadevergoeding
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben om, op verzoek van de benadeelde partij, de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij of zij inbreuk pleegde, te gelasten aan de houder van het recht een schadevergoeding te betalen die passend is voor de werkelijke schade die deze wegens de inbreuk heeft geleden. De rechterlijke instanties die de schadevergoeding vaststellen:
- a. houden rekening met alle passende factoren, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of
- b. kunnen als alternatief voor punt a) in voorkomend geval de schadevergoeding vaststellen als een vast bedrag, op basis van factoren zoals ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.
De Partijen kunnen ten behoeve van de benadeelde partij bepalen dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een, eventueel vooraf vastgestelde, schadevergoeding kunnen gelasten, indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij of zij inbreuk pleegde.
Artikel 146. Gerechtskosten
Elke Partij zorgt ervoor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de bij de gerechtelijke procedure in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.
Artikel 147. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken
Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van bekendmaking en volledige of gedeeltelijke publicatie van de uitspraak.
Artikel 148. Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten
De Partijen erkennen dat het voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en corrigerende maatregelen voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, volstaat dat zijn of haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd. Dit artikel is mutatis mutandis van toepassing op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.
Artikel 149. Administratieve procedures
Voor zover een civielrechtelijke corrigerende maatregel kan worden gelast als gevolg van administratieve procedures ten principale, is een dergelijke procedure in overeenstemming met de beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan die welke in de terzake geldende bepalingen van deze afdeling zijn vervat.
ONDERAFDELING 2. HANDHAVING AAN DE GRENS
Artikel 150. Maatregelen aan de grens
Met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, stelt elke Partij procedures in, of handhaaft deze, op grond waarvan een houder van een recht een verzoek kan indienen waarbij de douaneautoriteiten worden verzocht goederen vast te houden of de vrijgave ervan op te schorten wanneer een inbreuk wordt vermoed op intellectuele-eigendomsrechten, met name handelsmerken, auteursrechten en naburige rechten, geografische aanduidingen, octrooien, gebruiksmodellen, tekeningen of modellen van nijverheid, topografieën van geïntegreerde schakelingen en kwekersrechten (hierna „verdachte goederen” genoemd).
Elke Partij beschikt over elektronische systemen voor het beheer van de ingewilligde of geregistreerde verzoeken door de douaneautoriteiten. Uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst voorziet de Kirgizische Republiek in dergelijke elektronische systemen.
Wanneer een Partij een vergoeding in rekening brengt voor de administratieve kosten die voortvloeien uit het verzoek of de registratie, staat die vergoeding in verhouding tot de verleende dienst en de gemaakte kosten.
Elke Partij zorgt ervoor dat haar douaneautoriteiten binnen een redelijke termijn overeenkomstig haar wetgeving beslissen over de inwilliging of registratie van een verzoek.
Elke Partij zorgt ervoor dat een verzoek als bedoeld in lid 1 van toepassing is op meervoudige zendingen.
Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten met betrekking tot goederen die onder douanetoezicht staan, op eigen initiatief kunnen optreden om verdachte goederen vast te houden of de vrijgave ervan op te schorten.
Elke Partij zorgt ervoor dat haar douaneautoriteiten risicoanalyse gebruiken om verdachte goederen te identificeren.
Elke Partij beschikt over procedures voor de vernietiging van verdachte goederen, zonder dat voorafgaande administratieve of gerechtelijke procedures nodig zijn voor de formele vaststelling van de inbreuken, met name indien de betrokken personen instemmen met of geen bezwaar maken tegen de vernietiging. In gevallen waar verdachte goederen waarvan is bepaald dat zij een inbreuk maken, niet worden vernietigd, zorgt elke Partij ervoor dat die goederen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, op zodanige wijze aan het verkeer worden onttrokken dat nadeel voor de houder van het recht wordt vermeden.
Wanneer vervolgens wordt vastgesteld dat de vastgehouden of geschorste goederen geen inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, is de houder van het recht aansprakelijk jegens elke houder of aangever van de goederen die in dit verband schade heeft geleden, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van elke Partij.
Het is elke Partij toegestaan over procedures te beschikken voor de snelle vernietiging van nagemaakte merkartikelen en door piraterij verkregen goederen die in post- of expreskoerierszendingen worden verzonden.
Elke Partij kan besluiten dit artikel niet toe te passen op de invoer van goederen die door of met toestemming van de houders van het recht in een ander land in de handel zijn gebracht. Een Partij kan goederen van niet-commerciële aard die zich in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, van de toepassing van dit artikel uitsluiten.
