Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (met Bijlagen en Protocol)
In afwijking van lid 7 is het toegestaan dat een aanbestedende dienst, indien hij een lijst voor veelvuldig gebruik met een geldigheidsduur van drie jaar of minder aanhoudt, het in dat lid bedoelde bericht slechts eenmaal, bij aanvang van de geldigheidsduur van de lijst, publiceert, mits hij:
- a. de geldigheidsduur van de lijst vermeldt en verklaart dat verdere kennisgevingen niet zullen worden gepubliceerd; en
- b. dat bericht elektronisch wordt gepubliceerd en gedurende de geldigheidsperiode permanent beschikbaar wordt gesteld in de daartoe bestemde media als vermeld in afdeling 6 van bijlage 9.
Een aanbestedende dienst staat leveranciers toe te allen tijde een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen en plaatst alle erkende leveranciers binnen redelijk korte tijd op die lijst.
Indien een leverancier die niet op een lijst voor veelvuldig gebruik is geplaatst, een verzoek indient om deelname aan een aanbesteding waarbij een lijst voor veelvuldig gebruik wordt gehanteerd, en hij daarbij alle vereiste documenten dienaangaande indient binnen de in artikel 164, lid 2, bepaalde termijn, onderzoekt de aanbestedende dienst het verzoek. De aanbestedende dienst sluit de leverancier niet uit van beoordeling in het kader van de aanbesteding op grond dat hij onvoldoende tijd heeft om het verzoek te onderzoeken, tenzij hij, in uitzonderlijke gevallen, wegens de complexiteit van de aanbesteding, het onderzoek van het verzoek niet kan afronden binnen de voor de indiening van inschrijvingen gestelde termijn.
Aanbestedende diensten die onder de afdelingen 2 en 3 van bijlage 9 vallen, kunnen een bericht waarbij leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen, gebruiken als bericht van aanbesteding, mits:
- a. het bericht wordt gepubliceerd overeenkomstig lid 7 van dit artikel en het de uit hoofde van lid 8 van dit artikel vereiste informatie bevat, evenals zoveel mogelijk van de uit hoofde van artikel 160, lid 2, vereiste informatie, voor zover beschikbaar, alsmede een verklaring dat het bericht als bericht van aanbesteding geldt of dat alleen de leveranciers op de lijst voor veelvuldig gebruik verdere berichten in verband met deze lijst zullen ontvangen; en
- b. de aanbestedende dienst aan leveranciers die belangstelling hebben geuit voor een bepaalde opdracht, onverwijld voldoende informatie verstrekt aan de hand waarvan de leverancier kan beoordelen in hoeverre de opdracht voor hem relevant is, alsmede alle overige uit hoofde van artikel 160, lid 2, vereiste informatie, voor zover beschikbaar.
Een onder de afdelingen 2 of 3 van bijlage 9 vallende aanbestedende dienst mag leveranciers die een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, toestaan in te schrijven voor een bepaalde opdracht, indien de aanbestedende dienst voldoende tijd heeft om te onderzoeken of de leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet.
Een aanbestedende dienst stelt leveranciers die een verzoek tot deelname aan een aanbesteding of een aanvraag tot plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, onverwijld in kennis van hun besluit inzake dat verzoek of die aanvraag.
Wanneer een aanbestedende dienst een verzoek van een leverancier om deelname of opname op een lijst voor veelvuldig gebruik afwijst, de erkenning van een leverancier als erkende leverancier intrekt of een leverancier van een lijst voor veelvuldig gebruik schrapt, stelt de aanbestedende dienst de leverancier daarvan onverwijld in kennis en verstrekt hij de leverancier desgevraagd onverwijld een schriftelijke motivering van zijn besluit.
Artikel 163. Technische specificaties en aanbestedingsdossier
Een Partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, mag geen technische specificaties op- of vaststellen of toepassen of conformiteitsbeoordelingsprocedures voorschrijven met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de handel tussen de Partijen ontstaan.
Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, moet de aanbestedende dienst in voorkomend geval:
- a. de technische specificaties bepalen aan de hand van prestatie-eisen of functionele eisen en niet aan de hand van descriptieve of ontwerpkenmerken; en
- b. de technische specificaties baseren op internationale normen, indien dergelijke normen bestaan, en anders op nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften.
Indien in de technische specificaties descriptieve of ontwerpkenmerken worden genoemd, geeft de aanbestedende dienst in voorkomend geval aan dat inschrijvingen voor gelijkwaardige goederen of diensten die aantoonbaar aan de voorwaarden van de opdracht voldoen, eveneens in aanmerking komen, door in het aanbestedingsdossier woorden als „of gelijkwaardig” op te nemen.
Een aanbestedende dienst schrijft geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, ontwerpen of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat termen zoals „of gelijkwaardig” in het aanbestedingsdossier zijn opgenomen.
Een aanbestedende dienst vraagt of aanvaardt van personen die mogelijk een commercieel belang bij een specifieke aanbesteding hebben, geen advies dat kan worden gebruikt bij het opstellen of goedkeuren van een technische specificatie voor die aanbesteding wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt uitgesloten.
Een Partij en haar aanbestedende diensten mogen technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen om het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu te bevorderen, mits dit overeenkomstig dit artikel geschiedt.
Een Partij kan:
- a. aanbestedende diensten toestaan gedurende de gehele aanbestedingsprocedure rekening te houden met milieu- en sociale overwegingen, mits die niet-discriminerend zijn en verband houden met het voorwerp van de opdracht in kwestie; en
- b. passende maatregelen nemen om de naleving van haar verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht te waarborgen, met inbegrip van de verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk 10.
De aanbestedende dienst stelt leveranciers een aanbestedingsdossier ter beschikking met alle informatie die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen. Tenzij die informatie reeds in het bericht van aanbesteding is opgenomen, bevat het aanbestedingsdossier alle onderstaande gegevens:
- a. een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een raming van de hoeveelheid, indien de hoeveelheid niet bekend is, alsmede alle eventuele vereisten waaraan moet zijn voldaan, met inbegrip van eventuele technische specificaties, certificering met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling, plannen, tekeningen of instructiemateriaal;
- b. alle eventuele voorwaarden voor deelname, met inbegrip van een lijst met informatie en documenten die de leveranciers in verband met deelname moeten verstrekken;
- c. alle beoordelingscriteria die de aanbestedende dienst bij de gunning van de opdracht zal toepassen, alsmede, tenzij de prijs het enige criterium is, het relatieve gewicht van die criteria;
- d. wanneer de aanbestedende dienst een opdracht aanbesteedt langs elektronische weg: alle authenticatie- en encryptievereisten of andere vereisten inzake de indiening van informatie en documenten langs elektronische weg;
- e. wanneer de aanbestedende dienst een elektronische veiling organiseert: de regels, onder meer over de weging van de beoordelingscriteria voor elk van de onderdelen van de opdracht, die voor de elektronische veiling zullen gelden;
- f. indien de inschrijvingen in het openbaar worden geopend: de datum en het tijdstip waarop en de plaats waar de inschrijvingen zullen worden geopend en de personen die daarbij in voorkomend geval aanwezig mogen zijn;
- g. alle andere voorwaarden, zoals betalingsvoorwaarden of eventuele beperkingen op de wijze waarop inschrijvingen kunnen worden ingediend, bijvoorbeeld op papier of op elektronische wijze; en
- h. de overeenkomstig lid 8 vastgestelde data voor de levering van goederen of diensten.
Bij de vaststelling van een datum voor de levering van de goederen of de verlening van de diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, houdt de aanbestedende dienst rekening met factoren zoals de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de tijd die realistisch gesproken nodig is voor de productie, het uit voorraad halen en het vervoer van goederen vanaf de plaatsen van levering of voor het verlenen van diensten.
De in het aanbestedingsdossier vermelde beoordelingscriteria kunnen onder meer betrekking hebben op de prijs en andere kostenfactoren, de kwaliteit, de technische waarde, de milieukenmerken en de leveringsvoorwaarden.
De aanbestedende dienst:
- a. stelt onverwijld het aanbestedingsdossier ter beschikking om ervoor te zorgen dat belangstellende leveranciers voldoende tijd hebben om een geldige inschrijving in te dienen;
- b. verstrekt desgevraagd onverwijld het aanbestedingsdossier aan alle belangstellende leveranciers; en
- c. beantwoordt onverwijld elk redelijk verzoek om relevante informatie van een belangstellende of deelnemende leverancier, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van andere leveranciers.
Indien een aanbestedende dienst voorafgaand aan de gunning van een opdracht de criteria of vereisten wijzigt die in het bericht van aanbesteding of in het aanbestedingsdossier dat aan de deelnemende leveranciers is verstrekt, zijn vermeld, of een bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier wijzigt of opnieuw publiceert, geeft hij schriftelijk kennis van alle wijzigingen of verstrekt hij een gewijzigd of nieuw bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier:
- a. aan alle leveranciers die op het tijdstip dat de informatie gewijzigd of opnieuw gepubliceerd wordt, aan de procedure deelnemen, indien die leveranciers bij de aanbestedende dienst bekend zijn, en in alle andere gevallen, op dezelfde wijze als de oorspronkelijke informatie; en
- b. op een zodanig tijdstip dat die leveranciers voldoende tijd hebben om, indien nodig, hun inschrijving te wijzigen en opnieuw in te dienen.
