Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van 21 december 2005, nr. DJZ/BR/1307-2005, houdende nadere regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006)
31 versions
· 2026-04-21
2026-04-21
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2026-04-20
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2026-04-19
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2025-07-24
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2024-07-11
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2023-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2022-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2021-10-16
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2019-12-03
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2017-12-06
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2017-06-15
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2015-10-17
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2014-08-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2014-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 2, 9
2014-05-15
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2013-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2012-08-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2012-07-28
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2012-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 2, 9
2011-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2010-02-17
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2009-07-30
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2008-11-13
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2008-10-10
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2008-05-23
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 3, 3
2007-11-27
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2007-09-22
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 3, 3
2006-07-21
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2006-04-20
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 3, 3
2006-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 1, 1, 1
Wijzigingen op 2006-01-01
@@ -689,357 +689,3 @@
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 6. Politieke en interparlementaire samenwerking
##### Artikel 5.13
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de bevordering van een goed functionerende, duurzame parlementaire meerpartijendemocratie in ontwikkelingslanden, door ondersteuning van politieke partijen of parlementariërs in ontwikkelingslanden.
##### Artikel 5.14
1. Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=6&artikel=5.13&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten, verricht in het kader van een niet partijgebonden samenwerking tussen politieke partijen of parlementariërs in Nederland en in ontwikkelingslanden.
2. [Artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=3&artikel=4.3&z=2006-07-21&g=2006-07-21) is van toepassing.
##### Artikel 5.15
Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen uitsluitend in aanmerking organisaties zonder winstoogmerk, gericht op de doelstelling genoemd in [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=6&artikel=5.13&z=2006-07-21&g=2006-07-21), die:
- a. in Nederland zijn gevestigd,
- b. beschikken over rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht,
- c. naar bestuurssamenstelling een breed samenwerkingsverband van in de Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen of parlementariërs reflecteren.
##### Artikel 5.16
1. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van ten hoogste vier jaar.
2. Geen subsidie wordt verleend indien dit tot samenloop met een andere aan dezelfde ontvanger op grond van deze paragraaf verleende subsidie zou leiden.
3. Subsidieaanvragen om een bedrag lager dan € 100.000 komen niet voor toekenning in aanmerking. De subsidieaanvraag geeft blijkt van een bijdrage, in financiële zin of door het beschikbaarstellen van deskundigheid, van de in de organisatie vertegenwoordigde politieke partijen of parlementariërs.
4. Subsidie wordt niet verleend als instellingssubsidie.
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
#### Paragraaf 2. Onderzoek
#### Paragraaf 3. Hoger onderwijs
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
#### Paragraaf 2. Bedrijfsleven
#### Paragraaf 3. Rentelasten en garanties
### Afdeling 8. Internationale culturele betrekkingen; regionale prioriteiten
#### Paragraaf 1. Internationale culturele betrekkingen
#### Paragraaf 2. Regionale prioriteiten
#### Paragraaf 2. Buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 4.18
De Minister kan in beleidsregels als bedoeld in [artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=6), bepalen dat in aanvulling op de toepassing van [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2008-05-23&g=2007-11-27) voor een in de beleidsregels te bepalen tijdvak subsidie kan worden verleend voor activiteiten, gericht op of dienstig aan structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden, met betrekking tot een of meer van de thema’s, genoemd in deze afdeling. De Minister kan in de beleidsregels bepalen dat een of meer van de artikelen van deze afdeling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
### Afdeling 5. Bijzondere financieringsprogramma’s
#### Paragraaf 1. Personele samenwerking met ontwikkelingslanden
#### Paragraaf 2. Vakbeweging
#### Paragraaf 3. Werkgeverssamenwerking
#### Paragraaf 4. Technische assistentie
#### Paragraaf 5. Gemeentelijke samenwerking; kleinschalige plaatselijke activiteiten; particuliere initiatieven
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
#### Paragraaf 1. Internationaal onderwijs en -onderzoek
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Ontwikkelingssamenwerking
#### Paragraaf 2. Buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 2. Regionale prioriteiten
##### Artikel 8.4
De Minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de sociale en politieke banden en de economische samenwerking tussen Nederland en landen waarmee Nederland door nabuurschap, door culturele en historische betrekkingen, door hun betekenis als land van herkomst van in Nederland levende migranten of anderszins een bijzondere band heeft.
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 5. Gedetineerdenbegeleiding in het buitenland
##### Artikel 2.6
De Minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aanhet verlenen van bijstand op maatschappelijk, sociaal dan wel geestelijk vlak aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland.
### Afdeling 3. Noodhulp, conflictbeheersing
### Afdeling 4. Medefinancieringsstelsel
#### Paragraaf 5. Thema’s
#### Paragraaf 6. Procedurele bepalingen; aanvraag
#### Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 5. Bijzondere financieringsprogramma’s
#### Paragraaf 2. Vakbeweging
#### Paragraaf 3. Werkgeverssamenwerking
#### Paragraaf 4. Technische assistentie
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
### Afdeling 8. Cultuur; regionale prioriteiten
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 2. Organisaties
#### Paragraaf 3. Procedurele bepalingen; aanvraag
#### Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 5. Bijzondere financieringsprogramma’s
#### Paragraaf 1. Personele samenwerking met ontwikkelingslanden
#### Paragraaf 5. Gemeentelijke samenwerking; kleinschalige plaatselijke activiteiten; particuliere initiatieven
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
#### Paragraaf 1. Internationaal onderwijs en -onderzoek
#### Paragraaf 4. Toepassingsgericht onderzoek drinkwater en sanitatie
### Afdeling 8. Cultuur; regionale prioriteiten
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 1. Noodhulp
##### Artikel 3.7
Subsidie kan worden verleend voor activiteiten waarmee reeds een aanvang is gemaakt indien:
- a. de activiteiten zo spoedeisend zijn dat van de aanvrager in redelijkheid niet gevergd kan worden dat deze zijn aanvraag voor aanvang daarvan had ingediend;
- b. de aanvrager bij aanvang van de activiteiten de minister daarvan in kennis heeft gesteld onder mededeling van het voornemen om een subsidieaanvraag in te dienen, en
- c. de subsidieaanvraag binnen vier weken na aanvang van de activiteiten is ingediend.