Elke Partij ziet erop toe dat haar douaneautoriteiten een regelmatige dialoog aangaan en de samenwerking bevorderen met de desbetreffende belanghebbenden en met andere instanties die betrokken zijn bij de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.
De Partijen werken samen met betrekking tot de internationale handel in verdachte goederen. De Partijen komen met name overeen informatie uit te wisselen over de handel in verdachte goederen die gevolgen heeft voor de andere Partij, onverminderd de respectievelijk toepasselijke wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens in elke Partij.
Onverminderd andere vormen van samenwerking is het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken van toepassing op inbreuken op de wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten voor de handhaving waarvan de douaneautoriteiten overeenkomstig dit artikel bevoegd zijn.
Het in artikel 154 bedoelde subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten is verantwoordelijk voor de goede werking en uitvoering van dit artikel, met name wat betreft de samenwerking tussen de Partijen.
Artikel 151. Overeenstemming met GATT 1994 en de Trips-Overeenkomst
Bij de uitvoering van maatregelen aan de grens ter handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten, ongeacht of zij onder deze onderafdeling vallen, zorgen de Partijen voor overeenstemming met hun verplichtingen uit hoofde van de GATT 1994 en de Trips-Overeenkomst, met name met artikel V van de GATT 1994 en artikel 41 en deel III, afdeling 4, van de Trips-Overeenkomst.
AFDELING D. SLOTBEPALINGEN
Artikel 152. Samenwerking
De Partijen komen overeen samen te werken ter ondersteuning van de uitvoering van de verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk.
De samenwerking tussen de Partijen omvat de volgende activiteiten:
- a. uitwisseling van informatie over het rechtskader met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten en de regels om deze te beschermen en te handhaven;
- b. uitwisseling van ervaringen tussen de Partijen over de vooruitgang op wetgevingsgebied;
- c. uitwisseling van ervaringen tussen de Partijen met betrekking tot de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op centraal en subcentraal niveau;
- d. coördinatie ter voorkoming van de uitvoer van nagemaakte goederen, ook met andere landen;
- e. technische bijstand, capaciteitsopbouw; uitwisseling en opleiding van personeel;
- f. bescherming en verdediging van intellectuele-eigendomsrechten en verspreiding van informatie hierover, onder meer in het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld;
- g. voorlichting van consumenten en houders van een recht; uitbreiding van institutionele samenwerking, met name tussen bureaus voor intellectuele eigendom;
- h. bevordering van de voorlichting en bewustmaking van het grote publiek over het beleid inzake de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;
- i. bevordering van de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door publiek-particuliere samenwerking waarbij kleine en middelgrote ondernemingen betrokken zijn;
- j. formulering van doeltreffende strategieën om te bepalen wat de doelgroepen zijn en van communicatieprogramma’s om het bewustzijn van de consument en de media te verbeteren over de impact van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van het gevaar voor gezondheid en veiligheid en het verband met de georganiseerde misdaad.
Elke Partij kan de productspecificaties of een samenvatting daarvan alsmede de contactpunten voor de controle op en het beheer van op grond van onderafdeling 4 beschermde geografische aanduidingen uit de andere Partij, openbaar maken.
De Partijen houden rechtstreeks of via het in artikel 154 bedoelde subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten contact over alle kwesties in verband met de uitvoering en werking van dit hoofdstuk.
Artikel 153. Vrijwillige initiatieven van belanghebbenden
Elke Partij streeft ernaar vrijwillige initiatieven van belanghebbenden om inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten terug te dringen, ook online en op andere marktplaatsen, te faciliteren, waarbij de nadruk ligt op concrete problemen en praktische oplossingen worden gezocht die realistisch, evenwichtig, proportioneel en billijk zijn voor alle betrokkenen, onder meer als volgt:
- a. elke Partij streeft ernaar belanghebbenden op haar grondgebied consensueel bijeen te roepen om vrijwillige initiatieven te faciliteren om oplossingen te vinden en geschillen op te lossen met betrekking tot de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en het terugdringen van inbreuken;
- b. de Partijen streven ernaar onderling informatie uit te wisselen over inspanningen om vrijwillige initiatieven van belanghebbenden op hun respectievelijk grondgebied te faciliteren; en
- c. de Partijen streven ernaar een open dialoog en samenwerking tussen de belanghebbenden in de Partijen te bevorderen en die belanghebbenden aan te moedigen gezamenlijk oplossingen te vinden en geschillen over de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op te lossen en inbreuken terug te dringen.