Artikel 164. Termijnen
Aanbestedende diensten geven, overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften, leveranciers voldoende tijd om verzoeken om deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals:
- a. de aard en de complexiteit van de opdracht;
- b. de omvang van de verwachte onderaanneming; en
- c. de tijd die nodig is voor de verzending van inschrijvingen uit het buitenland en het eigen land indien geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen.
Deze termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn.
Wanneer een aanbestedende dienst een opdracht aanbesteedt met voorafgaande selectie, mag de termijn voor de indiening van verzoeken tot deelname in beginsel niet minder dan 25 dagen vanaf de publicatiedatum van het bericht van aanbesteding bedragen. Indien als gevolg van een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde urgente situatie een dergelijke termijn onhaalbaar is, mag de termijn worden verkort tot ten minste tien dagen.
Tenzij de leden 4, 5, 7, en 8 van toepassing zijn, mag de minimumtermijn voor de indiening van inschrijvingen niet minder bedragen dan 40 dagen vanaf de datum waarop:
- a. in het geval van openbare aanbesteding, het bericht van aanbesteding is gepubliceerd; of
- b. in geval van aanbesteding met voorafgaande selectie, de aanbestedende dienst de leveranciers heeft meegedeeld dat zij worden uitgenodigd in te schrijven, ongeacht of op een lijst voor veelvuldig gebruik beroep wordt gedaan.
Een aanbestedende dienst mag de in lid 3 bedoelde termijn voor de indiening van inschrijvingen verkorten tot ten minste tien dagen, indien:
- a. de aanbestedende dienst als bedoeld in artikel 160, lid 4, ten minste 40 dagen, maar niet meer dan 12 maanden vóór de publicatie van het bericht van aanbesteding, een bericht van geplande aanbesteding heeft gepubliceerd, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:
- i. een beschrijving van de aanbesteding;
- ii. bij benadering de uiterste data voor de indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelname;
- iii. een verklaring dat de belangstellende leveranciers hun belangstelling voor de opdracht aan de aanbestedende dienst kenbaar moeten maken;
- iv. het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd; en
- v. zoveel mogelijk van de in artikel 160, lid 2, gespecificeerde informatie die vereist is voor het bericht van aanbesteding, voor zover beschikbaar;
- b. de aanbestedende dienst, in het geval van herhalingsopdrachten, in een eerste bericht van aanbesteding aangeeft dat in volgende berichten termijnen voor inschrijving zullen worden gehanteerd; of
- c. de in lid 3 genoemde termijn wegens een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde urgente situatie onhaalbaar is.
Een aanbestedende dienst mag de in lid 3 genoemde termijn voor de inschrijving met vijf dagen verkorten in elk van de volgende situaties:
- a. indien het bericht van aanbesteding elektronisch wordt gepubliceerd;
- b. indien het gehele aanbestedingsdossier elektronisch beschikbaar is vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding; en
- c. indien de aanbestedende dienst elektronische inschrijvingen aanvaardt.
De toepassing van lid 5 in samenhang met lid 4 mag er in geen geval toe leiden dat de in lid 3 bedoelde termijn voor de indiening van inschrijvingen wordt verkort tot minder dan tien dagen te rekenen vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.
In afwijking van andere bepalingen van dit artikel mag een aanbestedende dienst, indien hij handelsgoederen of -diensten of een combinatie daarvan aanschaft, de in lid 3 bedoelde termijn voor de indiening van inschrijvingen verkorten tot ten minste 13 dagen, op voorwaarde dat de aanbestedende dienst op hetzelfde tijdstip elektronisch zowel het bericht van aanbesteding als het aanbestedingsdossier publiceert. Wanneer de aanbestedende dienst bovendien elektronische inschrijvingen voor handelsgoederen of -diensten aanvaardt, mag hij de in lid 3 bedoelde termijn verkorten tot ten minste tien dagen.
Indien een onder afdeling 2 of 3 van bijlage 9 vallende aanbestedende dienst alle of een beperkt aantal erkende leveranciers heeft geselecteerd, kan de termijn voor de indiening van inschrijvingen in onderling overleg tussen de aanbestedende dienst en de geselecteerde leveranciers worden vastgesteld. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, dient de termijn ten minste tien dagen te bedragen.
Artikel 165. Onderhandelingen
Een Partij kan bepalen dat haar aanbestedende diensten onderhandelingen met leveranciers kunnen voeren:
- a. indien de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding zijn voornemen tot het voeren van onderhandelingen te kennen heeft gegeven, als bedoeld in artikel 160, lid 3, punt f); of
- b. indien bij de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk de gunstigste is volgens de specifieke beoordelingscriteria die in het bericht van aanbesteding of in het aanbestedingsdossier zijn vermeld.
Een aanbestedende dienst:
- a. zorgt ervoor dat iedere uitsluiting van leveranciers tijdens onderhandelingen plaatsvindt overeenkomstig de in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier vermelde beoordelingscriteria; en
- b. stelt, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor de resterende deelnemende leveranciers een voor iedereen gelijke termijn vast om een nieuwe of herziene inschrijving in te dienen.
Artikel 166. Onderhandse aanbesteding
Mits zij deze bepaling niet toepassen met het oogmerk de mededinging tussen leveranciers te verhinderen of op een wijze waardoor leveranciers van de andere Partij worden gediscrimineerd of binnenlandse leveranciers worden beschermd, kunnen aanbestedende diensten gebruikmaken van onderhandse aanbesteding en besluiten de artikelen 160, 161, 162, artikel 163, leden 7 tot en met 11, en de artikelen 164 tot en met 167 niet toe te passen, in een van de volgende omstandigheden:
- a. mits de vereisten van het aanbestedingsdossier niet wezenlijk worden gewijzigd, indien:
- i. geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;
- ii. geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële eisen van de aanbestedingsstukken voldoen;
- iii. geen leveranciers aan de voorwaarden voor deelname voldoen; of
- iv. de ingediende aanschrijvingen onderling zijn afgestemd;
- b. mits de goederen of diensten slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat om een van de volgende redenen:
- i. de opdracht betreft een kunstwerk;
- ii. de bescherming van octrooien, auteursrechten of andere exclusieve rechten; of
- iii. concurrentie ontbreekt om technische redenen;
- c. voor aanvullende leveringen, door de oorspronkelijke leverancier, van goederen of diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien verandering van leverancier voor de aanvullende goederen of diensten:
- i. niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn geleverd; en
- ii. tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke dubbele kosten zou leiden voor de aanbestedende dienst;
- d. mits, en alleen in strikt noodzakelijke gevallen, de goederen of diensten om uiterst dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van openbare aanbesteding of aanbesteding met voorafgaande selectie;
- e. voor goederen die op een grondstoffenmarkt worden aangekocht;
- f. wanneer een aanbestedende dienst een prototype of een nieuw product of nieuwe dienst aanschaft dat of die op zijn verzoek is ontwikkeld tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht; de originele ontwikkeling van een nieuw product of een nieuwe dienst kan een beperkte productie of levering omvatten om de resultaten van veldproeven te incorporeren en aan te tonen dat het product of de dienst geschikt is voor productie of levering in grotere hoeveelheden volgens aanvaardbare kwaliteitsnormen, maar omvat geen serieproductie of levering om commerciële levensvatbaarheid te bereiken of onderzoeks- en ontwikkelingskosten te recupereren;
- g. voor aankopen onder uitzonderlijk voordelige voorwaarden die alleen op zeer korte termijn ontstaan in het geval van ongebruikelijke verkopen, zoals bij liquidatie, curatele of faillissement, maar niet bij normale aankopen bij normale leveranciers; of
- h. indien opdrachten worden gegund aan de winnaar van een ontwerpwedstrijd, mits:
- i. de wedstrijd is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van dit hoofdstuk, met name met betrekking tot de publicatie van een bericht van aanbesteding; en
- ii. de deelnemers worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan de winnaar.
De aanbestedende dienst stelt een schriftelijk verslag op over elke opdracht die in het kader van lid 1 wordt gegund. Dit verslag vermeldt de naam van de aanbestedende dienst, de waarde en de aard van de aangeschafte goederen of diensten, en bevat tevens een verklaring met daarin een vermelding van de in lid 1 bedoelde omstandigheden en voorwaarden die de onderhandse aanbestedingsprocedure rechtvaardigden.
Artikel 167. Elektronische veilingen
Wanneer een aanbestedende dienst een onder dit hoofdstuk vallende opdracht wil aanbesteden via een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, iedere deelnemer in kennis van:
- a. de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in de aanbestedingsstukken opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;
- b. de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en
- c. alle andere relevante informatie over het houden van de elektronische veiling.