##### Artikel 3.8
1. Af- en overschrijvingen tussen posten op de begroting voor activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie is verleend, behoeven niet ter goedkeuring aan de minister te worden voorgelegd, indien:
- a. de af- en overschrijdingen het gevolg zijn van gewijzigde of onvoorziene omstandigheden in een situatie van acute nood;
- b. de af- en overschrijdingen niet meer bedragen dan 25% van de desbetreffende posten, en
- c. het totaal van de begroting niet wordt overschreden.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op vergoedingen voor expatriates en de aanschaf van transportmiddelen en van communicatieapparatuur.
##### Artikel 3.9
De minister kan subsidie verleden ten behoeve van
- a. het volgen van veiligheidstrainingen en
- b. ondersteuning bij het ontwikkelen van een veiligheidsbeleid.
##### Artikel 3.10
1. Subsidie op grond van paragraaf 2 kan uitsluitend worden verleend aan particuliere organisaties die in risicovolle gebieden activiteiten ontplooien die ten laste van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden bekostigd.
2. Subsidie kan worden verleend tot ten hoogste 50% van de kosten van de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten. Subsidie wordt niet verleend voor reiskosten.
3. Subsidieaanvragen bevatten in elk geval:
- a. een lijst met deelnemers;
- b. vermelding van de landen of regio’s waar deze deelnemers werkzaam zijn of zullen zijn;
- c. een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- d. in voorkomend geval de beoogde aanbieders van de activiteiten en
- e. een duidelijke en sluitende begroting die gekoppeld is aan de activiteiten.
### Afdeling 4. Medefinancieringsstelsel
#### Paragraaf 3. Procedurele bepalingen; aanvraag
#### Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 5. Bijzondere financieringsprogramma’s
#### Paragraaf 1. Personele samenwerking met ontwikkelingslanden
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
#### Paragraaf 1. Internationaal onderwijs en -onderzoek
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
#### Paragraaf 1. Overheid
### Afdeling 8. Cultuur; regionale prioriteiten
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 5. Bijzondere financieringsprogramma’s
#### Paragraaf 1. Personele samenwerking met ontwikkelingslanden
#### Paragraaf 2. Vakbeweging
#### Paragraaf 3. Werkgeverssamenwerking
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
### Afdeling 8. Cultuur en sport; regionale prioriteiten
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Afdeling 5. Thematische financiering
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
### Afdeling 8. Cultuur en sport; regionale prioriteiten
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 5. Migratie en ontheemding
##### Artikel 2.7
De minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. het ondersteunen van veilige en humane opvang in de regio van herkomst van vluchtelingen en intern ontheemden, en het ondersteunen van kwetsbare gastgemeenschappen bij het opvangen van de gevolgen van (langdurige) ontheemding; of
- b. migratiesamenwerking in lijn met Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 10.7 van de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 september 2015 in resolutie A/RES/70/1 vastgestelde duurzame ontwikkelingsdoelen.
##### Artikel 2.8
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 2.7, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=2¶graaf=5&artikel=2.7&z=2023-07-01&g=2023-07-01), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. het bieden van bescherming aan vluchtelingen, intern ontheemden en kwetsbare gastgemeenschappen;
- b. het verhogen van de capaciteit en kwaliteit van dienstverlening op het gebied van (beroeps)onderwijs en training voor vluchtelingen, intern ontheemden en kwetsbare gastgemeenschappen;
- c. het verhogen van capaciteit en kwaliteit van publieke of private infrastructuur voor vluchtelingen, intern ontheemden en kwetsbare gastgemeenschappen;
- d. sociaaleconomische ontwikkeling van vluchtelingen, intern ontheemden en kwetsbare gastgemeenschappen;
- e. het erkennen, respecteren en versterken van onafhankelijk leiderschap, participatie, besluitvorming en capaciteit van lokale en nationale actoren op het gebied van de doelstellingen, genoemd in [artikel 2.7, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=2¶graaf=5&artikel=2.7&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
##### Artikel 2.9
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 2.7, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=2¶graaf=5&artikel=2.7&z=2023-07-01&g=2023-07-01), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. het voorkomen van irreguliere migratie;
- b. het bieden van bescherming aan migranten;
- c. het tegengaan van mensensmokkel en -handel;
- d. het bevorderen van terugkeer naar en herintegratie in het land van herkomst;
- e. het verbeteren en versterken van legale migratie;
- f. het erkennen, respecteren en versterken van onafhankelijk leiderschap, participatie, besluitvorming en capaciteit van lokale en nationale actoren op het gebied van de doelstellingen, genoemd in [artikel 2.7, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=2¶graaf=5&artikel=2.7&z=2023-07-01&g=2023-07-01).
#### Paragraaf 6. Gedetineerdenbegeleiding in het buitenland
##### Artikel 2.10
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het verlenen van bijstand op maatschappelijk, juridisch, sociaal dan wel geestelijk vlak aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland.
### Afdeling 4. Mensenrechten, SDG’s; strategische partnerschappen
### Afdeling 5. Thematische financiering
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
### Afdeling 8. Cultuur en sport; regionale prioriteiten
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2006-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — versión or
original version
Tekst op deze datum