Artikel 154. Institutionele bepalingen
De Partijen stellen een subcomité voor intellectuele-eigendomsrechten in (hierna „IER-subcomité” genoemd) dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese Unie en van de Kirgizische Republiek, en dat tot taak heeft toezicht te houden op de toepassing van dit hoofdstuk en de samenwerking tussen de Partijen en de dialoog over intellectuele-eigendomsrechten te intensiveren.
Het IER-subcomité komt bijeen op verzoek van een van beide Partijen, afwisselend in de Europese Unie en in de Kirgizische Republiek, op een tijdstip, plaats en wijze (waaronder eventueel per videoconferentie) die onderling door de Partijen worden bepaald, maar uiterlijk binnen 90 dagen na indiening van het verzoek.
HOOFDSTUK 9. OVERHEIDSOPDRACHTEN
Artikel 155. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel in de handel worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;
- b. „diensten in verband met de bouw”: diensten die gericht zijn op de uitvoering, op welke wijze dan ook, van civieltechnische of bouwwerkzaamheden gebaseerd op afdeling 51 van de VN CPC;
- c. „elektronische veiling”: een zich herhalend proces waarbij leveranciers langs elektronische weg nieuwe prijzen opgeven, dan wel nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de beoordelingscriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving, of beide, en waardoor een rangorde van de inschrijvingen tot stand komt of de rangorde wordt gewijzigd;
- d. „schriftelijk”: elke formulering in woorden of cijfers die gelezen, gereproduceerd en later meegedeeld kan worden, met inbegrip van elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;
- e. „onderhandse aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende dienst een of meerdere leveranciers van zijn keuze aanzoekt;
- f. „maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratieve richtsnoer of praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende dienst, betreffende een onder dit hoofdstuk vallende opdracht;
- g. „lijst voor veelvuldig gebruik”: een lijst van erkende leveranciers die de aanbestedende dienst meer dan eens wil gebruiken;
- h. „bericht van aanbesteding”: bekendmaking van een aanbestedende dienst waarin belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;
- i. „compensatie”: een voorwaarde of verbintenis die de plaatselijke ontwikkeling aanmoedigt of de betalingsbalans van een Partij verbetert, bijvoorbeeld betreffende het gebruik van interne producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en vergelijkbare maatregelen of vereisten;
- j. „openbare aanbesteding”: een aanbestedingsprocedure waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
- k. „aanbestedende dienst”: een entiteit die onder een onderafdeling van een Partij valt van afdeling 1, 2 of 3 van bijlage 9;
- l. „erkende leverancier”: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;
- m. „aanbesteding met voorafgaande selectie”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende dienst uitsluitend erkende leveranciers tot inschrijven uitnodigt;
- n. „diensten”: omvat diensten in verband met de bouw, tenzij anders bepaald;
- o. „norm”: een door een erkend orgaan goedgekeurd document dat voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtlijnen of kenmerken voor producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is; zij kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;
- p. „leverancier”: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren;
- q. „technische specificatie”: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:
- i. de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen en methoden voor productie of levering; of
- ii. de terminologie en symbolen die in verband met een product of dienst moeten worden gebruikt, en eventuele verpakkings-, markerings- of etiketteringsvereisten worden vastgesteld;
- r. „VN-CPC”: de voorlopige centrale productenclassificatie van de Verenigde Naties (United Nations Provisional Central Product Classification) (Statistical Papers Series M Nr. 77, Department of International Economic and Social Affairs, Statistical Office of the United Nations, New York, 1991).
Artikel 156. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle maatregelen die betrekking hebben op onder dit hoofdstuk vallende opdrachten, ongeacht of deze geheel of gedeeltelijk elektronisch worden aanbesteed.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „onder dit hoofdstuk vallende opdrachten” verstaan: opdrachten betreffende de aanschaf voor overheidsdoeleinden:
- a. van goederen, diensten of een combinatie daarvan:
- i. zoals gespecificeerd in bijlage 9; en
- ii. die niet worden aangeschaft met het oog op commerciële verkoop of wederverkoop of voor gebruik bij de productie of levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop of wederverkoop;
- b. met welke contractuele middelen dan ook, waaronder: koop; lease; en huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
- c. waarvan de waarde, berekend overeenkomstig de leden 6, 7, en 8, van dit artikel, ten tijde van de publicatie van het bericht van aanbesteding overeenkomstig artikel 160, gelijk is aan of meer bedraagt dan de desbetreffende drempelwaarde die vermeld is in de afdelingen 1, 2 en 3 van bijlage 9;
- d. door een aanbestedende dienst; en
- e. die niet anderszins zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van lid 3 van dit artikel of van de onderafdeling van de desbetreffende Partij van afdeling 1, 2, 3 of 5 van bijlage 9.