Artikel 168. Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten
De aanbestedende dienst neemt bij het ontvangen, openen en behandelen van alle inschrijvingen procedures in acht die garanderen dat het aanbestedingsproces eerlijk en onpartijdig verloopt en de inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld.
Indien een inschrijving door de aanbestedende dienst pas na het verstrijken van de vastgestelde termijn wordt ontvangen, mag de betrokken leverancier daarvan geen nadelige gevolgen ondervinden indien de vertraging uitsluitend te wijten is aan onjuiste afhandeling door de aanbestedende dienst.
Indien de aanbestedende dienst een leverancier de gelegenheid biedt om tussen de opening van de inschrijvingen en de gunning van de opdracht onbedoelde vormfouten te corrigeren, biedt de aanbestedende dienst alle deelnemende leveranciers daartoe de gelegenheid.
Gunning van opdrachten
Om voor gunning in aanmerking te komen, moet een inschrijving schriftelijk worden ingediend en bij de opening voldoen aan de essentiële eisen die in de berichten en het aanbestedingsdossier zijn vermeld, en moet zij afkomstig zijn van een erkende leverancier.
Tenzij de aanbestedende dienst besluit dat het niet in het algemeen belang is de opdracht te gunnen, wordt deze gegund aan de leverancier die volgens de bevindingen van de aanbestedende dienst de voorwaarden van de opdracht kan vervullen en van wie de inschrijving, uitsluitend beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria in de berichten en het aanbestedingsdossier:
- a. de voordeligste is; of
- b. indien de prijs het enige criterium is, de laagste prijs biedt.
Indien de aanbestedende dienst een inschrijving ontvangt met een prijs die in verhouding tot de andere inschrijvingen abnormaal laag is, kan zij inlichtingen inwinnen bij de leverancier om zich ervan te vergewissen dat deze aan de voorwaarden voor deelname voldoet en de opdracht volgens de gestelde voorwaarden kan uitvoeren. De aanbestedende dienst kan ook nagaan of de leverancier subsidies heeft ontvangen. In dat geval kan de inschrijving alleen om die reden worden afgewezen, tenzij de leverancier binnen een door de aanbestedende dienst vastgestelde toereikende termijn kan aantonen dat de subsidie is verleend met inachtneming van de regels inzake subsidies van afdeling B van hoofdstuk 11.
De aanbestedende dienst mag geen gebruikmaken van opties, geen aanbesteding annuleren en geen gegunde opdrachten wijzigen op een wijze die in strijd is met haar verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk.
Elke Partij voorziet in de regel in een status-quoperiode tussen de gunning en de sluiting van een overeenkomst, zodat afgewezen inschrijvers voldoende tijd krijgen om het gunningsbesluit te herzien en aan te vechten.
Artikel 169. Transparantie van informatie over overheidsopdrachten
Aanbestedende diensten stellen de deelnemende leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de gunning van een opdracht en doen dat op verzoek van een leverancier schriftelijk. Met inachtneming van artikel 170, leden 2 en 3, stelt de aanbestedende dienst een afgewezen leverancier op diens verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier.
Aanbestedende diensten publiceren uiterlijk 72 dagen na de gunning van elke onder dit hoofdstuk vallende opdracht een bericht in de passende elektronische of papieren drager als vermeld in afdeling 6 van bijlage 9. Wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van een elektronisch medium, dient de informatie gedurende een redelijke termijn gemakkelijk toegankelijk te blijven. Het bericht bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. een beschrijving van de goederen of diensten die zijn aanbesteed;
- b. de naam en het adres van de aanbestedende dienst;
- c. de naam en het adres van de leverancier aan wie de opdracht is gegund;
- d. het bedrag van de geselecteerde inschrijving of de hoogste en de laagste offerte die bij de plaatsing van de opdracht in overweging zijn genomen;
- e. de datum waarop de opdracht is gegund; en
- f. de gebruikte aanbestedingsmethode en, in gevallen waarin onderhandse aanbesteding werd gebruikt overeenkomstig artikel 166, een beschrijving van de in lid 1 van dat artikel bedoelde omstandigheden en voorwaarden die het gebruik van onderhandse aanbesteding rechtvaardigden.
Een aanbestedende dienst bewaart gedurende ten minste drie jaar vanaf de datum waarop hij een opdracht gunt:
- a. de documentatie en verslagen betreffende aanbestedingsprocedures en gunningen in verband met opdrachten die onder dit hoofdstuk vallen, met inbegrip van de uit hoofde van artikel 166 vereiste verslagen; en
- b. gegevens die waarborgen dat het verloop van de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten elektronisch naar behoren traceerbaar is.
Artikel 170. Bekendmaking van informatie
Indien de andere Partij daarom verzoekt, verstrekt een Partij onverwijld alle informatie die nodig is om te bepalen of de aanbesteding van een onder dit hoofdstuk vallende opdracht eerlijk, onpartijdig en overeenkomstig dit hoofdstuk is verlopen, met inbegrip van informatie over de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier. Indien het vrijgeven van de informatie de mededinging bij toekomstige aanbestedingen zou kunnen schaden, maakt de Partij die de informatie ontvangt, deze niet bekend aan een leverancier, behalve nadat zij de toestemming heeft verkregen van de Partij die de informatie heeft verstrekt.
Niettegenstaande de overige bepalingen van dit hoofdstuk verstrekken een Partij en haar aanbestedende diensten geen informatie aan een bepaalde leverancier die de eerlijke mededinging tussen leveranciers kan verstoren.
Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat zij verlangt dat een Partij en haar aanbestedende diensten, autoriteiten en toetsingsinstanties vertrouwelijke informatie openbaar maken indien dergelijke openbaarmaking:
- a. de rechtshandhaving zou belemmeren;
- b. de eerlijke mededinging tussen leveranciers kan verstoren;
- c. de legitieme handelsbelangen van bepaalde personen, met inbegrip van de bescherming van intellectuele eigendom, zou schaden; of
- d. anderszins in strijd zou zijn met het algemeen belang.
Artikel 171. Interne toetsingsprocedures
Elke Partij voorziet in een passende, effectieve, transparante en niet-discriminatoire procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing, waarmee een leverancier die belang heeft of heeft gehad bij een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht, bezwaar of beroep kan aantekenen tegen:
- a. een inbreuk op dit hoofdstuk; of
- b. indien de leverancier volgens de wetgeving van een Partij niet rechtstreeks een beroep kan instellen tegen een inbreuk op dit hoofdstuk, wegens niet-nakoming van de maatregelen die een Partij ter uitvoering van dit hoofdstuk heeft ingesteld.
De procedurele regels voor alle bezwaarschriften worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt.
Indien een leverancier in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende opdracht waarbij hij een belang heeft of heeft gehad, een klacht indient wegens inbreuk of niet-nakoming als bedoeld in lid 1, moedigt de Partij waartoe de aanbestedende dienst behoort, de dienst en de leverancier aan het geschil door overleg te beslechten. De aanbestedende dienst neemt dergelijke klachten onpartijdig en tijdig in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing te trachten corrigerende maatregelen te verkrijgen.
Elke leverancier krijgt voldoende tijd om een beroep voor te bereiden en in te stellen. Die termijn bedraagt in geen geval minder dan 10 dagen vanaf het tijdstip waarop de grondslag van het beroep bij de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had moeten zijn.
Elke Partij stelt ten minste een onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke instantie in of wijst deze aan om de bezwaren of beroepen van leveranciers in verband met onder dit hoofdstuk vallende opdrachten te ontvangen en beoordelen.
Indien een beroep in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere dan een van de in lid 4 bedoelde instanties, zorgt de betrokken Partij ervoor dat de leverancier tegen de oorspronkelijke beslissing beroep kan instellen bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende dienst die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het beroep betrekking heeft.
Elke Partij zorgt ervoor dat een in lid 5 bedoelde beroepsinstantie die geen rechterlijke instantie is, haar beslissingen aan rechterlijke toetsing onderwerpt of beschikt over procedures waarin is bepaald dat:
- a. de aanbestedende dienst schriftelijk op het bezwaar reageert en alle relevante stukken aan het toetsingsorgaan overlegt;
- b. de deelnemers aan de procedure (hierna „de deelnemers” genoemd) het recht hebben te worden gehoord alvorens de beroepsinstantie een beslissing neemt over het beroep;
- c. de deelnemers het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen;
- d. de deelnemers toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure;
- e. de deelnemers het recht hebben te verzoeken dat de zittingen in het openbaar plaatsvinden en dat getuigen deze mogen bijwonen; en
- f. de beroepsinstantie [haar beslissingen of aanbevelingen tijdig schriftelijk aanneemt en daarbij] de grondslag van elke beslissing of aanbeveling toelicht.
Elke Partij stelt procedures vast of handhaaft deze, die voorzien in snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen, in stand houden. Dergelijke voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot schorsing van de aanbestedingsprocedure. Er kan worden bepaald dat bij het nemen van de beslissing over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met doorslaggevende negatieve gevolgen voor de belangen die op het spel staan, waaronder het algemeen belang. Een beslissing om niet op te treden wordt schriftelijk gemotiveerd.