Tenzij anders bepaald in bijlage 9, is dit hoofdstuk niet van toepassing op:
- a. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of de rechten daarop;
- b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van bijstand die een Partij verleent, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen;
- c. de aanschaf of verwerving van belastingadviesdiensten of bewaardiensten, vereffenings- en managementdiensten voor gereglementeerde financiële instellingen of diensten in verband met de verkoop, aflossing en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, promessen en andere effecten;
- d. arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid;
- e. opdrachten die worden aanbesteed:
- i. met het specifieke doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen;
- ii. uit hoofde van een bijzondere procedure of voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten of betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door de ondertekenende landen; of
- iii. uit hoofde van een bijzondere procedure of voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk.
De verbintenissen van elke Partij met betrekking tot onder dit hoofdstuk vallende aanbestedingen en de daarmee verband houdende toegang tot informatie zijn als volgt opgenomen in bijlage 9:
- a. in afdeling 1, de centrale-overheidsdiensten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen, met inbegrip van de toepasselijke drempelwaarden voor onder dit hoofdstuk vallende goederen en diensten;
- b. in afdeling 2, de lagere-overheidsentiteiten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen, met inbegrip van de toepasselijke drempelwaarden voor onder dit hoofdstuk vallende goederen en diensten;
- c. in afdeling 3, alle andere diensten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen, met inbegrip van de toepasselijke drempelwaarden voor onder dit hoofdstuk vallende goederen en diensten;
- d. in afdeling 4, de diensten, andere dan diensten in verband met de bouw, die onder dit hoofdstuk vallen;
- e. in afdeling 5, algemene aantekeningen en afwijkingen; en
- f. in afdeling 6, de media waarin de Partij haar aankondigingen van overheidsopdrachten, gunningsberichten en andere informatie met betrekking tot haar systeem voor overheidsopdrachten als beschreven in dit hoofdstuk publiceert.
Indien een aanbestedende dienst, in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende opdracht, van een niet in de onderafdeling van de desbetreffende Partij van afdeling 1, 2 of 3 van bijlage 9, genoemde persoon verlangt dat deze opdrachten plaatst met inachtneming van bijzondere voorschriften, dan is lid 4 van dit artikel van overeenkomstige toepassing op die voorschriften.
Ramen van de waarde
Bij het ramen van de waarde van een opdracht om te bepalen of deze onder dit hoofdstuk valt:
- a. mag een aanbestedende dienst de opdracht niet in afzonderlijke opdrachten verdelen of een bijzondere methode voor het ramen van de waarde van de opdracht kiezen of gebruiken om deze geheel of gedeeltelijk buiten de toepassing van dit hoofdstuk te doen vallen; en
- b. moet een aanbestedende dienst uitgaan van de geraamde maximale totale waarde van de opdracht over de gehele looptijd daarvan, ongeacht of de opdracht aan een of meer leveranciers is gegund, waarbij rekening wordt gehouden met alle vormen van vergoeding, met inbegrip van:
- i. premies, honoraria, commissielonen en rente; en
- ii. indien de aanbesteding de mogelijkheid van opties biedt, de totale waarde van zulke opties.
Indien een bepaald vereiste met betrekking tot een aanbesteding aanleiding geeft tot het plaatsen van meer dan één opdracht of tot het plaatsen van de opdracht in afzonderlijke percelen (hierna „herhalingsopdrachten” genoemd), moet de berekening van de geschatte maximale totale waarde gebaseerd zijn op:
- a. de waarde van herhalingsopdrachten betreffende soortgelijke goederen of diensten in de voorafgaande periode van twaalf maanden of het voorafgaande boekjaar van de aanbestedende dienst, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de volgende twaalf maanden van de goederen of diensten; of
- b. de geraamde waarde van herhalingsopdrachten betreffende soortgelijke goederen of diensten die zullen worden gegund in de periode van twaalf maanden volgende op de gunning van de eerste opdracht of het boekjaar van de aanbestedende dienst.