Elke Partij stelt ook procedures vast of handhaaft deze, die voorzien in corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade in gevallen waarin een beroepsinstantie heeft vastgesteld dat sprake is van een inbreuk of een verzuim als bedoeld in lid 1. De vergoeding voor het geleden verlies of de geleden schade kan worden beperkt tot de kosten voor het opstellen van de inschrijving, de kosten in verband met de betwisting, of beide.
Artikel 172. Wijzigingen en rectificaties van toepassingsgebied
Een Partij kan voorstellen haar onder dit hoofdstuk vallende opdrachten als genoemd in bijlage 9 te wijzigen of haar desbetreffende onderafdeling in de afdelingen 1, 2 of 3 van bijlage 9 te rectificeren.
Een Partij die voornemens is een wijziging van bijlage 9 voor te stellen:
- a. stelt de andere Partij daarvan schriftelijk in kennis; en
- b. doet in die kennisgeving een voorstel voor passende compenserende aanpassingen voor de andere Partij om het toepassingsgebied op een niveau te houden dat vergelijkbaar is met dat van vóór de wijziging.
Niettegenstaande lid 2, punt b), hoeft een Partij niet te voorzien in compenserende aanpassingen indien de wijziging betrekking heeft op een aanbestedende dienst waarover de Partij haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd, of indien de aanbestedende dienst voortaan actief zal zijn als een commerciële onderneming die aan concurrentie onderhevig is op een markt waartoe de toegang niet beperkt is.
Een Partij wordt geacht zeggenschap of invloed uit te oefenen op een aanbestedende dienst indien die dienst:
- a. in hoofdzaak wordt gefinancierd door de staat of een door de staat gecontroleerd orgaan;
- b. onderworpen is aan toezicht op het management door de staat of door een door de staat gecontroleerd orgaan; of
- c. een bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan heeft waarvan de leden voor meer dan de helft door de staat of een door de staat gecontroleerd orgaan zijn aangewezen.
De andere Partij moet schriftelijk bezwaar maken tegen een voorgestelde wijziging van bijlage 9 waarvan overeenkomstig lid 2 van dit artikel kennis is gegeven, indien zij betwist dat:
- a. een overeenkomstig lid 2, punt b), voorgestelde aanpassing voldoende is om het overeengekomen toepassingsgebied op een vergelijkbaar niveau te houden;
- b. de wijziging betrekking heeft op een aanbestedende dienst met betrekking tot welke de Partij feitelijk haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd, zoals bedoeld in lid 3; of
- c. de betrokken aanbestedende dienst opereert als een aan concurrentie onderworpen commerciële onderneming op een markt waartoe de toegang niet beperkt is.
Indien binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de in lid 2, punt a), bedoelde kennisgeving geen schriftelijk bezwaar wordt ingediend, wordt de andere Partij geacht met de aanpassing of wijziging te hebben ingestemd.
De volgende wijzigingen van de onderafdeling van een Partij in de afdelingen 1, 2 of 3 van bijlage 9 worden beschouwd als een rectificatie van louter formele aard, mits zij geen invloed hebben op het wederzijds overeengekomen toepassingsgebied waarin dit hoofdstuk voorziet:
- a. een verandering van de naam van een aanbestedende dienst;
- b. een fusie van twee of meer aanbestedende diensten; en
- c. de splitsing van een aanbestedende dienst in twee of meer entiteiten die alle worden toegevoegd aan de aanbestedende diensten die onder dezelfde afdeling van bijlage 9 vallen.
De Partij die een dergelijke zuiver formele rectificatie verricht, is niet verplicht te voorzien in compenserende aanpassingen.
In geval van voorgestelde rectificaties van de onderafdeling van een Partij in de afdelingen 1, 2 of 3 van bijlage 9 stelt de Partij de andere Partij om de twee jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk daarvan in kennis.
Een Partij kan de andere Partij binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving schriftelijk in kennis stellen van een bezwaar tegen een voorgestelde rectificatie. Een Partij die bezwaar maakt, legt uit waarom zij van mening is dat de voorgestelde rectificatie buiten het toepassingsgebied van lid 5 valt, en beschrijft het effect van de voorgestelde rectificatie op het wederzijds overeengekomen toepassingsgebied waarin dit hoofdstuk voorziet. Als een bezwaar niet binnen 45 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving schriftelijk is ingediend, wordt de andere Partij geacht met de voorgestelde rectificatie in te stemmen.
Indien de andere Partij bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijziging of rectificatie, trachten de Partijen de kwestie door middel van overleg op te lossen. Indien binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van het bezwaar geen overeenstemming wordt bereikt, kan de Partij die haar onderafdeling in de afdelingen 1, 2 of 3 van bijlage 9 wenst te wijzigen of rectificeren, de zaak naar de geschillenbeslechtingsprocedure van hoofdstuk 14 verwijzen om te bepalen of het bezwaar gerechtvaardigd is.
Zodra de Partijen het eens zijn over een voorgestelde wijziging of rectificatie, ook wanneer een Partij geen bezwaar heeft gemaakt binnen 45 dagen overeenkomstig lid 4 of lid 7, of wanneer de kwestie is opgelost door middel van de in lid 8 bedoelde geschillenbeslechtingsprocedure, wijzigt de Samenwerkingsraad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bijlage 9 dienovereenkomstig.
Artikel 173. Institutionele bepalingen
Op verzoek van een Partij komt het Samenwerkingscomité bijeen om aangelegenheden te behandelen die verband houden met de uitvoering en de werking van dit hoofdstuk en van bijlage 9, zoals:
- a. de noodzaak van een wijziging van bijlage 9;
- b. het onderzoek van kwesties met betrekking tot overheidsopdrachten die het door een Partij worden voorgelegd;
- c. alle andere aangelegenheden met betrekking tot dit hoofdstuk.
Artikel 174. Overgangsperiode
Dit hoofdstuk wordt drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van toepassing.
HOOFDSTUK 10. HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING
Artikel 175. Context en doelstellingen
De Partijen herinneren aan Agenda 21 van de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling van 1992, de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna „IAO” genoemd) betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk van 1998, de Ministeriële Verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk van 2006, de IAO-verklaring betreffende de sociale rechtvaardigheid voor een eerlijke mondialisering van 2008 en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN van 2015 met de duurzameontwikkelingsdoelen daarvan.
De Partijen herbevestigen hun verbintenis om de ontwikkeling van de internationale handel en investeringen op zodanige wijze te bevorderen dat deze bijdraagt aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling en de bestrijding van de klimaatverandering. De Partijen erkennen in dit verband dat economische en sociale ontwikkeling en milieubescherming nauw samenhangen en elkaar wederzijds versterkende componenten van duurzame ontwikkeling zijn.
Artikel 176. Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus
De Partijen erkennen het recht van elke Partij om haar eigen niveaus van interne milieu- en arbeidsbescherming vast te stellen en haar desbetreffende wetgeving en beleid dienovereenkomstig vast te stellen of te wijzigen, overeenkomstig internationaal erkende normen en overeenkomsten en met het oog op het bereiken van een hoog niveau van milieu- en arbeidsbescherming.
De Partijen erkennen dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de beschermingsniveaus waarin hun milieu- of arbeidswetgeving en -normen voorzien, af te zwakken of te verminderen.
Een Partij streeft er niet naar handel of investeringen aan te moedigen door af te wijken van of door, bij wege van een voortdurende of terugkerende handelwijze of gebrek daaraan, haar milieu- en arbeidsrecht niet doeltreffend te handhaven.
Artikel 177. Multilaterale milieuovereenkomsten en arbeidsverdragen
De Partijen erkennen de waarde van internationale milieubeheer en -overeenkomsten als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieu-uitdagingen en de waarde van volledige en productieve werkgelegenheid, met inbegrip van de ontwikkeling van vaardigheden en fatsoenlijk werk voor iedereen, als een essentieel element van duurzame ontwikkeling voor alle landen en als prioritaire doelstelling van internationale samenwerking.
In dit verband, en rekening houdend met de artikelen 259 tot en met 265 van deze Overeenkomst, bevestigen de Partijen opnieuw hun verbintenis om de multilaterale milieuovereenkomsten, met inbegrip van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, die zij respectievelijk hebben geratificeerd, daadwerkelijk uit te voeren.
Rekening houdend met de artikelen 285 tot en met 288 van deze Overeenkomst bevestigen de Partijen opnieuw hun verbintenis om de fundamentele IAO-verdragen en andere IAO-verdragen die zij respectievelijk hebben geratificeerd, daadwerkelijk uit te voeren en een doeltreffend arbeidsinspectiesysteem te handhaven dat in overeenstemming is met hun verplichtingen als leden van de IAO.