In geval van een aanbesteding door middel van leasing, huur of huurkoop van een goed of dienst, of van een aanbesteding waarvoor geen totale prijs is opgegeven, wordt de waarde op de volgende grondslag bepaald:
- a. bij opdrachten met een vastgestelde looptijd:
- i. de totale geraamde maximale waarde voor de looptijd van de opdracht indien de looptijd daarvan ten hoogste twaalf maanden bedraagt; of
- ii. indien de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, de totale geraamde maximale waarde, met inbegrip van de geraamde restwaarde;
- b. het geraamde maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48; en
- c. indien niet duidelijk is of het om een met een vaste looptijd gaat, is punt b) van toepassing.
Artikel 157. Veiligheid en algemene uitzonderingen
Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk kan worden uitgelegd als een beletsel voor een Partij om maatregelen te nemen of informatie niet te verstrekken indien zij dit nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen met betrekking tot de aanschaf:
- a. van wapens, munitie of oorlogsmaterieel;
- b. die onmisbaar is voor de nationale veiligheid; of
- c. voor nationale defensiedoeleinden.
Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij in gelijke omstandigheden een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de Partijen dan wel een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen de Partijen vormen, mag geen van de bepalingen van dit hoofdstuk worden uitgelegd als beletsel voor het opleggen of handhaven door een van beide Partijen van maatregelen die:
- a. noodzakelijk zijn voor het beschermen van de openbare zeden, de openbare orde of de veiligheid;
- b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten;
- c. noodzakelijk zijn ter bescherming van intellectuele eigendom; of
- d. betrekking hebben op goederen of diensten van mensen met een handicap, liefdadigheidsinstellingen of gevangenisarbeid.
Artikel 158. Algemene beginselen
Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten behandelt een Partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, goederen en diensten uit de andere Partij en leveranciers uit de andere Partij die die goederen of diensten aanbieden, onmiddellijk en onvoorwaardelijk niet minder gunstig dan zij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, binnenlandse goederen, diensten en leveranciers behandelt.
Voor alle maatregelen betreffende de hier bedoelde overheidsopdrachten mag een Partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten,:
- a. een plaatselijk gevestigde leverancier niet minder gunstig behandelen dan een andere plaatselijk gevestigde leverancier op grond van de mate waarin het kapitaal ervan of de zeggenschap erover in buitenlandse handen is; of
- b. een plaatselijk gevestigde leverancier niet discrimineren op grond van het feit dat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, goederen of diensten van de andere Partij zijn.
Elke Partij zorgt ervoor dat leveranciers van de andere Partij die door middel van de oprichting, verwerving of handhaving van een rechtspersoon een commerciële aanwezigheid op haar grondgebied hebben gevestigd, met betrekking tot overheidsopdrachten van de Partij op haar grondgebied een behandeling krijgen die niet minder gunstig is dan de behandeling die haar binnenlandse leveranciers overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving genieten.
De algemene uitzonderingen van artikel 157 zijn van toepassing.
Wanneer een onder dit hoofdstuk vallende opdracht wordt aanbesteed met gebruikmaking van elektronische middelen:
- a. zorgt de aanbestedende dienst ervoor dat voor de aanbesteding, waaronder ook voor de authenticatie en encryptie van informatie, informatietechnologiesystemen en software worden gebruikt die algemeen beschikbaar zijn en interoperabel met andere algemeen beschikbare informatietechnologiesystemen en software;
- b. hanteert de aanbestedende dienst mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelname en van inschrijvingen waarborgen, onder meer wat betreft de bepaling van het tijdstip van ontvangst en het voorkomen van ongeoorloofde toegang; en
- c. gebruikt de aanbestedende dienst elektronische informatie- en communicatiemiddelen voor de bekendmaking van aankondigingen en aanbestedingsstukken in aanbestedingsprocedures en, voor zover mogelijk, voor de indiening van inschrijvingen.
Een aanbestedende dienst zorgt ervoor dat onder dit hoofdstuk vallende opdrachten op een transparante en onpartijdige wijze worden aanbesteed:
- a. die in overeenstemming is met dit hoofdstuk, waarbij gebruik wordt gemaakt van methoden als openbare aanbesteding, aanbesteding met voorafgaande selectie en onderhandse aanbesteding;
- b. waarbij belangenconflicten worden vermeden; en
- c. waarbij corrupte praktijken wordt voorkomen.
Ten behoeve van onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten passen de Partijen op uit de andere Partij ingevoerde goederen of diensten of door de andere Partij geleverde goederen of verleende diensten geen oorsprongsregels toe die afwijken van de oorsprongsregels die de Partij op dat moment op de invoer van dezelfde goederen of de verlening van dezelfde diensten in het normale handelsverkeer toepast.
Met betrekking tot onder dit hoofdstuk vallende opdrachten mogen de Partijen en hun aanbestedende diensten geen compensatie vragen, in aanmerking nemen, opleggen of afdwingen.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op:
- a. douanerechten en heffingen van welke aard ook die bij invoer of in verband met invoer worden geïnd;
- b. de wijze van inning van dergelijke rechten en heffingen; of
- c. andere invoerregelingen en -formaliteiten, en maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, andere dan maatregelen betreffende onder dit hoofdstuk vallende opdrachten.
Elke Partij zorgt ervoor dat zij over passende maatregelen beschikt om corruptie bij haar overheidsopdrachten aan te pakken. Die maatregelen kunnen procedures omvatten om leveranciers die door de rechterlijke instanties of bevoegde overheidsinstanties van die Partij in laatste aanleg werden vastgesteld betrokken te zijn bij frauduleuze of andere onwettige handelingen met betrekking tot overheidsopdrachten op het grondgebied van die Partij, voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde periode niet in aanmerking te laten komen voor deelname aan aanbestedingen van die Partij. Elke Partij zorgt er ook voor dat zij beschikt over beleid en procedures om mogelijke belangenconflicten van personen die betrokken zijn bij of invloed hebben op aanbestedingen, zoveel mogelijk uit te sluiten of te beheersen.
Artikel 159. Informatie over het systeem voor overheidsopdrachten
Elke Partij:
- a. publiceert onverwijld alle wetgeving, regelgeving, gerechtelijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en standaardclausules die bij wet- of regelgeving verplicht zijn gesteld en door verwijzing zijn opgenomen in berichten betreffende de aanbesteding, aanbestedingsdossiers en procedures inzake onder dit hoofdstuk vallende opdrachten, alsmede alle wijzigingen daarvan, in officieel daartoe bestemde elektronische of gedrukte media die op ruime schaal worden verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek; en
- b. verstrekt desgevraagd een uitleg daarvan aan de andere Partij.
Elke Partij vermeldt in afdeling 6 van bijlage 9:
- a. de elektronische of gedrukte media waarin de Partij de in lid 1, punt a), van dit artikel bedoelde informatie publiceert;
- b. de elektronische of gedrukte media waarin de Partij de berichten overeenkomstig artikel 160, artikel 162, lid 7, en artikel 169, lid 2, publiceert; en
- c. de website(s) waarop de Partij de in artikel 169, lid 2, bedoelde berichten over de gunning van een opdracht publiceert.
Een Partij stelt het Samenwerkingscomité onverwijld in kennis van elke wijziging van de op grond van lid 2 van dit artikel, in afdeling 6 van bijlage 9 vermelde informatie.
Artikel 160. Aankondigingen
Alle in dit artikel bedoelde aankondiging (bericht van aanbesteding, samenvattend bericht van aanbesteding en bericht van geplande aanbesteding) zijn kosteloos rechtstreeks en langs elektronische weg toegankelijk via één enkel online toegangspunt. Voorts kunnen de aankondigingen ook worden gepubliceerd in een geschikte gedrukte vorm die op ruime schaal wordt verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek, ten minste totdat de in de aankondiging aangegeven termijn is verstreken.
Voor elke onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht publiceert de aanbestedende dienst, behalve in de in artikel 166 beschreven omstandigheden, een bericht van aanbesteding.