Artikel 178. Handel en investeringen ten behoeve van duurzame ontwikkeling
De Partijen bevestigen opnieuw hun verbintenis om de bijdrage van de handel aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling te vergroten. Zij komen dan ook overeen het gebruik van regelingen ter waarborging van duurzaamheid te bevorderen, zoals eerlijke en ethische handel of milieukeuren, maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoord ondernemerschap, en handel en investeringen in milieugoederen en -diensten, alsmede in klimaatvriendelijke producten en technologieën.
De Partijen wisselen informatie uit en delen ervaringen over hun werkzaamheden ter bevordering van de samenhang en de wederzijdse versterking van handels-, milieu- en sociale doelstellingen, en zij versterken de dialoog en de samenwerking op het gebied van duurzame-ontwikkelingsvraagstukken die zich in het kader van hun handelsbetrekkingen kunnen voordoen.
Bij deze dialoog en samenwerking tussen de Partijen moeten relevante belanghebbenden, met name de sociale partners, en andere maatschappelijke organisaties worden betrokken, onder meer, waar passend, door middel van de samenwerking met het maatschappelijk middenveld die is ingesteld op grond van artikel 314.
Artikel 179. Geschillenbeslechting
De artikelen 223, 224 en 225 zijn niet van toepassing op geschillen die onder dit hoofdstuk vallen. Nadat het arbitragepanel zijn eindverslag heeft opgesteld overeenkomstig de artikelen 219 en 220, bespreken de Partijen de passende maatregelen die zij zullen nemen, waarbij zij rekening houden met dat verslag. Het Samenwerkingscomité ziet toe op de tenuitvoerlegging van dergelijke maatregelen en blijft de zaak volgen, onder andere door middel van het in artikel 178, lid 3, bedoelde mechanisme.
HOOFDSTUK 11. CONCURRENTIEVERSTOREND GEDRAG, CONCENTRATIECONTROLE EN SUBSIDIES
Artikel 180. Beginselen
De Partijen erkennen het belang van vrije en onvervalste mededinging voor hun handels- en investeringsbetrekkingen. De Partijen erkennen dat concurrentieverstorende praktijken en overheidsmaatregelen de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.
Artikel 181. Mededingingsneutraliteit
De Partijen passen dit hoofdstuk toe op alle openbare en particuliere ondernemingen.
Artikel 182. Economische activiteiten
Dit hoofdstuk is van toepassing op economische activiteiten.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „economische activiteiten” verstaan: activiteiten die betrekking hebben op het aanbieden van goederen en diensten op een markt.
AFDELING A. CONCURRENTIEVERSTOREND GEDRAG EN CONCENTRATIECONTROLE
Artikel 183. Wetgevingskader
Elke Partij stelt mededingingsrecht vast of handhaaft dat, dat geldt voor alle ondernemingen in alle sectoren van de economie22)Ter verduidelijking: krachtens artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is het mededingingsrecht van de Europese Unie van toepassing op de landbouwsector overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB EU L 347 van 20.12.2013, blz. 671). en dat op doeltreffende wijze de volgende praktijken aanpakt:
- a. horizontale en verticale overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
- b. misbruik door een of meer ondernemingen van een dominante positie; en
- c. concentraties van ondernemingen die doeltreffende mededinging aanzienlijk zouden hinderen, meer bepaald als gevolg van de totstandbrenging of versterking van een machtspositie.
Artikel 184. Diensten van algemeen economisch belang
De Partijen zien erop toe dat subsidies aan ondernemingen die belast zijn met het beheer van diensten van algemeen economisch belang, onderworpen zijn aan de regels van deze afdeling, voor zover de toepassing van die regels de vervulling, in feite of in rechte, van de aan deze ondernemingen toevertrouwde taken niet verhindert. De toegewezen taken zijn transparant en eventuele beperkingen op of afwijkingen van de toepassing van de in deze afdeling vastgestelde regels gaan niet verder dan wat strikt noodzakelijk is om die taken te vervullen.
Artikel 185. Uitvoering
Elke Partij richt een functioneel onafhankelijke mededingingsautoriteit op of houdt die in stand, die verantwoordelijk is voor en naar behoren is uitgerust met de bevoegdheden en middelen die nodig zijn om de volledige toepassing en effectieve handhaving van haar mededingingsrecht als bedoeld in artikel 183 te waarborgen.
Elke Partij past haar in artikel 183 bedoelde mededingingsrecht op transparante wijze toe, met inachtneming van de beginselen van een eerlijke procedure, met inbegrip van de rechten van de verdediging van de betrokken ondernemingen, in het bijzonder het recht om te worden gehoord en het recht op rechterlijke toetsing.
Artikel 186. Samenwerking
De Partijen erkennen dat het in hun gemeenschappelijk belang is de samenwerking op het gebied van het mededingingsbeleid en de handhaving te bevorderen.
Om die samenwerking te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten van de Partijen informatie uitwisselen, met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels van de respectieve wetgeving van de Partijen.
De mededingingsautoriteiten van de Partijen streven ernaar om, waar mogelijk en passend, hun handhavingsactiviteiten met betrekking tot dezelfde of verwante zaken te coördineren.
Artikel 187. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 14 is op deze afdeling niet van toepassing.
AFDELING B. SUBSIDIES
Artikel 188. Definitie en toepassingsgebied
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder een „subsidie” verstaan: een maatregel die voldoet aan de in artikel 1, lid 1, punt 1), van de SCM-Overeenkomst genoemde voorwaarden, ongeacht of zij wordt verleend aan een onderneming die goederen produceert of diensten verricht23)Deze definitie doet geen afbreuk aan het resultaat van eventuele toekomstige besprekingen in de WTO over de definitie van subsidies voor diensten. Afhankelijk van de vooruitgang die wordt geboekt met die besprekingen op WTO-niveau kunnen de Partijen de Overeenkomst op dit punt actualiseren..
Deze afdeling is van toepassing op subsidies die specifiek zijn in de zin van artikel 2 van de SCM-Overeenkomst of die binnen het toepassingsgebied van artikel 192 van deze Overeenkomst vallen.
De Partijen zien erop toe dat subsidies aan ondernemingen die belast zijn met het beheer van diensten van algemeen economisch belang, onderworpen zijn aan de regels van deze afdeling, voor zover de toepassing van die regels de vervulling, in feite of in rechte, van de aan deze ondernemingen toevertrouwde taken niet verhindert. De toegewezen taken zijn transparant en eventuele beperkingen op of afwijkingen van de toepassing van de in deze afdeling vastgestelde regels gaan niet verder dan wat strikt noodzakelijk is om die taken te vervullen.
Artikel 191 van deze Overeenkomst is niet van toepassing op subsidies in verband met de handel in goederen die onder bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake de landbouw vallen.
De artikelen 191 en 192 zijn niet van toepassing op de audiovisuele sector.
Artikel 192 is niet van toepassing op subsidies die formeel zijn overeengekomen of toegekend vóór of binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel 189. Verhouding tot de WTO
Geen van de bepalingen van deze afdeling doet afbreuk aan de rechten of verplichtingen van een Partij uit hoofde van de SCM-Overeenkomst, de Overeenkomst inzake de landbouw, artikel XVI van de GATT 1994 of artikel XV van de GATS.
Artikel 190. Transparantie
Elke Partij maakt met betrekking tot een op haar grondgebied verleende of in stand gehouden subsidie de volgende informatie openbaar:
- a. de rechtsgrondslag en het oogmerk van de subsidie;
- b. de vorm van de subsidie;
- c. het bedrag van de subsidie of het bedrag dat voor de subsidie is begroot; en
- d. indien mogelijk, de naam van de subsidieontvanger.
Een Partij voldoet aan lid 1 door:
- a. het indienen van een kennisgeving overeenkomstig artikel 25 van de SCM-Overeenkomst, die ten minste om de twee jaar wordt gedaan;
- b. het indienen van een kennisgeving overeenkomstig artikel 18 van de Overeenkomst inzake de landbouw; of
- c. ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde informatie uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de subsidie werd verleend of gehandhaafd, door haarzelf of namens haar op een voor het publiek toegankelijke website wordt gepubliceerd.
Artikel 191. Overleg
Indien een Partij van oordeel is dat een subsidie haar belangen op het gebied van handels- of investeringsliberalisering ongunstig beïnvloedt of dreigt te beïnvloeden, kan zij haar bezorgdheid schriftelijk kenbaar maken aan de andere Partij en om nadere informatie over de kwestie verzoeken.
Het in lid 1 bedoelde verzoek bevat een toelichting over de wijze waarop de subsidie de belangen van de verzoekende Partij ongunstig beïnvloedt of dreigt te beïnvloeden. De verzoekende Partij kan de volgende informatie over de subsidie inwinnen:
- a. de rechtsgrondslag en de beleidsdoelstelling of het oogmerk van de subsidie;
- b. de vorm van de subsidie;
- c. het tijdstip en de duur van de subsidie en alle andere daarvoor geldende termijnen;
- d. de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie;
- e. het totale bedrag of het jaarlijkse bedrag dat voor de subsidie is begroot;
- f. indien mogelijk, de naam van de subsidieontvanger; en
- g. alle andere gegevens aan de hand waarvan de nadelige gevolgen van de subsidie kunnen worden beoordeeld.
De aangezochte Partij verstrekt de gevraagde informatie schriftelijk binnen een redelijke termijn, in beginsel niet meer dan 60 dagen na de datum van indiening van het verzoek. Indien de aangezochte Partij de gevraagde informatie niet verstrekt, licht zij het ontbreken van die informatie binnen dezelfde termijn toe in haar schriftelijk antwoord.
Na ontvangst van de gevraagde informatie kan de verzoekende Partij om overleg over de aangelegenheid verzoeken. Het overleg tussen de Partijen over de punten van zorg geschiedt binnen een redelijke termijn, in beginsel niet meer dan 60 dagen na de datum van indiening van het verzoek tot overleg.
De Partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om de aangelegenheid op een voor beide Partijen bevredigende wijze op te lossen.
Artikel 192. Subsidies onder voorwaarden
Voor de toepassing van deze afdeling zijn onder de onderstaande voorwaarden de volgende subsidies toegestaan:
- a. subsidies waarbij een overheid schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen garandeert, mits het bedrag van die schulden of verplichtingen of de duur van die garantie worden beperkt; en
- b. subsidies aan insolvente of noodlijdende ondernemingen, in verschillende vormen, mits:
- i. een geloofwaardig herstructureringsplan bestaat, dat is gebaseerd op realistische veronderstellingen, teneinde de levensvatbaarheid op lange termijn van de insolvente of noodlijdende onderneming binnen een redelijke termijn te herstellen; en
- ii. de onderneming bijdraagt aan de herstructureringskosten; kleine en middelgrote ondernemingen zijn niet verplicht bij te dragen aan de kosten van de herstructurering.
Lid 1, punt b), is niet van toepassing op subsidies die aan ondernemingen worden verstrekt als tijdelijke liquiditeitssteun in de vorm van leninggaranties of leningen gedurende de periode die nodig is om een herstructureringsplan op te stellen. Dergelijke tijdelijke liquiditeitssteun is beperkt tot het bedrag dat nodig is om de onderneming alleen in bedrijf te houden.
Subsidies om ervoor te zorgen dat een onderneming zich op een ordelijke manier uit de markt terugtrekt, zijn toegestaan.
Dit artikel is niet van toepassing op subsidies waarvan de gecumuleerde bedragen of begrotingen minder dan 200 000 EUR per onderneming bedragen over een periode van drie opeenvolgende jaren.
Lid 1 is niet van toepassing op subsidies die ertoe strekken een ernstige verstoring in de economie van een Partij op te heffen. Een verstoring in de economie van een Partij wordt als ernstig beschouwd indien zij uitzonderlijk, tijdelijk en significant is.
Voor zover zij niet onder artikel 188, lid 3, vallen, zijn subsidies voor de uitvoering van programma’s, met name op het gebied van sociale huisvesting en goederenvervoer per spoor, vrijgesteld van de verplichting om aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden te voldoen, mits zij sociaal georiënteerd zijn.
Artikel 193. Gebruik van subsidies
Elke Partij ziet erop toe dat ondernemingen subsidies alleen gebruiken voor het specifieke doel waarvoor zij werden verleend24)Ter verduidelijking: wanneer een Partij daartoe een relevant rechtskader en administratieve procedures heeft ingesteld, wordt geacht aan de verplichting te zijn voldaan..
HOOFDSTUK 12. OVERHEIDSONDERNEMINGEN, ONDERNEMINGEN WAARAAN BIJZONDERE RECHTEN OF VOORRECHTEN ZIJN TOEGEKEND EN AANGEWEZEN MONOPOLIES
Artikel 194. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „Regeling”: de Regeling inzake door de overheid gesteunde exportkredieten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna „OESO” genoemd), of een opvolger daarvan, ongeacht of die is ontwikkeld in het kader van de OESO, die is aanvaard door ten minste 12 oorspronkelijke leden van de WTO die op 1 januari 1979 deelnamen aan de Regeling;
- b. „commerciële activiteiten”: activiteiten die resulteren in de productie van een goed of de verlening van een dienst die zullen worden verkocht in hoeveelheden en tegen prijzen die door een onderneming worden bepaald en die worden verricht met een winstoogmerk25)Ter verduidelijking: hiermee worden activiteiten uitgesloten van een onderneming: a) die actief is zonder winstoogmerk; of b) die actief is op basis van het principe van kostendekking.;
- c. „commerciële overwegingen”: overwegingen inzake prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, vervoer en andere voorwaarden van aankoop of verkoop, of andere factoren waarmee normaal rekening zou worden gehouden bij commerciële beslissingen van een particuliere onderneming die in de relevante sector of industrie werkt volgens de beginselen van de markteconomie;
- d. „aangewezen monopolie”: een entiteit, met inbegrip van een consortium of een overheidsorgaan, die op de relevante markt op het grondgebied van een Partij is aangewezen als enige aanbieder of enige koper van een goed of dienst; een entiteit waaraan exclusieve intellectuele-eigendomsrechten zijn verleend, valt echter niet onder dat begrip om de loutere reden dat haar dergelijke rechten zijn verleend;
- e. „aanwijzen”: een monopolie instellen of toestaan, of de werkingssfeer van een monopolie uitbreiden teneinde een nieuw goed of een nieuwe dienst daaronder te laten vallen;
- f. „onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend”: een openbare of particuliere onderneming waaraan een Partij in rechte of in feite bijzondere rechten of voorrechten heeft toegekend door het aantal ondernemingen dat een vergunning heeft om een goed of een dienst te leveren, aan te wijzen of tot twee of meer te beperken, anders dan op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria, op een wijze die het vermogen van andere ondernemingen om hetzelfde goed of dezelfde dienst in hetzelfde geografische gebied onder in wezen gelijkwaardige voorwaarden te leveren, wezenlijk aantast;
- g. „dienst die wordt verleend in de uitoefening van overheidsgezag”: een dienst die wordt verleend in de uitoefening van overheidsgezag zoals gedefinieerd in de GATS, waaronder, in voorkomend geval, in de bijlage betreffende financiële diensten bij de GATS;
- h. „overheidsonderneming”: een onderneming met betrekking tot welke een Partij:
- i. rechtstreeks meer dan 50% van het aandelenkapitaal in handen heeft;
- ii. rechtstreeks of middellijk de uitoefening van meer dan 50% van de stemrechten controleert;
- iii. bevoegd is om de meerderheid van de leden van de raad van bestuur of een gelijkwaardig leidinggevend orgaan te benoemen; of
- iv. bevoegd is om zeggenschap uit te oefenen.
Artikel 195. Toepassingsgebied
De Partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van artikel XVII, leden 1, 2 en 3, van de GATT 1994, het Memorandum van Overeenstemming betreffende de uitlegging van artikel XVII van de GATT 1994, alsook uit hoofde van artikel VIII, leden 1, 2 en 5, van de GATS.
Dit hoofdstuk is van toepassing op overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend, en aangewezen monopolies die een commerciële activiteit verrichten. Wanneer dergelijke ondernemingen of monopolies zowel commerciële als niet commerciële activiteiten verrichten, vallen alleen de commerciële activiteiten onder dit hoofdstuk.
Dit hoofdstuk is van toepassing op overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend en aangewezen monopolies op alle overheidsniveaus.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op staatsbedrijven, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend, of aangewezen monopolies indien zij optreden als aanbestedende diensten die vallen onder de bijlagen van elke Partij bij aanhangsel I bij de te Marrakesh op 15 april 1994 tot stand gekomen Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, die is opgenomen in bijlage 4 bij de WTO-Overeenkomst, of onder bijlage 9 bij deze Overeenkomst voor overheidsdoeleinden en indien zij niet handelen met het oog op de wederverkoop van de aangekochte goederen of diensten op commerciële basis of met het oog op het gebruik van de goederen of diensten die zijn aangeschaft bij de productie van goederen of bij de levering van diensten voor commerciële verkoop.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op een dienst die wordt verleend in de uitoefening van overheidsgezag.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op staatsbedrijven, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend, of aangewezen monopolies die uitsluitend betrokken zijn bij de productie van militaire en defensiegerelateerde producten26)Ter verduidelijking: voor zover dergelijke ondernemingen of monopolies commerciële activiteiten verrichten die niet van militaire aard of defensiegerelateerd zijn, vallen deze activiteiten onder dit hoofdstuk..
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op een overheidsonderneming, een onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend, of een aangewezen monopolie, indien in een van de voorgaande drie opeenvolgende belastingjaren de jaarlijkse inkomsten uit de commerciële activiteiten van die onderneming of dat monopolie minder dan 50 miljoen bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights – „SDR”) bedroegen.