Tenzij anders bepaald in dit hoofdstuk, worden in alle berichten van aanbesteding de volgende gegevens opgenomen:
- a. de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de aanbestedende dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de aanbesteding te verkrijgen, alsmede de eventuele kosten en betalingsvoorwaarden;
- b. een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een raming van de hoeveelheid, indien de hoeveelheid niet exact bekend is;
- c. voor herhalingsopdrachten zo mogelijk een raming van de timing voor de volgende berichten van aanbesteding;
- d. een beschrijving van eventuele facultatieve onderdelen;
- e. de termijnen voor de levering van goederen of diensten of de looptijd van de opdracht;
- f. de gebruikte aanbestedingsprocedure, met vermelding of daarbij gebruik zal worden gemaakt van onderhandelingen of een elektronische veiling;
- g. in voorkomend geval, het adres en de datum waarop inschrijvingen of verzoeken tot deelname uiterlijk moeten worden ingediend;
- h. het adres en de uiterste datum voor de indiening van inschrijvingen;
- i. de taal of talen waarin inschrijvingen of verzoeken om deelname mogen worden ingediend, indien zij mogen worden ingediend in een andere taal dan een officiële taal van de Partij waartoe de aanbestedende dienst behoort;
- j. een lijst en korte omschrijving van alle voorwaarden voor deelname, waaronder de eventuele verplichte verstrekking van specifieke documenten of certificaten door de leveranciers in verband met de deelname, tenzij die vereisten zijn opgenomen in het aanbestedingsdossier dat aan alle belangstellende leveranciers ter beschikking wordt gesteld op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding;
- k. indien de aanbestedende dienst voornemens is overeenkomstig artikel 162 een beperkt aantal erkende leveranciers uit te nodigen in te schrijven: de criteria aan de hand waarvan zij zullen worden gekozen en eventuele beperkingen van het aantal erkende leveranciers dat mag inschrijven; en
- l. een vermelding dat de aanbesteding een onder dit hoofdstuk vallende aanbesteding is.
Voor iedere voorgenomen aanbesteding publiceert de aanbestedende dienst in een van de talen van de WTO, op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding, een gemakkelijk toegankelijk samenvattend bericht van aanbesteding. Dit samenvattend bericht van aanbesteding bevat ten minste de volgende informatie:
- a. de inhoud van de opdracht;
- b. de uiterste termijn voor de indiening van inschrijvingen en in voorkomend geval de uiterste termijn voor de indiening van verzoeken om deelname aan de aanbesteding of aanvragen tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik; en
- c. het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd.
De aanbestedende diensten worden aangemoedigd hun aanbestedingsplannen zo vroeg mogelijk in elk begrotingsjaar bekend te maken (hierna „bericht van geplande aanbesteding” genoemd) in de passende elektronische en, indien beschikbaar, gedrukte media die in afdeling 6 van bijlage 9 worden vermeld. Het bericht van geplande aanbesteding wordt ook bekendgemaakt op de in afdeling 6 van bijlage 9 vermelde website van het centrale toegangspunt, met inachtneming van lid 3 van dit artikel. Het bericht van geplande aanbesteding dient de inhoud van de opdrachten en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding te bevatten.
Onder afdeling B of C vallende aanbestedende diensten, kunnen het bericht van geplande aanbesteding als bericht van aanbesteding gebruiken, mits het bericht van geplande aanbesteding zoveel mogelijk van de in lid 4 van dit artikel bedoelde informatie bevat waarover de aanbestedende dienst beschikt, alsmede een verklaring dat leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de aanbestedende dienst bekend kunnen maken.
Artikel 161. Voorwaarden voor deelname
Aanbestedende diensten beperken eventuele voorwaarden voor deelname aan een aanbesteding tot wat noodzakelijk is om te waarborgen dat de leverancier over de juridische en financiële capaciteit en de commerciële en technische vaardigheden beschikt om de desbetreffende opdracht uit te voeren.
Bij de vaststelling van de voorwaarden voor deelname mag een aanbestedende dienst:
- a. de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een aanbestedende dienst van een Partij; en
- b. relevante ervaring verlangen wanneer deze van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te kunnen voldoen21)Ter verduidelijking: indien een aanbestedende dienst het aantonen van eerdere ervaring verlangt, volstaat het dat de leverancier aantoont dat deze ervaring op om het even welk grondgebied is opgedaan. Ter verduidelijking:.
Bij de beoordeling of een leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet:
- a. evalueert de aanbestedende dienst de financiële, commerciële en technische vaardigheden van de leverancier aan de hand van diens zakelijke activiteiten op en buiten het grondgebied van de Partij waartoe de aanbestedende dienst behoort; en
- b. baseert de aanbestedende dienst zich op de voorwaarden die hij vooraf in berichten van aanbesteding of in het aanbestedingsdossier heeft gespecificeerd.
Indien ondersteunend bewijs voorhanden is, kan een Partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, een leverancier van deelname aan een aanbesteding uitsluiten op grond van bijvoorbeeld:
- a. faillissement;
- b. valse verklaringen;
- c. aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke eis of verplichting uit hoofde van een eerdere opdracht;
- d. definitieve veroordelingen wegens een ernstig misdrijf of andere strafbare feiten;
- e. fouten bij de beroepsuitoefening of een handelen of nalaten dat een nadelige invloed heeft op de commerciële integriteit van de leverancier; of
- f. het verzuimen om belasting te betalen.
Artikel 162. Erkenning van leveranciers
Een Partij en haar aanbestedende diensten kunnen een systeem aanhouden voor de registratie van leveranciers in het kader waarvan belangstellende leveranciers zich moeten laten registreren en bepaalde informatie moeten verstrekken. In dat geval zorgt de Partij ervoor dat belangstellende leveranciers zoveel mogelijk langs elektronische weg toegang hebben tot informatie over het registratiesysteem en dat zij te allen tijde om registratie kunnen verzoeken. De aanbestedende dienst stelt hen binnen een redelijke termijn in kennis van het besluit om dit verzoek in te willigen of af te wijzen. Indien het verzoek wordt afgewezen, wordt het besluit naar behoren met redenen omkleed.
Elke Partij zorgt ervoor dat:
- a. haar aanbestedende diensten zich inspannen om verschillen in hun erkenningsprocedures tot een minimum te beperken; en
- b. indien haar aanbestedende diensten registratiesystemen aanhouden, zij zich inspannen om verschillen in hun registratiesystemen tot een minimum te beperken.
Een Partij en haar aanbestedende diensten mogen geen registratiesysteem of erkenningsprocedure vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de deelname van leveranciers uit de andere Partij aan de aanbesteding ontstaan.
Indien een aanbestedende dienst een opdracht wil aanbesteden met voorafgaande selectie:
- a. neemt hij in het bericht van aanbesteding ten minste de in artikel 160, lid 3, punten a), b), f), g), j), k), en l), vermelde informatie op en nodigt hij leveranciers uit een verzoek om deelname in te dienen; en
- b. verstrekt de aanbestedende dienst bij aanvang van de inschrijvingstermijn ten minste de in artikel 160, lid 3, punten c), d), e), h), en i), gespecificeerde informatie aan de erkende leveranciers die hij overeenkomstig artikel 164, lid 3, punt b), inlicht.
De aanbestedende dienst staat alle erkende leveranciers toe om aan een bepaalde aanbesteding deel te nemen, tenzij de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding vermeldt dat het aantal erkende leveranciers dat tot de aanbesteding wordt toegelaten, beperkt is en daarbij de criteria voor de selectie van dit beperkte aantal leveranciers opgeeft. Een uitnodiging tot het indienen van inschrijvingen wordt gericht tot het aantal erkende leveranciers dat nodig is om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
Indien het aanbestedingsdossier niet vanaf de datum van publicatie van het in lid 4, punt a), bedoelde bericht openbaar toegankelijk is, zorgt de aanbestedende dienst ervoor dat het dossier voor alle overeenkomstig lid 5 geselecteerde erkende leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar komt.
Aanbestedende diensten mogen een lijst voor veelvuldig gebruik aanhouden op voorwaarde dat een bericht om belangstellende leveranciers uit te nodigen opname in de lijst aan te vragen:
- a. jaarlijks wordt gepubliceerd in het daartoe geschikte medium als vermeld in afdeling 6 van bijlage 9; en
- b. dat bericht, indien het elektronisch wordt gepubliceerd, permanent beschikbaar wordt gesteld in de daartoe bestemde media als vermeld in afdeling 6 van bijlage 9.
In het in lid 7 bedoelde bericht worden de volgende gegevens opgenomen:
- a. een omschrijving van de goederen en diensten, of de categorieën goederen en diensten, waarvoor de lijst kan worden gebruikt;
- b. de voorwaarden voor deelname waaraan leveranciers moeten voldoen om op de lijst te worden geplaatst en de methoden die de aanbestedende dienst zal gebruiken om te controleren of een leverancier aan de voorwaarden voldoet;
- c. de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de aanbestedende dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de lijst te verkrijgen;
- d. de geldigheidsduur van de lijst en de wijze waarop die wordt verlengd of beëindigd, of wanneer er geen geldigheidsduur is voorzien, een aanwijzing over de wijze waarop de beëindiging van het gebruik van de lijst wordt meegedeeld; en
- e. de vermelding dat de lijst kan worden gebruikt voor de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)