Artikel 197 is niet van toepassing op de financiële diensten die een overheidsonderneming verleent in opdracht van de overheid, indien die verlening van financiële diensten:
- a. de uitvoer of invoer ondersteunt, mits die diensten:
- i. niet beogen commerciële financiering te vervangen; of
- ii. worden aangeboden tegen voorwaarden die niet gunstiger zijn dan die welke voor vergelijkbare financiële diensten kunnen worden verkregen op de commerciële markt;
- b. particuliere investeringen buiten het grondgebied van de Partij ondersteunt, mits die diensten:
- i. niet beogen commerciële financiering te vervangen; of
- ii. worden aangeboden tegen voorwaarden die niet gunstiger zijn dan die welke voor vergelijkbare financiële diensten kunnen worden verkregen op de commerciële markt; of
- c. worden aangeboden tegen voorwaarden die stroken met de Regeling, mits zij binnen het toepassingsgebied van de Regeling27)Ter verduidelijking: de Partijen erkennen dat de Kirgizische Republiek niet deelneemt aan de Regeling, maar de Partijen zijn het er desondanks over eens dat deze bepaling gelijkelijk rechten toekent aan de Partijen bij deze Overeenkomst. vallen.
Artikel 197 is niet van toepassing op de dienstensectoren die buiten het toepassingsgebied van deze Overeenkomst vallen, zoals bepaald in hoofdstuk 6.
Artikel 196. Algemene bepalingen
Onverminderd de rechten en verplichtingen van elke Partij uit hoofde van dit hoofdstuk, belet geen van de bepalingen van dit hoofdstuk dat een Partij een overheidsonderneming opricht of in stand houdt, een onderneming bijzondere rechten of voorrechten toekent of een monopolie aanwijst.
Geen van de Partijen verplicht of spoort een overheidsonderneming, een onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of een aangewezen monopolie aan te handelen op een wijze die niet strookt met dit hoofdstuk.
Artikel 197. Niet-discriminerende behandeling en commerciële overwegingen
Elke Partij zorgt ervoor dat haar overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend en aangewezen monopolies bij het verrichten van commerciële activiteiten:
- a. handelen in overeenstemming met commerciële overwegingen bij de aankoop of verkoop van een goed of een dienst, behalve om te voldoen aan de voorwaarden van hun openbare-dienstopdracht28)Ter verduidelijking: overheidsbanken kunnen een openbare-dienstopdracht krijgen om preferentiële leningen toe te staan aan de landbouwsector. Dergelijke leningen moeten worden beschouwd als interne landbouwsteun., bijvoorbeeld met betrekking tot sociaal georiënteerde programma’s en projecten, die niet onverenigbaar zijn met punt b) of c);
- b. bij de aankoop van een goed of een dienst:
- i. aan goederen of diensten die door een onderneming van de andere Partij worden aangeboden, een niet minder gunstige behandeling toekennen dan aan soortgelijke goederen of diensten die door haar eigen ondernemingen worden aangeboden; en
- ii. aan goederen of diensten die door een onderneming van de andere Partij worden aangeboden en die een onder de Overeenkomst vallende investering op haar grondgebied zijn, een niet minder gunstige behandeling toekennen dan aan soortgelijke goederen of diensten die worden aangeboden door ondernemingen op de relevante markt op haar grondgebied die investeringen van investeerders uit de Partij zijn; en
- c. bij de verkoop van een goed of een dienst:
- i. aan een onderneming van de andere Partij een niet minder gunstige behandeling toekennen dan aan haar eigen ondernemingen; en
- ii. aan een onderneming van de andere Partij die een onder de Overeenkomst vallende investering op haar grondgebied is, een behandeling toekennen die niet minder gunstig is dan die welke zij toekennen aan ondernemingen op de relevante markt op haar grondgebied die investeringen van haar investeerders zijn.
Lid 1 belet een overheidsonderneming, een onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of een aangewezen monopolie niet om:
- a. goederen of diensten te kopen of te leveren op verschillende voorwaarden, ook wat betreft prijs, mits de koop of de levering overeenkomstig commerciële overwegingen wordt gedaan; of
- b. te weigeren goederen of diensten aan te kopen of te leveren, mits dit geschiedt op basis van commerciële overwegingen.
Artikel 198. Reguleringskader
De Partijen streven ernaar de relevante internationale normen, waaronder de richtsnoeren van de OESO betreffende corporate governance in overheidsondernemingen, te eerbiedigen en daar optimaal gebruik van te maken.
Elke Partij zorgt ervoor dat elke regulerende instantie die zij opricht of in stand houdt of elke instantie die zij met een regulerende taak belast:
- a. onafhankelijk is van de bedrijven die zij reguleert en er geen rekenschap aan verschuldigd is om te waarborgen dat de reguleringsfuncties doeltreffend worden verricht; en
- b. onpartijdig29)Ter verduidelijking: de onpartijdigheid waarvan de regulerende instantie bij haar regulerende werkzaamheden blijk geeft, wordt geëvalueerd aan de hand van een algemeen model of een algemene praktijk van die regulerende instantie. handelt ten aanzien van alle ondernemingen die zij reguleert, met inbegrip van staatsbedrijven, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend en aangewezen monopolies30)Ter verduidelijking: voor de sectoren waarvoor de Partijen in andere hoofdstukken specifieke verplichtingen in verband met de regulerende instantie zijn overeengekomen, gelden de relevante bepalingen van die andere hoofdstukken..
Elke Partij past haar wet- en regelgeving inzake overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend en aangewezen monopolies toe op een samenhangende en niet-discriminerende wijze.
Artikel 199. Transparantie
Een Partij die redelijkerwijs kan aannemen dat haar belangen in het kader van dit hoofdstuk worden geschaad door de commerciële activiteiten van een overheidsonderneming, een onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of een aangewezen monopolie van de andere Partij, kan de andere Partij schriftelijk verzoeken om informatie over de activiteiten van die onderneming of dat monopolie die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk.
Verzoeken om informatie als bedoeld in lid 1 bevatten de volgende gegevens:
- a. de betrokken onderneming of het betrokken monopolie;
- b. de betrokken goederen of diensten en markten;
- c. de in dit hoofdstuk bedoelde belangen die volgens de verzoekende Partij nadelig zijn beïnvloed;
- d. de praktijken waarbij de onderneming of het monopolie betrokken is en die de handel of investeringen tussen de Partijen belemmeren op een wijze die onverenigbaar is met dit hoofdstuk; en
- e. de volgende informatie:
- i. de eigendom en de stemstructuur van de onderneming of het monopolie, met vermelding van het percentage aandelen dat de aangezochte Partij, haar overheidsbedrijven, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of aangewezen monopolies cumulatief bezitten, en het percentage stemrechten dat zij cumulatief bezitten, in de onderneming of het monopolie;
- ii. een beschrijving van de eventuele bijzondere aandelen of bijzondere stemrechten of andere rechten waarover de aangezochte Partij, haar overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of aangewezen monopolies beschikken, wanneer die rechten verschillen van de rechten die verbonden zijn aan de gewone aandelen van de onderneming of het monopolie;
- iii. een beschrijving van de organisatiestructuur van de onderneming of het monopolie en de samenstelling van de raad van bestuur of van een ander gelijkwaardig orgaan;
- iv. een beschrijving van de overheidsdepartementen of overheidsorganen die de onderneming of het monopolie reguleren of controleren, een beschrijving van de rapportageverplichtingen die door die departementen of organen aan de onderneming of het monopolie worden opgelegd, en de rechten en praktijken van de overheidsdiensten of overheidsorganen bij de benoeming, het ontslag of de beloning van hogere leidinggevenden en leden van de raad van bestuur of een ander gelijkwaardig leidinggevend orgaan van de onderneming of het monopolie;
- v. de jaarlijkse inkomsten en de totale activa van de onderneming of het monopolie gedurende de meest recente periode van drie jaar waarvoor informatie beschikbaar is;
- vi. eventuele vrijstellingen, immuniteiten en daarmee samenhangende maatregelen waarvoor de onderneming of het monopolie uit hoofde van de wet- en regelgeving van de aangezochte Partij in aanmerking komt; en
- vii. alle aanvullende informatie over de onderneming of het monopolie die openbaar beschikbaar is, met inbegrip van de jaarlijkse financiële verslagen en audits door derden.
Indien de aangezochte Partij niet over de gevraagde informatie beschikt, deelt zij de verzoekende Partij de redenen daarvoor schriftelijk mee.
HOOFDSTUK 13. TRANSPARANTIE
Artikel 200. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „administratief besluit”: een besluit met rechtsgevolgen dat in een individueel geval gevolgen heeft voor de rechten en verplichtingen van een specifieke persoon, en betrekking heeft op een administratieve maatregel of het niet nemen van een administratieve maatregel of besluit als bepaald in het recht van de Partij;
- b. „belanghebbende”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die door een maatregel van algemene strekking kan worden geraakt;
- c. „maatregel van algemene strekking”: wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, procedures en administratieve beschikkingen van algemene strekking, die gevolgen kunnen hebben voor onder deze titel vallende aangelegenheden.
Artikel 201. Doelstelling
De Partijen erkennen het effect dat hun respectieve regelgevingsklimaat kan hebben op hun onderlinge handel en investeringen, en streven ernaar een voorspelbaar regelgevingsklimaat en efficiënte procedures voor marktdeelnemers, met name kleine en middelgrote ondernemingen, te bevorderen overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
Artikel 202. Publicatie
Elke Partij ziet erop toe dat een maatregel van algemene strekking met betrekking tot alle aangelegenheden die onder deze titel vallen:
- a. snel en gemakkelijk gepubliceerd wordt via een officieel aangewezen medium en, wanneer dit haalbaar is, langs elektronische weg, of anderszins beschikbaar wordt gesteld op zodanige wijze dat ieder zich ermee vertrouwd kan maken;
- b. een toelichting bevat ten aanzien van het doel en de motivering ervan; en
- c. voldoende tijd laat tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding ervan, behalve wanneer dit vanwege spoedeisendheid niet mogelijk is.
Bij de vaststelling of wijziging van wet- of regelgeving van algemene strekking met betrekking tot aangelegenheden die onder deze titel vallen, zorgt elke Partij overeenkomstig haar respectieve regels en procedures:
- a. voor publicatie in een vroeg passend stadium van de ontwerpwet- of regelgeving of raadplegingsdocumenten met nadere gegevens over het doel en de motivering van de voorgestelde wet- of regelgeving;
- b. voor redelijke mogelijkheden voor belanghebbenden en een passende termijn om opmerkingen te maken; en
- c. voor inaanmerkingneming van de ontvangen opmerkingen.
Artikel 203. Verzoeken
Elke Partij voert passende mechanismen in, of handhaaft deze, om vragen van enige persoon over een voorgestelde of van kracht zijnde algemene maatregel en over de toepassing daarvan te beantwoorden met betrekking tot aangelegenheden die onder deze titel vallen.
Op verzoek van een Partij verstrekt de andere Partij onverwijld informatie en beantwoordt zij vragen met betrekking tot een maatregel van algemene strekking of een voorstel tot vaststelling, wijziging of intrekking van een maatregel van algemene strekking met betrekking tot aangelegenheden die onder deze titel vallen en die volgens de verzoekende Partij van invloed kunnen zijn op de werking van deze Overeenkomst.
Artikel 204. Uitvoering van maatregelen van algemene strekking
Elke Partij voert op objectieve, onpartijdige en redelijke wijze alle maatregelen van algemene strekking uit met betrekking tot alle aangelegenheden die onder deze titel vallen.
Bij de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen op specifieke personen, goederen of diensten van de andere Partij in individuele gevallen:
- a. streeft elke Partij ernaar belanghebbenden voor wie een administratieve procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en overeenkomstig haar wet- en regelgeving in kennis te stellen van de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en, voor zover van toepassing, een algemene beschrijving van de kwesties in geschil; en
- b. biedt zij belanghebbenden een redelijke mogelijkheid om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat een definitief administratief besluit wordt getroffen, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dat toelaten.
Artikel 205. Evaluatie
Elke Partij voert rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties of procedures in, of handhaaft deze, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, correctie van administratieve besluiten met betrekking tot aangelegenheden waarop deze titel van toepassing is. Elke Partij zorgt ervoor dat haar evaluatieprocedures op niet-discriminerende en onpartijdige wijze worden uitgevoerd. Elke Partij waarborgt dat haar gerechten die deze evaluatie uitvoeren, onpartijdig en onafhankelijk zijn van de dienst of de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving en dat zij geen materieel belang bij de uitkomst van de aangelegenheid hebben.
Elke Partij zorgt ervoor dat de Partijen bij de in lid 1 bedoelde procedures het recht krijgen op:
- a. een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te staven of te verdedigen; en
- b. een besluit dat is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de administratieve autoriteit samengestelde dossier.
Het in lid 2, punt b), bedoelde besluit wordt, onder voorbehoud van beroep of verdere evaluatie overeenkomstig het recht van elke Partij, uitgevoerd door het bureau of de instantie die belast is met de administratieve handhaving.
Artikel 206. Kwaliteit van de regelgeving, prestaties en goede regelgevingspraktijken
De Partijen erkennen de beginselen van goede regelgevingspraktijken en bevorderen de kwaliteit en prestaties van de regelgeving, onder meer door:
- a. aanmoediging van het gebruik van effectbeoordelingen op regelgevingsgebied bij de ontwikkeling van belangrijke initiatieven; en
- b. de vaststelling of handhaving van procedures ter bevordering van een periodieke evaluatie achteraf van hun maatregelen van algemene strekking.
De Partijen streven ernaar samen te werken in regionale en multilaterale fora en goede regelgevingspraktijken en transparantie met betrekking tot internationale handel en investeringen op de onder deze titel vallende gebieden te bevorderen.
Artikel 207. Specifieke bepalingen
Dit hoofdstuk is van toepassing onverminderd de specifieke transparantievoorschriften die in de andere hoofdstukken van deze titel zijn vastgesteld.
HOOFDSTUK 14. BESLECHTING VAN GESCHILLEN
AFDELING A. DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 208. Doelstelling
Het doel van dit hoofdstuk is een doeltreffend en efficiënt mechanisme op te zetten om geschillen tussen de Partijen over de uitlegging en toepassing van deze titel te vermijden of te beslechten teneinde waar mogelijk tot een voor beide Partijen overeengekomen oplossing te komen.
Artikel 209. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op geschillen tussen de Partijen over de uitlegging of toepassing van deze titel (hierna „de bestreken bepalingen” genoemd), tenzij in deze titel anders is bepaald.
Artikel 210. Definities
Voor de toepassing van hoofdstuk 14 en de bijlagen 14-A en 14-B wordt verstaan onder:
- a. „administratief personeel”: personen, met uitzondering van assistenten, die onder leiding en controle staan van een panellid;
- b. „adviseur”: een persoon die door een Partij is aangesteld om haar in verband met de panelprocedure te adviseren of bij te staan;
- c. „assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een panellid en onder de leiding en het toezicht van dat panellid voor dat panellid onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;
- d. „kandidaat”: een persoon wiens naam voorkomt op de in artikel 214 bedoelde lijst van panelleden en wiens selectie als panellid overeenkomstig artikel 213 wordt overwogen;
- e. „klagende Partij”: de Partij die verzoekt om de instelling van een panel op grond van artikel 212;
- f. „bemiddelaar”: een persoon die overeenkomstig artikel 236 als bemiddelaar is aangewezen;
- g. „panel”: een panel dat is ingesteld op grond van artikel 213;
- h. „panellid”: een lid van een panel;
- i. „verwerende Partij”: de Partij ten aanzien waarvan wordt gesteld dat zij de betrokken bepalingen heeft geschonden;
- j. „vertegenwoordiger”: een persoon in dienst van of aangewezen door een ministerie, een overheidsdienst of een ander overheidsorgaan van een Partij, die de Partij met betrekking tot een geschil uit hoofde van deze titel vertegenwoordigt.
AFDELING B. OVERLEG
Artikel 211. Overleg
De Partijen streven ernaar elk in artikel 209 bedoeld geschil op te lossen door te goeder trouw overleg te plegen om tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.
Een Partij verzoekt de andere Partij schriftelijk om overleg en geeft daarbij aan om welke maatregel het gaat en welke bepalingen zij van toepassing acht.
De Partij waaraan het verzoek om overleg wordt gericht, beantwoordt het verzoek spoedig, en uiterlijk 10 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek. Het overleg wordt binnen uiterlijk 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek gehouden en vindt, tenzij de Partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de Partij waaraan het verzoek gericht is. Het overleg wordt geacht 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek te zijn afgesloten, tenzij de Partijen overeenkomen het verder voort te zetten.
Overleg over urgente aangelegenheden, zoals wanneer het bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, wordt binnen 15 dagen na de datum van mededeling van het verzoek geopend. Het overleg wordt geacht binnen deze 15 dagen te zijn afgesloten, tenzij de Partijen overeenkomen het verder voort te zetten.
Tijdens het overleg verstrekt elke Partij de andere Partij voldoende feitelijke informatie om een volledig onderzoek mogelijk te maken van de wijze waarop de maatregel in kwestie gevolgen kan hebben voor de toepassing van de bestreken bepalingen. Elke Partij streeft ernaar de deelname te garanderen van personeel van haar bevoegde overheidsinstanties die deskundig zijn op het gebied waarover het overleg plaatsvindt.
Het overleg, en in het bijzonder alle tijdens het overleg door de Partijen verstrekte informatie en ingenomen standpunten, is vertrouwelijk en laat de rechten van elk van de Partijen in latere procedures onverlet.
AFDELING C. PANELPROCEDURES
Artikel 212. Starten van panelprocedures
Een Partij die overeenkomstig artikel 211 om overleg heeft verzocht, kan om de instelling van een panel verzoeken indien:
- a. de Partij waaraan het verzoek om overleg overeenkomstig artikel 211 wordt gericht, het verzoek niet uiterlijk 10 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek beantwoordt;
- b. het overleg niet binnen de in artikel 211, lid 3 of lid 4, vastgestelde termijnen plaatsvindt;
- c. de Partijen overeenkomen geen overleg te voeren; of
- d. het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)